CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

ENS Gemeenterekening 2025 definitief

Raadsvergadering 29 juni 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Gemeenterekening 202530.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 3

01. We voeren de nota sociale basis uit. Er komt geen aparte nota Sociale Basis. De activiteiten om te komen tot het versterken van de sociale basis zijn wel gestart. De raad is hierover via een raadsbrief geïnformeerd. 02. We onderzoeken “75+ huisbezoeken”. 03. We gaan in gesprek over de “Nota Dierenwelzijn”.

. Legenda: mogelijk;

= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; = loopt achter, bijsturing = conform verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.

03. We vergroten de kansengelijkheid Jeugdigen en volwassenen nemen volwaardig deel aan de samenleving, waardoor ze zelfredzaam, sociaal vaardig en gezond door het leven gaan. Het mag voor de ontwikkeling van inwoners niet uitmaken waar hun wieg heeft gestaan en hoe het leven de inwoner heeft gevormd. Iedereen moet de mogelijkheid hebben het beste en het mooiste uit zichzelf naar boven te halen. Daarbij is het van belang om expliciet oog te hebben voor kansen(on)gelijkheid in onze stad. Gelijke kansen mag dus ook betekenen dat je ongelijke ondersteuning biedt. Want iedereen dezelfde uitgangspositie geven is onmogelijk, dus moet je bijsturen op wat er in de basis is.

03.01 Jeugdigen groeien veilig en stabiel op De basis voor je leven wordt gelegd in je jeugd. Daarom is er specifiek voor deze groep extra aandacht en inzet. We willen dat iedere jeugdige opgroeit in een stabiel gezin; speelt en deelneemt aan maatschappelijke activiteiten. En passende ondersteuning krijgt waar nodig. We zetten in op het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. Zo krijgt

blz. 28 (van 335)

hij/zij de kans een zelfredzame, sociaal vaardige en gezonde inwoner te worden. Rol gemeente: we ondersteunen kind en gezin om veilig en gezond (kansrijk) op te kunnen groeien. Daarnaast ondersteunen we ouders bij het oplossen van opvoedproblematiek met aandacht voor alle leefdomeinen. Vanuit deze rol hebben we drie speerpunten: a. Wij willen ouders zo vroeg mogelijk ondersteunen bij opvoedproblematiek. Voor het grootste gedeelte van de jeugdigen en hun ouders is voor het gezond opgroeien van de kinderen een positief opgroei- en opvoedklimaat voldoende. Zij redden zich prima, onder andere door gebruik te maken van de basisvoorzieningen in de stad. Een kleinere groep jeugdigen en hun ouders heeft (tijdelijke) ondersteuning nodig in de vorm van een voorziening. Slechts voor een zeer kleine groep jeugdigen en hun ouders is ingrijpen door de overheid nodig. Dit is het geval als ouders er onvoldoende in slagen om hun opvoedverantwoordelijkheid waar te maken en hun kinderen in de ontwikkeling worden bedreigd, of wanneer een jongere een strafbaar feit heeft gepleegd . Streven is: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. b. Wij willen dat kinderen ‘zo thuis mogelijk’ opgroeien. Kinderen hebben baat bij een stabiele opvoedsituatie met toekomstperspectief. Echter: niet iedere jeugdige groeit door allerlei oorzaken op in een stabiel en veilig gezin.

Sommige kinderen wonen, tijdelijk, in een pleeggezin binnen de familie, bijvoorbeeld bij een tante of bij opa en oma, ook wel netwerkpleegzorg genoemd. Andere kinderen wonen in een pleeggezin buiten de familie. Kinderen kunnen ook geplaatst worden in een gezinshuis of een residentiële instelling. Ook deze kinderen moeten een duurzame plek hebben waar zij ’zo thuis mogelijk’ kunnen opgroeien: een pleeggezin of een gezinshuis. c. Wij willen het bereik van onze voorziening in het kader van kinderarmoede bij de Stichting Leergeld verhogen. Kinderen hebben recht op een toereikende levensstandaard, ook als er thuis weinig te besteden is. Onderzoek wijst uit dat kinderen en jongeren die opgroeien in armoede in hun ontwikkeling worden belemmerd. Nu investeren voorkomt problemen op latere leeftijd. Het helpt ook voorkomen dat kinderen de problemen van hun ouders erven, waardoor armoede overgaat van generatie op generatie. Wij willen dat elk kind ervaart dat hij of zij meedoet en erbij hoort; nú meedoen betekent straks meetellen. Activiteiten als sport, schoolreisjes en muziek horen bij de vorming van ieder kind. Indicatoren Aantal indicatoren: 5

blz. 29 (van 335)

Toelichting De indicator laat het percentage van de zware voorzieningen voor Jeugdhulp zien, ten opzichte van het totaal aantal voorzieningen. De grafiek zegt dus niets over de totale inzet van Jeugdhulp. Onder zware voorzieningen voor Jeugdhulp valt het wonen en verblijf, maatregelhulp (jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdzorg +), landelijk transitiearrangement (LTA) en beschikbaarheidsvoor-zieningen zoals het Coördinatiepunt spoedhulp, crisisbedden en driemilieus-voorzieningen. Bron: Gidso Regie en ZorgNed (registratiesysteem Wijkteams). Streefwaarde: Tot 2028 is er ingezet op een daling. Vanaf 2028 willen we deze dalende lijn bestendigen om ervoor te zorgen dat deze daling duurzaam is. In de strategienota ‘Onze jeugd, onze zorg’ en de inkoop van 2025 staat dat we willen dat kinderen zoveel mogelijk thuis opgroeien, met inzet van ambulante ondersteuning in plaats van verblijfshulp. Realisatie: In 2025 is opnieuw een daling te zien van het aantal zware voorzieningen in verhouding tot de lichte voorzieningen voor Jeugdhulp. We blijven daarmee onder het streefcijfer voor 2025. In absolute zin is te zien dat het totaal van alle ingezette voorzieningen voor Jeugdhulp is gestegen van 11.571 in 2025 naar 11.693 in 2025. De stijging wordt ook in 2025 veroorzaakt door een toename van het aantal lichte voorzieningen voor Jeugdhulp (8.804 in 2025 naar 9.202 in 2025).

Het aantal zware voorzieningen is gedaald van 2.767 in 2024 naar 2.491 in 2025.

Toelichting De indicator laat het percentage van het aantal unieke kinderen en jongeren met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van het totaal aantal cliënten met Jeugdhulp zien. Jeugdbescherming kan worden ingezet als de kinderrechter jeugdigen onder toezicht stelt wanneer zij opgroeien in een situatie waarin hun welzijn of gezondheid bedreigd wordt. Bron: Gidso Regie en ZorgNed (registratiesysteem Wijkteams). Streefwaarde: Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen is in de periode 2020-2023 gedaald (in 2022 was een stijging vanwege de verandering in het woonplaatsbeginsel). De verwachting is dat de daling zal stabiliseren. Omdat het aantal maatregelen hoger is in vergelijking met de rest van Nederland zien we ruimte voor verbetering. Ook zullen landelijke

blz. 30 (van 335)

besluiten (onder andere inrichten regionaal veiligheidsteam) leiden tot een daling van het aantal maatregelen. Realisatie: Het percentage kinderen met jeugdbescherming ten opzichte van alle Jeugdhulp is in 2025 opnieuw gedaald. Ook in 2025 blijven we daarmee onder de streefwaarde. Het aantal kinderen met jeugdbescherming in 2025 is in absolute aantallen gedaald ten opzichte van 2024 (van 607 naar 585). De dalende trend is al een paar jaar zichtbaar. Dit lijkt er op te wijzen dat er sprake is van een structurele beweging in positieve zin.

Toelichting Met deze indicator wordt het percentage van het totaal aantal jongeren met pleegzorg of een plaatsing in een gezinshuis afgezet tegen het totaal aantal jongeren met Jeugdhulp wonen & verblijf. Bron: Gidso Regie en ZorgNed (registratiesysteem Wijkteams). Streefwaarde: Ondanks de nog steeds stijgende lijn houden we vast aan de meerjarige streefwaarde van 62%. In de strategienota ‘Onze jeugd, onze zorg’ staan maatregelen die bijdragen aan ons doel om meer jeugdigen meer thuis in de eigen omgeving te laten opgroeien. Daarnaast wordt de Jeugdhulp in 2025 opnieuw ingekocht, waarbij er ook aandacht is voor ‘wonen en verblijf’. Een voorbeeld hiervan is het inkopen en ontwikkelen van ambulante alternatieven. Realisatie: Het percentage kinderen en jongeren in pleegzorg of gezinshuiszorg is in 2025 gedaald ten opzichte van 2024, terwijl het streven is om het percentage te stabiliseren. Uit analyses blijkt dat de daling zich, zoals ook in 2024, met name voordoet binnen de pleegzorg. We vinden het belangrijk dat kinderen en jongeren die niet thuis kunnen wonen toch in een gezin opgroeien. Daarom zijn we gestart met het project “Mocking bird”, hierin ondersteunen ervaren pleegouders andere pleegouders, zodat deze behouden blijven voor de pleegzorg.

blz. 31 (van 335)

Toelichting Huiselijk geweld is geweld door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer. Het gaat om geweld waarbij iemand afhankelijk is van de ander. Deze indicator omvat alle meldingen van de verschillende vormen van huiselijk geweld getoond. Veilig Thuis Twente (VTT) is actief voor heel Twente. Deze indicator betreft daarom het jaarlijkse aantal meldingen van huiselijk geweld in heel Twente. Bron: registratiesysteem Veilig Thuis Twente. Streefwaarde: De verwachting is dat de toename aan meldingen zich nog zal voortzetten. We willen ons niet focussen op het aantal meldingen maar vooral op de aanpak van die meldingen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen niet persé negatief; het is juist wenselijk dat we alle signalen van huiselijk geweld in beeld krijgen zodat de juiste hulp en ondersteuning aan inwoners kan worden geboden. We investeren ook in bewustwording en preventie met als doel huiselijk geweld te stoppen en te voorkomen. Realisatie: Bij VTT is in 2025 sprake van een stijging van bijna 8% van het aantal meldingen ten opzichte van 2024. Hiermee zit de stijging van de meldingen op dit moment wel onder het landelijk gemiddelde. De voorgaande jaren heeft de regio Twente echter een stijging laten zien, die in sommige perioden tegen de landelijke trend van stabilisatie of daling inging.

De toename van meldingen betekent ook dat we steeds meer situaties in beeld krijgen. Hierdoor kunnen we inwoners die in een onveilige situatie verkeren de juiste hulp en ondersteuning bieden en geweldssituaties doorbreken.

blz. 32 (van 335)

Toelichting In deze indicator wordt het aantal unieke kinderen dat een verstrekking van de Stichting Leergeld heeft ontvangen weergegeven in een percentage ten opzichte van de totale groep kinderen van 4-18 jaar dat leeft in een gezin dat moet rondkomen met een inkomen onder 120% van het wettelijk sociaal minimum. Bron: CBS en Stichting Leergeld. Streefwaarde: De streefwaarden over de periode 2024 tot en met 2027 zijn in deze begroting aangepast zodat deze aansluiten op het bijgestelde beleid uit de kadernota 'Rondkomen met je inkomen'. De ambitie blijft voor 2028 hetzelfde als voor 2027. Het beleid voor Stichting Leergeld is met de nota Rondkomen met je inkomen vastgesteld tot en met 2027. Na de evaluatie hiervan stellen we de streefwaarde voor 2028 op. Realisatie: Nieuwe inzichten leren dat de groep kinderen van 4 tot 18 jaar, in een gezin met een inkomensgrens tot 120% van het wettelijk sociaal minimum, een stuk kleiner is dan eerder gedacht. Op basis van CBS cijfers zien we dat de doelgroep ongeveer 3.600 kinderen groot is. Dat betekent dat Stichting Leergeld al bijna aan het maximaal mogelijke bereik zit met 3.421 kinderen uit de doelgroep. Daarnaast hebben zij inmiddels ook een paar honderd kinderen in de leeftijd 0 t/m 3 jaar in beeld.

Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 2

01. We voeren de nota "Onze jeugd, onze zorg" uit. 02. We sluiten een convenant voor de aanpak van het huisartsentekort.

. Legenda: mogelijk;

= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; = loopt achter, bijsturing = conform verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.

blz. 33 (van 335)

03.02 Iedereen neemt volwaardig deel aan de samenleving Afkomst, geslacht, milieu, opleiding en inkomen (bij jeugd van ouders), fysieke of verstandelijke beperking, bepalen nog te veel de invulling van talentontwikkeling, opleiding en werk. We maken van gewoon meedoen niet een individueel gevecht, maar een taak die we als samenleving hebben te vervullen. Hierbij letten we op een ondersteunende omgeving, voldoende passende plekken voor onze inwoners om mee te doen al dan niet via een passende plek op de arbeidsmarkt. Rol gemeente: op basis van vertrouwen investeren in mensen door middel van het beschikbaar stellen van voorzieningen. Vanuit deze rol hebben we drie speerpunten: a. Wij willen de maatschappelijke inzet onder onze inwoners vergroten. Participatie, het meedoen en bijdragen aan de maatschappij, vertegenwoordigt voor een persoon allerlei positieve aspecten zoals zingeving, zelfontplooiing, verbondenheid en sociaal contact. Maar participatie heeft in veel gevallen ook expliciete maatschappelijke relevantie en -baten. Bij dit subdoel ligt de focus op betekenisvolle participatie oftewel maatschappelijke inzet. Dit betreft vormen van actieve participatie die van belang zijn voor het individu, én tot doel hebben anderen te helpen of bij te dragen aan de leefomgeving of maatschappij. b.

Wij willen dat onze inwoners kunnen deelnemen aan de samenleving zonder dat ze daarbij beperkingen ervaren. Inwoners kunnen uiteenlopende uitdagingen ervaren die een hindernis vormen voor de gewenste mate van eigen kracht, zelfredzaamheid en het volwaardig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Beperkingen kunnen op fysiek, psychisch, taalvaardig en/of financieel gebied zijn. c. We willen dat de inwoners van 70 jaar en ouder in staat zijn thuis te blijven wonen met of zonder ondersteuning. Doel van de Wmo is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen en deel te laten nemen aan het dagelijks leven, al dan niet met behulp van voorzieningen uit de Wmo. Dit sluit aan bij de wens van veel ouderen. Het stelt ze in staat om in de eigen vertrouwde omgeving met hun vertrouwde netwerk te blijven. Daarnaast geldt voor veel ouderen dat ze hun lage woonlasten behouden. Er kleven natuurlijk ook nadelen aan langer thuis blijven wonen, de woning moet toekomstbestendig gemaakt worden, sommige ouderen ervaren eenzaamheid en ondersteuning is vaak wenselijk. Het is belangrijk om per individu te blijven kijken naar de afweging tussen de voor- en nadelen. Indicatoren Aantal indicatoren: 6

blz. 34 (van 335)

Toelichting Deze indicator is een totaalscore van het percentage inwoners (18 jaar en ouder) dat zich inzet voor buren, buren in een zorgwekkende situatie (eenzaamheid, zelfverwaarlozing of andere probleemsituatie), verenigingsleven, vrijwilligerswerk en/of zorg aan een hulpbehoevende naaste (mantelzorg) in de afgelopen twaalf maanden. Bron: Stadspanel Kennispunt Twente en Waarstaatjegemeente.nl Streefwaarde: we willen een score aan het sterk-stedelijke gemiddelde (100.000-300.000 inwoners) dat rond de 4,0 ligt. We zien in 2023 een sterke stijging, een stijging die veel sterker is dan bij het sterk-stedelijke gemiddelde of landelijk. In de gemeenterekening 2023 hebben we aangegeven dat we aan de hand van de meting 2024 kunnen zien of het een eenmalige uitschieter is of een trend. Daarom zetten we bij de streefwaarde 2028 vooralsnog de huidige lijn door. Realisatie: de score is nagenoeg gelijk aan die van 2024, ruim boven de streefwaarde. We volgen daarmee de landelijke trend, waarbij we opvallend hoger scoren bij naastenzorg (zie ook indicator 2.2.1b inzet voor anderen). We zetten dan ook sterk in op maatschappelijk meedoen, onder andere door middel van inzet via M-pact, onze partner voor maatschappelijke meedoen, vrijwillige inzet en mantelzorg. Deze inzet blijven we continueren.

Toelichting Deze indicator betreft inwoners (18 jaar en ouder) die lid zijn van een Enschedese vereniging of organisatie op het gebied van sport, hobby, cultuur, religie, natuur- en milieu, vakbond, jongeren, ouderen, vrouwen, gehandicapten, migranten, wijkraad, buurtcommissie, bewonerscommissie, politiek, zorg- of hulpverlening en dergelijke en actief deelnemen aan de activiteiten van de club. Bron: stadspanel Kennispunt Twente Streefwaarde: Er is deze eeuw sprake van een stabiele lijn, variërend tussen 57% en 63%. Streven is een score gelijk aan het sterk-stedelijke gemiddelde (gemeentegrootte 100.000300.000 inwoners). Realisatie: we blijven een stabiel patroon in de scores zien met lichte schommelingen. Daarmee volgen we de trend van sterk-stedelijke gemeenten.

blz. 35 (van 335)

Toelichting Vrijwilligerswerk is werk dat in georganiseerd verband onbetaald wordt uitgevoerd, bij een sportvereniging, hobbyvereniging, cultuurvereniging, kerkgenootschap of andere religieuze vereniging, natuur- en milieuvereniging, school, wijkraad/activiteiten, buurtcommissie/buurthuis, bewonerscommissie, vakvereniging, ouderenbond, vrouwenvereniging, migrantenorganisatie, politieke partij, jongerenorganisatie, gehandicaptenorganisatie, zorg- of hulpverleningsorganisatie, mantelzorgondersteuning, andere vereniging of club. We meten hier het vrijwilligerswerk met structureel karakter, verricht door inwoners van 18 jaar en ouder. Bron: stadspanel Kennispunt Twente Streefwaarde: We willen terug naar de scores voor 2018 (start vorige IPC-beleidscyclus). Na de coronadip zijn we in 2023 weer bijna terug op het niveau van 2018. Onze inzet is gericht op een hogere vrijwillige inzet van de inwoners, daarom streven we naar geleidelijke toename tot 30%. Realisatie: de score is sinds 2020 stabiel. Daarmee scoren we gelijk aan het sterk-stedelijk gemiddelde (gemeenten met 100.000-300.000 inwoners). Landelijk is sprake van een geleidelijke afname. Het vergroten van de arbeidsparticipatie (met name onder vrouwen), het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd en de individualisering van onze samenleving heeft gevolgen voor het vrijwilligerspotentieel.

Het traditionele vrijwilligerswerk is aan verandering onderhevig. We zien dat inwoners wel vrijwilligerswerk willen uitvoeren, maar dat onder andere een gebrek aan vrije ruimte een belemmerende factor is. Inwoners kiezen steeds vaker voor vrijwillige inzet die niet structureel en/of langdurig van aard is. We kunnen in onze stad niet zonder vrijwilligers. Ze zijn het fundament van ons verenigingsleven en een belangrijke bouwsteen in de sociale basis. Onze inzet is er daarom op gericht om vrijwilligers te enthousiasmeren, onderwijzen en te matchen. We gaan daarin mee met een veranderende tijd en passen ons aan op de behoefte van de hedendaagse vrijwilliger. Tegelijkertijd richten we ons specifiek op de jonge vrijwilliger.

blz. 36 (van 335)

Toelichting Deze indicator is een optelsom (schaalscore) van zeven onderdelen: (algemene) lichamelijke gezondheid, fysiek functioneren (bewegen), geestelijke gezondheid, taal & cultuur, financieel, gevoel er niet bij te horen/niet thuis te voelen en anders. Bron: Burgerpeiling - tabel 5.2 en 5.3 (waarstaatjegemeente.nl) Streefwaarde: we streven naar een score gelijk aan of hoger dan het sterk-stedelijke gemiddelde (gemeenten met 100.000-300.000 inwoners, basisjaar 2021). Op geestelijke gezondheid, financieel en gevoel er niet bij horen scoren we iets beter dan sterk-stedelijk. Bij fysiek functioneren en taal & cultuur scoren we een stuk beter. Op lichamelijke gezondheid scoren we hetzelfde. Realisatie: de score is iets toegenomen ten opzichte van 2024. Maar we scoren nog wel lager dan in 2023 en onze streefwaarde voor 2025. De vergelijking met het sterk-stedelijk gemiddelde kunnen we nog niet maken, omdat deze scores nog niet beschikbaar zijn.

blz. 37 (van 335)

Toelichting In deze indicator wordt het aantal inwoners van Enschede (per 1.000 inwoners) in de eerste helft van een jaar getoond met een Wmo-voorziening, te weten Ondersteuning thuis, Hulp bij het huishouden en Hulpmiddelen en diensten. Bron: Wmo-voorspelmodel (vng.nl) en Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Enschede (waarstaatjegemeente.nl). Streefwaarde: Met de strategienota Samen leven samen zorgen zetten we in om alle lichte ondersteuning per 2026 via basisvoorzieningen in de wijk te regelen en niet meer door een Wmo-maatwerkvoorziening. Verder stelt het Rijk per 2026 de inkomensafhankelijke eigen bijdrage weer in voor alle Wmo-maatwerkvoorzieningen. De verwachting is dat daardoor het beroep op Wmo maatwerkvoorzieningen afvlakt en op langere termijn zal leiden tot een daling. Dit komt doordat bij inwoners met een hoger inkomen bij een nieuwe aanvraag de eigen bijdrage hoger is dan wanneer de ondersteuning zelf wordt georganiseerd. Realisatie: Het aantal inwoners met Ondersteuning thuis en/of Hulp bij het huishouden is stabiel gebleven. Het aantal inwoners met Hulpmiddelen en diensten is in 2025 gedaald ten opzichte van 2024. We blijven met alle scores ruim onder de streefwaarden voor 2025. Met het uitvoeren van de strategienota “Samen leven, Samen zorgen” proberen we het beroep op Wmo-maatwerkvoorzieningen te beperken.

Toelichting In deze indicator wordt het percentage zelfstandig wonende inwoners van Enschede van 70 jaar en ouder getoond. Dit wordt gemeten aan de hand van het aantal ouderen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg die niet zelfstandig wonen. Bron: CBS, Monitor Sociaal Domein Wmo. Streefwaarde: De afgelopen jaren is het aantal ouderen dat zelfstandig woont redelijk stabiel gebleven. Het Rijk heeft het aantal intramurale plekken in Nederland bevroren. Dit, in combinatie met de vergrijzing, heeft als effect dat het aantal inwoners van 70 jaar en ouder dat zelfstandig woont naar verwachting iets groter wordt. Realisatie: Het percentage zelfstandig wonende 70-plussers is weer iets toegenomen ten opzichte van 2024. We komen in de buurt van het streefgetal. De gemeente Enschede heeft eigenlijk geen directe invloed op deze indicator.

blz. 38 (van 335)

Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 2

01. We voeren de nota "Samen leven, samen zorgen" uit. De nota wordt uitgevoerd, waaronder maatregelen langer indiceren, meer lichte hulp door wijkteams zelf. De verordening Wmo is aangepast op het punt algemene gebruikelijk . Daarmee een basis is gelegd voor het goed gesprek. In de voortgangsrapportage is de raad daarover geïnformeerd. De volgende stap om geïndiceerde zorg om te zetten naar algemene voorziening vergt onderzoek naar wat per wijk – buurt passend is, inzicht in de sociale basis en de samenwerking met welzijn. Een volgende stap is om dit te verwerken in een beleidsplan Wmo als opmaat naar het herschikken van middelen en een nieuwe verordening en een inkoopstrategie. Het beleidsplan Wmo is dit jaar niet opgesteld, dit wordt in 2026 opgesteld. Het was passender om het beleidsplan door te schuiven naar 2026, zodat de actuele ontwikkelingen ten aanzien van de sociale, pedagogische basis en meer lichte hulp en dagbestedingen daarin goed kunnen worden meegenomen.

02. We stellen een integraal meerjarig beleidsprogramma migratie & integratie op. Het beleidskader Asiel tot en met integratie is ambtelijk in 2025 nagenoeg voltooid. De bestuurlijke afronding (besluitvorming college en raad) vindt in zijn geheel plaats in het eerste kwartaal van 2026. Daarmee is de actie inhoudelijk vergevorderd, maar formeel nog niet gerealiseerd binnen het begrotingsjaar 2025.

. Legenda: mogelijk;

= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; = loopt achter, bijsturing = conform verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.

03.03 Iedereen ontwikkelt zijn talenten (door) We willen dat al onze inwoners hun talenten kunnen blijven doorontwikkelen, van jong tot oud. Hierbij willen we dat het milieu waarin je opgroeit (gezin, school, vereniging, buurt e.d.) geen rol speelt in de hoeveelheid kansen die je geboden krijgt. Daarbij begint het vanaf jonge leeftijd, waarbij er nauw samengewerkt moet worden met scholen. Maar zien we als gemeente ook een belangrijke rol in het klaarstomen voor de arbeidsmarkt voor al onze inwoners. Rol gemeente: onze rol begint bij onze jeugd en jongeren. Hierbij sturen we op vroegtijdige preventie. Daarnaast sturen we op schoolgang en handhaven daar op. We zorgen dat er hulp komt voor jongeren met psychische problemen om toch door te kunnen met school en opleiding. We financieren het onderwijs om een breder aanbod te doen en het maatschappelijk middenveld om veel jongeren te bereiken. Verder willen we dat ook als je ouder bent of nieuw bent in Nederland je kansen hebt om je verder door te ontwikkelen. We stimuleren een leven lang onderwijs. Vanuit deze rol hebben we als speerpunt: a. Wij willen dat onze inwoners een startkwalificatie hebben. Een schooldiploma vergroot de kans op participatie via betaald werk. Voor een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt is een opleiding mbo2, havo-, vwo-, of hoger vereist.

De inzet van de gemeente is om te voorkomen dat jongeren afhaken en om hen alsnog een diploma te laten behalen. Daarnaast ben je nooit te oud om te leren en zetten we in op een leven lang leren.

blz. 39 (van 335)

Indicatoren Aantal indicatoren: 1

Toelichting Het hebben van een startkwalificatie (een diploma mbo2, havo-, vwo-, of hoger) is enorm belangrijk om een zelfstandig leven op te bouwen en te leiden. Zonder startkwalificatie is de kans zes keer zo groot op maatschappelijke uitval. Als je geen startkwalificatie haalt, is de kans één op drie dat je een participatiewet-uitkering nodig hebt. Daarom willen wij dat zoveel mogelijk inwoners een startkwalificatie hebben. Bron: CBS-EBB Streefwaarde: we willen de Europese doelstelling van 80% halen, vanaf 2026. Onze inzet is vooral gericht op jongeren tot 27 jaar. Samen met het onderwijs en andere (zorg-) partners proberen we te voorkomen dat jongeren afhaken op school. Als dat wel gebeurt, gaan we met de jongeren aan de slag om alsnog een terugkeer naar school mogelijk te maken. Voor jongeren waar verder studeren echt geen optie is, zorgen we voor goede begeleiding naar en ondersteuning op de arbeidsmarkt. In 2023 heeft het CBS de cijfers vanaf 2014 herberekend, waardoor de scores tot en met 2020 een paar procentpunten hoger uitvielen, dit is aangepast in de realisatie, niet in de streefwaarden. Realisatie: De score van 79% komt dit jaar overeen met het streefcijfer. In Enschede en Twente blijven we via De Twentse Belofte inzetten op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten.

Samen met het onderwijs en andere partners bieden we jongeren begeleiding naar school, opleiding, werk of een andere passende vervolgstap. Deze aanpak, waaronder de inzet van jongerencoaches, helpt jongeren een startkwalificatie te behalen en vast te houden.

blz. 40 (van 335)

Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 2

01. We voeren de nota Kansrijk Enschede 2023-2033 uit. 02. We voeren gesprekken met de drie grote PO-schoolbesturen om te komen tot een divers en duurzaam onderwijslandschap.

. Legenda: mogelijk;

= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; = loopt achter, bijsturing = conform verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.

Wettelijk verplichte indicatoren Op grond van het Besluit begroting en verantwoording zijn onderstaande indicatoren opgenomen. De indicatoren gelden voor iedere gemeente en zijn bedoeld om gemeenten met elkaar te kunnen vergelijken. Dit is mogelijk via www.waarstaatjegemeente.nl. Cijfers waar een * achter staat zijn voorlopig. Beleidsveld Naam indicator

Eenheid

Jaar

17. 4. Onderwijs Absoluut verzuim

Aantal per 1.000 inwoners 5-18 jaar

2024

15,3 DUO/Ingrado

18. 4. Onderwijs Relatief verzuim

Aantal per 1.000 inwoners 5-18 jaar

2024

20 DUO/Ingrado

19. 4. Onderwijs Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers)

% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

2024

2,7 DUO/Ingrado

20. 5. Sport, cultuur en recreatie

Niet-sporters

%

2024

40,2 Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen (GGD, CBS, RIVM)

22. 6. Sociaal domein

Jongeren met een delict voor de rechter

% 12 t/m 21 jarigen

2023

1 CBS

23. 6. Sociaal domein

Kinderen in uitkeringsgezin

% kinderen tot 18 jaar

2024

9 CBS

29. 6. Sociaal domein

Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

2024

15,3 CBS

30. 6. Sociaal domein

Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2024

1,8 CBS

31. 6. Sociaal domein

Jongeren met jeugdreclassering

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

2024

0,6 CBS

32. 6. Sociaal domein

Cliënten met een maatwerkarrangement WMO

Aantal per 10.000 inwoners

2025

980 CBS

blz. 41 (van 335)

Score Bron

Wat heeft het gekost? In onderstaande taartdiagram zijn de gerealiseerde lasten per product weergegeven.

Vitaal en sociaalBedragen x 1.000 euros Lasten

Begroting (primair)

Begroting(na wijziging)

Realisatie

Saldo (- = nadeel)

527.681

569.111

557.493

11.618

Baten

163.161

185.292

182.958

-2.334

Gerealiseerde saldo van baten en lasten

-364.520

-383.819

-374.535

9.284

821

10.517

30.942

-20.426

Onttrekking reserves

5.042

12.729

27.792

15.063

Gerealiseerde saldo van mutaties reserves

4.221

2.212

-3.150

-5.363

-360.299

-381.607

-377.686

3.921

Storting reserves

Resultaat

Toelichting Het resultaat van Vitaal & Sociaal over 2025 is na de mutaties op de reserves uitgekomen op een resultaat van 3,9 miljoen euro voordelig. De belangrijkste producten die bijdragen aan dit resultaat zijn: • Algemene bijstand levensonderhoud (1,8 miljoen euro voordeel): het rijksbudget BUIG is hoger vastgesteld dan de feitelijke uitgaven voor per saldo uitkeringen en loonkostensubsidies. • Arbeidsmarktparticipatie (1,6 miljoen euro nadeel): dit wordt met name veroorzaakt door een tekort op de Individuele studietoeslag en hogere ambtelijke uitvoeringskosten van de Wet Inburgering. • Inkomensondersteuning (0,9 miljoen euro voordeel): dit wordt met name veroorzaakt door een lager beroep op de bijzondere bijstand, lagere uitgaven bij de armoedepartners en de Collectieve Ziektekostenverzekering. • Jeugdhulp (5,0 miljoen euro nadeel): dit wordt met name veroorzaakt door de effecten van autonome groei (grotendeels uit 2024) en het achterblijven van

blz. 42 (van 335)

investeringen 'Onze Jeugd Onze Zorg'. Rekening houdende met de autonome groei in 2025 is de taakstelling vanuit 'Onze Jeugd Onze Zorg' behaald. • Ondersteuning Centrumtaken (Wmo) (4,2 miljoen euro voordeel): dit wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven op het subsidiebudget voor plekken voor beschermd wonen en een opwaartse bijstelling van de Integratie-uitkering voor beschermd wonen. • Ondersteuning lokaal (Wmo) (3,1 miljoen euro voordeel): dit wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven doordat de vraag naar ondersteuning minder stijgt dan verwacht op basis van de demografische ontwikkelingen in de populatie (met name bij Huishoudelijke Ondersteuning, vervoer en hulpmiddelen). • Ondersteuning Wijkteams (0,5 miljoen euro nadeel): dit wordt met name veroorzaakt door de uitname van de Decentralisatie uitkering Jeugd en is een gevolg van het terughalen van deze middelen ten behoeve van de financiering van de Wet Van school naar duurzaam werk. • Opvang Ontheemden (1,3 miljoen euro nadeel): bij de zomernota 2024 hebben we in het kader van Offensief begroten 4 miljoen euro afgeroomd. Door het verlagen van het normbedrag per Oekraïense ontheemde door het Rijk is deze bezuiniging niet volledig realiseerbaar..

• Sociale werkvoorziening en nieuw beschut (0,6 miljoen euro voordeel): dit wordt met name veroorzaakt door hogere rijksbijdragen waar in 2025 geen kosten tegenover staan en hogere baten uit de omzet bij beschut werk en detacheringen. • Sport & Gezondheid (1,1 miljoen euro voordeel): dit wordt met name veroorzaakt door een onderbesteding van het intensiveringsbudget voor preventie, voordelen door het toerekenen van kosten aan de Brede SPUK GALA ten gunste van de algemene middelen, een voordelig exploitatieresultaat van de ijsbaan en lagere energiekosten bij Sportaal. • Overige producten (0,6 miljoen euro voordeel): op de producten Algemeen maatschappelijke voorzieningen, Onderwijs en Schuldhulpverlening is sprake van kleinere afwijkingen.

Voor een nadere toelichting op de afwijkingen wordt verwezen naar hoofdstuk 8.2.

blz. 43 (van 335)

2.2 Duurzaam wonen, leven en werken

Strategische opgave: Groen en duurzaam Enschede Doel

Subdoel

Indicatoren: 2

01. Enschede is klimaatneutraal

01.01 We verlagen de CO2 uitstoot onder andere door energiebesparing en opwek van hernieuwbare energie 01.02 We verminderen aardgasgebruik door woningen en bedrijven aardgasvrij te maken.

Indicatoren: 2

02.01 We passen de omgeving aan op de klimaatverandering

Indicatoren: 1

totale lasten (x 1.000 euro): 0,00

02. Enschede is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht

Link Aantal acties: 5

Aantal acties: 6

Aantal acties: 2

totale lasten (x 1.000 euro): 0,00

03. Enschede is groen en biodivers

03.01 Samen zorgen we voor een groene omgeving Geen indicatoren Aantal acties: 5 met meer planten en dieren

totale lasten (x 1.000 euro): 0,00

04. Enschede is circulair

04.01 We hergebruiken producten en materialen zodat grondstoffen hun waarde behouden

Indicatoren: 2 Aantal acties: 1

totale lasten (x 1.000 euro): 0,00

Strategische opgave: Aantrekkelijk Enschede Doel

05. Enschede heeft veel baankansen totale lasten (x 1.000 euro): 0,00

06. Talent wordt aangetrokken, vastgehouden en ontwikkeld totale lasten (x 1.000 euro): 0,00

07. In Enschede kun je prettig en gezond wonen en leven

Subdoel

Link

05.01 Enschede/Twente is meer verbonden met aanliggende economische centra (agglomeratiekracht)

Indicatoren: 2 Aantal acties: 2 Indicatoren: 3

05.02 In Enschede groeien de banen op de toplocaties Aantal acties: 4 05.03 In Enschede kunnen bestaande en nieuwe bedrijven verantwoord/duurzaam/groen groeien en innoveren

Indicatoren: 2

06.01 De stedelijke voorzieningen zijn divers en attractief voor inwoners en bezoekers (nationaal en internationaal)

Indicatoren: 2

Aantal acties: 5

Aantal acties: 3

06.02 De nieuwe woonmilieus zijn attractief, betaalbaar Indicatoren: 4 Aantal acties: 12 en toekomstbestendig 06.03 Talent weet waarom Enschede aantrekkelijk is om te wonen, leven en te werken

Indicatoren: 3 Aantal acties: 0

Indicatoren: 1

07.01 Wijken en buurten zijn veilig, gezond en leefbaar Aantal acties: 8 07.02 Enschede heeft een goede interne bereikbaarheid

totale lasten (x 1.000 euro): 0,00

blz. 44 (van 335)

Indicatoren: 1 Aantal acties: 5

Wat hebben we bereikt? Stedelijke en economische ontwikkeling Het Rijk onderkende in 2025 de belangrijke rol van Enschede bij het realiseren van nationale opgaven voor wonen en werken. Samen met Hengelo werd onze stad aangewezen als nationaal grootschalig gebied. Hierdoor kende het Rijk een substantiële bijdrage toe voor het versnellen van de woningbouw. Voor infrastructuur en bereikbaarheid is de aanvraag eveneens goedgekeurd; de feitelijke toekenning van middelen wordt echter nog doorgezet naar besluitvorming door een nieuw kabinet. We gaan ervan uit dat deze middelen alsnog worden verstrekt. Hierop is lobby ingezet. De ontwikkeling van de Spoorzone Hengelo–Enschede (SHE) vormt een sleutelproject voor de schaalsprong wonen en werken in Twente. Samen met Hengelo werkten we aan een samenhangend kader voor ruimtelijke en programmatische keuzes, inclusief financiële onderbouwing en governance. De besluitvorming hierover volgt in 2026. Daarnaast leidde de aanwijzing van de spoorzone als grootschalige woningbouwlocatie tot een gebiedsbudget van 27,6 miljoen euro voor Driehoek Noord, Centrumkwadraat, Horstmanpark, de vergroening van het centrum en het aanpakken van netcongestie. Hoewel de woningbouw productie nog niet op het gewenste niveau ligt is het aantal gestarte projecten in 2025 wel gestegen ten opzichte van 2024. Er zijn 936 nieuwbouwwoningen opgeleverd.

Daartegenover stonden 176 gesloopte woningen, wat resulteerde in een netto toevoeging van 760 woningen aan de woningvoorraad. De raad verleende uitvoeringskredieten voor de ontwikkeling van Cromhoff (circa 500 woningen) en voor de verduurzaming en vergroening van het winkelcentrum in Twekkelerveld. Ook zijn stappen gezet voor de realisatie van multifunctionele sportaccommodaties, de ontwikkeling van het voorzieningencluster in Glanerbrug en de herontwikkeling van het Warenhuis. Esmarkeveld wordt bouwrijp gemaakt en de verkooptender loopt. In Centrumkwadraat zijn de bouwvergunningen voor het Bolke en Stationsplein 1–5 onherroepelijk geworden, waardoor de bouw in 2026 start. De grondaankopen in Driehoek Noord verlopen voorspoedig en voor het Boulevardkwartier is de gebiedsvisie vastgesteld; over deelplan 1 wordt in 2026 besloten. Ondertussen blijven schaarste aan ruimte en beperkte financiële kaders vragen om zorgvuldige afwegingen bij nieuwe plannen. Woningcorporaties nemen hun verantwoordelijkheid en blijven investeren in onze stad, terwijl marktpartijen zich terughoudender tonen. Met de vaststelling van de Omgevingsvisie in 2025 is richting gegeven aan de toekomstige ontwikkeling van stad en landelijk gebied.

Binnen de integrale wijkaanpak in drie focuswijken zetten we, met inzet van rijksmiddelen, stappen om de leefbaarheid te verbeteren, in nauwe samenwerking met bewoners en woningcorporaties. Verder blijven de doorlooptijden van nieuwbouw- en reconstructiewerkzaamheden een uitdaging. Sinds 2020 stegen deze van circa 20 naar 100 weken, vooral doordat Enexis prioriteit geeft aan netverzwaring. Door gezamenlijke inspanningen daalden de doorlooptijden in 2025 richting 70 weken, maar de impact blijft groot. We blijven daarom continu in gesprek over programmering en procesoptimalisatie om verdere verkorting te bereiken. Het afgelopen jaar legden we nadruk op het versterken en verduurzamen van bestaande werklocaties én het voorbereiden van de ontwikkeling van nieuwe werklocaties. We

blz. 45 (van 335)

reageerden alert op het plotseling aangekondigde vertrek van Apollo/Vredestein. Met een voorbereidingsbesluit legden we de basis voor een toekomstgerichte benadering van deze locatie. Ook werkten we samen met de provincie aan behoud van Twente Airport. Daarbij richten we ons op een kostendekkende exploitatie door marktpartijen in de nabije toekomst. Daarnaast hebben we, samen met omliggende gemeenten, voorkomen dat de komst van jachtvliegtuigen naar Twente Airport andere stedelijke opgaven zou doorkruisen. In de binnenstad hebben we de samenwerking tussen publieke en private partijen verder geprofessionaliseerd. Dit heeft geleid tot initiatieven die bijdragen aan een aantrekkelijker en groener centrum, zoals de herinrichting van de Korte Hengelosestraat. Talent en cultuur We verdiepten de samenwerking in de stad en regio op het aantrekken en behouden van talent. Dit deden we onder andere door nauwer samen te werken met ondernemers en onderwijsinstellingen (dit in samenwerking met de Twente Board en de gemeente Almelo en Hengelo). We hebben een conceptkader opgesteld over de talentopgave. Daarin beschrijven we de regionale en de lokale opgave en welke rol betrokkenen daarin hebben. Ook op cultureel vlak boekten we voortgang. We wijzigden de subsidie-systematiek, diverse organisaties en evenementen ontvangen nu ondersteuning voor vier jaar.

Dit geeft zekerheid om verder te bouwen aan hun toegevoegde waarde voor de stad. We hebben creatieve broedplaatsen versterkt en nieuwe initiatieven gerealiseerd, zoals het Cultuurcongres Twente. Daarnaast is het culturele huisvestingsproject Het Warenhuis gestart. Op 27 oktober 2025 heeft de raad het voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld om het schetsontwerp uit te werken tot een definitief ontwerp. De aanbesteding voor de architect voor de verbouwing van het Muziekkwartier is gestart zodat de plannen voor het Muziekkwartier verder worden uitgebreid. Mobiliteit en bereikbaarheid De aanwijzing als grootschalige woningbouwlocatie betekent dat Enschede niet alleen woningen toevoegt maar ook investeert in bereikbaarheid. De mobiliteitsopgaves, zoals een verbeterde aansluiting Enschede Oost en de studies naar de parkeergarage en fietsenstalling bij het Stationsplein, zijn direct gekoppeld aan de schaalsprong wonen en werken. We verbeterden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid door diverse infrastructurele ingrepen. Voorbeelden hiervan zijn de realisatie van de fietssnelweg tussen Enschede Centrum en Lonneker en de aanleg van een rotonde op de kruising Knalhutteweg – Zuid Esmarkerrondweg. Daarnaast stimuleerden we duurzame mobiliteit en legden we de basis voor emissievrije stadslogistiek in de binnenstad.

Beheer openbare ruimte We hebben de openbare ruimte schoon, heel, veilig en duurzaam gehouden op de met de raad afgesproken onderhoudsniveaus. Daarnaast hebben we de openbare ruimte verder vergroend. We hebben daarbij aandacht voor biodiversiteit en een gezonde leef- en speelomgeving. Projecten variëren van buurtgerichte vergroening via bescherming van bomen tot het opstellen van normen en plannen voor grotere gebieden. In dit verband is noemenswaardig de landelijke verkiezing van de mammoetboom in het Ledeboerpark als Boom van het Jaar. Innovaties in beheer en samenwerking dragen bij aan een snellere en duurzame aanpak van het (groot) onderhoud. Ook verbeterden we het datagestuurd werken in de openbare ruimte. Samen met partners werkten we wijkgericht aan het verminderen van bijplaatsing van afval en illegale dump. Gedragsverandering speelt hierin een belangrijke rol. Ook startten we een verkenning naar het moderniseren van de drie afvalbrengpunten.

blz. 46 (van 335)

Duurzaamheid en klimaatadaptatie In het kader van de energietransitie en opwekking van duurzame energie speelden ingewikkelde ruimtelijke afwegingen. Bijvoorbeeld bij initiatieven voor windenergie. Op het gebied van de warmtetransitie werkten we zowel aan beleid, zoals het opstellen van het Warmteprogramma, als aan de uitvoering van energiebesparende maatregelen. Denk hierbij aan de isolatiebon-actie en de aanpak van energiearmoede. Daarnaast zijn we gestart met een verkenning naar de mogelijkheden voor een Regionaal Warmtebedrijf Twente. Ook spraken we tijdens een flexavond uitgebreid met de raad over het thema duurzaamheid. Klimaatadaptatie blijft daarbij ook een belangrijk aandachtspunt. De provincie heeft het grondgebied van de gemeente Enschede eind 2024 opengesteld voor het indienen van initiatieven voor windturbines. Tegen het provinciale selectiebesluit voor een windpark in de Eschmarke hebben we bezwaar ingediend. De hoorzitting heeft inmiddels plaatsgevonden; een reactie op ons bezwaar volgt nog. Voor Pathmos-Stadsveld hebben we een grote stap gezet richting een waterrobuuste wijk. Uit onderzoek bleek dat maatregelen voor de korte termijn onvoldoende effect zouden hebben. Daarom is gekozen voor een versnelde uitvoering van oplossingen voor de middellange termijn, zoals grotere afvoerstructuren en waterbergingsvoorzieningen binnen en buiten de wijk.

Hiermee wordt het risico op wateroverlast structureel verminderd. De raad heeft hiervoor middelen beschikbaar gesteld. Ook op veel andere locaties hebben we gewerkt aan maatregelen om het risico op wateroverlast te verminderen. Dit deden we in samenwerking met het waterschap, de provincie en het Rijk. Daarnaast vertegenwoordigden we Nederland, samen met de gemeente Den Haag, bij het opstellen van de EU-agenda voor watergevoelige steden. Ook werkten we aan de sanering van tuinen in Boekelo als gevolg van PFAS-verontreiniging. Het Rijk ondersteunde dit financieel. Omgevingswet en -plan De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging heeft geleid tot nieuwe werkwijzen en instrumenten. De overgang naar één gemeentebreed omgevingsplan is een opgave en vraagt om gefaseerde uitvoering. We evalueerden onze ervaringen met het instrumentarium en de kaderstellende rol van de raad. Dat deden we samen met initiatiefnemers en wijkorganen. Aan de hand van de uitkomsten gaan we de processen verder verbeteren. De sturing vanuit de Omgevingsvisie krijgt zo steeds meer vorm, met ondersteuning van landelijke instrumenten.

Wat hebben we voor de Strategische opgave: Groen en duurzaam Enschede gedaan? 01. Enschede is klimaatneutraal Enschede wil een aantrekkelijke en leefbare gemeente zijn voor iedereen die er woont, werkt of op bezoek komt. Nu en in de toekomst. Daarom maken we ons sterk voor maatregelen die de opwarming van de aarde beperken. Hiervoor stappen we over van fossiele brandstoffen (zoals aardgas of-, steenkool) naar duurzame energie (zoals zonenergie-, of, windenergie). Ons doel is het aandeel duurzame energie tot 2030 met minimaal 8% te verhogen. In 2050 is de CO2 uitstoot teruggebracht naar nul en zijn woningen en bedrijven van het aardgas af.

blz. 47 (van 335)

01.01 We verlagen de CO2 uitstoot onder andere door energiebesparing en opwek van hernieuwbare energie Om Enschede klimaatneutraal te maken, werken we aan verduurzaming van industrie & bedrijvigheid, elektriciteit, mobiliteit, landbouw en landgebruik, innovatie, streven we naar klimaatneutraal gemeentelijk vastgoed in 2040 en zetten we in op energiebesparing bij of vervanging van schoolgebouwen. Indicatoren Aantal indicatoren: 2

Toelichting De grafiek laat de CO2 uitstoot in Enschede zien, gemeten in kiloton. Het betreft de totaal bekende uitstoot van aardgas, elektra, warmte en voertuigbrandstof. Streefwaarde: Om de opwarming van de aarde te beperken, moeten we de uitstoot aan CO2 zo snel mogelijk maar uiterlijk in 2050 tot 0 terugbrengen. Voor het bepalen van de streefwaarde is 2020 als startpunt genomen. NB: in 2025 is de energievisie herijkt. Met als doelstelling dat de uitstoot van CO2 in 2030 met 54% is gereduceerd, ten opzichte van het startjaar 1990. Om de voortgang van deze doelstelling te monitoren is de CO2 monitor ontwikkeld. De berekeningswijze wijkt op onderdelen af van die van de Klimaatmonitor. De data wijken daarom wat af van bovenstaande grafiek. Realisatie: De dalende trend is ook in de landelijke cijfers zichtbaar en grotendeels toe te schrijven aan de sterk gestegen prijs van aardgas in deze periode. Voor de monitoring maken we gebruik van de gegevens uit de landelijke Klimaatmonitor en de specificaties voor Enschede. Voor 2024 zijn de cijfers van de hernieuwbare opwek helaas nog niet beschikbaar. We verwachten dat deze eind 2026 beschikbaar komen. Bron: Regionale Klimaatmonitor

blz. 48 (van 335)

Toelichting Deze grafiek geeft de verhouding weer tussen het totale energieverbruik en de totale hernieuwbare energieproductie in Enschede. De meeteenheid is terajoule. Hoe groter het aandeel hernieuwbare energie, hoe minder verbruik van fossiele brandstoffen, hoe lager de uitstoot van CO2. De opwek van hernieuwbare energie betreft energie voor warmte, vervoer en elektriciteit plus het aandeel van Twence. Streefwaarde: Om de opwarming van de aarde te beperken, moeten we stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen en overgaan op hernieuwbare energie. In de oorspronkelijke energievisie staat daarom dat we in de periode tot en met 2030 het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik met minimaal 8% willen verhogen. Voor de streefwaarde is uitgegaan van de meting in 2017 (8,6%). Dit betekent een streefwaarde van 16,6% in 2030. Inmiddels is bekend dat deze doelstelling niet gehaald zal worden. Vooral vanwege de netcongestie, waardoor opgewekte elektriciteit niet op het elektriciteitsnet geleverd kan worden. Daarom is de energievisie in 2025 herijkt en is de doelstelling verbreed naar CO2 reductie. Realisatie: Het percentage hernieuwbare energie is de afgelopen jaren opgelopen. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat het totale energieverbruik van gemeente Enschede de afgelopen jaren is afgenomen.

In 2024 wordt een nog sterkere toename verwacht, aangezien de Gemeente Enschede in dat jaar extra aandelen in Twence heeft gekocht. Daardoor zien we ook een sterkte toename in de hoeveelheid door Twence opgewekte energie die aan Enschede toebedeeld wordt. De cijfers voor 2024 (meest recente beschikbare cijfers) zijn nog niet beschikbaar. In de loop van 2026 verwachten we dat deze terug te vinden zijn in de klimaatmonitor. Bron: Regionale Klimaatmonitor

blz. 49 (van 335)

Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 5

05. We voeren Solarparking-projecten uit Het afgelopen jaar is intensief gewerkt aan de realisatie van solar carports. Het is helaas niet gelukt om tot concrete oplevering te komen. Het feit dat de opgewekte stroom niet terug geleverd kan worden aan het elektriciteitsnet maakt de realisatie lastiger en tijdrovend. De stand van zaken is als volgt: • Solar parking Twente Village: voorbereiding afgerond, Waterschap Vechtstromen is uitvoerder, realisatie eind 2026/begin 2027. • P&R Zuiderval: er is een uitvraag gedaan voor een ontwikkelaar voor dit project. Er heeft zich geen partij gemeld. Daarom is dit project stopgezet. Wel worden zonnepanelen gelegd op de te realiseren fietsenstalling. • Diekman Sportcomplex: wordt aan gewerkt. • Wesselerbrink: wordt aan gewerkt 02. We werken aan de ontwikkeling van SMART Energy Hubs Al in april 2024 startten we met een analyse van partijen en achtergronddata voor een Smart Energy Hub (SEH) Marssteden. Uiteindelijk bleek in 2025 dat een SEH voor de bedrijven niet interessant meer was. Dit vanwege de randvoorwaarden en de spelregels van Enexis. De conclusie luidt dat doorgaan met het project SEH Marssteden op dit moment geen meerwaarde heeft. Voor de SEH Kennispark loopt de verkenning nog. De deelname van vastgoedeigenaren en ondernemers aan de werkgroep netcongestie is gegroeid.

Ook is er geïnvesteerd in het inzichtelijk maken van energieprofielen van de deelnemende panden. We legden in 2025 een basis om te verkennen of en welke eerste groepscontracten interessant zijn voor de deelnemers. 03. We herzien de Energievisie (inclusief aanpak netcongestie) 04. Vervolgaanpak Renovatiedeal Twente De werkzaamheden binnen deze pilot waren in uitvoering. De evaluatie en aanbevelingen voor het vervolg zijn in concept gereed. We ronden dit samen met de partners af in januari 2026. We informeren de raad hierover in het eerste kwartaal van 2026. 05. We schetsen een energiesysteem voor de toekomst De herziening van de Energievisie kostte meer tijd en capaciteit dan gedacht. Daarnaast is de provinciale Energievisie pas begin 2025 opgeleverd. Hierin beschrijft de provincie het provinciale energiesysteem van de toekomst. Deze informatie moesten we meenemen als input in ons eigen lokale energiesysteem. Door deze redenen is het niet gelukt het energiesysteem in 2025 op te leveren.

. Legenda: mogelijk;

= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; = loopt achter, bijsturing = conform verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.

01.02 We verminderen aardgasgebruik door woningen en bedrijven aardgasvrij te maken. Om Enschede klimaatneutraal te maken, werken we aan verduurzaming van de gebouwde omgeving via de warmtetransitie. Indicatoren Aantal indicatoren: 2

blz. 50 (van 335)

Toelichting Deze grafiek laat het aardgasgebruik van alle woningen in Enschede zien in miljoenen m3. Het betreft de temperatuurgecorrigeerde meting. Door te corrigeren voor strenge en zachte winters wordt duidelijk of het gasverbruik echt daalt door bewuste ingrepen. Streefwaarde: In het Klimaatakkoord uit 2019 is afgesproken dat in ons land in 2050 geen aardgas meer wordt gebruikt voor het verwarmen van gebouwen, koken en douchen. De streefwaarde eindigt daarom op 0 in 2050. Realisatie: In 2024 (meest recente beschikbare cijfers) nam het aardgasverbruik door inwoners licht toe (van 60,7 naar 62,7 mln. M3). Deze ontwikkeling laat zich mogelijk verklaren door een daling van de gasprijs gedurende de eerste 3 maanden van 2024. Bron: Regionale Klimaatmonitor

blz. 51 (van 335)

Toelichting Deze grafiek laat zien hoeveel aardgas Enschedese bedrijven en instellingen gebruiken plus het aardgasverbruik dat nodig is om energie op te wekken. Dit verbruik wordt gemeten in miljoenen m3. Streefwaarde: In Nederland willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat ook bedrijven en instellingen moeten stoppen met het gebruik van aardgas. Of ze moeten de CO2 uitstoot die vrijkomt bij de verbranding van aardgas afvangen en opslaan. De streefwaarde is daarom 0 in 2050. Realisatie: In 2024 (meest recente beschikbare cijfers) nam het aardgasverbruik van bedrijven en instellingen af van 37,7 naar 34,8 mln. M3. Deze afname van het aardgasverbruik is in lijn met de ontwikkeling van voorgaande jaren. Bron: Regionale Klimaatmonitor

Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 6

01. We schrijven een warmteprogramma en werken een koers uit voor collectieve warmteoplossingen 02. We stellen een aanpak op voor wijkuitvoeringsplannen warmte (richting aardgasvrije wijken) De eerdere planning richtte zich vooral op het maken van wijkuitvoeringsplannen voor wijken met een mogelijkheid voor warmtenetten. De ontwikkeling van warmtenetten is vertraagd door nieuwe wetgeving en de daarbij horende financiën. De focus rondom wijkuitvoeringsplannen warmte is daarom verschoven naar wijken met een andere warmtestrategie (bespaarwijken/all electricwijken). In deze wijken kunnen we sneller voortgang bereiken. 03. We stellen een wijkuitvoeringsplan warmte op voor Twekkelerveld De wetgeving voor warmtenetten liet in 2025 op zich wachten. Dat leidde tot financiële onzekerheden. Daardoor was het lastig om stappen te zetten in het proces rondom warmtenetontwikkeling in Twekkelerveld. We hebben daarom in 2025 besloten om, samen met de warmteleverancier Ennatuurlijk en corporaties, te onderzoeken hoe we tot een haalbare businesscase kunnen komen. Pas als dat helder is kunnen we de wijk in en samen met bewoners invulling geven aan het wijkuitvoeringsplan. 04. We stellen een wijkuitvoeringsplan warmte op voor Stroinkslanden Zuid Hier geldt hetzelfde als bij actiepunt 3.

We wachten op de landelijke overheid voor het creëren van duidelijkheid op het gebied van wetgeving voor warmtenetten. Vervolgens kunnen we onderzoeken of warmtenetontwikkeling in Twekkelerveld haalbaar is. Indien dat het geval is, kunnen we starten met het proces voor warmtenetontwikkeling in andere wijken, zoals Stroinkslanden Zuid. 05. We stellen een wijkuitvoeringsplan warmte op voor ’t Lang Voor ‘t Lang ligt de zaak anders dan voor Twekkelerveld. In ‘t Lang ligt een bestaand warmtenet dat vervangen moet worden door Ennatuurlijk. Deze vervanging staat los van de landelijke warmtenetontwikkelingen. Voor ‘t Lang speelt echter mee dat partijen zoeken naar kansen om werkzaamheden te combineren, zoals met vervangingswerkzaamheden voor riolering en andere ondergrondse infra. Met als doel overlast voor bewoners te beperken en kosten te besparen. Dit maakt het voorbereidingsproces complexer. Daarom hebben we nog geen start gemaakt met communicatie met de bewoners.

blz. 52 (van 335)

06. We verkennen de mogelijkheid voor een regionaal warmtenet en een regionaal warmtebedrijf

. Legenda: mogelijk;

= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; = loopt achter, bijsturing = conform verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.

02. Enschede is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht We willen een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor mensen, dieren en planten. In 2050 is Enschede klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Enschede is hierdoor bestand tegen de gevolgen van weersextremen zoals hevige neerslag, droogte en hitte(golven).

02.01 We passen de omgeving aan op de klimaatverandering Om dit te bereiken willen we meer aansluiten bij natuurlijke systemen, gaan we groenblauwe structuren terugbrengen en aanleggen en vergroten we de waterbergingscapaciteit o.a. door het benutten van de sponswerking van de bodem. Indicatoren Aantal indicatoren: 1

Toelichting Deze grafiek laat het percentage zien van uitgevoerde projecten waar we minimaal 1 klimaatlabel zijn gestegen. Een stijging van 1 klimaatlabel betekent dat we minimaal 10 mm waterberging extra (per m2 verhard oppervlak) hebben gerealiseerd, minimaal 5% verharding hebben verwijderd en 5% meer groen hebben aangebracht. Hiermee worden we klimaatbestendiger. Nb: de realisatiewaarde van 2025 is 80%. Deze is niet zichtbaar in de grafiek omdat deze gelijk is aan de streefwaarde. Streefwaarde: Bij minstens 80% van projecten in de openbare ruimte willen we minimaal 1 klimaatlabel stijgen. Realisatie: In 2025 hebben we 80% van onze projecten in de openbare ruimte met minimaal

blz. 53 (van 335)

1 klimaatlabel verhoogd. Om dit te bereiken hebben we in onze herinrichtingsprojecten minder verharding teruggebracht, meer verlaagd groen aangebracht en waterberging toegevoegd. Enkele voorbeelden hiervan zijn: de Kamerlingh Onneslaan, de Kottendijk en de Akkerstraat. In straten waar we groot onderhoud hebben uitgevoerd (vooral in het buitengebied) was het niet altijd mogelijk om meer water te bergen en meer te vergroenen. Vandaar dat 20% van onze projecten in de openbare ruimte niet met één klimaatlabel kon worden verhoogd. Bron: Stadsdeelbeheer Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 2

01. We leggen regelgeving voor aan de raad op gebied van afval- , grond- en regenwater De regels voor afval-, grond- en regenwater zijn gereed. We kiezen er echter voor deze nog niet te implementeren. Dit omdat de provincie bezig is om bodemregels op te stellen. Vanwege de raakvlakken tussen de water- en de bodemregels, wachten we deze bodemregels af voordat we deze regels gaan implementeren. Voor de waterregels betekent dit uitstel met een jaar. 02. We onderzoeken alternatieven voor het opleggen van rioolheffingen Het afgelopen jaar hebben we onderzoek gedaan naar alternatieven om een riool- en waterzorgheffing op te leggen. Een nieuwe wijze van heffing vraagt echter om een lange voorbereidingstijd, zowel voor ons als voor het GBTwente. We concludeerden dat een nieuwe wijze van heffing niet voor januari 2027 haalbaar is. Gelukkig heeft elk nadeel ook voordelen. Er ontstaat daardoor meer tijd om: - met de nieuwe raad van gedachten te wisselen over een andere wijze van heffing; - effecten van een andere wijze van heffing te bespreken met de woningbouwcorporaties. Op basis van bovenstaande uitkomsten stellen we varianten op waarover de raad in 2026 een besluit kan nemen.

. Legenda: mogelijk;

= loopt achter, bijsturing heeft onvoldoende effect; = loopt achter, bijsturing = conform verwachting; = boven verwachting; = neutrale wijziging.

03. Enschede is groen en biodivers We moeten Enschede verder vergroenen en biodiverser maken om Enschede aantrekkelijk, gezond en leefbaar te houden naar de toekomst toe. Dit om ook de balans te houden met de verstening en verdichting van Enschede vanuit bijvoorbeeld de woon-, energietransitie, mobiliteits- en werklocatie opgaven. Dit doen we vanuit de ambitie: Enschede één groot groen park. Waarbij het prachtige groene landelijke gebied via unieke groene invalswegen, wiggen, (stads)parken, groene wijken en dorpen en een vergroende singel naadloos overgaat in een sterk vergroend centrum. Een groen park dat ruimte biedt aan mens, plant en dier. We streven daarbij naar een meer natuurlijk evenwicht, waarin plagen als de eikenprocessierups of invasieve dier- en plantsoorten minder kans krijgen.

03.01 Samen zorgen we voor een groene omgeving met meer planten en dieren We gaan hier aan werken via drie lijnen: Beter zorgen voor het bestaande groen (beschermen), het verbeteren van de inrichting van het groen (benutten) en meer groen toevoegen aan Enschede bij elke nieuwbouw- en herinrichtingproject (bouwen).

blz. 54 (van 335)

Acties 2025

TR25 JR25 Aantal acties: 5

01. We actualiseren het Groenambitieplan Enschede (GAP) In de prioritering moesten we keuzes maken. Daarom is deze actie doorgeschoven naar 2026. In 2025 richtten we ons op de uitwerking van de groenambitie, zoals de optimalisatie van de bomenregels en de flexavond duurzaamheidsdebat. In de begroting 2026 is de actie opnieuw opgenomen onder de naam: We maken een beleidsplan Kaders voor het beheer, onderhoud en de biodiversiteit van openbaar groen (2027–2030). 02. We vergroenen de binnenstad (Groenambitieplan Enschede) Vanuit het Actieprogramma Binnenstad hebben we rondwandelingen georganiseerd om knelpunten in beeld te brengen. Ook vergroenden we, in samenspraak met inwoners en ondernemers, de Haverstraatpassage. En we werkten aan plannen voor vergroening van nog twee straten. Het is niet gelukt een plan voor de hele binnenstad aan de raad voor te leggen. 03. We vergroenen het Van Heekplein Voor we daadwerkelijk kunnen starten met het maken van een ontwerp voor het vergroenen van het Van Heekplein, willen we eerst op hoofdlijnen de noodzakelijke investeringen in kaart brengen. Het gaat hierbij namelijk ook om de raming van de kosten voor vervanging bestrating, vervanging watergoten, vervanging elektra putten, naast vergroening van het plein. Vervolgens werken we met alle stakeholders verschillende scenario's rond het vergroenen uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=66aec2ef-2755-4669-b207-2e0f9c8600dc