CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

BMC-Rapport Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Toekomst ondersteuning huishouden20.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om een goede beslissing te nemen over de inrichting van OH voor de komende jaren (periode 2020-2025) is het goed ook een langeretermijnperspectief in het achterhoofd te houden. Basis van dit langeretermijnperspectief is: ouderen zijn van waarde als deelnemer aan de samenleving. Een aantal uitgangspunten die hier goed bij passen zijn: ● Inclusief denken en financieren: huizen (compact, veilig, voorzien van slimme technologie en zo veel mogelijk zelfreinigend), ruimtelijke ordening afgestemd op ouderen (veilige routes, groen, bewegen in open lucht), mobiliteit (laagdrempelige vormen van zelfrijdend vervoer), werk (betaald en vrijwillig), activiteiten (doel hebben, van waarde zijn in de samenleving). ● Als zorg en ondersteuning nodig zijn, worden deze vanuit één integrale wet aangeboden (Wmo, Zvw, Wlz). ● Er is een sterke verbinding tussen vrijwilligers, mantelzorgers en professionals in het sociaal domein en medisch domein. Toegang en hulp wordt zo veel mogelijk door professionals gedaan die samenwerken. Regie ligt altijd bij de oudere (of zijn/haar verwanten).

34/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

4.3 Landelijke ontwikkelingen ondersteuning onderen Aanpassing Wmo De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in oktober 20181 een streep gezet door het beschikken in een te behalen resultaat in geval van maatschappelijke ondersteuning in de vorm van huishoudelijke ondersteuning. De hoogste bestuursrechter heeft vastgesteld dat wanneer in de beschikking niet het aantal uren huishoudelijke ondersteuning is benoemd, de cliënt niet weet hoeveel huishoudelijke ondersteuning is verstrekt, en dus op hoeveel ondersteuning de cliënt precies recht heeft. Deze werkwijze acht de CRvB in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Er is een wetsvoorstel nodig om de mogelijkheid van resultaatgericht beschikken, onder voorwaarden, te behouden. Een voorstel is hiervoor inmiddels beschikbaar. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk dat gemeenten een maatwerkvoorziening met een resultaatbeschrijving kunnen toekennen als dat op grond van de verordening is bepaald. Het wetsvoorstel schrijft voor dat een ondersteuningsplan deel uitmaakt van de maatwerkvoorziening met resultaatbeschrijving. Het ondersteuningsplan wordt, in de onderzoeksfase in de zin van artikel 2.3.2 van de Wmo 2015, opgesteld door de aanbieder in samenspraak met de cliënt. Het wordt ook mogelijk om de aanbieder als adviseur over het ondersteuningsplan te betrekken bij de aanvraagfase (artikel 2.3.5 van de Wmo 2015).

Met deze manier van werken kan op elk moment optimaal tegemoetgekomen worden aan de specifieke ondersteuningsbehoefte van de cliënt. In aanvulling hierop wordt voorgesteld te bepalen dat gemeenten vaststellen op welke wijze het kwaliteitsbeleid ten aanzien van voorzieningen tot stand komt en wordt geëvalueerd. Tevens legt de gemeente vast op welke wijze wordt toegezien op de kwaliteit van voorzieningen. Ook bevat het wetsvoorstel een grondslag om informatie van gemeenten over het toezicht op de Wmo 2015 openbaar te kunnen maken. Met deze maatregelen verwacht de regering een impuls te geven aan de doorontwikkeling van de kwaliteit van de voorzieningen. Advies over zorg voor thuiswonende ouderen De commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen heeft in januari 2020 een advies uitgebracht over passende ondersteuning voor ouderen. Er wordt gepleit voor een visie die uitgaat van wat mensen zelf willen en kunnen en die levensproblemen niet bij voorbaat vertaalt in medische problemen. De commissie stelt dat er de komende decennia in de zorg voor ouderen gewoekerd moet worden met schaarse middelen, zowel wat betreft de financiën als wat betreft de beschikbaarheid van personeel. Ze stelt dat, gegeven die krapte, lokale en regionale samenwerking belangrijker is dan keuzevrijheid en concurrentie. Alleen door samenwerking kunnen schaarse middelen goed ingezet worden.

35/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Een van de suggesties die de commissie doet is om hulp bij het huishouden van de Wmo naar de bijzondere bijstand over te hevelen, zodat deze voorziening voor de meest kwetsbaren beschikbaar blijft. Alle hulp en ondersteuning voor zelfstandig thuiswonende ouderen zou gebundeld moeten worden door de hulp vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) bij de Wmo en de Zorgverzekeringswet (Zvw) onder te brengen. Gemeenten die er met hun beleid in slagen ouderen langer zelfstandig te laten wonen, zouden een hogere uitkering uit het Gemeentefonds moeten krijgen.

36/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Bijlage 1

Analyse gebruik OH

Ontwikkeling in gebruik OH De grootste gebruikersgroep van OH zijn ouderen. Ruim 70% van de voorziening wordt ingezet voor inwoners van 70 jaar of ouder. Van de cliënten met OH heeft 71% ook een vervoersvoorziening, meestal een regiotaxipas. Een samenloop met voorzieningen als individuele begeleiding en dagbesteding komt veel minder voor (ongeveer 10%). De duur van het gebruik van een voorziening is afhankelijk van de levensgebeurtenissen (o.a. verhuizen en overlijden) van cliënten. Na 4 jaar maakt 53 % geen gebruik meer van OH. Het aantal huishoudens dat gebruikmaakt van OH is in 2018 en 2019 gestegen met respectievelijk 4% en 5%. Tabel 1

Ondersteuning Huishouden

2014

2015

2016

2017

2018

2019

5.470

4.810

4.620

4.440

4.610

4.868

Huishoudens Aantal huishoudens OH op 31 dec

Vergrijzing Het aantal 65+’ers in Enschede groeit, terwijl het totale aantal inwoners daalt. De vergrijzing zorgt voor een toename van het aantal cliënten, zoals is te zien in onderstaande tabel. Tabel 2

Jaar

2020

2025

2030

2035

2040

Prognose aantal inwoners Enschede

158.126

156.789

154.240

150.842

146.936

Prognose aantal inwoners 65+

28.305

30.731

33.624

36.504

38.203

Prognose aantal cliënten OH 65+

3.800

4.700

5.200

5.700

5.900

Verdeling cliënten over de stad De meeste gebruikers van de voorziening OH wonen in het stadsdeel Zuid, waar 4,5% van de inwoners gebruikmaakt van OH, gevolgd door Centrum (3,3%).

37/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Wanneer de verdeling wordt gemaakt naar wijkteams, is te zien dat er in de Wesselerbrink het meest gebruikgemaakt wordt van OH. Tabel 3

Stadsdeel

Aantal cliënten

Aantal inwoners

Percentage gebruik

Wijkteams

Aantal cliënten

Centrum

874

25.970

3,3%

Boswinkel-Boekelo

338

Noord

930

32.220

2,8%

Centrum

874

Oost

1119

38.890

2,8%

HelmerbroekStroinkslanden

490

West

863

26.735

3,2%

Noord-Noord

634

Zuid

1574

35.330

4,5%

Oost-Binnen

626

Oost-Buiten

493

Pathmos-Stadsveld

534

Twekkelerveld

296

Wesselerbrink

1.075

Cliënten Ondersteuning Huishouden naar leeftijd In Enschede maken 4.868 inwoners gebruik van Wmo-voorziening Ondersteuning Huishouden. Uit onze data-analyse blijkt dat het voornamelijk gaat om inwoners tussen de 60 en 70 jaar en de overige 14% door inwoners jonger dan 60 jaar. Bij instroom zijn cliënten gemiddeld 71 jaar. In 2019 stroomde 32% in met meerdere modules.

Figuur 4

38/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Gebruik OH Van de groep inwoners van 75 jaar of ouder maakt in Enschede 26% gebruik van Ondersteuning Huishouden. Tabel 4

% van bevolking Enschede dat gebruik maakt van OH

% van bevolking Nederland dat gebruik maakt van OH

Leeftijd

Leeftijd

2018

2019

2018

2019

0-17

0%

0%

18-24

0%

0%

25-39

0%

0%

0-30

0%

0%

40-54

1%

1%

30-45

1%

1%

55-64

3%

3%

45-60

1%

1%

65-74

7%

7%

60-74

3%

3%

75 eo

26%

26%

75 eo

14%

14%

Totaal

3%

3%

Totaal

2%

2%

Kosten gebruik OH Het grootste deel van de kosten zit in de basismodule. In 2019 werd € 12,4 besteed aan de module schoon en leefbaar huis. Daarnaast gaat € 1,75 miljoen naar de module wasverzorging (verschillende combinaties van wassen en strijken). De modules regie, maaltijden, extra hygiëne en verzorging van kinderen zijn beduidend kleiner en met elkaar goed voor € 450.000. Tabel 5

2019

Kosten

Percentage

Basismodule schoon en leefbaar huis

€ 12,4 miljoen

85%

Modules wassen en strijken

€ 1,75 miljoen

12%

Modules regie, maaltijden, extra hygiëne, verzorging kinderen

€ 0,45 miljoen

3%

Totaal

€ 14,6 miljoen

100%

39/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Prognose van de kosten De populatie 65+ in Enschede stijgt ten opzichte van het aantal inwoners. Dit zal waarschijnlijk ook effect hebben op de kosten voor Ondersteuning Huishouden. Ervan uitgaande dat het aandeel 65+’ers dat gebruikmaakt van Ondersteuning Huishouden gelijk blijft, zullen de kosten voor deze doelgroep met 35% toenemen ten opzichte van 2020 bij gelijkblijvend beleid (dit is de stijging van € 11,7 miljoen in 2020 naar € 15,8 miljoen in 2040). Tabel 6

Jaar

2020

2025

2030

2035

2040

Aantal cliënten 65+

4.400

4.700

5.200

5.700

5.900

Kosten OH 65+

€ 11,7 mln

€ 12,7 mln

€ 13,9 mln

€ 15,1 mln

€ 15,8 mln

Stijging kosten

-

9%

9%

9%

5%

In onderstaande tabel is de verhoogde instroom te zien als gevolg van de vergrijzing. Van deze totale stijging in de instroom is gemiddeld 82% ouder dan 65 jaar. Tabel 7

Jaar

2020

2025

2030

2035

2040

158.126

156.789

154.240

150.842

146.936

Aantal cliënten

5.450

5.700

6.200

6.650

6.800

Instroom totaal

750

750

775

775

725

Waarvan instroom 65+

600

600

625

625

575

14,6 mln

15,5 mln

16,6 mln

17,7 mln

18,2 mln

6%

7%

7%

3%

Inwoners Enschede

Kosten totaal Stijging kosten

Een stijging in de instroom heeft ook effect op de toegang. Voor een indicatiestelling wordt voor Wmo-consulenten uitgegaan van maximaal 8 uur per casus. Daarnaast wordt ook de backoffice ingezet om de casus verder te verwerken. In totaal kan er per casus worden uitgegaan van maximaal 500 minuten inzet van de Wmo-consulent en de backoffice. Hierbij wordt uitgegaan van een uurtarief van € 48,11 (op basis van normproductiviteit). Een indicatiestelling via de toegang kost de gemeente € 400. Stijging in de instroom zal ook een stijging van kosten opleveren.

40/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Tabel 8

Jaar Instroom Kosten instroom

2020

2025

2030

2035

2040

750

750

775

775

725

€ 300.000

€ 300.000

€ 310.000

€ 310.000

€ 290.000

Samenloop modules Ondersteuning Huishouden is onderverdeeld in modules. Cliënten maken gebruik van de basismodule, die aangevuld kan worden met één of meerdere extra modules: ● Basismodule ● Wasverzorging ● Extra hygiëne ● Maaltijdverzorging ● Regie ● Zorg voor minderjarig kind Naast de basismodule maakt 57%10 van de groep cliënten Ondersteuning Huishouden gebruik van een extra module. Zoals in onderstaande tabel is te zien worden de submodules van de wasmodule vaak ingezet in combinatie met de voorziening schoon en leefbaar huis. Tabel 9

Aantal keren OH basis schoon en leefbaar huis

4.868

100%

OH basis schoon en leefbaar huis + wasverzorging

2.647

54%

OH basis schoon en leefbaar huis + extra hygiëne

138

3%

OH basis schoon en leefbaar huis + maaltijden

37

1%

OH basis schoon en leefbaar huis + regie huishouden

268

6%

Wasmodules Binnen de wasmodules wordt vaak een combinatie gemaakt van de submodules. Van de 2.647 cliënten die gebruikmaken van een wasmodule, heeft 47% een combinatie van drie of meer submodules. 10

De optelsom van tabel 5 lijkt een hoger percentage aan te geven (namelijk 64%). Er zit echter overlap in het gebruik van modules. Zo gebruiken bijvoorbeeld 177 van de 268 cliënten die regie huishouden hebben ook wasverzorging).

41/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

De combinatie sorteren en in/uit wasmachine samen met vouwen en opbergen komt het vaakst voor (34%). Daarnaast wordt de module strijken vaak ingezet. Door rechterlijke uitspraken op het gebied van het resultaatgerichte ‘schoon en leefbaar huis’ is aan de modules een aantal minuten verbonden. Het normenkader voor de activiteiten is gebaseerd op twee onderzoeken11 en is door rechters bepaald als een geaccepteerde werkwijze. In onderstaande tabel is te zien hoeveel minuten er voor een bepaalde combinatie wordt gerekend. Tabel 10

Combinatie wasmodules

Aantal

% van totaal aantal cliënten met wasmodule

Gem. aantal minuten per week

Sorteren en in/uit wasmachine + vouwen en opbergen

905

34%

11,2 min

Strijken + vouwen en opbergen

755

28%

27,3 min

Sorteren en in/uit wasmachine + strijken

748

28%

23,5 min

Sorteren en in/uit wasmachine + ophangen en afhalen

656

25%

10,4 min

Ophangen en afhalen + vouwen en opbergen

622

23%

14,2 min

Ophangen en afhalen + strijken

579

22%

26,5 min

Beddengoed + strijken

388

15%

29,4 min

Strijkmodule Strijken maakt deel uit van de wasmodule. In totaal maken 1.529 cliënten gebruik van de strijkmodule. Als we kijken naar de leeftijdsverdeling, zien we dat 81% van de strijkmodules wordt geïndiceerd aan cliënten van 67 jaar of ouder.

11

Normering van de basisvoorziening schoon huis, KPMG 2016 en Onderzoek: norm Huishoudelijke Ondersteuning in Twente, HHM 2017

42/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Figuur 5

Tijdsbesteding wasmodules Tabel 11

Module

Minuten per week

Aantal modules

Totaal minuten per week

Uren per week

Beddengoed

9,6

960

9.216

154

In/uit wasdroger

4,9

583

2.857

48

Ophangen en afhalen

6,7

956

6.405

107

Sorteren en in/uit wasmachine

3,7

1.205

4.459

74

Strijken

19,8

1.529

30.274

505

Vouwen en opbergen

7,5

1.155

8.663

144

6.388

61.873

1.031

Totaal

Module regie bij het huishouden De module regie bij het huishouden wordt ingezet wanneer een cliënt hulp nodig heeft bij regievoering in het schoonmaken. Er zijn 268 cliënten die deze module ontvangen. De gemiddelde leeftijd van een cliënt is 69 jaar. De kosten voor deze 269 modules bedragen € 200.000 per jaar.

43/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Het aantal indicaties voor deze module neemt langzaam af als gevolg van het aflopen van de indicatie. Van de 268 modules zullen er tot 2024 122 aflopen, de overige 151 modules zijn afgegeven voor onbepaalde tijd. De gemiddelde leeftijd van de cliënten die een module regie voor onbepaalde tijd ontvangen is 75 jaar. In de onderstaande grafiek is het verloop in actieve modules regie te zien tussen juli 2017 en januari 2020.

Figuur 6

Looptijd indicaties OH Een groot deel van de indicaties is afgegeven voor onbepaalde tijd. In de groep 70-80-jarigen wordt 72,1% van de indicaties voor onbepaalde tijd afgegeven. Zoals verwacht stijgt dit percentage sterk naarmate de leeftijd ook stijgt. Tabel 12

Leeftijd

% indicatie voor onbepaalde tijd

20-30 jaar

12,5%

30-40 jaar

10,6%

40-50 jaar

12,2%

50-60 jaar

30,1%

60-70 jaar

45,1%

70-80 jaar

72,1%

80-90 jaar

91,7%

90-100 jaar

98,3%

> 100 jaar

100,0%

44/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Gebruik pgb Binnen de groep gebruikers van OH zijn er ook die ondersteuning via een pgb ontvangen. Zoals te zien in onderstaande tabel neemt het relatieve aandeel pgbgebruikers tussen 2014 en 2018 af. Ook het aantal cliënten dat gebruikmaakt van de mogelijkheid om het pgb in te zetten via het informele netwerk neemt af. Tussen 2017 en 2018 daalde het aantal huishoudens met een pgb van 350 naar 320. Het aandeel niet-professioneel ging in deze periode van 300 naar 150 huishoudens. Tabel 13

Ondersteuning Huishouden

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Aantal huishoudens OH op 31 dec

5.470

4.810

4.620

4.440

4.610

4868

Aantal nieuwe huishoudens OH

580

410

580

610

740

1129

% Huishoudens OH met pgb

11%

10%

9%

8%

7%

Aantal pgb’s

600

480

400

350

320

300

150

Huishoudens

Aantal pgb’s informeel

12

Abonnementstarief De VNG verwacht een aanzuigende werking door het abonnementstarief. In de gemeente wordt geen registratie bijgehouden van de instroom op basis van het abonnementstarief. Er is daarom een schatting gemaakt op basis van de database van Enschede. Deze geeft een schatting van de groei aan van ongeveer 2% per jaar. In 2019 is de groei 6% hoger uitgevallen dan in 2018. Met een correctie op de autonome groei wordt de aanzuigende werking van het abonnementstarief geschat op 4% in 2019.

12

Nog geen gegevens van 2019 bekend.

45/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Bijlage 2

Huidige inrichting en werkwijze

Resultaatgericht indiceren De maatwerkvoorziening Ondersteuning Huishouden wordt ingezet wanneer inwoners niet meer op eigen kracht of met behulp van hun sociale netwerk hun huis schoon en leefbaar kunnen houden. Voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ wordt de volgende definitie gebruikt: Onder schoon en leefbaar huis wordt verstaan dat iedereen gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek daadwerkelijk in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimte en gang. Het huis dient zodanig schoon en leefbaar te zijn dat geen vervuiling plaatsvindt en zo een algemeen aanvaardbaar basisniveau van een schoon en leefbaar huis wordt gerealiseerd. Dit betekent niet dat alle woonruimten wekelijks schoongemaakt moeten worden 13 . Naar aanleiding van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is er een nadere concretisering van het resultaatgericht werken gemaakt. Het huidige beleid gaat uit van sturing op resultaten, waarbij de toekenning wordt gebaseerd op activiteiten, frequentie en tijd. Omdat persoonlijke omstandigheden kunnen variëren per situatie, mogen zorgaanbieders afwijken van de gestelde tijdtoekenning mits ze het resultaat behalen. Modules De gemeente Enschede maakt gebruik van de basismodule Schoon en Leefbaar Huis. Daarnaast is er een aantal aanvullende modules: Tabel 14

Aanvullende module Module Extra hygiëne

Wanneer ingezet -

13

Medische beperkingen waardoor een meer dan gebruikelijke hygiëne noodzakelijk is; Medische en/of fysieke beperkingen die leiden tot snellere vervuiling van het huis.

Beleidsregels Ondersteuning bij het Huishouden Gemeente Enschede 2019

46/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Module Wasverzorging - Wasgoed sorteren en wassen in wasmachine - Wasgoed ophangen en afhalen - Wasgoed drogen in de droger - Wasgoed vouwen en opbergen - Wasgoed strijken (bovenkleding) - Wasverzorging Extra

-

Module Regie

-

-

-

Module Maaltijdverzorging

-

-

Module Zorg voor minderjarige kinderen (tijdelijk)

-

-

De module Wasverzorging kan worden ingezet als het een cliënt niet lukt om zijn kleding, linnen- of beddengoed zelfstandig op orde en schoon te houden. Wasverzorging Extra wordt ingezet bij: o thuiswonende kind(eren) < 16 jaar; o bedlegerige cliënten; o extra bewassing in verband met overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies, etc.

Deze module kan worden ingezet wanneer de cliënt op eigen kracht of met zijn sociale netwerk niet in staat is tot regie en planning van de werkzaamheden met betrekking tot het organiseren van huishoudelijke taken. Regie Extra wordt ingezet wanneer: o thuiswonende kinderen < 16 jaar; o psychogeriatrische problematiek en/of gedragsproblematiek; o communicatieproblemen als gevolg van beperkingen, niet door het niet machtig zijn van de Nederlandse taal. De module Maaltijden kan worden ingezet als het een cliënt niet lukt om zelfstandig de benodigde dagelijkse maaltijden te bereiden. Maaltijdverzorging Extra wordt ingezet wanneer: o andere factoren spelen waardoor meer hulp bij de maaltijden noodzakelijk kan zijn; o ondersteuning bij de maaltijd nodig is voor kinderen < 12 jaar. Het zorgen voor kinderen is een taak van ouders en/of verzorgers. Deze module is er voor ouders die door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor minderjarige, gezonde kinderen.

Uitvoering In het huidige proces onderzoekt de gemeente bij een melding de situatie van de cliënt. Dit wordt gedaan door middel van een gesprek met de cliënt.

47/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Hierbij wordt gekeken welke problemen de cliënt ondervindt en welke mogelijkheden er zijn binnen het eigen netwerk om deze zelf op te pakken. De cliënt ontvangt na het gesprek met de gemeentelijke consulent (medewerker wijkteam) een gespreksverslag en een aanvraagformulier voor een maatwerkvoorziening. Wanneer de cliënt het gespreksverslag ondertekent en samen met het ondertekende aanvraagformulier terugstuurt naar de gemeente, kan de gemeente de daadwerkelijke aanvraag in behandeling nemen. De wijkteammedewerkers werken met een overzicht waarin de modules worden toegewezen. Hierin kan per module worden aangegeven welke werkzaamheden met welke frequentie en tijdsduur worden uitgevoerd. Dit overzicht wordt de cliënt samen met de beschikking door de backoffice aan de cliënt toegestuurd. De zorgaanbieder ontvangt via een digitaal bericht (iWmo) welke indicatie is afgegeven aan de cliënt: dit is de opdrachtverstrekking. Het gespreksverslag en de toelichting op de activiteiten worden niet naar de zorgaanbieder meegestuurd. Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt om dit verslag te delen met de zorgaanbieder. Op grond van de opdrachtverstrekking van de gemeente stelt de aanbieder samen met de cliënt een zorgplan op, waarin afspraken worden gemaakt over de daadwerkelijke uitvoering van de ondersteuning.

Verantwoording zorgaanbieder De declaratie van geleverde OH is gekoppeld aan de opdrachtverstrekking en vindt plaats via een iWmo-bericht. Hierbij is de gestelde indicatie datgene wat maximaal mag worden gedeclareerd. De zorgaanbieders declareren de kosten per vier weken bij de gemeente. Declaraties worden binnen vier weken na het verstrijken van de declaratieperiode ingediend. De gemeente zorgt voor de betaling van een juiste declaratie binnen 30 dagen na binnenkomst. Ter verantwoording aan de gemeente levert de aanbieder ieder kwartaal een managementrapportage aan, waarbij tevens informatie omtrent duurzaamheid en SROI wordt gegeven. Daarnaast voert de gemeente eenmaal per jaar een voortgangsoverleg met de aanbieder. In dit voortgangsgesprek komen onder andere de kwaliteitseisen aan de orde (o.a. doelmatigheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid). Verder worden de gunningswensen (resultaat, implementatie, innovatie, cliënttevredenheid en kwaliteit personeel) besproken. De aanbieders dienen jaarlijks de cliënttevredenheid te meten. Hierbij wordt verwacht dat minimaal 80% van de cliënten tevreden is met de ondersteuning. De aanbieder stelt de uitkomsten van het onderzoek binnen 2 weken beschikbaar aan de gemeente. Hierbij wordt eventueel met de aanbieder in gesprek gegaan over de uitkomsten van het onderzoek.

48/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Bijlage 3 Input van stakeholders op basis van huidige situatie OH Betrokken stakeholders Stakeholders die input hebben geleverd voor het ontwikkelen en/ of toetsen van de scenario’s Cliëntvertegenwoordigers Wmo-raad Enschede - werkgroep onder voorzitterschap van mevrouw I. Koenders Stichting Seniorenplatform Enschede Diaconaal platform Enschede Sociaal Hart Enschede Jurist Wevers - de heer mr. K. Wevers De Singel advocaten - de heer mr. J. Melief Aanbieders OH De posten Manna T-zorg Zorg en plezier Asterzorg Defa zorg en welzijn BTK zorg Thuisgenoten Thuiszorg-Eanske Beter Thuiswonen Welzijnsaanbieder Alifa Gemeente Enschede Werkgroep OH Consulenten Wmo

49/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Medewerkers bedrijfsbureau en programmabureau Kwaliteitsmedewerker Bezwaar Beleidsmedewerkers Managers Projectgroep versnellingsopdrachten Ontwikkelingen in de doelgroep Ondersteuningsvraag ouderen Zorgaanbieders en de Wmo-raad verwachten dat de vraag van ouderen de komende jaren complexer zal worden. Door de vergrijzing komen er meer ouderen en mensen blijven langer thuis wonen met meer beperkingen. Als gevolg hiervan verwachten aanbieders en cliëntvertegenwoordigers dat er meer ondersteuning nodig is. Verder merken zorgaanbieders op dat cliënten tegenwoordig mondiger en kritischer zijn. Het personeel moet worden toegerust op deze veranderingen. Het is belangrijk om bij de start van de hulp duidelijk te zijn over de zorg die geleverd gaat worden. De welzijnsaanbieder vult aan dat de komende jaren een deel van de ouderen juist ook langer vitaal blijft. Kwetsbare inwoners In veel van de gesprekken met stakeholders kwam de kwetsbaarheid van (een deel van) de cliëntgroep naar voren. Hierbij gaat het om zaken die niet direct het huishouden raken, maar waar de medewerkers die OH leveren wel mee te maken krijgen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan eenzaamheid, rouwverwerking, een wegvallend netwerk en de eerste verschijnselen van dementie. In gesprekken uitten partijen vaak hun zorgen over de ondersteuning door mantelzorger(s).

Daarnaast geeft een van de cliëntorganisaties aan dat er voor de meest kwetsbare groep niet altijd voldoende maatwerk wordt geleverd. De cliëntinterviews geven een wisselend beeld over de hulp vanuit de omgeving van cliënten. Bij sommige cliënten is de familie heel duidelijk aanwezig, terwijl anderen echt alleen zijn of er alleen voor staan. Volgens de aanbieders (zowel OH als welzijn) biedt dit kansen om te investeren in mantelzorgondersteuning en netwerkversterking van ouderen. Onderling kennis uitwisselen en verdelen van specialismen tussen aanbieders (denk aan kennis van bepaalde ziektebeelden of beperkingen) kan volgens de aanbieders helpen om passende hulp te bieden. De Wmo-raad vraagt aandacht voor het behouden van de OH-voorziening als een basisvoorziening voor kwetsbare ouderen. Welzijnsaanbieder vraagt aandacht voor verbinding met voorzieningen gericht op ontmoeting en netwerkversterking. Ook zouden professionals gericht op mantelzorgondersteuning en advies voor ouderen meer op wijkniveau moeten werken. De situatie van kwetsbare cliënten kan snel veranderen. Bij een ziekenhuisopname moet er snel worden gehandeld door meerdere organisaties. Zo kun je het inzetten van zwaardere zorg voorkomen.

50/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

OH vanuit een ziekenhuisopname wordt nu gedaan via de MST14-route, waarover met tevredenheid wordt gesproken. Wanneer de situatie meer geleidelijk verandert, heeft de hulp hierin een signaleringsfunctie. Wanneer een cliënt zwaardere zorg nodig heeft, zit er nu nog een te groot gat tussen het verpleeghuis en thuis wonen. Een aantal organisaties (cliëntorganisaties en aanbieders OH) pleit daarom voor een tussenvoorziening, waarin OH gecombineerd wordt met diensten zoals verzorging en verpleging. Ontwikkelingen in regelgeving en arbeidsmarkt Abonnementstarief In gesprekken met beleidsmedewerkers, zorgaanbieders en Wmo-consulenten komt de aanzuigende werking op OH door het abonnementstarief ter sprake. Er wordt aangegeven dat er nu al meer vraag is en dat de verwachting is dat deze in de toekomst nog meer zal toenemen. Dit is een zorgelijke ontwikkeling als dit niet gecompenseerd wordt met extra budgetten. Resultaatgericht indiceren De combinatie tussen het resultaatgericht indiceren en de tijdsindicatie wordt door de zorgaanbieders als complex ervaren. Als de hulp eerder weggaat bij een cliënt omdat het resultaat is behaald, wordt dit niet altijd goed begrepen door de cliënt. Cliënten geven in de interviews aan het resultaatgericht werken niet te kennen en kijken naar het aantal uren ondersteuning dat ze ontvangen.

Ook cliëntorganisaties geven aan dat het niet altijd duidelijk is welke lijn er moet worden gevolgd. Dit bevestigt het beeld van de spanning tussen het aanbiedersen het cliëntenbelang. Het is de spanning tussen afspraken over het te leveren resultaat en afspraken over het te leveren aantal uren. Wmo-raad en cliëntvertegenwoordigers geven aan dat het begrip schoon en leefbaar huis een lastig begrip is. Voor mensen is niet altijd duidelijk wat ze mogen verwachten. Door jurisprudentie is het begrip wel verder ingevuld, maar in vergelijking met het beleid van enkele jaren geleden is het wel een verschraling. Beleidsmedewerkers geven aan zoekende te zijn naar een goede balans tussen beide. De mogelijkheden van resultaatgericht werken zijn afhankelijk van de wetgeving. De wens is een systeem waarin de rechtszekerheid van de cliënt goed is verankerd, waar ruimte is in de aanpak in overleg tussen cliënt en aanbieder en dat een prikkel heeft op zuinig gedrag. Beleidsmedewerkers wachten af hoe de beoogde wetswijziging zal uitpakken. Personele inzet Aanbieders geven aan dat zij verwachten in de komende jaren meer moeite te zullen krijgen om voldoende personeel OH te leveren.

14

Dit is een verkorte indicatiestelling voor beperkte tijd die bijvoorbeeld ingezet wordt als een inwoner vanuit een ziekenhuisopname OH nodig heeft.

51/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Tot op heden (met uitzondering van vakantieperioden) lukt dit nog goed genoeg, maar het is nodig om plannen klaar te hebben voor de periode dat de vraag naar OH zal stijgen. Toegang Inrichting toegang Uit de gesprekken met aanbieders, Wmo-raad en cliëntorganisaties komt naar voren dat er punten kunnen worden verbeterd in de toegang. Er wordt onder andere aangegeven dat er veel nadruk ligt op het eerste gesprek; daarna is er volgens hen in het huidige systeem haast geen controle of opvolging. De Wmo-raad ziet dit als een gemiste kans. Ook geven cliëntvertegenwoordigers aan dat (de communicatie over) de (her)indicatiestelling beter onderbouwd kan worden. Dit gaat bijvoorbeeld over het bepalen en toelichten op basis van welke onderbouwing tot een bepaalde inzet wordt besloten. Cliëntvertegenwoordigers geven daarbij ook aan dat zij het normenkader van KPMG, waar de gemeente haar overwegingen op baseert, erg krap vinden. Het CIZ-protocol, dat eerder werd gehanteerd, bood een realistischer beeld van de benodigde inzet. Aanbieders OH zien kansen om meer in te zetten op het managen van verwachtingen van cliënten. Bij de start van de zorg zou het goed zijn meer tijd in te ruimen om in een open gesprek tussen aanbieder en cliënt te bespreken wat de cliënt wel en niet mag verwachten van de hulp.

Dit geldt in het bijzonder voor het uitleggen van de tijdsinzet die is gekoppeld aan de indicatie en wat wel en niet bij OH hoort. Daarvoor is het nodig om gemeente en aanbieders gezamenlijk en helder te managen wat betreft de inzet, het resultaatgericht werken en om duidelijk te maken dat OH niet iets vanzelfsprekends is waar iemand zomaar recht op heeft. Ze geven aan dat daar momenteel nog vaak onduidelijkheid over heerst bij cliënten. Rol aanbieders In de huidige situatie wordt er door de gemeente en de aanbieder een apart gesprek gevoerd met de cliënt over de in te zetten hulp. Deze gesprekken hebben elk hun eigen insteek, maar overlappen elkaar. De gemeente stelt vast wat er moet gebeuren en legt dit vast in een plan van aanpak. De aanbieder bespreekt met de cliënt hoe de werkzaamheden uitgevoerd worden. Ondanks deze dubbeling geven de cliënten aan dat ze dit geen probleem vinden. Andere partijen, zoals de Wmo-raad, zien hier een kans voor verbetering, bijvoorbeeld door een gezamenlijk gesprek met aanbieder, gemeente en cliënt. Een andere manier om de dubbeling te voorkomen is het verleggen van de toegang. Zorgaanbieders opperen dat zij deze rol op zich kunnen nemen. Ook het voorliggend veld oppert om de toegang via hen te laten verlopen.

Beleidsmedewerkers en consulenten geven echter aan dat dan de brede kijk ontbreekt in het gesprek en wijzen ook op de wettelijke verplichting om de toegang onafhankelijk te laten verlopen.

52/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Wijkwijzer Het versterken van de rol van wijkwijzers wordt door de gesprekspartners ondersteund. Cliëntenorganisaties wijzen op het belang van professionele bezetting; deze taken kunnen niet zomaar door vrijwilligers worden gedaan. Consulenten geven aan dat zij veel plezier zullen hebben van een plek waarin met inwoners wordt nagedacht over laagdrempelige oplossingen. Die opties kunnen consulenten benutten bij de vraagverheldering. De welzijnsaanbieder geeft het belang aan van de rol die wijkwijzers kunnen spelen in relatie tot preventie en laagdrempelige oplossingen. Werkprocessen gemeente Werkprocessen Uit gesprekken met beleidsmedewerkers en consulenten komt naar voren dat er nog winst te behalen valt uit het vereenvoudigen (en soms automatiseren) van stappen in de werkprocessen. Het systeem en de daarbij behorende kruisjeslijst komt naar voren als een administratieve last voor de consulenten. Daarnaast wordt aangegeven dat ontbrekende informatie zorgt voor veel mailverkeer tussen consulenten en backoffice. Er gaat op dit moment veel tijd om in administratieve discussies over de zorgvraag en het aanbod. Denk hierbij aan het aantal uren dat ingezet kan worden, welke taken geïndiceerd zijn et cetera. Daarnaast is er de afgelopen jaren veel tijd omgegaan in herindicaties.

Een dubbeling in het werkproces betreft de (hierboven reeds genoemde) overlap tussen het gesprek dat door de consulent met de cliënt gevoerd wordt en het gesprek van de aanbieder met de cliënt. Modules Onder Ondersteuning Huishouden vallen meerdere modules en submodules. Beleidsmedewerkers geven aan dat het aantal modules voortkomt uit een afweging tussen financiële baten, administratieve lasten en tijd/ruimte voor de uitvoering. De aanbieders geven aan dat ze het aantal modules te hoog vinden en dat dit meer administratieve lasten geeft. Daarnaast geven ze aan dat de modules de ruimte beperken in de uitvoering. De hulp die bij de mensen thuis komt wil graag doen wat nodig is en niet te veel vanuit een lijstje hoeven werken. Ze zouden meer verantwoording op basis van vertrouwen willen. De Wmo-raad geeft aan dat de tevredenheid van de cliënten is toegenomen sinds het invoeren van extra modules. Dit geldt vooral voor de wasmodules. Overigens blijkt uit de gesprekken met de cliënten dat lang niet iedereen weet welke modules precies deel uitmaken van de afspraken. In de praktijk is het het belangrijkst dat hulp en cliënt met elkaar de goede balans vinden tussen de afspraken op papier en de activiteiten die op een bepaald moment nodig zijn.

53/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Communicatie Persoonlijk contact Cliënten benadrukken het belang van persoonlijk contact. Dat geldt voor het toegangsproces bij de gemeente, de intake bij de aanbieder en in het dagelijks contact met de hulp die bij de cliënt thuis komt. Persoonlijk contact helpt om serieus genomen te worden en je verhaal te kunnen doen. Of het contact over de in te zetten hulp via de gemeente of via de aanbieder loopt maakt niet zo heel veel uit. Het gaat vooral om de continuïteit, de ruimte om het gesprek aan te gaan en het persoonlijke contact. Met de hulp is het daarnaast van belang dat er een ‘klik’ is. Veel cliënten geven aan dat zij het persoonlijk contact met hun hulp erg waarderen en dat zij goed in staat zijn om met de hulp af te stemmen welke werkzaamheden nodig zijn. Vertrouwen Cliëntvertegenwoordigers geven het belang van vertrouwen in cliënten aan. Mensen vragen niet voor niets om hulp. Een open relatie tussen gemeente en cliënt helpt om tot het goede gesprek te komen. In dit gesprek moet ook ruimte zijn om te vragen naar eigen oplossingen van cliënten. De Wmo-raad doet de suggestie om ook na de toegang het contact met de cliënt vorm te geven. In plaats van alleen contact in het kader van een herindicatie zou dat kunnen in de vorm van een check op klantervaring en tevredenheid.

Samenspel Het samenspel tussen gemeente, zorgaanbieder en cliënten is een onderwerp dat vaak terugkwam in de gesprekken. Een breed gehoord geluid in de gesprekken is het belang dat gehecht wordt om samen met de inwoner te beslissen en niet ‘in plaats van’, zodat een inwoner niet het gevoel krijgt dat hij een recht moet komen opeisen en gemeente en aanbieders niet in positie komen om scheidsrechter te zijn. Een inwoner is de regisseur van zijn leven (samen met mantelzorger, familie of anderen) en mag daar ook op aangesproken worden. Hierbij geven cliëntorganisaties aan dat het van belang is dat dit wel in samenspraak met de cliënt gebeurt. Van gemeente en aanbieders mag verwacht worden dat zij investeren in het gesprek en het verwachtingsmanagement.

54/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Bijlage 4 Financiële en juridische consequenties scenario’s en opties Kosten voor aanvraag OH maatwerkvoorziening ● Voor deze analyse is de instroom van 2019 als referentie gebruikt. ● Een indicatiestelling in de huidige werkwijze duurt gemiddeld 8 uur en 20 minuten en kost € 48,11 per uur: - 8 uur wordt besteed aan cliëntgebonden tijd. - 20 minuten wordt besteed aan activiteiten backoffice. ● Zie in de tabel de kosten voor instroom in het desbetreffende jaar. Tabel 15

Jaar

2020

2025

2030

2035

2040

Instroom

750

750

775

775

725

Kosten instroom

€ 300.000

€ 300.000

€ 310.000

€ 310.000

€ 290.000

● ● ●

De kosten per aanvraagtraject bedragen € 400 per cliënt. Bij gelijkblijvend uurtarief bedragen de kosten circa € 300.000 per jaar. Dit is exclusief extra instroom door de aantrekkende werking van het abonnementstarief.

Indien de toegang tot een maatwerkvoorziening via een verkorte route georganiseerd wordt, kan de benodigde tijd gehalveerd worden. Er vindt in die gevallen geen huisbezoek meer plaats en het plan van aanpak is beknopter. Kosten voor lichte toegangstoets algemene voorziening Indien er gewerkt gaat worden met OH als algemene voorziening, vindt de toegang plaats via een lichte toegangstoets. Hierdoor kan de benodigde tijd gehalveerd worden. Er vindt geen huisbezoek plaats en het plan van aanpak is beknopter. OH als algemene voorziening Artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid (of participatie) die de cliënt ondervindt beslist, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met de gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.

55/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid (of participatie) en zolang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Kenmerkend voor een algemene voorziening is dat deze in beginsel vrij toegankelijk is - dat wil zeggen: zonder dat eerst een diepgaand onderzoek wordt verricht naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. Het is ook mogelijk dat iemand die een aanvraag om een maatwerkvoorziening doet nadat het college zijn behoefte aan ondersteuning heeft onderzocht naar een algemene voorziening wordt verwezen. De diensten, activiteiten of zaken kunnen toegankelijk zijn voor specifieke groepen. De gemeente is vrij in de beleidskeuze welke algemene voorzieningen zij treft en op grond van artikel 2.1.2, tweede lid, onderdeel e, van de Wmo 2015, vastlegt in het beleidsplan. Andere algemene voorzieningen met een iets specifieker karakter zijn bijvoorbeeld een klussendienst, een was- en strijkservice, een maaltijdvoorziening, sociaal vervoer, informele buurtzorg, sociaal-culturele voorzieningen. Gemeenten kunnen, indien zij dit wensen, de diensten van bijvoorbeeld een sociaal wijkteam in de vorm van een algemene voorziening organiseren.

Omdat algemene voorzieningen toegankelijk zijn zonder voorafgaand onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van mensen, zal in het algemeen aan de toelating tot een algemene voorziening geen beschikking van de gemeente voorafgaan, terwijl dat bij een maatwerkvoorziening nadrukkelijk wel het geval is. De toegang/intake kan worden gedaan door de organisatie die de voorziening biedt. Voorbeeld van algemene voorziening OH gemeente Dalfsen https://www.samendoenindalfsen.nl/is/onderwerpen-2/zorg-en-ondersteuning/zo rg-en-hulp/hulp-bij-het-huishouden/hulp-bij-het-huishouden-2 Was- en strijkservice als algemene voorziening Het organiseren van een collectieve voorziening betekent dat de hulp niet door een vaste persoon geleverd wordt in het huis van de cliënt, maar bij een organisatie (die bijvoorbeeld werkt met medewerkers aangetrokken vanuit de Participatiewet). De was wordt wekelijks opgehaald bij cliënten en een week later gewassen en gestreken aan huis geleverd. Wekelijks kunnen cliënten 8 kilo was aanbieden. Dit kan zowel om kleding als om beddengoed gaan. Deze nieuwe voorziening vraagt om een bewuste keuze van de cliënt voor een wasvoorziening. Een aantal cliënten zal eigen oplossingen zoeken.

Businesscase was- en strijkservice In onderstaande tabellen staan verschillende scenario's15 uitgewerkt op basis van het gebruik van de wasvoorziening, 100%, 80%, of 50% van de huidige cliënten.

15

Gebaseerd op informatie van aanbieder HOI-services en gegevens van de gemeente Haaksbergen.

56/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

De rekenvoorbeelden gaan ervan uit dat bij gebruik door 80% van de cliënten 20% van de cliënten afziet van deze vorm van ondersteuning en een eigen oplossing kiest. Daarnaast houden we rekening met een kleine groep kwetsbare cliënten (ongeveer 10%) die de bestaande maatwerkvoorziening Ondersteuning Huishouden blijft ontvangen. Tabel 16

Uitgangspunten Kosten per waszak

€ 17,00

Bijdrage inwoner per waszak

€ 4,50

Bijdrage gemeente per waszak

€ 13,00

Kosten licentie per maand voor uitvoeren algemene voorziening

€ 1.897

Cliënten met wasvoorziening (peil 2019)

2.650

Maatwerk blijvend nodig voor kwetsbare cliënten

180

Maximaal aantal cliënten dat kan overstappen naar de algemene voorziening

2.470

Gemiddelde kosten bijstandsuitkering per maand16

€ 1.200

1. Kosten bij 100% overstap van huidige cliënten naar wasservice Tabel 17

16

Aantallen per maand

Totaal per jaar 29.640

1

Aantal waszakken per week

2.470

2

Benodigde FTE voor uitvoering algemene voorziening

99 fte

3

Bijdrage cliënt

€ 46.683

€ 560.196

4

Bijdrage gemeente

€ 134.862

€ 1.618.344

5

Totaal bijdrage wasservice

€ 181.545

€ 2.178.540

6

Overige kosten gemeente (licentie)

€ 1.897

€ 22.764

Uitvoering bijstand kost bijna € 2.900 per uitkering - Berenschot - Gemeente.nu

57/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

7

Kosten maatwerkvoorziening

€ 9.072

€ 108.864

8

Totaal kosten gemeente per maand (4+6+7)

€ 145.831

€ 1.749.972

9

Huidige uitgave wassen en strijken per maand

€ 145.833

€ 1.750.000

10

Besparing bij deelname 100% cliënten aan algemene voorziening

€2

€ 28

11

Besparing participatie per maand bij gemiddelde uitkering

€ 139.110

€ 1.669.325

12

Totale besparing Wmo en Participatiewet

€ 139.113

€ 1.669.353

2. Kosten bij 80% overstap van huidige cliënten naar wasservice Tabel 18

Aantallen per maand

Totaal per jaar

1.976

23.712

1

Aantal waszakken per week

2

Benodigde fte

3

Bijdrage inwoner

€ 37.346

€ 448.157

4

Bijdrage Gemeente

€ 107.890

€ 1.294.675

€ 145.236

€ 1.742.832

5

79

Totaal wasservice

58/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

€ 1.897

€ 22.764

6

Overige kosten Gemeente (licenties)

€ 9.072

€ 108.864

7

Kosten maatwerkvoorzie ning

€ 118.859

€ 1.426.303

8

Totaal kosten gemeente per maand (4+6+7)

€ 145.833

€ 1.750.000

9

Reguliere uitgave WMO per maand

€ 26.975

€ 323.697

10

Besparing bij deelname 80% cliënten aan algemene voorziening

€ 111.288

€ 1.335.460

11

Besparing participatie per maand bij gemiddelde uitkering

€ 138.263

€ 1.659.157

12

Totale besparing Wmo en Participatiewet

3. Kosten bij 50% overstap van huidige cliënten naar wasservice Tabel 19

1

Aantal waszakken per week

2

Benodigde fte

Aantallen per maand

Totaal per jaar

1.235

14.820

49

59/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

3

Bijdrage inwoner

€ 23.342

€ 280.098

4

Bijdrage Gemeente

€ 67.431

€ 809.172

5

Totaal wasservice

€ 90.773

€ 1.089.270

6

Overige kosten Gemeente (licenties)

€ 1.897

€ 22.764

7

Kosten maatwerkvoorzien ing

€ 9.072

€ 108.864

8

Totaal kosten gemeente per maand (4+6+7)

€ 78.400

€ 940.800

9

Reguliere uitgave Wmo per maand

€ 145.833

€ 1.750.000

10

Besparing bij deelname 50% cliënten aan algemene voorziening

€ 67.433

€ 809.200

11

Besparing participatie per maand bij gemiddelde uitkering

€ 69.555

€ 834.662

€ 136.989

€ 1.643.862

12

Totale besparing Wmo en Participatiewet

Algemeen gebruikelijke voorziening in relatie tot strijken https://www.schulinck.nl/opinie/criteria-voor-het-begrip-algemeen-gebruikelijk-v erduidelijkt-en-nader-ingevuld

60/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

In de nieuwe uitspraak lijkt de CRvB een meer objectieve invulling te geven aan de vraag of iets algemeen gebruikelijk is. De CRvB geeft aan dat een voorziening algemeen gebruikelijk is als deze: ● ● ● ●

niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.

Toelichting In de beleidsregels van de gemeente Enschede staat dat strijken alleen onder strikte voorwaarden gebeurt en dat van cliënten verwacht wordt dat zij beschikken over strijkvrije kleding en een wasdroger. Op basis van dit uitgangspunt en op basis van de definitie van een algemeen gebruikelijke voorziening (zie hierboven de uitspraak van de CRvB) zou de conclusie getrokken kunnen worden dat strijken geen onderdeel hoeft te zijn van OH. Echter, strijken is wel opgenomen in de norm huishoudelijke ondersteuning in Twente uit 2017 dat door HHM is gemaakt en gebruikt wordt door de gemeente Enschede. Uitspraak rechtbank Oost-Brabant https://www.uitvoeringwmo2015.nl/2014/03/27/rechtbank-oost-brabant-geen-in dicatie-voor-strijken-kreukvrije-kleding-algemeen-gebruikelijk/ Voorbeeld gemeente Voerendaal https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-21614.html ‘In principe vindt geen compensatie plaats voor strijken. Wat betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te worden gestreken. Kreukvrije kleding en het gebruik van een wasdroger worden als algemeen gebruikelijk en dus als voorliggend beschouwd.’ Uit navraag bij de gemeente Voerendaal blijkt dat deze gemeente strijken als algemene voorziening aanbiedt.

61/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Kostenbesparing strijken Tabel 20

Optie A: afschaffen strijkmodule Aantal strijkmodules in 2019

1.529

Minuten per week

19,8

Tarief per uur

€ 28

Totale kosten in 2019

€ 734.653

Optie A: afschaffen Aantal modules minder

1.529

Uren per week minder

504

Kosten per week minder

€ 14.128

Kosten per maand minder

61.221

Kosten per jaar minder

€ 734.653

Tabel 21

Optie B: halveren gebruik strijkmodule Aantal strijkmodules in 2019

1.529

Minuten per week

19,8

Tarief per uur

€ 28

Optie B: Door strengere toegang 50% daling op inzet aantal strijkmodules Aantal modules minder

765

Uren per week minder

252

Kosten per week minder

€ 7.064

Kosten per maand minder

€ 30.611

Kosten per jaar minder

€ 367.327

62/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Bijlage 5

Kwalitatief onderzoek cliënten OH

Ondersteuning Huishouden Kwalitatief onderzoek

Gemeente Enschede

BMC Onderzoek 9 juni 2020 Özlem Yalçin en Tamara Bakker Projectnummer: PO012666 Status: Definitief

63/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding en werkwijze

4

1.1 Aanleiding en onderzoek

4

1.2 Kwalitatief onderzoek

4

1.3 Onderzoeksmethode

4

1.4 Generaliseren

5

Hoofdstuk 2 Uitwerking thema’s

6

2.1 Achtergronden en contact met de gemeente

6

2.2 Ondersteuningsvorm en resultaat

6

2.3 Contact met en uitvoering door de aanbieder

7

2.4 Positieve en negatieve ervaringen (+ ervaring met de wijkteams)

8

2.5 Adviezen voor de toekomst

10

Bijlage 1 Gespreksleidraad

12

Dit document is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

64/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Hoofdstuk 1

Inleiding en werkwijze

1.1 Aanleiding en onderzoek De gemeente Enschede heeft te maken met wijzigingen in regelgeving rond Ondersteuning Huishouden (OH) als onderdeel van de Wmo. Voor kwetsbare doelgroepen is deze voorziening vaak essentieel. Om de uitvoering van OH in de toekomst betaalbaar en uitvoerbaar te kunnen houden is ervoor gekozen onderzoek te doen en verschillende scenario’s uit te werken. Als onderdeel hiervan heeft de gemeente Enschede ervoor gekozen om inzicht te krijgen in de ervaringen van cliënten met de dienstverlening en adviezen voor de toekomst te krijgen door een groep cliënten te bevragen. Met dit onderzoek wordt de ervaring met betrekking tot de voorziening OH in beeld gebracht en wordt gevraagd naar de ervaringen en knelpunten. Het onderzoek gaat onder andere in op thema’s als contact met de gemeente, uitvoering van de voorziening, de ervaren knelpunten en adviezen voor de toekomst. 1.2 Kwalitatief onderzoek Bij kwalitatief onderzoek is de informatieverzameling vaak open en flexibel, zodat er ruimte is voor onvoorziene onderwerpen. Dit betekent dat er geen sterke voorstructurering is, zoals in een schriftelijke enquête waarbij kwantitatieve analyses gedaan worden op de verkregen data. Het gaat er in dit onderzoek om hoe de doelgroep bepaalde aspecten ervaart. Met kwalitatief onderzoek kunnen de betekenissen achterhaald worden die betrokkenen zelf aan hun situatie geven.

Bij kwalitatief onderzoek wordt gestreefd naar het punt van verzadiging: het is daarbij belangrijk om alle ervaringen van cliënten tenminste één keer gehoord te hebben, totdat er geen nieuwe ervaringen meer naar voren komen. Soms noemen we dan ook voorbeelden die slechts één of enkele keren zijn genoemd door respondenten. Daarbij gaat het dus minder om de frequentie van een (positieve of negatieve) ervaring, maar meer om het effect ervan op het leven van de cliënt. Dus niet: ‘Hoe vaak komt een bepaalde situatie voor?’ maar juist: ‘Wat betekent het voor de inwoner als deze situatie zich voordoet?’. 1.3 Onderzoeksmethode Voor dit onderzoek is gekozen om huisbezoeken uit te voeren. Tussentijds is de methode gewijzigd in telefonische diepte-interviews. Dit had te maken met de maatregelen die landelijk getroffen waren vanwege Covid-19. De gemeente Enschede heeft 150 inwoners die gebruikmaakten van de voorziening Ondersteuning Huishouden een brief gestuurd. In de brief werd het onderzoek aangekondigd. Vervolgens heeft BMC de lijst met cliënten toegestuurd gekregen. Er zijn 52 interviews gepland in de periode tussen 3 en 30 maart 2020.

65/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

In totaal hebben er 45 korte huisbezoeken en/of zijn telefonische diepte-interviews gehouden (max 30 minuten). Er is gebruikgemaakt van een semigestructureerde vragenlijst, waarbij alle vragen (voor zover van toepassing) zijn gesteld en er daarnaast nog ruimte was voor onderwerpen die respondenten zelf aandroegen. De volgende onderwerpen zijn aan bod gekomen: · Achtergrond · Gesprek met de gemeente · Ondersteuningsvorm en resultaat · Contact met en uitvoering door de aanbieder · Positieve en negatieve ervaringen · Adviezen voor de toekomst De volledige topiclist is terug te vinden in bijlage 1. Van alle gesprekken zijn verslagen gemaakt. Deze verslagen zijn vervolgens geanalyseerd en daarbij is gezocht naar de rode draad in de verhalen van de respondenten. De indeling van dit rapport sluit aan op de thema’s uit de vragenlijst. Per thema beschrijven we de bevindingen en illustreren we deze met voorbeelden en citaten uit de gesprekken. 1.4 Generaliseren De gegevens uit kwalitatieve onderzoeken zijn door de geringe steekproef lastig te generaliseren naar de gehele groep of andere groepen. De resultaten van dit onderzoek gelden dus niet voor de gehele doelgroep. De uitkomsten geven wel een goed beeld van de ervaringen.

66/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Hoofdstuk 2 Uitwerking thema’s 2.1 Achtergronden en contact met de gemeente Tijdens keukentafelgesprekken vindt afstemming en overleg plaats tussen cliënt en de gemeente. Dit gesprek geeft de gemeente informatie over de situatie van de cliënt en welke werkzaamheden de cliënt zelf wel of niet kan. Aan de hand hiervan vindt er een indicatie plaats waarna de voorziening conform de beschikking ingezet kan worden. Veel cliënten geven aan dat ze niet eens meer herinneren wanneer dit gesprek heeft plaatsgevonden. Voor velen is dit jaren geleden (volgens de cliënten). Sommigen menen te herinneren dat voor een herindicatie nog contact is geweest maar niet iedereen kan dit bevestigen. Ook is door een deel van de cliënten aangegeven dat de uren verminderd zijn en ze dit per post te horen hebben gekregen. Bijna alle voor dit onderzoek gesproken cliënten geven aan dat ze het heel jammer vinden dat er niet af en toe contact is met de gemeente. Enkele cliënten gaven aan hier geen behoefte aan te hebben. Quotes ‘Ik heb al 27 jaar ondersteuning. In 2022 loopt de indicatie af dus dan zal er wel weer contact zijn met de gemeente’ ‘Ik heb jaren geleden wel eens contact gehad over hulp bij het huishouden. Daarna heb ik nooit meer contact gehad met de gemeente’ ‘Ik heb met een meneer van de Wmo gesproken.

We hebben samen een lijstje doorgenomen maar wat weet deze meneer nou van hoeveel tijd het mij kost om bijvoorbeeld de slaapkamer op te ruimen’ ‘Mijn man was ziek en hij had hulp nodig. Na zijn overlijden had ik ook ondersteuning nodig. De hulp van toen is nog steeds mijn hulp. Maar zo zie ik haar niet, ze is net mijn dochter’ 2.2 Ondersteuningsvorm en resultaat Veel cliënten hebben geen idee wat resultaatgericht werken inhoudt. Wel zijn zij bekend met de term ‘schoon en leefbaar huis’. Voor de meeste cliënten geldt dat zij alleen deze basismodule aan hulp ontvangen, slechts enkelen hebben ook een aanvullende variant voor de was of boodschappen. Dat betekent niet dat hier geen behoefte aan is. Vaak helpt de hulp al wel met deze taken omdat zij ziet dat het nodig is, maar is hier geen extra tijd voor gereserveerd. Zij doet dit dan in haar eigen uren, of laat andere taken achterwege. Cliënten geven aan dat dit in overleg gebeurd.

67/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

Specifiek over de extra toegekende minuten voor de was wordt vaak gezegd dat dit onvoldoende is. Er is ook onduidelijkheid over wat deze module precies behelst (valt hier ook het drogen, strijken en opvouwen van de was onder?). Cliënten die dit kunnen, helpen mee door de was zelf in de machine te doen, maar dit is lang niet voor iedereen mogelijk. In het laatste geval ontstaat er een logistiek probleem: de wasprogramma’s duren vaak langer dan de dienst zelf en kunnen daardoor niet geheel door de hulp verzorgd worden. In dit geval probeert de cliënt een deel van de taken op zich te nemen door bijvoorbeeld het wasprogramma al te starten voordat de hulp arriveert. Hierdoor kan de huishoudelijke hulp tijdens haar reguliere uren wel het laatste deel van het wasprogramma afronden. Tevens komt het ook regelmatig voor dat de hulp in eigen tijd doorwerkt om de taken voor betreffende cliënt uitgevoerd te krijgen. Veel cliënten die al langere tijd hulp ontvangen geven aan dat er tussentijds niets in de aanpak veranderd is. Hun vaste hulp doet wat nodig is om het huis schoon te houden en heeft hierin een vaste routine. Sommige cliënten geven per week zelf accenten mee of uiten incidenteel aanvullende wensen. Er wordt bij langer lopende contracten meestal niet gewerkt met een lijst met taken en bijbehorende tijden, in tegenstelling tot de situatie bij de nieuwere cliënten.

De cliënten waarbij tussentijds wel een en ander is aangepast hebben hier een negatief gevoel aan overgehouden. Zij krijgen het idee dat er enkel gekeken wordt hoe er bespaard kan worden en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de hulp. Nieuwere cliënten zijn zich meestal wel bewust van de gemaakte afspraken. Vaak is er in een startgesprek een lijst opgesteld, welke vervolgens overhandigd is aan de zorgaanbieder. Quotes “Eerst deed ik zelf de was in de machine voordat de werkster kwam, maar dat kan ik inmiddels niet meer. Dat levert een probleem op: de wasmachine draait langer dan de dienst duurt. Strijken is voor mijzelf ook geen mogelijkheid, dus daarvoor heb ik de hulp nodig. Ze kan het niet compleet doen zonder dat ze overuren maakt waarvoor ze niet betaald krijgt.’ ‘Ik zie mijn hulp wel lopen met de lijst, die wil er niet op betrapt worden dat er iets niet gedaan is. Boodschappen doen mag zij eigenlijk niet, maar ik heb niemand anders die mij hiermee kan helpen. De hulp doet het daarom deels in eigen tijd voor mij.’ ‘Mijn hulp kan alles, dat doet ze ook automatisch. Ik hoef niets aan haar te vragen. Stofzuigen en afstoffen. Verder alleen de was, geen boodschappen. Ik weet niets over afspraken die hierover zijn gemaakt.’

68/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

2.3 Contact met en uitvoering door de aanbieder De gemeente Enschede heeft voor de uitvoering van Ondersteuning Huishouden met 14 aanbieders contracten afgesloten. Cliënten die zorg in natura ontvangen kunnen de voorziening door één van deze aanbieders laten uitvoeren. Er wordt verschillend gereageerd wanneer gevraagd wordt naar hoe ze bij de betreffende aanbieder terecht zijn gekomen. Opvallend is dat cliënten graag de hulp volgt als deze bij een ander aanbieder gaat werken. Zo is een deel van de cliënten ook bij de aanbieders terecht gekomen. Bij het kiezen van een aabieder wordt geen onderzoek gedaan. Vaak wordt gekozen voor een aanbieder vanwege opgedane informatie van buren, kennissen. In het algemeen zijn de cliënten heel tevreden over de geleverde diensten door de huishoudelijke hulp. Het merendeel van de cliënten geeft aan sociaal contact te hebben met hun vaste hulp. De gesproken cliënten zijn tevreden over het feit dat de hulp niet vaak wisselt. Vaak hebben ze te maken met een vaste hulp. Bijna alle cliënten geven wel aan dat het tijdens de vakantieperiode rommelig verloopt. De kwaliteit van de ondersteuning in deze periode is volgens hen ook lager en de hulpen krijgen minder gedaan omdat zij niet bekend zijn met het huis. Enkele cliënten ervaren dit heel vervelend en kiezen er zelf voor om geen hulp in te zetten in de vakantieweken van de vaste hulp.

Bijna alle cliënten die gesproken zijn in het kader van dit onderzoek hebben aangegeven dat ze heel goed weten waar ze terecht kunnen indien ze klachten hebben. Een aantal die het niet wist, had tot nu toe ook geen klachten gehad. Op de vraag waar ze dachten dat ze moesten zijn bij klachten, gaven ze als antwoord dat ze hiervoor bij de aanbieder moesten zijn. Quotes ‘Mijn hulp kijkt niet eens naar het lijstje. Ze weet heel goed wat ze moet doen en anders weet ik het wel’ ‘Dat lijstje hangt in de kast maar er is nog nooit naar gekeken. Is ook niet nodig. Ik kan soms meer en soms kan ik niks. De hulp moet daar toch op in kunnen spelen’ ‘Ik krijg een Persoonsgebonden Budget. Dus ik maak mijn eigen lijstjes voor de hulp’ ‘De hulp wisselt niet, maar tijdens de vakanties is het heel slecht geregeld. Soms krijg ik op het laatste moment te horen dat er geen hulp komt’

69/74 Ondersteuning Huishouden duurzaam organiseren - analyse en scenario’s

/

2.4 Positieve en negatieve ervaringen (+ ervaring met de wijkteams) Positief: Veel cliënten uiten zich positief over de hulp die hen al langdurig ondersteunt. Niet enkel over de kwaliteit van het schoonmaakwerk, maar ook zeker over de band die zij inmiddels met hen hebben opgebouwd. Dit vinden zij net zo belangrijk. Quotes ‘Ik heb een vaste hulp, die is zo goed. Heel rustig en heel efficiënt. Zonder dat iemand haar begeleid ziet ze zelf al wat er moet gebeuren. Als ik naar een ander bureau ga, dan wil ik haar meenemen. Het onderling vertrouwen en de opgebouwde band is ook heel belangrijk.’ ‘Door de jaren heen hebben we een band opgebouwd. Dat is ook belangrijk. Onbewust sluipt daar ook een sociaal contact in, waardoor gesprekken toch wat verder gaan dan “wil je daar even stofzuigen?”. Persoonlijk contact geeft binding en prettig en veilig gevoel.’ ‘Wij hebben nu voor ruim 4 jaar een hulp en zij ontzorgt ons echt. Zij is moslim en wij zijn christen, maar dat is geen enkel probleem. We hebben een hele goede band. Laatst zijn we ook samen gaan eten, wij hadden dat van haar cadeau gekregen voor onze verjaardag. We praten met elkaar over het geloof/vasten en over de slechte gezondheid van mijn man. Deze diepere gesprekken vind ik heel waardevol. Zij zegt: ”Je mag mij altijd bellen, ook als er iets is met uw man”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=60dea3db-a3fa-4f0d-9d83-e070da2d69be