Discussienota KANSRIJK ENSCHEDE 2023-2033
Tekst van het document
Kansrijk Enschede 2023 -2033
Niet de afkomst maar de toekomst telt!
1
KANSRIJK ENSCHEDE 2023-2033 WAAR NIET DE AFKOMST MAAR DE TOEKOMST TELT! Inleiding: Voor u ligt de discussienota Kansrijk Enschede 2023-2033 als eerste opmaat voor gelijkere kansen voor kinderen en jongeren tot 27 jaar. U wilt nauw bij de nadere uitwerking betrokken worden. Op 9 januari j.l. heeft u in meerderheid gekozen om procesregisseurs aan te stellen die het thema Kansengelijkheid inhoudelijk gaan begeleiden. Om de raad in dit proces te ondersteunen gaat het College met een tussenstap de definitieve nota Kansrijk Enschede aan u voorleggen. Dit doen we via deze discussienota. Op deze manier kan er door de raad een open discussie gevoerd worden over de leidende principe(s), de ambities per leeftijdsfases en over de kansen die er zijn. Het resultaat van de discussie en de nadere uitwerking wordt in de definitieve nota Kansrijk Enschede verwerkt en aan u ter besluitvorming voorgelegd. In deze nota is als voorzet een leidend principe opgenomen, gevolgd door vier ambities en elf kansen die als bespreekpunten kunnen dienen. Tien jaar vooruit kijken is een verre stip op de horizon. Daarom komt er een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar we de ambities en kansen met elkaar bespreken. De alledaagse realiteit bewijst dat er regelmatig snelle antwoorden op nieuwe uitdagingen moeten komen. Dat maakt het thema Kansengelijkheid een uitdaging en vooral een dynamisch dossier.
Enschede kent al een groot scala van goede initiatieven die de kansengelijkheid vergroten. Een groot aantal is op hoofdlijnen beschreven in de raadsbrief “stand van zaken Kansengelijkheid”1. Ons startpunt is om deze (goede) initiatieven te houden, op basis van de situatie te versterken en waar nodig te vernieuwen of uit te breiden. De centrale vragen die daarbij horen zijn: Wat willen wij versterken, wat willen wij vernieuwen en wat willen we uitbreiden? En langs welke principe(s) gaan we dit voortaan doen en welke uitgangspunten hanteren we? Tenslotte liggen er uitdagende kansen die we – indien u dit wenst – nader willen gaan onderzoeken. Wat willen we bereiken met Kansrijk Enschede ? Ieder mens is uniek. Daardoor is er is altijd al een verschil in mensen geweest. Ook in de kansen en mogelijkheden om het beste en het mooiste uit jezelf te halen. Een groot deel van de volwassen inwoners kan een bewuste keuze maken en kansen creëren. Voor het andere deel van de volwassen inwoners lijkt het alledaagse leven op een overlevingstocht. Dit is van invloed op de volwassenen zelf, maar ook op de opvoeding van hun kinderen. Het is de Enschedese opgave om de ouder(s)2 te helpen om zelf keuzes te kunnen maken om hun kinderen alle kansen mee te geven.
Hierdoor kunnen deze ouders – al dan niet met hulp – zelf ervaren dat er óók voor hun kinderen goede kansen zijn om het beste en het mooiste uit zichzelf te halen. Niet alleen voor de kinderen, maar ook voor hun kleinkinderen en achterkleinkinderen. Wij willen een gezamenlijk aanpak om de kansengelijkheid te vergroten die ambitieus en krachtig is om de gewenste trendbreuk te maken. De afgelopen jaren laten zien dat continuïteit een belangrijke 1
Raadsbrief stand van zaken Kansengelijkheid
2 Onder ouders wordt verstaan o.a. de biologische ouder(s), pleegouder(s), stiefouders, diegene die het kind mede opvoedt.
2
voorwaarde is om op alle vlakken in de nabijheid van ouders en kinderen te komen. Dit betekent óók blijven kiezen, focus aanbrengen en vasthouden, minimaal een generatie lang. Daarnaast betekent het bieden van gelijkere kansen niet dat er gelijke uitkomsten zijn! Het leven brengt immers vele onverwachte zaken die in de dagelijkse praktijk onmiddellijk om een (individuele) oplossing vragen die tot een andere uitkomst leidt. Vanuit die praktijk en vanuit de invalshoek van het Enschedese kind/jongeren tot 27 jaar kan de raad leidende principes voor de komende jaren aangegeven Deze principe(s) hanteren we nu mogelijk ook al, maar zullen bij vaststelling van de nota Kansrijk Enschede leidend zijn op de beleidsterreinen onderwijs, gezondheid en werk & inkomen. Januari 2023 Burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede
3
INHOUDSOPGAVE INLEIDING
2
HOOFDSTUK 1 ACHTERGRONDSCHETS EN LEESWIJZER
5
HOOFDSTUK 2 DE KANSENGELIJKHEIDSOPGAVE
6
2.1 Het leidend principe
6
2.2 Op welke groepen gaan we ons richten
9
HOOFDSTUK 3 OPGROEIEN DOE JE SAMEN
11
3.1 Het jonge kind (leeftijdsfase – 9 maanden tot 5 jaar)
11
3.2 Het voorschoolse en schoolgaande kind (leeftijdsfase van 2 jaar tot 18 jaar)
13
3.3 Jong volwassenen (leeftijdsfase 23 jaar tot 27 jaar)
15
HOOFDSTUK 4 WERKWIJZE
18
4.1 Manier van werken en de rol van de raad en het college
18
4.2 Planning
19
HOOFDSTUK 5 FINANCIELE UITWERKING
20
BIJLAGEN: Bijlage 1: Grafische weergave Bijlage 2: De Lokale Educatieve Agenda 2023-2026 Bijlage 3: Verslag en adviezen Bewoners Advies Commissie
4
22 23 55
HOOFDSTUK 1. ACHTERGRONDSCHETS EN LEESWIJZER In de strategische opgaven van onze stad neemt kansengelijkheid een belangrijke positie in. Het verbeteren van de kansengelijkheid is één van de drie hoofdthema’s in de strategische opgave Inclusief Enschede. Het belang van dit thema is helder: Enschede heeft al decennia lang te maken met problematiek die van generatie op generatie over gaat. De plaats en omgeving waar je geboren bent, lijkt nog steeds sterk van invloed op je positie op de arbeidsmarkt en bijvoorbeeld je gezondheid. Wij willen dat ieder kind het beste en mooiste uit zichzelf kan halen, ongeacht de plek waar je geboren bent of opgroeit. In 2019 riep de Enschedese gemeenteraad op om een strategie op het thema kansengelijkheid te ontwikkelen. De ambitie is daarbij uitgesproken om een trendbreuk te realiseren. Er volgden meerdere bijeenkomsten met raadsleden, ervaringsdeskundigen en professionals. Uiteindelijk resulteerde dat in de vaststelling in december 2020 van de nota “Kansrijk Enschede – Enschedese strategie kansengelijkheid voor ieder kind 2020 – 2024”. Bij de vaststelling destijds is ook een motie aangenomen met de oproep om de nota uit te werken voor de komende 10 jaar, vanuit het besef dat een trendbreuk op het thema kansengelijkheid een jarenlang commitment op dit thema vergt.
De voorliggende nota is een aanzet tot de meerjarige doorontwikkeling van de eerdere nota Kansrijk Enschede. De visie blijft ongewijzigd, maar we willen voorstellen een aantal leeftijdsfases te gaan onderscheiden en meer focus aan te brengen. Wij hebben hiervoor als aanzet al een aantal ambities voorgesteld om de discussie te stimuleren (hoofdstuk 2). Ook het ambitieniveau blijft ongewijzigd, namelijk een trendbreuk realiseren op het vlak van kansengelijkheid. Dat vergt niet alleen langjarig commitment, maar mogelijk ook extra en stevige(re) maatregelen (hoofdstuk 3). De raad heeft hiervoor al een eerste aanzet gegeven door bij de Gemeentebegroting 2022 en 2023 deels incidenteel, deels structureel extra middelen beschikbaar te stellen. Deze middelen kwamen bovenop de tijdelijke middelen die de afgelopen jaren van het rijk zijn ontvangen om op diverse domeinen de effecten van corona – die de impact van kansenongelijkheid soms extra versterkte – te verzachten. Met die (tijdelijke) middelen zijn aanvullende maatregelen opgestart, zoals extra inzet van schoolwijkcoaches in kwetsbare wijken, extra inzet van pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en het realiseren van ‘huiskamers’ op een aantal scholen in het voortgezet onderwijs.
En er zijn kleinschalige pilots geweest, bijvoorbeeld een verlengde schooldag met extra cultuuraanbod, die waardevol kunnen zijn wanneer het tot een inhoudelijker en gericht structureel aanbod komt (hoofdstuk 4). Kansengelijkheid is een groot en uitdagend onderwerp. Gezamenlijke uitgangspunten zijn nodig om een goede aanpak voor de komende tien jaar te ontwikkelen. Tegelijk realiseren we dat er regelmatig bijstellingen nodig zullen zijn en er nog onderwerpen uitwerking nodig hebben. In hoofdstuk 4 gaan we daarop nader in en doen we u ter overweging een voorstel. De voorliggende discussienota biedt de grondslag om samen aan de slag te gaan met onze uitdaging: stevig en structureel inzetten op kansengelijkheid.
5
HOOFDSTUK 2: DE KANSENGELIJKHEIDSOPGAVE Kansengelijkheid beslaat vele thema’s uit vele beleidsterreinen. In het visiedocument de Enschedese strategie kansengelijkheid voor ieder kind zijn drie beleidsthema’s genoemd. Deze beleidsterreinen zijn onderwijs, gezondheid en inkomen. Deze beleidsterreinen houden we ook aan in de nota Kansrijk Enschede 2023-2033. Deze beleidsterreinen zijn van grote invloed als het om vergroten van eerlijkere kansen gaat en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor alle thema’s die in deze beleidsvelden spelen, willen we voorstellen om voor gelijkere kansen voor kinderen ongelijk te investeren. Dit betekent ook dat we eerlijkere kansen met en voor elkaar moeten scheppen. Niet voor iedereen in dezelfde mate maar in ongelijke mate. Vooral voor hen die minder kansen hebben (gehad) en daarom al bij voorbaat in een achterstandsituatie zijn beland. De extra ondersteuning moet net dat extra zetje zijn die ervoor zorgt dat het kind een eerlijker startpositie kan innemen. Een startpositie die als basis dient voor een leven waar men het beste uit zichzelf kan halen en een positieve bijdrage levert aan de maatschappij. 2.1. Het leidend principe BESPREEKPUNT 1: Wat wordt ons leidend principe? Voorstel: het leidend principe: Ongelijk investeren voor gelijkere kansen Ongelijk investeren voor gelijkere kansen
Kansengelijkheid
Onderwijs
Gezondheid
Lokale Educatieve Agenda (LEA)
Fase 1
Ambitiedocument Gezond, Gelukkig en Vitaal.
Fase 2
Werk & Inkomen Rondkomen met je inkomen / Enschedese Analyse Arbeidsmarkt
Fase 3
De keuze van het leidend principe komt terug als basis in alle drie uitvoeringsprogramma’s. Voor onderwijs komt dit naar voren in de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Op het terrein van Gezondheid in het Ambitiedocument Gelukkig, Gezond en Vitaal. En tenslotte via de Enschedese Analyse Arbeidsmarkt over het beleidsterrein Werk & Inkomen.
6
Risico op onderwijsachterstanden (CBS 2021): Ongelijk investeren biedt meer gelijkere kansen
1 Verwachte onderwijsachterstanden (cbs.nl) op basis van het opleidingsniveau van ouders, herkomst, de verblijfsduur in Nederland, wel of geen schuldsanering en het gemiddelde
opleidingsniveau van de moeders op school.
BESPREEKPUNT 2: Welke uitgangspunten willen we hanteren?
Leidend principe(s)
Uitgangspunten We stellen de volgende vier uitgangspunten voor: A. Gericht investeren B. (Financiële) continuïteit C. Versterken basisvaardigheden en ouderbetrokkenheid D. Nabijheid BESPREEKPUNT 2a: Uitgangspunt A: Gaan we gericht investeren op die plekken en buurten die dit het hardst nodig hebben? Met dit uitgangspunt kan er een bestuurlijke keuze gemaakt worden: gericht investeren op die plekken en buurten die dit het hardst nodig hebben. Denk hier aan de Integrale Kindcentra’s (IKC’) en scholen in kwetsbare gebieden. Dat betekent ook verder in te zoomen op doelgroepen die in 7
kwetsbare posities verkeren. Denk dan bijvoorbeeld aan ouders in de bijstand of (hele) jonge en vaak alleenstaande moeders. Juist investeren in de nabijheid van zowel ouder, het kind als de sociale omgeving, zodat het een directe- maar ook de meeste impact heeft. De keuze van die plekken en buurten kan bepaald worden op basis van ervaringskennis, door gesprekken met ervaringsdeskundigen, professionals en op basis van data. BESPREEKPUNT 2b: Uitgangspunt B: We zorgen voor (financiële) continuïteit Dit houdt in dat het een bestuurlijke keuze is om te streven om reeds bestaande of nieuwe projecten structureel neer te zetten. Dit betekent dat we af willen van initiatieven die gefinancierd worden door incidentele middelen. Alleen door langdurig te investeren in langlopende projecten kan er een trendbreuk ontstaan en zal er wezenlijk wat veranderen in positieve zin. De hieronder genoemde ambities, anders dan de initiatieven die genoemd zijn in de LEA, worden dan ook voornamelijk gefinancierd uit de middelen van het beleidsterrein ‘Gezondheid, gelukkig en vitaal’. Dit zijn structurele middelen, zodat de continuïteit van deze initiatieven gewaarborgd is. Wanneer deze middelen niet toereikend blijken, zal er een beroep op de algemene middelen worden gedaan en wordt er een claim voorbereid voor de Zomernota.
Voor de jongvolwassenen geldt al dat er budgetten zoals Participatiebudget, WMObudget en RMC-budget wordt ingezet. Wanneer deze middelen niet toereikend blijken, zal er een beroep op de algemene middelen en door middel van een claim bij de Zomernota.
BESPREEKPUNT 2c: Uitgangspunt C: Versterken basisvaardigheden en ouderbetrokkenheid Op de raadsthema-avond werd door de experts duidelijk aangegeven dat we juist in de kwetsbare wijken extra moeten inzetten op basisvaardigheden en ouderbetrokkenheid. Inzetten op bewezen interventies. Cognitieve basisvaardigheden zijn vaardigheden op het gebied van taal (lezen, schrijven en mondelinge taalvaardigheid), rekenen en burgerschap (sociale en maatschappelijke vaardigheden). Tegelijkertijd moet ook extra aandacht zijn voor de brede talentontwikkeling en het stimuleren van creatieve vaardigheden van kinderen. Dit kan op het gebied van sport, kunst en cultuur zijn, maar ook het spelenderwijs (zelf-) leren ontdekken van je technische talenten . Een belangrijk element daarin is de kwaliteit van de interactie die een ouder, leerkracht of pedagogisch medewerker met het kind heeft. Het gaat er om dat het kind of de leerling wordt geprikkeld zelf dingen te vertellen, te ontdekken en te doen. Als ouder sta je aan de basis om het kind het vertrouwen in zichzelf te geven, maar ook in een ander. Daarom is de ouderbetrokkenheid zo ontzettend belangrijk en zal dit de komende jaren extra aandacht krijgen.
8
BESPREEKPUNT 2d: Uitgangspunt D: Nabijheid: Fysieke nabijheid voorzieningen, in contacten ook in woord en handelen nabij Wanneer ondersteuning nodig is, willen we allemaal dat er deze ondersteuning nabij is. De kinderopvang en het onderwijs zijn het trefpunt waar kinderen en ouders en professionals op dagelijkse basis met elkaar in contact zijn. School en kinderopvang hebben daarvoor een belangrijke functie in de buurt. Door de fysieke aanwezigheid van andere professionals (zoals bijvoorbeeld de schoolwijkcoach en/of de jongerenwerker) komen hulpvragen eerder in beeld. Het vraagt tijd om een vertrouwensband op te bouwen en deze band te behouden. En in contact – nabij –te blijven met de ouders, ook als een directe hulpvraag opgelost is of bij een van de partijen waar we mee samenwerken is gemeld. Wie krijgt die extra ondersteuning? We stellen u voor om gezamenlijk – in open dialoog – afspraken te maken welke groepen extra ondersteuning krijgen om de achterstand te verkleinen. Eén van de indicatoren is het in kaart brengen van het risico op onderwijsachterstanden. Ook geeft de Stedelijke Investerings Afweging (SIA)-tool meer inzicht op de staat van de buurten in onze stad(sdelen) en de aanpak van die buurten. Voor een grafische weergave zie bijlage 1. Dit vraagt om nadere zorgvuldige analyse op buurtniveau, samen met inwoners, de kinderopvang, scholen, inwoners- wijkraden.
We nemen ook de lokale kennis en de expertise van Stichting Maatschappelijke Dienstverlenging (SMD) /wijkteams mee. Ons huidige netwerk van partijen waar we mee samenwerken moeten hierin een ondersteunende rol krijgen.
Bovenstaande afbeelding: Elke stip op bovenstaande grafiek staat voor een school
2.2. Op welke leeftijdsgroepen gaan we ons richten Kansengelijkheid is een veelkoppig onderwerp en vraagt om prioriteiten te stellen. We doen onderzoek naar alles wat al bestaat en blijven inzetten op de succesvol bewezen activiteiten. Waar nodig gaan we die verstevigen. Ook gaan we onderzoeken of er aanvullende activiteiten opgepakt kunnen worden.
9
Iedere leeftijdsfase (vanaf –9 maanden tot 27 jaar) heeft zijn doel en focus. De leeftijdsfases zijn: 1. Het jonge kind (-9 maanden tot 5 jaar) De fase van het jonge kind richt zich vooral op de thuissituatie waar het kind zich in deze periode in bevindt. Niet alleen het kind, maar zeker de ouders staan hier in centraal. 2. Het voorschoolse en schoolgaande kind (2 jaar tot 18 jaar) In de LEA (bijlage 2) zijn afspraken gemaakt met onze partners in de kinderopvang en het onderwijs. Afspraak is dat op de kinderopvang / scholen gericht wordt gecompenseerd met datgene waar kinderen van huis uit niet of nauwelijks mee in aanraking komen. 3. De jongvolwassen jongere (18 jaar – 27 jaar) In de leeftijdsfase van de jongvolwassen jongere werken we samen met de jongere aan een perspectiefvolle toekomst. Juist met die jongeren die dat eerder, om wat voor redenen dan ook, nog niet gelukt is. BESPREEKPUNT 3: We stellen voor om vooral in te zetten op aanvullende activiteiten in de ‘het jonge kind’-leeftijdsfase (- 9 maanden tot 5 jaar). We zijn er niet alleen voor het kind zelf maar ook voor het gezin. Het is belangrijk dat we die situaties waar risico’s kunnen ontstaan zijn in beeld hebben en houden. We kunnen deze gezinnen (op vrijwillige basis) ondersteunen. Zo kan met (lichte) hulp voorkomen worden dat er later veel meer hulp geboden moet worden.
10
HOOFDSTUK 3 OPGROEIEN DOE JE SAMEN Hoe voed je je eigen unieke kind op? Wat geef je het kind letterlijk en figuurlijk mee? Hoe zorgen we voor een goede gezonde ontwikkeling van het kind? Het antwoord vinden op deze vragen doen gezinnen vaak op eigen kracht, op gevoel en met veel zorg en aandacht. Het kind wordt omringd door een uitgebreid stimulerend netwerk en nieuwe situaties die de ontwikkeling van het kind ten goede komt. Het netwerk bestaat bijvoorbeeld uit familie, vrienden, sporttrainers en de buren. Het netwerk is een stevige ‘pedagogische basis’ die zorgt voor het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van het kind en ouders helpt bij het omgaan van alledaagse problemen. Niet ieder gezin kan een stevige pedagogische basis bieden. Het kind groeit – ondanks de zorg en aandacht van de ouders – op in een omgeving die minder ontwikkelingskansen in zich heeft. Deze gezinnen willen we ondersteunen zodat er meer ontwikkelkansen voor henzelf maar ook voor hun kind kan ontstaan. Deze kinderen worden geconfronteerd met gebeurtenissen die een grote impact (blijven) hebben in hun leven. Zeker als het gaat om complexe scheidingen zijn de gevolgen niet altijd direct te zien. In veel situaties komen kinderen in de knel en komen in een soort overlevingsstand die een gezonde ontwikkeling kan belemmeren.
Zij hebben hierin ook extra ondersteuning nodig om die vaardigheden te ontwikkelen die ze nodig hebben om zich in hun verdere leveren te kunnen ontplooien. We geven in drie leeftijdsfases langs de vier potentiële uitgangspunten (ouderbetrokkenheid , nabijheid, gericht investeren en continuïteit) onze ambities en kansen aan. Per leeftijdsfase hebben we een ambitie voorgesteld. En vanuit die ambitie per leeftijdsfasen potentiële kansen geformuleerd. BESPREEKPUNT 4: We stellen de volgende vier ambities voor: A. Zo zorgeloos mogelijk en goed geïnformeerd zwanger B. Een gezonde start voor kind en ouders C. Een eerlijke kans voor ieder kind D. Werken aan een perspectiefvolle toekomst 3.1 HET JONGE KIND (leeftijdsfase -9 maanden tot 5 jaar) Alle ouders willen het beste voor hun kinderen. Sommige ouders leven in stressvolle omstandigheden of hebben zelf in het leven al zoveel meegemaakt en meegekregen dat het voor hen moeilijk is om hun kinderen te bieden wat nodig is om een kansrijke start te maken. Sommigen kinderen beginnen hierdoor al met een achterstand aan school.
Anna (18 jaar) Ik heb nu extra veel stress want ik weet net dat ik zwanger ben! Ik zit nog op school en mijn exvriend wil niets meer met mij te maken hebben. Ik woon bij mijn gescheiden moeder. Mijn vader is niet in beeld. Mijn moeder is lief maar altijd veel zorgen en is vaak ziek. Ze weet niet dat ik zwanger ben. Er is altijd een tekort aan geld want mijn moeder heeft een bijstandsuitkering. Hoe moet dit nu verder. …….. …STRESS!!!
Daarom willen we meer dan nu met deze ouders (gericht) in contact komen, met hen optrekken, om hen te helpen om hun kinderen een kansrijke start te geven. Niet betuttelend, maar waardig. Want nogmaals, iedereen wil het beste voor zijn kind. De cijfers van het Centraal Bureau Statistiek (CBS) geven aan dat in 2021 in totaal 1414 kinderen geboren zijn in Enschede. Er zijn in 2021 in totaal 22 tienermoeders bevallen van een kind. Het is van het grootste belang dat zwangere vrouwen zo stressarm als mogelijk de zwangerschapsperiode doorbrengen. (Dit geldt voor iedere zwangere vrouw in Enschede). Deze vorm van stress is schadelijk
11
voor de aanstaande moeder en het kind. Deze vorm wordt ook wel aangeduid met de Engelse wetenschappelijke term ‘Early life stress’. 3 Op dit moment krijgen jonge kwetsbare zwangere en jonge moeders – naast de begeleiding van de verloskundige – al extra groepsbegeleiding via het Jonge Moederwerk. Ervaringen leren dat het bespreken van vragen met lotgenoten en medewerkers buiten het ambtelijke hulpverleningscircuit goed werkt. In de bijeenkomst met de BAS werd ook gesteld dat het vertrouwen in formele instanties niet groot is en het algehele wantrouwen jegens de overheid is groot. Daarom is extra begeleiding en ondersteuning voor (kwetsbare) zwangeren van zeer groot belang rondom de zwangerschap, geboorte en het opgroeien. Het is in het belang van het (ongeboren) kind dat de kansenbedreigende stress weggaat. Goed geïnformeerd zwanger zijn gaat daarnaast ook over het maken van een weloverwogen keuze voor een zwangerschap, zoals dat nu bijvoorbeeld via het project ‘Nu Niet Zwanger’ gebeurt. BESPREEKPUNT 4a: Ambitie A: Zo zorgeloos mogelijk en goed geïnformeerd zwanger Hierbij zijn vooreerst de volgende kansen geformuleerd: Kans 1: Mogelijkheden onderzoeken naar informele zorg in de wijk om ouderbetrokkenheid te versterken Zwangeren en partners (en hun ongeboren kind) hebben baat bij informele netwerken met deskundigen en (opgeleide) ervaringsdeskundigen.
Niet iedereen heeft een eigen netwerk waar men met vragen terecht kan over gezondheid en geld. Door zwangere vrouwen en partners op wijkstraatniveau met elkaar in contact te brengen ontstaat er een netwerk waar men elkaar steunt en vertrouwt. Uiteraard begint het met deskundige hulpverleners die kansenongelijkheid goed kunnen herkennen. Daarnaast moeten zij met ouders op een juiste en waardige wijze het gesprek voeren en weten wat ze hen kunnen bieden. Mooie voorbeelden zijn de recent gestarte projecten ‘Centering Pregnancy’ en ‘Centering Zorg’. Dit zorgt ook voor saamhorigheid. De BAS bracht dit gegeven naar voren in een van de themagesprekken Kansengelijkheid. Daarnaast kan vanuit deze basis vanuit de groep een vraaggerichte training voor ouders opgezet worden. Kans 1: Mogelijkheden onderzoeken naar informele zorg in de wijk om ouderbetrokkenheid te versterken Kans 2: Behoefte onderzoeken prenatale intensievere zorg tot 2 jaar Soms is er meer individuele professionele zorg nodig. Voor velen is de prenatale zorg / consultatiebureaubegeleiding na de geboorte voldoende. Maar soms is vooraf al duidelijk dat er meer nodig is. Inzet van langdurige intensievere begeleiding vanaf 3 maanden zwangerschap tot 2 jaar kan de ontwikkeling van het kind ontzettend stimuleren, waardoor achterstanden worden voorkomen.
Ook kan deze door vroegtijdige inzet mogelijk van zwaarder hulpverleningstrajecten verminderen. Kans 3: Concept Familiehuis Enschede nader uitwerken Het Familiecentrum Enschede kan kinderen en hun ouders in de wijk deskundigheid en ondersteuning bieden rondom de ontwikkeling van het kind. Het bevorderen van de fysieke en mentale gezondheid van het kind staat hierbij centraal. De ondersteuning wordt geboden vanuit één locatie in de wijk. De toegevoegde waarde zit met name in het hebben van korte lijnen tussen de professionals en daardoor het sneller en beter kunnen helpen van de inwoner. Ook raken de ouders Ellen Joan Wessels, expert gebied Early life stress Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ): Deze term staat voor een langdurige vorm van giftige stress tijdens het opgroeien. Direct aanwijsbare oorzaken zijn vaak slechte huisvesting, veel lawaai, fijnstof, tabaksrook, ongezonde voeding, verslaving, gepest worden, prestatiedruk, gestreste/ chaotische opvoeder(s), armoede en een slechte opvoedkundig omgeving. 3
12
sneller vertrouwd met het centrum en haar mensen waardoor het de drempel verlaagt om zaken bespreekbaar te maken. Hiermee kan al vanaf de zwangerschap opvoedondersteuning genormaliseerd worden en daarmee ook de toegang tot informatie en hulp. Elif (27 jaar) en Omer ( 30 jaar) “Ons pasgeboren zoon is een schatje. We spreken voornamelijk onze moedertaal, dat doen we altijd thuis”.
BESPREEKPUNT 4b: Ambitie B: Een goede start voor kind en ouders
Voordat een kind woorden kan geven aan hoe het zich voelt, zit het in de niet-talige periode. In deze periode is het vooral belangrijk dat het kind zich veilig voelt, we hebben het dan over hechting. Hier legt men de basis voor vertrouwen. De periode daarna is sterk gericht op praten en taal. Jonge kinderen leren taal vooral thuis. Het is belangrijk dat de ouder(s) veelvuldig met en tegen het kind praten (lees: interactiekwaliteit). Bij het ontbreken van een rijke taalomgeving start de peuter al met een taalachterstand aan zijn (voorschoolse) leven op het kinderdagverblijf. Hierbij zijn vooreerst de volgende kansen geformuleerd: Kans 4: Onderzoeken of we ouders in een kwetsbare situatie nog meer kunnen ondersteunen Het krijgen van een kind heeft een grote impact op het leven van mensen. Er verandert ineens veel in de dagelijkse structuur, maar ook qua financiën. Het is niet vanzelfsprekend dat een ieder daar zelfstandig een nieuwe draai in kan vinden. Vooral ouders in een kwetsbare positie hebben hier in de regel meer moeite mee. Niet voor niets kunnen bijvoorbeeld alleenstaande ouders die een bijstandsuitkering ontvangen ontheffing van de sollicitatieplicht aanvragen, wanneer zij een kind jonger dan 5 jaar hebben. Zij hoeven dan tijdelijk geen werk te zoeken en dat voorkomt stress.
Voor deze ouders, maar ook voor ouders die inkomensondersteuning hebben via de Participatiewet, willen we de mogelijkheden verkennen of we meer kunnen doen, zodat hun kinderen een kansrijke start krijgen. Daarbij houden we rekening met alle leefgebieden. Kans 5: Ouders stimuleren in de taalontwikkeling Taal is de factor voor kansengelijkheid. Je kan het niet zo makkelijk inhalen als er eenmaal een achterstand is. Om achterstand te voorkomen is inzet noodzakelijk op onder andere (voor-)lezen, spreken, spelen en horen. Ook voor ouder(s) is het belangrijk de Nederlandse taal te (leren) spreken. Juist voor de ontwikkeling van hun eigen kinderen. Er zijn nu al diverse voorzieningen in Enschede aanwezig waar men taallessen aanbiedt. We gaan onderzoeken hoe we de behoefte van de ouder(s) kunnen stimuleren om deel te nemen aan taallessen. Ook hierbij houden we rekening met de leidende principe van het gericht compenseren. Kans 6: Uitbreiding laagdrempelige baby-inloopgroepen Bij ’t Speelhoes in Boswinkel kunnen kinderen vanaf 6 maanden kosteloos deelnemen aan de babygroep. Onder begeleiding kan het kind de omgeving ontdekken en contact maken met andere kinderen. Ouder(s) kunnen aan de begeleider vragen stellen over de opvoeding en ontwikkeling van het kind.
Onderzoek is gewenst naar de mogelijkheden van uitbreiding van laagdrempelige inloopgroepen in andere buurten in Enschede voor kinderen die niet naar de opvang gaan.
13
3.2. HET VOORSCHOOLSE EN SCHOOLGAANDE KIND (leeftijdsfase 2 jaar tot 18 jaar) In de Lokale Educatieve Agenda 2023-2026 zijn de afspraken vastgelegd met de besturen van de kinderopvang en de scholen. Hieronder volgt op hoofdlijnen de inhoud van de LEA.
Ouder van Yasmine (2 jaar): Waarom moet ik mijn kind van de GGD naar de peutergroep doen? Ik wil haar het liefst zo lang mogelijk bij me houden, de tijd gaat al snel. Later kan ze genoeg met andere kinderen spelen. ipeutergroep kan
We richten ons in de LEA op alle kinderen en jongeren van 2 tot pakweg 27 jaar, zolang jongeren nog terug naar school kunnen. In het bijzonder richten we ons op jeugdigen op plekken (kinderdagverblijf/school en sociale omgeving) waar een concentratie is van problematiek. Als de jeugdigen tot een gezin behoren, zien we hun opvoeders als partners die onze support verdienen. Als ze zijn uitgevallen en zelf kinderen hebben kijken we ook naar het hele gezin. Ieder kind verdient een eerlijke kans. Dat betekent niet per definitie dat ieder kind dezelfde of gelijke kansen moet krijgen. Dit willen we samen met de schoolbesturen bereiken door te werken aan de volgende doelen: • • • • •
Kwaliteit van de persoonlijke interactie vergroten (e pedagogische basis) Basisvaardigheden vergroten, met name taalontwikkeling Positieve (mentale) gezondheid Brede wereldoriëntatie (life-skills), als basis om te kunnen leren Kinderopvang en school als trefpunt van een stimulerende sociale omgeving
BESPREEKPUNT 4c: Ambitie C: Een eerlijke kans voor ieder kind In de LEA zijn de volgende onderwerpen/ kansen beschreven: Kans 7. LEA : De interactiekwaliteit vergroten Kans 8. LEA: Investeren op de plekken daar waar het hardst nodig is Kans 9. LEA: Het samenstellen van plusarrangementen Kans 10. LEA: Zorgen voor continuïteit Kans 7 LEA: De interactiekwaliteit vergroten De kwaliteit van de persoonlijke interactie met het jonge kind is de kern van alle middelen die we willen inzetten. Die is niet optimaal bij de gezinnen in een kansarme situatie. Daar wordt vaker een autoritaire-, dwingende opvoedstijl gebruikt. Dat werkt niet mee om kinderen te laten hechten, voor vertrouwen in de ander en in jezelf. In stimulerende gezinnen zien we vaker een ondersteunende, uitleggende opvoedstijl, op het kind gericht. Er wordt veel meer met kinderen gesproken in alledaagse situaties, voorgelezen en spelletjes gedaan. Dat helpt enorm mee in de taalontwikkeling, voor het hechten, voor vertrouwen in de ander en in jezelf. Kans 8. LEA: Investeren op de plekken daar waar het hardst nodig is Omdat kinderen zo verschillend aan hun schoolloopbaan kunnen beginnen vraagt het bieden van gelijke kansen om een ongelijke aanpak en om ongelijk investeren, zodat ieder kind een eerlijke kans krijgt. Voor alle jeugdigen uit gezinnen in moeilijke omstandigheden hebben we individuele maatregelen.
Op plekken (kinderdagverblijf/school en sociale omgeving) waar veel kansarme gezinnen en leerachterstanden zijn gaan we nog meer doen om gericht te compenseren: plusarrangementen. 14
Juist voor die kinderen heeft onderwijs een belangrijke compenserende rol, maar onderwijs kan het niet alleen. Daarom trekken we samen op en zorgen we voor een stabiel netwerk van betrokken professionals. We zorgen dat die professionals in staat zijn om te compenseren, dat ze weten hoe ze juist deze kinderen kunnen stimuleren en ondersteunen. De kwaliteit van de interactie staat daarin centraal. Kans 9. LEA: Het samenstellen van plusarrangementen Een plusarrangement stellen we samen in overleg met de kinderopvang of school op basis van de gemeenschappelijke data en ervaringskennis. Niet ons aanbod en uit welk budget dat komt is leidend, maar de vraag en behoefte op die plek. Aan de hand van een school-klas-kind-analyse spreken we af wat er specifiek op die plek nodig is en hoe we hier samen aan werken. Voorbeelden van huidige plus-arrangementen zijn de Onderwijs Jeugdhulp Arrangementen en de huiskamers met naschools aanbod. Gericht compenseren met een plusarrangement kan groepsgericht, omdat er op die plek veel leerlingen en opvoeders in een vergelijkbare situatie zitten (denk bijvoorbeeld aan armoede, laag taalniveau, overgewicht en/of jeugdzorgindicatie). Voor die plannen kijken we naar inzet vanuit onderwijsbudgetten, maar ook vanuit jongerenwerk, cultuur, sport, gezondheidszorg, wijkteams, leerplicht, rondkomen met je inkomen, opvoedondersteuning en volwasseneneducatie.
Kans 10. LEA: Zorgen voor continuïteit Succesvol investeren in eerlijke kansen is een kwestie van lange adem. Veel successen zijn niet op korte termijn meetbaar of zelfs zichtbaar. Het vaststellen van het uiteindelijke effect op het individu is waarschijnlijk een zaak van een nóg langere adem. Toch is het zaak om koersvast te blijven. Gericht compenseren vraagt om continuïteit, inhoudelijk en financieel willen we het lang volhouden, activiteiten kunnen voortduren en het personeel behouden blijft. Met lang bedoelen we dat we de koers (hoofddoel kansengelijkheid en bovengenoemde subdoelen) van deze LEA minstens 10 jaar (een generatie) volhouden. In 3 opeenvolgende LEA’s.
3.3. JONG VOLWASSENEN (leeftijdsfase 23 jaar tot 27 jaar) Tot het 18e jaar vormt de leerplichtwet een soort vangrail om in ieder geval school te blijven volgen. De jaren erna zien we dat het voor jongeren met een zwakke basis moeilijk is om school af te maken. En we zien ook dat het niet afmaken van school een enorme voorspeller is voor een “bijstand carrière”.
Max 18 jaar: Ik wil van de school af, ik wil geld verdienen. Ik ben heb al verschillende scholen gehad, geen diploma. Ik verveel me niet, ik heb veel vrienden. Ja, die blowen wel veel, ik doe niet altijd mee.
De adolescentie is bovendien een periode waar veel problematiek tot volle wasdom komt, maar ook een periode waarin mensen zich nog sterk ontwikkelen. Voor jongeren in een kwetsbare positie is het belangrijk dat ze goede steun krijgen om daar – soms alsnog – een goede basis te leggen voor hun verdere leven. Afgelopen jaren hebben we gebouwd aan een “integrale jongere aanpak” voor deze jongeren. We kijken per jongere of ze echt geholpen zijn met de bestaande dienstverlening of dat we meer nabijheid, continuïteit en inzet voor hen moeten organiseren. We kijken echt naar de dieperliggende oorzaken achter het stoppen met school, en kijken wat de jongeren nodig hebben om weer in staat 15
zijn om school af te maken of om te kunnen werken. We raken al betrokken als het op school niet echt meer lukt, we zijn betrokken als ze stoppen met school, en waar nodig zijn we ook nog betrokken als jongeren weer naar school gaan of aan het werk gaan. De komende tijd willen we deze aanpak gaan evalueren om op basis daarvan te kijken hoe we die aanpak kunnen versterken. We willen daarbij onderzoeken of we alle jongeren voldoende goed kunnen helpen. En we willen kijken naar welke randvoorwaarden nodig zijn om effectiever te zijn. Op basis van onze ervaringen denken we dat er grofweg twee kansen zijn. Dat gaan we dus checken met het onderzoek en op basis daarvan een doorontwikkeling van de aanpak realiseren. Vooralsnog wordt de uitvoering bekostigd uit de reguliere budgetten vanuit de Participatiewet, RMC en WMO. BESPREEKPUNT 4d Ambitie D: Werken aan een perspectiefvolle toekomst In deze leeftijdsfase zijn vooreerst totaal 2 kansen geformuleerd. -
Kans 11: Een gerichte aanpak voor bepaalde groepen jong Kans 12: Betere randvoorwaarden / systeem laten aansluiten bij de dagelijkse behoefte
Kans 11: Een gerichte aanpak voor bepaalde groepen jong volwassenen Op voorhand – en dat is dus onderwerp van onderzoek – wordt ingeschat dat onze aanpak onvoldoende effectief is voor een aantal groepen jongeren. Ten eerste zijn dat de jongeren die vanuit de jeugdzorg niet “thuis” hebben gewoond. We merken dat deze jongeren grote moeite hebben om een goed zelfstandig bestaan op te bouwen en o.a. hun school af te maken. Datzelfde valt op bij de jongeren die op die als vluchteling in Nederland zijn gekomen. De internationale Schakelklas (ISK) doet fantastisch werk om hen in korte tijd klaar te stomen voor een overstap naar het reguliere onderwijs. Tegelijkertijd valt op dat deze jongeren relatief heel vaak hun opleiding niet weten af te maken en in overleefmodus volwassen worden. Tot slot valt op voorhand op dat er een groep jongeren is die vroeg in hun leven in de criminaliteit raakt. Een zeer wispelturige schoolloopbaan ontwikkelt. En uiteindelijk met school stopt. Regelmatig willen deze jongeren wel anders, maar als overheid zijn we nog niet goed genoeg in staat om deze jongeren effectief te helpen om op een andere manier hun leven op te bouwen. Kans 12: Betere randvoorwaarden / systeem laten aansluiten bij de dagelijkse behoefte We willen in beeld brengen wat meer nodig is om jongeren goed te ondersteunen. Op dit moment is een aantal zaken al bekend.
Veel jongeren hebben schulden. Die schulden maken het moeilijk om te werken aan een goede toekomst, jongeren zitten raken in de overleefmodus. Vanuit “Rondkomen met je inkomen” voeren we een proef uit, met goede resultaten. We willen onderzoeken op welke manier die werkwijze structureel en op grotere schaal kan worden ingezet. Voor veel jongeren is het lastig om terug te keren naar een normaal school- / studieprogramma. Op dit moment ontbreken goede flexibele mogelijkheden om een opleiding af te maken. Met het onderwijs, de SBB en anderen willen we aan de slag om extra mogelijkheden te scheppen. Tot slot, zelfstandig wonen is voor kwetsbare jongeren erg lastig. Er zijn simpelweg te weinig betaalbare woonplekken. Dit is een zeer taai knelpunt. Maar om jongeren meer kansen te bieden wel essentieel.
16
Schematische weergave van de bespreekpunten:
Leidend principe(s): Ongelijk investeren
Potentiële uitgangspunten A. Gericht investeren] B. (Financiële) continuïteit C. Ouderbetrokkenheid D. Nabijheid
-9 maand tot 5 jaar
2 jaar -18 jaar
18 jaar -23 jaar
Ambitie Zorgeloos zwanger Goede start
Ambitie(LEA) Eerlijke kans voor ieder kind
Ambitie Perspectiefvolle toekomst
Kansen
Kansen
Kansen
17
HOOFDSTUK 4: WERKWIJZE In deze nota Kansrijk Enschede 2023-2033 bouwen we voort op de vorige nota. De maatregelen daaruit blijven van kracht. In deze nota hebben we aanvullend daarop een aantal bespreekpunten benoemd over de uitgangspunten, nieuwe ambities en kansen. Voorgestelde ambities: 1. Zo zorgeloos mogelijk en goed geïnformeerd zwanger 2. Een goede start voor kind en ouders 3. Een eerlijke kans voor ieder kind 4. Werken aan een perspectiefvolle toekomst Overzicht van de mogelijke potentiële (nader te onderzoeken) kansen: 1. Ouderbetrokkenheid vergroten informele zorg in wijk 2. Behoefte prenatale intensieve zorg tot 2 jaar 3. Nadere uitwerking concept Familiehuis 4. Extra aandacht voor interactiekwaliteit in de kinderopvang 5. Taalaanbod ouders stimuleren 6. Uitbreiding laagdrempelige baby-inloopgroepen 7. LEA: De interactiekwaliteit vergroten 8. LEA: Investeren op de plekken daar waar het hardst nodig is 9. LEA: Het samenstellen van plusarrangementen 10. LEA: Zorgen voor continuïteit 11.Een gerichte aanpak voor bepaalde groep jong volwassenen 12 Betere randvoorwaarden / systeem laten aansluiten bij de dagelijkse behoefte 4.1 Manier van werken en de rol van de raad en het college De uitwerking en uitvoering van dit plan doen we samen (raad en college), de inwoners die direct betrokken zijn, de professionele partners in het werkveld en ervaringsdeskundigen.
Als voorbeeld dient het LEA-traject: dit is een samenspel tussen de gemeente en met de partners in de kinderopvang en onderwijs. Bij de uitwerking of evaluaties willen we zowel data als verhalen en ervaringskennis gebruiken. We gaan werkvormen gebruiken die ertoe leiden dat alle betrokkenen een gedeeld beeld hebben van wat er aan de hand is en wat er nodig is. Als voorbeeld dient de raadsbijeenkomst op 28 november 2022. In de kamer Economie Werk Inkomen en Onderwijs (EWIO) op 9 januari 2023 is door de Raad besloten dat zij een extra actieve rol wil spelen bij de uitwerking van deze nota. Er worden uit de kamer procesregisseurs benoemd die samen met de griffie een gemeenschappelijk raadstraject
18
voorbereiden op het thema Kansengelijkheid. Natuurlijk in nauwe afstemming met het college. Daarbij wordt door de raad een tweetal focuspunten gekozen om extra op in te zetten.
4.2. Planning We zijn van plan de ambities en kansen nader uitwerken via deeltrajecten. In 2023 ziet dat er als volgt uit: • • •
Op het gebied van het jonge kind (ambitie 1 en 2) doen we dat via het Ambitiedocument Gezond, Gelukkig en Vitaal. Op het gebied van het schoolgaande kind (ambitie 3) heeft de uitwerking al plaats gevonden in de LEA. De aanpak voor jongvolwassenen (ambitie 4) heeft haar plek in de Enschedese Arbeidsmarkt Aanpak. Via de EAA rapporteren we over de voortgang. Daarnaast wordt in overleg met de procesregisseurs afgesproken op welke manier en wanneer de evaluatie en bijstelling van de aanpak zal plaatsvinden.
Jaarlijks stemmen college en raad een werkplanning met elkaar af. De procesregisseurs vervullen hierbij een centrale rol.
19
HOOFDSTUK 5 FINANCIELE UITWERKING Hieronder volgt een overzicht van de nog beschikbare middelen die voor het thema Kansengelijkheid kunnen worden ingezet. Voor het jaar 2023 is er budget ( 535.000 euro stand januari 2023). FINANCIELE TABEL KANSENGELIJKHEID Begrotingsjaar Bedragen in euro x 1.000
Uitgaven Doelgroep Het Jonge Kind
Ambitie
Kans
2023
N.t.b. Zo zorgeloos mogelijk en goed geïnformeerd zwanger Een goede start N.t.b. voor kind en ouders De interactiekwaliteit vergroten Een eerlijke Het voorschoolse en kans voor ieder - Inzet 3e pm'er in de peutergroep (300k) - Extra inzet IKC-wijkcoach (380k) kind schoolgaande
2024
2025
2026
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
680
680
680
680
1.170
1.170
1.170
1.170
150
150
150
150
15 8.353
15 8.353
15 8.353
15 8.353
160
160
160
175
kind Investeren op de plekken daar waar het hardst nodig is - Naschoolsprogramma (300k) - Huiskamers (750k) - Onderwijsbegeleiding (120k) Het samenstellen van plusarrangementen LEAbudget Project School's cool
Jong Volwassenen
Zorgen voor continuïteit - Alle activiteiten conform bestedingsplan OAB Een gerichte aanpak voor bepaalde groepen Werken aan jong volwassenen een perspectiefvolle - Extra inzet jongerenwerk op scholen (160k) - Evaluatie in 2025 (15k)
toekomst
Betere randvoorwaarden / systeem laten aansluiten bij de dagelijkse behoefte - Evaluatie in 2025 (15k)
TOTAAL UITGAVEN AMBITIES & KANSEN
-
-
-
15
10.528
10.528
10.528
10.558
150 1.730 120 160 8.353 10.513 100 450 550 11.063
150 1.730 120 160 7.453 9.613 100
150 120 160 7.453 7.883 100
150 120 160 7.453 7.883 100
100 9.713
100 7.983
100 7.983
535
-815
-2.545
-2.575
Dekking Bestaande dekking
Beschikbare middelen uitvoering LEA plusarrangementen Beschikbare middelen NPO Beschikbare middelen onderwijsbegeleiding Beschikbare middelen extra inzet jongerenwerk op scholen Beschikbare middelen OAB
Subtotaal bestaande middelen uitvoering kansengelijkheid Nieuwe dekking Intensiveringsmiddelen coalitie-akkoord Intensiveringsmiddelen incidenteel PB 2023-206
Subtotaal nieuwe dekking kansengelijkheid TOTALE DEKKING KANSENGELIJKHEID SALDO
De financiering van de activiteiten komen uit budgetten van Onderwijs, Gezondheid en Werk & Inkomen. Vooralsnog is alleen het beleidsterrein Onderwijs financieel uitgewerkt, mede door de activiteiten die in de Lokale Educatieve Agenda 2023-2026 op het thema Kansengelijkheid zijn opgenomen. Voor de zomer volgt vanuit het beleidsterrein Gezondheid een financiële vertaalslag. En op het gebied van Werk & Inkomen wordt via de Enschedese Arbeidsmarkt Aanpak- rapportage hier nader op ingegaan. Voor nieuwe activiteiten Kansengelijkheid in de leeftijdsfase van het Jonge Kind wordt er een beroep gedaan op het budget vanuit het programma Gezond, Gelukkig en Vitaal. Mocht dit budget niet toereikend zijn zal via een claim een beroep worden gedaan in de Zomernota 2024.
20
De budgetten voor de leeftijdsfase van het Voorschoolse en schoolgaande kind worden gevuld door gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) en het Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB). Het OAB budget laat bij ongewijzigd inzet van de bestaande activiteiten een tekort van 900.000 euro vanaf 2024 zien. Er komt een evaluatie op de verschillende activiteiten. De NPO-middelen worden vanaf 2025 niet meer door het Rijk beschikbaar gesteld. Op dit moment worden onder andere de zes huiskamers, naschoolse programma , de extra inzet IKC-wijkcoaches en de derde pedagogische medewerker in de peutergroep uit dit budget gefinancierd. Voor de jong volwassen wordt de gerichte aanpakte aanpak door inzet van jongerencoaches op scholen geëvalueerd in 2023/2024. Ook vindt er een evaluatie plaats waar het systeem beter kunnen laten aansluiten op de behoefte van jong volwassenen. Financiering van de bespreekpunten Als we het uitgangspunt hanteren dat er (financiële) continuïteit moet zijn houdt dit in dat voor toekomstige activiteiten structurele gelden beschikbaar moeten zijn. Een deel van de nieuwe activiteiten kan mogelijk door verschuiving van taken en/of afstoten van taken beschikbaar komen. Niet alles kan tegelijk, ook al ambiëren we op korte termijn een trendbreuk.
Daarnaast is het de uitdaging om budgetten gemeentebreed onderling aan elkaar te linken (ontschotten) en deze transparant te houden. Instellen nieuwe reserve Kansengelijkheid In het raadsvoorstel Kansrijk Enschede is de intentie voor te stellen om de (mogelijke) niet bestede middelen vanuit Kansengelijkheid te storten in de nog in te stellen Kansengelijkheidsreserve. Het doel van deze reserve is om alle beschikbare middelen beschikbaar te houden. Hierbij speelt ook mee dat de gemeentebegroting per kalenderjaar opgesteld en de begroting van scholen per schooljaar.
21
BIJLAGE 1 bij Kansrijk Enschede 2023-2033
Concentratie van problematieken in wijken/buurten
Drie elementen staan centraal: de urgenties die in een buurt spelen, de potenties die een buurt heeft en de investeringen die in een buurt zijn gepland. De urgentie van een buurt wordt berekend op basis van 20 verschillende indicatoren verdeeld over 6 verschillende thema’s. Het gaat om de volgende thema’s: energie, klimaat (hittestress en wateroverlast), leefbaarheid, veiligheid, gezondheid en inkomen
22
Bijlage 2: De Lokale Educatieve Agenda 2023-2026 INLEIDING Met trots presenteren wij de nieuwe Lokaal Educatieve Agenda (LEA) 2023-2026. De LEA is het gezamenlijke plan van de instellingen voor kinderopvang, onderwijs en de gemeente Enschede. De LEA werkt toe naar kansengelijkheid en vormt zo een belofte aan 1.100 kinderen in de peutergroepen, 12.200 leerlingen in het basisonderwijs, 1.100 leerlingen in het speciaal onderwijs, 8.400 leerlingen in het voortgezet onderwijs en 5.100 studenten in het middelbaar beroepsonderwijs. Zij zijn de toekomst van onze stad. Daarom willen we deze kinderen de allerbeste kansen te geven. Ongeacht hun afkomst of omstandigheden. Kansengelijkheid is het hoofddoel van de LEA. Wij zien dit als onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Voor het schrijven van dit document zijn we ook dit keer weer als gelijkwaardige partners opgetrokken. En we hebben elkaar ook hard nodig om deze belofte waar te maken. We richten ons in de LEA op alle kinderen en jongeren van 2 tot pakweg 27 jaar, zolang jongeren nog terug naar school kunnen. In het bijzonder richten we ons op jeugdigen op plekken (kinderdagverblijf/school en sociale omgeving) waar een concentratie is van problematiek. Als die jeugdigen tot een gezin behoren, zien we hun opvoeders als partners die onze support verdienen. Als ze zijn uitgevallen en zelf kinderen hebben kijken we ook naar het hele gezin.
Het gezin en de sociale omgeving waarin een kind opgroeit, hebben veel invloed op de ontwikkeling en de kansen die het later in het leven krijgt. Het gezegde luidt niet voor niets ‘It takes a village to raise a child’. Bij de meeste kinderen gaat opgroeien min of meer ‘vanzelf’. Ze worden geboren in een liefdevol gezin dat stimulerend is. Vanuit de veiligheid van het gezin maken zij kennis met de wijde wereld en gaan nieuwe spannende uitdagingen aan. Zo wordt hun wereld stapje voor stapje steeds groter. Een vijfde van de kinderen in Enschede wordt geboren in een minder stimulerend en veilig gezin. Dat kan veel oorzaken hebben: pech, armoede of het meemaken van heftige gebeurtenissen zoals moeten vluchten, een echtscheiding, fysieke en/of psychische problemen. Deze kinderen hebben minder kansen om zich goed te ontwikkelen. Vaak ontstaat dit al in- of zelfs voorafgaand aan de eerste 1000 dagen van hun leven. En juist deze kinderen én hun ouders hebben de steun van de sociale omgeving (de ‘village’) hard nodig. Zij kunnen het niet alleen.
Deze kinderen hebben minder vertrouwen in zichzelf en in anderen, minder goede motoriek, minder woordenschat en mogelijkheden om zich uit te drukken, minder kansen om gezien en gehoord te worden, minder beweging, minder gezond eten, overgewicht, mentale klachten, zijn minder vaak lid van een vereniging, hebben last van armoede en trauma’s die zich herhalen door generaties heen, lagere leerprestaties, lagere schooladviezen. Zij maken hun school niet af, komen moeilijk aan werk, zijn gevoeliger voor criminaliteit en zijn minder zelfredzaam. En vragen geen hulp! Enschede springt er landelijk helaas uit qua kansenongelijkheid. Dat is waarom Kansengelijkheid het thema is waar zowel kinderopvang als onderwijs en gemeenteraad de handen voor ineen willen slaan de komende jaren.
Februari 2023 De besturen van kinderopvang en onderwijsinstellingen in Enschede Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede
23
24
INHOUDSOPGAVE INLEIDING -
Voor wie is de LEA LEA past in groter geheel (nota ‘Kansrijk Enschede’) Wie zijn de partners Hoe gaan we als partners samenwerken
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1: DE OPGAVE -
3
Hoofddoel en kaders Hoe gaan we de komende jaren samenwerken? Voor wie is de LEA Wat willen we bereiken – Doelen van de LEA Hoe doen we dat Hoe blijven we op koers Waarom is dit nodig Hoe zijn de onderwijskansen in Enschede
HOOFDSTUK 2: HOE IS DE LEA TOT STAND GEKOMEN -
9
Adviezen Mijlpalen
HOOFDSTUK 3: BEGROTING -
11
Begroting LEA Samenhang met ander beleid en begrotingen
HOOFDSTUK 4: UITWERKING PER LEEFTIJDSGROEP -
13
Van voorschool naar vroegschool (2-6 jaar) Op de basisschool ná de vroegschool (6-12 jaar) Van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs Op het voortgezet onderwijs (12-16/18 jaar) Van voortgezet onderwijs naar middelbaar beroepsonderwijs Van beroepsonderwijs naar werk (16+/18+)
BIJLAGEN: MENGEN OF SCHEIDEN VAN OPLEIDINGS-NIVEAUS EN INKOMENS
25
HOOFDSTUK 1: DE OPGAVE Om kansengelijkheid te vergroten, kijken we breder dan de leeftijd van 2 tot 27 jaar. Het gaat niet alleen om de ontwikkelkansen die we bieden in de kinderopvang en de schoolloopbaan. Daarom past deze LEA onder de paraplu van een bredere nota ‘Kansrijk Enschede’, die al wel begint in de vroegste levensfase. Dit plan omvat naast de pijler onderwijs en kinderopvang ook gezondheid en werk & inkomen. De LEA is wel een heel belangrijk onderdeel van de nota Kansrijk Enschede. Uit wetenschappelijk onderzoek (o.a. Agasti, 2021) blijkt dat kinderopvang en onderwijs een belangrijke rol hebben om ongelijkheid te compenseren. Gelijke kansen aanpakken kost tijd. Veel successen zijn niet meteen in cijfers uit te drukken of zichtbaar. En het duurt nog veel langer voordat de uiteindelijke resultaten te zien zijn. Hoe gaan we de komende jaren samenwerken? De LEA is een plan voor de komende 4 jaar. En omdat we de hoofd- en subdoelen uit de LEA voor 3 opeenvolgende LEA-periodes willen vasthouden, richten we ons op de komende 10 jaar. We werken op deze manier samen onder leiding van een gezamenlijke stuurgroep: 1. 2. 3. 4. 5.
De LEA heeft doelen die we jaarlijks kunnen evalueren We gaan werken met uitvoeringsplannen per LEA-jaar en per leeftijdsgroep We gaan werken met kartrekkers (opdrachtgevers) per doel/leeftijdsgroep In 3 opeenvolgende LEA’s werken we naar onze stip op de horizon Het College stelt zowel de LEA als de uitvoeringsplannen vast, inclusief de begroting (van 200k). Eerder zijn al de begrotingen van het Onderwijs Achterstanden Beleid en De Twentse Belofte door het college vastgesteld.
De rol van de gemeenteraad is: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De raad heeft de financiële middelen voor de LEA al ter beschikking gesteld De raad ontvangt de LEA ter informatie en als een bijlage bij de nota Kansrijk Enschede De raad ontvangt de uitvoeringsplannen van de LEA in een informatiebijeenkomst De raad ziet kansengelijkheid als doel van een raadsagenda en stuurt ook bij De inzichten van de raad worden in de uitvoeringsplannen van het volgende jaar meegenomen. De raad kan tijdelijke middelen structureel maken.
Voor wie is de LEA? We onderscheiden de volgende leeftijdsfasen in de LEA: o o o o o o o
Van voorschool naar vroegschool (2-6 jaar) (1.100 van de 6.000 2-4 jarigen maakt gebruik van de peuterspeelzaal) Op de basisschool (6-12 jaar) na de vroegschool (12.200 leerlingen)** Van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs (1.500 leerlingen per jaar)* Op het voortgezet onderwijs (12-16/18 jaar) (9.500 leerlingen) Van voortgezet onderwijs naar middelbaar beroepsonderwijs (4.800 studenten per jaar)** Op het middelbaar beroepsonderwijs (5.100 studenten) Van (middelbaar) beroepsonderwijs naar werk (16+/18+), 3.000 van de 26.000 jongeren tussen 16 en 27 jaar maken deze overgang zonder startkwalificatie***. *Deze leerlingen zijn geen extra leerlingen, ze tellen ook mee bij het primair onderwijs (groep 8) ** Leerlingen van het speciaal onderwijs tellen hier mee onder primair onderwijs of voortgezet onderwijs *** Schoolverlaters van het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs tellen hier ook mee. Zij hoeven geen startkwalificatie te halen, mogen dat wel.
26
Wat willen we bereiken met de LEA? Voor kansengelijkheid in de kinderopvang en het onderwijs zijn de belangrijkste inhoudelijke subdoelen: • • • • •
Kwaliteit van de persoonlijke interactie4) vergroten (DE pedagogische basis) Basisvaardigheden vergroten, met name taalontwikkeling Positieve (mentale) gezondheid verbeteren Brede wereldoriëntatie (life-skills5), als basis om te kunnen leren Kinderopvang en school als trefpunt van een stimulerende sociale omgeving
Hoe doen we dat? De wetenschappelijke inzichten hebben ons geleerd dat de interactiekwaliteit de motor is voor ontwikkeling en kansengelijkheid. De kwaliteit van de interactie met het jonge kind is dan ook de kern van alle middelen die we willen inzetten. Die is niet optimaal bij de gezinnen in een kansarme situatie. Er wordt vaker een autoritaire, dwingende opvoedstijl gebruikt. Er wordt niet mèt maar tégen kansarme kinderen gesproken. Dat werkt niet mee om kinderen te laten hechten en ervoor te zorgen dat ze vertrouwen krijgen in zichzelf en in anderen. In stimulerende gezinnen zien we vaker een ondersteunende, uitleggende opvoedstijl, op het kind gericht. Er wordt veel meer met kinderen gesproken in alledaagse situaties, voorgelezen en spelletjes gedaan. Dat helpt enorm mee in de taalontwikkeling, voor het hechten, voor vertrouwen in de ander en in jezelf. Lara 16 jaar: “Ik weet uit ervaring dat het heel veel uitmaakt hoe je wordt behandeld. Je kunt tegen iemand zeggen: ‘Je hebt nu alweer je huiswerk niet gemaakt, dan haal je maar een onvoldoende’. Dat voelt als gestraft worden. Je kunt ook vragen: ‘Welke oplossing wil je bereiken? Dan help ik je daarmee’. Dat motiveert en voelt als een beloning omdat je de problemen wilt aanpakken
Omdat kinderen zo verschillend aan hun schoolloopbaan kunnen beginnen vraagt het bieden van gelijke kansen om een ongelijke aanpak en om ongelijk investeren, zodat elk kind de beste kans krijgt. Voor alle jeugdigen uit gezinnen in moeilijke omstandigheden hebben we individuele maatregelen. Op plekken (kinderdagverblijf/school en sociale omgeving) waar veel kansarme gezinnen en leerachterstanden zijn gaan we nog meer doen om gericht te compenseren: plusarrangementen. Juist voor die kinderen heeft onderwijs een belangrijke compenserende rol, maar onderwijs kan het niet alleen. Daarom trekken we samen op en zorgen we voor een stabiel netwerk van betrokken professionals. We zorgen dat die professionals in staat zijn om te compenseren, dat ze weten hoe ze juist deze kinderen kunnen stimuleren en ondersteunen. De kwaliteit van de interactie staat daarin centraal. Een plusarrangement stellen we samen in overleg met de kinderopvang of school op basis van de gemeenschappelijke data en ervaringskennis. Niet ons aanbod en uit welk budget dat komt is leidend, maar de vraag en behoefte op die plek. Aan de hand van een school-klas-kind-analyse spreken we af wat er specifiek op die plek nodig is en hoe we hier samen aan werken. Voorbeelden van huidige plus-arrangementen zijn de Onderwijs Jeugdhulp Arrangementen en de huiskamers met naschools aanbod.
Gericht compenseren met een plusarrangement kan groepsgericht, omdat er op die plek veel leerlingen en opvoeders in een vergelijkbare situatie zitten (denk bijvoorbeeld aan armoede, laag taalniveau, overgewicht en/of jeugdzorgindicatie). Voor die plannen kijken we naar inzet vanuit onderwijsbudgetten, maar ook vanuit jongerenwerk, cultuur, sport, gezondheidszorg, wijkteams, leerplicht, rondkomen met je inkomen, opvoedondersteuning en volwasseneneducatie. 4) Interactiekwaliteit is de kern, zie eerste alinea onder Hoe doen we dat
5) Onder brede life-skills verstaan we sociale vaardigheden, educatieve vaardigheden (om te kunnen leren,
reflecteren, hulp vragen en feedback geven), weerbaarheid, omgaan met geld en formulieren en executieve vaardigheden (rationele beslissingen nemen, impulsen beheersen, plannen en focussen op wat belangrijk is).
27
Succesvol investeren in gelijke kansen is een kwestie van lange adem. Veel successen zijn niet op korte termijn meetbaar of zelfs zichtbaar. Het vaststellen van het uiteindelijke effect op het individu is waarschijnlijk een zaak van een nóg langere adem. Daarom is het belangrijk om koersvast te blijven. Gericht compenseren vraagt om continuïteit. Inhoudelijk en financieel willen we het lang volhouden, zodat de activiteiten kunnen voortduren en het personeel behouden blijft. Met lang bedoelen we dat we de koers (hoofddoel kansengelijkheid en bovengenoemde subdoelen) van deze LEA minstens 10 jaar (een generatie) volhouden. In 3 opeenvolgende LEA’s. Om activiteiten te laten voortduren en personeel te behouden willen we naar structurele financiering en minder subsidie-gedreven tijdelijke projecten. Niet alleen van de gemeente, maar ook van het rijk. Dit vraagt een andere manier van werken die we niet (alleen) zelf in de hand hebben. De lobby kansengelijkheid met Almelo en Hengelo richt zich op de rijksoverheid. De lobby wordt sterker als we zelf het goede voorbeeld geven. Dit betekent dat zo’n plusarrangement gefinancierd wordt uit budgetten van het onderwijs en van meerdere beleidsonderdelen van de gemeente. Structureel, voor minstens 10 jaar. Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de beste professionals in te zetten op plekken waar de sterke pedagogische basis nog ontbreekt.
Om ervoor te zorgen dat deze professionals hun werk kunnen blijven doen, hebben zij passende professionele ruimte nodig en waardering. Goede voorbeelden van plusarrangementen zijn de Onderwijs Jeugdhulp Arrangementen en de huiskamers, al bestaan ze nog relatief kort. Koersvast blijven betekent focus houden en niet met alle winden meewaaien. Daarom komt er een gezamenlijke plek voor het beoordelen van nieuwe initiatieven, zodat niet de waan van de dag regeert, maar we onze lange termijn doelen kunnen blijven bewaken. Behoud van individuele aanpak en basis-arrangementen Voor leerlingen met leerachterstanden op scholen waar we niet gericht compenseren houden we de individuele aanpak, bijvoorbeeld individuele huiswerkbegeleiding of jeugdhulp. Ook blijven er basis-arrangementen voor alle leerlingen van 2 tot 27 jaar op alle scholen beschikbaar. Voorbeelden van basis-arrangementen zijn de maatschappelijke stage en de kennismaking met vakmanschap, makerschap, wetenschap & techniek, Duitse taal en cultuureducatie. Hoe blijven we op koers? We houden bij of en hoe we vorderen in kansengelijkheid, deels op basis van cijfers en deels op basis van ervaring van de leerling, opvoeder, leerkracht en andere professionals. De stuurgroep LEA rapporteert over de vorderingen.
Dit doen we aan de hand van de volgende meetgegevens: • Onderwijsachterstanden (verminderen), zie kansengelijkheidsmonitor • Deelname van VVE-geïndiceerde kinderen aan VVE-thuis • Basisvaardigheden (vergroten), laaggeletterdheid (verminderen) • Onder-advisering van bepaalde groepen (verminderen) • Ondersteuning bij schoolovergangen (vergroten) • Leerlingen in regulier onderwijs tov speciaal onderwijs (vergroten) • Schaduwonderwijs (verminderen) • Schoolaanwezigheid (vergroten) • Voortijdig schoolverlaten (verminderen) • Gebruik jeugdzorg (verminderen) • Ondersteuning van passend onderwijs, jeugdzorg en jeugdgezondheidszorg (beter) afstemmen door interprofessioneel werken