BP Boeldershoek 2018_Plantoelichting_herstelbesluit
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan Boeldershoek 2018
Status: Vastgesteld
Boeldershoek 2018
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
3 3 4 5 8 9
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
11 11 11 15
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Ruimtelijke en functionele structuur 3.2 Cultuurhistorie
19 19 23
Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling plangebied 4.1 Visie en gewenste ontwikkelingen Boeldershoek 4.2 Uitgangspunten en ontwikkelmogelijkheden bestemmingsplan 4.3 Welstand en beeldkwaliteit 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Duurzaamheid
25 25 26 35 35 37
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
40 40 49 51
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
55 55 55 56 63
Hoofdstuk 7
64
2
Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Afvalverwerkingslocatie Boeldershoek ligt op de grens tussen Enschede en Hengelo. In 2011 zijn voor Boeldershoek twee bestemmingsplannen vastgesteld: één voor het deel in Enschede en één voor het Hengelose gedeelte. Beide plannen hebben de naam 'Boeldershoek 2009'. De plannen zijn op elkaar afgestemd en hebben een gezamenlijke plantoelichting. De bestemmingsplannen 'Boeldershoek 2009' zijn destijds opgesteld met de volgende hoofdredenen: Aansluiten op de functie van Twence B.V. (in 2001 opgericht door fusie van de geprivatiseerde sector milieu van Regio Twente en AviTwente B.V.). Dit is niet (meer) alleen afvalverwerking, maar ook productie van secundaire grond- en bouwstoffen en energie; Benodigde actualisering van de bestemmingsplannen, omdat deze ouder waren dan 10 jaar. In de bestemmingsplannen 'Boeldershoek 2009' zijn de bouw- en ontwikkelmogelijkheden gebaseerd op een 'van buiten naar binnen-principe'. Dit wil zeggen dat de te beschermen belangen in de omgeving van het plangebied (zoals nabijgelegen woningen) het uitgangspunt vormen voor de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. Daarbij maakte het plan geen grote nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Voor het Enschedese deel van Boeldershoek is het bestemmingsplan nu geactualiseerd. Dit heeft een aantal redenen. De belangrijkste zijn: Twence B.V.
(de enige gebruiker van Boeldershoek) loopt tegen praktische problemen aan bij relatief kleinschalige ontwikkelingen die normaal gesproken moeten kunnen binnen de inrichting van Twence. Een aantal regels uit het bestemmingsplan 'Boeldershoek 2009' zorgt er voor dat voor kleinschalige ontwikkelingen een zware ruimtelijke procedure moet worden gevolgd (projectafwijkingsbesluit of herziening bestemmingsplan). Een voorbeeld is het aanleggen van 'bouwwerken geen gebouw zijnde' (zoals buisleidingen), hoger dan 4 meter. In december 2016 was voor een stoomleiding tussen twee gebouwen op eigen terein een projectafwijkingsbesluit nodig, omdat de stoomleiding gedeeltelijk hoger dan 4 meter moest zijn. In en rond het plangebied zijn veranderingen geweest. In de omgeving van het plangebied zijn bijvoorbeeld enkele woningen geamoveerd. Nu deze woningen weg zijn hoeft er in het bestemmingsplan geen rekening meer te worden gehouden met deze woningen. De afval- en energiesector is constant in ontwikkeling. Nieuwe technieken volgen elkaar snel op. Om goed op nieuwe technieken en ontwikkelingen in te kunnen spelen is een bestemmingsplan nodig dat beter aansluit bij de sector. Een bestemmingsplan dat meer op maat is geeft eveneens meer duidelijkheid ten aanzien van te verwachten (gewenste) bedrijvigheid.
Het voorliggende bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" heeft als doel het plangebied (het Enschedese deel van Boeldershoek) een actuele planologisch-juridische regeling te geven welke beter aansluit bij de dynamische bedrijfstak waartoe Twence behoort en in de praktijk beter toepasbaar is dan het bestemmingsplan 'Boeldershoek 2009'. Het plan legt daarbij nog wel hoofdzakelijk het bestaande gebruik vast en uiteraard worden bestaande waardevolle ruimtelijke structuren en belangen in de omgeving beschermd. Parallel aan voorliggend bestemmingsplan is Twence bezig met de voorbereidingen voor de afvang en productie van CO2, uit de rookgassen van de afvalverbrandingsinstallatie (AEC). Voor deze ontwikkeling wordt een afzonderlijke procedure doorlopen.
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
3
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het terrein Boeldershoek ligt voor een groot gedeelte binnen de gemeente Enschede en voor een kleiner gedeelte binnen de gemeente Hengelo. Het Hengelose gedeelte valt buiten het bereik van Boeldershoek 2018. Het plangebied valt samen met het plangebied 'Boeldershoek 2009' van gemeente Enschede. Boeldershoek is gelegen tussen Enschede en Hengelo en wordt begrensd door Industrieterrein Twentekanaal Zuid (noordwesten; gemeente Hengelo), buurtschap Twekkelo (noordoosten en oosten) en de rijksweg A35 (zuiden/zuidwesten). In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in haar omgeving aangegeven. In afbeelding 1.2 is de begrenzing van het plangebied aangegeven op een luchtfoto.
Afbeelding 1.1 ligging plangeb ied in omgeving
4
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
Afbeelding 1.2 indicatieve b egrenzing plangebied (rood omkaderd)
1.3
Geldende juridische regelingen
Bestemmingsplan Boeldershoek 2009 Het plangebied valt op dit moment onder het bestemmingsplan “Boeldershoek 2009”, dat op 26 september 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede.
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
5
Afbeelding 1.3 Geldende b estemmingen; plangebied indicatief rood omlijnd
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingen. 'Bedrijf - Afval en energie - West' Dit betreft het westelijk gedeelte van het plangebied, nagenoeg samenvallend met het aangeduide bouwvlak. Deze gronden zijn bestemd voor 'bedrijven voor afval en energie en productie van secundaire en groene grondstoffen'. De toegestane activiteiten en functies zijn nader gespecificeerd. De belangrijkste zijn: afvalscheidingsinstallatie(s), tot een totale maximum capaciteit van 180 kton per jaar, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - afvalscheidingsinstallatie'; afvalverbrandingsinstallatie(s), tot een totale maximum capaciteit van 650 kton per jaar, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - afvalverbrandingsinstallatie'; biomassa electriciteitscentrale(s), tot een totaal vermogen van maximum 220 kton per jaar, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - biomassa electriciteitscentrale'; biovergistingsinstallatie(s) en composteringsinstallatie(s), tot een totale maximum capaciteit van 190 kton per jaar, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - biovergisting en compostering'; stortheuvels tot een totaalvolume van 7,3 miljoen m3, met bijbehorende schermwallen. Dit volume is een totaal voor het hele plangebied. Daarnaast zijn andere bedrijfsactiviteiten toegestaan.
Afhankelijk van de aanduiding ter plaatse is bedrijvigheid toegestaan uit milieucategorie 1 t/m maximaal 4.2, voor zover genoemd in de bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten. Verder zijn specifiek benoemd: niet-zelfstandige kantoorfuncties, bedrijfsgebonden horeca (kantine/bedrijfsrestaurant), agrarische nevenactiviteiten, winning van zout en diverse overige bij de eerder genoemde doeleinden behorende bouwwerken, terreinen, functies etc, waaronder stoom- en warmteleidingen en daarbij behorende bouwwerken; ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' is een één bedrijfswoning toegestaan en/of o.a. ontvangstruimten en kantoorruimten. Uitgesloten zijn risicovolle (bedrijfs-)activiteiten (Bevi), geluidszoneringsplichtige inrichtingen (Wet 6
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
geluidhinder), activiteiten waarvoor geen m.e.r. is vastgesteld danwel geen m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen en activiteiten waar een passende beoordeling nodig is volgens de Natuurbeschermingswet 1998 (tegenwoordig Wet natuurbescherming genoemd). Nagenoeg de gehele bestemming betreft een bouwvlak. Hier geldt een maximum bouwhoogte van 50 meter (schoorstenen tot 80 m hoog en stortheuvels tot 40 m), waarbij de hoogte aan de zuidelijke rand moet voldoen aan het op de verbeelding opgenomen 'dwarsprofiel'. Er geldt een maximum bebouwingspercentage van 50% voor het oostelijk deel van de bestemming en 60% voor het westelijk deel.
'Bedrijf - Afval en energie - Oost' Dit betreft het grootste deel van het plangebied, Hier bevinden zich met name de stortheuvels. Deze gronden zijn, net als de gronden met bestemming 'Bedrijf - Afval en energie - West', bestemd voor 'bedrijven voor afval en energie en productie van secundaire en groene grondstoffen'. De capaciteit voor het hiervoor genoemde maximale stortvolume voor het hele plangebied, ligt vooral in dit deel van het plangebied. Binnen de bestemming ligt geen bouwvlak. De bouwmogelijkheden zijn dan ook zeer beperkt. Ook zijn er geen functie-aanduidingen voor de intensievere activiteiten aanwezig, zoals in het westelijk gedeelte van het plangebied. De hoogtes van stortheuvels (max 40 m hoog) aan de zuidelijke en oostelijke rand moeten voldoen aan de op de verbeelding opgenomen 'dwarsprofielen'.
'Groen' Deze gronden zijn onder andere bestemd voor groenstroken, plantsoenen, water(gerelateerde)functies, toegangswegen, nutsvoorzieningen (o.a. stoom- en warmwaterleidingen), bij de bestemming behorende bouwwerken (ook voor zoutwining) en via afwijking een uitzichttoren ter plaatse van een aanduiding daarvoor.
'Verkeer' Deze gronden zijn onder andere bestemd voor wegen en toegangswegen,, voet- en fietspaden;viaducten en bruggen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, geluidwerende voorzieningen, nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden behorende bouwwerken. Overige bestemmingsplannen Verder zijn de volgende ruimtelijke plannen van toepassing op het plangebied: Paraplu-bestemmingsplan 'Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)'. Dit plan is vastgesteld op 8 december 2014 en onherroepelijk geworden op 30 januari 2015. Dit bestemmingsplan sluit vestiging van risicovolle inrichtingen uit. Het plangebied heeft de gebiedsaanduidingen 'overige zone - gezoneerd industrieterrein', 'overige zone - risicovolle inrichtingen uitgesloten' en 'overige zone vuurwerk uitgesloten'. Deze aanduidingen zijn waar relevant doorvertaald in de regels van het voorliggend bestemmingsplan; Paraplu-bestemmingsplan 'Cultuurhistorie', vastgesteld op 2 februari 2016 en is inmiddels in werking getreden. De locatie valt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - cultuurhistorie'. De aanwezige bebouwing is niet aangeduid als 'karakteristiek'. De gebiedsaanduiding 'overige zone - cultuurhistorie' heeft daarmee geen betekenis voor het plangebied en is daarom niet overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Paraplu-bestemmingsplan 'Parkeren Enschede'.
Dit plan is nog in procedure ten tijde van opstelling van voorliggend bestemmingsplan. Dit plan zorgt er voor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan. In het uiterste zuidoosten ligt een klein stukje plangebied dat onderdeel is van bestemmingsplan "Buitengebied Noordwest". Hier ligt een grote buisleiding en een 'afsluiterlocatie'. Deze leiding is in eerste instantie mogelijk gemaakt met een rijksinpassingsplan en later overgenomen in bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied Noordwest. Om versnippering tegen te gaan wordt dit stukje meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Omgevingsvergunningen Na de vaststelling van bestemmingsplan “Boeldershoek 2009” is voor twee projecten in het plangebied een omgevingsvergunning voor het 'buitenplans afwijken' van het bestemmingsplan verleend door middel van een projectafwijkingsbesluit. Het betreft: Omgevingsvergunning Boeldershoek, vastgesteld op 11 april 2013 door Gedeputeerde Staten van Provincie Overijssel. Hiermee is de verplaatsing van onderdelen van de aanwezige biovergistingsinstallatie mogelijk gemaakt. Daarbij is de capaciteit van de vergistingsinstallatie(s) niet vergoot ten opzichte van de genoemde capaciteit in bestemmingsplan “Boeldershoek 2009”. In de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd dat deze verplaatsing niet in strijd is met een goede ruimtelijke onderbouwing. Omgevingsvergunning Twence Stoomleiding, vastgesteld op 15 december 2016 door Gedeputeerde Staten van Provincie Overijssel. Deze vergunning is verleend ten behoeve van de aanleg van een stoomleiding met een hogere maximale bouwhoogte dan 4 meter, namelijk 9,25 meter. In de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd dat deze hogere bouwhoogte niet in strijd is met een goede ruimtelijke onderbouwing.
Daarnaast zijn nog diverse (aanpassingen van) vergunningen/ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd waarvoor geen projectafwijkingsbesluit is genomen. Het betreft met name technische wijzigingen aan installaties, welke passen binnen de bestemmingsplanmogelijkheden, danwel acticiteiten die met een 'kleine buitenplanse afwijking' (ook wel 'kruimelgeval') vergund konden worden. Enkele voorbeelden zijn: De bouw van een bedrijfshal met installatie voor het opwerken van bodemassen; Bouw van een turbinehuis ten behoeve van de optimalisatie van de biomassa-elektriciteitscentrale;
Zoals genoemd in paragraaf 1.1 wordt parallel aan de procedure voor voorliggend bestemmingsplan Boeldershoek 2018 een afzonderlijke procedure doorlopen voor een installatie voor de afvang en productie van CO2, uit de rookgassen van de afvalverbrandingsinstallatie (AEC). Ook dit betreft een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken (projectafwijkingsbesluit). Voor dit project wordt een milieueffectrapport (MER) opgesteld.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).
Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de
8
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.
Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame wijkorgaan (indien aanwezig) advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze. In en rond het plangebied van het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” is Vereniging Behoud Twekkelo actief. Het plan is als voorontwerp aan de vereniging voorgelegd. De vereniging heeft haar schriftelijk advies gegeven (d.d. 24 april 2018) met een aantal inhoudelijke opmerkingen en vragen. Zie verder bijlage 2 voor een bondig verslag van de vooroverlegreacties, waarin ook wordt ingegaan op het advies van Vereniging Behoud Twekkelo. Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien.
De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. In overleg met de provincie is er voor gekozen om het bestemmingsplan “Boeldershoek 2018” voor vooroverleg bij haar in te dienen aangezien het een provinciale inrichting betreft. Ook is gekozen voor vooroverleg met gemeente Hengelo, aangezien het terrein van Twence ook gedeeltelijk in gemeente Hengelo ligt en bestemmingsplan Boeldershoek 2009 gezamenlijk met gemeente Hengelo is opgesteld. Daarnaast is het bestemmingsplan voorafgaand aan de officiële procedure eveneens toegezonden aan het waterschap Vechtstromen, Rijkswaterstaat, TenneT, Gasunie, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Staatstoezicht op de Mijnen. In Bijlage 2 is een bondig verslag van de vooroverlegreacties opgenomen en hoe daarmee is omgegaan. Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet.
In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Boeldershoek 2018” in voorbereiding te nemen op 4 april 2018 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede. bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
9
Terinzagelegging ontwerpplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan “Boeldershoek 2018” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 19 september 2018 gepubliceerd in "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in de Staatscourant. Zienswijzen Tijdens de periode van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan zijn 4 zienswijzen ingediend. Van de ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan is een verslag gemaakt. Dit verslag is bij de besluitvorming over de vaststelling door de gemeenteraad betrokken. De zienswijzen zijn aanleiding geweest tot een aantal aanpassingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. In bijlage 3 is de nota van wijzigingen opgenomen.
Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is op 8 april 2019 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad. Tegen het bestemmingsplan is beroep ingesteld. Naar aanleiding van ingediende beroepschriften heeft de Raad van State op 3 februari 2021 een 'tussenuitspraak' gedaan waarin zij de gemeente vroeg het plan op een aantal punten aan te passen en opnieuw vast te stellen. Het plan is aangepast op de door de Raad van State gevraagde punten en opnieuw ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad (een 'herstelbesluit'). De wijzigingen tussen het op 8 april 2019 vastgestelde bestemmingsplan en het opnieuw vast te stellen bestemmingsplan zijn aangegeven in bijlage 4 bij dit bestemmingsplan.
10
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.
2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
De in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte (beperkte) ruimtelijke ontwikkelingen vallen niet onder één van de in het beleid en de regels van het Rijk genoemde nationale ruimtelijke belangen. Derhalve is een toets aan het hiervoor omschreven rijksbeleid niet noodzakelijk.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie en -verordening zullen regelmatig (uitgangspunt is ieder jaar) bijgewerkt worden met alle wijzigingen in het beleid. De voorgestelde wijzigingen voor 2017-2018 zijn verwerkt in de ontwerpen van de 'Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2017/2018' en de 'Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2017/2018'. Deze ontwerpen liggen ter inzage vanaf 15 februari tot en met 4 april 2018. De wijzigingen zijn niet van invloed op het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018". De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
11
De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
Afbeelding 2.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn,
12
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving. Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 2.2.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Centrale b eleidsambities en generieke b eleidskeuzes Het actualisatieplan voor de Boeldershoek past goed binnen de 'centrale beleidsambities' van de provincie. Twence is zeer actief op het gebied van energieopwekking en -besparing (en transport naar elders) en hergebruik van grondstoffen. Met de actualisatie kan zij efficiënter (met name sneller) diverse relatief kleinschalige aanpassingen aanbrengen in de bedrijfsvoering. Het plan past binnen de generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel, zoals gevat onder de 'Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Er vindt geen nieuw ruimtebeslag plaats buiten het bestaande terrein van Twence. Voor het plangebied gelden geen gebiedsspecifieke beleidskeuzes.
Ontwikkelingsperspectieven Voor het plangebied gelden gelden twee ontwikkelingsperspectieven: 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Dit perspectief geldt voor het westelijk deel van het plangebied, grofweg overeenkomend met het bouwvlak (rode vlak in afbeelding 2.2). Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
13
Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering en kunnen ook bijdragen aan de energietransitie door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie. De actualisatie van het bestemmingsplan maakt het voor Twence mogelijk om iets efficiënter (met name sneller) relatief kleinschalige aanpassingen aan te brengen in de bedrijfsvoering en daarmee ook om efficiënter te werken aan haar duurzaamheids- en energiegerelateerde projecten. 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Dit geldt voor de rest van het plangebied (lichtgroen in afbeelding 2.2). Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit staat hier de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Het beleid richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. De bouw- en ontwikkelmogelijkheden zijn beperkt in dit deel van het plangebied, zowel nu als na de actualisatie van het bestemmingsplan.
Afbeelding 2.2: Ontwikkelingsperspectieven; plangebied "Boeldershoek 2018" indicatief paars omkaderd
In het oostelijk deel van het plangebied geldt daarnaast 'bijzondere gebiedscondities benutten: stads- en dorpsrandgebieden' (gearceerd in afbeelding 2.2). Het stadsrandgebied In de stedelijke omgeving betreft een bijzondere gebiedsconditie die specifieke kansen met zich meebrengt. Veel stadsrandgebieden in Overijssel liggen tegen aantrekkelijke natuurcomplexen of landgoederen aan. Het vormgeven van de stadsrandgebieden als entrees van zowel de 'groene-' als 'stedelijke omgeving' is een belangrijk kwaliteitsdoel. Recreatieve functies en culturele voorzieningen kunnen op specifieke plekken in de stads- en dorpsrandgebieden de kwaliteit en aantrekkelijkheid verhogen. Ook liggen er kansen voor nieuwe landgoederen en/of de landgoedaanpak. Het plangebied biedt beperkt mogelijkheden om bijzondere gebiedscondities te benutten. Zowel voor als na de actualisatie biedt met name de oostelijke rand van het plangebied (bestemming 'groen') mogelijkheden om bij te dragen aan deze benutting.
14
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
Gebiedskenmerken In het plangebied zijn binnen de diverse lagen de volgende gebiedskenmerken aangeduid: 'Natuurlijke laag': "dekzandvlakte en ruggen". Er zijn geen kenmerken van de natuurlijke laag zichtbaar in of nabij het plangebied. 'Jong heide en broekontginningslandschap': Deze kenmerken zijn niet zichtbaar in het plangebied. 'Stedelijke laag': Het westelijk deel van het plangebied is als "bedrijventerrein" aangeduid, overeenkomend met het bouwvlak. Het bouwvlak in het bestemmingsplan is en bijft in lijn met deze aanduiding. 'Laag van de beleving': "stads- en dorpsrandgebieden'. Dit betreft het oostelijk deel van het plangebied. Zoals hiervoor aangegeven biedt met name de oostelijke rand van het plangebied (bestemming 'groen') mogelijkheden om bij te dragen aan doelstellingen voor dit overgangsgebied. Dit geldt zowel voor als na de actualisatie van het bestemmingsplan. Conclusie De actualisatie van het bestemmingsplan is in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. Gelet op het grotendeels conserverende karakter van het bestemmingsplan heeft de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geen directe doorwerking op de beheerregeling van het plangebied.
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie is ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld.
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
15
2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
Afbeelding 2.2: het 'RAR kompas'
2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Deze notitie is inmiddels vervangen door Actieplan Duurzaamheid;
16
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid.
Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Het beteft onder andere:
Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel. Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.
De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.
Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
17
dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.
2.3.5
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
In de Toekomstvisie en Stedelijke Koers zijn geen doelstellingen opgenomen ten aanzien van het plangebied zelf (het grootste deel van het bestaande terrein Boeldershoek), maar is Boeldershoek-West, een gebied van 45 ha ten westen van het huidige Boeldershoek, wel benoemd. Dit gebied is eerder als zacht plan (voor bedrijventerrein) opgenomen geweest in de provinciale structuurvisie en gemeentelijke Toekomstvisie. Bij een herziening is het vervolgens uit de provinciale visie gehaald, omdat ontwikkeling op middellange termijn niet mogelijk leek, onder andere wegens de gevolgen van de zoutwinning. Ook was duidelijk geworden dat de gemeente in de marktvraag kon voorzien met andere ontwikkelingen in de stad. Boeldershoek-West wordt nu benut voor een zonne-energiepark. Het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" biedt enkele mogelijkheden om het huidige terrein Boeldershoek efficiënter te benutten. Dit is in lijn met het beperken van de vraag naar ontwikkeling van nieuw bedrijventerrein. In bijlage 4 van Structuurvisie Enschede (de nota 'Nieuwe Energie voor Enschede' (uit 2011) is Boeldershoek wel benoemd in het 'Uitvoeringsprogramma richting 2020' onder 'Thema 4: duurzame energie'. Hier wordt de ondersteuning van de ontwikkeling van 'bio-energiepark Boeldershoek' benoemd ten behoeve van innovatie op gebied van duurzame energie.
De actualisatie van het bestemmingsplan maakt het voor Twence mogelijk om iets efficiënter (met name sneller) relatief kleinschalige aanpassingen aan te brengen in de bedrijfsvoering. Daarmee wordt ook de ontwikkeling van het bio-energiepark indirect ondersteund. Ook draagt de actualisatie daarmee bij aan het algemene doel van de nota Nieuwe Energie voor Enschede, namelijk de reductie van CO2. In de overige strategische beleidsdocumenten zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. Voorliggend bestemmingsplan vormt eveneens geen belemmering voor het behalen van doelstellingen uit deze overige strategische beleidsdocumenten.
18
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal voornamelijk worden ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur. Ook wordt waar relevant kort ingegaan op cultuurhistorie/de ontstaansgeschiedenis van het plangebied.
3.1
Ruimtelijke en functionele structuur
Context van het plangebied Zoals aangegeven in paragraaf 1.2 betreft het plangebied het grootste deel van de 'Boeldershoek' (het Enschedese deel). Boeldershoek ligt tussen Enschede en Hengelo en wordt begrensd door Industrieterrein Twentekanaal Zuid (noordwesten; gemeente Hengelo), buurtschap Twekkelo (noordoosten en oosten) en de rijksweg A35 (zuiden/zuidwesten). Het gebied direct rond de Boeldershoek maakt deel uit van het Oost-Nederlandse dekzandlandschap. Het gebied heeft een beperkte recreatieve functie als uitloopgebied van Hengelo en Enschede. Het buurtschap Twekkelo (ten oosten/noordoosten van plangebied) wordt gekenmerkt door smalle bochtige wegen en kavelgrenzen (oude ontginningen), een grote dichtheid aan verspreid liggende lijnvormige beplantingselementen, verschillende beekjes en een veelal geconcentreerde bebouwing. Dit gebied maakt een kleinschalige indruk. Het gebied ten westen van de Boeldershoek (jonge ontginningen) wordt gekenmerkt door een meer geometrisch patroon van wegen en verkaveling en een verspreid voorkomende bebouwing. In deze gebiedsdelen komen minder beplantingselementen voor dan in het oostelijk deel, wel staan er wat kleine bosjes. Het is minder kleinschalig dan het gebied Twekkelo. Het heeft een lagere landschappelijke betekenis dan Twekkelo en het gebied ten zuiden van de A35.
Deze laatste twee gebieden maken deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS).
Inpassing in omgeving Om het groene karakter van de Boeldershoek richting haar omgeving te waarborgen is in 1990 een beplantingsplan opgesteld. Dit beplantingsplan geeft de groene structuur van de Boeldershoek weer voor zowel de periode wanneer er nog wordt gestort als voor de periode wanneer het storten voltooid is. Het oostelijk deel van het terrein Boeldershoek is op een landschappelijke/natuurlijke wijze ingericht. De stortheuvels zijn omzoomd door natuurlijk ingericht groen met inheemse soorten, dat aansluit op het kleinschalige landschap. Door de beplanting wordt het Twence-terrein (de bedrijfsbestemming binnen Boeldershoek, incl. stortheuvels) in het bladdragende seizoen (ca april-november) vrijwel geheel onttrokken aan het oog bezien vanuit het gebied ten oosten van het plangebied. De schoorsteen van de AVI en de hoogspanningsmasten (geen onderdeel van de bedrijfsvoering) zijn wel zichtbaar en op enkele plaatsen ook de (contour van) de stortheuvel. In de winter is er meer zicht op de stortheuvels, omdat er vooral loofbomen aanwezig zijn in en rondom het plangebied. Doel is om de stortheuvels een nog meer permanent groene uitstraling te geven met gras en ruigte/struweel. Dat is in voorliggend bestemmingsplan meer verankerd dan in bestemmingsplan Boeldershoek 2009. Vanuit het noorden is de AVI wel goed zichtbaar.
De AVI is door de vormgeving en kleurstelling een beeldbepalend gebouw (het 'visitekaartje' van Twence) dat gezien mag worden. Het moet niet van alle kanten 'weggestopt' worden achter een groen scherm van beplanting. Zuidelijk van en parallel aan het plangebied loopt de A35. Vanaf de snelweg wordt het kleinschalige karakter van het landschap ervaren, waarbij open 'kamers' en bosjes elkaar afwisselen. Aan de zuidzijde van het Twence-terrein is grotendeels sprake van visuele afscherming naar de A35 door beplanting en stortheuvels. Daar waar opgaand groen langs de snelweg staat, zijn de AVI en de BEC (bio-energie centrale) niet of nauwelijks zichtbaar. De stortheuvel verstoort niet het groene karakter van het gebied, maar maakt deel uit van het landschappelijke beeld. Ter hoogte van een deel van het terrein grenst een open 'kamer' aan de snelweg. Op dit punt zijn een stortheuvel en de AVI zichtbaar. Zoals gezegd mag de AVI (met schoorsteen) gezien worden. Ook de BEC is hier zichtbaar. Aan de zuidzijde van het plangebied is eveneens de parallel aan de
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
19
A35 gelegen hoogspanningsleiding beeldbepalend. Aan de westzijde van de Boeldershoek liggen agrarische gronden. Noordwestelijk van die gronden is industrieterrein Twentekanaal ontwikkeld. Langs een deel van de Oude Hengelosedijk staat laanbeplanting. Verder heeft dit gebied, op een enkel bosje en erfbeplanting na, een vrij open karakter. De AVI is goed zichtbaar vanuit dit gebied, evenals de overige bebouwing op het terrein. De stortheuvel is strak afgewerkt en heeft steile hellingen. Aan de westzijde van het terrein is het niet gewenst om de elementen op het terrein 'weg te stoppen' achter een groen scherm. Het open karakter moet hier juist gehandhaafd blijven. Wordt er echter voor gekozen om wel beplanting aan te brengen op het westelijk deel van het terrein, dan dient dit een 'cultuurlijk karakter' te krijgen, aansluitend op de verschijningsvorm van de bebouwing en de stortheuvel. Dit kan bereikt worden door bijvoorbeeld soortkeuze of door de bomen in een raster te plaatsen. Op deze wijze kent het terrein Boeldershoek een overgang van natuurlijk (oost) naar cultuurlijk (west). De woningen in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich als verspreide woningen in het landelijk gebied. Twee nabijgelegen woningen zijn of worden binnenkort gesloopt en zijn niet meer als woning bestemd in het daar geldende bestemmingsplan (Bruninksweg 14 en Strootbeekweg 190).
De bedrijfswoning van Twence (Strootbeekweg 145; binnen het plangebied) wordt niet gebruikt en zal eveneens worden gesloopt. In het bestemmingsplan Boeldershoek 2009 is nog rekening gehouden met deze drie woningen in de aangebrachte milieuzonering. Huidige functie plangebied Het plangebied is in eigendom en wordt gebruikt door Twence BV. Het gebied is met name in gebruik voor de opslag en be- en verwerking van verschillende soorten afval. Het gaat onder andere om recycling, scheiding en verbranding van huishoudelijk- en bedrijfsafval, compostering (groen- en GFT) en, steeds belangrijker, de winning van duurzame energie (in de vorm van gas, elektriciteit en stoom) en (grond)stoffen uit afval. Ook is er een stortplaats aanwezig. Stort van afval vindt tegenwoordig nog slechts in beperkte mate plaats. In onderstaande afbeelding zijn de huidige functies op de Boeldershoek weergegeven. De bestemmingen en aanduidingen in het bestemmingsplan Boeldershoek 2009 geven de huidige functies eveneens grotendeels weer.
Afbeelding 3.1 Huidige functies Boeldershoek
Naast de hiervoor genoemde functies ligt er ook een veelheid aan kabels en leidingen in en van/naar het
20
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
plangebied. Het gaat onder andere om: Een bovengrondse 380 kV hoogspanningsleiding in oost-westelijke richting, aan de zuidzijde van het plangebied (grofweg parallel aan de A35). Aan weerszijden van de hartlijn van de leiding mogen binnen 30 meter alleen bouwwerken (geen gebouwen) ten behoeve van de electriciteitsvoorziening worden gebouwd. Ook gelden beperkingen voor activiteiten. Enkele ondergrondse 110 kV hoogspanningsleidingen, aan de noordwestzijde, lopend naar de afvalverwerkingsinstallatie. Hier geldt een kleine (beschermings)zone van 3 meter aan weerszijden. In de groenzone langs de Boldershoekweg/Oude Hengelosedijk en evenwijdig aan de A35 lopen drie gastransportleidingen (12", 18" en 24") met een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden. Ook aan de zuidzijde van de A35 ligt een gastransportleiding (30"). Deze loopt door uiterste zuidoosthoek van het plangebied. Tot slot ligt er ook nog een klein deel van 36" gastransportleiding in het zuidoosten van het plangebied (komend vanuit de 'afsluiterlocatie'; zie onderstaande afbeelding). Diverse pekelleidingen in eigendom van AkzoNobel. Deze transporteren pekel naar AkzoNobel in Hengelo. De leidingen zijn beschermd middels een zakelijk recht.
Ondergrondse warmteleiding voor het transporteren van thermische energie (120ºC/65ºC retour) van de AVI naar de warmtekrachtcentrale op bedrijventerrein de Marssteden en vervolgens naar het stadsverwarmingsnet van Enschede. Bovengrondse stoomleiding waarmee Twence AkzoNobel van stoom voor de zoutproductie voorziet, opgewekt in de AVI.
Afbeelding 3.2 Gastransportleidingen aan de zuidoostzijde van Boeldershoek, samenkomend in een 'afsluiterlocatie' Verkeer en parkeren De activiteiten van Twence zorgen voor een behoorlijke verkeersaantrekkende werking. Dit heeft er vooral mee te maken dat de afvalverwerkingsinstallaties op de Boeldershoek voor de afvalverwerking van de Twentse gemeenten zorgen. Ter indicatie: in de Natuurbeschermingswetvergunning (tegenwoordig vergunning Wet natuurbescherming) van Twence uit 2016 is een verkeersaantrekkende werking opgenomen van 960 motorvoertuigen per dag (gemiddeld over 1 jaar), waarvan 800 zwaar vrachtverkeer. Het gaat vooral om verkeer op werkdagen, overdag.
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
21
Het grootste deel van het verkeer naar Twence komt via de Diamantstraat vanaf de zijde van de Haaksbergerstraat en A35. Op het terrein zelf zijn wegen aangelegd naar de diverse bedrijfsonderdelen. Werknemers en bezoekers kunnen parkeren op het terrein van Twence.
Groen in plangebied Het plangebied is grotendeels te kenmerken als een industrieel gebied. Langs de randen van het plangebied (m.u.v. de noordrand; daar stopt het plangebied op de gemeentegrens) bevindt zich een groene zone. Met name aan de oost- en zuidzijde vindt daarmee een afscherming plaats ten opzichte van de omgeving (zie ook het begin van deze paragraaf). In deze groene zone is veel beplanting aanwezig. Aan de oostzijde bevinden zich eveneens waterpartijen. Ook binnen de bedrijvenbestemming is op diverse plaatsen (bijv op enkele stortheuvels) veel beplanting aanwezig. Uit eerder uitgevoerde natuuronderzoeken blijkt dat er diverse beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn. Dit is ook niet vreemd gezien de omvang van het gebied en de aanwezige beplanting. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de natuurwaarden. Water Oppervlaktewater Rond het plangebied zijn twee beken aanwezig, de Twekkelerbeek aan de zuidzijde van Boeldershoek en de Strootbeek aan de oost- en noordzijde van het plangebied (zie onderstaande afbeelding). Het water in deze beken wordt deels gevoed vanuit het grondwater en deels vanuit bergingsvijvers in Enschede-zuid. Door de toevoer vanuit de vijvers is de afvoer van de beken onregelmatig. Binnen het plangebied zijn verder enkele poelen/vijvers en kleinere watergangen aanwezig.
Afbeelding 3.3: waterhuishouding op en rond het terrein van Twence (rood omkaderd)
Hemelwaterafvoer Een deel van plangebied is in gebruik als stortlocatie voor afval. De stortplaatsen zijn aan de onderzijde voorzien van een foliebak. Aan de bovenzijde zijn de stortplaatsen open. Het regenwater dat op de stort valt stroomt via het afval naar beneden en wordt in de foliebak opgevangen. Dit water wordt vervolgens via een
22
bestemmingsplan Boeldershoek 2018 (vastgesteld)
percolaatleiding naar de eigen zuivering afgevoerd. Na het zuiveringsproces wordt het water geloosd op het gemeentelijke vuilwaterriool. Twence heeft een vergunning om maximaal 800 m3 percolaatwater per etmaal te lozen op het gemeentelijke riool. Het regenwater dat valt op vervuild verhard oppervlak, zoals wegen en parkeerterreinen waar vrachtwagens met afval kunnen komen, wordt afgevoerd via een vuilwaterbuffer (max 980 m3 tijdelijke berging) naar het gemeentelijke vuilwaterriool. Het regenwater van de dakoppervlakken en van 'schone' verharding stroomt af naar het oppervlaktewater van de beken of infiltreert in de bodem. Schone verharding betreft wegen en binnenterreinen waar geen vrachtwagens met afval komen. In de watervergunning (voor dit onderdeel voorheen de 'WVO-vergunning') is tot in detail uitgewerkt welke verharde oppervlakken als 'schoon' en 'vuil' worden aangemerkt. Water van het dakoppervlak van de AVI wordt afgevoerd naar de bluswatervoorziening die een overstort heeft op het gemeentelijke regenwaterriool. De beschikbare berging voor hemelwater in de blusvijver is 3.600 m3.
Grondwater en ontwatering Het gebied wordt gekenmerkt als een 'wegzijgingsgebied', wat betekent dat grondwater onder natuurlijke omstandigheden snel in de grond trekt. De grondwaterstand in het plangebied varieert tussen 0,75 en 1,75 meter onder maaiveld. Vanuit het Stortbesluit gelden voorwaarden ten aanzien van de grondwaterstand. Gestort afval moet ten allen tijde 70 cm boven de grondwaterstand liggen. Om aan die eis te voldoen vindt er momenteel een grondwaterbeheersonttrekking plaats bij één van de stortheuvels. Dit water wordt geloosd bij lozingspunt 1 en 2 op de Strootbeek en Twekkelerbeek (zie afbeelding 3.3). Lokaal wordt de toestroom van grondwater kunstmatig bevorderd om te voorkomen dat vervuild water via het grondwater afgevoerd wordt. Hiertoe ligt onder de stortplaats voor gevaarlijk afval een foliebak die uit 2 lagen bestaat. De onderste laag ligt onder grondwaterniveau. Het grondwater dat via de onderste laag tussen de beide lagen terechtkomt wordt afgepompt en via zuivering afgevoerd naar het gemeentelijke vuilwaterriool. Vuilwaterafvoer Het afvalwater bestaat uit het sanitaire afvalwater en niet-sanitaire proceswater. Sanitair afvalwater wordt rechtstreeks naar het gemeentelijke vuilwaterriool afgevoerd. Niet-sanitair proceswater wordt gebruikt in verschillende processen van de vuilverwerking.
Voor de verbrandingsactiviteiten is een vergunning aanwezig om proceswater te lozen, maar hier wordt in de praktijk vrijwel geen gebruik van gemaakt, omdat water indampt tijdens het proces. Wel wordt er water ingelaten vanuit het Twentekanaal, als suppletie voor de rookgasreiniging.
3.2
Cultuurhistorie
Archeologisch erfgoed in het plangebied In het plangebied zijn geen archeologische monumenten of vindplaatsen aanwezig. Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid heeft het plangebied grotendeels een lage archeologische verwachtingswaarde en/of geldt dat de bodem verstoord is. Zie paragraaf 4.4 voor een nadere uitwerking ten aanzien van archeologie.
Cultuurhistorisch waardevolle elementen, structuren en monumenten In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden of monumenten aanwezig. Het ten oosten van de Boeldershoek gelegen gebied (rond buurtschap Twekkelo) maakt deel uit van een landgoederenzone ten zuiden van Borne en Hengelo en zuidwestelijk van Enschede (waaronder landgoed Twickel). Het gebied kent daardoor veel elementen van cultuurhistorische waarde, zoals houtwallen. Ook bevat dat gebied enkele monumenten. Omdat dit bestemmingsplan hoofdzakelijk consoliderend van aard is en er veel aandacht is en wordt besteed aan de landschappelijke inpassing, zijn gevolgen voor cultuurhistorische waarden en monumenten in de omgeving niet te verwachten.