GroenambtplanEnschede2050 versie bestuurlijke besluitvorming.pdf
Tekst van het document
4. Principes op kaart
Groenambitieplan Enschede 2050 |
37
• 4.1 Stad en land: de verbinding tussen de stad en het buitengebied voor zowel mens als dier wordt gewaarborgd door de wiggen/stadsrandzone en ecozones. ◦ De wiggen/stadsrandzone ◦ De ecozones • 4.2 Groene gebieden: groene plekken waar mens en dier kunnen rusten, ontmoeten en bewegen. ◦ Parken: Stadsparken en gedenkparken ◦ Sportparken 4.3 Groene Lijnen: deze lijnvormige elementen vormen samen een herkenbaar netwerk. • ◦ De Singel
◦ Hoofdwegen met bomenlanen ◦ Spoorlijn met beplanting ◦ Groen netwerk door de wijken ◦ Groenblauwe structuren • 4.4 Buurt-, wijk en dorpsgroen, groen in de directe leefomgeving (wonen en werken), waarbij we vier gebieden onderscheiden: ▪ Centrum ▪ Groen in woonwijken ▪ Bedrijventerreinen ▪ Groene dorpen
4.1 Stad en land Enschede heeft een uniek landelijk gebied, met name bepaald door het kleinschalig coulissenlandschap. Rond de stad zijn diverse landgoederen gelegen die, meer of minder toegankelijk, de bezoeker doen herinneren aan het textiel verleden van de stad. Andere belangrijke troeven in het landschap zijn de waardevolle natuurgebieden (bijvoorbeeld het Aamsveen) en het waterrecreatiepark Rutbeek. In de gebiedsdekkende Visie op het landelijk gebied is de groene visie voor dit gebied beschreven. Hier sluiten we op aan en versterken we. Zo wordt de verbinding tussen stad en land gemaakt door de groene wiggen, de stadsrandzone en de ecozones, die hieronder beschreven worden. Enschede kenmerkt zich door een enorm lange stadsrand(zone) die het landschap tot diep in de stad laat doordringen (wiggen). De wiggen bieden ruimte voor verschillende recreatieve functies en brengen de natuur in de stad. Het is belangrijk om de wiggen zoveel mogelijk te vrijwaren van verdere bebouwing en de toegankelijkheid te waarborgen of te vergroten.
We onderscheiden vier wiggen, namelijk de Hengelose wig in het noordwesten, de Oldenzaalse wig in het noordoosten, de Eschmarke wig in het zuidoosten en de Usselerwig in het zuidwesten. Daarnaast zijn er bij de zuidwijken nog 2 kleinere wiggen te herkennen. Een stevige en herkenbare stadsrandzone zorgt voor een heldere grens tussen stad en landschap en voorkomt geleidelijke verdere groei van de stad en het ontstaan van rommelzones.
38
| Groenambitieplan Enschede 2050
4. Principes op kaart
Kansen vanuit de principes Benutten:
Meewerken aan initiatieven voor lokale voedselvoorziening in de stadsrandzone waarmee we de relatie tussen de stad en de landbouw in het buitengebied kunnen vergroten
Bouwen: De zuidwestelijke wig (Usselerwig) willen we gelijktijdig met stedelijke ontwikkelingen versterken. Zo is al een aanzet gedaan met groenstructuren op de Josinkes en wordt de krans van de Usseleres ontwikkeld als natuurzone. Bij de ontwikkelingen op Kop Westerval kan het groen verder de stad in groeien en daarmee een sterke verbinding vormen tussen buitengebied en het Volkspark.
Ecologische verbindingen zijn van groot belang als dieren zich van het ene naar het andere natuurgebied willen verplaatsen en daarbij de stad moeten passeren. In de Eschmarke hebben we enkele robuuste ecozones opgenomen in de structuur van de wijk.
Hierdoor ontstaat, naast verbindingen tussen natuurgebieden, een groene dooradering die het groen dicht bij de inwoners brengt. Langs de A35 ligt een brede groene zone die als ecologische verbinding werkt, maar die ook belangrijk is als recreatiegebied. Faunapassages bij de Hengelosestraat en het spoor zorgen voor een verbinding tussen Twekkelo en Hof Espelo, voor bijvoorbeeld dassen.
Kansen vanuit de principes Benutten: Het robuuster maken van de ecozones: nader onderzoek naar het vóórkomen van soorten en de verbinding controleren: Zijn er bijvoorbeeld extra passages of beplanting nodig?
Bouwen: Bij nieuwbouw en herinrichting grenzend aan ecozones het groen op dezelfde natuurlijke manier inrichten om op die manier de ecozone uit te breiden in z’n directe omgeving.
4. Principes op kaart
Groenambitieplan Enschede 2050 |
39
4.2 Groene gebieden Hieronder verstaan we de grotere parken in de stad, die openbaar toegankelijk zijn. Dit zijn stadsparken, gedenkparken en sportparken. De parken in Enschede zijn belangrijke rust- en ontmoetingsplekken voor mens en dier en bieden ook ruimte om bewegen. Daarnaast zijn de parken historisch zeer waardevol. In de bloeitijd van de textielindustrie zijn het Volkspark en het G.J. Van Heekpark aangelegd met het oog op het vertier en welzijn van de bevolking. Deze twee parken liggen aan de Singel. Het Abraham Ledeboerpark, het Wooldrikpark/Blijdensteinpark en het Van Lochemsbleekpark zijn voormalige landgoederen die na schenking als openbaar park in gebruik zijn genomen.
De oude parken hebben een gewaardeerde, klassieke uitstraling. Het Wesselerbrinkpark is ontwikkeld aansluitend aan de woningbouwontwikkeling van de wijk en heeft een typische jaren 70 uitstraling. In het Wooldrikpark en het Wesselerbrinkpark zijn ook een kinderboerderij aanwezig. Enschede heeft een tweetal grote algemene begraafplaatsen: de Wester (9 ha uit 1921) en de Ooster (13 ha uit 1899). Deze gedenkparken hebben, ook in tuinarchitectonisch opzicht, bijzondere kwaliteiten. Op een aantal plekken in de stad liggen kleine voor een deel buiten gebruik gestelde begraafplaatsen, bijvoorbeeld aan de Deurningerstraat (boerenkerkhof) en aan de Espoortstraat. Kansen vanuit de principes: Beschermen: Elk stadspark krijgt een eigen visie voor inrichting en beheer in samenspraak met de beheercommissies, waar dit nog niet is gebeurd. Hierin worden voor elk park de te behouden karakteristieken vastgelegd.
Benutten: Gedenkparken: de toegankelijkheid van de begraafplaatsen wordt vergroot, zodat inwoners deze ook meer gaan gebruiken als rustplek en wandelpark. Verouderde beplantingen vervangen voor meer inheemse soorten, om de biodiversiteit te vergroten. Dit zal ook verder uitgewerkt worden in de toekomstvisie begraafplaatsen en gedenkparken. Bouwen: Ruimte voor waterberging en waterafvoer creëren door bijvoorbeeld gazons te verlagen of een nieuwe beek door het park aan te leggen. Bij grotere gebiedsontwikkelingen worden nieuwe parken gecreëerd. Denk aan Cromhoffpark en Eschmarkerveld.
40
| Groenambitieplan Enschede 2050
4. Principes op kaart
Sportparken zijn verspreid over de stad te vinden en een aantal is onderdeel van de groene wiggen, zoals sportpark Schreurserve en Vogido. De sportvelden beslaan de grootste oppervlakte, maar daaromheen en tussendoor zijn groenstructuren te vinden van bomen en struiken die zorgen voor groene randen van de velden. Deze dienen als afscherming van wegen en voor schaduw ten behoeve van het sporten, maar hebben ook ecologische waarde. Van oudsher zijn de sportparken veelal wel omgeven door hekken en alleen toegankelijk via een hoofdentree. Onder andere bij sportpark Diekman Oost en sportpark Enschede zuid wordt gewerkt aan een meer open en multifunctioneel sportpark.
Kansen vanuit de principes: Beschermen: Groenbeheerplannen opstellen voor sportparken, waar die er nog niet zijn, in samenwerking met Sportaal en sportclubs. Onderdeel hiervan kunnen zijn behoud en herstel van de groene randen en verandering van maaibeheer van stroken naast of tussen de velden.
Benutten: De toegankelijkheid van sportparken vergroten door meer ingangen en voetpaden langs groenstructuren toe te voegen, zodat ook de meer ‘informele sporten’ zoals hardlopen, wandelen en fietsen mogelijk worden.
Bouwen: Groenstructuren op sportparken herstellen door inheemse struiken en bomen terug te planten. Bij de soortkeuze wordt rekening gehouden met het onderhoud van de sportvelden. Kansen voor vergroening van sportparken worden gecombineerd met waterbergingsopgaves en met de clustering van sportparken.
4. Principes op kaart
Groenambitieplan Enschede 2050 |
41
4.3 Groene lijnen Inwoners en bezoekers van Enschede gebruiken het hoofdwegennet en de spoorlijn om Enschede te bereiken of zich door de stad te verplaatsen. Langs de wegen zijn bermen en bomen aanwezig en die geven de entrees van Enschede allure en zorgen voor herkenbaarheid, zodat je makkelijker de weg kunt vinden. De spoorlijn is als een groenlint van west naar oost. Ook dieren maken gebruik van deze doorgaande groene routes door te stad. Tussen 1916 en 1929 is de Singel aangelegd door de toenmalige burgemeester Edo Bergsma. De Singel is kenmerkend voor Enschede door zijn slingerende karakter en door een middenberm met een dubbele bomenrij. De radialen delen de Singel op in verschillende delen en elk deel heeft een andere boomsoort. Ook de Broekheurnering heeft een middenberm met bomen. De Usselerrondweg/Auke Vleerstraat ligt op de grens van bebouwing en het landelijk gebied en heeft daarom geen doorgaande laanbeplanting. Het groen past zich hier aan z'n omgeving aan en heeft een wat meer landschappelijk en los karakter.
Kansen vanuit de principes: Beschermen: • De middenberm met dubbele bomenrij zoveel mogelijk doortrekken over de gehele Singel, rekening houdend met een goede groeiplaats voor nieuwe bomen, zodat de bomen ook een gezonde toekomst tegemoet gaan. Hier zit wel een spanningsveld met verbeteren van de verkeersdoorstroming en ruimte voor parkeren. • Meerjarenplan voor toekomstbestendige bomen met bijvoorbeeld aandacht voor beluchting en bemesting van de bodem. Benutten: • De middenberm van de Singel inrichten naar voorbeeld van historische foto’s met gevarieerde onderbeplanting en hiermee kleurige entrees op kruisingen met radialen creëren en biodiversiteit vergroten. • Experimenteren met ander maaibeleid ten behoeve van biodiversiteit en gevarieerder beeld. Wel rekening houden met zichtbaarheid van verkeer en de functie van de middenberm als wandelstrook. Een netwerk van hoofdwegen zoals de Oldenzaalsestraat, de Hengelosestraat en de Deurningerstraat, bijeengebracht door de Singel, zorgt voor een soort spinnenweb van wegen om de stad goed bereikbaar te maken. Er is veel ruimte nodig voor het doorgaande verkeer, maar een doorgaande boombeplanting willen we behouden of versterken voor de herkenbaarheid van de hoofdwegen en als vliegroutes voor bijvoorbeeld vleermuizen en insecten.
42
| Groenambitieplan Enschede 2050
4. Principes op kaart
Kansen vanuit de principes: Beschermen:
Meerjarenplan opstellen voor behoud of vervanging bomenlanen, zodat we van bestaande bomen de kwaliteit kunnen waarborgen en weten welke boom terug geplant moet worden als een exemplaar uitvalt. Op basis van het meerjarenplan kunnen we ook grootschalig, gefaseerd bomen vervangen als dit echt noodzakelijk is.
Bouwen: Versterken boombeplanting Deurningerstraat. Op deze radiaal is er maar beperkt ruimte gemaakt voor groen. Daarom heeft deze straat de meeste urgentie om in te investeren. Enschede lijkt ontwikkeld rond de (oude) spoorlijnen in de stad. De stad is ten tijde van de textielindustrie met name gegroeid rondom de langs de spoorlijnen gevestigde textielcomplexen. De Westerval, Zuiderval en Lonnekerspoorlaan, ooit oude spoorlijnen, zijn getransformeerd tot ontsluitingsstructuren voor bus-, auto en/of langzaam verkeer. Alleen de lijnen met Hengelo en Gronau functioneren nog als spoorlijn. Deze spoorlijn is een belangrijke groenzone dwars door de stad van oost naar west en heeft daarmee een ecologische functie en is daarnaast een herkenbare lange lijn. Ook is het groen langs het spoor het visitekaartje voor de treinreizigers.
Kansen vanuit de principes: Beschermen: Een gezamenlijk beheerplan maken met Prorail over het groen langs het spoor, omdat de belangen verschillend zijn.
Bouwen: Het aanvullen van groenelementen met inheemse, gevarieerder beplanting op ontbrekende delen langs het spoortracé. Het gaat bijvoorbeeld om het gedeelte ter hoogte van de Parkweg binnen de Singels tot aan het station en de spoorzone door Glanerbrug die weinig robuust groen bevat.
4. Principes op kaart
Groenambitieplan Enschede 2050 |
43
Verspreid over de hele stad zijn lange lijnen gekoppeld aan oude spoorlijnen, beken of straten te herkennen die zorgen voor een fijnmazig netwerk dwars door wijken heen. Deze lijnen zijn van belang voor de ecologie om groene gebieden aan elkaar te rijgen, zodat vogels, insecten en andere dieren zich kunnen verplaatsen. Daarnaast zorgt het voor routes met schaduw naar het park, of de winkel, of gewoon een groene route om een rondje te hardlopen, wandelen of andere sporten en activiteiten te beoefenen.
Kansen vanuit de principes: Bouwen: Op meerdere plekken in de stad zijn de lange lijnen niet of onvoldoende begeleid met groen. Het autoluw maken van straten kan helpen om ruimte te maken voor groen, wandelaars en fietsers, zoals in de mobiliteitsvisie al is opgenomen voor de centrumwijken. Straatgroen kan in de vorm van bloemrijke bermen, struikengroepen of bomen. Bij herinrichtingen kunnen we deze lange groenstructuren aanleggen.
Van oorsprong liepen tal van beken door de stad. De helling van de stuwwal volgend, waterde Enschede af richting het westen, richting Hengelo. De Roombeek en de Stadsbeek zijn weer zichtbaar bovengronds gebracht. Deze vormen aantrekkelijke en beeldbepalende plekken in de stad. Het Twentekanaal faciliteert het transport over water voor de industrie. Het verbindt de Enschedese haven, via een langgerekt kanaal, met de rest van Nederland. Daarnaast zijn ook verlaagde bermen, wadi's en vijvers voorbeelden van groen- blauwe structuren die bijdragen aan een klimaatbestendig Enschede.
Kansen vanuit de principes: Benutten: Bij herinrichtingsprojecten voor klimaatadaptatie, de aanleg van een beek of een waterberging, is er ook aandacht voor speelaanleidingen, ecologisch ingerichte taluds en bomen die op natte plekken kunnen groeien.
Bouwen: Aanleg van groenblauwe structuren ten behoeve van een klimaatbestendige inrichting doen we binnen bestaande projecten zoals aanpakken wateroverlastlocaties, herontwikkeling, groot onderhoud aan wegen en rioolvervangingen. Zie Water- en Klimaatadaptatieplan Enschede – groenblauwe structuren.
44
| Groenambitieplan Enschede 2050
4. Principes op kaart
4.4 Buurt-, wijk- en dorpsgroen Binnen het groene raamwerk van wiggen, parken, lanen en groen-blauwe structuren liggen het centrum, de wijken en de bedrijventerreinen. Rondom de stad liggen de prachtige groene dorpen. Elk gebied heeft weer zijn eigen opbouw en ook het percentage openbaar groen per gebied is zeer divers. Onder buurt- en wijkgroen verstaan we onder andere geveltuinen, groenvakken, wadi’s, straatbomen, groene schoolpleinen, speelplekken en kleine parkjes. Het centrum kenmerkt zich doordat het dicht bebouwd is en de openbare ruimte wordt intensief gebruikt. Juist daarom is de aanwezigheid van groen hier belangrijk. Het Volkspark en Blijdensteinpark zijn op loopafstand van de binnenstad. Enkele pleinen en straten zijn al groen ingericht zoals de Oldenzaalsestraat en het Koningsplein. Door de beperkte ruimte zijn solitaire bomen met goede groeiruimte onder de grond van belang.
Kansen vanuit de principes: Beschermen: We beschermen en onderhouden de stadsbomen in het centrum met verbetering van de groeiplaats. Hiermee houden we ook rekening met de beperkte ruimte onder de grond door aanwezige kabels en leidingen. Op sommige plekken zullen deze ook verlegd moeten worden.
Benutten: We gebruiken de binnenstad als ‘groene etalage’ om inwoners en bezoekers bekend en enthousiast te maken met goede groene voorbeelden. Samen met ondernemers voegen we plantenbakken en gevelgroen toe.
Bouwen: • We vergroenen versteende pleinen, zoals het Stationsplein, met gevarieerd groen. Het Koningsplein is daarbij een goed voorbeeld. Het parkeren in het centrum wordt uitgebreid met ondergrondse garages waardoor er op straat ruimte komt voor groen.
• Daken benutten we met groen, gecombineerd met andere functies, zoals zonnepanelen of een daktuin. • Bij nieuwbouwplannen creëren we groene oases met minibosjes in gezamenlijke binnentuinen.
4. Principes op kaart
Groenambitieplan Enschede 2050 |
45
De diversiteit in wijken komt onder andere door de verschillende perioden waarin de wijken gebouwd zijn. Dit zie je ook terug in de groenvoorzieningen. Wijkgroen is van belang om een prettige woonomgeving te creëren en speelt een essentiële rol voor mensen om in hun directe omgeving te kunnen bewegen, ontspannen en ontmoeten.
Kansen vanuit de principes: Benutten: • Elke buurt z’n eigen ommetje! Voor elke leeftijdsgroep is het prettig om vanaf je eigen woning te kunnen wandelen met je hond of hardlopen met een beweegapp. We streven ernaar dat er in elke buurt genoeg groen is met kleine paadjes of stoepen met bomen waardoor het uitnodigt om een rondje te maken.
• Elke buurt een groene ontmoetingsplek! Dit kan een buurtparkje, groene speeltuin of groen schoolplein zijn. Zo kan iedereen zich in z’n eigen woonomgeving verbonden voelen met groen en een plekje vinden voor ontspanning. Bouwen: Stenige plekken vergroenen: boomspiegels vergroten, plantvakken of geveltuintjes toevoegen op brede trottoirs, schoolpleinen vergroenen of pergola’s met klimplanten toevoegen bij parkeerplaatsen. Dit in samenhang met het Water- en Klimaatadaptatieplan Enschede.
Bedrijventerreinen liggen veelal aan de rand van de stad vanwege bereikbaarheid en afstand tot woningen. Ze zijn vooral functioneel ingericht met grote kavels en brede wegen. Juist daarom heeft meer en divers groen hier een grote meerwaarde voor de uitstraling en de leefbaarheid van de werklocaties. Vanuit de samenwerkende bedrijventerreinen en de gemeente samen zijn er al initiatieven op het gebied van het vergroenen. Dit vanuit het belang dat ondernemers en werknemers zien in een groene werkomgeving.
Vanuit de visie werklocaties zijn gebiedsagenda’s per bedrijventerrein opgesteld, waarvan het vergroenen een onderdeel is. Maatwerk per gebied is belangrijk, want elk bedrijventerrein is uniek en vraagt een eigen aanpak.
46
| Groenambitieplan Enschede 2050
4. Principes op kaart
Kansen vanuit de principes: Benutten: Het omvormen van grasbermen naar bloemrijke mengsels en hier ecologisch maaibeheer op toepassen vergroot de natuurwaarde en beleving op het bedrijventerrein. Als hier behoefte aan is, kan dit uitgebreid worden met wandelpaadjes voor een lunchwandeling.
Bouwen: • Platte daken kunnen benut worden met een combinatie van sedumdaken en zonnepanelen. • Door collectief gebruik van bijvoorbeeld logistiek en parkeren kunnen we ruimte maken voor groen en opvang van regenwater in wadi’s.
Een mooi voorbeeld Op het bedrijventerrein de Marssteden wordt er al kleinschalige vergroening gerealiseerd vanuit de ondernemersvereniging. Dit in samenwerking met Natuur voor elkaar (Provincie) en de gemeente.
4. Principes op kaart
Groenambitieplan Enschede 2050 |
47
Lonneker, Usselo, Boekelo en Glanerbrug zijn de dorpen binnen de gemeente Enschede. Karakteristiek vanwege de kleinschaligheid en de ligging in het buitengebied. De dorpen spelen ook een belangrijke rol als toeristische trekpleisters met terrassen, ijssallons, hotels en evenementen zoals Lonneker kunstroute en de Military. De dorpspleinen zijn het hart waar mensen elkaar ontmoeten en van oudsher hebben deze pleinen een groen karakter door de aanwezige bomen en andere beplanting. De brink was vroeger een centrale plek in het dorp waar het vee werd verzameld en eiken werden geplant voor houtproductie en voer (eikels) voor de varkens. De wegen die het dorp inleiden en de dorpen en aan het agrarisch gebied en de stad verbinden, zijn begeleid met groen.
Kansen vanuit de principes: Beschermen: We beschermen de historische groene brinken, de oude erfbeplantingen en tuinen bij kerkjes, voormalige scholen en andere historische gebouwen.
Bouwen: In Glanerbrug zijn veel straatjes en pleintjes versteend. Bij nieuwbouw en herinrichting voegen we nieuwe groene plekken toe.
48
| Groenambitieplan Enschede 2050
4. Principes op kaart
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie Het vergroenen van Enschede is een opgave voor iedereen samen: gemeente, inwoners, ondernemers en instellingen. We kunnen elkaar helpen om de groene droom te realiseren. Daarnaast moeten en willen we als ondernemende kennisstad met elkaar blijven zoeken naar innovatieve methoden om Enschede kwalitatief verder te vergroenen. Daarbij ligt er ook een grote rol in de samenwerking tussen overheid, onderwijs, ondernemers en onderzoek. We maken gebruik van Enschedese kennisinstellingen op dit gebied, zoals Universiteit Twente, Saxion, ROC van Twente en het Zone.College en de innovatiekracht van de ondernemers en inwoners van Enschede. Vanzelfsprekend werken we ook actief samen met andere partijen, zoals de woningcorporaties en groene stichtingen en verenigingen in de stad die groene initiatieven en vergroening stimuleren.
De gemeente als overheid een voorbeeldrol. Daarbij gaat het erom dat de gemeentelijke organisatie zelf groener denkt, handelt en doet. Daarnaast heeft de gemeente veel (openbare) ruimte in eigendom en beheer, die ook verdere vergroening vraagt. Van idee naar uitvoering! We hebben nu de droom in beeld (hoofdstuk 1) en weten welke groene opgaven er zijn (hoofdstuk 2). Ook weten we hoe we aan de droom en opgaven via de groene principes (hoofdstuk 3 en 4) gaan werken. Als volgende stap is het belangrijk een stap te zetten naar de praktijk en uitvoering buiten. Anders blijft de droom slechts een droom. In dit hoofdstuk geven we hiervoor een aanzet, die vervolgens samen met inwoners, ondernemers en instellingen nog verdere uitwerking vraagt. Voor de uitvoering van dit groenambitieplan zien we in elk geval de volgende belangrijke stappen die we met elkaar verder gaan uitwerken: • 5.1 Vergroenen vanuit de gemeente: De gemeente heeft een voorbeeldfunctie in het vergroenen van Enschede. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen en investeringen om het openbare groen kwalitatief te vergroenen in de stad. Het gaat hierbij om een aanzet. Het totaal aan opties vanuit de gemeente vraagt nog een verdere uitwerking. Hoe we dat doen lichten we toe in paragraaf 5.3.
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
Groenambitieplan Enschede 2050 |
49
• 5.2 Samen vergroenen: Willen we de droom bereiken dan vraagt dit een gezamenlijke aanpak. Alleen door samenwerking tussen inwoners, ondernemers, instellingen en de gemeente kunnen we stappen zetten om de droom van “Enschede als één groot groen park voor mens, plant en dier” te bereiken. Dit vraagt tegelijkertijd dat de gemeente daarin een betrouwbare partner is met heldere participatiekaders. Dit onderdeel krijgt verdere uitwerking in de gemeentebrede ontwikkelingen met als vertrekpunt de inspraakverordening en op den duur de nieuwe participatieverordening. • 5.3 Instrumenten uitwerken: Het gaat hierbij om aanpassing en uitwerking van de instrumenten die nodig zijn om Enschede groen te houden en verder kwalitatief te vergroenen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het omvormen van de groene principes naar normen, het uitwerken van groengebiedsagenda’s per buurt, de aanpassing van het bomenbeleid en de regels rond bomenbescherming. Of om de verdere uitwerking van de benodigde uitvoeringsmiddelen voor dit plan via de gemeentelijke planning- en controlproducten.
5.1 Vergroenen vanuit de gemeente Dit groenambitieplan geeft inspiratie om samen te vergroenen. Daar zijn verschillende keuzes in te maken. We richten ons in deze paragraaf vooral op een voorzet voor mogelijke investeringen vanuit de gemeente in het vergroenen van de openbare ruimte. Het zijn investeringen die we in elk geval als noodzakelijk zien vanuit bijvoorbeeld bestuurlijke, uitvoeringstechnische of maatschappelijke ontwikkelingen. We maken inzichtelijk hoe we deze investeringen de komende jaren kunnen vormgeven. Alle investeringen en voorstellen zijn dus eerste globale inschattingen van kosten en vragen nog verdere uitwerking en verdieping. Rond investeringen in het groen zien we onder andere de volgende prioriteiten voor de komende jaren vanuit dit groenambitieplan:
De basisinzet voor groen en biodiversiteit op orde Ingegeven door noodzakelijke bezuinigingen is er in het verleden regelmatig gekort op de middelen voor groen en biodiversiteit. De benodigde basisinvesteringen in het groen kunnen we daardoor niet meer realiseren. Het is belangrijk voor het vergroenen van Enschede dat deze basisinzet weer op orde komt.
Uitvoeringsgelden biodiversiteit beschikbaar gesteld Er waren geen gemeentelijke uitvoeringsmiddelen meer voor de basisinzet op biodiversiteit samen met onze partners. Nadat de eerdere uitvoeringmiddelen gestopt waren (Zie: “Discussienota duurzaamheid”, paragraaf “3.1 Biodiversiteit) is bij de zomernota 2021 weer structureel 300.000 euro per jaar beschikbaar gesteld voor een basisinzet op vergroten van biodiversiteit en het werken aan het herstel van het natuurlijk evenwicht in Enschede. Deze basisinzet geven we samen met inwoners, ondernemers en instellingen vorm. Denk daarbij aan acties als “Zo groen” met de aanleg van geveltuinen, ondersteunen van de Groene Loper Enschede en het faciliteren van groene schoolpleinen. Ook gaat het om uitvoeringsmiddelen voor acties die bijdragen aan het herstel van het natuurlijk evenwicht in de stad, zoals noodzakelijke lange termijnacties rond de eikenprocessierups, bescherming van bijzondere soorten en aanpak van invasieve exoten. Het betreft deels buiten investeren en deels 0,5 fte voor het continueren van een coördinator biodiversiteit met partners.
De vervangingsinvesteringen voor het groen leveren een knelpunt op In de afgelopen jaren is er regelmatig bezuinigd op het groen. Zo ook op de vervangingsinvesteringen voor het groen. Dit zijn de middelen die nodig zijn om slechte of oude beplanting te vervangen. Vanuit eerder onderzoek door Arcadis is berekend dat er voor de vervangingen van het groen jaarlijks minimaal 2,74 miljoen euro nodig was om het groen tijdig te vervangen en gezond te houden. Op dit moment is er voor de vervangingen nog daadwerkelijk een bedrag van ca 740.000 euro voor zowel al het groen, speeltoestellen, trapvelden en straatmeubilair (b.v. banken, prullenbakken enz.). Dit betekent dat we te weinig middelen hebben voor tijdige vervangingen in het openbaar groen.
50
| Groenambitieplan Enschede 2050
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
Beschermen: Het beheer en onderhoud optimaliseren De jaarlijkse kosten voor de verzorging (beheer en onderhoud) van het openbare groen brengen we jaarlijks in beeld via de paragraaf 'Onderhoud kapitaalgoederen' van de gemeentelijke planning en control producten. zie www.enschede.nl/koers053. Het gaat hieronder om aanvullende investeringen om dit beheer en onderhoud van het openbare groen verder te optimaliseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
• Onderhoud optimaliseren, zoals bospercelen Het onderhoud van de openbare ruimte vraagt verdere optimalisatie. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van het onderhoud van de bospercelen in Enschede. Om dit te bereiken is er via het amendement "optimalisatie onderhoud openbare ruimte" bij behandeling van de zomernota 2021 inmiddels € 100k beschikbaar gesteld. • Optimaliseren boomverzorging Het huidige bomenbeheer kan geoptimaliseerd worden door hierin meer te investeren. Denk bijvoorbeeld aan bestaande bomen in de hoofdstructuur waar nodig regulier extra bemesten en beluchten. Of extra onderhoudsmaatregelen treffen, zoals nader onderzoek laten uitvoeren en aanvullende actie uitvoeren bij herstelbare ziekte van waardevolle bomen. Hierbij is het wel belangrijk altijd de mate van benodigde investering in relatie tot de levensduur van de bomen in afweging te houden. • Keuze in kwaliteitsniveaus In Enschede werken we met onderhoudsniveaus voor de openbare ruimte. Op dit moment geldt voor de hele stad “niveau basis” met uitzondering van het stadserf, waar “niveau hoog” geldt. Als we de kwaliteit en de uitstraling van het groen daadwerkelijk belangrijk vinden, dan valt te overwegen om het onderhoud kwaliteitsniveau voor het groen te verhogen. Denk aan: ◦ Singels naar onderhoudsniveau hoog; ◦ Alle hoofdgroenstructuren (incl.
singels) naar onderhoudsniveau hoog; ◦ Alle groenstructuren (incl. hoofdstructuren) naar onderhoudsniveau hoog; ◦ Al het groen naar onderhoudsniveau hoog. • Beperken invasieve exoten en plaagdieren Landelijk en ook in Enschede is er meer inzicht nodig op welke bedreigingen we kunnen verwachten vanuit invasieve plant en dierexoten of andere plaagdieren. We willen hier gestructureerd actiever op inzetten. Zowel in de bestaande samenwerking met de Provincie Overijssel, als vanuit de gemeente zelf. Zo onderzoekt de gemeente Enschede de mogelijkheden van een stresstest voor invasieve dier- en plantsoorten en plaagdieren. Aan de hand van deze ontwikkelingen kunnen we betere keuzes maken in het voorkomen en aanpakken van deze soorten en beter bepalen welke inzet hierop nodig is.
Benutten: Het bestaand groen verbeteren Het gaat hierbij om investeringen om de functies die groen kan hebben beter te benutten en bestaand groen te verbeteren. Denk aan:
• Meer variatie aanbrengen en groen toevoegen Kwalitatief vergroenen vraagt meer variatie in het groen. Dit vraagt het actief toevoegen van groen in de bestaande (en ook de nieuwe) openbare ruimte. Denk daarbij aan bomen, heesters, bloemen en gras of “natte” beplanting. • Stadsparken vergroenen Onze stadsparken zijn de groene parels van de stad. Voor een deel liggen er al visies voor deze parken vanuit bijvoorbeeld de parkcommissies. Zoals bij het G.J. van Heekpark, die de afgelopen jaren een ware groene metamorfose onderging. Het Abraham Ledeboerpark met het Wageler, waar door een nieuwe vereniging van gezamenlijke gebruikers van het gebied samen met de gemeente gewerkt wordt aan het vergroten van de betekenis van het gebied voor biodiversiteit, beleving, stadslandbouw en educatie. Of het Volkspark waar
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
Groenambitieplan Enschede 2050 |
51
recent een visie voor is opgesteld en er nog uitvoeringsmiddelen nodig zijn. Voor een aantal parken moeten nog visies worden opgesteld. Deze visies zijn namelijk belangrijk om de huidige waarden van het park te bewaren en tegelijkertijd de functionaliteit van het groen te vergroten. Daarnaast vraagt de uitvoering van deze visies ook aanvullende middelen. Voor de gemeentelijke gedenkparken en begraafplaatsen wordt een aparte visie opgesteld. • Singel vergroenen De singel is een zeer kenmerkend onderdeel van de Enschedese groenstructuur. De singel vraagt verdere vergroening door het zorgen voor meer variatie in het groen. Dit door het aanbrengen van bijvoorbeeld meer struiken, bloembollen of bloemenlinten en minder vaak en op andere wijzen maaien van het gras. Dit komt ook ten goede van de bomen op de singel.
Bouwen: Nieuw groen toevoegen Naast het zorgen dat elke nieuwbouw en herinrichting bijdraagt aan het vergroenen van Enschede gaat het hier ook om het actief toevoegen van groen. Denk aan groen om de groene structuur van Enschede te versterken of groen op plekken waar groen ontbreekt. Waarbij ook te denken valt aan de kansen als benoemd in hoofdstuk 4.
Als we kijken naar gebieden zien we urgentie rond het vergroenen van de binnenstad en het vergroenen van de bedrijventerreinen. Waarbij het vergroenen van de bedrijventerreinen deels al meeloopt in de uitwerking van de Visie Werklocaties Enschede in samenwerking met de samenwerkende bedrijventerreinen. Tegelijkertijd is het ook goed om gemeentelijke investeringsmiddelen te hebben om bij gemeentelijke ontwikkelingen ook groene kansen te kunnen benutten of actief groene projecten op te pakken.
5.2 Samen vergroenen Het vergroenen van Enschede kunnen en willen we niet alleen. Zo is een groot deel van het verhard oppervlak in Enschede van particulieren en derden. Daar hebben we dus beperktere invloed op. Daarnaast is er een druk op het ruimtegebruik in de stad, die om creativiteit en innovatie vraagt om te vergroenen. Het vraagt een aanpak waarin iedereen bijdraagt aan de vergroening: inwoners, ondernemers en instellingen. We zien dit plan daarom vooral als een uitnodiging aan iedereen om samen te vergroenen. Waarbij we ook een belangrijke rol zien voor de samenwerking tussen overheid, onderzoek, onderwijs en ondernemers. Ook koesteren we bestaande initiatieven, onze (groene) partners en zetten bestaande vergroeningsinitiatieven door, zoals Groenblauw Enschede, de Groene Loper Enschede en Jij maakt de buurt. Tegelijkertijd is het belangrijk helder te communiceren en helder te zijn en hoeveel ruimte en invloed er is voor participatie. We zien daarvoor in elk geval de volgende aandachtspunten vanuit de gemeente: • Duidelijke participatiekaders en keuzes aan de voorkant: Samenwerking en participatie is belangrijk en noodzakelijk. We bieden waar dat kan ruimte voor participatie. Dat vraagt tegelijkertijd ook helderheid. Helderheid van de gemeente over haar rol in trajecten. Bijvoorbeeld in welke rol neemt de gemeente deel aan een initiatief.
Wat mag een de samenleving wel of niet van de gemeente verwachten. Het vraagt dat de gemeente dit aan de voorkant van vergroeningsontwikkelingen duidelijk maakt. De inspraakverordening en op den duur de nieuwe participatieverordening zijn hiervoor het vertrekpunt. Ook sluiten we aan op gemeentebrede ontwikkelingen, zoals de “methode Relevant Gesprek”, die vanaf volgend jaar (2022) organisatiebreed wordt uitgerold. • Helder en open communiceren: Belangrijk onderdeel van heldere communicatie is ook open communicatie over wat we doen in het openbaar groen. Denk bijvoorbeeld aan het met kaarten inzichtelijk maken van de kwaliteit van bomen en welke bomen er in de komende periode aan vervanging toe zijn. • Particulieren aanzetten tot vergroenen: Als bij de inleiding van deze paragraaf al gezegd ligt een groot deel van het verhard oppervlak op particulier terrein. Rond de particuliere terreinen liggen dus grote kansen om verder te vergroenen. Daarom is het belangrijk om ook particulieren aan te zetten tot het verder vergroenen. Daarbij moeten we ook aandacht hebben voor het verlagen van drempels om te vergroenen, zoals het mogelijke extra onderhoud dat bijvoorbeeld een groene tuin of dak vraagt van inwoners. Deze aanpak vraagt een verdere uitwerking, die al loopt via en in samenhang met het Water- en Klimaatadaptatieplan Enschede (Wek).
52
| Groenambitieplan Enschede 2050
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
Groenambitieplan Enschede 2050 |
53
5.3 Instrumenten uitwerken Dit groenambitieplan is een eerste stap naar een nog groener Enschede. Het plan biedt handvatten en inspiratie om Enschede samen verder te vergroenen vanuit de gezamenlijke groene droom. Het biedt al concrete voorstellen om stappen te zetten of investeringen te doen. Tegelijkertijd zijn er ook nog verschillende uitwerkingen te maken en vraagt het plan en de principes borging in de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Ook geeft het plan inspiratie en ideeën, waar we op een later moment weer keuzes in kunnen maken. Zo komen we via kleine stappen steeds verder richting onze vergroeningsdroom. Het is belangrijk dat we als gemeente de benodigde instrumenten uitwerken die we nodig hebben om te vergroenen. We geven daartoe in dit ambitieplan een aanzet. Dit vraagt nog nadere uitwerking.
Vertalen principes naar groene toetsingskaders Wat we nieuw aanleggen doen we gelijk groen. Want nieuwbouw, aanleg en herinrichting bieden de kans om het gelijk in één keer goed te doen. In hoofdstuk 3 en 4 hebben we de groene principes benoemd en uitgeschreven. Die vragen nog verdere vertaling naar de uitvoering. Zo vraagt de toetsing van de openbare ruimte een andere aanpak dan bijvoorbeeld het stimuleren van particulieren en particuliere initiatieven. Ook is belangrijk te kijken vanaf welk moment we de toetsing actief gaan toepassen. Daarvoor ontwikkelen we de benodigde toetsingskaders en benodigde uitwerkingen. Die vervolgens ook hun plek kunnen krijgen in andere toetsingsinstrumenten, zoals het kompas nieuwe initiatieven. Daarbij kijken we niet alleen naar de inrichting, maar ook naar de borging van het beheer en onderhoud. Want nieuwbouw/herinrichting en beheer kunnen je niet los van elkaar zien. Totdat de benodigde toetsingsinstrumenten zijn uitgewerkt, werken en handelen we al wel zo veel als mogelijk naar de principes. Ook dit onderdeel werken we vanwege de sterke onderlinge relatie uit via en in samenhang met het Water- en Klimaatadaptatieplan Enschede (WeK).
Groengebiedsagenda's uitwerken Enschede is uniek en heeft ook unieke gebieden met een eigen identiteit. Elk gebied vraagt daarom om maatwerk. Een woonwijk kun je niet op dezelfde wijze benaderen als een bedrijventerrein en de binnenstad vraagt weer een geheel eigen aanpak. Maar ook de dorpen en buurten onderling verschillen van elkaar. Daarom kijken we samen met inwoners, ondernemers en instellingen in onze stad hoe we met maatwerk de gebieden kunnen vergroenen. Om dit te bereiken willen we met groengebiedsagenda’s werken, waarin we de groene kwaliteiten per gebied uitwerken en benodigde vergroeningen in beeld brengen passend bij de identiteit van het gebied. Het is daarmee vooral meer maatwerk op het dorp of de buurtgerichte uitwerking op de kaart van de groene principes. Deze groengebiedsagenda’s geven vervolgens inzichten voor ontwikkelingen, zoals de omgevingsvisie, de Stedelijke Investeringsafweging, de energietransitie en de water en klimaatadaptatie aanpak. Waarbij we kansen rond groen in ontwikkelingen beter kunnen benutten en ontwikkelingen per buurt beter tegen elkaar kunnen afwegen. Ook geeft een groengebiedsagenda meer inzicht in benodigde investeringen als we de vergroening in een gebied willen versnellen.
54
| Groenambitieplan Enschede 2050
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
Juridische instrumenten: Bescherming bomen en groen We willen het groen beschermen dat we al hebben. Zoals onze waardevolle bomen, boomstructuren en -gebieden. Hiervoor hebben we al een beschermwaardig bomenbeleid met regels in de Verordening Kwaliteit Leefomgeving en nadere door het college vastgestelde regels. Deze gaan we verder verbeteren. Ook onderzoeken we of er aanvullende inzet van juridische instrumenten nodig is. We zorgen dat we de goede juridische instrumenten in huis hebben om ons waardevolle groen en de bomen te beschermen.
De benodigde uitvoeringsmiddelen voor dit plan regelen In 5.1 en 5.3 hebben we investeringen en instrumenten benoemd die we vanuit dit plan voor de eerste tijd als belangrijk zien. Deze vragen nog verdere uitwerking in samenwerking met bestuur, inwoners, ondernemers en instellingen. Zowel in wat ze precies inhouden, wat ze kosten en in welke prioriteitsvolgorde we ze willen uitvoeren in de komende jaren. Daarnaast biedt dit plan bijvoorbeeld via de ideeën bij hoofdstuk vier ook nog veel inspiratie en mogelijkheden om vanuit samenleving of bestuur andere ideeën op te pakken om Enschede te vergroenen. Om de groene investeringen voor realisatie van dit groenambitieplan beter vorm te geven zien we drie sporen: ◦ Uitwerken van de benodigde investeringsmiddelen. Dit doen we via de gemeentelijke planning en controlproducten, zoals de Zomernota en de gemeentebegroting. De investeringen van paragraaf 5.1 en 5.3 werken we daarin verder uit, duiden we beter (inhoudelijk en financieel) en geven we ook een prioriteringsvolgorde (Wat moet eerst, wat kan nog even wachten?). Dit mede aan de hand van de wensen vanuit het gemeentebestuur. We geven inzicht in zowel de (eenmalige) investeringen, de benodigde inzet als de structurele middelen voor bijvoorbeeld beheer en onderhoud. ◦ De basis op orde brengen.
Hier zijn al stappen in gezet (zie 5.1.1), maar het vraagt bijvoorbeeld ook weer passende vervangingsmiddelen om slechte of oude beplanting te vervangen. ◦ Een meerjaren groeninvesteringsbudget voor gemeentelijke groene investeringen. Waarmee we vanuit de gemeente elk jaar groene stappen kunnen zetten en groene projecten kunnen uitvoeren vanuit dit groenambitieplan. De investeringen verantwoorden we via de gemeentelijke planning en control producten. De hoogte van dit investeringsbudget vraagt nog verdere uitwerking.
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
Groenambitieplan Enschede 2050 |
55
Een mooi voorbeeld van een initiatief ontstaan vanuit de inspiratie van de combinatie van dit groenambitieplan, het water- en klimaatadaptatieplan en de visie landelijk gebied is een Natuur voor elkaar subsidie die we hebben ontvangen van de provincie Overijssel. Met deze subsidie stellen we samen met de provincie een Natuur voor Elkaar gemeenteplan op. Dit plan verbindt de Natuur voor Elkaar thema’s (beleving van groen, het benutten van groen en het beschermen van groen) met de ambities in het Groenambitieplan, het Water- en Klimaatadaptatieplan en de groene pijler van de Visie landelijk gebied. Waarbij we inzetten op drie proeftuinen, waarin beleid en uitvoering samen worden gebracht.
Eerste indicatie omvang benodigde uitvoeringsmiddelen Om een eerste beeld te krijgen van de mogelijke kosten van de investeringen (zie paragraaf 5.1) is hieronder een eerste globaal overzicht van te verwachten kosten weergegeven. Het gaat slechts om een eerste indicatie voor de beeldvorming, die later nog verdere uitwerking vraagt.
56
| Groenambitieplan Enschede 2050
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
5. Uitvoering: van groene droom naar groene actie
Groenambitieplan Enschede 2050 |
57
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan In dit onderdeel vindt u achtergrondinformatie bij het Groenambitieplan Enschede. Het gaat om: • Een korte terugblik op de afgelopen periode: Hierbij blikken we terug op een aantal jaren groenbeleid en groeninvesteringen in Enschede. De lessen die we hieruit hebben gehaald, zijn verwerkt in het groenambitieplan. • De samenhang en relatie met ander (gemeentelijk) beleid: Een overzicht van enkele gemeentelijke visies en beleid met raakvlak met dit groenambitieplan. • Wettelijke kaders en regelgeving: een globaal overzicht van relevante wetgeving en regelgeving waar we bij (de uitvoering van) dit beleid rekening mee moeten houden. • Procesomschrijving en participatiekeuzes: Een korte procesomschrijving rond de totstandkoming van dit groenambitieplan en participatieproces
A. Terugblik: Groen(beleid) Enschede in de afgelopen jaren In dit hoofdstuk blikken we terug op het groen in Enschede, als input voor het groenambitieplan. Dit doen we op de volgende hoofdonderdelen: • Een tijdlijn rond groen in Enschede • Een terugblik: wat ging goed en wat kon beter met: ◦ Het groenbeleid van de afgelopen periode. ◦ De financiën rond groen en de keuzes die daarin zijn gemaakt. ◦ Resultaten in de uitvoering. ◦ De samenwerking en participatie.
Tijdlijn groen in Enschede In dit overzicht geven we inzicht in enkele belangrijke momenten rond groen in Enschede.
58
| Groenambitieplan Enschede 2050
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan
Groenambitieplan Enschede 2050 |
59
Terugblik: wat ging goed en wat kon beter? Wat ging goed en wat kon beter rond het groen in Enschede in de afgelopen jaren? Een beknopt overzicht rond het groen in Enschede op het gebied van beleid, financiën, de uitvoering en het groen:
60
| Groenambitieplan Enschede 2050
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan
B. Samenhang met gemeentelijk beleid en visies
Verbinden en versterken vanuit de opgaven We werken met dit plan aan het meer kwalitatief vergroenen van Enschede. In dit onderdeel geven we inzicht in een aantal belangrijke (gemeentelijke) beleidsmatige ontwikkelingen en hoe we hier de verbinding mee hebben gelegd in dit groenambitieplan. Zodat het beleid elkaar ook onderling versterkt in het bereiken van de groene droom. Belangrijk is te beseffen dat dit groenambitieplan het ideaalbeeld schetst vanuit de vergroening van Enschede. Uiteindelijk moet via andere instrumenten de ruimtelijke afweging gemaakt worden op welk belang op welke plek zwaarder weegt. Denk aan de omgevingsvisie op hoofdniveau, via verdere uitwerkingen in gebiedsvisies en uiteindelijk ook in concrete toetsing en afweging in projecten en nieuwbouwontwikkelingen. Dit groenambitieplan en de uitwerkingen van dit groenambitieplan geven daarbij vanuit het groen de benodigde inzichten om deze ruimtelijke afwegingen beter te kunnen maken.
Hieronder volgt een overzicht op hoofdlijnen. Eerst geven we een korte omschrijving van het betreffende beleid/ de ontwikkeling en vervolgens geven we daaronder in cursieve/ schuine tekst aan hoe we daarmee om zijn gegaan in dit groenambitieplan. De opgaven voor Enschede Voor Enschede zijn in 2018 een vijftal opgaven hernieuwd vastgelegd. Kijkend naar de opgaven wordt ook de noodzaak tot vergroenen van Enschede benadrukt. In dit groenambitieplan is een vertaling gemaakt van de opgaven naar wat dit betekent voor het kwalitatief vergroenen van Enschede. In paragraaf 2.2 Enschede moet groener zijn de opgaven benoemd en vertaald naar wat dit betekent voor het groen en dit plan. Overkoepelend - Procesmatig Omgevingsvisie en -wet In de omgevingsvisie leggen we de ruimtelijke vertaling vast van onze ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. De Omgevingswet leidt tot nieuwe procedures en een andere werkwijze. Dit zorgt voor meer ruimte voor ideeën en plannen van inwoners, organisaties en bedrijven.
Het groenambitieplan vormt samen met het water- en klimaatadaptatieplan Enschede de bouwsteen voor de vertaling van het groen en blauw voor de ruimtelijke afwegingen in de omgevingsvisie. Daarbij geeft het groenambitieplan ook het benodigde inzicht in de belangrijke groenstructuren van de stad en waar we voor groen op in willen zetten. Inzichten die nodig zijn om te komen tot een evenwichtige omgevingsvisie en goede implementatie van de omgevingswet. Overkoepelend – Citymarketing De Citymarketingvisie
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan
Groenambitieplan Enschede 2050 |
61
In 2020 heeft de gemeente Enschede haar Citymarketingvisie herzien. De nieuwe koers legt meer nadruk op het DNA van de stad: technologie, innovatie en creativiteit. De stad staat bekend om haar technisch talent, knappe koppen en gouden handjes. De betrokken, innovatieve en creatieve Enschedeërs blijven zichzelf en de stad ontwikkelen.
De Enschedese mentaliteit zorgt voor een betrokken, vriendelijke en gastvrije omgeving. Tel daar de groene omgeving en de aandacht voor het menselijk welzijn bij op, dan snap je waarom het in Enschede fijn ondernemen, studeren, recreëren en wonen is. Een belangrijke pijler van de nieuwe citymarketingvisie is pijler 4: “Groene Leefstad”. Met dit groenambitieplan dragen we bij aan het versterken van deze pijler. We laten zien dat we al groen zijn en nog groener worden! Overkoepelend – Strategische Koers (alleen vastgesteld door College van B&W) Ruimtelijke Ontwikkelingskoers “Wie kiest wordt gekozen”. In die uitspraak zit de kern van de stap die Enschede met een nieuwe Ruimtelijke Ontwikkelingskoers (vastgesteld door College van B en W) zet. In de koers, die past in de consistente lijn die Enschede al enkele decennia volgt, is de verdere versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de stad de belangrijkste leidraad. Deze leidraad ondersteunt de gemeentelijke hoofddoelstelling om talent aan te trekken en vast te houden en door te groeien naar 170.000 inwoners. De eerste keus ligt vervolgens in de verdere ontwikkeling van de binnenstad van Enschede: Enschede groeit vanuit het hart. Andere thema’s in de koers zijn: de invalswegen als eerste visitekaartje van de stad, de ontwikkeling van Kennispark Twente en Technology Base en de bereikbaarheid van banen in de omgeving.
Hiernaast wordt een vernieuwende aanpak van woongebieden geïntroduceerd, waarin de sociale en fysieke opgaven samen met inwoners en partners integraal worden aangepakt. Ook worden de contouren van de duurzaamheidsopgave geschetst, waaronder de grote opgave van de energietransitie en klimaatadaptatie. Een laatste thema ligt in ons waardevolle buitengebied en de wijze waarop nieuwe opgaven als de energietransitie en verduurzaming van de voedselproductie daar een plek krijgen. Het groenambitieplan en de Ruimtelijke Ontwikkelingskoers (RO-Koers) versterken elkaar. Zo zetten we in het groenambitieplan in op uitnodigende groene invalswegen, een bruisende groene binnenstad en werken we vanuit het groen aan dezelfde opgaven als benoemd in de Ruimtelijke ontwikkelingskoers. Tegelijkertijd zit er ook een spanning. De RO-Koers zet in op verdichten (meer bouw, stenen, enz.) vanuit het centrum. Het plan zet er daarbij ook op in dat we nu nog onbenutte (tijdelijk groen) terreinen gaan inzetten voor het realiseren van de groeiambitie. Hier ontstaat een spanning tussen het vergroenen vanuit het groenambitieplan en het verdichten vanuit de RO-Koers. Deze spanning vangen we op door te werken met heldere groene principes en (nog uit te werken) toetsingscriteria voor nieuwe ontwikkeling (nieuwbouw en herinrichting).
Oftewel: elke ontwikkeling moet bijdragen aan het kwalitatief vergroenen van Enschede. Gelijkwaardig -Inhoudelijk verbonden met elkaar op doelen Visie landelijk gebied In de (gebiedsgerichte) Visie landelijk gebied Enschede wordt het buitengebied van Enschede omschreven als een gevarieerd landschap met een hoge groene kwaliteit. Waar houtwallen, lanen met bomen en waterlopen het gebied de menselijk maat geven en waar verschillende belangen samenkomen (natuur, landbouw, landgoederen en recreatie) en elkaar versterken.
Op maximaal 15 minuten fietsen is het landelijk gebied bovendien voor alle inwoners van de gemeente dichtbij en heeft het een belangrijke functie als uitloopgebied. Het behoud en het beschermen van de groene kwaliteit staat dan ook centraal.
62
| Groenambitieplan Enschede 2050
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan
De Visie landelijk gebied en het Groenambitieplan versterken elkaar in de doelen rond het vergroenen van heel Enschede. In dit groenambitieplan leggen we daarom de nadrukkelijke verbinding met de doelen uit deze visie. Bijvoorbeeld door de groene structuren tussen landelijk gebied en de stad sterker te verbinden. Met als einddoel: Enschede één groot groen park, waarbij het groene landelijke gebied naadloos doorloopt de stad in naar een groen centrum. Voor het landelijk gebied beschouwen we de Visie Landelijk gebied met de uitwerkingen hiervan als leidend voor dit gebied. Water en klimaatadaptatieplan (WeK) Het Water- en Klimaatadaptatieplan (WeK) 2022-2026, "Verder bouwen aan een groen-blauw Enschede!" is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan. Het beschrijft hoe we willen werken aan een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het plan geeft inzicht in hoe de gemeente omgaat met de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, regenwater en grondwater, en hoe zij de gemeente beter bestand wil maken tegen wateroverlast, hitte en droogte, op basis van de met onze inwoners gevoerde dialoog. In het plan staan de hoofdlijnen voor het riolerings- en klimaatadaptatiebeleid, de doelen die de gemeente met dit beleid wil halen, wat we daarvoor moeten doen, hoeveel geld de uitvoering van het beleid gaat kosten, en wat dit betekent voor de rioolheffing.
Het groenambitieplan en het water- en klimaatadaptatieplan (WeK) versterken elkaar op het gebied van het klimaatrobuust en groener maken van Enschede. Zo vertelt het WeK waar het vanuit klimaatadaptatie noodzakelijk is om te vergroenen en vertelt het groenambitieplan vervolgens hoe we dat vergroenen kwalitatief moeten invullen. Ook zet het WeK in op het minder verharden en meer vergroenen van particuliere terrein vanuit bijvoorbeeld de waterproblematiek. Een doel dat we vanuit het belang van groen ook nastreven met dit groenambitieplan. Dit is ook de reden dat het WeK en het groenambitieplan in samenhang zijn opgesteld en uiteindelijk ook worden gepresenteerd. Uitwerkingen worden ook in onderlinge verbinding opgesteld. Tegelijkertijd gaat het groenambitieplan veel breder in op het vergroenen van Enschede dan het WeK, die zich met name richt op de klimaatadaptieve opgaven. Gelijkwaardig - Inhoudelijk relevant Beleid cultureel erfgoed/ cultuurhistorie Structuurvisie cultuurhistorie. Wat maakt Enschede? Bouwen aan de cultuurhistorische identiteit van Enschede. De structuurvisie beschrijft het belang van cultuurhistorie, als waarde om te koesteren, te ontwikkelen maar ook om in te zetten voor andere doelen. Voor (nieuwe) inwoners, bezoekers, investeerders is cultureel erfgoed van groot belang.
Het verbindt, creëert waarde, we herkennen het en genieten ervan, het is van ons allemaal. Het rijke, groene karakter van Enschede is zo’n cultuurhistorische waarde om te koesteren en in te zetten, bv voor toerisme, klimaatadaptatie, etc. Om recht te doen aan de cultuurhistorische waarden is het van belang vroegtijdig onderzoek ernaar te doen. De structuurvisie regelt deze werkwijze beleidsmatig. Cultuurhistorisch onderzoek is daarom ook onderdeel van het Groen Ambitieplan. De bestaande (maar ook de verloren gegane waardes) worden vroegtijdig onderzocht en in beeld gebracht als uitgangspunt en inspiratie voor ontwerp. Zo kan cultuurhistorie nog meer een bijdrage leveren aan fijn wonen, werken, recreëren, sporten, etc. en beter worden benut en beleefd. Een belangrijk principe van dit Groenambitieplan is “beschermen”. Waarmee we niet alleen bedoelen het beschermen van het (bestaande) groen in Enschede. Maar ook het beschermen van het cultuurhistorisch verhaal wat het groen vertelt. Waarbij we de cultuurhistorie gebruiken als uitgangspunt om het groen van Enschede te beschermen, benutten en bouwen. Sport, beweeg en leefstijlakkoord Enschede Met het Sport, beweeg en leefstijlakkoord Enschede willen we bereiken dat iedereen, écht iedereen, plezier in sport kan hebben. Nu en in de toekomst. Ongehinderd, in een veilige en gezonde omgeving. Een leven lang.
Als sporter, vrijwilliger of toeschouwer.
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan
Groenambitieplan Enschede 2050 |
63
Zowel het sportakkoord als het groenambitieplan zetten in op een gezonde en uitdagende omgeving. Waarin groen belangrijk is. Vanuit dit oogpunt versterken beide elkaar op het gebied van het zorgen voor een gezonde aantrekkelijke groene stad. Mobiliteitsvisie, fietsvisie en parkeervisie De mobiliteitsvisie en daaropvolgende fietsvisie en parkeervisie streven naar een leefbare, aantrekkelijke en bereikbare stad. Groen is daarbij een sterke drager: het zorgt voor herkenning (denk aan de bomenstructuur op de singel), zorgt voor verkoeling tijdens het fietsen en maakt het aangenaam om te wandelen. Er wordt in Enschede gekozen voor een sterke focus op lopen en fietsen voor korte ritten. Dit neemt relatief weinig ruimte in beslag en laten daarmee meer ruimte over voor groen. Maar het is niet te voorkomen dat er spanning in het ruimtegebruik ontstaat: kiezen we voor meer groen of meer ruimte voor verkeer. Soms is hier een compromis te vinden (smalle recreatieve fietspaden van zand, halfverharde parkeervakken), op andere moment zal er een belangenafweging gemaakt moeten worden voor een specifieke situatie. De relevante onderdelen uit deze visies rond vergroenen zijn meegenomen in dit groenambitieplan. Bijvoorbeeld in de uitwerking van de principes. Zo kiezen we bewust voor tijdelijk of toekomstbestendig groen en het kwalitatief vergroenen in samenhang met deze visies.
Denk bijvoorbeeld aan verkeersluwe extra vergroende straten en het omvormen van parkeerplaatsen naar (tijdelijk) groen. Visie op bodem en ondergrond Het is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden dat bodem en ondergrond onmisbaar zijn om een aantal grote maatschappelijke opgaven te realiseren. Denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie en verbeteren van biodiversiteit. De visie geeft niet zozeer harde kaders aan, maar beschrijft onze gemeentelijke uitgangspunten, waar kansen en knelpunten liggen en op hoofdlijnen welke acties daaruit voort kunnen vloeien. Door bodem en ondergrond vanaf het begin bij stedelijke ontwikkelingsprocessen te betrekken kunnen hun kwaliteiten beter worden ingezet. Alles met als doel om bodem en ondergrond te beschermen en tegelijkertijd op een duurzame manier in te zetten voor de realisatie van maatschappelijke opgaven. Voor het bereiken van onze groene droom en te zorgen voor gezond en vitaal groen is een gezonde bodem van het grootste belang. Ook kunnen we door zorgvuldig bodembeheer voorkomen dat invasieve soorten zich minder snel verspreiden. Dit is ook de reden dat de visie op bodem en ondergrond en het groenambitieplan in samenhang met elkaar tot stand zijn gekomen. Zo zet de visie op bodem en ondergrond in op het verbeteren van de bodemkwaliteit en de aanpak van invasieve (planten)exoten, waar dit vanuit bodembeheer mogelijk is.
Energievisie en de Transitievisie warmte Ons klimaat verandert, wat tot problemen zoals het stijgen van de zeespiegel, droogte en het verlies van planten en dieren leidt, In 2015 spraken 195 landen in Parijs met elkaar af om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad Celsius. Daarvoor moeten we de uitstoot aan CO2 sterk verminderen. De gemeente Enschede wil hieraan een bijdrage leveren. De Energievisie beschrijft welke maatregelen we daarvoor in de periode 2021 – 2030 gaan treffen. In de Transitievisie Warmte geeft de gemeente aan hoe zij wil stoppen met het gebruik van aardgas. Deze nota beschrijft wanneer een wijk van het aardgas af gaat en welk alternatief voor het gebruik van aardgas het meest voor de hand ligt. Voor het Groenambitieplan zijn er verschillende zaken uit deze visies belangrijk. Bijvoorbeeld waar het gaat om gebruik van platte daken om te vergroenen met beplanting of om daar zonnepanelen op te leggen, wat prima valt te combineren. Tegelijkertijd leggen de beide visies wel een grotere druk op het ruimtegebruik in de stad. Zowel ondergronds (in de vorm van kabels en leidingen) als bovengronds (denk aan transformatorstations, laadpalen, laadpleinen, park & ride's en park & bikes).
Die verschillende claims op de openbare ruimte zullen op een later moment tegen elkaar moeten worden afgewogen, waarbij het de uitdaging is zoveel mogelijk ambities van de gemeente te verwezenlijken. Visie werklocaties
64
| Groenambitieplan Enschede 2050
Deel 2 – Achtergrondinformatie bij het plan
De gemeente kiest met het vaststellen van de Visie Werklocaties voor het versterken van het structurele groeivermogen van de economie en de opgaven van Enschede: het aantrekkelijk zijn voor talent, betere bereikbaarheid van banen, een duurzame en groene stad en samenwerking tussen overheid, inwoners en marktpartijen. Daarbij kiezen we voor kwaliteit boven kwantiteit en wordt er gewerkt aan aantrekkelijke, duurzame en toekomstbestendige werklocaties. Er worden tevens maatregelen voorgesteld om de ontstane mismatch tussen vraag en aanbod van bedrijventerreinen tegen te gaan. Daarnaast is deze visie input voor de (regionale) herprogrammeringsopgave van bedrijventerreinen. Onderdeel van de visie is ook het verduurzamen van de bedrijventerreinen. Zoals het klimaatadaptiever, groener en biodiverser maken van de terreinen. Ook in het groenambitieplan zien we een opgave om samen met de ondernemers de bedrijventerreinen te vergroenen. Met dit groenambitieplan geven we handvatten om deze vergroening van de bedrijventerreinen vorm te geven. Woonvisie De woonopgave in Enschede is volop in ontwikkeling. Enschede zet als de kennisstad in High Tech regio Twente in op een groei richting 170.000 inwoners. Eerste inzet is om met een hoog-stedelijk woonmilieu in en rond het centrum van de stad de aantrekkingskracht op talent te vergroten.
En tegelijk talent vast te houden door ook buiten de binnenstad in een aantrekkelijk woonaanbod te voorzien. Daarnaast zijn er andere grote uitdagingen voor het stedelijke woonbeleid. Het streven naar een inclusieve stad vraagt om een passend aanbod van woningen en voorzieningen voor inwoners met een zorg en/of ondersteuningsvraag. De verduurzaming van de woningvoorraad en de verbetering van het woon- en leefklimaat door het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie) vragen ook aanzienlijke investeringen. Het zijn grote opgaven waaraan alleen in hechte samenwerking met inwoners en partners, waaronder de woningbouwcorporaties en private partijen, invulling kan worden gegeven. In de gemeentelijke woonvisie worden de thema’s uitgewerkt en wordt een beeld gegeven van de wijze waarop we aan deze woonopgaven gaan werken. In de woonvisie zijn al elementen opgenomen waar het gaat om het vergroenen. Zo is er al benoemd dat we natuurinclusief bouwen. Tegelijkertijd is er nog een verdere doorvertaling van het groenambitieplan nodig rond wonen in Enschede en ontwikkelingen rond wonen. Bijvoorbeeld waar het gaat om het vertalen van de principes naar groene toetsen voor nieuwbouwplannen of in de ruimtelijke afwegingen: waar bouwen we, waar vergroenen we en waar doen we allebei.