Bijlage 4 Omgevingseffectrapport inclusief aanvulling
Tekst van het document
sociale veiligheid
het bevorderen van een (eigen) veilige sociale leefomgeving in Enschede
Enschede heeft een groot aantal knelpunten ten aanzien van sociale veiligheid. Ten opzichte van het Nederlands gemiddelde heerst een hogere onveiligheidsbeleving
4.4
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Cluster 4: vitale economische omgeving
Het cluster ‘vitale economische omgeving’ bestaat uit drie thema’s: 1 natuurlijke hulpbronnen; 2 economische vitaliteit; 3 ruimtelijke economische structuur.
4.4.1
Natuurlijke hulpbronnen
Het thema ‘natuurlijke hulpbronnen’ bestaat uit twee aspecten. In tabel 4.9 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
Tabel 4.9 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema natuurlijke hulpbronnen Aspect
Doel
drinkwater
kwaliteit en kwantiteit van drinkwater borgen nu en in de toekomst
drinkwater kwaliteit en kwantiteit in Enschede staan onder druk. In Enschede en breder in de Provincie is vastgesteld via metingen dat er sprake is van achteruitgang van de grondwaterkwaliteit bij drinkwatervoorzieningen. Daarnaast zorgen droogte en de woningbouwopgave dat drinkwater de komende jaren schaarser wordt
circulariteit (grondstoffengebruik)
een volledig circulaire economie in 2050
de transitie naar een circulaire economie staat nog in de kinderschoenen en er is weinig concreet beleid dat tot significante verbeteringen gaat leiden. Aan de afvalkant (einde levenscyclus) wordt het nodige gedaan maar op het gebied van productie en grondstoffen wordt er nog traditioneel gewerkt
4.4.2
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Economische vitaliteit
Het thema ‘economische vitaliteit’ bestaat uit twee aspecten. In tabel 4.10 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
38 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Tabel 4.10 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema economische vitaliteit Aspect
Doel
werkgelegenheid
Enschede heeft veel baankansen. Talent wordt aangetrokken, vastgehouden en ontwikkeld. Enschede is meer verbonden met aanliggende economische centra
Enschede is geen sterke werkgemeente en er zijn in verhouding tot de beroepsbevolking weinig banen. De arbeidsparticipatie is relatief laag (er is een groot onbenut arbeidspotentieel). Het opleidingsniveau is meer dan gemiddeld in Nederland toegenomen in de afgelopen jaren. Sectoraal gezien is de quartiare sector (overheid, onderwijs en gezondheid) de grootste werkgever. Met de grootste groei in de overige zakelijke dienstverlening zoals schoonmaak en grafisch ontwerp. Ook de sectoren onroerend goed, ICT en media zijn aanjagers van banen in Enschede. De kledingindustrie (historisch gezien een grote werkgever) is ten opzichte van het Nederlands gemiddelde flink gekrompen. De woonwerkbalans verbetert wel in Enschede
aantrekkelijk vestigingsklimaat
bestaande en nieuwe bedrijven kunnen verantwoord groeien en innoveren. Talent weet waarom Enschede aantrekkelijk is om te wonen, leven en te werken. De stedelijke voorzieningen zijn divers en attractief voor inwoners en bezoekers (nationaal en internationaal)
er is een tekort aan kwalitatief goede kavels voor bedrijfsvestiging. Met het ondernemerschap in Enschede staat het bovengemiddeld goed en Enschede heeft een continue stroom van hoogopgeleiden door de Universiteit. Echter blijft dit talent relatief gezien weinig in de omgeving werken. Een deel van de economische clusters in Enschede is goed bereikbaar met de auto, maar over het algemeen slecht bereikbaar met OV. De bereikbaarheid van de economische clusters ten opzichte van de rest van Nederland is echter slecht. De bereikbaarheid van banen is relatief gezien laag ten opzichte van de regio
4.4.3
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Ruimtelijke economische structuur
Het thema ‘ruimtelijke economische structuur’ bestaat uit drie aspecten. In tabel 4.11 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
39 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Tabel 4.11 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema ruimtelijke economische structuur Aspect
Doel
vestigingslocaties
in Enschede groeien de banen op toplocaties en kunnen bestaande en nieuwe bedrijven verantwoord groeien en innoveren
Enschede kent verschillende (top)werklocaties met elk een eigen uniek karakter wat de locaties aantrekkelijk maakt. Naast de startup en scale-up locaties zijn er ook een aantal startuppanden zoals de Spinnerij, Incubase en The Gallery. De meeste startup locaties zijn vol wat zorgt voor druk op de markt. De kantorenmarkt in Enschede is op sommige plekken verouderd en enkele grote panden staan leeg. Bedrijventerreinen functioneren goed, wel is er (te) weinig leegstand waardoor doorloop en ontwikkeling laag is. Dit vormt een knelpunt voor toekomstige ontwikkelingen van bedrijventerreinen die met name de midden- en kleinbedrijf huisvesten en een belangrijke rol spelen in de circulaire transitie zoals maakbedrijven, grondstoffenhubs en logistieke dienstverlening
mobiliteit en bereikbaarheid
leefbare, aantrekkelijke en bereikbare stad die in transitie is naar emissie loos vervoer met STOMP als leidende principe
voor voetgangers is Enschede redelijk maar de voetgang krijgt beleidsmatig weinig aandacht. Voor fietsers en openbaar vervoer is Enschede overwegend goed. In totaal is 50 % tot 60 % van het verkeer in de stad autoverkeer waarbij op bepaalde momenten knelpunten ontstaan, vooral op de singel en uitvalswegen. Daarnaast is er veel intern autoverkeer binnen Enschede waarin vooral in Glanerbrug en het zuiden van Enschede weinig mensen de fiets pakken. De verdeling over de vervoersmiddelen is wel vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde
energienetwerk
een robuust energienetwerk in Enschede dat de energietransitie faciliteert
staat van het elektriciteitsnetwerk en warmtenet is op dit moment overwegend goed. De energietranstitie brengt wel een grote opgave met zich mee voor de robuustheid en toekomstbestendigheid van het energienetwerk van Enschede in de (nabije) toekomst
40 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
5 VERKENNINGEN Dit hoofdstuk beschrijft de verkenningen die in het OER Enschede zijn onderzocht. Allereerst wordt in paragraaf 5.1 uitgelegd hoe de verkenningen zijn geformuleerd. De beschrijving van de vier verschillende verkenningen volgt daarna in paragraaf 5.2.
5.1
Hoe zijn de verkenningen geformuleerd?
Om een optimale invulling van de leefomgeving in Enschede te realiseren, wil de gemeente nadrukkelijk integraal naar de toekomst kijken. Integraal kijken betekent niet alleen het samenbrengen van de sectorale opgaven, het betekent ook het ontwerpen van ruimtelijke stadsbeelden als vorm van onderzoek. Het ontwerp van toekomstige stadsbeelden gaat in op de vraag waar een ontwikkeling plaats kan vinden en in welke context. Plek en context maken dat het ontwerp er steeds verschillend uit kan zien. Ontwerpend onderzoek is daarom als middel gebruikt om nieuwe oplossingen te vinden. Om tot een integrale blik te komen, is geschetst hoe Enschede er uit kan zien als bepaalde elementen op verschillende plekken (waar) en op een verschillende manier (hoe) ontwikkeld worden. Deze schetsen zijn opgebouwd aan de hand van stedelijke patronen die in Enschede aanwezig zijn. Door deze patronen extreem aan te zetten en daarop voort te bouwen zijn vier sterk van elkaar verschillende verkenningen ontstaan, die men kan zien als vier ‘brillen’ die je kunt opzetten om richting te bepalen. Ze maken inzichtelijk wat de effecten zijn van specifieke ruimtelijke keuzes, maar zijn nadrukkelijk niet bedoeld als keuzemodel.
5.2
Vier verkenningen van Enschede
Voor de omgevingsvisie zijn vier verkenningen geformuleerd: Radialenstad, Uitbreidende Stad, Bronpuntenstad en Internationale Corridorstad. De verkenningen zijn als het ware vier alternatieven van een toekomstbeeld voor Enschede. In de vier alternatieven is aan verschillende knoppen gedraaid om een alternatief op het toekomstbeeld van Enschede te tonen. De Radialenstad is de verkenning die als ruimtelijke groeimodel het meest representatief is voor de doorontwikkeling van de gemeente. De vier verkenningen zijn verschillend, maar hebben drie gezamenlijke uitgangspunten: 4 het ruimtelijke verhaal van de stad en de structuur die daardoor is ontstaan; 5 de groei van Enschede naar 170.000 inwoners en de daar bijbehorende ruimtevraag; 6 de ruimtelijke ambities die de gemeente gesteld heeft. In onderstaande paragrafen wordt de kern van elke verkenning kort toegelicht. Voor een meer uitgebreide beschrijving van de verkenningen en de gehanteerde uitgangspunten is in bijlage II de ruimtelijke toekomstverkenningen opgenomen (Gemeente Enschede, 2022).
41 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
5.2.1
Radialenstad
De huidige manier van ontwikkelen van de stad is grotendeels gebaseerd op groei vanuit het hart van Enschede. De groei wordt voornamelijk geconcentreerd in en rond de historische binnenstad, en op een aantal andere plekken in het binnen-singelgebied. Verder spelen de radialen een belangrijke rol. Langs de uitvalswegen vindt verstedelijking plaats. Denk hierbij aan de ontwikkelingen langs de Zuiderval of de nieuwe appartementen en kennisbedrijven die de afgelopen jaren langs de Hengelose straat zijn gebouwd. Deze verkenning kijkt hoe de stad eruit ziet als deze ruimtelijke ontwikkeling aanhoudt. Waar kan de groei naar 170.000 inwoners worden opgevangen, en wat betekent dit bijvoorbeeld voor mobiliteit en het landelijk gebied?
Afbeelding 5.1 Concept-schets verkenning Radialenstad
42 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 5.2 Ruimtelijke-schets verkenningen Radialenstad
43 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
5.2.2
Uitbreidende stad
Stadsuitbreidingen zijn van alle tijden. In het verleden is Enschede planmatig uitgebreid, maar de afgelopen 25 jaar is terughoudender met uitbreidingen omgegaan. Alleen als er geen ruimte in de stad was, is gebouwd in landelijk gebied. De roep om uitbreiding wordt echter steeds groter. Hier worden ook vaak concrete locaties aan gekoppeld. Niet alleen voor wonen en werken wordt buiten de stad gekeken, maar ook ten aanzien van infrastructuur, met als doel de bestaande wegen te ontlasten. Wat gebeurt er als alle ruimte voor de groei buiten de stad gezocht wordt? Deze verkenning laat zien hoe dit eruit ziet.
Afbeelding 5.3 Concept-schets verkenning Uitbreidende stad
44 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 5.4 Ruimtelijke-schets verkenningen Uitbreidende stad
45 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
5.2.3
Bronpuntenstad
Bestaande wijken in Enschede worden opnieuw ontdekt en gewaardeerd. Zo ontstaan nieuwe, decentrale centrumgebieden, naast het bestaande hart van de stad. Hierdoor neemt de druk op de binnenstad af en ontstaat tegelijkertijd een nieuwe stedelijke laag. Op deze nieuwe bronpunten kan een mix toegevoegd worden van extra wonen, werken, voorzieningen en groen. Deze ontwikkeling zorgt voor goede bereikbaarheid van werk en voorzieningen voor iedereen. Het spreiden van stedelijke druk via meerdere stedelijke knooppunten wordt ook wel ‘de tien-minutenstad’ genoemd. Voorzieningen en werk zijn voor iedereen binnen tien minuten fietsen te bereiken. Naast de voordelen hiervan is er ook een noodzaak, want niet alle wijken ontwikkelen zich positief. Enschede onderzoekt de problemen en kansen via de Stedelijke Investeringsagenda (SIA). Deze verkenning kijkt wat er gebeurt als alle groei in de bestaande wijken en dorpen wordt gerealiseerd. Waar ontstaan dan nieuwe centrumgebieden?
Afbeelding 5.5 Concept-schets verkenning Bronpuntenstad
46 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 5.6 Ruimtelijke-schets verkenningen Bronpuntenstad
47 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
5.2.4
Internationale Corridorstad
Landelijk is er veel aandacht voor stationsomgevingen. Het Rijk investeert veel geld in deze gebieden, waar wonen en werken vaak wordt gecombineerd. In Enschede wordt de potentie van de bestaande stationsomgevingen nog niet ten volle benut. In het project Spoorzone Hengelo Enschede (SHE) wordt nu de mogelijkheid verkend om te verdichten langs het spoor. In dit project werkt de gemeente samen met de provincie, het Rijk en Gemeente Hengelo. In deze toekomstverkenning wordt SHE als uitgangspunt genomen en wordt bekeken hoe de toekomst van Enschede eruit ziet als alle groei wordt gebundeld langs het spoor. Deze verkenning bekijkt de kansen die een dergelijke concentratie biedt, maar ook wat de focus op deze oost-west verbinding zou betekenen voor de rest van de stad.
Afbeelding 5.7 Concept-schets verkenning Internationale Corridorstad
48 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 5.8 Ruimtelijke-schets verkenningen Internationale corridorstad
49 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
6 BEOORDELING REFERENTIESITUATIE Dit hoofdstuk beschrijft de referentiesituatie die tot en met 2040 zou ontstaan als gevolg van autonome ontwikkelingen in Enschede. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie, inclusief de autonome ontwikkelingen. De referentiesituatie wordt hieronder toegelicht aan de hand van de vier gehanteerde clusters binnen de NOVI systematiek met daarbij behorende aspecten: 1 goede omgevingskwaliteit; 2 veilige en gezonde fysieke leefomgeving; 3 aantrekkelijke woonomgeving; 4 economische omgeving.
6.1
Cluster 1: goede omgevingskwaliteit
6.1.1
Thema bodem en water
Aspect bodemkwaliteit Exogene autonome ontwikkelingen In Enschede bevinden zich in de huidige situatie locaties waar (potentieel) sprake is van (ernstige) bodemverontreiniging. Om de locatie, ernst en omvang van deze verontreinigingen aan te tonen, is aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van beoogde ontwikkelingen noodzakelijk. Door regelgeving worden nieuwe verontreinigingen voorkomen en worden bestaande verontreinigingen deels gesaneerd als daar ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Daarnaast zijn de langzaam afbreekbare stoffen, PFAS, een zorg voor de bodem. In de gemeente is vastgesteld dat er PFAS in verschillende (woon)gebieden aanwezig is en dat dit de bodemkwaliteit verslechtert. De komende jaren zal dit effect aanwezig blijven voordat er een oplossing of verbod ontwikkeld wordt om het risico van PFAS daadwerkelijk te kunnen verminderen. Autonoom omgevingsbeleid In de Visie Landelijk Gebied (Gemeente Enschede, 2021) zijn ambities gesteld om bodem te behouden, versterken en vernieuwen. Ook wordt het belang van het herstel van de bodemkwaliteit genoemd. Op die manier wordt richting gegeven aan het beleid van de gemeente Enschede. Samenvattend Bestaande verontreinigingen en aandacht locaties blijven grotendeels bestaan. Nieuwe verontreinigingen zijn door regelgeving uitgesloten. PFAS blijft wel een aandachtspunt.
Daarom wordt het aspect ‘bodemkwaliteit’ in de referentiesituatie, net als in de huidige situatie, beoordeeld als ‘redelijk’. Aspect ondergrond Exogene autonome ontwikkelingen Veel ontwikkelingen hebben effect op de bodem en ondergrond en leiden mogelijk tot degradatie van de bodem en ondergrond. Daarnaast zorgt een toename van (bodem)energie en energie-infrastructuur dat de drukte in de ondergrond toeneemt.
50 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Samenvattend Door de groeiende drukte in de ondergrond is het aspect ‘ondergrond’ in de referentiesituatie beoordeeld als ‘matig’. Aspect waterkwantiteit Exogene autonome ontwikkelingen Er is sprake van grondwateroverlast op sommige locaties in Enschede, mede doordat Enschede op een stuwwal ligt en daardoor hoogteverschillen ontstaan. Te hoge of te lage grondwaterstanden kunnen leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur. Daarnaast kan regenwater door een hoge grondwaterstand moeilijker de bodem in. Door klimaatverandering zal deze trend doorzetten. De intensiteit van de neerslag neemt toe, en tegelijkertijd zullen er langere perioden van droogte zijn. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld het stedelijk groen en landbouw en natuur buiten de stad. Daarnaast heeft dit gevolgen voor de drinkwatervoorziening, waar nu al sprake van is. Autonoom omgevingsbeleid Het aantal plekken waar sprake is van of risico op norm overschrijdende regenwater- of grondwateroverlast is in beeld gebracht door het Water- en Klimaatadaptatieplan (HaskoningDHV, 2023). In dat plan staan maatregelen om de overlast terug te brengen, zowel boven als onder de grond. Deze maatregelen moeten echter nog naar de praktijk vertaald worden. Samenvattend Door een toename van extreme neerslag en droogte neemt het risico op droogteschade en (grond)wateroverlast verder toe.
Het Water- en Klimaatadaptatieplan bevat maatregelen om deze risico’s tegen te gaan, maar omdat de uitwerking en impact van deze maatregelen onbekend is, is het aspect ‘waterkwantiteit’ in de referentiesituatie beoordeeld als ‘matig’. Aspect waterkwaliteit Exogene autonome ontwikkelingen Rondom het centrum en aan de westzijde van de stad bevinden zich knelpunten voor de waterkwaliteit. De grondwaterkwaliteit gaat achteruit bij grondwaterwinningen. Daarnaast worden hier onder andere bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Verder zijn de ontwikkelingen omtrent de KRW-doelstellingen relevant ondanks dat in Enschede geen KRW-lichamen zijn. De stedelijke- en landelijke wateren in de stad monden namelijk wel in de KRW-wateren uit. Aan de hand van een rapport van de provincie Overijssel (Witteveen+Bos, 2022) is gebleken dat het nog onzeker is of de doelstellingen behaald worden. Ook is zichtbaar dat op veel plekken in Enschede niet wordt voldaan aan de KRW-normen, mochten deze gelden. Daarnaast verslechtert de waterkwaliteit door vergrijzing van het grondwater en de verandering van het volume van oppervlaktewater door klimaatverandering. De KRW-maatregelen kunnen een positief effect hebben op de waterkwaliteit. Deze kans blijft echter beperkt vanwege het abstractieniveau van de uitwerking van de maatregelen uit de provinciale Omgevingsvisie én de slechte uitgangssituatie.
Bovendien is de oppervlaktewaterkwaliteit in Enschede een punt van zorg. Het gemengde afvalwater met hemelwater komt in de waterzuivering terecht en word op het oppervlaktewater geloosd bij hevige regen. Dit leidt tot vervuiling van de wateren en verlaagt de waterkwaliteit. Ook worden de wateren vervuild door bestrijdingsmiddelen en meststoffen die daarin terechtkomen. Autonoom omgevingsbeleid Het doel om de riolering en waterzuivering zo goed mogelijk te beheren wordt in het Water- en Klimaatadaptatieplan (HaskoningDHV, 2023) genoemd. In het WeK staan plannen om de waterkwaliteit te beschermen. Dit moet echter nog naar de praktijk vertaald worden.
51 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Samenvattend Verslechtering van de waterkwaliteit zal daarom zichtbaar zijn, met name veroorzaakt door de inbreidingslocaties, mits geen of onvoldoende maatregelen getroffen worden. Het aspect ‘waterkwaliteit’ in de referentiesituatie is daarom beoordeeld als ‘matig’.
6.1.2
Thema natuur
Aspect biodiversiteit Exogene autonome ontwikkelingen De biodiversiteit verslechtert en neemt af in Enschede. In geheel Overijssel is volgens de Living Planet Index (LPI) een afname zichtbaar. Door de afname hebben bijzondere soorten het moeilijk zoals rode lijst soorten. De afname in biodiversiteit wordt mede veroorzaakt door versnippering en stikstofbelasting. Daarnaast spelen de gevolgen van klimaatverandering een grote rol en wordt grote ruimtelijke en negatieve impact verwacht van energietransitie-(infrastructuur)projecten in de nabijheid van beschermde natuurgebieden. Autonoom omgevingsbeleid De gemeente Enschede werkt samen met (natuur)organisaties aan de versterking van de biodiversiteit. Ook worden groene initiatieven ondersteunt. Recent heeft de gemeente het Natuur-en Landschapsplan (Enschede, Natuur- en Landschapsplan , 2023) (Enschede, Natuur- en Landschapsplan , 2023) opgesteld. Het plan bevat verschillende overzichten van landschappen en de relatie met dieren en planten. Op die manier is het inzichtelijk hoe uiteindelijk passende maatregelen getroffen kunnen worden om onder andere de biodiversiteit te versterken rekening houdende met de problematiek zoals stikstofbelasting en verdroging. Daarnaast heeft de gemeente Enschede ook het Groene Ambitieplan opgesteld (Enschede, Groenambitieplan, 2021), waarin doelen staan om de biodiversiteit te bevorderen.
Echter, dit zijn slechts algemene doelen zonder een duidelijke indicatie hoe deze precies in de praktijk zullen worden uitgevoerd. Samenvattend Door de goede maatregelen is de trend overwegend positief. Maar de grootte van de negatieve impact en het gebrek aan investeringen om het beleid toe te passen weegt zwaarder mee. Daarom is het aspect ‘biodiversiteit’ in de referentiesituatie beoordeeld als ‘slecht’. Aspect beschermde natuurgebieden en ecologische hotspots Exogene autonome ontwikkelingen De huidige staat van instandhouding in de Natura 2000-gebieden in de omgeving van Enschede is slecht. De stikstofbelasting is hoog, de kritische depositiewaarde wordt in de gebieden namelijk met 50 % of meer overschreden. Daarbij zorgen de gevolgen van droogte (zie thema klimaat en bodem) en slechte waterkwaliteit (zie thema ‘Bodem en water’ onder aspect ‘waterkwantiteit’ en ‘waterkwaliteit’ voor een verdere toelichting over dit aspect) voor een negatieve impact. De stikstofbelasting, droogte en slechte waterkwaliteit zijn ook belastend voor andere natuurgebieden, waaronder NNN-gebieden, in en rondom Enschede. Daarnaast heeft klimaatverandering impact op alle natuurgebieden. Een ecologisch netwerk is daarom van belang omdat het ervoor zorgt dat natuur behouden blijft en weerstand kan bieden tegen ontwikkelingen binnen een stad.
De trend van verdwijnende landschapselementen maakt dat ook de verbondenheid van natuurgebieden verder onder druk komt te staan. Autonoom omgevingsbeleid Ook hier zijn het Groenambitieplan (Enschede, Groenambitieplan, 2021) en het Natuur- en Landschapsplan (Enschede, Natuur- en Landschapsplan , 2023) van belang.
52 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Samenvattend In de gemeente Enschede is een trend zichtbaar van een verdere achteruitgang van de natuurkwaliteit. Daarbij geldt ook voor dit aspect de uitdaging met de gevolgen van stikstofdepositie, droogte en slechte waterkwaliteit. Het Groenambitieplan en het Natuur- en Landschapsplan streven naar het treffen van maatregelen, maar het is onduidelijk of deze voldoende effectief zullen zijn ten opzichte van de hoge belasting. Het aspect ‘beschermde natuurgebieden en ecologische hotspots’ in de referentiesituatie is daarom beoordeeld als ‘slecht’. In het OER zijn recente beleidsontwikkelingen als de Europese Natuurherstelwet en het Soorten Management Plan (SMP) niet meegenomen in de effectbeoordeling. Deze kunnen een positief effect hebben op de aspecten van het thema natuur.
6.1.3
Thema landschap en cultureel erfgoed
Aspect waardevolle landschappen Exogene autonome ontwikkelingen Als gevolg van klimaatverandering en -adaptatie komen diverse landschappen onder druk te staan. In het kader van klimaatadaptatie worden waterbergingen aangelegd, waarvoor het landschap wordt aangepast. Daarnaast heeft de aanleg van zonneparken en windturbines invloed op de beleving van het landschap. De intensivering van de landbouw en daarmee gepaard gaande stikstofuitstoot kan ook schadelijk zijn voor de biodiversiteit, en daarmee ook de landschappen in Overijssel (Deelrapport Landschap en Openbare ruimte OER OOH Overijssel). Verder zorgt de woningdichtheid ook voor druk op het landelijk gebied. Stedelijke voorzieningen leggen druk op het landelijk gebied, zoals verharde wegen, leidingen, zonnepanelen, recreatievoorzieningen en zandwinning (zie staat van de leefomgeving). De bebouwde gebieden zullen blijven uitbreiden door de toenemende krapte op de woningmarkt en de ambitie voor een betere economische vitaliteit. Door alle aspecten die zorgen voor druk op het landschap kan dit voor problemen zorgen bij de instandhouding van landelijk gebied. Autonoom omgevingsbeleid In de visie voor het Landelijk Gebied van de gemeente Enschede is geconstateerd dat veel druk op het landelijk gebied staat, doordat de waterhuishouding uit balans is en landbouw en natuur veel last hebben van droge perioden.
Door het landgebruik, de versnippering, de stikstofbelasting en de verdroging worden de natuurlijke variatie en het aantal bijzondere soorten in het landelijk gebied schraler. De visie stelt echter vast dat de verduurzaming van de landbouw en de verbreding en verkorting van de ketens tussen productie en consumptie langzaam op gang komen. Samenvattend Door klimaatverandering, klimaat adaptieve maatregelen, en een intensivering van de landbouw is het landelijk gebied sterk onderhevig aan veranderingen. De waterhuishouding in het landelijk gebied is niet meer in balans waardoor kwantiteit en kwaliteit van de landbouw en natuur achteruitgaan. De belangrijke dragers van het landelijk gebied, de landbouw en landgoederen, ervaren een gigantische opgave om de kwaliteit van het landelijk gebied in stand te houden. De gemeente Enschede erkent dit en heeft in haar visie (landelijk gebied 2030) naar het Wilink/Finkers nationaal park in 2040 concrete opgaven en doelstellingen geformuleerd. Het aspect ‘waardevolle landschappen’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’.
53 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Aspect cultureel erfgoed Exogene autonome ontwikkelingen Cultureel erfgoed staat om verschillende redenen onder druk. De hoofdoorzaak is dat de cultuurhistorische waarden onvoldoende vastgelegd zijn binnen de gemeente. Enschede is een snel transformerende stad en daardoor gaat ongemerkt veel erfgoed verloren. Autonoom omgevingsbeleid Anderen redenen voor de druk op behouden en benutten en meer beleefbaar maken van cultureel erfgoed zijn de huidige transformatieopgaven. Er komen veel kerken leeg te staan en daar kan geen nieuwe functie voor gevonden worden. Boerderijen verliezen agrarische functies en het nog onbeschermde industriële erfgoed is niet altijd her-bestemd. Samenvattend Doordat het totaal aan cultureel erfgoed binnen de gemeente niet goed in beeld is, kan dit niet goed beheerd, beschermd en/of ontwikkeld worden. Het aspect ‘cultureel erfgoed’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’.
6.1.4
Samenvatting referentiesituatie cluster goede omgevingskwaliteit
Onderstaande tabel toont de samenvatting van de huidige staat en de referentiesituatie van het cluster ‘goede omgevingskwaliteit’ in Enschede.
Tabel 6.1 samenvatting effectbeoordeling huidige situatie en referentiesituatie cluster ‘goede omgevingskwaliteit’ Thema
Aspect
bodem en water
bodemkwaliteit
Beoordeling huidige situatie
ondergrond waterkwantiteit waterkwaliteit
natuur
biodiversiteit beschermde natuurgebieden
landschap en cultureel erfgoed
waardevolle landschappen cultureel erfgoed
6.2
Cluster 2: veilig en gezonde fysieke leefomgeving
54 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Beoordeling referentiesituatie
6.2.1
Thema milieukwaliteit en gezondheid
Aspect gezondheidsbescherming Exogene autonome ontwikkelingen Milieugezondheidsrisico’s voor lucht en geluid kennen tegengestelde trends. De verbetering van luchtkwaliteit leidt naar verwachting tot grotere gezondheidswinst dan de toename van gezondheidsrisico’s door geluid. De luchtkwaliteit verbetert naar verwachting als gevolg van hogere landelijke en internationale eisen die gesteld worden aan de uitstoot aan emissies van luchtverontreiniging en klimaateisen. De kans is daarmee groot dat de WHO-advieswaarden voor lucht in 2030 vrijwel overal in Enschede behaald worden. Mogelijke uitzonderingen hierop vormen het havengebied en drukke verkeeraders in de stad, zoals bijvoorbeeld de gebieden langs de singel, de Westerval en de A35. Geluidbelasting neemt daarentegen naar verwachting verder toe door verstedelijking, toenemende bevolkingsdichtheid en de toename van het verkeer. Daarnaast zullen bijvoorbeeld de energietransitie en het klimaatbeleid lokaal leiden tot een toename van geluid door windturbines, warmtepompen en mechanische ventilatiesystemen (RIVM, 2022). Hinder door geur en licht neemt naar verwachting af door verbetering van technieken en strengere eisen. Geur- en gezondheidshinder door hout-stook is daarbij een aandachtspunt. Hinder door trillingen neemt mogelijk toe door groei van (zwaar) verkeer.
Ook hier vormen woningen langs de singel en radialen een aandachtspunt/risico. Autonoom omgevingsbeleid De geluidnota en het actieplan Omgevingslawaai 2018-2023 (Gemeente Enschede, 2018) dragen bij aan reductie van geluidbelasting op woningen met te hoge geluidbelasting door wegverkeer, bijvoorbeeld door geluidsisolatie, met name op invalswegen en de singel. Samenvattend Hoewel milieugezondheidsrisico’s afnemen door met name de betere luchtkwaliteit, zorgt de toename van geluidbelasting nog steeds voor diverse aandachtspunten. Het aspect ‘gezondheidsbescherming’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘goed’.
6.2.2
Thema veiligheidsrisico’s
Aspect waterveiligheid Enschede ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied en heeft geen kwetsbare objecten die binnen overstromingsgebieden liggen. In de referentiesituatie is het aspect ‘waterveiligheid’ dan ook gelijk beoordeeld als in de huidige situatie: ‘goed’. Aspect externe veiligheid Exogene autonome ontwikkelingen Door economische ontwikkeling en de groei van de bevolking wordt een toename verwacht van de externe veiligheidsrisico’s. In het Klimaatakkoord zijn bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de industrie. In 2050 is de industrie circulair en stoot deze vrijwel geen broeikasgassen meer uit. Fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. Verschillende van deze ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de aanwezigheid van inrichtingen en bijbehorende risicocontouren en buisleidingen. Zo hebben windturbines een risicocontour, er is namelijk een kans dat een (stuk van een) blad van een windturbine of de mast zelf breekt. Ook de transitie van gas naar waterstof kan invloed hebben op de risicocontouren. Bij de aanleg hiervan moeten deze risico’s meegenomen worden (Deelrapport Veiligheidsrisico’s OER OOH Overijssel). Gelet hierop is de kans groot dat druk ontstaat op de openbare ruimte en wordt het risico op milieurampen hoger.
Het aantal potentiële slachtoffers en de kans op ongevallen neemt mogelijk toe door een groeiende 55 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
bevolking en stijgende bevolkingsdichtheid. De ontwikkelingen duiden op hogere externe veiligheidsrisico’s in de toekomst. Autonoom omgevingsbeleid In het beleid van gemeente Enschede is vastgelegd dat geen overschrijding van de grenswaarde omtrent plaatsgebonden risico’s mag plaatsvinden. Een overschrijding van de richtwaarde, onder voorwaarden en gemotiveerd, is wel toegestaan. Alle externe veiligheidsrisico’s in Enschede voldoen aan dit beleid: - de kans in de omgeving op overlijden door een ongeval met risicobron; - extra aandacht voor gebouwen met kwetsbare objecten of publieke gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden of gebouwen waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn; - extra bescherming voor inrichtingen en transport met gevaarlijke stoffen (zie Staat van de Leefomgeving). Samenvattend Het aantal kwetsbare objecten neemt mogelijk toe, maar Enschede heeft duidelijke regelgeving hoe hiermee om te gaan. Het aspect ‘externe veiligheid’ in de referentiesituatie is daarom beoordeeld als ‘overwegend goed’.
Aspect verkeersveiligheid Exogene autonome ontwikkelingen Naar verwachting zal zowel het personen- als het goederenvervoer op de lange termijn groeien. Dit geldt zowel in het scenario WLO-Laag als in het scenario WLO-Hoog. In het scenario WLO-Hoog neemt het totaal aantal verplaatsingen als gevolg van de toename van bevolking en toename in het aantal banen met circa 15 % toe in 2040 (ten opzichte van 2018) en het totaal aantal afgelegde kilometers met ruim 30 %. Het aantal verplaatsingskilometers met de trein (+32 %) en de auto (+34 %) neemt ook toe in het scenario WLO- Hoog in 2040. Het aantal afgelegde kilometers te voet (+4 %) en per fiets (+4 %) groeit eveneens. Door toename van het aantal verplaatsingen in absolute zin neemt daarnaast de kans op een ongeval toe. Autonoom omgevingsbeleid Het aantal verkeersongevallen in Enschede is ten opzichte van Nederland hoog. Met name de cijfers van het aantal gewonden onder fietsers is opvallend. In 2021 is als doel opgesteld om het aantal verkeerslachtoffers met 33 % te verminderen ten opzichte van 2019. Echter is het aantal verkeersslachtoffers tussen 2012 en 2019 gestegen in plaats van gedaald. Het totaal aantal verkeersongevallen is ten opzichte van 2019 wel gedaald. Het aantal verkeersongevallen was echter nog steeds hoger dan het Nederlandse gemiddelde (Zie Staat van de Leefomgeving).
Dit betekent dat Enschede nog ver van de landelijke ambitie is om in 2050 geen verkeersdoden meer te hebben (Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030).
56 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 6.1 Aantal verkeersongevallen per 100.000 inwoners in Enschede en Nederland
In 2020 nam het aantal ritten af door Corona waardoor een daling van de verkeersslachtoffers ten grote delen verklaard kan worden in dat jaar.
Samenvattend In Enschede ligt het aantal verkeersongevallen in de huidige situatie ten opzichte van de rest van Nederland hoog. Er is geen duidelijk signaal dat dit verandert in de referentiesituatie. Het aspect ‘verkeersveiligheid’ in de referentiesituatie is daarom beoordeeld als ‘matig’.
6.2.3
Thema klimaat
Aspect emissie en vastlegging CO2 Exogene autonome ontwikkelingen Het overgrote deel van de CO2-uitstoot in Enschede komt uit de gebouwde omgeving, voornamelijk veroorzaakt door ‘woningen’. Deze trend volgt de rest van Nederland. Echter stoot Enschede op het gebied van industrie, energie, afval, water en land en bosbouw relatief gezien een stuk minder uit. Wel leveren CO2 - emissies van personen en goederenvervoer ook een grote bijdrage aan de totale uitstoot. De CO 2emissies van personen en goederenvervoer dalen in 2040 ten opzichte van 2018 door minder gebruik van fossiele brandstoffen. De emissies van stikstofoxiden door wegverkeer dalen in 2040 met 60 % ten opzichte van 2018 naar ongeveer 30 kton in zowel scenario WLO-Hoog als scenario WLO-Laag. Dit komt door de uitstroom van vervuilende benzine- en dieselauto’s en de elektrificatie van het wagenpark. Autonoom omgevingsbeleid In de Energievisie van de gemeente Enschede zijn maatregelen vastgelegd voor energiebesparing, de overschakeling naar duurzame bronnen van energie en de opslag en vastlegging van koolstofdioxide (CO2) in de bodem en gewassen over de periode 2021-2030. Het doel van deze maatregelen is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Deze doelstelling is conform het landelijk ‘Klimaatakkoord’ opgesteld.
Als tussenstap is de doelstelling geformuleerd die stelt dat het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik in de periode 2022-2030 met minimaal 8 % moet toenemen. In de raadsinformatiebrief van 23 november 2023 wordt genoemd dat deze doelstelling naar alle waarschijnlijkheid niet behaald gaat worden. Dit vanwege netcongestie en het beleid van Provincie Overijssel om nieuwe zonnevelden op landbouwgrond tegen te gaan (zie deze link).
57 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Het percentage bekende hernieuwbare energie was in 2019 3,4 % (gebaseerd op Waarstaatjegemeente). Daarmee heeft Enschede het laagste percentage in vergelijking met andere Twentse gemeenten. Het lage percentage betekent dat een toename moet plaatsvinden van 4,6% in het aandeel van hernieuwbare energie. Dit toont een trend aan waarin de klimaatdoelstellingen niet behaald zullen worden. Daarnaast maakt Enschede ook deel uit van de RES Twente met het doel om op regionaal niveau wijken op betaalbare wijze te kunnen verduurzamen en aardgas vrij te maken. Dit beleid ondersteunt daarmee de bovengenoemde doelstellingen. Op dit moment is echter nog veel onzekerheid over de uitvoer van het RES, waardoor het risico op niet bereiken van de doelstelling blijft bestaan. Samenvattend Een positief effect dat wordt verwacht, is dat de klimaatdoelstellingen verder zullen worden uitgewerkt, ook op nationaal niveau, wat vervolgens invloed zal hebben op Enschede. Dit zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot strengere CO2-normen voor auto's en hogere eisen aan nieuwe woningen. Echter, de verwachting dat emissies substantieel zullen afnemen ten opzichte van de huidige situatie, blijft gering vanwege de decentrale uitvoering van het huidige beleid en de onzekerheden rondom de RES Twente. Het aspect ‘emissie en vastlegging CO2’ in de referentiesituatie is daarom beoordeeld al ‘slecht’.
Aspect hitte en droogte Exogene autonome ontwikkelingen In de huidige situatie is een hoge mate van verharding in Enschede, zoals in de binnenstad. Door de verharding is de gevoelstemperatuur in een stad hoger, het zogeheten stedelijk hitte-eiland effect, dan in het buitengebied met meer groenblauwe structuren. Door klimaatverandering stijgt de temperatuur wat effect heeft op de gevoelstemperatuur. Daardoor ervaren en hebben mensen meer last van hittestress. Ook is droogte een gevolg van klimaatverandering. De steeds verdere toename van perioden van droogte zorgen voor watertekorten en hebben invloed op de veehouderij, natuur, stedelijk groen, drinkwatervoorziening en de leefomstandigheden van mensen. Autonoom omgevingsbeleid Het Water- en Klimaatadaptatieplan (HaskoningDHV, 2023) bevat enkel doelen en geen praktijkgerichte vertaling. De mitigerende effecten van voorgestelde beleidsintenties zijn zonder uitvoeringsagenda moeilijk te voorspellen. Samenvattend Door de onzekerheid in hoeverre de beleidsdoelen en ambities uit het Water-en Klimaatadapatieplan van de gemeente Enschede gehaald kunnen worden, in combinatie met de onzekere klimaatverandering, wordt verwacht dat deze trend wordt doorgezet. Het aspect ‘hitte en droogte’ in de referentiesituatie is daarom beoordeeld als ‘matig’.
Aspect wateroverlast door hemelwater Exogene autonome ontwikkelingen Enschede ligt op een stuwwal. Daarnaast maakt de aanwezigheid van slechts twee overstort-mogelijkheden Enschede kwetsbaar voor wateroverlast door hemelwater. Door klimaatverandering neemt de hoeveelheid neerslag en de extreme neerslag toe. Autonoom omgevingsbeleid Ook hier geldt dat het Water- en Klimaatadaptatieplan (HaskoningDHV, 2023) doelen en een plan heeft opgesteld om zo veel mogelijk de risico’s van wateroverlast te beperken. Samenvattend Het aantal plekken waar sprake is van risico op norm overschrijdende regenwater- of grondwateroverlast neemt toe. Op moment is onvoldoende zekerheid over het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van de maatregelen. Daarom wordt nu uitgegaan van een worstcasescenario. Het aspect ‘wateroverlast door hemelwater’ in de referentiesituatie is daarom beoordeeld als ‘slecht’.
58 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
6.2.4
Samenvatting referentiesituatie cluster veilige en gezonde fysiek leefomgeving
Onderstaande tabel toont de samenvatting van huidige staat en de referentiesituatie voor het cluster ‘veilige en gezonde fysieke leefomgeving’.
Tabel 6.2 Samenvatting effectbeoordeling huidige situatie en referentiesituatie cluster veilige en gezonde fysieke leefomgeving Thema
Aspect
milieukwaliteit en gezondheid
gezondheidsbescherming
veiligheidsrisico’s
externe veiligheid
Beoordeling huidige situatie
Beoordeling referentiesituatie
waterveiligheid verkeersveiligheid klimaat
emissie en vastlegging CO2 hitte en droogte wateroverlast door hemelwater
6.3
Cluster 3: aantrekkelijke woonomgeving
6.3.1
Thema wonen en woonomgeving
Aspect wonen Exogene autonome ontwikkelingen Enschede heeft in de huidig situatie een inwoner aantal van circa 160.000 inwoners. De verwachting bij diverse Twentse gemeenten is dat het inwoner aantal verder afneemt en dat de bevolking vergrijst (PBL/CBS 2022). In Enschede is dit echter net wat anders. Door immigratie en instroom van studenten groeit het inwoneraantal in Enschede tot 2035 met ruim 6 %. De verwachting is dat Enschede in 2035 ruim 170.000 inwoners telt en vervolgens tot 2050 wel verder vergrijst, maar niet verder groeit in aantal inwoners (afbeelding 6.2). Enschede volgt het scenario van het CBS 2022 dat ook historisch gezien betrouwbaarder blijkt voor de Enschedese situatie dan de andere prognoses (afbeelding 6.3).
59 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 6.2 Groei van Enschede richting 2050 Bron: (CBS, 2022)
Afbeelding 6.3 Scenario’s woningbehoefte uit de woonvisie 2024
Autonoom omgevingsbeleid Om de woningvoorraad te vergroten heeft de gemeente Enschede circa 1.215 woningen in planologische ‘harde plannen’. De kwantitatieve woningvraag in de periode 2021-2031 ligt echter ergens tussen de 1.615 en 3.225 woningen, en staat nog los van de kwalitatieve verbetering zoals transformatie. Er is behoefte aan meer appartementen en grondgebonden woningen. In Enschede heeft 50/60 % van de bevolking de voorkeur voor centrum stedelijk wonen ten opzichte van 40/50 % voor groen stedelijk wonen. Samenvattend De Gemeente Enschede heeft een netto plancapaciteit van 1.215 woningen om zowel de kwaliteit als de kwantiteit van de woningvoorraad te vergroten, maar dit is niet voldoende om te voorzien in de woningbehoefte voor de referentiesituatie. Het aspect ‘wonen’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’.
60 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Aspect voorzieningen Exogene autonome ontwikkelingen De verschuiving van offline aankopen naar online aankopen lijkt, weliswaar met een minder sterke groei, ook na COVID-19 door te zetten. Toch willen veel consumenten de artikelen eerst zien voordat de koop daadwerkelijk plaatsvindt. Daarnaast zijn sommige artikelen per direct nodig. Er blijft dan ook altijd vraag naar winkelaanbod in de nabijheid van de woonomgeving. Hierdoor neemt de benodigde vloeroppervlakte voor de verkoop van producten af, maar blijft het draagvlak voor fysieke winkels bestaan. Andere trends die Enschede ziet in de retail handel zijn: - de mobiliteit van de consument neemt toe. Het referentiekader van de consument groeit, en maakt keuzes op basis van: aanbodkwaliteit, keuzemogelijkheid, prijsstijging; - de consument wil flexibel zijn, kopen waar en wanneer hij of zij wil; - schaalvergroting en multifunctionaliteit vindt plaats. Het aantal zorgvoorzieningen zoals huisartsenpraktijken, ziekenhuizen en apotheken is bovengemiddeld hoog in Enschede ten opzichte van Nederland en de Provincie Overijssel. Dit geldt ook voor de nabijheid van de voorzieningen. Er is geen reden om aan te nemen dat dit in de referentiesituatie verslechtert. Bovendien zijn de winkelvoorzieningen in het centrum van Enschede relatief weerbaar richting de toekomst.
Autonoom omgevingsbeleid In Enschede wordt doorlopend gestuurd op een goed basisvoorzieningenniveau. Zowel in de binnenstad als in de buitenwijken en zowel voor dagelijks als niet-dagelijkse artikelen (retail). Ook een goede kwaliteit en nabijheid van zorgvoorzieningen is belangrijk. Samenvattend De kwaliteit van het voorzieningenaanbod in Enschede is ruim voldoende, net zoals de nabijheid. Echter komt met de voorziene groei naar 170.000 inwoners druk te liggen op het aanbod van voorzieningen. Hierdoor kan zowel het voorzieningenniveau als de kwaliteit van de voorzieningen onder druk komen te staan. Het aspect ‘voorzieningen’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘overwegend goed’. Aspect recreatie Exogene autonome ontwikkelingen Met een groei van het totaal aantal inwoners naar 170.000 neemt ook de vraag naar ruimte om te recreëren en de mogelijkheden voor recreatie mogelijkheden. Dit betekent niet alleen meer vraag naar ruimte om te recreëren in het buitengebied, maar ook meer vraag naar aanbod van vrijetijdsbesteding in de binnenstad en mogelijkheden voor toerisme. Autonoom omgevingsbeleid De fietsvisie, de visie voor het landelijk gebied, agenda van de vrijetijdseconomie en de retailvisie dragen allen bij aan het verbeteren van recreatiemogelijkheden voor zowel mensen buiten Enschede als voor mensen binnen Enschede.
Samenvattend Enschede stuurt op meerdere vlakken actief op zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het aanbod in recreatiemogelijkheden en ruimte om te recreëren. Het aspect ‘recreatie’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘goed’.
61 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
6.3.2
Thema welzijn
Aspect inclusie Het is moeilijk in te schatten hoe sociaal-culturele en economische ontwikkelingen bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid beïnvloeden. Uit de staat van de leefomgeving blijkt dat de uitgangspositie van Enschede op veel indicatoren zwakker is dan het Nederlandse gemiddelde. Dat maakt dat Enschede ook naar de toekomst kwetsbaar blijft voor armoede en ongelijkheid. Het aspect ‘inclusie’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’. Aspect gezondheid De lage sociaaleconomische status van inwoners en relatief slechtere uitgangssituatie op diverse indicatoren maakt inwoners van Enschede kwetsbaar. Op basis het landelijk trendscenario vormt met name de verdere toename van overgewicht het belangrijkste aandachtspunt. Zonder ingrijpen zal 62 % van de volwassenen in 2040 overgewicht hebben (matig en zwaar) (RIVM, 2018). Ook in Enschede wordt een vergelijkbare trend doorgezet. Op gebied van onder bewegen en roken zijn positieve trends te zien. Mentale druk op jongeren lijkt toe te nemen (RIVM, 2018). De beoordeling van het aspect ‘gezondheid’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’. Aspect sociale samenhang Geen betrouwbare inschatting te maken. Daarom is de beoordeling uit de huidige situatie ook in de referentiesituatie toegepast. Aspect sociale veiligheid Geen betrouwbare inschatting te maken.
Daarom is de beoordeling uit de huidige situatie ook in de referentiesituatie toegepast.
6.3.3
Samenvatting referentiesituatie cluster aantrekkelijke woonomgeving
Onderstaande tabel toont de samenvatting van de huidige staat en de referentiesituatie van het cluster ‘aantrekkelijke woonomgeving’ in Enschede.
Tabel 6.3 Samenvatting effectbeoordeling huidige situatie en referentiesituatie cluster aantrekkelijke woonomgeving Thema
Aspect
wonen en woonomgeving
wonen voorzieningen recreatie
welzijn
inclusie gezondheid sociale samenhang sociale veiligheid
62 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Beoordeling huidige situatie
Beoordeling referentiesituatie
6.4
Cluster 4: vitale economische omgeving
6.4.1
Thema natuurlijke hulpbronnen
Aspect drinkwater In Enschede is geen drinkwaterwingebied. Wel is er nog een drinkwaterwingebied uit grondwater in Losser met een intrekgebied dat overlap heeft met de gemeente Enschede. Exogene autonome ontwikkelingen Door autonome ontwikkelingen zoals de bevolkingsgroei, klimaatverandering en droogte en een toenemende ruimteclaim voor wonen en werken komt (nog) meer druk te staan op de bescherming van waterwingebieden. Dit wordt onderkend door het drinkwaterwinbedrijf in Enschede (H2O Actueel, 2022). Door toenemende droogte en verzuring kan het winnen van grond- en drinkwater in de referentiesituatie een knelpunt vormen. Door klimaatverandering ontstaan langere periodes van droogte waarin het watertekort alsmaar groter wordt. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld het stedelijk groen, landbouw en natuur buiten de stad. Ook heeft dit gevolgen voor het aanvullen van drinkwater in het drinkwaterwingebied Enschede-Losser. Autonoom omgevingsbeleid De watervisie Enschede draagt bij aan het duurzaam omgaan met drinkwater in Enschede (Gemeente Enschede, 2012). Samenvattend De druk op intrekgebied van de drinkwaterbron in Losser neemt toe. Exogene factoren zorgen voor druk op kwantiteit en kwaliteit van drinkwater in de regio. Het aspect ‘drinkwater’ is daarom in de referentiesituatie beoordeeld als ‘slecht’.
Aspect circulariteit Exogene autonome ontwikkelingen De belangrijkste trend in circulariteit en grondstoffengebruik is de innovatie en kennisontwikkeling om reststromen zo efficiënt en hoogwaardig mogelijk in te zetten. Deze kennisontwikkeling zit in een opmars, maar de ontwikkeling is moeilijk te voorspellen. Een aantal algemene trends zijn: - verandering in landelijke/EU-regels op het gebied van circulariteit; - toename van lokaal produceren; - effecten van Covid-19 op verkleinen afval door consumenten; - toename in bewustzijn rond de effecten van micro-plastics op organismen; - toename circulaire landbouw. In de voortgangsrapportage over het uitvoeringsprogramma circulaire economie wordt gesteld dat een goede start is gemaakt met de uitvoering van de ruimtelijke transitie agenda’s (RTA’s). Per RTA zijn de volgende doelen gesteld (IenW, 2020): - bouw: het doel voor bouw is om komen tot een circulaire bouweconomie aan de hand van negen vraagstukken waarmee het bouwnetwerk in Overijssel aan de slag gaat.
Deze vragen gaan over bouwcultuur en -gedrag, wet- en regelgeving, bouwbeheer en exploitatieprocessen, bouwcommercie en businessmodellen, financiering, bouwkwaliteit, techniek, logistiek en bouwonderwijs; - infrastructuur: als opdrachtgever heeft de provincie de ambitie om in 2023 50 % van de asfaltdeklagen circulair te vervangen en 70 % van de materialen gelijkwaardig te recyclen; - biomassa en voedsel: het doel binnen deze RTA is: het bevorderen van de productie- en consumptiesystemen met een neutrale of positieve invloed op zowel klimaat, als bodem, water en biodiversiteit van alternatieve eiwitten, het tegengaan van voedselverspilling, duurzaam beheer van bodem, nutriënten en water als grondstof; - kunststoffen: het doel voor deze RTA is om in 2030 in Overijssel 35 % minder nieuwe (virgin) fossiele grondstoffen te gebruiken ten opzichte van 2016; · textiel: hiervoor zijn verschillende doelen geformuleerd: - bewustwording van aankoop-, gebruik- en afdankgedrag (10.000 Overijsselaars bereiken); 63 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
-
meer en beter inzamelen en recyclen van textiel (van 7,2 kg naar 11 kg per persoon per jaar en geen textiel meer in het huishoudelijk afval in 2050); - creëren van vraag naar en aanbod van circulair textiel (10 % circulair textiel in 2020 en 75 % in 2030 door overheden); - meer toepassen van biomaterialen (van 10 ton vezels in 2023 naar 1.000 ton in 2027); - circulair en gerecycled textiel inzetten in andere sectoren (ten minste vijf nieuwe toepassingen ontwikkelen en implementeren voor 2024); - maakindustrie: het doel voor deze RTA is bewustwording als kans voor verbetering van producten, processen en verdienmodellen. Autonoom omgevingsbeleid Enschede werkt samen met de regio Twente en Provincie Overijssel aan een circulaire economie. Enschede voert actief beleid dat is gericht op bewoners en bedrijven en haalt bijvoorbeeld haar doelstellingen voor afvalinzameling. Maar voor de overige rollen waar de gemeente Enschede zelf de regie kan voeren, zoals circulaire inkoop, aanbesteding en circulaire gebiedsontwikkeling is alleen nog maar visie en geen uitvoerend beleid. Samenvattend Nieuwe kennis ontwikkeling in Nederland en Enschede zorgt, samen met een intensievere samenwerking in de regio Twente en Provincie Overijssel, voor grote stappen richting een circulaire economie. Er zijn echter nog behoorlijk wat knelpunten om de doelstellingen te bereiken.
Het aspect ‘circulariteit’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’.
6.4.2
Thema economische vitaliteit
Aspect werkgelegenheid Exogene autonome ontwikkelingen In de zorgsector zal in de toekomst zowel landelijk als in Enschede de vraag naar werknemers, en daarmee de werkgelegenheid, toenemen. Landelijk wordt een toename in het aantal banen in de zorg verwacht van 1,7 %. Deze ontwikkeling kan vooral worden verklaard door de toenemende vergrijzing. De toenemende vergrijzing creëert daarnaast druk op de beschikbare beroepsbevolking van Nederland, en ook Enschede. Onderstaande afbeelding geeft een prognose van de ontwikkeling van de beroepsbevolking tussen 2018 en 2035.
64 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 6.4 Ontwikkeling beroepsbevolking 20 tot AOW-leeftijd per gemeente, 2021-2035 (PBL/CBS, 2022)
Op de kaart is te zien dat in Enschede een lichte groei wordt verwacht van de beroepsbevolking tussen 2021 en 2035. In de omgeving van Enschede wordt echter een krimp voorzien. Doordat Enschede een positief woon-werk migratie saldo heeft (er gaan meer mensen naar Enschede toe om werk te zoeken dan andersom) kan de krimp in de beroepsbevolking negatieve gevolgen hebben voor werkgevers in Enschede. Daarnaast zien we dat de groei van werkgelegenheid in de sectoren informatie en communicatie en zakelijke dienstverlening het sterkst is. Er is een sterke afname in de sectoren industrie en financiële instellingen (Buck Consultants International, 2021). Autonoom omgevingsbeleid Door autonome ontwikkelingen zoals een dalende beroepsbevolking en de stijgende arbeidsvraag in groeisectoren zoals zorg en de duurzaamheidssector neemt de druk op werkgelegenheid in Enschede toe. Enschede stimuleert werkgelegenheid met haar beleid in de sectoren die goed vertegenwoordigd zijn zoals de kennisintensieve economie. Samenvattend Een toenemende beroepsbevolking en vraag naar arbeid in bepaalde sectoren doet de werkgelegenheid in de referentiesituatie stijgen in Enschede. Er blijven aandachtspunten zoals onder andere het vasthouden van jong talent en het creëren van banen voor de laag opgeleiden beroepsbevolking in Enschede.
Het aspect ‘werkgelegenheid’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘redelijk’. Aspect aantrekkelijk vestigingsklimaat Exogene autonome ontwikkelingen De bereikbaarheid van economische clusters in Enschede (zeker ten opzichte van de rest van Nederland) is niet goed en daarmee niet aantrekkelijk voor bedrijven om zich te vestigen in Enschede. De economie van Enschede is relatief regionaal/nationaal georiënteerd en het vasthouden van jong talent, afgestudeerd aan de universiteit, lukt onvoldoende. De aanwezigheid van de haven en het vliegveld met typerende bedrijvigheid is wel een positieve factor voor het vestigingsklimaat in Enschede.
65 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Autonoom omgevingsbeleid De beschikbaarheid van zowel bedrijfskavels als bedrijfsruimten staat enorm onder druk. Alle beschikbare kavels zijn verkocht of gereserveerd waardoor bedrijven op dit moment geen ruimte kunnen krijgen om uit te breiden of te groeien. Ook de leegstand van rond de 1 % zorgt ervoor dat de markt voor bedrijfsruimte op slot zit. De ruimten die beschikbaar zijn, zijn vaak ook nog van slechte kwaliteit. 5 % leegstand wordt gezien als een gezonde frictieleegstand en daar voldoet Enschede dus lang niet aan. Deze enorme schaarste leidt tot investeringen en intensivering op de bestaande bedrijfslocaties, maar het zet ook een rem op de groei van bedrijven. Daarom werkt de gemeente hard aan het beschikbaar krijgen van de Oostkrans Usseler Es (circa 10 hectare). Er zijn al bedrijven die de gemeente verlaten hebben en bedrijven die de gemeente dreigen te verlaten vanwege het gebrek aan perspectief om te groeien. Het vestigingsklimaat staat hierdoor onder druk. Samenvattend Er is te weinig ruimte voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen, de haven en het vliegveld zijn wel Unique Selling Points (USP) voor Enschede om bepaalde bedrijvigheid te trekken. Het aspect ‘aantrekkelijk vestigingsklimaat’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’.
6.4.3
Thema ruimtelijke economische structuur
Aspect vestigingslocaties Exogene autonome ontwikkelingen De vraag naar start-up, scale-up locaties en startuppanden blijft hoog in Enschede, mede door de aanwezigheid van de universiteit. Het aanbod is relatief laag wat voor krapte op de markt zorgt. Dit is ook het geval voor de bestaande bedrijventerreinen die met name de midden- en kleinbedrijf huisvesten. De ontwikkelingen op de kantorenmarkt zijn door Buck Consultants International in kaart gebracht voor Enschede, onderstaande is een greep uit die ontwikkelingen (Buck Consultants International, 2021): - centrumgebieden van grote(re) steden met een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en een levendige omgeving zijn in trek bij kantoorgebruikers. Het perspectief van de overige kantorenlocaties verslechtert. Landelijk is het beeld dat vooral de functionele kantorenlocaties (aan snelwegen en uitvalswegen) de marktbelangstelling zien teruglopen; - er ontstaat een druk op de schaarse ruimte die niet alleen veroorzaakt wordt door de ruimteclaim vanuit de kantorenmarkt, maar komt ook vanuit andere domeinen, zoals wonen, retail, leisure en horeca.
Deze ‘strijd om de ruimte’ in de stad en rond ov-toplocaties gaat de dynamiek op de kantorenmarkt ook in de komende jaren sterk beïnvloeden; - er is een opkomst van flexibele kantoorconcepten voor typen kantoorgebruikers die waarde hechten aan kortlopende contacten, grote mate van flexibiliteit en ruime voorzieningen; - de dynamiek op de kantorenmarkt wordt in toenemende mate bepaald door kleinere gebruikers. Het gaat dan onder andere om gebruikers die zijn begonnen in flexibele kantoorconcepten en doorgroeien naar een zelfstandige kantoorruimte. Dit blijkt ook uit het aantal transacties dat in de afgelopen jaren is blijven toenemen; - openbaar vervoer is belangrijk: goede ontsluiting van vestigingsplaats met trein (en bus) op loopafstand · op knooppunten van OV liggen betere kansen voor ontwikkeling en exploitatie van kantoren; · Jong talent wil graag met het openbaar vervoer naar kantoor reizen; - kansen op nieuwbouw van kantoren in de huidige Twentse kantorenmarkt zijn beperkt. Autonoom omgevingsbeleid Enschede ziet een stijgende lijn in het aantal vestigingen van bedrijven binnen de gemeente, zowel op bedrijventerreinen als op kantoorlocaties. De gemeente ziet geen ruimte meer voor grootschalige bedrijven en focust zich dan ook nadrukkelijk op het aantrekkelijk maken van het vestigingslocaties voor klein- en middelgrote bedrijventerreinen.
Kennispark Twente en Technology Base zijn economische hotspots en worden ontwikkeld als de nieuwe campussen om kennis en talent vast te houden en verder te ontwikkelen, elk met zijn eigen kwaliteit.
66 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Samenvattend Enschede kampt met krapte op de markt voor zowel kleine startende bedrijven als middelgrote bedrijven. Het aspect ‘vestigingslocaties’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’. Aspect mobiliteit en bereikbaarheid Exogene autonome ontwikkelingen Naar verwachting zullen het personen- en het goederenvervoer op de lange termijn groeien, zowel in het scenario WLO-Laag als in het scenario WLO-Hoog. In het scenario WLO-Hoog neemt het totaal aantal verplaatsingen met circa 15 % toe in 2040 (ten opzichte van 2018) en het totaal aantal afgelegde kilometers met ruim 30 % als gevolg van de toename van bevolking en toename in het aantal banen. Het aantal verplaatsingskilometers met de trein (+32 %) en de auto (+34 %) neemt ook toe in scenario WLO-Hoog in 2040. Het aantal afgelegde kilometers te voet (+4 %) en per fiets (+4 %) groeit eveneens (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2021). Autonoom omgevingsbeleid De huidige ontwikkelkoers richt zich op groei vanuit het hart van Enschede, ofwel geconcentreerd in het en rond de binnenstad. Deze ontwikkelkoers wordt in de referentiesituatie voortgezet waardoor drukke plekken drukker worden en bestaande (mobiliteits)knelpunten verergeren. Denk bijvoorbeeld aan uitvalswegen die al (bijna) aan hun capaciteit zitten.
Omdat bestaande knelpunten met name betrekking hebben op het gemotoriseerde verkeer zullen de meeste maatregelen ook daar op gefocust zijn. Zo wordt de autobereikbaarheid van de belangrijke centrumvoorzieningen en het centrum zelf versterkt. De verwachting is dat de huidige modal split ongeveer gelijk zal blijven. Samenvattend Het aantal verplaatsingen voor zowel personen als goederen neemt toe en maatregelen spelen vooral in op het faciliteren van de auto. Er vindt in de referentiesituatie geen mobiliteitstransitie plaats met STOMP als leidend principe. Het aspect ‘mobiliteit en bereikbaarheid’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’. Aspect energienetwerk Exogene autonome ontwikkelingen Met de opkomst van windenergie en zonne-energie zal 75 % van de elektriciteitsvraag in 2030 uit hernieuwbare bronnen komen. Op dit moment zijn duurzame bronnen goed voor circa 15 % van alle geproduceerde elektriciteit. De capaciteit op het bestaande elektriciteitsnet wordt op dit moment uitgebreid in regio Twente. Autonoom omgevingsbeleid In de energievisie van Enschede wordt het doel gesteld om te werken naar een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur. Het ontbreekt echter nog aan uitvoeringsbeleid voor het toekomstbestendig maken van het elektriciteitsnet in regio Enschede. De RES Twente 2.0 moet hier nadere invulling aan geven.