Landgoedereninventarisatie Enschede, hoofdrapport (def. 071220)
Tekst van het document
De indeling op typen is in die zin een vereenvoudiging van de werkelijkheid. Een groot deel van de eigenaren binnen het gebied is lid van de ‘Vereniging Behoud Hoge Boekel & Omgeving’. Het werkgebied van de vereniging omvat ongeveer 700 hectare waarvan het grootste deel onder de NSW-gerangschikt is. Hoewel het gebied qua eigendom niet één eigenaar heeft, is er landschappelijk, cultuurhistorisch en ecologisch wel sprake van een eenheid. Het gebied is een van zones van (historische) landgoederen die binnen de gemeente Enschede onderscheiden kan worden. De Weele Landgoed De Weele, gelegen ten zuiden van Boekelo, kende oorspronkelijk een omvang van zo’n 40 hectare. Door vererving en verkoop bestaat De Weele vandaag de dag uit vijf direct aansluitend aan elkaar gelegen NSW-landgoederen met omvangen variërend tussen de 2,9 en 12 hectare. Ondanks dat het eigendom verdeeld is wordt het landgoed als eenheid beheerd en is het voor de ‘buitenwereld’ ook als zodanig herkenbaar. Onderdelen van de tuinaanleg bevinden zich verspreidt over het landgoed. Een bezoeker c.q. recreant op De Weele ervaart het gesplitste eigendom niet.
Pagina 32 van 68
Afb. 3.1. Een deel van de Enschedese landgoederen bezitten bijzondere kwaliteiten. De kaart toont op welke landgoederen monumentale en karakteristieke bebouwing en tuin- en parkaanleggen aanwezig is.
Pagina 33 van 68
Hoofdstuk 3
Het belang van landgoederen voor Enschede
Landgoederen vertegenwoordigen een groot maatschappelijk belang. Het gaat daarbij zowel om algemene als om bijzondere kwaliteiten als zeldzame natuur, aantrekkelijk landschap, monumenten en tuin- en parkaanleg. De grootste publieke waarden bevinden zich op historische landgoederen.
3.1
Een grote hoeveelheid natuur rond het stedelijk gebied
De Enschedese landgoederen omvatten een grote oppervlakte aan natuur. Afbeelding 3.2 toont een ‘overlapkaart’ tussen gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren en de Enschedese landgoederen. Op basis van het kaartbeeld mag geconcludeerd worden dat de landgoederen als een ‘groene gordel’ om het stedelijk gebied heen gelegen zijn. Er zijn daardoor veel stad-land(goed)-relaties. Het NNN fungeert als rustgebieden en migratieweg voor fauna die van het ene gebied naar het andere trekt. Ook landgoederen buiten NNN vormen aantrekkelijke gebieden voor de fauna en stapstenen in een agrarisch landschap dat door intensieve bewerking en monoculturen over het algemeen weinig biodiversiteit en rust kent. Een andere belangrijke waarde van landgoederen betreft de aanwezigheid van veel bos. Zoals in hoofdstuk 2.2 naar voren kwam bestaan de historische landgoederen voor circa 50% uit bos. Door de klimaat-verandering is meer dan ooit duidelijk geworden wat voor een belangrijke rol bomen en bos spelen voor ons welzijn. Bomen filteren fijnstof en nemen CO2 op uit de lucht. Juist het productiebos met een soort als de Douglas (snel groeiend, hoge kwaliteit hout) legt maximaal CO2 vast en doet het goed op de armere zandgronden. Het bos op landgoederen betreft voor een belangrijk deel productiebos.
Voordeel van deze productiebossen is dat ze snel groeien, goed gedijen op arme zandgrond en relatief veel CO2 vastleggen. Veel landgoederen beschikken over zulk productiebos en zijn daarmee belangrijke leveranciers van schone lucht en zuurstof. Dit productiebos heeft dus zijn eigen merites, naast biodivers bos (eiken, lindes) dat andere doelstellingen dient en weer minder oplevert voor het klimaat. Bovenstaande kwaliteiten van (particuliere) landgoederen gaan praktisch voor alle landgoederen in Enschede op. Maar er zijn in Enschede ook landgoederen die daarnaast nog andere ‘bijzondere kwaliteiten’ bezitten, die niet vanzelfsprekend zijn en voortdurend onderhoud behoeven. Deze bijzondere kwaliteiten betreffen: zeldzame natuur, aantrekkelijk landschap, monumentale bebouwing en tuin- en parkaanleggen.
Pagina 34 van 68
Afb. 3.2 Overlapkaart landgoederen en Natuurnetwerk Nederland.
Pagina 35 van 68
3.2
Zeldzame natuur
Niet alleen op de landgoederen van terreinbeherende organisaties (Landschap Overijssel en Natuurmonumenten) maar ook op particulieren landgoederen bevinden zich plekken met zeldzame vegetatie en fauna die bescherming en specifieke beheersmaatregelen vereisen. Vaak gaat het om vegetatie op nattere gronden. Enkele voorbeelden van bijzondere natuur op particuliere landgoederen: Op landgoed Hof te Boekelo bevinden zich enkele weiden waar wilde orchideeën groeien; Op landgoed Slöttelmös bevindt zich een zeldzaam elzen-eiken broekbos; Op landgoed Berenbroek komt schaafstro (ook schuurbies genoemd) voor, een van de weinige groeiplaatsen in Nederland; Landgoederen waarop natuurterreinen met heide en vennen voorkomen betreffen onder meer Het Stroot, Hooge Boekel, Het Oldenzaalse Veen en Zonnebeek. Goed onderhouden heidevelden herbergen tal van zeldzame planten en dieren. Ook op enkele boerderijlandgoederen, komen heidevelden voor. Te noemen vallen landgoed Het Linderveld en landgoed Het Derkink. Op zowel historische als nieuwe landgoederen komt beheer van kruiden- en faunarijk grasland voor op basis van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Daarnaast vinden we in het Enschedese buitengebied bijzonder natuurwaarden op de landgoederen van de terreinbeherende organisaties.
Het beste voorbeeld hiervan is het Lonnekermeer dat in eigendom is van Landschap Overijssel en Natura 2000 status kent. De twee meren van dit landgoed herbergen zeldzame pionierbegroeiingen. Tot het Natura 2000-gebied landgoed behoort ook het aangrenzende landgoed De Wildernis: een kleinschalig beekdallandschap met vochtige en droge heiden, heischrale graslanden, blauwgraslanden en dotterbloemhooiland. Een ander voorbeeld is de Lonnekerberg waar elf verschillende soorten vleermuizen, waarvan meerdere zeer zeldzaam en bedreigd, voorkomen. Vorenstaande voorbeelden zijn slechts een greep uit de bijzondere natuur die op landgoederen voorkomt en moeten vooral als illustratief beschouwd worden.
Afb. 3.3 Zicht op één van de twee meren van landgoed Lonnekermeer dat, samen met de het aangrenzende landgoed ‘De Wildernis is aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meren zijn het resultaat van zandwinning ten behoeve het talud van de nabijgelegen spoorlijn. Onder opdrachtgeverschap van textielfabrikant Otto Stork veranderde de ‘bouwput’ al snel in een aangename verblijfplaats.
Pagina 36 van 68
3.3
Aantrekkelijk landschap
Historische landgoederen – maar ook een deel van de nieuwe landgoederen – zijn vaak de hoeders van het oude boerenlandschap (oude hoevenlandschap) dat op sommige plaatsen door rationalisering van de landbouw verdwenen is. Fraaie houtwallen komen veel voor op landgoederen, net als oudere bomen langs de randen van akkers. Ook hoogteverschillen in het landschap zijn vaak nog bewaard gebleven. De reden hiervoor is dat eigenaren de belangen van natuur en landschap vaak zwaarder laten wegen dan de belangen van de landbouw. De visie van landgoedeigenaren op het landelijk gebied is niet zuiver utilitair en is dit nooit geweest. Uitbreiding van de landbouwgronden door bijvoorbeeld het rooien van bossen en houtwallen werd tegengegaan en ook de grootschalige ruilverkaveling is aan landgoederen voorbij gegaan. Hoewel dit niet voor elk landgoed geldt en ook hier veranderingen hebben plaatsgevonden, kan op de landbouwgronden van landgoederen het historische en het op het landschap aansluitende landbouwsysteem nog worden aanschouwd. Juist omdat maximale landbouwopbrengsten niet op de eerste plaats staan, komt op landgoederen vaker extensief gebruik van landbouwgrond, zoals laat maaien en graanverbouw, voor.
Dat is een voorbeeld van ‘interne subsidiëring’ die op landgoederen voorkomt: de inkomsten van één onderdeel (bijvoorbeeld een verhuurde woning) wordt benut om een ander onderdeel (bijvoorbeeld een tuinaanleg) te onderhouden of er wordt een lage pacht gerekend in ruil voor natuurvriendelijker gebruik van de landbouwgronden. Ook komen sierelementen en elementen met ecologische waarde zoals boomgroepen en poelen in weilanden voor. Dit oogt niet alleen fraai (belevingswaarde) maar is ook zeer gunstig voor de biodiversiteit. Ook de variatie in vegetatie op landgoederen zorgt voor biodiversiteit (ecologische waarde). Uitgesproken voorbeelden van landgoederen in Enschede waar het historische landschap aanwezig en beleefbaar is betreffen onder meer de historische landgoederen zoals Hof Espelo, Groot Brunink, Berenbroek, Hof te Boekelo, Het Stroot, Het Strootman, De Tol, Het Leutink, De Helmer en De Bonekamp. Daarnaast kan het oude boerenlandschap ook worden beleefd op sommige van de nieuwe landgoederen zoals De Kuper, De Elsbeek, Het Derkink en Het Schukkink.
Afb. 3.4 Oud boerenlandschap op landgoed Het Schukkink, dat gelegen is nabij de wijk Hogeland. De boerderij op de foto is het hoofdgebouw van het landgoed. Een van de vele boerderijen die in Twente naar ontwerp van de beroemde architect Jan Jans gebouwd zijn. De boerderij werd in 1929 gerealiseerd in opdracht van boer Kromhof en heeft de status van rijksmonument evenals de nabijgelegen schuur.
Pagina 37 van 68
3.4
Monumentale bebouwing
Op veel landgoederen staan oudere gebouwen die de geschiedenis van het landgoed weerspiegelen, zoals boerderijen, landhuizen, schuren en bijgebouwen. Ze zijn de fysieke overblijfselen van de bloeiperiode van de textielindustrie in Enschede en laten de verschillende bouwstijlen zien die in die periode in de mode waren. De kern van een deel van de historische landgoederen wordt gevormd door een hoofdgebouw in de vorm van een landhuis met daarbij soms enkele bijgebouwen zoals koetshuizen, theekoepels enz. Op de historische landgoederen bevinden zich 29 landhuizen, waarvan 27 historisch (van vóór 1960) (zie afb. 2.6). Ze zijn de ‘belichaming’ van het textielverleden. Op het merendeel van de landgoederen bevindt zich echter geen groot landhuis. Vaak bestaat daar het hoofdgebouw uit een (woon)boerderij, waarvan een deel met monumentale status of komen andere gebouwen voor die als ‘karakteristiek’ zijn aangeduid en ook cultuurhistorische belang hebben. Dat is niet vreemd, omdat veel landgoederen ontstaan zijn uit een boerenerve met bijbehorende grond. Ook zijn op landgoederen veel oude boerderijen bewaard uit de periode 1880-1920. Aan het eind van de 19de eeuw, toen Enschedese boeren tot welvaart kwamen door grotere melkafzet in de stad, konden ze hun boerderijen ‘verstenen’ in de een typische ‘Enschedese boerderijenstijl’.
Van dit type zijn talrijke voorbeelden op landgoederen te vinden, terwijl die elders soms zijn verdwenen en/of vervangen door nieuwe bebouwing. Het ooit zo rijke textielverleden van Enschede werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw in rap tempo in het stedelijk gebied van haar iconen ontdaan. Veel textielfabrieken werden gesloopt, omdat ze de stadsvernieuwing letterlijk en figuurlijk in de weg stonden en geen nieuwe bestemming voor gevonden kon worden. Daarnaast gold in die tijd een ander sentiment vanuit de bevolking: zij wilden niet meer herinnerd worden aan het verleden met de textielfabrieken met armoede en uitbuiting en de negatieve gevolgen van de ondergang, zoals de werkloosheid. Veel van de onder architectuur gebouwde fabrieksgebouw ontkwamen niet aan de slopershamer. Het besef is laat gekomen, maar in Twente wordt dit industriële erfgoed nu wel op waarde geschat.17 Recente voorbeelden hiervan betreffen de renovatie van het voormalige fabriekscomplex van Van Heek en co. aan de Lage Bothofstraat en het Janninkcomplex aan de Haaksbergerstraat. De textiellandgoederen met hun landhuizen, tuinen, parken en andere elementen vallen ook te beschouwen als vormen van industrieel erfgoed die mede het verhaal van de textiel vertellen en daarmee ook van grote (cultuur)historische waarde zijn.
17
Twentsche Courant Tubantia, d.d. 28 maart 2018.
Pagina 38 van 68
Afb. 3.5 Landhuis op landgoed De Weele. In 1889 kocht G.J. van Heek gronden – bestaande uit heide, landbouwgrond en bos – ten zuiden van Boekelo. Het landhuis, naar ontwerp van Samuel de Clercq, werd in 1911/12 aanvankelijk gebouwd als zomerhuis. Het huis is een gemeentelijk monument. Ook werden een boerderij en een chauffeurswoning gebouwd. De tuin werd in landschappelijke stijl aangelegd naar ontwerp van P.H. Wattez.
Afb. 3.6 Boerderij de Wiggerhoeve is het hoofdgebouw van het gelijknamige boerderijlandgoed. De boerderij is een rijksmonument en van algemeen cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege de bijzondere typologie, de gaafheid en de beeldbepalende situering langs de Lossersestraat.
Pagina 39 van 68
3.5
Tuin- en parkaanleggen
Naast bos en landbouwgronden bezitten veel landgoederen sierelementen die losstaan van bosbouw of landbouw en volgens een doelbewust ontwerp zijn aangelegd. Het kan gaan om een kleinere of grotere (vaak historische) tuinaanleg met gazons, bijzondere bomen, vijvers, boomgroepen en lanen. Lanen komen soms ook voor op landgoederen waar geen landhuis is gerealiseerd en geven een fraai accent aan de omgeving, net als boomgroepen in weilanden. Al die vormen van aanleg zijn typerend voor landgoederen en komen daarbuiten nauwelijks voor. Ze zijn van grote cultuurhistorische waarde en worden door het publiek zeer gewaardeerd. De aantrekkelijkheid van zulke vormen van aanleg bestaat vaak eruit dat ze geheel volgroeid en al meer dan een eeuw oud zijn, maar dat leidt tevens tot hun kwetsbaarheid. Bijvoorbeeld veel bomen (solitairen, boomgroepen en lanen) op de historische landgoederen zijn aan het eind van hun cyclus en vallen van ouderdom om of moeten vervangen worden, anders gaat de historische aanleg verloren. In totaal zijn er voor de historische landgoederen 26 tuin- en/of parkaanleggen gelokaliseerd (zie afb. 2.8). Veruit de meeste zijn gerealiseerd naar ontwerp van vader (Dirk) en/of zoon (Pieter) Wattez. Het G.J. van Heekpark is een ontwerp van Pieter Wattez uit 1918. De in de tuinmanswoning in het park gevestigde Schenkerij Wattez dankt haar naam aan deze tuinarchitect.
Afb. 3.7 Ontwerp van Pieter Wattez voor landgoed Het Spik. Het ontwerp is gedeeltelijk uitgevoerd. Het landgoed was samen met het naastgelegen landgoed Smalenbroek tot 1979 eigendom van de textielfamilie Ter Kuile. Zij waren de opdrachtgever van Wattez. Sinds 1979 is het landgoed in bezit van Landschap Overijssel.
Pagina 40 van 68
Top 50 cultuurhistorisch belangrijkste landgoederen in Overijssel waarvan 11 in de gemeente Enschede gelegen zijn In de ‘Inventarisatie van landgoederen in de provincie Overijssel’ zijn de 50 in cultuurhistorisch opzicht belangrijkste landgoederen opgenomen. Voor deze ‘waardering’ zijn de volgende criteria gehanteerd: een landhuis van voor 1960; de aanwezigheid van één of meerdere bijgebouwen18; een duidelijk aanwezige parkaanleg van één of meer tuinarchitecten; het landgoed moet toegankelijk (opengesteld) zijn. Op de lijst zijn elf landgoederen opgenomen die (gedeeltelijk) binnen de gemeente Enschede gelegen zijn: 1. Aamsborgh; 2. ’t Amelink: landhuis is gemeentelijk monument; 3. De Hooge Boekel landhuis is rijksmonument, aanleg kent de status van CHB19; 4. Van Lochemsbleek en G.J. van Heekpark: aanleg kent de status van rijksmonument, tuinmanswoning en zomerhuis zijn gemeentelijke monumenten; 5. Lonnekermeer: landhuis, boerderij met schuur en kapberg en boswachterswoning zijn rijksmonumenten; 6. Het Oldenzaalse Veen: landhuis is aangeduid als karakteristiek, koetshuis met schuur en theekoepel zijn rijksmonumenten; 7. Stokhorst: landhuis is rijksmonument, aanleg kent de status van CHB; 8. Het Stroot: landhuis, koetshuis, boerderij en schuur zijn rijksmonumenten, aanleg kent de status van CHB; 9.
De Tol: landhuis en aanleg zijn gemeentelijke monumenten, tennishuisje is rijksmonument; 10. De Welle: landhuis en boerderij zijn aangeduid als karakteristiek; 11. Zonnebeek: landhuis, koetshuis, koepel, garage, schaapskooi en schuur zijn rijksmonumenten, aanleg kent de status van CHB.
18 19
Tot bijgebouwen worden gerekend: koetshuizen, poortgebouwen, jachthuizen, dienstwoningen, kassen, duiventillen enz. CHB: complex historische buitenplaats. Zie tevens bijlage 1 onder ‘Beschermde status van gebouwen en parken’.
Pagina 41 van 68
3.6
Landgoederen geven Enschede cachet
De in voorgaande paragrafen beschreven bijzondere kwaliteiten van de Enschedese landgoederen vertegenwoordigen een groot publiek belang. Het recreëren in de groene omgeving geeft veel bewoners van Enschede ontspanning. Juist landgoederen bieden uitgebreide paden om te wandelen (vaak meer dan het omringende agrarische buitengebied) en voeren de bezoeker door een aantrekkelijk gevarieerd en inspirerend landschap. Landgoederen geven Enschede cachet. Enschede heeft als jonge textielstad geen rijke historische bebouwing of grachten in de binnenstad, zoals oude steden als Deventer of Zwolle. Het zijn vooral de historische landgoederen met hun oude geboomte en monumentale landhuizen die Enschede een aantrekkelijk woonklimaat bieden. Aan de randen van de stad nabij de landgoederen bevinden zich de meest gewilde woonbuurten. De nabijheid van een landgoed heeft een gunstige invloed op de waarde van huizen. De aanwezigheid van het landgoed Stokhorst heeft bijvoorbeeld een positieve uitstraling naar de hele achterliggende wijk, en verhoogt waarde van de huizen. De toeristische sector in het Enschedese buitengebied is nog in ontwikkeling. Maar het is zeker dat toeristische ondernemers profiteren van de nabijheid van landgoederen waar hun gasten kunnen genieten van het historische landschap en de natuur.
Zo profiteert B&B - en tevens theetuin - Op ’t Oorbeck zonder twijfel van het nabijgelegen landgoed Het Stroot. Op ’t Oorbeck is gelegen op het boerderijland Overbeek. B&B Estate The Tol is gevestigd op landgoed De Tol. B&B Landgoed Horsterveld bevindt zich op het gelijknamige boerderijlandgoed. Landgoederen herbergen een grote hoeveelheid aan particuliere natuur. De kosten voor het beheer daarvan zijn deels voor rekening van de eigenaar en deels, door middel van subsidies, voor rekening van de overheid. Niet iedereen maakt van dat laatste gebruik. In zijn algemeenheid lijkt particuliere natuur daarmee goedkoper. Eigenaren besteden zelf veel uren aan hun landgoed, zijn bereid voor hun bezit financiële offers te brengen, en er is nauwelijks sprake van overheadkosten. Het bestaan van onder de NSW gerangschikte landgoederen zorgt voor veel natuur met weinig inzet van publieke middelen.20 Naast immaterieel voordeel leveren landgoederen dus ook financieel voordeel voor hun omgeving. In bijlage 10 wordt uitgebreider ingegaan op de maatschappelijke diensten en waarden die landgoederen leveren en wat hun economische betekenis is.
20
De publieke middelen (het overheidsgeld) dat naar landgoederen gaat komt hoofdzakelijk van het rijk in de vorm van fiscale voordelen. Verder ontvangt een deel van de particuliere landgoederen SNL subsidie van de provincie, net als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Landschap Overijssel. Zie ook bijlage 1 onder ‘Subsidiestelsel Natuur en Landschap’.
Pagina 42 van 68
De waarde en het belang van landgoederen laat zich doorvertalen in de volgende kenmerken:
Pagina 43 van 68
Afb. 3.8 Landgoed De Welle is één van elf landgoederen die opgenomen is in de top 50 cultuurhistorisch belangrijkste landgoederen in Overijssel. In 1830 kocht B.W. Blijdenstein 10 hectare heide voor het landgoed De Welle en in 1842 nog eens 14 hectare. Tot 1830 zag het terrein van De Welle er anders uit dan tegenwoordig. De heidevelden strekten zich nog over grote oppervlakten uit en bossen waren er slechts hier en daar. De tuin- en landschapsarchitecten D. Wattez (1833-1906) en P.H. Wattez (1871-1953), vielen zoals bij veel fabrikanten ook bij de familie Blijdenstein in de smaak. Op de Welle verzorgden ze de landschappelijke parkaanleg. In 1954 kwam het huidige landhuis gereed.
Afb. 3.9 Zicht op het boerderijcomplex Groot Brunink dat gelegen is op het gelijknamige landgoed dat eigendom is van Landschap Overijssel. Vanuit de boerderij wordt een biologisch melkveebedrijf geëxploiteerd. De nabij gelegen wijk Het Brunink ontleent zijn naam aan die van het landgoed.
Pagina 44 van 68
Hoofdstuk 4
Zorgen en problemen bij instandhouding
Achter elk landgoed zit een eigenaar die voortdurend in de weer is met zijn bezit, met het beheer, de instandhouding en het beschermen van de waarden van zijn landgoed. De eigenaar kan Landschap Overijssel zijn of Natuurmonumenten, maar in Enschede is dat heel vaak een particulier. Sommigen hebben het grondbezit geërfd en hebben als kind al de liefde voor de natuur op het landgoed meegekregen. Anderen hadden jarenlang de droom om ooit een landgoed te bezitten en hebben die waar kunnen maken. De zorgen en problemen laten zich doorvertalen in een aantal knelpunten.
4.1
Stijgende onderhoudslasten tegenover onder druk staande inkomsten
Uit de gehouden enquête en gevoerde gesprekken blijkt dat de stijgende onderhoudslasten (en dalende opbrengsten) voor veel van de eigenaren een bron van zorg zijn (zie ook bijlage 9). Voor textielondernemers in de 19de en het begin van de 20ste eeuw was de aankoop van boerderijen en gronden een alternatief voor beleggingen in bedrijven en aandelen. De fabrikanten werden grootgrondbezitters en eigenaren van buitenplaatsen. Het ging hen bij het stichten van landgoederen niet louter om van de natuur te genieten, de ongezonde lucht van de stad te ontvluchten of vanuit een zeker distinctiedrang om hun rijkdom te etaleren, maar ook om een investering die tot winst moest leiden. In de eerste periode was het vooral de zakenman die bij de ontwikkeling van de landgoederen het laatste woord had. In tweede instantie was er pas aandacht voor de buitenplaatsen en de daarbij behorende elementen. De buitenplaatsen werden gefinancierd met het geld dat elders, voornamelijk in de textielindustrie, werd verdiend. Vandaag de dag wordt door de meeste eigenaren gestreefd naar een duurzaam exploitatiemodel, waarbij kosten en opbrengsten in evenwicht met elkaar zijn. Niet elk onderdeel van het landgoed hoeft te renderen, als de tekorten bij het ene onderdeel maar gecompenseerd worden door overschotten op een ander onderdeel: interne subsidiëring.
Rentmeesterschap om het landgoed als geheel in stand te houden, inclusief de (financieel) kwetsbare onderdelen, staat daarbij centraal. Traditioneel kwamen de inkomsten op landgoederen uit de bosbouw en de landbouw. Deze inkomstenbronnen zijn in de huidige tijd niet langer voldoende. Al helemaal niet als er geïnvesteerd moet worden in bijvoorbeeld verjonging van aanplant of onderhoud van monumenten. Het hout uit de aangeplante bossen kon voor een goede prijs worden verkocht als mijnhout, maar bij het sluiten van de mijnen in de jaren ’70 viel die afzet weg. De productiebossen leveren tegenwoordig niet meer het hoge rendement van 50 jaar geleden, maar konden tot voor kort enigszins kostendekkend geëxploiteerd worden: de houtopbrengst was voldoende om de nieuwe aanplant en onderhoud te bekostigen. Door de verdroging en ziektes zijn momenteel veel houtopstanden aangetast, waardoor er een overaanbod van hout ontstond op de markt en de houtprijzen zijn gekelderd. De pachten van de boerderijen en de eventuele opbrengst van het eigen boerenbedrijf op het landgoed waren een andere belangrijke inkomstenbron, maar zijn de afgelopen 50 jaar sterk achtergebleven bij de algemene prijsontwikkeling en de hedendaagse kosten van onderhoud van een landgoed.
Reguliere pacht beperkt de zeggenschap van de verpachter over de grond, het maakt praktisch onmogelijk de pachtovereenkomst op te zeggen en kent een door de overheid vastgestelde pachtprijs. Voor een deel van de eigenaren vormt dit een knelpunt in hun streven naar een duurzamer en biodiverser gebruik van de grond. Voor los land dat is uitgegeven in liberale pacht worden wel hogere prijzen betaald, maar vanwege de kleinschaligheid van de landgoederen en van
Pagina 45 van 68
de landbouwgronden op landgoederen wordt er minder betaald dan voor grootschalige percelen in veldontginningen.21 In tegenstelling tot Twickel en andere grote landgoederen rond Diepenheim en aan de Overijsselse Vecht, speelt de landbouw als inkomstenbron op de Enschedese landgoederen een geringe rol. Toenemende kosten en afnemende opbrengsten zijn een bedreiging voor de continuïteit van met name landgoederen die beschikken over bijzondere kwaliteiten. Het zijn onderdelen die een continue vorm van beheer en onderhoud nodig hebben, zoals oude gebouwen, parken en tuinen, natuurgebieden of landschapselementen. Uit onderzoek van Witteveen+Bos blijkt dat groenonderhoud en energieverbruik de belangrijkste kosten zijn die exploitatietekorten veroorzaken bij historische landgoederen met een buitenplaats.22 Bij landgoederen zonder een buitenplaats en zonder bijzondere kwaliteiten vallen deze kostenposten uiteraard lager uit. Op dit moment biedt de gemeente Enschede geen mogelijkheden om onderhoud aan gemeentelijke monumenten te subsidiëren. Tot 1 januari 2019 konden eigenaren van rijksmonumenten 80% van de onderhoudskosten aftrekken van de belasting. Deze mogelijkheid bestaat niet meer en is vervangen door een subsidieregeling, waarbij geldt dat als de subsidiepot leeg is de eigenaren met lege handen staan.
Omdat de aanvraag daarvan gecompliceerd is, is het inhuren van expertise voor het verzorgen van de aanvraag vaak noodzakelijk. Geld dat niet gebruikt kan worden voor onderhoud en restauratie. Eigenaren van bossen en natuurterreinen in NNN kunnen een subsidie Natuurbeheer SVNL van de provincie ontvangen. Ook bestaat er de provinciale subsidie Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) waarmee het extensief natuurvriendelijk beheer van landbouwgrond wordt ondersteund. Maar deze laatste subsidie is voor de komende jaren uitgeput. Een deel van de landgoederen maakt gebruik van de groene diensten regeling voor duurzaam meerjarig beheer van landschappelijke elementen. Deze regeling wordt momenteel niet uitgevoerd, maar een eventueel vervolg zou van betekenis kunnen zijn voor landgoederen Veel particuliere landgoedeigenaren geven er de voorkeur aan om zelf op zoek te gaan naar extra inkomstenbronnen voor hun landgoed in plaats van afhankelijk te zijn van de overheid. Ook al omdat de overheid op tal van terreinen zich aan het terugtrekken is en het voortbestaan van subsidies op de langere termijn onzeker is, zijn een aantal landgoedeigenaren op zoek naar nieuwe economische dragers op hun landgoed zodat een duurzaam exploitatiemodel kan ontstaan. Knelpunt 1: Tekorten op de exploitatie van landgoederen
21 22
Zie ook bijlage 1 onder ‘Pacht’. Ruijgrok, et al., 2012-1.
Pagina 46 van 68
4.2 Afvaldumping, loslopende honden en een hoge recreatiedruk in combinatie met beperkt toezicht Landgoedeigenaren ervaren op diverse vlakken overlast. Afvaldumping en loslopende honden zijn vormen van overlast waar eigenaren het meeste melding van maken. Bij afvaldumping gaat het zowel om klein afval als verpakkingen, maar ook huis- en grof vuil en drugsafval. Honden die niet aangelijnd zijn en van de paden af lopen kunnen de fauna verstoren. Bij reeën kan het opjagen door honden leiden tot verkeersongelukken of het vastlopen van de dieren in prikkeldraad. Vandalisme, brandstichting en verkeersoverlast (sluipverkeer en (te) hard rijden) zijn andere aspecten die spelen. Het zijn problemen die zich in het gehele buitengebied voordoen, maar dicht bij de stad waar juist veel landgoederen liggen, het meest. De keerzijde van een fijn en waardevol uitloop gebied voor de stedeling is de overlast waar de terreineigenaren mee te maken kunnen krijgen. Dit is de afgelopen maanden met toenemend gebruik als gevolg van de coronacrisis, nog duidelijker geworden. Uit een recente inventarisatie, in opdracht van de provincie naar de extra kosten voor toezicht, handhaving en beheer als gevolg van de coronacrisis, blijkt dat de Enschede zich in negatieve zin onderscheidt van de andere grote steden in Overijssel.
Nergens rond een stedelijk gebied blijkt de recreatiedruk zo hoog, in combinatie met vandalisme en extra zwerfafval, als in Enschede. Onderstaande citaten (afkomstig uit de enquêteresultaten die zijn opgenomen in bijlage 9) geven een beeld van waar landgoedeigenaren zoal mee te kampen hebben. Als antwoord op de vraag of de eigenaren overlast ervaren: ‘Ja ik ruim zwerfvuil, moet vaak milieudienst bellen voor afvaldumping, diefstal slagboom, bruggetje, mountainbikers rijden paden kapot, wandelaars in rustgebied, (…).’ ‘(…) dan wordt vaak vergeten dat vrijwel iedere beslissing voor bewoners in de stad een onmiddellijke uitwerking heeft op het buitengebied. Denk bijvoorbeeld aan het betalen voor het storten van afval, sindsdien wordt er enorm veel in het buitengebied achtergelaten en een verbod op vuurwerk werkt ook averechts, als men geen controle heeft over de aanschaf van met name illegaal (te zwaar) vuurwerk, wat weer bij ons wordt afgestoken.’ Uit de interviews met landgoedeigenaren blijkt dat er grote behoefte is aan meer toezicht in het buitengebied. Toezicht bestaat uit twee onderdelen: het juridische toezicht dat een taak voor BOA’s is en het niet juridisch toezicht. Op de historische landgoederen was vroeger meestal een jachtopziener in dienst die tevens BOA was en toezicht hield.
Geen van de particuliere landgoedeigenaren kan zich nog een betaalde voltijds toezichthouder veroorloven. Ook zijn er geen andere BOA’s meer actief in het buitengebied van Enschede. Tegelijkertijd richt de politie zich volledig op de stad en besteedt geen tijd meer aan het buitengebied. Het niet-juridische onderdeel van toezicht heeft betrekking op het toezicht dat de eigenaar zelf kan doen of door iemand zonder BOA-diploma’s kan laten verrichten. Veel landgoedeigenaren ontvangen subsidie, zijnde 75% van de kostprijs van het beheer voor een bepaald natuurtype, op basis van SNL. In tegenstelling tot landelijke lijn en afspraken heeft de provincie Overijssel er voor gekozen om geen vergoeding uit te keren voor het houden van toezicht in natuurgebieden. Natuur- en belevingswaarden kunnen alleen harmonisch samengaan met recreatief gebruik van landgoederen als er voldoende toezicht en handhaving is. Knelpunt 2: Gebrek aan toezicht op de landgoederen en in het buitengebied als geheel Pagina 47 van 68
4.3
Droogte en klimaatverandering
Vrijwel alle landgoedeigenaren hebben in meer of mindere mate te maken met de negatieve effecten van verdroging. De droogte in 2018 en 2019 begint zijn tol te eisen en heeft mogelijk lange termijngevolgen voor bomen en bossen die nu nog niet zichtbaar zijn. Verwacht wordt dat als gevolg van de klimaatverandering de zomers blijvend warmer en droger zullen worden. De droge zomers van 2018 en 2019 hebben voor veel bomensterfte gezorgd in productiebossen, met name in percelen fijnspar en lariks. Door droogte verzwakte bomen vielen vervolgens ten prooi aan de letterzetter. Momenteel zijn eigenaren blij als zij het hout kostendekkend afgevoerd krijgen. Daarmee schiet er ook geen geld over voor nieuwe aanplant. Niet alleen bomen in productiebossen, maar ook andere bomen op landgoederen hebben te lijden gehad van de droogte. In het bijzonder oude bomen hebben het zwaar. Vooral bomen die onderdeel uitmaken van een tuin of parkaanleg en aan het eind van hun omloop zijn, worden door de droogte verzwakt waardoor ze extra gevoelig zijn voor plagen. Bij veel van de oude beuken is dit goed te zien. Vervanging van deze waardevolle grote bomen brengt hoge kosten met zich mee. De droogte heeft ook tot gevolg dat er meer dood hout in bomen hangt waardoor eigenaren genoodzaakt zijn meer onderhoud te plegen langs wegen en paden.
In het algemeen lijkt het erop dat de Enschedese landgoederen op de stuwwal meer last hebben van verdroging dan die onder aan de stuwwal. Verdroging van de landgoederen is niet iets van de laatste jaren en wordt niet alleen veroorzaakt door de klimaatverandering. Sinds de jaren ’60 is het grondwaterpeil stelselmatig verlaagd ten behoeve van de landbouw en had het waterschap als hoofdtaak om het regenwater zo snel mogelijk af te voeren. Dat heeft geleid tot verdroging van kwetsbare biotopen, bossen en heidevelden. Daarnaast heeft de toenemende bebouwing en bestrating van het stedelijke gebied op de stuwwal ervoor gezorgd dat de kwellen onderaan de stuwwallen nauwelijks meer water geven, waardoor beken en andere waterlopen op de landgoederen een groot deel van het jaar droog staan. Knelpunt 3: Verdroging door klimaatverandering en door verlaging grondwaterpeil
4.4
Opvolging
Omdat veel van de Enschedese landgoederen privaat familiebezit zijn speelt in elke generatie weer de opvolgingskwestie. De NSW maakt het gelukkig mogelijk om zonder erfbelasting het bezit door te geven aan een of meerdere erfgenamen, die dan verplicht zijn om het landgoed minimaal 25 jaar in stand en in bezit te houden. Voorwaarde is natuurlijk wel dat er een erfgenaam is en, in het geval dat er meerdere zijn, zij gezamenlijk in staat en bereid zijn het beheer op zich te nemen. Zowel de persoonlijke situatie van iedere erfgenaam, alsmede zijn woonplaats en beroep en daarmee zijn economische mogelijkheden, zijn van invloed op hoeveel tijd of geld iemand in zijn landgoed kan steken. Verschillende Enschedese landgoedeigenaren maken zich zorgen over hun opvolging, waardoor versnippering, verkoop of het verloren gaan van belangrijke waarden op landgoederen op de loer liggen. Hun kinderen wonen vaak elders in het land of in het buitenland. Daarmee kan de betrokkenheid afnemen en de kans groter worden dat (delen van) een landgoed verkocht worden.
Pagina 48 van 68
Soms kan een nieuwe enthousiaste eigenaar een positieve impuls geven aan een landgoed. Maar het komt ook voor dat dat de door de vorige eigenaar gedurende een lange reeks van jaren gekoesterde waarden door de nieuwe eigenaar worden verwaarloosd of ongedaan worden gemaakt. De discontinuïteit van het eigendom kan dus zowel kansen als risico’s inhouden voor de kwaliteiten op een landgoed. Knelpunt 4: Opvolgers die bereid en in staat zijn tijd en geld in het landgoed te steken
Afb. 4.1. Door droogte aangetaste beukenlaan op landgoed Berenbroek.
4.5
Aandachtspunten
Naast de vier hiervoor genoemde knelpunten vallen er ook enkele andere aandachtspunten te benoemen waar landgoedeigenaren mee te maken hebben maar die niet als specifiek knelpunt te benoemen vallen. Zo komen op landgoederen komen diverse ongewenste plant- en boomsoorten voor. Onder andere de Japanse duizendknoop, springbalsemien en Amerikaanse vogelkers zijn ongewenste, invasieve soorten, die zich snel uitbreiden en daardoor andere soorten verdringen (achteruitgang biodiversiteit). Verder maken eigenaren zich zorgen over de plannen voor de energietransitie en hoe de plaatsing van windturbines en zonneparken het aanzien en rust van hun landgoed kunnen aantasten.
Pagina 49 van 68
Hoofstuk 5 Perceptie landgoedeigenaren en rentmeesters over de gemeente en het huidige beleid Alle nieuwe initiatieven in het buitengebied die niet bij recht zijn toegestaan volgens het bestemmingsplan, behoeven een aanpassing of afwijking van het bestemmingsplan. Dit speelt vooral een rol bij de ontwikkeling van nieuwe economische dragers op landgoederen. Ook voor een aantal andere activiteiten is een omgevingsvergunning van de gemeente nodig. In beide gevallen is een goede samenwerking tussen landgoederen en de gemeente Enschede noodzakelijk. Daarom zijn landgoedeigenaren en rentmeesters gevraagd naar hun ervaringen met (het beleid van) de gemeente Enschede. In dit hoofdstuk komen zowel de positieve alsmede de negatieve geluiden aan bod. De ervaringen hoeven niet altijd direct een uitwerking te hebben op landgoederen maar houden daar wel verband mee.
5.1
Kennis en aandacht voor het buitengebied en over landgoederen
Onder landgoedeigenaren en rentmeesters heerst het beeld dat de gemeente Enschede maar weinig aandacht heeft voor het buitengebied en voor de landgoederen. Vergeleken bij twee decennia terug is de ambtelijke inzet beperkt23 en bij de gemeenteraad is er weinig affiniteit met het buitengebied. Er wordt vooral met een stadse bril gekeken. Onderstaande citaten (afkomstig uit de enquêteresultaten die zijn opgenomen in bijlage 9) verwoorden de perceptie die onder landgoedeigenaren aanwezig is: ‘Vroeger was de samenwerking (met de gemeente, red.) uitstekend, maar nu zitten er toch een aantal mensen met weinig gevoel voor het buitengebied. Gesteld moet ook worden dat de ‘Gemeente’ vooral druk is problemen in de stad op te lossen en dan wordt vaak vergeten dat vrijwel iedere beslissing voor bewoners in de stad een onmiddellijke uitwerking heeft op het buitengebied. Denk bijvoorbeeld aan het betalen voor het storten van afval, sindsdien wordt er enorm veel in het buitengebied achtergelaten (….)’. ‘De historische kennis daar is bij de beambten niet of nauwelijks aanwezig. Iedereen doet zijn/haar eigen werk, er is geen samenhang. Het woord landgoed heeft voor hen ook een andere betekenis dan een historisch landschap met boerderijen, bos en vijvers.
Daar moet een groot huis staan, maar dat is nou juist niet de realiteit.’24 ‘De indruk bestaat dat de overheid (in het algemeen) onvoldoende kennis heeft van de aanwezigheid van de landgoederen en dus ook niet de toegevoegde waarde juist kunnen schatten. Dat vergroot mijns inziens de kans op verkeerd beleid of besluitvorming.’
23
24
Op dit moment zijn er slechts beperkte middelen – € 80.000,- per jaar en circa 1,5 FTE – beschikbaar voor het landelijk gebied (mededeling J.C.R. van Houdt, portefeuillehouder buitengebied, raadsvergadering d.d. 30 juni 2020). Auteur van het citaat is eigenaar van een historisch landgoed waarop zich geen landhuis bevindt maar wel monumentale boerderijen, een theekoepel en een tuin- en parkaanleg. Zoals duidelijk werd in hoofdstuk 2 bevindt zich op het merendeel van de landgoederen geen groot huis/landhuis en bestaat een groot deel van hoofdgebouwen uit (woon)boerderijen, waarvan een deel met monumentale status.
Pagina 50 van 68
5.2
Gids buitenkans en initiatieven in het buitengebied
In een gesprek met rentmeesters kwam naar voren dat de gemeente Enschede in het verleden een duidelijke eigen lijn heeft gekozen voor wat betreft de wijze waarop zij met initiatieven in het buitengebied wil omgaan. De eerste ‘Gids Buitenkans’ was daar een voorbeeld en uitwerking van. In Enschede wordt een hoge kwaliteit van het landelijk gebied nagestreefd en daarbij zijn ook nieuwe initiatieven in het buitengebied welkom. Met het verschijnen van de eerste versie van de Gids buitenkans was Enschede innovatief en liep zij voor op andere gemeenten. In andere gemeenten (in Twente) werd de Gids buitenkans als een voorbeeld gezien hoe zij het beleid voor hun landelijk gebied konden vormgegeven. Inmiddels hebben andere gemeenten Enschede ingehaald. Het doel van de Gids buitenkans is om nieuwe ontwikkelingen in het buitenbied mogelijk te maken wanneer sprake is van een kwaliteitsimpuls en hier flexibel mee om te gaan, om maatwerk te kunnen leveren. Voor het beoordelen van initiatieven wordt het model van de weegschaal gehanteerd: wanneer er sprake is van een evenwicht tussen het privébelang en het publieke belang kan een ontwikkeling doorgang vinden. In de praktijk wordt de Gids buitenkans als moeizaam te implementeren ervaren. Ingezet wordt op een kwalitatieve benadering.
In de praktijk wordt weegschaal juist als kwantitatief ervaren waarbij het privébelang zwaar wordt aangerekend en de tegenprestatie (de publieke kant/het maatschappelijk belang) (te) ver wordt doorgerekend. De gemeenten Dalfsen en Olst-Wijhe worden door rentmeesters, in relatie tot ontwikkelingen op landgoederen, als positieve voorbeelden genoemd. Plannen worden beoordeeld op hun kwaliteit en de bijdrage die ze aan de ruimtelijke kwaliteit leveren. Er wordt niet zozeer gewogen. ‘De intenties (van de gemeente – red.) zijn positief (neem bijvoorbeeld de Gids Buitenkans), maar e.e.a. verloopt altijd buitengewoon moeizaam en er is binnen het ambtelijk apparaat te weinig creativiteit aanwezig om projecten van de grond te krijgen.’ Eigenaren, van met namen historische landgoederen, zoeken naar eigentijdse manieren om hun landgoed rendabel (kostendekkend) te exploiteren, passend bij de identiteit van de regio en het landgoed. Essentieel bij deze zoektocht is een meedenkende en meewerkende (lokale) overheid. Projecten kennen een lange doorlooptijd doordat er ambtelijk vooral sectoraal en na elkaar getoetst wordt in de plaats van integraal, terwijl dat juist bij landgoederen waar veel verschillende aspecten spelen, belangrijk is. Het zou beter zijn alle betrokken disciplines binnen een afgesproken termijn te laten reageren.
Het gemeentebestuur lijkt zich niet volledig bewust te zijn van de wijze waarop het door haar vastgestelde beleid uitwerking kan krijgen. Pas op het moment dat er concrete initiatieven op tafel komen, ontstaat het besef van wat gerealiseerd kan worden op basis van het beleid en besluit de politiek anders dan de beleidslijnen toestaan. Dit maakt planvorming voor eigenaren heel lastig en het meedenken in maatwerk door ambtenaren zo niet onmogelijk, terwijl dit juist is waar de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) op gestoeld is: oplossingen in gezamenlijk overleg bedenken en uitwerken. Initiatiefnemers hebben in de planvormingsfase vaak al veel tijd, energie en geld geïnvesteerd. Het is aan hen moeilijk uit te leggen waarom plannen die binnen de kaders passen geen doorgang kunnen vinden, enkel omdat de politiek (college of gemeenteraad) hier niet akkoord mee gaat. Als hier geen verandering in komt vormt dit een bedreiging voor de wijze waarop landgoedeigenaren in staat zijn hun bezit op duurzame wijze in stand te houden.
Pagina 51 van 68
Afb 6.1 Op landgoed De Wildernis bevindt zich een zogenaamd ‘sterrenbos’ naar ontwerp van P.H. Wattez uit het begin van de 20e eeuw. De bosvakken worden verdeeld door een gelijkmatig sterpatroon van acht lanen.
Afb. 6.2 Zicht op de tuin en het huis van De Hooge Boekel. Halverwege de 19e eeuw kocht de familie Van Heek gronden aan als jachtterrein. Gedurende de tweede helft van de 19e eeuw breidde de familie het grondbezit en de ontginningen steeds verder uit. In 1898 werd centraal op het landgoed een zomerhuis gebouwd. Op enig moment kwam De Hooge Boekel via vererving in handen van Herman van Heek. Herman had de wens om op de Hooge Boekel een nieuw, voornaam herenhuis te bouwen. In plaats van de gebruikelijke volgorde – eerst het huis laten ontwerpen en daarna een tuinarchitect benaderen voor een plan voor tuin en park – schakelde Van Heek als eerste de gerenommeerde tuinarchitect P.H. Wattez in om de basis van een aanleg te realiseren. Zo had Van Heek een reeds volwassen beplanting als hij zijn intrek zou nemen in het nieuw te bouwen huis. Het huis is ontworpen door de gebroeders M.A. en J. van Nieuwkerken en kwam in 1926 gereed.
Pagina 52 van 68
Hoofdstuk 6
Kansen en mogelijkheden voor de toekomst
In dit hoofdstuk staan de kansen en mogelijkheden voor de toekomst centraal. Het gaat daarbij om kansen en mogelijkheden die zich op de landgoederen zelf voordoen (fysiek) maar ook kansen en mogelijkheden die te maken hebben met beleid van de overheid. De kansen en mogelijkheden dienen het algemene belang, maar helpen ook de eigenaren bij de exploitatie van de landgoederen.
6.1
Invulling geven aan opgaven voor het landelijk en stedelijk gebied
Het feit dat een derde van het landelijk gebied van Enschede uit landgoederen bestaat maakt dat landgoederen/landgoedeigenaren een vanzelfsprekende samenwerkingspartner zijn om bij te dragen aan het geven van een invulling aan opgaven zoals: Energietransitie: zonnevelden, windmolens, biomassa, biovergisting, enz.; Stedelijke uitloopgebieden/groen in en om de stad; De aanleg van nieuw bos en/of landschapselementen voor CO2 vastlegging en biodiversiteit; Erfgoedbehoud: herstel, behoud en ontwikkeling van (textiel)landgoederen en andere historische landschappen en erven; Klimaatbuffers/de klimaatrobuuste stad: o.a. vasthouden water en zoetwatervoorziening (aanvullen diepere grondwater, optimaliseren sponswerking bodem), tegengaan hittestress. Het zijn opgaven waarmee een groot algemeen belang gepaard gaat. Landgoedeigenaren zijn bevraagd op welke mogelijkheden zij zien om een bijdrage te leveren aan een of meerdere van de hiervoor genoemde opgaven. In het navolgende wordt per opgave ingegaan op wat uit de enquêteantwoorden en de gevoerde gesprekken naar voren komt en welke zaken opvallen. Energietransitie Over de mogelijkheden die landgoedeigenaren zien voor het leveren van een bijdrage aan de opgave van de energietransitie lopen de antwoorden sterk uiteen.
Van ‘Nadrukkelijk wil ik stellen dat energie transitieprojecten als zonnevelden en windmolens niet op een landgoed thuis horen. Dit soort projecten zijn industriële projecten.’ tot ‘Zonneveldje, windmolentje, streven is slechts neutraal op landgoedschaal’. Een deel van de eigenaren ziet mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de energietransitie. Een aantal eigenaren heeft reeds maatregelen op dit gebied genomen, onder andere door de toepassing van zonneveldjes, warmtepompen en biomassaketels. Uit de enquête en de gevoerde gesprekken ontstaat het beeld dat eigenaren die mogelijkheden zien om een bijdrage te leveren aan de energietransitie, de mogelijkheden vooral op landgoedniveau zien en niet zozeer voor het opwekken van energie van derden. Het realiseren van kleinschalige zonneveldjes wordt daarbij meermaals als mogelijkheid benoemd. Een van de barrières waar eigenaren bij het realiseren van zonneveldjes tegenaan lopen is de regelgeving van de NSW op dit gebied. Dit is voor de FPG (de landelijke organisatie waar OPG onderdeel vanuit maakt) een thema in de belangenbehartiging. Energiebesparing en -opwekking bieden kansen voor het in stand houden van en nieuwe ontwikkelingen op landgoederen. Maatregelen op dit gebied zorgen voor een daling van de energiekosten en daarmee dalen de exploitatiekosten.
Met de juiste maat, schaal, materiaalkeuze, landschappelijke inpassing én medewerking van de eigenaar is het nemen van maatregelen voor energietransitie op landgoederen zeker mogelijk. Zie in dit kader ook paragraaf 6.2. over de Erfgoed Deal. Stedelijke uitloopgebieden/groen in en om de stad Pagina 53 van 68
Een van de kenmerken en ook kwaliteiten van de gemeente Enschede is dat de stad nooit ver weg is van het buitengebied en men zich toch totaal ´buitenaf´ kan wanen. Zoals uit de overzichtskaart (afb. 2.2) duidelijk wordt liggen de landgoederen dicht nabij het stedelijk gebied en worden sommige landgoederen grotendeels omringd door stedelijk gebied. De landgoederen vormen als het ware een groene gordel rond de stad. Eigenaren geven dan ook veelal aan dat hun landgoederen reeds de functie van stedelijk uitloopgebied vervullen. De landgoederen zijn eveneens in huidige vorm de belangrijkste leverancier van het groen in om en de stad. Het realiseren van extra mogelijkheden op dit gebied zal dan ook eerder op individueel landgoedniveau moeten plaatsvinden in plaats van dat hier op het niveau van de gehele landgoederenzone nog grote winst valt te boeken. De aanleg van nieuw bos en/of landschapselementen Meer dan de helft van de eigenaren waar contact mee heeft plaatsgevonden ziet mogelijkheden voor nieuw bos, landschapselementen en/of andere mogelijkheden voor het vastleggen van CO2 en verbeteren van biodiversiteit als daar subsidie voor komt. De vernieuwing van bestaand bos wordt door een aantal eigenaren ook als mogelijkheid genoemd.
Concreet genoemd worden: aanleg van nieuw bos; aanleg van kruiden- en bloemenrijke stroken; heide herstellen; vernieuwing van bos/verwijderen van dood hout in bossen en uitvoeren van herstelwerkzaamheden met nieuwe aanplant. Erfgoed herstel Een aanzienlijk deel van het gebouwde erfgoed binnen de gemeente Enschede bevindt zich op een op een landgoed. Niet alleen op historische landgoederen maar ook op een aantal boerderijlandgoederen bevindt zich bebouwing met rijks- of gemeentelijk monument status of is er bebouwing aangeduid als karakteristiek. Een deel van de eigenaren ziet kansen en mogelijkheden voor het herstel van erfgoed. Concrete initiatieven die door respondenten en in gesprekken met eigenaren benoemd zijn: herbouw van een theehuis op een historisch landgoed; herstel van erfgoed en educatie van over het textielverleden van Enschede; herstel van vloeiweidensystemen (2x genoemd); rijksmonumentale schuur renoveren en herbestemmen tot multifunctionele accommodatie; herstellen en afronden aanleg buitenplaats. ‘Met nieuwe bossen en herstel van oude landgoederen heeft Enschede iets unieks in handen, daarmee zie ik dit als een prioriteit. Daarmee is de hele stad Enschede gebaat.’ Klimaatbuffers/de klimaatrobuuste stad Water speelt historisch op veel landgoederen een belangrijke rol.
Uitgebreide systemen van vijvers, grachten, beken en vloeivelden voeren het water af of zorgen voor tijdelijke waterberging. Door klimaatverandering zullen er in de toekomst grotere neerslagpieken en langere droge perioden zijn. Historische watersystemen kunnen inspiratie bieden om nieuwe robuuste watersystemen te ontwikkelen waarin water opgeslagen en eventueel ook gezuiverd kan worden. Doordat landgoederen niet vanuit maximalisatie van één functie beheerd worden, maar vanuit de optimalisatie van meerdere functies, liggen combinaties tussen bijvoorbeeld waterberging, landbouw, natuur en recreatie voor de hand.
Pagina 54 van 68
Meer dan de helft van de eigenaren waar contact mee is geweest ziet mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan klimaatbuffers/de klimaatrobuuste stad. Een aantal eigenaren heeft de afgelopen jaren al maatregelen op dit gebied uitgevoerd. Concrete initiatieven die door eigenaren benoemd zijn betreffen: de aanleg van retentievijvers; vasthouden van water door te stuwen; terugbrengen oorspronkelijke beekloop; uitbreiding van beeklopen; creëren van natte zones.
6.2
Erfgoed Deal
Het OPG heeft in samenwerking met Het Oversticht en de provincie een Erfgoed Deal in voorbereiding voor Enschede en omgeving. Met de Erfgoed Deal worden er krachten gebundeld en kan effectiever worden toegewerkt naar een waardevolle leefomgeving. Juist Enschede is met haar grote diversiteit en hoeveelheid landgoederen een kansrijk gebied voor een Erfgoed Deal. De naam van de Erfgoed Deal is: ‘Proeftuin opgewekt’. Energietransitie wordt als aanleiding genomen voor het integraal werken aan meerdere maatschappelijke opgaven zoals: Energie-en klimaatdoelstellingen van de regio; Koppelen van water-, bos-, bodem, natuur-en landbouwdoelstellingen; Behoud erfgoed en ruimtelijke kwaliteit door robuust ontwerp; Integraal werkproces; Onderzoeken van innovatie kansen: o Maatschappelijke meerwaarde laten zien; o Cultuurhistorische kennis en waarden inzetten voor oplossingen t.a.v. ontwerp; o Nieuwe verdienmodellen verkennen.
6.3
ZON-programma
ZON staat voor Zoetwatervoorziening Oost Nederland. ZON richt zich op onderzoek naar de huidige en toekomstige droogteproblematiek en mogelijke oplossingen en maatregelen. Binnen het ZONprogramma nemen de deelnemende partijen, waaronder OPG, maatregelen om minder last te hebben van de toenemende droogte, zonder de wateroverlast te laten toenemen. Grondeigenaren kunnen subsidie ontvangen voor maatregelen die bijdragen aan het behouden van voldoende zoetwater en die de effecten van droogte tegengaan. De deelnemende partijen binnen ZON hebben een lijst met maatregelen opgesteld. De eerste ZON fase loopt van 2016 tot en met 2021. De uitvoering van ZON-maatregelen blijft ook nodig na 2021. Ook daarvoor komt weer geld uit het Deltafonds beschikbaar. Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw programma voor de periode 2022 – 2027. OPG werkt samen met – onder andere – Landschap Overijssel en de provincie aan het vormgeven van een ZON-programma voor de landgoederen zone rondom Enschede. Met een dergelijk programma kan het droogteprobleem (gedeeltelijk) teniet gedaan worden.
Pagina 55 van 68
6.4
Natuurontwikkeling op kleine landgoederen
Per 1 januari 2021 wijzigen de randvoorwaarden van de NSW (zie ook bijlage 1 onder ‘Natuurschoonwet 1928’. Gevolg van de wijziging is dat landgoederen met een oppervlakte tussen de 1 en 5 hectare uiterlijk 1 januari 2031 voor ten minste 50% uit natuur moeten bestaan. In beeld is gebracht dat zich in Enschede binnen deze omvangscategorie 28 landgoederen bevinden, met een gezamenlijke oppervlakte van 88,4 hectare. Op deze landgoederen doen zich kansen voor die gelijktijdig het publieke belang (natuurontwikkeling, vergroten biodiversiteit, aanplant van nieuwe bomen, enz.) en private belang (behouden NSW-status, met bijbehorende voordelen) dienen. Kanttekening die hierbij geplaatst moet is dat deze kans alleen ‘verzilverd’ kan worden indien eigenaren kiezen voor het doorvoeren van een aanpassing van hun landgoed. Daarbij komt bij dat niet bekend is of de 28 landgoederen met een oppervlakte tussen de 1 en 5 hectare in de huidige situatie niet al voldoen aan nieuwe voorwaarden.
Pagina 56 van 68
Afb. 7.1 Landgoed De Keizer is in 1923 gesticht door H.J. van Heek, directeur van de Boekeloosche Stoom Bleekerij. Het landhuis is ontworpen door Foeke Kuipers en de landschapstuin door Hendrik Copijn. In de tuin is een Japanse tuin met vijver, aangelegd door H.J. van Heek na zijn wereldreis in 1919-1920, waarbij hij ook China en Japan bezocht. Op verzoek van de eigenaren hebben de villa en het landgoedpark recentelijk de status van gemeentelijk monument verkregen. ‘Daarmee is het landgoed beschermd tegen de waan van de dag’, aldus de eigenaren, Mieke en Reynoud Gaymans. Het illustreert de betrokkenheid van eigenaren bij hun bezit.
Afb. 7.2 Heideveld op landgoed Het Oldenzaalse Veen. In 1892 werden de 188 ha voormalige markegronden, bestaande uit heide en veen, door textielfabrikant Abraham Ledeboer aangekocht. Ledeboer gaf de Heidemaatschappij de opdracht de gronden te ontginnen en te bebossen. Enkele heidevelden bleven bespaard van ontginning zoals het veld op de foto, waar zich ook een rijksmonumentale theekoepel en een ven bevinden.
Pagina 57 van 68
Hoofdstuk 7 7.1
Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
De gemeenteraad van Enschede heeft het voornemen om Enschede nadrukkelijker te profileren als een stad met een prachtige omgeving, waaronder veel historische landgoederen. Het etiket/speerpunt daarbij is ‘Enschede Landgoedstad’. ‘Enschede - landgoedstad Enschede heeft als bijzonderheid het grote aantal landgoederen gesticht door textielbaronnen. Deze bijzondere kwaliteit wordt betrekkelijk weinig benut en uitgedragen. Het benadrukken van deze kwaliteit moet doorwerken in het beleid – dat gericht is op versterking van deze landgoederen, maar ook op de uitbouw van de toeristisch-recreatieve mogelijkheden van Enschede.’25 Het belang van landgoederen voor Enschede kan moeilijk overschat worden. Ze zijn in hoge mate bepalend voor de culturele identiteit en de landschappelijke diversiteit van Enschede. Ze zijn van groot belang voor onder meer natuur en recreatie. De landgoederen beslaan ruim eenderde van het landelijk gebied van Enschede en liggen als een groene krans om de stad. Daarmee heeft Enschede zowel een bijzondere positie binnen Overijssel alsmede binnen Nederland: nergens vindt men zo'n hoge concentratie van jonge buitenplaatsen en landgoederen in een relatief klein gebied. Met deze inventarisatie is een grote hoeveelheid kennis over de Enschedese landgoederen verzameld.
Niet alleen hun ruimtelijke kenmerken zijn op kaart en in woord vastgelegd, maar ook is in beeld gebracht welke zorgen en problemen er leven. Daarnaast zijn algemene en bijzondere kwaliteiten aan bod gekomen en zijn kansen en mogelijkheden voor de toekomst geformuleerd.
7.2
Aanbevelingen
‘Enschede landgoedstad’ heeft de potentie om een merk te worden waarmee niet alleen de gemeente Enschede zich profileert, maar waar de landgoederen zich gezamenlijk mee kunnen profileren én - even zo belangrijk – van kunnen profiteren als het om het behoud van de waarden van de landgoedere gaat. Van belang is dat het nieuwe beleid hier de mogelijkheden voor biedt. Dat betekent meer budget en ook meer ambtelijke inzet, opdat er voldoende expertise in huis is. Om invulling te geven aan het uitgangspunt ‘Enschede - landgoedstad’, een oplossing te bieden voor de geconstateerde knelpunten en kansen te verzilveren worden er een aantal aanbevelingen gedaan. Die richten zich deels op de gemeente en deels op de landgoedeigenaren.
25
Gemeente Enschede, 2020-1, 9.
Pagina 58 van 68
Aanbevelingen voor de gemeente Enschede Aanbeveling 1. Faciliteer en participeer als gemeente bij kansen die zich voordoen op landgoederen om maatschappelijke opgaven te verwezenlijken De komende jaren zijn er een groot aantal opgaven/thema’s die in het landelijk en het stedelijk gebied een uitwerking krijgen en waar de samenleving invulling aan moet geven. Het gaat onder meer om energietransitie, stedelijke uitloopgebieden/groen in en om de stad, aanleg van nieuw bos en/of landschapselementen, erfgoedherstel en de klimaatbuffers/de klimaatrobuuste stad. Het feit dat een derde van het landelijk gebied van Enschede uit landgoederen bestaat maakt dat landgoederen/landgoedeigenaren een vanzelfsprekende samenwerkingspartner zijn om bij te dragen aan het geven van een invulling aan deze opgaven. Uit deze inventarisatie komt naar voren dat er onder eigenaren ook zeker bereidheid is invulling te geven aan de eerder genoemde opgaven. Daarbij komt dat landgoedgoederen te kampen hebben met de effecten van droogte en klimaatverandering. Op dit gebied doen zich meerdere kansen voor zoals de Erfgoed Deal waarbij erfgoed het vertrekpunt vormt om te werken aan maatschappelijke opgaven en het ZON-programma waarbij er maatregelen genomen worden om minder last te hebben van de toenemende droogte.
Het zijn kansen waar niet alleen de landgoederen bij gebaat zijn, maar die een meerwaarde hebben voor de gehele leefomgeving. Om deze kansen te verzilveren is het van belang dat de gemeente hier een actieve rol in speelt. Daarbij kan gedacht worden het soepel laten verlopen van (vergunningen)procedures die doorlopen moeten worden en het optreden als co-financier. Het besteden van publieke middelen aan landgoederen is goed te verantwoorden. Landgoederen leveren de maatschappij meer op dan ze kosten. Een overheidsinvestering van € 1,00 levert de maatschappij tussen de € 2,50 en € 4,40 op. Landgoederen leveren daarmee een belangrijke maatschappelijke bijdrage zonder dat het de overheid veel geld kost. Bijzonder is de hoge kostenbatenratio. Ter vergelijking: de meeste infrastructuurprojecten waarin het rijk investeert hebben een veel lagere ratio. Deze komt vaak maar net boven de 1, de grens waarbij een investering loont.26 Aanbeveling 2: Biedt landgoederen met bijzondere kwaliteiten (natuur en erfgoed) extra ontwikkelingsmogelijkheden Niet alle landgoederen behoeven op basis van hun status als landgoed specifieke ontwikkelingsmogelijkheden ten opzichte van wat in de rest van het landelijk gebied mogelijk is op basis van de Gids Buitenkans.
Landgoederen die een of meerdere bijzondere kwaliteiten (zeldzame natuur, aantrekkelijk landschap, monumentale bebouwing en tuin- en parkaanleggen) bezitten zouden op basis van het beleid extra ontwikkelingsmogelijkheden geboden moeten worden om het landgoed duurzaam in stand te kunnen houden. De bijzondere kwaliteiten blijven niet vanzelf in stand, vragen om specifiek beheer en kosten altijd meer geld dan ze eventueel al opleveren. Zo kan het aantrekkelijke oude landschap kan alleen in stand blijven als afgezien wordt van maximalisatie van landbouwopbrengsten (lagere pacht door behoud kleinschaligheid en de keuze voor duurzamer en biodiverser grondgebruik). Kwetsbare vegetaties hebben specifiek beheer nodig en monumenten zijn kostbaar om te onderhouden. Een tuin- en parkaanleg vraagt ook om beheer. Zo moet een oude laan met stervende bomen op een gegeven moment gekapt en opnieuw ingeplant worden. De Gids Buitenkans maakt gebruik van het zogenaamde ‘Weegschaalmodel’ waarin de publieke en de private voordelen van een initiatief in het buitengebied tegen elkaar worden afgewogen. Er bestaan echter geen duidelijke maatstaven om dat publieke belang vast te stellen. Het is aan te bevelen om de bijzondere kwaliteiten zeldzame natuur, 26