CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Omgevingseffectrapport inclusief aanvulling

Raadsvergadering 7 juli 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen omgevingsvisie32.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsvisie en OER Enschede Aanvulling OER

Gemeente Enschede 26 mei 2025

Project Opdrachtgever

Omgevingsvisie en OER Enschede Gemeente Enschede

Referentie

Aanvulling OER Definitief 26 mei 2025 127683/25-008.404

Projectcode

127683

Document Status Datum

Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING

4

1

INLEIDING

6

2

BEOORDELING REFERENTIESITUATIE EN ALTERNATIEVEN

7

2.1

Waterkwantiteit

7

2.2

Beschermde natuurgebieden

8

2.3

Cultureel erfgoed & waardevolle landschappen

9

2.4

Emissie en vastlegging broeikasgassen

10

2.5

Hitte en droogte

11

2.6

Circulariteit

12

2.7

Mobiliteit

12

2.8

Vestigingsklimaat

13

3

STAAT VAN DE LEEFOMGEVING EN EFFECTBEOORDELING

14

4

ROL VAN HET OER BIJ DE OMGEVINGSVISIE EN VERVOLG

15

Laatste pagina

15

Bijlage(n) -

Aantal pagina's

SAMENVATTING Voor de omgevingsvisie van Enschede is een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Dit is een wettelijke verplichting. De ontwerp-omgevingsvisie en het OER hebben van 6 februari tot en met 19 maart 2025 ter inzage gelegen. De gemeente Enschede heeft de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd om te adviseren over juistheid en volledigheid van het OER. Op 22 april 2025 heeft de Commissie het advies over het OER bij de Omgevingsvisie Enschede uitgebracht. In het advies signaleert de Commissie dat in het OER nog belangrijke informatie ontbreekt voor de onderbouwing van het zogeheten voorkeursalternatief (het toekomstbeeld) en de effecten van de keuzes die in de Omgevingsvisie worden gemaakt. De Commissie acht het aanvullen van deze informatie essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de Omgevingsvisie. Dit document voorziet in de aanvulling van deze essentiële beslisinformatie. En moet dan ook betrokken worden in de besluitvorming van de raad op de omgevingsvisie, als aanvulling op het opgestelde OER. Wat staat in het advies? De Commissie oordeelt dat de beoordeling van de referentiesituatie (de situatie in 2050 zonder omgevingsvisie) enhet voorkeursalternatief (de omgevingsvisie) niet in balans zijn.

De Commissie ziet dat de referentiesituatie op verschillende aspecten als (zeer) negatief is beoordeeld, op basis van een negatieve inschatting van de effectiviteit van bestaand beleid. Tegelijkertijd ziet de Commissie dat de beoordelingen voor het voorkeursalternatief juist (zeer) positief zijn ingeschat, zonder dat duidelijk is welke keuzes van de gemeente in de omgevingsvisie hieraan ten grondslag liggen. De beoordelingen van de referentiesituatie en het voorkeursalternatief zijn daardoor naar het oordeel van de Commissie onvoldoende onderbouwd. De Commissie adviseert daarom in een aanvulling op het OER de vergelijking van het voorkeursalternatief met de referentiesituatie aan te passen of te onderbouwen, en dan pas een besluit te nemen over de omgevingsvisie. Daarnaast bevat het advies enkele aanbevelingen voor de verbetering van het OER en de besluitvorming over de visie en vervolgbesluiten, namelijk: - een uitbreiding van het beoordelingskader met eenduidige indicatoren, die die representatief zijn voor de gemeentelijke ambities. De beoordeling van de effecten en onzekerheden voor de referentiesituatie en de alternatieven dienen daarbij op een consequente manier te worden beoordeeld; - een doorkijk naar de vervolgbesluiten op de omgevingsvisie, in een overzicht van tijd en volgorde.

Waarbij is aangegeven hoe het belang van de leefomgeving en de gemeentelijke ambitie zijn meegewogen in deze besluiten. Hoe zijn essentiële tekortkomingen hersteld? De Commissie signaleert essentiële tekortkomingen in de beslisinformatie van het OER op enkele milieuthema's, door de disbalans van de gegeven beoordelingen voor de referentiesituatie en het voorkeursalternatief. De gemeente Enschede herkent deze disbalans op onderdelen. Daarom zijn in deze aanvulling de toegekende beoordelingen voor de referentiesituatie en het voorkeursalternatief beter onderbouwd, dan wel hierop aangepast voor de volgende thema’s: 1 waterkwantiteit: hierbij is nader onderbouwd dat de toenemende risico’ s van klimaatverandering niet opwegen tegen het licht positieve effect van het huidig beleid in de referentiesituatie. Daarnaast is nader toegelicht dat de centrale rol voor ‘water en bodem’ sturend in de omgevingsvisie wel degelijk positief effect sorteert, ondanks onzekerheden over de exacte uitvoering. De beoordelingen wijzigen niet; 2 beschermde natuurgebieden: hierbij is nader onderbouwd dat de (verwachte) slechte staat van de natuur in de referentiesituatie, als gevolg van te hoge stikstofdepositie en hydrologische knelpunten niet of nauwelijks gekeerd wordt door huidig beleid.

Verduidelijkt is dat de omgevingsvisie bijdraagt aan versterking van het natuurnetwerk, doordat NNN-gebieden het grootste deel van het natuurareaal beslaan in de gemeente. De beoordelingen wijzigen niet; 3 cultureel erfgoed en waardevolle landschappen: de beoordeling van de referentiesituatie is van ‘matig’ naar ‘redelijk’ bijgesteld na beschouwing van het provinciale beleid op deze aspecten. De beoordeling ‘overwegend goed’ van het voorkeursalternatief blijft gehandhaafd. Daarmee is onderkent dat de bijdrage van de omgevingsvisie positief is, maar minder groot dan eerder gesuggereerd werd; 4 emissie en vastlegging broeikasgassen: de beoordeling ‘slecht’ in de referentiesituatie is nader onderbouwd. De beoordeling ‘redelijk’ in het voorkeursalternatief is bijgesteld naar ‘matig’, door een betere balans in de beoordeling tussen de onzekerheden die doorwerken vanuit de referentiesituatie en

4 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

5

6

7

8

de onzekerheden van de geïdentificeerde kansen. De omgevingsvisie geeft namelijk beperkt richting aan de warmte- en energietransitie; hitte en droogte: de beoordeling van het voorkeursalternatief is van ‘matig’ naar ‘redelijk’ bijgesteld. Ondanks onzekerheid op de exacte uitwerking van maatregelen, zorgt de integrale verankering van water en bodem sturend in de Omgevingsvisie voor een duidelijke doorwerking in vervolgbesluiten in stedelijk gebied en het buitengebied; circulariteit: de onderbouwing voor de beoordeling ‘overwegend goed’ van het voorkeursalternatief is aangevuld. Ondanks onzekerheden die ook golden in de referentiesituatie mag van de omgevingsvisie een positief effect verwacht worden op het gebied van circulariteit. Waar eerder expliciet integraal omgevingsbeleid ontbrak is nu een specifieke aanwijzing van het havengebied aangebracht om de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken, milieugebruiksruimte efficiënter te benutten en verstedelijking niet zonder meer in het havengebied te laten plaatsvinden; mobiliteit: de beoordeling van het voorkeursalternatief ‘overwegend goed’ is aangepast naar ‘redelijk’.

Alhoewel er wel degelijk maatregelen en ontwikkelingen volgens het STOMP-principe worden geïmplementeerd, is reductie van het autoverkeer nog te weinig concreet gemaakt in de omgevingsvisie; vestigingsklimaat: geen nadere onderbouwing of aanpassing aan de beoordelingen. Het advies van de Commissie had betrekking op de gelijkenis tussen twee aspecten. In het OER is dit ook geconstateerd en op die manier al meegenomen in de beoordeling.

Het advies van de Commissie leidt op punten tot aanpassingen in de onderbouwing en beoordeling van de referentiesituatie en het voorkeursalternatief. Deze aanpassingen leiden niet tot andere inzichten voor de besluitvorming. Wel onderstreept het dat uitwerking van het voorgenomen beleid en doorwerking in vervolgbesluiten cruciaal is om de ambities te bereiken. Het gaat daarbij in het bijzonder om waterkwantiteit, beschermde natuurgebieden, hitte en droogte en circulariteit. Verder volgt duidelijk dat er nog opgaves liggen in het bevorderen van de energietransitie (reduceren van de emissies van broeikasgassen), en dat voor het aspect mobiliteit de uitwerkingen van het STOMP-principe nog aangevuld dienen te worden met concrete maatregelen om het autoverkeer te reduceren. Hoe wordt omgegaan met de aanbevelingen? Naast essentiële tekortkomingen geeft de Commissie in haar advies ook drie aanbevelingen. De eerste is de aanbeveling om het beoordelingskader uit te breiden met eenduidige indicatoren, die representatief zijn voor de gemeentelijke ambities. De tweede aanbeveling is om de rol van het OER voor de gemaakte afwegingen in de omgevingsvisie te verduidelijken. De derde aanbeveling is om bij de besluitvorming over de omgevingsvisie een doorkijk te geven naar het vervolg. De aanbevelingen van de Commissie nemen we ter harte.

Voor wat betreft de eerste aanbeveling geldt dat de criteria in eerste instantie gebaseerd zijn op het Rad van de Leefomgeving, wat inderdaad beperkingen legt op de beschikbare indicatoren. De Commissie geeft bijvoorbeeld aan dat het criterium waterveiligheid niet relevant is, aangezien Enschede niet overstromingsgevoelig is voor het falen van primaire of secundaire waterkeringen. Dit blijkt ook uit de gegeven beoordeling ‘goed’ van dit aspect voor alle situaties, waarmee het aspect niet onderscheidend is en in het vervolg niet meer zal worden meegenomen. Een ander voorbeeld is de aanbeveling om het criterium ‘ecosysteemdiensten’ toe te voegen, waarmee de natuur en biodiversiteit in verband worden gebracht met de leefomgeving van burgers in Enschede. Een beoordeling van het effect op ecosysteemdiensten kan in beeld brengen hoe de invloed van natuur en biodiversiteit van betekenis kan zijn voor de kwaliteit van het leefmilieu in de stad, en daarmee bijdraagt aan de ambities van de gemeente op dit terrein ('mens en landschap centraal stellen'). De gemeente is altijd op zoek naar betere indicatoren, die (nog) beter aansluiten bij de gemeentelijke ambities, en zal de aanbevelingen dan ook meenemen in het vervolg.

Voor wat betreft de tweede aanbeveling: de gemeente heeft vanuit het OER inzichten gekregen in de effecten van de alternatieve modellen, en zijn betrokken in de voorstellen naar de gemeenteraad. Voor wat betreft de derde aanbeveling: de gemeente gaat met programma’s de verdere uitwerking van de omgevingsvisie vormgeven. Met de digitale visie kunnen continue actualisaties en aanvullingen worden verricht.

5 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

1 INLEIDING Aanleiding voor deze aanvulling op het OER bij de Omgevingsvisie Enschede De gemeente Enschede heeft een ontwerp-omgevingsvisie voor haar grondgebied opgesteld. Hierbij heeft de gemeente ook een omgevingseffectrapport (formeel een milieueffectrapport) opgesteld. Het omgevingseffectrapport (hierna: OER) heeft als doel om de effecten van gemaakte en te maken keuzes in de Omgevingsvisie in beeld te brengen, zodat leefomgevingsbelangen volwaardig meewegen in de besluitvorming. Beide documenten hebben van 6 februari tot en met 19 maart 2025 ter inzage gelegen. De gemeente Enschede heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd om te adviseren op het OER. De Commissie is een onafhankelijk organisatie, die adviseert over de juistheid en volledigheid van milieueffectrapporten. Op 22 april 2025 heeft de Commissie het advies over het OER bij de Omgevingsvisie Enschede uitgebracht. In het advies signaleert de Commissie dat in het OER nog belangrijke informatie ontbreekt voor de onderbouwing van het voorkeursalternatief en de effecten van de keuzes die in de Omgevingsvisie worden gemaakt. De Commissie acht het aanvullen van deze informatie essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de Omgevingsvisie.

Daarnaast doet de Commissie nog enkele aanbevelingen voor verbetering van het OER en de besluitvorming over de Omgevingsvisie Kern van het advies In het kort beschrijft het advies als essentiële tekortkoming dat beoordelingen van de referentiesituatie en de alternatieven in het OER niet met elkaar in balans zijn. De referentiesituatie is voor verschillende aspecten (zeer) negatief beoordeeld, waarbij is uitgegaan van een negatieve inschatting van de effectiviteit van bestaand beleid van de gemeente en andere overheden. Tegelijkertijd zijn de effecten in de alternatieven en vooral van het voorkeursalternatief zeer positief ingeschat, ondanks grote onzekerheden over de effectiviteit van nieuw beleid. Wanneer de positieve effecten van de omgevingsvisie zijn overschat, kan dit betekenen dat de invloed van het bestaande beleid te negatief is ingeschat óf dat extra inspanningen nodig zijn om de gemeentelijke ambities van het toekomstbeeld te realiseren. Dit is van belang voor het besluit over de omgevingsvisie, in samenhang met de uitwerking hiervan en toekomstige herzieningen.

Naast de essentiële tekortkoming geeft de Commissie nog een aantal aanbevelingen op het ontwerp OER: - de Commissie beveelt aan om met het oog op vervolgbesluiten en toekomstige herzieningen van de omgevingsvisie het beoordelingskader uit te breiden met eenduidige indicatoren, die representatief zijn voor de gemeentelijke ambities. Beoordeel de effecten en onzekerheden voor de referentiesituatie en alternatieven op een consequente manier; - de Commissie beveelt aan om bij de besluitvorming over de omgevingsvisie een doorkijk te geven naar het vervolg. Geef daarin zo mogelijk een overzicht, in tijd en volgorde geplaatst, van de vervolgbesluiten, zoals thematische en/of gebiedsgerichte programma’s en het omgevingsplan. Leeswijzer In navolgende hoofdstukken worden de kernpunten van het advies van de Commissie behandeld: - in hoofdstuk 2: aanvulling van de essentiële tekortkoming op de beoordeling van de referentiesituatie en alternatieven (paragraaf 2.1 van het advies); - in hoofdstuk 3: omgang met de aanbeveling op de staat van de leefomgeving en effectbeoordeling (paragraaf 2.2 van het advies); - hoofdstuk 4: omgang met de aanbeveling over de rol van het OER bij de Omgevingsvisie en het vervolg (paragraaf 2.3 van het advies).

6 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

2 BEOORDELING REFERENTIESITUATIE EN ALTERNATIEVEN Wat zegt de Commissie? De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voordat wordt besloten over de omgevingsvisie: - de beoordeling van huidige situatie én de referentiesituatie nader te onderbouwen en eventueel aan te passen op basis van bovenstaande. Betrek bij de referentiesituatie ook het beleid van andere overheden; - het voorkeursalternatief (en bij voorkeur ook de ander alternatieven) op een consistente manier te vergelijken met de referentiesituatie. Geef hiermee een navolgbare onderbouwing van de effecten van nieuwe keuzes die de omgevingsvisie maakt en de bijdrage aan de gemeentelijke ambities (doelbereik). Het advies benoemt expliciet 8 aspecten waar de onderbouwing voor de beoordelingen (huidige situatie, referentiesituatie, en/of voorkeursalternatief) nog onvoldoende is. In navolgende paragrafen worden deze aspecten behandeld.

2.1

Waterkwantiteit

In het OER is voor de huidige situatie beschreven dat op diverse plekken in de stad sprake is van wateroverlast. Dit door de hoogteverschillen in de stad en onvoldoende infiltratie van water in de bodem. In de zomer kunnen problemen ontstaan door zowel neerslagtekort (met als gevolg droogte) en wateroverlast (door extreme neerslag). Grondwater leidt tot overlast en droogte op verschillende plekken in Enschede. Het aspect is in de huidige situatie als ‘matig’ beoordeeld, en blijft gehandhaafd in deze aanvulling. Voor de beschrijving van de referentiesituatie is het vigerende Water- en Klimaatadaptatieplan beschouwd. In het plan staan maatregelen om risico’s op wateroverlast tegen te gaan, maar de uitwerking en impact van deze maatregelen is onbekend. Dit komt doordat het beleid nog verder praktisch moet worden uitgewerkt, en over de tijd in projecten en ruimtelijke ontwikkelingen moet landen. Het aspect is in de referentiesituatie als ‘matig’ beoordeeld. In aanvulling op het OER kan dit nog verder worden onderbouwd doordat de gemeente in hogere mate afhankelijk is van de medewerking van burgers en partners, aangezien maar 40 % van het Enschedese terrein in eigendom is van de gemeente. Dit leidt tot aanvullende onzekerheid op het behalen van de ambities.

In de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie Overijssel zet de provincie in op het creëren van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem, met ‘water en bodem’ als sturend principe bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dit moet de basis zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen, waarvoor het principe ‘comply or explain’ geldt (pas toe of leg uit). Ook voor het provinciale beleid geldt dat het beleid nader moet worden uitgewerkt en afhankelijk is van concrete projecten en ruimtelijke ontwikkelingen, waarin het beleid moet landen. Ondanks de onzekerheden die volgen bij de nadere uitwerking van het beleid, geldt ook dat door de gegeven beleidsaandacht voor het aspect alsnog enige mate van verbetering verwacht mag worden ten opzichte van de huidige situatie. Aangenomen mag worden dat bij (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente het aspect op enige wijze zal worden meegenomen.

7 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

Tegelijkertijd nemen de weersextremen (autonoom) toe richting 2050, als gevolg van klimaatverandering. Door de maatregelen vanuit het beleid te koppelen aan uitsluitend ruimtelijke ontwikkelingen, blijft er een afhankelijkheid van projecten voor de uitvoering van het beleid. De licht positieve trend vanuit het beleid weegt daarmee onvoldoende op tegen de negatieve trend vanuit klimaatverandering. De beoordeling van de referentiesituatie blijft ‘matig’. In het voorkeursalternatief wordt het principe ‘water en bodem sturend’ centraal gezet, met het vergroten van de sponswerking, terugbrengen van beken en fysieke ruimte vrijmaken voor groenblauwe structuren. Ook de afhankelijkheid van projecten voor de implementatie van het beleid is daarmee minder groot, aangezien ‘water en bodem’ sturend nu zelf een ‘project’ is. Alhoewel dit ook gepaard gaat met onzekerheden over de exacte uitvoering, zorgt de integrale verankering van de principes en structuren in de Omgevingsvisie en de lagenbenadering er wel voor dat de belangen van water en bodem veel sterker doorwerken. ‘Water en bodem sturend’ krijgt daarmee voorrang op andere belangen en ruimteclaims. Daar mag dan ook een positief effect van worden verwacht. De beoordeling van het voorkeursalternatief blijft daarmee ‘overwegend goed’.

2.2

Beschermde natuurgebieden

In het OER is voor de huidige situatie beschreven dat de KDW-waarden in de Natura 2000-gebieden in (Lonnekermeer en Aamsveen) en rondom (Landgoederen Oldenzaal, Dinkeland, Buurserzand en Haaksbergerveen en Witte Veen) Enschede met 50 % of meer wordt overschreden. Dit als gevolg van een overmaat van stikstofdepositie. De gebieden hebben verder te kampen met negatieve gevolgen van verdroging, en incidenteel versnippering, ruimtebeslag, waterkwaliteit en klimaatdroogte. Zie hiervoor ook tabel 8.2 van het MER, waarin de analyse op de NDA’s is uiteengezet. Het aspect is in de huidige situatie als ‘slecht’ beoordeeld, en blijft gehandhaafd in deze aanvulling. Ook de referentiesituatie is als ‘slecht’ beoordeeld in het OER. Uit de NDA’s voor de Natura 2000-gebieden in Enschede (Lonnekermeer en Aamsveen) is een trend zichtbaar van (overwegende) verdere achteruitgang van de natuurkwaliteit als gevolg van overbelasting van stikstofdepositie. Uit de AERIUS Monitor blijkt dat ondanks een verwachte (geringe) afname van de stikstofbelasting op de Natura 2000-gebieden het overgrote merendeel van het areaal matig tot sterk overbelast blijft richting 2030. Aanvullende (bron)maatregelen zijn nodig om de stikstofdepositie omlaag te brengen en natuurherstel mogelijk te maken.

Voor Lonnekermeer geldt verder dat, ondanks dat de Natura 2000-maatregelen grotendeels conform plan zijn uitgevoerd, waarschijnlijk de nog uitgestelde (peilverhoging en verondiepen Koppelleiding; verondiepen Hesbeek) en aanvullende maatregelen (retentie) ten westen van Twente Airport noodzakelijk zijn om de beoogde grondwaterstanden voor de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren. Voor Aamsveen blijft de lekkende verduikering op de grens met Duitsland een aandachtspunt. In het Natura 2000-gebied kan droogte door klimaatverandering een rol blijven spelen. De stikstofbelasting, droogte en slechte waterkwaliteit zijn ook belastend voor andere natuurgebieden, waaronder NNN-gebieden in en rondom Enschede. Daarnaast heeft klimaatverandering impact op alle natuurgebieden. Een ecologisch netwerk is daarom van belang omdat een netwerk ervoor zorgt dat natuur behouden blijft en weerstand kan bieden tegen ontwikkelingen binnen een stad. De trend van verdwijnende landschapselementen maakt dat ook de verbondenheid van natuurgebieden verder onder druk komt te staan. Het Groenambitieplan en het Natuur- en Landschapsplan streven naar het treffen van maatregelen, maar het is onduidelijk of deze voldoende effectief zullen zijn ten opzichte van de hoge stikstofbelasting. De beoordeling voor de referentiesituatie blijft op basis van voorgaande ‘slecht’.

In het OER is het voorkeursalternatief beoordeeld als ‘redelijk’, vanwege de kansen voor versterking van het natuurnetwerk. De Commissie beschrijft dat het onwaarschijnlijk is dat de gemeentelijke omgevingsvisie een dergelijke positieve invloed zal hebben op beschermde gebieden buiten stedelijk gebied. De suggestie dat de omgevingsvisie alleen effect sorteert op het stedelijk gebied is onjuist. De omgevingsvisie geeft ook

8 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

prioriteit aan beekherstel, het vergroten van de verbondenheid van het natuurnetwerk in het landelijk gebied en inzet op bescherming en herstel van de natuur (met o.a. investeringen in de bossen rondom Enschede). In de omgevingsvisie zijn geen specifieke uitspraken over de ambities voor Natura 2000-gebieden opgenomen. Voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is er wel de ambitie om het netwerk beter te verbinden, zowel met elkaar als met het omringende agrarisch gebied. Dit vertaalt zich in het behoud van noord-zuid verbindingen en een investering in een robuuste oost-west corridor. In ecozones worden mogelijkheden voor versterking en verbreding onderzocht. In het landelijk gebied wordt aanvullend gewerkt aan de bossenstrategie, die overeenkomt met de afbakening van de NNN-gebieden. Aangezien de NNNgebieden verreweg het grootste deel beslaan van de beschermde natuurgebieden binnen de gemeente, biedt het voorkeursalternatief zeker kansen voor de versterking van het natuurnetwerk. De beoordeling van het voorkeursalternatief voor het aspect blijft daarmee ‘redelijk’.

2.3

Cultureel erfgoed & waardevolle landschappen

Het OER beschrijft voor de huidige situatie dat er geen goed beeld bestaat van het cultuur erfgoed en archeologie, wat betekent dat het niet goed beheer, beschermd en/of ontwikkelt kan worden. De staat van waardevolle landschappen is wel goed. Dit leidt respectievelijk tot een beoordeling ‘redelijk’ en ‘overwegend goed’ voor de aspecten ‘cultureel erfgoed’ en ‘waardevolle landschappen’. In de referentiesituatie is het aspect ‘cultureel erfgoed’ als matig beoordeeld, doordat door snelle transformatie van de stad ongemerkt erfgoed verloren gaat. Het aspect ‘waardevolle landschappen’ wordt ook beoordeeld als ‘matig’ doordat grote veranderingen optreden in het landelijk gebied als gevolg van klimaatverandering, klimaatadaptieve maatregelen en intensivering van de landbouw. De belangrijke dragers van het landelijk gebied, de landbouw en landgoederen, ervaren daarmee een grote opgave om de kwaliteit van het landelijk gebied in stand te houden. In de vigerende omgevingsvisie van de provincie zijn zeven kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen op de sturing op ruimtelijke kwaliteit. Bij het inpassen van initiatieven spelen de geformuleerde gebiedskenmerken, als sturend instrument op borging van de ruimtelijke kwaliteit, een belangrijke rol.

Gebiedskenmerken zijn de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de sturing van de provincie: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Dit geldt ook voor de gebiedskenmerken. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden, maar waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Vanuit het provinciaal beleid is daarmee aandacht voor ‘cultureel erfgoed’ en ‘waardevolle landschappen’. Alhoewel de gebiedskenmerken slechts gedeeltelijk normstellend zijn, zijn ze wel richtinggevend. Hiervan mogen enige positieve effecten verwacht worden en mag dit dus meewegen in de beoordeling. De negatieve trends van snelle stedelijke veranderingen en druk op de landschappen wordt daarmee enigszins verlicht. De beoordelingen van de aspecten ‘cultureel erfgoed’ en ‘waardevolle landschappen’ worden daarom aangepast van ‘matig’ naar ‘redelijk’. In het voorkeursalternatief is veel aandacht voor het principe van erfgoed, waardoor het aspect als ‘overwegend goed’ is beoordeeld.

De Commissie observeert dit ook voor het aspect ‘waardevolle landschappen’ (met een gelijke beoordeling): alleen al aandacht hebben voor het thema leidt tot een hogere score. Het voorkeursalternatief besteedt wel expliciete aandacht aan erfgoed, door de cultuurhistorische identiteit onderdeel uit te laten maken als één van de vijf hoofdlijnen voor het kader voor het Toekomstbeeld van Enschede. In de omgevingsvisie is erfgoed integraal opgenomen in de voorgenomen ontwikkelingen langs drie inhoudelijke pijlers: beleven (erfgoed als waardecreatie), benutten (erfgoed als uniek kenmerk van de stad) en beschermen (behoud van cultuurhistorische waarden en waar mogelijk verrijkt). Met de bossenstrategie is ook aandacht voor de kwaliteit van landschap en het versterken van landgoederen. De omgevingsvisie omschrijft twee strategieën voor landschappen: 1) behoud van landschappen van zeer hoge kwaliteit, en 2) herstel en herkenbaar maken van oude structuren van

9 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

landschappen van hoge kwaliteit. Dit maakt dat de aspecten ‘cultureel erfgoed’ en ‘waardevol landschap’ wel degelijk beter geborgd zijn, ondanks dat er nog informatie mist van de huidige waarden. Ook al blijven er risico’s in de verdere uitwerking en doorwerking van het voorkeursalternatief. Een hogere score van ‘overwegend goed’ is daarmee gefundeerd.

Tabel 2.1 Beschouwing en wijzigingen huidige situatie, referentiesituatie en voorkeursalternatief - cultureel erfgoed Huidige situatie (OER -> aanpassing)

Referentiesituatie (OER -> aanpassing)

Toelichting

Voorkeursalternatief (OER -> aanpassing)

Door ontbreken een goed beeld van erfgoed gaat er met de snelle transformatie(s) erfgoed ongemerkt verloren. Tegelijkertijd verzacht provinciaal beleid op ruimtelijke kwaliteit met richtinggevende gebiedskenmerken deze trend

Toelichting

Erfgoed staat centraal als één van de vijf hoofdlijnen voor het Toekomstbeeld van Enschede, en is integraal geborgd langs drie pijlers: beleven, benutten en beschermen.

2.2 Beschouwing en wijzigingen huidige situatie, referentiesituatie en voorkeursalternatief - waardevolle landschappen Huidige situatie (OER -> aanpassing)

Referentiesituatie (OER -> aanpassing)

Toelichting

Het huidige waardevolle landschap komt onder druk te staan door grotere veranderingen in het landelijk gebied. Tegelijkertijd verzacht provinciaal beleid op ruimtelijke kwaliteit met richtinggevende gebiedskenmerken deze trend

2.4

Voorkeursalternatief (OER -> aanpassing)

Toelichting

Strategieën beschermen en versterken landschappen van (zeer) hoge kwaliteit. Met de bossenstrategie worden ook landgoederen versterkt.

Emissie en vastlegging broeikasgassen

In het OER is de huidige situatie van ‘emissie en vastlegging broeikasgassen’ als ‘slecht’ beoordeeld. Dit doordat Enschede niet het gestelde beleidsdoel haalt (95 % CO2-reductie ten opzichte van 1990 in 2050), en een hogere CO2-uitstoot heeft dan het Nederlands gemiddelde. In de referentiesituatie is het aspect ook beoordeeld als ‘slecht’. Het OER beschrijft dat, alhoewel de klimaatdoelstellingen op nationaal niveau verder worden uitgewerkt en daarmee invloed hebben op Enschede, de verwachting van substantiële afname van emissies gering blijft. Dit vanwege de decentrale uitvoering van het huidige beleid en de onzekerheden rondom de Regionale Energie Strategie (RES) Twente. Het OER beschrijft verder dat de tussenliggende doelstelling van minimaal 8 % reductie waarschijnlijk niet gehaald gaat worden, als gevolg netcongestie en provinciaal beleid om zonnevelden op landbouwgrond tegen te gaan. Een groter aandeel van hernieuwbare energie vanuit Twence zal (bij een gelijkblijvend aantal aandelen) tot 2030 niet toenemen. Andere bronnen voor hernieuwbare energie zijn niet of onvoldoende te realiseren. De opgave voor het reduceren van CO2-emissies neemt toe. Daarmee blijft de beoordeling voor het aspect gehandhaafd op ‘slecht’1.

1

Op 26 februari 2025 heeft de provincie Overijssel de Energievisie Overijssel 2050 vastgesteld. Dit is verder niet betrokken en meegenomen in de beoordeling.

10 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

In het OER is het voorkeursalternatief beoordeeld als ‘redelijk’. Dit vanuit een focus op kansen voor energieefficiëntere (collectieve) oplossingen, respecteren van zoeklocaties voor windenergie, inzet op energiebesparing door energiehubs, en mogelijkheden voor waterstof. Tegelijkertijd observeert de Commissie (en staat ook zo in het OER) dat de transitie naar duurzame energie en vermindering van broeikasgassen met 95 % met veel onzekerheid is omgeven. De decentrale uitvoering van het huidige beleid en de onzekerheden rondom de RES Twente zijn niet afgenomen. En alhoewel het bewust vrijhouden van zoeklocaties voor windenergie de onzekerheid deels verkleind en er enig effect mag worden verwacht met beleidssturing op (nieuwe) kansen voor de energietransitie, blijft de initiële beoordeling in het OER te positief. Daarom wordt de beoordeling van het voorkeursalternatief bijgesteld van ‘redelijk’ naar ‘matig’.

2.3 Beschouwing en wijzigingen huidige situatie, referentiesituatie en voorkeursalternatief - emissie en vastlegging broeikasgassen Huidige situatie (OER -> aanpassing)

Referentiesituatie (OER -> aanpassing)

Toelichting

Enschede heeft een hogere CO2-emissie dan het Nederlands gemiddelde. Decentrale uitvoering van nationaal beleid en onzekerheden rondom de RES zorgt voor lage verwachting van substantiële emissieafname

2.5

Voorkeursalternatief (OER -> aanpassing)

Toelichting

Ondanks respecteren van zoekgebieden voor windenergie ligt de nadruk van het OER teveel op mogelijke kansen en te weinig op de onzekerheden (decentrale uitvoering en RES Twente). De beoordeling is bijgesteld van ‘redelijk’ naar ‘matig’

Hitte en droogte

In de huidige situatie is het aspect ‘hitte en droogte’ beoordeeld als ‘redelijk’. Het OER beschrijft dat de hoge mate van verharding in de binnenstad (en in delen daaromheen) leidt tot lokale hittestress. Het buitengebied heeft minder last van hitte, maar wel meer van verdroging. In de referentiesituatie neemt door klimaatverandering de hittestress in stedelijk gebied en verdroging in het buitengebied verder toe. Het beschouwde Water- en Klimaatadaptatieplan bevat wel doelen maar geen praktijkgerichte vertaling. Hierdoor is onzeker in hoeverre de beleidsdoelen gehaald kunnen worden, en is de verwachting dat trends van toenemende hittestress en verdroging worden doorgezet. Het aspect is daarom als ‘matig’ beoordeeld. Deze beoordeling blijft gehandhaafd. Het voorkeursalternatief is in het OER beoordeeld als ‘overwegend goed’. Met het thema ‘Landgoed Enschede - groen is altijd dichtbij’ wordt ingezet op robuuste groenafstanden op loopafstand in de stad. Met name de corridor Usselerwig-Centrum speelt hierin een belangrijke rol. Ook in het buitengebied wordt ingespeeld op klimaatverandering, door de sponswerking te verbeteren en beken te herstellen. Dit vraagt nog wel om een verandering in het watersysteem.

De Commissie observeert dat de beoordeling in het OER ook omschrijft dat voor het verlagen van het risico op hittestress veel staat of valt met de uitwerking van de maatregelen in concrete situaties en met het microklimaat. Alhoewel dit inderdaad gepaard gaat met onzekerheden over de exacte uitvoering, zorgt de integrale verankering van klimaatadaptatie en hittestress in de omgevingsvisie er wel voor dat de belangen sterker doorwerken. Daar mag dan ook een licht positief effect van worden verwacht. De beoordeling in het OER van ‘overwegend goed’ wordt, gelet op het voorgaande, bijgesteld naar ‘redelijk’.

11 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

2.4 Beschouwing en wijzigingen huidige situatie, referentiesituatie en voorkeursalternatief - hitte en droogte Huidige situatie (OER -> aanpassing)

Referentiesituatie (OER -> aanpassing)

Toelichting

In de binnenstad (en deels daaromheen) is sprake van hittestress, in het buitengebied verdroging. Beleidsdoelen zonder praktische invulling zal naar verwachting ertoe leiden dat de toenemende trends door klimaatverandering doorzetten

2.6

Voorkeursalternatief (OER -> aanpassing)

Toelichting

Ondanks onzekerheid op de exacte uitwerking van maatregelen, zorgt de integrale verankering van het aspect in de omgevingsvisie wel voor een sterke doorwerking, waarop enig positief effect te verwachten mag. De beoordeling is bijgesteld van ‘overwegend goed’ naar ‘redelijk’

Circulariteit

In de huidige situatie is het aspect ‘circulariteit’ beoordeeld als ‘slecht’. De transitie naar een circulaire economie staat nog in de kinderschoenen en er is weinig concreet beleid dat tot significante verbeteringen gaat leiden. Aan de afvalkant (einde levenscyclus) wordt het nodige gedaan maar op het gebied van productie en grondstoffen wordt er nog traditioneel gewerkt. In de referentiesituatie zorgt nieuwe kennisontwikkeling in Nederland en Enschede, samen met een intensievere samenwerking in de regio Twente en Provincie Overijssel, voor grote stappen richting een circulaire economie. Alhoewel Enschede actief beleid voert gericht op bewoners en bedrijven, ontbreekt het aan uitvoerend beleid op rollen waarin de gemeente zelf regie kan voeren (zoals circulaire inkoop, aanbesteding en circulaire gebiedsontwikkeling). Er blijven nog aardig wat knelpunten over om de doelstellingen te bereiken. Het aspect ‘circulariteit’ is in de referentiesituatie daarom beoordeeld als ‘matig’, en blijft gehandhaafd. Het voorkeursalternatief in het OER is beoordeeld als ‘overwegend goed’, doordat het havengebied bewust gevrijwaard blijft van verstedelijking, en daarmee behouden blijft voor eventueel toekomstige zware bedrijvigheid die nodig kan zijn in de transitie naar een circulaire economie.

Daarmee kan het haven- en industriegebied van Enschede ook regionaal een belangrijke rol vervullen in deze transitie. Verder beschrijft het OER dat meer gemengde gebieden worden toegestaan waarin bedrijvigheid in combinatie met wonen denkbaar is. Dit kan ook mogelijkheden bieden voor decentrale vormen van circulariteit en de minder complexe lokale kringlopen. De Commissie observeert dat ook in de referentiesituatie geen sprake is van verstedelijking in het havengebied. Dit klopt, tegelijkertijd is het verschil dat in het voorkeuralternatief (en daarmee de visie) het havengebied specifiek en bewust wordt aangewezen om de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken, waarvoor (milieu)ruimte nodig is. Ondanks dat er alsnog onzekerheden zijn, verantwoord de verschuiving van weinig beleid voor circulariteit naar een specifiek aangewezen gebied voor de transitie naar een circulaire economie de toegekende beoordeling van ‘overwegend goed’.

2.7

Mobiliteit

In de huidige situatie is het aspect ‘mobiliteit en bereikbaarheid’ beoordeeld als ‘matig’. Dit volgt uit weinig beleidsmatige aandacht voor voetgangers, een relatief hoog aandeel van autoverkeer (50 % tot 60 % van al het verkeer) met knelpunten op bepaalde tijdstippen tot gevolg, en veel intern autoverkeer binnen Enschede (vooral Glanerburg en het zuiden van Enschede).

12 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

In de referentiesituatie is de beoordeling voor het aspect ook ‘matig’. Het OER beschrijft dat het aantal verplaatsingen voor zowel personen als goederen toeneemt en maatregelen vooral inspelen op het faciliteren van de auto. Dit doordat bestaande knelpunten met name betrekking hebben op het gemotoriseerde verkeer, waardoor de meeste maatregelen daar ook op gefocust zijn. Er vindt in de referentiesituatie geen mobiliteitstransitie plaats met STOMP als leidend principe. Het voorkeursalternatief in het OER is beoordeeld als ‘overwegend goed’. Het toekomstbeeld stimuleert de beoogde modal shift naar lopen, fietsen, OV en Mobility as a service. De wijze van verstedelijking draagt bij aan nabijheid van bestemmingen en creëert het draagvlak voor hoogwaardige vormen van openbaar vervoer. De Commissie geeft in haar advies aan dat in de referentiesituatie geen mobiliteitstransitie plaatsvindt met het STOMP-principe als uitgangspunt, en in het toekomstbeeld wel. De Commissie observeert dat de score op het aspect in het toekomstbeeld daarmee flink hoger is dan de score voor de referentiesituatie, terwijl het toekomstbeeld is gebaseerd op algemene intenties en niet op een concreet maatregelenpakket. In de visie zijn echter wel degelijk (concrete) maatregelen benoemd als uitwerking van het STOMP-principe.

Zoals de wijze van verstedelijking rondom OV-knooppunten, de hoogwaardige OV-verbinding tussen Hengelo en Enschede als drager van de mobiliteitstransitie in de Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) en de inzet van PenR locaties en wijkhubs. Daarbij wijst de Commissie er wel terecht op dat het OER zelf al stelt dat het reduceren van het autoverkeer in de binnenstad en daarbuiten nog weinig concreet gemaakt is in de visie, en dat diverse maatregelen voor het stimuleren van de mobiliteitstransitie in het toekomstbeeld niet of minder ver zijn uitgewerkt dan in de eerdere verkenningen. Het OER is daarin initieel te positief geweest in de toekenning van de score van het voorkeursalternatief. De beoordeling voor het aspect ‘mobiliteit en bereikbaarheid’ wordt bijgesteld van ‘overwegend goed’ naar ‘redelijk’.

2.5 Beschouwing en wijzigingen huidige situatie, referentiesituatie en voorkeursalternatief - mobiliteit en bereikbaarheid Huidige situatie (OER -> aanpassing)

Referentiesituatie (OER -> aanpassing)

Toelichting

Er is een relatief hoog aandeel (intern) autoverkeer met weinig beleidsmatige aandacht voor voetgangers. Door het ontbreken van een mobiliteitstransitie met STOMP als leidende principe en bestaande knelpunten betrekking hebben op gemotoriseerd verkeer, blijft de beoordeling gelijk

2.8

Voorkeursalternatief (OER -> aanpassing)

Toelichting

Alhoewel concretere maatregelen als uitwerking van het STOMP-principe zijn benoemd in de visie, blijft ontmoediging van de auto achterwege. De beoordeling is bijgesteld van ‘overwegend goed’ naar ‘redelijk’

Vestigingsklimaat

De Commissie constateert dat in het OER de twee aspecten ‘aantrekkelijk vestigingsklimaat’ en ‘vestigingslocaties’ apart worden behandeld en beoordeeld, maar op dezelfde gronden worden beoordeeld. Dit is juist: daarom zijn in het OER de beoordelingen van de verkenningen en het voorkeursalternatief op deze aspecten dan ook samen genomen, juist omdat onderscheid moeilijk en kunstmatig bleek. Dit is ook in het OER toegelicht aan het begin van paragraaf 7.4.2.

13 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

3 STAAT VAN DE LEEFOMGEVING EN EFFECTBEOORDELING Wat zegt de Commissie? De Commissie beveelt aan om met het oog op vervolgbesluiten en toekomstige herzieningen van de omgevingsvisie het beoordelingskader uit te breiden met eenduidige indicatoren, die representatief zijn voor de gemeentelijke ambities. Beoordeel de effecten en onzekerheden voor de referentiesituatie en alternatieven op een consequente manier. De Commissie plaatst enkele kanttekeningen en beoordelingen aan de gehanteerde set beoordelingscriteria. In het advies worden enkele voorbeelden van beoordelingscriteria beschreven waar het voor de Commissie onduidelijk is op welke keuze de criteria zijn gebaseerd, dan wel dat het criterium niet representatief is voor het thema. Enkele voorbeelden hiervan zijn: - waterveiligheid: dit criterium is niet relevant, want Enschede is niet overstromingsgevoelig voor het falen van primaire of secundaire waterkeringen; - ecosysteemdiensten: een toevoeging van dit criterium aan het thema natuur, waarmee natuur en biodiversiteit in verband wordt gebracht met de leefomgeving van burgers in Enschede.

Een beoordeling brengt daarmee in beeld hoe de invloed van natuur en biodiversiteit van betekenis kan zijn voor de kwaliteit van het leefmilieu in de stad, en daarmee bijdraagt aan de ambities van de gemeente op dit terrein; De gehanteerde beoordelingscriteria in het OER zijn gebaseerd op het Rad van de Leefomgeving. De indicatoren uit de het Rad van de Leefomgeving zijn op zichzelf beperkt geschikt voor één-op-één toepassing in het OER. Daarom is geprobeerd deze nader uit te werken voor de specifieke Enschedese situatie met het oog op de strategische opgaven van Enschede. De ambities van Enschede zijn niet gekoppeld aan strategische opgaven, maar wel aan Enschedese beleidsdoelen waar mogelijk. Dit is soms maar beperkt concreet gemaakt. Daarom is ook uitgeweken naar een koppeling met doelen van andere gemeenten of Nederland als geheel. Dit kan er wel toe leiden dat, zoals de Commissie beschrijft in haar advies, de effectbeoordeling per thema kan verschillen. De gemeente is altijd op zoek naar betere indicatoren waarop het gemeentelijk beleid beoordeeld kan worden, en neemt de aanbevelingen van de Commissie ter harte.

14 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

4 ROL VAN HET OER BIJ DE OMGEVINGSVISIE EN VERVOLG Wat zegt de Commissie? Het is voor de Commissie niet goed navolgbaar welke rol het OER heeft gespeeld bij de gemaakte afwegingen in de omgevingsvisie, waarbij het opvalt dat het OER nauwelijks wordt genoemd in de ontwerpomgevingsvisie. Daardoor is niet goed te volgen welke rol de beoordeling van de alternatieven in het OER heeft gespeeld bij de gemaakte keuzes. De Commissie beveelt aan om bij de besluitvorming over de omgevingsvisie een doorkijk te geven naar het vervolg. Geef daarin zo mogelijk een overzicht, in tijd en volgorde geplaatst, van de vervolgbesluiten, zoals thematische en/of gebiedsgerichte programma’s en het omgevingsplan. Geef aan hoe het belang van de leefomgeving en de gemeentelijke ambities meewegen bij deze besluiten. De gemeente Enschede heeft met het OER inzichten gekregen in de effecten van de alternatieve modellen. Paragraaf 8.1 van het OER gaat hier ook nader op in. Deze inzichten zijn betrokken in de voorstellen naar de gemeenteraad om voor de combinatie van corridorstand en bronpuntenstad te kiezen. De Commissie constateert terecht dat sommige uitwerkingen van de omgevingsvisie nog ontbreken. Dit wil de gemeente nader invullen met programma’s. De gemeente schept met de lagenbenadering voldoende houvast om hiermee de omgevingsvisie op langere termijn overeind te houden.

Doordat de omgevingsvisie digitaal is, kan deze op elk moment (partieel) verder worden uitgewerkt of gewijzigd. De gemeente Enschede gaat uit van continue actualisaties en aanvullingen per thema of gebied in de omgevingsvisie, en bekijkt op de middellange termijn of een meer substantiële herziening van de omgevingsvisie noodzakelijk is.

15 | 15

Witteveen+Bos | 127683/25-008.404 | Definitief

www.witteveenbos.com

a

Omgevingsvisie gemeente Enschede Omgevingseffectrapportage

Gemeente Enschede 26 mei 2025

Project Opdrachtgever

Omgevingsvisie gemeente Enschede Gemeente Enschede

Referentie

Omgevingseffectrapportage Definitief 02 26 mei 2025 127683/25-008.400

Projectcode

127683

Document Status Datum

Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

0

SAMENVATTING

7

0.1

Waarom een visie en OER?

7

0.2

Hoe staat Enschede er nu en straks voor?

7

0.3

Wat zijn de doelen en opgaven voor de omgevingsvisie?

11

0.4

Welke mogelijke toekomstbeelden voor de visie zijn verkend?

11

0.5

Wat is het toekomstbeeld voor de Enschede?

15

0.6

Wat zijn aanbevelingen bij de omgevingsvisie?

20

1

INLEIDING

22

1.1

Aanleiding

22

1.2

Toelichting omgevingseffectrapportage

22

1.3

Leeswijzer

23

2

DOELEN EN OPGAVEN OMGEVINGSVISIE

24

2.1

Strategische opgaven in Enschede 2050

24

2.2

Ruimtelijke ambitie

25

2.3

Grensoverschrijdende opgaven en ambities

26

3

METHODE

27

3.1

Plan- en studiegebied

27

3.2

Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar

27

3.3

Beoordelingskader

28

3.4

Wijze van beoordelen

30

4

STAAT VAN DE LEEFOMGEVING

32

4.1

Cluster 1: goede omgevingskwaliteit

32

4.1.1 4.1.2 4.1.3

32 33 34

Bodem en water Natuur Landschap en cultureel erfgoed

4.2

4.3

4.4

Cluster 2: veilige en gezonde fysieke leefomgeving

34

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Milieukwaliteit en gezondheid Veiligheidsrisico’s Klimaat

35 35 36

Cluster 3: aantrekkelijke woonomgeving

36

4.3.1 4.3.2

36 37

Wonen en woonomgeving Welzijn

Cluster 4: vitale economische omgeving

38

4.4.1 4.4.2 4.4.3

38 38 39

Natuurlijke hulpbronnen Economische vitaliteit Ruimtelijke economische structuur

5

VERKENNINGEN

41

5.1

Hoe zijn de verkenningen geformuleerd?

41

5.2

Vier verkenningen van Enschede

41

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4

Radialenstad Uitbreidende stad Bronpuntenstad Internationale Corridorstad

42 44 46 48

6

BEOORDELING REFERENTIESITUATIE

50

6.1

Cluster 1: goede omgevingskwaliteit

50

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4

50 52 53 54

6.2

6.3

6.4

Thema bodem en water Thema natuur Thema landschap en cultureel erfgoed Samenvatting referentiesituatie cluster goede omgevingskwaliteit

Cluster 2: veilig en gezonde fysieke leefomgeving

54

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4

55 55 57 59

Thema milieukwaliteit en gezondheid Thema veiligheidsrisico’s Thema klimaat Samenvatting referentiesituatie cluster veilige en gezonde fysiek leefomgeving

Cluster 3: aantrekkelijke woonomgeving

59

6.3.1 6.3.2 6.3.3

59 62 62

Thema wonen en woonomgeving Thema welzijn Samenvatting referentiesituatie cluster aantrekkelijke woonomgeving

Cluster 4: vitale economische omgeving

63

6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4

63 64 66 67

Thema natuurlijke hulpbronnen Thema economische vitaliteit Thema ruimtelijke economische structuur Samenvatting referentiesituatie cluster vitale economische omgeving

7

OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE VERKENNINGEN

69

7.1

Cluster 1: goede omgevingskwaliteit

69

7.1.1 7.1.2 7.1.3

69 73 77

7.2

7.3

7.4

Thema bodem en water Thema natuur Thema Landschap en cultuurhistorie

Cluster 2: veilig en gezonde fysieke leefomgeving

81

7.2.1 7.2.2 7.2.3

81 83 86

Thema milieukwaliteit en gezondheid Thema veiligheidsrisico’s Thema klimaat

Cluster 3: aantrekkelijke woonomgeving

90

7.3.1 7.3.2

90 96

Thema wonen en woonomgeving Thema welzijn

Cluster 4: vitale economische omgeving

100

7.4.1 7.4.2 7.4.3

100 101 104

Thema natuurlijke hulpbronnen Thema economische vitaliteit Thema ruimtelijke economische structuur

7.5

Samenvatting effectbeoordeling van de verkenningen

108

8

HET TOEKOMSTBEELD

110

8.1

Totstandkoming van het toekomstbeeld

110

8.2

Beschrijving van het toekomstbeeld

111

8.3

Beoordeling van het toekomstbeeld

114

8.3.1 8.3.2 8.3.3 8.3.4

114 123 128 132

Cluster 1: goede omgevingskwaliteit Cluster 2: veilig en gezonde fysieke leefomgeving Cluster 3: aantrekkelijke woonomgeving Cluster 4: vitale economische omgeving

8.4

Leefmilieus voor stedelijk gebied

138

9

AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING

144

9.1

Aanbevelingen: inzichten voor verdere besluitvorming

144

9.2

Leemten in kennis

145

9.3

Verzilveren kansen en monitoring

145

REFERENTIELIJST Laatste pagina

Bijlage(n) Staat van de leefomgeving

146 146 Aantal pagina's 182

0 SAMENVATTING Voor u ligt het omgevingseffectrapport (OER) bij de Omgevingsvisie van gemeente Enschede. Dit OER is een onderzoek naar de leefomgevingseffecten van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld voor Enschede en geeft aan hoe de gemeente hier, samen met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, aan wil werken.

0.1

Waarom een visie en OER?

Waarom een omgevingsvisie? Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn gemeenten verplicht een Omgevingsvisie voor het eigen grondgebied op te stellen. De Omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de gemeente aangeeft wat de kwaliteiten zijn van de fysieke leefomgeving en op welke wijze deze kwaliteiten ontwikkeld of beschermd moeten worden in het licht van trends en ontwikkelingen en opgaven die op de gemeente afkomen. Voor de gemeente Enschede zijn die opgaven bijvoorbeeld het vasthouden en aantrekken van talent en tegelijkertijd de veranderende eisen aan de woon- en werkomgeving en internationalisering van bedrijven. Daarnaast speelt Enschede in op klimaatverandering, energietransitie en de veranderende mobiliteitsvraag. Waarom een OER? Met het OER wil gemeente Enschede het milieubelang volwaardig meewegen in de besluitvorming over de omgevingsvisie. Dit is ook een wettelijke verplichting. Het OER kijkt breder dan milieu, naar de gehele fysieke leefomgeving en ook naar sociale aspecten. In het OER wordt beschreven hoe de leefomgeving van Enschede er nu voor staat, welke effecten de keuzes uit de Omgevingsvisie hebben en welke alternatieve beleidskeuzes hierbij in overweging zijn genomen.

0.2

Hoe staat Enschede er nu en straks voor?

Eerste stap in het OER is het in beeld brengen van de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij is gekeken naar een groot aantal aspecten. Voor elk van de aspecten is een oordeel gegeven van de staat. Daarbij is op basis van landelijke normen, eigen beleidsdoelen, of een vergelijking met Nederlandse gemiddelden een oordeel gegeven volgens een beoordelingsschaal met vijf klassen: goed - overwegend goed - redelijk - matig en slecht. Deze zijn weergegeven in een 5-tal ‘smileys’ variërend van rood tot groen in tabel 0.1. Als tweede stap is naast de huidige staat ook de verwachte autonome ontwikkeling van de leefomgeving op deze aspecten tot 2040 meegenomen. In 2040 kan de staat van de leefomgeving namelijk anders zijn door gemeentelijke beleid of externe trends en ontwikkelingen als klimaatverandering. Goede omgevingskwaliteit Veel van de aspecten onder bodem en water zijn als redelijk beoordeeld: er zijn verspreid over de gemeente knelpunten zoals een uitgeputte bodem, risico’s door zoutcavernes, ontplofbare oorlogsresten en ondergrondverdichting.

7 | 146

Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02

Voor water geldt dat door de hoogteverschillen in het landschap en onvoldoende infiltratie van de bodem wateroverlast door (grond)water optreedt. De kwaliteit van het water staat ook onder druk, mede door de overstort van riool bij hevige buien. Klimaatverandering zorgt door grotere piekbuien en extremere droogte voor een toename van deze risico’s. Daarom is de beoordeling in de referentiesituatie in tabel 0.1 gewijzigd van redelijk naar matig. De uitgangssituatie voor natuur is slecht. De biodiversiteit neemt sterk af door onder andere verdroging en vermesting van natuurgebieden. Er zijn ambities en beleid om deze negatieve trends te keren, maar resultaten zijn nog onvoldoende zeker, mede door de klimaatverandering (droogte), afhankelijkheid van nationale en provinciale maatregelen en grensoverschrijdende effecten. Landschap en erfgoed zijn kwaliteiten van Enschede. Vanuit het textielverleden zijn talloze parken, landgoederen en waardevolle gebouwen in en om de stad aanwezig. De kwaliteit staat echter onder druk door bijvoorbeeld klimaatverandering (waterhuishouding), verlies van landschapselementen, en het ontbreken van een actuele inventarisatie van erfgoed waardoor bescherming onvoldoende kan plaatsvinden.

Tabel 0.1 Samenvatting effectbeoordeling huidige situatie en referentiesituatie cluster ‘goede omgevingskwalitieit Thema

Aspect

bodem en water

bodemkwaliteit

Beoordeling huidige situatie

Beoordeling referentiesituatie

ondergrond waterkwantiteit waterkwaliteit natuur

biodiversiteit beschermde natuurgebieden

landschap en cultureel erfgoed

waardevolle landschappen cultureel erfgoed

Veilige en gezonde leefomgeving De milieukwaliteit en gezondheid in Enschede is overwegend goed. De milieugezondheidsrisico’s door met name luchtkwaliteit zijn gemiddeld lager dan in rest van Nederland. Wel vormt geluidhinder door wegverkeer een aandachtspunt, met name langs radialen en singels ook richting de toekomst. De staat voor externe veiligheid is overwegend goed: er bestaan lokaal enkele knelpunten, maar er wordt grotendeels aan beleid voldaan. Waterveiligheid is goed door de hoge ligging van Enschede en het ontbreken van overstromingsgevoelige gebieden. Wel is er in diverse wijken en buurten risico op wateroverlast door onder meer een hoge grondwaterstand en beperkte berging- en infiltratiemogelijkheden. Door extremere neerslag neemt het risico in de toekomst verder toe. Verkeersveiligheid is matig: ten opzichte van Nederland ligt het aantal verkeersongevallen in Enschede hoog en Enschedeërs zelf ervaren een afname van verkeersveiligheid. De emissie en vastlegging van broeikasgassen is als slecht beoordeeld. Enschede haalt niet het gestelde beleidsdoel ten opzichte van CO2-uitstoot en heeft een hogere CO2-uitstoot dan het Nederlands gemiddelde. Enschede scoort redelijk op het gebied van hitte en droogte, maar de kwetsbaarheid neemt autonoom toe in met name Enschede-west en het centrum waar relatief veel verharding en weinig groen is.

8 | 146

Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02

Tabel 0.2 Samenvatting effectbeoordeling huidige situatie en referentiesituatie cluster veilige en gezonde fysieke leefomgeving Aspect

Indicator

milieukwaliteit en gezondheid

gezondheidsbescherming

veiligheidsrisico’s

externe veiligheid

Beoordeling huidige situatie

Beoordeling referentiesituatie

waterveiligheid verkeersveiligheid klimaat

emissie en vastlegging CO2 hitte en droogte wateroverlast door hemelwater

Aantrekkelijke woonomgeving Het woningaanbod in Enschede sluit niet aan op de behoefte en is krap. De verhouding stedelijke versus groene woonmilieus is redelijk in balans. De woningwaarde is relatief laag en de risico’s op energiearmoede en scheef wonen zijn hoog. Demografische ontwikkelingen als vergrijzing en de dynamiek van uitstromend talent zetten de woningmarkt onder druk. De voorzieningen zijn overwegend goed. Zowel op het gebied van zorg, cultuur, retail en horeca heeft Enschede veel aanbod, mede door de centrumfunctie in de regio. De leegstand is relatief laag en de omzet per vierkante meter is hoog in het centrum. Ook op gebied van recreatie en toerisme is de uitgangssituatie overwegend goed. Het is aannemelijk dat Enschede de centrumpositie in de regio behoud en richting de toekomst versterkt. Op het gebied van gezondheid en inclusie blijft Enschede achter op het Nederlands gemiddelde. Inwoners hebben een minder goede (ervaren) gezondheid, sporten minder, hebben meer overgewicht, roken vaker, en gebruiken vaker drugs. Ook de mentale gezondheid staat onder druk. Een lagere sociaaleconomische status duidt ook knelpunten op het gebied van bestaanszekerheid en kansengelijkheid. Hoewel segregatie redelijk beperkt is, groeit wel één op de negen kinderen op in armoede. Landelijke trends op het gebied van gezondheid ontwikkelen zich negatief.

Enschedeërs vinden over het algemeen dat mensen prettig met elkaar omgaan en zijn tevreden met de samenstelling van de bevolking, maar de sociale cohesie wordt minder goed beoordeeld dan het Nederlands gemiddelde. Enschede heeft een groot aantal knelpunten op het gebied van sociale veiligheid: er heerst een hogere onveiligheidsbeleving dan gemiddeld in Nederland. Het is onduidelijk hoe deze trends zich in de toekomst ontwikkelen.

9 | 146

Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02

Tabel 0.3 Samenvatting effectbeoordeling huidige situatie en referentiesituatie cluster aantrekkelijke woonomgeving Thema

Aspect

wonen en woonomgeving

wonen

Beoordeling huidige situatie

Beoordeling referentiesituatie

voorzieningen recreatie welzijn

inclusie gezondheid sociale samenhang sociale veiligheid

Vitale economische omgeving De kwaliteit en kwantiteit van drinkwater staat onder druk en dit blijft naar verwachting naar de toekomst door onder andere droogte en verontreinigingen. De transitie naar een circulaire economie staat nog in de kinderschoenen. De werkgelegenheid is beoordeeld als matig. De arbeidsparticipatie en het opleidingsniveau zijn relatief laag. Ook kent Enschede weinig banen in verhouding tot de beroepsbevolking. Wel is de trend op deze indicatoren positief. Het vestigingsklimaat en de vestigingslocaties zijn beoordeeld als matig tot redelijk. Er zijn onvoldoende geschikte kavels, de (frictie)leegstand is te laag en de kantorenmarkt is deels verouderd. Het talent van de universiteit wordt nog onvoldoende vastgehouden en de multimodale bereikbaarheid van economische clusters is regelmatig relatief slecht. Ook de mobiliteit en bereikbaarheid in het algemeen vraagt nog aandacht. Er is relatief veel intern autoverkeer en het gebruik van de fiets is in sommige gebieden laag. Ook krijgen voetgangers beleidsmatig nog weinig aandacht. De gewenste transitie naar emissie loos vervoer en STOMP is daarmee nog onzeker. De staat van de energienetwerken is momenteel overwegend goed. De energietransitie zet de robuustheid van deze netwerken wel onder druk.

Tabel 0.4 Samenvatting effectbeoordeling huidige situatie en referentiesituatie cluster vitale economische omgeving Thema

Aspect

natuurlijke hulpbronnen

drinkwater circulariteit (grondstoffengebruik)

economische vitaliteit

werkgelegenheid

aantrekkelijke vestigingsklimaat ruimtelijke economische structuur

vestigingslocaties

mobiliteit en bereikbaarheid energienetwerk

10 | 146 Witteveen+Bos | 127683/25-008.400 | Definitief 02

Beoordeling huidige situatie

Beoordeling referentiesituatie

0.3

Wat zijn de doelen en opgaven voor de omgevingsvisie?

Nederland en ook Enschede staan aan de vooravond van een aantal grote transities. Denk hierbij aan klimaatverandering, energietransitie, mobiliteit, circulaire economie, en veranderingen op gebied van technologie en demografie. Om toekomstbestendig te blijven hanteert Enschede de volgende vier strategische opgaven. Deze staan in de afbeelding hieronder weergeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=822a33a0-15c5-43f3-8844-2439ae126a88