Bijlage 4 Bijlagen
Tekst van het document
Hierop bevindt zich op ca. 30 cm beneden maaiveld de moderne bouwvoor. Een uitzondering hierop is boring 2. Hier is op het keileem direct de moderne bouwvoor aangetroffen. In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Onderzoeksnummer 4759401100: betreft een bureauonderzoek door Vestigia BV in kader van geplande aanleg van een warmtenet in Enschede-Noord.18 Onderzoeksnummer 4817495100: betreft het vervolgonderzoek door boringen voor de aanleg van een warmtenet in Enschede-Noord door Vestigia.19
10
Bongers et al., 2012. Moerman, 2006. 12 Kremer & Nilesen, 2011. 13 Bergman et al., 2004. 14 Van der Kuijl,2018. Rapport is niet beschikbaar in Archis. 15 Geen rapport beschikbaar in Archis 16 Brouwer, 2019. 17 Stevens, & Rijlaarsadm, 2019. 18 Satijn, 2019. 19 Satijn, 2020. Rapport is niet beschikbaar in Archis. 11
nl_rapport.docx 20161201
15 (24)
Onderzoeksnummer 4896170100: betreft een booronderzoek door Laagland Archeologie BV voor plangebied Waterberging Twekkelerveld te Enschede.20 Er zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Plaatselijk lijkt sprake te zijn van een plaggendek. Afgezien ter hoogte van boring 15, 19, 23, 27, 30 en 31 is een weinig verstoord, afgedekt landschap aanwezig binnen de maximale verstoringsdiepte. Op basis van het verkennend booronderzoek kan de archeologische verwachting worden gehandhaafd. Onderzoeksnummer 4903743100: betreft een bureauonderzoek door Hamaland Adviesbureau voor de aanleg van een fietspad tussen Oldenzaal en Enschede.21 2.3.4 Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen In de Atlas Leefomgeving zijn alle bekende archeologische en bouwkundige monumenten en historisch-geografische informatie samengebracht in een digitale kaart.22 Via deze kaart zijn de bekende cultuurhistorische waarden per gebied te inventariseren. Het raadplegen van de Atlas Leefomgeving heeft voor het plangebied geen aanvullende informatie opgeleverd. Er zijn geen KLIC-gegevens geraadpleegd. Raadpleging van de Verstoringskaart RCE heeft geen aanvullende informatie opgeleverd.23
20
Rapport nog niet verschenen; wel Eerste bevindingen in Archis. Kuijl et al., 2020. 22 Geraadpleegd via www.atlasleefomgeving.nl 23 https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart 21
nl_rapport.docx 20161201
16 (24)
2.4 Historische situatie 2.4.1 Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) De Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Enschede geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Volgens de CHW ligt het tracé grotendeels in een zone waar geen bijzondere waarden aanwezig zijn. In het westelijke deel loopt het tracé door twee zones met een hoge attentiewaarde (groen) (zie afb. 4). Dit betreft het Abraham Ledeboerpark, een groot deel van het voormalige landgoed ‘Het Wageler’ (west) en het Park De Kotten (oost), eveneens een voormalig landgoed. De leiding zal ter plaatse van deze parken grotendeels door middel van gestuurde boring worden aangelegd, maar enkele delen zullen via open ontgraving worden aangelegd. Dit betreft in totaal ca. 110 m van het tracé, waarvan 90 m in Park De Kotten en 20 m in het Abraham Ledeboerpark. In dit westelijke deel van het tracé doorsnijdt het ook een oude verbindingsweg vanuit Enschede richting het noordwesten (‘hoge attentiewaarde (weg)’).
Afbeelding 4 Uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart gemeente Enschede met locatie tracé
nl_rapport.docx 20161201
17 (24)
In de gemeente Enschede liggen verschillende escomplexen. Op de Archeologische Essenkaart van de provincie Overijssel liggen in de omgeving van het tracé twee essen (zie afb. 5). Het westelijke deel van het tracé doorkruist een van deze essen over een afstand van ca. 340 m. De kabelverbinding zal hier middels gestuurde boring worden aangelegd.
Afbeelding 5. Kaart met locatie archeologische essen (bron: provincie Overijssel) en locatie tracé
2.4.2 Historisch kaartmateriaal Tot in de 20e eeuw was het gebied ten noorden van de historische kern van de stad Enschede nog grotendeels agrarisch gebied met verspreid liggende hoeven, essen en wegen (zie afb. 6 en 7). Langs de grotere wegen was rond 1900 steeds meer bebouwing ontstaan. De grootste uitbreiding van de bebouwde kom van Enschede aan de noordkant was in de naoorlogse periode, waarin verschillende nieuwe wijken werden gebouwd (zie afb. 8, situatie 1950). Vanaf deze periode werd het gebied waar het tracé door loopt grotendeels vol gebouwd. De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft geen melding van resten die verband houden met de Tweede Wereldoorlog in het gebied waar het tracé wordt aangelegd.24
nl_rapport.docx 20161201
24
www.ikme.nl
18 (24)
Afbeelding 6
Locatie kabeltracé over de Topografisch-Militaire Kaart uit 1850.
Afbeelding 7
Locatie kabeltracé over de topografische kaart uit 1910.
nl_rapport.docx 20161201
19 (24)
Afbeelding 8
Locatie kabeltracé over de topografische kaart uit 1950.
nl_rapport.docx 20161201
20 (24)
3
Gespecificeerde verwachting
Het tracé ligt op de westelijke flank van de stuwwal van Enschede. Dergelijke zones op de overgang van de relatief hooggelegen stuwwaltop en de lagergelegen dekzandlandschappen waren vanaf de vroegste aanwezigheid van de mens in dit gebied gunstige locaties voor bewoning en landbouw. Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ligt het tracé in gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachting, en enkele kleine zones met een lage verwachting. Per periode is hieronder de verwachting en de mogelijk aan te treffen archeologische resten nader gespecificeerd. Het aan te treffen vondstmateriaal is hoofdzakelijk anorganisch van aard. De bodemcondities in deze dekzandlandschappen zijn doorgaans niet geschikt voor de conservering van organisch materiaal. Verkoold en gecalcineerd organisch materiaal kan wel aangetroffen worden (zoals zaden, pitten, dierlijk botmateriaal). Eventuele archeologische resten worden direct onder de bouwvoor verwacht. Midden-Paleolithicum-Mesolithicum Op de overgangszones tussen de hoge en droge gebieden en de lage en natte gebieden geldt een lage tot middelhoge archeologische verwachting op aantreffen van resten jachtkampementen met concentraties houtkool van haardkuilen, vlakhaarden en vondstmateriaal bestaande uit bewerkt vuursteen en natuursteen.
Vanwege de bodemcondities worden geen vondsten van organische materialen verwacht tenzij deze verkoold zijn (bijv. zaden, hazelnootpitten). De vondstdichtheid in deze periode is laag; groepen jagers/verzamelaars leefden in zeer grote territoria waarbinnen ze op basis van wat in de opeenvolgende seizoenen op verschillende locaties aan voedsel beschikbaar was hun kampementen opsloegen. Daarbij bestreken ze doorgaans grote gebieden met verschillende landschapskenmerken en bijbehorende vegetatie en fauna. Neolithicum-Bronstijd-IJzertijd/Romeinse tijd Met de geleidelijke intrede van de landbouw als bron van voedsel gedurende het Late Neolithicum in oostelijk Nederland ontstonden plaatsgebonden nederzettingen bestaande uit enkele erven en boerderijen vaak met bijgebouwen. Rond de nederzetting lagen de akkers, en vaak iets verder weg en lager gelegen de weilanden. In de omgeving van de nederzettingen kunnen graf- of urnenvelden aanwezig zijn. Vanaf het moment dat plaatsgebonden nederzettingen ontstaan kunnen we huisplattegronden en bijgebouwen aantreffen bestaande uit groepen paalkuilen. Op en rond het erf kunnen sporen van greppels en diverse kuilen aanwezig zijn.
Het vondstmateriaal in deze perioden bestaat uit handgevormd en gedraaid keramiek, bewerkt natuursteen (zoals maalstenen, slijpstenen), vanaf de metaaltijden kunnen voorwerpen van brons, ijzer en soms edele metalen aanwezig zijn. Tijdens de Romeinse tijd kunnen naast inheems geproduceerde voorwerpen ook geïmporteerde (Romeinse) voorwerpen aangetroffen worden, zoals keramiek, metaal en glas. De archeologische verwachting voor deze periode is middelhoog.
nl_rapport.docx 20161201
21 (24)
Vroege-Late Middeleeuwen & Nieuwe tijd In deze periode ontstonden de eerste esdekken door plaggenbemesting op de relatief hogere delen in het dekzandgebieden (ruggen). De oudste esdekken dateren vanaf de Vroege Middeleeuwen. Door accumulatie van steeds nieuwe plaggen en mest ontstonden plaggendekken met een dikte van 50 cm tot soms 1 m of meer. Op of in de directe nabijheid van de esdekken kunnen resten van middeleeuwse boerenhoeven aangetroffen worden. Onder of nabij deze hoeven kunnen oudere, prehistorische voorgangers aanwezig zijn. De gebieden met enkeerdgronden hebben een hoge archeologische verwachting. De randzones rond de hogere enkeerdgronden (tot circa 100 m) hebben een middelhoge archeologische verwachting. Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit paal- en andere kuilen (water, afval), greppels en andere ontginnings- of erfscheidingssporen en vondstmateriaal zoals keramiek (aardewerk, steengoed en porselein), bewerkt natuursteen, metaal, glas. Vanaf circa de 13e eeuw is steenbouw mogelijk en kunnen funderingsresten en keramisch bouwmateriaal (zoals baksteen, dakpannen) worden aangetroffen. Afhankelijk van de conserveringscondities van de bodem kunnen resten van organisch materiaal aanwezig zijn, zoals bewerkt hout, leer en been.
Gezien het feit dat het tracé langs wegen door de bestaande bebouwde kom van Enschede loopt is de kans dat de bodem in (grote) delen van het tracé bij de aanleg en inrichting van het gebied in de naoorlogse periode dusdanig is verstoord dat mogelijke veel archeologische waarden niet meer intact aanwezig zijn.25 Doel van een vervolgonderzoek zal daarom in eerste instantie vooral het vaststellen van de mate en diepte van verstoringen in het tracé zijn, om daarmee te bepalen waar archeologische waarden nog intact aanwezig kunnen zijn. Uit pilotstudies van de mate van gaafheid van de bodem onder (voormalige) esdekken is gebleken dat ondanks de ligging in de (recent) bebouwde kom van Enschede, onder de ophooglagen (esdekken) goed bewaarde archeologische resten aanwezig kunnen zijn van vóór de Middeleeuwen.26 Dergelijke resten zijn direct onder het esdek te verwachten en zijn door die afdekking in het algemeen goed geconserveerd.
25
nl_rapport.docx 20161201
Er zijn geen gegevens geraadpleegd m.b.t. eventuele aanwezige verstoringen als gevolg van in het recente verleden uitgevoerde stedenbouwkundige en infrastructurele werken. 26 Boshoven et al., 2005.
22 (24)
4
Conclusie en advies
4.1 Conclusie Het tracé ligt op de westelijke flank van de stuwwal van Enschede. Dergelijke zones op de overgang van de relatief hooggelegen stuwwaltop en de lager gelegen dekzandlandschappen waren vanaf de vroegste aanwezigheid van de mens in dit gebied gunstige locaties voor bewoning en landbouw. De archeologische verwachting voor de periode Steentijd is laag. Voor de periode Neolithicum-Nieuwe tijd is de archeologische verwachting middelhoog. 4.2 Beantwoording onderzoeksvragen · Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig? Op basis van de bekende archeologische waarden in de nabije omgeving van het tracé in combinatie met de landschappelijke situering kunnen bij graafwerkzaamheden op het tracé archeologische waarden worden aangetroffen. De mate van gaafheid van eventueel aanwezig archeologische waarden is mogelijk beperkt door graafwerkzaamheden bij de aanleg en inrichting van de naoorlogse bebouwing en infrastructuur. De specifieke archeologische verwachting is middelhoog voor de periode vanaf het Laat Neolithicum tot in de Nieuwe tijd. Voor de periode Steentijd (Laat Paleolithicum-Vroeg/Midden Neolithicum) is de archeologische verwachting laag. ·
Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd? Om de gespecificeerde archeologische verwachting uit dit bureauonderzoek te toetsen en vast te stellen of op de gewijzigde delen van het tracé intacte archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen op die delen die op de gemeentelijke beleidsadvieskaart met een middelhoge/hoge archeologische verwachting staan weergegeven een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennend booronderzoek uit te voeren. 4.3 Advies Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt voor de delen van het tracé die zijn gewijzigd ten opzichte van het eerste, reeds onderzochte tracé, geadviseerd een inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen uit te voeren op de tracédelen waar de nieuwe kabel door middel van open ontgraving zal worden aangelegd. Hierbij worden op de delen met een middelhoge/hoge archeologische verwachting boringen in het tracé uitgevoerd aan het begin- en eindpunt van de tracédelen met open ontgraving en daartussen om de 50 m. De boringen dienen te worden doorgezet tot een maximale diepte van 0,3 m onder het diepste niveau van de leidingsleuf.
Doel van het booronderzoek is de mate van gaafheid van de bodemopbouw vast te stellen (diepte en lengte) en daarmee kansrijke locaties voor mogelijk aanwezige archeologische waarden te begrenzen. Op die kansrijke locaties zullen aanvullende karterende boringen uit gevoerd moeten worden om die waarden daadwerkelijk op te sporen en nader te begrenzen en te duiden. In bijlage 5 is aangegeven welke tracédelen het betreft. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de bevoegde overheid).
nl_rapport.docx 20161201
Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
23 (24)
Literatuurlijst en gebruikte bronnen Berendsen, H.J.A., 20053 (1997): Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s, Assen. Bergman, W.A., A.A.G. Emaus & C. Helmich, 2004. Inventariserend veldonderzoek, ’t Kleijne Vaert te Enschede. Synthegra-rapport 174119. Zelhem, Synthegra Archeologie B.V. Bongers, J.M.G., W. Pouille & J. Jelsma, 2012. Enschede, Van Hoogendorpstraat (gemeente Enschede, Ov). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport 2012/03-04Z. Zuidhorn, de Steekpoef B.V. Boshoven, E.H., R.M. Lotte, A.G. Oldemenger, L.A. Tebbens & J.M.J. Willems, 2005. Gemeente Enschede Archeologische Verwachtingskaart. BAAC rapport 04.238. Deventer, BAAC B.V. Brouwer, E.W., 2019. Inventariserend verzoek- karterende fase FazantstraatHulsmaatstraat, Enschede, gemeente Enschede (OV.). Laagland-rapport 232. Gemeente Enschede, 2008. Archeologiebeleid gemeente Enschede. Past2PresentArcheologic Rapportage 402. Hekman, J.J., 2019. Archeologisch onderzoek Aanleg XLPE ESDV-ESDH, gemeente Enschede; inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen. Sweco Archeologische Rapporten 2185. Hekman, J.J., 2021. Archeologisch onderzoek Aanleg XLPE ESDV-ESDH, gemeente Enschede; bureauonderzoek. Sweco Archeologische Rapporten 2144, herziene versie. Isarin, R. & A. Bosman, 2006. Archeologisch selectiebeleid Gemeente Enschede. Woerden, Past2Present, rapport 199.
Kremer, H. & R. Nilesen, 2011. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend en karterend booronderzoek, De Groene Scheg te Enschede. Synthegrarapport S110119. Doetichem, Synthegra B.V. Kuijl, E.E.A. van der, 2018. Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Tetem 4, hoek Stroinksbleekweg-Hulsmaatstraat te Enschede, gemeente Enschede. Hamaland-rapport 181798. Kuijl, E.E.A. et al., 2020. Bureauonderzoek archeologie aanleg en reconstructie fietspad F35 Oldenzaal en Enschede. Hamaland-rapport 192503. Moerman, S., 2006. Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase Roomweg/Voortsweg in Enschede, gemeente Enschede. Katwijk, Becker & Van der Graaf Satijn, O.P.N., 2019. Archeologisch vooronderzoek in het kader van de geplande aanleg van een warmtenet in Enschede-Noord, gemeente Enschede. Vestigia-rapport 1882 Satijn, O.P.N., 2020. Archeologisch vooronderzoek in het kader van de geplande aanleg van een warmtenet in Enschede-Noord, gemeente Enschede; Vestigia-rapport. Stevens, F. & S.A. Rijlaarsadm, 2019. Voortmanslaan ’t Amelinksebos. Bureau- en Inventariserend veldonderzoek, karterend booronderzoek. Synthegra-rapport S190004. nl_rapport.docx 20161201
24 (24)
Stichting voor Bodemkartering, 1979: Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Toelichting bij de kaartbladen 34 West Enschede en 34 Oost Enschede – 35 Glanerbrug, Wageningen. Versfelt, H.J. 2003. De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland 1773-1794. Groningen, Heveskes uitgevers. Versfelt, H.J. & M. Schroor, 2005. De Atlas van Huguenin. Militair-topografische kaarten van Noord-Nederland, 1819-1829. Groningen/Veendam, Heveskes Uitgevers. Essenkaart provincie Overijssel: http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/cwk_discipline/v1 ahn.maps.arcgis.com archis.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.topotijdreis.nl
nl_rapport.docx 20161201
25 (24)
Bijlage 1 – Locatie van het plangebied
nl_rapport.docx 20161201
257000
258000
259000
Legenda Ontwerp tweede tracé ESDH110 - ESDV110 Ontwerp oude tracé ESDH110 - ESDV110 Ontwerp nieuwe tracé ESDH110 - ESDV110
Ligging tracé 110 kV Kabelverbinding ESDH110-ESDV110 Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51000625
N-OI-KL-HS-Kabeltrace open ontgraving N-OI-KL-HS-Kabeltrace HDD
Datum: 30-05-2022 Schaal: 1:10000 Formaat: A3
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
P:\240\362824\2. Do Work\Bureaustudies\Archeologie\QGIS Tracé Enschede Noord, blad 1 van 1
472000
473000
256000
Bijlage 2 – Archeologische verwachtingskaart gemeente Enschede
nl_rapport.docx 20161201
27 (24)
257000
258000
259000
Archeologische verwachting
Legenda Ontwerp oude tracé ESDH110 - ESDV110
Archeologische Verwachtingskaart
Ontwerp tweede tracé ESDH110 - ESDV110
waardevol/beschermd
Ontwerp nieuwe tracé ESDH110 - ESDV110
hoge verwachting
N-OI-KL-HS-Kabeltrace open ontgraving
middelhoge verwachting
N-OI-KL-HS-Kabeltrace HDD
lage verwachting lage verwachting - beekdalen
110 kV Kabelverbinding ESDH110-ESDV110 Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51000625
Datum: 30-05-2022 Schaal: 1:10000 Formaat: A3
onbekend
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
P:\240\362824\2. Do Work\Bureaustudies\Archeologie\QGIS Tracé Enschede Noord, blad 1 van 1
472000
473000
256000
Bijlage 3 – Archeologische beleidskaart gemeente Enschede
nl_rapport.docx 20161201
28 (24)
257000
258000
259000
Archeologische beleidskaart
Legenda Ontwerp oude tracé ESDH110 - ESDV110 Ontwerp tweede tracé ESDH110 - ESDV110 Ontwerp nieuwe tracé ESDH110 - ESDV110
Archeologische Beleidskaart
Onderzochte archeologische gebieden
wettelijk beschermd rijksmonument
Onderzocht, niet afgerond
waardevolgebied A
beleid onbekend
N-OI-KL-HS-Kabeltrace open ontgraving
waardevolgebied B
N-OI-KL-HS-Kabeltrace HDD
onderzoeksgebied A onderzoeksgebied B
110 kV Kabelverbinding ESDH110-ESDV110 Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51000625
Datum: 30-05-2022 Schaal: 1:10000 Formaat: A3
verstoordegebieden met een middelhoge of hoge verwachting
N
gebieden met lage verwachting gebieden met lage verwachting en beekdalen
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
P:\240\362824\2. Do Work\Bureaustudies\Archeologie\QGIS Tracé Enschede Noord, blad 1 van 1
472000
473000
256000
Bijlage 4 – Bekende archeologische gegevens
nl_rapport.docx 20161201
29 (24)
257000
258000
259000
Legenda
Bekende archeologische waarden
Ontwerp nieuwe tracé ESDH110 - ESDV110
110 kV Kabelverbinding ESDH110-ESDV110
N-OI-KL-HS-Kabeltrace open ontgraving N-OI-KL-HS-Kabeltrace HDD
Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51000625
Ontwerp tweede tracé ESDH110 - ESDV110 Ontwerp oude tracé ESDH110 - ESDV110 Archis 3
Datum: 30-05-2022 Schaal: 1:10000 Formaat: A3
Onderzoeksmeldingen
N
Vondstlocaties © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
P:\240\362824\2. Do Work\Bureaustudies\Archeologie\QGIS Tracé Enschede Noord, blad 1 van 1
472000
473000
256000
Bijlage 5 – Advieskaart
nl_rapport.docx 20161201
30 (24)
258000
Legenda Advies tot vervolgonderzoek Ontwerp oude tracé ESDH110 - ESDV110 Ontwerp tweede tracé ESDH110 - ESDV110
Vervolgadvies 110 kV Kabelverbinding ESDH110-ESDV110 Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51000625
Ontwerp nieuwe tracé ESDH110 - ESDV110 N-OI-KL-HS-Kabeltrace open ontgraving N-OI-KL-HS-Kabeltrace HDD
Datum: 30-05-2022 Schaal: 1:7000 Formaat: A3
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
P:\240\362824\2. Do Work\Bureaustudies\Archeologie\QGIS Tracé Enschede Noord, blad 1 van 1
472000
473000
257000
Bijlage 6 – Archeologische en geologische perioden
nl_rapport.docx 20161201
31 (24)
Overzicht van archeologische perioden27 Periode
Tijd
Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd)
tot
9.000 v.Chr.
Mesolithicum (Midden Steentijd)
9.000 v.Chr.
-
4.900 v.Chr.
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5.325 v.Chr.
-
1.900 v.Chr.
Bronstijd
1.900 v.Chr.
-
800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
1.050 n.Chr.
Late Middeleeuwen
1.050
-
1.500 n.Chr.
Nieuwe Tijd
1.500
-
heden
Indeling van het Kwartair chronostratigrafie Kwartair
Holoceen
Pleistoceen
jaren geleden Subatlanticum
3.000 -
heden
Subboreaal
5.000 -
3.000
Atlanticum
8.000 -
5.000
Boreaal
9.000 -
8.000
Preboreaal
10.000 -
9.000
Laat
130.000 -
10.000
Weichselien (ijstijd)
120.000 -
10.000
Eemien
130.000 -
120.000
800.000 -
130.000
Saalien (ijstijd)
200.000 -
130.000
Elsterien (ijstijd)
400.000 -
315.000
2.400.000 -
800.000
Midden
Vroeg
27
Bron: Archeologisch Basis Register 1992.
nl_rapport.docx 20161201
32 (24)
Rapport Projectnummer: 51000625 Referentienummer: NL22-648800269-30910 Datum: 31-08-2022
Archeologisch onderzoek naar tracé XLPE ESDV-ESDH in Enschede Noord, gemeente Enschede Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2579
Versie C1 D1
Sweco Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven
Status Concept voor beoordeling bevoegde overheid Definitief na goedkeuring bevoegde overheid
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Datum 31-08-2022 xx-xx-2022
Sweco Nederland B.V. Eindhoven Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Noelle Luhukay Secretaresse T +31 88 811 64 65
Verantwoording Titel Subtitel
Archeologisch onderzoek naar tracé XLPE ESDV-ESDH in Enschede Noord, gemeente Enschede Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2579
ISSN-nummer
2468-4813
Projectnummer
51000625
Referentienummer
NL22-648800269-30910
Revisie
C1
Datum
31-08-2022
Auteur
Wessel Wolzak KNA Prospector MA (actornummer 48487734)
E-mailadres
wessel.wolzak@sweco.nl
Gecontroleerd door
Jan Jaap Hekman senior KNA prospector (actornummer 64229705)
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jeroen van Rooij Teammanager
Paraaf goedgekeurd
Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).
2 (14)
Administratieve gegevens Uitvoerder Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartbladnummer Kadastrale gegevens Centrum-coördinaat Opdrachtgever Archis Zaakindentificatie Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid Projectmedewerker(s) Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie
Sweco Nederland B.V. Overijssel Enschede Enschede Enschede Noord trace 34F n.v.t. W x: 256.147 / y: 471.048 O x: 258.600 / y: 473.132 TenneT 5278060100 Lengte trace ca. 3200 m Gemeente Enschede (regioarcheoloog dhr. O. Satijn, Het Oversticht; 06 55747238; olaf.satijn@hetoversticht.nl) Mette Adegeest, junior archeoloog Wessel Wolzak, KNA Prospector MA Juli – augustus 2022 Sweco Nederland B.V., De Bilt.
3 (14)
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1
Inleiding .................................................................................................................. 8
1.1
Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 8
1.2
Methodiek ................................................................................................................ 8
1.3
Archeologische verwachting .................................................................................... 8
2
Veldonderzoek ..................................................................................................... 10
2.1
Inleiding ................................................................................................................. 10
2.2
Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 10
2.3
Werkwijze .............................................................................................................. 10
2.4
Resultaten en interpretatie .................................................................................... 11
2.4.1
Bodemopbouw ....................................................................................................................11
2.4.2
Archeologie .........................................................................................................................12
2.4.3
Interpretatie .........................................................................................................................12
3
Conclusie .............................................................................................................. 13
3.1
Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................ 13
3.2
Advies .................................................................................................................... 13
3.3
Selectieadvies bevoegd gezag .............................................................................. 13
Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 14
Bijlage 1.
Locatie plangebied
Bijlage 2.
Locatie boringen
Bijlage 3.
Boorprofielen
4 (14)
Samenvatting In opdracht van TenneT heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventarisend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd naar het trace Enschede Noord, gemeente Enschede (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de aanleg van een trace vanaf het 110kV station Enschede/G.J. van Heekstraat (ESDH) in het westen naar het 110kV station Enschede/Vechtstraat (ESDV) in het oosten met een lengte van circa 3 km. Voorafgaand aan dit onderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd in 2018 voor de aanleg van de XLPE-kabel voor het toenmalige tracé. In 2019 is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door middel van verkennend boringen. Het tracé is in de tussentijd deels gewijzigd, met name aan de westkant en in het uiterste oostpunt. Voor het gewijzigde tracé is in 2021 een aangepast bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit laatste bureauonderzoek is geadviseerd op een viertal locaties op het tracé verkennende boringen uit te voeren. Het advies tot vervolgonderzoek is goedgekeurd door de bevoegde overheid. Het tracé ligt op de westelijke flank van de stuwwal van Enschede. Dergelijke zones op de overgang van de relatief hooggelegen stuwwaltop en de lagergelegen dekzandlandschappen waren vanaf de vroegste aanwezigheid van de mens in dit gebied gunstige locaties voor bewoning en landbouw.
Op basis van de bekende archeologische waarden in de nabije omgeving van het tracé in combinatie met de landschappelijke situering kunnen bij graafwerkzaamheden op het tracé archeologische waarden worden aangetroffen. De mate van gaafheid van eventueel aanwezig archeologische waarden is mogelijk beperkt door graafwerkzaamheden bij de aanleg en inrichting van de naoorlogse bebouwing en infrastructuur. De specifieke archeologische verwachting is middelhoog voor de periode vanaf het Laat Neolithicum tot in de Nieuwe tijd. Voor de periode Steentijd (Laat Paleolithicum-Vroeg/Midden Neolithicum) is de archeologische verwachting laag. Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 27-7-2022. Hierbij zijn acht handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 30 m in de C-horizont. De boringen zijn gezet aan het begin- en eindpunt van de tracédelen met open ontgraving waarvoor een een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt. De boringen laten zien dat de bovengrond over het algemeen is verstoord of opgehoogd bij de aanleg van woonwijken, wegdekken en kabelsleuven. Deze verstoorde grond is aanwezig tot 0,7 m -mv en plaatselijk tot 2,1 m -mv.
In het westen van het plangebied is de oorspronkelijk bodem mogelijk een beekeerdgrond geweest, gezien de aanwezigheid van kleiafzettingen en veenrestanten boven een grijze C-horizont in het dekzand. In boring 4 is een diepe verstoring aanwezig die mogelijk duidt op een oude sloot. Boringen 5 en 6 laten een boorprofiel zien van verstoord zand op een C-horizont. Het is onduidelijk tot hoe diep deze C-horizont is vergraven. Eventuele diepere grondsporen zullen hier aanwezig kunnen zijn. In het uiterste oosten van het plangebied is onder een puinrijke bovengrond een C-horizont aanwezig in grondmorene afzettingen of gestuwde afzettingen. De hoge tot middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode Neolithicum t/m Nieuwe tijd kan naar beneden toe worden bijgesteld naar laag. De lage verwachting voor archeologische resten uit het Midden-Paleolithicum t/m het Mesolithicum blijft laag.
5 (14)
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Archis-vondstmelding en de bevoegde overheid).
6 (14)
Tabel 0 Overzicht van archeologische perioden1 Periode Tijd Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd) 9.000 v.Chr.
tot -
9.000 v.Chr. 4.900 v.Chr.
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5.325 v.Chr.
-
1.900 v.Chr.
Bronstijd
1.900 v.Chr.
-
800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
1.050 n.Chr.
Late Middeleeuwen
1.050
-
1.500 n.Chr.
Nieuwe Tijd
1.500
-
heden
Tabel 2 Indeling van het Kwartair chronostratigrafie Kwartair Holoceen Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Pleistoceen Laat Weichselien (ijstijd) Eemien Midden Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd) Vroeg
1
jaren geleden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 130.000 120.000 130.000 800.000 200.000 400.000 2.400.000 -
heden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 10.000 120.000 130.000 130.000 315.000 800.000
Bron: Archeologisch Basis Register 1992.
7 (14)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van TenneT heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventarisend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd naar het tracé Enschede Noord, gemeente Enschede (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de aanleg van een trace vanaf het 110kV station Enschede/G.J. van Heekstraat (ESDH) in het westen naar het 110kV station Enschede/Vechtstraat (ESDV) in het oosten met een lengte van circa 3 km. Voorafgaand aan dit onderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd in 2018 voor de aanleg van de XLPE-kabel voor het toenmalige tracé. In 2019 is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door middel van verkennend boringen. Het tracé is in de tussentijd deels gewijzigd, met name aan 630 m aan de westkant en in het uiterste oostpunt. Voor het gewijzigde tracé is in 2021 een aangepast bureauonderzoek uitgevoerd.2 Op basis van dit laatste bureauonderzoek is geadviseerd op een viertal locaties op het tracé verkennende boringen uit te voeren. Het advies tot vervolgonderzoek is goedgekeurd door de bevoegde overheid. 1.2 Methodiek Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4003. 1.3 Archeologische verwachting Inleiding Het tracé ligt op de westelijke flank van de stuwwal van Enschede.
Dergelijke zones op de overgang van de relatief hooggelegen stuwwaltop en de lagergelegen dekzandlandschappen waren vanaf de vroegste aanwezigheid van de mens in dit gebied gunstige locaties voor bewoning en landbouw. Op basis van de bekende archeologische waarden in de nabije omgeving van het tracé in combinatie met de landschappelijke situering kunnen bij graafwerkzaamheden op het tracé archeologische waarden worden aangetroffen. De mate van gaafheid van eventueel aanwezig archeologische waarden is mogelijk beperkt door graafwerkzaamheden bij de aanleg en inrichting van de naoorlogse bebouwing en infrastructuur. De specifieke archeologische verwachting is middelhoog voor de periode vanaf het Laat Neolithicum tot in de Nieuwe tijd. Voor de periode Steentijd (Laat Paleolithicum-Vroeg/Midden Neolithicum) is de archeologische verwachting laag. Midden-Paleolithicum-Mesolithicum Op de overgangszones tussen de hoge en droge gebieden en de lage en natte gebieden geldt een lage archeologische verwachting op aantreffen van archeologische resten. Neolithicum-Bronstijd-IJzertijd/Romeinse tijd Met de geleidelijke intrede van de landbouw als bron van voedsel gedurende het Late Neolithicum in oostelijk Nederland ontstonden plaatsgebonden nederzettingen bestaande uit enkele erven en boerderijen vaak met bijgebouwen.
Vanaf het moment dat plaatsgebonden nederzettingen ontstaan kunnen we huisplattegronden en bijgebouwen aantreffen bestaande uit groepen paalkuilen. Op en rond het erf kunnen sporen van greppels en diverse kuilen aanwezig zijn.
2
Hekman, J.J. & M. Adegeest, 2022. Archeologisch onderzoek Aanleg XLPE ESDV-ESDH, gemeente Enschede; bureauonderzoek. Sweco Archeologische Rapporten 2144. Sweco Nederland B.V.
8 (14)
Het vondstmateriaal in deze perioden bestaat uit handgevormd en gedraaid keramiek, bewerkt natuursteen (zoals maalstenen, slijpstenen), vanaf de metaaltijden kunnen voorwerpen van brons, ijzer en soms edele metalen aanwezig zijn. Tijdens de Romeinse tijd kunnen naast inheems geproduceerde voorwerpen ook geïmporteerde (Romeinse) voorwerpen aangetroffen worden, zoals keramiek, metaal en glas. De archeologische verwachting voor deze periode is middelhoog. Vroege-Late Middeleeuwen & Nieuwe tijd In deze periode ontstonden de eerste esdekken door plaggenbemesting op de relatief hogere delen in het dekzandgebieden (ruggen). De oudste esdekken dateren vanaf de Vroege Middeleeuwen. Door accumulatie van steeds nieuwe plaggen en mest ontstonden plaggendekken met een dikte van 50 cm tot soms 1 m of meer. In het plangebied zijn mogelijk esdekken aanwezig. Op of in de directe nabijheid van de esdekken kunnen resten van middeleeuwse boerenhoeven aangetroffen worden. Onder of nabij deze hoeven kunnen oudere, prehistorische voorgangers aanwezig zijn. De gebieden met enkeerdgronden hebben een hoge archeologische verwachting. De randzones rond de hogere enkeerdgronden (tot circa 100 m) hebben een middelhoge archeologische verwachting.
Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit paal- en andere kuilen (water, afval), greppels en andere ontginnings- of erfscheidingssporen en vondstmateriaal zoals keramiek (aardewerk, steengoed en porselein), bewerkt natuursteen, metaal, glas. Vanaf circa de 13e eeuw is steenbouw mogelijk en kunnen funderingsresten en keramisch bouwmateriaal (zoals baksteen, dakpannen) worden aangetroffen. Afhankelijk van de conserveringscondities van de bodem kunnen resten van organisch materiaal aanwezig zijn, zoals bewerkt hout, leer en been. Fysieke kwaliteit en verstoring Gezien het feit dat het tracé langs wegen door de bestaande bebouwde kom van Enschede loopt is de kans groot dat de bodem in (grote) delen van het tracé dusdanig is verstoord dat archeologische waarden niet meer intact aanwezig zijn. Doel van het onderhavige inventariserende veldonderzoek is derhalve in eerste instantie vooral het vaststellen van de mate en diepte van verstoringen in het tracé, om daarmee te bepalen waar archeologische waarden nog intact aanwezig kunnen zijn. Uit pilotstudies van de mate van gaafheid van de bodem onder (voormalige) esdekken is gebleken dat ondanks de ligging in de (recent) bebouwde kom van Enschede, onder de ophooglagen (esdekken) goed bewaarde archeologische resten aanwezig kunnen zijn van vóór de Middeleeuwen.
Dergelijke resten zijn direct onder het esdek te verwachten en zijn door die afdekking in het algemeen goed geconserveerd.
9 (14)
2
Veldonderzoek
2.1 Inleiding Het inventariserend veldonderzoek (IVO-O) is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4003 Overig en bestaat uit 1. controle aanwezigheid en volledigheid informatie (LS05, LS06 PS05, VS05, VS07); 2. opstelling Plan van Aanpak IVO-Overig (VS01, SP01, VS08); 3. aanmelden onderzoek bij Archis; 4. uitvoeren veldwerk IVO-Overig (VS02, VS03, VS04); 5. melden eerste bevindingen onderzoek bij Archis; 6. uitwerken vondsten en (boor)monsters (VS03, SP02); 7. analyseren resultaten IVO-Overig (VS02, VS03, VS04); 8. opstellen standaardrapport IVO-Overig en waardering (VS05, VS06); 9. opstellen selectieadvies (VS07); 10. aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis; 11. aanleveren van analoge projectdocumentatie (DS01, DS02, OS17); 12. aanleveren van vondsten en monsters (DS03, OS17); 13. aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05); 14. verwijderen gedeselecteerde vondsten en monsters (OS13). Het inventariserend veldonderzoek bestaat uit een booronderzoek verkennende fase. De gekozen onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het bureauonderzoek (uitmondend in de gespecificeerde archeologische verwachting), het protocol inventariserend veldonderzoek uit de KNA versie 4.1 (protocol 4003). Voorafgaand aan het veldwerk is een Plan van Aanpak opgesteld.
Hierin is de doel- en vraagstelling van het onderzoek vastgesteld en zijn onderzoeksvragen geformuleerd. 2.2 Doelstelling en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen of bijstellen van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting, zoals deze is samengevat in hoofdstuk 1.3. De vraagstelling voor dit onderzoek is: zijn er in het onderzoeksgebied archeologische waarden aanwezig of mogelijk aanwezig en zo ja, wat is de waarde daarvan? Voor de beantwoording van de vraagstelling zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: · Wat is de bodemopbouw in het plangebied? · Is deze opbouw nog intact? · Zijn (mogelijke) archeologische waarden aanwezig in het plangebied? ° Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? · In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? · In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door de toekomstige planontwikkeling? · Is het plangebied voldoende onderzocht? ° Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 2.3 Werkwijze Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 27-7-2022 door Wessel Wolzak (KNA Prospector MA) onder supervisie van een senior KNA Prospector.
Hierbij zijn acht handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 30 m in de C-horizont.
10 (14)
De boringen zijn gezet aan het begin- en eindpunt van de tracédelen met open ontgraving waarvoor een een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt. De boorpunten zijn ingemeten met behulp van een GPS (Garmin06S). De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, ahn.nl). Met het verkennend booronderzoek wordt de bodemopbouw beschreven en de mate van intactheid daarvan bepaald. Kansrijke zones of locaties uit het verkennend booronderzoek kunnen aanleiding zijn voor het uitvoeren van een aanvullend karterend onderzoek om daadwerkelijk archeologische vindplaatsen op te sporen.Van kansrijke zones of locaties is sprake wanneer er een esdek aanwezig is boven een podzolbodem. De boorprofielen zijn lithologisch beschreven conform de Leidraad Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB, versie 1.1) 3 en volgens het Systeem van Bodemclassificatie voor Nederland.4 De X- en Y-coördinaten ingemeten met een GPS. De hoogte van het maaiveld is vastgesteld op basis van het AHN3. De opgeboorde grond is onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren, zoals verbrand of bewerkt vuursteen, houtskool, verbrand bot en aardewerk. Verder is gekeken naar bodemverkleuringen die zouden kunnen wijzen op mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen.
Boringen 5 en 6 lagen in een afgesloten sportterrein en zijn daarom verplaatst aan de rand van het terrein. Deze boringen liggen in de directe omgeving van het begin- en eindpunt van de geplande open ontgraving van het traject van de XLPE kabel. Deze verplaatsing heeft geen effect op de resultaten van het onderzoek. 2.4 Resultaten en interpretatie De locaties van de boringen worden weergegeven in bijlage 2. De tekeningen van de boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. 2.4.1
Bodemopbouw
Verstoord pakket In alle boringen is vanaf maaiveld een verstoord pakket aanwezig van circa 70 tot 210 cm dik. Het bovenste deel van het verstoorde pakket bestaat uit een bruingrijs, matig fijn en zwak siltig zand. Dit zand is zwak humeus en heeft een dikte van 20 tot 50 cm. Op basis van het AHN is geen duidelijke aanwijzing om een opgehoogde grond te vermoeden. In de westelijke boringen zijn in dit verstoorde pakket brokken klei (boring 2) en veen (boringen 3 en 4) aanwezig. In boring 2 is vanaf 0,3 m -mv een bruine, zwak zandige klei aanwezig. Dit kleipakket is 70 cm dik en is zwak humeus. Dit kleipakket is verrommeld door latere graafwerkzaamheden. De klei kan afkomstig zijn van natuurlijke beekafzettingen. Verstoord veen In boringen 3 en 4 is onder een verstoord zandpakket veen aangetroffen vanaf 1,4 m -mv (boring 3) en vanaf 1,8 m -mv (boring 4). Het veen in boring 3 is bruin, sterk zandig en bevat zandbrokken. Mogelijk betreft het een pakket veen dat ter plaatse gevormd is en later door menselijke activiteit is vergraven of verrommeld. Het veen in boring 4 bestaat uit bruin, zwak zandig veen met grove plantenresten. Dit pakket veen ligt op een diepte van 1,8 tot 2,1 m mv en betreft een demping of slootbodem. Een dergelijke laagte kan later zijn gedempt met zand en kleibrokken uit de omgeving. 3 4
Bosch, 2008. De Bakker & Schelling, 1989.
11 (14)
Dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) Onder het verstoorde zand, klei en veenpakket is in boringen 1 t/m 6 een beigekleurige of grijze C-horizont van het dekzand. In de westelijke boringen (boringen 2, 3 en 4) is het dekzand grijs. Mogelijk betreft het een restant van beekeerdgronden of lagergelegen dekzanden die later zijn bedekt door veen. In boringen 5 en 6 ligt onder een verstoord zandpakket een beige tot beigebruine C-horizont van het dekzand. Eventuele bodemhorizonten die aanwezig kunnen zijn geweest, zijn hier geheel vergraven. Het is echter onduidelijk tot hoe diep de grond in de C-horizont geroerd is. Gestuwde afzettingen In de boringen in het oosten van het plangebied (boringen 7 en 8) ligt onder een grofzandige en puinhoudende verstoorde bovengrond een C-horizont in grovere afzettingen dan in de andere boringen. De C-horizont betreft hier geelbruin, matig grof, zwak grindig zand. Het tracé snijdt hier door grondmorene afzettingen of gestuwde afzettingen aan de rand van de stuwwal in het oosten van Enschede. Mogelijk betreft het keizand dat voor kan komen op een grondmorene. 2.4.2 Archeologie Er zijn in de boringen geen archeologische indicatoren en/of vondsten aangetroffen. 2.4.3 Interpretatie De boringen laten zien dat de bovengrond over het algemeen is verstoord of opgehoogd bij de aanleg van woonwijken, wegdekken en kabelsleuven.
Deze verstoorde grond is aanwezig tot 0,7 m -mv en plaatselijk tot 2,1 m -mv. In het westen van het plangebied is de oorspronkelijk bodem mogelijk een beekeerdgrond geweest, gezien de aanwezigheid van kleiafzettingen en veenrestanten boven een grijze C-horizont in het dekzand. In boring 4 is een diepe verstoring aanwezig die mogelijk duidt op een oude sloot. Boringen 5 en 6 laten een boorprofiel zien van verstoord zand op een C-horizont. Het is onduidelijk tot hoe diep deze C-horizont is vergraven. Eventuele diepere grondsporen zullen hier aanwezig kunnen zijn. In het uiterste oosten van het plangebied is onder een puinrijke bovengrond een C-horizont aanwezig in grondmorene afzettingen of gestuwde afzettingen. De hoge tot middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode Neolithicum t/m Nieuwe tijd kan naar beneden toe worden bijgesteld naar laag. De lage verwachting voor archeologische resten uit het Midden-Paleolithicum t/m het Mesolithicum blijft laag.
12 (14)
3
Conclusie
3.1 Beantwoording onderzoeksvragen De in paragraaf 2.2 gestelde onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord:
· Wat is de bodemopbouw in het plangebied?
·
·
·
·
·
In het westen (boringen 1 t/m 4) bestaat een bodemprofiel van zand op klei of veen op een C-horizont van het dekzand. In het midden (boringen 5 en 6) bestaat een bodemprofiel van verstoord zand op een C-horizont van het dekzand. Het oosten van het tracé (boringen 7 en 8) bestaat uit puinrijk verstoord zand op een C-horizont van grondmorene afzettingen. Is deze opbouw nog intact? Deze bodemopbouw is in geen van de boringen intact aangetroffen. De verwachte beekeerdgronden, enkeerdgronden of podzolgronden werden niet (intact) aangetroffen. De ondergrond is verstoord tot 0,7 m -mv en plaatselijk tot 2,1 m -mv. Zijn (mogelijke) archeologische waarden aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? Met de afwezigheid van intacte bodems zijn er geen archeologische waarden (meer) aanwezig in het plangebied. Mogelijk kunnen er plaatselijk nog diepere sporen aanwezig zijn in de C-horizont, aangezien niet overal duidelijk is hoeveel van de oorspronkelijke bodem is vergraven. In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? De middelhoge tot hoge verwachting voor archeologische resten uit de periode Neolithicum t/m Nieuwe tijd kan naar beneden toe worden bijgesteld naar laag.
In hoeverre worden de (mogelijke) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? De voorgenomen plannen bestaan uit de aanleg van een stroomkabel. Op de locaties waar boringen zijn gezet zal dit door middel van een open ontgraving worden uitgevoerd. Aangezien deze werkzaamheden lineair zijn en in verstoorde grond zullen worden uitgevoerd, is de kans nihil dat er mogelijke archeologische waarden worden bedreigd door de plannen. Is het plangebied voldoende onderzocht? Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is voldoende onderzocht. Het bodemprofiel is nergens intact meer aanwezig. De voorgenomen plannen zullen eventuele archeologische waarden niet bedreigen.
3.2 Advies Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Archis-vondstmelding en de bevoegde overheid). 3.3 Selectieadvies bevoegd gezag Dit rapport is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een besluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
13 (14)
Literatuurlijst en gebruikte bronnen Bakker, H. De & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. Wageningen, Staring Centrum. Bosch, J.H.A., 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van Standaard boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Utrecht, Deltares. Brandt, R.W., E. Drenth, M. Montforts, R.H.P. Proos, I.M. Roorda & R. Wiemer, 1992. Archeologisch Basis register ARCHIS. Amersfoort, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Carmiggelt, A. & P.J.W.M. Schulten, 2002. Veldhandleiding archeologie. Archeologie Leidraad 1. Amsterdam, SIKB. Hekman, J.J. & M. Adegeest, 2022. Archeologisch onderzoek Aanleg XLPE ESDV-ESDH, gemeente Enschede; bureauonderzoek. Sweco Archeologische Rapporten 2144. Sweco Nederland B.V. SIKB, 2018. BRL SIKB 4000 Beoordelingsrichtlijn Archeologie versie 4.1 (incl. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie KNA). Gouda, SIKB. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek, versie 2.0. SIKB.
ahn.maps.arcgis.com archis.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.topotijdreis.nl
14 (14)
Bijlage 1. Locatie plangebied
plangebied Ontwerp nieuwe tracé ESDH110 - ESDV110 N-OI-KL-HS-Kabeltrace open ontgraving
Ligging tracé 110 kV Kabelverbinding ESDH110-ESDV110 Opdrachtgever: TenneT TSO B.V. Projectnummer: 51000625
N-OI-KL-HS-Kabeltrace HDD Datum: 09-08-2022 Schaal: 1:5000 Formaat: A3
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
Q:\K\GRQ\BU500\Algemeen\GEO\ARCHEOLOGIE\Projecten 2022\51000625 BO Kabeltracé Enschede Noord TenneT\9_GIS\3_standaard sjablonen\QGIS Tracé Enschede Noord IVO, blad 1 van 1
Legenda
Bijlage 2. Locatie boringen
boorpunten plangebied Ontwerp nieuwe tracé ESDH110 - ESDV110 Kabeltrace open ontgraving Kabeltrace HDD
TenneT Enschede Noord Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 51000625
Datum: 09-08-2022 Schaal: Formaat: A3
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
Q:\K\GRQ\BU500\Algemeen\GEO\ARCHEOLOGIE\Projecten 2022\51000625 BO Kabeltracé Enschede Noord TenneT\9_GIS\3_standaard sjablonen\QGIS Tracé Enschede Noord IVO, blad 1 van 1
Legenda
Boorlocaties
Bijlage 3. Boorprofielen
Projectnummer: Projectnaam:
51000625 110kV Kabelverbinding Enschede
Projectleider:
Boring:
1
Boring:
2
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
0
0
gras
0
0
Gras, Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Bv
gras Gras, Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Bv
30
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, bruin, Edelmanboor, Verstoord
-50
Dennis van den Berge
Klei, sterk zandig, matig humeus, bruin, Edelmanboor, Verstoord
-50
70
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, Edelmanboor, C hor 100
-100
100
-100
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, C hor 130
Boring:
3
Boring:
4
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
0
0
gras
20
Gras, Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor, Bv
0
-50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken puin, antropogeen, brokken zand, antropogeen, beige, Edelmanboor, Verstoord
75
-100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor -100 Veen, sterk zandig, brokken zand, antropogeen, bruin, Edelmanboor
120
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, antropogeen, grijs, Edelmanboor, Verstoord
140
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, C hor
-150
gras Gras, Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Verstoord
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken puin, antropogeen, beige, Edelmanboor, Roest -50
0
-150
170 180
-200 210
Veen, zwak zandig, resten plantenresten, antropogeen, bruin, Edelmanboor, Onderkant demping of slootbodem Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor, C hor
-250
250
Projectnummer: Projectnaam:
51000625 110kV Kabelverbinding Enschede
Projectleider:
Boring:
5
Boring:
6
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
0
0
gras
0
0
Gras, Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Bv
gras Gras, Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor, Bv
30
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken puin, antropogeen, bruin, Edelmanboor, Verstoord
-50
Dennis van den Berge
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken puin, antropogeen, brokken zand, antropogeen, bruin, Edelmanboor, Verstoord
-50
80
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, Edelmanboor, C hor roest
-100
90
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor, C hor roest
-100
120
120
Boring:
7
Boring:
8
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
Boormeester: Datum:
Veldwerker 27-7-2022
0
0
berm
30
Berm, Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken puin, antropogeen, grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken puin, antropogeen, bruingrijs, Edelmanboor, Verstoord
-50
-100
0
0
berm
30
Berm, Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken puin, antropogeen, grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken puin, antropogeen, bruingrijs, Edelmanboor, Verstoord
-50
-100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geelbruin, Edelmanboor, C hor
120
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geelbruin, Edelmanboor, C hor -150
150
-150
150
Bureauonderzoek Kabeltracé Enschede (ESDVESDH)
Oriënterend bureauonderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Verantwoording Titel:
Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:
Bureauonderzoek Kabeltracé Enschede (ESDV-ESDH) Oriënterend bureauonderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur 51000625 Tennet NL22-648800269-28908 1
Datum:
22-07-2022
Auteur: E-mailadres:
Rietje Klous Rietje.klous@sweco.nl
Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:
Germ Zeephat
Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:
Rik Jansen
Onderwerp:
2/18
Inhoudsopgave
Verantwoording .................................................................................................................................................. 2 1 1.1 1.2
Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Kader van het onderzoek ........................................................................................................................ 4 Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten .................................................................................... 4
2 2.1 2.2 2.3
Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden .................................................................................... 6 Toetsingskader ........................................................................................................................................ 6 Inventarisatie ........................................................................................................................................... 7 Analyse van de mogelijke effecten .......................................................................................................... 8
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
Wet natuurbescherming: soortenbescherming ....................................................................................... 9 Toetsingskader ........................................................................................................................................ 9 Methode .................................................................................................................................................10 Voorkomende ecotopen ........................................................................................................................ 11 Planten ..................................................................................................................................................11 Vleermuizen ...........................................................................................................................................11 Overige zoogdieren ...............................................................................................................................12 Vogels ....................................................................................................................................................12 Amfibieën en Reptielen .........................................................................................................................13 Vissen
....................................................................................................................................................13 Ongewervelden .....................................................................................................................................13
4 4.1 4.2
Natuurbeleidskaders.............................................................................................................................. 15 Toetsingskader ......................................................................................................................................15 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 15
5
Conclusies .............................................................................................................................................17
Sweco | Bureauonderzoek Kabeltracé Enschede (ESDV-ESDH) Projectnummer: sweco.projectId Datum: 22-07-2022
Versie: 1
Document referentie: https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/nl22-648800269-28908.docx
3/18
1
Inleiding
1.1
Kader van het onderzoek
TenneT TSO B.V. is voornemens een kabeltracé aan te leggen in het noordelijk deel van Enschede en heeft Sweco gevraagd om een bureauonderzoek uit te voeren voor de aanleg van het actuele tracé (versie 2.5). In 2018 en 2021 heeft reeds onderzoek plaatsgevonden aan eerdere varianten van het tracé (Sweco, 2018 en 2021). Deze actualisatie bestaat uit een volledig nieuwe toetsing van tracé versie 2.5 waarbij uit het voorgaande onderzoek alleen relevante onderdelen worden meegenomen. Projecten of handelingen dienen namelijk te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden; Soorten; Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden buiten het NNN (onder andere weidevogel-leefgebied). Het onderzoek is erop gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het verkennend onderzoek is de eerste stap in de procedure. Afhankelijk van het resultaat moeten de navolgende stappen al dan niet worden doorlopen. In dit bureauonderzoek heeft toetsing plaatsgevonden op beschermde Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en op de natuurbeleidskaders.
1.2
Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten
Het plangebied ligt aan de noordzijde van Enschede en kruist voor een deel het bebouwde gebied. Het aan te leggen kabeltracé loopt van 110 kV station Enschede/G.J. van Heekstraat 73-75 (ESDH110) naar het 110 kV station Enschede/Vechtstraat 40 (ESDV110). Het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de realisatie van het kabeltracé zullen deels open ontgravingen plaatsvinden maar vooral gestuurde boringen worden gebruikt. Alle bomen/bosjes, wegen en watergangen worden gepasseerd door middel van een gestuurde boring waardoor bomenkap en sloop van gebouwen niet tot de werkzaamheden behoren.
Sweco | Bureauonderzoek Kabeltracé Enschede (ESDV-ESDH) Projectnummer: 51007573 Datum: 22-07-2022
Versie: 1
4/18
Afbeelding 1.1 Ligging plangebied, met het actuele tracé (versie 2.5).