BP Moskee Kuipersdijk 2020_Plantoelichting def.
Tekst van het document
Flora en fauna Realiseren van permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen. Rekening houden met (buiten)verlichting voor nachtactieve dieren: 1. Verlichting tot een minimum beperken. 2. Directe belichting van de omgeving voorkomen. 3. Kiezen voor vleermuisvriendelijke amberkleurige verlichting.
4.1.3
Ontsluiting, verkeersafwikkeling en parkeren
Ontsluiting De moskee zou op basis van de Kadernotitie worden ontsloten via een nieuwe weg vanaf het Spaansland. Bij nader inzien heeft een ontsluiting rechtstreeks op de Wethouder Beversstraat (eveneens via een nieuwe weg), tegenover de Gasfabriekstraat, de voorkeur. Deze ontsluiting wordt door de gemeente aangelegd. Eventueel kan deze ontsluiting van de moskee in de toekomst eveneens worden gebruikt om aanliggende kavels van het braakliggende terrein (met bedrijfsbestemming) te ontsluiten. De aansluiting op de Wethouder Beversstraat zal tegenover de Gasfabriekstraat liggen. De exácte positie van de 'weg' tussen de aansluiting op de Wethouder Beversstraat en de parkeerplaats van de moskee staat nog
24
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
niet helemaal vast. In onderstaande afbeelding is een indicatieve route opgenomen. Wellicht zal de 'bocht' naar de parkeerplaats bijvoorbeeld meer naar het noorden komen te liggen dan is weergegeven in de afbeelding. De route zal niet verder naar het westen of zuiden liggen dan is weergegeven. Ten behoeve van de ontsluiting krijgt een deel van de bedrijfsbestemming ten westen van het moskeeterrein de aanduiding 'verkeer' in voorliggend bestemmingsplan. De onderliggende bedrijfsbestemming blijft daarbij gehandhaafd. Daarnaast vervalt het toegangspunt voor fietsers en voetgangers aan de zuidoostzijde van het plangebied, zoals deze in de kadernotitie schetsmatig was opgenomen (blauwe pijl, rechtsonder in afbeelding 7). Er is geen aanpassing van het bestemmingsplan nodig om een eventuele toegang op deze plek te voorkomen. De groenstrook waar deze toegang eventueel doorheen zou lopen (bestemming 'groen') blijft namelijk in eigendom van de gemeente, waardoor zij de inrichting van de groenstrook in eigen hand heeft en houdt.
Afbeelding 8: ontwerptekening ontsluiting parkeerterrein Moskee
Verkeersafwikkeling Het verkeersonderzoek 'Ontwikkeling moskee Enschede: Verkeerskundige effecten' (15 juni 2020) brengt de effecten van de ontwikkeling van de moskee op de verkeersafwikkeling in de omgeving in beeld (zie bijlage 2). Vanwege de aangepaste ontsluiting (niet meer op Spaanspand) is ook een oplegnotitie gemaakt bij dit onderzoek (zie bijlage 3). In het onderzoek zijn worst case aannames gemaakt over het 'piekmoment' (het vrijdagmiddaggebed gecombineerd met de avondspits) van het verkeer van en naar de moskee. Dit treedt in de werkelijkheid niet op, maar dit geeft wel de maximaal mogelijke zekerheid dat de verkeerseffecten niet worden onderschat. In het onderzoek, inclusief oplegger) is de verkeersafwikkeling onderzocht op kruispunt Wethouder Beversstraat - Zuiderval, kruispunt Wethouder Beversstraat - Kuipersdijk (beide kruispunten met verkeerslichten), kruispunt Spaansland - Wethouder Beversstraat en het nieuwe 'kruispunt' waar de ontsluiting van de moskee aansluit op de Wethouder Beversstraat (beide voorrangskruispunten zonder verkeerslichten). Voor alle geanalyseerde kruispunten is de conclusie dat er in de worstcase situatie op alle momenten van de bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
25
week een acceptabele danwel goede verkeersafwikkeling is. Het voorrangskruispunt tussen Spaansland en de Wethouder Beversstraat is in de huidige situatie vrij zwaar belast. Bij een ontsluiting van de moskee via het Spaansland zou dit kruispunt in theorie nog (iets) drukker worden als gevolg van de moskee. Door te kiezen voor een ontsluiting rechtstreeks op de Wethouder Beversstraat is dat niet aan de orde. Het kruispunt dat door deze keuze ontstaat op de Wethouder Beversstraat (aansluiting tegenover Gasfabriekstraat) is theoretisch ook relatief zwaar belast. Ook in deze worst-case situatie (die in de praktijk niet of nauwelijks voor zal komen) is nog steeds sprake van een acceptabele verkeerssituatie.
Parkeren Het parkeren voor het reguliere gebruik van de moskee moet op eigen terrein worden opgelost. Voor twee feestdagen per jaar zullen in de toekomst afspraken worden gemaakt met ondernemers uit de omgeving en/of de gemeente over gebruik van hun parkeerterrein voor deze piekmomenten. Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein hanteert de gemeente de parkeernormen conform de Parkeernormennota. Op basis van het huidige ontwerp van het gebouw en de maximaal toegestane vloeroppervlaktes per functie in het bestemmingsplan (en het tegelijk benutten van deze functies) betekent dat het volgende: 0,15 parkeerplaatsen per gebedsplaats in de gebedsruimte. Het maximum aantal van 625 gebedsplaatsen betekent 93,75 parkeerplaatsen; 2,0 parkeerplaats per 100 m2 brutovloeroppervlak bijeenkomstruimte (inclusief niet zelfstandige detailhandel en niet zelfstandige horeca). Dit is de norm voor de functie 'sociaal cultureel centrum/wijk/ verenigingsgebouw' uit de parkeernormennota. De voorziene bijeenkomstruimtes zijn daarmee vergelijkbaar. Het maximum van 2.280 m2 aan bijeenkomstruimtes (incl. ondergeschikte horeca en detailhandel) betekent 45,6 parkeerplaatsen; 1,7 parkeerplaats per woning. Er is 1 bedrijfswoning toegestaan. Dit betekent 1,7 parkeerplaats.
Dit betekent dat er, bij volledige realisatie van het nu voorgenomen plan, in totaal 141 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Dit is haalbaar op eigen terrein. Ook zullen er voldoende fietsplekken op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Om voldoende parkeerplaatsen en fietsplekken op eigen terrein te borgen zijn regels opgenomen in artikel 12.1 van het bestemmingsplan met bovenstaande normen.
Afspraken Kadernotitie De volgende afspraken over ontsluiting en parkeren zijn opgesomd in de Kadernotitie: Auto-ontsluiting via nieuw aan te leggen weg vanaf Spaansland. Zoals hiervoor toegelicht is dit gewijzigd in een ontsluiting vanaf de Wethouder Beversstraat. Ontsluiting langzaam verkeer vanaf Kuipersdijk en Wethouder Beversstraat. Instemming van hulpdiensten met het ontwerp is noodzakelijk (dat is onderdeel van de vergunningprocedure). Voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein (op basis van het schetsontwerp). De genoemde functies in de Kadernotitie leiden tot een iets lager aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein. In voorliggend bestemmingsplan zijn echter de hiervoor genoemde normen opgenomen die corresponderen met de huidige parkeernormennota. Dit hogere aantal (141 parkeerplaatsen) is realiseerbaar op het eigen terrein. 4.1.4
Gebedsoproep
De moskeebesturen en (vertegenwoordigers van) de wijkraad Zuid-Oost Enschede en de werkgroep Kuipersdijk hebben samen een 'noaberschapsovereenkomst' gesloten waarin zij afspraken over de gebedsoproep hebben vastgelegd. Dit in navolging op de bespreking van de Kadernotitie in de gemeenteraadsvergadering van 18 april 2016. Zie bijlage 4 voor deze 'noaberschapsovereenkomst'. Deze overeenkomst geldt nog steeds. In de koopovereenkomst voor de grond wordt verwezen naar deze overeenkomst en de afspraken over de gebedsoproep.
26
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
4.1.5
Verenigingswinkel, kantine en woning
Naast de gebedsruimte en overige bijeenkomstruimtes zijn ondergeschikte/ ondersteunende detailhandel (ook in huidige moskeeën aanwezig), ondergeschikte horeca (kantine) en een dienstwoning voor de imam ook onderdeel van de ontwikkeling. Het plan geeft hier beperkte ruimte voor. De functies zijn ondersteunend en ondergeschikt aan het hoofdgebruik en alleen gericht op bezoekers van de moskee. Daarmee zijn het geen zelfstandige, los van het gebouw staande, functies. De volgende afspraken over de ondersteunende functies zijn opgesomd in de Kadernotitie: Detailhandel Maximaal 80 m2 ten behoeve van detailhandel. Ondersteunend en ondergeschikt aan de hoofdfunctie. Alleen gericht op bezoekers moskee. Geen reclame aan buitenzijde of buiten het gebouw toegestaan. Horeca Ondersteunende horecafaciliteiten toegestaan. Geen zelfstandige horeca of gebruik door anderen dan moskeebezoekers.
4.2
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Wanneer een bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet in de toelichting tevens worden gemotiveerd waarom in die behoefte niet kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' genoemd. Deze zogenoemde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen en schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor. De 'Ladder' is alleen van toepassing als er sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt.
Daarvan zal in beginsel geen sprake zijn indien het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Dit kan anders zijn indien het bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande planologische regime in een vanuit ruimtelijk oogpunt ingrijpende nieuwe planologische functiewijziging voorziet. Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
'Stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
27
capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn. Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' alsbedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.
'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" In het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Onderstaand wordt nagegaan of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Indien de ontwikkeling als 'stedelijke ontwikkeling' moeten worden aangemerkt wordt vervolgens getoetst aan de Ladder Duurzame Verstedelijking. Uit de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan een dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. Jurisprudentie heeft zich vooralsnog hoofdzakelijk gevormd ten aanzien van woningbouw- en retailontwikkelingen, niet ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen. In haar uitspraak van 15 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:381) geeft de Raad van State aan dat een gebouw voor religieuze doeleinden kan worden begrepen onder stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1., aanhef en eerste lid, onder i, van het Bro.
In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1075) is bepaald dat een bestemmingsplan dat ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, in beginsel niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, tenzij die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ter vergelijking verwijst de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State onder meer naar de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2015 in zaak nr. 201408879/1/R3 en van 5 augustus 2015 in zaak nr. 201500276/1/R2). Het bestemmingsplan dat ziet op de realisatie van een moskee voorziet ten opzichte van het vorige bestemmingsplan niet in uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden en derhalve niet in nieuw ruimtebeslag, maar in die zin uitsluitend in de wijziging van de functionele gebruiksmogelijkheden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden in bebouwd oppervlak verminderd. Het bestemmingsplan voorziet dus in een planologische functiewijziging, waarbij de bebouwingsmogelijkheden niet worden vergroot. Er vindt in zoverre geen nieuw beslag op de ruimte plaats.
De functiewijziging betreft de wijziging van een bedrijfsbestemming, met een maximum milieucategorie 3.1, naar een specifieke maatschappelijk-religieuze bestemming. Mede gelet op de aard van de functiewijziging is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Het betreft een niet substantiële wijziging. Voor zover er wel sprake zou zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zou ook voldaan worden aan de Ladder Duurzame Verstedelijking. Het doel van de ladder is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en er moet behoefte zijn aan een ontwikkeling. De ontwikkeling van de moskee betreft een religieuze functie gericht op de Turkse gemeenschap in Enschede en omstreken. De nieuwe moskee vervangt twee bestaande moskeeën in het centrum van Enschede. Deze voldoen niet meer aan de huidige wensen van de betrokken geloofsgemeenschappen. De nieuw te bouwen moskee bestaat hoofdzakelijk uit een gebedsruimte en multifunctionele verenigingsruimtes met ondersteunende functies bij de moskee, zoals winkel, kantine en een woning. De winkel en kantine hebben een intern gericht karakter en moeten als complementair worden gezien aan de hoofdfunctie van religieuze instelling. Het is dus een multifunctioneel gebouw waar behoefte aan is en wordt ontwikkeld in bestaand stedelijk gebied.
28
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
4.3
Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Monumenten en overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 zijn in het plangebied geen monumenten en overige cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Beschermwaardige bomen Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 zijn in het plangebied diverse monumentale en daarmee beschermwaardige bomen aanwezig. Een groene uitstraling van de Kuipersdijk en Wethouder Beversstraat is belangrijk. De volwassen bomen aan het kruispunt en de groenstrook langs de Wethouder Beversstraat vallen buiten het nieuwe perceel voor de moskee, maar binnen het plangebied. Deze groenzones blijven gemeentegrond waardoor de groene uitstraling is gegarandeerd. De gronden zijn bestemd als 'Groen' in het plan. Voor de moskeebesturen geldt een inspanningsverplichting om de twee bestaande bomen aan de zijde van de Kuipersdijk op het nieuwe perceel te handhaven. Deze twee bomen staan niet op de lijst van beschermwaardige bomen. Ze zijn wel van belang voor een groene uitstraling. Daar richt deze inspanningsverplichting zich dan ook op. De bescherming van bomen is verder geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten wordt rekening gehouden met de aanwezige monumentale en beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt. Om dit wat extra borging te geven, is in het bestemmingsplan een link gelegd met de regeling voor beschermwaardige bomen op grond van de APV in artikel 7.3 van de regels.
Archeologie Zoals in paragraaf 3.2 aangegeven kent het plangebied een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid heeft het de aanduiding 'onderzoeksgebied B'. Zie onderstaande afbeelding voor een uitsnede van de archeologische beleidskaart. Deze aanduiding is in het geldende bestemmingsplan 'Hogeland zuid, Varvik en Diekman' opgenomen als ''overige zone - archeologisch onderzoeksgebied b".
Afbeelding 9: Gemeentelijke archeologiebeleidskaart (plangebied indicatief rood omlijnd)
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
29
Voor onderzoeksgebied B geldt dat bij een bodemverstoring van meer dan 2.500 m2 én dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld een archeologisch vooronderzoek moet worden uitgevoerd. Het gebied is voor een groot deel diep en voor een kleiner deel minder diep verstoord. De voormalige bebouwing van de DCW is reeds gesloopt. Dit betekent dat de archeologische verwachting van het plangebied (middelhoog) naar beneden wordt bijgesteld tot een lage archeologische verwachtingswaarde. Gebieden met lage archeologische verwachtingen zijn vrijgesteld van verplicht archeologische vooronderzoek. Op het terrein kunnen nog wel kleine gebiedjes voorkomen met ongestoorde lagen. Archeologische vooronderzoek in kleine niet aaneengesloten gebiedjes is echter niet zinvol. Nederzettingen omvatten een groter gebied. Overigens betekent dit niet dat er geen archeologische waarden kúnnen worden aangetroffen. Voor eventuele toevalsvondsten geldt ingevolge de Erfgoedwet een meldingsplicht bij de gemeente en/of de regio-archeoloog. In gebieden die zijn vrijgesteld van verplicht archeologisch vooronderzoek zijn de kosten bij toevallige vondsten voor de bevoegde overheid. Gelet op bovenstaande kan binnen het plangebied de aanduiding 'overige zone - archeologisch onderzoeksgebied b' komen te vervallen ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan.
4.4
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" gold eerder op basis van de bestaande bestemming de welstandsidentiteit 'bedrijventerreinen'. Deze welstandsidentiteit is niet passend voor de nieuwe ontwikkeling. Daarom is voor het plangebied een afzonderlijk beeldkwaliteitsplan opgesteld (BKP) met specifieke welstandscriteria. Hier worden de bouwplannen aan getoetst. Het BKP is vastgesteld als onderdeel van de gemeentelijke Welstandsnota (9 oktober 2017). Het BKP is opgenomen als bijlage 5. De gemeente stelt eisen/criteria aan de situering en de vormgeving van het gebouw en aan de inrichting van de kavel (afmetingen en locatie ook exact vastgelegd in het bestemmingsplan). De eisen/criteria in het BKP zijn gebaseerd op bestaand gemeentelijk beleid en het voorlopig ontwerp 2016 van het gebouw (een aanpassing van het schetsontwerp dat in 2013 door de moskeebesturen is aangeleverd). Zie onderstaande afbeelding voor een impressie.
Afbeelding 10: gevelzijde Kuipersdijk dag/nacht (concept ontwerp 2016)
De moskee zal het derde bijzondere gebouw worden aan het kruispunt Kuipersdijk- Wethouder Beversstraat. Het archetype van een moskeegebouw wordt in deze omgeving niet als passend beschouwd. Het gebouw zal een moderne uitstraling krijgen. De traditionele kenmerken van een koepel en minaret worden in een eigentijdse stijl vormgegeven. Naast functionaliteit voor de achterban zal het gebouw ook moeten bijdragen aan een positieve uitstraling op de stad. Daarnaast kan het een belangrijke bijdrage leveren op sociaal,
30
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
cultureel en maatschappelijk vlak. Voor de specifieke welstandscriteria wordt verder verwezen naar het BKP in bijlage 5.
4.5
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Tot voor kort werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was. Van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was echter geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.5.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.
Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.
WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de voorgestane aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
31
anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.5.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, c.q. aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van windturbines of zonnepanelen op maaiveldniveau en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden, het vrij houden van 32
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en inrichtingen voor de verwerking van afval.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.
Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Duurzaamheid en het plangeb ied van het b estemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" Bij de realisatie van de moskee wordt volgens de initiatiefnemers op de volgende manier aandacht besteed aan aspecten van duurzaamheid. In het ontwerp van de moskee is gekozen voor een compact gebouw, waarbij de grote ruimten (moskee en zaal) als bouwdeel met een atrium gescheiden worden van de overige ruimte. Het atrium dient om warmte op te slaan (warmtebuffer) en te verdelen over de overige ruimten. Energie/warmte van dak en energie vanuit de grond kan worden opgeslagen en gebruikt. Er zal gebruik gemaakt worden van duurzame bouwmaterialen. De buitenruimte wordt voor een groot deel gebruikt voor het maken van parkeerplaatsen. Omdat deze parkeerplaatsen niet altijd gebruikt zullen worden, is er ruimte voor het behouden van bestaand groen. Voor het dagelijkse parkeren wordt gebruik gemaakt van verhard oppervlak, de parkeerzone tussen de moskee en de woningen aan de Kuipersdijk wordt groen ingericht (met veel bomen en groene tussenruimten).
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
33
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
5.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3. 4.
het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen.
Aanvullend op het voorgaande kan er ook een m.e.r-plicht (een planm.e.r. in dit geval) zijn via een andere weg. Namelijk als voor een plan op voorhand niet kan worden uitgesloten dat er een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden is. In dat geval is een zogenaamde Passende Beoordeling nodig en geldt een planm.e.r.-plicht óf, als wordt voldaan aan de voorwaarden van het per 18 december 2020 gewijzigde artikel 3 van het Besluit m.e.r.( 'klein gebied'), een planm.e.r.-beoordeling. Zoals beschreven in paragraaf 5.3.1 treden er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op. Er is geen Passende Beoordeling nodig en daarmee eveneens geen planm.e.r. of planm.e.r.-beoordeling via deze weg. Toetsing bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020' heeft tot doel de realisatie van een moskee aan de Kuipersdijk. De voorgenomen activiteit is mogelijk te scharen onder activiteit D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.): 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'.
De bijbehorende drempelwaarden (1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen en 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet overschreden. Het terrein is circa 0,7 hectare groot en het gebouw heeft naar verwachting een bruto-vloeroppervlakte van ruim
34
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
3.000 m2. Daarmee wordt ruimschoots onder de drempelwaarden gebleven. Dit vormt een eerste indicatie dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn. Op basis van het voorgaande (de kenmerken van de voorgenomen activiteit) geldt daarmee mogelijk een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020'. Voor de zekerheid en zorgvuldigheid is uitvoering gegeven aan deze mogelijk plicht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten en al of niet sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. De criteria hebben betrekking op de kenmerken van het project, de locatie van de activiteit en de kenmerken van het potentiële effect. Bij de kenmerken van het project gaat het onder andere om de omvang en de cumulatie met andere projecten. Bij de locatie van de activiteit gaat het onder andere om de mate van kwetsbaarheid van het milieu in gebieden waarop de activiteit van invloed zou kunnen zijn. Bij de kenmerken van het potentiële effect gaat het onder ander om het bereik van de effecten.
Voor de ontwikkeling van de moskee is door de gemeente Enschede een notitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, welke in bijlage 10 bij deze plantoelichting is opgenomen. Naar aanleiding van de gewijzigde ontsluiting (niet meer via Spaansland) is deze notitie ook geactualiseerd. Uit de notitie blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Op basis van de eerdere versie van de notitie hebben burgemeester en wethouders op 30 juni 2020, voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan, besloten dat het niet noodzakelijk is om een (formele) m.e.r.-beoordeling uit te voeren of een milieueffectrapport op te stellen. Op basis van de geactualiseerde notitie heeft de gemeenteraad besloten dat er (nog steeds) geen noodzaak is om een (formele) m.e.r.-beoordeling uit te voeren of een milieueffectrapport op te stellen. 5.1.2
Milieuhinder van bedrijven en inrichtingen
Bedrijven- en milieuinventarisatie en milieuzonering Er is onderzocht of er bestaande en toekomstige bedrijvigheid in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" aanwezig is, die van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze inrichtingen (bedrijven en voorzieningen). De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Met behulp van de in 2009 door de VNG uitgegeven publicatie “Bedrijven- en milieuzonering" is van de aanwezige en toekomstige bedrijven en voorzieningen in de directe omgeving van de projectlocatie de milieucategorie bepaald. Vervolgens is nagegaan of bedrijven en voorzieningen gelegen zijn binnen de op grond van de milieucategorie aan te houden indicatieve afstanden tot woningen en andere milieugevoelige functies. Van die bedrijven en voorzieningen is door middel van nader dossieronderzoek beoordeeld of de feitelijke (bedrijfs)activiteiten een knelpunt opleveren voor een goed woon- en leefklimaat en of terugschaling mogelijk is. Ook kan een nieuwe gevoelige functie in het plangebied beperkingen opleveren voor aanwezige bedrijvigheid in de omgeving.
De resultaten van het onderzoek met de bijbehorende milieuzonering zijn weergegeven in de rapportage Bedrijven- en milieu-inventarisatie bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020”, in Bijlage 6 bij deze toelichting. Uitgangspunt onderzoek: toelaatbare normafstand van 30 meter Als algemeen uitgangspunt bij de beoordeling is gehanteerd dat alleen de milieuaspecten nader dienen te worden onderzocht waarvan de toelaatbare normafstand wordt overschreden. Onder de toelaatbare normafstand wordt verstaan de maximale indicatieve afstand van bedrijven en voorzieningen (op basis van de VNG Publicatie Bedrijven en milieuzonering) die als aanvaardbaar wordt beschouwd. Voor woonwijken/woningen zijn dat inrichtingen tot en met categorie 2 waarvan de maximaal toelaatbare afstand 30 m bedraagt. Dit betekent dat alleen die milieuaspecten nader zijn onderzocht waarvan de normafstand groter is dan 30 m. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
35
richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Deze afwijkingen moeten wel worden benoemd en gemotiveerd. Beoordeling gevolgen van moskee op directe omgeving De moskee bestaat onder andere uit gebedsruimte, bijeenkomstruimtes en woonruimte van imam. Op basis van de VNG Publicatie Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 kunnen de activiteiten worden ingedeeld in milieucategorie 2 (SBI-code 9491 Kerkgebouwen e.d.). Hierbij gelden de volgende richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten: Geur: 0 meter Stof : 0 meter Geluid: 30 meter Gevaar: 0 meter De grootste en daarom maatgevende afstand bedraagt in dit geval 30 meter voor het aspect geluid. De VNG-brochure vermeldt dat de richtafstanden met één afstandsstap kunnen worden verlaagd indien sprake is van een 'gemengd gebied'. Dat is in dit geval goed te onderbouwen. De richtafstand van 30 meter wordt in dit geval 10 meter. In de analyse is voor de volledigheid echter wel gekeken naar functies binnen een afstand van 30 meter. Op basis van de betrokken gegevens kan worden vastgesteld dat binnen de straal van 30 meter drie gevoelige objecten zijn gelegen.
Het betreft hier de woningen aan de Kuipersdijk 348, 350 en 352 waarbij de woning aan de Kuipersdijk 348 de meest nabijgelegen woning is op een afstand van 11 a 12 meter van de grens van de bestemming. Verder zijn binnen een afstand van 30 meter vanaf het plangebied, waar de activiteiten van de moskee mogelijk worden gemaakt, geen woningen of overige gevoelige objecten aanwezig. Wanneer wordt uitgegaan van een 'gemengd gebied' liggen er dus geen gevoelige objecten binnen de richtafstand (10m). Volledigheidshalve is wel in een onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd (zie paragraaf 5.1.4.5). Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de omliggende woningen na realisatie van de ontwikkeling een akoestisch verantwoord woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft.
Beoordeling dienstwoning imam Onderdeel van de planvorming is woonruimte te realiseren voor de imam, als zijnde een dienstwoning. De woonruimte is gepland in de noordwesthoek van de moskee. Voor de volledigheid is beoordeeld of deze woonruimte beperkingen oplevert voor de omliggende bedrijven en inrichtingen van het plangebied en het naastgelegen braakliggende perceel, omdat de dienstwoning een nieuwe gevoelige functie is (object). Gevolgen voor b estaande inrichtingen b uiten plangebied Gelet op de omliggende functies van het plangebied zal de woonruimte in de moskee ongeacht de locatie waar deze uiteindelijk wordt gerealiseerd in de moskee geen belemmering opleveren voor de onderwijsactiviteiten in het schoolgebouw. In het bestemmingplan wordt de locatie van de dienstwoning vastgelegd. Gevolgen voor naastgelegen b raakliggend terrein Op het perceel ten (zuid)westen van de geplande moskee zijn momenteel geen bedrijven gevestigd. De grond is van de gemeente. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Hogeland Zuid, Varvik, Diekman' mogen hier bedrijven worden gevestigd uit maximaal milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een maatgevende richtafstand van 50 meter. Op een afstand van circa 80 meter ten zuidwesten van de moskee mogen op grond van het bestemmingsplan bedrijven worden gevestigd behorende tot milieucategorie 3.2.
Voor deze bedrijven geldt een maatgevende richtafstand van 100 meter. De geplande woonruimte van de imam kan de vestigingsmogelijkheden voor toekomstige bedrijven (in milieucategorie 3.1) op het naastgelegen perceel beperken voor wat betreft de aspecten stof en geur (zie bijlage 6 voor verdere toelichting). Dan zijn mogelijk specifieke geur- of stofemissie-onderzoeken nodig en kan eventueel worden teruggeschaald naar categorie 2 met een richtafstand van 30 meter. Aangezien het (braakliggende) gronden van de gemeente betreft worden ontwikkelmogelijkheden van derden niet beperkt. Conclusie milieuhinder bedrijven en inrichtingen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
36
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
5.1.3
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Herontwikkeling moskee met verenigingsgebouw In verband met de voorgenomen herontwikkeling van de betreffende kavel, zijn er in de afgelopen jaren diverse bodemonderzoeken uitgevoerd.
Uit deze bodemonderzoeken is gebleken dat er op deze kavel sprake is van een bodemverontreiniging in de grond met PAK en PCB. Deze grondverontreiniging is gesaneerd. Er zijn geen verhoogde gehalten achtergebleven boven de terugsaneerwaarde die overeenkomt met de maximale waarde voor de bodemfunctieklasse industrie. Conclusie De kavel is door het uitvoeren van de bodemsanering geschikt voor zowel de huidige functie/bestemming industrie als de voorgenomen bestemming/functie maatschappelijke voorziening. Opmerking Afhankelijk van het tijdstip, aard en omvang van een realisatie van een herontwikkeling, kan het nodig zijn dat er voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor bouwen een bodemonderzoek volgens de NEN 5470 verricht dient te worden. 5.1.4
Geluid
5.1.4.1 Wegverkeerslawaai - nieuwe weg (ontsluitingsweg moskee) Indien in een bestemmingsplan de bestemming "Verkeer", voor de aanleg van een nieuwe weg (geen hoofdweg en geen 30 km-weg) wordt gerealiseerd, is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Een onderzoek (artikel 77 Wgh) naar de akoestische gevolgen van de aanleg van een weg op de geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van die weg is dan nodig. Op basis van artikel 76 Wgh moet bij de vaststelling van het bestemmingsplan geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van een weg worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde of eventueel vastgestelde hogere waarden. Akoestisch onderzoek Om inzicht te krijgen in de geluidsbelasting die de nieuwe ontsluitingsweg in het bestemmingsplan zal veroorzaken, is door de gemeente Enschede een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020, Hoek Wethouder Beversstraat - Kuipersdijk, Enschede, Wegverkeerslawaai". Het rapport is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Onderzoeksresultaten Het verkeer op de nieuwe ontsluitingsweg zorgt voor een maximale geluidsbelasting van 27 dB (Lden) op de maatgevende bestaande woning, Kuipersdijk 348. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet Geluidhinder.
Ook op de nieuw te realiseren bedrijfswoning in het moskeegebouw zelf blijft de maximale geluidsbelasting ruimschoots onder de voorkeursgrenswaarde. Conclusie ontsluitingsweg bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
37
Ten aanzien van de aanleg van de nieuwe ontsluitingsweg vormt de Wet geluidhinder geen belemmering. 5.1.4.2 Wegverkeerslawaai - nieuwe woning In artikel 3.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gelegen ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. Wettelijk kader In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km per uur.
Volgens artikel 76a/77 van de Wet geluidhinder (Wgh) moet, bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De binnen het plangebied te realiseren woning is gelegen in stedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op de woning bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (artikel 82, eerste lid Wet geluidhinder). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wet geluidhinder). Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidnota Enschede (verder Geluidnota). De Geluidnota is op 3 april 2018 door Burgemeester en Wethouders (gedeeltelijk herzien) vastgesteld.
Akoestisch onderzoek Om inzicht te krijgen in de geluidsbelasting die de te realiseren geluidsgevoelige bestemming (de bedrijfswoning) in het bestemmingsplan 'Moskee Kuipersdijk 2020' zal ondervinden vanwege het wegverkeer is door de gemeente Enschede een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het akoestisch onderzoek dat als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat uitsluitend vanwege het verkeer op de Wethouder Beversstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. De geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 57 dB op de in de moskee te realiseren woning. Daarmee wordt voldaan aan de ten hoogste vast te stellen hogere waarde van 63 dB. Onderzocht is of door middel van bron- en of overdrachtsmaatregelen de geluidsbelasting kan worden gereduceerd. Uit het rapport blijkt dat maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende effect hebben of bezwaren ontmoeten van verkeerskundige, stedenbouwkundige of financiële aard. De geluidsgevoelige bestemming, een woning, kan uitsluitend gerealiseerd worden als een hogere waarde wordt vastgesteld. Aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota om een hogere waarde vast te stellen wordt voldaan.
De cumulatieve geluidsbelasting op de woning wordt voornamelijk bepaald door het verkeer op de Wethouder Beversstraat en bedraagt eveneens ten hoogste 57 dB. Conclusie wegverkeerslawaai nieuwe woning De realisatie van een woning binnen het bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 is alleen mogelijk als vanwege het wegverkeer op de Wethouder Beversstraat een hogere waarde van 57 dB wordt vastgesteld.
38
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Gelijktijdig met de procedure voor dit bestemmingsplan wordt een procedure doorlopen voor het vaststellen van de hogere waarde van 57 dB. 5.1.4.3 Wegverkeerslawaai - effect realisatie moskee In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in bijgevoegd onderzoek (bijlage 7) ook gekeken naar het effect van de realisatie van de moskee op de geluidsbelasting vanwege wegverkeer. Met de realisatie van de moskee zal de verkeersintensiteit op de bestaande wegen zeer gering toenemen. Vanwege het verkeer van en naar de moskee zal de cumulatieve geluidsbelasting nihil toenemen op de geluidsgevoelige bestemmingen in de directe omgeving. 5.1.4.4 Rail- en luchtvaartlawaai Het plangebied van het bestemmingsplan is niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. Het plangebied van het bestemmingsplan is niet gelegen in de nabijheid van het (voormalige) vliegveld Twente en ligt ruimschoots buiten de geluidszone van het vliegveld. Luchtvaartlawaai is voor het plan dan ook niet relevant. 5.1.4.5 Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan is niet gelegen in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein.
Bovendien voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden. Ondanks dat de Wet geluidhinder hier niet op van toepassing is, is in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch gekeken naar de akoestische gevolgen vanwege de nieuw te bouwen moskee met verenigingsgebouw en woning. Om te kunnen voldoen aan het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening dient het instrument milieuzonering te worden toegepast. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende inrichtingen (bedrijven of voorzieningen) en anderzijds milieugevoelige gebieden, zoals woonwijken. Door het in acht nemen van de indicatieve afstanden, zoals vermeld in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering, tussen de inrichting en de geluidgevoelige objecten kan een goede leefkwaliteit worden gewaarborgd. Een moskee wordt in de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” ingedeeld in milieu-categorie 2 (kerkgebouwen e.d.), waarvoor een richtafstand van 30 meter geldt. In de VNG-brochure is vermeld dat de richtafstanden uit bijlage 1 met één afstandsstap kunnen worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. De richtafstand van 30 m wordt in dit geval 10 m.
De meest nabijgelegen woning van derden is gelegen op circa 12 meter van de inrichtingsgrens. Volledigheidshalve is door de Gemeente Enschede een geluidonderzoek verricht: "Akoestisch onderzoek, Bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020, Hoek Wethouder Beversstraat - Kuipersdijk, Enschede Industrielawaai", dat is bijgevoegd als bijlage 8 bij de plantoelichting. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat in de onderzochte ruime situatie, dus ook bij feestdagen, voldaan wordt aan de richtwaarden uit het geluidbeleid van de Gemeente Enschede. Met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) kan worden gesteld dat in de onderzochte ruime situatie voldaan kan worden aan de gestelde geluideisen, behoudens op de zij- en achtergevel van de woning Kuipersdijk 348. De overschrijding van de aanbevolen waarde wordt veroorzaakt door het (theoretisch mogelijke) in de nachtperiode parkeren op het oostelijk deel van het zuidelijk parkeerterrein. Gezien het aantal verwachte verkeersbewegingen in de nacht (in realiteit nihil) en het daarmee benodigde aantal parkeerplaatsen is het deels in de nachtperiode niet kunnen gebruiken van het zuidelijke parkeerterrein geen belemmering voor het realiseren van de moskee. Op de moskee is het Activiteitenbesluit van toepassing.
Op grond van het Activiteitenbesluit kunnen maatwerkvoorschriften worden vastgesteld voor het gebruik van het parkeerterrein in de nachtperiode. Met betrekking tot indirecte hinder wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Circulaire indirecte hinder. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de omliggende woningen na realisatie van de ontwikkeling een akoestisch verantwoord woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft en er derhalve bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
39
akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 5.1.4.6 Oproep tot geb ed De gemeenteraad heeft in 2013 ingestemd met de verkoop van de kavel onder de voorwaarde dat er afspraken gemaakt worden over onder andere de gebedsoproep van de moskee. Deze afspraken, waarmee geborgd is dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat ten aanzien van de oproep, zijn vastgelegd in de “Noaberschapsovereenkomst” (7 juli 2016 ) welke als bijlage 4 is toegevoegd. Omdat de gebedsoproep geen toetsingskader kent, wordt deze in deze toelichting niet nader beschouwd. Wel kan gesteld worden dat overeenkomstig de overeenkomst, bij een maximaal geluidniveau van 55 dB(A) op de gevel, gedurende ca. 2 à 3 minuten (wat een bedrijfsduurcorrectie van ca. 24 à 25 dB(A) betekent), een waarde overblijft van circa 30 dB(A). De waarde van de oproep is hiermee niet significant ten opzichte van het geluidniveau op de gevel van de overige geluidbronnen op het terrein van de moskee. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de oproep niet leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 5.1.4.7 Conclusie geluid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.5
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d.
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Beoordeling luchtkwaliteit In het plan worden een moskee met verenigingsgebouw, woning en een ontsluitingsweg mogelijk gemaakt. De realisatie van een moskee is niet aangewezen in de Ministeriële Regeling NIBM onder categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen. Een onderbouwing van de effecten op luchtkwaliteit is daarom noodzakelijk. Het te realiseren moskeegebouw krijgt geen aansluiting op het aardgasnet. Daarmee vinden er vanuit het moskeegebouw geen relevante emissies plaats naar de lucht. De voor emissies naar de lucht meest relevante bron is het verkeer van en naar de moskee. De verkeerskundige effecten van de moskee zijn geanalyseerd. Bij luchtkwaliteitsberekeningen dient te worden uitgegaan van het weekdaggemiddelde aantal verkeersbewegingen. Het worst case weekdaggemiddelde (aantal verkeersbewegingen met personenauto's) is ongeveer 176 bewegingen per dag (gebed en andere functies in het gebouw samen). Met de door het Ministerie beschikbaar gestelde rekentool NIBM (versie april 2021) kan de bijdrage van het verkeer aan de luchtkwaliteit berekend worden. Met de rekentool is te bepalen dat een initiatief niet meer als NIBM is aan te merken bij circa 1.850 extra personenwagenbewegingen gemiddeld per dag (zie onderstaand) en bij een realisatie van het project in 2022 (hoe verder in de toekomst, hoe 'schoner' de auto's).