Bijlage 4 Toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek
Status: Vastgesteld
Recreatiepark Rutbeek
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende juridische regelingen 1.4 Wettelijk kader 1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure
5 5 5 6 7 8
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk 2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel 2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
10 10 11 15
Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving 3.1 Functionele ontwikkeling en structuur 3.2 Verkeer, parkeren en bereikbaarheid 3.3 Locatie en bestaande situatie 3.4 Cultuurhistorie
19 19 19 21 22
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro) 4.2 Stedenbouwkundig plan 4.3 Economie 4.4 Behoefte 4.5 Cultuurhistorie in relatie tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen 4.6 Welstand en beeldkwaliteit 4.7 Duurzaamheid
25 25 26 31 31 32 33 34
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Water 5.3 Natuur
38 38 48 50
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Indeling planregels 6.3 Beschrijving van het plan 6.4 Handhaving
55 55 55 57 59
Hoofdstuk 7
60
Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen toelichting
61
Bijlage 1
Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten
62
Bijlage 2
Behoeftenonderzoek recreatiewoningen Recreatiepark Het Rutbeek
63
Bijlage 3
Luchtkwaliteit
100
Bijlage 4
Geluid
149
Bijlage 5
Geuronderzoek
234
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
299
Bijlage 7
Nader bodemonderzoek
498
Bijlage 8
Stikstofdepositie
638
Bijlage 9
Besluit Wet bodembescherming
672
2
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Bijlage 10
Natuurwaarden
679
Bijlage 11
Rapport passende beoordeling stikstofdepositie.pdf
722
Bijlage 12
Bijlagen rapport passende beoordeling stikstofdepositie.pdf
748
Bijlage 13
MER-beoordelingsnotitie
832
Bijlage 14
Beeldkwaliteitsplan
847
Bijlage 15
Ontsluiting recreatiepark Het Rutbeek
873
Bijlage 16
Uitgangspunten verkeers(model)studie
999
Bijlage 17
AERIUS gebruiksfase projectberekening
1008
Bijlage 18
AERIUS aanlegfase projectberekening
1015
Bijlage 19
Getekende salderingsovereenkomst
1023
Regels
1035
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
1036 1036 1041
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bos Artikel 4 Natuur Artikel 5 Recreatie - Verblijfsrecreatie Artikel 6 Verkeer
1043 1043 1045 1047 1050
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Algemene procedureregels Artikel 12 Overige regels
1051 1051 1052 1055 1056 1057 1058
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
1059 1059 1060
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen regels
1061
Bijlage 1
Vaststellingsbesluit
1062
Bijlage 2
Wegprofiel Hegebeekweg
1064
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
3
4
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding bestemmingsplan
Het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” heeft als doel de bestemming van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een recreatiepark mogelijk. In het geldende bestemmingsplan is dit ook al planologisch vastgelegd. Omdat het plan voor het recreatiepark op onderdelen is aangepast ten opzichte van eerdere plannen, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Dit plan maakt een recreatiepark met maximaal 250 recreatiewoningen met bijbehorende voorzieningen mogelijk. Het park zal vanaf de Hegebeekweg ontsloten worden. De Hegebeekweg zal daarom deels verhard worden.
Afbeelding 1: glob ale ligging plangeb ied
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied waarop het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” betrekking heeft wordt globaal begrensd door de Usselerveenweg in het noorden, de Hegebeekweg in het oosten, de Leppeweg in het zuiden en het water van het Rutbeek in het westen en ligt in het stadsdeel Zuid.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
5
Afbeeelding 2: Plangebied
1.3
Geldende juridische regelingen
In eerdere bestemmingsplannen is al de mogelijkheid van een recreatiepark opgenomen. Het bestemmingsplan 'Rutbeek'', vastgesteld door de gemeenteraad op 4 juni 1993, voorzag als eerste plan daarin. De bestemming die de bouw van recreatiewoningen mogelijk maakte, is daarna overgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuidoost - Leppeweg 196-198. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 14 februari 2011. Het Recreatiepark 'Het Rutbeek' is vervolgens opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Zuidoost”, dat op 27 mei 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Enschede en daarna in werking is getreden.
6
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Afbeelding 3.: b estemmingsplan Buitengeb ied Zuidoost In het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Zuidoost" hebben de gronden van het Recreatiepark 'Het Rutbeek' de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' (artikel 22). De gronden zijn bestemd voor 'het bedrijfsmatig gelegenheid bieden voor verblijfsrecreatie in een complex van recreatiebungalows, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals een restaurant, een kinderdagverblijf, een receptie'. Daarnaast zijn er twee bedrijfswoningen mogelijk en verder, mantelzorg, ondergrondse infrastructurele voorzieningen en evenementen. De bouwregels maken binnen het bouwvlak maximaal 290 recreatiewoningen mogelijk met een oppervlakte van maximaal 75 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter. Van 6 procent van het aantal gebouwde recreatiewoningen mag, de maximale oppervlakte 85 m², de bouwhoogte maximaal 7 meter en de goothoogte 3,5 meter bedragen. De bouwhoogte van de centrale voorzieningen mogen een bouwhoogte hebben van maximaal 10 meter. Als specifieke gebruiksregel is een verbod tot het permanent bewonen van een opstal met de functie-aanduiding 'recreatiewoning' of 'verblijfsrecreatie' opgenomen. De Hegebeekweg heeft de bestemming 'Verkeer - Zandweg'. Deze gronden mogen niet worden verhard. Het water van het Rutbeek heeft de bestemming 'Water' met de functieaanduiding 'recreatie'.
Dat wil zeggen dat de gronden tevens bedoeld zijn voor dagrecreatie. In het midden van het water is er een functieaanduiding 'brug' en noordelijk daarvan ligt een functieaanduiding 'specifieke vorm van water - waterskibaan'. Er mogen in het water aanlegsteigers gebouwd worden. Deze mogen gerekend vanaf de wal een maximale lengte hebben van 5 meter.
1.4
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro). Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
7
bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven". Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.
Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).
1.5
Adviezen, vooroverleg en procedure
Adviezen Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken. Rondom het plangebied van het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” zijn de (erkende) wijkorganen Dorpsraad Boekelo, Buurtkring Usselo en Buurtkring Broekheurne actief. De wijkorganen zijn gevraagd schriftelijk advies uit te brengen na toezending van de analoge en digitale versie van het concept-ontwerpbestemmingsplan.
Vooroverleg In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk. In het voortraject van de bestemmingsplanprocedure heeft overleg plaatsgevonden met de provincie
8
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Overijssel. Hieruit is naar voren gekomen dat zij akkoord gaan met de beoogde ontwikkeling en dat nader vooroverleg niet nodig is. Dit mede omdat het vigerende bestemmingsplan de ontwikkeling van een recreatiepark ook al mogelijk maakt. Specifiek vooroverleg met het Waterschap heeft plaatsgevonden. De beoogde ontwikkeling past binnen het beleid van het Waterschap en er kan derhalve gebruik gemaakt worden van de standaard waterparagraaf. Wel dient er een waterhuishoudingsplan opgesteld te worden voor bij de vergunningsaanvraag Verder kan aangegeven worden dat er bij de totstandkoming van de beoogde ontwikkeling een klankbordgroep is opgericht waar de wijkorganen (wijkraad Boekelo, buurtkring Usselo en buurtkring Broekheurne) ook in vertegenwoordigd zijn. Het gehele proces is regelmatig met de klankbordgroep besproken. Verder hebben de drie erkende wijkorganen het concept-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd gekregen en hebben ze een mondelinge toelichting gekregen op het plan. Afgesproken is dat de klankbordgroep verder betrokken blijft bij de verdere uitwerking van de inrichting van het park en de inrichting van de Hegebeekweg.
Verder hebben de Stichting Dorpsraad Boekelo, de Buurtkring Usselo en de Buurtkring Broekheurne in het kader van de erkende wijkraden (notitie ”Wijkraden en adviesafspraken”) het concept-ontwerpbestemmingsplan toegezonden gekregen en heeft er een mondelinge toelichting plaatsgevonden. Zij hebben een gezamenlijk advies ingebracht waarin aangegeven wordt dat zij, na bestudering van het plan, op dit moment slechts één opmerking hebben. Deze heeft betrekking op de ontsluiting van het park. Dat het recreatiepark aan de noordzijde via de Hegebeekweg ontsloten zal worden heeft niet hun voorkeur. Mogelijk kan er door middel van het nemen van verkeersmaatregelen tegemoet gekomen worden aan de punten van de omliggende dorpsraden. Hier zal verder naar gekeken worden en indien wenselijk zal hier een apart traject voor worden opgestart.
Procedure Vooraankondiging Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro). In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd: “Recreatiepark Rutbeek” in voorbereiding te nemen op 20 juni 2018 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.
Terinzagelegging vastgesteld b estemmingsplan In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage is gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging is gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet. De aankondiging van de terinzagelegging van dit vastgestelde bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is gepubliceerd in het blad "Huis aan Huis", op de website van de gemeente Enschede en in het gemeenteblad.
Rechtsb escherming Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
9
Hoofdstuk 2
Planologisch beleidskader
2.1
Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde stedenen regio's; 4.
Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
10
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening
De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro. Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 2.1.3
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk
Met het voorliggende bestemmingsplan worden geen rijksbelangen geraakt.
2.2
Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Op 15 december 2021 hebben Provinciale Staten van Overijssel een herziening van de visie en verordening vastgesteld en op 1 februari 2022 zijn deze in werking getreden. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken) In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
11
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen voor grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Voor het gebied waar het 'Recreatiepark Rutbeek' is gelegen, geldt het ontwikkelingsperspectief 'het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Dit perspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.
12
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis.
De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het ‘belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe ‘erfgoed’ van de provincie. Het plangebied ligt in kleinschalig mixlandschap waar het uitgangspunt is het behouden en versterken van de leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied.
Afbeelding: wonen en werken in kleinschalig mixlandschap Het plangebied ligt buiten het gebied dat van belang is voor het agrarisch natuurbeheer en buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
13
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. In het plangebied is verblijfsrecreatie onder voorwaarden toegestaan. In en rondom het plangebied liggen wandel- en fietsroutes die toegang geven tot het gebied en de mogelijkheid geven tot recreëren en het beleven van de landschappelijke waarden van het gebied.
Fietsroutenetwerk Overijssel
2.2.3
Wandelroutenetwerk Overijssel
Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel
Conclusie: Het bestemmingsplan 'Recreatiepark Rutbeeek' kan in termen van het provinciale beleid en regelgeving niet
14
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
aangemerkt worden als nieuwe ontwikkeling. Een nieuwe ontwikkeling is volgens artikel 1.1.1 een ruimtelijke ontwikkeling waarvoor het geldende bestemmingsplan moet worden aangepast, uitgewerkt of gewijzigd voordat daaraan medewerking kan worden verleend. Het bestemmingsplan 'Recreatiepark Rutbeek' is weliswaar een nieuw bestemmingsplan, maar de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan zijn beperkt. In hoofdstuk 4 Planbeschrijving zijn de wijzigingen benoemd. Afgezien dat het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt, past de ontwikkeling van het recreatiepark in het provinciale beleid en regelgeving. Het gebied ligt in het kleinschalig mixlandschap. Hier wordt de verblijfsrecreatie op zorgvuldige wijze gemixed met de andere functies in het gebied, zoals dagrecreatie, agrarische bedrijvigheid en wonen. Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
2.3
Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld. 2.3.1
Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies
De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken. De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie is ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt. 2.3.2
Stedelijke Koers
Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012. In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
15
2.3.3
Richting aan Ruimte
Op 5 april 2016 hebben burgemeester en wethouders van Enschede 'Richting aan Ruimte' (RAR) vastgesteld. Dit is een richtinggevend ontwikkelingskader waarin wordt verduidelijkt hoe Enschede omgaat met de programmering. Niet langer de kwantitatieve aspecten staan centraal maar er wordt gestuurd op kwaliteit. Daarbij wordt gekeken naar de totale stedelijke programmering maar ook naar de behoefte van het gebied. Een integrale afweging van alle relevante belangen (o.a. ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, economie, welzijn) op basis van het 'RAR-kompas' leidt uiteindelijk tot een besluit over de (on)wenselijkheid van een nieuw ruimtelijk initiatief. Ongewijzigd onderdeel van het integrale afwegingskader is het 'versterken vanuit het hart'.
afbeelding: het 'RAR kompas'
2.3.4
Structuurvisies
De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk. In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.
Structuurvisie Enschede De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Deze wordt vervangen door de nieuwe Omgevingsvisie. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht. Energievisie 2021. Deze bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren. In het kader van beleid kleine windturbines zijn hierin mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen. Inzake mobiliteit bevat het de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen. Visie Landelijk Gebied Enschede 2021. In de visie staat: hoe de gemeente de komende jaren met inwoners, bedrijven en eigenaren aan de slag wil. Natuur- en landschapsplan 2023. In het Natuur- en landschapsplan staat uit welke landschapsonderdelen het landelijk gebied is opgebouwd, uitleg over verschillende landschapstypen,
16
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
welke waardering die krijgen en hoe de gemeente de komende tijd natuur en landschap in het landelijk gebied gaat versterken en wat er gedaan kan worden om de natuur in de omgeving te versterken. Natuurkansenkaart 2022. Van dassen, ijsvogels en kleine ijsvogelvlinders tot hagedissen, wilde bijen en boomkikkers. Deze dieren leven allemaal in en om het plangebied. Op de natuurkansenkaart ziet men welke bijzondere soorten er in het plangebied leven. Dat kan door verschillende plantensoorten in de eigen tuin planten. Gebruik daarbij vooral bomen en struiken die van nature al in Nederland zijn. Welke taken er de komende tijd zijn. In de visie noemen we er 20. Zoals het duurzaam beheer van bermen slootkanten en de aanplant van bomen. Nieuwe Energie voor Enschede bevat de gemeentelijke overheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied. Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving dat opgenomen wordt in de nieuwe Omgevingsvisie, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente.
Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 dat opgenomen wordt in de nieuwe Omgevingsvisie, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad. Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 dat opgenomen wordt in de nieuwe Omgevingsvisie zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling.
Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.
Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook diverse sectorale structuurvisies en een gebiedsgerichte structuurvisie vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld. Woonvisie De Woonvisie Enschede is in december 2019 vernieuwd. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen. Met de Woonvisie wordt invulling gegeven aan het woonbeleid, dat gebaseerd wordt op de strategische opgaven van de stad. Beleidskader Retail Enschede Op 9 december 2019 is het Beleidskader Retail Enschede door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende jaren. Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De Watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: Overbelasting van het rioolstelsel.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
17
Grondwateroverlast. Problemen met waterkwaliteit.
De Enschedese waterambities zijn: Daar waar het kan is het regenwater afgekoppeld van het gemengde riool. De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken. Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen. De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar. Enschedeërs gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad. De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.
Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de protectie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.
Structuurvisie Geb iedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. Specifiek voor de gebiedsontwikkeling van de voormalige militaire vliegbasis Twenthe heeft de raad op 14 december 2009 de Structuurvisie Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. vastgesteld. Deze visie wordt opgenomen in de nieuwe Omgevingsvisie. Op verzoek van Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen. Deze commissie onderzoekt de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en welke rol de voormalige luchthaven Twente daarbij kan spelen.
Visie landelijk geb ied, Gids Buitenkans 2022 De gemeente geeft met de Visie landelijk gebied Enschede (juli 2021) richting aan de toekomstige ontwikkeling van het landelijk gebied. De gemeente wil met de Visie landelijk gebied richting geven aan verandering, houvast bieden bij keuzes en actief bijdragen aan de toekomst van het landelijk gebied. Daarvoor zijn er in deze visie ontwikkelingsprincipes bepaald die houvast geven bij het ontwerpen van beleid, het ontwikkelen van plannen en het beoordelen van initiatieven. In grote lijn geldt dat deze ontwikkeling in beginsel toegestaan is, omdat er voldaan wordt aan deze ontwikkelingsprincipes. 2.3.5
Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid
In de strategische beleidsdocumenten Toekomstvisie, Stedelijke Koers en de diverse structuurvisies zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" geen specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd.
18
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Daarbij zal voornamelijk worden ingegaan op de huidige ruimtelijke structuur met een beschrijving van de ruimtelijke kenmerken en buurtkarakteristieken. Doel is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen in het gebied kunnen worden getoetst.
3.1
Functionele ontwikkeling en structuur
Voor 1850 was landbouw de enige aanwezige functie in het overgrote deel van Nederland. Met de opkomst van de industrie, mobiliteit en mede door de landbouwcrisis aan het eind van de 19e eeuw kwam er een grote trek van het platteland naar de stad op gang. De stad breidde zich daartoe uit, waardoor het areaal landbouwgrond sterk werd teruggedrongen. Om diverse redenen werden op de ontgonnen heidegronden bossen aangelegd: houtproduktie, werkverschaffing, welstand van grootgrondbezitters. De naoorlogse verstedelijking heeft de gebruiksfunctie en -vormen van het landschap in belangrijke mate beïnvloed. Naast de agrariër en landgoedeigenaar ging ook de stedeling het buitengebied bevolken. Door verdergaande verstedelijking, woningnood en suburbanisatie nam de trek naar buiten sterker toe. Was het niet mogelijk buiten de stad te wonen, dan zocht menigeen toch een tijdelijk verblijf in de vorm van zomerhuisjes, welke zowel in de vorm van complexen als losstaande huisjes in het buitengebied terecht kwamen. Naast zomerhuisjescomplexen zijn er andere grootschalige recreatieve voorzieningen in het buitengebied gekomen, waardoor de agrarische functie is teruggedrongen. Veel bezochte plekken zijn het Rutbeek als watersport- en recreatiegebied, de volkstuincomplexen en de toegankelijke landgoederen.
Andere nieuwe elementen die aan het landschap zijn toegevoegd betreffen infrastructurele werken, zoals snelwegen, spoorlijnen en hoogspanningslijnen. De autoweg N18 loopt van Varsseveld naar Enschede. De weg loopt om de kernen van Eibergen, Haaksbergen en Usselo heen en wordt ook wel de Nieuwe Twenteroute genoemd. Een groot deel van de spoorlijnen is buiten gebruik of opgeheven. Overblijfselen daarvan zijn nog zichtbaar. Grote gebieden zijn uit cultuur genomen vanwege stedelijke uitbreidingen, de situering van respectievelijk het vliegveld met bijbehorende functies, de Boeldershoek, recreatiegebied Rutbeek en de Universiteit Twente.
3.2
Verkeer, parkeren en bereikbaarheid
De huidige ontsluitingsweg en parkeerplaatsen van het recreatiepark zijn hierna weergegeven.De groene weg betreft ontsluitingsweg van het park, de paarse zijn de hoofdwegen voor de verbinding van de regio. Momenteel wordt het park via twee wegen ontsloten op de oude N18 voor de toestroom vanuit de westelijke richting, namelijk de Zonnebeekweg en de Usselerveenweg. Verkeer vanuit Enschede-Zuid het park bezoekt maakt gebruik van twee wegen namelijk de Geesinkweg en de Groot Bruninkstraat. Voor de bereikbaarheid van het toekomstige recreatiepark Het Rutbeek is in dit plan gekeken naar de mogelijkheden om te ontsluiten op oude N18.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
19
afbeelding: hoofdwegen en toegangswegen gebied
afbeelding: centrale parkeervoorzieningen rondom het recreatieterrein
Naast het gemotoriseerd vervoer vinden er rondom het Rutbeek ook veel verkeersbewegingen plaats van langzaam verkeer. Hierna is de fietsroute (Rukbeekroute) ronde het Rukbeek weergegeven. Deze fietsroute is gebaseerd op het fietsknopen netwerk. Deze route gaat over het fietspad dat gelegen is op het toekomstige terrein van het Resort.
20
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
afbeelding: langzaam verkeersroutes (groen) en aanrijroutes recreatiepark (rood) Bij de realisatie van het recreatiepark Het Rutbeek zal het fietsrondje rondom Het Rutbeek gehandhaafd blijven.
3.3
Locatie en bestaande situatie
Het Rutbeek is één van de drie recreatieparken van Regio Twente en is aangewezen als openluchtzwemwater door de Provincie Overijssel. Het totale oppervlak van het recreatiepark bedraagt 120 ha. Circa 35 ha. hiervan bestaat uit water. Het Rutbeek ligt ten zuidwesten van Enschede. De voormalige zandwinplas heeft een grillige vorm en rondom de plas is een afwisselend gebied met bossen, stranden, vijf ligweiden, weilanden en recreatieve voorzieningen.
Activiteiten Rondom en in de plas zijn veel activiteiten te ondernemen: zwemmen, wandelen, fietsen, mountainbiken, paardrijden, vissen, kanoën, surfen, waterskiën (kabelwaterskibaan), outdooractiviteiten, duiken, klimbos, escaperoom paintball en skiën (borstelbaan).
Routes Rondom de plas loopt een fiets-/wandelpad. Dit pad is tevens aangesloten op een aantal fiets- en wandelroutes die via Het Rutbeek lopen. Ook een mountainbikeroute ontbreekt niet. Het Rutbeek ligt midden in het Paardrijnetwerk Twente. Dit is een knooppuntsusteem dat meer dan 500 km paardrijroutes aan elkaar koppelt.
Evenementen en overige activiteiten Op het terrein zijn twee horecagelegenheden gevestigd. Eén bij de waterskibaan en één in het paviljoen aan de andere kant van de plas. Op drukke dagen is er een kiosk geopend. Het terrein leent zich uitstekend voor de organisatie van evenementen. Naast muziek en dansfestivals worden ook culturele- en sportieve activiteiten zoals triatlons, survivalruns en sport- en speldagen georganiseerd. In de omgeving zijn vele activiteiten te ondernemen. Enschede met vele uitgaansmogelijkheden ligt dichtbij. bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
21
Boekelo is met de Stichting Museum Buurt Spoorweg, de Grolschbrouwerij en de Zoutboortoren een toerischtische attractie. In de buurt ligt het familiepretpark De Waarbeek (Hengelo). Het toerisch aanbod in de regio is vrijwel volledig gericht op dagrecreatie. Verblijfsrecreatie is er nauwelijks. Een bungalowpark zal de bestaande voorzieningen versterken en omgekeerd kunnen ook de bestaande voorzieningen het bungalowpark versterken.
Functies/activiteiten in het gebied
3.4
Cultuurhistorie
Historie en ontstaansgeschiedenis plangebied Het Rutbeek is een recreatiegebied en het bevindt zich zuidwestelijk van Enschede, in de richting van het naburige Buurserzand en de gemeente Haaksbergen. Het Rutbeek is ontstaan door zandafgraving. Al in de jaren zestig van de vorige eeuw waren er plannen voor de aanleg van een recreatiegebied. In 1977 werd gestart met de aanleg, in 1978 werd het eerste gedeelte voor het publiek opengesteld, en in 1982 werd het gebied voltooid. Het Rutbeek is in beheer bij Regio Twente, een intergemeentelijk samenwerkingsverband. Rond een grote plas met grillige vorm en een oppervlakte van 35 hectare ligt een recreatiegebied met een oppervlakte van 120 ha. De waterdiepte van de plas is gemiddeld drie, en maximaal acht meter. De afstand van een wandeling om het water bedraagt vier tot vijf kilometer. Het Rutbeek bestaat uit vijf stranden met bijbehorende zonneweiden, evenemententerreinen, circa 36 ha bos, 10 ha weilanden, 4 ha moeraszone en 2 ha heideterreintjes..
Archeologisch erfgoed in het plangebied Op de Archeologische Verwachtingskaart van Enschede heeft het buitengebied zowel hoge, als middelhoge en lage archeologische verwachtingswaarden. Een deel van het gebied is enigszins verstoord. In het gebied bevinden zich een aantal landweren, (verdwenen) watermolens en meerdere (verdwenen) oude erven. De 22
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
gebieden met middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarden hebben een archeologische onderzoeksplicht. In het buitengebied gebied liggen drie archeologische monumenten die planologisch worden beschermd. De twee bij het Rutbeek zijn Wettelijk beschermde Rijksmonumenten. In gebieden die zijn vrijgesteld van verplicht archeologisch onderzoek kunnen toch toevalsvondsten worden aangetroffen. In die gevallen geldt op grond van de wet de meldingsplicht. In dat geval zijn de kosten voor archeologisch onderzoek voor de Gemeente Enschede. Aangrenzend (noordoostelijke zijde) aan het plangebied zijn de overblijfselen van bewoning aan de Usselerveenweg (archeologische rijksmonument) gelegen.
Beschermwaardige bomen in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" zijn geen monumentale en daarmee beschermwaardige bomen aanwezig. De bescherming van bomen is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op het bij de APV behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV is vereist. Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven zijn beschermd op grond van de APV. Het bij de APV behorende bomenoverzicht is een interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
23
afbeelding: fragment interactieve bomenkaart
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet bevat bepalingen over de bescherming van natuur en dier- en plantensoorten, maar ook over de bescherming van houtopstanden buiten de bebouwde kom Boswet. Alle provincies hebben verordeningen vastgesteld waarin is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend.
24
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
Aanleiding Recreatiepark Het Rutbeek heeft een uitgebreid aanbod aan outdoor activiteiten. Daarnaast worden er door het jaar heen diverse concerten en evenementen georganiseerd. Echter, de bezoekersaantallen en inkomsten lopen terug. Dit is het gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen en verbreding van het aanbod op het gebied van recreatie en toerisme. De gemeente Enschede en Regio Twente (verder: de Regio) zijn van mening dat de laagdrempelige dagrecreatieve functie van Het Rutbeek van groot belang is. De Regio heeft daarom in januari 2010 een visie vastgesteld met als doel het genereren van een grotere bijdrage van de parken, die in eigendom zijn van de Regio, aan de toeristische en economische ontwikkeling ('Fase 1, hoofdkoers, de visie op hoofdlijnen algemeen per park' en 'Fase 2, Ontwikkelstrategie per park, uitwerking per park'). Daarnaast zijn er in de visie mogelijkheden verkend om het rendement op de exploitatie van de parken te verbeteren. De daling van het bezoekersaantal is één van de aanleidingen om projecten te ontwikkelen die leiden tot verbreding van het gebruik van de parken en het aantrekken van nieuwe doelgroepen. De Regio Twente heeft 3 recreatieparken in beheer met een totale omvang van 390 ha. Het zijn parken in Wierden (Het Lageveld), Oldenzaal (Het Hulsbeek) en Enschede (Het Rutbeek).
Het Hulsbeek en Het Rutbeek staan in de top 4 van toeristische attracties in Overijssel en worden bezocht door mensen uit de hele regio en uit alle lagen van de bevolking. Een van de projecten uit de visie is de realisatie van een bungalowpark van hoge kwaliteit en een aantrekkelijk jaarrond geopende horecavoorziening, die tevens kan voorzien in de wensen van dagrecreanten op Het Rutbeek. De randvoorwaarden van Regio Twente zijn met een ontwikkelende partij vertaald naar een ontwerp dat als basis heeft gediend voor een bestemmingsplan. In 2013 is het plan voor de realisatie van een recreatiepark aan het Rutbeek aan de gemeenteraad voorgelegd. Naar aanleiding daarvan zijn er een aantal aandachtspunten naar voren gekomen en deze zijn meegenomen bij het verdere proces. Het recreatiepark voor 290 recreatiewoningen is vervolgens planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan “Buitengebied Zuidoost” welke in 2013 is vastgesteld.
Het plan Naar aanleiding van het behoefte-onderzoek is naar voren gekomen dat er tegenwoordig veel meer vraag is naar 6-persoons recreatiewoningen. Het vigerende bestemmingsplan maakt deze maatvoering niet mogelijk. Vandaar een nieuw bestemmingsplan waarbij het aantal recreatiewoningen zal afnemen van 290 naar 250, maar waarbij een iets grotere oppervlakte en hogere bouwhoogte wordt toegestaan. Het plan omvat 250 bungalows met een gevarieerd ontwerp en gevarieerde grootte. Het oppervlaktewater wordt geïntegreerd in het bungalowpark. Daarnaast wordt aangesloten op het bestaande landschap. Het noordelijk deel van het plangebied grenst aan het bosgebied waar het monument van de 'Laag van Usselo' is gesitueerd. Vanwege de archeologische waarde in het gebied, zijn in dit deel van het plangebied geen woningen gepland. De hindercirkel van een aangrenzend agrarisch bedrijf aan de zuidzijde van het plangebied is van invloed geweest op het ontwerp. In het zuidelijk deel is daarom het parkeerterrein gesitueerd.
4.1
Ladder Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6, 2e lid Bro)
Artikel 3.1.6, 2e tot en met 4e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een stedelijke ontwikkeling die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt in de toelichting moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. Bij iedere 'stedelijke ontwikkeling', waaronder iedere ontwikkeling van detailhandelsvloeroppervlak, moet inzichtelijk worden gemaakt of er, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd.
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
25
Wanneer de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Indien het bestemmingsplan de betreffende stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting bij het bestemmingsplan ook een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bijvoorbeeld onvoldoende mogelijkheden voor benutting van (geschikte) beschikbare gronden of voor herstructurering of transformatie.
'stedelijke ontwikkeling' Onder 'stedelijke ontwikkeling' wordt in het Bro (art. 1.1.1, 1e lid onder i) verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een b edrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of in een bestemmingsplan sprake is van een of meer stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Bro is niet altijd even duidelijk. Dit dient per plan te worden getoetst en gemotiveerd. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook een op grond van het voorgaande plan reeds mogelijke maar nog niet gerealiseerde ontwikkeling hoeft niet altijd een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro te zijn.
Dit is onder meer het geval wanneer er geen sprake is van toename maar wel van concentratie van de bebouwingsmogelijkheden. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waar aan moet worden getoetst om te bepalen of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
'Stedelijke ontwikkeling' en het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" In het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" worden diverse ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Aangegeven kan worden dat er bij de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dat komt omdat het vigerende bestemmingsplan reeds een recreatiepark voor 290 rcreatiewoningen mogelijk maakt. Hier is zelfs al een vergunning voor verleend. Het onderhavige plan beoogd een afname van het aantal recreatiewoningen.
4.2
Stedenbouwkundig plan
In deze paragraaf wordt ingegaan op de toekomstige ruimtelijk-stedenbouwkundige hoofdopzet en invulling van de nieuwe ontwikkeling: a. b. c.
ruimtelijk-stedenbouwkundige aspecten; verkeer, bereikbaarheid en parkeren; groen, oppervlaktewater en ecologie.
26
bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek (vastgesteld)
4.2.1
Ruimtelijk-stedenbouwkundige aspecten
Het park wordt gerealiseerd aan de zuidoostkant van Het Rutbeek. Het gebied wordt deels uitgegraven zodat er een soort eiland ontstaat waarop een groot deel van de woningen wordt gerealiseerd. Door deze opzet worden veel woningen gesitueerd aan het water. Water bij de recreatiewoning wordt positief beoordeeld door toeristen.
De basis voor de lay-out van het park is in een eerdere ontwikkelingsfase vastgelegd. Het belangrijkste element daarin is vergroting van wateroppervlak en oeverlengte. In de uitwerking wordt deze lay-out als uitgangspunt genomen waarbij belangrijke aandachtspunten zullen zijn: - Heldere routing autoverkeer - Kwalitatief goede langzaamverkeersroute los van autoverkeer - Recreatie woningen in 3 hoofdtypes: oeverwoningen, boswoningen en Twents –erf-woningen. - Diversiteit en vermijding repetitie - Ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing met behoud van de gebieden met hoge archeologische waarde. - Zorgvuldige parkeeroplossingen. - Duurzaamheid, energie 0 woningen.
Gebieden met archeologische waarde, oa heidevelden.
In overleg met diverse instanties worden de 2 aangewezen gebieden volledig in de lay-out van het park opgenomen. Zie voor meer informatie paragrafen 3.4 en 4.5 van deze toelichting. Deze genoemde percelen worden tevens iets uitgebreid en aan elkaar verbonden.
Het park bevat kleinschalige elementen in de vorm van vrijstaande recreatiewoningen met afmetingen van ongeveer van 7m x 9 a 10 m. Op een beperkt aantal plekken worden de woningen geclusterd in de vorm van tweekappers. De grotere elementen zijn onder andere het receptiegebouw, het restaurant, een winkel, kantoor en eventueel een zwembad, alsmede de groepsaccommodaties. Deze zullen afmetingen hebben vergelijkbaar met een oude hoeve, of een kleine hofboerderij.