Eschmarkerveld 2023_ aangepaste toelichting 6 juni 2024
Tekst van het document
Door te zoneren kunnen milieuonderwerpen waaronder de aspecten geluid of geur indirect doorwerken in het bestemmingsplan. Milieuzonering is een ruimtelijk instrument voor het invullen en beheren van de ruimte. Hierbij wordt een scheiding tussen verschillende, vaak zich niet met elkaar verdragende, functies aangehouden. Op het Euregiobedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan t/m categorie 3.2. Vanaf deze bestemming dient een milieuzonering in acht te worden gehouden. Het betreft de volgende afstanden: vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.2” dient een afstand van 100 meter te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. vanaf de bestemming Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.1” dient een afstand van 50 meter te worden aangehouden tot milieugevoelige functies zoals wonen. Aangezien de functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.1” het meest nabij het plangebied is gelegen, dient derhalve een afstand van 50 meter te worden aangehouden vanaf de grens van het bedrijvenpark. Voor het Euregio Bedrijvenpark is op 11 november 2014 een bestemmingsplan vastgesteld (Euregiobedrijvenpark 2013). In dit bestemmingsplan is een Lijst van specifieke bedrijfsbestemmingen opgenomen.
In deze lijst zijn een aantal bedrijven opgenomen die qua categorie niet passen binnen de toegestane categorie dan wel niet passen binnen de omschrijvingen volgens de Staat van bedrijfsactiviteiten. Van een aantal van deze bedrijven zijn de potentiële hindercontouren (richtafstanden) gelegen binnen het plangebied Eschmarkerveld. Naar aanleiding hiervan zijn deze bedrijven nader beoordeeld om te bezien welke invloed deze bedrijven hebben op de ontwikkeling van het Eschmarkerveld. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de bijlage Aanvaardbaarheid bedrijven (bijlage van het bestemmingsplan Euregiobedrijvenpark 2013). Het betreffen de volgende bedrijven: 1. Schepers Gas Lenteweg 35 2. Nevada BV Zomerweg 159 3. De Paauw Lenteweg 40 4. Twenteweg 25 5. Autodemontagebedrijf F. Pril Najaarsweg 54 6. H. Zwarts IJzer- & Metaalhandel Najaarsweg 62 1. Schepers Gas Lenteweg 35 Groothandel in gassen (o.c. < 100.000 m3) Richtafstanden Gevaar 200 m bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
73
Geluid 50 m Geur 50 m Alleen de richtafstand voor het aspect gevaar is gelegen over het Eschmarkerveld. De overige aspecten kunnen daarom buiten beschouwing worden gelaten. Gevaar Bij Schepers Gas worden onder meer propaanflessen gevuld vanuit een ondergrondse tank. Voor het verhogen van de jaarlijkse doorzet propaan tot 1.500.000 liter per jaar is een risicoanalyse opgesteld. Hiervan is verslag gedaan in de rapportage (Risicoanalyse Schepers Gas, AVIV, d.d. 13 oktober 2021). Uit de risicoanalyse blijkt dat de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6-contour) is gelegen buiten de terreingrens maar dat deze contour niet is gelegen binnen het Eschmarkerveld. Verder blijkt uit de rapportage dat het invloedsgebied voor het groepsrisico niet reikt tot het plangebied Eschmarkerveld. Gelet op het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het bedrijf geen belemmering vormt voor de ontwikkeling binnen het plangebied. 2. Nevada BV Zomerweg 159 Darmensorteerderij Richtafstanden Geur 300 m Geluid 100 m Gevaar 50 m Alleen de richtafstand voor het aspect geur is gelegen over het Eschmarkerveld. De overige aspecten kunnen daarom buiten beschouwing worden gelaten. Geur In de bijlage Aanvaardbaarheid bedrijven (bijlage van het bestemmingsplan Euregiobedrijvenpark) is het volgende opgenomen over het aspect geur: Een darmensorteerderij is een potentieel geurveroorzakend bedrijf.
In de afgelopen jaren zijn er regelmatig klachten geweest omtrent geuroverlast afkomstig van het bedrijf. In het verleden zijn er geuronderzoeken uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat maatregelen getroffen dienen te worden ter voorkoming van geuroverlast. Het bedrijf valt onder de algemene milieuregels van het Besluit activiteiten leefomgeving en omgevingsplan (voorheen Activiteitenbesluit). Ook op grond van deze milieuregels dient het bedrijf maatregelen te treffen ter voorkoming en beperking van geuroverlast (afzuiging van dampen en afvoer via een voldoende hoge afvoerpijp). Desondanks is het mogelijk dat er enige vorm van geuroverlast aanwezig zal blijven. Dit gelet op de aard van de activiteiten. Bij geurwaarnemingen in het verleden is gebleken dat op een afstand van 50 tot 70 meter van het bedrijf zo nu en dan een lichte geur waar te nemen is. Een sterkere geur zou op kunnen treden binnen een afstand van 50 meter vanaf het bedrijf. Gelet op het vorenstaande ligt het in de rede om de normafstand van geur met één stap terug te brengen tot 200 meter. Het plangebied Eschmarkerveld is op grotere afstand dan 200 m van het bedrijf gelegen. Er kan daarom geconcludeerd worden dat het bedrijf geen belemmeringen oplevert voor de gewenste ontwikkeling binnen het Eschmarkerveld. 3.
De Paauw Lenteweg 40 Inzameling, op- en overslag, sortering en bewerken van oud papier, plastics, hout, ferro- non ferro materialen en overige bedrijfsafvalstoffen. Richtafstanden Geluid 100 m Stof 30 m Gevaar en geur 10 m Op grond van het geldende bestemmingsplan 'Euregiobedrijvenpark' is aan de zijde van het spoor in de basis milieucategorie 3.1 toegestaan, waarbij een aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf' is opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is maximaal milieucategorie 3.2 mogelijk, waarbij specifiek is beschreven welke activiteiten zijn toegestaan. Zie voor de beschrijving van de toegestane activiteiten bijlage 3 bij de regels van het bestemmingsplan Euregiobedrijvenpark 2013 onder volgnummer 7. Alleen de richtafstand voor het aspect geluid is gelegen over het Eschmarkerveld. De overige aspecten kunnen daarom buiten beschouwing worden gelaten. Aan de richtafstand van 100 meter wordt niet voldaan. De afstand tussen de grens van het bedrijfsperceel Lenteweg 40 en de nieuwe woningen bedraagt circa 70 meter bedraagt. Tot de bestemming 'Gemengd-1' bedraagt de afstand circa 90 meter. Bij besluit van 27 maart 2023 is het volgende maatwerkbesluit voor het aspect geluid voor het bedrijf gesteld:
74
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Dit maatwerkbesluit is opgesteld op basis van een akoestisch onderzoek. Uit de uitgevoerde zonetoets op basis van het akoestisch onderzoek is gebleken dat de activiteiten inpasbaar zijn binnen de geluidzone rond het industrieterrein Euregio. Uit het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van onderhavig bestemmingsplan (zie bijlage 17 en paragraaf 5.1.4) blijkt ook dat de geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten op Euregio bedrijvenpark voldoet aan de normen, zowel qua langetijdgemiddelde niveaus als ook piekniveaus. Er kan daarom geconcludeerd worden dat het bedrijf geen belemmeringen oplevert voor de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied en dat het plangebied geen aanvullende belemmeringen oplevert voor het bedrijf. 4. Twenteweg 25 Op dit perceel geldt dat bedrijven tot en met categorie 3.2 gevestigd mogen zijn. De grootste indicatieve richtafstand die daarbij hoort is 100 meter. De afstand tot aan de grens van het plangebied en nieuwe gevoelige bebouwing (woningen) bedraagt circa 120 meter. Voor dit perceel geldt daarnaast een specifieke bedrijfsbestemming. Een spuitgietbedrijf (kunststof), vallend in categorie 3.2 met een bijbehorende grootste richtafstand voor het aspect Geur van 200 meter is toegestaan (geluid 100 meter en stof 50 meter).
Er dient rekening te worden gehouden met de planologische mogelijkheden op grond van de specifieke bestemming op deze locatie. Dit houdt in, dat als zich ter plaatse een nieuw spuitgietbedrijf ter plaatse vestigt, het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met geur wellicht wel nodig is. 5. Autodemontagebedrijf F. Pril Najaarsweg 54 Autodemontagebedrijf (b.o. > 1.000m2) Richtafstanden Geluid 100 m Stof en gevaar 30 m Geur 10 m Het plangebied Eschmarkerveld is buiten de grootste richtafstand van 100 meter gelegen. De overige aspecten kunnen daarom buiten beschouwing worden gelaten. Het grootste gedeelte van het perceel geeft mogelijkheden voor categorie 3.1 activiteiten. Binnen 50 meter van het bedrijf bevinden zich op dit moment reeds woningen. Het betreft een (bedrijfs)woning gelegen op het bedrijventerrein en een aantal woningen gelegen buiten het bedrijventerrein. In het kader van de aanvraag om milieuvergunning is in het verleden een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het bedrijf inpasbaar is in de geluidzone en dat het bedrijf kan voldoen aan de geluidnormen zoals deze zijn opgenomen in de verleende milieuvergunning. Indien wordt voldaan aan de vorenbedoelde geluidnormen kan ervan worden uitgegaan dat voor het aspect geluid sprake is van een aanvaardbare situatie voor de omgeving.
Indien het bedrijf niet voldoet aan de geluidsnormen dan zullen door het bedrijf akoestische voorzieningen moeten worden getroffen. Gelet op het vorenstaande is het bedrijf aanvaardbaar in zijn omgeving.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
75
Er kan daarom geconcludeerd worden dat het bedrijf geen belemmeringen oplevert voor de gewenste ontwikkeling binnen het Eschmarkerveld en tevens sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. 6. H. Zwarts IJzer- & Metaalhandel Najaarsweg 62 Het bedrijf is gelegen binnen gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein met functieaanduiding “bedrijf t/m categorie 3.1”. Daarbij is ook een aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijf zoals beschreven in bijlage b van de planregels 11' behorend bij het bestemmingsplan Euregio bedrijvenpark opgenomen. Daarin zijn de specifieke activiteiten beschreven die zijn toegestaan. Deze vallen onder categorie 3.2. Geluid kent de grootste richtafstand (100 meter). Ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau is de geluidzone rondom het Euregio bedrijventerrein leidend. Daarnaast gelden maatwerkvoorschriften voor het bedrijf. Voor een nadere beschouwing op deze onderdelen wordt verwezen naar het akoestisch rapport dat is opgenomen in bijlage 17. Er zijn nog enkele bedrijfskavels op Euregio niet uitgegeven. Deze kavels zijn in eigendom van de gemeente Enschede en zijn onder meer gelegen in de nabijheid van station De Eschmarke.
Gezien het gewenste streefbeeld voor het stationsgebied is het niet aannemelijk dat deze bedrijfskavels worden ingevuld met de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Gezien de eigendomssituatie ligt het kiezen van de functies ook binnen de eigen invloedssfeer van de gemeente. Laagfrequent geluid Er heeft onderzoek naar laagfrequent geluid plaatsgevonden (bijlage 18), naar aanleiding van een ingediende zienswijze. Aan de hand van dit onderzoek is een regel in onderhavig bestemmingsplan opgenomen om te waarborgen dat er sprake is van voldoende karakteristieke geluidwering in de woningen in de noordoosthoek van het plangebied in verband met laagfrequent geluid. Conclusie Uit de bedrijven- en milieuinventarisatie en de akoestisch onderzoeken die hebben plaatsgevonden blijkt dat de bedrijven in en buiten het plangebied niet belemmerd worden in de bedrijfsvoering. Hieruit blijkt ook dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in Eschmarkerveld. Er is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Ten aanzien van de nieuw te realiseren woningen in de noordoosthoek van het plangebied worden desalniettemin, ondanks dat dit naar ons oordeel vanuit een goede ruimtelijke ordening niet vereist is, extra eisen gesteld. Voor deze woningen geldt dat deze met de voorgevel aan de zijde van het bedrijventerrein dienen te staan.
Dat is zo in de regels van onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Daarnaast is in de regels opgenomen dat er sprake dient te zijn van een dove gevel op de wijze zoals beschreven in de begripsbepaling 'dove gevel Natuurzicht'. Tenslotte is een regel opgenomen ten aanzien van de vereiste karakterstieke geluidwering van de voorgevel in verband met laagfrequent geluid. Beide zijn gegoten in de vorm van een voorwaardelijke verplichting.Op deze wijze wordt de woonkwaliteit op deze locatie verbeterd en kunnen (geluids)klachten over de bedrijvigheid worden voorkomen.
5.1.3
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit algemeen De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: 1. Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond. 2. Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van een functie. 3. Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem speelt een rol om vast te stellen of een bestemmingsplanwijziging uitvoerbaar is. Dit is geregeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Wet bodembescherming kan hierop eveneens van toepassing zijn. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Uitgevoerde bodemonderzoeken Er zijn verschillende bodemonderzoek uitgevoerd. Dit betreft de volgende onderzoeken. 1. Geofoxx, 19 december 2023, raamsaneringsplan Eschmarkerveld te Enschede, kenmerk 20230911_b1RAP. 2. Geofoxx, 7 november 2023, verkennend bodem- en asbestonderzoek Veldzichtweg 40 te Enschede, kenmerk 20230978_b1RAP.
3. Geofoxx, 15 november 2023, verkennend bodem- en asbestonderzoek Gronausestraat 677 te Enschede, kenmerk 20230978_a1RAP.
76
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
4. Geofoxx, 22 december 2022, verkennend en nader (water)bodemonderzoek en asbestonderzoek Eschmarkerveld te Enschede, kenmerk 20211410. 5. Bilfinger Tebodin, 12 januari 2021, inventariserend onderzoek bodemkwaliteit plangebied Eschmarkerveld te Enschede, kenmerk 55023. Binnen het plangebied zijn diverse bodemverontreinigingen aanwezig. Om het gebied geschikt te maken voor herinrichting tot een woonwijk is een raamsaneringsplan opgesteld. In dit plan staat beschreven hoe met de aanwezige bodemverontreinigingen wordt omgegaan. Daarbij is per nieuwe functie (wonen, openbaar groen en infrastructuur) onderscheid gemaakt in de kwaliteit (chemisch) van de grond. Het raamsaneringsplan is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Conclusies De grond is op delen van het Eschmarkerveld verontreinigd. Er ligt inmiddels een raamsaneringsplan om de bodem geschikt te maken voor de nieuwe functies. Als bij de herinrichting conform dit plan wordt gewerkt vormt de bodem geen belemmering om in Eschmarkerveld een nieuwe woonwijk te realiseren. 5.1.4
Wet geluidhinder
In artikel 3.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen. Het plangebied is gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van diverse wegen, de spoorlijn Enschede-Gronau en het industrieterrein Euregio Bedrijvenpark. Voor de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Euregioweg en de Gronausestraat en het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau geldt op grond van de Wet geluidhinder een onderzoeksverplichting. Voor de overige wegen geldt geen onderzoeksverplichting op grond van de Wet geluidhinder omdat het 30 km-wegen betreft.
Ondanks dat op 30 km-wegen de Wet geluidhinder niet van toepassing is moet op grond van uitspraken van de Raad van State bij een ruimtelijke procedure wel aandacht worden besteed aan de geluidsbelasting vanwege 30 km-wegen. Dit in het kader van de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ten noorden van het plangebied is het in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein Euregio Bedrijvenpark gelegen, dat niet mag worden belemmerd. Met onderhavig bestemmingsplan worden nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige en toekomstige bedrijven. Het bedrijf waar ook specifiek rekening mee moet worden gehouden is de zorginstelling 's Heeren Loo. Wegverkeerslawaai Wettelijk kader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur.
Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 mogelijk worden gemaakt zijn gelegen in binnenstedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op woningen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wgh). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh). Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld.
De gemeente Enschede sluit bij de beoordeling van het geluid van 30 km-wegen aan bij de grenswaarden en systematiek van de Wet geluidhinder en het hogere waarde beleid uit de Geluidnota. bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
77
Akoestisch onderzoek Om de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai in beeld te brengen is door de gemeente Enschede een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai' d.d. 15 april 2024. Het rapport is als bijlage 15 bij deze toelichting gevoegd. Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het wegverkeer op de wegen waarop de Wet geluidhinder van toepassing is de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) wordt overschreden. Vanwege het wegverkeer op de Euregioweg en de Gronausestraat bedraagt de geluidsbelasting ten hoogste respectievelijk 57 en 59 dB (incl. aftrek artikel 100g Wgh). Daarmee wordt voldaan aan de ten hoogste toegestane waarde van 63 dB. Euregioweg
Gronausestraat
Vanwege het wegverkeer op de overige wegen (30 km-wegen) wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh). Onderzocht is of door middel van bron- en of overdrachtsmaatregelen de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Euregioweg en de Gronausestraat kan worden gereduceerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat
78
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende effect hebben of bezwaren ontmoeten van verkeerskundige, stedenbouwkundige of financiële aard. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder voor het toestaan van een hogere geluidsbelasting. Om een hogere waarde te kunnen vaststellen moeten grondgebonden woningen, op grond van de Geluidnota, over een geluidluwe gevel beschikken. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat alle woningen aan de achterzijde kunnen beschikken over een geluidluwe gevel. Aan de achterzijde zijn tevens de tuinen gesitueerd. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde uit de Geluidnota dat buitenruimten zo veel mogelijk aan de geluidluwe zijde zijn gelegen. Als derde en laatste voorwaarde is in de Geluidnota opgenomen dat verblijfsruimten zo veel mogelijk zijn gelegen aan de geluidluwe zijde. Omdat nog geen sprake is van een concreet bouwplan is vooralsnog onbekend waar de verblijfsruimten worden gesitueerd. Met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel biedt het bestemmingsplan wel de mogelijkheid om verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde te situeren. Toetsing op deze aspecten zal plaatsvinden ten tijde van de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen.
Conclusie wegverkeerslawaai De realisatie van de geluidsgevoelige bestemmingen die vanwege het wegverkeer op de Euregioweg of de Gronausestraat een geluidsbelasting van meer dan 48 dB (incl. aftrek artikel 110g Wgh) ondervinden is alleen mogelijk als daarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Gelijktijdig met de procedure voor dit bestemmingsplan is een procedure gestart voor het vaststellen van de hogere waarden. Het gaat daarbij om een hogere waarde van 57 dB (Blok 7) en 56 dB (Blok 8 en 9) (incl. aftrek artikel 110g Wgh) voor respectievelijk 60 en 40 woningen vanwege de Euregioweg en van 59 dB (Blok 1), 51 dB (Blok 2), 50 dB (Blok 3) en 58 dB (Blok 4 en 5) (incl. aftrek artikel 110g Wgh) voor respectievelijk 90, 10, 22 en 41 woningen vanwege de Gronausestraat. Geluidbelasting op bestaande woningen De Wet geluidhinder stelt geen eisen aan de toename in de geluidbelasting op de gevels van bestaande woningen ten gevolge van het verkeer van en naar het plan. Echter, in het kader van goede ruimtelijke ordening en in de zin van de Wet ruimtelijke ordening dient hieraan wel aandacht te worden besteed.
Om het effect van de verkeersaantrekkende werking op de gevels van bestaande woningen te kunnen duiden, is in beeld gebracht wat de verwachte geluidtoename is vanwege het plan ten opzichte van de (autonome) situatie waarin het plan geen doorgang vindt. Hierbij is, in analogie met het reconstructie-effect in gevolge de Wet geluidhinder, ervan uitgegaan dat een significante toename optreedt bij een toename van 2 dB (onafgerond 1,5 dB) of meer (bij een geluidbelasting vanaf 48 dB). Als er geen significante toename is kan worden aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbare toename in de geluidbelasting. In bijlage 16 (document geluideffecten verkeersaantrekkende werking Eschmarkerveld) is hierop nader ingegaan. Conclusie De conclusies zijn als volgt: de geluidtoename vanwege de verkeerstoename over Euregioweg en Gronausestraat is lager dan 1,5 dB en daarmee aanvaardbaar. De geluidtoename vanwege verkeer over de Sleutelweg/Louis Bothastraat op bestaande woningen en op de nog te bouwen woningen direct ten zuiden van de weg is hoger dan 1,5 dB. Met toepassing van stille klinkers op de hele Sleutelweg/Louis Bothastraat in de plansituatie kan de geluidbelasting op de (bestaande) woningen worden gereduceerd en daarmee ook het verschil in geluidbelasting tussen de plansituatie en autonome situatie.
Uit berekeningen blijkt dat de geluidtoename op bestaande woningen dan lager zal zijn dan 1,5 dB. Voor de geprojecteerde (nog te bouwen) woningen langs de Sleutelweg/ Louis Bothastraat is op 1 positie op de rand van het bouwvlak, met inzet van stille klinkers, nog sprake van een toename van 2 dB of meer. De totale geluidbelasting vanwege wegverkeer (zonder aftrek) bedraagt hier 56 dB. Voor nieuwbouwwoningen is het aannemelijk dat de geluidwering ervan minimaal 25 dB bedraagt. Dit betekent dat het geluidniveau in de woningen niet hoger zal zijn dan 33 dB. Gezien het verwachte geluidniveau in de woningen, beoordelen we het geluid vanwege verkeer op de Sleutelweg/Louis Bothalaan (in samenhang met geluid op overige omliggende wegen) als aanvaardbaar. De geluidtoename vanwege verkeer over de Slankweg is op 1 woning (Slankweg 2) hoger dan 1,5 dB, waarbij opmerkt dat het geluidbeeld alhier vooral door de Gronausestraat wordt bepaald. Toepassing van stille klinkers op de Slankweg zal zorgen voor een toename die lager is dan 1,5 dB. Zowel bij de Slankweg als de Sleutelweg/Bothastraat zullen stille klinkers of een stille verharding met een vergelijkbare geluidgeneratie worden aangebracht. Met inachtneming daarvan vormt de geluidbelasting op de bestaande woningen geen belemmering voor uitvoering van het bestemmingsplan.
Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 is gelegen aan of in de nabijheid van de op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn en Enschede-Gronau. De geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt liggen binnen de onderzoekszone van deze spoorlijn. Wettelijk kader In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn regels opgenomen voor wat betreft het aspect bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
79
railverkeerslawaai. Langs een spoorweg bevindt zich een zone. In het Besluit geluidhinder (artikel 1.4a) is aangegeven dat de breedte van de zone afhankelijk is van de hoogte van het geluidproductieplafond. Op 1 juli 2012 zijn door een wetswijziging van de Wet milieubeheer de geluidproductieplafonds (gpp's) voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. Met de Gpp's is de maximaal toegestane geluidproductie van de hoofdspoorwegen in Nederland vastgelegd. Op grond van artikel 4.3 van het Besluit geluidhinder is het college van Burgemeester en Wethouders verplicht om voor nieuwe situaties bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan, of van een wijzigings- of uitwerkingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 1.4a, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die binnen de zone zijn gelegen, ondervinden vanwege de spoorweg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen, om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten, de ten hoogste toelaatbare waarden te boven zou gaan.
Op geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt vanwege railverkeerslawaai de voorkeurgrenswaarde 55 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt 68 dB. Akoestisch onderzoek Om de geluidsbelasting vanwege railverkeerslawaai in beeld te brengen is door de gemeente Enschede een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai” van 15 april 2024. Het rapport is als bijlage 15 bij deze toelichting gevoegd. Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau de geluidsbelasting ten hoogste 56 dB bedraagt. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB uit de Wet geluidhinder. Wel wordt voldaan aan de ten hoogste toegestane waarde van 68 dB. Spoorlijn Enschede-Gronau
80
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Onderzocht is of door middel van bron- en of overdrachtsmaatregelen de geluidsbelasting vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau kan worden gereduceerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende effect hebben of bezwaren ontmoeten van verkeerskundige, stedenbouwkundige of financiële aard. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder voor het toestaan van een hogere geluidsbelasting. Om een hogere waarde te kunnen vaststellen moeten grondgebonden woningen, op grond van de Geluidnota, over een geluidluwe gevel beschikken. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat alle woningen aan de achterzijde kunnen beschikken over een geluidluwe gevel. Aan deze zijde kunnen ook de tuinen worden gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde uit de Geluidnota dat buitenruimten zo veel mogelijk aan de geluidluwe zijde zijn gelegen. Als derde en laatste voorwaarde is in de Geluidnota opgenomen dat verblijfsruimten zo veel mogelijk zijn gelegen aan de geluidluwe zijde. Omdat nog geen sprake is van een concreet bouwplan is vooralsnog onbekend waar de verblijfsruimten worden gesitueerd. Met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel biedt het bestemmingsplan wel de mogelijkheid om verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde te situeren.
Toetsing op dit aspecten zal plaatsvinden ten tijde van de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Conclusie railverkeerslawaai De realisatie van de geluidsgevoelige bestemmingen die vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau een geluidsbelasting van meer dan 55 dB ondervinden is alleen mogelijk als daarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Gelijktijdig met de procedure voor dit bestemmingsplan wordt een procedure gestart voor het vaststellen van de hogere waarden. Het gaat daarbij om een hogere waarde van 56 dB (blok 9 en 10) voor respectievelijk 16 en 40 woningen vanwege de spoorlijn Enschede-Gronau. Industrielawaai Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is gelegen in de nabijheid van het gezoneerde industrieterrein Euregio bedrijvenpark. Het bestemmingsplan voorziet niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden. Het industrieterrein Euregio Bedrijvenpark ligt ten noorden van het plangebied van het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023. De geluidszone van het industrieterrein grenst aan het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023.
De geluidsgevoelige bestemmingen die mogelijk worden gemaakt met het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 zijn gelegen buiten de geluidszone. Daarmee is de Wet geluidhinder hier niet van toepassing. Wel dient rekening te worden gehouden met het industrieterrein Euregio Bedrijvenpark. Het industrieterrein, en daarmee de op het industrieterrein gevestigde bedrijven, mogen door het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 niet belemmerd worden. Daarnaast moet de geluidinvloed op de beoogde nieuwe woningen aanvaardbaar zijn. In bijlage 17 wordt ingegaan op de verwachte geluidniveaus vanwege bedrijven op het Euregio Bedrijvenpark en worden deze beoordeeld aan de hand van kaders die volgen uit de Wet geluidhinder, het gemeentelijke geluidbeleid en de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De conclusies uit het rapport zijn als volgt weer te geven: de geluidsgevoelige bestemmingen binnen het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 vormen geen belemmering voor de bedrijven op het Euregio Bedrijvenpark. De aan de bedrijven op grond van de Wet geluidhinder toegekende geluidsruimte op basis van de zonering wordt gerespecteerd en bovendien is in de zin van het gemeentelijke geluidbeleid en de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening sprake van een aanvaardbare geluidinvloed op de beoogde nieuwe woningen.
Daarmee is, vanuit optiek van de geluidbelasting vanwege het Euregio Bedrijvenpark, sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.1.5
Luchtverkeerslawaai
Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 is niet gelegen in de nabijheid van het (voormalige) vliegveld Twente en ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
81
5.1.6
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; b. een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; d. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); e. een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg. Voor de ontwikkeling van Eschmarkerveld voor woningbouw en bijbehorende voorzieningen is beoordeeld of deze niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging en of er sprake is van de beoogde realisatie van gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen binnen onderzoekszones langs rijkswegen of provinciale wegen.
In de Regeling Niet in betekenende mate is opgenomen dat projecten kleiner of gelijk aan 1500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg als NIBM worden aangemerkt. Dit geldt ook voor projecten kleiner of gelijk aan 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Binnen het plangebied worden maximaal 750 woningen gerealiseerd, die worden ontsloten via 2 ontsluitingswegen. Tevens worden functies zoals sociaal-medische voorzieningen, dienstverlening, een beperkte oppervlakte detailhandel, en stationsgerelateerde voorzieningen mogelijk gemaakt, evenals nieuwbouw van een zorginstelling. Op basis van de NIBM-grenzen voor woningbouwlocaties en de verkeersbewegingen die voortkomen uit de andere functies die worden toegestaan met dit bestemmingsplan kan vastgesteld worden dat de mogelijkheden van onderhavig bestemmingsplan 'niet in betekenende mate' is. Het besluit Gevoelige bestemmingen richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De zones worden gemeten vanaf de rand van de weg. Ze zijn aan weerszijde 300 meter breed bij rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen.
Binnen het plangebied wordt een (uitbreiding van) een zorginstelling gerealiseerd. Deze is als gevoelige bestemming aan te merken. De locatie ligt ruim buiten de genoemde zones van rijkswegen en provinciale wegen. In de monitoringstool van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2021 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Voor gebieden die in dit bestemmingsplan conserverend zijn bestemd, is een nadere onderbouwing voor de luchtkwaliteit achterwege gelaten, omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet beïnvloeden. Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.1.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is
82
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt. Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen. Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld” zijn geen inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Ten noorden van het plangebied zijn Dream Fireworks aan de Lenteweg 16 en Schepers Gas aan de Lenteweg 35 gelegen. De inrichtingen kennen voor wat betreft het plaatsgebonden risico geen 10-6-contour en geen groepsrisico /aandachtsgebied die over het plangebied reikt. De inrichtingen en daarmee het Bevi vormen derhalve geen belemmering voor dit plan.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Eschmarkerveld” en in de directe nabijheid daarvan zijn buisleidingen gelegen waarop het Bevb van toepassing is. De relevante leidingen N-528-50 en N-528-57, zijn gelegen in en lopen door aan de noord- en zuidzijde van het plangebied. Omdat met het nieuwe bestemmingsplan een wijziging optreedt in het aantal aanwezigen is onderzoek naar de externe veiligheidsrisico's van de hogedruk aardgastransportleidingen noodzakelijk. Uit het onderzoek opgesteld door AVIV (Externe veiligheid aardgasleidingen / Woonwijk Eschmarkerveld Enschede, 235407, van 3 juli 2023) blijkt dat er geen plaatsgebonden risico-contour 10-6 wordt berekend en dat het groepsrisico niet significant wijzigt. Ten gevolge van de onderhavige ontwikkeling wijzigt het groepsrisico van de leiding N-528-50 van 0,0016 naar 0,0089 van de orienterende waarde en van de leiding N-528-57 niet. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de structuurvisie Externe Veiligheid 2014 van de gemeente Enschede ten aanzien van de standaard verantwoording. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 19. Geconcludeerd kan worden dat het Bevb geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
Wel dient rekening gehouden te worden met eventuele leidingverleggingen. Conform het Bevb geldt voor aardgasleidingen een bebouwingsvrije afstand van vijf meter. Deze bebouwingsvrije afstanden zijn als dubbelbestemming opgenomen op de verbeelding en in de planregels. Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Weg, Water en Spoor. Basisnet Weg Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023” zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Basisnet Water Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023” zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water.
Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.8
Trillingshinder als gevolg van railverkeer
Het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023" is gelegen nabij de spoorlijn Enschede-Gronau. De gebruikelijk gehanteerde afstand waarbinnen trillingshinder door spoor wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. Uit verschillende trillingsonderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden die boven de streefwaarde voor Vmax van 0,1 komen. Een zone van 100 meter voldoet daarom in veel situaties. Er zijn echter ook enkele locaties in Nederland waar op een afstand groter dan 100 meter van het spoor toch sprake is van klachten van hinder door spoortrillingen. De oorzaak hiervan is dan een combinatie van verschillende factoren: er is sprake van een specifieke grondopbouw in combinatie met zwaar treinverkeer en trillingsgevoelige gebouwen. In dergelijke situaties kan hinder optreden tot grotere afstanden tot het spoor dan 100 meter tot aan bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
83
200-250 meter. De kans van optreden van trillingshinder door spoor op afstanden groter dan 250 meter wordt verwaarloosbaar klein geacht. Voor trillingen geldt geen wetgeving. Wel is in mei 2019 door het ministerie van I&W de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen gepubliceerd. Deze handreiking bevat handvaten voor de beoordeling van mogelijke trillingseffecten op plannen in de omgeving van het spoor. In de basis hanteert de Handreiking de toetsingscriteria die voorheen ook werden toepast, te weten de beoordelingscriteria zoals opgenomen in de publicatie van de Stichting Bouw Research: Trillingsrichtlijn SBR. Voor de beoordeling van de in dit onderzoek geprognoticeerde trillingsniveaus zijn derhalve de toetsingscriteria uit de SBR Trillingsrichtlijn gehanteerd. Er is hiertoe gebruik gemaakt van de in 2002 door de Stichting Bouwresearch (SBR) gepubliceerde richtlijn deel B. Dit deel gaat over het meten en beoordelen van trillingen met het oog op mogelijke Hinder voor Personen. Er is een quick scan trillingen uitgevoerd naar de te verwachten trillingen. Het onderzoek is als bijlage 20 bij de toelichting gevoegd. Uit de resultaten volgt dat het trillingsniveau Veff,max op geprojecteerde woningen naar verwachting lager is dan de streefwaarde A1 voor nieuwe situaties (0,1 mm/s).
Hieruit kan geconcludeerd worden dat er hoogstwaarschijnlijk wordt voldaan aan de SBR-richtlijn deel B voor trillingen. Het is daarmee voldoende aannemelijk dat trillingshinder vanwege het spoor op geprojecteerde woningen, in voldoende mate is uit te sluiten. Conclusie Trillingen vanwege het spoor vormen geen belemmering voor uitvoering van het bestemmingsplan.
5.2
Water
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buien. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste, klimaatbestendige en biodiverse gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. In het plan zijn nieuwe waterbergingsnormen opgenomen. Bij nieuwbouwplannen worden eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater die op eigen terrein moet worden geborgen. Die eisen zijn vanaf 1 januari 2022 strenger geworden en zijn nu voor alle situaties 55 mm per m 2 verhard oppervlak. In dit plan wordt afgeweken van deze situatie om te borgen dat, bij de aanwezige hoge grondwaterstand en de aard van de ondergrond, een robuust systeem wordt ontworpen.
Er dient 20 mm waterberging te worden gerealiseerd op eigen terrein voor iedere m 2 verharding. De overige 35 mm wordt geborgen in de openbare ruimte. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht. Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft, of minimaal gecompenseerd wordt binnen het plangebied. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend.
Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies. Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om 84
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden: Grondgebruik
Ontwatering (m – GHG)
Primaire wegen
0,7
Secundaire wegen en erfontsluitingswegen
0,5
Bouwwerken zonder kruipruimten
0,5
Groen
0,5
De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren. Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,30 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen. Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Eschmarkerveld 2023” Grond- en oppervlaktewater en afwatering Het bestemmingsplan “Eschmarkerveld 2023” beoogt het planologisch mogelijk te maken dat woningbouw met bijbehorende voorzieningen worden gerealiseerd in het Eschmarkerveld. Als gevolg hiervan zullen er zowel in de openbare ruimte als private ruimte extra waterbergende voorzieningen planologisch noodzakelijk zijn. Dit met name in de vorm van oppervlaktewater. Het regenwater dat versneld van de aan te leggen verharding (daken, paden en wegen) afwatert wordt hierin tijdelijk geborgen en uiteindelijk afgevoerd richting de watergang in het hart van het plangebied, de zogenaamde beekzone.
De waterstructuur is nader beschreven in hoofdstuk 4. Er is een waterhuishoudingsplan opgesteld. Deze is als bijlage 31 bij de toelichting gevoegd. Binnen het plangebied worden maatregelen getroffen om de grondwaterstand te beheersen. Deze maatregelen bestaan uit het aanleggen van greppels, beken en drainage. Dit leidt op veel locaties niet tot een ontwateringsdiepte welke voldoet aan de eisen voor woningen met kruipruimte. Er kan op die locaties niet geborgd worden dat er voldoende ontwateringsdiepte (70cm) aanwezig is om met kruipruimte te bouwen. Daarom is besloten om kruipruimteloos bouwen voor te schrijven. Daarmee wordt ook voorkomen dat minder percelen opgehoogd hoeven te worden of wordt benodigde ophoging beperkt
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
85
Afbeelding 5.1: Ontwerp watersysteem Eschmarkerveld
Dit geldt enkel voor percelen waarop bebouwd gaat worden. Voor alle bouwwerken geldt dat er een ontwateringsdiepte van 50 cm wordt gehaald (indien kruipruimte loos gebouwd wordt). Daarnaast dient op een aantal locaties, waar de ontwateringsdiepte van 50 cm niet kan worden gegarandeerd, het maaiveld opgehoogd te worden. De hoeveelheid verhard oppervlak neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Er is ongeveer 7973 m 3 waterberging nodig om 55 mm regenwater per vierkante meter dakoppervlak en verharding tijdelijk vast te houden in waterbergende voorzieningen die aanwezig zijn op particulier en openbaar gebied. Op particulier terrein geldt dat er 20 mm waterberging dient te worden gerealiseerd per vierkante meter dakoppervlak en verharding op eigen terrein. Voor de overige 35 mm worden bergingsvoorzieningen getroffen op openbaar terrein. Er is gekozen voor een beperktere waterberging op eigen terrein omdat het infiltreren van het water in het gebied nauwelijks mogelijk is. Om te voorkomen dat de tuinen te nat worden en de grondwaterstand onnodig hoog komt wordt water geborgen op openbaar terrein. Dit heeft tevens te maken met de beperkte afmetingen van de percelen. Dit dwingt particulieren om te werken met een krattensysteem o.i.d., hetgeen op deze locatie niet goed zal werken.
Op dat moment wordt namelijk dieper uitgekomen dan de grondwaterstand en zal de bergingsvoorziening altijd (deels) vol water staan. Met een bergingscapaciteit van 20 mm wordt een goede mogelijkheid geboden om het water te bergen op platte daken/een kleine wadi. In de nieuwe situatie wordt oppervlaktewater als waterbergende voorziening gerealiseerd in de vorm van greppels, wadi's en beken. De greppels, wadi's en beken liggen op openbaar terrein. Door het hoogteverloop binnen het plangebied hebben deze greppels, beken en wadi's geen vast peil. Afhankelijk van de weersomstandigheden zal de hoeveelheid water hierin variëren. In droge perioden zal het water grotendeels verdampen, infiltreren en opgenomen worden door het groen. In natte periodes wordt het ondiepe grondwater afgetopt en net als het regenwater vertraagd afgevoerd. Het is de inzet dat het waterschap Vechtstromen het water afkomstig uit de beekzone “overneemt” op een tweetal locaties. Dit is bij de spoorsloot in het noordoosten van het plangebied en bij de ecozone in het oosten van het plangebied. De beekzone wordt tevens overgenomen door het waterschap Vechtstromen. Huishoudelijk afvalwater Afvoer van huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten op een nieuw riool (DWA-stelsel) in de woonstraten. Het stelsel kan aangesloten worden op de bestaande DWA riolering in het noordoosten van het plangebied.
Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat door de aanleg en instandhouding van
86
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
waterbergende en afvoerende voorzieningen in voldoende mate rekening wordt gehouden met de waterhuishouding. Daarmee vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.3
Natuur
5.3.1
Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden
In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.
Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Eschmarkerveld 2023” Het plangebied ligt ten oosten van het centrum van Enschede. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn Dinkelland op ca. 2 km te noordoosten van het plangebied en het Aamsveen op ca. 2 km ten zuidoosten van het plangebied. De voor deze gebieden aangewezen habitattypen en habitats van soorten zijn allen gevoelig tot zeer gevoelig voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Binnen een straal van 25 km van het plangebied zijn nog acht andere Natura 2000-gebieden gelegen. Andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie Eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden als gevolg van andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kunnen op voorhand worden uitgesloten. Verstoringsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten kunnen alleen aan de orde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. Voor andere verstoringsfactoren dan stikstofdepositie kan een nadere toetsing aan hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming achterwege blijven. Stikstofdepositie In het kader van het bestemmingsplan “Eschmarkerveld 2023” is door TAUW een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd.
In het onderzoek is de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase bepaald. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport “Bestemmingsplan Eschmarkerveld, onderzoek stikstofdepositie d.d. 23 mei 2024”. Het rapport is als bijlage 21 bij deze toelichting opgenomen. De resultaten zijn als volgt: De nieuwe woonwijk leidt tot verkeersgeneratie, wat leidt tot uitstoot van stikstof. Ook wordt tijdens de bouwfase stikstof uitgestoten. Tegelijkertijd vallen stikstofemissies weg: de bemesting van landbouwpercelen op dezelfde locatie stopt, voorafgaande aan de bouwfase van Eschmarkerveld. Er zijn twee berekeningen gemaakt om de stikstofdepositie ten gevolge van de realisatie en het gebruik van Eschmarkerveld te onderzoeken. Uit deze berekening volgt dat er geen sprake is van toenames in stikstofdepositie op enig relevant Natura 2000-gebied door de activiteiten van Eschmarkerveld ten opzichte van de referentiesituatie. In de bijlagen worden de AERIUS pdf-uitvoerbestanden gegeven. Deze pdf-uitvoerbestanden zijn tevens als losse bestanden bij de rapportage bijgeleverd. De bijdrage aan de stikstofdepositie van het project Eschmarkerveld is berekend met de vigerende versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator (versie 2023.2).
Uit de berekeningen blijkt dat er door uitstoot tijdens de aanleg van Eschmarkerveld en ook het gebruik van de woningen geen sprake is van een toename in stikstofdepositie op enig relevant Natura 2000-gebied (zie bijlagen 2 en 3 rapport). Daarom kan op voorhand uitgesloten worden dat er significante effecten kunnen optreden op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat het plan vastgesteld kan worden. bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
87
Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zal hebben en daarmee in overeenstemming is met het bepaalde in de Wet natuurbescherming voor wat betreft het hoofdstuk Gebiedsbescherming. 5.3.2
Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten
In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.