Discussienota KANSRIJK ENSCHEDE 2023-2033
Tekst van het document
28
Waarom is dit nodig? In de eerste jaren komen kinderen nog niet op school, en maar voor een deel op de peutergroep. In de eerste jaren van hun leven zijn ze vooral in hun eigen gezin. En als dat gezin het lastig heeft, is dat nadelig voor de ontwikkeling van het kind. Deze kinderen beginnen met een achterstand op school. Opvoeders kiezen er niet voor om hun kinderen in een kansarme situatie op te laten groeien. Ze zijn vaak niet in staat om zich aan de kansarme situatie te ontworstelen, bijvoorbeeld als ze de Nederlandse taal niet goed beheersen, schulden hebben en geen sociaal netwerk hebben om op terug te vallen. Hoe helpen we deze ouders? Hoe bereiken we hen op een respectvolle - niet betuttelende of beschuldigende - manier? Kinderdagverblijven, peutergroepen en scholen zijn de belangrijkste plekken buiten het gezin om waar het mogelijk is om deze kinderen extra te stimuleren en achterstanden aan te pakken. Dit geldt voor ieder kind, maar in het bijzonder voor kinderen uit minder stimulerende en minder veilige gezinnen. Voor die kinderen moet er iets extra’s gebeuren, dat komt niet vanzelf goed. Kansengelijkheid verbeteren in het onderwijs In het onderwijs neemt de kansenongelijkheid toe (zie figuur 1, bron: Borghans en Diris, 2021). We weten dat er belemmerende kenmerken zijn in het schoolsysteem en juist deze leerlingen zijn afhankelijk van de kwaliteit van het onderwijs.
LVS-score staat voor Leerling Volg Systeem Belemmerende kenmerken in het onderwijs zijn (volgens Agasti e.a. en Cathy van Tuijl, Universiteit Utrecht en Saxion Hogeschool): - Iedereen gelijk willen behandelen - Segregatie - Lage interactiekwaliteit van zwakkere leraren in gebieden met een lage sociaaleconomische status - Lagere verwachtingen van leerlingen - Leerpleinen met veel afleiding/prikkels - Vroege selectie (12 jaar) die daarna moeilijk te compenseren is (Louise Elffers, Universiteit van Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, Kenniscentrum Ongelijkheid) Als professionals zijn we nog niet altijd goed in staat om te compenseren wat leerlingen van huis uit niet meekrijgen. Onze aandacht gaat als vanzelf meer naar de kansrijke kinderen. Zij - en hun ouders - weten ook veel beter de aandacht op zichzelf te vestigen. Kinderen die niet vragen worden gemakkelijk overgeslagen. Onze aandacht gaat ook meer naar de formele leernormen en naar allerlei tijdelijke initiatieven uit verschillende beleidsvelden, in plaats van naar wat kinderen echt nodig hebben. In sommige buurten is er meer kansenongelijkheid. Veel gezinnen met een lagere sociaal-economische status wonen er bij elkaar. Zij vormen elkaars omgeving. Ze brengen hun kinderen naar dezelfde scholen. De ene school heeft daarmee een zwaardere taak dan de andere school. Sommige scholen zijn overbelast.
Bij de inzet van onze middelen houden we daar nog te weinig rekening mee.
29
Er zijn ook teveel losse initiatieven, weinig onderlinge samenhang en er wordt niet geleerd van ervaringen. Er is veel verloop van personeel. Dat helpt allemaal niet om de kansen van deze kinderen te verbeteren. De komende jaren gaan we hier samen aan bouwen en extra op inzetten. Samen met de kinderopvang en het onderwijs kiezen we eerst die scholen waar op basis van gemeenschappelijke gegevens en ervaring het meest te verbeteren is. Met die scholen gaan we in gesprek om samen een plus-arrangement te maken. Het is belangrijk dat we meer structureel financieren en de beste professionals inzetten op de meest kwetsbare plekken in de stad. Juist op overbelaste plekken met de meeste kansarme jongeren is het belangrijk om goed personeel vast te houden en gebruik te maken van de verschillende initiatieven. Het is belangrijk om daarin een gezamenlijke koers te kiezen. En professionele ruimte te geven aan de mensen die dit uitvoeren in plaats van mee te gaan met alle mogelijke subsidieregelingen, omdat er anders niet voldoende geld is. Dit gaan we in gesprek met de mensen in de praktijk van die overbelaste plekken uitwerken.
Hoe zijn de onderwijskansen in Enschede? Op de Nationale Kansenkaart staat Enschede als een van de gemeenten met de laagste kansen: gemiddeld 40,8% van de klasgenoten in groep 8 heeft ouders met een laag inkomen. Op de grootste middelbare school van Enschede is dit percentage 60% (2022). Enschede staat in de top 3 van gemeenten waar je de minste kans hebt om armoede achter je te laten (Bron: Erasmus Universiteit - 2020). Kijken we naar de kans op een onderwijsachterstand, dan staat Enschede ook bovenaan de lijst (Bron: CBS Onderwijskansen - 2020). Risico op een onderwijsachterstand in procenten van alle leerlingen in 2020 Risico onderwijsachterstand% Gemeente Enschede Gemiddelde van Nederlandse centrumgemeenten Gemiddelde van Oost Nederland
20 15 12
En zoomen we in op wijken waar de kans op een onderwijsachterstand het grootst is (Bron: CBS – dashboard onderwijskansen), dan zien we dit beeld:
30
Binnen de wijken met de hoogste kans op een onderwijsachterstand, kunnen scholen heel verschillende resultaten laten zien als het gaat om onderwijsadviezen. In onderstaand plaatje uit het dashboard Gelijke Kansen van DUO, is te zien dat Enschede relatief veel basisscholen heeft in wijken met veel armoede (rechterkant). De ene school geeft adviezen ruim boven het Nederlands gemiddelde van vergelijkbare wijken en andere scholen zitten daar ruim onder. De zwarte lijn laat het gemiddelde schooladvies voor het voortgezet onderwijs in Nederland zien, afgezet naar % basisschoolleerlingen uit een wijk met veel armoede.
Ook bij de middelbare scholen zien we grote verschillen. Van sommige scholen komen relatief veel leerlingen die daarna op het mbo uitvallen. De basis voor het voortijdig schoolverlaten is vaak al op het voortgezet onderwijs aanwezig en willen we daar aanpakken. De afgelopen jaren hebben we al twee pluslocaties benoemd in het voortgezet onderwijs, onder de naam ‘Kansrijk ondersteunen’. Dit zijn het Bonhoeffer College - Wethouder Beversstraat en Het Stedelijk Alpha. Graadmeter voor zo’n plus-arrangement zijn gegevens over het gebruik van jeugdhulp, schoolwijkcoaches en jeugdgezondheidszorg. Deze gegevens koppelen we aan de gegevens en ervaringskennis van de school. Zo komt het gesprek op gang over wat er extra nodig is.
31
HOOFDSTUK 2: HOE IS DE LEA TOT STAND GEKOMEN Na de vaststelling van een Strategie Kansengelijkheid door de gemeenteraad in december 2020 hebben de onderwijs- en kinderopvangpartners een ambitiedocument gemaakt voor de gemeenteraadsverkiezingen: “Kansengelijkheid, een sterk fundament voor ieder kind”. In vier raadsdiners is hierover gesproken en dat zien we terug in het Coalitieakkoord 2022-2026. De schoolbesturen en kinderopvangpartners zeggen in hun ambitiedocument dat zij de focus willen leggen op: 1. 2. 3. 4.
Een stimulerende sociale omgeving en een doorlopende relatie onderwijs -ouders Het versterken van de brede life skills6) van kinderen als basis om te kunnen leren De school als trefpunt van kinderen en de partners die zich met en voor hun inzetten Een regierol van de gemeente in de coalities met welzijnswerk, armoedebeleid, jeugdhulp, gezondheidszorg, volwasseneneducatie, sport en ander sociaal maatschappelijk beleid.
Het Enschedees jongerenberaad (leerlingen vo en mbo) geeft de volgende adviezen om meer gelijke kansen te krijgen in het onderwijs: 1. 2. 3. 4.
Werk aan zelfvertrouwen en motivatie, zorg dat er begrip is als er bijvoorbeeld ADHD/autisme speelt. Heb oog en oor voor iedereen. Let op de stille types. Stop met vernietigende opmerkingen! Haal de druk van het onderwijs. Richt het minder in op cijfers. Die zijn een doel op zich geworden en bedoeld om te vergelijken met andere leerlingen. Maar daardoor vergeet je waarvoor je leert. Beoordeel niet alle leerlingen op dezelfde manier. Iedereen heeft andere kwaliteiten. Kijk naar de persoonlijke leercurve van de leerling en werk aan persoonlijke ontwikkeling. Werk aan fysieke én mentale gezondheid
Lara 16 jaar: “Ik weet uit ervaring dat het heel veel uitmaakt hoe je wordt behandeld. Je kunt tegen iemand zeggen: ‘Je hebt nu alweer je huiswerk niet gemaakt, dan haal je maar een onvoldoende’. Dat voelt als gestraft worden. Je kunt ook vragen: ‘Welke oplossing wil je bereiken? Dan help ik je daarmee’. Dat motiveert en voelt als een beloning omdat je de problemen wilt aanpakken”.
Er is gesproken met verschillende locatie-directeuren van scholen met veel leerachterstanden. Hun adviezen zijn: De basisvaardigheden zijn het belangrijkste, er is een enorm gebrek aan woordenschat Heb hoge verwachtingen van alle kinderen Ga bij leerlingen én hun ouders op zoek naar hun interesses en wat ze wél goed kunnen Zorg voor de school als trefpunt Zorg structureel voor naschoolse activiteiten. Niet incidenteel met subsidies, want dan stort daarna alles weer in Bied een breed scala aan mogelijkheden tussen 8 en 17 uur. Neem een voorbeeld aan Scandinavische landen Werk samen met ouders, luister en zorg dat ze bij een groep horen. Door schaamte en verdriet vragen ze geen hulp Laat ouderbijdrage geen drempel zijn Zorg voor een pedagogisch medewerker en schoolwijkcoach als onderdeel van het team Zorg voor vaste professionals voor langere tijd die de families kennen en ondersteunen. De Bewonersadviescommissie geeft de volgende adviezen: - Investeer in de lange termijn, stop met subsidies voor 1 à 2 jaar - Help ouders om op te voeden en het belang te zien van opvoeden en taal - Bouw aan vertrouwen en saamhorigheid voor ouders met goede praktische voorbeelden en vertrouwde gezichten 6) Onder brede life-skills verstaan we sociale vaardigheden, educatieve vaardigheden (om te kunnen leren,
reflecteren, hulp vragen en feedback geven), weerbaarheid, omgaan met geld en formulieren en executieve vaardigheden (rationele beslissingen nemen, impulsen beheersen, plannen en focussen op wat belangrijk is).
32
-
Nodig bijvoorbeeld (aanstaande) ouders uit dezelfde buurt groepsgewijs uit voor de zwangerschapsgym en op het consultatiebureau, zodat ze elkaar leren kennen Bied anderstaligen de kans om ook mee te doen. Zorg dat je weet hoe je ouders uit verschillende culturen aanspreekt Zorg dat kinderen weten waaróm ze leren. Niet de methode leidend maken, maar de leerdoelen per kind. CITO-gebonden onderwijs stimuleert alleen stigmatisering en faalangst De school is een mini-maatschappij. Bouw ook op school aan saamhorigheid, vertrouwen, veiligheid en voorlichting Zorg dat initiatieven slim verbonden zijn
Proces in stappen 2021 14 juni – Eerste raadsdiner over ambitiedocument van de schoolbesturen po en vo 11 oktober – Tweede raadsdiner over Kansengelijkheid in de verkiezingsprogramma’s
2022 8 maart – Verkiezingsdebat over Kansengelijkheid April: aanbieding ambitiedocument schoolbesturen en kinderopvang aan de formateur 13 juni – Advies Jongerenberaad voor LEA en Kansengelijkheid 15 juni – Presentatie Coalitieakkoord 2022-2026 28 september - Raadsdiner over uitwerking brede coalitie Kansengelijkheid in de praktijk 13 oktober – Themadag met onderwijs- en kinderopvangpartners 16 november - Vervolg Themadag met onderwijs- en kinderopvangpartners 16 november – Advies Bewoners Adviescommissie Sociaal 28 november – Thema-avond Kansengelijkheid met de Raad
2023 9 januari – Accenten Kansengelijkheid vanuit de Raad 24 januari - Besluit College van B&W 2 februari – Vaststelling met kinderopvang- en onderwijspartners 6 februari – Raad: Nota Kansrijk Enschede opiniërend in Kamer Economie Werk en Onderwijs, LEA ter informatie 8 februari – Ondertekening door gezamenlijke partners
33
HOOFDSTUK 3: DE BEGROTING We verdelen het beschikbare LEA-budget van 200.000 euro per jaar in 50.000 euro voor de basisarrangementen voor alle leerlingen op alle scholen en 150.000 euro voor plus-arrangementen op de scholen met de grootste leerachterstanden. De definitieve verdeling per jaar is afhankelijk is van de uitkomst van de uitvoeringsafspraken met onderwijs en kinderopvang. Basis-arrangementen vanuit het LEA-budget zijn de maatschappelijke stage, wetenschap & techniek en makerschap. Jongerenwerk op school, bewegingsonderwijs, Duitse taal en cultuureducatie worden uit andere budgetten gefinancierd. In de onderstaande begroting zijn alleen de middelen van rijk en gemeente meegenomen. De middelen vanuit het onderwijs zelf worden meegenomen in de jaarlijkse uitvoeringsplannen. Begroting van de LEA (2 tot 27 jaar) Thema
jaarbedragen in euro’s 2023
2024
2025
2026
Basis-arrangement
50.000
50.000
50.000
50.000
Plus-arrangementen Gericht compenseren op daarvoor geselecteerde kinderopvanglocaties, IKC’s en scholen po*) Gericht compenseren op daarvoor geselecteerde scholen vo**) Gericht compenseren op het mbo
150.000 *)
150.000 *)
150.000 *)
150.000 *)
**)
**)
**)
**)
***)
***)
***)
***)
Totaal
200.000
200.000
200.000
200.000
*) in kinderopvang en po aangevuld met Onderwijs Achterstanden Budget en tot juli 2025 met budget Nationaal Programma Onderwijs **) in vo aangevuld met budget Jongerenwerk terug op school en tot juli 2025 met budget Nationaal Programma Onderwijs **) budget mbo en naar werk komt uit het regionaal budget Twentse Belofte en lokaal Participatiebudget Werk & Inkomen
De LEA is het uitvoeringskader voor de inzet van andere onderwijsbudgetten:
overige middelen product Onderwijs Onderwijsachterstandenbudget (OAB) 2-12 jr Twentse Belofte (regionaal budget!) incl middelen jeugdwerkloosheid, 12-27 jr Kansengelijkheid, excl LEA-middelen, in 2023 450k extra Nationaal Programma Onderwijs, tot 2025
jaarbedrag in euro’s 7.500k 2.200k
bestedingsplan Zie hieronder
200k
Zie nota ‘Kansrijk Enschede’ Zie hieronder
2.900k
Begroting Onderwijs Achterstanden Beleid (2 tot 12 jaar) Dit bestedingsplan is al eerder door het college vastgesteld. Het grootste deel van de middelen gaat naar de financiering van arrangementen voor peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar.
34
35
BESTEDINGSPLAN GEMEENTELIJK ONDERWIJSACHTERSTANDENBUDGET (OAB) 2023 2022
beschikt 2022
verwacht 2022
2023
VVE-arrangementen
€ 4.350.000
€ 4.515.000
€ 4.600.000
€ 4.830.000
extra inzet op bereik subtotaal arrangementen
€ 25.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 4.375.000
€ 4.540.000
€ 4.625.000
€ 25.000 € 4.855.000
2. NT-2 IOK de Globe
€ 300.000
€ 303.000
€ 303.000
€ 300.000
deeltijdschakelklassen
€ 580.000
€ 638.000
€ 638.000
€ 700.000
subtotaal schakelklassen
€ 880.000
€ 941.000
€ 941.000
€ 1.000.000
toelichting
1. Peuter- en VVE-arrangementen
lichte toename van het a per uur. inhuur capaciteit GGD in
vergoeding aan KOE als stijging kosten in verband vragen vanuit de voorsch
3. Ondersteuningsstructuur Intern Begeleiders 0-4 (IB'er 0-4)
€ 635.000
€ 637.000
€ 637.000
€ 692.500
pedagogisch beleidsmedewerker VE (additionele inzet IB'ers 0-4)
€ 250.000
€ 246.000
€ 246.000
€ 283.000
IKC Ontwikkelcoaches
€ 60.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 45.000
stedelijk coördinator VVE-beleid
€ 75.000
€ 86.000
€ 86.000
€ 90.000
opleiding
€ 85.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 57.000
Steunpunt Voorschool
€ 140.000
€ 145.000
€ 145.000
€ 145.000
subtotaal Ondersteuningsstructuur
€ 1.245.000
€ 1.214.000
€ 1.214.000
€ 1.312.500
Al sinds 2015 financieren richten zich zowel op de kinderen. De functie is ge inflatiecorrectie.
Per 1 januari 2022 is een beleidsmedewerker. Hog Om de totstandkoming v aan samenwerking in IKC de inzet van IKC Ontwikk die zich inzet voor kwalite één van de schoolbestur
vergoeding voor inzet ca Het voorkomen van achte en leerkrachten. We sub programma dan in 2022. Sinds enkele jaren worde Onderwijs Enschede (KO Doel is om vroegtijdig te basisonderwijs te facilite
4. Versterking ouderbetrokkenheid VVE-thuis
€ 225.000
€ 244.000
€ 244.000
€ 440.000
voorleesdagen/Ei van Columbus
€ 75.000
€ 77.000
€ 77.000
€ 77.000
subtotaal versterking ouderbetrokkenheid
€ 300.000
€ 321.000
€ 321.000
€ 517.000
inzet pm'ers in groepen 1 en 2 met grote VVE-populatie
€ 175.000
€ 197.000
€ 150.000
€ 200.000
bijdrage aan Jeugdeducatiefonds
€ 18.000
€ 18.000
€ 18.000
€ 18.000
onderwijsvouchers
€ 150.000
€ 139.000
€ 120.000
€0
zomerscholen subtotaal Extra inzet kwetsbare wijken/doelgroepen
€ 100.000
€ 9.000
€ 37.000
€ 443.000
€ 363.000
€ 325.000
€ 130.650 € 348.650
7. Ambtelijke inzet verrekening ambtelijke kosten subtotaal ambtelijke inzet
€ 160.000
€ 160.000
€ 160.000
€ 160.000
€ 160.000
€ 160.000
8. Varia diverse kosten subtotaal diverse kosten
€ 200.000
€ 200.000
€ 60.000
€ 200.000
€ 200.000
TOTAAL
€ 7.603.000
€ 7.739.000
VVE-Thuis is een progra georganiseerd om hen te ook materialen om thuis vroegschool (groep 1 en De Bibliotheek Enschede we de inzet van een aanp krijgen, parallel aan het o
6. Extra inzet in kwetsbare wijken/doelgroepen
beschikbaar OAB-budget geraamd (cumulatief) overschot 2022 beschikbaar totaal-budget
€ 160.000 € 160.000
ambtelijke inzet
€ 160.000 € 160.000
nog nader in te vullen in d
€ 60.000 € 7.646.000
€ 8.353.150 € 7.457.231 € 898.668 € 8.355.899
36
In kwetsbare wijken, waa medewerkers vanuit de k gehouden met een hoger leveren. De gemeente is een mee aan (leerlingen van) 4 ba huiswerkbegeleiding voo Onderwijsachterstandenb 2023 gefinancierd vanuit twee zomerscholen en e
Begroting bestedingsplan NPO Tot de zomer van 2025 hebben we rijksmiddelen uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit programma is bedoeld voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. Het bestedingsplan is al eerder door het college vastgesteld. BESTEDINGSPLAN MIDDELEN NATIONAAL ONDERWIJS PROGRAMMA (NPO) bedrag Extra inzet pedagogisch medewerker € 850.000 Extra inzet inzet IKC-wijkcoach € 595.000 Extra inzet deeltijdschakelklassen € 150.000 Verdere inzet huiskamers € 600.000 Naschools aanbod basisonderwijs € 300.000 JINC in Enschede (VMBO) € 115.000 Extra impuls Leesplezier € 200.000 Extra inzet OJA-scholen € 40.000 School en gezondheid (GGD Twente) € 32.000 Huisvesting € 15.000 Overig € 20.000 TOTAAL € 2.917.000
Regionaal plan De Twentse Belofte Het regionaal plan De Twentse Belofte De ‘Twentse Belofte’ is het regionaal programma voor jongeren en jongvolwassenen (van 12 tot 27 jaar) in Twente voor wie het behalen van een diploma en het vinden van een baan niet vanzelfsprekend is. De regio ontvangt voor dit plan ca 2 miljoen euro, waarvan de scholen 1,3 miljoen en de gemeente 0,7 miljoen.
37
HOOFDSTUK 4: UITWERKING NAAR LEEFTIJDSGROEP In de volgende paragrafen beschrijven we per leeftijdsfase: • • • • • •
Wat we willen bereiken Voor wie we het doen: in een plus- en in het basis-arrangement Wat we daarvoor gaan doen: in een plus- en in het basis-arrangement Wat merken ouders en kinderen daarvan Hoe blijven we op koers Wat zijn de kosten
PARAGRAAF 1: VOORSCHOOL (2-4 JAAR) Onze ambitie (1): alle kinderen kunnen een goede start op school maken. Sommige kinderen hebben wat extra ondersteuning nodig om een goede start op school te maken. De voorschool (‘peutergroep’ of peuterspeelzaal) is een belangrijke plek waar we de taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling van deze kinderen kunnen verbeteren. De voorschool is daarom een belangrijk hulpmiddel om (taal)achterstanden te voorkomen of kleiner te maken. Voor wie Voor alle kinderen. Wat gaan we daarvoor doen Zorgen voor een groter bereik Ons ideaal is dat ieder kind dat door het consultatiebureau aangewezen wordt voor “extra spelen en leren”7 naar de voorschool gaat. In 2022 hebben we de informatie voor ouders verbeterd. Er zijn eenvoudig leesbare folders in meerdere talen gemaakt en deze worden via de consultatiebureaus aangeboden.
De komende periode gaan we het gebruik van de voorschool verder stimuleren door: - samen met de kinderopvangorganisaties vrije inloopmomenten voor ouders en kinderen te organiseren, met prioriteit in de kwetsbare wijken - een voorstel te maken voor eventuele afschaffing van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor ouders die geen gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag (ouders betalen nu nog een maandelijkse eigen bijdrage van minimaal 10 euro per kind per maand), - ambassadeurs uit doelgroepen in te zetten die het belang van de voorschool onder de aandacht brengen van hun achterban, ook met prioriteit in de kwetsbare wijken Het betekent ook dat we moeten zorgen voor voldoende personeel op de voorschool. Door personeelstekorten is het vinden van extra personeel ook in Enschede lastig. Om het bereik goed te kunnen volgen hebben we het voornemen over te stappen naar een geautomatiseerde gegevensuitwisseling tussen GGD en kinderopvangorganisaties.
Extra aanbod voor kwetsbare wijken Jonge kinderen in kwetsbare wijken kunnen vaak extra ondersteuning gebruiken. Daarom gaan we, onder voorbehoud van voldoende middelen: - extra weken aanbod subsidiëren in kwetsbare wijken (plus-arrangement) Het gewone aanbod voor alle kinderen in de voorschool is 40 weken per jaar. In kwetsbare wijken 7 = VVE-indicatie. Een VVE-indicatie wordt afgegeven wanneer de thuistaal niet-Nederlands is, op grond van het
opleidingsniveau van de ouders of op grond van kind-specifieke kenmerken. Het bereik op 1 januari 2022 was 83,7% (aantal ingeschreven peuters). We houden vast aan de ambitie zoals vastgelegd in de strategie Kansengelijkheid, i.e. 90% in 2025.
38
-
-
helpen we kinderopvangorganisaties om twee weken per jaar extra aanbod tijdens schoolvakanties te organiseren. een derde pedagogisch medewerker inzetten Wettelijk zijn organisaties verplicht 2 pedagogisch medewerkers in te zetten op een groep. Met behulp van tijdelijke middelen (Nationaal Programma Onderwijs) worden extra pedagogisch medewerkers ingezet. Zij geven extra aandacht aan de nieuwe kinderen in de groep die vaak nog moeite hebben om te wennen – of de basisvaardigheden niet hebben – om goed mee te kunnen doen. Als de NPOmiddelen wegvallen, dan is aanvullende financiële inzet nodig voor de langere termijn. Met de kinderopvangorganisaties gaan we bespreken of de inzet meer gericht gaat plaatsvinden in kwetsbare wijken (plus-arrangement). extra IKC-wijkcoaches inzetten (plus-arrangement) In 2022 zijn we op 15 IKC’s in kwetsbare wijken gestart met extra IKC-wijkcoaches. Hiermee zorgen we ervoor dat ondersteuning laagdrempelig is, dat er in een vroeg stadium actie wordt genomen en dat samenwerking tussen professionals wordt gestimuleerd zodat elk kind goed wordt ondersteund. Ook op de voorschool wordt de IKC-wijkcoach extra ingezet. De extra inzet is in januari 2022 gestart en wordt betaald uit tijdelijke middelen (Nationaal Programma Onderwijs). Als we hiermee doorgaan hebben we structureel 380.000 euro per jaar nodig.
Ouderbetrokkenheid stimuleren Hoe goed het aanbod van de voorschool ook is, ouders of opvoeders hebben grote invloed op de (taal)ontwikkeling van hun kind(eren). Het is daarom belangrijk om ouders te betrekken en te stimuleren, in de kinderopvang en op school. We gaan: - door met de lijn dat alle ouders van kinderen in de voorschool meedoen aan het programma VVE Thuis (basis). - ouders in kwetsbare wijken helpen met het versterken van hun basisvaardigheden. Het bestaande aanbod, zoals ontmoetingsgroepen en het ouder-taalprogramma Ei van Columbus (tot op heden op IOK De Globe en IKC Bastion) gaan we evalueren. Op basis van school-klas-kind/ouder analyses bepalen we wat waar nodig is. Hoge kwaliteit - We gebruiken een ‘kwaliteitskader’ voor alle voorscholen in Enschede. Dat is een richtlijn voor de kwaliteit die we minimaal nodig vinden. De organisaties en gemeente controleren de kwaliteit van het aanbod met behulp van deze richtlijn. De gemeente subsidieert hiervoor ook de inzet van intern begeleiders in de kinderopvang. - We gaan extra aandacht geven aan de educatieve kwaliteit van de voorschool, vooral als het gaat om de interactie van het aanbod (wordt het kind voldoende gestimuleerd om zelf te praten en dingen te ontdekken?). - Niet alle kinderen die het nodig hebben maken gebruik van de voorschool. Deelname aan de voorschool is vrijwillig.
Ook voor kinderen die daarvoor worden aangewezen door het consultatiebureau. Ouders kunnen er voor kiezen gebruik te maken van een gastouder of een kinderopvangorganisatie die geen VVE aanbiedt. We proberen in de eerste plaats zoveel mogelijk kinderen te verleiden om wèl deel te nemen aan de voorschool, maar maken ook een voorstel om de kwaliteit van het overige kinderopvang-aanbod te verbeteren. Op die manier kunnen we de kans vergroten dat kinderen die geen gebruik maken van de voorschool toch een goed aanbod krijgen. Meer integratie voorschool en kinderdagopvang - Ouders van kinderen van de kinderdagopvang hebben gemiddeld een andere sociaal-economische status dan de ouders van kinderen van de voorschool. De segregatie van deze groepen is niet stimulerend voor kinderen met een taalachterstand (zitten vooral op de voorschool). De scheiding van deze groepen is niet stimulerend voor kinderen met een taalachterstand (zitten vooral op de voorschool). Zij kunnen zich spelenderwijs juist optrekken aan kinderen zonder taalachterstand (deze kinderen zitten vooral op de kinderdagopvang). En ook de ouders kunnen elkaar meer inspireren bij gemengde groepen. Landelijke maatregelen maken integratie lastig, maar samen met de kinderopvangorganisaties gaan we op zoek naar vormen waarmee we kunnen komen tot meer gemengde groepen.
39
Wat merken kinderen en ouders Kinderen en ouders merken dat de voorschool een prima voorbereiding is op de basisschool. Hoe blijven we op koers? Door het wegvallen van de Cito-toetsing bij peuters en kleuters hebben we op dit moment geen kwantitatief beeld meer van de taal- en rekenachterstanden. Samen met kinderopvangorganisaties en onderwijs werken we aan een systeem om conclusies te trekken uit de kind-volgsystemen die door organisaties worden gebruikt. We evalueren de inzet van verschillende instrumenten, zoals extra aanbod in de vakantieweken, de inzet van een derde pedagogisch medewerker en de extra inzet van de IKC-wijkcoach op basis van gesprekken met betrokkenen en tevredenheidsanalyses. Wat zijn de kosten? Veel activiteiten kunnen uit het Onderwijsachterstandenbudget worden betaald. De binnen dat budget in eerdere jaren opgebouwde reserve lijkt in 2023 echter grotendeels op te drogen. Verder wordt een aantal activiteiten (inzet 3e pedagogisch medewerker en extra inzet IKC-wijkcoach) nu betaald uit de tijdelijke NPOmiddelen. Ook deze middelen zijn in 2024 opgedroogd.
Om de beschreven maatregelen volledig te kunnen uitvoeren zijn naar verwachting extra middelen nodig (indicatief): - afschaffen inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor ouders die geen gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag: 150.000 euro structureel - extra weken aanbod in kwetsbare wijken: 120.000 euro structureel - extra inzet derde pedagogisch medewerker: 300.000 euro structureel - extra inzet IKC-wijkcoach: 380.000 euro structureel Een overzicht van tijdelijke middelen die we structureel zouden willen maken worden opgenomen in de financiële paragraaf van de nota ‘Kansrijk Enschede’.
40
PARAGRAAF 2: VAN VOORSCHOOL NAAR VROEGSCHOOL (2-6 JAAR) Onze ambitie (2): De overgang van voorschool naar vroegschool verloopt zo soepel mogelijk. In het belang van het kind (en de ouder) streven we naar een soepele overgang van de voorschool naar groep 1 en 2 van de basisschool. Een doorgaande lijn en warme overdracht zorgen ervoor dat het aanbod in de voorschool aansluit op het vervolgaanbod dat het kind op de basisschool krijgt. Voor wie Alle leerlingen en in het bijzonder leerlingen met een indicatie extra spelen en leren (VVE-indicatie). Wat gaan we daarvoor doen? Inzet pedagogisch medewerkers in groep 1 en 2 Landelijk onderzoek maakt duidelijk dat in de vroegschool (groep 1 en 2 van het basisonderwijs) extra aandacht voor taalachterstanden nodig is8). Sinds 2019 subsidiëren we de inzet van pedagogisch medewerkers in groepen 1 en 2 van het basisonderwijs. Dit gebeurt op 14 scholen waar het aantal VVE-geïndiceerde kinderen in een groep gemiddeld hoger is dan 75%, dus als een soort plus-arrangement. De pedagogisch medewerkers werken 6 uur per week aan de taalontwikkeling van kinderen (individueel of in kleine groepjes). In 2023 evalueren we deze inzet. Samenwerking in Integrale Kindcentra Kinderopvang en onderwijs vormen samen de basis van de 29 Integrale Kindcentra in Enschede.
Een Integraal Kindcentrum blijft het uitgangspunt en dat staat ook omschreven in het Integraal Huisvestingsplan. Dit betekent ook dat we – onder voorwaarden – de huisvesting van kinderopvang faciliteren. IKCprocesbegeleiders zorgen voor een goede samenwerking tussen de organisaties (basis). Steunpunt Voorschool We ondersteunen kinderen in een doorgaande lijn. Het Steunpunt Voorschool geeft intern begeleiders, medewerkers en pedagogen in de kinderopvang extra hulp en advies. Vooral over de keuze van een passende onderwijsvorm. Het Steunpunt werkt daarin ook samen met de GGD en wijkcoaches. Zo kunnen we al vroeg zien waar ondersteuning nodig is en welk onderwijs het meest passend is. Hier gaan we mee door. Waar merken ouders en kinderen dat aan? De kinderen en ouders merken dat er elke week een vertrouwd gezicht vanuit de kinderopvang op een aantal momenten aanwezig is in de groep. Zij merken dat er extra aandacht voor ze is en dat school en kinderopvang goed samenwerken. De bestaande inzet wordt geëvalueerd in 2023. Hoe blijven we op koers? • We evalueren de invulling en resultaten van de inzet van de pedagogisch medewerker in groep 1 en 2. • De leerlingen worden geobserveerd en hun vorderingen worden vastgelegd. We werken op stedelijk aan een analyse van de verschillende kindvolgsystemen.
Wat zijn de kosten? Veel activiteiten kunnen uit het Onderwijsachterstandenbudget worden gefinancierd. De binnen dat budget in eerdere jaren opgebouwde reserve lijkt in 2023 echter grotendeels op te drogen. De extra inzet van de IKCwijkcoach wordt nu betaald uit de tijdelijke NPO-middelen. Ook deze middelen zijn in 2024 opgedroogd. Om de beschreven maatregelen volledig te kunnen uitvoeren zijn naar verwachting extra middelen nodig: • inzet pedagogisch medewerker in groep 1 en 2: 200.000 euro structureel
8) “Het pre-COOL cohort tot en met groep 8 – Ontwikkeling van kinderen en relatie met kwaliteit in de voor- en
vroegschoolse educatie”, Kohnstamm Instituut (2022).
41
PARAGRAAF 3: OP DE BASISSCHOOL (6-12 JAAR) Onze ambitie (3): Ieder kind verdient het om kansrijk te zijn op de basisschool. School en gemeente moeten daarvoor op de ene plek iets meer ondersteuning bieden dan op een andere plek. Voor wie Alle leerlingen. Wat gaan we daarvoor doen? Op alle basisscholen bieden we een basispakket aan. Daarnaast zijn voor elk kind dat het nodig heeft individuele ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar. We zien echter ook dat op bepaalde scholen de kansengelijkheidsproblematiek dusdanig zwaar is dat we op die plekken gericht willen compenseren. Per plek gaan we samen kijken wat er aan de hand is en wat we daar samen kunnen doen. Op die manier ontstaat per plek een gerichte samenhangende aanpak. De basiselementen hiervoor hebben we afgelopen jaren al ontwikkeld en gericht ingezet. Die blijven bestaan, maar op basis van de gesprekken kunnen we ze per plek aanvullen of meer in samenhang met elkaar brengen. Het gaat om de volgende elementen: Extra inzet IKC-wijkcoaches In 2022 zijn we begonnen met extra IKC-wijkcoaches (vanuit Nationaal Programma Onderwijs). De gewone wijkcoaches zijn daardoor meer aanwezig op school en in de kinderopvang. De wijkcoaches zijn laagdrempelig voor ouders, kinderen en professionals. Dit gebeurt nu op 15 IKC’s waar scholen veel achterstand hebben.
In 2023 kijken we naar de resultaten en beslissen we of we de IKC-wijkcoaches structureel gaan uitbreiden (plusarrangement).
Aanvalsplan om motoriek van jongeren op basisscholen te verbeteren In 2022 is er in samenwerking tussen, Sportaal en de schoolbesturen van het primair onderwijs de Motorische Quotiënt- (MQ)-scan afgenomen. De MQ Scan meet de motorische ontwikkeling van een kind. Deze scan wordt tweejaarlijks afgenomen tot in elk geval het schooljaar 2023-2024, met de insteek om het daarna voort te zetten. In het schooljaar 2021-2022 zijn 11.120 kinderen getest op 61 basisscholen. Hierbij scoorden 4.000 kinderen onder het landelijke gemiddelde, waarbij er 1700 een zorgelijke achterstand hebben. De leerlingen met een zorgelijke achterstand zijn veelal woonachtig in wijken die ook op andere gebieden aandacht moeten hebben. Er wordt gewerkt aan een gezamenlijk ‘aanvalsplan’ om de motoriek van Enschedese leerlingen te verbeteren. In de Preventienotitie wordt dit plan nader uitgewerkt en naar verwachting voor de zomer aan de
42
gemeenteraad aangeboden.
Scores MQ-scan (R.O. Gem= ruim onder gemiddeld, O=onder gemiddeld, Gem = gemiddeld, B.Gem= bovengemiddeld en R.B. Gem.= ruim boven gemiddeld)
Extra na-schools programma Er is een mooi basisaanbod voor Enschedese kinderen. We zien dat kinderen in kwetsbare wijken minder bewegen en ook minder gebruik maken van cultureel aanbod. We hebben extra programma’s om kinderen een rijker aanbod te geven, zoals de Weekendschool en Het Fort. Daarnaast komt nog een uitgebreider na-schools aanbod voor alle kinderen in een aantal kwetsbare wijken. In 2022 zijn we begonnen met de pilot Verlengde Schooldag vanuit Concordia en het na-schoolse aanbod via kinderopvangorganisaties. In 2023 gaan we dat uitbreiden (taal, cultuur en bewegen) op een aantal locaties. Dit bepalen we in overleg met de scholen en kinderopvang (bso).
Bibliotheek op School (en in de kinderopvang) Om ervoor te zorgen dat kinderen de taal beter leren beheersen gaan we verder met De Bibliotheek op School (en in de kinderopvang). Inmiddels maken bijna 30 Enschedese basisscholen en een aantal kinderopvanglocaties hier gebruik van. Dit is onderdeel van de Openbare Bibliotheek Enschede. Jaarlijks kunnen ongeveer 10 extra scholen meedoen. Waar merken ouders en kinderen dat aan? Ouders en kinderen merken dat er een rijke schoolomgeving is en dat er in kwetsbare wijken extra aanbod is. Hoe blijven we op koers? We evalueren de inzet regelmatig en stellen waar nodig en mogelijk bij. Wat zijn de kosten? Voor een extra na-schools programma is, afhankelijk van het aantal IKC’s waarvoor het wordt uitgevoerd, tussen de 95.000 (4 IKC’s) en 230.000 euro (10 IKC’s) nodig. Daarvoor is nu nog geen dekking beschikbaar.
43
PARAGRAAF 4: VAN PRIMAIR ONDERWIJS NAAR VOORTGEZET ONDERWIJS Onze ambitie (4) is: De overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs verloopt zo soepel mogelijk Elke verandering vraagt om aandacht. De overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs is zo’n verandering. Op zo’n moment is het belangrijk dat alle partijen betrokken zijn en dat informatie goed met elkaar gedeeld wordt. Niet alleen met de leerling zelf, maar ook met de ouders, basisschool, de nieuwe school en eventueel de ondersteunende partners. Dan krijgt het kind de beste kans op een nieuwe start. Omdat elk kind uniek is, gaat de ontwikkeling niet bij elke leerling hetzelfde. Er zijn ‘snelle leerlingen’ en ‘laatbloeiers’. Het onderwijssysteem in Nederland richt zich op de gemiddelde leerling. Daarom zijn er in Enschede sinds enkele jaren zogenaamde 10-14 scholen. Bij de plaatsing op het voortgezet onderwijs speelt het advies van de basisschool een bepalende rol. Bepaalde kenmerken van het kind of de thuissituatie spelen een rol in het opstellen van het advies en kunnen leiden tot onder-advisering.
Voor wie Alle leerlingen (basis-arrangement) Leerlingen op specifieke locaties (plus-arrangementen) Wat gaan we daarvoor doen? Basis-arrangement Warme overdracht verbeteren (eigenaar: onderwijs) - Er worden met alle leerlingen en hun ouder(s) driehoeksgesprekken (leerling-ouders-leerkracht) gehouden. Vanaf groep 7 wordt in deze gesprekken de verwachte vervolgroute besproken. Er vindt een goede voorlichting over de onderwijsmogelijkheden in Enschede plaats en elke leerling krijgt van de leerkracht begeleiding bij het proces om een reële keuze te maken. - Elke leerling krijgt een passend advies over het onderwijsniveau in het voortgezet onderwijs. Dit advies wordt ondersteund door onafhankelijke gegevens uit het LVS en de uitslag van de eindtoets. - Bij de overgang naar de nieuwe school wordt belangrijke informatie over het kind op tijd gedeeld tussen bassischool, ouders en ontvangende school. De basis hiervoor is een volledig ingevuld onderwijskundig rapport (OWKR). In de lopende LEA-periode onderzoeken de scholen of bij de warme overdracht tussen de leerkracht van groep 8 en de ontvangende school ook de ouders aanwezig kunnen zijn. Het gezamenlijk optrekken als gelijkwaardige partners in de begeleiding van de jongere naar de volwassenheid zorgt voor een stabiele basis. Latere indeling naar niveau (eigenaar: onderwijs) - De bestaande 10-14 scholen worden goed geëvalueerd.
De resultaten worden gedeeld met de LEApartners.. Binnen de gesprekken tussen onderwijs en gemeente over de onderwijshuisvesting worden nieuwe plannen voor 10-14 scholen besproken. - Tijdens de looptijd van deze LEA onderzoeken de scholen of het inrichten van brede brugklassen mogelijk is. Leerlingen hebben dan langer de kans om zich te ontwikkelen voordat zij uitstromen naar een niveau. Eventuele remmende organisatiebelangen en belemmerende regelgeving wordt actief besproken in het overleg tussen de LEA-partners. Onder-advisering (eigenaar: onderwijs in samenwerking met de gemeente) - Gegevens rond de advisering (verdeling niveaus, aantal bijstellingen, plek in derde leerjaar) worden samen in kaart gebracht en uitgelegd. Dit is onderdeel van het project De Staat van het Onderwijs in Enschede. Bij de evaluatie worden de effecten van ‘kansrijk adviseren en bevorderen’ tijdens de corona-periode in kaart gebracht. Meerjarig beleid willen we echter niet op uitzonderingen baseren. We kijken wel naar de bijzondere situatie van de corona-jaren. - Een tweede vraag in dit onderzoek is of er op bepaalde locaties opvallende zaken zijn die te koppelen zijn aan de (sociaal-economische) omgeving van de basisschool.
44
Uitkomsten van het onderzoek naar onder-adviseren kan betekenen dat het beleid over advisering wordt bijgesteld. Plus-arrangement Onderzoek inzet buddy’s (eigenaar: gemeente in samenwerking met de het onderwijs) - Verschillende organisaties bieden buddy-projecten aan, waarbij een leerling vanaf groep 7 of 8 een vrijwilliger als mentor krijgt die de jongere begeleidt bij de overstap naar het Voortgezet Onderwijs. De mentor blijft meerjarig aan de jongere verbonden. Hier wordt op een aantal scholen gebruik van gemaakt, maar een onderbouwing van de inzet van deze projecten ontbreekt. De komende jaren kijken we of dit zorgt voor een verbetering van de overstap en of dit in bepaalde gebieden in de gemeente moet worden ingezet. Waar merken ouders en kinderen dat aan? De overstap van de basisschool naar de middelbare school verloopt soepel. Er wordt een goede school gevonden, passend bij de mogelijkheden van het kind. Ouders voelen zich als volwaardige partners in dit proces betrokken. Zij erkennen de deskundigheid van de scholen op het onderwijsproces. In samenwerking wordt de juiste plek voor een goed vervolg gevonden. Hoe blijven we op koers? We volgen de cijfers van de op-, af- en uitstroom (UDI-gegevens). Bij bijzonderheden analyseren we gezamenlijk. De beschreven acties omvatten juist een analyse en een evaluatie. Als daar aanleiding voor is, passen we de praktijk aan.
Wat zijn de kosten? De meeste acties die hierboven staan en die betrekking hebben op de overgang van het Primair Onderwijs naar het Voortgezet Onderwijs zijn de ‘corebusiness’ van het onderwijs. Hiervoor is geen aparte financiering nodig. De activiteiten in kader van onder-advisering en inzet van buddy’s vallen hier buiten. Hiervoor zal extra financiering gevonden moeten worden. Vanuit de gemeentelijk begroting wordt de onderstaande bedragen als gevraagde inzet geschat: De Staat van het Onderwijs Enschede € 20.000 per jaar Onderzoek inzet buddy’s € 5.000 eenmalig Voor beide onderwerpen is cofinanciering mogelijk.
45
PARAGRAAF 5: OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS (12 - 16/18 JAAR) Onze ambitie (5): Iedere jongere verdient het om kansrijk te zijn in het Voortgezet Onderwijs Op de middelbare school verandert er veel in het leven van jongeren. Zij slaan hun vleugels uit en maken zich los van hun omgeving. Deze puberteitsfase vraag om veel aandacht. Zelfs als een kind op de basisschool zonder moeite door het leven ging, kan in deze nieuwe levensfase extra ondersteuning nodig zijn. Ongelijke kansen kunnen groter worden, omdat kinderen zelfstandiger willen en moeten worden en niet ieder kind dat ook kan. Als samenleving (en gemeente) moeten we blijven helpen waar dat nodig is. Kwalitatief goed onderwijs is belangrijk om alle jongeren zo goed mogelijk verder te helpen naar een vervolg in de maatschappij. Of dat nu werk of een studie. En dat moet voor iedereen toegankelijk zijn. De LEA- partners vinden dat extra (betaald) onderwijs naast de school (het zogenaamde ‘schaduwonderwijs’), tegengegaan moet worden. Als er toch extra onderwijsactiviteiten nodig zijn, zal dit gericht plaatsvinden op basis van een goede analyse in onderlinge afstemming. Een apart thema waar we de komende LEA-periode aan willen werken, is de ketensamenwerking tussen onderwijs, leerplicht en JGZ op het gebied van schoolaanwezigheid en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten.
Voor wie • Alle kinderen (basis-arrangement) • Specifieke locaties (plus-arrangement) Wat gaan we daarvoor doen Basis-arrangement Kwalitatief goed onderwijs (eigenaar: onderwijs, financieel ondersteunt door gemeente) - Het aanbod in de gemeente Enschede is goed en breed (van PrO tot gymnasium en internationaal onderwijs). In Enschede hebben alle scholen minimaal een beoordeling ‘voldoende’ en worden regelmatig gecontroleerd door de onderwijsinspectie. Het belangrijkste punt van aandacht is het aanleren van basisvaardigheden en vaardigheden (‘life-skills’) om succesvol te worden in werk en studie. - Elke leerling in het voortgezet onderwijs volgt een maatschappelijke stage en krijgt burgerschapsonderwijs. Ook cultuur is belangrijk om de blik op de Nederlandse samenleving te verbreden. Scholen maken actief gebruik van het aanbod van cultuureducatie. - Enschede ligt midden in een Euregiogebied. Dat biedt kansen. De regio Twente heeft veel maakindustrie. Daarom vinden we het belangrijk dat elke leerling kennismaakt met vakmanschap, makerschap en wetenschap & techniek. Ook is het beheersen van de Duitse taal en het hebben van een internationale mindset een pré; het vergroot de kansen op de arbeidsmarkt. We gaan door met activiteiten die gericht zijn op het aanleren van deze vaardigheden. - Opgroeien en zelfstandig worden kost veel tijd en energie.
Als de ouder(s) voor de puber niet meer de gesprekspartner zijn, worden zij door de school hierin ondersteund. Op elke school zijn mentoren aanwezig in de klas. De mentor kan als het nodig is hulp vragen aan een schoolwijkcoach en/of de JGZ. Ketensamenwerking verbeteren (eigenaar: gemeente (initiatief), onderwijs (uitvoering)) - Onderwijs slaagt alleen als een leerling in de les zit. Binnen Twente zijn we al op meerdere plaatsen bezig met een aanpak om de schoolaanwezigheid te verbeteren. De school noteert dagelijks de aanwezigheid van leerlingen en een overzicht van de bijzonderheden op school, klas en kindniveau (skk-analyse). Op basis van dit overzicht worden acties ingezet. Met de schoolbesturen is via het Ondersteuningsplan van het Samenwerkingsverband afgesproken dat in 2026 alle scholen met deze aanpak werken. - Bij de acties is niet alleen de school maar ook Leerplicht en de JGZ betrokken. De tot nu toe gebruikte ‘verzuimkaart’ (waar o.a. onderscheid gemaakt wordt tussen ‘geoorloofd’ en ‘ongeoorloofd’ verzuim) wordt vervangen door een nieuwe ‘aanwezigheidskaart’. Hierop is te vinden op welk moment het nodig is om de andere partners uit de keten in te schakelen. In 2024 is de eerste versie van deze kaart klaar. De doorontwikkeling en uitvoering kost vier jaar. Plus-arrangement
46
Kansrijk Ondersteunen (eigenaar: gemeente (initiatief), meerdere partijen (uitvoering)) - In Enschede zijn er kinderen die minder kansen hebben om zonder moeite hun school af te maken. Uit gegevens blijkt dat deze kinderen op bepaalde scholen te vinden zijn. Daarom zijn we op de locaties Alpha van Het Stedelijk Lyceum en Wethouder Beverstraat van het Bonhoeffer College in 2021 begonnen met het traject Kansrijk Ondersteunen. Er wordt gewerkt met de ‘school-klas-kind-benadering’. We kijken samen (interprofessioneel) naar de acties die nodig zijn. De eerste ervaringen laten zien dat bepaalde organisaties beter zijn in acties voor individuele kinderen (schoolwijkcoach, JGZ) en andere beter werken met een groep (jongerenwerk). Acties beperken zich niet alleen tot de schoolse omgeving. Indien nodig en mogelijk wordt ook het systeem rond de jongere betrokken. - We willen eerst de tijd nemen om deze aanpak goed in de vingers te krijgen. In schooljaar 2023-2024 bekijken we hoe andere VO-locaties deze aanpak kunnen gebruiken. Huiskamers – Hardgaan053 (eigenaar: gemeente (initiatief), meerdere partijen (uitvoering)) - Op zeven VO-locaties zijn afgelopen jaar ‘Huiskamers in de school’ opgezet (of worden opgericht). Deze locaties hebben allemaal te maken met een groep jongeren die extra ondersteuning bij het opgroeien nodig hebben.
De school moet voor hen een veilige en prettige vind- en werkplaats zijn. De huiskamers maken onderdeel uit van het programma Hardgaan053 dat in coronatijd begonnen is maar inmiddels in de derde fase is beland. Hardgaan053 is opgesteld door verschillende partijen: de scholen, Alifa, Concordia en Sportaal. Alifa biedt jongerenwerk op de locaties, waardoor er op een laagdrempelige manier contact gelegd kan worden. Concordia en Sportaal bieden aanvullend culturele en sportieve activiteiten aan. - De komende twee jaar wordt bekeken welke positieve bijdrage de huiskamers leveren. De financiering vindt plaats door de gemeente met tijdelijke middelen. Ook dragen de meewerkende organisaties bij vanuit de eigen organisatie. Voor de periode daarna is nog geen financiering beschikbaar. Onderwijs-zorg-arrangementen (eigenaar: gemeente (initiatief), meerdere partijen (uitvoering)) - Op zorgintensieve scholen (waar meer dan 40% van de jongeren een vorm van jeugdhulp uit de Jeugdwet krijgt) blijkt dat bieden van jeugdzorg binnen de school zodat er een goed contact tussen de docenten en de jeugdzorgmedewerkers ontstaat, voor betere resultaten zorgt. De Onderwijs Jeugdzorg Arrangementen (OJA’s) die de afgelopen vijf jaar als pilot uitgeprobeerd zijn, laten dit duidelijk zien. OJA krijgt een vaste plek in het onderwijs van Enschede.
Daarnaast wordt er op andere zorgintensieve scholen eveneens geëxperimenteerd met het aanbieden van geïntegreerde hulp op school. Dit wordt gefinancierd uit de drie wetten: Jeugdwet, Wet Langdurig Zorg (WLZ) en Zorg Verzekeringswet (ZVW). - Wat goed ging tijdens de OJA-pilot, gaan we ook toepassen op andere plekken in het onderwijs. We gaan de komende LEA-periode gebruiken om de ondersteuning door wijkteams, JGZ en het preventieve aanbod vanuit het voorveld (welzijn, sport, cultuur, …) meer te integreren in en om de school. Daarmee zorgen we dat de ondersteuning dichterbij en laagdrempeliger wordt en wordt het ook een logischer onderdeel van het onderwijs. Niet voor elke tegenslag is hulp nodig. We gaan minder gebruik maken van jeugdzorg op sommige locaties. Deze kiezen we op basis van een analyse. Tegengaan van schaduwonderwijs - Onderwijs heeft als doel jongeren voor te bereiden op een plek in de maatschappij. Daarvoor zijn een passende opleiding en goede maatschappelijke vaardigheden noodzakelijk. Een passende opleiding is niet altijd een cognitief hoger aangeschreven opleiding. Schoolprestaties zijn op kortere termijn te verbeteren door o.a. specifieke training buiten de lessen om (‘schaduwonderwijs’). Op langere termijn zorgen juist de motivatie uit jezelf en je persoonlijke mogelijkheden voor succes.
Schaduwonderwijs zorgt bij jongeren voor een gevoel van hoge verwachtingen waaraan zij moeten voldoen. Dit geeft stress en de angst om te falen. De LEA-partners steunen daarom dit schaduwonderwijs niet (zoals bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding). De komende periode kijken we naar bestaande afspraken en gebruiksovereenkomsten met (commerciële) aanbieders en of we hiermee door willen gaan. - Als er toch extra onderwijsactiviteiten nodig zijn, dan bekijken we dit op basis van een analyse en in onderling overleg. De gesubsidieerde onderwijsbegeleiding wordt de komende LEA-periode geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Waar merken ouders en kinderen dat aan?
47
• •
Jongeren kunnen in Enschede de schoolopleiding volgen die past bij hun ambities en mogelijkheden. Ze krijgen ondersteuning als dit nodig is en ontwikkelen zich tot mondige adolescenten die hun weg na de vervolgopleiding en de maatschappij zelfstandig weten te vinden. Ouders en jongeren zien dat de school en andere partijen het beste met hen voor hebben en passende hulp bieden die in lijn is met de mogelijkheden.
Hoe blijven we op koers? De plannen in deze LEA worden jaarlijks uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Deze worden geëvalueerd. Dit zorgt voor input voor de volgende uitvoeringsplannen. Dit doen we als LEA-partners samen. Wat zijn de kosten? De middelen voor de activiteiten hierboven genoemd en afkomstig van de gemeente: Basis-arrangementen gefinancierd vanuit het LEA-budget zijn de maatschappelijke stage, wetenschap & techniek en makerschap. Jongerenwerk op school, bewegingsonderwijs, Duitse taal en cultuureducatie worden uit andere budgetten gefinancierd. Plus-arrangementen worden gefinancierd uit budgetten van het onderwijs en vanuit meerdere beleidsonderdelen van de gemeente. Budget Jongerenwerk op School is structureel beschikbaar. Voor Kansrijk Ondersteunen zetten we nu budgetten in van het onderwijs, Jeugdgezondheidszorg (JGZ), schoolwijkcoaches en leerplicht. Tot en met het schooljaar 2024-2025 kunnen we ook de rijksmiddelen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) gebruiken. Als uit de school-klas-kind-analyses en de gesprekken acties komen die nog niet begroot zijn zullen hier extra middelen voor gevonden moeten worden. Dit bekijken we per jaar en wordt elk jaar in de Zomernota geactualiseerd.
48
PARAGRAAF 6: VAN VOORTGEZET ONDERWIJS NAAR MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS Twentse Belofte 1: Jongeren die de overstap maken naar een nieuwe school zijn goed voorbereid en op de nieuwe school komt de (extra) ondersteuning direct op gang. Inleiding In het regionaal plan De Twentse Belofte hebben we in belofte 1 vastgelegd hoe we ervoor zorgen dat jongeren een goede overstap maken naar een nieuwe school. Met als doel dat er minder jongeren voortijdig van school gaan en we in Twente bijdragen aan een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters. In de LEA dragen we met de Enschedese partners bij aan dit regionaal plan. Daarin leggen we Enschedese accenten. Voor wie • Alle jongeren die naar het MBO gaan en extra ondersteuning nodig hebben • Leerlingen vanuit het Praktijkonderwijs (PrO) en het Voortgezet (Speciaal) Onderwijs (V(S)O) Wat gaan we daarvoor doen - Jongeren worden voorbereid op de stap naar een nieuwe school. Zij krijgen extra ondersteuning voor, tijdens en na de overstap. Er is sprake van een warme overdracht (basis). - In juni 2020 zijn we begonnen met de Overstaptafel. Het Twents Aansluitingsnetwerk gaat samen met het vmbo, mbo en de gemeenten kijken welke leerlingen zich nog niet hebben ingeschreven. Dan wordt bepaald wie dit gaat oppakken. Dit noemen wij de zomeracties (basis).
- In convenanten tussen Praktijkonderwijs (PrO) en ROC zijn samenwerkingsafspraken vastgelegd. Het doel is een doorlopende leerlijn maken voor leerlingen uit het Praktijkonderwijs, zodat ze een diploma van de Entree opleiding of een startkwalificatie (niveau 2) halen (basis). - Als jongeren op papier naar het vervolgonderwijs kunnen, maar daar in de praktijk nog niet aan toe zijn, krijgen zij alternatieve onderwijsvormen aangeboden. Voorbeelden hiervan zijn het Pre-MBO of Go2MBO. een samenwerking tussen Attendiz (VSO) en Entree (plus). - Gemeenten gaan meedenken over welke jongeren extra risico lopen. Samen met de scholen wordt bekeken hoe deze jongeren de beste begeleiding kunnen krijgen. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die uit huis zijn geplaatst of een GGZ-behandeling krijgen (plus). Hoe blijven we op koers? De stuurgroep Twentse Belofte rapporteert jaarlijks over het aantal jongeren vanuit PrO, VSO en Entreeonderwijs dat een kwetsbare overstap maakt naar het MBO, of zij aankomen en goed landen op hun nieuwe school. Wat zijn de kosten? De kosten van deze begeleiding vallen onder de begroting van De Twentse Belofte, onderwijs, leerplicht en RMC.
49
PARAGRAAF 7: OP HET MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS Twentse Belofte 2: Jongeren met een hogere kans op schooluitval worden op school extra ondersteund om zich te ontwikkelen en een startkwalificatie te halen. Voor wie • Alle jongeren in het VO en MBO die een risico lopen op zowel school- als maatschappelijke uitval door bijvoorbeeld psychosociale of keuzeproblemen, verslaving, schulden of problemen thuis. Deze jongeren kunnen zich op school moeilijk of zelfs helemaal niet handhaven (plus) • Opvallende risico-groepen waarvan we signalen krijgen: zoals bijvoorbeeld vastgelopen jongeren vanuit HAVO 3 en 4 en leerlingen vanuit Vmbo-BB op het MBO. (Zie ook Ambitie 5: Kansrijk ondersteunen op het VO) Wat gaan we daarvoor doen Algemeen - Er is een passend opleidingsaanbod voor studenten met diverse leervragen en verschillende ondersteuningsbehoefte (inclusief onderwijs). - Het onderwijs wordt ondersteund door de partners in de begeleidingsketen, waaronder de gemeenten. - Jongeren met een hogere kans op schooluitval worden op school extra ondersteund om zich te ontwikkelen en een startkwalificatie te behalen. - Op het MBO werken professionals uit de jeugdgezondheidszorg, verslavingszorg, jeugdartsen en Leerplicht/RMC intensief en preventief samen met de professionals van het Loopbaancentrum. Wat is basis - Naast het melden van verzuim wordt ook meteen gehandeld.
De school, gemeente en hulpverleners werken daarbij samen. Om dat in goede banen te leiden, pakken we het als volgt aan: - We kijken naar de oorzaken van het verzuim en bepalen welke acties extra nodig zijn. - De studieloopbaanbegeleiders zorgen voor de basis-ondersteuning. Is er extra ondersteuning nodig dan komt het Loopbaancentrum in beeld (plus). Wat is plus - We kijken naar problematisch schoolverzuim en hoe dat kan worden voorkomen. Het gaat dan niet alleen om ongeoorloofd verzuim (verzuim waar geen goede reden voor is), maar ook om zorgwekkend geoorloofd verzuim (bijvoorbeeld leerlingen die langdurig ziek zijn). Hierbij is de insteek om het verschil tussen het melden bij 18- en 18+ minder groot te maken. Dit kan bijvoorbeeld door bij 18+ eerder en vaker preventief te melden. - We gaan meer interdisciplinair werken: scholen, gemeenten, Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis Twente (VTT), jeugdreclassering en het Openbaar Ministerie (OM) gaan samen kijken hoe het gaat en bepalen hoe het beter kan. - We gaan bepalen hoe we de Jeugd-GGZ eerder en beter op scholen kunnen inzetten. - Het Loopbaancentrum van ROC van Twente heeft een centrale positie als het gaat om begeleiding van jongeren die kans hebben om uit te vallen.
De afgelopen jaren is de expertise van het team uitgebreid, door extra en vroegtijdige inzet van jeugdartsen, jeugd-ggz en verslavingszorg. Deze inzet wordt door ROC van Twente en gemeenten geëvalueerd, voortgezet en doorontwikkeld. - Ook het RMC en Leerplicht gaan intensiever met het Loopbaancentrum samenwerken. In overleg met het MBO gaan we op de locaties aan de slag om meer jongeren in een vroeg stadium te helpen. Zodat de kans kleiner wordt dat ze uitvallen en niet aangemeld hoeven te worden bij Leerplicht of RMC. - MBO en gemeenten gaan bepalen hoe ze de begeleiding van MBO en zorg vanuit de gemeenten beter kunnen laten aansluiten op elkaar. Hetzelfde gaan we doen met de zorgverzekeraars, omdat veel jongeren ouder dan 18 jaar zijn. Zij maken dus geen gebruik meer van de Jeugdwet, maar van de Zorgverzekeringwet. - We hebben al jaren een uitgebreid aanbod van Plusvoorzieningen op het MBO. We gaan onderzoeken of de Plusvoorzieningen blijven aansluiten bij de begeleidingsbehoefte van de studenten. Waar nodig
50
gaan we nieuwe voorzieningen opzetten of bestaande Plusvoorzieningen samen met de partners door ontwikkelen (zoals bijvoorbeeld Scoren door Scholing en Assist). Plusvoorzieningen zijn speciale voorzieningen die jongeren zowel groepsgericht als individueel extra ondersteuning bieden om hun opleiding af te ronden. Het gaat om voorzieningen die bovenop de ondersteuning van studieloopbaanbegeleiders komt. -
Voor de studenten van het MBO zijn en blijven de Plusvoorzieningen beschikbaar. Ze zijn ook vrij toegankelijk voor alle jongeren in Twente die ingeschreven staan bij ROC van Twente en Zone College op niveau 1 t/m 4. We onderzoeken wat de risicogroepen zijn. Denk aan bovengenoemde vastgelopen jongeren vanuit HAVO 3 en 4 en leerlingen vanuit Vmbo-BB op het MBO. Ook jongeren met een recente migratieachtergrond (Syrische en Eritrese jongeren) vallen op. Scholen, zorgaanbieders en gemeente gaan de ondersteuning op elkaar afstemmen.
Waar merken jongeren en hun ouders dat aan? • • • •
Jongeren merken dat er aandacht is voor hun persoonlijke situatie en dat daarmee rekening wordt gehouden op school. Jongeren merken dat scholen en gemeenten op de hoogte zijn van elkaars activiteiten. Jongeren voelen zich aan alle kanten gesteund als ze het moeilijk hebben en dreigen uit te vallen. Jongeren die het nodig hebben merken dat ze direct gebruik kunnen maken van extra ondersteuning.
Hoe blijven we op koers? Bovengenoemde activiteiten worden door de regiegroep Twentse Belofte gemonitord, geëvalueerd en bijgesteld. De stuurgroep Twentse Belofte rapporteert jaarlijks over: - onze bijdrage aan een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 in 2024; - schoolaanwezigheid - het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs, - de jongeren vanuit het VSO, PrO en Entree, die gestopt zijn met school en in beeld zijn gekomen bij de gemeente. Hoe verdelen we de kosten? De kosten van deze begeleiding vallen onder de begroting van De Twentse Belofte, onderwijs, leerplicht en RMC.
51
PARAGRAAF 8: NAAR WERK/DAGBESTEDING EN/OF TERUG NAAR SCHOOL Twentse Belofte 3: Jongeren die zonder startkwalificatie van school gaan worden persoonlijk begeleid naar een passende plek in de samenleving. Deze ambitie vinden we ook terug in de Strategische Koers 2023-2027 van het ROC van Twente en in de Werkagenda mbo in wording. Twentse Belofte 5: Jongeren die niet op school zitten of aan het werk zijn worden benaderd en begeleid zodat ze terug naar school kunnen, aan het werk of allebei. De komende jaren willen we via de uitvoering van ons regionaal plan De Twentse Belofte: a) bijdragen aan een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 20.000 in 2024; b) het percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs verhogen; c) het percentage uitgevallen jongeren dat één jaar later voor minimaal 12 uur per week werkzaam is verhogen; en d) ervoor zorgen dat alle jongeren uit het VSO, PrO en Entree-onderwijs bekend zijn bij de gemeente voordat zij het onderwijs verlaten. e) ervoor zorgen dat meer jongeren die langer dan een jaar geleden met school en/of werk gestopt zijn, weer terug naar school gaan, aan het werk of allebei.
Voor wie • Alle jongeren tot 27 jaar die zonder startkwalificatie van school gaan • Andere jongeren (ook mét startkwalificatie) die extra ondersteuning nodig hebben • Jongeren vanuit VSO, PrO en Entree-onderwijs en jongeren zonder startkwalificatie voor wie school en/of werk meer dan een jaar na uitval nog niet lukt Wat gaan we daarvoor doen Wat is basis -
Alle jongeren tot 27 jaar die zonder startkwalificatie van school gaan of al langer dan een jaar van school zijn zijn bekend in het Actieteam en krijgen via het Actieteam passende ondersteuning aangeboden richting zelfredzaamheid (basis)