Kinderarmoede thesis Trinks_MA_BMS
Tekst van het document
Ze zijn verdeeld over vier delen: (1) inkomen, (2) inkomensondersteuning, (3) schulden en (4) communicatie (Gemeente Enschede, 2024c). Wat opvalt is dat er grotendeels wordt ingezet op volwassenen en jongeren en dat er voor kinderen voornamelijk vanuit een uitbreiding van het Kindpakket wordt gesproken. Deze nota is daarbij grotendeels gericht op volwassenen en jongvolwassenen. Op het gebied van inkomen werd er in 2024 ingezet op kwijtschelding van de Participatiewet schulden na 3 of 10 jaar, wat voor meer inkomen zorgt bij deze groep. Ook was er een project gericht op het verbeteren van het overzicht van financiën voor mensen die hier behoefte aan hadden. Inkomensondersteuning werd gedaan via uitbreiding van het kindpakket, meer geld naar het Fonds Bijzondere Noden, en een verordening, waarbij werd ingezet op sociaal-maatschappelijke participatie van 18-23 jarigen op het gebied van sport en cultuur (Gemeente Enschede, 2024c). Dit is namelijk een leeftijd waarin veel ondersteuning vervalt, waardoor sport en cultuur te duur kan worden. Er wordt ingezet op het verminderen van schulden via verschillende maatregelen: het jongerenperspectieffonds, het collectief regelen van schulden voor het versnellen van aflossen, het inzetten op één loket waardoor verschillende hulpinstanties bij elkaar in zitten (Gemeente Enschede, 2024c).
Daarnaast kan bij Wijkwijzers laagdrempelig over schulden worden overlegd. Ook is er (individuele) coaching voor financiële vaardigheden geweest en werd er gekeken naar nazorg om te voorkomen dat er weer schulden worden opgebouwd. Vroegsignalering is sinds 2021 een extra gemeentetaak, dus er wordt ook veel op persoonlijk contact gestuurd om sneller hulp te kunnen bieden. “De belangrijkste pijlers voor de communicatie rondom het beleid van ‘Rondkomen met je inkomen’ zijn: 1. Het faciliteren van het netwerk ‘Rondkomen met je inkomen’. 2. De samenwerking van gemeente met partners en partners onderling versterken. 3. Het vertalen van kennis en wetenschap naar meer direct duidelijke taal. 4. Werken aan beter toegankelijke communicatie (en gezamenlijke dienstverlening). 5. Het ontwikkelen van een meer open en leergierige houding bij de gemeente. Hierbij mag data een grotere rol spelen.” (Gemeente Enschede, 2024c, p. 13)
83
Bijlage 8: Doel-middel analyse op basis van Evaluatie kadernota “Rondkomen met je inkomen” van 2024
Figuur B5: Doel-middel analyse op basis van Evaluatie Kadernota “Rondkomen met je inkomen” van 2024 (Gemeente Enschede, 2024c).
84
Bijlage 9: Doel-middel analyse Strategienota Duurzame Jeugdzorg
Figuur B6: Doel-middel analyse gebaseerd op strategienota Duurzame Jeugdzorg (Gemeente Enschede, 2024b, p. 6).
Strategienota Duurzame Jeugdzorg Als het gaat over kinderarmoede is de jeugdzorg een belangrijk onderdeel, omdat kinderen problemen ondervinden door kinderarmoede. Dit gaat niet alleen om arme gezinnen, maar ook over gezinnen waarin meer behoefte is aan ondersteuning, wat bijvoorbeeld kan door problemen bij de ontwikkeling van een kind, een beperking, mentale problemen, problemen met huiselijk geweld en scheidingen (Gemeente Enschede, 2024b). Daarnaast worden sommige kinderen uit huis geplaatst en groeien ze op in bijvoorbeeld een pleeggezin. Hierbinnen is soms sprake van onbegrip, frustratie en ontoereikende en niet passende ondersteuning, wat de mentale en fysieke ontwikkeling beperkt (Gemeente Enschede, 2024b). De strategienota “Duurzame Jeugdzorg” is uitgekomen in april 2024 naar aanleiding van verschillende ontwikkelingen binnen de jeugdzorg, zoals het groeiende aantal jeugdigen die gebruik maakt van de jeugdzorg (Gemeente Enschede, 2024b). Hierbij is gebruikgemaakt van “zorgvuldige analyse van cijfers, deskresearch, en veldgesprekken” (Gemeente Enschede, 2024b, p. 5). Hier zijn 6 pijlers uitgekomen die weergegeven zijn in Figuur B6 en er wordt aansluitend geïnvesteerd in 47 punten. De lijst van maatregelen luidt als volgt: “Vertrouwen op de kracht van ouders 1. Jeugdzorg als het nodig is 2. Met ouders, jongeren en professionals in gesprek over wat normaal is 3.
Trainen wijkteams, scholen en praktijkondersteuners voor het betere oudergesprek Investeren in opgroeien en opvoeden 4. Investeren in activiteiten gericht op kansengelijkheid, bestaanszekerheid en gezondheid 85
5. Investeren in een samenhangend programma rondom complexe scheidingen 6. Meer verbinding tussen jeugdgezondheidszorg en de toegang 7. Onderwijs en jeugdzorg dichter bij elkaar 8. Uitbreiden inzet wijkcoaches op alle basisscholen in Enschede 9. Uitbreiding succesvolle Onderwijs Jeugdhulp Arrangement op scholen (OJA) 10. Vrijwillige hulpgezinnen beschikbaar voor iedereen in de stad (Kind aan huis) 11. Meer laagdrempelige hulp bij opgroeien en opvoeden in de wijken 12. Opbouw van een netwerk van familiehuizen voor betere samenwerking rond het gezin 13. Vaker doorverwijzen naar algemene voorzieningen in plaats van jeugdzorg 14. Gezinnen met zorgen eerder in beeld krijgen Stevige teams voor hulp aan jeugd en gezin 15. Meer duidelijkheid rondom regie en hulp bieden voor het hele gezin 16. Inzet verklarende analyse in de toegang voor beter passende zorg 17. Wijkteams en gecertificeerde instellingen monitoren strikt of verblijf nodig is 18. Complexe situaties sneller opschalen naar experttafels 19. Onnodige doorbehandeling voorkómen met ‘waakvlam’ hulp 20. Echt luisteren naar jongeren en hun ouders 21. Meer expertise bij wijkteams en zelf hulp bieden 22. Pilot in Boswinkel: meer zelf doen en minder beschikken 23. Extra ondersteuning in de huisartsenpraktijken 24.
Scherpere afspraken met externe verwijzers voor goede afstemming en kostenbewust indiceren Jeugdigen meer thuis in eigen omgeving laten opgroeien 25. Aanbieders van verblijfszorg verplichten om minimaal één ambulant alternatief aan te bieden 26. Aanbieders van verblijfszorg verplichten om het aantal bedden voor verblijf af te bouwen 27. Aanbieders van verblijfszorg verplichten om de gemiddelde verblijfsduur ieder jaar te verkorten 28. Verblijf en wonen alleen vergoeden als dit is toegewezen via het nieuwe coördinatiepunt Wonen en Verblijf 29. Lokaal netwerk voor werving en ondersteuning van pleeggezinnen 30. Meer tussenvoorzieningen voor meer uitstroom uit verblijfshulp 31. Nieuwe aanpak kwetsbare gezinnen gericht op vroegtijdiger praktische hulp 32. De steun van een goede vriend of familielid meer benutten in hulpverlening 33. Dreigende uithuisplaatsingen voorkómen met Team Anders Toegankelijke en betaalbare zorg 34. Extra controle op kwaliteit en integriteit van zorgaanbieders bij inkoop 35. Achterdeur voor nieuwe aanbieders sluiten 36. Einde tariefdiscussie door vereenvoudiging inkoop 37. Kostenbeheersingsmaatregelen bij de overgang naar nieuw inkoopmodel 38. Gebiedsgericht werken 39. Sneller passende hulp door regionale aanpak wachttijden 40. Medewerkers uitwisselen om personeelstekorten tegen te gaan 41. Aandringen op landelijke standaarden voor inkoop 42.
Datagestuurd verbeteren van de jeugdzorg 43. Lobbyagenda voor eerlijke financiën en betere Jeugdwet 44. Stoppen met projecten die dubbelen of onvoldoende bijdragen Goede samenwerking 45. Opzetten van netwerk ‘Onze jeugd onze zorg’ 86
46. Minder marktwerking, meer strategisch partnerschap 47. Jongeren en ouders krijgen een vaste plek aan tafel” (Gemeente Enschede, 2024b, pp. 60-61)
87
Bijlage 10: Lokaal Educatieve Agenda De Lokaal Educatieve agenda, de LEA, valt onder Kansrijk Enschede (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023). De huidige LEA loopt van 2023-2026. Deze richt zich op een integrale aanpak voor langere tijd, overeenkomend met de aanpak vanuit Kansrijk Enschede (Gemeente Enschede, 2023a). De volgende subdoelen worden omschreven: “Voor kansengelijkheid in de kinderopvang en het onderwijs zijn de belangrijkste inhoudelijke subdoelen: • • • • •
Kwaliteit van de persoonlijke interactie vergroten (DE pedagogische basis) Basisvaardigheden vergroten, met name taalontwikkeling Positieve (mentale) gezondheid verbeteren Brede wereldoriëntatie (life-skills), als basis om te kunnen leren Kinderopvang en school als trefpunt van een stimulerende sociale omgeving” (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023, p. 5)
De vorderingen worden bijgehouden via de volgende meetgegevens: • • • • • • • • • • •
“Onderwijsachterstanden (verminderen), zie kansengelijkheidsmonitor Deelname van VVE-geïndiceerde kinderen aan VVE-thuis Basisvaardigheden (vergroten), laaggeletterdheid (verminderen) Onder-advisering van bepaalde groepen (verminderen) Ondersteuning bij schoolovergangen (vergroten) Leerlingen in regulier onderwijs tov speciaal onderwijs (vergroten) Schaduwonderwijs (verminderen) Schoolaanwezigheid (vergroten) Voortijdig schoolverlaten (verminderen) Gebruik jeugdzorg (verminderen) Ondersteuning van passend onderwijs, jeugdzorg en jeugdgezondheidszorg (beter) afstemmen door interprofessioneel werken” (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023, p. 7)
Hieruit zijn ook de onderliggende doelen uit op te maken. Per leeftijdscategorie zijn er verschillende ambities en doelen. Deze categorieën lopen van 2-27 jaar. De doelgroepen zijn verdeeld in de volgende categorieën: • • • • • • •
“Van voorschool naar vroegschool (2-6 jaar) (1.100 van de 6.000 2-4 jarigen maakt gebruik van de peuterspeelzaal) Op de basisschool (6-12 jaar) na de vroegschool (12.200 leerlingen)** Van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs (1.500 leerlingen per jaar)* Op het voortgezet onderwijs (12-16/18 jaar) (9.500 leerlingen) Van voortgezet onderwijs naar middelbaar beroepsonderwijs (4.800 studenten per jaar)** Op het middelbaar beroepsonderwijs (5.100 studenten) Van (middelbaar) beroepsonderwijs naar werk (16+/18+), 3.000 van de 26.000 jongeren tussen 16 en 27 jaar maken deze overgang zonder startkwalificatie***.
* Deze leerlingen zijn geen extra leerlingen, ze tellen ook mee bij het primair onderwijs (groep 8) ** Leerlingen van het speciaal onderwijs tellen hier mee onder primair onderwijs of voortgezet onderwijs 88
*** Schoolverlaters van het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs tellen hier ook mee. Zij hoeven geen startkwalificatie te halen, mogen dat wel.” (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023, p. 5) Als er wordt gekeken naar kinderarmoede en het opgroeien binnen een gezin met moeilijke omstandigheden, dan wordt er in eerste instantie al individuele hulp aangeboden (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023). Dit is er ook voor kinderen die leerachterstanden hebben op scholen waar er niet gebiedsgericht wordt geïnvesteerd. Ook zijn er basisarrangementen voor “alle leerlingen van 2 tot 27 jaar op alle scholen” (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023, p. 7). Gebiedsgericht investeren in scholen waar veel kans is op leerachterstanden gebeurt via plusarrangementen, waarbij als voorbeeld de Jeugdhulparrangementen en huiskamers met naschoolse aanbod worden benoemd (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023). Er worden verschillende ambities en maatregelen per doelgroep benoemd. De ambities worden hier genoemd, maar voor de maatregelen wordt verwezen naar het document zelf.
Hieronder worden ook ambities van de Twentse Belofte vermeld, waarbij de nummers niet opeenvolgend zijn zoals bij de ambities van de LEA: “Voorschool (2 - 4 jaar) Onze ambitie (1): alle kinderen kunnen een goede start op school maken. Van voorschool naar vroegschool (2 - 6 jaar) Onze ambitie (2): de overgang van voorschool naar vroegschool verloopt zo soepel mogelijk. Op de basisschool (6 - 12 jaar) Onze ambitie (3): ieder kind verdient het om kansrijk te zijn op de basisschool. School en gemeente moeten daarvoor op de ene plek iets meer ondersteuning bieden dan op een andere plek. Van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs Onze ambitie (4) is: de overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs verloopt zo soepel mogelijk. Op het voortgezet onderwijs (12 – 16/18 jaar) Onze ambitie (5): iedere jongere verdient het om kansrijk te zijn in het voortgezet onderwijs. Van voortgezet onderwijs naar middelbaar beroepsonderwijs Twentse belofte 1: jongeren die de overstap maken naar een nieuwe school zijn goed voorbereid en op de nieuwe school komt de (extra) ondersteuning direct op gang. Op het middelbaar beroepsonderwijs Twentse belofte 2: jongeren met een hogere kans op schooluitval worden op school extra ondersteund om zich te ontwikkelen en een startkwalificatie te halen.
Naar werk/dagbesteding en/of terug naar school Twentse belofte 3: jongeren die zonder startkwalificatie van school gaan worden persoonlijk begeleid naar een passende plek in de samenleving Twentse belofte 5: jongeren die niet op school zitten of aan het werk zijn worden benaderd en begeleid zodat ze terug naar school kunnen, aan het werk of allebei” (Instellingen voor kinderopvang, onderwijs & de gemeente Enschede, 2023, pp. 19-35)
89
Bijlage 11: Regiovisie en centrumgemeente Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Net zoals dat de LEA een algemene visie is voor alle scholen, is er ook een regionale visie op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Enschede is hierbij een centrumgemeente (zie Figuur B7), wat inhoudt dat ze met veertien gemeenten van Twente samenwerkt aan deze regionale aanpak en hierbij een grotere rol heeft wat betreft de financiën en de regie.
Figuur B7: Centrumgemeentetaken voor Enschede, (Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners, 2023, p.26).
Naast de centrumtaak heeft Enschede als lokale overheid ook de taak om huiselijk geweld en kinderarmoede te verminderen, wat in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet te vinden is. Voor huiselijk geweld wordt de volgende definitie gegeven: “Bij huiselijk geweld gaat het om geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer wordt gepleegd, bijvoorbeeld door (ex-)partners, familieleden of huisvrienden. Het woord ‘huiselijk’ verwijst dus niet naar de plaats van het delict, maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Het geweld kan zowel binnenshuis als buitenshuis plaatsvinden. Het kan daarbij gaan om lichamelijk, psychisch, financieel, online of seksueel geweld. Huiselijk geweld kan de vorm aannemen van (ex-)partnergeweld, eergerelateerd geweld, kindermishandeling, geweld tegen (een) ouder(s), ouderenmishandeling enzovoort” (Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners, 2023, p.8).
90
De definitie van kindermishandeling is uitgebreider: “Onze definitie van kindermishandeling is dezelfde als die in de Jeugdwet is opgenomen en luidt als volgt. Bij kindermishandeling gaat het om vormen van een voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie. Die bedreigende of gewelddadige interactie wordt actief of passief opgedrongen door (een) ouder(s) en/of andere personen waarvan de minderjarige afhankelijk is of ten opzichte van wie de minderjarige onvrij is. Het gevolg van die interactie is (dreigende) ernstige schade bij de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Het gaat hierbij om seksuele, fysieke, emotionele en/of psychische mishandeling, om fysieke, emotionele en/of psychische verwaarlozing en om getuige zijn van huiselijk geweld. Hoewel in de Jeugdwet niet expliciet genoemd, wordt vrouwelijke genitale verminking (meisjesbesnijdenis) ook tot kindermishandeling gerekend. De definitie laat zien dat er verschillende vormen van kindermishandeling zijn: actief en passief. Bij actieve mishandeling doet de volwassene iets om het kind te mishandelen. Denk aan: lichamelijke mishandeling, emotionele mishandeling en seksueel geweld. Bij passieve mishandeling laat de volwassene juist iets na waardoor het kind mishandeld wordt. Denk aan: emotionele en lichamelijke verwaarlozing.
Bij elke vorm van kindermishandeling varieert de ernst van licht tot zeer zwaar. De duur en frequentie van het geweld bepalen mede de ernst van de mishandeling” (Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners, 2023, p. 8). Er worden ook risicofactoren genoemd bij kindermishandeling: “Uit diverse onderzoeken blijkt dat een aantal risicofactoren de kans op kindermishandeling vergroot. Het gaat daarbij om kenmerken van ouders, van kinderen en van de omgeving. Voorbeelden van risicofactoren bij ouders zijn psychiatrische problemen, een verstandelijke beperking, verslaving, een problematische partnerrelatie of een verleden waarin de ouder zelf als kind mishandeld is. Daarnaast blijken sommige kinderen kwetsbaarder voor mishandeling te zijn dan andere kinderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen die prematuur geboren zijn, kinderen met een handicap of kinderen met gedragsproblemen. Tot slot kunnen omgevingsfactoren de kans op mishandeling vergroten, zoals armoede, sociaal isolement of een eenoudergezin. Uit onderzoek blijkt ook dat een aantal factoren tegenwicht kan bieden aan deze risicofactoren: de zogenoemde beschermende factoren. Het netwerk van de ouder(s) waarop kan worden teruggevallen is bijvoorbeeld een belangrijke beschermende factor.
Als een ouder heeft geleerd om te gaan met eigen ervaringen, open staat voor begeleiding en de emoties van zijn kind herkent, beschermt dit het kind tegen mishandeling. Daarnaast zijn er eigenschappen van het kind zelf die het kunnen beschermen tegen de gevolgen van mishandeling, zoals goede sociale vaardigheden en een hoge intelligentie” (Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners, 2023, p. 11). De Twentse Aanpak, zoals deze in het document wordt genoemd, heeft 5 pijlers: 1. 2. 3. 4. 5.
“Het signaleren, aanpakken en duurzaam stoppen van geweld Ondersteuning aan mensen in onveilige situaties Het belang van preventie: ‘voorkomen is beter dan genezen’ Integrale aanpak en samenwerking Gezamelijke verantwoordelijkheid: huiselijk geweld gaat ons allen aan: inwoners, professionals en gemeenten/overheid” (Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners, 2023, p. 15). 91
Ze hebben hiervoor verschillende ambities: 1. 2. 3. 4. 5.
“Meer bewustwording op impact en omvang Betere vroegsignalering en preventie Inzetten op het stoppen van geweld, stabiliteit en effectieve, duurzame oplossingen Verder uitrollen van ‘gefaseerd samenwerken aan veiligheid’ Verstevigen van integrale aanpak en samenwerking vanuit zorg en veiligheid (domeinoverstijgend en intersectoraal) 6. Stimuleren van lokale initiatieven 7. Betrekken van ervaringsdeskundigen en inzetten van best practices” (Veertien Twentse gemeenten & Samenwerkingspartners, 2023, pp. 16-20).
92