CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Orde op zaken in het stadhuis

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Lessen onderzoek Orde op zaken in het stadhuis52.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

hospitality- en beheersdiensten ten behoeve van het CeeCee Center aan de Brouwerijstraat 20 te Enschede, in opdracht van de gemeente Enschede verricht. Op deze locatie is het voor kleine zelfstandigen mogelijk losse flexwerk-plekken te huren of, ten behoeve van bedrijven met meerdere medewerkers, zogenaamde coupés. In de huur van een Flexplek is een postadres met een eigen postvak begrepen, evenals de postverwerking, een opbergkast (locker), koffie en thee en een print-faciliteit. Bij de verhuur van coupés ontbreken deze faciliteiten. Cliënte is verantwoordelijk geweest voor de koffieen theevoorzieningen en de printfaciliteit. Een en ander is tussen cliënte en de gemeente Enschede in de overeenkomst van 23 juni 2015 vastgelegd. Cliënte heeft vanaf de start van de dienstverlening geconstateerd dat niet alleen de flexwerkers gebruik maken van de koffie- en theefaciliteit, maar ook (en in ruime mate) de huurders van de coupés. Cliënte heeft het vastgoedbedrijf van de gemeente Enschede hier herhaaldelijk op gewezen. De gemeente Enschede heeft, desgevraagd, nimmer de extra kosten die verbonden zijn aan het gebruik van de koffie- en theefaciliteit door de huurders van de coupés aan cliënte willen vergoeden.

Een en ander is tussen de betrokken contactpersonen herhaaldelijk besproken en mogelijk mede de oorzaak van de opzegging van de overeenkomst door de gemeente Enschede tegen 1 januari 2017. Namens de gemeente Enschede is erkend dat coupé huurders gebruik hebben gemaakt van de koffie- en theefaciliteit. In een enkel geval is het gebruik van de koffie- en theefaciliteit ook gewoon aan potentiële coupé huurders aangeboden. Ook de onduidelijk communicatie over het gebruik van de koffie- en theefaciliteit van de gemeente Enschede is daar debet 137 Brief van de advocaat van de heer Ardesch aan het college van B&W van gemeente Enschede, 10 februari 2017.

40

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

aan. In een enkel geval blijkt de gemeente achteraf aan de huurder te hebben gezegd dat zij contact moest opnemen met SteQ B.V. om het kostenaspect van de koffie- en theefaciliteit te bespreken, maar de gemeente Enschede heeft SteQ B.V. zelf daar niet over geïnformeerd. De gemeente Enschede is verantwoordelijk voor de verhuur van de coupés. De gemeente had moeten toezien op een juist gebruik van de coupés. Dat houdt onder andere in dat de gemeente er op had moeten toezien dat de huurders van de coupés geen gebruik maakten van de koffie- en thee-faciliteit. Ondanks herhaalde meldingen door SteQ B.V. bij de gemeente dat deze huurders wel gebruik maakten van de koffie- en theefaciliteit, heeft de gemeente niet ingegrepen. Daarmee heeft de gemeente onrechtmatig gehandeld jegens SteQ B.V. en is de gemeente aansprakelijk voor de schade bestaande uit de kosten die gemoeid gaan met het gebruik van de koffie- en theefaciliteit door de coupé huurders.’ Deze vordering wordt in het verloop van de zaak vaak aangeduid als de ‘koffieclaim’ en deze moet worden onderscheiden van het bedrag dat Wellinga B.V. in de procedure bij de rechter van de gemeente vordert voor kosten van een koffiemachine die Wellinga B.V. in het CeeCee Center en in de Spinnerij heeft geplaatst.

Bij brief van 23 februari wordt namens het college op de aansprakelijkheidsstelling gereageerd, waarbij het college de aansprakelijkheidsstelling afwijst.138 Volgens het college is in de overeenkomst voor dienstverlening van 1 april 2015 geen onderscheid gemaakt tussen type huurders. Bovendien stelt het college dat een onderbouwing voor de gestelde schade ontbreekt. Op 2 maart 2017 reageert de advocaat van de heer Ardesch op de brief van het college.139 Klacht van de heer Ardesch Op 9 maart 2017 dient de heer Ardesch een klacht in over zijn problematiek met de afdeling Vastgoed van de gemeente Enschede. In paragraaf 5.2 wordt verder op (de afhandeling van) deze klacht ingegaan. Het hoofd van het VBE vraagt de heer Ardesch op 15 maart 2017 in afwachting van een gesprek met de wethouder over de kwestie geen rechtsmaatregelen te treffen. De klachtencommissie adviseert het college een feitenonderzoek te laten uitvoeren, voordat tot verdere juridische stappen wordt overgegaan. Op 15 maart 2017 stuurt het hoofd van het VBE namens het college, mede naar aanleiding van de klacht van de heer Ardesch, een brief naar de advocaat van de heer Ardesch.140 De brief is een reactie op de aansprakelijkheidsstelling141 van de gemeente door SteQ B.V. In de brief wordt aangegeven dat de heer Ardesch op korte termijn een overleg zal hebben met de wethouder in het kader van zijn klacht.

De uitkomsten van dat gesprek kunnen mogelijk gevolgen hebben voor de aansprakelijkstelling door de heer Ardesch van de gemeente. In de brief wordt de heer Ardesch verzocht in de tussentijd niet over te gaan tot het nemen van rechtsmaatregelen tegen de gemeente (zie ook paragraaf 5.2). Bij brief van 28 april 2017 reageert de advocaat van de heer Ardesch op de brief van 15 maart 2017 van het college. Naast de claim voor

138 Brief namens het college aan de advocaat van de heer Ardesch, 23 februari 2017. 139 Brief van de advocaat van de heer Ardesch aan het college, 2 maart 2017. 140 Brief van het college aan de advocaat van de heer Ardesch, 15 maart 2017. 141 Door middel van een aansprakelijkheidsstelling kan een partij een andere partij aansprakelijk stellen voor geleden schade en

om een vergoeding van die schade vragen.

41

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

de koffie- en theevoorziening stelt de advocaat nog meer zaken waarover discussie bestaat aan de orde. De advocaat vraagt het college om hem aanvullende informatie toe te sturen.142 4.4.7 Dagvaarding van Wellinga B.V. door het VBE Op 27 maart 2017 – terwijl de klachtprocedure nog loopt – dagvaardt de gemeente Wellinga B.V. met een vordering van € 26.960,56 wegens de betalingsachterstand voor huur- en energiekosten en het onrechtmatig gebruik van een ruimte in de Spinnerij.143 De dagvaarding is in opdracht van het VBE uitgebracht door de deurwaarder. In de dagvaarding is een huurachterstand opgenomen en gevorderd van € 25.208,69. Door dit bedrag te verhogen met de gebruikelijke buitengerechtelijke incassokosten en rente komt de totale vordering op € 26.960,56. Opbouw vordering In de dagvaarding wordt gesteld dat Wellinga ruimtes 0.06, 0.07 en 1.07 huurde tegen een huurprijs bedragende laatstelijk € 3.305,89 per maand. Volgens de dagvaarding is Wellinga in gebreke gebleven met de betaling van de verschuldigde huur en heeft een huurachterstand per 3 maart 2017 van € 16.345,86, te weten de maanden: een restant van maart 2016 (€ 949,60), een restant van augustus 2016 (€ 2.175,64), september 2016 (€ 3.302,95), januari 2017 (€ 3.305,89), februari 2017 (€ 3.305,89) en maart 2017 (€ 3.305,89).

Daarnaast is Wellinga volgens de dagvaarding in gebreke gebleven met de betaling van de verschuldigde energiekosten en een achterstand heeft per 3 maart 2017 ad € 2.955,00, te weten de maanden: juli 2016 (€ 524,17), augustus 2016 (€ 563,03), september 2016 (€ 582,57), oktober (€ 640,59), november 2016 (€ 643,04), en een restant januari 2017 (€ 1,60). Daarnaast wordt een bedrag van € 5.907,83 gevorderd voor het onrechtmatig gebruik maken van ruimte 1.24 (op de factuur wordt het onjuiste nummer aangegeven).

4.5 De juridische procedure en onderhandelingen In deze paragraaf wordt de periode van de procedure bij de rechtbank behandeld inclusief de gebeurtenissen die zich buiten de rechtszaak om tijdens deze periode hebben afgespeeld. De ontwikkelingen worden in chronologische volgorde behandeld. In de gerechtelijke procedure zijn drie tussenvonnissen gewezen: op 11 juli 2017, 12 juni 2018 en op 27 november 2018. Het eindvonnis is gewezen op 5 maart 2019. 4.5.1 Overzicht vorderingen In de procedure bij de Rechtbank Overijssel tussen de gemeente en Wellinga B.V. worden over en weer vorderingen gedaan. Hierna volgt een samenvatting van de vorderingen en geschilpunten.

142 Brief van de advocaat van de heer Ardesch aan het college, 28 april 2017. 143 Dagvaarding Wellinga Printsystemen B.V, 27 maart 2017.

42

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Vorderingen en geschilpunten in de gerechtelijke procedure tussen de gemeente en Wellinga B.V.:144 — De gemeente vordert € 32.873,53 van Wellinga B.V..145 Het gaat om € 23.065,70 voor een betalingsachterstand van Wellinga B.V. voor huur- en energiekosten voor de ruimten 0.06, 0.07 en 1.07 van de Spinnerij; € 5.907,83 als gebruiksvergoeding voor het onrechtmatig gebruikmaken van ruimte 1.24 en € 3.900 als contractuele boete op basis van de huurovereenkomst voor niet nakoming van de betaalverplichtingen door Wellinga B.V. — Wellinga B.V. vordert (1) een verklaring voor recht dat de gemeente gehouden is de allservice-overeenkomst juist en volledig na te komen op straffen van een dwangsom, (2) een verklaring voor recht dat de gemeente het nog te factureren verbruik van de koffiemachines aan Wellinga B.V. moet vergoeden tegen een betaling van € 0,10 per kopje en (3) een veroordeling van de gemeente tot betaling van € 6.561,72 en € 600 vanwege buitengerechtelijke incassokosten uit hoofde van de all-service-overeenkomst voor het verbruik over de periode vanaf 1 april 2016. Dit gaat over twee verschillende koffiemachines. Eén machine is door Wellinga B.V. geplaatst in de Spinnerij en de aanschafprijs daarvan is door een leasemaatschappij gefinancierd. Een tweede koffiemachine is geplaatst in het CeeCee Center. Voor de machines is tussen Wellinga B.V.

en de gemeente een all-service-overeenkomst gesloten op basis waarvan de gemeente een bedrag van € 0,10 per kopje moet betalen voor onderhoud, service en verbruik van de machines. Tot 1 april 2016 heeft de gemeente aan deze betalingsverplichting voldaan. Daarna heeft de gemeente gesteld dat Walas Projects B.V. de contractuele verplichtingen zou overnemen ten aanzien van de koffiemachine die in de Spinnerij is geplaatst maar dat Walas Projects B.V. de facturen niet zou betalen. Verdere geschilpunten in de procedure — Al dan niet overeengekomen voorwaarde bij de beëindiging van de huurovereenkomst per 1 januari 2017 van ruimte 0.07 in de Spinnerij; — Het tijdig ter beschikking stellen van ruimte 0.07 door Wellinga B.V.; — Het al dan niet voldoen aan de betalingsregeling door Wellinga B.V. 4.5.2 Verkennen mogelijkheden tot een schikking Voordat de kantonrechter het eerste tussenvonnis zal wijzen, proberen de gemeente en de heer Ardesch onderling tot een minnelijke oplossing te komen. Op 22 mei 2017 is er sms-contact tussen de heer Ardesch en concerndirecteur 1 waaruit blijkt dat ze die dag met elkaar hebben gebeld.146 De concerndirecteur zegt in de sms: ‘Ik zou nog bericht geven vandaag. Ik heb onze advocate contact op laten nemen met uw advocaat. Heb mijzelf ook bemoeid met mate van minnelijk en snel schikken.’147

144 De vorderingen en geschilpunten worden door de kantonrechter uiteengezet in het tussenvonnis van 12 juni 2018 dat later

zal volgen. 145 Dit bedrag is hoger dan in de eerste instantie in de dagvaarding is opgenomen. Dit komt doordat de gemeente de eis na de dagvaarding nog heeft aangevuld met betalingsachterstanden van april 2017. 146 Uit het sms-contact maken we op dat de heer Ardesch contact heeft met de concerndirecteur. 147 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 20 mei 2019.

43

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Ook op 29 mei 2017 contacteert de advocaat van de heer Ardesch de gemeenteadvocaat over een geplande afspraak over SteQ B.V. ‘Kennelijk bent u nog niet van het gehele dossier op de hoogte. […] De klachtencommissaris heeft geoordeeld dat een onafhankelijk juridisch onderzoek gewenst is en vervolgens heeft de gemeente aangedrongen op een gesprek om een regeling te bewerkstelligen. […] Met de inhoud van uw brief van heden zet u weer een grote pas terug in de tijd. Wanneer u nu weer de deur dichtgooit door te stellen dat SteQ B.V. geen vordering heeft, is het niet zinvol in gesprek te gaan. Laat dan het onafhankelijk juridisch onderzoek maar plaatsvinden. Ardesch, maar ook anderen, kunnen dan eindelijk hun verhaal over de werkwijze van VBE kwijt aan een onafhankelijke partij.’148 Op 7 juni 2017 is er sms-contact tussen de heer Ardesch en concerndirecteur 1. De heer Ardesch verzoekt om telefonisch contact omdat het proces om tot overeenstemming te komen niet loopt. Daarna vraagt de heer Ardesch naar welk mailadres hij ‘de data’ kan sturen. Daarop reageert de concerndirecteur met zijn e-mailadres.149 In de ochtend van 7 juni 2017 is er telefonisch contact geweest. De heer Ardesch vond minnelijk schikken niet snel genoeg gaan en niet ver genoeg in zijn richting.

Concerndirecteur 1 heeft hem toen toegezegd aan het einde van de week een bod te doen en aangegeven dat het of dat bod is of naar de rechter. Daarbij is expliciet aangegeven niet voor ‘formule KC’ te gaan toen de heer Ardesch aangaf dat dan maar weer te gaan volgen als schikken niet wilde lukken. Die avond is er, door concerndirecteur 1 – na telefonische afstemming daarover met de gemeenteadvocaat – een mail verzonden aan de heer Ardesch. 150 Weer later op 8 juni 2017 herhaalt de gemeenteadvocaat schriftelijk het aanbod dat de gemeente eerder die dag aan de heer Ardesch heeft gedaan.151 ‘Conform bijgevoegd overzicht gaat de gemeente uit van een vordering van € 32.765,65. Dit bedrag is opgebouwd uit de huurachterstand, deurwaarderskosten en rente. De gemeente is bereid dit bedrag te matigen met 50%, te weten naar een bedrag van € 16.382. Daarnaast is de gemeente bereid het eerder gedane aanbod van € 2.200,-- voor de koffie-claim gestand te doen. Dit betekent concreet, dat de door de gemeente gestelde vordering wordt gematigd naar € 14.182,50. Afgrond een bedrag van € 14.000,--. Op de initiële vordering derhalve een matiging van ruim € 18.500. Met dit aanbod is wel alle gemeentelijke rek uit de onderhandelingen. Dit aanbod dient derhalve te worden aangemerkt als finaal en niet onderhandelbaar. Uw cliënte heeft vanmiddag al aangegeven, dit bod niet te willen accepteren.

Ik beproefde alleen veel emoties, hetgeen begrijpelijk is. Om die reden leek het mij goed, het aanbod alsnog gestand te doen tot en met maandag 12 juni a.s.’ Op 8 juni 2017 mailt concerndirecteur 1 aan de heer Ardesch waarin hij onder meer aangeeft dat als de minnelijke onderhandelingen niet tot een schikking leiden, hij de route van het onafhankelijk onderzoek niet meer ‘opportuun’ acht.152

148 Mail van de advocaat van de heer Ardesch aan de gemeenteadvocaat, 8 juni 2017. 149 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 20 mei 2019. 150 Mail van concerndirecteur 1 aan de heer Ardesch, 8 juni 2017. 151 Mail van de gemeenteadvocaat aan de advocaat van de heer Ardesch (bijlage 6), 8 juni 2017. 152 Mail van concerndirecteur 1 aan de heer Ardesch, 8 juni 2017.

44

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Ook is er op 8 juni 2017 sms-contact tussen de heer Ardesch en concerndirecteur 1.153 De heer Ardesch stuurt de volgende sms: ‘Morgen even een kwartier positie bepalen? Ben de hele dag beschikbaar’. Daarop reageert de concerndirecteur dat de gemeenteadvocaat onderhandelt en zegt ‘ik heb marge bepaald’. De heer Ardesch reageert dat het beter is dat de beslissers even met elkaar spreken. Later op de avond van 8 juni 2017 zegt de concerndirecteur per sms: ‘Heb zojuist een mail gestuurd met verwijzing naar finaal bod en alternatief indien we daar niet uitkomen. Hoop op overeenstemming.’154 De heer Ardesch zegt dat het hem verstandig lijkt om toch morgen even met elkaar een kop koffie te drinken. De heer Ardesch zegt verder: ‘Vijftig procent korting op een huurachterstand waarop geen betalingen zijn afgeboekt is niet echt handig.’ De concerndirecteur geeft aan het verzoek van de heer Ardesch te begrijpen, maar dat hij tegelijk geen ander bod doet. De gemeenteadvocaat leidt, voegt hij daaraan toe. Op 16 juni 2017 stuurt concerndirecteur 1 per sms: ‘Ik heb geverifieerd of die adm verwerking klopt. Vooralsnog lijkt dat het geval. Dat is verdisconteerd in ons voorstel.

Verdere communicatie verloopt vanaf nu via onze gemeenteadvocaat.’ De heer Ardesch reageert daarop: ‘Je wordt foutief ingelicht.’155 4.5.3 Eerste tussenvonnis Op 11 juli 2017 wijst de kantonrechter het eerste tussenvonnis in de procedure tussen de gemeente en Wellinga B.V. 156 De kantonrechter gelast een comparitie van partijen, waarbij de beide procespartijen persoonlijk voor de rechter moeten verschijnen om nadere uitleg te geven. Beslissing van de kantonrechter De kantonrechter gelast een comparitie (zitting) van partijen. De rechter acht het noodzakelijk dat partijen nadere inlichtingen verschaffen. De comparitie kan mede worden gebruikt om de mogelijkheden van een minnelijke schikking te onderzoeken. 4.5.4 Onderhandelingen tussen de gemeente en SteQ B.V. Op 10 augustus 2017 mailt de heer Ardesch de gemeenteadvocaat over SteQ B.V. Wat betreft de koffieclaim van SteQ B.V. gaat de voorkeur van de heer Ardesch uit naar het starten van een minnelijk traject gebaseerd op onder meer de aansprakelijkheidsstellingen.

Het traject ziet hij graag begeleid door een intermediair, in de geest van het voorstel van de klachtencommissaris in haar mail van 21 april 2017.157 Het is de onderzoekers niet bekend of de heer Ardesch een reactie heeft gehad op deze mail.158 In ieder geval laat de heer Ardesch in een mail van 29 september 2017 aan de gemeenteadvocaat weten dat hij nog geen reactie op zijn mail van 10 augustus 2017 heeft gehad. In de mail van 29 september 2017 zegt de heer Ardesch ook dat er tegen de afspraken in een juridische procedure door de gemeente is gestart. De heer Ardesch hoort graag of de geplande rechtszaak op 5 oktober 2017 doorgaat. Op 29 september 2017 mailt de gemeenteadvocaat aan de heer Ardesch dat zijn standpunt onjuist is dat er tegen afspraken in een procedure tegen Wellinga B.V. is gestart, dat het onjuist is ‘dat de [concerndirecteur] heeft verklaard, dat de dagvaarding was gebaseerd op miscommunicatie binnen de gemeente’. De gemeenteadvocaat geeft aan dat de procedure tegen 153 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 20 mei 2019. 154 berichtenverkeer tussen concerndirecteur 1 en de heer Ardesch, 8 juni 2017. 155 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 20 mei 2019. 156 Vonnis van de Rechtbank Overijssel, 11 juli 2017. 157 Mail van de heer Ardesch aan concerndirecteur 1, 10 augustus 2017.

158 De heer Ardesch geeft aan geen reactie op zijn mail te hebben gehad.

45

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Wellinga B.V. is gestart omdat er een aanzienlijke huurbetalingsachterstand is. ‘Afgelopen week heb ik tot op de bodem laten uitzoeken, wat op dit moment de betalingsachterstand is. Dit, vanwege het door u gevoerde verweer in de Conclusie van antwoord, dat ten onrechte betaalde bedragen niet in mindering zijn gebracht op de vordering. Uit het onderzoek is gebleken, dat u nog altijd een betalingsachterstand heeft van € 28.973,53. De stukken, die dienen ter onderbouwing van deze vordering zijn gister aan de Rechtbank gezonden. Uw advocaat ontvangt deze stukken vandaag ook.’ Gelet op de betalingsachterstand ziet de gemeenteadvocaat geen reden om de zitting van 5 oktober 2017 niet door te laten gaan. 159 Op 12 oktober 2017 wordt er een minnelijk aanbod gedaan door de gemeente aan de heer Ardesch voor een bedrag van € 16.728,79. Er vindt die dag ook een gesprek plaats tussen de heer Ardesch, zijn advocaat en de gemeenteadvocaat. De advocaat van de heer Ardesch zet de afspraken die volgens hem zijn gemaakt 19 november 2017 op de mail richting de advocaat van de gemeente. In een ultieme poging tot een vergelijk te komen stellen Wellinga B.V. en SteQ B.V. volgens de advocaat voor een vaststellingsovereenkomst met de gemeente Enschede te sluiten, inhoudende dat de gemeente per saldo een bedrag betaalt aan Wellinga B.V./SteQ B.V.

van € 40.000.160 4.5.5 Tweede tussenvonnis Op 12 juni 2018 wijst de kantonrechter van de Rechtbank Overijssel een tweede tussenvonnis in het proces tussen de gemeente en Wellinga B.V.161 In dit vonnis geeft de kantonrechter op sommige punten van de vorderingen een (voorlopig) eindoordeel en op andere punten van de vorderingen maakt de kantonrechter procesmatige beslissingen voor het verdere verloop van het proces. Op hoofdlijnen komt het tussenvonnis op de volgende beslissingen neer. Beslissingen van de kantonrechter van de Rechtbank Overijssel op 12 juni 2018: — Betreffende de huurachterstand van Wellinga B.V.: De gemeente is in elk geval tot de eigendomsoverdracht van de Spinnerij aan Walas Projects B.V. bevoegd geweest de huurkosten te innen. — Betreffende de beëindiging van de huurovereenkomst tussen Wellinga B.V. en de gemeente: Wellinga B.V. stelt dat partijen, zonder nadere voorwaarden, zijn overeengekomen dat de huurovereenkomst van bedrijfsruimte 0.07 van de Spinnerij per 1 januari 2017 is geëindigd en dat Wellinga B.V. deze ruimte ter beschikking heeft gesteld van de gemeente. De gemeente betwist dit en stelt dat er een voorwaarde is verbonden aan de beëindiging van de huurovereenkomst, namelijk dat Wellinga B.V. per 1 januari 2017 geen huurschuld meer heeft. Wellinga B.V. krijgt gelegenheid dit te bewijzen.

— Betreffende de gebruiksvergoeding voor ruimte 1.24: Voor de ruimte 1.24 is een bedrag van € 5.907,83 door de gemeente in rekening gebracht bij Wellinga B.V. De kantonrechter overweegt dat de gemeente geen aanspraak kan maken op de gevorderde gebruiksvergoeding. Op de factuur staat dat het bedrag 159 Mail van de heer Ardesch aan de gemeenteadvocaat, 29 september 2017 (aangeleverd door de heer Ardesch). 160 Minnelijk aanbod van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 12 oktober 2017. 161 Vonnis van de kantonrechter van Rechtbank Overijssel, 12 juni 2018.

46

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

betrekking heeft op ‘huur’ maar er is geen huurovereenkomst gesloten tussen partijen met betrekking tot deze ruimte. In de dagvaarding spreekt de gemeente van een ‘gebruiksvergoeding’. Wat daarmee wordt bedoeld is de kantonrechter onduidelijk, net als de grondslag van het gevorderde. — Betreffende de contractuele boete voor niet voldoen aan huurovereenkomst: De kantonrechter zal beslissen op het beroep van Wellinga B.V. op matiging van de door de gemeente gevorderde contractuele boete zodra duidelijk is wat de hoogte is van het bedrag dat Wellinga B.V. verschuldigd is aan de gemeente op basis van de huurovereenkomst. — Betreffende de all-service-overeenkomst voor twee koffiemachines: De kantonrechter wijst de vordering van Wellinga B.V. met betrekking tot de tweede koffiemachine die in het CeeCee Center is geplaatst, af. In de overgelegde stukken komt de koffiemachine met het betreffende servicenummer niet voor en Wellinga B.V. heeft niet inzichtelijk gemaakt op grond waarvan de gemeente gehouden is de facturen te voldoen want ze komen niet voort uit de all-service-overeenkomst. Verder neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat de all-service-overeenkomst tussen Wellinga B.V. en de gemeente is aangegaan met een looptijd van vijf jaar voor de koffiemachine in de Spinnerij.

4.5.6 Derde tussenvonnis Op 27 november 2018 heeft de kantonrechter van Rechtbank Overijssel een derde tussenvonnis gewezen.162 De beslissingen in het vonnis komen samengevat op het volgende neer. Beslissingen van de kantonrechter van de Rechtbank Overijssel op 27 november 2018: — Betreffende de beëindiging van de huurovereenkomst tussen Wellinga B.V. en de gemeente: Er zijn geen voorwaarden overeengekomen bij de huuropzegging, dan wel de voorwaarden zijn nagekomen door Wellinga B.V. De kantonrechter concludeert dat de huurovereenkomst tussen de gemeente en Wellinga B.V. betreffende ruimte 0.07 per 1 januari 2017 is beëindigd zodat Wellinga B.V. sinds die datum geen huurbetalingen meer verschuldigd is voor deze ruimte. De gemeente krijgt de gelegenheid de facturen aan te passen want de in het geding gebrachte facturen zijn totaalbedragen van huur voor de ruimtes 0.06, 0.07 en 1.07. — Betreffende het ter beschikking stellen van ruimte 0.07 door Wellinga B.V.: Wellinga B.V. heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de ruimte 0.07 ontruimd en conform hetgeen overeengekomen, ter beschikking is gesteld aan de gemeente. — Betreffende de betalingsregeling voor de huurachterstand van Wellinga B.V.:

162 Vonnis van de kantonrechter van Rechtbank Overijssel, 27 november 2018.

47

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Wellinga is de betalingsregeling nagekomen. De bedragen zijn echter niet, zoals wel afgesproken, overgemaakt aan Walas Projects B.V. door de gemeente. — Betreffende de verplichtingen uit de all-service-overeenkomst voor de koffiemachine: De stelling van de gemeente dat de all-service-overeenkomst met Wellinga B.V. over is gegaan op Walas Projects B.V., kan niet worden onderbouwd met de koopovereenkomst van 14 maart 2016. Uit die koopovereenkomst blijkt niet dat Walas Projects B.V. zich heeft verplicht de lopende overeenkomsten die de gemeente met derden had met betrekking tot de Spinnerij, over te nemen. De gemeente heeft dus te gelden als contractspartij in het contract met Wellinga B.V. [‘voor de koffiemachine’]. 4.5.7 Eindvonnis Op 5 maart 2019 wijst de kantonrechter van de Rechtbank Overijssel eindvonnis in de procedure tussen de gemeente en Wellinga B.V. 163 Met dit vonnis beslist de kantonrechter op de laatste punten en komt de procedure tot een eind. Het eindvonnis houdt samengevat de volgende beslissingen in. Beslissingen van de kantonrechter in het eindvonnis van 5 maart 2019: — Betreffende de vordering van de gemeente m.b.t. de huurachterstand van Wellinga B.V.: Wellinga B.V.

is ter zake van achterstallige huurpenningen en energiekosten een totaalbedrag van € 18.533,69 verschuldigd aan de gemeente.164 Daarvan is een bedrag van € 8.695,69 voor de ruimtes 0.06 en 1.07 (deels) in de periode januari 2017 – april 2017 en € 9.838 voor ruimte 0.07. — Betreffende de contractuele boetes op basis van de huurovereenkomst: Wellinga B.V. is aan contractuele boetes voor het niet nakomen van huurbetalingsverplichtingen maximaal een bedrag van € 2.700 verschuldigd aan de gemeente, en niet het hogere bedrag waarop de gemeente stelde recht te hebben. Het niet nakomen van de betalingsverplichting ziet op de periode april 2016 t/m april 2017. — Betreffende de all-service-overeenkomst voor de koffiemachine: De gemeente moet het nog te factureren verbruik van de koffiemachine vergoeden aan Wellinga B.V. tegen betaling van € 0,10 per kopje. De gemeente moet een bedrag van € 5.061,79 aan Wellinga B.V. betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. Overige beslissingen van de kantonrechter: — Wellinga B.V. moet de kosten van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden van de gemeente vergoeden. Dit is een bedrag van € 1.395,49. — Omdat beide partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld ziet de rechter aanleiding om de proceskosten te compenseren zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

163 Vonnis van de kantonrechter van Rechtbank Overijssel (zittingsplaats Enschede), 5 maart 2019. 164 Dit bedrag valt lager uit dan de eis van de gemeente van € 32.873,53. Dit kan worden verklaard doordat de rechter de eis voor

illegale huur (€ 5.907,83) afwijst, en de geëiste huurbedragen voor de periode januari 2017 tot en met april 2017 lager door de rechter worden vastgesteld (in plaats van de geëiste € 3.305,89 wordt € 2.173,92 toegekend).

48

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

— De gemeente moet een bedrag van € 600 aan Wellinga B.V. als vergoeding voor buitengerechtelijke kosten betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting. — De gemeente moet de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Wellinga B.V. begroot op € 750 betalen.

4.6 Een nieuwe fase van onderhandelingen Tussen april 2019 en december 2019 hebben er onderhandelingen plaatsgevonden tussen de gemeente en de heer Ardesch om tot een minnelijke oplossing te komen waar beide partijen tevreden mee zijn. In eerste instantie gaan de onderhandelingen over de kwestie tussen de gemeente en Wellinga B.V., maar al snel wordt ook de kwestie tussen de gemeente en SteQ B.V. erbij betrokken. De onderhandelingen over een minnelijke oplossing gaan vanaf dat moment over de gehele casus tussen de gemeente en de heer Ardesch, waarbij dus twee verschillende bedrijven van Ardesch betrokken zijn. Over en weer zijn er in voornoemde periode schriftelijke voorstellen gedaan voor een mogelijke oplossing en hebben er gesprekken plaatsgevonden tussen de gemeente en de heer Ardesch. 4.6.1 Onderhandelingen n.a.v. de einduitspraak Gesprek tussen de gemeente en de heer Ardesch op 9 april 2019 – Ardesch komt met een voorstel Naar aanleiding van het vonnis van de Rechtbank Overijssel van 5 maart 2019 heeft op 9 april 2019 een eerste gesprek plaatsgevonden tussen de heer Ardesch, concerndirecteur 2 en een jurist van de gemeente Enschede. Tijdens dit gesprek heeft de heer Ardesch een voorstel gedaan voor een schikking.

Dit voorstel kwam neer op het tegen elkaar wegstrepen van de vorderingen die partijen over en weer op elkaar hebben, waarbij op meerdere punten van het vonnis van de rechtbank zou worden afgeweken. Het voorstel is voor zover onderzoekers daar zicht op hebben door de heer Ardesch tijdens het gesprek mondeling gedaan en niet door hem op schrift gesteld. De inhoud van het voorstel van de heer Ardesch vat concerndirecteur 2 in een brief van 25 april 2019 als volgt samen: ‘Samengevat begrijpen wij uw voorstel als volgt. De posten bestaande uit: — het bedrag aan openstaande huurvorderingen van de gemeente, — het illegaal gebruik van ruimte door Wellinga, als ook — de huur van januari tot en met april 2017 te betalen door Wellinga, worden verminderd met de door de gemeente aan Wellinga te betalen gerechtelijke kosten. In afwijking van het bepaalde in het vonnis vergoedt u de gemeente niet de contractuele boete, noch de gemeentelijke buitengerechtelijke incassokosten. Het bedrag dat de gemeente van Wellinga volgens u dan tegoed heeft, wordt vervolgens verrekend met het bedrag aan juridische kosten ad € 27.000 die Wellinga stelt te hebben gemaakt.

Dit betekent dat de gemeente per saldo een bedrag van € 14.103 aan Wellinga zou moeten betalen.’ Aanvullend heeft de heer Ardesch op 23 april 2019 aan de gemeente een overzicht gestuurd van de feiten zoals die zich naar zijn mening in de dossiers Wellinga en SteQ B.V. hebben afgespeeld. De onderzoekers beschikken niet over dat document.

49

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Tegenvoorstel vanuit de gemeente Per brief van 1 mei 2019 reageert concerndirecteur 2 namens het college op het voorstel van de heer Ardesch.165 De gemeente en de heer Ardesch blijken het niet eens te zijn over het verloop van de feiten. Zo vindt de heer Ardesch het onbehoorlijk dat de gemeente hem heeft gedagvaard terwijl de gemeente hem tegelijkertijd, heeft gevraagd gedurende de klachtenprocedure geen juridische stappen te ondernemen. Volgens concerndirecteur 2 is de gang van zaken echter anders. Inzake het SteQ-dossier heeft de gemeente inderdaad aan de heer Ardesch verzocht om geen juridische stappen te ondernemen, maar de dagvaarding van Wellinga B.V. was volgens concerndirecteur 2 toen al betekend. In overleg tussen ‘de advocaten’ is die procedure aangehouden in afwachting van de uitkomst van het minnelijk overleg. Een minnelijke oplossing bleef uit waardoor de gemeente de procedure tegen Wellinga B.V. heeft voortgezet. Dit is volgens de gemeente in samenspraak met de advocaat van de heer Ardesch gebeurd. De gemeente wijst het voorstel van de heer Ardesch af en komt met een nieuw voorstel: Voorstel van de gemeente van 1 mei 2019 ‘Ons voorstel luidt als volgt: 1. Het bedrag van € 16.000 dat de gemeente van Wellinga volgens het vonnis van de Rechtbank Overijssel d.d. 5 maart 2019 tegoed heeft, strepen wij weg tegen de vordering die SteQ B.V.

op de gemeente stelt te hebben. 2. SteQ B.V. laat haar gestelde vordering voor het overige en betreffende het CeeCeeCenter vallen. 3. Dit voorstel wordt gedaan tegen finale kwijting tussen de gemeente, Wellinga en SteQ B.V., over en weer, uit coulance en zonder erkenning van enige aansprakelijkheid. 4. U, Wellinga, SteQ, de medewerkers van beide ondernemingen, alsmede andere betrokkenen namens u, de genoemde ondernemingen en de gemeente, zijn verplicht tot geheimhouding betreffende dit voorstel, wat de gemeente betreft indien en voor zover de gemeente daartoe bevoegd is gezien haar wettelijke verplichtingen op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en vergelijkbare publiekrechtelijke wetgeving.’ Op 6 mei 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de heer Ardesch en de gemeente. Uit de brief van de heer Ardesch van 20 mei 2019 blijkt dat hierbij namens de gemeente concerndirecteur 2 en een jurist van de gemeente aanwezig waren en de heer Ardesch met zijn advocaat.166 Over de inhoud van dat gesprek is voor zover bekend bij de onderzoekers geen verslaglegging geweest.

Reactie en nieuw voorstel van de heer Ardesch Op 20 mei 2019 reageert de heer Ardesch per brief op het voorstel dat concerndirecteur 2 in de brief van 1 mei 2019 heeft gedaan.167 De heer Ardesch geeft in de brief aan dat hij – op voorwaarde dat een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar de hoogte van de claim van SteQ B.V. – bereid is in te stemmen met het voorstel van de gemeente om de vordering van de gemeente tegen Wellinga B.V. te laten vallen zodat dat dossier kan worden gesloten. De argumenten van de gemeente voor de stelling dat een rechtszaak tegen Wellinga B.V.

165 Brief van het college van B&W van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 1 mei 2019. De heer Ardesch spreekt later

over een voorstel gedaan op 25 april 2019. De brief waarin het voorstel staat is echter gedagtekend op 1 mei 2019. Wij gaan daarom uit van de datum 1 mei 2019 als datum waarop het voorstel gedaan is. 166 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 20 mei 2019. 167 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 20 mei 2019. De heer Ardesch spreekt in zijn brief over een voorstel gedaan op 25 april 2019. De brief waarin het voorstel staat is echter gedagtekend op 1 mei 2019.

50

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

onvermijdelijk was, zijn door de heer Ardesch naar zijn mening onderbouwd weerlegd. De heer Ardesch zegt hierover in zijn brief van 20 mei 2019 het volgende. ‘In uw beoordeling van ons voorstel geeft u aan geen andere oplossing te hebben gezien dan een gerechtelijke procedure te starten. Dit omdat Wellinga “nooit heeft aangeboden het onbetwiste deel van de huur te betalen en simpelweg geheel geen huur heeft betaald”. Deze stelling is pertinent onjuist. Er was wel degelijk sprake van een betalingsafspraak en Wellinga heeft conform deze afspraak vanaf 23 september 2016 wekelijks 1000,- overgemaakt aan de gemeente Enschede. De gemeente Enschede heeft echter deze betalingsafspraak stopgezet en was ook niet meer bereid om tot nieuwe afspraken te komen. Daarmee heeft de gemeente Enschede het voor Wellinga onmogelijk gemaakt om aan haar betalingsverplichting te voldoend. […] Verder geeft u aan dat Wellinga geen enkele interventie heeft gedaan om de vorderingen bijgesteld te krijgen. Ook dit is pertinent onjuist. Vanaf 23 november 2016 probeer ik juist, op allerlei manieren, in gesprek te komen met de gemeente (incassobureau, ambtenaren, wethouder, zelfs via de klachtencommissie) om foutieve facturen te corrigeren.

[…] Vervolgens stelt u dat ik zou hebben ingestemd met het feit dat wanneer er geen schikking bereikt werd, de gerechtelijke procedure tegen Wellinga gecontinueerd kon worden. Ook dit is pertinent niet juist getuige de mail van mijn advocaat aan uw advocaat.’ Nieuw tegenvoorstel vanuit de gemeente Op 27 mei 2019 wijst concerndirecteur 2 het voorstel van de heer Ardesch af en doet een nieuw voorstel ten aanzien van de claim van SteQ B.V.168 De gemeente stelt voor om de gemeentelijke huiscateraar op basis van de overeenkomst (met bijlagen) zoals die op 23 juni 2015 is afgesloten tussen SteQ B.V. en de gemeente een offerte uit te brengen voor het verzorgen van koffie en thee voor één jaar voor het CeeCeeCenter. De concerndirecteur benadrukt in haar brief dat het gaat om een officiële uitvraag door de gemeente, waarvoor de voorwaarden identiek zijn aan de voorwaarden die golden toen de heer Ardesch zijn offerte uitbracht op 9 juni 2015. Daarbij wordt uitgegaan van de bezetting van het CeeCeeCenter ten tijde van de contractperiode van SteQ en de gemeente als uitgangspunt genomen. Het bedrag dat uit de offerte van de huiscateraar volgt dient volgens de gemeente als leidraad te worden genomen bij het vervolg van het minnelijk overleg.

Het idee achter dit voorstel is om een onafhankelijke partij te laten kijken naar de hoogte van de vordering omdat de partijen het daarover niet eens kunnen worden. Als er een akkoord komt over het bedrag dat de heer Ardesch aan schade heeft geleden, dan wordt dit bedrag verrekend met de vordering die de gemeente op basis van het vonnis van de Rechtbank Overijssel heeft op Wellinga B.V. Dit voorstel is niet onderhandelbaar en de gemeente wil niet meer in gesprek over de feiten in de dossiers Wellinga B.V. en SteQ B.V. 4.6.2 Beëindiging van de onderhandelingen door de heer Ardesch Het voorstel van de gemeente bereikt de heer Ardesch met vertraging wegens verkeerde adressering door de gemeente. Op 30 juni 2019 reageert de heer Ardesch, waarbij hij zijn teleurstelling uit over de gang van zaken.169 Ten eerste uit hij zijn ongenoegen over het feit dat de reactie van de gemeente niet binnen de afgesproken periode bij hem aan is gekomen terwijl eerdere correspondentie hem zonder problemen wist te bereiken. Daarnaast zit de teleurstelling bij Ardesch met name in het feit dat de gemeente op geen enkele manier inhoudelijk 168 Brief namens het college van B&W van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 27 mei 2019. 169 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 30 juni 2019.

51

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

reageert op zijn argumenten en zo de discussie ontwijkt. De heer Ardesch blijft erbij dat hij zijn juridische kosten vergoed wil krijgen van de gemeente. De gemeente wijst het voorstel van de heer Ardesch om zijn vordering op basis van het vonnis van de Rechtbank Overijssel te laten vallen tegen vergoeding van zijn juridische kosten af. Daarnaast heeft de heer Ardesch voorgesteld om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar het dossier SteQ, zoals ook de klachtencommissie eerder al had geadviseerd. Ook dat voorstel wijst de gemeente af. De heer Ardesch vindt het idee van de gemeente om een offerte op te vragen bij de huiscateraar en dat als basis voor een eventuele schikking te gebruiken, ‘een absurd voorstel’ want het moet gaan om een onafhankelijk onderzoek en het is niet in lijn met het eerdere advies van de klachtencommissie. Een offerte zou moeten worden opgevraagd door een onafhankelijke onderzoeker, niet door de gemeente zelf bij de eigen huiscateraar. De heer Ardesch betreurt de gang van zaken en had gehoopt op een ‘fatsoenlijke’ manier tot een oplossing te komen. De heer Ardesch geeft in zijn brief van 30 juni 2019 aan dat hij de onderhandelingen beëindigt, maar dat hij zich niet neerlegt bij het niet kunnen verhalen van zijn juridische kosten in de procedure tegen Wellinga B.V. en de schade van SteQ B.V.

De heer Ardesch geeft niet aan hoe hij tot een afronding van het geschil wil komen. Bij de brief heeft de heer Ardesch een feitenoverzicht gevoegd dat hij heeft bijgehouden over de gedragingen van de gemeente.170 In dat feitenoverzicht beschrijft hij hoe hij het handelen van de gemeente heeft ervaren. Hij noemt onder andere het niet nakomen van contractuele afspraken en financiële verplichtingen, het adequaat uitvoeren van de financiële administratie en het – ondanks herhaaldelijke toezeggingen – niet bevestigen van gemaakte afspraken. 4.6.3 De heer Ardesch benadert de gemeenteraad Op dezelfde dag dat de heer Ardesch de onderhandelingen beëindigt – 30 juni 2019 – stuurt hij een brief aan de gemeenteraad om aandacht te vragen voor de problemen die tussen de gemeente en hem spelen.171 In de brief beschrijft de heer Ardesch zijn langlopende zakelijke relatie met de gemeente en hoe die relatie de laatste jaren ‘volledig verstoord’ is geraakt. Hij schrijft: ‘Het meest stuitend bij al deze zaken is echter de absolute onwil om met mij te communiceren en tot een oplossing te komen.’ De heer Ardesch verzoekt de raad om zijn verhaal te mogen delen in de raad en verzoekt de raad aandacht te besteden aan de situatie vanuit de rol van volksvertegenwoordiger en vanuit de rol als controlerend orgaan. In hoofdstuk 7 wordt de betrokkenheid van de raad bij de zaak Ardesch verder behandeld.

4.6.4 Nieuw voorstel van de gemeente en verzoek om een gesprek met de wethouder Nieuw voorstel vanuit de gemeente Concerndirecteur 2 stuurt op 4 juli 2019 per brief een herzien voorstel voor het dossier SteQ B.V. aan de heer Ardesch.172 Met deze brief reageert zij op het laatste bericht van de heer Ardesch. Concerndirecteur 2 benoemt in de brief dat beide partijen structureel van mening verschillen over de feiten en omstandigheden in het dossier Wellinga. Verder stelt concerndirecteur 2 de argumenten van de heer Ardesch gemotiveerd te hebben weerlegd. De gemeente zal de juridische kosten – volgens de heer Ardesch €27.000 – niet vergoeden. Binnen 14 dagen gaat de gemeente over tot betekening van het vonnis (bevel tot betaling) van de Rechtbank van 5 maart 2019 zo wordt in de brief meegedeeld. Waarom de gemeente op dat moment het vonnis nog niet heeft betekend, is de onderzoekers niet duidelijk geworden. 170 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 30 juni 2019. 171 Brief van de heer Ardesch aan de leden van de gemeenteraad van de gemeente Enschede, 30 juni 2019. 172 Brief namens het college van B&W van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 4 juli 2019 (niet ondertekend).

52

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Wat het dossier SteQ betreft wil de gemeente zich inspannen om te komen tot een constructieve oplossing en concerndirecteur 2 ziet daar in de laatste brief van de heer Ardesch van 30 juni 2019 nog ruimte voor. Het herziene voorstel van de gemeente luidt: 1. De gemeente en de heer Ardesch vragen gezamenlijk een offerte aan bij twee cateraars die beide marktpartij zijn en die ervaring hebben met dienstverlening aan de overheid dan wel aan de gemeente Enschede; 2. Gezamenlijk overleg binnen twee weken nadat de heer Ardesch het voorstel van de gemeente accepteert om twee marktpartijen uit te kiezen die naar ieders inzicht onafhankelijk zijn en waar ieder vertrouwen in heeft; 3. Na marktpartijen te hebben gevonden die bereid zijn om een offerte uit te brengen, wordt het gemiddelde van beide offertes genomen als bedrag dat de gemeente aan SteQ B.V. dient te vergoeden. Dit acht concerndirecteur 2 in lijn met de uitspraak van de klachtencommissaris om een onafhankelijk feitenonderzoek te laten uitvoeren. Het bedrag dat de gemeente moet betalen wordt verrekend met het bedrag dat de gemeente tegoed heeft van Wellinga B.V. op grond van het vonnis van de Rechtbank Overijssel.

Reactie van de heer Ardesch op het herziene voorstel van de gemeente Bij brief van 20 juli 2019 reageert de heer Ardesch op het herziene voorstel.173 Hij vindt het verrassend dat concerndirecteur 2 steeds met een nieuw voorstel komt terwijl bij elk voorstel van de zijde van de gemeente wordt vermeld dat het een niet onderhandelbaar en finaal voorstel is. De heer Ardesch heeft het vertrouwen in een minnelijke oplossing met de ambtelijke organisatie verloren en is inmiddels naar de raad en het college gestapt. De heer Ardesch stelt dat concerndirecteur 2 geen bewijs levert voor de ingenomen standpunten en niet ingaat op de motivering die de heer Ardesch geeft voor zijn standpunten. De heer Ardesch herhaalt in deze brief nog eens waar het hem in de kern om gaat: de juridische procedures die hij heeft moeten voeren en de door de gemeente te vergoeden kosten die hij daarvoor heeft gemaakt. Verder gaat het hem erom dat er onafhankelijk onderzoek moet worden uitgevoerd.

Verzoek om een gesprek met wethouder Diepemaat Op 3 juli 2019 verzoekt de heer Ardesch om een gesprek met wethouder Diepemaat.174 Op 24 juli 2019 is namens het college een brief aan de heer Ardesch gestuurd waarin wethouder Diepemaat namens het college de ontvangst, van de brief van de heer Ardesch van 3 juli 2019, bevestigt.175 In de brief stelt de wethouder dat de gemeente op 9 juli een ‘coulant voorstel’ heeft gedaan om het conflict tussen de gemeente en beide bedrijven van de heer Ardesch (Wellinga B.V. en SteQ B.V.), op te lossen. Omdat dit voorstel bij de heer Ardesch ligt, wijst de wethouder de uitnodiging voor een persoonlijk gesprek af. De wethouder wacht de reactie van de heer Ardesch op het voorstel af. 4.6.5 Eerste gesprekken met de wethouder en voorstellen voor een oplossing Op 26 en 30 september 2019 vinden gesprekken plaats tussen de heer Ardesch en de gemeente over de procedure ten aanzien van Wellinga B.V. en de aansprakelijkheidsstelling van de gemeente door SteQ B.V.176 Namens de gemeente waren bij de gesprekken aanwezig: wethouder Diepemaat, concerndirecteur 2 en een jurist van de gemeente. Naast de heer Ardesch was ook zijn advocaat aanwezig bij de gesprekken.

173 Brief van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 20 juli 2019. 174 Mail van de heer Ardesch aan het college van B&W van gemeente Enschede, 3 juli 2019. 175 Brief namens het college van B&W van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 24 juli 2019. 176 Mail van een jurist van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 4 december 2019.

53

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Uit mailverkeer blijkt dat tijdens de gesprekken op 26 en 30 september 2019 de onderhandelingen over zowel de zaak ten aanzien van Wellinga B.V. als de zaak ten aanzien van SteQ B.V. definitief zijn beëindigd (al blijft het laatste aanbod van de gemeente nog twee weken openstaan voor de heer Ardesch).177 Tijdens het laatste gesprek heeft de heer Ardesch een lijst vragen aan de jurist van de gemeente overhandigd die – zo kan uit de interviews voor dit onderzoek opgemaakt worden – later beantwoord zouden zijn. De onderzoekers beschikken niet over documentatie van de gesprekken of de beantwoording van de vragen van de heer Ardesch. 4.6.6 Nieuw voorstel vanuit de gemeente en tegenvoorstel van Ardesch Voorstel van de gemeente Op 4 oktober 2019 heeft concerndirecteur 2 een brief aan de heer Ardesch gestuurd waarin wordt beschreven wat er is besproken tijdens de gesprekken op 26 en 30 september 2019.178 Concerndirecteur 2 zegt in de brief onder andere het volgende: ‘Ons is duidelijk geworden dat beide zaken nadrukkelijk een nadelige wissel hebben getrokken op u als persoon en op uw beide bedrijven. Ook heeft u aangegeven uw bedenkingen te hebben hoe bepaalde processen en werkzaamheden binnen de gemeente zijn georganiseerd, als ook tegen bepaalde handelingen van medewerkers van de gemeente in zowel Wellinga als SteQ.

Wij hebben van uw standpunten kennis genomen, maar hebben ook geconstateerd dat deze niet nieuw voor ons zijn. Dat dit in het verleden ook is besproken met u, uw advocaat en namens de gemeente onder andere met [het hoofd van het VBE] en [de gemeenteadvocaat] en dat de gemeente grotendeels een andere kijk heeft op uw standpunten. Daarbij is het vonnis dat de Rechtbank Overijssel op 5 maart 2019 heeft gewezen inzake de vordering van de gemeente op Wellinga, voor ons leidend. Volgens de Kantonrechter dient Wellinga in totaal en per saldo € 16.217,39 te betalen aan de gemeente. Net als u heeft de gemeente daarnaast geen voorkeur voor het voeren van een nieuwe juridische procedure inzake de aansprakelijkstelling van de gemeente door SteQ, maar degemeente gaat deze ook niet uit de weg, mocht het zo ver komen. In beide genoemde gesprekken hebben u en de gemeente de intentie uitgesproken om eruit te willen komen en toe te werken naar een einde van de vorderingen over en weer in zowel Wellinga als SteQ.’ Op basis van de gesprekken komt concerndirecteur 2 in de brief van 2 oktober 2019 met een nieuw voorstel. Dat voorstel komt neer op een ‘tegemoetkoming’ door de gemeente aan de heer Ardesch van € 27.057,39. Concerndirecteur 2 ziet dit blijkens de brief als een substantiële tegemoetkoming. De tegemoetkoming houdt in dat de heer Ardesch de gemeente niets meer hoeft te betalen.

De gemeente komt tot dit bedrag op basis van de volgende gegevens en informatie:

177 Mail van wethouder Diepemaat aan raadslid Elferink, 31 oktober 2019. 178 Brief van het college van B&W van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 4 oktober 2019.

54

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Over vordering inzake Wellinga B.V. en de koffiekosten van SteQ B.V.: De vordering van de gemeente inzake Wellinga B.V. wordt weggestreept tegen het door de heer Ardesch gestelde bedrag aan extra kosten voor koffie. Hiermee is Wellinga B.V. dan definitief afgedaan en de vordering van SteQ B.V. inzake koffiekosten volledig voldaan. Over vordering kantoormeubilair SteQ B.V.: De gemeente komt de heer Ardesch tegemoet voor het bedrag dat SteQ B.V. van de gemeente tegoed stelt te hebben vanwege verdwenen inventaris in de Spinnerij, een bedrag van € 10.840. Daarmee is de vordering inzake het kantoormeubilair volledig voldaan. Over proceskosten van de heer Ardesch: De gemeente vergoedt de door de heer Ardesch gestelde advocaatkosten van € 27.000 niet. Want ‘de keuze van een advocaat en de door hem te volgen procedure en verdediging, inclusief getuigenverhoor is aan u’. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om de gemeente te veroordelen in vergoeding van de kosten van de heer Ardesch voor de procedure. Over door SteQ B.V. gestelde winstderving: De gemeente vergoedt de door SteQ B.V. geclaimde winstderving voor de verhuur van ruimten in de Spinnerij niet. Het gaat om een bedrag van € 47.500. De overeenkomst is volgens de gemeente rechtsgeldig beëindigd en er is geen sprake van een contractuur van vijf jaar zoals de heer Ardesch stelde.

Ook is er volgens de gemeente geen sprake van een koppeling tussen de eigendomsoverdracht van de Spinnerij en het einde van de overeenkomst met SteQ B.V. Over gemiste huuropbrengst door verhuur in strijd met overeenkomst: De gemeente vergoedt de door de heer Ardesch gestelde gemiste huuropbrengst van € 6.000 niet. Het gaat om gemiste opbrengsten doordat ruimten in de Spinnerij in strijd met de overeenkomst door de gemeente zijn verhuurd buiten SteQ B.V. om. Tot slot: ‘U heeft aangegeven dat indien u instemt met ons voorstel u ook zult stoppen met het benaderen van de gemeente, het College van B&W, de raad als ook derden over feiten, omstandigheden en vorderingen inzake Wellinga en SteQ. Na uw aanvaarding van het voorstel leggen we ook deze toezegging schriftelijk vast in een vaststellingsovereenkomst.’ Reactie van de heer Ardesch De heer Ardesch reageert op 14 oktober 2019 per brief op het voorstel van de gemeente en komt met een nieuw tegenvoorstel. Omdat de onderzoekers deze brief van de heer Ardesch niet hebben, kan op de inhoud van dit tegenvoorstel niet verder worden ingegaan. Herhaling aanbod gemeente Bij brief van 23 oktober 2019 reageert concerndirecteur 2 namens de gemeente op het tegenvoorstel van de heer Ardesch.

De gemeente ziet geen aanvullende redenen om de heer Ardesch nog verder tegemoet te komen dan het laatste voorstel dat concerndirecteur 2 op 4 oktober 2019 heeft gedaan.179 In de reactie van 23 oktober 2019 concludeert concerndirecteur 2 dat het voorstel van de gemeente en dat van de heer Ardesch teveel van elkaar verschillen om te kunnen overbruggen. Zij geeft een overzicht van de beide voorstellen en het verschil daartussen:

179 Brief van het college van B&W van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 23 oktober 2019.

55

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

‘Eis de heer Ardesch Vonnis Wellinga tegen gemaakte proceskosten Koffieclaim SteQ B.V. Meubilair Spinnerij Verhuur ruimte Spinnerij Aanbod gemeente Vonnis Wellinga i.p.v. koffieclaim SteQ B.V. Meubilair Spinnerij

Te overbruggen verschil

€ 16.217,39 € 26.150,00 € 12.152,00 € 6.000,00 € 60.519,39 € 16.217,39 € 10.840,00 € 27.057,39 € -33.462,00’

Daarbij zegt concerndirecteur 2 over het voorstel van de heer Ardesch: ‘Het verrekenen van de vordering die de gemeente op Wellinga heeft op grond van het vonnis van de Rechtbank Overijssel met de door u gestelde advocaatkosten is voor ons onbespreekbaar, mede gezien ook de eerdere gesprekken die met u gevoerd zijn om een rechtsgang in het dossier Wellinga te voorkomen.’ Concerndirecteur 2 herhaalt tot slot het aanbod van 4 oktober 2019 en geeft de heer Ardesch twee weken om daarop in te gaan. Gaat hij daarmee niet akkoord, dan vervalt het aanbod en gaat de gemeente over tot betekening van het vonnis van de Rechtbank Overijssel (inzake Wellinga B.V.). Afwijzing voorstel en mededeling van betekening van het vonnis Op 6 november 2019 laat de heer Ardesch het college weten niet in te gaan op het laatste aanbod van de gemeente om tot een minnelijke oplossing te komen. Per brief van 11 november 2019 bevestigt wethouder Diepemaat de ontvangst van de brief van 6 november 2019.180 Wethouder Diepemaat informeert de heer Ardesch in die brief ook dat de gemeente overgaat tot betekening van het vonnis van 5 maart 2019. Over de brief van de heer Ardesch van 6 november 2019 beschikken de onderzoekers niet.

4.6.7 Nieuw gesprek en memo vanuit de gemeente Op 30 oktober 2019 vindt er opnieuw een gesprek plaats tussen de gemeente (wethouder Diepemaat, concerndirecteur 2 en een jurist) en de heer Ardesch. Tijdens dit gesprek legt de heer Ardesch een aantal vragen voor aan de gemeente. Op 20 november 2019 beantwoordt de gemeente deze vragen in een memo die aan de heer Ardesch wordt toegestuurd. Omdat de onderzoekers niet over deze memo beschikken, kan op de inhoud ervan niet verder worden ingegaan.181 Op 30 november 2019 stuurt de heer Ardesch in reactie op de memo een brief aan het college waarin hij een samenvatting geeft van zijn reactie op de door de gemeente gegeven antwoorden.182 Bijgevoegd bij deze brief stuurt de heer Ardesch zijn reactie op de afzonderlijke antwoorden.183 De heer Ardesch zegt in de brief onder meer:

180 Brief van het college van B&W van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 11 november 2019. 181 Reactie op beantwoording van de door de heer Ardesch gestelde vragen door de gemeente Enschede op 20 november 2019,

30 november 2019 (aangeleverd door de heer Ardesch). 182 Brief van de heer Ardesch aan het college van B&W van de gemeente Enschede, 30 november 2019 (aangeleverd door de heer Ardesch). 183 Reactie op beantwoording van de door de heer Ardesch gestelde vragen door de gemeente Enschede op 20 november 2019, 30 november 2019 (aangeleverd door de heer Ardesch).

56

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

‘Wat voor mij na de overdracht van mijn werkzaamheden van de afdeling Werk en Economie naar de afdeling Vastgoed al snel duidelijk werd, is nu ook op papier volledig bewaarheid geworden door gemeentelijke beantwoording van mijn vragen. Er is op grote schaal sprake van onzorgvuldigheid, onvolledig en onjuist handelen door het ambtelijk apparaat. Burgemeester en Wethouders zijn in gebreke gebleven om hiertegen op te treden en daarnaast daaraan via wethouders zelf mee te werken. Voor de bewijslast hiervan zie mijn reactie op de beantwoorde vragen door de gemeente. Hierdoor ben ik buitengewoon geschaad, zodanig dat mijn bedrijven Wellinga en SteQ feitelijk in staat van faillissement zijn en mijn gezondheid door deze handelwijze ernstig is aangetast.’ Verder geeft de heer Ardesch aan wat hij als beste oplossing ziet op dat moment: ‘Namelijk om een onafhankelijk onderzoek in te stellen, zoals door de Klachtencommissaris in haar advies van 2017 is voorgesteld. Uiteraard met medeneming van ontwikkelingen nadien. Een beslissing heeft uw college op dit advies nooit genomen. Het is ambtelijk afgedaan.

Hetzelfde geldt voor de door mij op 18 januari 2018 ingediende klacht op grond van de Verordening klachtbehandeling gemeente Enschede.’ Als de gemeente de route van onafhankelijk onderzoek niet meer als een mogelijke weg ziet, dan ziet de heer Ardesch als alternatieve oplossing het betrekken van een onafhankelijke financieel-juridisch onderlegde derde als intermediair bij hernieuwde onderhandelingen over een schikking. Als het tot een schikking zou komen, moeten beide partijen volgens de heer Ardesch ‘water bij de wijn doen’. Op 4 december 2019 mailt de heer Ardesch zijn reactie op de memo van 20 november 2019 ook aan concerndirecteur 2.184 Ook stuurt hij aan concerndirecteur 2 de brief die hij op 30 november 2019 aan het college heeft gezonden en een mail die hij op 29 september 2017 aan de gemeenteadvocaat heeft gestuurd.185 4.6.8 Beëindiging dossiers Wellinga B.V. en SteQ B.V. Een medewerker van de gemeente Enschede mailt de heer Ardesch op 4 december 2019.186 De medewerker geeft aan dat bij het laatste gesprek op 30 oktober 2019 de gesprekken en onderhandelingen over zowel Wellinga B.V. als SteQ B.V. definitief zijn beëindigd. De vragen die de heer Ardesch tijdens dat gesprek heeft gesteld zijn volgens hem door een jurist van de gemeente beantwoord in de memo van 20 november 2019.

Er is door het college kennisgenomen van de reactie van de heer Ardesch (de mail van 30 november 2019), maar de gemeente ziet geen aanleiding om haar standpunt te wijzigen. De jurist van de gemeente geeft aan dat de dossiers Wellinga B.V. en SteQ B.V. wat de gemeente betreft definitief zijn beëindigd. De medewerker sluit af met de mededeling dat de gemeente dan ook niet meer zal reageren op e-mails of stukken die de heer Ardesch aan de gemeente stuurt inzake Wellinga B.V. of SteQ B.V. Vervolgens dient de heer Ardesch onder meer naar aanleiding van deze mail op 13 februari 2020 een klacht in bij het college (zie paragraaf 5.5).

184 Mail van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 4 december 2019. 185 Mail van de heer Ardesch aan concerndirecteur 2, 29 september 2017 (aangeleverd door de heer Ardesch). 186 Mail van een medewerker van de gemeente Enschede aan de heer Ardesch, 4 december 2019.

57

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

4.7 De afronding van het zakelijk geschil Nadat de gesprekken en onderhandelingen over een minnelijke oplossing tussen de heer Ardesch en de gemeente eind 2019 zijn beëindigd, speelt zich een aantal gebeurtenissen af. In 2020 zijn er op drie verschillende momenten artikel 35-vragen gesteld door gemeenteraadsleden aan het college omdat de betreffende raadsleden twijfels hadden over het handelen van de organisatie richting de heer Ardesch, dan wel zijn bedrijven Wellinga B.V. en SteQ B.V. Naar aanleiding van de beantwoording van die vragen stuurt de heer Ardesch in februari, mei en december 2021 verschillende mails naar de gemeenteraad en het college over onjuiste beantwoording van de artikel 35-vragen door het college. Ook is er binnen de organisatie van de gemeente een informatiesessie gehouden over de casus op 5 oktober 2021. De hiervoor genoemde ontwikkelingen en gebeurtenissen worden behandeld in hoofdstuk 6, dat gaat over de betrokkenheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester in de zaak Ardesch. In dit hoofdstuk ligt de focus op het zakelijke geschil en daarbij is van belang dat na de voornoemde gebeurtenissen, sinds maart 2022 opnieuw gesprekken en onderhandelingen hebben plaatsgevonden tussen de heer Ardesch en de gemeente om tot een onderlinge oplossing te komen.

4.7.1 ‘Finaal’ aanbod van de gemeente Op 21 maart 2022 is er een ‘laatste’ minnelijk overleg geweest tussen de heer Ardesch, zijn advocaat, de wethouder en de gemeenteadvocaat. Dit blijkt uit een e-mail van de gemeenteadvocaat van 6 december 2022. 187 Daarin beschrijft de gemeenteadvocaat dat het gesprek op initiatief van de advocaat van de heer Ardesch tot stand is gekomen en dat er tussen de twee advocaten op 22 november 2022 telefonisch contact is geweest. In het gesprek op 21 maart 2022 heeft de advocaat van de heer Ardesch volgens de gemeenteadvocaat gevraagd of partijen ‘nog eenmaal om tafel konden om in een finaal gesprek de mogelijkheid van een minnelijke regeling te bespreken’. De gemeente heeft naar aanleiding van dat verzoek op 6 december 2022 een finaal minnelijk aanbod gedaan, bestaande uit: 1. ‘Kwijtschelding van de openstaande vordering op Wellinga van € 16.097,39 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf datum vonnis + kosten; 2. Nabetaling van een bedrag van € 30.000,- aan de heer Ardesch (als vertegenwoordiger van Wellinga & SteQ). Per saldo betekent dit, dat uw cliënt een vergoeding van circa € 50.000 wordt geboden.’ Dit aanbod komt dus in plaats van de eerder geboden vergoeding van ongeveer € 27.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=f7d01b0d-b436-4861-bd2e-2fcf61b487a1