BP Moskee Kuipersdijk 2020_Plantoelichting def.
Tekst van het document
Het aantal verkeersbewegingen van de Moskee blijft daar met 176 personenwagenbewegingen ruimschoots onder.
40
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
Afbeelding 11: Berekening NIBM-tool (versie april 2021) in geval van 1.850 personenwagenbewegingen per dag
In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2020 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2019, 2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan. Conclusie Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is er geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.6
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.
Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.
Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Ten zuiden, op 250 meter van het plangebied, is aan de Kuipersdijk het LPG tankstation BP Kuipersdijk bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
41
gelegen. De risico-afstanden van dit tankstation, met een maximum van 150 meter, reiken niet over onderhavig plangebied. Het Bevi en BRZO vormen ten aanzien van dit plangebied geen belemmeringen. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Wel liggen nabij / parallel aan de rijksweg A35 acht buisleidingen. De leidingen kennen ter hoogte van het plangebied geen plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). De effectafstanden reiken niet over het plangebied. De ligging van deze hogedruk aardgasleidingen vormen op grond van het BevB geen belemmering voor onderhavig plan.
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water De basis voor de wet- en regelgeving voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.
Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water.
Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor.
Basisnet Weg Binnen het plangebied en in de directe nabijheid van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Wel is op circa 700 meter ten zuiden van het gebied de A35 gelegen. Onderstaand zijn de gegevens van het betreffende deel van de A35 uit het Basisnet Weg weergegeven. De weg kent geen 10 -6 –contour ten aanzien van het plaatsgebonden risico (PR). En het verantwoordingsgebied van 200 meter van deze weg met betrekking tot het groepsrisico (GR) reikt niet over het plangebied. Zowel het plaatsgebonden als het groepsrisico van het plan ten aanzien van het Basisnet Weg is hierdoor niet relevant. Het Basisnet Weg vormt derhalve geen belemmeringen voor onderhavig plan.
Tabel: Gegevens Basisnet Weg
42
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, met name bij het opstijgen en landen. Het plangebied van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” is hemelsbreed op circa 6500 meter van de (voormalige) vliegbasis Twenthe gelegen. Dit betekent dat de kans, vanwege de ligging ten opzichte van de baan, op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.
Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.2
Water
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding.
Hemelwater Uitgangspunt in het beleid van zowel gemeente als waterschap is het voorkomen van wateroverlast, ook bij hevige buiten. In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is als beleidsuitgangspunt vastgelegd dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet op doelmatige wijze mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving. Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen in de openbare ruimte. De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied tenminste 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak. In het buitengebied en bij uitbreiding van bebouwd oppervlak in bestaand stedelijk gebied bedraagt de tijdelijke bergingsopgave tenminste 40 millimeter, oftewel 40 liter per vierkante meter verhard oppervlak.
Om een goede en doelmatige afvoer naar voorzieningen in de openbare ruimte te kunnen garanderen hanteert het waterschap Vechtstromen een maximum norm van 2,4 liter per seconde per hectare. Alleen wanneer het redelijkerwijs niet mogelijk is om op eigen terrein op doelmatige wijze hemelwater te bergen kan dit (deels) in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken.
Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA), al dan niet met een helofytenfilter, worden ingericht.
Oppervlaktewater bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
43
Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Enschede leidend. Het oppervlaktewater wordt liefst op fraaie wijze geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken, tenzij dit oppervlaktewater mede als doel heeft grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken. De aanleghoogte van nieuw oppervlaktewater dient zodanig te zijn dat de overstromingskans vanuit oppervlaktewater beperkt wordt tot eens per 100 jaar (T=100). Bij ontwikkelingen nabij watergangen geeft het waterschap Vechtstromen een aanleghoogte advies.
Grondwater en ontwatering In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Om ongewenste effecten van hoge grondwaterstanden te voorkomen wordt geadviseerd de in onderstaande tabel genoemde ontwateringshoogtes aan te houden:
Grondgebruik
Ontwatering (m – GHG)
Primaire wegen
0,7
Secundaire wegen en erfontsluitingswegen
0,5
Bouwwerken met kruipruimten
0,7
Bouwwerken zonder kruipruimten
0,5
Groen
0,5
De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende en doelmatige maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren. Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende advieswaarden voor peilhoogtes: Het vloerpeil minimaal 0,20 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse); Het perceel vlak of richting de weg af laten lopen; De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.
Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” Het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” maakt een nieuwe moskee mogelijk. Rond de bebouwing worden voorzieningen getroffen voor de verkeersontsluiting (wegen en parkeerplaatsen). Een deel van het terrein wordt ingericht voor het bergen van regenwater. Hemelwaterafvoer en -b erging Het hemelwater wordt gescheiden van afvalwater ingezameld en afgevoerd. Hemelwater voert af naar een waterbergende voorziening op het terrein, hiervoor is voldoende (groene) ruimte aanwezig. Vanuit daar infiltreert water in de bodem en/of voert het vertraagd af naar het openbare hemelwatersysteem. Het verhard oppervlak is bepalend voor de waterbergingsopgave op het perceel. Het bestaand verhard oppervlak (voormalig DCW gebouw, bestrating en bijgebouwen) was ongeveer 5.000 m². Het toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied (gebouwen en bestrating) is afgerond maximaal 7.000 m². Dit betreft de omvang van de betreffende kavel. Dat betekent dat er aan extra verhard oppervlak circa 2.000 m² wordt toegevoegd. Op basis van dit voorlopige ontwerp en de hiervoor genoemde richtlijnen bedraagt de bergingsopgave 180 m³ (5.000m² x 20 liter/m² + 2.000m2 x 40 liter/m²).
44
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
Afvalwaterafvoer Afvalwater wordt gescheiden van hemelwater ingezameld en afgevoerd. Het afvalwaterriool binnen het plangebied wordt aangesloten op het vrij verval vuilwaterriool Wethouder Beversstraat of Kuipersdijk. Oppervlaktewater Binnen het plangebied wordt een bergingsvoorziening gerealiseerd. Deze voorzieningen zullen, afhankelijk van de gekozen diepte, delen van het jaar watervoerend zijn. Grondwater, ontwatering en afwatering Om te voldoen aan de ontwateringsnormen worden delen van het plangebied beperkt opgehoogd. Verder zal de bergende voorziening bij hoge grondwaterstanden een drainerende werking hebben. Omdat water vanaf het (extra) verhard oppervlak binnen het plangebied deels wordt geïnfiltreerd zal het effect op de grondwaterstand gering zijn. Rond het plangebied kan water op straat voorkomen. Hierbij dient met de keuze voor het bouwpeil rekening gehouden te worden. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het waterschap Vechtstromen heeft bevestigd dat zij zich geheel kan vinden in de waterparagraaf en de wijze waarop in het plangebied met water wordt omgegaan. De planontwikkelaar maakt een waterhuishoudingsplan dat voldoet aan de uitgangspunten en dat plan behoeft de goedkeuring van de gemeente.
5.3
Natuur
5.3.1
Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden
In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.
Wet natuurbescherming , beschermde natuurgebieden en het plangebied “Moskee Kuipersdijk 2020” Het plangebied van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” is niet gelegen binnen de grenzen dan wel in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden "Aamsveen", "Witte Veen", "Buurserzand & Haaksbergerveen" en "Dinkelland" liggen respectievelijk op circa 4 kilometer, circa 5,5 kilometer, circa 6,5 kilometer en nogmaals circa 6,5 kilometer van het plangebied. Op dergelijke grote afstanden is er alleen een effect mogelijk van stikstofdepositie. Andere effecten, zoals verstoring door geluid of licht, spelen geen rol. De mogelijke stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden is onderzocht. Het onderzoek is bijgevoegd in bijlage 9. Het project zorgt in zowel de gebruiks- als de aanlegfase niet voor een toename van bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
45
meer dan 0,00 mol stikstofdepositie per hectare per jaar op daarvoor gevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Daarmee zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het plan op voorhand uitgesloten. Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.3.2
Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten
In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren in gevaar komt en dat vaste rust- en verblijfplaatsen en groeiplaatsen opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het "nee, tenzij" principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen en/of anderszins functioneel leefgebied van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.
Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.
Beschermde planten en diersoorten en het plangebied “Moskee Kuipersdijk 2020” In de huidige situatie is er sprake van een braakliggend terrein. Aan de noordoost-zijde van het plangebied zijn enkele wat oudere eiken aanwezig. Er zijn geen waterpartijen of bouwwerken aanwezig. De eiken blijven naar huidig inzicht. Voor deze paragraaf wordt echter worst case uitgegaan van het kappen van de bomen. In onderstaande paragraaf is uitgegaan van lucht- en zogenoemde oblieke foto's, nationale databank flora en fauna en het ecologische onderzoek "Nader onderzoek vleermuizen en steenmarter Wethouder Beversstraat 200", door Eelerwoude van 11 november 2013 en de hieraan voorafgaande "Notitie natuurwetgeving Wethouder Beversstraat" van 4 oktober 2012. Hoewel deze onderzoeksrapporten gedateerd zijn, zijn de daarin beschreven bevindingen en conclusies nog wel representatief voor de huidige feitelijke situatie in het plangebied. De vanuit de Wet natuurbescherming beschermde soorten die in Enschede binnen de bebouwde kom kunnen worden aangetroffen hebben specifieke habitateisen. Met name bouwwerken (vleermuizen, gierzwaluwen, huismussen en steenmarter) en oudere bomen/bosjes kunnen door beschermde soorten worden gebruikt als vaste rust- of verblijfplaats (roofvogels, vleermuizen en eekhoorn). Beschermde amfibiesoorten maken als vaste rust- en verblijfplaats gebruik van waterpartijen.
Binnen het plangebied heeft een gebouw gestaan (het gesloopte DCW gebouw) dat in potentie geschikt was als vaste rust- en verblijfplaats van vleermuizen en steenmarter. Door ecologisch advies bureau Eelerwoude is vervolgens onderzoek gedaan naar beschermde soorten. Uitkomst van dit onderzoek was dat door de sloop geen negatieve effecten op vleermuizen en steenmarter verwacht worden. Vervolgens is het gebouw gesloopt. Het braakliggende terrein dat er nu aanwezig is heeft geen belangrijke waarde als essentieel functioneel leefgebied voor beschermde soorten. De enige potentieel interessante elementen zijn de eiken in de noordoostelijkehoek van het plangebied. Bomen kunnen voor vleermuizen een functie hebben als vaste rust- en verblijfplaats (in holen en spleten) of als vliegroute. De bomen hebben een te beperkte ouderdom waardoor geen verblijfplaatsen worden verwacht. Ook worden in het onderzoek van Eelerwoude en in de Nationale Databank Flora en Fauna (hierna de Ndff) geen verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen gemeld. Ook als voor de functionaliteit van het leefgebied essentiële vliegroute hebben de bomen geen functie.
46
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
Eelerwoude zegt over de binnen het plangebied aangetroffen gewone dwergvleermuis: "van een actieve vliegroute binnen het plangebied is geen sprake" en over de ruige dwergvleermuis "vliegroutes zijn niet vastgesteld". Andere vleermuizen zijn tijdens het uitgebreide vleermuisonderzoek van Eelerwoude niet vastgesteld. Eelerwoude geeft verder aan: "gezien het ontbreken van geschikte lijnvormige beplanting heeft het plangebied naar verwachting geen functie als vliegroute of belangrijk foerageergebied voor vleermuizen. Voor anders beschermde soorten als de eekhoorn en roofvogels zijn de aanwezige bomen niet geschikt. Deze soorten zijn binnenstedelijk vaak te vinden op wat rustigere locaties, zoals parken, bosjes en rustige wijken met veel groen (vaak met naaldbomen). Ook zijn er geen waarnemingen gedaan van deze soorten door Eelerwoude of de Ndff.
Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde planten en diersoorten Gezien het uitvoerige onderzoek wat hier heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de sloop van het DCW-gebouw en de beperkte geschiktheid van het plangebied in zijn huidige situatie als vaste rust- en verblijfplaats of anderszins functioneel leefgebied van (strikt) beschermde soorten kan op voorhand met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de beoogde bouw van een moskee kan worden gerealiseerd zonder verbodsbepalingen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming te overtreden. Het uitvoeren van actualiserend ecologisch onderzoek of het aanvragen van een ontheffing bij het bevoegd gezag Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.3.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.
Natuurnetwek Nederland en het plangebied “Moskee Kuipersdijk 2020” Het plangebied van het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" is niet gelegen binnen of nabij een gebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Een verdere toetsing aan het Natuurnetwerk Nederland kan daarom achterwege blijven. Het NNN vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
47
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Algemeen
Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a.
een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen.
b.
c. d.
Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen. Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" is te typeren als een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Het kaartbeeld en de planregels geven een duidelijk eindbeeld van de beoogde functie. Het plan legt met name het beoogde gebruik gedetailleerd vast in maximum vloeroppervlaktes (m2) en het maximum aantal gebedsplaatsen. Wel is er enige flexibiliteit opgenomen in de hoogte van het gebouw (bijv. de locatie van de maximaal twee toegestane hoogte-accenten) en de vorm van het bouwvlak.
Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In paragraaf 6.3 van deze plantoelichting wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" is gekozen.
6.2
Indeling planregels
Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 48
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
a. b. c. d.
Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 - Algemene regels; Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020”. In Artikel 1 Begrippen zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2 Wijze van meten geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. b. c. d. e. f. g.
h.
i.
bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).
Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
49
6.3
Beschrijving van het plan
6.3.1
Bestemmingen
De gronden begrepen in het bestemmingsplan “Moskee Kuipersdijk 2020” zijn bestemd voor de hierna genoemde bestemmingen. Het plan bevat geen dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen.
Bedrijf Deze bestemming is gelegen naast het perceel waar de ontwikkeling van de moskee plaats gaat vinden. Hier is de ontsluiting van de moskee richting de Wethouder Beversstraat beoogd. In het vigerende bestemmingsplan bestaat geen mogelijkheid voor het aanleggen van ontsluiting van percelen (anders dan bedrijven) en de aansluiting van een nieuwe weg op de Wethouder Beversstraat. Met het toevoegen van een functieaanduiding "verkeer" op de beoogde plek van de ontsluiting wordt het mogelijk gemaakt om binnen deze aangrenzende bedrijfsgronden de noodzakelijke 'weg' aan te leggen. Voor het overige blijft deze bedrijfsbestemming ongewijzigd en is deze overeenkomstig bestemd. Groen Deze bestemming is gegeven aan de bestaande groenstrook gelegen langs de Wethouder Beversstraat en de Kuipersdijk. De gronden met de bestemming "Groen" zijn bestemd voor het aanleggen en instand houden van groenstroken, plantsoenen, bospercelen, bermstroken. Daarnaast zijn waterpartijen, waterlopen, wadi's en overige voorzieningen in het kader van de waterbeheersing toegestaan. Bebouwing van de voor "Groen" aangewezen gronden is slechts toegestaan in het kader van deze bestemming. Hierbij kan gedacht worden aan straatmeubilair. Het is niet mogelijk om binnen deze gronden een ontsluiting voor snelverkeer te realiseren van het terrein van de moskee of parkeerplaatsen.
Maatschappelijk - Religie Binnen deze bestemming is een moskee toegestaan, bestaande uit een gebedsruimte (max 625 gebedsplaatsen), bijeenkomstruimtes (max 2.200 m² bruto vloeroppervlak), niet zelfstandige detailhandel (max 80 m² verkoop vloeroppervlak) en niet zelfstandige, ondergeschikte horeca. Alles moet uitsluitend gericht zijn op de bezoekers en gebruikers van de moskee. Binnen de bestemming is één bedrijfswoning toegestaan (dienstwoning imam). 6.3.2
Overige aanduidingen
Binnen de in het plan voorkomende bestemmingen kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden worden geregeld door het gebruik van functieaanduidingen, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen en figuren. In het plan komen geen bouwaanduidingen en figuren voor.
Bouwvlak: Het bouwvlak is het gebied binnen de grenzen waarvan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwing gerealiseerd dient te worden, tenzij anders aangegeven in de planregels. Bijbehorende bouwwerken mogen bijvoorbeeld, onder voorwaarden, (deels) buiten het bouwvlak worden gebouwd.
Functieaanduidingen: Functieaanduidingen worden gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een gedeelte van een bestemming nader in te kaderen. Zo kan met een functieaanduiding worden aangegeven dat ter plaatse alleen een bepaalde, met name genoemde, functie is toegestaan of juist expliciet is uitgesloten. Bij functieaanduidingen gaat het vaak om het passend bestemmen van een aanwezige, niet (geheel) bij de bestemming passende functie. Daarnaast kunnen functieaanduidingen worden gebruikt om aan te geven dat op een bepaalde locatie binnen een bestemming functies op boven elkaar gelegen verdiepingen zijn toegestaan. 50
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
In het plan zijn enkele functie-aanduidingen opgenomen. Binnen de bestemming 'Bedrijf' is een functieaanduiding "verkeer" toegevoegd (zie ook beschrijving bestemming 'Bedrijf'). Daarmee wordt het mogelijk gemaakt om binnen deze gronden de noodzakelijke ontsluitingsweg richting de Wethouder Beversstraat aan te leggen. Binnen de bestemming 'Bedrijf' zijn ook de aanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3.1" en "bedrijf tot en met categorie 3.2" opgenomen. Daarmee wordt geregeld welk soort bedrijf (met welke mogelijke milieuhinder) op deze gronden is toegestaan. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk - Religie' is de locatie van de dienstwoning aangegeven met de aanduiding 'bedrijfswoning'.
Maatvoeringsaanduidingen: Maatvoeringsaanduidingen zijn alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen (goothoogte, bouwhoogte, bouwdiepte, inhoud, breedte), percentages (bebouwd oppervlak, gebruiksoppervlak) en dakhellingshoeken van gebouwen. Daarnaast kunnen maatvoeringsaanduidingen ook iets over aantallen zeggen, zoals het maximum aantal woningen, winkels of parkeerplaatsen. In de bestemming 'Maatschappelijk - Religie' zijn de maximale bouwhoogtes van gebouwen in het bouwvlak aangeduid. In de bestemming 'Bedrijf' zijn het maximale bebouwingspercentage en de maximale bouwhoogte overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. 6.3.3
Algemene regels
anti-dubbeltelregel (artikel 6) De anti-dubbeltelregel is een wettelijk voorgeschreven regel die bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen voor die grond buiten beschouwing blijft. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.
algemene bouwregels (artikel 7) In de algemene bouwregels zijn de bouwregels opgenomen die voor het hele plangebied gelden of voor gronden waarvoor dit in de bestemming is aangegeven. Het gaat in dit plan om regels voor het onderkelderen van gebouwen en terreinen, het bouwen van nutsvoorzieningen en de bescherming van bomen.
algemene gebruiksregels (artikel 8) In de algemene gebruiksregels zijn naast een algemeen gebruiksverbod ook enkele op specifieke situaties gerichte gebruiksregels opgenomen. In het algemeen gebruiksverbod is geregeld dat het verboden is gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel dat niet in overeenstemming is met de in dit bestemmingsplan aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming(en). Van deze regel uitgezonderd is het van het afwijkend gebruik dat door burgemeester en wethouders is toegestaan bij een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving. De op specifieke situaties gerichte gebruiksregels hebben betrekking op het verbod op de verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk, het verbod op het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidzoneringsplichtige inrichting en het verbod op het gebruik van gronden en bouwwerken als risicovolle inrichting.
algemene afwijkingsregels (artikel 9) In de algemene afwijkingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in concrete gevallen bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen (algemene) bouw- en/of gebruiksregels.
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
51
algemene wijzigingsregels (artikel 10) In de algemene wijzigingsregels is geregeld onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders in bepaalde concreet genoemde gevallen onderdelen van het bestemmingsplan kunnen wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheden liggen in het verlengde van de afwijkingsbevoegdheden, zoals genoemd in de algemene afwijkingsregels, maar hebben doorgaans een grotere impact op de woon- en leefomgeving. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan een wijzigingsbevoegdheid voor het in geringe mate wijzigen van bestemmings- en/of bouwgrenzen om een gewenst en voor het overige in het bestemmingsplan passend bouwplan mogelijk te kunnen maken.
algemene procedureregels (artikel 11) In de algemene procedureregels wordt verwezen naar de wettelijk voorgeschreven procedureregels voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden, aangevuld met enkele specifieke gemeentelijke procedureregels. De algemene procedureregels bevatten ook het afwegingskader voor de toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden. 6.3.4
Overige regels
In het hoofdstuk 'overige regels' zijn regels opgenomen die aanvullende werking hebben op de bouw- en gebruiksregels in het bestemmingsplan.
Parkeren (artikel 12.1) Dit artikel bevat de regels voor het op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor parkeren van zowel auto's als fietsen. Bij de beoordeling of in voldoende mate wordt voorzien in parkeervoorzieningen wordt getoetst aan de specifieke minimale parkeernormen in de planregels. Deze zijn gebaseerd op de 'Parkeernormennota Enschede 2017'. Onder voorwaarden kan hier van worden afgeweken, waarbij wederom de Parkeernormennota als uitgangspunt dient. Het artikel bevat ook een dynamische verwijzing voor het geval de parkeernormennota tussentijds mocht worden gewijzigd of vervangen door een nieuwe parkeernormennota.
Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater (artikel 12.2) Dit artikel bevat de regels voor het bij nieuwbouw op eigen terrein realiseren van voldoende voorzieningen voor het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Deze regeling is de ruimtelijke vertaling van het gemeentelijke beleidskader zoals dat is vastgelegd in de Watervisie en in het Gemeentelijk Rioleringsplan.
6.3.5
Flexibiliteit
De planregels vormen het juridisch bindend kader dat aangeeft waar en hoeveel er gebouwd mag worden en waar het voor gebruikt mag worden. De planregels kunnen niet in alle ontwikkelingen voorzien. In sommige gevallen is een bepaalde ontwikkeling wenselijk, maar niet passend binnen de planregels. In deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze invulling gegeven wordt aan de diverse flexibiliteitsbepalingen in de planregels.
Afwijkingsregels De afwijkingsregels van de bouw- of gebruiksregels maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om afwijkingen van geringe aard en omvang. De bestemming van de grond waarop de afwijking betrekking heeft, wijzigt daardoor niet. Om hiervan gebruik te kunnen maken, moet een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving' aangevraagd worden. Burgemeester en wethouders maken 52
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
vervolgens de afweging of de vergunning verleend kan worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een afwijkingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan.
Wijzigingsbevoegdheden De wijzigingsbevoegdheden maken het mogelijk dat burgemeester en wethouders het bestemmingsplan op door de gemeenteraad concreet benoemde onderdelen inhoudelijk kunnen wijzigen. Dat kan een wijziging van een bestemming of een aanduiding zijn, al dan niet in combinatie met een wijziging van de daarbij behorende bouw- en/of gebruiksregels, maar ook alleen een wijziging van de planregels zonder dat daarvoor ook de verbeelding hoeft te worden gewijzigd. Bij een verzoek tot toepassing van een wijzigingsbevoegdheid wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat in deze paragraaf verder wordt toegelicht. Daarnaast kunnen bij een wijzigingsbevoegdheid specifieke toepassingscriteria genoemd zijn, waar aan moet worden voldaan. In tegenstelling tot bij een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan wordt bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid het bestemmingsplan wel inhoudelijk gewijzigd. Een wijzigingsplan doorloopt een afzonderlijke planologische procedure die nagenoeg gelijk is aan die van een bestemmingsplan.
Afwegingskader Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid wordt het algemene beoordelingskader gehanteerd, zoals in onderstaand overzicht is weergegeven. Daarnaast kunnen voor toepassing van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid nog specifieke toepassingscriteria gelden. Op deze wijze worden aanvragen zoveel mogelijk op dezelfde criteria beoordeeld en geeft het gebruikers/eigenaren van gronden in het plangebied meer duidelijkheid en rechtszekerheid over de toepassing van de flexibiliteitmogelijkheden in de planregels.
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de volgende criteria: Woon- en leefklimaat: Er dient rekening gehouden te worden met het in stand houden van een goed woon- en leefklimaat, hierbij dient gelet te worden op: - de verkeersaantrekkende werking, deze mag geen onevenredige gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van de locatie en zijn directe omgeving; - de parkeerbehoefte mag niet tot gevolg hebben dat de parkeerdruk op de openbare ruimte wordt vergroot; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - lichttoetreding en bezonning, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitstraling naar (bebouwing op) aangrenzende gronden; - de eventuele gevolgen voor het aanwezige uitzicht; - de aanwezigheid van voldoende privacy; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor het voorkomen van hittestress; - mogelijkheden voor het realiseren van voorzieningen voor een duurzame energievoorziening. Straat- en bebouwingsbeeld:
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
53
In het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige en architectonische inpassing dient aandacht gegeven te worden aan: - een goede verhouding tussen bouwmassa's en open ruimte, (stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing); - de verhouding tussen de hoogte breedte van gebouwen; - gevelbeelden; - de samenhang van de bouwvorm met nabij gelegen bebouwing; - de hoogtedifferentiatie; - de situering van gebouwen op het perceel. Bepalend daarbij is de specifieke situatie ter plaatse van de locatie waarop de beoogde ontwikkeling betrekking heeft en hoe zich die verhoudt tot zijn directe omgeving. Een hoekpand aan een belangrijke stedenbouwkundige structuur vraagt immers om een andere benadering dan een woongebouw in een woonhofje ergens in een groene buitenwijk. Verkeersveiligheid: Ter waarborging van de verkeersveiligheid moet rekening gehouden worden met: - de toename van de verkeersintensiteit; - overlast door lawaai, stank en/of trillingen; - benodigde uitzichthoeken van wegen; - de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg; - de gevolgen voor het zicht op de openbare weg en of fiets- en voetpaden; - de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte.
Sociale veiligheid: Ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet-sociaal controleerbaar is moet rekening gehouden worden met: - de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek; - de mate waarin de toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt. Brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding Voor de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten: - aanwezigheid van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten; - de aanwezigheid en routering van vluchtwegen; - de bereikbaarheid van de bouwwerken voor hulpdiensten; - de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen.
Milieusituatie: Ter waarborging en ter voorkoming van een milieukundig ongewenste situatie als gevolg van een ruimtelijke ingreep moet rekening gehouden worden met: - de mate van hinder voor de omliggende functies; - de gevolgen voor de externe veiligheid; - de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies; - de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving; - de gevolgen voor beschermde (natuur)gebieden; - de gevolgen voor de bodemkwaliteit; - de gevolgen voor de (grond)waterkwaliteit en/of de grondwaterstand; - de situering van gebouwen ten opzichte van het water. Cultuurhistorische waarde: Bij een ruimtelijke ingreep moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van een gebouw of ensemble van gebouwen in relatie met de omgeving. Gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden:
54
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
Een nieuwe ontwikkeling in een gebied kan gevolgen hebben voor de omgeving. Als een nieuwe ontwikkeling voldoet aan de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan kan de omgeving hier vooraf rekening mee houden. Het afwijken van de planregels of het stellen van nadere eisen voor een nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot het beperken van de bouw- en gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele privaatrechtelijke aspecten.
6.4
Handhaving
Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen. In het kader van de bedrijven- en milieuinventarisatie is voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan onderzocht in hoeverre de functies die in het plangebied voorkomen in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan en bij geconstateerde afwijkingen eventueel gelegaliseerd kunnen worden.
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
55
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de gewenste toekomstige situatie planologisch-juridisch vast te leggen. Binnen het plangebied is de realisatie van een moskee met verenigingsgebouw gepland (hierna genoemd: het project). De gemeenteraad van Enschede heeft in haar vergadering van 18 april 2016 de grondexploitatie van het voorgenoemde project vastgesteld. De ontwikkelingen die door dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden hebben enkel betrekking op gronden welke in eigendom zijn van de gemeente Enschede. De gemeente heeft op 7 juli 2016 een verkoopovereenkomst gesloten met de Islamitische Stichting Nederland (Hollanda Diyanet Vakfi). Deze overeenkomst houdt in dat de gemeente de voor het project benodigde grond bouwrijp levert aan de Islamitische Stichting Nederland. De contractueel overeengekomen verkoopopbrengst van deze grond komt ten goede aan de vastgestelde grondexploitatie van het project. Alle grondexploitatiekosten van het project worden gedekt uit de door de Raad vastgestelde en financieel sluitende grondexploitatie, welke jaarlijks geactualiseerd wordt binnen het meerjarenperspectief grondbedrijf. Alle gemeentelijke kosten kunnen gedekt worden uit de grondopbrengst. Hierbij gaat het onder meer om de inbrengwaarde van de locatie, de kosten van bouw- en woonrijp maken en de (gemeentelijke) plankosten.
Conform de gemeentelijke financiële verordening wordt het uiteindelijke grondexploitatieresultaat bij het afsluiten van de grondexploitatie, verrekend met de reserve Grondbedrijf. Het kostenverhaal van de grondexploitatie is daarmee anderszins verzekerd. Daarnaast zijn in de verkoopovereenkomst heldere afspraken gemaakt over de fasering en het tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden. Ook het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13 Wet ruimtelijke ordening, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, is als gevolg van de afspraken in de verkoopovereenkomst niet noodzakelijk.
Exploitatieplan Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk (art. 6.12 Wet ruimtelijke ordening). Gelet op bovenstaande kan worden gesteld dat het kostenverhaal voldoende is verzekerd en dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.
56
bestemmingsplan Moskee Kuipersdijk 2020 (vastgesteld)
Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© Januari 2022, gemeente Enschede