CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Kinderarmoede thesis Trinks_MA_BMS

Stedelijke commissie - EWIO 12 januari 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Beeldvormend: Halfjaarlijkse rapportage Rondkomen met je inkomen december 202537.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Daarbij komt de angst om fouten te maken, waardoor men geen aanvraag doet, net als schaamte om de armoede (Respondenten 1 en 2). De tegenstellende mensbeelden van bijvoorbeeld de Jeugdwet, WMO en de Participatiewet maken het daarbij lastig om samenhangend beleid te maken wat elkaar aanvult en niet elkaar tegenwerkt, maar geleidelijk ontstaat er meer aandacht voor de menselijke maat (Respondenten 1 en 2). Dit is ook landelijk te zien bij de hervorming van de Participatiewet (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2024). Door Respondent 1 werd aangegeven dat er bij het maken van beleid gebruik wordt gemaakt van wetenschappelijk onderbouwde methoden, maar dat er ook voor een groot deel wordt uitgegaan van gezond verstand en ‘kijken wat werkt’. Het neurologisch mechanisme (McEwen & McEwen, 2017) en het schoolklimaat (Rosenthal & Jacobson, 1968) bevatten twee gebieden die een aanvulling kunnen zijn op het huidige beleid. Bij het neurologisch mechanisme werd aangegeven dat de gemeente veel aandacht besteed aan ondersteuning van de kinderen op verschillende vlakken en dat er veel ontmoetingsplekken zijn om de sociale cohesie te verbeteren. Wijkactiviteiten specifiek gericht op armoede zijn nog niet ingezet (Respondent 2).

Het zou interessant zijn om te onderzoeken hoe de sociale cohesie op een bepaalde manier verbeterd kan worden, zodat men meer steun vanuit de buurt voelt en dat dit er ook daadwerkelijk is, want dit kan voor zowel ouders als kinderen stressverlichtend werken. Als gekeken wordt naar het schoolklimaat, dan is er veel aandacht voor ondersteuning waar nodig en meer aandacht voor passend onderwijs over het algemeen. Hierbinnen wordt het Pygmalion-effect niet benoemd, maar dit zou een waardevolle aanpak kunnen zijn wat aansluit op het 54

kansrijk investeren, wat naar voren komt in de LEA. Er zou ook onderzocht kunnen worden of dit principe voor de desbetreffende volwassenen effect kan hebben, aangezien er aandacht is voor het voorkomen van negatieve effecten van labels en het Pygmalion-effect een positief karakter aan labels kan geven. Het ravijnjaar (2026) houdt in dat de Rijksoverheid €2,4 miljard gaat bezuinigen op het Gemeentefonds (VNG, 2025), een grote inkomensbron van gemeenten. Hierdoor zou 75% van de Nederlandse gemeenten hun begroting niet sluitend krijgen. Dit ravijnjaar moet overbrugd worden door middel van bezuinigingen binnen de gemeenten. De gemeente Enschede moet 30 miljoen gaan bezuinigen (Gemeente Enschede, 2025b). Volgens Respondent 1 is er veel aandacht geweest over wat cruciaal is en wat men echt nodig heeft, want als bepaalde regelingen wegvallen, dan zou dat “slecht [zijn] voor de toekomst van de stad” (Respondent 1). Het eerder voorgenomen beleid kan dus niet volledig worden uitgevoerd, wat wellicht invloed kan hebben op de uitwerking van het (kinder)armoedebeleid. Er kan geconcludeerd worden dat het beleid goed aansluit op de wetenschap, waardoor deze een gespreid (flankerend) beleid heeft, wat op deze manier veel factoren en mechanismen kan benutten.

Er is veel aandacht voor het kind, maar door structurele tekorten vanuit de bijstand door de Rijksoverheid en de beperkte mogelijkheid van de gemeente om deze tekorten op te vullen wordt verwacht dat de (kinder)armoede niet volledig op kan worden gelost. Daarom plakt de gemeente veel pleisters waar dit het hardste nodig is. Er wordt ingezet op het voorkomen van intergenerationele armoede, waarbij ze via educatie, taalvaardigheid en kansengelijkheid, naast verschillende ondersteuningen en regelingen van de gemeente, verschil proberen te maken. De armoede daalt, maar er zal een groep zijn die langdurig in armoede leeft en vaak ook multiproblematiek ervaart, waardoor deze groep moeilijker uit de armoede kan komen. Er wordt ingezet op de kinderen, omdat een nieuwere generatie met de juiste kansen en ondersteuning hier hopelijk uit komt, want de bijstand is onvoldoende voor veel mensen met (en zonder) kinderen die hiervan moeten leven. De menselijke maat zorgt voor steeds meer begrip bij zowel de overheid als hulpverlenende instanties, zodat het systeem mensen niet benadeelt voor iets waar veel mensen niets aan kunnen doen, omdat er bijvoorbeeld intergenerationele armoede is of ongelukkige omstandigheden in het leven die deze armoede heeft veroorzaakt.

55

5. Conclusie en discussie 5.1 Beantwoording centrale onderzoeksvraag In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: Wat zijn de te verwachten effecten van maatregelen die de gemeente Enschede neemt ten aanzien van het verminderen van kinderarmoede? Voor de beantwoording van deze vraag is er een theoretisch overzicht gegeven van de belangrijkste achterliggende principes waardoor armoede en daarmee kinderarmoede ontstaat en hoe dit kan worden opgelost. Hieruit is gebleken dat er veel factoren en mechanismen van invloed zijn en dat kinderarmoede niet alleen vanuit economisch perspectief moet worden bekeken, maar ook vanuit sociale, politieke en omgevingsfactoren, zoals Moore (2001) heeft benoemd. Dit is onder andere te zien aan problemen die binnen de gemeente een rol spelen: armoede, kinderarmoede, kansenongelijkheid, schulden, onderwijsachterstanden en groeiende jeugdzorg cijfers. Het vraagt om inzet op meerdere gebieden. Op basis hiervan heeft dit onderzoek van zeven beleidsnota’s en strategische visies verschillende oorzaakgevolg en doel-middel schema’s gemaakt om een overzicht te creëren van op welke eerder vastgestelde factoren en mechanismen het kinderarmoedebeleid inzet. Hieruit is gebleken dat de aanpak van de gemeente Enschede goed aansluit op deze factoren en mechanismen.

Het beleid is grotendeels flankerend, omdat er niet letterlijk benoemd kinderarmoedebeleid wordt uitgevoerd en dit binnen de beleidsdocumenten tussen de regels door moet worden gelezen. Dit past bij de zienswijze dat kinderarmoede zich niet alleen op economisch gebied afspeelt. Er is onder andere aandacht voor educatie, de eerste 1000 dagen, ondersteuning voor de ouders op verschillende gebieden zoals opvoeding en financiën, het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling, jeugdzorg, rondkomen met je inkomen, schulden, buitenschoolse opvang en activiteiten, vergroening van de stad, verrommeling voorkomen en het tegengaan van criminaliteit (BBE et al., 2022). Educatie, taalvaardigheid en kansengelijkheid zijn grote punten waarop binnen de gemeente wordt ingezet, omdat deze binnen de wetenschap worden gezien als belangrijke determinanten voor het rond kunnen komen in het latere leven (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023). De spreiding en het inzetten op verschillende factoren en mechanismen vergroot de kans dat het beleid aanslaat bij meerdere groepen, afgaande op Pawson & Tilly’s realistic evaluation (1997). Alle vijf beleidsinstrument typen van Bressers & Klok (1987) zijn aanwezig, wat aangeeft dat er verschillende tactieken worden gebruikt om gedrag op meerdere manieren te kunnen beïnvloeden.

De ontwikkeling van de menselijke maat binnen het huidige beleid is hierbij waardevol. Dit is een werkwijze waarbij er meer aandacht is voor de individu en waarbij er ruimte is om fouten te maken (Vonk et al., 2021). Hier is eerder minder rekening mee gehouden, wat negatieve gevolgen heeft gehad. De gemeente leert daarmee dus en er is nu veel meer communicatie geweest met professionals, beleidsmakers, wetenschappers en de doelgroepen bij het opstellen van dit beleid. Uit verschillende statistieken is gebleken dat armoede en kinderarmoede daalt, dus in eerste instantie kan worden geconstateerd dat het (kinder)armoedebeleid bijdraagt aan positieve ontwikkelingen. Dit is echter ook een landelijke trend, dus er zal meer onderzoek moeten worden gedaan om erachter te komen of dit komt door het beleid of andere ontwikkelingen binnen de samenleving. Hiernaast kan worden geconcludeerd dat de bijstand in vele gevallen te laag is om binnen de gemeente Enschede van rond te komen, met name als de kinderen ouder worden (Van Gaalen & Wieman, 2023). De gemeente probeert via verschillende regelingen de grootste gaten op de vullen, wat deels lukt, maar een grote groep ervaart desondanks een tekort.

Vanuit het gemeentelijk beleid worden er pleisters geplakt en met het vooruitzicht op de aankomende gemeentelijke bezuinigingen van 30 miljoen (Respondent 1) zal het bedrag waarschijnlijk niet aangevuld raken, tenzij er verandering komt vanuit overheidsbeleid.

56

Aangezien er een grote groep ouders is die niet of moeilijk kan rondkomen, wordt er ingezet op het kind zelf door onder andere in te zetten op de taalontwikkeling, de eerste 1000 dagen, het ‘mee kunnen doen’ aan verschillende activiteiten, de educatie en de kansengelijkheid (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023). Zo wordt geprobeerd een nieuwe generatie meer kansen te bieden om uit de armoede te komen. Deze sluiten aan bij de wetenschappelijke theorieën, maar de vraag blijft hangen of dit voldoende is, omdat er veel individuele factoren zijn om rekening mee te houden. Hierbij is maatwerk belangrijk. Hier wordt veel op ingezet, oftewel men probeert te weten te komen waar daadwerkelijk behoefte aan is. De aanpak van de gemeente sluit aan op de wetenschap, maar als de overheid de hoogte van de bijstand niet wijzigt of andere middelen inzet, dan worden er problemen verwacht voor ouders met kinderen die van de bijstand, of net erboven, moeten rondkomen. Dit verhoogt de kans op intergenerationele armoede.

5.2 Wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie 5.2.1 Wetenschappelijke relevantie De wetenschappelijke relevantie van dit onderzoek ligt in het toetsen van de bruikbaarheid van het beleidswetenschappelijke analysekader voor het reconstrueren van de beleidstheorie en het toetsen van de veronderstellingen hierin op grond van een reconstructie van het veldproces. Dit onderzoek gaat uit van de veronderstellingen binnen het beleid, zoals Van Heffen (2008) en Hoogerwerf (1984) aangaven, met daarbij het perspectief van Hoppe et al. over “heendenken en terugdenken” (2001, p. 13) en Pawson & Tilly’s “realistic evaluation” (1997). Het analysekader combineert deze verschillende theorieën via oorzaak-gevolg en doel-middel analyses, welke laten zien hoe en of het beleid aansluit op de doelgroep, en wat de achterliggende (wetenschappelijke onderbouwde) factoren en mechanismen zijn die dit verklaren. Afgaande op het bovenstaande laat het analysekader binnen dit onderzoek een manier zien om de effectiviteit en legitimiteit van kinderarmoedebeleid binnen de gemeente Enschede te kunnen beoordelen door middel van een reconstructie van het veldproces en de vergelijking met de beleidstheorie. Door middel van het bestuderen van de veldtheorie en deze te combineren met de beleidstheorie is een overzicht gemaakt van hoe deze op elkaar aansluiten.

Ondanks dat van alle factoren en mechanismen is gebleken dat ze toepasbaar zijn bij een beleidsanalyse, zijn sommige theorieën beter toepasbaar dan andere. Daarom zijn sommige beleidsinstrumenten en doelstellingen op indirecte wijze verbonden en werken deze op indirect wijze door volgens de theorieën. Het neurologisch perspectief (McEwen & McEwen, 2017) wordt niet letterlijk benoemd zoals in deze theorieën wordt omschreven, maar men is zich bewust van de schade die stress veroorzaakt bij een kind en de ouders. In de regiovisie aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling (Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners, 2023) komt dit duidelijk naar voren. Indirect zijn er veel beleidsinstrumenten die op het neurologisch perspectief inspelen, zoals te zien is in de analyse, maar er is een verschil in de benadering van het sociaal vangnet, waarbij deze theorieën meer de nadruk leggen op het menselijk contact en de sociale cohesie, daar waar de gemeente dit zoekt bij het ondersteunen van kinderen op verschillende vlakken en bij ontmoetingsplekken zoals wijkpunten en IKC’s. Het sluit wel aan, alleen het sociaal vangnet is op een andere manier vormgegeven.

Er zijn beleidsdoelen die inspelen op de gezinsachtergrond en buurtachtergrond, zoals het verminderen van criminaliteit, preventie van huiselijk geweld en kindermishandeling, en jeugdzorg (BBE et al., 2022), dus daarbij heeft de praktijk een andere werkwijze dan waar de theorieën over het sociaal vangnet vanuit gaan in het model. De verschillende perspectieven die Parolin et al. (2024) hebben voorgesteld en daarbij de bevinding dat de familieachtergrond belangrijker wordt in een welvaartstaat is te zien aan de aanpak van de gemeente, onder andere aan de menselijke maat en het persoonlijkere contact. Perspectief 6, belastingen en uitkeringen, is niet volledig toepasbaar, omdat dit in de theorie over de redistributie van middelen door de overheid gaat, wat binnen het beleid van de gemeente niet letterlijk naar voren komt, behalve de manier hoe er wordt omgegaan met onder andere bestaanszekerheid, kansengelijkheid en verschillende 57

gemeentelijke regelingen. Dit laatste laat vooral de redistributie zien (Van Gaalen & Wieman, 2023). Het Pygmalion-effect (Rosenthal & Jacobson, 1968) is relevant voor het bestrijden van de onderwijsachterstand, maar deze theorie wordt niet benoemd binnen documenten zoals de LEA (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023). Er wordt veel aandacht besteed aan ondersteuning, maar of hierbij gebruik wordt gemaakt van het Pygmalion-effect kan niet uit de documenten worden vastgesteld. Bij Rondkomen met je inkomen (Gemeente Enschede, 2020) wordt gebruik gemaakt van ander woordgebruik om negatieve labels te voorkomen, maar dit is niet de volledige wijze waarop het Pygmalion-effect werkt, omdat deze theorie ervan uitgaat dat hoge verwachtingen veranderingen in gedrag veroorzaken en daarbij de ander positief beïnvloeden. In dit geval zou de gemeente door hoge verwachtingen haar taalgebruik aanpassen, zodat er minder schaamte zou worden gevoeld en hierdoor meer aanvragen zouden worden gedaan. Om hierachter te komen zou meer onderzoek nodig zijn. 5.2.2 Maatschappelijke relevantie De maatschappelijke relevantie van dit onderzoek ligt onder andere in het verdrag van de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind, het Kinderrechtenverdrag uit 1989 (Cohen, 1989).

Als wordt gekeken naar de belangrijkste rechten van een kind, dan wordt bij kinderarmoede niet volledig voldaan aan de hierin beschreven rechten. Aangezien er in de gemeente Enschede en in Nederland kinderarmoede is, wordt het Kinderrechtenverdrag niet volledig nageleefd. Om kinderarmoede te voorkomen is een goede aanpak van beleid cruciaal. Op basis van wetenschappelijke inzichten en inzichten uit de praktijk heeft dit onderzoek laten zien dat het beleid aansluit op wetenschappelijke inzichten, maar dat er structurele problemen zijn in de maatschappij. De bijstand is niet toereikend voor veel mensen, met name als ze (oudere) kinderen hebben. Daarbij is een inkomen tot 130% van de bijstand soms niet genoeg. Het resultaat laat zien dat de gemeente pleisters plakt om de ergste tekorten op te vullen en dat er meer wordt ingezet op kinderen, omdat de financiële ondersteuning vaak te weinig is. Daarom wordt geprobeerd een nieuwe generatie kansen te bieden om uit de armoede te komen, maar daarbij blijft een oudere generatie over die, als er geen extra ondersteuning komt, weinig kans heeft om hieruit te komen. De gemeente neemt veel maatregelen en deze sluiten aan op de wetenschappelijke literatuur. De vraag blijft dan over of dit genoeg is om kinderen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van armoede als er structurele tekorten blijven.

5.3 Limitaties onderzoek Dit onderzoek heeft een aantal limitaties. De analyse heeft zich gericht op het bestuderen van verschillende beleidsdocumenten, aangevuld door middel van twee interviews met medewerkers van de gemeente Enschede. Er is bewust voor deze afbakening gekozen, omdat hiermee binnen de beschikbare tijd voldoende diepgang bereikt zou kunnen worden. Een grotere hoeveelheid interviews zou ten koste zijn gegaan van de diepgang bij de documentanalyse. Op basis van zeven beleidsvisies en nota’s is er een uitgebreide analyse gedaan. Doordat er, in overleg met medewerkers van de gemeente Enschede, relevante documenten zijn gedeeld die openbaar toegankelijk zijn, is daarmee de relevantie van de te bestuderen documenten bevestigd. Het kinderarmoedebeleid moest tussen de regels door worden gelezen, omdat er vooral flankerend beleid wordt uitgevoerd. Daarom zijn de grootste relevante documenten uitgekozen voor de analyse. Er zullen uiteraard nog andere documenten zijn die aanvullend kunnen worden bestudeerd, maar vanwege de tijd zijn deze hoofddocumenten gekozen. Er zijn twee interviews afgenomen, omdat er een beperkt aantal interviews nodig was om de benodigde informatie te verkrijgen.

Als er meer tijd beschikbaar zou zijn geweest, dan zouden er onder andere interviews met hulpverlenende organisaties zijn afgenomen, omdat dit wellicht meer informatie uit de praktijk had kunnen opleveren. Deze organisaties liggen echter buiten de scope van dit ex-ante onderzoek, maar deze interviews hadden meer richting kunnen geven aan relevante oplossingen vanuit de praktijk. Voor meer achtergrond over het tot stand komen van het beleid hadden interviews kunnen worden afgenomen met politici, maar omdat dit voor de analyse van de factoren en mechanismen niet veel 58

meerwaarde had, en wellicht daardoor een gekleurder beeld zou scheppen, zijn de interviews beperkt tot medewerkers. Er is onduidelijkheid over de herkomst van het cijfer dat 1 op de 5 kinderen opgroeit in een minder stimulerend en veilig gezin (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023). Over het cijfer dat 1 op de 5 kinderen opgroeit in armoede (Bergboer, 2024a) is duidelijkheid verkregen en dit is inmiddels ook minder. Er is rondgevraagd binnen de gemeente en gezocht in data, maar er kon geen specifieke bron worden gevonden voor het eerstgenoemde cijfer, behalve dat deze in de beleidsnota’s en visies stond. Het zou kunnen gaan om hetzelfde cijfer, maar dat kan niet worden gegarandeerd. Er is tijdens de analyse niet in detail getreden via specifieke maatregelen, omdat er is geprobeerd om een breder beeld scheppen van het beleid. Hiervoor moest er tussen de regels door worden gelezen. Als deze maatregelen te specifiek zouden zijn geweest, dan had dit wellicht voor inconsistenties kunnen zorgen tijdens de oorzaak-gevolg en doel-middel analyses, omdat hiervan via schema’s verschillende verbanden zijn weergegeven. Door een globaler beeld te schetsen zijn deze schema’s overzichtelijker gebleven. Vandaar dat er doelstellingen benoemd zijn, in combinatie met globale acties die worden ondernomen.

Dit sluit ook aan bij het ex-ante karakter van dit onderzoek. Het onderzoek is zelfstandig uitgevoerd (met supervisie). Bij de oorzaak-gevolg analyse zou het beter zijn geweest om een tweede onderzoeker te hebben gehad om na te gaan of deze goed aansluiten bij de documenten. Om deze werkwijze te vervangen zijn de documenten meerdere keren nagelezen en zijn de oorzaak-gevolg analyses meerdere keren aangepast. Dit is ook gedaan bij de doel-middel analyses. De uitgewerkte interviews zijn twee keer nagegaan om de relevante informatie eruit te kunnen halen. Op deze manier is geprobeerd om bias in het onderzoek tegen te gaan en de resultaten optimaal te kunnen presenteren.

5.4 Aanbevelingen beleidsmakers Op basis van de conclusie zijn een aantal aanbevelingen te geven voor beleidsmakers: 1. Er is nu meer aandacht voor de menselijk maat, wat een positieve ontwikkeling is. Onderzoek welke gebieden hiervan verder kunnen profiteren. Ga bijvoorbeeld nog meer in gesprek over wat ouders en kinderen nodig hebben, met name de groep die al langer in armoede verkeert, omdat blijkt dat het tekort, zelfs tot 130% van de bijstand, te weinig is voor een aantal groepen om van rond te komen. Deze mensen hebben meer hulp nodig, omdat het tekort zich opstapelt en het daarmee lastiger wordt om uit de armoede te komen. Focus hierbij niet alleen op de makkelijk te voorkomen armoede bij gezinnen, maar ook op de zogenaamde ‘probleemgevallen’ en onderzoek daarbij hoe kinderen verlichting kunnen krijgen van de stress die de armoede met zich meebrengt. Via enquêtes of vragenlijsten kan er meer inzicht worden verkregen in de hoeveelheid stress die ouders en kinderen ervaren, waarbij verschillende oorzaken van de stress kunnen worden achterhaald, aangezien armoede op verschillende manieren ervaren kan worden. Hier kan ook worden gevraagd wat men denkt nodig te hebben om deze stress te verlichten. Als een beleidsinterventie naar aanleiding van deze meting heeft plaatsgevonden dient er een tweede meting worden gedaan om zo de effectiviteit van de beleidsinterventie te meten.

Zo kan stapsgewijs worden gewerkt aan het verlichten van de stress binnen het gezin, wat bevorderlijk werkt voor de ontwikkeling van het brein en lichaam van het kind (McEwen & McEwen, 2017). 2. Probeer, aangezien er door de hoogte van de bijstand een tekort aan geld is bij bepaalde gezinnen, te onderzoeken of er via de Provincie Overijssel en/of de Rijksoverheid op een andere manier extra geld vrij kan komen voor projecten die inzetten op verlichting van de kinderarmoede.

59

3. Onderzoek hoe de groep mensen die net boven de 120% van de bijstand zit qua inkomen kan profiteren van ondersteuning, omdat er sprake kan zijn van uitstroomval (Van Gaalen & Wieman, 2023). Ditzelfde gebeurt ook binnen de 120%, wat armoedeval heet. Probeer te ontdekken of deze val voorkomen kan worden door het oprekken van de grenzen en hoe dit financieel geregeld kan worden.

5.5 Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek Uit dit onderzoek zijn verschillende aanbevelingen gekomen voor toekomstig onderzoek. Als eerste wordt geadviseerd om meer onderzoek te doen naar inwoners die langdurig in armoede verkeren en wat zij nodig hebben om hieruit te komen. Hiernaast kan een vergelijking van de gemeente Enschede met gemeenten die eenzelfde achtergrond hebben, maar waarbij men wel kan rondkomen, waardevol zijn om te onderzoeken of dit wellicht ligt aan de beleidsaanpak. Is dit niet het geval, onderzoek dan wat de determinanten zijn om op deze wijze meer inzicht te krijgen in wat gemeenten kunnen doen tegen kinderarmoede en armoede. Onderzoek daarbij hoe de Rijksoverheid beter kan aansluiten bij de individuele behoeften van gemeenten, aangezien er verschil is in de achtergrond van de populatie binnen verschillende gemeenten. Het sociale vangnet is cruciaal om stress te verminderen en de negatieve gevolgen van kinderarmoede tegen te gaan. Onderzoek daarom hoe het sociale vangnet verbeterd kan worden om zo de stressvermindering te optimaliseren, zodat kinderen minder complicaties krijgen door het opgroeien in armoede. Er wordt binnen de gemeente Enschede al ingezet op verschillende ontmoetingsplekken om de sociale cohesie te verbeteren.

Het zou interessant zijn om te onderzoeken hoe de sociale cohesie op een bepaalde manier verbeterd kan worden zodat men meer de steun vanuit de buurt voelt en dat dit er ook daadwerkelijk is, want dit kan voor zowel ouders als kinderen stressverlichtend werken. Hiernaast kan onderzoek worden gedaan naar de effectiviteit van het implementeren van een Pygmalionwerkwijze binnen de gemeente Enschede, met name binnen wijken waar veel sprake is van onderwijsachterstand. Dit zou de prestaties van de leerlingen kunnen verbeteren en zo leiden tot hogere prestaties dan normaal het geval zou zijn, wat kan bijdragen aan het verminderen van de onderwijsachterstand. Hiernaast kan onderzocht worden in hoeverre het Pygmalion-effect voor volwassenen nuttig kan zijn om armoede te verminderen. Als hierbij de beleidsmakers en uitvoerders op de hoogte zijn van deze positieve label(s), maar de beleidsontvanger niet, dan zou dit wellicht voor meer vertrouwen, minder schaamte, en betere prestaties kunnen zorgen. Er is al meer aandacht voor de menselijke maat en het gebruiken van positievere labels in plaats van negatieve labels, zoals bij de kadernota Rondkomen met je inkomen (Gemeente Enschede, 2020) te zien is. Een Pygmalion-werkwijze zou hierbij een aanvulling kunnen zijn.

60

6. Referenties Babad, E. Y., Inbar, J., & Rosenthal, R. (1982). Pygmalion, Galatea, and the Golem: Investigations of biased and unbiased teachers. Journal of Educational Psychology, 74(4), 459– 474. https://doi.org/10.1037/0022-0663.74.4.459 Babbie, E. R. (2020). The Practice of Social Research. Cengage AU. BBE, VVD, PvdA, & CU. (2022). “Samen trots op Enschede”: Coalitieakkoord 2022-2026. Gemeente Enschede. https://www.enschede.nl/file/coalitieakkoord-2022-2026-bbe-vvd-pvda-cu Beiro, L. F., & Kromhout, J. (2024, 29 januari). Hoe kan de Landelijke Jeugdmonitor bijdragen aan het monitoren van kansenongelijkheid? Centraal Bureau Voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nlnl/longread/statistische-trends/2024/hoe-kan-de-landelijke-jeugdmonitor-bijdragen-aan-hetmonitoren-van-kansenongelijkheid-?onepage=true Bergboer, E. (2024a, 23 januari). Enschedese armoedebeleid werpt vruchten af, maar worsteling met bekendheid, schaamte of wantrouwen. 1Twente. https://www.1twente.nl/artikel/4072616/enschedese-armoedebeleid-werptvruchten-af-maar-worsteling-met-bekendheid-schaamte-of-wantrouwen Bergboer, E. (2024b, 24 april). Eén op de zes huishoudens in Enschede heeft uitgavestress (maar dat ligt niet aan Enschede). 1Twente. https://www.1twente.nl/artikel/4319950/zes-op-de-tienhuishoudens-in-enschede-heeft-uitgavenstress-maar-dat-ligt-niet-aan-enschede Boyce, W. T., Sokolowski, M.

B., & Robinson, G. E. (2012). Toward a new biology of social adversity. Proceedings of the National Academy of Sciences, 109(supplement 2), 17143-17148.

61

Bressers, J. T. A., & Klok, P. J. (1987). Grondslagen voor een instrumententheorie. Beleidswetenschap, 1(1), 77-97. Burgemeester en Wethouders van Enschede & de loco-Secretaris. (2019, 19 december). Uitkomsten onderzoek evaluatie armoedebeleid gemeente Enschede 2018. https://www.google.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://enschede.best uurlijkeinformatie.nl/Document/View/f8d6559c-142d-4007-a52bfa7a4815ff8a&ved=2ahUKEwjr1PTT3JiOAxVkAIHHQt9MMIQFnoECB0QAQ&usg=AOvVaw2WGGczGPjywuWQ0o97r27h CBS. (z.d.-a). Armoede en schulden. Geraadpleegd op 11 maart 2025, van https://www.cbs.nl/nlnl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=0 CBS. (z.d.-b). Armoede en schulden. Geraadpleegd op 11 maart 2025, van https://www.cbs.nl/nlnl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=0&location=GM0153 CBS. (z.d.-c). Armoedescan. Dashboards.cbs.nl. Geraadpleegd op 5 mei 2025, van https://dashboards.cbs.nl/v5/Armoedescan/ CBS. (2024a, 16 oktober). Nieuwe armoedemeting: 540 duizend mensen arm in 2023. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/42/nieuwe-armoedemeting-540-duizend-mensen-arm-in2023 CBS. (2024b, november 1). Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2024). opendata.cbs.nl. Geraadpleegd op 23 juni 2025, van https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86006NED/table CBS. (2024c, november 14). Verwachte onderwijsachterstanden.

https://dashboards.cbs.nl/v5/onderwijsachterstanden/ 62

CBS. (2024d, 29 november). Schuldenproblematiek in beeld. dashboards.cbs.nl. Geraadpleegd op 23 juni 2025, van https://dashboards.cbs.nl/v5/SchuldenproblematiekInBeeld/ CBS. (2025, 8 april). Jaarmutatie consumentenprijsindex; vanaf 1963. Geraadpleegd op 8 mei 2025, van https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/70936ned Chase-Lansdale, P. L., & Brooks-Gunn, J. (1995). Escape from poverty : what makes a difference for children? In Cambridge University Press eBooks. http://ci.nii.ac.jp/ncid/BA27463386 Cohen, C. P. (1989). United Nations: Convention on the Rights of the Child. International Legal Materials, 28(6), 1448–1476. https://doi.org/10.1017/s0020782900017228 Dijk, A. (2025, 21 maart). Aantal mensen met een rijbewijs in Enschede hoger dan vergelijkbare gemeenten. Tubantia.nl. https://www.tubantia.nl/enschede/aantal-mensen-met-een-rijbewijs-inenschede-hoger-dan-vergelijkbaregemeenten~a4e4a25c/#:~:text=De%20Nederlandse%20Vereniging%20van%20Gemeenten,%3B %20Diemen%3B%20Rotterdam%3B%20Amstelveen Duncan, G. J., Ziol‐Guest, K. M., & Kalil, A. (2010). Early‐childhood poverty and adult attainment, behavior, and health. Child development, 81(1), 306-325. Farah, M. J., Shera, D. M., Savage, J. H., Betancourt, L., Giannetta, J. M., Brodsky, N. L., Malmud, E. K., & Hurt, H. (2006). Childhood poverty: Specific associations with neurocognitive development. Brain Research, 1110(1), 166–174.

https://doi.org/10.1016/j.brainres.2006.06.072 Gaikhorst, L., Van Der Mast, O., Stolker, D., Gelderman, K., Van Caspel, R., Van Muijen, A.-M., Hentzepeter, M., Soeterik, I., Kohnstamminstituut, WOA, & NRO. (2022). Lesgeven vanuit hoge verwachtingen. https://www.onderwijskennis.nl/sites/onderwijskennis/files/mediafiles/lesgeven_vanuit_hoge_verwachtingen_woa.pdf 63

Gemeente Enschede. (2020, september). Kadernota Rondkomen met je inkomen. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/0427fe3f-4c22-4e3b-9bcb617f31fbb487?documentId=a1bb1e4e-4dc0-4a06-92533999ddae1541&agendaItemId=416d5d52-127b-40d9-8281-18aad18d6280 Gemeente Enschede. (2023a, februari). Kansrijk Enschede 2023-2033. van https://www.google.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://enschede. bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/cc321dcd-f99a-4fb9-831fa732bd8f04c1&ved=2ahUKEwjGvcOZ6IiKAxWRiv0HHdxjC_IQFnoECBYQAQ&usg=AOvVa w0Ze2qpYi2dgNsCNd8OcRCj Gemeente Enschede. (2023b, oktober). Visie strategische opgave Inclusief Enschede. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/87de0ffe-68ae-447e-968f3247e102d936?documentId=86acf1db-895a-44e4-b6c6998006659277&agendaItemId=e4881cdb-8790-4e4a-9977-1d54f40ec562 Gemeente Enschede. (2024a). Gemeente Enschede Gemeentebegroting 2025-2028. (pp. 2– 5). https://documenten.enschede.nl/media/514441dd-5e38-4336-b31411a0a8b4cc88/ENS%20Gemeentebegroting%202025-2028%20-%2014-11-2024%20%20na%20raadsbesluit.pdf Gemeente Enschede. (2024b, april). Strategienota Duurzame Jeugdzorg. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/9562f628-b0b8-4f09-be28a1036198607b?documentId=3a0721b3-d0d1-4f69-bb8e-ce9e6be3ba49&agendaItemId=3fb969902069-4560-a3ec-2c3ad3bc9d97 Gemeente Enschede. (2024c, april).

Tussentijdse evaluatie kadernota ‘Rondkomen met je Inkomen’. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/bcdc1e44-11bd-41f4-af1a64

b4456065bbae?documentId=fd706f81-3965-4ef2-9b41-cba9869a354e&agendaItemId=192f50cc58ea-4191-9f6e-31f9769b04a6 Gemeente Enschede. (2025a, april). Halfjaarlijkse RMJI rapportage april 2025. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/6feda633-eb33-4152-b9710af42a7be1b1?documentId=caec11eb-35bb-4a6c-ac2a-c77f7fa8ac82&agendaItemId=2d8b16b151b3-456a-818a-3ff04303b374 Gemeente Enschede. (2025b, 19 juni). Enschede blijft koersvast, ook in onzekere tijden. https://www.enschede.nl/enschede-blijft-koersvast-ook-in-onzekere-tijden Gemeente Enschede & iBabs. (z.d.). Dashboard enschede - iBabs Publieksportaal. iBabs. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/ Guo, G., & Stearns, E. (2002). The social influences on the realization of genetic potential for intellectual development. Social forces, 80(3), 881-910. Harper, C., Marcus, R., & Moore, K. (2003). Enduring Poverty and the Conditions of Childhood: Lifecourse and Intergenerational Poverty Transmissions. World Development, 31(3), 535– 554. https://doi.org/10.1016/s0305-750x(03)00010-x Harris, M. J., & Rosenthal, R. (1986). Four factors in the mediation of teacher expectancy effects. In R. S. Feldman (Ed.), The social psychology of education: Current research and theory (pp. 91–114). Cambridge University Press. Hoogerwerf, A. (1984). Beleid berust op veronderstellingen: de beleidstheorie. Acta politica, 19(4), 493531.

65

Hoppe, R. (1989). Het beleidsprobleem geproblematiseerd: over beleid ontwerpen en probleemvorming. Muiderberg: Coutinho. Hoppe, R., van de Graaf, H., Grin, J., & Jeliazkova, M. I. (2001). Beleidsnota's die (door) werken: handleiding voor geslaagde beleidsvoorbereiding. Couthino. Howlett, M. (2019). The policy design primer (1ste editie). Routledge. Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede. (2023, februari). Lokaal Educatieve Agenda Enschede 2023-2026.pdf. enschede.bestuurlijkeinformatie.nl. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/ 89c4b6d3-21bd-4f6e-9de6-21903fa1ba4f?documentId=d2a5d189-a66d-4374-9eefc685520ad4b0&agendaItemId=48c42996-f844-4e5e-a6c2-2f3f27e05cdc Joldersma, F. (1993). De levensloop van problemen en beleid rond alcohol en drugs. (proefschrift UT), Enschede: Faculteit Bestuurskunde. Kalthoff, H. & Nederlands Jeugdinstituut. (2018). Opgroeien en opvoeden in armoede. In alliantiekinderarmoede.nl. https://alliantiekinderarmoede.nl/media/uploads/file/Opgroeien-enopvoeden-in-armoede%20(1).pdf Kassenberg, A., & Lusse, M. (2022, 15 maart). Omgaan met kinderarmoede: handreikingen voor professionals, beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. https://research.hanze.nl/nl/publications/omgaan-met-kinderarmoede-handreikingen-voorprofessionals-beleids Kenniscentrum voor beleid en regelgeving. (2023, 28 maart).

Geschiedenis Beleidskompas. kcbr.nl. https://www.kcbr.nl/beleid-en-regelgeving-ontwikkelen/beleidskompas/achtergrondbeleidskompas/geschiedenis-beleidskompas 66

Kenniscentrum voor beleid en regelgeving. (2024, 5 juni). Beleidskompas. kcbr.nl. https://www.kcbr.nl/beleid-en-regelgeving-ontwikkelen/beleidskompas Klerks, M. (2024, 17 oktober). Armoede in Enschede in jaar tijd fors gedaald. Tubantia.nl. https://www.tubantia.nl/enschede/armoede-in-enschede-in-jaar-tijd-fors-gedaald~adaac58e/ Knill, C., & Tosun, J. (2020). Public Policy: A New Introduction (Textbooks in Policy Studies, 4) (1ste editie). Bloomsbury Academic. Lam, Ravesteijn, van de Kraats, van Kesteren. (z.d.). How, when, and where does the opportunity gap open up [ongepubliceerd manuscript]. Landecker, H., & Panofsky, A. (2013). From social structure to gene regulation, and back: A critical introduction to environmental epigenetics for sociology. Annual Review of Sociology, 39(1), 333357. Lasswell, H. D. (1956). The decision process: Seven categories of functional analysis. College Park, MD: University of Maryland. Lönngren, J., & van Poeck, K. (2020). Wicked problems: a mapping review of the literature. International Journal of Sustainable Development & World Ecology, 28(6), 481–502. https://doi.org/10.1080/13504509.2020.1859415 Louwes, W. (2023, 9 februari). Enschedeërs die energietoeslag kregen in 2022, ontvangen nu automatisch 400 euro op rekening. 1Twente.

https://www.1twente.nl/artikel/2763282/enschedeers-dieenergietoeslag-kregen-in-2022-ontvangen-nu-automatisch-400-euro-op-rekening Lowi, T. J. (1964). American business, public policy, case-studies, and political theory. World politics, 16(4), 677-715.

67

McEwen, C. A., & McEwen, B. S. (2017). Social structure, adversity, toxic stress, and intergenerational poverty: An early childhood model. Annual Review of Sociology, 43(1), 445-472. Merton, R. K. (1948). The Self-Fulfilling Prophecy. The Antioch Review, 8(2), 193–210. https://doi.org/10.2307/4609267 Miller, G. E., Chen, E., Fok, A. K., Walker, H., Lim, A., Nicholls, E. F., Cole, S., & Kobor, M. S. (2009). Low early-life social class leaves a biological residue manifested by decreased glucocorticoid and increased proinflammatory signaling. Proceedings Of The National Academy Of Sciences, 106(34), 14716–14721. https://doi.org/10.1073/pnas.0902971106 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2023, 24 januari). Kansengelijkheid: armoede. gelijke-kansen.nl. https://www.gelijke-kansen.nl/themas/armoede-en-gezondheid Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2024, 2 januari). Maatschappelijke organisaties. https://www.gelijke-kansen.nl/maatschappelijke-organisaties Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2024). Probleemanalyse Participatiewet. (Nr. 24408452). https://open.overheid.nl/documenten/f6601d0a-c35f-45a6-9248-d243ffcc0b3c/file Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2025, 15 april). Kansrijke start - kansrijke start. Kansrijkestartnl.nl. https://www.kansrijkestartnl.nl/ Moore, K.

(2001, 1 november) Frameworks for Understanding the Inter-Generational Transmission of Poverty and Well-Being in Developing Countries. Chronic Poverty Research Centre Working Paper No. 8. http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.1754527

68

Moore, K. (2005). Thinking About Youth Poverty Through the Lenses of Chronic Poverty, Life-Course Poverty and Intergenerational Poverty. SSRN Electronic Journal. https://doi.org/10.2139/ssrn.1753655 NJi. (z.d.). Wat is kansenongelijkheid in het onderwijs? https://www.nji.nl/kansengelijkheid-in-hetonderwijs/wat-is-kansenongelijkheid-in-het-onderwijs NJi. (2024, 18 oktober). Cijfers over armoede in gezinnen. Geraadpleegd op 10 december 2024, van https://www.nji.nl/cijfers/armoede-gezinnen#:~:text=Gegevens%20in%20een%20tabel,Minderjarige%20kinderen%20in&text=In%202023%20leefden%20ruim%20115,procent%20van %20alle%20minderjarige%20kinderen Nibud. (2025, 22 januari). Regelingen voor ouders. Nibud.nl. Geraadpleegd op 14 mei 2025, van https://www.nibud.nl/onderwerpen/inkomensondersteuning/regelingen-voor-ouders/ Pawson, R., Tilly, N. (1997). Realistic evaluation. Pescosolido, B. A., Perry, B. L., Long, J. S., Martin, J. K., Nurnberger, Jr, J. I., & Hesselbrock, V. (2008). Under the influence of genetics: how transdisciplinarity leads us to rethink social pathways to illness. American Journal of Sociology, 114(S1), S171-S201. Rijksoverheid. (2023, 29 november). Jeugdhulp bij gemeenten. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdhulp/jeugdhulp-bij-gemeenten Rijksoverheid. (2025a, maart 21).

Hoe wordt de hoogte van mijn bijstandsuitkering berekend? https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/vraag-en-antwoord/hoe-hoog-ismijn-bijstandsuitkering

69

Rijksoverheid. (2025a, 13 mei). Wanneer heb ik recht op algemene bijstand? https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/vraag-en-antwoord/wanneer-heb-ikrecht-op-bijstand Ringeling, A. B. (1983). De instrumenten van het beleid. Alphen aan den Rijn: Samson. Rosenthal, R., & Jacobson, L. (1968). Pygmalion in the classroom. The Urban Review, 3(1), 16– 20. https://doi.org/10.1007/bf02322211 Sabatier, P. A. (1987). Knowledge, policy-oriented learning, and policy change: An advocacy coalition framework. Knowledge: creation, Diffusion, Utilization, 8(4), 649-692. Saitadze, I., & Lalayants, M. (2021). Mechanisms that mitigate the effects of child poverty and improve children's cognitive and social–emotional development: a systematic review. Child & Family Social Work, 26(3), 289-308. Shanahan, M. J., Vaisey, S., Erickson, L. D., & Smolen, A. (2008). Environmental contingencies and genetic propensities: Social capital, educational continuation, and dopamine receptor gene DRD2. American Journal of Sociology, 114(S1), S260-S286. Shonkoff, J. P. (2012). Leveraging the biology of adversity to address the roots of disparities in health and development. Proceedings of the National Academy of Sciences, 109(supplement 2), 1730217307. Stichting Leergeld Enschede & Jeugdfonds Sport & Cultuur Enschede. (2023).

Jaarverslag 2023 Stichting Leergeld Enschede en Jeugdfonds Sport & Cultuur Enschede. https://prod1-plateattachments.s3.amazonaws.com/attachments/70efb07d57/Jaarverslag%20Leergeld%20Enschede %202023%20%20def-18034.pdf

70

Ter Harkel, H. (2023, 1 Augustus). Drie miljoen om Enschedese kinderen in armoede meer kansen te bieden. 1Twente. https://www.1twente.nl/artikel/3338707/armoede-belemmert-kansen-van-veelenschedese-kinderen Termeer, C.J.A.M. (1993). Dynamiek en inertie rondom mestbeleid: een studie naar veranderingsprocessen in het varkenshouderijnetwerk. (Proefschrift EUR), Rotterdam. Torenvlied, R. (1995). De inbedding van beleidsvisies in beleidsnetwerken. Beleidswetenschap, 323– 341. https://research.rug.nl/en/publications/de-inbedding-van-beleidsvisies-in-beleidsnetwerken Vandenbroeck, M., & Van Lancker, W. (2014). Een tweesporenbeleid inzake kinderarmoede (VLASStudies 14). Antwerpen, België: Vlaams Armoedesteunpunt. Van den Hurk, M. (2020, 1 oktober). Het Pygmalion-effect. NIVOZ. https://nivoz.nl/nl/het-Pygmalioneffect Van Gaalen, C., & Wieman, G. (2023). Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2023. Nibud. https://media-r2.1twente.nl/Documents/2400013055-Nibud-onderzoek-MER-2023Enschede-def.pdf Van Heffen, O. (2008). Beleidstheorieën uit de beleidspraktijk. In A. Hoogerwerf en M. Herweijer (Red.), Overheidsbeleid, Een inleiding in de beleidswetenschap (pp. 205-221). Kluwer. Van Lanen, S., Meij, E., Merx, E., Edzes, A., Haartsen, T., & Visser, S. (2023). Verschillende gezichten, diverse paden (URSI rapport 371).

https://www.rug.nl/research/ursi/essay-intergenerationelearmoede.pdf Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners. (2023). Regiovisie aanpak Huiselijk geweld & Kindermishandeling 2023-2026.

71

enschede.bestuurlijkeinformatie.nl. https://enschede.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/ 50073b13-4f96-47d0-9875-7f7ce7a61b3c?documentId=d098c174-094d-470e-a11b00b85d03b5f7&agendaItemId=c70d4a59-604c-47fc-a9ca-2bbe38a68bfb Visser, S. (2019). Mechanismen van interventies bij intergenerationele armoede: Een literatuuronderzoek. Rijksuniversiteit Groningen. https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/82391302/Rapportage_Literatuuronderzoek_mechanismen _en_interventies_Intergenerationele_armoede.pdf VNG. (2025, 8 mei). Gemeenten vallen in financieel ravijn. https://vng.nl/artikelen/gemeenten-vallen-infinancieel-ravijn Vonk, G., Pruim, J.D., & Zwaneveld, A.M. (2021, 20 oktober). Eindconclusie Commissie Menselijke Maat Enschede: te streng beleid met nadelige gevolgen wordt stapsgewijs losgelaten. pro-facto.nl. Geraadpleegd op 24 juni 2025, van https://www.profacto.nl/component/content/article/onderzoekscommissie-menselijke-maat?catid=54&Itemid=79 Vranken, J., De Boyser, K., & Dierckx, D. (Red). (2006). Armoede en sociale uitsluiting, jaarboek 2006. Leuven/Amersfoort: Acco. Walker, S. P., Wachs, T. D., Grantham-McGregor, S., Black, M. M., Nelson, C. A., Huffman, S. L., Baker-Henningham, H., Chang, S. M., Hamadani, J. D., Lozoff, B., Meeks Gardner, J. M., Powell, C. A., Rahman, A., & Richter, L. (2011).

Inequality in early childhood: risk and protective factors for early child development. The Lancet, 378(9799), 1325-1338.

72

7. Bijlagen Bijlage 1: AI-statement Tijdens de voorbereiding van dit werk heeft de auteur gebruik gemaakt van ChatGPT om te helpen met het vertalen van Engelse termen naar het Nederlands, de zinsbouw, het samenvatten van literatuur, brainstormen en het controleren van APA-verwijzingen op correctheid. Na het gebruik van deze tool heeft de auteur de inhoud beoordeeld en waar nodig bewerkt en neemt volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van het werk.

73

Bijlage 2: Voorbeeld interviewvragen Algemeen beleid vragen 1. Wat zijn de grote problemen in Enschede qua kinderarmoede, want het is uiteraard een onderwerp wat veel raakvlakken heeft met verschillende beleidsgebieden? a. Waar ligt de prioriteit bij de kinderarmoede aanpak? 2. Waarom is er in Enschede veel sprake van kinderarmoede? Vanuit de geschiedenis weet ik dat het een grote textielstad is geweest, maar wat zorgt ervoor dat Enschede veel met armoede en kinderarmoede te maken heeft in vergelijking met andere steden? 3. Ik las dat 1 op de 5 kinderen in Enschede in armoede opgroeit. Daarnaast kom ik ook tegen dat 1 op de 5 wordt geboren in een minder stimulerend en veilig gezin. Verwijzen deze naar dezelfde cijfers? 4. Toen ik zocht binnen het coalitieakkoord naar ‘kinderarmoede’ werd dit niet benoemd, terwijl 1 op de 5 kinderen hiermee te maken heeft. ‘Armoede’ over het algemeen komt wel aan bod en kinderarmoede zou dan meer onder het kopje kansengelijkheid passen. Is er een reden waarom dit niet specifiek wordt benoemd, een andere verwijzing heeft gekregen zoals onder kansengelijkheid, en dat het pas verder uitgewerkt is in opgaven zoals Rondkomen met je inkomen, Kansrijk Enschede, en Duurzame Jeugdzorg? 5. Werkt Enschede met doelgroepenbeleid of niet? a. Op wat voor wijze valt kinderarmoede hieronder? b. Hoe zit het dan met gebiedsgericht werken? 6.

De gemeente voert (voor zover ik begrijp) geen specifiek beleid uit op kinderarmoede. Het heeft indirect raakvlakken. Zijn daar bepaalde redenen voor? 7. In hoeverre staat kinderarmoede op het netvlies van het college en de ambtelijke organisatie? Als de strategische stukken en nota’s worden geschreven, en als het overal indirect in zit, dan zou er gevaar kunnen optreden dat het uit de aandacht raakt? 8. Waar gaat het beleid van uit bij de aanpak van kinderarmoede? Hoe wordt de (indirecte) doelgroep gezien en benaderd? a. Mensbeelden? 9. Wat zijn de normatieve veronderstellingen en waarden van het kinderarmoedebeleid? 10. Hoe zijn jullie gekomen op de achterliggende gedachte van kansengelijkheid? Zijn er nog meer achterliggende gedachten die jullie sterk in het kinderarmoedebeleid hebben verweven? (Bijvoorbeeld het meer contact hebben met de doelgroepen?) 11. In hoeverre is informatie uit de wetenschap leidend bij jullie aanpak en in hoeverre is het op basis van ervaring van ‘wat werkt’ en ‘gezond verstand’? 12. Binnen het beleid wordt ook aan eenzaamheid en sociale cohesie gewerkt. Vanuit de wetenschap wordt gezegd dat het sociale netwerk erg belangrijk is om kinderen te helpen om met stress om te gaan. Denk aan een liefdevolle omgeving om in op te groeien met mensen om hun heen die aandacht geven, een steuntje in de rug geven, lieve buren, oma’s et cetera.

Hoe en in hoeverre wordt eraan gewerkt om deze samenhang te verbeteren? 74

13. Sociale cohesie met veel verschillende typen mensen van verschillende culturen en achtergronden zou bevorderlijk werken. Toch zijn er wijken waar relatief veel mensen in sociale huurwoningen wonen en dezelfde culturele en/of sociaaleconomische achtergronden hebben. Met het oog op de huidige huizenmarkt, de stijgende prijzen, en de druk om te bouwen, wordt er op een bepaalde manier rekening gehouden om die sociale cohesie en samenhorigheid te verbeteren? 14. Zijn er onderwerpen die niet aan bod zijn gekomen of ondergesneeuwd zijn geraakt bij het huidige beleid, die wellicht bij toekomstig beleid aan bod zullen komen? Welke? 15. Als we het hebben over de opgave rondkomen met je inkomen, zijn er gebieden hierbinnen die wellicht in de toekomst meer aandacht nodig zouden moeten hebben, met name voor het verminderen van de kinderarmoede? a. Ik las dat deze opgave veel gebaseerd is op maatwerk (waar nodig), er veel in gesprek is gegaan met de beleidsontvangers en ervaringsdeskundigen, en de wetenschap dat mensen die worstelen met het rondkomen minder goed cognitief kunnen omgaan met onder andere geld. Zijn er nog andere grote of minder grote aspecten die binnen het beleid een rol spelen? 16. Stress is schadelijk voor de ontwikkeling van een kind.

Het zorgt ervoor dat deze bijvoorbeeld minder goed kan leren, achterstand opbouwt, gedragsproblemen en gezondheidsproblemen kan ontwikkelen, noem maar op. Het beleid gaat erg in op kansengelijkheid, maar als een kind onder stress verkeert, hoe zou deze de kansen kunnen aangrijpen, als deze eigenlijk alleen maar bezig is met overleven en de veiligheid terug te krijgen? Wat is de gedachte erachter? 17. Er wordt gesproken over het voorkomen van maakbaarheidsdenken in de nota Kansrijk Enschede. Wat wordt er hieronder verstaan binnen de gemeente en hoe wordt geprobeerd dit te voorkomen? 18. Er zijn verschillende buurten die bekend staan om de onderwijsachterstand en dat er veel achterstand is. Bij het beleid wordt er soms gebiedsgericht gewerkt bij verschillende wijken zoals Pathmos en Twekkelerveld. Hoe wordt voorkomen dat mensen een label wordt opgeplakt bij het gebiedsgericht werken en dat de menselijke maat overeind blijft? 19. In de Lokaal Educatieve Agenda wordt er gesproken over de aanpak van educatie van 2 tot 27 jaar en ook hier buitenom, wat via de Kansengelijkheidsopgave wordt aangepakt, waar deze onder past. Het viel mij op dat er qua onderwijs tot het mbo naar werk wordt ondersteund. Hier wordt niet gesproken over het HBO en WO. Er zullen toch jongeren zijn die dit aan kunnen, maar toch ondersteuning nodig hebben? Vallen zij onder een andere categorie? 20.

Ik las dat Enschede de mensen nog best goed kan bereiken maar dat een deel ervan lastig te bereiken is, bijvoorbeeld door schaamte. Hoe wordt geprobeerd taboes te doorbreken? 21. Valt de strategische opgave inclusief Enschede onder Kansrijk Enschede? Of is deze nauw verbonden? Rol overheid 22. De overheid speelt ook een rol bij de armoedeproblematiek, zoals onder andere uit de minima effectenrapportage bleek. Vanuit de overheid is de bijstand vaak te laag voor mensen om rond te komen. Pas vanaf 120% van de bijstandsnorm komt men rond, tenzij ze 18 jaar of ouder zijn als starter. Daarnaast komen er ook nog bezuinigingen in het ravijnjaar aan. Hoe wordt met deze problematiek omgegaan, want als gemeente heb je een beperkt budget?

75

Tactiek/strategie 23. Is er een grote verschuiving geweest in de aanpak van kinderarmoede, bijvoorbeeld door de brandbrief van de menselijke maat in 2021? a. Zijn er meer van dit soort veranderingen in de aanpak geweest? 24. Sommige grote opgaven lopen voor meerdere jaren, waaronder Kansrijk Enschede en Rondkomen met je inkomen. Er zijn ook opgaven die vaak samenlopen met de verkiezingstermijnen, zoals de Lokaal Educatieve Agenda en Duurzame Jeugdzorg. In hoeverre heeft de lokale en landelijke politiek invloed op deze kortere en langere opgaven, want het zou denk ik lastig zijn om grote opgaven geheel te hervormen tot een nieuwe aanpak? 25. Er zijn ook regiovisies, zoals de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling. Op wat voor manier wordt dit verwerkt in het Enschedese beleid? Hoe wordt zo’n visie vanuit de regio meegenomen? Inclusiviteit en labelen 26. De taal die iemand spreekt kan ook een barrière vormen voor participatie. Hoe worden kinderen en ouders die geen of beperkt Nederlands spreken meegenomen in de kinderarmoede aanpak, zoals immigranten en statushouders, met het oog op inclusiviteit? Gaat dit via een aanpak van laaggeletterdheid? 27. Sommige kinderen hebben wellicht een ouder die criminele activiteiten uitvoert of in de gevangenis zit en hebben hierdoor wellicht meer of minder te maken met criminaliteit.

Via welke aanpakken wordt er gezorgd voor voldoende begeleiding, want een kind heeft een vader en moederfiguur nodig? Loopt dit via de gemeente of juist via de regio? 28. Zijn er nog bepaalde vragen of onderwerpen die ik volgens u vergeten ben om mee te nemen? Extra gedeelte als er tijd over is 29. Wat zijn volgens u de uitdagingen van het maken van kinderarmoedebeleid? Bereikbaarheid 30. Mensen zien soms door de bomen het bos niet meer omdat er allemaal toeslagen en voorzieningen zijn die ze kunnen aanvragen. Dit wordt opgelost door onder andere een integrale aanpak, veel samenwerking tussen organisaties, en hulp op verschillende plekken. Zo moet de bereikbaarheid worden verbeterd. Toch is er een kleine groep mensen die recht heeft op verschillende middelen, maar deze worden niet aangevraagd. Hoe zit dit in elkaar? 31. Er wordt ingezet op de bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen en de zichtbaarheid ervan. Deze worden onder andere verspreid door de aanwezigheid bij voorschoolse opvang, de scholen zelf, buurthuizen, en ook al vroeg contact tijdens de zwangerschap. Waarom is dit opgepakt? Dit heeft denk ik met het bereiken van de doelgroep te maken? Waren hier al problemen mee of gaat dit om een specifieke groep lastig te bereiken mensen, want ik las dat de doelgroepen best goed bereikt worden in Enschede?

76

Bijlage 3: Oorzaak-gevolg schema op basis van Coalitieakkoord 2023-2026

Figuur B1: Oorzaak-gevolg schema op basis van Coalitieakkoord 2023-2026 (BBE et al., 2022).

77

Bijlage 4: Doel-middel schema op basis van Coalitieakkoord

Figuur B2: Doel-middel schema op basis van Coalitieakkoord 2023-2026 (BBE et al., 2022).

78

Bijlage 5: Oorzaak-gevolg schema op basis van strategienota Kansrijk Enschede

Figuur B3: Oorzaak-gevolg schema op basis van strategienota Kansrijk Enschede (Gemeente Enschede, 2023a).

79

Kansrijk Enschede 2023-2033 oorzaak-gevolg schema In de strategienota Kansrijk Enschede 2023-2033 (Gemeente Enschede, 2023a) wordt wederom ingezet op een lange termijnstrategie voor het verbeteren van de kansengelijkheid in Enschede voor kinderen en jongeren tot 27 jaar. Het is een strategie wat dynamisch is bedoeld, zodat er ruimte is voor leren tijdens de uitvoering. Hierbij wordt er ingezet op de pijlers onderwijs, gezondheid, en inkomen (Gemeente Enschede, 2023a). In Figuur B3 is een oorzaak-gevolg schema gemaakt op basis van de strategienota Kansrijk Enschede 2023-2033. Dit schema probeert aan te geven hoe achterstand in verschillende fasen in het leven van een kind en uiteindelijk jongere kan leiden tot mindere kansen. Dit model kan ook worden omgekeerd naar een positieve variant, maar voor deze analyse wordt de analyse aangehouden wat leidt tot negatieve effecten. In bijlage 5 wordt het doel-middel schema aangegeven, wat uitgaat van positieve beïnvloeding. Als het oorzaak-gevolg schema wordt bestudeerd, dan ziet men dat het uiteindelijk leidt tot kansen op de arbeidsmarkt, waarbij het gaat om de kansen die er vanuit de jeugd zijn geweest, welke deze positie zouden moeten verbeteren. In het rood zijn verschillende belangrijke fasen uitgelicht die opeenvolgend een traject richting werk, werkloosheid of afhankelijk van overheidssteun bevat.

Net als bij de vorige oorzaak-gevolg analyse zijn er overkoepelende factoren die de kansenongelijkheid en dus de kans op achterstand vergroten, zoals onvoldoende en ontoereikende gaven en talentontwikkeling, steun (over het algemeen), ondersteuning ouders, gezondheidsproblemen en onvoldoende toegang tot sport & cultuur. Deze zijn onderaan gezet als nadruk, want ondanks dat sommige aspecten hiervan al deels in het schema zijn verwerkt, spelen deze een rol voor het hele ontwikkelingstraject. Het eerste deel, aangegeven in het groen, gaat over de startpositie van een kind, wat bij kan dragen aan de achterstand. Hierbij kan worden gedacht aan de achterstand in de woonplaats en de wijk/buurt, de thuissituatie, de achtergrond van de ouders en hun eventuele beperkte taalvaardigheid, en onvoldoende ondersteuning tijdens de zwangerschap en tot 2 jaar. Dit kan er samen voor zorgen dat een kind een achterstand opbouwt en bijvoorbeeld met een taalachterstand het onderwijs ingaat. Als er onvoldoende ondersteuning is van deze doelgroepkinderen via kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie (vve) (denk aan het wegwerken van de taalachterstand voor en in groep 1 en 2), en buitenschoolse opvang (BSO), dan start het kind aan het basisonderwijs met een achterstand (Gemeente Enschede, 2023a).

Op de basisschool worden verschillende vaardigheden ontwikkeld, zoals rekenen, taal, lezen, sociale en motorieke vaardigheden en schoolse vaardigheden. Deze worden verder ontwikkeld op de middelbare school. Als er achterstand is opgelopen, dan is er meer aandacht nodig bij de overgang naar de middelbare school, wat soms fout gaat bij verkeerde ondersteuning. Hier komt ook bij dat de schooladviezen voor het niveau vaak als te vroeg worden ervaren, wat soms ten nadele is voor kinderen met een achterstand. Deze achterstand en vaak achterliggende problematieken leiden vaak tot verzuim, zowel geoorloofd en ongeoorloofd. Dit verergert de achterstand en leidt soms tot vroegtijdig verlaten van school. De behaalde startkwalificatie is ook afhankelijk van deze achterstand. Als een middelbareschooldiploma, een startkwalificatie, is behaald, dan kan iemand ervoor kiezen om door te studeren of te gaan werken. De vroegtijdige schoolverlaters worden door verschillende instanties ondersteund in hun vervolgtraject.

80

Bijlage 6: Doel-middel schema op basis van strategienota Kansrijk Enschede

Figuur B4: Doel-middel schema op basis van strategienota Kansrijk Enschede (Gemeente Enschede, 2023a).

Kansrijk Enschede 2023-2033 doel-middel schema In de doel-middel analyse van Kansrijk Enschede in Figuur B4 kan worden gelezen dat het hoofddoel van het beleid het creëren van gelijkere kansen voor kinderen en jongeren tot 27 jaar is (Gemeente Enschede, 2023a). Er wordt geprobeerd om ongelijkheid door economisch, sociaal en cultureel kapitaal te overbruggen door het bieden van ondersteuning op verschillende vlakken. Deze zijn in 3 categorieën te verdelen: (1) kwaliteit onderwijs verbeteren, wat loopt via de Lokaal Educatieve Agenda, (2) (fysieke en mentale) gezondheid verbeteren en (3) het ondersteunen op het gebied van inkomen als nodig (bestaanszekerheid) (Gemeente Enschede, 2023a). Deze gebieden zijn nauw verweven met elkaar, dus voor het overzicht zijn niet alle verbindingen weergegeven. Bij deze aanpak wordt er ingezet op vroege signalering van de hulpbehoefte en het bieden van hulpbronnen voor de persoonlijke ontwikkeling, aangegeven in het wit onderaan het schema. Het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs verloopt via de LEA (Gemeente Enschede, 2023a). Er wordt geprobeerd om meer tijd te krijgen voor de definitieve schooladviezen, waardoor er bijvoorbeeld meer gemengde klassen zijn op het voortgezet onderwijs. De taalontwikkeling van het kind staat centraal, wat ook deels via de ouders loopt, omdat niet alle ouders evengoed de Nederlandse taal beheersen.

Daarom wordt er taalles aan ouders aangeboden, zodat beide groepen zich kunnen ontwikkelen. Ouders krijgen extra ondersteuning vanaf de zwangerschap en de jeugd van het kind als dit nodig is. Via Integrale Kindcentra’s (IKC) wordt er ingezet op de ontwikkeling en daarbij ook de taalvaardigheid van het kind via buitenschoolse opvang (Gemeente Enschede, 2023a). Daarbij wordt er ook gekeken naar een betere aansluiting van de voorschool op het basisonderwijs om achterstanden te voorkomen. Ook worden er op de IKC’s extra wijkcoaches ingezet voor ondersteuning. Deze IKC’s worden gebiedsgericht ingezet in gebieden waar vaak extra ondersteuning nodig is. Daarnaast worden er extra medewerkers ingezet in groep 1 en 2 om de taalachterstand te verminderen. Er is ook aandacht voor sport en cultuur voor kinderen uit gezinnen met een ontoereikend budget. Voor extra ondersteuning van de ouders en kinderen bij de opvoeding wordt een familiehuis opgezet. Dit is onderdeel van het gericht investeren, wat ook wordt gedaan bij scholen in kwetsbare gebieden 81

(Gemeente Enschede, 2023a). Daarnaast wordt er via het GALA akkoord ingezet op de mentale gezondheid van jongeren door de gezondheidsaanpak op het gebied van alcohol, tabak en drugs. De ondersteuning van de ouders zou naast hun kind(eren) hun eigen fysieke en mentale gezondheid kunnen verbeteren, omdat er hulp wordt aangeboden op verschillende terreinen, waardoor ook hun bestaanszekerheid verhoogd wordt (Gemeente Enschede, 2023a).

82

Bijlage 7: Kadernota Rondkomen met je Inkomen analyse Op 11 november 2020 is de kadernota ‘Rondkomen met je inkomen’ aangenomen. Deze geeft richting voor een lange tijd over armoedebeleid op het gebied van armoede en schulden. De volgende hoofddoelen worden gesteld vanuit deze kadernota (Gemeente Enschede, 2020, p. 12): 1. “Rust en financiële ruimte creëren. Door geldzorgen en schuldenstress (tijdelijk) te verlichten, kunnen inwoners weer aan hun eigen toekomst werken. 2. Het toekomstperspectief van kinderen en jongeren verbeteren. Voor gelijke(re) kansen. 3. De toegang tot ondersteuning verbeteren. Bijvoorbeeld door het aanvragen makkelijker te maken. 4. De samenwerking tussen beleidsterreinen en met maatschappelijke partners versterken en verbeteren. Daar zijn we tijdens het onderzoek voor deze nota al mee gestart. 5. Het bereik vergroten, zodat meer mensen gebruikmaken van de regelingen. 6. Inzetten op preventie en het vroegtijdig ondersteunen van inwoners waar nodig.” Omdat deze kadernota vrij breed en veranderlijk is, en omdat deze langdurig wordt ingezet, wordt er gekeken naar een tussentijdse evaluatie van 2024 om zo de doel-middel relaties duidelijk te krijgen (Gemeente Enschede, 2024c). In Bijlage 6 is te zien hoe deze in elkaar zitten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=4d450a37-7ee7-48b6-b1bd-644210a42b00