Eschmarkerveld 2023_ aangepaste toelichting 6 juni 2024
Tekst van het document
Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden. Beschermde soorten en het plangebied “Eschmarkerveld 2023” Er zijn verschillende ecologische onderzoeken uitgevoerd. Deze zijn hieronder weergegeven, inclusief een samenvatting van de conclusies. Nb: in verband met inwerkingtreding van de Omgevingswet is terminologie gewijzigd. De onderzoeken die voor 1 januari 2024 zijn uitgevoerd spreken bijvoorbeeld over een ontheffing van de Wet natuurbescherming. Bij onderzoek van na 1 januari 2024, de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt gesproken over een omgevingsvergunning voor een flora- en faunactiviteit. Verkennend onderzoek ecologie (quick scan) Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om woningbouw met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling(en) mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is door Eelerwoude een quick scan Wet natuurbescherming opgesteld (rapportage 201139, 20 januari 2021, versie 1) Deze is als bijlage 22 aan de toelichting gevoegd.
De resultaten van het onderzoek zijn samengevat als volgt: De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden (soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt). Vleermuizen Nader onderzoek naar boombewonende vleermuissoorten is noodzakelijk indien bomen met potentieel geschikte verblijfplaatsmogelijkheden zullen worden gekapt. Daarnaast dient in het kader van foerageergebieden nader onderzoek plaats te vinden op licht gevoelige soorten als gewone grootoorvleermuis of Myotis Spec. Het nader onderzoek dient te bepalen of het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk is voor de (mogelijke) bomenkap en het plaatsen van verlichting. Daarnaast wordt hiermee het gebruik van het plangebied in kaart gebracht voor algemeen voorkomende vleermuissoorten, hiermee kan vervolgens rekening gehouden worden bij het natuurvriendelijk inrichten van de wijkverlichting.
Grondgebonden zoogdieren Nader onderzoek naar bunzing, egel en wezel is noodzakelijk omdat bij het kappen van bosschages en het realiseren van de woonwijk mogelijk vernietiging van verblijfplaatsen en verstoring plaatsvindt. Aan de hand van het nader onderzoek dient te worden bepaald of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor één of meerdere soorten noodzakelijk is. Broedvogels jaarrond Tijdens het veldbezoek in het najaar van 2020 zijn geen horsten/nesten waargenomen in bomen binnen het plangebied. Nieuwe vestigingen zijn wel mogelijk door de grote hoeveelheid aan bomen binnen het plangebied. Nader onderzoek in het voorjaar van 2021 is noodzakelijk om vast te stellen of er nog steeds geen horsten/nesten binnen het plangebied aanwezig zijn of dat aanvullende maatregelen genomen dienen te worden. Hierbij dient
88
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
rekening gehouden te worden met in totaal drie veldbezoeken waarbij rekening gehouden kan worden met zowel vroeg als laat broedende soorten. Broedvogels (algemeen) Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Vanwege de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van de vele landschapselementen dienen werkzaamheden als het bouwrijp maken van het plangebied te gebeuren buiten het broedseizoen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de verlengde broedperiode omdat er ook sprake kan zijn van laat broedende soorten als houtduif en Turkse tortel. Hierdoor dient rekening gehouden te worden met de broedperiode van 1 maart tot en met 30 september. Advies aanvullend onderzoek Het wordt geadviseerd om een gehele broedvogelkartering uit te voeren om een beter beeld te krijgen van de aanwezige broedvogels binnen het plangebied. Hierdoor kan later bij de inrichting ook rekening gehouden worden met aanwezige broedvogels.
Dit kan middels een BMP broedvogelkartering welke bestaat uit minimaal 7 veldrondes. Deze kunnen grotendeels worden gecombineerd met bovenstaande onderzoeken. Nader ecologisch onderzoek Eschmarkerveld Conclusie van het verkennende ecologische onderzoek van 20 januari 2021 was dat nader onderzoek noodzakelijk was naar vleermuizen, grondgebonden zoogdieren en vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. De onderzoeken naar deze soortgroepen behoren tot de wettelijk noodzakelijke onderzoeken. Naast deze wettelijke aspecten vanuit de Wet natuurbescherming wil de gemeente Enschede de woonwijk natuurinclusief inrichten. Derhalve is ook nader onderzoek uitgevoerd naar binnen het plangebied aanwezige broedvogels, invasieve exoten en bijzondere soorten in de naastgelegen Ecozone. Als invulling hiervan is volgens BMP-methodiek een broedvogelkartering uitgevoerd en zijn gelijktijdig invasieve exoten als Reuzenbalsemien, Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw, watercrassula en Canadese/late guldenroede bekeken. Om de woonwijk beter aan te laten sluiten op de naastgelegen Ecozone is tevens onderzoek gedaan naar zeldzame amfibieën als boomkikker, poelkikker en kamsalamander. Hiernaast is ook specifiek gelet op zeldzame vlindersoorten als kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder.
In het onderzoek is het volgende opgenomen: 'Om de woonwijk beter aan te sluiten op de Ecozone is onderzoek gedaan naar enkele bijzondere en beschermde soorten in de Ecozone. Het gaat om boomkikker, kamsalamander, kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder. Er was geen aanleiding naar onderzoek van deze soorten of van andere nog niet benoemde beschermde soorten binnen het plangebied, zoals beschreven in het verkennende onderzoek/quickscan die voorafging aan het nadere onderzoek. De boomkikker, kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder zijn niet aangetroffen in de Ecozone. Geschikte biotoop in de vorm van grote struiken kamperfoelie (waardplant kleine ijsvogelvlinder) en boswilg (grote weerschijnvlinder) is wel in voldoende mate aanwezig. Dit maakt vestiging in de toekomst mogelijk en biedt kansen. Doordat boomkikker niet aanwezig is in de Ecozone ten oosten van het plangebied en in geschikt biotoop in de vorm van poelen en hoog opgaand braamstruweel ontbreekt is er geen sprake van een negatief effect. Dit geldt ook voor kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder. Beide soorten zijn niet vastgesteld en het aanwezige geschikte leefgebied wordt niet aangetast. Kamsalamander is in grote aantallen aanwezig binnen de Ecozone, waar ook geschikte voortplantingswateren aanwezig zijn.
Dat een soort als kamsalamander goed kan gedijen in nabijheid van veel wegen en bebouwing laat deze populatie zien. De aantallen zijn zeer groot en het aantal slachtoffers lijkt beperkt omdat in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen zijn van verkeersslachtoffers (laatste 5 jaar) (NDFF, 2021). Dit heeft vermoedelijk te maken met de aanwezigheid van voldoende geschikt landbiotoop rondom de poelen, binnen de Ecozone. Deze blijft in het geheel behouden. Daarnaast komen er geen nieuwe paden in de Ecozone en blijft de bestaande recreatie hier beperkt tot op de paden.' Alle resultaten zijn vervat in het rapport van Eelerwoude 'toetsing Wet natuurbescherming Eschmarkerveld, realisatie van een woonwijk, Enschede, project 201611, d.d. 22-9-2023. Deze is als bijlage 24 bij de toelichting gevoegd. De conclusies van het nadere onderzoek zijn als volgt samengevat weer te geven. Vleermuizen Uit het nader onderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied geen verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroutes aanwezig zijn. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor vleermuizen niet aan de orde. Broedvogels (jaarrond beschermde nesten) Vaste- rust en verblijfplaatsen van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet binnen het plangebied vastgesteld. Wel is binnen het plangebied een territorium van bosuil aanwezig.
De nestlocatie bevond zich niet binnen het plangebied. Van aantasting van een nestplaats is door de voorgenomen ontwikkeling van een nieuwe woonwijk geen sprake. Gelet op de voorgenomen natuurinclusieve inpassing van de woonwijk, is er ook geen sprake bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
89
van een aantasting van de functionele leefomgeving. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is hierbij niet noodzakelijk. Broedvogels (jaarrond beschermde functionele leefomgeving) Waargenomen soorten waarvan de functionele leefomgeving jaarrond is beschermd betreffen allen (half)holen broedende soorten. Een aantal soorten zijn hierbij ook afhankelijk van (dode) bomen met holten of van nestkasten (bonte vliegenvanger, gekraagde roodstaart, grote- en kleine bonte specht). Aangetroffen soorten zijn echter goed in staat om zich te handhaven nabij veel menselijke activiteit. Aantasting van de functionele leefomgeving wordt daarom niet verwacht, zolang de nieuwe woonwijk natuurinclusief zal worden ingepast tussen de bestaande groenelementen. Broedvogels (algemeen) Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, tussen 1 maart en 15 juli. Met name kap- en snoeiwerkzaamheden kunnen grote invloed hebben op bezette nesten van broedvogels in het algemeen.
Ook zijn binnen het plangebied vogelsoorten aanwezig welke nog tot laat in het jaar kunnen broeden zoals Turkse tortel en houtduif. Grondgebonden zoogdieren Eekhoorn Gedurende de veldbezoeken zijn op verschillende locaties, verspreid over het plangebied waarnemingen gedaan van eekhoorn of nesten hiervan. Deze nesten gelden als vaste rust- en verblijfplaatsen voor eekhoorn. Deze nestplaatsen liggen allen in groenelementen welke behouden blijven bij de ontwikkeling van de woonwijk (afbeelding A en 11). Het vernietigen of aantasten van zo’n verblijfplaats is ontheffing plichtig zolang nesten behouden blijven is dit nier aan de orde. Eekhoorn is een soort die zich goed kan handhaven in een stedelijke omgeving zolang oude bomen en bosschages behouden blijven. Mits de aanwezige nesten en houtopstanden behouden blijven kan een negatief effect worden uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is dan niet aan de orde. Steenmarter De steenmarter voelt zich thuis in een groene, (half)stedelijke omgeving. Van aantasting van verblijfplaatsen is naar verwachting geen sprake. Omdat steenmarter vooral verblijft in bebouwing en zich zeer goed handhaaft in een stedelijke omgeving wordt een negatief effect niet verwacht. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is hierom niet aan de orde.
Egel en kleine marterachtigen Wanneer de bestaande leefgebieden (afbeelding 12 van het rapport) behouden blijven wordt een negatief effect op vaste- rust en verblijfplaatsen niet verwacht. Gezien het inrichtingsplan is dit niet aan de orde (afbeelding A t/m D in het rapport). Er gaan leefgebied en mogelijke verblijfplaatsen van egel en wezel verloren. Hiervoor moet een ontheffing worden aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming (na 1 januari 2024: genaamd omgevingsvergunning voor flora- en fauna activiteit). In de aanvraag wordt ook de grote bosmuis meegenomen. De soort is zeer dicht bij het projectgebied waargenomen in de NDFF en omdat het in principe niet echt een kritische soort is, wordt de aanwezigheid van de grote bosmuis niet geheel uitgesloten in het projectgebied. Deze soort heeft een behoorlijke overlap met de habitateisen van de egel en kleine marterachtigen. Zekerheidshalve wordt aangenomen dat deze soort ook aanwezig is en wordt deze meegenomen in de aanvraag omgevingsvergunning. Bij de aanvraag zal een compensatieplan/projectplan moeten worden opgesteld en ingediend waarbij de gunstige staat van instandhouding van de soorten gegarandeerd dient te blijven. Hierbij dienen nieuwe verbindingszones aangelegd te worden, evenals alternatief leefgebied. Het compensatieplan zoals wij dit voor ogen hebben is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
In de Notitie kleine marterachtigen, zie bijlage 26, zijn de randvoorwaarden en uitgangspunten voor compensatie opgenomen. Deze voorwaarden worden in acht genomen om te komen tot een passende compensatie. In het rapport is benoemd dat mogelijk bijna 10.000 vierkante meter aan houtwal langs het spoor verdwijnt. Het verdwijnen van dit groen komt voort uit het realiseren van een fietsbrug voor de fietsverbinding F35 over de Euregioweg en is een worst-case scenario. Opgemerkt wordt dat onderzocht is of een zodanige fietsbrug kan worden gerealiseerd, zodat (veel) minder oppervlakte groen verdwijnt. Bij bijvoorbeeld het realiseren van een constructie waarbij de gehele helling van de brug als een brugconstructie wordt uitgevoerd is dat het geval. Conclusie Mits rekening gehouden wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten, onderdeel soortenbescherming, aan de orde. Vanuit de eisen voor natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar. Wel wordt geadviseerd om het nog te maken ontwerp voor te leggen aan de provincie Overijssel. De volledige compensatie voor de kleine marterachtigen en egel wordt buiten het plangebied en buiten de bebouwde omgeving, maar wel in de omgeving van Eschmarkerveld gezocht. De daarvoor beoogde gronden zijn opgenomen
90
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
in een compensatieplan. Deze gronden maken nog geen onderdeel uit van het NNN. Op deze wijze kan de volledige compensatie in kwaliteit en kwantiteit buiten het plangebied geborgd. Groene en blauwe verbindingen (inclusief faunatunnels/loopplanken), inheemse beplanting en het beperken van verstoring (aanwezigheid van mensen en huisdieren, verlichting en verkeer) zijn voor de egel, maar ook voor veel andere soorten belangrijk. Daarnaast kunnen ook voorzieningen in gebouwen (huismus, gierzwaluw, vleermuizen en eventueel andere vogels) bijdragen aan de natuurinclusieve invulling van de woonwijk. Actualiserende quick scan Voor onderhavig bestemmingsplan kan gebruik gemaakt worden van de conclusies uit het ecologisch rapport van 2021. Hieruit vloeit geen nadere onderzoeksplicht naar bepaalde soorten uit voort. Wel dient zoals gezegd compensatie voor de kleine marterachtigen en egel te worden uitgevoerd (waarin de grote bosmuis wordt meegenomen). Onderzoekgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.Omdat het onderzoek in 2021 is uitgevoerd zal dit in 2024 verjaren. Hiernaast kunnen nieuwe soorten zich vestigen binnen het plangebied. Daarom is een actualiserende quick scan uitgevoerd.
Omdat de feitelijke werkzaamheden in het kader van de uitvoering van het bestemmingsplan later worden uitgevoerd is daarnaast ook een actualiserende quick scan uitgevoerd. Deze is het vervolg op de eerdere quick scan uit 2021. Dit actualiserende rapport is als bijlage 25 bij de toelichting gevoegd. Uit de actualiserende quick scan komen de volgende conclusies: Vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn er meerdere holtes in de bomen van het plangebied aangetroffen waar potentieel geschikte verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Ook is er bij de voorgaande QuickScan van Veldzichtweg 40 vastgesteld dat er mogelijk verblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis aanwezig kunnen zijn in de schuur. Om te onderzoeken of vleermuizen verblijfplaatsen in het plangebied hebben is een nader onderzoek noodzakelijk. Uit het nader onderzoek moet blijken of het aanvragen van omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit voor vleermuizen voor deze locatie noodzakelijk is. Egel, grote bosmuis en kleine marterachtigen Egel, grote bosmuis en kleine marterachtigen zijn lastig vast te stellen, hiervoor hanteert de provincie Overijssel de zogenaamde leefgebieden benadering. De ‘’Brochure Soortenbescherming in Overijssel’’, opgesteld in opdracht van de provincie Overijssel is onlangs aangepast, ondermeer voor egel en kleine marterachtigen.
Hierin ligt nu meer de nadruk op een biotopen onderzoek dan op veldonderzoek met behulp van cameravallen, sporenbuizen, etc. Hierom is voor deze soorten het aanvragen van een omgevingsvergunning noodzakelijk, de aanvraag dient ondersteund te worden door een leefgebiedenbenadering waarbij een aantal effecten moeten worden getoetst: verlies aan oppervlakte van leefgebied (volledig of deels), verlies aan kwaliteit leefgebied, verlies aan ecologische verbindingswegen in het tussenliggende landschap, te grote afstand tussen leefgebieden (isolatie). In het rapport staat benoemd Jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogelsoorten, zoals horsten zijn wel aangetroffen in de bomen binnen het plangebied. Ook zijn er oude kraaiennesten in het plangebied aangetroffen, waardoor jaarrond beschermde nesten van onder andere buizerd, sperwer of boomvalk niet op voorhand zijn uit te sluiten. Nader onderzoek gedurende het gehele broedseizoen is noodzakelijk om vast te stellen of er nieuwe nesten bij zijn gekomen en soorten met verschillende broedperiodes hier gebruik van maken. Uit het nader onderzoek moet blijken of het aanvragen van omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk is of niet. Hierbij wordt ook geadviseerd om gelijktijdig alle andere vogels in kaart te brengen in het kader van de nieuwe wet en regelgeving van de omgevingswet.
Het gaat hierbij specifiek om categorie 5 en rode lijst-soorten. Algemene broedvogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Omgevingswet. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, alsook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Omgevingswet zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Vanwege de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van de vele landschapselementen dienen werkzaamheden als het bouwrijp maken van het plangebied te gebeuren buiten het broedseizoen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de verlengde broedperiode omdat er ook sprake kan zijn van laat broedende soorten als houtduif en Turkse tortel. Hierdoor dient rekening gehouden te worden met de periode van 1 maart tot en met 30 september.
Werken in het broedseizoen is alleen mogelijk wanneer is aangetoond dat hiermee geen nesten worden verstoord of vernietigd. Ongewervelden bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
91
Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) worden beschermde soorten als grote weerschijnvlinder, grote vos en kleine ijsvogelvlinder wel verwacht in het plangebied. Hierbij is voor de kleine ijsvogelvlinder een stuk wilde kamperfoelie aanwezig bij bosschage 3 die als waardplant kunnen worden gebruikt, hiernaast betreft dit een stuk vrij nat bos wat geschikt biotoop is voor deze soort. Negatieve effecten op grote weerschijnvlinder, teunisbloempijlstaart en grote vos worden op voorhand wel uitgesloten. Er zullen geen werkzaamheden plaatsvinden waarbij waardplanten als boswilg, teunisbloem, zoete kers en iep worden gekapt of worden aangetast. Nader onderzoek naar kleine ijsvogelvlinder is noodzakelijk, uit dit nader onderzoek blijkt of het aanvragen van een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Daarnaast geldt op grond van de Omgevingswet een algemene zorgplicht en ook een aantal specifieke zorgplichten die in acht moeten worden genomen. Zie hiervoor het rapport. Vervolg Er wordt een nader onderzoek uitgevoerd naar vogels, vleermuizen en kleine ijsvogelvlinder in het plangebied (inclusief Veldzichtweg 40). Indien daaruit een omgevingsvergunningplicht voortvloeit zal deze worden aangevraagd bij de Provincie.
Er wordt een aanvraag omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit ingediend bij de provincie Overijssel, op basis van een op te stellen projectplan voor de compensatie van de kleine marterachtigen en egel, evenals grote bosmuis. Ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan geldt dat, met inachtneming van bovenstaande randvoorwaarden, er vanuit de bescherming van soorten geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.3.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald. Het NNN en het plangebied “Eschmarkerveld 2023” Het plangebied van het bestemmingsplan “Eschmarkerveld 2023” is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN zijn direct oostelijk van het plan, aansluitend aan het plangebied gelegen.
Figuur 5.2: ligging NNN (bron: Atlas van Overijssel)
92
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Het plangebied zelf is niet in de NNN gelegen. De NNN heeft in Overijssel geen externe werking, waardoor een nadere toetsing aan de regels uit de verordening niet vereist is. Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
93
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Algemeen
Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a. een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; b. een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; c. Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; d. Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen. Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen.
Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023" is gekozen voor een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In paragraaf 7.3 van deze plantoelichting wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Eschmarkerveld 2023" is gekozen.
6.2
Indeling planregels
Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; b. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; c. Hoofdstuk 3 - Algemene regels; d. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Eschmarkerveld 2023”. In Artikel 1, Begrippen, zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. 94
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
Artikel 2, Wijze van meten, geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. In artikel 3 is de reikwijdte-bepaling opgenomen. Hierin is opgenomen hoe het bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 zich verhoudt met het parapluplan onzelfstandige bewoning (kamerverhuur).
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); b. bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); c. nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); d. afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); e. specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); f. afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); g. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); h.
omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); i. wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden). Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.
6.3
Beschrijving van het plan
6.3.1
Bestemmingen
Gemengd - 1 De bestemming 'Gemengd - 1' is toegekend aan de gronden in het plangebied nabij het station Eschmarke. De gronden met de bestemming 'Gemengd - 1' zijn bestemd voor stationsomgeving gerelateerde functies (zie ook het opgenomen begrip), en voor wonen in de vorm van appartementen met mogelijkheid voor beroep of bedrijf aan huis. Binnen de gehele bestemming is hiervoor de aanduiding 'gestapeld' opgenomen. Daarbij zijn bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen, activiteiten en voorzieningen, zoals bergingen, trappenhuizen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen toegestaan. Voor de stations gerelateerde functies geldt dat in totaal maximaal 100 m 2 aan detailhandel is toegestaan. Ten aanzien van de appartementen zijn specifieke regels opgenomen, volgend uit het paraplubestemmingsplan 'kwalitatief sturen op appartementen 2022'.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
95
Gemengd - 2 De gronden met de bestemming 'Gemengd - 2' zijn bestemd voor wonen in de vorm van appartementen , met mogelijkheid voor beroep of bedrijf aan huis. Hiervoor is binnen de gehele bestemming de aanduiding 'gestapeld' opgenomen. Daarnaast zijn op de begane grond de functies dienstverlening, sociaal-medische, sociaal-culturele voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening toegestaan, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. met dien verstande dat deze functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond en beperkt is tot maatschappelijke voorzieningen die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep "Maatschappelijk" van de bij de regels behorende Lijst van bedrijfstypen (bijlage 1). Kinderopvang en religieuze voorzieningen zijn uitgesloten. Daarnaast zijn bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen, activiteiten en voorzieningen, zoals bergingen, trappenhuizen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen toegestaan.
Groen - 1 Binnen de bestemming 'Groen - 1' zijn groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing, wegen, in- en uitritten, wandel- en fietspaden, speelvoorzieningen, (openbare) nutsvoorzieningen, bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken toegestaan. Ook is er de mogelijkheid voor het plaatsen van geluidwerende voorzieningen. Dit is opgenomen omdat kan voorkomen op bepaalde locaties in het plangebied dat een geluidwerende voorziening, bijvoorbeeld in de vorm van een scherm, nodig is om een geluidluwe zijde bij een woning zijde te realiseren in het kader van de vaststelling van een hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder.
Groen - 2 Binnen de bestemming 'Groen - 2' zijn groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing, wegen, in- en uitritten, wandel- en fietspaden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, (openbare) nutsvoorzieningen, bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken toegestaan. Ook mogen geluidwerende voorzieningen worden gerealiseerd. Verschil met de bestemming 'Groen-1' is dat in deze bestemming parkeervoorzieningen wel zijn toegestaan, in 'Groen - 2' is dit niet toegestaan.
Groen-3 Binnen de bestemming Groen - 3 zijn groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing toegestaan. Daarnaast zijn (openbare) nutsvoorzieningen toegestaan evenals bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken. Deze bestemming is toegekend aan gronden die onderdeel uit maken van de verbindingszone langs de spoorlijn in het kader van de vereiste natuurcompensatie in het kader van de ontwikkeling Eschmarkerveld en de verbindingen tussen (natuur)gebieden te versterken. Om dat te bereiken is betreding en gebruik van deze gronden door mensen niet gewenst. In de specifieke gebruiksregels is daarom volledigheidshalve opgenomen dat extensieve recreatie (waaronder bijvoorbeeld ook wandelen valt) niet is toegestaan. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Om de gronden af te schermen van gronden die wel openbaar of te betreden zijn is specifiek de mogelijkheid voor het realiseren van een erf-, perceels- of terreinafscheiding in de bouwregels opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groenbouwwerken station' zijn bouwwerken ten behoeve van de toegang tot het station toegestaan, zoals een trap, hellingbaan, lift en verkeersvoorzieningen.
Maatschappelijk - zorginstelling De bestemming 'Maatschappelijk - Zorginstelling' is toegekend aan de locatie van 's Heeren loo in het plangebied. deze gronden zijn bestemd voor een zorginstelling met bijbehorende (gemeenschappelijke) voorzieningen. Er is een aanduiding 'zorgwoningen' opgenomen teneinde zorgwoningen mogelijk te maken. Het begrip 'zorgwoning' is in de begrippen opgenomen. Er zijn maximaal 16 zorgwoningen toegestaan. De bestemming geeft geen mogelijkheden voor regulier wonen. Personen zonder zorgindicatie mogen ter plaatse niet gehuisvest worden. Ook voor de bestaande dagbestedingslocatie is een aanduiding (specifieke vorm van maatschappelijkdagbesteding) opgenomen. Tevens zijn bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen, zoals bergingen, trappenhuizen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en
96
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
(openbare) nutsvoorzieningen toegestaan. Verkeer De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de hoofdverkeerswegen in het plangebied, met de daarbij behorende gronden, bouwwerken en voorzieningen. Op gronden met deze bestemming mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming, straatmeubilair en (openbare) nutsvoorzieningen worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - afsluiting autoverkeer' dient een afsluiting voor autoverkeer gerealiseerd te zijn zodra woningen gerealiseerd zijn in het deel van het plangebied dat voor autoverkeer wordt ontsloten via de Sleutelweg naar de Euregioweg. Deze afsluitingen voor autoverkeer voorkomen dat autoverkeer vanuit Eschmarkerveld gebruik kan maken van de wegen in Dolphia. Het gaat in totaal om drie te realiseren afsluitingen voor autoverkeer (waarvan er één in de bestemming Verkeer gelegen is). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat deze afsluitingen bij realisatie van de eerste woningen al aangelegd dienen te worden. Verkeer-verblijfsgebied Voor een klein gedeelte van het plangebied geldt de bestemming 'Verkeer-verblijfsgebied'. Het betreft (gedeelten van) de woon-/buurtstraten Cronjéstraat en en Slankweg. Deze bestemming is opgenomen in verband met het de realisatie van verkeersknippen in deze wegen, om autoverkeer vanuit Eschmarkerveld door Dolphia te voorkomen.
De voor “Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor: erftoegangswegen, woonerven, pleinen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, alsmede voor speelvoorzieningen, straatmeubilair, (openbare) nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden behorende bouwwerken en andere werken. Er is een aanduiding opgenomen voor de realisatie van een verkeersknip in de genoemde straten. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - afsluiting autoverkeer' dient een afsluiting voor autoverkeer te worden gerealiseerd zodra woningen gerealiseerd zijn in het deel van het plangebied dat voor autoverkeer wordt ontsloten via de Sleutelweg naar de Euregioweg. Wonen - 1 Deze bestemming is toegekend aan de gronden waar nieuwbouw van de woningen in het plangebied plaats zal vinden. Er is opgenomen dat binnen deze bestemming maximaal 750 woningen mogen worden gerealiseerd. De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis.
Tevens zijn bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen, voorzieningen en activiteiten, zoals woningen, bergingen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen toegestaan. Er is een regeling opgenomen ten aanzien van de toegestane bebouwingspercentages per bouwperceel, waarbij afhankelijk van de grootte van het bouwperceel een bepaalde oppervlakte aan bebouwing is toegestaan. In het kader van de geluidbelasting door wegverkeer en railverkeer zijn verschillende regels opgenomen, waarmee een goed woon- en leefklimaat na uitvoering gewaarborgd is. Het betreft regels met betrekking tot de aanwezigheid van een geluidluwe gevel, evenals ten aanzien van de benodige karakteristieke geluidwering voor de woningen. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning wordt dit nader getoetst. Voor de woonbebouwing in de noordoosthoek van het plangebied zijn enkele specifieke bouwaanduidingen opgenomen in verband met (laagfrequent) geluid. Hieraan is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld. Er is opgenomen dat door het college van B&W nadere eisen kunnen worden gesteld. Dit betreft het opnemen van nadere eisen ten aanzien van de goothoogte en hoogte van de hoofdgebouwen en het toegestane percentage gestapelde bouw ten behoeve van een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing in de omgeving.
Deze bedoelde stedenbouwkundige inpassing wordt concreet uitgewerkt in de stedenbouwkundige uitwerkingen van de verschillende deelgebieden binnen het plangebied en/of deelgebiedpaspoorten die aan de hand van het Masterplan worden uitgewerkt. Bij de nadere eis is benoemd dat toepassing van de nadere eis ten aanzien van de goothoogtes en hoogtes alleen eisen kunnen worden gesteld ten aanzien van het toepassen van lagere hoogtes dan onderhavig bestemmingsplan toestaat en tevens dat nadere eisen ten behoeve van het percentage gestapelde bouw alleen worden toegepast ten aanzien van de bestemmingsvlakken Wonen-1 die gestapelde bouw mogelijk maken in Tuinstad. Wonen - 2 Voor de bestaande woonpercelen in het plangebied is een bestemming 'Wonen - 2' opgenomen. Deze bestemming is grotendeels gelijk aan de bestemmingsmogelijkheden van de bestemming 'Wonen - 1' . Er is een aanduiding 'karakteristiek' opgenomen ter plaatse van de woningen Veldzichtweg 40 en 42. Deze woningen zijn beoordeeld als cultuurhistorisch waardevol. Aan deze aanduiding zijn een aantal regels gekoppeld ten aanzien van sloop en verbouwen. Ten aanzien van de woningen aan de Herfstweg geldt voor een gedeelte van het perceel dat een aanduiding is opgenomen die geluidgevoelige bebouwing uitsluit. Dit naar aanleiding van het onderzoek naar geluid afkomstige van bedrijvigheid van Euregio Bedrijvenpark.
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)
97
Landgoed de Dommert In het plangebied is, zoals in paragraaf 3.5 al is toegelicht een voormalig landgoed gelegen waar nog sprake is van cultuurhistorische waarden. Omdat op het moment van opstellen van het voorliggend bestemmingsplan nog niet concreet duidelijk is op welke wijze dit gebied wordt ingevuld, is een bestemming Landgoed De Dommert opgenomen. Hieraan is een beleidsregel gekoppeld (bijlage regels). In de beleidsregel zijn voorwaarden opgenomen waar de uitwerking aan dient te voldoen. Tevens is een vergunningenstelsel voor de activiteit werk/werkzaamheden uitvoeren opgenomen, om bij voorkomende werkzaamheden te kunnen toetsen op aanvaardbaarheid ten aanzien van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 6.3.2
Dubbelbestemmingen
Leiding - Gas De dubbelbestemming "Leiding - Gas" is toegekend aan de gronden waarin een hogedruk aardgasleiding gelegen is, met inbegrip van de zakelijk rechtstrook aan weerszijden van de leiding. In afwijking van het bepaalde in de bouwregels bij de andere bestemming(en) is op gronden met de bestemming "Leiding - Gas" uitsluitend het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken, voor het bouwen van bouwwerken overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en). Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend onder de volgende voorwaarden: 1. de veiligheid van de buisleiding wordt niet geschaad; 2. het bouwen van een kwetsbaar object is niet toegestaan. Voordat beslist wordt omtrent een omgevingsvergunning, wordt schriftelijk advies ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. Er is teven een vergunningenstelsel ten aanzien van het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen (activiteit werk of werzaamheden uitvoeren), om de veiligheid ter plaatse van de leiding en de continuiteit van de energievoorziening te waarborgen. In het betreffende artikel (12.5) zijn de werkzaamheden benoemd waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. 6.3.3
Gebiedsaanduidingen
Cultuurhistorische structuur Zoals in paragraaf 3.5 al is toegelicht, zijn er verschillend waardevolle cultuurhistorische elementen nog aanwezig in het gebied. Voor de (voormalige) houtsingels in het Eschmarkerveld is de gebiedsaanduiding 'cultuurhistorische structuur' opgenomen. Deze aanduiding voorziet in een beschermingsregime om deze landschappelijke elementen te behouden. 6.3.4
Overige aanduidingen en figuren
Binnen de in het plan voorkomende bestemmingen en dubbelbestemmingen kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden geregeld door het gebruik van functieaanduidingen, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen en figuren.
Bouwvlak: Het bouwvlak is het gebied binnen de grenzen waarvan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwing gerealiseerd dient te worden.
Functieaanduidingen: Functieaanduidingen worden gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een gedeelte van een bestemming nader in te kaderen. Zo kan met een functieaanduiding worden aangegeven dat ter plaatse alleen een bepaalde, met name genoemde, functie is toegestaan of juist expliciet is uitgesloten. Bij functieaanduidingen gaat het vaak om het passend bestemmen van een aanwezige, niet (geheel) bij de bestemming passende functie, zoals bijvoorbeeld de functieaanduiding 'garageboxen' binnen de bestemming 'Wonen' om aan te geven waar binnen de woonbestemming garageboxen zijn toegestaan. Daarnaast kunnen functieaanduidingen worden gebruikt om aan te geven dat op een bepaalde locatie binnen een bestemming functies op boven elkaar gelegen verdiepingen zijn toegestaan.
98
bestemmingsplan Eschmarkerveld 2023 (vastgesteld)