Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023_vastgesteld_5_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Het plangebied en omgeving kende diverse fabriekscomplexen die in de nabijheid van het spoor naar Ahaus (Duitsland) waren gesitueerd. Op beeld fabriekscomplex Jannink (voormalige spinnerij) aan de Haaksbergerweg. Het gebouw biedt nu plaats aan een gezondheidscentrum en appartementen. 5
circa 1900 (in rood het plangebied)
6
Javastraat en omgeving rond 1907
Javastraat 99,101 e.o.
circa 1910 (in rood het plangebied)
Soendastraat midden jaren ‘70
circa 1935 (in zwart het plangebied)
Station Enschede Zuid, ruim emplacement met kolenopslag
ONTSTAANSGESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT Voor het gebied plaatsmaakte voor de industrialisatie en de daarmee samenhangende ontwikkelingen bestond het uit een oud kleinschalige essenlandschap. De komst van een spoorlijn, (textiel)fabrieken en nieuwe wegen was het begin van een grote transformatie. Deze werd al snel gevolgd door de bouw van private woningen voor de meer gefortuneerde arbeiders, die prachtige woningen lieten bouwen aan o.a. de Javastraat en de Soendastraat. Planmatige woningbouw ontstond onder invloed van de woningwet en misschien ook wel door de sloop van de Krim (start 1924-1935) waar heel eenvoudige arbeiderswoningen stonden (ten oosten huidige ziekenhuis). Mogelijk dat de herhuisvesting van deze bewoners een aanjaagfunctie heeft gehad voor de ontwikkeling van meerdere buurtjes in de jaren ‘20 voor sociale woningbouw (tuindorpen). Allen op initiatief van een woningbouwvereniging. In de jaren ‘30 ‘40 en ‘50 zien we veel particuliere woningbouw ontstaan aan de oude linten en aan de Variksingel. Tegelijkertijd ontwikkelen allerlei bedrijven zich door op achterterreinen. Na de sluiting van textielfabrieken zien we in de jaren ‘70 en’80 veel sloop en inbreiding op deze voormalige fabrieksterreinen. Vaak ingevuld voor woningbouw maar een enkele keer blijft het ook bestemd voor bedrijvigheid (zoals Hardick & Seckel).
In de meer recentere jaren zien we door de groei van de stad, in de nabijheid van het stadscentrum (omgeving Boulevard 1945) en parallel aan de belangrijke uitvalsweg Zuiderval, vernieuwing plaatsvinden met een grotere stedelijkheid.
Het plangebied “Getfert-Perik-Hogeland Noord” maakt deel uit van het binnensingelgebied van de stad Enschede en is gelegen ten zuiden van het historische stadscentrum. Vanuit dit centrum lopen diverse historische verbindingswegen naar plaatsen en buurtschappen in de omgeving: Haaksbergen, Gronau etc. Deze radiale wegen bepalen nog steeds in belangrijke mate de stedenbouwkundige structuur van dit gebied. De huidige bebouwing langs de radialen dateert voor een groot deel uit dezelfde periode als het stadshart (vroeg 20e eeuw). Dat is goed te zien op het kaartbeeld uit 1910 op pagina 6. Met de opkomst van de textielindustrie werd er ook doorlopend gezocht naar kortere verbindingen met het Ruhrgebied, waar het merendeel van de steenkolen vandaan kwamen. In navolging op 2 bestaande spoorwegmaatschappijen werd de Ahaus Enscheder Eisenbahn (AE) opgericht. Dit op verzoek van enkele Enschedese textielfabrikanten. Zo kreeg Enschede een derde station in 1903, Enschede Zuid. Vanaf dit nieuwe station ging het spoor naar het Duitse Ahaus, ten zuidoosten van Enschede. Het station werd voorzien van een behoorlijk emplacement én een eigen depot. Het spoor kende ook een verbinding naar het westen waar het aansloot op het spoor richting Deventer.
Op het kaartbeeld uit 1930 is goed te zien dat in een relatief korte periode er veel planmatige sociale woningbouw is toegevoegd met de kenmerken van een tuindorp, dat de fabrieken gegroeid zijn en in aantal zijn toegenomen en dat langs de belangrijkste doorgaande routes nieuwe lintbebouwing voor de middenklasse is toegvoegd. Het leverde grote contrasten op tussen de fabriekscomplexen en de kleinschalige woonbebouwing.
7
8
Tuindorp ‘Het Varvik’ (1929) gebouwd in opdracht van De Volkswoning
circa 1955 (in zwart het plangebied)
Oude textielfabriek de BATO
circa 2000 (in zwart het plangebied)
Aanleg Boulevard 1945, midden jaren ‘60
2019 (in rood het plangebied)
ONTSTAANSGESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT Voorbeelden van grotere ‘industriële complexen’ zijn; de oude textielfabriek van Jannink (hoek Zuiderval en Haaksbergerstraat), het oude fabriekscomplex, ‘Hardick en Seckel’ tussen Bleekweg en Sumatrastraat en de Bato aan de Perikweg en Javastraat. Het gemeentelijk ‘uitbreidingsplan’ opgesteld in 1907, stuurde op samenhang en ordening. Hier ligt ook de grondslag voor de Singel als verkeersstructuur rond het centrum van Enschede. De Singel is aangelegd tussen 1916 en 1929, vrij uniek in die periode (auto bezit was nog heel schaars en toch aanleidng) in Nederland. De sociale woningbouw die in de jaren 20 en begin jaren 30 gebouwd werd, was op initiatief van de woningbouwverenigingen Ons Huis, De Volkswoning, Eigen Haard en Patrimonium. In de periode tot aan de 2e wereldoorlog groeide het inwonertal van de stad in hoog tempo en werd de ruimte tussen de radialen bebouwd met een mengeling van woningbouw, bedrijven en voorzieningen zoals kerken, scholen e.d. Aangezien de radiale verbindingswegen een belangrijke vervoersfunctie hadden en veelal nog hebben, vestigden zich daarlangs van oudsher veel winkels. Ook werden in de jaren 30 van de vorige eeuw ‘erkerwoningen’ langs de noordzijde van de Getfertsingel, in het gebied vanaf de Varviksingel tot aan de Varviksweg en nog een paar tussen het zuiden van de Brinkstraat en de Molukkenstraat gebouwd.
De radialen werden met elkaar verbonden door twee ringen: de ‘centrumring’, de rondweg om het oude stadshart, en de ‘singelring’ die het grootste deel van de vooroorlogse stad omringd. Het binnensingelgebied ontwikkelde zich tot het centrale stadsdeel van Enschede. Zowel functioneel als ruimtelijk is het binnensingelgebied het verbindende element tussen de naar buiten uitwaaierende woonwijken en werkgebieden enerzijds en het historische stadscentrum
anderzijds. Het gebied vervult nu een aantal centrale, verzorgende taken wat betreft bestuur en administratie, detailhandel, cultuur en ontspanning, medische dienstverlening, educatie, verkeer en vervoer. Daarnaast is het binnensingelgebied ook een belangrijk woongebied met groot aantal inwoners. Wat betreft de bebouwingswijze bestaat er in dit gebied een grote verscheidenheid aan stijlen en typologieën. Buiten de stedelijke gesloten bebouwing van het centrum is veel bebouwing buiten de centrumring uitgevoerd als ‘halfopen’ bebouwing in rijen (zelfstandige woningen met een kleine tussenruimte), als tuindorp of ‘open’ bebouwing met veel groen, soms (klein)stedelijk soms dorps. Naast de oudere lage bebouwing met kappen is er de afgelopen decennia aan de rand van het historische centrum tevens ‘middelhoogbouw’ en ‘hoogbouw’ ontwikkeld. Deze ontwikkelingen vormen een breuk met de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet. Ook vinden er op kleine schaal nog altijd interventies plaats. Het overgrote deel van de wijk kent echter nog haar oorspronkelijke (en voor Enschede kenmerkende) stedenbouwkundige opzet, wat een kwaliteit is.
Een deel van de oude fabriek van Hardick en Seckel bestaat nog steeds
9
10
Tuindorp Pathmos. Het grootste en meest complete tuindorp van Enschede (ter illustratie - buiten plangebied) (bron:photoshelter.com)
INTERMEZZO: KARAKTERISTIEK VAN TUINDORPEN Tuindorpen zijn volkswoningbouwbuurten uit de eerste helft van de twintigste eeuw, vaak met rijen gebouwde woningen in een hiërarchische stedenbouwkundige opzet. De bebouwing van deze gebieden bestaat voor het overgrote deel uit in lengte variërende rijen eengezinswoningen. Afwijkende functies zoals kerken, scholen, collectief plantsoen en/of (voormalige) badhuizen komen vaak voor als onderdeel van het stedenbouwkundig plan. Tuindorpen staan bekend als schilderachtige woonbuurten met een kleinschalige stedenbouwkundige structuur en een rijke architectuur. Stedenbouwkundige structuur Het karakter van de tuindorpen wordt sterk bepaald door de samenhang tussen stedenbouwkundige structuur, bebouwing, openbare ruimte en groen. Elk tuindorp of cluster kent een eigen ontwerpstempel. Vaak kent een tuindorp een groter groengebied en is het groen in de overige delen meer ondergeschikt. Door kleine sprongen in de gevelrooilijn wordt groen in de straat of op hoeken geïntroduceerd. De begrenzingen tussen privaat en openbaar is duidelijk en wordt vaak in de vorm van heggen of muurtjes vormgegeven. Daarnaast kennen deze wijken grote achtertuinen waar oorspronkelijk het eigen voedsel werd verbouwd. Het openbare groen benadrukt de stedenbouwkundige structuur en legt verbindingen met het groen van de (voor)tuinen.
Door poortjes en onderdoorgangen ontstonden interessante pleintjes en plekken.
Accenten vinden we vaak op de hoeken en/of het einde van een zichtlijn. De kap speelt een grote rol in het dorpse karakter en zorgt voor samenhang per rij. Maar wordt ook als accent op bepaalde plekken ingezet. De kap is veelal dominant in het aangezicht en komt in verschillende vormen, hellingen, hoogtes en richtingen voor. Architectuur De architectuur en detaillering zijn zorgvuldig, in de meeste tuindorpen/tuindorpstructuur is dit uitgewerkt tot het kleinste niveau en per cluster in samenhang. De rand van het dak is benadrukt door een uitkragende dakgoot. Grote dak overstekken zijn uit getimmerd. Raamvlakken zijn veelal onderverdeeld met stijl en soms roeden. Gevels hebben siermetselwerkaccenten of bijzondere metselwerkverbanden. Materiaal en kleur Materialen en kleuren zijn traditioneel. De huizen zijn gemetseld en hebben een pannendak met prominent aanwezige schoorstenen. Hout is toegepast voor de kozijnen. Baksteen is veelal rood of bruin en komt in verschillende tinten en typen metselverbanden voor. Pannen zijn keramisch en vaak oranje/rood. Het schilderwerk van kozijnen en daklijsten is van oorsprong meestal gebroken wit. Raam- en deuropeningen, erkers, balkons zijn ritmisch in de gevelwanden geplaatst en hebben eventueel een accentkleur.
Bouwvolume De bebouwing bestaat uit grotere architectuureenheden met (rijen) huizen die een samenhangend beeld vormen. Typerend is de helderheid van de simpele hoofdvormen met één of twee bouwlagen en variërende kappen. Opvallend in het straatbeeld zijn de bindende elementen zoals doorlopende goten, kappen en metselwerk. Ook herhaling van gelijksoortige elementen als voordeuren, ramen, balkons, kappen en dakkappelen zijn bepalend voor het beeld en zorgen voor ritmiek.
Tuindorpprincipes
11
TUINDORPCOMPLEXEN 1 Wooldriksweg-Borneostraat (1925) 2 Variksweg-Madoerastraat (1924) 3 Bouwplan Varik (1929) 4 Bouwplan Hoogeland (1928) 5 Bouwplan ‘t Hoogeland (1931) SAMENHANGENDE BEBOUWINGSLINTEN 6 Javastraat 7 Soendastraat
4 7
1
SINGEL 8 Profiel met aangrenzende bebouwing
3 6
2
tuindorpstructuur
12
5
sterk samenhangende bebouwingslinten
8
Singel
Samenhangende stedebouwkundige structuren die cultuurhistorisch gewaardeerd worden binnen het Plangebied
WAARDEVOLLE STRUCTUREN De groei van de stad ging samen met diverse stedenbouwkundige inzichten. Het heeft het plangebied door de jaren heen, naast de organische groei, planmatig gevormd. Hierdoor zijn straten, buurtjes of verkeersstructuren ontstaan die bijdragen aan een herkenbaar deel van de geschiedenis van Enschede. Bovendien zijn het gebieden met een bijzondere ruimtelijke opzet vaak aangezet met openbaar groen en aangevuld met karakteristieke architectuur van hoge kwaliteit. We kennen cultuurhistorische waarde toe aan deze structuren wanneer er sprake is van een combinatie van: historische waarden, ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden, architectuur- en/of kunsthistorische waarden, gaafheid, herkenbaarheid en zeldzaamheid. Hoge waarde: ++ / Positieve waarde: + / Neutrale waarde: 0 / Negatieve waarde: - . De optelsom van deze scores leidt tot het formuleren van een eindwaardering in drie gradaties: Hoge erfgoedwaarde of (potentiële) monumentwaarde: minimaal 3 x ++ en 3 x + Positieve of beeldbepalende erfgoedwaarde: minimaal 5 x + en 1 x 0 Basis erfgoedwaarde waarde: minimaal 2 x + en 3 x 0 SAMENHANGENDE HISTORISCHE LINTBEBOUWING In de nabijheid van de fabrieken, spoor en de binnenstad werden door meer welvarende textielarbeiders woningen in eigen beheer gebouwd (1908-1915).
De woningen aan de Soendastraat en het meer westelijke deel van de Javastraat zijn hiervan goede voorbeelden. De mooie details, goede materialen en individuele expressie (vaak in dubbele woningen) maken dat nog steeds zichtbaar. Beide straten lopen parallel ten opzichte van elkaar langs de noord- en zuidzijde van het Perikplein en worden begrensd door de Kuipersdijk en Perikweg.
De lintbebouwing is onderling vaak gescheiden door smalle gangetjes. Dat de Javastraat van west naar oost is ontwikkeld zien we terug in de architectuur die zich van meer neorenaissance ontwikkelt naar Jugendstil. Cultuurhistorische structuurwaarden Javastraat en Soendastraat 1) historische waarden ++ 2) ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden + 3) architectuur- en/of kunsthistorische waarden + 4) gaafheid, herkenbaarheid + 5) zeldzaamheid 0 Advies: beide straten opnemen als cultuurhistorische structuur DE SINGEL De Singel kent een ruim profiel met groen/bomen die ondanks veranderend gebruik nog altijd goed afleesbaar is als ‘Ring’ om de stad. Niet in de laatste plaats door de herkenbare ‘erkerbebouwing’ die het profiel begeleid. Vaak gebouwd in de jaren 30 van de vorige eeuw, maar ook als vroeg naoorlogse variant volop aanwezig. De ontwikkelingsgeschiedenis, de ruimtelijke opzet en kwalitatief hoogstaande architectuur van de begeleidende bebouwing maken deze structuur op de schaal van de stad zeer waardevol en uniek. Cultuurhistorische structuurwaarden Singel 1) historische waarden ++ 2) ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden ++ 3) architectuur- en/of kunsthistorische waarden + 4) gaafheid, herkenbaarheid ++ 5) zeldzaamheid ++ Advies: Het deel van de Singel wat binnen het plangebied valt opnemen als cultuurhistorische structuur
13
Wooldriksweg - Borneostraat 1925 Tuindorpcomplex 1 (zie pagina 12)
Het complex maakt onlosmakelijk onderdeel uit van een belangrijke ontwikkelingsfase van de stad Enschede. De samenhang op gebouwniveau is goed zichtbaar en het collectieve centrale groen is nog altijd aanwezig en functioneel. Door renovatie hebben een groot aantal woningen een deel van de oorspronkelijke karakteristiek verloren. De winkel-woningen aan de Wooldriksweg springen eruit en kennen nog altijd veel oorspronkelijke kenmerken mede door de hoofdvorm.
14
foto midden jaren 30, Borneostraat. Linksvoor 1 van de woon-winkelwoningen met Amsterdamse School kenmerken
Inleiding Op diverse plekken treffen we grotere en kleinere stukken aan met het karakter van een tuindorp: een stedenbouwkundig ensemble dat als geheel is ontworpen in dezelfde architectuur, vrijwel altijd door één architect. De opdrachtgever voor de bouw was in de meeste gevallen een toegelaten instelling, een woningcorporatie. Zij waren in staat om een opdracht van grotere omvang t.b.v. de huisvesting van fabrieksarbeiders te realiseren. De woonblokken kennen vaak wijkende rooilijnen, specifieke hoekoplossingen en er is veel groen in de achtertuinen, op pleintjes en - indien aanwezig -in de voortuintjes. Binnen dit plangebied zijn er nog 5 van dit soort ensembles te vinden (zie pagina 12).
Wooldriksweg-Borneostraat Dit tuindorpensemble is in 2 fasen gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging Ons Huis.
De eerste fase werd in 1924 als bouwplan ingediend als bouwplan ‘2e groep’ en betrof 36 woningen. Wellicht wordt hiermee een link gelegd met de sloop van onder andere de Krim.
In januari 1925 volgt een tweede aanvraag voor 40 woningen. Beide plannen zijn ontworpen door Joh. Sluijmer. Het plan kent Amsterdamse school kenmerken die deels verloren zijn gegaan bij de renovatie in de jaren 80. Zo zijn oorspronkelijke detaillering van ramen en deuren en plantenbakken verdwenen. Dakpannen zijn vervangen door betonnen dakpannen, soms rood, soms gesmoord. Het gehele complex kenmerkt zich door een hoofdopzet met eén bouwlaag met mansarde kap parallel aan de weg. De dakkapellen maakten oorspronkelijk onderdeel uit van het plan en komen in twee typen voor (enkel en in geschakelde vorm). De meeste woningen hebben een bescheiden voortuin. Aan de zijde van de Woldriksweg zijn de 2 vooruit springende van oorsprong winkelpanden markant. De panden kennen een veelhoekig grondvlak en waaiervormige mansardekap. Het buurtje kent samenhang rondom de Borneostraat waarbij een oorspronkelijk groentje (nu speeltuin) een centrale plek vormt. Verder vallen de verspringende rooilijnen en de kappen met lage goot op. Op belangrijke plekken wordt een topgevel geintroduceerd.
Cultuurhistorische structuurwaarden Wooldriksweg-Borneostraat 1) historische waarden + 2) ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden ++ 3) architectuur- en/of kunsthistorische waarden + 4) gaafheid, herkenbaarheid + 5) zeldzaamheid 0 Advies: complex opnemen als cultuurhistorische structuur de winkel-woningen opnemen als karakteristiek Topgevel als accent in de woningen aan de Borneostraat. Op de voorgrond de aanzet van een groen centraal plantsoentje
15
Variksweg - Madoerastraat (1924) Tuindorpcomplex 2 (zie pagina 12)
Het complex, begrenst door de Varviksweg en Madoerastraat, maakt onlosmakelijk onderdeel uit van een belangrijke ontwikkelingsfase van de stad Enschede die samenhang met de textielindustrie. De samenhang op gebouwniveau is goed zichtbaar maar door renovatie niet oorspronkelijk. De verspringende rooilijnen geven ruimte aan grotere voortuinen die kansen bieden voor een groen beeld wat past bij de karakteristiek van een tuindorp. Dat geldt ook voor de ruime achtertuinen met vrij geplaatste bijgebouwen.
16
Hoek Perikweg - Madoerastraat
Een eenvoudig tuindorpensemble gebouwd in 1924 in opdracht van ‘Licht en Lucht’. Het ontwerp is van H. Klomp uit Zwolle. Het complex kenmerkt zich door rijen arbeiderswoningen met verspringende rooilijnen. Het plan kent 3 woningtypen (zie pagina 16) op een totaal van 45 woningen. Daarbij zijn de woningen aan de Madoerastraat en Perikweg overeenkomstig met uitzondering van de hoekwoningen aan de Perikweg. Daar waar de woningen aan de Madoerastraat telkens gespiegeld zijn ontworpen wordt aan de Variksweg gekozen voor een variant met een kleinere hal en daarmee grotere woonkamer. Ook zijn de individuele dakkappelen iets groter.
Cultuurhistorische structuurwaarden Variksweg - Madoerastraat 1) historische waarden + 2) ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden ++ 3) architectuur- en/of kunsthistorische waarden + 4) gaafheid, herkenbaarheid 0 5) zeldzaamheid 0 Advies: complex opnemen als cultuurhistorische structuur vanwege zijn stedenbouwkundige samenhang en de daarmee samenhangende ontwikkelingsgeschiedenis. Gezien de renovaties die hebben plaatsgevonden op gebouwniveau, de woningen niet oppnemen als karakteristiek
Het complex kent een hoofdopzet van 1 bouwlaag onder een mansardekap met rode betonnen golfpannen die niet oorspronkelijk zijn. Door renovatie zijn de oorspronkelijke kozijnindelingen verloren gegaan en zijn de deuren vervangen door meer transparante deuren. Het complex heeft een sterke verwantschap met het Baliplein e.o.
Gespiegelde plattegronden Varikweg
Eenvoudige hoofdopzet met mansardekap.
17
Bouwplan Varik (1929) Tuindorpcomplex 3 (zie pagina 12)
Poortgebouw bij buitenzorgplein (gemeentelijk monument)
Dit complex kent een grote variatie en desondanks grote samenhang. De kwaliteit van de architectuur is hoog met vele orginele details of goed uitgevoerde renovatie. Daarbij maken bijzondere gebouwen zoals de poortgebouwen met haar kunst onderdeel uit van dit complex. Ook het collectieve groen is aanwezig wat stedenbouwkundig helder gekaderd wordt. Dit is een tuindorp van hoge kwaliteit.
Plattegrond Varvik 1930
18
BOUWPLAN VARIK - VERENGING DE VOLKSWONING (1929) Het Varvik werd in 1929 gebouwd in opdracht van De Volkswoning, naar een ontwerp van architect A. Th. Blom. Karakteristiek voor het wijkje zijn de twee poortgebouwen waarvan één aan de Singel.
poorten door die worden geflankeerd door 2 beelden van keramiek. Deze beelden, aan de zijde van het Buitenzorgplein, verbeelden twee kalkoenen en bij de Varviksingel twee arenden. Ze zijn ontworpen door W. Brouwer.
Het Varvik bestaat uit zo’n 170 kleine arbeiderswoningen die in blokjes van twee tot zes woningen langs de straten staan opgesteld. De huizen zijn opgetrokken in rode baksteen onder rode zadeldaken met dakkapellen. Ter afwisseling van het straatbeeld hebben sommige huizen een topgevel met dwars geplaatst zadeldak. De huizen hebben vierkante witte kozijnen en de groene voordeuren zijn voorzien van bovenlichten. De woningen zijn uitgevoerd in verschillende varianten, alle voorzien van een entree met trapopgang, woonkamer, keuken en drie slaapkamers. De grotere huizen hebben een voorkamer en aangebouwde keuken met bijkeuken.
Het complex kent een groot aantal verschillende woningtypen die een vertaling zijn van de specifieke stedenbouwkundige situatie. Zo zijn daar de poortgebouwen maar ook aan de Singel zijn de hoekpanden maatwerk. Terwijl aan de noordzijde van de Javastraat juist weer voor eenvoud is gekozen. Aan de Floresstraat wordt gekozen voor kortere rijwoningen en aan de Soerabajastraat volgt de bebouwing de rondlopende weg wat resulteert in uitwaaierende plattegronden. Daarnaast is het Buitenzorgplein onlosmakelijk verbonden met de stedenbouwkundige opzet evenals kleinere groenstructuren langs de verschillende straten.
De wijk wordt getypeerd door twee poortgebouwen (gemeentelijk monument) die zijn geconstrueerd met bakstenen kruisribgewelven. Wanneer men vanaf het plantsoen bij het Buitenzorgplein door de Bataviastraat naar de Varviksingel loopt, komt men onder deze twee
Het Buitenzorgplein is nog altijd een belangrijke groene plek in de wijk. Mooie details zoals de oude straatverlichting passen hier goed bij.
Cultuurhistorische structuurwaarden bouwplan Varik 1) historische waarden + 2) ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden ++ 3) architectuur- en/of kunsthistorische waarden ++ 4) gaafheid, herkenbaarheid ++ 5) zeldzaamheid + Advies: complex opnemen als cultuurhistorische structuur en bebouwing opnemen als karakteristiek in het bestemmingsplan. Poortgebouwen blijven als monument opgenomen in het bestemmingsplan. Het openbaar groen in combinatie met haar inrichting als onderdeel van de structuur opnemen.
Poortgebouw met de twee kunstwerken van W. Brouwer.
19
Bouwplan Hoogeland (1928) Tuindorpcomplex 4 (zie pagina 12)
Dit complex kent een vrij eenvoudige opzet met grote herhaling. Samenhangend ontworpen langs een aantal parallel lopende straten (Molukkenstraat, Amborstraat en Timonstraat). De architectuur kent verwantschap met de Amsterdamsche School. Zo zijn zogenaamde “ladderramen” op de slaapverdieping zichtbaar en zijn de dakkapellen voorzien van gepotdekselde planken als bekleding. Uit kostenoverwegingen zijn veel expressieve detaillering achterwege gebleven of slechts summier aangeduid - zoals een schuin geplaatste baksteen in het smalle hoge zolderraampje van de kopse voorgevel. Uitzonderingen hierop zijn de rijwoningen met een eigen karakter aan de Singel en de woon-winkelwoningen aan de Rietmolenstraat. Deze laatste zijn bijzonder geschakelde woningen met mooie details. Ook het woon-winkelpand aan de Javastraat met zijn waaiervormige plattegrond is bijzonder in zijn opzet. Het meeontwerpen van voorzieningen paste goed bij de opvattingen van goed wonen in die tijd.
20
Plattegrond van het gehele bouwplan Hoogeland
Winkelwoningen aan de Rietmolenstraat - Heutinkstraat
BOUWPLAN HOOGELAND - PATRIMONIUM & EIGEN HAARD (1928) Deze woningen zijn eind jaren 20 gebouwd in opdracht van Patrimonium en Eigen Haard. De architect was Van der Lijke & Mink. Na de oplevering werd het eigendom opgedeeld in een noordelijk deel en zuidelijk deel. Het complex is eenvoudig van opzet met rechtlijnige stratenpatroon met verspringende voorgevelrooilijnen. De woningen kennen overwegend één bouwlaag met masardekap (met orginele pannen) met mee-ontworpen dakkapellen. Daarnaast komen er ook topgevels voor die de lange straatwanden onderbreken en accenten vormen op stedenbouwkundige plekken. Bijzonder zijn de winkel-woningen aan de Rietmolenstraat-Heutinkstraat waar aan weers-zijde, 4 geschakelde woningen zijn ontworpen met een versnijdingen in het blok. Op deze manier wordt de Molukkenstraat, wat een belangrijke doorgaande route is, aangezet. Dat geldt ook voor de entree van deze weg aan de zuidzijde waar aan de singel een meer bescheiden maar uitgesproken blokje van 4 rijwoningen is ontworpen. Het complex kent ook een collectief groen plein (Baliplein). Bijzonder is het 2-laagse woon-winkelpand met kap aan de Javastraat. Weliswaar is de plint van het gebouw door
Collectief groen - Baliplein
latere ingrepen wat kwaliteit verloren maar bijzonder in haar opzet is met trapezium vormige plattegronden en meeontworpen winkelruimte. De luifel/het balkon is oorspronkelijk maar door latere renovaties aan detail verloren. Cultuurhistorische structuurwaarden bouwplan Hoogeland 1) historische waarden + 2) ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden ++ 3) architectuur- en/of kunsthistorische waarden + 4) gaafheid, herkenbaarheid + 5) zeldzaamheid 0 Advies: complex opnemen als cultuurhistorische structuur. De rijwoningen aan de Singel als onderdeel van dit complex, de woon-winkelwoningen aan de Rietmolenstraat en het woonwinkelpand aan de Javastraat opnemen als karakteristiek in het bestemmingsplan.
Molukkenstraat met de kenmerkende mansardekap
Woon-winkelpand Javastraat
21
Bouwplan ‘t Hoogeland (1931) Tuindorpcomplex 5 (zie pagina 12)
Hogelandsingel met het woon-winkelpand nu ijssalon
Dit complex kent een sterk samenhangende opzet met een sterke repitie en mooie details. Bovendien zijn collectieve plantsoentjes meeontworpen en kent het een rijke presentatie aan de singel. Het woon-winkelpand op de hoek aan diezelfde singel is bijzonder in zijn opzet en maakt herkenbaar onderdeel uit van het complex. De nog aanwezige hagen, de verspringende rooilijnen en karakteristieke details in de gevels maken de tuindorpkarakteristiek overtuigend zichtbaar.
22
Plattegrond ‘t Hoogeland
Plantsoen Boerostraat - Batjanstraat
Hogelandsin
BOUWPLAN ‘T HOOGELAND - ONS HUIS Een sterk samenhangend tuindorpcomplex met een duidelijk front aan de Heutinkstraat en de Hogelandsingel. Daarmee introduceren zijn een woonbuurt uit de jaren 30 die in opdracht van Ons huis is gebouwd. Het ontwerp is van de Lijke van Mich Architecten. De rijwoningen zijn overwegend in 2 lagen met kap gebouwd en kennen afwisselend rode en gesmoorde pannen. De woningen aan de singel kennen ook een voortuin die met een meeontworpen tuinmuur is omzoomd. De kenmerkende verspringingen in de voorgevelrooilijn, de introductie van overhoeks groen en collectieve plantsoentjes maken onderdeel uit van het ensemble. Binnen dat ensemble wordt op een aantal hoeken gekozen voor een meer bescheiden volume met mansarde kap wat vaak een mooie overgang vormt naar kruisende straten. De schoorstenen op het dak vormen een mooi ritme en geven de woningen statuur. Bijzonder zijn ook de meeontworpen bloembakken boven de gebundelde entrees van 2 woningen.
ngel met de zorgvuldig ontworpen tuinmuren
Bijzonder is het ruime woonwinkelpand op de hoek aan de singel. Deze is als voorziening meeontworpen, met een sterke verwantschap met de overige woningen uit het complex. Cultuurhistorische structuurwaarden bouwplan ‘t Hoogeland 1) historische waarden + 2) ruimtelijke, situationele en ensemblewaarden ++ 3) architectuur- en/of kunsthistorische waarden + 4) gaafheid, herkenbaarheid + 5) zeldzaamheid 0 Advies: complex opnemen als cultuurhistorische structuur en bovengenoemde bebouwing opnemen als karakteristiek in het bestemmingsplan.
Groene hagen en ontworpen bloembakken boven de entree
Op de hoeken staan afwijkende woningtypen met een lage goot
23
24
Overzichtsfoto midden jaren 70. Herkenbaar is de Singel met aan de bovenzijde de tuindorpcomplexen Varik, Hogenland etc
CONCLUSIE-AANBEVELING Binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘t Getfert-Perik-Hogeland-Noord komen een aantal samenhangende structuren voor die geinspireerd zijn op de tuindorpen. Voor de toekomst is het essentieel om de samenhang in het ontwerp te bewaren. Deze samenhang gaat veelal verloren als woningen van eigenaar wisselen. Iedere eigenaar heeft zo zijn eigen smaak en woonwensen. Deze ontwikkeling wordt nog eens versterkt doordat woningcorporaties hier en daar overgaan tot verkoop van huurwoningen. De vanzelfsprekendheid van een gezamenlijke en goed afgestemde aanpak verdwijnt daarmee.
Tot slot is de Singel als structuur zeer waardevol voor Enschede. Als product van een vroeg 19e eeuwse visie op de groei en de daarbij behorende bereikbaarheid van de stad, een landelijk uniek stukje stedebouw en planning. Ondanks aanpassingen van het profiel is de samenhang tussen openbare ruimte en bebouwing nog altijd sterk en vormt het in de stad nog altijd een heel sterk ruimtelijk beeld. Geadviseerd wordt om waardevolle structuren ( tuindorpen, singel en samenhandende lintbebouwing ) te beschermen.
Daarnaast herkennen we samenhangende lintbebouwing uit het begin van de 19e eeuw die passen bij de ontwikkeling van de stad Enschede. Deze structuren met veelal bescheiden maar duidelijke hoofdbouwvolumes met een eigen architectuur is het behouden waard. Niet alleen op gebouwniveau maar juist in onderlinge samenhang. Daarnaast zien we aan de Kuipersdijk een serie woningen die projectmatig zijn ontwikkeld die deze oude route een eigen karakter geven. Gezien de periode van ontwikkeling en de eigen expressie als structuur waardevol.
25
26
Bijlage 5 Eindrapportage participatietraject Stadtego Slijpsteen
62 eld)
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgest
Eindrapport Stadtego in de Slijpsteen
Datum publicatie:
16 juli 2019
Auteurs:
dr.ir. Theo de Bruijn / IAA Architecten dr. ir. Jos Thalen / Invocate
Contact & informatie:
www.stadtego.nl
In opdracht van:
Gemeente Enschede
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................................................................... 3 Aanpak .......................................................................................................................................................................................... 4 Verloop van de avond ............................................................................................................................................................. 5 Uitkomsten .................................................................................................................................................................................. 6 Kwantitatief ....................................................................................................................................................................6 Kwalitatief .................................................................................................................................................................... 11 Verandering als kans .............................................................................................. 11 Kleinschalig winkelen ............................................................................................
11 Reuring na 18u ......................................................................................................... 11 Flexibel bestemmingsplan ................................................................................... 11 Conclusie & advies ................................................................................................................................................................ 12
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 1
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 2
Inleiding Dit rapport presenteert de resultaten van Stadtego in de Slijpsteen, Enschede. Stadtego is een serious game die verschillende partijen laat samenwerken aan toekomstbestendige woon-, werk- en winkelgebieden. Of het nu gaat om het aanpakken van leegstand, het transformeren van een winkelgebied of het toekomstbestendig maken van de binnenstad; Stadtego zorgt voor een frisse blik op visie en uitvoering. De Gemeente Enschede heeft ons gevraagd Stadtego in te zetten voor het gebied ‘de Slijpsteen’. Met het oog op het actualiseren van het bestemmingsplan voor dit gebied wil de gemeente via Stadtego omwonenden, ondernemers en eigenaren mee laten denken over wat er moet gebeuren om van dit gebied een prettige omgeving te maken. Stadtego bestaat in zijn volle omvang uit drie stappen waarbij stap 1 het aanscherpen van een visie behelst. Deze stap is het meest relevant voor de vraagstelling rondom de Slijpsteen. Het spel zet de toekomstige invulling van het gebied als ‘stip op de horizon’. In spelvorm wordt in kaart gebracht hoe de deelnemers de toekomst van het gebied voor zich zien; welke functies zijn belangrijk? Welke juist niet? Waar zijn deze (on)gewenst? En denken ze hier allemaal hetzelfde over? Door de spelvorm krijgen alle stakeholders de ruimte om hun zegje te doen.
De werkvorm stimuleert de deelnemers om geleidelijk aan keuzes te maken en te komen tot een gezamenlijke visie voor het gebied. Statego resulteert in een visie op het gebied en de functies die gewenst of juist ongewenst zijn. Door de spelvorm wordt tevens duidelijk in welke mate partijen het eens zijn met elkaar en ontstaat tevens betrokkenheid bij het proces van het actualisatieplan.
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 3
Aanpak Het spel is een fysiek bordspel dat wordt gespeeld in groepen van 5 tot 8 spelers. Het spelbord bestaat uit een in taartpunten verdeelde cirkel, met op de middenstip de beschrijving van de toekomstvisie waar naartoe wordt gespeeld. De omliggende taartpunten beschrijven thema’s die allemaal in meer of mindere mate te maken hebben met de toekomstvisie. In de context van de huidige opdracht noemen we deze thema’s bestemmingen. Spelers kunnen dus aangeven welke bestemmingen ze voorzien voor de Slijpsteen. In overleg met de opdrachtgever zijn de volgende middenstip en thema’s vastgesteld: •
Middenstip: “De Slijpsteen in 2025” ◦
Winkelen
◦
Recreatie
◦
Maatschappelijk
◦
Werken
◦
Horeca
◦
Groen
De spelavond bestaat uit 2 spelrondes. 1. In ronde 1 (plm. 60 min.) wordt spelers gevraagd met pionnen aan te geven welke bestemmingen ze belangrijk vinden (of graag terugzien in de Slijpsteen). Elke speler krijgt 10 pionnen die ze mogen verdelen over de bestemmingen. Het aantal pionnen geeft het belang van een thema aan. Spelers doen dit een voor een en licht zijn of haar keuze toe, zodat iedereen in de groep het woord krijgt en er een gedeeld begrip van alle bestemmingen ontstaat. Ook ontstaat een beeld van welke bestemmingen met name aanspreken. 2. In ronde 2 (plm. 60 min.) kiezen spelers per bestemming gezamenlijk per tafel maximaal 4 concrete invullingen per bestemming. Een invulling kan bijvoorbeeld een restaurant of cafe zijn
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 4
(voor het thema horeca) of een school voor het thema maatschappelijk. Er bestaat ook de mogelijkheid om zelf invullingen toe te voegen. Gedurende de avond zorgt het Stadtego-team voor instructies, tussentijdse reflecties en begeleiding van de groepen. Na elke spelronde worden kort per groep de uitkomsten en inzichten gedeeld, en de avond wordt afgesloten met een plenaire reflectie op de uitkomsten.
Verloop van de avond De Stadtego-spelavond vond plaats in de Synagoge van Enschede op dinsdag 25 juni van 19.30 tot 22.00. Het totaal aantal deelnemers was 36, redelijk verdeeld over ondernemers, inwoners en/of ambtenaren. Omdat vooraf geen (complete) inschrijflijst beschikbaar was zijn ter plekke 6 groepen gevormd. Hierbij is het helaas niet volledig gelukt om inwoners, ondernemers en eigenaren te ‘mixen’. Daardoor ontstond op sommige tafels snel overeenstemming en vond er relatief weinig gesprek en discussie plaats. Hier komen we later in dit rapport nog op terug. Na een korte opening door de gemeente volgde de uitleg vanuit het Stadtego-team. Hierbij zijn ook de zes bestemmingen op het spelbord nader toegelicht. Er is verder op het verloop van de avond weinig aan te merken; alles is volgens bovenstaande aanpak uitgevoerd en paste goed in de planning. Per spelronde hebben we ongeveer 45 minuten speeltijd en 15 minuten discussie/reflectie aangehouden. De avond werd afgesloten met een plenaire discussie en een slotwoord vanuit de gemeente. Bij die slotgesprekken werd vooral ook tevredenheid met het verloop van de avond en de gevoerde discussies geuit.
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 5
Uitkomsten We hebben de uitkomsten van de spelavond verdeeld in kwantitatieve en kwalitatieve uitkomsten. De kwantitatieve uitkomsten zijn gebaseerd op het tellen van de pionverdeling per bestemming en de gekozen invullingen per bestemming. Dit hebben we zowel per groep als voor de deelnemers in totaal gedaan. Kwalitatieve uitkomsten zijn gebaseerd op onze aantekeningen en observaties tijdens de spelavond, de discussies die gevoerd zijn met deelnemers en onze interpretatie van het spelverloop achteraf. Deze resultaten helpen de kwantitatieve uitkomsten in de juiste context te plaatsen.
Kwantitatief Onderstaande grafiek laat zien dat er, over alle groepen gemeten, een voorkeur is voor de bestemmingen winkelen en groen. De overige bestemmingen zijn ongeveer even populair, waarbij recreatie nog de minst populaire bestemming is. Populariteit bestemmingen (totaal) 100 90
Populariteit (# pionnen)
80 70 Horeca Maatschappelijk Werken Winkelen Groen Recreatie
60 50 40 30 20 10 0 Bestemming
Populariteit van bestemmingen in de Slijpsteen, gemeten op basis van aantal pionnen (in totaal voor alle groepen). Bij de resultaten per groep, weergegeven in de grafiek op de volgende pagina, valt een aantal zaken op. Ten eerste heeft groep 1 als enige groep een vrij gebalanceerde verdeling van bestemmingen. In tegenstelling tot andere groepen zie je hier geen grote piek bij winkelen of groen. We vermoeden dat dit te maken heeft met de samenstelling van de groep. Een andere opvallende afwijking is groep 4, die als enige vrijwel geen pionnen op winkelen heeft geplaatst. Uit de tussentijdse reflectie kwam echter naar voren dat dit is omdat ze niet meer winkels willen, niet zozeer geen winkels.
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 6
Populariteit bestemmingen (per groep)
Populariteit (# pionnen) per tafel
25 20 Horeca Maatschappelijk Werken Winkelen Groen Recreatie
15 10 5 0 1
2
3
4
5
6
Groep
In ronde 2 hebben spelers via kaartjes verdere invulling gegeven aan de bestemmingen. Voorgedrukte of zelfgeschreven invullingen konden negatief, positief of met een ‘bonus’ worden beoordeeld. In de analyse hebben we deze verwerkt met scores van respectievelijk -1, 1 of 2 punten. De onderstaande tabel geeft ten eerste een inzicht in welke invullingen populair zijn onder de spelers. Onderstaand de 20 meest populaire invullingen. Uiteraard komen de bijbehorende bestemmingen (aangegeven met kleur) overeen met de populairste bestemmingen, winkelen en groen. Invulling van best emming
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Popularit eit
Broodjeszaak
2
2
2
1
2
2
11
(Meer) bomen
2
2
2
1
2
2
11
Supermarkt
2
1
2
1
2
2
10
Ruimte voor terrasjes
2
1
2
2
1
1
9
Speciaalzaken
2
1
1
2
1
1
8
Speeltuintje
1
-1
2
2
1
2
7
Bloemperken
1
1
1
1
2
1
7
Meer bankjes en ander straatmeubilair
1
2
1
1
1
1
7
Lunchroom
1
1
-1
2
1
2
6
Flexplekken
2
1
2
1
-1
1
6
Kledingherstel
1
2
-1
1
2
1
6
Park
1
-1
1
2
1
2
6
Buitensportruimte (bootcamp)
2
-1
1
1
2
1
6
Kof e fi speciaalzaak
1
-1
2
1
1
1
5
Winkeltjes met horeca als bijzaak
-1
1
2
1
1
1
5
Waterpartij
2
1
1
1
-1
1
5
Eten & drinken
1
-1
1
1
1
1
4
Elekt ronica
1
1
1
-1
1
1
4
Café
-1
1
2
-1
1
1
3
Delicatessen
1
1
-1
1
-1
2
3
De 20 meest populaire invullingen
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 7
Omgekeerd geeft het ook inzicht in welke invullingen door de spelers minder aantrekkelijk zijn. Onderstaande tabel toont de 20 minst populaire invullingen. Invulling van best emming
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Popularit eit
Fast f ood rest aurant
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
Meubelzaken
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
Kringloopwinkel
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
St adscamping
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
Adviesbureaus
-1
-1
-1
1
-1
-1
-4
Aut o/ f iet s handel
-1
-1
-1
-1
1
-1
-4
Funshops
-1
-1
-1
1
-1
-1
-4
Algemene gymzaal
-1
-1
-1
1
-1
-1
-4
School
-1
1
-1
-1
0
-1
-3
Moest uin
1
-1
-1
0
-1
-1
-3
Rest aurant
-1
-1
1
-1
-1
1
-2
Honden ren/ speel/ uit laat plek
1
-1
-1
1
-1
-1
-2
Religieus gebouw
-1
-1
-1
1
1
-1
-2
Zakelijke dienst verlening
-1
-1
-1
1
1
-1
-2
Makelaars
-1
-1
-1
1
1
-1
-2
Uit zendbureau
-1
-1
-1
1
1
-1
-2
Kant oorruimt e
-1
-1
1
2
-1
-1
-1
Skat ebaan
2
-1
-1
1
-1
-1
-1
Sociale werkplaat s
1
1
-1
-1
-1
0
-1
Trapveldje
0
-1
-1
1
-1
2
0
De 20 minst populaire invullingen Tot slot kunnen we op basis van de scores op de actiekaarten ook inzicht geven in hoeveel discussie per invulling of onderwerp bestaat. We hebben dit gedaan door te kijken naar de standaarddeviatie van de kaartjes; als scores erg uiteenlopen (van -1 in de ene groep tot +2 in de andere) veronderstellen we dat over dit onderwerp relatief veel discussie bestaat. Deze scores zijn belangrijk om in gedachten te houden bij het bekijken van bijvoorbeeld de populariteit van bestemmingen en acties. Winkelen en groen zijn bijvoorbeeld populair, en er bestaat relatief weinig discussie over. Maatschappelijke bestemmingen lijken in eerste instantie niet populair, maar er bestaat (volgens onderstaande grafiek) nog behoorlijk wat discussie over. Het zou daarom waardevol kunnen zijn vervolgstappen te richten op deze onderwerpen om de ‘werkelijke populariteit’ van een bestemming vast te stellen.
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 8
Variatie in beoordeling van acties per bestemming 1.2 1 Horeca Maatschappelijk Werken Winkelen Groen Recreatie
0.8 0.6 0.4 0.2 0 Bestemmingen
Eensgezindheid per bestemming. Een hogere score betekent dat de populariteit van een bestemming sterker verschilt tussen verschillende groepen. Ook op invulling-niveau is gekeken naar de eensgezindheid. Onderstaande tabel toont invullingen waar relatief weinig discussie over bestaat. Dit betreft (uiteraard) zowel populaire als niet-populaire invullingen. Invulling van best emming
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Popularit eStandaarddeviatie
Fastfood restaurant
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
0.00
Meubelzaken
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
0.00
Kringloopwinkel
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
0.00
Stadscamping
-1
-1
-1
-1
-1
-1
-6
0.00
Bloemperken
1
1
1
1
2
1
7
0.41
Meer bankjes en ander straatmeubilair
1
2
1
1
1
1
7
0.41
Broodjeszaak
2
2
2
1
2
2
11
0.41
(Meer) bomen
2
2
2
1
2
2
11
0.41
Speciaalzaken
2
1
1
2
1
1
8
0.52
Supermarkt
2
1
2
1
2
2
10
0.52
Ruimte voor terrasjes
2
1
2
2
1
1
9
0.55
Adviesbureaus
-1
-1
-1
1
-1
-1
-4
0.82
Auto/f iets handel
-1
-1
-1
-1
1
-1
-4
0.82
Funshops
-1
-1
-1
1
-1
-1
-4
0.82
Algemene gymzaal
-1
-1
-1
1
-1
-1
-4
0.82
Eten & drinken
1
-1
1
1
1
1
4
0.82
Elektronica
1
1
1
-1
1
1
4
0.82
School
-1
1
-1
-1
0
-1
-3
0.84
Moestuin
1
-1
-1
0
-1
-1
-3
0.84
Kof fie speciaalzaak
1
-1
2
1
1
1
5
0.98
Eensgezindheid per invulling. Een score van 0 betekent dat iedere groep er hetzelfde over denkt (positief of negatief).
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 9
Omgekeerd is het ook interessant te kijken naar invullingen waar nog veel discussie over bestaat. Deze invullingen waren namelijk of nog niet helemaal duidelijk voor spelers, of roepen erg verschillende reacties op. In vervolgstappen is het waardevol uit te zoeken waar de discussie over gaat, en of de populariteit van deze invullingen klopt of moet worden bijgesteld. Invulling van best emming
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Popularit eStandaarddeviatie
Vijver/poel/beek
2
-1
1
2
-1
-1
2
1.51
Buurthuis
2
-1
-1
2
1
-1
2
1.51
Kantoorruimte
-1
-1
1
2
-1
-1
-1
1.33
Skatebaan
2
-1
-1
1
-1
-1
-1
1.33
Gezondheidscentrum
1
-1
-1
1
2
-1
1
1.33
Jongeren ontmoetingsplek
2
-1
-1
1
-1
1
1
1.33
Trapveldje
0
-1
-1
1
-1
2
0
1.26
Café
-1
1
2
-1
1
1
3
1.22
Delicatessen
1
1
-1
1
-1
2
3
1.22
Speeltuintje
1
-1
2
2
1
2
7
1.17
Mobiele snack/gebak kraam
-1
1
-1
1
1
-1
0
1.10
Kinderopvang
1
-1
-1
1
-1
1
0
1.10
Huisarts
1
1
-1
1
-1
-1
0
1.10
Financiële dienstverlening
-1
1
-1
1
1
-1
0
1.10
Stadstuin
1
-1
1
1
-1
-1
0
1.10
Gym/Fitness
-1
1
-1
1
-1
1
0
1.10
Yoga ruimte
1
-1
-1
1
-1
1
0
1.10
Lunchroom
1
1
-1
2
1
2
6
1.10
Flexplekken
2
1
2
1
-1
1
6
1.10
Kledingherstel
1
2
-1
1
2
1
6
1.10
Eensgezindheid per invulling. Over deze invullingen bestaat nog relatief veel discussie of onduidelijkheid
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 10
Kwalitatief Onderstaande observaties en interpretaties geven duiding aan de kwantitatieve resultaten die in voorgaande paragraaf zijn gepresenteerd. Verandering als kans Een trend die bij vrijwel alle groepen terugkomt is de verwachting dat met de komst van de nieuwbouwwoningen het gebied ingrijpend gaat (en moet) veranderen. Hierbij valt op dat men dit ziet als een kans, niet als bedreiging. Het gebied moet worden afgestemd op meer (jonge) gezinnen en kinderen. Overeenkomstig met de kwantitatieve resultaten wordt dit met name gezocht in winkels en groen, maar in de reflecties en discussies speelt ook horeca een grote rol. Niet als grootschalige horeca maar bij winkelen horen ook een hapje en een drankje, en dit zie je terug in de gekozen invullingen bij horeca. Kleinschalig winkelen Op het gebied van winkels zijn deelnemers vrij duidelijk en eensgezind. Er is met name behoefte aan kleinschalige en gevarieerde winkels/winkeltjes. Bestaande zaken passen hier niet allemaal even goed in. Met name de autohandel wordt meerdere keren genoemd, maar ook de Gamma zou (volgens een deel van de deelnemers) beter aan de rand van de stad passen. Ook groothandels ziet men liever vertrekken, met name ook vanwege verkeersbewegingen in de nacht.
Met een gevarieerder aanbod van kleine en specialistische winkels hoopt men het gebied aantrekkelijker te maken als echt winkelgebied (een minivariant van het echte stadscentrum) voor zowel inwoners uit de wijk als uit de rest van de stad. Reuring na 18u In meerdere groepen werd nagedacht en gesproken over de 9 tot 5 mentaliteit die er momenteel voor zorgt dat het gebied in de loop van de avond is uitgestorven en daardoor niet veilig of welkom overkomt. “Mensen vertrekken om 5 uur (na het werk), of komen er juist thuis, maar hoe dan ook is het na 6 uur helemaal leeg”. Dat geldt overigens natuurlijk niet voor Gamma en Lidl. Met slimme bestemmingen zou je hier volgens de deelnemers in kunnen sturen. Een groep gaf bijvoorbeeld aan dat kantoorruimtes en flexplekken niet handig zijn, omdat ze juist 9 tot 5 mensen aantrekken. Een andere groep stelt voor om met specifieke invullingen, zoals een fitness-ruimte, juist mensen na 18u weer naar het gebied te trekken. Flexibel bestemmingsplan Tot slot werd in een aantal groepen de behoefte aan een flexibel of dynamisch bestemmingsplan benadrukt. Met alle veranderingen op komst is het volgens hen niet verstandig alle bestemmingen vooraf in detail vast te leggen: “Laat dingen ontstaan, bijvoorbeeld door onderling als ondernemers meer verbindingen te zoeken”. Het is belangrijk de ruimte te krijgen om te ontdekken wat wel en niet werkt.
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 11
Conclusie & advies De Slijpsteen in Enschede is een gebied in verandering. Van een oorspronkelijk industrieel gebied is het langzaam veranderd naar een mix van wonen, retail, groothandel en maatschappelijke bestemming. Het heeft daarmee op dit moment geen eenduidig profiel. Nu de omgeving van het gebied ingrijpend gaat veranderen met onder andere de bouw van het Janninkkwartier is de vraag hoe het de Slijpsteen er over een aantal jaren uit komt te zien. Het doel van Stadtego was om met ondernemers en inwoners na te denken over (nieuwe) bestemmingen voor de Slijpsteen. Hoewel we met de spelavond uiteraard maar een deel van de doelgroep hebben bereikt, denken we dat het beeld dat uit dit rapport naar voren komt een goed startpunt vormt voor het verder invullen van het bestemmingsplan. Uit de gesprekken tijdens het spel komt duidelijk naar voren dat actie is vereist. Het huidige gebied wordt als ´versleten´ ervaren en rommelig. Sfeer wordt node gemist, zeker met een nieuwe woonwijk in aanbouw. De relevantie van een nieuw bestemmingsplan waarin richting wordt gegeven aan de toekomst is daarmee evident. Een duidelijke boodschap uit de spelavond is dat er behoefte is aan meer ´reuring´ en sfeer, zeker ´s avonds. Dat het gebied een aanbod aan winkels heeft wordt door de meeste deelnemers onderschreven. Vaak werd daarbij de wens geuit voor meer kleinschalige, gespecialiseerde winkels.
De afweging daarbij is wel hoe zich dat verhoudt tot het centrum van Enschede dat immers relatief dichtbij ligt. Deze afweging is geen onderdeel geweest van het gesprek maar speelt bij het bepalen van de bestemming uiteraard wel een rol. Voor een gebied in verandering is het lastig om exacte bestemmingen aan te geven. Daarom werd tijdens de gesprekken ook gepleit voor flexibiliteit in het bestemmingsplan. Een aantal ondernemers gaf aan via onderlinge samenwerking ook zelf actief vorm te willen geven aan toekomstige invullingen in het kader van een bestemmingsplan. Het kan interessant zijn om hiermee te experimenteren. Stadtego heeft in ieder geval zicht geboden op de gewenste bandbreedte, in termen van welke functies juist wel en welke juist niet gewenst zijn. Over sommige mogelijke bestemmingen bleek veel discussie te bestaan, bijvoorbeeld over maatschappelijke bestemmingen. Om nog scherper zicht te krijgen op wat wel als gewenst en passend wordt ervaren en wat niet, kan het lonen om nader onderzoek te doen, zeker als tezijnertijd duidelijker wordt wie de bewoners van het Janninkkwartier worden. Tot slot: sommige wensen kunnen ook buiten het bestemmingsplan worden opgepakt. Bijvoorbeeld, de roep om meer groen kunnen ondernemers en bewoners ook (deels) zelfstandig al oppakken. Opvallend was hoe groot de bereidheid was van de betrokkenen om mee te denken.
Naast de inhoudelijke resultaten is het ook belangrijk om het enthousiasme van de deelnemers vast te houden. Een mooie uitdaging is om dit enthousiasme ook om te zetten in concrete actie door de betrokkenen zelf.
Stadtego in de Slijpsteen, Enschede 12
Bijlage 6 Kentalis Cromhoffsbleekweg Enschede, Geluiduitstraling naar en -instraling van de omgeving, d.d. 12-08-21
bestemmingsplan Getfert - Perik - Hogeland Noord 2023 (vastgesteld) 77
documentcode
pagina
KCE2102M001
1/9
datum
12-08-2021 aan
van
Gemeente
ir. J. (Jelmer) Niesten ir. M.M. (Martijn) van Winkelen project
Kentalis Cromhoffsbleekweg Enschede betreft
Geluiduitstraling naar en -instraling van de omgeving Voor de verbouwing van het pand aan de Cromhoffsbleekweg 138 te Enschede hebben wij advies uitgebracht over onder andere de geluiduitstraling naar de omgeving en de te verwachten geluidbelasting vanuit de omgeving. Het bestaande pand op deze locatie krijgt een maatschappelijke functie en zal worden gebruikt door Kentalis voor vroegbehandeling voor kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar en voor integrale groepstherapie (IGT) voor kinderen en jongeren in de schoolgaande leeftijd. In document KCE2102R001 is de onderbouwing van de geluidbelasting in het kader van de Wet geluidhinder te vinden. In dit document gaan wij nader in op (1) de geluiduitstraling ten gevolge van activiteiten op het eigen terrein en (2) de geluidbelasting van de omliggende bedrijven (dit betreft geen gezoneerd industrieterrein). Deze onderbouwing is vanuit de gemeente verzocht ten behoeve van de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening rond de bestemmingswijziging van dit gebouw. 1. Geluiduitstraling naar geluidgevoelige bestemmingen in omgeving In de omgeving van het pand zijn meerdere woningen aanwezig. Dit zijn geluidgevoelige bestemmingen.
Voor een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat geluiduitstraling van de nieuwe gebruiksfunctie (vroegbehandeling en IGT in plaats van een kantoorfunctie) niet leidt tot een verslechtering van het akoestische comfort van de omliggende woningen. Bestaande situatie In het vigerende bestemmingsplan, “Getfert-Perik-Hogeland Noord”, d.d. 28 februari 2011, heeft het bestaande gebouw een kantoorfunctie en mag de rest van het terrein worden bebouwd ten behoeve van een niet nader gespecifieerde bedrijvenbestemming met als maximaal toegestane milieucategorie 2 (zie ook figuur 2). In het verleden werd het omliggende terrein gebruikt als parkeerterrein, zie figuur 1. Dit terrein grenst direct aan de percelen van verschillende woonfuncties (tuinen). Feitelijk staat het vigerende bestemmingsplan derhalve functies met een bepaalde geluidruimte toe in de directe omgeving van de woningen en de bijbehorende tuinen. tabel 1 | Richtafstanden bij verschillende milieucategorieën conform de VNG publicatie (zie ook InfoMil). Milieucategorie Richtafstand tot 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied' Richtafstand tot 'gemengd gebied'
Balistraat 1, 2585 XK Den Haag
1
2
3.1
3.2
4.1
4.2
5.1
5.2
5.3
6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m
300 m
500 m
700 m
1000 m
1500 m
0 m 10 m 30 m 50 m
200 m
300 m
500 m
700 m
1000 m
100 m
www.zri.nl
070 3615559 v1.00 W10
documentcode
pagina
KCE2102M001
2/9
datum
12-08-2021
figuur 1 | Voormalige situatie met het gebruik als kantoorpand en een bijbehorend parkeerterrein (foto van Bing Maps).
figuur 2 | Uitsnede van de locatie uit het vigerende bestemmingsplan, met een deel van de bijbehorende legenda.
v1.00
documentcode
pagina
KCE2102M001
3/9
datum
12-08-2021
De richtafstand bij de genoemde milieucategorie 2 bedraagt conform de “Handreiking Bedrijven en milieuzonering” van de VNG maximaal 30 meter in het geval van een “rustige woonwijk” of “rustig buitengebied”. Wanneer sprake is van een “gemengd gebied”, zoals in de onderhavige situatie door de aanwezigheid van zowel bedrijven als woningen, mag volgens de VNG-publicatie de richtafstand van één milieucategorie lager worden gehanteerd. In dat geval bedraagt deze richtafstand maximaal 10 meter. Deze afstand wordt in de vergunde situatie wel gehaald tot de woningen, maar niet tot de bijbehorende tuinen. Een overzicht van de richtafstanden conform de VNG publicatie m.b.t. geluid zijn opgenomen in tabel 1. In het verleden is het gebouw tevens gebruikt als kinderdagopvang, waarbij het achterliggende terrein in gebruik is genomen als speelterrein. Deze situatie is echter nooit geformaliseerd, waardoor het vigerende bestemmingsplan het rechtens verkregen niveau vormt. De exacte vergunde geluiduitstraling van de in het bestemmingsplan opgenomen functies is niet bekend. Indien in de nieuwe situatie een vergelijkbare akoestische kwaliteit ontstaat, of als aan de eisen uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan, is aangetoond dat de nieuwe bestemming van past binnen de huidige ruimtelijke ordening en niet voor meer of nieuwe hinder zorgt.
Nieuwe situatie De gemeente heeft de bestaande bouwlocatie in het huidige ontwerp van het nieuwe bestemmingsplan “Getfert-Perik-Hogeland Noord 2020”, d.d. 8 april 2021, aangeduid als “kantoor” en “maatschappelijk - onderwijs”. De overkoepelende aanduiding betreft “gemengd”. De milieucategorisering is niet opgenomen op de bestemmingsplankaart, maar is conform de VNGpublicatie voor een onderwijsgebouw of kinderdagverblijf tevens categorie 2. Zodoende blijven de maximale richtafstanden in de nieuwe situatie vergelijkbaar met de eerder vergunde situatie. De afstand vanaf de perceelgrens tot aan dichtstbijzijnde woningen bedraagt circa 19 meter waarmee er aan de richtafstand van 10 meter, voor een gemengd gebied, wordt voldaan. De bijbehorende tuinen liggen evenals in de bestaande situatie direct tegen het perceel met categorie 2 aan. Hierbij wordt opgemerkt dat het voormalige parkeerterrein (tevens een milieucategorie 2 cf. de VNG-publicatie) in de nieuwe situatie wordt vervangen door een speelterrein. Hieronder worden verschillende vormen van geluiduitstraling van de nieuwe functie beoordeeld. 1. Verkeersbewegingen van en naar de locatie Het aantal parkeerplaatsen neemt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan af: alleen de voorzieningen die direct aan de weg grenzen blijven behouden, zie ook figuur 3.
(Het exacte aantal parkeerplaatsen wordt nog onderzocht door de gebruiker.) De te verwachte gemiddelde parkeerbezetting (en dus ook bijbehorende verkeersbewegingen) bedraagt doordeweeks tussen 08:50 en 19:00 in totaal 56 voertuigen (volgens opgaaf Kentalis). Dit is significant lager dan de huidige verkeersintensiteit van de omliggende wegen die circa 500 per etmaal (Slijpsteen) en 700 per etmaal (Cromhoffsbleekweg) bedraagt (opgaaf gemeente). Zodoende gaan deze extra voertuigen op in het heersende verkeersgeluid. Het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van Cromhoffsbleekweg 138 is ten opzichte van het verkeersbeeld in de omgeving dusdanig beperkt dat er voor de geluidgevoelige bestemmingen geen sprake van een merkbare afwijking van de bestaande situatie. Het geluid ten gevolge van verkeersbewegingen is derhalve in dit onderzoek kwalitatief beoordeeld en is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
v1.00
documentcode
pagina
KCE2102M001
4/9
datum
12-08-2021
figuur 3 | Indicatie van de nieuwe terreinindeling. 2. Speelterrein Het nieuwe speelterrein wordt door 6 groepen gebruikt tussen 09:00 en 13:00. Tussen 14:00 en 19:00 spelen 5 andere groepen buiten. Voor alle groepen wordt uitgegaan van een half uur buitenspeeltijd. Een groep bestaat naar verwachting uit circa 8 leerlingen. Per groep wordt er circa een half uur per dag buiten gespeeld. Dit betekent dat er in beperkte groepsomvang buiten wordt gespeeld, waardoor de geluidproductie beperkt blijft in vergelijking met een reguliere onderwijsfunctie. 3. Gebouwinstallaties De bestaande gebouwinstallaties op het gebouw blijven in de nieuwe situatie behouden. Zodoende neemt de geluidbelasting t.g.v. deze installaties niet toe ten opzichte van de bestaande situatie. Van zowel het geluid van de spelende kinderen (een nieuwe geluidbron ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan), als van de bestaande installatie is door ons een inschatting gemaakt op basis waarvan wij een akoestisch rekenmodel hebben gemaakt. Op basis van dit model hebben wij bepaald wat de te verwachten geluidniveaus zijn en hebben deze getoetst aan de onderstaande beoordelingskaders. Beoordelingskader De beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt uitgevoerd aan de hand van richtwaarden die passen bij de woonomgeving.
De woonomgeving is te typeren als een woonwijk in de stad (in de nabijheid van een station). Voor deze wijk hebben wij daarom een richtwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van het onderstaande gehanteerd, dit komt eveneens overeen met de eisen uit het Activiteitenbesluit: -
50 dB(A) voor de dagperiode (07:00-19:00);
-
45 dB(A) voor de avondperiode (19:00-23:00);
-
40 dB(A) voor de nachtperiode (23:00-07:00).
v1.00
documentcode
pagina
KCE2102M001
5/9
datum
12-08-2021
Voor de maximale geluidniveaus gelden de richtwaarden aan van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Uitgangspunten berekening Voor de bepaling van de bronsterkte voor stemgeluid (van de spelende kinderen) hebben we gebruik gemaakt van de VDI richtlijn VDI 3770 “Emissionskennwert technische Schallquellen Sport- und freizeitanlagen”. In deze richtlijn worden geluidniveaus omschreven voor de geluiduitstraling van personen bij verschillende activiteiten. Hierin wordt omschreven dat een normaal pratend persoon circa 65 dB(A) uitstraalt, een persoon die praat met een verheven stem circa 70 dB(A), een persoon die luid praat circa 75 dB(A) en een schreeuwend persoon circa 80 dB(A). Wij zijn van de worst case benadering uitgegaan dat alle kinderen op het schoolplein tegelijkertijd praten. In de praktijk verwachten we dat een deel van de kinderen tegelijkertijd zal praten. Bij deze hoeveelheid pratende kinderen zijn we er vanuit gegaan dat de kinderen 60% van de tijd op een normaal niveau praten, 30% van de tijd met een verheven stem, 5% met een luide stem en 5% van de tijd wordt geschreeuwd. In tabel 2 staan op basis van deze uitgangspunten weergegeven welke bronniveaus we hebben gehanteerd in het akoestische model.
In de laatste rij van de tabel is het gecumuleerde bronniveau voor alle 8 geluidbronnen (één lesgroep) berekend op basis van het energetisch optellen van de geluidniveaus. tabel 2 | Uitgangspunten pratende/spelende kinderen. Bronniveau per kind Percentage van de tijd/kinderen* Bronniveau per type Gecumuleerde bronniveau
Normaal spreken
Spreken met verheven stem
Luid spreken
Schreeuwen
65,0 dB(A)
70,0 dB(A)
75,0 dB(A)
80 dB(A)
60%
30%
5%
5%
71,8 dB(A)
73,8 dB(A)
71,0 dB(A)
76,0 dB(A)
79,6 dB(A)
* Als uitgangspunt (worst case) is aangehouden dat alle kinderen tegelijkertijd en constant aan het praten zijn. De bronniveaus uit tabel 2 zijn met behulp van een bedrijfsduurcorrectie gedurende 5,5 uur van de dagperiode op het schoolplein geprojecteerd (rode arcering in figuur 4), dit komt overeen met de 11 groepen van 8 kinderen die elk 30 minuten buitenspelen. Met betrekking tot de aanwezige installaties op het gebouw is de op het dak aanwezige luchtbehandelingskast (LBK) als maatgevende installatie meegenomen in de berekening. (Er is ook een LBK binnen opgesteld, deze draagt minder bij aan het uitgestraalde geluidniveau i.v.m. deze opstelling.) Het exacte geluidvermogen van de installatie op het dak is niet bekend, maar op basis van de omvang ervan en gegevens die wij van een vergelijkbare installatie kennen, hebben wij hiervoor een bronvermogen van circa 75 dB(A) aangehouden. Hierbij is geen rekening gehouden met een bedrijfsduurcorrectie. Waarschijnlijk is dit in de werkelijke situatie wel het geval, en zal de installatie in de avond en de nacht minder of niet actief zijn. Rekenmodel Voor de berekening van de geluidniveaus is in basis hetzelfde rekenmodel gebruikt als voor het onderzoek in het kader naar de Wet geluidhinder. Dit model is toegelicht in rapportage KCE2102R001.