Bijlage 4 Omgevingseffectrapport inclusief aanvulling
Tekst van het document
Afbeelding 0.1 Strategische opgaven van Enschede
0.4
Welke mogelijke toekomstbeelden voor de visie zijn verkend?
Voor de omgevingsvisie zijn vier verkenningen geformuleerd: Radialenstad, Uitbreidende Stad, Bronpuntenstad en Internationale Corridorstad. De verkenningen zijn vier alternatieve mogelijkheden van een toekomstbeeld voor Enschede. Elk alternatief test wat er zou gebeuren als bepaalde keuzes extreem worden doorontwikkeld. Daarbij zijn de vier verschillende manieren van stedelijke ontwikkeling die binnen Enschede denkbaar zijn gebruikt: 1 radialenstad is de verkenning die als ruimtelijke groeimodel het meest representatief is voor de huidige doorontwikkeling van de gemeente. Op verschillende beleidsvelden is de verkenning ook redelijk traditioneel; 2 uitbreidende stad is de verkenning waarbij groei van de stad voornamelijk plaatsvind aan de rand van de stad. De auto krijgt volop ruimte en de regie op de fysieke leefomgeving is beperkt; 3 bronpuntenstad is een (lokaal) groeimodel waarbij concentratie plaatsvindt op wijk- en buurtniveau (decentraal) met veel nadruk op lokale identiteit en diversificatie en het concept tien-minutenstad; 4 internationale corridorstad is een (regionaal) groeimodel waarbij verstedelijking centraal plaatsvindt langs de spoorzone en nabij OV, gericht op het creëren van agglomeratievoordelen samen met steden in de regio en met het oog op (inter)nationale bereikbaarheid.
Uitgangspunten De vier verkenningen zijn verschillend, maar hebben drie gezamenlijke uitgangspunten: 1 het ruimtelijke verhaal van de stad en de structuur die daardoor is ontstaan; 2 de groei van Enschede naar 170.000 inwoners en de daar bijbehorende ruimtevraag (die verschillend wordt ingevuld per verkenning); 3 de ruimtelijke ambities die de gemeente gesteld heeft. Radialenstad De huidige manier van ontwikkelen van de stad is grotendeels gebaseerd op groei vanuit het hart van Enschede. De groei wordt voornamelijk geconcentreerd in en rond de historische binnenstad, en op een aantal andere plekken in het binnen-singelgebied. Verder spelen de radialen een belangrijke rol. Langs de uitvalswegen vindt verstedelijking plaats. Denk hierbij aan de ontwikkelingen langs de Zuiderval of de nieuwe appartementen en kennisbedrijven die de afgelopen jaren langs de Hengelose straat zijn gebouwd. Deze verkenning kijkt hoe de stad eruit ziet als deze ruimtelijke ontwikkeling aanhoudt. Waar kan de groei naar 170.000 inwoners worden opgevangen, en wat betekent dit bijvoorbeeld voor mobiliteit en het landelijk gebied?
11 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 0.2 Concept-schets verkenning Radialenstad
Belangrijkste kansen voor de leefomgeving - sanering bodemverontreinigingen op verdichtingslocaties; - voorzieningen: verbetert ook het voorzieningenaanbod langs de radialen en daarmee ook in Boekelo, waar dit aanbod achterblijft; - werkgelegenheid/vestigingsklimaat verbetert door nieuwe bedrijventerreinen (werkparken) voor kleine en middelgrote bedrijven waardoor wordt voorzien in werkgelegenheid voor een deel van de praktisch opgeleiden. Belangrijkste risico’s voor de leefomgeving - verdere druk op bodem en ondergrond in gebieden met verdichting; - toename (grond)wateroverlast op verdichtingslocaties bij ontbreken voldoende bergings- en infiltratiemogelijkheden; - verstedelijking op locaties met hoge biodiversiteit. Uitbreidende stad Stadsuitbreidingen zijn van alle tijden. In het verleden is Enschede planmatig uitgebreid, maar de afgelopen 25 jaar is terughoudender met uitbreidingen omgegaan. Alleen als er geen ruimte in de stad was, is gebouwd in landelijk gebied. De roep om uitbreiding wordt echter steeds groter. Hier worden ook vaak concrete locaties aan gekoppeld. Niet alleen voor wonen en werken wordt buiten de stad gekeken, maar ook ten aanzien van infrastructuur, met als doel de bestaande wegen te ontlasten. Wat gebeurt er als alle ruimte voor de groei buiten de stad gezocht wordt? Deze verkenning laat zien hoe dit eruit ziet.
Afbeelding 0.3 Concept-schets verkenning Uitbreidende stad
12 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Belangrijkste kansen voor de leefomgeving - landschappelijke structuren kunnen in sommige gevallen benut en versterkt worden bij ontwikkeling van uitbreidingswijken; - werkgelegenheid en vestigingslocaties verbeteren voor zzp’ers en middel- en klein bedrijven door de nieuwe bedrijventerreinen (werkparken) en ruim opgezette woonwijken tussen het vliegveld en Het Vaneker. Belangrijkste risico’s voor de leefomgeving - meer degradatie van de bodem en afname grondwateraanvulling door meer bebouwd oppervlakte en benodigde infrastructuur; - verlies van Habitats voor natuur door ruimtegebruik en verstoring/stikstofdepositie door dominante rol van de auto; - verlies van landschap en erfgoed door uitbreiding van de stad; - toename milieugezondheidsrisico’s door geluid en luchtverontreiniging door de dominante rol van de auto; - hittestress en droogte: door de toename van bebouwd oppervlakte en verharding en het behoud van infrastructuur van de auto ook in de niet-ontwikkelgebieden neemt het hitte-eilandeffect toe en is weerbaarheid tegen droogte kleiner; - inclusie/sociale samenhang: Met name de grootschalige groen stedelijke uitbreiding ten noorden van Enschede vormt een risico op de toenemende segregatie.
Huishoudens met een hogere sociaaleconomische status trekken mogelijk weg uit andere groen stedelijke buitenwijken van Enschede met als gevolg dat achterblijvende kwetsbare groepen zich in toenemende mate in deze wijken concentreren. Deze uitsortering in de uitbreidende stad kan kans ongelijkheid versterken; - Mobiliteit en bereikbaarheid: Door de dominante rol van de auto, grotere afstanden binnen Enschede en beter aanbod via een 2e ringweg wordt de beoogde transitie naar lopen, fietsen en OV-gebruik niet behaald. Bronpuntenstad Bestaande wijken in Enschede worden opnieuw ontdekt en gewaardeerd. Zo ontstaan nieuwe, decentrale centrumgebieden, naast het bestaande hart van de stad. Hierdoor neemt de druk op de binnenstad af en ontstaat tegelijkertijd een nieuwe stedelijke laag. Op deze nieuwe bronpunten kan een mix toegevoegd worden van extra wonen, werken, voorzieningen en groen. Deze ontwikkeling zorgt voor goede bereikbaarheid van werk en voorzieningen voor iedereen. Het spreiden van stedelijke druk via meerdere stedelijke knooppunten wordt ook wel ‘de tien-minutenstad’ genoemd. Voorzieningen en werk zijn voor iedereen binnen tien minuten fietsen te bereiken. Naast de voordelen hiervan is er ook een noodzaak, want niet alle wijken ontwikkelen zich positief. Enschede onderzoekt de problemen en kansen via de Stedelijke Investeringsagenda (SIA).
Deze verkenning kijkt wat er gebeurt als alle groei in de bestaande wijken en dorpen wordt gerealiseerd. Waar ontstaan dan nieuwe centrumgebieden?
Afbeelding 0.4 Concept-schets verkenning Bronpuntenstad
13 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Belangrijkste kansen voor de leefomgeving - sanering bodemverontreinigingen op verdichtingslocaties; - verbetering watersysteem door decentrale verdichting; - voorkomt aantasting biodiversiteit door zuinig ruimtegebruik, vergroening en minder verstoring en stikstofdepositie door kleinere rol van de auto; - benutten van erfgoed bij het ontwikkelen van bronpunt met een eigen profiel en identiteit; - afname van uitstoot broeikasgassen door focus op tien-minutenstad, verdichting en functiemenging in bronpunten; - verwerking van inclusie en sociale samenhang door de nadruk op de lokale gemeenschap, de lokale identiteit die geworteld is in het verleden en lokale oriëntatie op voorzieningen en werk; - Circulariteit: De bronpunten bieden kansen voor specialisatie door ontwikkeling van (circulaire) hubs. Belangrijkste risico’s voor de leefomgeving - verdere druk op bodem en ondergrond in gebieden met verdichting; - enkele bronpunten liggen nabij locaties met hoge biodiversiteit en landschappelijke waarden; Internationale Corridorstad Landelijk is er veel aandacht voor stationsomgevingen. Het Rijk investeert veel geld in deze gebieden, waar wonen en werken vaak worden gecombineerd. In Enschede wordt de potentie van de bestaande stationsomgevingen nog niet ten volle benut. In het project Spoorzone Hengelo Enschede (SHE) wordt nu de mogelijkheid verkend om te verdichten langs het spoor.
In dit project werkt de gemeente samen met de provincie, het Rijk en Gemeente Hengelo. In deze toekomstverkenning wordt SHE als uitgangspunt genomen en wordt bekeken hoe de toekomst van Enschede eruit ziet als alle groei wordt gebundeld langs het spoor. Deze verkenning bekijkt de kansen die een dergelijke concentratie biedt, maar ook wat de focus op deze oost-west verbinding zou betekenen voor de rest van de stad. Afbeelding 0.5 Concept-schets verkenning Internationale Corridorstad
Belangrijkste kansen voor de leefomgeving - kansen voor sanering bodemverontreinigingen op verdichtingslocaties; - mobiliteit: sterke verbetering van multimodale bereikbaarheid door zowel een modal shift van het interne verkeer als het externe verkeer door de betere (inter)regionale bereikbaarheid. De hoogwaardige openbaarvervoerlijn en verdichting in de corridor ondersteunen deze beweging; - afname van uitstoot broeikasgassen door focus op mobiliteitstransitie, verdichting en functiemenging in spoorcorridor. - voorkomt aantasting biodiversiteit door zuinig ruimtegebruik, vergroening en minder verstoring en stikstofdepositie door kleinere rol van de auto.
14 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Belangrijkste risico’s voor de leefomgeving - toename (grond)wateroverlast op verdichtingslocaties bij ontbreken voldoende bergings- en infiltratiemogelijkheden; - verlies van (onvoldoende gewaardeerd en bekend) erfgoed in de corridor bij grootschalige verstedelijking; - wonen: risico op een te eenzijdig aanbod van stedelijke woonmilieus in de corridor dat onvoldoende aansluit bij de behoeften van grote groepen inwoners; - circulariteit: verstedelijking in de corridor ten zuiden van het spoor en in de haven verkleint de fysieke en milieuruimte voor hoge milieucategorie, watergebonden locaties die in de toekomst belangrijk zijn voor een circulaire economie.
0.5
Wat is het toekomstbeeld voor de Enschede?
Beschrijving van het toekomstbeeld De volgende vijf hoofdlijnen vormen samen het kader voor het Toekomstbeeld van Enschede: 1 wij (gemeente Enschede) maken water en bodem sturend en versterken de sponswerking van onze ondergrond; 2 wij bouwen voort op onze identiteit en kennen de ziel van de plek. Dit doen wij door het beleven, benutten en beschermen van cultuurhistorische identiteit; 3 wij stellen mens en landschap centraal. Wij bouwen aan een robuust groen netwerk in en om de stad, zodat het groen altijd dichtbij is; 4 wij kiezen voor zuinig ruimtegebruik en ontwikkelen de internationale corridorstad met bronpunten en buurten met vitale ontmoetingsplekken voor jong en oud houden rekening met de dubbele vergrijzing. Hierbij laten we ruimte voor initiatieven vanuit de stad die mogelijk niet exact in bovenstaand profiel passen maar wel een bijdrage leveren aan de stad die we willen zijn. Ook bieden we ruimte aan stadsvernieuwing ter verbetering en versterking van de wijken; 5 wij houden onze sociale voorzieningen, bereikbaarheid, het aantal arbeidsplaatsen, werken en wonen in balans met ons inwoneraantal. Het toekomstbeeld is in grote lijnen gebaseerd op een combinatie van de verkenningen Bronpuntenstad en Internationale corridorstad. Afbeelding 0.6 toont het toekomstbeeld op conceptueel uitwerkingsniveau.
In het toekomstbeeld zelf is een gedetailleerdere kaart opgenomen, inclusief een viertal thematische uitwerkingen op kaart.
15 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Afbeelding 0.6 Toekomstbeeld op conceptueel niveau
Beoordeling van het toekomstbeeld Tabel 0.5toont de beoordeling van het toekomstbeeld in vergelijking met de verkenningen en de referentiesituatie. De belangrijkste verschillen zijn: Water en bodem sturend: positieve effecten op (drink)water, ondergrond, hitte en droogte, wateroverlast Het toekomstbeeld zet het principe ‘bodem en water sturend’ centraal. Dit wordt op diverse manieren uitgewerkt. Het vergroten van de sponswerking en het terugbrengen van beken, ook specifiek in gebieden met de bestaande (grond)wateroverlast is hiermee geborgd. Omdat het toekomstbeeld ook inzet op de mobiliteitstransitie komt fysieke ruimte vrij om groenblauwe structuren terug te brengen en sponswerking te vergroten in de publieke ruimte. Dit draagt bij aan de reductie van hittestress, betere veerkracht tegen droogte en extreme neerslag, en een betere aanvulling van (drink)water. Natuurlijke systemen, groene structuren en zuinig ruimtegebruik: positieve effecten op biodiversiteit, hittestress en landschappen Het toekomstbeeld zet natuurlijke systemen centraal. Dit komt enerzijds tot uitdrukking in de maatregelen om water vast te houden en in de maatregelen ten aanzien van beekherstel. Anderzijds komt dit tot uitdrukking in het toevoegen van groene wiggen, corridors, levensaders, (ecologische) verbindingen en andere structuren in Enschede.
Deze maatregelen zijn duidelijk geïntegreerd in het toekomstbeeld en concreet op kaart gemarkeerd. Daarbij is oog voor de ecologische waarde van de omgeving en het natuur inclusief bouwen. Een belangrijk onderdeel van het toekomstbeeld is daarnaast dat duidelijke ecozones worden ontwikkeld en noord-zuidverbindingen over het spoor worden behouden en versterkt. Dit vergroot de samenhang van het netwerk van (beschermde) natuurgebieden.
Zuinig ruimtegebruik, mobiliteitstransitie: positieve effecten op gezondheid, energietransitie, mobiliteit De nadruk op zuinig ruimtegebruik met inbreiding in de corridor en bronpunten nabij voorzieningen vergroot kansen voor een mobiliteitstransitie met bijbehorende positieve effecten op geluid, luchtkwaliteit en bewegen. Ook biedt het kansen voor relatief efficiënte energieoplossingen. Het respecteren van de zoekgebieden uit de regionale energiestrategie draagt verder bij aan de energietransitie.
16 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Efficiëntere benutting van milieugebruiksruimte in havengebied: positieve effecten voor circulariteit In het toekomstbeeld wordt het havengebied bewust gevrijwaard van verstedelijking en behouden voor eventueel toekomstige zware bedrijvigheid die nodig kan zijn in de transitie naar een circulaire economie. Daarmee kan het haven- en industriegebied van Enschede ook regionaal een belangrijke rol vervullen in deze transitie. Desondanks blijven ook diverse aandachtspunten bestaan: - biodiversiteit: Hoewel op drukfactoren als versnippering en verdroging in het toekomstbeeld kansen liggen, zijn andere drukfactoren zoals vermesting, verzuring en verstoring onverminderd groot. Ook vormen de zoekgebieden voor windenergie een aandachtspunt; - waterkwaliteit: gerichte sturing op verbeteren van chemische en biologische waterkwaliteit ontbreekt. - op inbreidingslocaties, in de gemengde woon-werkgebieden en op andere hoog belaste locaties langs bijvoorbeeld wegen is gezondheidsbescherming een aandachtspunt; - de gemiddeld lagere sociaaleconomische status, bestaanszekerheid en kansengelijkheid en het daaraan gerelateerde aanbod van voorzieningen, woningen en banen blijven aandachtspunten. Hoewel het toekomstbeeld inzet op verbetering, zijn gevolgen moeilijk in te schatten en is ook beleid vanuit het sociaal domein belangrijk.
17 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Tabel 0.5 Samenvatting effectbeoordeling van het toekomstbeeld in relatief tot de verkenningen en referentiesituatie Aspecten
Huidige situatie
Referentie situatie
bodemkwaliteit ondergrond waterkwantiteit waterkwaliteit biodiversiteit beschermde natuurgebieden waardevolle landschappen cultureel erfgoed gezondheidsbescherming externe veiligheid waterveiligheid verkeersveiligheid emissie en vastlegging broeikasgassen hittestress en droogte wateroverlast wonen voorzieningen
18 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Radialen stad
Uitbreidende stad
Bronpunten stad
Internationale corridorstad
Toekomstbeeld
Aspecten
Huidige situatie
Referentie situatie
recreatie inclusie gezondheid sociale samenhang sociale veiligheid drinkwater circulariteit werkgelegenheid aantrekkelijk vestigingsklimaat vestigingslocaties mobiliteit en bereikbaarheid energienetwerk
19 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Radialen stad
Uitbreidende stad
Bronpunten stad
Internationale corridorstad
Toekomstbeeld
0.6
Wat zijn aanbevelingen bij de omgevingsvisie?
Aanbevelingen Uit de beoordeling van het toekomstbeeld volgen de volgende aandachtspunten: Het belang van het uitwerken van een integrale en coherente mobiliteitsstrategie waarin niet alleen lopen, fietsen en OV-gebruik wordt gestimuleerd, maar waarbij het gebruik van gemotoriseerd verkeer en parkeren ook gericht ontmoedigd wordt. Dit vergroot de aantrekkelijkheid en het aanbod van de alternatieve vervoersmiddelen en vergroot ook de kans dat er voldoende ruimte vrijkomt in de openbare ruimte om ambities voor klimaat, energie en ontmoeting te realiseren. Het inventariseren van de aanwezigheid en kwaliteit van het erfgoed in de gemeente. Dit is cruciaal in het ontwikkelen van een gebiedsidentiteit die beoogd wordt met het toekomstbeeld, voorkomt verlies van erfgoed en biedt kansen voor het vergroten van de belevingswaarde van het erfgoed. Het buitengebied blijft onderbelicht. Het toekomstbeeld bevat duidelijke principes en richtinggevende uitspraken voor water, natuur en landschap, maar een nadere uitwerking en/of koppeling met de visie landelijk gebied kan meerwaarde bieden. Het toekomstbeeld biedt goede aanknopingspunten voor verdere integratie van beleid uit het ruimtelijk, economisch en sociale domein. Verdere uitwerking is echter nodig om de beoogde meerwaarde te behalen en te blijven behouden.
Een goed voorbeeld hiervan is het afstemmen van de woonmilieus en het beleid voor (speciale) doelgroepen op de nu vaak hoofdzakelijk ‘stedenbouwkundige’ leefmilieus. Wellicht kan de monitoring en adaptieve programmering van sociale en ruimtelijke ambities zoals in de stedelijke investeringsagenda verdere integraliteit bieden. Zie ook de suggesties voor monitoring. Biodiversiteit blijft een aandachtpunt voor ontwikkelingen. Het toekomstbeeld biedt veel aanknopingspunten voor het voorkomen van verdere verslechtering en verbetering op verschillende drukfactoren. Desondanks blijft met name hoge stikstofbelasting een belangrijk issue voor de toekomst. Biodiversiteit is in het bijzonder een aandachtspunt in de uitwerking van windenergie en het sluiten van de 2e ring. Leemten Een belangrijke beperking in dit OER is dat grote delen van het rapport opgesteld zijn in 2022. De beoordeling van het toekomstbeeld is in 2024 afgerond. In de tussentijd is er op sectoraal beleid en in weten regelgeving de nodige ontwikkeling geweest. Hier is in het OER met disclaimers rekening mee gehouden. Monitoring Ontwikkel integrale monitoring op leefmilieu-/wijk of buurtniveau De werkwijze met stedelijke leefmilieus kan aan de hand van de diverse ruimtelijke parameters inzicht geven in de beoogde stedenbouwkundige ontwikkeling van de milieus.
Een verbreding naar andere parameters op gebied van leefomgeving en sociale en economische aspecten kan op termijn een completer beeld geven van de ontwikkeling binnen specifieke gebieden. Bijvoorbeeld hoe de (ervaren) gezondheid, veerkracht en sociaaleconomische status binnen en tussen wijken zich ontwikkelt. Hetzelfde geldt voor klimaatadaptatie en energietransitie, bereikbaarheid en voorzieningenaanbod. Hiermee kan naar voorbeeld van de stedelijke investeringsagenda waar nodig bijgestuurd worden in maatregelen of prioritering van gebieden.
20 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Andere kansen voor monitoring In het verlengde van de aandachtpunten uit het toekomstbeeld en de aanbevelingen is monitoring van de volgende onderwerpen van extra belang: - vervoerswijzekeuze (modal split): ontwikkelt deze zich inderdaad op termijn volgens het STOMP- principe? Leidt de ontwikkeling van de HOV-as tot ander reisgedrag van inwoners en werknemers in de corridor? - uitwerking van groen-blauwe-structuren als de Usselerwig-Centrum die het niveau van een wijk of leefmilieu overstijgen; - ontwikkeling van biodiversiteit, in het bijzonder de ontwikkeling van de ecologische noordzuidverbindingen, stikstofdepositie en verdroging; - cumulatie van gezondheidsrisico’s en vormen van hinder in inbreidingslocaties nabij werkgebieden; - bescherming en efficiëntere benutting van gezoneerde (watergebonden) bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie met het oog op toekomstige transitie naar een circulaire economie. Bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid van kwetsbare groepen die zich concentreren in bepaalde wijken. Naast de al genoemde indicatoren, kunnen in het bijzonder ook de veerkrachtkaarten vanuit Aedes benut worden als integrale indicator voor de ontwikkeling van deze kwetsbare groepen.
21 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
1 1.1
INLEIDING Aanleiding
Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn gemeenten verplicht een Omgevingsvisie voor het eigen grondgebied op te stellen. De Omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de gemeente aangeeft wat de kwaliteiten zijn van de fysieke leefomgeving en op welke wijze deze kwaliteiten ontwikkeld of beschermd moeten worden in het licht van trends en ontwikkelingen en opgaven die op de gemeente afkomen. Voor de gemeente Enschede zijn die opgaven bijvoorbeeld het vasthouden en aantrekken van talent en tegelijkertijd de veranderende eisen aan de woon- en werkomgeving en internationalisering van bedrijven. Daarnaast speelt Enschede in op klimaatverandering, energietransitie en de veranderende mobiliteitsvraag. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld voor Enschede waar de gemeente, samen met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, aan wil werken. De Omgevingsvisie biedt een kader dat richting geeft aan beslissingen die in het fysiek domein moeten worden genomen.
1.2
Toelichting omgevingseffectrapportage
Omdat de opgaven en toekomstige ontwikkelingen, beschreven in de Omgevingsvisie, effecten hebben op de fysieke leefomgeving, is het voor de Omgevingsvisie verplicht om een omgevingseffectrapportage (hierna: oer) te doorlopen. Formeel gaat het om een milieueffectrapportage (MER) voor een kader stellend plan. De wettelijke bepalingen zijn te vinden in afdeling afdeling 16.4.1 van de Omgevingswet. Daarnaast heeft de Omgevingsvisie mogelijk ook significante gevolgen voor één of meerdere Natura 2000-gebieden en is een globale passende beoordeling uitgevoerd op grond van artikel 16.36 lid 2 van de Omgevingswet. Doel van de oer Het doel van de oer (het proces) is om de effecten van gemaakte en te maken keuzes in de Omgevingsvisie in beeld te brengen, zodat leefomgevingsbelangen volwaardig meewegen in de besluitvorming. Dit draagt bij aan transparante besluitvorming. Hiermee wordt aangesloten op de bredere kijk van de Omgevingswet op de fysieke leefomgeving. Het gaat dus niet alleen om geluid, luchtkwaliteit en water, maar ook bijvoorbeeld om gezondheid, welzijn, brede welvaart, klimaat en grondstoffengebruik. Het OER (het rapport) bevat een beschrijving en beoordeling van de omgevingseffecten.
Daarbij gaat het OER in op verschillende mogelijkheden voor de beoogde ontwikkelingen die vanuit het oogpunt van milieuen sociale effecten onderscheidend zijn, ter onderbouwing van de in de Omgevingsvisie te maken keuzes. In het OER wordt dus uitgelegd wat de effecten zijn van (voorgenomen) veranderingen uit de Omgevingsvisie Enschede. OER als ondersteuning bij visievorming Het OER is gelijktijdig uitgevoerd tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie. Dat is het zogeheten ontwerpend onderzoek. Met het OER is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving in beeld gebracht en zijn de effecten van het toekomstbeeld beoordeeld. Om daar te komen zijn ook vier verschillende alternatieven (hierna: verkenningen) voor dat toekomstbeeld onderzocht. Uit deze informatie is ook op te maken of doelen en ambities voor Enschede behaald kunnen worden. Ook zijn aanbevelingen voor monitoring van effecten en evaluatie van de visie opgenomen.
22 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
1.3
Leeswijzer
Tabel 1.1 geeft de leeswijzer van dit OER weer. In deze tabel staat uit welke hoofdstukken het OER bestaat en wat op hoofdlijnen in ieder hoofdstuk is beschreven.
Tabel 1.1 Leeswijzer OER Enschede Hoofdstuk
Geeft antwoord op de vraag:
1. inleiding
wat is de aanleiding en doel van de omgevingsvisie?
2. doelen en opgaven Omgevingsvisie Enschede
wat zijn de doelen en opgaven voor de omgevingsvisie Enschede?
3. methode
-
4. staat van de leefomgeving
hoe staat Enschede er nu voor?
5. verkenningen
hoe zijn de vier verkenningen opgebouwd?
6. beoordeling referentiesituatie
met welke situatie worden de verkenningen vergeleken?
7. omgevingseffecten van de verkenningen
wat zijn de omgevingseffecten van de verschillende verkenningen?
8. het toekomstbeeld
wat houdt het toekomstbeeld in en wat zijn de omgevingseffecten van het toekomstbeeld?
9. aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring
-
welke methode is gebruikt voor het OER? welk beoordelingskader wordt gebruikt voor het OER?
wat zijn aanbevelingen voor nadere uitwerking en monitoring welke beperkingen zijn er aan het onderzoek in het OER?
Aanvulling op het OER Naar aanleiding van het uitgebrachte advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage, is op dit OER nog een aanvulling opgesteld, en als oplegger bij dit OER gevoegd. In deze aanvulling wordt ingegaan op de door de Commissie geconstateerde essentiële tekortkoming van het OER. Dit zijn de beoordelingen van de referentiesituatie en het voorkeursalternatief: naar het oordeel van de Commissie zijn deze onvoldoende onderbouwd. In de aanvulling is deze essentiële tekortkoming hersteld. De aanvulling gaat verder nog in op de aanbevelingen die de Commissie heeft gedaan op het gehanteerde beoordelingskader, de gemaakte afwegingen ten behoeve van de omgevingsvisie en het verdere vervolg van de besluitvorming over de omgevingsvisie.
23 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
2 DOELEN EN OPGAVEN OMGEVINGSVISIE De identiteit van Enschede vormt de basis voor de Omgevingsvisie van Enschede: als je weet wie je bent, kun je beter bepalen wie je wilt zijn. Ontwikkelen van het hier en nu naar wat Enschede wil zijn, gaat gepaard met opgaven, doelen en ambities. Dit hoofdstuk is een samenvatting van het document ‘de Ruimtelijke Ambitie Enschede 2050: Bouwsteen Omgevingsvisie’ en beschrijft hoe en wat de gemeente wil zijn in 2050 en welke opgaven en ambities bij dat beeld horen. Paragraaf 2.1 beschrijft hoe Enschede wil zijn in 2050 en welke uitdagingen en strategische opgaven daarbij horen. De ruimtelijke ambities die daaruit volgen, staan beschreven in paragraaf 2.2.
2.1
Strategische opgaven in Enschede 2050
Nederland staat aan de vooravond van een aantal grote transities. Dit zijn grote veranderingen over een langere periode met gevolgen voor de economie, het dagelijkse leven en de ruimtelijke inrichting, zoals klimaatverandering, energietransitie, mobiliteitstransitie, de omschakeling naar een circulaire economie, technologische ontwikkelingen en demografische ontwikkelingen. Deze transities vragen om ingrijpende veranderingen in infrastructuren, zoals het watersysteem, energiesysteem en de inrichting van verkeerswegen en openbare ruimte. Ook Enschede moet een antwoord formuleren hoe met deze transities om te gaan. De transities vormen daarmee opgaven voor de omgevingsvisie van Enschede. Naast het geven van een antwoord op de uitdagingen van de landelijke transities, wil Enschede aantrekkelijk en toekomstbestendig zijn. Ze wil werken aan een toekomst waarin talent ontluikt en verbonden blijft aan de stad. Een stad waar banen bereikbaar zijn en waarin iedereen mag meedoen en zich prettig kan voelen. Een stad die het groen omarmt en de ruimte heeft. Een stad waar innovaties voor klimaatbestendigheid naadloos zijn verweven met de openbare ruimte. Een stad met het landschap als belangrijkste kwaliteit dat zij waarborgt voor de toekomst.
De opgaven die dus specifiek voor Enschede spelen, naast de eerdergenoemde landelijke transities, zijn: - Enschede leefbaar houden; - de kwaliteiten van de gemeente koesteren; en - de groei naar 170.000 inwoners faciliteren. Strategische opgaven De uitdaging is om verder te werken aan een toekomstbestendige gemeente, die aantrekkelijk is (en blijft) en tegelijkertijd weerbaar is. Daartoe heeft de gemeente vier strategische opgaven geformuleerd: 1. Inclusief Enschede: - elke inwoner heeft de mogelijkheid tot financiële zekerheid en stabiliteit; - elke inwoner heeft de mogelijkheid om keuzes te maken die gezond leven makkelijker maken; - elke inwoner heeft de kans zich optimaal te ontwikkelen; 2. Groen en duurzaam Enschede: - Enschede is klimaatneutraal; - Enschede is klimaatbestendig en water robuust ingericht; - Enschede is groen en bio divers; - Enschede is circulair;
24 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
3. Aantrekkelijk Enschede: - Enschede heeft veel baankansen; - in Enschede wordt talent aangetrokken, vastgehouden en ontwikkeld; - in Enschede kun je prettig en gezond wonen en leven; 4. Open Enschede: - Enschede is een mensgerichte gemeente; - Enschede is een netwerkende en responsieve gemeente; - Enschede is een digitale gemeente.
Afbeelding 2.1 Strategische opgaven van Enschede
De omgevingsvisie geeft een uitwerking aan deze opgaven.
2.2
Ruimtelijke ambitie
In de Omgevingsvisie komen de beleidsambities voor de fysieke leefomgeving samen. Voor het stapelen van alle ambities is onvoldoende fysieke ruimte beschikbaar. Dat vraagt van de gemeente dat zij keuzes maakt, een richting bepaalt en focus aanbrengt in het oplossen van de opgaven. Om de verwachte groei van Enschede te faciliteren heeft zij een zestal ruimtelijke ambities geformuleerd die samenhangen met de strategische doelen voor de gemeente: 5 wonen voor iedereen; 6 energieneutraal; 7 duurzame mobiliteit; 8 een groot groen park Enschede; 9 aantrekkelijke vestigingsmilieus; en 10 inclusieve stad. Het realiseren van deze ruimtelijke ambities vraagt om fysieke ruimte; soms in de bestaande stad maar soms ook aan de randen of in het buitengebied. De totale ruimteclaim vanuit verschillende opgaven en sectoren bedraagt bijna 900 hectare. Hierbij houdt de gemeente rekening met: - haar ambitie ten aanzien van de groei van Enschede naar 170.000 inwoners; en - de autonome opgave op basis van bestaand beleid en de opgaven uit de transities, zoals bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie. Behoefte aan prioritering Op basis van de beleidsinventarisatie is te concluderen dat beleid ‘stapelt’ in de binnenstad van Enschede, langs hoofdverbindingen en op de topwerklocaties. Dit levert nu nog geen problemen op, maar het prioriteert ook niet en daarmee lijkt alles even belangrijk.
De ambitie voor groei, en de daarbij behorende ruimteclaim, moet een plek krijgen. Het is namelijk de verwachting dat in de toekomst wél conflicten ten aanzien van de beschikbare ruimte gaan ontstaan als het gaat om uitleg- of inbreidingslocaties in en om de stad. Met oog op de strategische opgaven is de verwachting dat woningbouw met bedrijventerrein en de energie- en klimaatopgave om voorrang gaan strijden. Bestaande kwaliteiten van de gebieden moeten het uitgangspunt vormen om te prioriteren, maar in het centrum en op toplocaties ligt ook een opgave voor een schaalsprong. Daarbij is soms een transformatie van bestaande milieus noodzakelijk.
25 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Functiemenging Een oplossing voor de grote ruimtevraag is functiemenging. Het mengen van functies geeft vaak voordelen, met name in de buurt van stations. Dit heeft echter ook consequenties voor mogelijke milieucategorieën en de mobiliteitsvraag. Daarnaast vertaalt de marktvraag naar wonen of werken zich niet automatisch in functiemenging. In de vier verkenningen zijn verschillende gradaties van verdichting en functiemenging toegepast, op zoek naar een balans die optimaal is voor Enschede. In de verkenningen is daarnaast rekening gehouden met de hoeveelheid ruimte voor autonome doorontwikkeling van wijken (klimaatopgave, sociale vraagstukken) en landelijk gebied (uitvoering visie landelijk gebied).
2.3
Grensoverschrijdende opgaven en ambities
Ondanks dat een omgevingsvisie alleen gaat over het eigen grondgebied, zijn veel opgaven grensoverschrijdend. Daarom kan de gemeente Enschede de uitdagingen alleen samen met buurgemeenten en economische centra in de Euregio aan gaan. Daarom zoekt zij afstemming met omliggende gemeenten, de provincie, de Euregio en het Rijk. De rol van de gemeente in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad is afgelopen jaren veranderd. De inzet van actieve grondpolitiek, waarbij de gemeente als eigenaar van de grond ontwikkelingen in gang kan zetten, is sterk verminderd terwijl de rol van partners in de ontwikkeling van de stad veel groter is geworden. Op basis van de verstedelijkingsstrategie moet de gemeente opnieuw bepalen welke rol zij als gemeente wil spelen. Met de invoering van de Omgevingswet verschuift straks de rol van de gemeente: over het algemeen trekt de overheid zich terug en heeft zij een faciliterende rol. De verantwoordelijkheid en de zeggenschap wordt hiermee teruggegeven aan de gemeenschap. In specifieke gevallen zal de overheid juist in bepaalde gebieden of bij complexe opgaven de regie nemen. Dit biedt kansen om de creativiteit van bewoners en ondernemers in te zetten voor het ontwikkelen van een prettige, veilige leefomgeving. De energie die nu vooral gericht is op reguleren en toetsen, kan ingezet worden voor creatie.
De gemeente kan zich als partner, meedenker en adviseur gaan opstellen.
26 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
3 METHODE 3.1
Plan- en studiegebied
De omgevingsvisie heeft betrekking op het gehele grondgebied van gemeente Enschede (plangebied). De effecten van de omgevingsvisie kunnen echter ook buiten de grenzen van de gemeente optreden (studiegebied).
3.2
Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar
In het OER worden op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie het beoordelingskader in tabel 3.1) informatie gegeven. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: - Huidige situatie: dit is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2023 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is (zie ook hoofdstuk 4). In de praktijk is dit vaak het jaar 2021 of 2022. - Referentiesituatie: de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen (zie ook hoofdstuk 6). Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen generieke (exogene) autonome ontwikkelingen (algemene trends en ontwikkelingen als klimaatverandering of vergrijzing die Enschede als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft), autonoom omgevingsbeleid (voorzetting van het huidige (sectorale) beleid) en autonome projecten (bouw- en infraprojecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden maar die nog niet uitgevoerd zijn). - Verkenningen (alternatieven): De verkenningen schetsen vier mogelijk ontwikkelrichtingen voor Enschede in 2050 (zie ook hoofdstuk 5). In dit OER vervullen ze de rol van alternatieven op het toekomstbeeld van de Omgevingsvisie.
De verkenning ‘radialenstad’ is een doorontwikkeling van het huidige ruimtelijke groeimodel van Enschede, maar onderscheid zich van de referentiesituatie door extremere (ruimtelijke) keuzes waarmee, de hoeken van het speelveld duidelijk zichtbaar te worden in het OER. Het is daarmee niet gelijk aan de referentiesituatie waarin dergelijke ruimtelijke en beleidsmatige keuzes nog niet voldoende zeker zijn. - Toekomstbeeld (voorkeursalternatief): Het toekomstbeeld bevat de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie Enschede 2050 (zie ook hoofdstuk 8). In dit OER vervult het toekomstbeeld de rol van het ‘voorkeursalternatief’. De Omgevingsvisie richt zich op het jaar 2050. Het OER sluit zoveel mogelijk aan bij dit zichtjaar. Voor het jaar 2050 is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen.
27 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
3.3
Beoordelingskader
De informatie over de leefomgeving is beschreven aan de hand van een reeks van aspecten. Samen vormt dit het beoordelingskader. In dit OER is het beoordelingskader gebaseerd op het zogeheten ‘Rad van de Leefomgeving’ dat ook bij het planMER voor de nationale omgevingsvisie (NOVI) is gebruikt. Het Rad vormt het vertrekpunt voor het beoordelingskader in het OER voor de Omgevingsvisie van Enschede. Hiermee is tegemoet gekomen aan de vraag naar landelijke consistentie en herkenbaarheid van de beoordelingssystematiek. In de systematiek van de NOVI is onderscheid gemaakt naar vier clusters van aspecten van de leefomgeving: 1 een goede omgevingskwaliteit; 2 een veilige en gezonde leefomgeving; 3 een aantrekkelijke woonomgeving; 4 een vitale, economische omgeving.
Rad van de Leefomgeving en de nationale omgevingsvisie (NOVI) Het Rad van de Leefomgeving volgt de brede en integrale benadering van de Omgevingswet, die ook in de NOVI tot uitdrukking komt. In het PlanMER bij de NOVI wordt de indeling van de vier clusters gehanteerd als hoofdstructuur voor het beschouwen van effecten (HaskoningDHV Nederland B.V, 2019). In de kern van het ‘Rad’ staat de doelstelling van de Omgevingswet centraal: het beschermen van de fysieke leefomgeving en het vervullen van maatschappelijke behoeften. In het Rad is dit uitgewerkt naar vier clusters van aspecten van de fysieke leefomgeving. Beschermen van de fysieke leefomgeving heeft betrekking op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit. Het vervullen van maatschappelijke behoeften omvat twee clusters: Woonomgeving en Economische omgeving.
Afbeelding 3.1 Rad van de Leefomgeving (HaskoningDHV Nederland B.V, 2019)
28 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Het Rad van de Leefomgeving is in uitgewerkt voor de specifieke Enschedese situatie met het oog op de strategische opgaven van Enschede (zie: Ruimtelijke ambitie Enschede 2050): 1 inclusief Enschede; 2 groen en duurzaam Enschede; 3 aantrekkelijk Enschede; 4 open Enschede. Het beoordelingskader voor het OER is opgebouwd uit clusters en aspecten die voor een groot gedeelte overeenkomen met het Rad van de Leefomgeving. Het o.e.r. beoordeeld de verkenningen per aspect. In de Staat van de leefomgeving zijn aspecten met onderliggende indicatoren uitgewerkt voor de huidige staat van Enschede. De indicatoren zijn gebruikt om in het OER effecten te beschrijven van de vier verkenningen. Samen zeggen de indicatoren iets over een overkoepelend aspect. Met de indicatoren is de kwalitatieve en (semi-) kwantitatieve effectbeoordeling van de (ontwerp) Omgevingsvisie uitgevoerd. Ook worden de indicatoren zoveel mogelijk gebruikt in het nog op te stellen (kwantitatieve) monitorings- en evaluatieplan van de Omgevingsvisie. Tabel 3.1 toont het gebruikte beoordelingskader op aspect niveau. Zie voor een gedetailleerder beoordelingskader inclusief indicatoren de Staat van de Leefomgeving in bijlage I.
Tabel 3.1 Beoordelingskader OER Omgevingsvisie Enschede
GOEDE OMGEVINGSKWALITEIT
Cluster
Thema
Aspecten
bodem en water
bodemkwaliteit ondergrond waterkwantiteit waterkwaliteit
natuur
biodiversiteit beschermde natuurgebieden en ecologische hotspots
landschap en cultureel erfgoed
waardevolle landschappen
VEILIGE EN GEZONDE FYSIEKE LEEFOMGEVING
cultureel erfgoed Milieukwaliteit en gezondheid
gezondheidsbescherming
veiligheidsrisico’s
externe veiligheid waterveiligheid verkeersveiligheid
klimaat
emissie en vastlegging broeikasgassen hittestress en droogte wateroverlast
wonen en woonomgeving
wonen
AANTREKKELIJKE WOONOMGEVING
voorzieningen recreatie welzijn
inclusie gezondheid sociale samenhang
VITALE, ECONOMI SCHE OMGEVIN G
sociale veiligheid natuurlijke hulpbronnen
drinkwater circulariteit (grondstoffengebruik)
economische vitaliteit
29 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
werkgelegenheid
Cluster
Thema
Aspecten aantrekkelijk vestigingsklimaat
ruimtelijk economische structuur
vestigingslocaties mobiliteit en bereikbaarheid energienetwerk
3.4
Wijze van beoordelen
In het OER is de informatie over de aspecten van de leefomgeving beschreven en beoordeeld. De beoordeling vindt primair plaats aan de hand van de schaal uit tabel 3.2. Deze beoordelingsschaal geeft door middel van vijf categorieën aan wat de staat van de leefomgeving is (goed tot en met slecht) in het licht van doelen voor het betreffende aspect. Het is daarmee een absolute beoordelingsschaal die direct inzicht geeft in de mate waarin doelen en ambities bereikt worden (gehaald tot en met nergens gehaald). De doelen waaraan de beoordeling is gekoppeld zijn bij voorkeur zo specifiek mogelijk gedefinieerd voor gemeente Enschede op basis van eigen beleid. Waar gemeentelijk beleid ontbreekt, zijn provinciale of landelijke normen en beleidsdoelen aangehaald of is de staat van de leefomgeving vergeleken met Nederlands gemiddelden. In enkele gevallen ontbreekt een doelstelling. In dat geval wordt de waardering ‘redelijk’ toegekend. De beoordeling van de staat van de leefomgeving vindt plaats voor alle situaties uit het OER: de huidige situatie, de referentiesituatie, de vier verkenningen (alternatieven) en het toekomstbeeld (voorkeursalternatief).
Tabel 3.2 Beoordelingsschaal van de staat van de leefomgeving Score
Waardering de staat is overal goed, er zijn geen knelpunten (ambities worden overal gehaald) de staat is overwegend goed, lokaal zijn er wel wat knelpunten (ambities worden grotendeel gehaald) de staat is redelijk, verspreid zijn er knelpunten (ambities worden vaak wel, soms niet gehaald) de staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten (ambities worden soms gehaald) de staat is overal slecht, er zijn overal knelpunten (ambities worden nergens gehaald)
Voor de beoordeling van de verkenningen (alternatieven) en het toekomstbeeld (voorkeursalternatief) is aanvullend ook een specifieke beoordeling van kansen en risico’s gegeven aan de hand van de beoordelingsschaal in tabel 3.3. Door middel van pijlen worden de kansen en risico (klein tot en met groot) indicatief aangegeven. De effecten van de verkenningen op de kwaliteit van de leefomgeving zijn vanwege het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en de lange termijn waarover ze plaatsvinden behoorlijk onzeker. Daarom is in de effectbeoordeling door middel van kansen en risico’s een bandbreedte van de effecten aangegeven. Zo wordt duidelijk wat de voor- en nadelen van de verkenningen zijn en wat de randvoorwaarden, aandachtspunten en kansen zijn.
30 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Tabel 3.3 Beoordelingsschaal kansen en risico’s Score
Betekenis groene pijl
Betekenis rode pijl
kleine kans / weinig kansen
klein risico / weinig risico’s
gemiddelde kans / redelijk wat kansen
gemiddeld risico / redelijk wat risico’s
grote kans / veel kansen
groot risico / veel risico’s
Voorbeeld van de beoordeling Een overzicht van hoe de effectbeoordeling eruit kan zien staat in het onderstaande kader. In dit voorbeeld is de staat van het aspect ‘gezondheidsbescherming’ op basis van het gedefinieerde doel zowel in de huidige situatie (voor een inhoudelijke toelichting op deze beoordeling zie hoofdstuk 4.2.1 en bijlage II voor nadere achtergrondinformatie), als in de referentiesituatie beoordeeld als ‘overwegend goed’ (zie hoofdstuk 6.2.1). Ook in de meeste verkenningen is de beoordeling ‘overwegend goed’ (zie hoofdstuk 7.2.1). Onderliggend bestaand echter verschillende positieve en negatieve effecten en trends, bijvoorbeeld voor geluid (verslechtering) en luchtkwaliteit (verbetering) of op locaties binnen Enschede. Deze worden met de groene en rode pijlen indicatief verbeeld. Daarbij valt te zien dat de verkenningen radialenstad en bronpuntenstad gemiddelde kansen en risico’s hebben. Bij de internationale corridorstad zijn daarentegen meer kansen (grote groene pijl) en weinig risico’s (kleine rode pijl). Bij de uitbreidende stad is juist het omgekeerde het geval en zijn veel/grote risico’s verbonden aan deze verkenning en weinig kansen. Bij de uitbreidende stad zijn deze risico’s ook aanleiding om de beoordeling op doelbereik aan te passen naar ‘redelijk’.
Want verspreid zijn er knelpunten, maar de ambities worden naar verwachting vaak wel, maar soms niet gehaald.
Tabel 3.4 Voorbeeld effectbeoordeling Gezondheidsbescherming Voldoen aan wettelijke normen voor luchtkwaliteit en geluid en streven naar verdere gezondheidswinst onder deze normen Wegnemen van hotspots van woningen met een hoge geluidbelasting door wegverkeerslawaai Streven naar een afname van hinder door trillingen, geur en licht. Situatie
Huidige situatie
Referentie situatie
doelbereik kansen en risico’s verkenningen
31 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Radialenstad
Uitbreidende stad
Bronpunten stad
Internationale corridorstad
4 STAAT VAN DE LEEFOMGEVING Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de beoordeling van de staat van de leefomgeving voor Enschede. Per indicator is de waardering van de huidige situatie voor de bijbehorende thema’s met een korte toelichting opgenomen. Als vertrekpunt voor de effectbeoordeling wordt in deze Staat van de Leefomgeving de staat van Enschede in beeld gebracht aan de hand van de aspecten uit het Rad van de Leefomgeving. Dit vormt als het ware een ‘foto’ van Enschede in 2022 (de huidige situatie van de leefomgeving) en geeft inzicht in de huidige kwaliteit van de Enschedese leefomgeving. Hierbij wordt de informatie in kaart gebracht die van belang is voor ruimtelijke keuzes in de Omgevingsvisie. Daar waar geen informatie over 2022 beschikbaar is, wordt de informatie gebaseerd op de meest recente bronnen en data. De huidige situatie wordt hieronder samengevat aan de hand van de in hoofdstuk 3 beschreven clusters. De uitgebreide toelichting op de waardering van de huidige situatie is in het deelrapport ‘Staat van de leefomgeving’ opgenomen, in bijlage I.
4.1
Cluster 1: goede omgevingskwaliteit
Het cluster ‘goede omgevingskwaliteit’ bestaat uit drie thema’s: 1 bodem en water; 2 natuur; 3 landschap en cultureel erfgoed.
4.1.1
Bodem en water
Het thema ‘bodem en water’ bestaat uit vier aspecten. In tabel 4.1 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
32 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Tabel 4.1 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema bodem en water Aspect
Doel
bodemkwaliteit
gebiedsgericht controle houden over de verontreinigingen en rekening houden met mogelijke bodemdaling. Ook is er een streven naar behoud van een vitale bodem.
verspreid over de gemeente zijn er knelpunten voor de bodemkwaliteit en er zijn signalen dat er sprake is van een uitgeputte bodem. Een vitale bodem is essentieel om een bijdrage te leveren aan de ecosystemen, klimaat adaptieve maatregelen en een goed functionerende bodem. Daarnaast liggen in Twekkelo Enschede zoutcavernes die mogelijk een risico op het gebied van veiligheid zijn bij nieuwe ontwikkelingen
ondergrond
de drukte van de ondergrond beperken en reguleren
in sommige gebieden is er een risico op ondergrondverdichting en verslemping, zoals in Noord-Eschmarke. Er is sprake van intensief gebruik van de ondergrond door infrastructuur, bouwwerken, waterberging en klimaatadaptatiemaatregelen dit zorgt voor overlappende ruimteclaims. Rond het vliegveld, het centrum en de Haaksbergerstraat is een verhoogde kans op ontplofbare oorlogsresten. Bij nieuwe ontwikkelingen aan de oostkant/rand van de stad moet rekening worden gehouden met een boringsvrije zone
waterkwantiteit
preventie wateroverlast en vasthouden van water om droogte tegen te gaan
in natte perioden is op diverse plekken in de stad sprake van wateroverlast door de hoogteverschillen in de stad en onvoldoende infiltratie van water in de bodem. Dit terwijl in droge zomers er een watertekort is, al kunnen er ook problemen ontstaan door extreme neerslag in de zomer. Door droogte nemen de tekorten toe. Grondwater leidt op verschillende plekken in Enschede tot overlast en droogte, zo zijn Stadsveld en Boswinkel overlastgebieden door grondwater.
waterkwaliteit
voldoen aan de KRWdoelstellingen (Parlement, 2000) en verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit
door verschillende stoffen (bestrijdingsmiddelen, residu van afvalwater en uitspoeling van meststoffen) die in de wateren van Enschede terecht komen, gaat de waterkwaliteit achteruit. Ook hitte en droogte dragen bij aan de belasting van het aquatische ecosysteem. De kwaliteit van het oppervlaktewater verminderd door overstort van het riool bij hevige regenbuien. Rondom het centrum en de westkant van de stad is de achteruitgang voornamelijk zichtbaar.
4.1.2
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Natuur
Het thema ‘natuur bestaat uit twee aspecten. In tabel 4.2 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
33 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Tabel 4.2 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema natuur Aspect
Doel
biodiversiteit
het tegengaan van afname biodiversiteit
uitvallen van beplanting en een afname van vooral kwetsbare waardevolle soorten in en rondom Enschede. Volgens de LPI-Overijssel is er een afname van de totale biodiversiteit en zet deze trend door. In Overijssel gaat het met name om een afname van weidevogels, vlinders en soorten uit de Rode Lijst.
beschermde natuurgebieden en ecologische hotspots
behoud en versterking van de kwaliteit van natuur en een samenhangend netwerk van natuurgebieden
de KDW wordt in de Natura 2000-gebieden in Enschede (Lonnekermeer, en Aamsveen) en rond Enschede (Landgoederen Oldenzaal, Dinkeland, Buurserzand en Haaksbergerveen en Witte Veen) met 50 % of meer overschreden. De stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden is daarom hoog. Daarnaast hebben de gebieden hebben te kampen met negatieve gevolgen van verdroging. Ook is er in NNN-gebieden rondom Enschede sprake van verdwijning van de samenhang in de natuur
4.1.3
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Landschap en cultureel erfgoed
Het thema ‘landschap en cultureel erfgoed’ bestaat uit twee aspecten. In tabel 4.3 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
Tabel 4.3 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema landschap en cultureel erfgoed Aspect
Doel
waardevolle landschappen
behoud en versterking van de kwaliteit van waardevolle landschappen in Enschede
de woningdichtheid legt druk op het landelijk gebied. Ondanks de kwaliteitsvermindering van verschillende landschapstypen en landschapselementen is de staat van waardevolle landschappen goed. De kenmerkende harde stadsrand blijft nog steeds een unieke beleving van Enschede
cultureel erfgoed
behouden en benutten en meer beleefbaar maken van cultureel erfgoed als drager van identiteit
het feit dat geen goed beeld bestaat van het cultureel erfgoed en archeologie betekent dat het niet goed beheerd, beschermd en/of ontwikkelt kan worden. Knelpunten komen mogelijk in beeld na actualisatie van informatie en aanwijzen van ontwikkelgebieden. De zeldzame natuur, aantrekkelijk landschap, monumentale bebouwing en tuin- en parken vragen aandacht en zorgen voor problemen bij de instandhouding van landgoederen
4.2
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Cluster 2: veilige en gezonde fysieke leefomgeving
Het cluster ‘veilige en gezonde fysieke leefomgeving’ bestaat uit drie thema’s: 1 milieukwaliteit en gezondheid; 2 veiligheidsrisico’s; 3 klimaat.
34 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
4.2.1
Milieukwaliteit en gezondheid
Het thema ‘milieukwaliteit en gezondheid bestaat uit twee aspecten. In tabel 4.4 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven. Tabel 4.4 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema milieukwaliteit en gezondheid Aspect
Doel
gezondheidsbescherming
voldoen aan wettelijke normen voor luchtkwaliteit en geluid en streven naar verdere gezondheidswinst onder deze normen. Wegnemen van hotspots van woningen met een hoge geluidbelasting door wegverkeerslawaai Streven naar een afname van hinder door trillingen, geur en licht.
milieugezondheidsrisico’s door lucht en geluid zijn in Enschede gemiddeld lager dan in Nederland. De luchtkwaliteit voldoet ruimschoots aan de normen en benadert de WHO-advieswaarden. Er zijn geen (belangrijke) knelpunten op het gebied van hinder door trillingen, geur en licht. Geluidhinder vormt wel een aandachtspunt: Enschedeërs ervaren meer geluidhinder van wegverkeer dan gemiddeld in Nederland. Onder meer langs de radialen en de singel zijn er nog te saneren knelpunten.
gezondheidsbevordering
bevorderen van gezondheid door het stimuleren van gezond gedrag (leefstijl, voeding, sport en bewegen) (onderliggend) het verbeteren van voorwaarden bestaanszekerheid en kansengelijkheid
op de verschillende indicatoren voor gezondheidsbevordering blijft Enschede over het algemeen achter bij het Nederlands gemiddelde. Inwoners hebben een minder goede (ervaren) gezondheid, sporten minder, hebben meer overgewicht, roken vaker, gebruiken vaker drugs. Ook de mentale gezondheid staat onder druk. Een lagere sociaaleconomische status duidt ook knelpunten op het gebied van bestaanszekerheid en kansengelijkheid.
4.2.2
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Veiligheidsrisico’s
Het thema ‘veiligheidsrisico’s’ bestaat uit twee aspecten. In tabel 4.5 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
Tabel 4.5 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema veiligheidsrisico’s Aspect
Doel
externe veiligheid
de externe veiligheidsrisico’s voor mens en samenleving zoveel mogelijk beperken
in de huidige situatie bestaan er lokaal enkele knelpunten, maar aan het beleid wordt grotendeels voldaan
waterveiligheid
het overstromingsrisico niet laten toenemen
Enschede ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied en heeft geen kwetsbare objecten die binnen overstromingsgebieden liggen, al kunnen er als gevolg van extreme regen tijdelijke veiligheidsrisico’s ontstaan
verkeersveiligheid
bevorderen van de verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers in Enschede, zodat iedereen elke dag veilig thuis komt. Nul verkeersslachtoffer in 2050
ten opzichte van Nederland ligt het aantal verkeersongevallen in Enschede hoog en Enschedeërs zelf ervaren een afname van verkeersveiligheid
35 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
4.2.3
Klimaat
Het thema ‘klimaat’ bestaat uit drie aspecten. In tabel 4.6 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
Tabel 4.6 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema klimaat Aspect
Doel
emissie en vastlegging broeikasgassen
Nederland moet in 2050 95 % minder CO2 uitstoten dan in 1990 het geval was. Enschede streeft naar een volledige CO2 -neutrale elektriciteitsproductie in 2050
Enschede haalt niet het gestelde beleidsdoel ten opzichte van CO2-uitstoot en heeft een hogere CO2-uitstoot dan het Nederlands gemiddelde.
hitte en droogte
een grondwaterstand die in balans is, opname en afvoer zijn gelijk, om de verdroging tegen te gaan en het ruimte maken voor groen en water zodat de stad klimaatbestendig wordt
hoge mate van verharding in de binnenstad en op bepaalde plekken eromheen (met name westkant) zorgt lokaal voor hittestress. Het buitengebied heeft minder last van hitte. Rondom Enschede, met grote delen landbouw en natuur, wordt risico gelopen op verdroging of het ontstaan van natuurbranden.
wateroverlast
een grondwaterstand die in balans is om de wateroverlast tegen te gaan, goede riolering en het maken van ruimte voor groen en water zodat de stad klimaatbestendig wordt
op een aantal plekken is sprake van of risico op norm overschrijdend regenwater- of grondwateroverlast. Enschede heeft hier onderzoek naar uitgevoerd, maar dit dient nog uitgewerkt te worden. Buurten die kwetsbaar zijn voor wateroverlast zijn onder anderen Stadsveld, Wesselerbrink, Pathmos, centrum en Esmarke. Ook zijn er een aantal plekken in Enschede-Noord waar er hoger risico is op wateroverlast.
4.3
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Cluster 3: aantrekkelijke woonomgeving
Het cluster ‘aantrekkelijke woonomgeving’ bestaat uit twee thema’s: 1 wonen en woonomgeving; 2 welzijn.
4.3.1
Wonen en woonomgeving
Het thema ‘wonen en woonomgeving’ bestaat uit drie aspecten. In tabel 4.7 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
36 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Tabel 4.7 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema wonen en woonomgeving Aspect
Doel
wonen
voldoende woningen om iedereen in Enschede te voorzien van een passende woning en een evenwichtige verdeling aandeel stedelijke versus areaal groene woonmilieus
de woningbouwlocaties in de huidige situatie voldoen niet aan de woningbehoefte. De woningwaarde in Enschede ligt relatief laag en Enschede heeft te kampen met een groot risico op energiearmoede, scheefwoners en een krappe woningmarkt. Enschede presteert ten aanzien van de woning en verhouding stedelijk versus suburbaan woonmilieu redelijk. Groen is in principe altijd dichtbij, maar het centrum is sterk versteend
voorzieningen
toekomstbestendig duurzaam aanbod van voorzieningen met zorgvoorzieningen die voor iedereen in Enschede bereikbaar en toegankelijk zijn
het aantal zorgvoorzieningen ligt in Enschede hoger en dichterbij in vergelijking met Overijssel en Nederland. Er is geen norm of beleidsdoel gesteld ten aanzien van voorzieningen. De leegstand is relatief laag ten opzichte van Nederland en omliggende gemeenten en de vloerproductiviteit is hoog in het Centrum van Enschede
recreatie
kwalitatieve groei, maar wel in balans
de binnenstad van Enschede is aantrekkelijk met een gemiddelde score van 7,9. Toerisme in Enschede wordt gewaardeerd, maar er zijn nog uitdagingen op het gebied van diversiteit in overnachtingsmogelijkheden om het volledige potentieel te benutten en beter aan uiteenlopende behoeften te voldoen. Daarnaast kent Enschede verschillende mogelijkheden voor (actieve) vrijetijdbesteding
4.3.2
Beoordeling (huidige situatie)
Toelichting
Welzijn
Het thema ‘welzijn’ bestaat uit vier aspecten. In tabel 4.8 is per aspect het doel en de beoordeling van de huidige situatie, inclusief toelichting, weergegeven.
Tabel 4.8 Samenvatting huidige staat Enschede op het thema welzijn Aspect
Doel
Beoordeling (huidige situatie)
inclusie
herstellen van de bestaanszekerheid, het stimuleren van gezondheid en het verbeteren van kansengelijkheid
segregatie in Enschede is redelijk beperkt, maar 1 op de 9 kinderen in Enschede groeit op in armoede en de kansengelijkheid is matig
gezondheid
bevorderen van gezondheid door het stimuleren van gezond gedrag (leefstijl, voeding, sport en bewegen) (onderliggend) het verbeteren van voorwaarden bestaanszekerheid en kansengelijkheid
op de verschillende indicatoren voor gezondheidsbevordering blijft Enschede over het algemeen achter bij het Nederlands gemiddelde. Inwoners hebben een minder goede (ervaren) gezondheid, sporten minder, hebben meer overgewicht, roken vaker, gebruiken vaker drugs. Ook de mentale gezondheid staat onder druk. Een lagere sociaaleconomische status duidt ook knelpunten op het gebied van bestaanszekerheid en kansengelijkheid
37 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02
Toelichting
Aspect
Doel
sociale samenhang
het bevorderen van de sociale samenhang in Enschede
Enschedeërs vinden over het algemeen dat mensen prettig met elkaar omgaan en zijn tevreden met de samenstelling van de bevolking, maar de sociale cohesie wordt minder goed beoordeeld dan het Nederlands gemiddelde