CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Boeldershoek 2018_Plantoelichting_herstelbesluit

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Boeldershoek 201829.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Beschermwaardige bomen in het plangebied bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

23

De bescherming van bomen is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Voor de bebouwde kom geldt een bomenoverzicht met beschermde bomen en boomgroepen. Voor het vellen daarvan is een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV vereist. Het plangebied ligt echter buiten de bebouwde kom. De definitie van beschermwaardige bomen buiten de bebouwde kom waar volgens de APV een kapvergunning voor nodig is luidt als volgt: 'alle bomen met een stamomtrek van minimaal 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld'. Ook voor het vellen van een houtwal of houtsingel kan een vergunning nodig zijn. Voor zowel beschermwaardige bomen als houtwallen/-singels gelden uitzonderingen. Met name in de oostelijke en zuidelijke groenzone binnen het plangebied bevinden zich veel bomen. Bij eventuele bomenkap moet beoordeeld worden of er een kapvergunning nodig is.

24

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Gewenste ontwikkeling plangebied

In dit hoofdstuk wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied beschreven voor grofweg de komende 10 jaar. Eerst wordt stilgestaan bij de visie voor het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven hoe het nieuwe bestemmingsplan daar zoveel mogelijk bij aansluit, zonder dat dit negatief uitwerkt voor de omgeving van het plangebied en haar gebruikers/bewoners. Daarbij wordt aangegeven wat er is veranderd ten opzichte van bestemmingsplan "Boeldershoek 2009". Grote nieuwe ontwikkelingen met veel milieugevolgen worden niet bij recht mogelijk gemaakt. In het vervolg van het hoofdstuk wordt nog stilgestaan bij de aspecten cultuurhistorie, welstand/beeldkwaliteit en duurzaamheid.

4.1

Visie en gewenste ontwikkelingen Boeldershoek

De afgelopen jaren heeft de ontwikkeling van Twence en daarmee ook de Boeldershoek in het teken gestaan van duurzaamheidsinitiatieven. De wens van de aandeelhoudende gemeenten lag daaraan ten grondslag. Dit heeft de afgelopen acht jaar geleid tot een aantal concrete ontwikkelingen: Aanleg van een warmteleiding naar bedrijventerrein Marssteden welke is ingekoppeld op de stadsverwarming van Enschede; Bouw van een GFT-vergistingsinstallatie waarmee uit biogas elektriciteit en warmte wordt opgewekt; Inzet van mobiele installaties voor koude immobilisatie van bodemassen zodat deze in de directe omgeving kunnen worden toegepast in civiele werken; Bouw van een tweede vergistingsinstallatie voor vloeibare organische reststromen; Uitbreiding van de installatie voor opwerking van bodemassen waardoor meer ijzer en non-ferro metalen worden teruggewonnen; Verbouwing van de biomassaenergiecentrale zodat deze behalve elektriciteit ook warmte kan gaan leveren (2018). Tot slot zijn in 2017 en 2018 respectivelijk de zonneparken Tienbunderweg (binnen het plangebied) Boeldershoek-West (direct ten westen van het plangebied) in gebruik genomen. Twence heeft laten weten de komende jaren door te willen gaan op de ingeslagen weg.

Dit blijkt ook uit de missie van het bedrijf: "Twence staat voor hoogwaardige inzet van afval, reststromen en biomassa als bron van herbruikbare grondstoffen; wij maken deze stromen hiertoe geschikt en brengen grondstoffen terug in de keten. Daarnaast produceert Twence energie uit hernieuwbare bronnen. Wij zetten restafval in voor energetische benutting, zolang dit nog de meest efficiënte vorm van gebruik is. Dit doen wij klantgericht, met passie, innovatief en bedrijfseconomisch verantwoord. Wij verbinden maatschappelijk nut met ondernemerschap, respecteren mens en milieu en dragen b ij aan verduurzaming van de samenleving, in het bijzonder aan de duurzaamheidsdoelstellingen van onze aandeelhouders." Hoewel Twence meerdere bedrijfslocaties heeft, zal het merendeel van de ontwikkelingen plaatsvinden op de Boeldershoek. Een enigszins flexibel bestemmingsplan is nodig om goed in te kunnen spelen op nieuwe initiatieven die passen binnen de missie. De groei van Twence komt niet per definitie uit het verwerken van meer afval, maar vooral uit het terugwinnen van materialen en energie uit (dezelfde hoeveelheid) afval. Daarvoor zijn inmiddels concrete onderzoeken gaande op het gebied van: Afvangen van CO2 uit rookgassen en deze geschikt maken voor nuttige toepassingen. Dit is al in een vergevorderd stadium. Zoals o.a.

aangegeven in paragraaf 1.1 loopt hier een aparte planologische procedure voor, inclusief milieueffecterapportage; Kwaliteitsverhoging van bodemassen door deze te wassen. Hiervoor heeft de branche een Green Deal met de minister afgesloten; Levering van warmte aan bedrijven in de nabije omgeving: levering van stoom aan de brouwerij van Grolsch en bandenfabriek ApolloVredestein. Op langere termijn zijn ook opslag van warmte (buffers voor onbalans in warmtevraag) en geothermie (benutting van aardwarmte) mogelijkheden voor Twence.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

25

Deze initiatieven passen in de Energievisie die Enschede momenteel opstelt. Daarin wordt het gebied A35/Boeldershoek nadrukkelijk genoemd. Aangezien de verbindingen met afnemers van warmte zullen worden gerealiseerd in de vorm van buisleidingen, wordt in de Energievisie een bredere ruimtelijke afweging gemaakt. Ook de omliggende terreinen in de gemeente Hengelo en Boeldershoek-West (waar een zonnepark van 20 ha wordt gerealiseerd) verdienen een plaats in die afweging.

Concrete ontwikkelingen Twence heeft in de afgelopen jaren diverse projecten opgestart en afgerond om deze doelen te kunnen bereiken, zoals: de aanleg van een vergistingsinstallatie als onderdeel van het composteringsproces; de aanleg van een stoomleiding tussen de AVI en de biomassa-energiecentrale; de aanleg van zonnepark 'Tienbunderweg' ter grootte van 4 ha, in het zuidoosten van het plangebied; de aanleg van zonnepark 'Boeldershoek–West' (ca 20 ha groot), direct ten westen van het plangebied van bestemmingsplan Boeldershoek 2018. Voor de komende jaren zijn ook al diverse andere concrete ontwikkelingen beoogd op en rond Boeldershoek, waaronder onderzoek naar een nieuwe stoomleiding van tussen Twence en diverse warmtevragende bedrijven ten oosten van het plangebied.

4.2

Uitgangspunten en ontwikkelmogelijkheden bestemmingsplan

In de vorige paragraaf is kort ingegaan op de visie en concrete toekomstige ontwikkelingen/opgaven voor het plangebied. Deze paragraaf geeft aan op welke wijze voorliggend bestemmingsplan daar bij aansluit en geeft vervolgens een beschrijving van de belangrijkste ruimtelijk-stedenbouwkundige uitgangspunten in het plangebied en randvoorwaarden bij/mogelijkheden voor eventuele nieuwe ontwikkelingen. 4.2.1

Algemeen

Zoals ook aangegeven in bestemmingsplan "Boeldershoek 2009", is de afval- en energiesector constant in ontwikkeling. Nieuwe technieken volgen elkaar snel op. Twence wil zo snel mogelijk op deze nieuwe technieken kunnen inspelen. Om dit te kunnen doen is zij gebaat bij een flexibel bestemmingsplan. Twence wil alle mogelijkheden van het bestaande terrein zo optimaal mogelijk benutten, maar wil daarbij de omgeving van de Boeldershoek zo min mogelijk belasten. Ten behoeve van bestemmingsplan Boeldershoek 2009 is er daarom voor gekozen om de mogelijkheden in het bestemmingsplan 'van buiten naar binnen' te verkennen. De omgeving en de te beschermen factoren bepalen de (maximale) ruimte voor ontwikkeling op de Boeldershoek. Deze aanpak resulteerde in een invulling en nieuwe bestemming voor de Boeldershoek, waarbij bedrijfsactiviteiten in een hoge milieucategorie het verst van (milieu)gevoelige bestemmingen worden voorzien, waarbij ook een nadrukkelijke rol is weggelegd voor visuele inpassing van de activiteiten. Dit geldt ook nu, voor bestemmingsplan "Boeldershoek 2018", als uitgangspunt. Destijds was het plan grotendeels conserverend wat betreft 'grote bedrijfsontwikkelingen'. Dat is ook nu weer het geval. Dat wat vergund is wordt, wanneer nodig, positief bestemd. Nieuwe grote (industriële) ontwikkelingen worden over het algemeen niet bij recht mogelijk gemaakt.

Een belangrijk criterium daarbij is en blijft of het een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit betreft. Voor dergelijke activiteiten wordt per geval een separate procedure doorlopen. Een voorbeeld is de ontwikkeling van installaties voor de afvang en productie van CO2. Hier wordt een afzonderlijke procedure voor doorlopen (projectafwijkingsbesluit), inclusief een milieueffectrapportage. Voorliggend bestemmingsplan geeft op een aantal punten wel meer flexibiliteit en mogelijkheden voor het optimaal benutten van het bestaande terrein, zonder dat de omgeving daar nadelig door wordt beïnvloed. Zo kan uitbreiding van het terrein of de start van afvalverwerkende activiteiten elders in de gemeente zoveel mogelijk voorkomen worden. Het gaat met name om praktische aanpassingen en actualisaties als gevolg van ontwikkelingen in de omgeving. Dit wordt waar van toepassing aangegeven in navolgende beschrijving van de inhoud van het bestemmingsplan.

26

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

4.2.2

Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing

In het kader van bestemmingsplan Boeldershoek 2009 heeft een uitgebreide studie plaatsgevonden naar de landschappelijke inpassing van de Boeldershoek. Deze uitgangspunten gelden nog steeds en zijn wederom, voor zover dat kan, vertaald in het bestemmingsplan. In het navolgende wordt ingegaan op de relevante punten voor het Enschedese gedeelte. Dit betekent dat het meest noordelijke gedeelte (o.a. de 'kop' van de Boeldershoek) buiten beschouwing wordt gelaten. De welstandscriteria komen aan bod in paragraaf 4.3.

Het beplantingsplan Basis voor de landschappelijke inpassing van het terrein Boeldershoek is het oorspronkelijke 'beplantingsplan' met onderliggende landschapsstructuur (1990 en actualisaties in 1992 en 1994). De 'eindsituatie' zoals in het oorspronkelijke beplantingsplan geschetst treedt niet of veel later op. Door veranderde wetgeving en maatschappij ging het vuilstorten in een veel lager tempo dan verwacht. De basisuitgangspunten van het beplantingsplan zijn echter nog steeds actueel voor de Boeldershoek. Met de landschappelijke inpassing van het terrein Boeldershoek is aangesloten op het oude oorspronkelijke hoevenlandschap, met haar sterke afwisseling in richting en ruimtebeleving. De afwisseling in het oorspronkelijke landschap ter plaatse van de Boeldershoek wordt bepaald door een opeenvolging van landschapselementen zoals houtwallen, laan-, singel- en beekbegeleidende beplanting, bossages en erfbeplanting. De mens heeft in meer of mindere mate zijn invloed doen gelden op het landschap en de genoemde elementen, hierdoor is een grote diversiteit ontstaan in het landschap. De omgeving en de oorsprong van het terrein Boeldershoek vormen de basis voor de landschapstructuur zoals die op het terrein is toegepast.

De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de landschapsstructuur op het terrein van de Boeldershoek: oostzijde: aansluiting op het kleinschalige landschap van Twekkelo. Openheid naar aangrenzend kleinschalig gebied staat centraal. Overgang van het gebied naar de stortheuvels verloopt in de vorm van flauwe taluds. De kleinschaligheid van het landschap loopt over in de taludvlakken en de groenstructuur. De de oostzijde van het plangebied heeft een landschappelijke impuls gekregen door beekherstelproject Twekkelerbeek en Strootbeek. Het project ligt voor een groot deel binnen het plangebied en beslaat nagenoeg de gehele groenbestemming aan de oostzijde van het plangebied. Het beplantingsplan uit 1990/92/94 is daarmee voor dit deel van het plangebied achterhaald. noordzijde: dit is met name gemeente Hengelo. De vormgeving wordt hier bepaald door een functionele belijning van de taluds in relatie tot het industrieterrein Twentekanaal. De 'Kop van de Boeldershoek' vormt de entree van het terrein van Twence. Dit is nog niet als zodanig ingevuld; zuidzijde: de vormgeving wordt sterk bepaald door de aangrenzende A35, waarbij het stortlichaam enerzijds een groot zelfstandig element vormt dat de snelweg begeleidt. Anderzijds wordt het terrein door doorlopende groenstructuren aan de overzijde van de A35 geïntegreerd in het totaalbeeld van het aanwezige landschap.

De maatvoering van de groenstructuur en de afwisseling van open-gesloten vindt daarbij aansluiting op de maatvoering van het aanwezige landschap; westzijde: landschappelijke en natuurwaarde van het gebied is vrij beperkt. Er is sprake van een vrij open landschap, met enkele bosjes en andere groenelementen.

Aanvullende uitgangspunten Boeldershoek 2009 blijven overeind en aanvullende regels groene inpassing en hoogte oostzijde stortheuvels Voor het bestemmingsplan “Boeldershoek 2009” zijn op grond van deze landschappelijke uitgangspunten, de huidige situatie en de gewenste ontwikkeling van de Boeldershoek aanvullende uitgangspunten geformuleerd voor de inpassing van het terrein. Deze gelden ook voor bestemmingsplan Boeldershoek 2018. De belangrijkste uitgangspunten voor het Enschedese gedeelte zijn hierna beschreven. Voor het terrein werd en wordt in beginsel uitgegaan van het volgende: Op de Boeldershoek valt de bebouwing van de AVI het meeste in het zicht. Deze kolos is een markant gebouw. Het zicht hierop dient behouden te blijven. Nieuwe (grootschalige) bebouwing moet zoveel mogelijk geconcentreerd worden rond de AVI en de oostelijker gelegen compostering. Hiermee komt het industriële karakter van de Boeldershoek aan de westzijde te liggen. Een specifieke landschappelijke inpassing is aan de westzijde niet vereist en mag bovendien niet te nadrukkelijk aanwezig zijn. De stedenbouwkundige uitstraling bepaalt het gezicht van Twence aan de westzijde. Het oostelijke gedeelte bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

27

van de Boeldershoek heeft en houdt een natuurlijker karakter wat meer aansluit op het landschap van Twekkelo. Het bouwvlak beslaat daarom alleen het westelijke gedeelte van het plangebied, zowel in het nieuwe bestemmingsplan (Boeldershoek 2018) als in bestemmingsplan Boeldershoek 2009. Binnen het bouwvlak gold en geldt een maximaal bebouwingspercentage van 60%. Dit sluit aan op het industriële karakter van dit deel van het plangebied en op de karakteristiek van industrieterrein Twentekanaal. Het meest oostelijk deel van het bouwvlak heeft en houdt een maximaal bebouwingspercentage van 50%. Een maximale bouwhoogte van 50 meter voor gebouwen. De maximale bouwhoogte van 50 meter sluit aan bij de bestaande bouwhoogte van de AVI en wordt mede bepaald door een bouwhoogtebeperking in het plangebied door een radar van defensie. Defensie geeft aan dat in verband met de radar tot maximaal 85 meter +NAP mag worden gebouwd. Omdat het terrein van de Boeldershoek op gemiddeld 22 meter +NAP is gelegen, wordt met een bouwhoogte van 50 meter onder de 85 meter +NAP gebleven. Voor schoorstenen geldt nog steeds (net als in Boeldershoek 2009) een uitzondering tot een maximale bouwhoogte van 80 meter. Dat is ook de hoogte van de huidige schoorsteen van de AVI. De toegestane stortcapaciteit (in m3) op de Boeldershoek blijft gelijk.

Om te borgen dat het zicht vanuit het oosten en zuiden op de bebouwing voldoende is afgeschermd, zijn in bestemmingsplan Boeldershoek 2009 aanduidingen op de verbeelding opgenomen met verplichte dwarsprofielen daaraan gekoppeld. Deze zijn wederom opgenomen in bestemmingsplan Boeldershoek 2018, maar dan in een aan de regels gekoppelde bijlage in plaats van een op de verbeelding weergegeven figuur. Wel zijn de dwarsprofielen aangepast in lijn met de wijzigingen in voorliggend plan. Aanvullend op het laatstgenoemde zijn in bestemmingsplan Boeldershoek 2018 meer voorwaarden voor 'groene inpassing' van de stortheuvels en het behoud van de functie van de groenzone opgenomen dan in plan Boeldershoek 2009. Het gaat onder andere om planregels ten aanzien van beplanting op de stortheuvels (in lid 4.5 en 4.6) aan de oostzijde en om regels voor bouwwerken in de bestemming 'groen' (in lid 6.2). Ten aanzien van de exacte manier van afwerking en beplanting aan de buitenzijde van de stortheuvels bestaat er daarnaast een bestendige overlegstructuur tussen Twence en vertegenwoordigers uit de directe omgeving. Ook zijn extra regels opgenomen over de hoogte van de oostelijke 'rand' van de stortheuvels.

De zichtbare delen bezien vanaf een aantal wegen ten oosten van het plangebied mogen namelijk niet meer opgehoogd worden (ten noorden van Strootbeekweg; zie bijlage 1 bij regels) danwel opgehoogd worden tot maximaal 26 meter (ten zuiden van Strootbeekweg). De delen daarachter (bezien vanuit het oosten) mogen alleen opgehoogd worden als deze niet zichtbaar zijn vanaf deze wegen aan de oostzijde van het plangebied. Afbeelding 4.1 geeft een visualisatie van het gebruik van zichtlijnen, bouwhoogtes en bebouwingspercentages, zoals deze in de toelichting van plan Boeldershoek 2009 was opgenomen. De maximale hoogte van stortheuvels bedraagt in voorliggend plan 35 meter in plaats van de 40 meter zoals die was opgenomen in plan "Boeldershoek 2009". In onderstaande afbeelding is deze hoogte voor de duidelijkheid dan ook aangepast naar 35 meter (zie paragraaf 4.2.3 onder kopje 'Hoogte stortheuvels' voor toelichting). Ook is de term 'stort/grondwal' vervangen door 'stortheuvel'. Aanvullend geldt in voorliggend plan, zoals hiervoor aangegeven, nog dat de zichtbare delen bezien vanaf een aantal wegen ten oosten van het plangebied niet meer opgehoogd mogen worden danwel slechts opgehoogd mogen worden tot 26 meter. De vanaf die wegen onzichtbare delen mogen maximaal 35 meter hoog worden.

Om dit principe van zichtlijnen te verduidelijken zijn de dwarsprofielen (A, B en C) in bijlage 1 bij de planregels daar op aangepast. Dit principe is niet weergegeven in onderstaande visualisatie.

Afbeelding 4.1 Visualisatie geb ruik zichtlijnen, bouwhoogtes en bebouwingspercentages

28

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Eindafwerking van stortheuvels en 'duurzaam stortbeheer' Het 'Stortbesluit bodembescherming' en de 'Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming' bepalen samen onder andere de termijnen voor het aanbrengen van een 'eindafwerking' op stortheuvels (stortplaatsen in het besluit genoemd). Een eindafwerking betekent dat de bovenkant van de stortheuvel waterdicht wordt gemaakt zodat er geen water in de gestorte afvalstoffen infiltreert (bovenafdichting volgens artikel 4 lid 4 Stortbesluit), dat daar bovenop een leeflaag (grond) wordt aangebracht en dat de heuvel wordt ingericht op basis van een landschappelijk inrichtingsplan. De exacte regels daarvoor zijn opgenomen in de 'Richtlijnen voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen' (Ministerie van VROM, 1991). Op basis van lid 14 d onder 2 van de 'Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming' is het aanbrengen van een eindafwerking mogelijk rond 2028 aan de orde voor een groot deel van de stortheuvels op Boeldershoek. Het betreft de noordoostelijke stortheuvels, ten noorden van de (voormalige) Strootbeekweg (ookwel het 'hoefijzer') en 'lob 3', aan de westzijde van Boeldershoek. Zie ook bijlage 3 van de Uitvoeringsregeling. Ten tijde van het opstellen van voorliggend bestemmingsplan staat het nog niet vast of de eindafwerking daadwerkelijk in 2028 gereed moet zijn.

Dat heeft vooral te maken met de kans dat de hiervoor genoemde delen van Boeldershoek mogelijk in aanmerking komen om het principe van 'duurzaam stortbeheer' toe te passen, als bedoeld in hoofdstuk 5a ('Experiment duurzaam stortbeheer') van de 'Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming'. Zie voor meer informatie ook: www.duurzaamstortbeheer.nl. Hierover is op dit moment nog onvoldoende duidelijkheid te geven. Toepassing van duurzaam stortbeheer kan er toe leiden dat uiteindelijk geheel geen eindafwerking nodig is. Dat is in het algemeen belang, maar ook in het belang van omwonenden en Twence: er zijn geen grootschalige extra werkzaamheden nodig waar omwonenden zicht op zouden hebben, forse kosten voor de eindafwerking (en 'eeuwige nazorg') worden voorkomen en het is positief voor het milieu (onschadelijk maken van verontreiniging binnen de stortplaats). De eventuele eindafwerking is volgens de regels in dit bestemmingsplan geen onderdeel van de stortheuvels. Het project ten behoeve van de eventuele eindafwerking zal in samenspraak met de omgeving plaatsvinden. Maar om daarnaast vooraf enige formele grip op het proces en de inhoud van de afwerking te borgen (voor gemeente en omwonenden), is er een vergunningplicht in het bestemmingsplan opgenomen voor de aanleg van een 'eindafwerking' (lid 4.8 onder a sub 6).

Een door de gemeente (college van B&W) goedgekeurd landschappelijk inrichtingsplan, waarbij aantoonbaar afstemming is geweest met omwonenden, is daar een voorwaarde voor. Zolang er geen 'eindafwerking' is aangebracht op een stortheuvel, gelden daarvoor alle regels van groene inpassing, hoogte enzovoorts, zoals opgenomen in dit bestemmingsplan (zie hiervoor). Daarmee is zowel voor als na de eindafwerking een goede inpassing/inrichting geborgd voor de omgeving. 4.2.3

Bedrijvigheid en bebouwing

Zoals hiervoor aangegeven is het nieuwe bestemmingsplan Boeldershoek 2018, net als bestemmingsplan Boeldershoek 2009 grotendeels conserverend van aard. Dat betekent onder andere dat 'grote bedrijfsontwikkelingen' over het algemeen niet bij recht mogelijk zijn. Het belangrijkste criterium daarbij is dat of m.e.r.- en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten niet mogelijk zijn op basis van het bestemmingsplan. Voor dergelijke activiteiten wordt, zoals hiervoor al aangegeven, per geval een separate procedure doorlopen. Op deze wijze worden bij grote nieuwe installaties met mogelijk belangrijke milieueffecten altijd op het moment van de aanvraag de effecten op de omgeving nader beschouwd. Het gaat met name om praktische aanpassingen en updates om het plan aan te laten sluiten bij de actuele situatie en het op een aantal punten praktischer en leesbaarder te maken. De navolgende aanpassingen zijn het meest relevant.

Verleende vergunningen Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 zijn sinds de vaststelling van bestemmingsplan "Boeldershoek 2009" meerdere ontwikkelingen binnen het plangebied vergund. Een aantal daarvan is ruimtelijk relevant. Voor de meeste geldt echter dat deze binnen het bestemmingsplan "Boeldershoek 2009" pasten of slechts een binnenplanse afwijking of 'kleine buitenplanse afwijking' (kruimelgeval) nodig was. In paragraaf 1.3 zijn twee ontwikkelingen genoemd die met een projectafwijkingsbesluit (PAB) mogelijk zijn gemaakt: de verplaatsing van een deel van de vergistingsinstallatie buiten de functieaanduiding 'specifieke vorm

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

29

van bedrijf - biovergisting en compostering'. de aanleg van een stoomleiding tussen de AVI en de biomassa-energiecentrale. Met de aanpassingen in voorliggend bestemmingsplan (zie hierna) zijn deze ontwikkelingen passend in het bestemmingsplan. Hier zijn geen aparte aanduidingen voor nodig.

Actualisatie milieuzonering i.v.m. (te) amoveren woningen Zoals in paragraaf 3.1 aangegeven zijn twee nabijgelegen woningen niet meer als woning bestemd in het daar geldende bestemmingsplan (Bruninksweg 14 en Strootbeekweg 190). Deze zijn of worden binnenkort gesloopt. Verder wordt de bedrijfswoning van Twence (Strootbeekweg 145; binnen het plangebied) niet gebruikt en zal deze eveneens worden gesloopt. De bestemming van de bedrijfswoning zal worden omgezet naar bestemming 'groen'. Deze drie gesloopte/te slopen woningen zijn weergegeven met een rood kruis in afbeelding 4.2, in combinatie met de geldende bestemmingsplannen, waaronder "Boeldershoek 2009". Zoals aangegeven in paragraaf 4.2.1 is in het bestemmingsplan "Boeldershoek 2009" rekening gehouden met (milieu)gevoelige bestemmingen (zoals woningen) in de aangebrachte milieuzonering. Zo ook met de drie hiervoor genoemde woningen. Een klein deel van de bestemming 'bedrijf', nabij deze woningen heeft daardoor een lagere maximaal toegestane milieucategorie (grotendeels categorie 4.1) dan de rest van de bestemming 'bedrijf' (categorie 4.2). Deze contouren zijn zichtbaar in afbeelding 4.2. Met het verdwijnen van de drie woningen is er geen reden meer voor dit onderscheid in milieucategorie nabij deze drie voormalige woningen.

Afbeelding 4.2 Geamoveerde/te amoveren woningen (rode kruizen) in omgeving plangeb ied in combinatie met geldende b estemmingsplannen, waaronder "Boeldershoek 2009"

Aanpassing milieuzonering ten gunste van woningen ten oosten van het plangebied De in bestemmingsplan "Boeldershoek 2009" aangebrachte milieuzonering is gebaseerd op de standaard afstanden in een 'gemengd gebied'. De standaard afstanden tussen bedrijven en gevoelige functies (zoals woningen) mag in een gemengd gebied één afstandcategorie lager zijn, dan tussen bedrijven en gevoelige functies in een 'rustige woonwijk' of een 'rustig buitengebied'. In een gemengd gebied is sprake van een matige tot sterke functiemenging, waarbij naast woningen andere voorkomen, zoals winkels en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid en gebieden direct langs hoofdinfrastructuur gelden als 'gemengd

30

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

gebied'. Boeldershoek en haar omgeving is als zodanig te typeren, onder andere vanwege de nabijheid van de A35 (zuiden), het industrieterrein Twentekanaal (noordwesten), de Zuivelhoeve (noordoost), agrarische bedrijven en uiteraard Twence zelf, waardoor er een hoger referentieniveau (met name qua geluid) is dan in een 'rustige woonwijk' of een 'rustig buitengebied'. Deze analyse is nog steeds actueel. Met name de drie woningen die nu in de omgeving van Boeldershoek zijn weggevallen (zoals hiervoor beschreven) hadden door hun ligging invloed op de mogelijkheden voor Twence op Boeldershoek. Het gebied ten (zuid)oosten van het terrein (tussen A35 en gemeentegrens) is, net als de rest van de omgeving van Boeldershoek, als 'gemengd gebied' te duiden, maar is wel relatief rustig ten opzichte van de overige omgeving van Boeldershoek. In dit gebied liggen 2 woonpercelen nabij het plangebied "Boeldershoek 2018" (Grote Veldweg 50/50A en Grote Veldweg 19/21). Deze hebben relatief weinig invloed op de mogelijkheden voor Twence, vanwege de ligging van de stortheuvels en een groene buffer aan de oostzijde van het terrein. Dit is aanleiding geweest om in voorliggend plan "Boeldershoek 2018" voor deze twee woningen de standaard afstanden toe te passen tot het terrein van Twence die normaal worden gehanteerd bij een 'rustige woonwijk' of een 'rustig buitengebied'.

Dit heeft tot gevolg dat tussen 100 en 200 meter van deze woningen maximaal bedrijvigheid met milieucategorie 3.2 mag plaatsvinden en tussen 200 en 300 meter maximaal bedrijvigheid met milieucategorie 4.1. De stortheuvels blijven hier wel toegestaan. Andere toekomstige bedrijvigheid moet voldoen aan de aangegeven categorie 3.2 danwel 4.1. De aangepaste milieuzonering is aangegeven op de kaart. Voor Grote Veldweg 19/21 valt deze contour vanwege de afstand voor slechts een klein deel in de bedrijfsbestemming van Boeldershoek. Voor Grote Veldweg 50/50A is duidelijk zichtbaar dat de contour n het noordoosten van het plangebied opschuift van de woning af.

Regels bedrijvigheid op maat en vereenvoudigd Gezien het dynamische karakter van de werkzaamheden van Twence is op voorhand niet exact aan te geven welke ontwikkelingen plaats zullen vinden in de komende 10 jaar. In voorliggend bestemmingsplan is de regeling ten aanzien van de te vestigen bedrijvigheid verduidelijkt en vereenvoudigd. Hiermee worden eveneens onnodige planprocedures voorkomen voor activiteiten welke mogelijk zouden moeten zijn op basis van de bestemming, zonder dat nadelige gevolgen heeft voor de omgeving. Er worden namelijk geen forse ontwikkelingen mogelijk gemaakt welke eerder niet mogelijk waren. Het blijft een overwegend conserverend plan. Zo zijn bijvoorbeeld de maximale capaciteiten van de bestaande 'grote installaties' exact overgenomen uit het plan "Boeldershoek 2009" en komt de conserverende aard ook tot uiting in de regel met het verbod op nieuwe m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Een dergelijke regel was ook opgenomen in bestemmingsplan Boeldershoek 2009. Een dergelijke nieuwe activiteit kan alleen plaatsvinden als dit goed onderzocht wordt in een separate planprocedure met een bijbehorende m.e.r.(beoordeling). Hierna worden twee belangrijke aanpassingen toegelicht.

Regels voor locatie b estaande b edrijvigheid praktischer De functieaanduidingen voor de vier bestaande 'grote (typen) installaties' zijn vervallen: de afvalscheidingsinstallatie(s), de afvalverbrandingsinstallatie(s), de biomassa elektriciteitscentrale(s) en de biovergistingsinstallatie(s) met composteringsinstallatie(s). Zo is er bijvoorbeeld wel een kleine verschuiving of aanpassing buiten de voormalige functieaanduidingen van de installaties mogelijk, maar kan de capaciteit niet vergroot worden, omdat de vier typen installaties letterlijk zijn benoemd in de regels inclusief de maximale capaciteiten. Ook kan er geen grote verschuiving van deze installaties naar de randen van het terrein plaatsvinden, omdat dat niet 'milieuneutraal' is (oftewel: het milieu in de omgeving kan slechter worden) en er dan al gauw een m.e.r(beoordelings)plicht geldt. En activiteiten die m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn, zijn uitgesloten in het bestemmingsplan.

Milieuzonering dient alleen nog voor het toestaan van 'andere bedrijfsactiviteiten' en 'lijst van bedrijfstypen' vervalt Om, mede door de omgeving gevraagde, extra duidelijkheid en zekerheid te kunnen geven over de mogelijke bedrijfsactiviteiten in het plangebied is de regeling aangescherpt en verduidelijkt. 'Andere bedrijfsactiviteiten' (die er nu nog niet zitten) zijn nu alleen mogelijk via een binnenplanse afwijking. De bedrijvenlijst die bij het ontwerp bestemmingsplan was gevoegd is vervangen door een begripsomschrijving, specifiek voor 'bedrijven voor afval, energie en productie van secundaire en groene grondstoffen'. De afwijkingsmogelijkheid voor 'andere bedrijfsactiviteiten' is gekoppeld aan deze bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

31

begripsbepaling en de ter plaatse geldende milieucategorie. In de begripsomschrijving is een zo concreet mogelijke omschrijving opgenomen van de bedrijfsactiviteiten die worden verstaan onder dit begrip 'bedrijven voor afval, energie en productie van secundaire en groene grondstoffen'. De beschrijving kan niet uitputtend zijn, omdat de afvalsector constant in beweging is en nieuwe technieken voor hergebruik, reiniging etc. worden onderzocht. Het geeft echter een veel duidelijkere afbakening van de te verwachten bedrijfsactiviteiten dan een standaard bedrijvenlijst en wijzigingsmogelijkheden daarvan. Elk van deze nieuwe bedrijfsactiviteiten wordt apart afgewogen, omdat er een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingplan voor nodig is. Ook sluit deze regeling aan bij de gedachte van de aankomende Omgevingswet. Standaard bedrijvenlijsten zullen namelijk gaan verdwijnen. De randvoorwaarden zoals opgenomen in artikel 4.1 onder d (zoals het verbod op nieuwe m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten) gelden ook voor alle bedrijfsactiviteiten die met een binnenplanse afwijking vergund kunnen worden.

Onderscheid bestemmingen "Bedrijf - Afval en energie - West" en "Bedrijf - Afval en energie - Oost" vervallen Voorheen was de bedrijfsbestemming binnen Boeldershoek opgedeeld in 2 bestemmingen: "Bedrijf - Afval en energie - West" en "Bedrijf - Afval en energie - Oost". Er is geen reden om dit onderscheid te behouden. Het gebied met de bestemming "Bedrijf - Afval en energie - West" was gelijk aan het bouwvlak van Boeldershoek. Het onderscheid in bouw- en gebruiksmogelijkheden wordt nagenoeg geheel bepaald door ligging binnen of buiten het bouwvlak. In het oosten van het plangebied ligt geen bouwvlak. Daarmee vervalt ook de noodzaak tot een onderscheid in "Bedrijf - Afval en energie - West" en "Bedrijf - Afval en energie - Oost".

Maximum bouwhoogte 'bouwwerken, geen gebouw zijnde' Volgens bestemmingsplan Boeldershoek 2009 mogen 'bouwwerken geen gebouw zijnde' in de gehele bestemming 'bedrijf' niet hoger dan 4 meter worden gebouwd, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen (max 6m), en kunstobjecten en masten (max 15m). Dit past niet bij de aard van de werkzaamheden die plaatsvinden op het terrein. De bedrijfstak is dynamisch. Er dienen zich onder andere telkens nieuwe kansen aan op gebied van duurzame energie en uitwisseling/hergebruik van grond- en afvalstoffen. Daar is onder andere regelmatig een silo of buisleiding (tussen bedrijfsonderdelen) nodig, welke hoger is dan 4 meter. Zo is er in 2016 nog een uitgebreide planprocedure (projectafwijkingsbesluit) gevolgd voor de realisatie van een stoomleiding tussen de AVI en de BEC binnen het plangebied. Om hier sneller en eenvoudiger op in te kunnen spelen is binnen de bestemming 'Bedrijf - Afval en energie'' de maximum bouwhoogte van 'overige bouwwerken geen gebouw zijnde' (zoals buisleidingen) vergroot. Daarbij wordt aangesloten bij de bestaande regeling in de bestemming 'groen' van bestemmingsplan Boeldershoek 2009. In dat plan mogen binnen die bestemming leidingen, palen en masten gebouwd worden tot maximaal 10 meter hoog.

In de bestemming "Bedrijf - Afval en energie'' geldt volgens voorliggend bestemmingsplan een maximum bouwhoogte van 10 meter voor 'overige bouwwerken geen gebouw zijnde'. De regels voor bovengrondse buisleidingen in de bestemmingen 'groen' en 'verkeer' zijn in voorliggend bestemmingsplan aangescherpt. Deze zijn in die bestemmingen alleen toegestaan op basis van een binnenplanse afwijking en in een deel van de oostelijke groenzone is ook geen binnenplanse afwijking mogelijk (lid 6.4.1 onder c).

Afwijking voor hoogte 'overige b ouwwerken, geen gebouw zijnde' Voor 'overige bouwwerken geen gebouw zijnde' in de bestemming "Bedrijf - Afval en energie'' mag onder voorwaarden afgeweken worden naar hogere bouwhoogtes. De hoogtes voor de afwijkingen sluiten aan bij de maximaal toegestane hoogtes van gebouwen (binnen bouwvlak; 50m) en stortheuvels (buiten bouwvlak; 35m). In de oostelijke helft van de bedrijfsbestemming ligt geen bouwvlak en is dus een afwijking tot maximaal 35 meter mogelijk. Zoals bepaald in de wijze van meten (artikel 2) wordt de bouwhoogte van bouwwerken op een stortheuvel gemeten inclusief de hoogte van de stortheuvel ter plaatse. Voorbeeld: als een bouwwerk dat op zichzelf 5 meter hoog is op een stortheuvel wordt geplaatst die op dat punt 15 meter hoog is, is het bouwwerk volgens dit bestemmingsplan 20 meter hoog. Voor een bouwwerk dat op zichzelf dus minder dan 10 meter hoog is, is

32

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

al gauw een afwijking van het bestemmingsplan nodig zodra deze op een stortheuvel geplaatst wordt. Voor afwijkingen voor overige bouwwerken gelden diverse voorwaarden. Voor afwijkingen buiten het bouwvlak zijn, naast de reguliere afwegingscriteria in lid 17.2, specifieke criteria opgenomen. Deze bouwwerken moeten door een stortheuvel en/of beplanting aan het zicht onttrokken worden bezien vanaf bepaalde wegen ten oosten van het plangebied of een goede landschappelijke inpassing moet op andere wijze geregeld worden (kan bijv. door gebruik van natuurlijke materialen of onopvallende kleuren; landschapsdeskundige van gemeente zal daar dan over adviseren). De reeds aanwezige brede groene bufferzone (bestemming 'groen') aan de zuid- en oostzijde van het plangebied bevordert een goede inpassing van bouwwerken in bestemming "Bedrijf - Afval en energie'' sterk.

'Bouwverbod' anders geregeld In bestemmingsplan Boeldershoek 2009 mochten bij recht geen nieuwe gebouwen gebouwd worden. Wel was dit mogelijk via een binnenplanse afwijking met daaraan diverse randvoorwaarden gekoppeld, waaronder het voldoen aan het maximum bebouwingspercentage en een advies van het Staatstoezicht op de Mijnen. Deze werkwijze is enigszins omslachtig. In voorliggend bestemmingsplan is de regeling aangepast door de voorwaarden voor nieuwbouw op te nemen als bouwregels, waardoor bouwen bij recht mogelijk is onder dezelfde voorwaarden als voorheen, maar er geen afwijking meer nodig is als het plan aan die bouwregels voldoet.

Hoogte stortheuvels De maximale hoogte van stortheuvels bedroeg in bestemmingsplan "Boeldershoek 2009" 40 meter. Deze is in voorliggend plan verlaagd naar 35 meter. Op basis van actuele inzichten is de verwachting namelijk dat een storthoogte van 40 meter uiteindelijk waarschijnlijk niet bereikt zal worden. Ook geeft deze verlaging richting omwonenden meer zekerheid over de nog maximaal te verwachten hoogtetoename van de stortheuvels. Een nog verdere verlaging van de maximale hoogte van een stortheuvel is niet gewenst. Behoud van enige mate van flexibiliteit is noodzakelijk. De hoogte van 35 meter is passend op basis van de volgende argumenten: Marge tot maximale hoogte van 35 meter niet groot meer In het vorige bestemmingsplan (Boeldershoek 2009) werd een wal met een afschermende functie voor daarachter gelegen afvaldepots/werkzaamheden een 'schermwal' genoemd. Deze schermwallen kunnen bovenop een stortheuvel aanwezig zijn, maar ze waren volgens de regels geen onderdeel van de stortheuvel en de daaraan verbonden eisen van maximale hoogte en helling. Het begrip schermwal is niet meer opgenomen in voorliggend plan. De eventuele bovenste delen van een stortheuvel die een afschermende functie hebben voor daarachter gelegen afvaldepots zijn nu volgens de regels onderdeel van de stortheuvel.

Daarmee tellen deze delen dus mee in de hoogte van de stortheuvel en ook geldt de maximale helling van 1:3. Deze delen met een afschermende functie (voorheen de schermwallen) zijn vaak circa 5 meter hoog. Met de wijze van meten in dit bestemmingsplan komt de huidige totale hoogte van de stortheuvels (in 2021) daarmee op veel plaatsen, ook aan de oostzijde van het plangebied, al op circa 26 a 27 meter ten opzichte van het peil (ca 47 a 48m +NAP; peil is ca 21 a 22m +NAP). Op een aantal punten, vooral in het noordelijke deel en meer naar het midden van het terrein, zijn delen van stortheuvels nog wat hoger (ca 28 a 29m t.o.v. het peil). Daarmee is de marge tot een maximale hoogte van 35 meter op veel plaatsen niet groot meer. Maximale hoogte van 35 meter kan in deel van plangebied niet gehaald kan worden. In voorliggend plan zijn specifieke extra regels opgenomen over de hoogte van de oostelijke 'rand' van de stortheuvels. De zichtbare delen ten noorden van de (voormalige) Strootbeekweg (zie bijlage 1 voor ligging van deze lijn) bezien vanaf een aantal wegen ten oosten van het plangebied (tracé Grote Veldweg-Elkemanweg, voor zover parallel aan de grens van het plangebied) mogen namelijk niet meer opgehoogd worden. Alleen de vanaf deze wegen onzichtbare delen van de stortheuvels mogen opgehoogd worden.

Dat betekent dat de 'zichtlijn' vanaf deze wegen richting de bovenkant van de oostelijke wal van de stortheuvels bepalend is voor de hoogte daarachter en dat de bovenzijde van de huidige oostelijke helling met talud 1:3, ten noorden van de Strootbeekweg, niet hoger mag worden. Dit is verduidelijkt in de dwarsprofielen in bijlage 1 van de regels. Wel is een afwijking voor ophoging van deze nu zichtbare delen opgenomen voor het geval dat achterliggende delen van de stortheuvels in het zicht komen als gevolg van zakking van de top van de 1:3 helling. Die ophoging is geen plicht, want het middel (ophoogwerkzaamheden) kan in dat geval erger zijn dan de kwaal (beperkt zicht op achterliggende delen van stortheuvels). Dit zal alleen plaatsvinden in bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

33

overleg met de omgeving. Ten zuiden van de (voormalige) Strootbeekweg bevindt zich nog een klein stortvak, waar nog geen grote hoogte is bereikt. Hier geldt dat de delen van stortheuvels die zichtbaar zijn vanaf het tracé Hofdijk-Grote Veldweg (zie bijlage 1) niet hoger mogen worden dan de heuvels ten noorden van de Strootbeekweg. Concreet betekent dit dat de bovenste rand van de oostelijke 1:3-helling hier maximaal 26 meter ten opzichte van het peil mag zijn. Zo ontstaat hier maximaal een vergelijkbaar beeld als aan de oostzijde van de stortheuvels ten noorden van de (voormalige) Strootbeekweg. Deze beperkende regels over de hoogte van de oostelijke 'rand' (1:3-helling) van de stortheuvels maken dat in een groot deel van het plangebied de maximale stortheuvelhoogte van 35 meter niet gehaald kan worden. De dwarsprofielen A, B en C in bijlage 1 van de regels illustreren dit duidelijk. Komende jaren sowieso enige groeiruimte nodig vanuit reguliere stortwerkzaamheden Vanuit de reguliere werkzaamheden is het vrijwel zeker dat de stortheuvels in het plangebied de komende jaren nog zullen moeten groeien in hoogte. Hoeveel exáct staat nog niet vast. Twence stelt jaarlijks een 'stortplan' op waarin zij informatie geeft over het storten op korte en lange termijn.

Het storten van niet gevaarlijk afval op Boeldershoek is van beperkte omvang en naar verwachting zal dat zo blijven (dat is ook de trend in Nederland). Voor 2020 verwachtte Twence niet meer dan 50.000 ton niet gevaarlijk afval te storten. Dat is ongeveer 37.500 m3 per jaar (o.b.v. landelijk afvalbeheerplan is 1 ton afval ca 0,75 m3). Volgens de stortprognose van Twence leidt het storten de komende 7 jaar in totaal tot een niveaustijging van de stortheuvels van circa 4 a 5 meter. Vanuit de reguliere stortwerkzaamheden is de komende jaren dus sowieso nog enige groeiruimte nodig ten opzichte van de huidige aanwezige stortheuvelhoogte. Daarnaast blijft de 'achtervangfunctie' van Boeldershoek overeind (zie hierna). Zoals hiervoor toegelicht is deze groei in hoogte alleen toegestaan op de delen van de stortheuvels die niet zichtbaar zijn vanaf een aantal wegen aan de oostzijde van het plangebied. Rijksbeleid en onvoorziene omstandigheden maken enige flexibiliteit in stortcapaciteit noodzakelijk Hoe het storten van afval zich de komende jaren exact zal ontwikkelen is geen zaak voor Twence alleen. De Rijksoverheid heeft hier de regie in. Het Rijksbeleid is te vinden in het landelijk afvalbeheerplan (LAP3). In paragraaf A4.5.3 en B12.5 van LAP3 staat dat stortplaatsen maatschappelijk onmisbare voorzieningen zijn (nutsvoorzieningen).

Nederland wil zelfvoorzienend zijn en blijven voor het storten. Bestaande, noodzakelijke capaciteit moet in stand blijven. Als de stortfunctie niet zeker gesteld kan worden treft het Rijk maatregelen om de situatie te herstellen. Paragraaf B15.4 van LAP3 gaat in meer detail in op de capaciteitsplanning. Daarin geeft het Rijk o.a. aan dat niet wordt uitgegaan van een krappe capaciteitsplanning. Het kan immers voorkomen dat voor nuttig toepasbaar of te verbranden afval een al dan niet tijdelijke stagnatie van de nuttige toepassing of de verbranding optreedt en dat tijdelijke opslag van de betreffende afvalstoffen niet mogelijk is. Voor de opvang van die afvalstoffen, ook wel achtervang genoemd, moet voldoende stortcapaciteit beschikbaar zijn. Een treffend voorbeeld is de situatie in Amsterdam in de zomer van 2019. Door wegvallende verbrandingscapaciteit moest afval naar stortplaatsen in andere regio's worden afgevoerd. De restcapaciteit als geheel is voorlopig voldoende volgens LAP3. Als blijkt dat er toch een tekort aan stortcapaciteit dreigt te ontstaan, dan wordt o.b.v. LAP3 alleen uitbreiding van capaciteit toegestaan op bestaande stortplaatsen (zoals Boeldershoek) of worden na sept 1996 gesloten stortplaatsen weer benut.

Het Rijksbeleid en de onvoorziene omstandigheden waarop dat beleid inspeelt maken enige flexibiliteit in de stortcapaciteit op een bestaande stortplaats als Boeldershoek dan ook noodzakelijk. 4.2.4

Overig

Verkeer en parkeren Voor de ontsluiting van de Boeldershoek wordt gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur. Het terrein wordt ontsloten via de Boldershoekweg en de Diamantstraat. De capaciteit van de Diamantstraat is hierbij bepalend. Een tweede aansluiting op de Diamantstraat is niet aan de orde, omdat dit de doorstroming van de Diamantstraat zal belemmeren en de verkeersveiligheid hiermee in het geding zal komen. Voor de aansluiting van de Boldershoekweg op de Diamantstraat geldt dat de veiligheid op het kruispunt gewaarborgd dient te blijven en dat de intensiteit/capaciteit-verhouding (i/c-verhouding) maximaal op 0,85 komt te liggen. Dit betekent dat 85% van de capaciteit van de weg benut wordt (de intensiteit). Wanneer de i/c-verhouding boven de 0,85 ligt zullen er files ontstaan. Het zwaarder belasten van het buitengebied door verkeer is onwenselijk. Onder het buitengebied wordt het gebied ten oosten en zuiden van de Boeldershoek bedoeld.

34

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Indien er als gevolg van een voorgenomen activiteit aanpassingen noodzakelijk zijn aan de wegenstructuur dient dit duurzaam veilig te gebeuren. Op eigen terrein wordt nu en in de toekomst voorzien in voldoende parkeermogelijkheid. Als toetsingskader geldt de 'Parkeernormennota Enschede 2017'. Dit is vastgelegd in de bestemmingsplanregels.

Groen en oppervlaktewater De aanwezige groenstructuur en het oppervlaktewater blijft behouden. Het voorliggende bestemmingsplan bevat op dit punt geen relevante verschillen ten opzichte van bestemmingsplan "Boeldershoek 2009".

4.3

Welstand en beeldkwaliteit

Het plangebied heeft in de Welstandsnota de welstandsidentiteit 'Industriële complexen'. Als belangrijke punten van welstandszorg gelden binnen deze identiteit dat gebouwen en constructies eenvoudig maar bewust moeten worden vormgegeven en dat nieuwe industrie een technische, functionele uitstraling moet hebben, zonder overbodige details en opsmuk. In de Welstandsnota gelden voor het plangebied geen beeldkwaliteitplannen.

4.4

Cultuurhistorie

Monumenten en overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren in het plangebied Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 zijn er geen monumenten of overige cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren aanwezig binnen het plangebied en worden de aanwezige waarden in de omgeving niet aangetast door de (beperkte) nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plangebied.

Beschermwaardige bomen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten wordt rekening gehouden met de aanwezige monumentale en beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt. Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 zijn met name in het oosten en zuiden van het plangebied veel bomen aanwezig. In voorliggend bestemmingsplan is geen planologische beschermingsregeling opgenomen voor beschermingswaardige bomen en boomgebieden. De bescherming van deze bomen en boomgebieden is geregeld middels de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Voor de kap van een beschermwaardige boom of bijvoorbeeld het vellen van een houtwal kan een vergunning nodig zijn.

Archeologie In onderstaande afbeelding is het gemeentelijk archeologiebeleid (2009) ter plaatse van het plangebied weergegeven, samen met de verleende ontgrondingsvergunningen en verstoorde gebieden.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

35

Afbeelding 4.2 Gemeentelijk archeologiebeleid (grijs, geel, oranje en rood), ontgrondingsvergunningen (grijs geblokt gearceerd) en verstoorde geb ieden (grijs gearceerd); plangebied paars omkaderd

Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 betreft het plangebied volgens het archeologiebeleid grotendeels een gebied met lage archeologische verwachting (geel in afbeelding 4.2). Verder geldt hoofdzakelijk de aanduiding 'onderzoeksgebied B' (licht oranje), waarvan een deel verstoord is (rode gebied). Voor een klein gedeelte geldt geen beleid (is eveneens verstoord; grijs in afbeelding 4.2). Voor een gedeelte van de Boeldershoek is reeds een ontgrondingsvergunning grijs (geblokte arcering in afbeelding 4.2) afgegeven en een gedeelte van de Boeldershoek is reeds vergraven (grijs gearceerd). Indien er sprake was van archeologische waarden in de bodem, dan hebben daar de verstoringen waarschijnlijk reeds plaatsgevonden. Dit betreft onder andere een deel van het gebied met de aanduiding 'onderzoeksgebied B', waardoor aan die aanduiding geen betekenis meer toekomt. In het grootste deel van het resterende gebied met de aanduiding 'onderzoeksgebied B' (in het zuiden van het plangebied) is in het kader van een eerdere bodemverstorende ingreep een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit heeft geen archeologische waarden aan het licht gebracht. Voorgaande leidt er toe dat er voor het overgrote deel van het plangebied geen reden is om in voorliggend bestemmingsplan Boeldershoek 2018 een gebiedsaanduiding 'archeologisch onderzoeksgebied' op te nemen.

Voor een zeer klein deel in het noordoosten van het plangebied (binnen bestemming 'groen') is de aanduiding 'archeologisch onderzoeksgebied b' nog wel opgenomen in aansluiting op het aangrenzende buitengebied. Binnen gebieden met die aanduiding geldt dat plannen/vergunningaanvragen moeten worden voorgelegd aan de archeologisch adviseur van de gemeente als het gaat om ingrepen met een bodemverstoring van meer dan 50 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2. Een archeologisch onderzoek is, gezien de conserverende aard van het plan, niet nodig voor voorliggend bestemmingsplan. Dit nog afgezien van het feit dat er op basis van voorgaande in nagenoeg het gehele plangebied geen aanleiding meer bestaat voor een onderzoeksplicht. Wel blijft bij toekomstige

36

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

ontwikkelingen nog altijd de zogenaamde signalerings- en zorgplicht uit de Erfgoedwet (voorheen Monumentenwet) gelden in geval van 'toevalsvondsten' van archeologische waarden.

4.5

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Tot voor kort werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.5.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie. Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving

Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.

Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.

Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.

Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.

WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de voorgestane aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag. bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

37

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.

Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.5.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, c.q. aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress. In het algemeen draagt bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" vooral op indirecte wijze bij aan het realiseren van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen. De afval- en energiesector is constant in ontwikkeling. Nieuwe technieken volgen elkaar snel op. Twence wil snel op deze nieuwe technieken kunnen inspelen. De actualisatie van het bestemmingsplan maakt het voor Twence mogelijk om iets efficiënter (met name sneller) relatief kleinschalige aanpassingen aan te brengen in de bedrijfsvoering en daarmee ook om efficiënter te werken aan haar duurzaamheids- en energiegerelateerde projecten.

Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van windturbines of zonnepanelen op maaiveldniveau en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Plan "Boeldershoek 2018" maakt opwekking van energie mogelijk uit de te verwerken afvalstromen. Daarnaast maakt het plan opwekking van zonne-energie mogelijk binnen de bedrijfsbestemming.

38

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

Ook draagt het plan op een indirecte wijze bij aan energiedoelstellingen. Het gaat onder andere om het aanleggen van buisleidingen binnen het plangebied tot een hogere hoogte dan mogelijk is volgens bestemmingsplan "Boeldershoek 2009". Zo kan Twence eenvoudiger de opgewekte energie (bijv. stoom o.b.v. de verbrandingsinstallatie) verplaatsen binnen het plangebied.

Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden, het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Binnen het plangebied is voldoende capaciteit voor waterberging. In de groenzone rond het plangebied liggen twee beken. Langs de beken zal geen noemenswaardige bebouwing kunnen komen aangezien deze in bestemming 'groen' liggen. In de planregels zijn daarnaast waterbergingseisen opgenomen voor (vervangende) nieuwbouw in het gehele plangebied.

Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en inrichtingen voor de verwerking van afval. De verwerking van afval is de hoofdbestemming van plangebied. De planregels zijn zo opgesteld dat het ingebrachte afval goed verwerkt kan worden tot nieuwe (grond)stoffen en ingezet kan worden voor de opwekking van energie.

Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren. De planregels en -verbeelding zorgen er voor dat groenzone rond het plangebied zo goed mogelijk behouden blijft en daarmee ook de natuurwaarde er van.

Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)

39

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=c852eefa-16f1-4c8b-979c-b282a9058937