Bijlage 4 Toelichting en regels
Tekst van het document
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
27
tekening: impressie inrichting bungalowpark
Het park bestaat uit 250 recreatiewoningen met een capaciteit van 4,6,8 en 10 personen. Op het park worden verschillende typen woningen gecreëerd: boswoningen op een open plek in het bos; Twentse erven, bestaande uit een erf met boerderij (10- en 4 persoonswoningen) en schuren (6-8 persoonswoningen) oeverwoningen (4-6 personen) aan het water met ruim uitzicht over de plas.
Nagenoeg alle elementen hebben een kap. Een plat dak is niet toegestaan, wel een lessenaarsdak. De kap kan uitgevoerd worden als lessenaarsdak, als zadeldak, als schildkap, als langs- of dwarskap. Centrale voorzieningen kunnen samengestelde kappen hebben. De kaprichting houdt rekening met de zon i.v.m. te plaatsen zonnepanelen.
Massa bebouwing
28
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Bergingen zijn onderdeel van het hoofdvolume. De grotere volumes hebben als uitgangspunt 1 laag met kap, aangevuld met kleinere volumes. Er is een separaat beeldkwaliteitsplan opgesteld en deze zal in procedure gebracht worden ter vervanging van het huidige welstandsregiem. Er zal specifiek ingegaan worden op de verschillende bebouwingstypen. Zie voor het beeldkwaliteitsplan paragraaf 4.6 van deze toelichting. Voor elke woning is parkeerruimte voor 2 auto's beschikbaar op het park. De centrale voorzieningen bestaan uit een centrumgebouw met een receptie, kantoorruimten, winkel, verhuur (fietsen, bootjes enz.) en welnessvoorzieningen. Verder komt er een eetcafé met afhaalmogelijkheid en een restaurant met terras dat uitzicht biedt over de plas. Voor bezoekers van het restaurant is er voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers van het recreatiepark. Rondom het restaurant worden sport- en spelvoorzieningen gecreëerd. Op het park worden diverse strandjes en vissteigers gecreëerd. Uit oogpunt van toezicht en beheer worden er twee bedrijfswoningen gerealiseerd.
Architectuur Twentse architectuur is uitgangspunt op passende wijze aangevuld met eigentijdse elementen. Op deze wijze wil het park onderscheidend zijn en een geheel eigen kwaliteit uitstralen. Verder is er één 'special' toegestaan op het park, te weten het restaurant. Deze mag gebouwd worden in twee lagen met een plat dak.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
29
4.2.2
Verkeer, bereikbaarheid en parkeren
afbeelding: ontsluiting recreatiepark Het Recreatiepark Rutbeek komt in het zuidwesten te liggen van het recreatieterrein. De ontsluiting van het recreatiepark Rutbeek dient gerealiseerd te worden via de Hegebeekweg. De openbare fiets- en wandelroute die nu rond het Rutbeek loopt, zal gehandhaafd blijven bij de realisatie van het recreatiepark. Ook na de realisatie van het park zullen recreanten het rondje Rutbeek kunnen lopen/fietsen waarbij een gedeelte door het nieuwe park zal lopen. Verder is ook aandacht besteed aan de mtb-route. Ook deze zal verwerkt worden in de verdere uitwerking van het recreatiepark. De Hegebeekweg (blauw) is momenteel een zandweg met parallel daaraan een watergang. De Hegebeekweg is aangewezen als ontsluitingsweg van het beoogde recreatiepark. Het gedeelte van de Hegebeekweg tot de beoogde toegang van het recreatiepark Het Rutbeek zal verhard gaan worden. Voor de beoogde inrichting van de het gedeelte van de Hegebeekweg dat verhard zal gaan worden, wordt verwezen naar bijlage van de regels behorende bij dit bestemmingsplan. Het gedeelte van de Hegebeekweg dat niet verhard wordt, zal afgesloten worden voor het gemotoriseerde doorgaande verkeer. Het langzame verkeer kan nog steeds gebruik maken van dit gedeelte. Het huidige gebruik van de Hegebeek betreft voornamelijk agrarische verkeer.
De erftoegangsweg dient geschikt te zijn voor tweezijdig verkeer. Deze wegbreedte voldoet voor een functie van een personenauto en twee fietsers, twee auto’s of een landbouwvoortuig en een fietser. Ook wordt getracht een ruiterpad op te nemen binnen het toekomstige ontwerp van de ontsluiting op de Hegebeekweg. Verkeer zal zich vanaf de Hegebeekweg gaan verdelen richting de Geesinkweg en de Haaksbergerstraat. Deze routes hebben voldoende restcapaciteit. Dit is conform het onderzoeksrapport van RHDHV dat is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In dit onderzoek gaat het hoofdzakelijk om de verkeersstromen van en naar het recreatiepark. De precieze inrichting van het recreatiepark zelf is nog niet duidelijk vandaar dat er een kaartje is opgenomen in het onderzoeksrapport met een mogelijke inrichting. De aansluiting van de Hegebeekweg op de Usselerveenweg betreft een T-kruising. Doordat de situatie minder overzichtelijk is, dient er een vertragende maatregel getroffen te worden. Ten aanzien van het parkeren kan aangegeven worden dat er voor elke recreatiewoning 2 parkeerplaatsen op het park gerealiseerd worden. Daarvoor zal bij elke recreatiewoning een parkeerplaats gerealiseerd worden en er zal een centrale parkeervoorziening gerealiseerd worden nabij het restaurant.
In 2014 heeft de gemeenteraad besloten dat de ontsluiting van het recreatiepark via de Hegebeekweg te laten lopen. Ook na recentelijke studies in het kader van stikstofdepositie naar aanleiding van raadsvragen uit 2017 heeft de raad, op advies van het college, het standpunt ingenomen dat het besluit inzake de ontsluiting uit 2014 in stand gehouden wordt.
4.2.3
30
Groen, water en ecologie
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Water Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een waterparagraaf opgesteld worden. Zie paragraaf 5.2. Er is een aanpassing van het drukriool nodig is. En de zwemwaterkwaliteit van Het Rutbeek dient gewaarborgd te zijn. Er mag geen water op de zwemplas afgevoerd worden. Dit geldt uiteraard voor het rioolwater, maar ook voor het regenwater van de huisjes en de verharde oppervlakten binnen het bungalowpark plangebied. Een waterhuishoudingsplan zal worden opgesteld zodat bij de omgevingsvergunningsaanvraag getoetst kan worden aan de waterhuishoudkundige criteria.
Ecologie/Landschap/Groen Richtinggevend voor de beoogde ontwikkeling als recreatiepark zijn de natuurlijke omstandigheden van water en bodem en een hoge kwaliteit van natuur, landschap en cultureel erfgoed. Dit zijn aanwezige kwaliteiten die bijdragen een de behoefte en uitstraling van het beoogde recreatiepark. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden, verwonden en het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verwonden en doden of om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te mogen beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 5.3 van deze toelichting.
4.3
Economie
De ontwikkeling van het recreatiepark Het Rutbeek zal met een gevarieerd aanbod van faciliteiten, verschillende typen recreatiebungalows voor zowel individuen, families als groepen, goed op de behoefte in de markt aansluiten. Het Rutbeek zal voorzien in kwalitatief hoogwaardige toeristische overnachtingsmogelijkheden. Het Rutbeek zal gericht zijn op sportieve, water- en natuurgebonden recreatie met respect voor de omgeving. Met natuurlijk een waardevolle toevoeging aan de recreatieve en toeristische voorzieningen en de werkgelegenheid in de regio. De ontwikkeling van verblijfsrecreatie leidt tot directe en indirecte positieve werkgelegenheidseffecten in de regio. Directe werkgelegenheid ontstaat ten gevolge van de arbeidsplaatsen op bijvoorbeeld beheer, toezicht, onderhoud, lesactiviteiten, horeca etc. Daarnaast levert de ontwikkeling ook indirecte arbeidsplaatsen op. Zo zullen onder andere de horeca en de levensmiddelenbranche in de regio baat hebben bij de komst van vakantiepark Het Rutbeek. Ten opzichte van de landbouwsector levert een recreatieve voorziening per hectare meer werkgelegenheid op dan waaraan de grond wordt onttrokken. Verwacht mag worden dat dit een economisch structuur versterkende impuls zal leveren aan de regio mede gezien het feit dat de werkgelegenheid in de landbouw in deze regio sterk terug loopt.
Werkgelegenheid Binnen de regio Twente is het van belang om het toerisme te stimuleren. Hiermee kan extra werkgelegenheid worden gecreëerd, in dit geval zullen circa 125 mensen een baan vinden. Naast deze belangrijke stimulans van de werkgelegeneheid zal het ook de uitstraling en de bekendheid van Twente in een groter verband ten goede komen.
4.4
Behoefte
In 2018 heeft het behoeftenonderzoek recreatiewoninigen recreatiepark Het Rutbeek (Van der Reest advies, zie bijlage van de ze toelichting) plaatsgevonden. Hierin is het volgende naar voren gekomen.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
31
Het Rutbeek is een aantrekkelijke locatie voor mensen die actief bezig willen zijn. Een recreatiepark gericht op actieve doelgroepen is een goede aanvulling waardoor het productaanbod van Het Rutbeek als geheel wordt versterkt. De opzet van het park wordt beoordeeld als positief. Door meer water in te brengen ontstaat er een aantrekkelijk park, waar veel woningen zich aan het water bevinden. Veel kopers en huurders zullen dit weten te waarderen. Belangrijke trends in de recreatiesector zijn de vraag naar meer luxe en comfort, een stijgend aantal korte vakanties en de factor beleving wordt steeds belangrijker. Mede hierdoor stijgt de vraag naar vakanties in recreatiewoningen. Voor het Rutbeek is dit een positieve ontwikkeling. Ook in Overijssel en Twente stijgt de vraag naar recreatiebungalows harder dan het aanbod groeit waardoor de gemiddelde bezetting een stijging laat zien. De vraag naar recreatiewoningen ontwikkelt zich positief. Parken die zich richten op specifieke doelgroepen en hun concept op deze doelgroepen toespitsen zijn kansrijk. In Twente is een duidelijk overschot aan parken die zich richten op doelgroepen die rust en ruimte belangrijk vinden. Mensen die meer op zoek zijn naar actief bezig zijn en avontuur vinden onvoldoende aanbod in Twente. Er is ruimte in de markt voor een park dat zich richt op deze doelgroepen.
De natuurlijke omgeving van Het Rutbeek leent zich uitstekend om deze doelgroep te bedienen. Het concept van het park sluit bovendien goed aan op de eisen en wensen van deze doelgroep. De marktkansen voor de verhuurmarkt worden dan ook positief ingeschat. Om een park met recreatiewoningen te creëeren, is de verkoop van de woningen noodzakelijk. Voor de haalbaarheid van dit plan zijn ook de kopers van recreatiewoningen belangrijk. Uit de marktanalyse blijkt dat vanuit de kopers volop belangstelling is voor nieuwe recreatiewoningen. Aan de Noordzeekust is de vraag het grootst, maar is het aanbod beperkt. In Twente/Salland wordt de marktruimte neutraal ingeschat. Dat betekent dat er voldoende vraag is mits aantrekkelijke recreatiewoningen op toeristisch aantrekkelijke locaties worden gerealiseerd. Het Rutbeek voldoet aan deze voorwaarden. De marktruimte voor dit park wordt positief ingeschat. Er kan geconcludeerd worden dat er voldoende marktperspectief gezien wordt in zowel kopers als de huurdersmarkt om positief te adviseren op de ontwikkeling van het recreatiepark Het Rutbeek.
4.5
Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Hieronder volgt een verantwoording van de wijze waarop in de planontwikkeling rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Archeologisch onderzoek Er zijn diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd op Het Rutbeek in het kader van de onderhavige ontwikkeling. Op basis van conclusies uit deze rapportages is er een besluit genomen. In het kort; de 3 oranjezones in het onderstaande kaartje zijn aangeduid met een zeer hoge archeologische waarde. Na afronding van het hierboven genoemde archeologische onderzoeken is er een selectiebesluit genomen en zijn de tweede zuidelijke deelgebieden met een zeer hoge archeologische waarde vrijgegeven. Het noordelijk deel van het plangebied is echter niet geheel vrijgegeven, aantasting van het bodemprofiel dient hier vermeden te worden. Het gaat daarbij om het noordelijke deel van het noordelijke gebied. Op de onderstaande tekening is met rode stipjes het betreffende gebied aangegeven. In dit gebied is het verboden om zonder toestemming van de bevoegde instantie de grond te verstoren. Aangezien dit noordelijke deel buiten de plangrenzen van het bestemmingsplan valt, hoeven er verder geen regels aan verbonden te worden in dit bestemmingsplan.
32
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Afbeelding: Archeologische rapportage Oranjewoud
4.6
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" geldt welstandsidentiteit "Vrije landelijke bebouwing, nieuwe landschappen" en de belangrijkste uitgangspunten en sturingselementen daarvan zijn; In het gevarieerde landschap rond Enschede staan behalve boerderijen en landgoederen ook her en der vrije, landelijke woningen en gebouwen met een bijzondere functie. Ruimtelijk spelen ze een bescheiden rol: de gebouwen staan min of meer ‘toevallig’ verspreid in het landschap, in het bos, tussen de open weiden, aan een boerenerf, langs een weg of op een kruispunt, eenzaam en alleen of in een kleine buurtschap bij elkaar. De woningen zijn vrijstaand of twee-onder-een-kap, met een alzijdige oriëntatie op het landschap. In grootte variëren ze van kleine huizen tot villa’s met bijgebouwen. In architectuur lopen ze uiteen, er is geen dominante stijl of traditie. Er zijn hele oude en hele nieuwe huizen te vinden, zeer onnadrukkelijke en zeer expressieve. In sommige woningen zijn specifiek Twentse kenmerken verwerkt: blankhouten kopgevels, witte en versierde daklijsten, puntige, soms geknikte kappen.
Elk huis is anders en zeker in de buurtschapjes zorgt de afwisseling van kappen, grootte, materialen en plaatsing op de kavel voor een landelijk, informeel beeld. Door hun natuurlijke materialen en kleuren, harmoniëren ze meestal wel met elkaar en met het landschap. Elke woning heeft een forse tuin, vaak met sierbeplanting, hagen en grote bomen, die het gebouw inkadert, maar niet verstopt. Hierdoor dragen de woningen bij aan de groene ruimtelijkheid van het landschap. Recreatieterreinen met een goede architectuur en een verzorgde beplanting kunnen ook zo’n positieve rol spelen. De gebouwen met een bijzondere (aan het landelijk gebied gebonden) functie, zoals een manege, een officiersmess of een golfclub, hebben vaak een afwijkende architectuur. Daardoor en door hun grotere afmetingen spelen ze een dominantere rol in het landschapsbeeld, maar ze komen niet zoveel voor. Beeldkwaliteitplan
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
33
De welstandscriteria behorende bij de welstandsidentiteit "Vrije landelijke bebouwing, nieuwe landschappen" sluit niet aan bij de beoogde ontwikkeling van het recreatiepark en er is daarom een Beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de beoogde ontwikkeling van het recreatiepark. Dit beeldkwaliteitsplan is als bjilage van deze toelichting. Het beeldkwaliteitsplan zal de welstandsnota voor dit gebied vervangen. Daarmee zal een nieuw zelfstandig toetsingskader (het beeldkwaliteitsplan) voor de stadsbouwmeester van toepassing zijn. Twentse architectuur is in het beeldkwaliteitsplan uitgangspunt op passende wijze aangevuld met eigentijdse elementen. Op deze wijze wil het park onderscheidend zijn en een geheel eigen kwaliteit uitstralen. Alle elementen hebben een kap, met uitzondering van het restaurant. Een plat dak is niet toegestaan (behalve bij het restaurant), wel een lessenaarsdak. De kap kan uitgevoerd worden als lessenaarsdak, als zadeldak, als schildkap, als langs- of dwarskap. Centrale voorzieningen kunnen samengestelde kappen hebben. De kaprichting houdt rekening met de zon i.v.m.te plaatsen zonnepanelen. Vrijwel alle kappen hebben voldoende overstek, zowel bij de topgevels als aan de gootzijde, tenzij het ontwerp er op gericht is dak en gevel in elkaar te laten doorlopen.
Op 1 of 2 plekken wordt vanuit de centrale voorziening contact gemaakt met het water middels houten terrassen en strand. Het buitenmeubilair wordt eveneens gekozen in natuurlijke materialen. Het landelijk karakter wordt in detail versterkt door sfeervolle lantaarnpalen, eventuele lage verlichting in het groen, een aantal zitbanken en laagblijvend groen en riet bloeiend in verschillende seizoenen.
Procedure wijziging Welstandsnota Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan zal het ontwerp-beeldkwaliteitsplan met bijbehorende kaart ter besluitvorming aan het college worden voorgelegd. Vervolgens zullen beide plannen gelijktijdig ter inzage worden gelegd en ook de vaststelling zal gelijktijdig door de gemeenteraad plaatsvinden.
4.7
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Tot voor kort werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.7.1
Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid
In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:
Energie Eigen organisatie Verhogen van het op eigen grondgebied Zelf het goede voorbeeld geven. opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie.
34
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Biodiversiteit Behoud en versterken van de verscheidenheid aan dier- en plantsoorten in de leefomgeving
Groene groei Groei van de economie zonder dat dit nadelig is voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit.
Circulaire economie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door afvalpreventie en het beter scheiden van restafval.
Klimaatadaptatie Negatieve gevolgen die gepaard gaan met klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten.
Duurzame mobiliteit Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en stimuleren van het gebruik van elektrische auto's.
WEconomy Bewoners in Enschede dragen in collectief verband actief bij aan een of meer van de duurzame doelstellingen.
Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de voorgestane aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.
Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.
Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.
Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven, is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen.
Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.7.2
Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
Algemeen
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
35
Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, c.q. aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.
Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van windturbines of zonnepanelen op maaiveldniveau en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist (zie Water- en Klimaatadaptatieplan en Groenambitieplan Enschede 2050). Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden, het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en inrichtingen voor de verwerking van afval.
Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.
Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Conclusie In samenwerking met HVE (HUIS VOOR ENERGIE) wordt een totaal energieconcept ontwikkeld voor het totale park, gasloze recreatiewoningen en gebruik makend van de meest moderne technieken.
36
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
37
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
5.1
Milieu
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten m.e.r., milieuzonering, bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1
Milieueffectrapportage
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Het bestemmingsplan voorziet er in dat aan de recreatieplas het Rutbeek te Enschede een recreatiepark wordt ontwikkeld. De ontwikkeling betreft concreet een recreatiepark met in totaal 250 recreatiewoningen met bijbehorende voorzieningen, bestaande uit een kantoor/receptie, twee bedrijfswoningen, een dienstgebouw, horecavoorzieningen, sport/speelweiden en parkeervoorzieningen. Het gebied is reeds voorzien van een recreatieve bestemming, echter is het momenteel nog deels in gebruik als agrarische grond en deels als bos. De voorgenomen ontwikkeling is niet volledig in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan. Voor de herziening van dit bestemmingsplan moet een project-mer-beoordelingsbesluit worden genomen én een plan-mer-beoordeling. Dat wordt hierna kort toegelicht.
Wettelijke grondslag project- en plan-mer-beoordeling Voor dit bestemmingsplan 'Recreatiepark Rutbeek' moet allereerst een project-mer-beoordelingsbesluit worden genomen. Het bestemmingsplan is namelijk project-mer-beoordelingsplichtig, nu het bestemmingsplan bij recht voorziet in de “aanleg, wijziging of uitbreiding” van “Vakantiedorpen of hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen” als bedoeld in categorie D-10 van de bijlage bij het Besluit mer, waarbij de drempelwaarden uit kolom 2 worden onderschreden en waarbij het bestemmingsplan in kolom 4 als project-mer-beoordelingsplichtig besluit is opgenomen. Zie ook (naar nieuw recht) categorie M3 (kolom 3) als opgenomen in Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarnaast is voor het bestemmingsplan een passende beoordeling als bedoeld in artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming opgesteld. In de stikstofberekening is namelijk toepassing gegeven aan een mitigerende externe salderingsmaatregel. Rekening is gehouden met de gedeeltelijke beëindiging van het melkveebedrijf aan de Eggelmorsweg 80 in 7546 RB Enschede. Dit bedrijf wordt partieel beëindigd expliciet ten behoeve van het Recreatiepark Rutbeek. Het rekening houden met een dergelijke mitigerende maatregel kan uitsluitend in een passende beoordeling. Zie meer uitgebreid ook paragraaf 5.3 van deze plantoelichting.
Vervolgens is relevant dat als hoofdregel weliswaar geldt dat wanneer voor een plan een passende beoordeling moet worden verricht, er tevens sprake is van een plan-mer-plicht. Zie artikel 7.2a lid 1 Wet milieubeheer, maar zie ook artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet. Echter, is in dit geval een belangrijke uitzondering van toepassing. Er is namelijk sprake van een gemeentelijk bestemmingsplan “dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden” als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a Besluit mer (zie ook artikel 16.36 lid 3 en lid 5 Omgevingswet). In het geval sprake is van een dergelijk plan kan in eerste instantie dan ook worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (zie ook artikel 7.2a lid 2 Wet milieubeheer). Indien uit die plan-mer-beoordeling volgt dat geen aanzienlijke milieueffecten optreden, is er geen sprake van een verplichting om een plan-mer op te stellen.
38
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Ter nadere toelichting dat voldaan wordt aan de uitzondering voor 'kleine gebieden' wijzen wij op het volgende. Er gelden een aantal voorwaarden uit artikel 3 Besluit mer om een beroep te kunnen doen op deze uitzondering. Ten eerste moet het gaan om een plan waarvoor een bestuursorgaan van de gemeente het bevoegde gezag is (zie ook artikel 11.1 lid 3 onder a Omgevingsbesluit). Daar is in dit geval sprake van nu de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan 'Recreatiepark Rutbeek' vaststelt. Ten tweede moet het gaan om een gebied dat in verhouding tot het totale grondgebied van het bevoegd gezag (gemeentelijk grondgebied) klein is (zie ook artikel 11.1 lid 3 onder b Omgevingsbesluit). Hierover is al de nodige rechtspraak. Zo volgt uit ABRS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3910, r.o. 33.2 dat wanneer een gemeentelijk bestemmingsplan beslag legt op een relatief klein gebied op lokaal niveau van ongeveer 1% van het gemeentelijk grondgebied, in ieder geval sprake is van een 'klein gebied'. In dit geval is het plangebied nog geen 0,2% (ruim daaronder) van het gemeentelijk grondgebied. Vast staat dan ook dat sprake is van een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden. Ten derde moet uit de plan-mer-beoordeling volgen dat de vaststelling of wijziging van het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft (zie ook artikel 11.1 lid 3 onder c Omgevingsbesluit).
Inhoud plan- en project-mer-beoordeling In de plan-mer-beoordeling moet voor het oordeel of het bestemmingsplan aanzienlijke milieueffecten heeft die nopen tot het opstellen van een plan-milieueffectrapport, rekening gehouden worden met de criteria van bijlage II bij de smb-richtlijn. Dit volgt uit artikel 3 lid 3 Besluit mer en artikel 16.36 lid 5 Omgevingswet. In de project-mer-beoordeling moet getoetst worden aan de relevante criteria uit bijlage III van de mer-richtlijn (zie artikel 7.17 lid 3 Wm en 16.43 lid 3Omgevingswet) voor het oordeel of aanzienlijke milieueffecten optreden die nopen tot het opstellen van een project-milieueffectrapport. Uit vaste rechtspraak volgt echter dat de criteria uit bijlage II bij de smb-richtlijn bij een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden vergelijkbaar zijn met de criteria uit bijlage III bij de mer-richtlijn. Zie expliciet ABRS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1054 (Texel), r.o. 15.11 en ABRS 29 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO9187. Qua inhoud is een plan-mer-beoordeling dan ook niets anders dan de uit te voeren project-mer-beoordeling. Dit betekent dat wanneer uit een toetsing aan en na een integrale afweging van de criteria uit bijlage III van de mer-richtlijn volgt dat aanzienlijke milieueffecten niet optreden, er geen project-mer, maar ook geen plan-mer hoeft te worden doorlopen.
Uitgevoerd gecombineerd plan- en project-mer-beoordeling Reeds eerder bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan is expliciet een project-mer-beoordelingsbesluit door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede genomen. Dat project-mer-beoordelingsbesluit is genomen tijdens een collegevergadering van 21 mei 2019. Hoewel het plan/project niet als zodanig ingrijpend is gewijzigd, zijn wel diverse onderzoeken geactualiseerd. Bovendien is er voor het plan (in tegenstelling tot de eerdere mer-beoordeling) thans ook een passende beoordeling doorlopen en wordt er rekening gehouden met een externe salderingsmaatregel. Reden waarom het eerder genomen project-mer-beoordelingsbesluit is vervangen c.q. opgevolgd door een nieuw gecombineerd project- en plan-mer-beoordelingsbesluit. Dat gecombineerd project- en plan-mer-beoordelingsbesluit is in dit geval (zekerheidshalve) genomen door de raad van de gemeente Enschede. Onder vigeur van (artikel 7.1 lid 4 van de) Wet milieubeheer was zowel het college van burgemeester en wethouders als de raad bevoegd om een mer-beoordelingsbesluit te nemen. Onder vigeur van de Omgevingswet is dat evenwel de raad als bevoegd gezag van het vast te stellen bestemmingsplan.
De raad heeft de inhoud van de mer-beoordelingsnotitie van 11 maart 2024 betrokken, evenals de relevante onderzoeken waar in de mer-beoordelingsnotitie naar wordt verwezen. Deze mer-beoordelingsnotitie is opgenomen als bijlage bij de plantoelichting. Vervolgens heeft de raad aan de hand van een integrale beoordeling van de milieueffecten en toetsend aan de selectiecriteria uit bijlage III van mer-richtlijn beoordeelt of aanzienlijke milieueffecten optreden die nopen tot het opstellen van een (uitgebreid) milieueffectrapport.
Conclusie gecombineerd plan- en project-mer-beoordeling
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
39
Uit een integrale beoordeling van de milieueffecten gelet op het voorliggende plan en de selectiecriteria uit bijlage III m.e.r.-richtlijn (in onderlinge samenhang beschouwd) wordt geconcludeerd dat het voorgenomen Recreatiepark Rutbeek niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het opstellen van een project-milieueffectrapportage is daardoor niet noodzakelijk. Dit betekent ook dat nu sprake is van een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden, er vanwege de criteria uit bijlage II bij de smb-richtlijn er eveneens geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Ook een plan-milieueffectrapportage is niet aan de orde. Het bevoegd gezag heeft dan ook besloten dat er geen plan- of project-milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld voor het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek”, nu er geen aanzienlijke milieueffecten optreden gelet op de inhoud van de “Mer-beoordelingsnotitie Rutbeek Enschede”, die ook als bijlage bij de plantoelichting is gevoegd. Zie meer uitgebreid voor de relevante overwegingen de inhoud van deze Mer-beoordelingsnotitie.
5.1.2
Milieuhinder van bedrijven en inrichtingen
Bedrijven- en milieuinventarisatie en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande en toekomstige bedrijvigheid in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" aanwezig is, die van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze inrichtingen (bedrijven en voorzieningen). De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Met behulp van de in 2009 door de VNG uitgegeven publicatie “Bedrijven- en milieuzonering" is van de aanwezige en toekomstige bedrijven en voorzieningen in de directe omgeving van de projectlocatie de milieucategorie bepaald. Vervolgens is nagegaan of bedrijven en voorzieningen gelegen zijn binnen de op grond van de milieucategorie aan te houden indicatieve afstanden tot woningen en andere milieugevoelige functies. Van die bedrijven en voorzieningen is door middel van nader dossieronderzoek beoordeeld of de feitelijke (bedrijfs)activiteiten een knelpunt opleveren voor een goed woon- en leefklimaat en of terugschaling mogelijk is.
De resultaten van het onderzoek met de bijbehorende milieuzonering zijn weergegeven in de rapportage Bedrijven- en milieu-inventarisatie bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek”, zoals hieronder is weergegeven.
Onderzoeksresultaten
Bedrijvigheid
Bedrijvigheid Bedrijven binnen het plangebied Binnen het plangebied wordt een recreatieterrein aangelegd met daarop onder meer enkele bedrijfswoningen, meerdere recreatiewoningen (250 stuks), een winkel en een restaurant,
Recreatieterrein Het recreatieterrein heeft een milieucategorie van 3.1 (geluid 50 m, geur 30 m en gevaar 30 m). Gelet daarop en de aangehouden afstanden is de geluidsbelasting van het recreatieterrein op de omgeving onderzocht. Uit dit geluidsonderzoek blijkt dat de geluidsbelasting (inclusief de gevolgen van de verkeersbewegingen op de nabijgelegen woningen) binnen de daarvoor geldende normen valt. Er kan worden voldaan aan de geluidsvoorschriften. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Gelet op de aangehouden afstanden vormen de overige milieuaspecten eveneens geen belemmering voor de ontwikkeling. Voor wat betreft de milieuaspecten is er sprake van een goed woon- en leefklimaat (in en nabij het plangebied liggende woningen).
40
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Bedrijven direct b uiten het plangeb ied In de directe omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijven ((milieu)categorie (Cat) > 2) gelegen met een mogelijke invloed in het plangebied. Tevens is onderzocht of deze en mogelijk nog andere bedrijven in de omgeving van het plangebied door de ontwikkeling van het plangebied worden beïnvloed. Adres
Naam
Omschrijving activiteit
Jacobsrietweg 182
Regio Twente Rutbeek
Jacobsrietweg 175
Waterskicenter
Milieuaspect
Indicatieve Invloed afstand(in m 1) op plan-gebi ed
Sport, horeca en 4.2 recreatie (dansfeesten)
Geluid
300 m
Nee
Sport, horeca en recreatie (cable waterski en wakeboarden)
3.1
Gevaar
50 m
Nee
Eggelmorsweg 35 Engelbertink
Bouw- en timmerbedrijf 3.1
Geluid
50 m
Nee
Leppeweg 196-198
Boon
Agrarisch bedrijf (IPPC bedrijf) (pluimveehouderij, camping, winkel)
4.1
Geur
200 m
Nee
Leppeweg 201
Dalenoord
Agrarisch bedrijf (rundveehouderij)
3.2
Geur
100 m
Nee
Twente
Cat
Gelet op de belangrijkste milieuaspecten van de bovengenoemde bedrijven (milieubelasting) en de afstand van de bedrijven tot het plangebied zijn de bedrijven Regio Twente Rutbeek en Boon nader onderzocht.
Regio Twente Rutbeek, Jacob srietweg 182 Het bedrijf Regio Twente Rutbeek is nabij het plangebied gelegen. Dit bedrijf is onder meer betrokken bij de organisatie van evenementen en (dans)feesten op (hun) betreffende deel van het recreatiegebied (overzijde van het plangebied (andere zijde van het water)). De nabijgelegen recreatiewoningen binnen het plangebied worden niet opgevat als geluidsgevoelige bestemmingen. Er komen echter wel enkele bedrijfswoningen binnen het plangebied te liggen. Gelet daarop is een geluidsonderzoek uitgevoerd, waarbij de geluidsbelasting is onderzocht op deze bedrijfswoningen. Er kan worden voldaan aan de geluidsvoorschriften. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Gelet op de aangehouden afstanden vormen de overige milieuaspecten eveneens geen belemmering voor de ontwikkeling. Voor wat betreft de milieuaspecten is er sprake van een goed woon- en leefklimaat (in het plangebied liggende (bedrijfs)woningen).
Boon, Leppeweg 196-198 Uit het voorgaande blijkt verder dat pluimveehouderij Boon met een milieucategorie 4.1 met een indicatieve afstand van 200 meter in verband met geur nabij het plangebied is gelegen. De aangehouden afstand van de grens van de inrichting tot het plangebied is iets minder dan 200 meter. Gelet op het milieu en de ruimtelijke ordening is er een geuronderzoek uitgevoerd. Recreatiewoningen worden wel beschouwd als geurgevoelige objecten. Uit het geuronderzoek blijkt dat er wordt voldaan aan de (wettelijke) geurnormen, de milieukwaliteit is redelijk goed. Het aspect geur vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Gelet op de aangehouden afstanden vormen de overige milieuaspecten eveneens geen belemmering voor de ontwikkeling.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
41
Geurcontour pluimveehouderij Leppeweg 196-198.
Voor wat betreft de milieuaspecten is er sprake van een goed woon- en leefklimaat (in het plangebied liggende woningen).
Beïnvloeding van de b edrijven door ontwikkelingen binnen plangebied Verder is onderzocht of de in het bovenstaande overzicht genoemde bedrijven door de ontwikkeling van het plangebied niet onevenredig worden belemmerd in de bedrijfsuitvoering.
Gelet op de afstanden (bedrijven-ontwikkeling (binnen) plangebied) en de uitgevoerde werkzaamheden van de bedrijven (milieubelasting op omgeving) is dit eveneens voor de beide genoemde bedrijven Regio Twente Rutbeek en Boon onderzocht in de genoemde onderzoeken.
Uit de onderzoeken blijkt dat de genoemde bedrijven door de voorgenomen planontwikkeling niet onevenredig in zijn of haar belangen worden geschaad. Verder zijn er eveneens geen andere bedrijven nabij het plangebied gelegen welke door de ontwikkeling binnen het plangebied worden beïnvloed (gelet op de afstanden).
Conclusie De gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen binnen (van) het plangebied op de omgeving zijn uitgewerkt. De milieubelasting van de nabijgelegen bedrijven op het plangebied is eveneens uitgewerkt. Beide uitwerkingen hebben geen bijzonderheden gegeven. Er zijn geen belemmeringen voor de ontwikkeling.
5.1.3
Bodemkwaliteit
Algemeen De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: 1. Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond. 2. Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van
42
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
een functie. 3. Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan.
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem speelt een rol om vast te stellen of een wijziging van de functie van een gebied uitvoerbaar is. Bodemwetgeving kan hierop ook van toepassing zijn.
Uitgevoerde bodemonderzoeken De volgende bodemonderzoeken zijn uitgevoerd: Oranjewoud, januari 2011, verkennend bodemonderzoek, kenmerk 236183. Oranjewoud, november 2013, nader bodemonderzoek toekomstig bungalowpark 'Het Rutbeek' te Enschede, kenmerk 249990
Verder is op een deel van de locatie een beschikking ernst en spoedeisendheid (gemeente Enschede, 28 april 2015, kenmerk B-2015-0003-01 1500058168) genomen.
Op een deel van de locatie is bodemvreemd materiaal aaanwezig als puin, slakken, baksteen, dakleer, asfalt, glas, asbesthoudend plaatmateriaal. De grond is tot een diepte van 1,4 meter minus maaiveld verontreinigd met PAK en zink. Voor de functie 'natuur' zijn er geen risico's.
Conclusies Op een deel van de locatie zal een bodemsanering uitgevoerd moeten worden, voordat daar gebouwd kan worden. Dit betreft de milieubelastende activiteit 'saneren van de bodem' die via het omgevingsloket aangevraagd kan worden. Het verkennend bodemonderzoek is inmiddels meer dan 10 jaar oud, wat betekent dat actualisatie nodig is, voordat een vergunning kan worden verstrekt om te bouwen.
De verontreiniging is echter niet van dien aard dat dit een belemmering vormt voor de uitvoering van het plan.
5.1.4
Wet geluidhinder
In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen.
Wegverkeerslawaai Het bestemmingsplan Bungalowpark Rutbeek voorziet niet in de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen binnen de zones van de relevante wegen. Het wegverkeer vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het bestemmingsplan. Railverkeerslawaai Het bestemmingsplan Bungalowpark Rutbeek voorziet niet in de realisatie van geluidgevoelige bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
43
bestemmingen binnen de zone van spoorwegen. Het railverkeer vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het bestemmingsplan. Industrielawaai Het bestemmingsplan Bungalowpark Rutbeek voorziet niet in de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen binnen zones van gezoneerde industrieterreinen. Industrielawaai vormt geen belemmering voor de realisatie van het bestemmingsplan. Luchtvaartlawaai Het bestemmingsplan Bungalowpark Rutbeek voorziet niet in de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone van de Luchthaven Twente. Luchtvaartlawaai vormt geen belemmering voor de realisatie van het bestemmingsplan.
5.1.5
Geluid - RO
Om te kunnen voldoen aan het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening dient het instrument milieuzonering te worden toegepast. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende inrichtingen (bedrijven of voorzieningen) en anderzijds milieugevoelige gebieden, zoals woonwijken. Door het in acht nemen van de indicatieve afstanden, zoals vermeld in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering, tussen de inrichting en de geluidgevoelige objecten kan een goede leefkwaliteit worden gewaarborgd. De richtafstanden volgen in dit geval uit de VNG-brochure uit 2009. De afstanden zoals vermeld in de brochure zijn indicatief en hier kan gemotiveerd van worden afgeweken. Het geplande bungalowpark betreft een categorie 3.1 inrichting, waarbij tussen de inrichting en de meest nabijgelegen gevoelige bestemming in beginsel 50 meter afstand dient te worden aangehouden. Omdat de inrichting een omvangrijk gebied betreft is een akoestisch onderzoek opgesteld. Hierbij is op basis van de ontwerptekening de representatieve situatie doorgerekend. Hieruit blijkt dat de relevante bronnen zich op een afstand van meer dan 50 meter ten opzichte van de woningen bevinden en er voldaan wordt aan de richtafstanden.
De omgeving kan worden getypeerd als landelijk gebied waardoor de aan te houden afstand nog met één stap kan worden gereduceerd en zou middels het aanhouden van 10 meter afstand een voldoende woon- en leefklimaat kunnen worden gewaarborgd. In de onderhavige situatie bedraagt de afstand tussen het bungalowpark en de meest nabijgelegen woning ca. 30 meter. Gelet op de omvang van het bungalowpark en de hiermee gemoeide verkeersgeneratie is er desondanks voor gekozen de geluidsbelasting op de omgeving middels een akoestisch onderzoek inzichtelijk te maken. Hiertoe is door adviesbureau Windmill het rapport 'Akoestisch onderzoek industrielawaai Recreatiepark Rutbeek Enschede” opgesteld, dd 9 oktober 2018, 17.109.01-04. (zie bijlage van deze toelichting).
Toetsingskader Op het bungalowpark zal het Activiteitenbesluit Milieubeheer van toepassing zijn. Hierin zijn in artikel 2.17 zowel normen opgenomen voor de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten als normen voor de geluidsbelasting in in- of aanpandige woningen. Naast het Activiteitenbesluit hanteert de gemeente Enschede gebiedsgericht geluidbeleid. In dit beleid, dat is opgenomen in de Geluidnota Gemeente Enschede 2009-2012, op 3 april 2018 (gedeeltelijk) herzien vastgesteld, wordt afhankelijk van het gebiedstype een beschermingsniveau toegekend aan de geluidsgevoelige objecten in dat gebied. In het onderhavige geval vallen de maatgevende woningen in het gebiedstype 'Buitengebied'. Voor dit gebiedstype geldt een richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde, welke qua hoogte en qua tijdsindeling van de etmaalperioden afwijkt van de standaard norm uit het Activiteitenbesluit. Voor de aspecten waar de Geluidnota niet in voorziet gelden onverkort de bepalingen in het Activiteitenbesluit. Bij het beoordelen van indirecte hinder als gevolg van het wegverkeer van en naar de inrichting hebben wij gebruik gemaakt van de circulaire 'Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer' van 29 februari 1996 (hierna de Circulaire).
44
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Beoordeling rapportage Het onderzoek is beoordeeld en akkoord bevonden. Uit de resultaten blijkt dat voor wat betreft het langtijdgemiddelde geluidniveau wordt voldaan aan de richtwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid (en daarmee ook aan het Activiteitenbesluit). M.b.t. de hoogte van de piekniveau's kan worden gesteld dat deze voldoen aan het Activiteitenbesluit. De indirecte hinder voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde volgens de Circulaire.
Conclusie Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van Bungalowpark Rutbeek voldoet aan de normering uit het Activiteitenbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid. Op grond hiervan is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waardoor er vanuit akoestisch oogpunt dan ook geen belemmering is voor de ruimtelijke ontwikkeling. 5.1.6
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d. e.
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.
Luchtkwaliteit en het plangebied “Recreatiepark Rutbeek” Het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” beoogt het planologisch mogelijk te maken dat er een recreatiepark met 250 recreatiewoningen en centrale voorzieningen gerealiseerd wordt aan het water. De aangevraagde activiteiten leveren een bijdrage aan concentraties verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Om aan te tonen dat er wordt voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen, heeft de aanvrager een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit laten voeren (zie bijlage van deze toelichting)
Beschouwde stoffen en grenswaarden In de Nederlandse situatie zijn de concentraties NO2 en PM10 kritisch ten opzichte van de grenswaarden. In het kader van deze aanvraag zijn de concentraties van die stoffen in detail berekend en getoetst aan de wettelijke grenswaarden, inclusief het effect van de aangevraagde activiteiten. In onderstaande tabel zijn de grenswaarden opgenomen.
Tabel 1. Grenswaarden NO2 en PM10 Stof
Grenswaarde
Toetsingsperiode
NO2 (stikstofdioxide)
40
ìg/m³
Jaargemiddelde
200
ìg/m³
Uurgemiddelde, mag max. 18 keer per kalenderjaar overschreden worden
40
ìg/m³
Jaargemiddelde
PM10 (fijn stof)
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
45
50
ìg/m³
24 uurgemiddelde, mag maximaal 35 keer per kalenderjaar overschreden worden.
Wat betreft de stoffen zwaveldioxide, stikstofoxiden, lood, koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, arseen, cadmium, nikkel en ozon treden de laatste jaren nergens in Nederland overschrijdingen van grens- of richtwaarden op. De concentraties van deze stoffen vertonen een dalende trend en zijn dermate laag, dat overschrijding van de daarvoor geldende grens- of richtwaarden in Overijssel redelijkerwijs uitgesloten is. De voornoemde stoffen zijn daarom niet nader in detail in beeld gebracht.
Grenswaarde PM2,5 Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een grenswaarde van 25 µg/m 3 als jaargemiddelde concentratie. In het NSL zijn maatregelen opgenomen om te voldoen aan de grenswaarde voor PM10. Deze maatregelen zijn er tevens op gericht om te voldoen aan de grenswaarde voor PM2,5. Wij gaan er daarom vanuit dat wanneer aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, tevens aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan.
Luchtkwaliteitsonderzoek In het luchtkwaliteitsonderzoek dat is opgesteld in het kader van de realisering van de recreatiewoningen zijn de concentraties NO2 en PM10 berekend, inclusief de bijdrage t.g.v. de activiteiten binnen het recreatiepark. De beschouwde bronbijdragen betreffen binnen de inrichtingsgrenzen de twee dienstengebouwen en de daarbij behorende emissiebronnen van de stookinstallaties en de vervoersbewegingen van de van personenwagens en vrachtwagens. Buiten de inrichtingsgrenzen zijn de bronbijdragen t.g.v. de vervoersbewegingen van de toevoerwegen relevant. Op basis van bovenstaande bronbijdragen zijn de concentraties berekend met het verspreidingsmodel Geomilieu versie 4,41, conform de voorschriften in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.
Toetsing concentraties NO2 en PM10 Het luchtkwaliteitsonderzoek toont aan dat met de aangevraagde activiteiten in 2018 m.b.t. NO2 de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie en het aantal toegestane overschrijdingen van de uurgemiddelde grenswaarde niet overschreden worden. Ook de grenswaarde voor de jaargemiddelde PM10 grenswaarde en het aantal toegestane overschrijdingen van de etmaalgemiddelde PM10 grenswaarde worden in2018 niet overschreden. Vanwege afnemende prognoses voor de achtergrondconcentraties, is overschrijding in toekomstige jaren redelijkerwijs uitgesloten.
Conclusie luchtkwaliteit De aangevraagde activiteiten leiden niet tot overschrijding van grens- en richtwaarden uit bijlage 2 bij de Wm. Daarmee kan worden vastgesteld dat de voorgenomen realisering van de recreatiewoningen en de bijbehorende dienstgebouwen en verkeersbewegingen niet in betekende mate tot een verslechtering zullen leiden van de luchtkwaliteit in de omgeving. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
46
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
5.1.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.
Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.
Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Bovendien wordt de vestiging van risicovolle inrichtingen in het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" expliciet uitgesloten. Een nadere toetsing aan het Bevi en/of het BRZO kan daarmee achterwege blijven.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Het tracé uit de “Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035”, met een toetsingsgebied van 175 meter, is op ca. 800 meter gelegen, en vormt geen belemmering. Een nadere toetsing aan het Bevb kan daarmee achterwege blijven.
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.
Basisnet Weg Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Een nadere toetsing aan het Basisnet Weg kan daarmee achterwege blijven.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
47
Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Een nadere toetsing aan het Basisnet Water kan daarmee achterwege blijven.
Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Een nadere toetsing aan het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven.