CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Landgoedereninventarisatie Enschede, hoofdrapport (def. 071220)

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Visie landelijk gebied Enschede20.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inventarisatie van landgoederen in Enschede Een inventarisatie ten behoeve van de Visie landelijk gebied Hoofdrapport

Afbeelding voorpagina: Huis Zonnebeek. Het landhuis is zonder twijfel één van de meest bijzondere huizen die door een textielfabrikant werd gerealiseerd. Het huis werd in 1906 gebouwd in opdracht van de textielfabrikant Jan Bernard van Heek en zijn Amerikaanse vrouw Edwina Burr Ewing. Het ontwerp van architect Arend G. Beltman is geïnspireerd op het landhuis van de grootmoeder van Edwina in Nashville (Tennessee, VS).

Pagina 1 van 68

Colofon Betreft

Inventarisatie van landgoederen in Enschede

Versie Datum

Definitief 7 december 2020

In opdracht van

Gemeente Enschede Hengelosestraat 51 7514 AD Enschede

Contactpersonen

Yvon Weustink Gerbrand Naeff

Uitgevoerd door

Overijssels Particulier Grondbezit Haereweg 4 8121 PJ Olst

Auteurs

ing. Joukje Bosch drs. ing. Rogier hooge Venterink opg@grondbezit.nl 0570-605973

Contact

Pagina 2 van 68

Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1

Inleiding ........................................................................................................................... 8

1.1

Aanleiding voor de inventarisatie............................................................................................ 8

1.2

Doelstellingen .......................................................................................................................... 9

1.3

Ambitie OPG ............................................................................................................................ 9

1.4

Onderzoeksvragen................................................................................................................. 10

1.5

De begrippen landgoed en buitenplaats ............................................................................... 10

1.6

Bronnen en onderzoeksmethoden........................................................................................ 11

1.7

Leeswijzer .............................................................................................................................. 12

Hoofdstuk 2

De inventarisatie in kaarten en getallen ....................................................................... 14

2.1

Cijfers ..................................................................................................................................... 15

2.2

Historische landgoederen ..................................................................................................... 19

2.3

Nieuwe landgoederen ........................................................................................................... 27

2.4

Verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied ..................................... 31

2.5

Versnipperd eigendom maar gezamenlijk beheer ................................................................ 32

Hoofdstuk 3

Het belang van landgoederen voor Enschede ............................................................... 34

3.1

Een grote hoeveelheid natuur rond het stedelijk gebied ..................................................... 34

3.2

Zeldzame natuur.................................................................................................................... 36

3.3

Aantrekkelijk landschap ........................................................................................................ 37

3.4

Monumentale bebouwing ..................................................................................................... 38

3.5

Tuin- en parkaanleggen ......................................................................................................... 40

3.6

Landgoederen geven Enschede cachet ................................................................................. 42

Hoofdstuk 4

Zorgen en problemen bij instandhouding ..................................................................... 45

4.1

Stijgende onderhoudslasten tegenover onder druk staande inkomsten.............................. 45

4.2

Afvaldumping, loslopende honden en een hoge recreatiedruk in combinatie met beperkt toezicht ................................................................................................................................. 47

4.3

Droogte en klimaatverandering ............................................................................................ 48

4.4

Opvolging............................................................................................................................... 48

4.5

Aandachtspunten .................................................................................................................. 49

Hoofstuk 5

Perceptie landgoedeigenaren en rentmeesters over de gemeente en het huidige beleid............................................................................................................................. 50

5.1

Kennis en aandacht voor het buitengebied en over landgoederen ...................................... 50

5.2

Gids buitenkans en initiatieven in het buitengebied ............................................................ 51

Pagina 3 van 68

Hoofdstuk 6

Kansen en mogelijkheden voor de toekomst ................................................................ 53

6.1

Invulling geven aan opgaven voor het landelijk en stedelijk gebied..................................... 53

6.2

Erfgoed Deal .......................................................................................................................... 55

6.3

ZON-programma.................................................................................................................... 55

6.4

Natuurontwikkeling op kleine landgoederen ........................................................................ 56

Hoofdstuk 7

Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................ 58

7.1

Conclusies .............................................................................................................................. 58

7.2

Aanbevelingen ....................................................................................................................... 58

Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................................... 65 Verantwoording afbeeldingen .............................................................................................................. 67

Pagina 4 van 68

Samenvatting Aanleiding De gemeente Enschede bereidt een ‘Visie landelijk gebied’ voor. Een van uitgangspunten voor de visie is het voornemen om Enschede nadrukkelijker te profileren als een stad met een prachtige omgeving, waaronder veel historische landgoederen: ‘Enschede Landgoedstad’. Om invulling te kunnen geven aan dit uitgangspunt is het nodig meer te weten te komen over de landgoederen die binnen de gemeente gelegen zijn. Voorliggende inventarisatie is opgesteld om: A. Kennis te verzamelen over de kenmerken van de landgoederen in Enschede; B. Inzicht te verkrijgen in de betekenis van de landgoederen voor de fysieke leefomgeving in Enschede; C. Inzicht te verkrijgen in de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen die zich op en voor de landgoederen voordoen; D. Inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden die zich op landgoederen voordoen om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. Methodiek De invulling van bovenstaande doelstellingen heeft plaatsgevonden door middel van twaalf onderzoeksvragen. Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen zijn verschillende methoden gebruikt. Gebruikte methoden zijn onder andere: analyse en verwerking van data met QGIS, literatuurstudie, cartografisch onderzoek, enquête en gesprekken met eigenaren en andere relevante partijen.

De inventarisatie in kaarten en getallen In deze inventarisatie worden de volgende drie hoofdtypen landgoederen onderscheiden: 1. Historische landgoederen; 2. Nieuwe landgoederen; 3. Verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied. Type Historische landgoederen Nieuwe landgoederen Totaal landelijk gebied Verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied

Aantal 83 111 194 10

Oppervlakte in hectare 2.490 1.001 3.491 256

Met recht mag gesteld worden dat Enschede een landgoedstad is. In totaal zijn 204 landgoederen op kaart gezet. Dit zijn administratieve eenheden zoals geregistreerd binnen de Natuurschoonwet, waarbij meerdere rangschikkingen van dezelfde eigenaar/landgoederen eruit gefilterd zijn. Er is tussen een deel van de op deze manier onderscheiden landgoederen een ruimtelijke samenhang. Deze worden wel als eenheid beleefd. Ongeveer een derde van het landelijk gebied van Enschede bestaat uit landgoederen. Daarmee heeft Enschede zowel een bijzondere positie binnen Overijssel alsmede binnen Nederland: nergens vindt men zo'n hoge concentratie van jonge buitenplaatsen en landgoederen in een relatief klein gebied. De diversiteit aan landgoederen is groot en komt onder meer tot uiting in de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling door tijd, omvang, samenstelling (grondgebruik), aanwezigheid van bebouwing, landschappelijke kenmerken en in hun activiteiten. De grote gemene deler van de historische landgoederen in Enschede is dat ze vrijwel allemaal een textielgeschiedenis kennen. Pagina 5 van 68

Het belang van landgoederen voor Enschede Landgoederen zorgen voor veel natuur met weinig inzet van publieke middelen. De meeste landgoederen maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Met name historische landgoederen vallen op door de aanwezigheid van veel bos dat een belangrijke rol speelt voor ons welzijn. Vrijwel alle landgoederen bieden wandelgelegenheid voor stedelingen en schone lucht door middel van hun bossen die CO2 en fijnstof opnemen en zuurstof produceren. Daarnaast bezit een deel van de landgoederen bijzondere kwaliteiten die niet vanzelfsprekend zijn en voortdurend onderhoud behoeven. Deze bijzondere kwaliteiten betreffen: zeldzame natuur, aantrekkelijk landschap, monumenten en tuin- en parkaanleg. Zorgen en problemen bij instandhouding Landgoedeigenaren hebben te kampen met verschillende zorgen en problemen bij de instandhouding van hun landgoed. De belangrijkste knelpunten die uit deze inventarisatie zijn: 1. 2. 3. 4.

Tekorten op de exploitatie van landgoederen; Gebrek aan toezicht op de landgoederen en in het buitengebied als geheel; Verdroging door klimaatverandering en door verlaging grondwaterpeil; Opvolgers die bereid en in staat zijn tijd en geld in het landgoed te steken

Perceptie over de gemeente en het huidige beleid Onder landgoedeigenaren en rentmeesters heerst het beeld dat de gemeente Enschede maar weinig aandacht heeft voor het buitengebied en voor landgoederen. De Gids buitenkans wordt als achterhaald beschouwd en in praktijk als moeizaam te implementeren ervaren. Kansen en mogelijkheden voor de toekomst Om de landgoederen te versterken en voor de toekomst te behouden doen zich verschillende kansen en mogelijkheden voor: 1. Invulling geven aan opgaven voor het landelijk en stedelijk gebied; 2. Erfgoed Deal; 3. ZON-programma; 4. Natuurontwikkelingen op kleine landgoederen. Conclusies en aanbevelingen ‘Enschede landgoedstad’ heeft de potentie om een merk te worden waarmee niet alleen de gemeente Enschede zich profileert, maar waar de landgoederen zich gezamenlijk mee kunnen profileren én - even zo belangrijk – van kunnen profiteren als het om het behoud van de waarden van een landgoed gaat. Van belang is dat het nieuwe beleid hier de mogelijkheden voor biedt. Om invulling te geven aan het uitgangspunt ‘Enschede landgoedstad’ en een oplossing te bieden voor de geconstateerde knelpunten worden aan de gemeente de volgende aanbevelingen gedaan: 1. Faciliteer en participeer als gemeente bij kansen die zich voordoen op landgoederen om maatschappelijke opgaven te verwezenlijken; 2.

Biedt landgoederen met bijzondere kwaliteiten (natuur en erfgoed) extra ontwikkelingsmogelijkheden; 3. Stel een accountmanager voor landgoederen aan; 4. Zet een of meer gemeentelijke BOA’s in voor het buitengebied; 5. Sla de handen ineen met waterschap en landgoedeigenaren in de strijd tegen verdroging. Daarnaast worden de volgende aanbevelingen aan eigenaren gedaan: 1. Landgoederen moeten meer aan hun PR doen; 2. Ga meer samenwerken en wordt daarmee een steviger gesprekspartner voor overheden e.a. Pagina 6 van 68

Afb. 1.1. Landhuis op Het Stroot. Het Stroot was vanouds een gewaard erf in de marke Twekkelo, dat al in 1338 in de geschriften voorkwam. Het landgoed werd in 1819 gesticht door Johanna Berendina Roessingh, geboren van Heek. In 1865 werd haar neef Gerrit Jan van Heek eigenaar. Op het landgoed bevond zich toen een 'zeer logeabel heerenhuis' met daarbij een tuin, een vijver en 'wandelingen'. Het huis, met terrassen van Bentheimer zandsteen, staat op een verhoging. In de loop der tijd zijn verschillende tuin- en landschapsarchitecten actief geweest om de tuin aan te passen aan de wensen en mode van de tijd. Op het landgoed bevinden zich - naast het landhuis - een koetshuis, een zogenaamd ‘speelhuisje’ en twee boerderijen. Het Stroot is één van de vijf complex historische buitenplaatsen binnen de gemeente Enschede.

Afb. 1.2. Theekoepel op De Helmer. Het erf De Helmer is al eeuwenoud, in de archieven wordt het voor het eerst genoemd in 1305. Gedurende de eeuwen wisselde de boerderij regelmatig van eigenaar. In 1860 liet de toenmalige eigenaar, de familie Ter Kuile, een theekoepel bouwen. Hier werd 's zomers thee gedronken en in de winter werd het gebouwtje voor de jacht gebruikt. In 1892 werd de familie Menko eigenaar. Op het landgoed bevindt zich een drietal boerderijen, een theekoepel en een put (allen rijksmonumentaal) die zijn omringd door een beek, vijver, een kamp en bos. De tuin en het park zijn naar ontwerp van de firma Copijn.

Pagina 7 van 68

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor de inventarisatie

De gemeente Enschede bereidt een ‘Visie landelijk gebied’ voor. Met de Visie Landelijk gebied wil de gemeente Enschede een koers uitzetten (met daaraan gekoppeld een uitvoeringsprogramma) om te werken aan de grote opgaven die in het landelijk gebied spelen. Ongeveer eenderde van het landelijk gebied bestaat uit landgoederen. Daarmee zijn de landgoederen een belangrijke speler in het Enschedese buitengebied en van groot belang voor de kwaliteit van de leefomgeving en het maatschappelijke medegebruik daarvan. In de door de gemeenteraad van Enschede – op 30 juni 2020 – vastgestelde Nota van Uitgangspunten ten behoeve deze visie is het voornemen opgenomen om Enschede nadrukkelijker te profileren als een stad met een prachtige omgeving, waaronder veel historische landgoederen: ‘Enschede Landgoedstad’. ‘Enschede - landgoedstad Enschede heeft als bijzonderheid het grote aantal landgoederen gesticht door textielbaronnen. Deze bijzondere kwaliteit wordt betrekkelijk weinig benut en uitgedragen.

Het benadrukken van deze kwaliteit moet doorwerken in het beleid – dat gericht is op versterking van deze landgoederen, maar ook op de uitbouw van de toeristisch-recreatieve mogelijkheden van Enschede.’1 2 In het gesprek tussen de gemeente Enschede en het Overijssels Particulier Grondbezit (hierna OPG) is gebleken dat om invulling te geven aan dit uitgangspunt het nodig is meer te weten te komen over de landgoederen. Zowel bij de gemeente Enschede als bij het OPG is niet volledig bekend welke landgoederen zich binnen de gemeente bevinden en wat de kenmerken van deze landgoederen zijn. Beide partijen hebben geconstateerd dat er een behoefte is aan nieuwe handvatten voor het formuleren van beleid gebaseerd op up to date kennis van de landgoederen in Enschede.

1 2

Gemeente Enschede, 2020-1, 9. De hantering van de term ‘textielbaron’ verdient nadere aandacht. Het is een term die diverse betekenissen kent. Voor nazaten van textielfabrikanten wordt het ervaren als scheldnaam. Voor ‘buitenstaanders’ is het een metafoor voor de elite. De rijke top van de Enschedese bevolking bestond uit ondernemers in de textielindustrie en het verdiende geld investeerden zij – onder meer – in de aanleg van landgoederen. Hoewel de landgoederen nog bestaan, is de textielindustrie als de kurk waar ze op dreven inmiddels vrijwel verdwenen. Vanuit de adelgeschiedenis bezien is de titel baron voorbehouden aan de adel.

Pagina 8 van 68

1.2

Doelstellingen

Voor de taakuitvoering van het OPG en voor het opstellen van gemeentelijke Visie landelijk gebied is het gewenst om: A. Kennis te verzamelen over de kenmerken van de landgoederen in Enschede; B. Inzicht te verkrijgen in de betekenis van de landgoederen voor de fysieke leefomgeving in Enschede; C. Inzicht te verkrijgen in de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen die zich op en voor de landgoederen voordoen; D. Inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden die zich op landgoederen voordoen om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. Ad. D. De komende jaren komt een groot aantal opgaven/thema’s op het landelijk en het stedelijk gebied af. De samenleving moet invulling geven aan onder meer:  Energietransitie: zonnevelden, windmolens, biomassa, biovergisting, enz.;  Stedelijke uitloopgebieden/groen in en om de stad;  De aanleg van nieuw bos en/of landschapselementen voor CO2 vastlegging en biodiversiteit;  Erfgoedbehoud: herstel, behoud en ontwikkeling van (textiel)landgoederen en andere historische landschappen en erven;  Klimaatbuffers/de klimaatrobuuste stad: o.a. vasthouden water en zoetwatervoorziening (aanvullen diepere grondwater, optimaliseren sponswerking bodem), tegengaan hittestress. De gemeente Enschede geeft in haar ‘Visie landelijk gebied Enschede’ voor deze opgaven/thema’s aan welke ontwikkeling haar voor ogen staat.

1.3

Ambitie OPG

Het Overijssels Particulier Grondbezit (OPG) vertegenwoordigt de particuliere eigenaren in het buitengebied van Overijssel. De leden van het OPG in de gemeente Enschede bezitten gezamenlijk zo’n 1.590 hectare. Het ledenbestand van OPG is divers, net als de oorsprong van de landgoederen. Dit geldt voor heel de provincie en ook zeker voor de gemeente Enschede. Van landgoederen met als oorsprong een middeleeuwse havezate tot landgoederen die in recente jaren ontwikkeld zijn. De ambitie van OPG in deze inventarisatie heeft betrekking op: 1. Beheer en duurzame instandhouding van natuur, landschap en erfgoed op de landgoederen; 2. Maatschappelijk draagvlak, erkenning zichtbaarheid – wederkerigheid. Landgoederen hebben maatschappelijke meerwaarde. De kwaliteiten van landgoederen blijven niet vanzelf overeind. Eigenaren werken met passie aan het doorgeven van hun bezit aan de volgende generatie. Dat brengt de nodige uitdagingen met zich mee; 3. Faciliteren van ontwikkelingen die maatschappelijke dienstverlening duurzaam financieren, dan wel nieuwe diensten mogelijk maken. Door middel van deze inventarisatie is invulling gegeven aan de onderdelen A en B zoals benoemd in paragraaf 1.2.

Het OPG ziet de inventarisatie daarnaast voor de onderdelen C en D als een basis om – in samenwerking met partijen zoals de gemeente Enschede, provincie Overijssel, Waterschap Vechtstromen en Landschap Overijssel – te komen tot een uitvoeringsprogramma (via een Erfgoed Deal en Zoetwatervoorziening Oost Nederland (ZON) programma) voor het herstel en de ontwikkeling van landgoederen in Enschede. Pagina 9 van 68

1.4

Onderzoeksvragen

Met deze inventarisatie is (getracht) antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen: Beschrijvende vragen 1) Welke landgoederen liggen binnen de gemeentegrenzen van Enschede? 2) Waar liggen de landgoederen, welke grond behoort tot het landgoed? 3) Wat is de ouderdom en historische oorsprong van de landgoederen? 4) Welke typen landgoederen vallen te onderscheiden? 5) Wat is de samenstelling c.q. het grondgebruik van de landgoederen? 6) Welke opstallen bevinden zich op de landgoederen, hoe oud zijn deze opstallen en kennen ze een beschermde status? 7) Wat is de eigendomssituatie van de landgoederen? 8) Welke maatschappelijke diensten leveren de landgoederen? Analyserende vragen 9) Wat is de staat van de landgoederen? 10) Welke sterke en zwakke punten en kansen en bedreigingen doen zich op macro niveau (niveau van stedelijk buitengebied, de landgoederenzone) voor op de landgoederen? 11) Op welke wijze kunnen de landgoederen een bijdrage leveren aan nieuwe ontwikkelingen met grote impact op het buitengebied en het stedelijk gebied? 12) Welke maatschappelijke waarden vertegenwoordigen de landgoederen?

1.5

De begrippen landgoed en buitenplaats

Landgoed In het werkveld en de literatuur worden uiteenlopende definities van wat onder een landgoed verstaan wordt gehanteerd:  (Uitgestrekte) landerijen en de daarop staande gebouwen;3  Een ruimtelijke eenheid aan elkaar grenzend land met landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en met een economische functie, zoals landbouw, wonen, werken, of recreatie. Het wordt gekarakteriseerd door een samenhangend beheer van een combinatie van natuur-, bos-, landbouw-, water- en/of parkelementen, eventueel met gebouwen;4  Een in Nederland gelegen, geheel of gedeeltelijk met natuurterreinen, bossen of andere houtopstanden bezette onroerende zaak – daaronder begrepen die waarop een buitenplaats of andere, bij het karakter van het landgoed passende, opstallen voorkomen – voor zover het blijven voortbestaan van die onroerende zaak in zijn karakteristieke verschijningsvorm voor het behoud van het natuurschoon wenselijk is.5 Het ideaalbeeld van een landgoed wordt weergegeven door de definitie zoals die opgenomen is in de rapportage ‘Inventarisatie van landgoederen in de provincie Overijssel’ en die als volgt luidt: ‘een ruimtelijke eenheid van terreinen en elementen die architectonisch, economisch en functioneel met elkaar zijn verbonden met als kern een (soms verdwenen) hoofdhuis, andere woningen en gebouwen, tuin, park, parkbos, bos, landbouwgrond, water en / of natuurterrein’.6

3

Van Dale. Jentink, & Bosch, 2018. 5 Natuurschoonwet 1928. 6 Albers, et al., 2011, 13. 4

Pagina 10 van 68

Landgoederen, en dan met name de grotere en oudere, worden vaak gekenmerkt door een samenspel van functies, er is geen maximalisatie van één functie, maar optimalisatie van de combinatie van functies. De genoemde elementen kunnen, maar hoeven niet allemaal aanwezig te zijn op een landgoed. Omdat niet alle landgoederen precies aan de definitie voldoen is om praktische redenen gekozen in deze inventarisatie alle onder de Natuurschoonwet 1928 gerangschikte gronden – voor zover bekend – mee te nemen. Bijlage 1 ‘Achtergronden’ bevat nadere informatie over de Natuurschoonwet 1928. Buitenplaats Een buitenplaats is een van oorsprong tweede huis op het platteland (naast een huis in de stad), dat in eerste instantie geen permanente woonfunctie had en gebruikt werd voor vermaak, recreatie en het ontvluchten van de stad. De samenstellende onderdelen zijn door opzet of ontwerp historisch en architectonisch met elkaar verbonden en vormen zo een onlosmakelijk geheel. Een bekend voorbeeld zijn de buitenplaatsen aan de Vecht, statige herenhuizen met fraaie tuinen, die vanaf de 17de eeuw werden aangelegd door rijke Amsterdamse burgers. Een buitenplaats kan onderdeel vormen van een landgoed, andersom is niet mogelijk. In oorsprong domineert bij een landgoed het nuttige, bij een buitenplaats het aangename.

Andere begrippen In bijlage 1 ‘Achtergronden’ wordt nader ingegaan op de in deze inventarisatie voorkomende begrippen.

1.6

Bronnen en onderzoeksmethoden

Voor de beantwoording van de hiervoor beschreven onderzoeksvragen is gebruik gemaakt van verschillende bronnen en methoden: analyse en verwerking van data met QGIS, literatuurstudie, cartografisch onderzoek, enquête en gesprekken met eigenaren en andere relevante partijen. Voor een overzicht van de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar de ‘Lijst van geraadpleegde bronnen’ achterin deze inventarisatie. In bijlage 3 wordt de voor deze inventarisatie gehanteerde werkwijze en de geraadpleegde bronnen uitgebreid toegelicht.

Pagina 11 van 68

1.7

Leeswijzer

Hoofdrapport Inleiding

In dit eerste hoofdstuk staan de aanleiding, doelstellingen, de ambitie van het OPG, onderzoeksvragen, gehanteerde bronnen en onderzoeksmethoden en de definitie van de begrippen landgoed en buitenplaats beschreven. Kaarten en getallen In hoofdstuk 2 staan de getalsmatige uitkomsten van de inventarisatie centraal. De landgoederen zijn daarbij onderscheiden in verschillende typen en categorieën. Belang van landgoed- Het algemene, maatschappelijk, belang van de Enschedese landgoederen, eren voor Enschede welke waarden de landgoederen vertegenwoordigen en welke bijzondere kwaliteiten een deel van de landgoederen bezit komen aan de orde in hoofdstuk 3. Zorgen en problemen Hoofdstuk 4 gaat in op de zorgen en problemen waarmee landgoedeigenaren kampen bij de instandhouding van hun landgoed. De zorgen en problemen laten zich doorvertalen in een aantal knelpunten. Perceptie over Hoe de gemeentelijke organisatie en het huidige beleid door landgoedgemeente en beleid eigenaren en rentmeesters ervaren worden komt aan de orde in hoofdstuk 5. Kansen en mogelijk- In hoofdstuk 6 staan de verschillende kansen en mogelijkheden die zich heden voordoen om de Enschedese landgoederen voor de toekomst te behouden centraal. Conclusies en In hoofdstuk 7 zijn conclusies en aanbevelingen opgenomen.

aanbevelingen Bijlagenrapport Bij deze inventarisatie horen diverse bijlagen welke opgenomen zijn in een bijlagenrapport en als losse bijlagen. De bijlagen bestaan uit achtergronden (1), een uitzetting van het huidig beleid (2), toelichting op de werkwijze (3), toelichting bij de GIS- en Excel-bestanden (4), GIS-bestanden (5), Excel-bestanden (6), PDF-kaarten (7), enquête en enquêteresultaten (8 en 9), en de maatschappelijke betekenis van historische landgoederen (11).

Pagina 12 van 68

Afb. 2.1 Ontginningswerkzaamheden op de Lonnekerberg onder leiding van Albert Jan Blijdenstein (ca. 1890). Het landgoed Lonnekerberg is ontstaan in de negentiende eeuw toen textielfabrikant Albert Jan Blijdenstein vele hectaren arme heidegronden aankocht. De heide werd grotendeels ontgonnen voor de aanplant van bos. Het huidige Prins Bernardpark werd niet ontgonnen. Dit gebied werd voornamelijk gebruikt als jachtterrein.

Pagina 13 van 68

Hoofdstuk 2

De inventarisatie in kaarten en getallen

In dit hoofdstuk staan de getalsmatige uitkomsten van de inventarisatie centraal. Landgoederen kunnen in verschillende typen en categorieën onderverdeeld worden. Een indeling kan onder meer plaatsvinden op ouderdom of op ruimtelijke kenmerken (zoals landhuis, tuin, park, grondgebruik enz.). Voor deze inventarisatie is ervoor gekozen om een combinatie te maken van een indeling op basis van ouderdom (historische en nieuwe landgoederen) en ruimtelijke kenmerken (nieuwe landgoederen en verdwenen landgoederen en/of landgoederen in het stedelijk gebied). Er is uitgegaan van de actuele grenzen en (eigendoms)situatie. Uitzondering hierop vormt het type verdwenen landgoederen en/of landgoederen in het stedelijk gebied, deze zijn indicatief begrenst. Vorenstaande leidt ertoe dat voor deze inventarisatie de volgende drie hoofdtypen landgoederen onderscheiden worden: 1. Historische landgoederen; 2. Nieuwe landgoederen; 3. Verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied. In het GIS-bestand en de Excellijst behorende bij deze inventarisatie zijn de kenmerken van elk landgoed apart genoteerd. Het GIS-bestand en de Excellijst behoren tot de losse bijlagen, respectievelijk 5 en 6. Vanwege het grote aantal landgoederen dat zich binnen de gemeente Enschede bevindt worden in dit hoofdstuk voornamelijk de algemene bevindingen naar voren gebracht.

Het gaat daarbij om doorsnedes van de verwerkte en verworven gegevens. Voor specifieke gegevens op landgoedniveau wordt verwezen naar het GIS-bestand en/of de Excellijst.

Pagina 14 van 68

2.1

Cijfers

In totaal zijn er 204 landgoederen op kaart gezet, waarvan 194 in het landelijk gebied van Enschede. De gezamenlijke oppervlakte van deze landgoederen is 3.727 hectare, waarvan 3561 hectare in de gemeente Enschede en 166 hectare in buurgemeenten ligt. 7 Onderstaande tabel toont de onderverdeling in typen en oppervlaktes. Oppervlakte zegt – vooral in het geval van de historische landgoederen – meer dan aantallen in verband met de versnippering van landgoederen, onder ander ontstaan door vererving en verkoop. Het zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, ook vooral de historische landgoederen die vallen onder de definitie van landgoederen zoals de provincie die hanteert. Het grote aantal gerangschikte landgoederen in Enschede geeft wel aan dat we te maken hebben met een groot aantal eigenaren. Type

Aantal

Historische landgoederen Nieuwe landgoederen Totaal landelijk gebied Verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied

83 111 194 10

Oppervlakte in hectare8 2.490 1.001 3.491 2569

Het landelijk gebied van Enschede omvat ongeveer 10.000 hectare op een totale gemeentelijke oppervlakte van 14.272 hectare. Van die 10.000 hectare is zo’n 3.300 hectare landgoed, dus één derde van het totale buitengebied. De gemeente Enschede kent daarmee in vergelijking tot andere gemeenten in Overijssel een bovengemiddeld oppervlak aan landgoederen.10 Dat geeft het Enschedese buitengebied een heel ander karakter dan in gemeenten waar de landbouw het buitengebied domineert. De situatie in Enschede is niet alleen bijzonder in vergelijking met de rest van Overijssel maar ook met de rest van Nederland: nergens vindt men zo'n hoge concentratie van jonge buitenplaatsen11 en landgoederen in een relatief klein gebied.

25 %

Historische landgoederen Nieuwe landgoederen

65 %

10 %

Overig landelijk gebied

7

Een aantal landgoederen is gedeeltelijk in de gemeenten Dinkelland, Haaksbergen, Hengelo en Losser gelegen. Aantal hectares is naar boven afgerond. 9 De oppervlakte van deze landgoederen moet als indicatief beschouwd worden. 10 Vergelijking landgoederen Enschede en andere gemeenten in Overijssel o.b.v. Albers, et al., 2011, 49. 11 De eerste buitenplaatsen in Nederland werden gesticht in de zestiende eeuw, maar vooral vanaf het eind van de zeventiende eeuw werden er veel gerealiseerd. Enschede kent voornamelijk buitenplaatsen die in de loop van de negentiende en de eerste decennia van de twintigste eeuw werden aangelegd. Zie voor een nadere uitleg van het begrip buitenplaats paragraaf 1.5 en bijlage 1 ‘Achtergronden’. 8

Pagina 15 van 68

Afb. 2.2 Overzichtskaart landgoederen ingedeeld naar typen.

Pagina 16 van 68

Afb. 2.3 Overzichtskaart landgoederen. De gehanteerde kleuren hebben geen specifieke betekenis maar dienen om op micro niveau onderscheidt te kunnen maken in welke gronden tot welk landgoed behoren.

Pagina 17 van 68

Afb. 2.4 Het enige landgoed binnen de gemeentegrenzen van Enschede dat ontstaan is vanuit een havezate is Hof te Boekelo. In opdracht van Herman Ripperda werd in 1570 een geheel door grachten omgeven havezate gebouwd. De familie Ripperda bleef lang eigenaar van het Hof te Boekelo, tot Willem Ripperda in 1669 overleed. Zijn nalatenschap bleek met vele schulden bezwaard blijkt te zijn; de havezate en omliggende landerijen werden verkocht. Tot 1818 bleef het Hof te Boekelo in eigendom van verschillende adellijke families en werd toen opgekocht door derden waarna de havezate in 1820 werd afgebroken. In 1822 werd landgoed Hof te Boekelo door Helmich van Heek gekocht. Vandaag de dag kent het landgoed een omvang van ruim 150 hectare. Het centrum van het landgoed is de rijksmonumentale boerderij ’n Plas. In totaal bestaat het landgoed uit negen (voormalige) boerenerven.

Afb. 2.5 Het buitengoed ‘Het Stokhorst’ met boerderij werd op 30 augustus 1888 op een veiling te koop aangeboden door de erven van Jan Stroink. Engbert Jannink bracht een bod uit en werd de nieuwe eigenaar. Samen met tuinarchitect D. Wattez ontwikkelde Engbert een tuinplan. Er werd een villa gebouwd als buitenhuis waar de familie Jannink regelmatig met vrienden te vinden was. Na het overlijden van Engbert kwam Het Stokhorst in eigendom bij zijn oudste zoon Gerhard. Deze maakt samen met zijn echtgenote Tini als snel een plan om een geheel nieuw landhuis te bouwen. Architect De Bazel werd gevraagd om hiervoor een ontwerp te maken. Het nieuwe landhuis kwam in 1913 gereed en zou tot 1920 dienst doen als buitenhuis. Inmiddels was het tuinplan opnieuw aangepast door tuinarchitect D.F. Tersteeg. In 1926 ging de familie Jannink permanent wonen op Het Stokhorst. Sinds 2010 is het huis eigendom van Bernard ten Doeschot, eigenaar van een duurzame investeringsmaatschappij Infestos en wordt het gebruikt als kantoor.

Pagina 18 van 68

2.2

Historische landgoederen

Definitie Landgoederen die vóór 1960 gesticht zijn behoren in het kader van deze inventarisatie tot het type ‘historische landgoederen’. Binnen dit type kan voor Enschede onderscheidt gemaakt worden in drie categorieën landgoederen: 1. Landgoederen ontstaan vanuit havezaten; 2. Landgoederen ontstaan vanuit boerenerven; 3. Landgoederen ontstaan vanuit ontginningen. 1. Landgoederen ontstaan vanuit havezaten Een van de oudste landgoederen binnen Enschede vindt haar oorsprong in een verdedigbaar huis in de vorm van een havezate: Hof te Boekelo. De oorsprong van dit landgoed gaat terug tot de middeleeuwen. In 1570 liet de adellijke familie Ripperda de havezate Hof te Boekelo bouwen. 2. Landgoederen ontstaan vanuit boerenerven Anders dan de elite in het westen van het land hadden de Twentse textielfabrikantenfamilies van oudsher een sterke band met het platteland. Voorgaande generaties werkten er als fabrikeur: ze trokken rond om bij boeren thuis geweven stoffen af te nemen en kenden de boerderijen en het buitengebied goed. Hier bevonden zich ook blekerijen en ververijen, meestal in de buurt van een beek. Textielfabrikeurs kochten boerenerven als waardevaste belegging. Vervolgens werd vaak een herenkamer of koepel gebouw op het grondbezit om er korte tijd te kunnen verpozen.

Veel Enschedese buitenplaatsen en landgoederen zijn ontstaan uit een boerenerf en dragen daar ook de naam van. Na de overschakeling van de huisweverij naar de fabrieksmatige productiewijze was de woning van de fabrikant meestal naast de fabriek gesitueerd. Naarmate de industrialisatie in de textielcentra toenam, nam de trek naar buiten een steeds grotere vlucht. Rond de theekoepel of het buitenhuis werden pleziertuinen aangelegd. Hiervoor gaven de fabrikanten vaak opdracht aan tuinarchitecten uit het westen van het land, zoals vader en zoon Wattez. Vaak brachten de families drie maanden, en later nog langer, door op hun buitenplaatsen. De eerste generatie buitenhuizen bestond vooral uit wit gepleisterde villa's in neogotische of classicistische stijl. Vanaf het begin van de twintigste eeuw werden veel van deze zomerverblijven vervangen, verbouwd of uitgebreid tot grotere landhuizen waar men het hele jaar door kon verblijven. 3. Ontginnings- en fabrikantenlandgoederen In de eerste helft van de negentiende eeuw gingen er steeds meer stemmen op om heidevelden en zandverstuivingen te ontginnen tot landbouwgrond en bossen aan te planten. De staat bevorderde dit door wetgeving die de verdeling van gemeenschappelijke gronden van marke-organisaties verplichtten, en door invoering van grondbelasting die ook gold voor de minder productieve heidevelden.

Ook werden er fiscale maatregelen genomen om de ontginning van deze terreinen aantrekkelijk te maken.12 De verdeling van de markegronden en het floreren van de textielindustrie leidde ertoe dat met name in de omgeving van Enschede, maar ook in de rest van Twente, zogenaamde ontginningslandgoederen werden gerealiseerd. Een van de bekendste voorbeelden hiervan is de Lonnekerberg, maar ook Zonnebeek kwam op dergelijke wijze tot stand.

12

Albers, et al., 2011, 24.

Pagina 19 van 68

De meeste historische landgoederen werden gesticht tussen 1850 en 1930. Een aantal landgoederen kent een nog vroegere geschiedenis. Ook na de Tweede Wereldoorlog werd op enkele landgoederen nog een landhuis gebouwd. Vanaf circa 1960 volgde de teloorgang van de textielindustrie en viel de stichting en verfraaiing van landgoederen stil. Vrijwel alle historische landgoederen zijn onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW) gerangschikt. Vrijwel alle historische landgoederen binnen de gemeente Enschede stammen uit de hoogtijdagen van de textielindustrie. Ook met de textielindustrie verweven industriëlen waren actief in de ontwikkeling van landgoederen. Zo verwierf John Tattersall in de periode 1875-1880 binnen de driehoek Enschede-Hengelo-Oldenzaal ruim 500 hectare aan woeste gronden. Op deze gronden werden onder andere de landgoederen ’t Slöttelmös, De Esbeek, De Wildernis en Lonneker Maten gesticht. Tattersall was mede-eigenaar van de machinefabriek Tattersall & Holdsworth, een belangrijke producent van textielmachines. Aantallen en oppervlakte In totaal zijn er 83 historische landgoederen op kaart gezet met een gezamenlijke oppervlakte van 2.490 hectare. Zoals in de vorige paragraaf al is aangegeven zegt de totale oppervlakte aan historische landgoederen / gronden die tot een historisch landgoed behoren danwel behoord hebben meer dan aantallen.

Door factoren als verervingen en verkoop is een deel van de historische landgoederen opgesplitst in aparte landgoederen. In paragraaf 2.6 worden hier een tweetal voorbeelden van gegeven. Onderstaande tabel toont de omvang van de landgoederen verdeeld omvangscategorieën. Omvang landgoed 0 tot 1 ha 1 tot 5 ha 5 tot 10 ha 10 tot 25 ha 25 tot 50 ha 50 ha en groter

Aantal landgoederen 3 7 26 23 11 13

Totale oppervlakte in ha. 2,0 24,9 173,2 368,9 407,6 1513,6

De landgoederen met een oppervlakte kleiner dan 5 hectare betreffen aanleunrangschikkingen of samenwerkingsrangschikking (zie ook bijlage 1 onder ‘Natuurschoonwet 1928’). Eigendom De overgrote meerderheid van de landgoederen van dit type is in particulier bezit. Hieronder zijn inbegrepen de landgoederen die eigendom zijn van een stichting of ondergebracht zijn in een ‘landgoed-BV’. Tien landgoederen zijn eigendom van terreinbeherende organisaties. Acht landgoederen zijn eigendom van Landschap Overijssel: Groot Brunink, Hof Espelo, Lonnekerberg, Lonnekermeer, Smalenbroek, Het Stroink, Teesinkbos en De Wildernis. De gezamenlijke oppervlakte van deze landgoederen bedraagt ruim 773 hectare. Natuurmonumenten is eigenaar van de landgoederen Haagse Bos en De Tip met een gezamenlijke oppervlakte van zo’n 75,5 hectare. De Tip was in oorsprong onderdeel van Het Oldenzaalse Veen. Het eigendom van de gronden die oorspronkelijk het landgoed Het Oldenzaalse Veen omvatte is vandaag de dag verdeeld onder vier eigenaren: drie particuliere eigenaren en Natuurmonumenten als terreinbeherende organisatie.

Pagina 20 van 68

Slechts drie landgoederen zijn in eigendom van bedrijven: Stokhorst en ’t Welna die beide als kantoor in gebruik zijn. Landgoed het Sybrook is sinds 1992 in gebruik als golfbaan, eigenaar is ‘Het Rijk Golfbanen’. Ruimtelijke verspreiding Het stedelijk gebied Enschede wordt omringd door landgoederen. De historische landgoederen zijn hoofdzakelijk aaneengesloten aan elkaar gelegen. Slechts een beperkt aantal is solitair gelegen. Er kunnen een aantal zones onderscheiden worden waar concentraties van historische landgoederen voorkomen:  Noordoost: o.a. Lonnekerberg, Sybrook, Haagse Bos en Het Oldenzaalse Veen;  Oost: o.a. Hooge Boekel, De Heide, De Vieker en De Welle;  Zuid: o.a. Berenbroek, Smalenbroek/Spik, Het Stroink en Groot Brunink;  West: o.a. Hof te Boekelo, Het Strootman, Christinalust, Het Stroot, De Paskamp en De Horste;  Noordwest: o.a. Hof Espelo, De Wildernis, Lonnekermeer, De Driesprong, De Badhut, Horstlanden. Grondgebruik Over de samenstelling c.q. het grondgebruik van de landgoederen kunnen binnen de grenzen van deze inventarisatie slechts op hoofdlijnen uitspraken gedaan worden. In het kader van de ‘Inventarisatie van landgoederen in de provincie Overijssel’ is voor alle in die inventarisatie opgenomen landgoederen het grondgebruik in beeld gebracht en via een GIS-bestand beschikbaar en raadpleegbaar gemaakt.

In het kader van voorliggende inventarisatie is gebleken dat dit GIS-bestand gedateerd, onjuist en onvolledig is. Zo zijn bijvoorbeeld de tuin- en parkaanleggen in het GIS-bestand gekarteerd als grasland en wordt als gevolg daarvan tot landbouwkundig gebruik gerekend. In de ‘Landbouwanalyse Enschede’ die in mei 2019 is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Enschede worden op basis van voornoemd GIS-bestand uitspraken gedaan over het grondgebruik van de landgoederen: ‘Bijna de helft van het grondgebruik van de landgoederen bestaat uit bos (45%), maar ook grasland komt veel (37%) voor. Hoofdzakelijk gaat dit om blijvend grasland dat in gebruik is door de landbouw. Een klein deel is in gebruik als akkerland (9%) of overig.’13 Zonder er een kwantitatieve analyse op los te laten ontstaat een soortgelijk beeld: het merendeel van het grondgebruik van de landgoederen bestaat uit bos. Op de tweede plek volgt grasland. Akkerland komt als grondgebruik vrijwel niet voor. Niet inzichtelijk is wat de samenstelling en intensiviteit van het grondgebruik is. Betreft het naald-, loof- om gemengd bos? Gaat het om productiebos of gaat het om natuurlijk beheer? Voor grasland geldt soortgelijks: Gaat het om grasland dat intensief beheerd en bewerkt wordt of betreft het extensief beheerd grasland? Het overige grondgebruik bestaat uit bebouwing. Op enkele van de landgoederen komt heide voor.

Voor de landgoederen die in eigendom zijn van terreinbeherende organisaties geldt dat het grondgebruik op deze landgoederen (hoofdzakelijk) op natuurwaarden en biodiversiteit gericht is.

13

Gillet, C., et al., 2019, 34-35.

Pagina 21 van 68

Diversiteit De historische landgoederen zijn enorm divers zowel in omvang als in diversiteit van gebouwen, landschappelijke kenmerken en in hun activiteiten. Ze hebben veelal een gemene deler: een textielgeschiedenis. Er zijn landgoederen waarin – vrijwel – alle in de definitie (zie paragraaf 1.5) opgenomen elementen aanwezig zijn. Het betreffen zowel landgoederen die in particulier eigendom zijn alsmede die in eigendom zijn bij een terreinbeherende organisatie. Te noemen vallen: Het Oldenzaalse Veen, Het Stroot, Hof te Boekelo, Hof Espelo en Zonnebeek. Dankzij de sterke samenhang in landschap, landbouw, natuurbeheer, bebouwing, bosbouw, cultuurhistorie en recreatie zijn deze landgoederen goed leesbare en beleefbare landschappen. Tot het type historische landgoederen behoren ook enerzijds de kleinere landgoederen die het karakter van een buitenplaats hebben zoals De Keizer en De Hegeboer, en anderzijds landgoederen die grotendeels uit bos bestaan zoals Christinalust en De Driesprong. Op – onder meer – Hof te Boekelo, Berenbroek, Groot Brunink en Hof Espelo zijn agrarische bedrijven gevestigd op het landgoed. Deze landgoederen onderscheiden zich in die zin van andere historische landgoederen waar de landbouwgronden veelal gepacht of gehuurd worden door agrariërs van buiten het landgoed.

Voor de landgoederen die in eigendom zijn van terreinbeherende organisaties geldt dat ze hoofdzakelijk als natuurgebied beheert worden en dat natuurwaarden, biodiversiteit en cultuurhistorie voorop staan. Opstallen Op 29 van de historische landgoederen bevindt zich een villa/landhuis, waarvan er 27 gebouwd zijn vóór 1960. Hiervan hebben er acht de status van rijksmonument, acht hebben de status van gemeentelijk monument en vijf huizen zijn aangeduid als karakteristiek. Een viertal historische huizen kent geen beschermde status. Op twee landgoederen is na 1960 een landhuis gebouwd, één uit 1969 en één uit 2016 waarbij de oorspronkelijke villa van begin 20e eeuw vervangen is door een modern landhuis. Op 25 landgoederen bestaat het hoofdgebouw van het landgoed uit een (woon)boerderij. Voor de overige landgoederen geldt dat het hoofdgebouw uit een woning bestaat die niet aan te merken is als landhuis, geen bebouwing aanwezig is of dat de bebouwing bestaat uit bebouwing in de vorm van theekoepels, recreatiewoningen en/of schuren, enz. Afbeelding 2.6 bevat een kaart waarop de monumentale en karakteristieke bebouwing op de landgoederen is aangeduid evenals de villa’s/landhuizen zonder status. De kaart is in groter formaat (bijlage 7) opgenomen bij deze inventarisatie.

Pagina 22 van 68

Afb. 2.6 Monumentale en karakteristieke bebouwing op landgoederen.

Pagina 23 van 68

Tuin- en park aanleg In totaal zijn er voor de historische landgoederen 26 tuin- en/of parkaanleggen gelokaliseerd. Van vier landgoederen heeft de aanleg de status van complex historische buitenplaats: een buitenplaats die de tand des tijds min of meer ongeschonden heeft overleefd. Hiermee gaat het om een monumentaal huis dat samen met bijgebouwen en een ontworpen tuin, park en/of bos een harmonieuze en onlosmakelijke eenheid vormt (zie ook bijlage 1 onder ‘Beschermde status van gebouwen en parken’). In het landelijk gebied kennen de volgende landgoederen de status van (rijksbeschermde) complex historische buitenplaats: 1. Het Stroot; 2. Hooge Boekel; 3. Stokhorst; 4. Zonnebeek. De tuinen van De Boekel en De Eekhof hebben de status van rijksmonument. De landhuizen van deze landgoederen kennen de status van gemeentelijk monument. De aanleg van buitenplaats De Tol met het landhuis worden als gemeentelijk monument beschermd. De aanleg van het Abraham Ledeboerpark (landgoed ’t Wageler) kent eveneens de status van gemeentelijk monument. Recent verkregen de villa en de aanleg van landgoed De Keizer, op verzoek van de eigenaren, de status van gemeentelijk monument. De overige 18 tuin- en park aanleggen genieten geen enkele vorm van bescherming. Onbekend is in welke mate de oorspronkelijke aanleg nog intact is en in welke staat dit groene erfgoed zich bevindt.

Afbeelding 2.7 bevat een kaart waarop de tuin en/of parkaanleggen op de landgoederen zijn aangeduid. De kaart is in groter formaat (bijlage 7) opgenomen bij deze inventarisatie. Openstelling Openstelling Ja Nee Onduidelijk/onbekend

Aantal 50 28 5

Veruit de meeste landgoederen zijn opengesteld voor publiek. De landgoederen die niet opengesteld zijn vallen voornamelijk in de omvangscategorie van 0 tot 10 hectare, het betreffen 16 landgoederen. Slechts één landgoed met een omvang van tussen de 25 tot 50 ha is niet opengesteld. Zie bijlage 1 onder ‘Openstelling’ voor een toelichting over de voorwaarden en beweegredenen van eigenaren voor openstelling. Openstelling is in de Natuurschoonwet niet verplicht. Maar als een eigenaar ervoor kiest om zijn landgoed open te stellen, geniet hij duidelijk meer fiscale voordelen.

Afb. 2.7 Een opengesteld landgoeder is vaak te herkennen aan dergelijke bordjes, die verplicht zijn als het landgoed gerangschikt is onder de NSW.

Pagina 24 van 68

Afb. 2.8 Tuin- en parkaanleggen op landgoederen.

Pagina 25 van 68

Afb. 2.9 Landgoed De Kuper, gelegen aan de Lossersestraat, dankt haar naam aan het erve De Kuper waarvan de eerste vermelding dateert van 1554. In 1970 waren de boerderij en bijgebouwen onbewoond en verlaten. Door verval en vandalisme werden de opstallen, die toen reeds een monumentale status hadden verkregen, aangetast. In 1986 kwam De Kuper in eigendom bij dhr. J.J. Zwaferink uit Losser. Hij stelde alles in het werk om het erf weer bewoonbaar te maken en liet de gronden en opstallen rangschikken onder de NSW als landgoed. Er werd een wandelroute aangelegd en werkzaamheden verricht om de natuurwaarden op het landgoed te verhogen. De Kuper is, samen met het ertegenover gelegen landgoed De Elsbeek dat vroeger onderdeel was van De Kuper, één van de parels binnen het type boerderijlandgoederen. Het landgoed kent een oppervlak van circa 21 hectare met onder meer bossen, poelen, weilanden en akkers.

Afb. 2.10 Landgoed Erve Heusinkveld, gelegen aan de Wissinksdijk, is een ander voorbeeld van een boerderijlandgoed. Het landgoed, dat opengesteld is, kent een oppervlakte van zo’n 8 hectare bestaande uit bos, weiland en erf. De uiterlijke verschijning van het landgoed verschilt niet veel van een regulier erf in het buitengebied.

Pagina 26 van 68

2.3

Nieuwe landgoederen

Definitie Nieuwe landgoederen betreffen gronden die in de periode 1960-heden onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW) als landgoed zijn gerangschikt en voor die tijd niet als landgoed bestonden. Binnen dit type kan onderscheidt gemaakt worden in twee categorieën landgoederen: 1. Boerderijlandgoederen; 2. Rood-voor-groen landgoederen; 1. Boerderijlandgoederen Deze landgoederen verschillen qua historie en ruimtelijk voorkomen vaak duidelijk van de historische landgoederen. Boerderijlandgoederen zijn over het algemeen niet duidelijk als zodanig te herkennen in het landschap, hun uiterlijke verschijning is vaak niet veel anders dan een regulier boerenerf of woonerf in het buitengebied. Er is veelal geen duidelijk esthetisch ontwerp gemaakt. Landgoederen van dit type worden vaak niet beschreven in de literatuur en zijn soms herkenbaar aan de openstellingsbordjes (zie afb. 2.7). Om als zelfstandig landgoed in de zin van de NSW gerangschikt te worden dient het landgoed een minimale omvang te hebben van 5 hectare en voor minimaal 30% uit bos, natuurterreinen of andere houtopstanden te bestaan. De belangrijkste reden om gronden onder de NSW te rangschikken zijn fiscale de voordelen bij overdracht (schenken, erven en verkoop), inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en de Wet WOZ.

Daartegenover staat de verplichting om de gronden minimaal 25 jaar gerangschikt te houden en de natuur in stand te houden. De provincie en de Belastingdienst zijn bevoegd gezag bij de controle van de NSW-voorwaarden. De variëteit binnen het typeboerderijlandgoederen is zeer divers. Het betreffen enerzijds agrarische bedrijven in grootschalig jong ontginningslandschap en anderzijds (monumentale) woonboerderijen in kleinschalig historisch oude hoevenlandschap. 2. Rood-voor-groen landgoederen In de jaren 90 van de vorige eeuw is het idee van nieuwe landgoederen gelanceerd in het Bosbeleidsplan (1993) en het Structuurschema Groene Ruimte (1995). In de Nota Ruimte (2004) is gesteld dat met nieuwe landgoederen financiële middelen konden worden gegenereerd voor de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (tegenwoordig NNN).14 Tot de herziening van de Gids buitenkans in 2014 bestond in de gemeente Enschede de mogelijkheid in de stadsrandzone een nieuw landgoed met landhuis te stichten wanneer 5 hectare landbouwgrond onder de NSWgerangschikt werd. Achterliggende gedachte was om de kwaliteit en toegankelijkheid voor de stedelijke uitloopfunctie van de stadsrandzone te verbeteren. Buiten de stadsrandzone was het stichten van een nieuw landgoed met landhuis mogelijk bij het rangschikken van 10 hectare.

In de huidige Gids buitenkans is een nieuw landgoed stichten – onder voorwaarden – zowel in als buiten de stadsrandzone mogelijk wanneer minimaal 10 hectare landbouwgrond onder de NSW gerangschikt wordt. Dergelijke landgoederen kunnen gerealiseerd worden op basis van ‘De nieuwe landgoederenregeling.15

14 15

Albers, et al., 2011, 24. Gemeente Enschede, 2014.

Pagina 27 van 68

Bij Rood-voor-groen landgoederen bestaat de mogelijkheid om nieuwe bebouwing toe te voegen. Het gaat om een bouwmogelijkheid van minimaal 1.000 m3 en maximaal 1.500 m3 met maximaal 500 m3 aan bijgebouwen, waarbij een beheergebouw is inbegrepen. De bebouwing wordt onder architectuur gerealiseerd. Dit nieuwe hoofdgebouw is een belangrijk onderscheidend kenmerk ten opzichte van boerderijlandgoederen. Boerderijlandgoederen, aantallen en oppervlakte In totaal zijn er 105 boerderijlandgoederen op kaart gezet, met een gezamenlijke oppervlakte van 962 hectare. Vergeleken met de historische landgoederen is het aantal landgoederen van dit type aanzienlijk groter, terwijl de totale oppervlakte die tot type behoort minder dan de helft van het oppervlak aan historische landgoederen bedraagt. Onderstaande tabel toont de omvang van de landgoederen verdeeld in een aantal categorieën. Omvang landgoed 0 tot 1 ha 1 tot 5 ha 5 tot 10 ha 10 tot 25 ha 25 tot 50 ha 50 ha en groter

Aantal landgoederen 11 20 48 20 3 3

Totale oppervlakte in ha. 5,2 56,9 309,4 326,5 97,3 166,8

De landgoederen met een oppervlakte kleiner dan 5 hectare betreffen, enkele uitzonderdingen daar gelaten, aanleunrangschikkingen of samenwerkingsrangschikkingen. De uitzonderingen hebben betrekking op landgoederen die wel op de kaart met NSW-gerangschikte percelen in de gemeente Enschede opgenomen zijn maar niet voldoen aan het NSW oppervlakte criterium van 5 ha en waarvan onduidelijk is of het aanleunrangrangschikkingen of samenwerkingsrangschikkingen betreffen. Veruit het grootste aantal landgoederen van dit type (48) kennen een oppervlakte van tussen de 5 en 10 hectare. 5 hectare is het minimale oppervlak om als zelfstandig landgoed op basis van de NSW gerangschikt te kunnen worden. De gemiddelde oppervlakte van in deze omvangscategorie bedraagt 6,4 hectare. Ook in de omvangscategorie 10 tot 25 ha bevinden zich zowel in aantal – 20 – als in oppervlak – 326,5 ha – een aanzienlijke hoeveelheid landgoederen. Het aantal landgoederen met een oppervlakte van meer dan 25 hectare, binnen dit type, is beperkt, het betreffen ‘slechts’ zes landgoederen, waarvan er drie groter dan 50 hectare zijn. Deze drie landgoederen omvatten actieve agrarische bedrijven. Boerderijlandgoederen, eigendom Voor zover is kunnen nagaan zijn, op een enkele uitzondering na, alle landgoederen van dit type particulier bezit.

Hieronder zijn inbegrepen de landgoederen die ondergebracht zijn in een landgoedBV en/of waar het landgoed bestaat uit een agrarisch bedrijf. De enkele uitzondering betreft landgoed Algoed, dit landgoed wordt geëxploiteerd als zorgboerderij. Boerderijlandgoederen, grondgebruik In de vorige paragraaf is reeds uiteengezet dat over de samenstelling c.q. het grondgebruik van de landgoederen binnen de grenzen van deze inventarisatie slechts op hoofdlijnen uitspraken gedaan kunnen worden. Zonder er een kwantitatieve analyse op los te laten ontstaat het volgende beeld: het grootste deel van het grondgebruik van de landgoederen die behoren tot dit type bestaat uit landbouwgrond. Grasland voert daarbij de boventoon, gebruik als bouwland/maisland komt in veel Pagina 28 van 68

mindere mate voor. Boerderijlandgoederen bestaan in vergelijking met historische landgoederen voor een minder groot deel uit natuur (bos, natuurterreinen of andere houtopstanden). Historische landgoederen bestaan voor circa 50% uit natuur, bij boerderijlandgoederen ligt dit percentage vaak dichter bij de wettelijke verplichting van 30%. Boerderijlandgoederen, opstallen Het hoofdgebouw op landgoederen van dit type bestaat hoofdzakelijk uit (woon)boerderijen: 59. Drie boerderijen hebben de status van rijksmonument, eveneens drie hebben de status van gemeentelijk monument. Elf boerderijen zijn aangeduid als karakteristiek. Het aantal landhuizen/villa’s dat zich op dit type landgoederen bevindt is beperkt namelijk slechts negen. Afbeelding 2.6 bevat een kaart waarop de monumentale en karakteristieke bebouwing op de landgoederen is aangeduid evenals de villa’s/landhuizen. De kaart is in groter formaat (bijlage 7) en opgenomen bij deze inventarisatie. Boerderijlandgoederen, openstelling Openstelling Ja Nee Onduidelijk/onbekend

Aantal 32 59 14

Opvallend is dat minder dan de helft van de landgoederen van dit type opengesteld is. De landgoederen die niet opengesteld vallen bijna allemaal in de omvangscategorie van 0 tot 10 hectare: 54 landgoederen. De overige niet-opengestelde landgoederen behoren tot de omvangscategorie 10 tot 25 hectare. Zie ook wat in bijlage 1 onder ‘Natuurschoonwet 1928’ is beschreven ten aanzien van openstelling. Rood-voor-groen landgoederen In totaal zijn er 6 nieuwe landgoederen op kaart gezet met een gezamenlijke oppervlakte zo’n 39 hectare. Op de landgoederen zijn in recentere jaren nieuwe, eigentijdse, landhuizen gerealiseerd of deze huizen worden op dit moment gerealiseerd of moeten dat nog worden. De nieuwe landgoederen bevinden zich aan de westzijde (Tolbeeck), noordzijde (’t Amelinksbos, Het Twentse Werk, Lobbenslag en ’t Voortman) en oostzijde (‘t Ni-jnhoes) van de stad. De landgoederen aan de noordzijde vormen een groene enclave die grotendeels omsloten wordt door stedelijke bebouwing. Deze landgoederen vormen gezamenlijk met het historische landgoed ’t Welna een stedelijk uitloopgebied. ’t Ni-jnhoes vormt een buffer tussen de historische landgoederen van de Hooge Boekel en omgeving en het Euregioterrein. Conform het gemeentelijk beleid zijn alle Rood-voorgroen landgoederen opengesteld.

Pagina 29 van 68

Afb. 2.11 Landgoed Het Twenste werk is één van de vier Rood-voor-groen landgoederen die de afgelopen jaren in het kader van het plan ‘Groene Scheg’ werd gerealiseerd.

Afb. 2.12 Uitsnede van het inrichtingsplan voor landgoed Tolbeeck. De werkzaamheden zijn momenteel in volle gang.

Pagina 30 van 68

2.4

Verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied

Definitie De verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied betreffen in oorsprong allemaal historische landgoederen. Landgoederen van dit type zijn binnen het stedelijk gebied gelegen en vallen daarmee buiten het plangebied van de ‘Visie landelijk gebied’. Voor de volledigheid en om de ontwikkelingsgeschiedenis van de Enschedese landgoederen te begrijpen zijn deze landgoederen ook op kaart gezet. De mate waarin nog kenmerken van het oorspronkelijke landgoed en/of de landgoedaanleg aanwezig zijn loopt sterk uiteen. Het betreffen onder meer landgoederen die thans in gebruik zijn als stadspark, als groene enclave binnen de stedelijke omgeving nog intact aanwezig zijn of vrijwel compleet verdwenen zijn. De verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied betreffen in oorsprong allemaal historische landgoederen. Verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied in Enschede Binnen het type verdwenen landgoederen en/of landgoederen in stedelijk gebied kan onderscheid gemaakt worden in vier categorieën landgoederen: 1) Voormalige landgoederen, 16 tegenwoordig stadspark:  Blijdensteinpark;  Cromhoffsbleek;  Van Lochemsbleek en GJ van Heekpark;  ’t Wooldrikspark. 2) Landgoederen (buitenplaatsen) in stedelijk gebied:  Schuttersveld (complex historische buitenplaats);  Het Walmink.

3) Verdwenen landgoederen:  Drienerloo (universiteit);  Park de Kotten (onderdelen van de aanleg zijn nog aanwezig en herkenbaar);  ’t Zwik (landhuis is onderdeel huidige woonwijk). 4) Landgoederen in gebruik bij zorginstellingen:  ’t Amelink en Het Bouwhuis (beide landhuizen en (delen van) de tuinaanleg zijn nog aanwezig).

Afb. 2.13 Villa Schuttersveld, gelegen aan de Hengelosestraat en gebouwd in 1834-35, is de oudste textielfabrikantenvilla in Enschede. In 1843 liet de uit België afkomstige jonkheer Charles Louis de Maere het huis bouwen. Het huis ligt in een parkaanleg in landschappelijke stijl met als middelpunt een slingervijver. Schuttersveld heeft de status van complex historische buitenplaats.

16

Dat wat tegenwoordig bekend is als het Abraham Ledeboerpark was vroeger landgoed Het Wageler. Dit voormalige landgoed behoort tot het plangebied van de Visie landelijk gebied en wordt als zodanig tot het type historische landgoederen gerekend.

Pagina 31 van 68

2.5

Versnipperd eigendom maar gezamenlijk beheer

Door factoren als verervingen en verkoop is een deel van de historische landgoederen uiteen gevallen in aparte landgoederen. Versnipperd eigendom hoeft echter geen versnipperd beheer te betekenen. Twee voorbeelden hiervan zijn de omgeving van Hooge Boekel en landgoed De Weele. Omgeving Hooge Boekel De omvang van landgoed Hooge Boekel c.q. het bezit van de familie Van Heek in dit gebied omvatte op een zeker moment zo’n 400 hectare. Door vererving raakte het eigendom versnipperd. Het landgoed Hooge Boekel zoals dat in deze inventarisatie is begrensd kent een oppervlakte van ruim 29 hectare. Het gebied van de Hooge Boekel en omgeving kent de hoogste concentratie aan NSWgerangschikte percelen binnen de gemeente Enschede. In totaal komen binnen het gebied ruim 20 NSW-gerangschikte landgoederen voor. Naast het landgoed Hooge Boekel liggen in het gebied ook de historische landgoederen De Heide, De Vieker (beide gesticht door telgen uit de familie Ter Kuile), Erve Spiele en De Boekel (eveneens gesticht door een telg uit de Ter Kuile familie). Ook deze landgoederen zijn door vererving of verkoop (deels) versnipperd geraakt. Waar dat op basis van de geraadpleegde bronnen mogelijk was is aangegeven waar een tegenwoordig landgoed in oorsprong onderdeel van uit heeft gemaakt. Het landgoed is dan tot het type ‘Historische landgoederen, tot 1960’ gerekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=d3d5039b-d174-4ae1-b09e-13e33bfc7ff1