CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Orde op zaken in het stadhuis

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Lessen onderzoek Orde op zaken in het stadhuis52.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

De gemeenteadvocaat benadrukt dat de gemeente van mening is ‘een zeer coulant bod’ te doen en dat er geen bereidheid bestaat om dit aanbod nogmaals te verhogen. De heer Ardesch heeft twee weken om te laten horen of hij gebruik wenst te maken van het aanbod. Na de twee weken vervalt het aanbod. Op 29 december 2022 mailt de advocaat van de heer Ardesch dat hij nog niet op het voorstel heeft kunnen reageren wegens ziekte en drukte aan de zijde van de advocaat, maar dat hij 5

187 Mail van de gemeenteadvocaat aan de advocaat van de heer Ardesch, 6 december 2022.

58

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

januari 2023 met de heer Ardesch spreekt.188 Hij vraagt om enig uitstel van de geldigheidstermijn van het aanbod in verband met de vakantieperiode. Op 2 januari 2023 reageert de gemeenteadvocaat dat de reactietermijn al geruime tijd is verstreken.189 De gemeenteadvocaat zal echter de gemeente adviseren het aanbod gestand te doen als de heer Ardesch het aanbod accepteert. Hij dient dat uiterlijk diezelfde week te laten weten vanwege de voorbereidingstijd voor de mondelinge behandeling van twee Woo-verzoeken van de heer Ardesch bij de rechtbank op 17 januari 2023 (zie hoofdstuk 7). Het aanbod geldt immers tegen finale kwijting.190 Op 6 januari 2023 reageert de advocaat van de heer Ardesch dat de heer Ardesch bereid is het voorstel te accepteren.191 Er lopen echter nog een aantal zaken die niet meer stopgezet kunnen worden. Het gaat hierbij om de medewerking van de heer Ardesch aan: een tweede deel van de documentaire van 1Twente, onderzoek door de raad naar het VBE, een interpellatiedebat in de raad, onderzoek naar angstcultuur binnen de gemeente en twee mondelinge behandelingen bij de rechtbank op 17 januari 2023 met betrekking tot twee Woo-verzoeken van de heer Ardesch. De gemeenteadvocaat mailt op 12 januari 2023 en is van mening dat er onder de voorwaarden van de heer Ardesch geen sprake is van een afspraak tegen finale kwijting.

Het aanbod had immers als doel ‘de strijdbijl te begraven’ en de medewerking van de heer Ardesch aan de onderzoeken en het voeren van de gerechtelijke (Woo) procedures staan hier haaks op. De gemeente zal alleen instemmen met een minnelijke regeling indien de heer Ardesch toezegt (pro)actief geen acties meer richting de gemeente te ondernemen waaronder ook wordt verstaan het intrekken van de lopende Woo-procedures. In verband met de geplande zittingen voor de Woo-procedures verzoekt de huisadvocaat van de gemeente reactie uiterlijk 16 januari 2023 voor 12.00 uur.192 Op 23 januari 2023 laat de gemeenteadvocaat per e-mail aan de advocaat van de heer Ardesch weten dat het aanbod van de gemeente komt te vervallen omdat de heer Ardesch niet binnen de gestelde termijn op het aanbod in is gegaan. De gemeenteadvocaat ziet geen bereidheid aan de zijde van de heer Ardesch tot het ‘begraven van de strijdbijl’. De advocaat van de heer Ardesch reageert dezelfde dag en laat weten het door te geven aan de heer Ardesch en het dossier te sluiten.193 4.7.2 Onderhandelingen met een onafhankelijke schade-expert Sinds 2024 zijn de gemeente en de heer Ardesch opnieuw met elkaar in gesprek om tot een oplossing te komen. Bij deze gesprekken is een onafhankelijke schade-expert betrokken.

De aanleiding om deze gesprekken weer te beginnen is de motie Orde op zaken in het stadhuis, die door de raad op 1 juli 2024 is aangenomen. In de motie draagt de raad het college op om ‘onder leiding van een extern expert (bijvoorbeeld een schade-expert) in een minnelijk traject met Ardesch te komen tot een financiële oplossing waarbij er recht wordt gedaan aan het uitgangspunt dat de gemeente in het verleden ten onrechte juridische procedures is gestart.’194 188 Mail van de advocaat van de heer Ardesch aan de gemeenteadvocaat, 29 december 2022. 189 Mail van de gemeenteadvocaat aan de advocaat van de heer Ardesch, 2 januari 2023. 190 Finale kwijting houdt in dat partijen afspreken dat zij tot een definitieve afwikkeling van een geschil komen en dat zij afspreken

dat na het uitvoeren van de door hen gemaakte afspraken, zij niets meer van elkaar te vorderen hebben. 191 Mail van de advocaat van de heer Ardesch aan de gemeenteadvocaat, 6 januari 2023. 192 Mail van de gemeenteadvocaat aan de advocaat van de heer Ardesch 12 januari 2023. 193 Mailwisseling tussen de advocaat van de heer Ardesch en de gemeenteadvocaat, 23 januari 2023. 194 Motie ‘Orde op zaken in het stadhuis’ van D66, PVV, Groenlinks, SP en EnschedeAnders.nl, 10 juni 2024.

59

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Op 25 juli 2024 spreken de wethouder en een ambtenaar met de heer Ardesch en een schadeexpert. Tijdens dit gesprek wordt aan de heer Ardesch een voorschot van € 30.000 toegezegd.195 Het bedrag moet volgens de gemeente worden opgevat als een voorschot op de schade die door de schade-expert zal worden vastgesteld. Het voorschot wordt rond de zomer van 2024 aan de heer Ardesch uitbetaald.196 In de zomerperiode van 2024 wordt het college hierover geïnformeerd door de wethouder. Op 31 juli 2024 spreken twee ambtenaren van de gemeente opnieuw met de heer Ardesch en de schade-expert. Op 30 augustus 2024 heeft een ambtenaar van de gemeente telefonisch contact met de schade-expert over de stand van zaken. Door omstandigheden kon er op dat moment nog geen schadeberekening worden opgesteld. Op 7 april 2025 stuurt de gemeente de heer Ardesch een brief waaruit blijkt dat de gemeente een tweede voorschot van € 20.000 zal overmaken. Uit de brief blijkt dat dit een voorlopige maatregel is om de impact op zijn situatie te verlichten. De voorschotten zullen later worden verrekend met de definitieve financiële afronding.197 De onderzoekers beschikken niet over documenten van latere gesprekken, maar de onderhandelingen lopen ten tijde van dit onderzoek nog steeds. Daarin is het doel om tot een schadeberekening te komen onder begeleiding van de onafhankelijke schade-expert.

4.8 Conclusie Het zakelijk geschil tussen de gemeente en de bedrijven van de heer Ardesch kent een voorgeschiedenis Uit het feitenrelaas blijkt dat er zich vóór 2016 al (betalings)problemen voordeden met de bv’s van de heer Ardesch waar de gemeente zaken mee deed. Deze betalingsproblemen lijken zich op basis van de documentenstudie in ieder geval al vanaf 2012 – het jaar dat Wellinga Printsystemen B.V. in de Spinnerij trok – voor te doen. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat voordat het VBE de Spinnerij in 2016 in beheer kreeg, het beheer van de Spinnerij de verantwoordelijkheid was van de afdeling Economie en Werk. Gesprekspartners geven aan dat de afspraken die de heer Ardesch en de afdeling Economie en Werk hadden, laagdrempelig waren; afspraken waren niet allemaal op papier vastgelegd. Toen de Spinnerij overging naar de portefeuille van het VBE kwam hier verandering in. Het VBE had een meer zakelijkere houding en wilde afspraken vastleggen. Dit was anders dan de heer Ardesch gewend was. Het ontbreken van vastgelegde afspraken leidde ook tot discussies over onder meer het gebruik van ruimten, het gebruik van de koffie- en theevoorziening door coupéhuurders, de werkzaamheden en bijbehorende vergoedingen.

De ontwikkeling naar een meer zakelijkere relatie tussen de gemeente en de bedrijven van de heer Ardesch, heeft daardoor een rol gespeeld in het ontstaan van het geschil.

195 Brief van een concerndirecteur aan de heer Ardesch, 2 augustus 2024. 196 De precieze datum kunnen de onderzoekers niet achterhalen. 197 Brief van een concerndirecteur aan de heer Ardesch, 7 april 2025.

60

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Aan de betalingsregelingen wordt grotendeels voldaan, maar ondertussen ontstaan weer nieuwe betalingsachterstanden Uit het onderzoek blijkt dat Wellinga Printsystemen B.V. in 2016 twee betalingsregelingen had. De eerste betalingsregeling met de gemeente was bedoeld om het openstaande saldo van € 6.137,91 voor openstaande facturen van begin 2016 af te lossen. Afgesproken werd dat Wellinga B.V. maandelijks € 1.000 zou overmaken. Wellinga B.V. maakt deze bedragen tijdig naar de gemeente over. Uit de feitenreconstructie maken wij op dat deze betalingsregeling, op € 949,60 na, is voldaan. De tweede betalingsregeling werd getroffen tussen Walas en Wellinga Printsystemen B.V. op 9 juni 2016. Wellinga B.V. voldeed vier weken lang aan de afspraak om wekelijks € 1.000 over te maken. Het is ons niet duidelijk geworden of die betalingsregeling daarmee was voldaan, omdat het totale bedrag dat Wellinga B.V. aan Walas schuldig was niet uit de documenten is te herleiden. Wel wordt later duidelijk dat in de periode april 2016 tot en met september 2016 facturen niet zijn betaald. Walas vraagt Wellinga B.V. in september 2016 het openstaande bedrag van ruim € 18.000 binnen twee weken te voldoen. Wellinga B.V. doet dat niet, maar stelt voor wekelijks € 1.000 over te maken. Wellinga B.V.

voldoet voor zover de onderzoekers kunnen vaststellen op € 2.000 na aan deze – door de heer Ardesch zelf voorgestelde – betalingsregeling. Ondanks dat Wellinga B.V. sinds het najaar van 2016 wekelijks € 1.000 aflost, ontstaan ondertussen weer nieuwe betalingsachterstanden omdat nieuwe facturen niet worden betaald. De reden voor het stopzetten van de betalingsregeling blijft onduidelijk Het is voor ons onduidelijk gebleven wat precies de reden was voor het stopzetten van de betalingsregeling tussen Walas en Wellinga B.V. door Walas. Ook de rechter zegt in het vonnis van 5 maart 2019 dat het onduidelijk is waarom de betalingsregeling gestopt is. Dit sluit ook aan bij de bevindingen uit het verificatieonderzoek van Hogeschool Saxion, waarin de onderzoekers van Saxion concluderen dat er over de stopzetting van de betalingsregeling in de mail van 26 oktober 2016 (die overigens van een medewerker van Walas komt) slechts in één zin, zonder nadere motivering, wordt medegedeeld dat de betalingsregeling wordt stopgezet. Door het stopzetten van de betalingsregeling tussen Walas en Wellinga B.V. kon de gemeente samen met Walas optrekken in een juridische procedure. Het bedrag dat Wellinga B.V. in het kader van de betalingsregeling met de gemeente nog niet had betaald, bedroeg minder dan € 1.000. Het grootste deel van de vordering bestond dus uit betalingsachterstanden van Wellinga B.V.

bij Walas. Wij hebben wel enkele interne gemeentelijke mailwisselingen ontvangen over het stopzetten van de betalingsregeling (deze mails zijn van voordat de betalingsregeling werd gestopt). Uit die mailwisselingen maken we op dat de insteek van de gemeente (VBE) is geweest de samenwerking met de heer Ardesch zo snel mogelijk te beëindigen. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze mails zijn verstuurd in de periode dat de gemeente nog eigenaar was van de Spinnerij, maar Walas verantwoordelijk was voor de exploitatie en het beheer van de Spinnerij. Uit de mailwisselingen blijkt dat het hoofd van VBE vond dat ‘Wellinga al heel lang de gemeente Enschede aan het lijntje houdt’, daarnaast blijkt uit de mails dat de gemeente wilde dat de huurachterstand niet nog verder opliep. De gemeente wilde graag af van Wellinga als huurder: ‘Zoals je leest is het afhankelijk van hoe graag de debiteur in het pand wil blijven of weet hoe

61

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

de “incasso vertragingstechniek” werkt of deze zaak voor 1-7-2017 is afgerond.’ Het is ons niet duidelijk waar die haast vandaan komt, mede gelet op het feit dat Walas sinds 1 april 2016 verantwoordelijk was voor de exploitatie en het beheer van de Spinnerij. Overigens liep het huurcontract met Wellinga Printsystemen B.V. ook af per 1 juli 2017 en voorzag de overeenkomst niet in een (stilzwijgende) verlenging. Gelet op de problemen die er waren met de betalingen van Wellinga Printsystemen B.V. is het volgens onderzoekers te begrijpen dat de gemeente de contracten wilde beëindigen. Tegelijkertijd constateren onderzoekers dat de gemeente (en dus ook het VBE) zich daarbij te houden heeft aan de private en bestuursrechtelijke rechtsregels én de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zo heeft het college als opdracht zijn taak zorgvuldig en zonder vooringenomenheid te vervullen, waaronder ook verstaan wordt het fair behandelen van een burger en het met open vizier tegemoet treden van de burger.198 Deze zorgvuldigheid wordt ook gevraagd als sprake is van privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals het opzeggen van overeenkomsten.199 Wij constateren dat het college Wellinga Printsystemen B.V. niet met open vizier tegemoet is getreden, maar vooringenomen heeft gehandeld.

Dit blijkt onder andere uit het beëindigen van de betalingsregeling door de gemeente (feitelijk door het VBE), het gezamenlijk met Walas optrekken en de interne communicatie waaruit spreekt dat men van de heer Ardesch af wilde. Dit beeld wordt versterkt door de constatering dat de Spinnerij meerdere huurders met betalingsproblematiek had, die wel door Walas ‘overgenomen’ zijn. Verder wordt opgemerkt dat een medewerker van het Deurwaarderskantoor Enschede (DWK) op 14 december 2016 aan de heer Ardesch verzoekt contact op te nemen om (weer) een betalingsregeling te treffen. Een aantal dagen later, op 19 december 2016, laat het DWK in opdracht van de gemeente weten dat het toch niet meer mogelijk is om een betalingsregeling te treffen. Daarnaast dient de volledige huurachterstand, die € 23.563,89 bedraagt, binnen een week ineens te worden voldaan. Wij menen dat deze handelswijze niet de handelswijze is die van een betrouwbare en voorspelbare overheid verwacht mag worden. De gemeente is te snel een juridische procedure gestart Van een overheid mag verwacht worden dat wordt gestreefd naar het voorkomen van onnodige procedures, door het zoeken naar een passende oplossing, bijvoorbeeld met mediation. We constateren dat de gemeente te snel is overgegaan tot het starten van een juridische procedure tegen Wellinga B.V.

Uit de documenten blijkt dat volgens het hoofd van het VBE de situaties rondom SteQ B.V. en Wellinga B.V. als twee aparte trajecten moeten worden gezien. Dit rechtvaardigde volgens het VBE het starten van een dagvaardingsprocedure richting Wellinga B.V. – ondanks de door de heer Ardesch op 9 maart 2017 ingediende klacht. De klacht lijkt echter niet specifiek te gaan om SteQ B.V., maar zelfs eerder om het geschil met Wellinga B.V. (over de huurachterstanden). Wij kunnen deze redenering dan ook niet volgen. Opvallend daarbij is ook dat het VBE de heer Ardesch nadrukkelijk heeft verzocht om vanuit SteQ B.V. geen juridische stappen richting de gemeente te ondernemen. Ook het college erkent in de brief van 16 december 2024 aan de raad dat er in dit dossier te snel is overgegaan tot juridische stappen vanuit een meer privaatrechtelijk perspectief. Er is ook volgens het college onvoldoende rekening gehouden met wat vanuit de publieke verantwoordelijkheid van een overheid mag worden verwacht. Wij bevestigen dit standpunt van het college.

198 Artikel 2:4 jo. Afdeling 3.2 jo. artikel 3:1, tweede lid Algemene wet bestuursrecht. 199 Artikel 3:14 Burgerlijk Wetboek.

62

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Uit de feitenreconstructie en de gevoerde gesprekken is niet duidelijk geworden of het college (al dan niet in mandaat) daadwerkelijk besloten heeft tot het starten van de dagvaardingsprocedure. Dit is, gelet op artikel 160, eerste lid en onder e van de Gemeentewet, wel noodzakelijk. Dat gegeven wordt ook onderkend door gesprekspartners waarbij aangegeven is dat het gebruikelijk is in dergelijke situaties een formeel collegebesluit te vragen. Op basis van de feitenreconstructie komen onderzoekers tot de conclusie dat het besluit genomen is door het VBE. Of er vooraf bestuurlijke afstemming heeft plaatsgevonden is onbekend. De gemeente blijft zich inzetten om te komen tot een afwikkeling van het zakelijk geschil In maart 2019 komt de kantonrechter met een vonnis. Wellinga B.V. en de gemeente worden deels in het (on)gelijk gesteld in hun vorderingen en – kort samengevat – dient Wellinga B.V. per saldo ongeveer € 16.000 aan de gemeente te betalen. Hierbij kan opgemerkt worden dat het grootste gedeelte van de vordering van de gemeente bestond uit bedragen die Wellinga B.V. schuldig zou zijn aan Walas. Na het vonnis gaan de onderhandelingen tussen de heer Ardesch namens SteQ B.V. en Wellinga B.V. en de gemeente door. Op 4 oktober 2019 komt de gemeente met een aanbod aan de heer Ardesch van € 27.000.

In deze fase lijken de onderhandelingen erop gericht om samen tot een afronding van het geschil te komen. Op basis van de documenten blijkt dat de gemeente in gesprek blijft met de heer Ardesch. De heer Ardesch accepteert het aanbod niet. Daarom wordt op 23 oktober 2019 het aanbod van de gemeente herhaald. Daarbij wordt aangegeven dat als het bod niet geaccepteerd wordt, het vonnis over twee weken wordt betekend. Opmerkelijk is dat dit uiteindelijk niet wordt gedaan. Partijen lijken, ondanks de insteek tot een oplossing te komen, inhoudelijk niet naar elkaar toe te bewegen. Zo is de gemeente niet bereid om de door de heer Ardesch gestelde gemaakte proceskosten van ongeveer € 16.000 te vergoeden. Ook het verrekenen van de vordering die de gemeente op Wellinga B.V. heeft met de door de heer Ardesch gestelde advocaatkosten is voor de gemeente onbespreekbaar. Tegelijkertijd heeft ook de heer Ardesch niet onderhandelbare uitgangspunten. In een e-mail geeft de directeur bedrijfsvoering hierover aan: ‘mede gezien ook de eerdere gesprekken die met u gevoerd zijn om een rechtsgang in het dossier Wellinga te voorkomen.’ Dit is een opmerkelijke onderbouwing gelet op het feit dat de gemeente Wellinga B.V. dagvaardde (terwijl er een klachtenprocedure liep). We merken op dat ten tijde van dit onderzoek de onderhandelingen om tot een afronding van het geschil te komen nog lopen.

63

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

5 Klachten van de heer Ardesch

5.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we het verloop van de behandeling van een aantal klachten die de heer Ardesch bij de gemeente en de Nationale ombudsman heeft ingediend. Het gaat samengevat om de volgende klachten: 1. Klacht bij de gemeente over problematiek met de afdeling Vastgoed (maart 2017) 2. Klacht bij de gemeente over hoe de heer Ardesch behandeld is in het zakelijk geschil (januari 2018) 3. Klacht bij de Nationale ombudsman over het niet in behandeling nemen van de klacht van januari 2018 door de gemeente (voorjaar 2018) 4. Klacht bij de gemeente over dat hij ‘monddood’ wordt gemaakt (klacht februari 2020) We bespreken de klachten chronologisch in onderstaande paragrafen.

5.2 Klacht 1 – 9 maart 2017 Op 9 maart 2017 deelt de heer Ardesch een omschrijving van zijn problematiek met de afdeling Vastgoed van de gemeente Enschede met klachtencommissaris 1.200 Ook heeft de heer Ardesch die dag een gesprek met de klachtencommissaris. Een dag later mailt klachtencommissaris 1 de heer Ardesch terug en vat zij de klacht als volgt samen:201 1. ‘de gemeente Enschede gedraagt zich tegenover u niet 'eerlijk en betrouwbaar', gezien het door u gestelde gegeven dat u gevraagd wordt facturen te betalen die niet ten laste van u zouden moeten komen; 2. de gemeente Enschede gedraagt zich tegenover u niet 'betrokken en oplossingsgericht', gezien het door u gestelde gegeven dat noch [de directeur van het vastgoedbedrijf], noch [de wethouder], op dit moment met u in gesprek willen gaan om tot een oplossing te komen en te voorkomen dat er juridische procedures moeten worden gevolgd.’

200 Mail van de heer Ardesch aan klachtencommissaris 1, 9 maart 2017. 201 Mail van klachtencommissaris 1 aan de heer Ardesch, 10 maart 2017.

64

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Verder geeft de klachtencommissaris aan dat zij de klachten zal voorleggen aan de organisatie voor een reactie. Zij zal verkennen of zij middels een interventie beweging kan krijgen in het conflict. De positie van de klachtencommissaris Gemeente Enschede heeft sinds 1 januari 2015 een klachtencommissaris. Uit artikel 3 lid 1 van de Verordening klachtbehandeling gemeente Enschede die tot 14 oktober 2017 in werking was, volgt dat de klachtencommissaris belast was met de behandeling en advisering van een klacht tegen een gedraging als bedoeld in artikel 9:1 van de Awb van een bestuursorgaan, een lid van een bestuursorgaan of een medewerker.202 Behandeling betekent het onderzoeken van de klacht, inclusief het horen van de klager en de beklaagde. De adviestaak houdt in dat procedurele beslissingen, zoals het verzenden van een ontvangstbevestiging en het verdagen van de afhandeling van de klacht, kunnen worden verricht.203 Uit een rapport van de NSOB uit 2016 over de klachtencommissaris in Enschede blijkt dat in de loop van de inrichting van de klachtencommissaris het adviseren over klachten is omgezet in het afdoen van klachten, daartoe zou mandaat zijn verleend.204 Voor wat betreft de bevoegdheid van de raad om een besluit op een klacht te nemen, was dit in de verordening gemandateerd aan de klachtencommissaris. De verordening voor klachtenbehandeling is in 2017 herzien.

In de nieuwe verordening is expliciet aandacht voor de onafhankelijke positie van de klachtencommissaris. De herziene verordening is op 10 april 2017 in de gemeenteraad vastgesteld en is op 13 oktober 2017 gepubliceerd en op 14 oktober 2017 in werking getreden.205 Ook uit artikel 2 lid 1 van die verordening volgt dat de klachtencommissaris belast is met de behandeling van en advisering over klachten. In de nieuwe verordening is geen mandaat verleend aan de klachtencommissaris om te beslissen op klachten namens de raad. Ook is in het mandaatbesluit gemeente Enschede 2018206 en het mandaatbesluit gemeente Enschede 2020207 geen mandaat verleend voor het afdoen van klachten door de klachtencommissaris. Overigens is in het mandaatbesluit gemeente Enschede 2023 wel bepaald dat de klachtencommissaris klachten niet-ontvankelijk kan verklaren.208 Op 15 maart 2017 stuurt het hoofd van het VBE namens het college, mede naar aanleiding van de klacht van de heer Ardesch, een brief naar de advocaat van de heer Ardesch.209 De brief is een reactie op de aansprakelijkheidsstelling210 van de gemeente door SteQ B.V. In de brief wordt aangegeven dat de heer Ardesch op korte termijn een overleg zal hebben met de wethouder in het kader van zijn klacht. De uitkomsten van dat gesprek kunnen mogelijk gevolgen hebben voor de aansprakelijkstelling.

In de brief wordt de heer Ardesch verzocht in de tussentijd niet over te gaan tot het nemen van rechtsmaatregelen tegen de gemeente.

202 Verordening klachtenbehandeling gemeente Enschede, geldend van 1 januari 2015 tot en met 13 oktober 2017. 203 Tekst en commentaar, Algemene wet bestuursrecht, 2021, p. 1270. 204 NSOB, De klachtencommissaris in de gemeente Enschede; evaluatie van de inrichting, 1 maart 2016; Gemeenteblad 2015 nr.

85613, mandaatbesluit klachtenbehandeling gemeente Enschede, 17 juni 2015. 205 Verordening klachtenbehandeling gemeente Enschede, geldend vanaf 14 oktober 2017. 206 Mandaatbesluit gemeente Enschede 2018. 207 Mandaatbesluit gemeente Enschede 2020. 208 Mandaatbesluit gemeenten Enschede 2023. 209 Brief van het college aan de advocaat van de heer Ardesch, 15 maart 2017. 210 Door middel van een aansprakelijkheidsstelling kan een partij een andere partij aansprakelijk stellen voor geleden schade en om een vergoeding van die schade vragen.

65

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Op diezelfde dag – woensdag 15 maart 2017 – mailt het hoofd van het VBE klachtencommissaris 1. Hij mailt: ‘Beste [klachtencommissaris], We hebben deze brief vandaag laten uitgaan m.b.t. het aanhouden van een inhoudelijke reactie op de aansprakelijkheidsstelling. Daarnaast is het goed om te weten dat we wel een dagvaarding uit doen m.b.t. de huurachterstand van een andere BV [Wellinga B.V.] van de heer Ardesch, zie Word bijlage. Ik ga er vanuit dat we dit [SteQ B.V. en Wellinga B.V.] als 2 gescheiden trajecten kunnen/moeten zien.’211 Op 17 maart 2017 mailt het hoofd van het VBE klachtencommissaris 1 met de vraag of er al een afspraak is gepland met de heer Ardesch.212 Op 20 maart 2017 mailt klachtencommissaris 1 de heer Ardesch. Zij geeft aan dat zij zojuist contact hebben gehad en dat zij afgelopen week met het hoofd van het VBE en de wethouder heeft gesproken. De klachtencommissaris heeft de heer Ardesch geadviseerd om zijn klacht, ter voorbereiding op het gesprek met de wethouder, in eigen woorden op papier te zetten. De klachtencommissaris zal de omschrijving vervolgens doorsturen aan het hoofd van het VBE en de wethouder. Uit de mail volgt verder dat de heer Ardesch heeft aangegeven dat hij het op prijs stelt als de klachtencommissaris als onafhankelijk gespreksleider bij het gesprek is.213 Dagvaarding van Wellinga B.V.

door het VBE Op 27 maart 2017 dagvaardt de gemeente (het VBE) Wellinga B.V. met een vordering wegens de huurachterstand. Op 27 maart 2017 mailt de heer Ardesch klachtencommissaris 1. Hij geeft aan dat de dagvaarding van Wellinga B.V. door de gemeente is ontvangen. Hij geeft aan dat hij wordt verwacht om bij de rechtbank te verschijnen, maar gaat ervan uit dat ‘dit berust op een samenloop van omstandigheden.’ Het lijkt hem verstandig om eerst een gesprek af te wachten.214 Op 28 maart 2017 mailt de klachtencommissaris de heer Ardesch met het verzoek een afspraak te plannen met onder meer wethouder Hatenboer. Naar aanleiding van deze mail reageert de heer Ardesch op 29 maart 2017 richting zijn advocaat dat Wellinga B.V. 27 maart 2017 gedagvaard is en dat hij zich afvraagt wat dat voor zin heeft als het gesprek met de wethouder nog moet plaatsvinden.215 Diezelfde dag, 29 maart 2017, mailt zijn advocaat het DWK met de mededeling dat de dagvaarding van de gemeente is ontvangen. Ook geeft hij aan dat het gesprek met de wethouder is gepland, waar onder meer de dagvaarding zal worden besproken.216

211 Mail van het hoofd van het VBE aan klachtencommissaris 1, 15 maart 2017. 212 Mail van het hoofd van het VBE aan klachtencommissaris 1, 17 maart 2017. 213 Mail van klachtencommissaris 1 aan de heer Ardesch, 20 maart 2017. 214 Mail van de heer Ardesch aan klachtencommissaris 1, 27 maart 2017. 215 Mailwisseling tussen het secretariaat van de klachtencommissaris en de heer Ardesch van 28 maart 2017 en de heer Ardesch

en zijn advocaat van 29 maart 2017. 216 Mail van de advocaat van de heer Ardesch aan het DWK, 29 maart 2017.

66

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Op 3 april 2017 mailt de heer Ardesch klachtencommissaris 1. Hij geeft aan dat de relatie tussen de gemeente en Wellinga B.V. en SteQ B.V. zeer verstoord is. Hij geeft aan dat hij denkt dat het goed zou zijn als een onafhankelijk persoon of organisatie het geheel gaat oplossen. Verder zegt de heer Ardesch dat zijn ondernemingen onheus bejegend worden.217 De heer Ardesch verwijst in zijn mail naar een mail in de bijlage van Walas B.V. aan de gemeente van 2 februari 2017. In die mail laat Walas B.V. aan een medewerker van het VBE weten wat volgens Walas B.V. de afspraken zijn met betrekking tot het gebruik van ruimten. De mail sluit af met ‘Walas overweegt serieus aangifte wegens verduistering, fraude alsmede juridische procedures tegen beide bedrijven o.a. wegens smaad.’218 Op 19 april 2017 vindt een gesprek plaats met de wethouder, het hoofd van het VBE, de heer Ardesch, zijn ondersteuner en klachtencommissaris 1 over de klacht. Voorafgaand aan dat gesprek heeft de klachtencommissaris ook al afzonderlijk met de heer Ardesch en het hoofd van VBE gesproken.

Op 21 april 2017 brengt klachtencommissaris 1 naar aanleiding van het gesprek op 19 april 2017 het volgende advies uit aan de heer Ardesch, de wethouder en het hoofd van het VBE: ‘Mijn advies luidt om de reeds ingezette juridische stappen ‘on hold’ te zetten en een onafhankelijk juridisch adviseur een feitenonderzoek op (cruciale) hoofdlijnen te laten verrichten, alvorens juridische procedures voort te zetten. Tevens adviseer ik de gemeente de kosten voor het onderzoek op zich te nemen. Beide partijen moet gelegenheid geboden worden de kernvragen voor het onderzoeksvragen aan te leveren en een dossier waaruit antwoorden kunnen worden afgeleid. Het onderzoek moet binnen zo kort mogelijke tijd worden uitgevoerd teneinde bij te dragen aan besparing van geld, tijd en energie van direct betrokkenen.

De inhoudelijke uitkomst van het onderzoek kan een eventueel vervolg in de vorm van een juridisch proces ten goede komen.’219 Uit de mail van de klachtencommissaris blijkt verder dat het hoofd van het VBE in het gesprek van 19 april 2017 heeft aangegeven ‘juridische vervolgstappen zonder voorafgaand onderzoek of nader gesprek te willen voortzetten.’ Naar aanleiding van het advies van klachtencommissaris 1 hebben concerndirecteur 1 en de heer Ardesch op 16 mei 2017 een afspraak en op 22 mei, 7 en 8 juni 2017 telefonisch en via de mail contact.220 Op 29 mei 2017 mailt de advocaat van de heer Ardesch de gemeenteadvocaat. Hij zegt dat de klachtencommissaris geoordeeld heeft dat het uitvoeren van een onafhankelijk juridisch onderzoek wenselijk is en dat de gemeente vervolgens heeft aangedrongen op een gesprek om een regeling te bewerkstelligen. Daarop heeft de heer Ardesch, zo blijkt uit de mail, de verschillende schadeonderdelen schriftelijk toegelicht. De advocaat van de heer Ardesch geeft aan dat de gemeente met de inhoud van de brief weer een ‘grote pas terug in de tijd’ zet. De brief van de gemeente waarnaar wordt verwezen hebben de onderzoekers niet ontvangen. Verder staat in de brief: ‘Wanneer u nu weer de deur dichtgooit door te stellen dat SteQ B.V. geen vordering heeft, is het niet zinvol in gesprek te gaan.

Laat dan het onafhankelijk juridisch 217 Mail van de heer Ardesch aan klachtencommissaris 1, 3 april 2017. Waarschijnlijk doelt de heer Ardesch hier op het mailcontact

tussen hem, de gemeente/het VBE en/of Walas. 218 Interne mailwisseling tussen het VBE, 2 februari 2017. 219 Mail van klachtencommissaris 1 aan de heer Ardesch, 21 april 2017. 220 Dat op 16 mei 2017 een gesprek tussen de heer Ardesch en concerndirecteur 1 geweest is, blijkt uit een e-mail van concerndirecteur 1 aan klachtencommissaris 1 van 19 juni 2017 en uit een mail tussen concerndirecteur 2 en de heer Ardesch.

67

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

onderzoek maar plaatsvinden. Ardesch, maar ook anderen, kunnen dan eindelijk hun verhaal over de werkwijze van VBE kwijt aan een onafhankelijke partij.’ Uit een e-mail van concerndirecteur 1 aan klachtencommissaris 1 blijkt dat er op 6 juni 2017 een eerste minnelijk aanbod door de gemeente is gedaan, dat de heer Ardesch op 7 juni 2017 heeft afgewezen.221 Op 8 juni 2017 mailt de advocaat van de heer Ardesch de gemeenteadvocaat. Hij geeft daarin onder meer aan dat het van belang is dat er op korte termijn duidelijkheid komt. ‘Of partijen schikken de zaken, of het door de klachtenfunctionaris bevolen onafhankelijke onderzoek zal moeten worden uitgevoerd.’222 In de avond van 8 juni 2017 mailt de gemeenteadvocaat een nieuw aanbod naar de advocaat van de heer Ardesch.223 ‘Conform bijgevoegd overzicht gaat de gemeente uit van een vordering van € 32.765,65. Dit bedrag is opgebouwd uit de huurachterstand, deurwaarderskosten en rente. De gemeente is bereid dit bedrag te matigen met 50%, te weten naar een bedrag van € 16.382. Daarnaast is de gemeente bereid het eerder gedane aanbod van € 2.200,-- voor de koffie-claim gestand te doen. Dit betekent concreet, dat de door de gemeente gestelde vordering wordt gematigd naar € 14.182,50. Afgerond een bedrag van € 14.000,--. Op de initiële vordering derhalve een matiging van ruim € 18.500.

Met dit aanbod is wel alle gemeentelijke rek uit de onderhandelingen. Dit aanbod dient derhalve te worden aangemerkt als finaal en niet-onderhandelbaar.’ Diezelfde avond (8 juni 2017) mailt concerndirecteur 1 de heer Ardesch. Hij geeft aan dat zij op 7 juni 2017 telefonisch contact hebben gehad waarbij de heer Ardesch heeft aangegeven dat het traject om tot een minnelijke schikking te komen niet adequaat verloopt. De heer Ardesch zou de concerndirecteur een aantal overwegingen aanreiken waarmee hij ‘rekening kon houden bij het zoeken naar een onderling vergelijk’. De heer Ardesch zou die documenten hebben verstuurd. De directeur sluit zijn mail af met:224 ‘Tenslotte gaf ik aan dat het traject om te komen tot een minnelijke schikking die het goede evenwicht zou vinden tussen uw belang en dat van de gemeente Enschede met inbegrip van de bejegening van de gemeente jegens U, ik ervan uit ga dat we er met samen schikken uitkomen. Zo niet, dan acht ik de initiële route van de Klachtencommissaris niet meer opportuun en leggen we als gemeente de casus voor aan de onafhankelijke rechter.’ Na de mail van de concerndirecteur in de avond van 8 juni 2017, mailt de heer Ardesch diezelfde avond klachtencommissaris 1.225 Hij stuurt de mail van concerndirecteur 1 naar haar door.

Hij geeft aan dat het hij het belangrijk vindt om te melden dat het hoofd van het VBE aangeeft dat het starten van een gerechtelijke procedure ‘tijdens het tijdvak waarin we niet zouden handelen, berust op een misverstand tussen gemeente en incassobureau.’ Tijdens het 221 Mail namens concerndirecteur 1 aan klachtencommissaris 1, 19 juni 2017. 222 Mail van de advocaat van de heer Ardesch aan de gemeenteadvocaat, 8 juni 2017. 223 Mail van de gemeenteadvocaat aan de advocaat van de heer Ardesch, 8 juni 2017 (ontvangen van de heer Ardesch). 224 Mail van concerndirecteur 1 aan de heer Ardesch, 8 juni 2017. 225 Mail van de heer Ardesch aan klachtencommissaris 1, 8 juni 2017 (ontvangen van de heer Ardesch).

68

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

gesprek zouden het hoofd van het VBE en de wethouder tegen de heer Ardesch hebben gezegd dat het om een ‘bewuste actie’ ging. Op 16 juni 2017 zou de gemeente per e-mail geconstateerd hebben dat de schikkingsonderhandelingen waren afgerond en niet tot het gewenste resultaat hadden geleid. De onderzoekers hebben – naast wat kort sms-contact tussen de heer Ardesch en concerndirecteur 1 – geen verslagen of e-mails of andere documenten over deze onderhandelingen ontvangen. Een van de gesprekspartners geeft aan dat er mondelinge afspraken zouden zijn gemaakt tussen concerndirecteur 1 en de heer Ardesch over het afzien van het feitenonderzoek. De mailwisseling waarin dit zou zijn bevestigd zou zijn, is niet gevonden. Op 19 juni 2017 mailt concerndirecteur 1 klachtencommissaris 1 met de onderbouwing waarom wordt afgeweken van het advies. Ter onderbouwing wordt het volgende aangegeven:226 […] ‘Indachtig het advies van de KC om een traject te starten ter besparing van geld, tijd en energie van de direct betrokkenen is gekozen voor het minnelijk overleg. Partijen zijn hiermee afgeweken van het advies van de KC. Afwijking van dit advies wordt mede ingegeven door het feit, dat het geadviseerde traject van een onafhankelijke juridisch adviseur tijdrovend en daarmee vertragend werkt.

Na het afgeven van het advies van de KC heeft Ardesch bij brief van 28 april 2017227 zijn claim (fors) uitgebreid. Het voor te leggen dispuut is hiermee aanzienlijk vergroot. Het door een onafhankelijk juridisch adviseur uit te voeren feitenonderzoek zou derhalve zeer omvangrijk zijn. De KC adviseert vervolgens dat de inhoudelijke uitkomst van het onderzoek een eventueel vervolg in de vorm van een juridisch proces ten goede kan komen. Dit is echter ook meteen het nadeel. De uitkomst van een dergelijk onderzoek van een juridisch adviseur heeft geen bindende werking. Dit heeft tot gevolg dat na advies van de adviseur de gerechtelijke procedures (alsnog) dienen te worden gecontinueerd dan wel dienen te worden opgestart. Deze manier van handelen acht de gemeente zeer inefficiënt. Daarbij is ook van belang dat het advies van een onafhankelijke juridisch adviseur geen executoriale werking heeft. Dit is van belang voor zowel de huurontbinding als de openstaande huurvordering. Dit brengt met zich mee dat de gemeente bij toewijzing van de huurclaim alsnog een gerechtelijke procedure zal moeten doorlopen om aan een executoriale titel te komen. Gelet op het voorgaande dient geconstateerd te worden, dat het advies van de Klachtencommissaris in deze te vertragend en inefficiënt is om te worden opgevolgd.

Dit geldt temeer gezien de diversiteit van de door de wederpartij ingenomen standpunten. Juist vanwege voornoemde overwegingen heeft de gemeente - in de geest van het advies van de KC - geprobeerd er minnelijk uit te komen met Ardesch. Uit dit intensieve traject van gesprekken en onderhandelingen is echter gebleken, dat de financiële standpunten te ver uit elkaar liggen. De gemeente heeft hiermee getracht gemotiveerd aan te geven waarom het advies van de KC niet zal worden gevolgd.’

226 Mail namens concerndirecteur 1 aan klachtencommissaris 1, 19 juni 2017. 227 Deze brief is niet in het bezit van de onderzoekers.

69

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

De gemeenteadvocaat brengt de heer Ardesch op 6 juli 2017 via een mail op de hoogte over de afwijking van het advies van de klachtencommissaris.228 In de mail wordt de heer Ardesch niet gewezen op het feit dat hij een klacht kan indienen bij de Nationale ombudsman. Met de mail van de advocaat lijkt de behandeling van de klacht te zijn afgesloten. Tussenvonnis kantonrechter over de zaak tussen de gemeente en Wellinga B.V. Op 11 juli 2017 beslist de kantonrechter dat beide partijen (de gemeente en Wellinga B.V.) nadere inlichtingen moeten verschaffen. De kantonrechter gelast een comparitie (zitting) van partijen die mede kan worden gebruikt om de mogelijkheden van een minnelijke regeling te onderzoeken.229 Per e-mail van 10 augustus 2017 reageert de heer Ardesch op de afwijking van het advies van de klachtencommissaris richting de concerndirecteur 1. De motivering roept bij de heer Ardesch vragen op en dekt volgens hem ook niet de lading. De heer Ardesch wijst in dat kader onder meer op onterechte bedragen in de vordering van de gemeente.230 Op 10 augustus 2017 mailt de heer Ardesch ook de gemeenteadvocaat. Hij geeft aan dat zijn voorkeur uitgaat naar het starten van een minnelijk traject voor de koffieclaim van SteQ ‘gebaseerd op de o.a.

aansprakelijkheidsstellingen in de brieven van 6 februari en 28 april 2017.’ Hij wil graag dat het traject wordt begeleid door een ‘intermediar in de geest van het voorstel van de klachtencommissaris’.231 Op 29 september 2017 mailt de heer Ardesch de gemeenteadvocaat. Hij geeft aan dat hij op zijn mail van 10 augustus 2017 geen reactie heeft gehad. Hij refereert in de mail aan de aansprakelijkheidsstelling door de gemeente van Wellinga B.V. Hij geeft aan dat tegen de afspraken in toch een juridische procedure is gestart. Hij hoort graag van de gemeente of de gestarte procedure wordt voortgezet.232 De gemeenteadvocaat reageert dezelfde dag (29 september 2017) op de mail van de heer Ardesch. De gemeenteadvocaat zegt dat het standpunt dat er geheel tegen de afspraken in een procedure tegen Wellinga B.V. is gestart onjuist is. Daarnaast schrijft de gemeenteadvocaat het volgende: ‘De gerechtelijke procedure tegen Wellinga is gestart omdat u een aanzienlijke huurbetalingsachterstand heeft. Afgelopen week heb ik tot op de bodem laten uitzoeken, wat op dit moment de betalingsachterstand is. Dit, vanwege het door u gevoerde verweer in de Conclusie van antwoord, dat ten onrechte betaalde bedragen niet in mindering zijn gebracht op de vordering.

Uit het onderzoek is gebleken, dat u nog altijd een betalingsachterstand heeft van € 28.973,53.’ De gemeenteadvocaat ziet geen aanleiding om de geplande zitting van 5 oktober 2017 niet door te laten gaan, tenzij de heer Ardesch alsnog aan zijn betalingsverplichtingen voldoet.233 De onderhandelingen gaan verder In september en oktober 2017 wordt er verder onderhandeld tussen de gemeente en de heer Ardesch om er alsnog samen uit te komen. Zie hierover paragraaf 4.5.4.

228 Mail van de gemeenteadvocaat aan de heer Ardesch, 6 juli 2017. 229 Vonnis van de kantonrechter Rechtbank Overijssel, 11 juli 2017. 230 Mail van de heer Ardesch aan concerndirecteur 1, 10 augustus 2017. 231 Mail van de heer Ardesch aan de gemeenteadvocaat, 10 augustus 2017. 232 Mail van de heer Ardesch aan de gemeenteadvocaat, 29 september 2017 (aangeleverd door de heer Ardesch). 233 Mail van de gemeenteadvocaat aan de heer Ardesch, 29 september 2017 (aangeleverd door de heer Ardesch).

70

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

5.3 Klacht 2 – 22 januari 2018 Op 22 januari 2018 dient de heer Ardesch een nieuwe klacht in over de manier waarop hij behandeld is door de gemeente in de zaak die speelt tussen SteQ B.V., Wellinga B.V. en de gemeente over verschillende geldvorderingen.234 Op 1 februari 2018 is de heer Ardesch gehoord door klachtencommissaris 2. Klachtencommissaris 2 geeft bij brief van 21 februari 2018 aan de klacht niet in behandeling te willen nemen.235 ‘Over de geldvorderingen loopt een rechtszaak dit betekent dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht wij niet verplicht zijn om een klacht te behandelen als er gerechtelijke procedure loopt. Omdat de klacht gaat over gedragingen van de gemeente Enschede na de vorige klachtbehandeling en de rechtszaak daar onderdeel van is heb ik bekeken of wij de klacht wellicht toch in behandeling kunnen nemen. Mijn conclusie is dat wij uw klacht niet in behandeling gaan nemen. […]’

5.4 Klacht bij de Nationale ombudsman De heer Ardesch dient eind februari 2018 een klacht in bij de Nationale ombudsman.236 De klacht gaat over het feit dat de gemeente niet bereid is overleg te voeren over vorderingen van SteQ B.V. op de gemeente. Daarnaast wijst de heer Ardesch op het feit dat de gemeente niet het advies van klachtencommissaris 1 van 21 april 2017 over het uitvoeren van een onafhankelijk feitenonderzoek heeft opgevolgd. Op 22 juni 2018 vraagt de Nationale ombudsman om een gemeentelijke reactie naar aanleiding van het niet in behandeling nemen van de klacht van de heer Ardesch van 22 januari 2018.237 De Nationale ombudsman vraagt om een toelichting op het besluit om het advies van klachtencommissaris 1 tot een onafhankelijk feitenonderzoek niet te volgen. Ook vraagt de Nationale ombudsman om de belangrijkste reden om geen verder minnelijk overleg te willen. De Nationale ombudsman ontvangt in de eerste instantie geen reactie van de gemeente. Uit een mail van een medewerker van de Nationale ombudsman aan de klachtencommissaris van 17 juli 2018 blijkt dat de klachtencommissaris heeft aangegeven dat de brief niet is ontvangen.

Uit de documentenstudie blijkt dat de brief wel door de gemeente is ontvangen, namelijk op 26 juni 2018.238 Klachtencommissaris 2 stuurt op 18 juli 2018 een mail aan de gemeenteadvocaat, naar aanleiding van de herinneringsmail van een medewerker van de Nationale ombudsman om op de brief van de Nationale ombudsman te reageren, waarin staat: ‘Nu heb ik jou hulp even nodig. Ik dacht dat de NO het naast zich neergelegd had (dat was ook eerst de mondelinge boodschap) maar nu toch blijkbaar niet.’239

234 De onderzoekers beschikken niet over de klachtbrief. 235 Brief van de klachtencommissaris aan de heer Ardesch, 21 februari 2018. 236 Brief van de heer Ardesch aan de Nationale ombudsman, 28 februari 2018. De heer Ardesch heeft aangegeven ook nog klach-

ten bij de Nationale ombudsman te hebben ingediend op 21 februari 2021, 15 januari 2022 en 23 april 2024. 237 Brief van de Nationale ombudsman aan de klachtencommissaris, 22 juni 2018. 238 Brief van de Nationale ombudsman aan klachtencommissaris 2, 22 juni 2018 (ontvangen op 26 juni 2018). 239 Mail van klachtencommissaris 2 aan de gemeenteadvocaat, 18 juli 2018.

71

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

In de zomer van 2018 is er binnen de gemeente mailcontact tussen onder meer de gemeenteadvocaat, de klachtencommissaris en het hoofd van het VBE over namens wie de reactie van de gemeente naar de Nationale ombudsman moet uitgaan.240 Bij brief van 1 oktober 2018 wordt door concerndirecteur 2 namens het college een reactie gestuurd.241 ‘In deze is van belang dat er in samenspraak met de heer Ardesch, is besloten om af te wijken van het advies van de klachtencommissaris. Dit was derhalve niet een besluit van alleen de gemeente, maar hiertoe hebben partijen gezamenlijk besloten. Juist ter besparing van geld, tijd en energie van de direct betrokkenen is er bewust gekozen voor een traject van minnelijk overleg, zonder tussenkomst van een onafhankelijk juridisch adviseur. In mei 2017 hebben partijen hiertoe, zoals gezegd, gezamenlijk besloten. Daarbij is namens de gemeente ook kenbaar gemaakt, dat indien dit minnelijk traject niet tot een oplossing zou leiden, alleen de gerechtelijke procedure(s) zou(den) resteren. De heer Ardesch was hier mee akkoord. In de maand juni zijn tussen partijen vervolgens minnelijke onderhandelingen gevoerd. Hierbij is echter geconstateerd dat partijen financieel dusdanig ver uit elkaar liggen dat een minnelijke oplossing niet reëel is. De vordering van SteQ was daarbij een belangrijk breekpunt in de onderhandelingen.

Om die reden heeft de gemeente de gerechtelijke procedure tegen Wellinga gecontinueerd. Daarnaast is richting de heer Ardesch aangegeven dat indien hij volhardt in zijn vordering van SteQ, hiertoe een gerechtelijke procedure dient te worden opgestart. Op die wijze is het ook mogelijk om een onafhankelijke deskundige naar dit dispuut te laten kijken. Een onafhankelijke deskundige, die vervolgens ook een bindend oordeel kan geven, waar partijen zich in moeten berusten.’ […] Op 2 november 2018 laat de Nationale ombudsman aan klachtencommissaris 2 van de gemeente Enschede weten dat het onderzoek naar de klacht van de heer Ardesch beëindigd zal worden. De belangrijkste reden daarvoor is dat ‘de gedragingen waarover hij klaagt te zeer verweven zijn met een zakelijk conflict.’242 Het is de onderzoekers niet bekend wanneer de heer Ardesch over deze beslissing van de Nationale ombudsman geïnformeerd wordt. Onderzoek Saxion hogeschool naar afwijken van advies van de klachtencommissaris In het eerdergenoemde onderzoek door de Saxion hogeschool uit 2023 hebben de onderzoekers van Saxion beoordeeld of achteraf duidelijk is vast te stellen waarom de gemeente is afgeweken van het advies van de klachtencommissaris om een onafhankelijk onderzoek te laten plaatsvinden en dat dit besluit in samenspraak met de heer Ardesch is genomen.

In paragraaf 6.8.6 worden de uitkomsten van dit onderzoek verder toegelicht.

240 Interne mailwisseling tussen de gemeenteadvocaat, klachtencommissaris 2 en het hoofd van het VBE, zomer 2018. 241 Brief van concerndirecteur 2 aan de Nationale ombudsman, 1 oktober 2018. In een ander door de onderzoekers ontvangen

document staat bij deze brief de datum van 1 december 2023 genoemd. Onderzoekers nemen aan dat dit ontstaan is door het op een later moment opnieuw openen en opslaan het document. Dit document is bij de gemeente opgeslagen onder bestandsnaam ‘2023-12-05 correspondentie NO.pdf’. 242 Mail van de Nationale ombudsman aan klachtencommissaris 2, 2 november 2018.

72

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Wob-verzoek over de brief van de Nationale ombudsman In 2021 dient een journalist van 1Twente een Wob-verzoek in over – kortgezegd – de brief van de Nationale ombudsman van 22 juni 2018 en de beantwoording ervan door de gemeente. In paragraaf 7.3.4 wordt de afhandeling van dit Wob-verzoek verder toegelicht. Op 19 mei 2025 stuurt de Nationale ombudsman de heer Ardesch een brief waarin de Nationale ombudsman alsnog de klacht van de heer Ardesch uit 2018 gegrond verklaart. De Nationale ombudsman ziet hier onder meer aanleiding toe omdat ‘uit de brief van 16 december 2024 van de gemeente in reactie op de motie van de gemeenteraad blijkt dat de gemeente alsnog erkent dat zij zelf (te) snel overging tot juridische stappen’.243 Aanleiding voor deze herziening was een gesprek tussen de heer Ardesch en de Nationale ombudsman tijdens een provincietour van de Nationale ombudsman, waarin de heer Ardesch vertelde dat uit het verificatieonderzoek van Saxion (zie paragraaf 6.8.6) zou zijn gebleken dat de gemeente destijds verkeerde informatie aan de Nationale ombudsman had verstrekt. De Nationale ombudsman heeft zich vervolgens nog een keer in de klacht verdiept, met als conclusie deze klacht alsnog gegrond te verklaren.

5.5 Klacht 3 – 13 februari 2020 Op 13 februari 2020 dient de heer Ardesch een derde klacht in bij het college.244 De klacht gaat – kortgezegd – over de beantwoording van, de door de heer Ardesch gestelde vragen, door het college.245 De heer Ardesch ontving volgens zijn klachtbrief op 4 december 2019 een reactie via de mail van een medewerker van de gemeente waarin de medewerker stelt dat de gemeente niet meer zal reageren op e-mails of stukken die de heer Ardesch stuurt inzake zijn ondernemingen. Op 6 februari 2019 februari mailt de wethouder de heer Ardesch waarin hij ook aangeeft niet meer te reageren op de mail van 4 december 2019. De heer Ardesch geeft in zijn klachtbrief aan het hiermee oneens te zijn en geeft aan dat hij ‘monddood’ wordt gemaakt. Op 25 februari 2020 beslist het college de klacht niet ontvankelijk te verklaren.246 Hiertoe heeft klachtencommissaris 2 geadviseerd. De klachtencommissaris constateert in de toelichting op het besluit dat de klachten gaan over de situaties waar de civiele rechter over geoordeeld heeft of bevoegd is en waar de klachtencommissaris en de Nationale ombudsman al over geoordeeld hebben.247 De brief met de beslissing op de klacht is op 3 maart 2020 door de klachtencommissaris naar de heer Ardesch verzonden.248 Hiertoe heeft het college klachtencommissaris 2 bij hetzelfde besluit van 25 februari 2020 gemandateerd.

Uit de documentenstudie maken wij op dat de heer Ardesch naar aanleiding van de beslissing van 3 maart 2020 ook nog een klacht bij de Nationale ombudsman heeft ingediend. Naar aanleiding van die klacht heeft de Nationale ombudsman de klachtencommissaris geadviseerd om 243 Brief van de Nationale Ombudsman aan de heer Ardesch, 19 mei 2025. 244 Brief van de heer Ardesch aan het College van B&W van de Gemeente Enschede, 13 februari 2020. 245 Bijlage 1 bij mail aan B&W, 4 december 2019. 246 Agendaformulier B&W-vergadering 25 februari 2020 inhoudende het besluit om het advies van de klachtencommissaris over

te nemen: 1. de klacht(en) van verzoeker niet ontvankelijk te verklaren; 2. de klachtencommissaris mandaat te verlenen om bijgesloten brief met bijlagen namens het college van B&W te versturen. 247 Agendaformulier B&W-vergadering, 25 februari 2020. 248 Brief van de klachtencommissaris aan de heer Ardesch, 3 maart 2020. De brief is niet ondertekend. Ook blijkt uit de ondertekening niet dat de beslissing is genomen namens het college, want alleen de naam van de klachtencommissaris staat onderaan de brief.

73

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

het gevolgde besluitvormingsproces duidelijker te beschrijven. Klachtencommissaris 2 laat op 8 juni 2021 naar aanleiding van de aanbeveling van de Nationale ombudsman aan de heer Ardesch weten de scheiding tussen een besluit van het college en een advies van de klachtencommissaris in het vervolg strikter te hanteren. Dit om misverstanden en onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen.249

5.6 Conclusie De heer Ardesch heeft drie klachten ingediend bij de gemeente over hoe hij zich door de gemeente (organisatie/bestuur) behandeld voelde. Bij alle drie de klachten is de klachtencommissaris van de gemeente Enschede betrokken geweest. Daarnaast heeft de heer Ardesch nog een klacht ingediend bij de Nationale ombudsman. Doel van het onderzoeken van deze klachten was om te kijken of de gemeente de klachten op een goede wijze heeft afgehandeld en of de gemeente de Nationale ombudsman op een juiste wijze informeerde. De klachten vormden geen signaal voor het college om te de-escaleren De (advisering over de) behandeling van klachten is in de gemeente Enschede belegd bij de klachtencommissaris. Dit is een vorm van interne klachtbehandeling zoals bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).250 Bij de invoering van de regeling over klachtbehandeling in de Awb zijn door de wetgever een aantal doelstellingen van de interne klachtbehandeling beschreven. Uit de memorie van toelichting bij de invoering van die regeling blijkt dat tevredenheid van de klager over de behandeling van zijn klacht voorop staat. Het gaat dus volgens de wetgever meer om het vinden van een oplossing, dan om een beoordeling van de feiten.

Een andere doelstelling van de interne klachtbehandeling is om de relatie tussen de overheid en de burger te verbeteren.251 Zoals gezegd diende de heer Ardesch drie klachten in over – kortgezegd – de wijze waarop hij zich behandeld voelde door de gemeente in het kader van het geschil dat tussen zijn bedrijven en de gemeente was ontstaan. Over het algemeen kan worden gezegd dat de behandeling van de klachten niet heeft geleid tot tevredenheid bij de heer Ardesch. Ook heeft de behandeling van klachten niet geleid tot een verbetering van de relatie tussen de gemeente en de heer Ardesch. Hoewel de klachtencommissaris de eerste klacht serieus in behandeling nam, startte de gemeente tijdens de klachtbehandeling een juridische procedure tegen een van de bedrijven van de heer Ardesch. De tweede klacht werd niet ontvankelijk verklaard, wat bij de heer Ardesch leidde tot nog meer ontevredenheid en waardoor hij zich vervolgens tot de Nationale ombudsman wendde. Vervolgens kwam er nog een derde klacht, maar ook die werd niet-ontvankelijk verklaard. De behandeling van de klachten van de heer Ardesch zorgde in plaats van voor het nader tot elkaar komen, voor een steeds verder escalerende zaak. De gemeente had de opvatting dat het enkel ging om een zakelijk geschil, en er werd niet gekeken naar wat ‘de vraag achter de vraag’ was.

Van een overheid mag verwacht worden dat zij in haar contacten met inwoners escalatie probeert te voorkomen of te beperken.252 De klachten van de heer

249 Brief van klachtencommissaris 2 aan de heer Ardesch, 8 juni 2021. 250 Externe klachtbehandeling door een ombudsman is geregeld in Titel 9.2 van de Awb. 251 Zie Gemeentelijke ombudsman Rotterdam, Horen, zien en praten: een onderzoek naar ‘best practices’ voor de behandeling van

bejegeningsklachten, 8 februari 2018; Kamerstukken II 1997/98, 25837, nr. 3. 252 Behoorlijkheidsnormen Nationale ombudsman.

74

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

Ardesch hadden een signaal voor het college moeten zijn om te de-escaleren, maar daarvan lijkt in het kader van de klachtbehandeling geen sprake. De eerste klacht: een ongelukkige timing De eerste klacht (9 maart 2017) ging – kortgezegd – over hoe de gemeente Enschede zich gedroeg tegenover de heer Ardesch in het zakelijke geschil dat was ontstaan. De klacht lijkt serieus in behandeling te zijn genomen door de klachtencommissaris. Wat bij de behandeling van de klacht niet goed is gegaan, is dat de klachtencommissaris de gemeente heeft geadviseerd hoe te handelen, terwijl de klachtencommissaris eigenlijk klachten moest afdoen (zie paragraaf 5.2). Dat de klachtencommissaris een advies heeft uitgebracht in plaats van de klacht heeft afgedaan, heeft mogelijk te maken met het feit dat de nieuwe Verordening klachtbehandeling gemeente Enschede in april 2017 (net na het indienen van de klacht) door de raad werd vastgesteld. In deze nieuwe verordening kreeg de klachtencommissaris een adviserende in plaats van besluitvormende rol bij de afdoening van klachten. Echter, doordat de verordening niet eerder dan op 14 oktober 2017 bekendgemaakt werd, trad de verordening niet in werking.253 We stellen vast dat de tijd tussen besluitvorming (april) en bekendmaking (oktober) ongebruikelijk lang is.

Verder merken we op dat er formeel geen beslissing op de klacht (ex artikel 9:12 Awb) lijkt te zijn genomen. De heer Ardesch raakt op de hoogte van het feit dat het advies van de klachtencommissaris niet wordt opgevolgd, doordat de klachtencommissaris hem een mail, waarin staat dat het advies niet wordt opgevolgd, doorstuurt. In die mail wordt door de concerndirecteur aan de klachtencommissaris aangegeven ‘dat het geadviseerde traject van een onafhankelijke juridisch adviseur tijdrovend en daarmee vertragend werkt’. We stellen vast dat de heer Ardesch een correcte beslissing op de door hem ingediende klacht had moeten ontvangen. De tweede klacht: een onbevoegde handeling Ten aanzien van de klacht van 22 januari 2018 kan het volgende worden opgemerkt. De klacht van de heer Ardesch gaat over de wijze waarop hij behandeld is door de gemeente in de zaak die speelt tussen SteQ B.V., Wellinga B.V. en de gemeente over verschillende geldvorderingen. De klacht wordt niet door de klachtencommissaris in behandeling genomen, omdat er – kortgezegd – juridische procedures lopen ten aanzien van de vorderingen waar de heer Ardesch op wijst. De klachtencommissaris is volgens de Verordening klachtbehandeling gemeente Enschede niet bevoegd tot het niet in behandeling nemen van klachten; dit is aan het bestuursorgaan (het college).

Ook is klachtencommissaris niet gemandateerd tot het afdoen van klachten volgens de mandaatregeling gemeente Enschede 2018. Een bestuursorgaan kan op grond van artikel 9:8, eerste lid van de Awb beslissen een klacht niet in behandeling te nemen, als bijvoorbeeld de klacht gaat over een gedraging die onderdeel is van een procedure bij de rechter. De beslissing om een klacht niet in behandeling te nemen dient dus voorafgegaan te worden door een belangenafweging, omdat het een zgn. discretionaire bevoegdheid betreft. De voor de heer Ardesch nadelige gevolgen van het niet in behandeling nemen mogen immers niet onevenredig zijn in verhouding met de met het besluit te dienen doelen. 254 Het is ons niet gebleken dat een dergelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden. Dit klemt te meer

253 Artikel 3:40 Algemene wet bestuursrecht. 254 Artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

75

GEMEENTE ENSCHEDE: MOEILIJK GAREN MEE TE SPINNEN?

nu het voor ons niet duidelijk is geworden waarom de klacht – dus vanwege welke concrete belangen – niet in behandeling genomen had kunnen worden. Nadat de tweede klacht van de heer Ardesch niet in behandeling wordt genomen, dient de heer Ardesch een klacht in bij de Nationale ombudsman. Naar aanleiding van die klacht vraagt de Nationale ombudsman de gemeente om een reactie. Een reactie van de gemeente blijft in de eerste instantie uit, omdat de klachtencommissaris op 17 juli 2018 zegt de brief van 22 juni 2018 van de Nationale ombudsman niet te hebben ontvangen. Wij maken op basis van de documentenstudie op dat deze brief (met ontvangststempel) wel bij de gemeente is binnengekomen, namelijk op 26 juni 2018. Daarnaast bleek de klachtencommissaris ook al op de hoogte te zijn van de klacht die de heer Ardesch bij de Nationale ombudsman had ingediend. Dit blijkt uit een mail van 18 juli 2018 van de klachtencommissaris naar de gemeenteadvocaat waarin staat: ‘Nu heb ik jou hulp even nodig.

Ik dacht dat de NO het naast zich neergelegd had (dat was ook eerst de mondelinge boodschap) maar nu toch blijkbaar niet.’255 De reactie op de brief van de Nationale ombudsman: geen duidelijke aanwijzingen dat in samenspraak is besloten om van het advies van de klachtencommissaris af te zien In de reactiebrief van concerndirecteur 2 namens het college aan de Nationale ombudsman wordt gezegd dat ‘er in samenspraak met de heer Ardesch, is besloten om af te wijken van het advies van de klachtencommissaris.’ Dit lijkt op basis van de feitenreconstructie niet overeen te komen met de reden die concerndirecteur 1 eerder richting de klachtencommissaris gaf, namelijk dat een onderzoek ‘tijdrovend en daarmee vertragend’ zou werken. Er wordt in de onderbouwing van concerndirecteur 1 om af te wijken van het advies van de klachtencommissaris niet aangegeven dat er in samenspraak met de heer Ardesch zou worden afgeweken van het advies. Volgens het college is het maken van een goede reconstructie over het afzien van het onafhankelijk feitenonderzoek niet goed mogelijk, omdat er wel mondelinge/telefonische gesprekken zijn gevoerd, maar daarvan niet een goede verslaglegging beschikbaar is. Dit legt het college uit in de reactiebrief op het verificatieonderzoek van Saxion op 25 april 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=f7d01b0d-b436-4861-bd2e-2fcf61b487a1