CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bijlagen

Raadsvergadering 26 juni 2023, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "110 kV kabelverbinding Enschede Noord"21.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen Bestemmingsplan 110 KV Kabelverbinding Enschede Noord

Status: Vastgesteld

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

Bijlage 3

Archeologisch bureau-onderzoek

Bijlage 4

Archeologisch veldonderzoek

Bijlage 5

Rapportage Flora & Fauna

Bijlage 6

Onderzoek NGE

Bijlage 7

Onderzoek magneetveldcontour

Bijlage 8

Bodemonderzoek

Bijlage 9

Bureau-onderzoek Geohydrologie

Bijlage 10

Stikstofrapportage

Vaststellingsbesluit Bijlage 1

Vaststellingsbesluit

bestemmingsplan 110 kV kabelverbinding Enschede Noord (vastgesteld) 1

Bijlage 1 Overzicht bijlagen en onderzoeksrapporten Bijlage 1: Overzicht bijlagen en onderzoeksrapportages Bijlage 2: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling Bijlage 3: Rapportage archeologisch onderzoek Bijlage 4: Archeologisch veldonderzoek Bijlage 5: Rapportage Flora & Fauna Bijlage 6: Onderzoek NGE Bijlage 7: Bodemonderzoek Bijlage 8: Rapportage Stikstof Bijlage ...: Rapportage ... (optionele variabele)

19-12-2022

Aanmeldnotitie

1

Versie C5

Inleiding

TenneT is voornemens in Enschede een ondergrondse 110 kV hoogspanningsverbinding aan te leggen tussen 110 kV station Enschede/ G.J. van Heekstraat (ESDH110) in Twekkelerveld en 110 kV station Enschede/Vechtstraat (ESDV110) in Roombeek. De aanleg van de hoogspanningsverbinding wordt planologisch mogelijk gemaakt door in het bestemmingsplan een dubbelbestemming op te nemen. Met deze dubbelbestemming wordt ook de instandhouding van de ondergrondse hoogspanningsverbinding geregeld. Onderstaande figuur toont de ligging van het nieuwe tracé.

Figuur 1.1 | Ligging tracé op een luchtfoto uit 2021 (bron: PDOK)

De binnenstad van Enschede wordt gevoed vanuit het 110/10 kV-station Enschede/Vechtstraat (ESDV110). Het station zelf wordt gevoed door middel van twee 110 kV kabelverbindingen. Het betreft hier een oliedrukkabel uit 1965 vanuit 110 kV station Enschede/G.J. van Heekstraat (ESDH110) en een UGDkabel uit 1977 vanuit 110 kV station Enschede/Wesselerbrink (ESDW110).

Sweco

Postbus 1364

Sweco Nederland B.V.

Sil van der Molen

NL 8001 BJ Zwolle

Handelsregister 30129769

Sil.vandermolen@sweco.nl

Netherlands

Statutair gevestigd te De Bilt

M +31 6 11825527

T +31 (0) 88 811 6600 www.sweco.nl

Document referentie NL22-648800269-28794

1/16

Als er een storing optreedt in de UGD-kabel ontstaat een risico op een langdurige onderbreking van de levering, omdat op dat moment station Vechtstraat alleen nog gevoed wordt door de oude oliedrukkabel. Hetzelfde geldt in mindere mate ook voor station Wesselerbrink. Als oplossing heeft TenneT gekozen voor de realisatie van een extra circuit Enschede/ Vechtstraat Enschede/G.J. van Heekstraat (ESDV-ESDH110).

19-12-2022 Versie C5

Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over dit bestemmingsplan moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage 1 nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen (formeel ook aangeduid als aanmeldingsnotitie). Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2), de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de vormvrije m.e.r.-beoordeling (hoofdstuk 4) waarin de potentiële effecten van het voornemen worden beschreven.

1

Milieueffectrapportage wordt afgekort als m.e.r. als het gaat om de procedure en als MER als het gaat om het rapport.

Document referentie NL22-648800269-28794

2/16

2

Voornemen

19-12-2022 Versie C5

TenneT is voornemens in Enschede een ondergrondse 110 kV hoogspanningsverbinding aan te leggen tussen 110 kV station Enschede/ G.J. van Heekstraat (ESDH110) in Twekkelerveld en 110 kV station Enschede/Vechtstraat (ESDV110) in Roombeek. Het tracé heeft een lengte van circa 3,5 kilometer. In figuur 2.1 is het tracé opgenomen. In het bestemmingsplan krijgt het tracé een dubbelbestemming waarin de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding mogelijk is. Tevens bevat deze dubbelbestemming de zogenaamde belemmeringenstrook ter bescherming van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

Figuur 2.1 | Boortekening met het tracé van de ondergrondse hoog-spanningsverbinding

Document referentie NL22-648800269-28794

3/16

3

Toets aan het Besluit m.e.r.

19-12-2022 Versie C5

3.1

Welke m.e.r.-procedure is van toepassing

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Het Besluit m.e.r. geeft aan of voor een project een m.e.r.-(beoordelings)plicht van toepassing is. De onderhavige ontwikkeling betreft de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding, wat als activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D24.2 (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding), zie tabel 3.1. Tabel 3.1: Activiteit D24.2 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d. 07-07-2022) Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3

D24.2

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met:

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

Het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet of het besluit, bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet.

1° een spanning van 150 kilovolt of meer, en

2° een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b of d van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage.

drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de aanleg van de onderhavige ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt de (indicatieve) drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. niet overschreden, zodat op basis daarvan geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. De spanning van de ondergrondse hoogspanningsverbinding bedraagt 110 kilovolt, daarnaast blijft de lengte van de kabel beneden de drempelwaarde van 5 kilometer of meer in gevoelig gebied. De lengte van de aan te leggen verbinding bedraagt circa 3,5 kilometer. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.(beoordelings)plichtig.

Document referentie NL22-648800269-28794

4/16

3.2

Te volgen procedure

19-12-2022

De gemeente Enschede dient als bevoegd gezag in het kader van de bestemmingsplanprocedure een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen. Dit houdt in dat de gemeente dient te beoordelen of een m.e.r. nodig is (conform artikel 7.16 Wet milieubeheer). Het besluit dient te worden genomen voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de bestemmingsplanprocedure. In deze aanmeldingsnotitie is de benodigde informatie opgenomen die voor deze beoordeling nodig is.

3.3

Versie C5

Doel van de aanmeldnotitie

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.rprocedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden; belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: kader 3.1).

(zie hiervoor verder

Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r.- nodig is, tenzij er sprake is een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze toetsingskader van Bijlage III EU-richtlijn milieubeoordeling projecten.

Document referentie NL22-648800269-28794

5/16

Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit: a: Omvang van het project. b: Cumulatie met andere projecten. c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen. d: Productie afvalstoffen. e: Verontreiniging en hinder. f: Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. g: Risico voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van de activiteit: a: Bestaand grondgebruik. b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied. c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden. 3. Kenmerken van het potentiële effect: a: De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect. b: De aard van het effect. b: Grensoverschrijdend karakter. c: Intensiteit en complexiteit effect. d: Waarschijnlijkheid effect. e: De verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid effect. f: De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten. g: De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen.

19-12-2022 Versie C5

In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit, de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er sprake is van mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.

Document referentie NL22-648800269-28794

6/16

KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het de inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken.

19-12-2022 Versie C5

Waarom Nee, tenzij? , vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat de kans op nadelige milieugevolgen groter is dan voor activiteiten op de D-lijst. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht. Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland.

Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken.

Document referentie NL22-648800269-28794

7/16

4

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

19-12-2022 Versie C5

1.

Kenmerken van het project

Aanleggen van een ondergrondse 110 kV hoogspanningsverbinding Het project omvat het aanleggen van een ondergrondse 110 kV hoogspanningsverbinding tussen 110 kV station Enschede/G.J. van Heekstraat (ESDH110) en 110 kV station Enschede/Vechtstraat (ESDV110) in Enschede. De aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt mogelijk gemaakt via een nieuw bestemmingsplan. Daardoor is het een project (kolom 4) in de zin van het Besluit m.e.r..

Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

Dit initiatief omvat: Het aanleggen van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een spanningsniveau van 110 kV over een lengte van circa 3,5 kilometer. Conclusie: het project blijft onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. Het spanningsniveau van de verbinding is 110 kV en de betreffende verbinding heeft een lengte van 3,5 kilometer. -beoordeling -beoordeling nodig.

Document referentie NL22-648800269-28794

8/16

Cumulatie met andere projecten

In de omgeving van het plangebied spelen op dit moment geen ontwikkelingen die invloed hebben of cumuleren met het aanleggen van deze hoogspanningsverbinding.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen2

Bij het aanleggen van de ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt geen gebruik gemaakt van vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zoals hout, glas, (bak)steen en grond. Eventueel vrijgekomen grond wordt afgevoerd en elders gebruikt, bijvoorbeeld voor ophoging. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit.

Productie afvalstoffen3

Bij de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding komt in beperkte mate afval vrij. Tijdens de gebruiksfase komen geen afvalstoffen vrij.

19-12-2022 Versie C5

(Bouw)afval dat tijdens de aanleg vrij komt wordt conform geldende wet- en regelgeving afgevoerd. Verontreiniging en hinder

Verontreiniging: Tijdens de aanleg kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden tijdelijk een beperkte en lokale verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. De ontwikkeling zal verder niet leiden tot een andere vorm van verontreiniging. De bodem ter plaatse van de ontwikkeling is milieuhygiënisch onderzocht. Het bodemonderzoek is als bijlage opgenomen bij de bestemmingsplantoelichting. Hierbij zijn, los van de ontgravingslocatie aan de S.N. Menkostraat en de Stroinksbleekweg, maximaal licht verhoogde concentraties van de gemeten parameters aangetoond in grond en grondwater. Deze waarden vormen geen belemmering voor de geplande aanleg. Het monster van de S.N. Menkostraat vertoonde sterke verontreiniging met nikkel. Echter, deze verontreiniging is aangetroffen ruim onder de maximale ontgravingsdiepte. Ter plaatse van de locatie aan de Stroinksbleekweg is de grond matig verontreinigd met zink. Geadviseerd wordt om voor het ontgraven van de matig met zink verontreinigde bodemlaag een beknopt plan van aanpak te schrijven en dit beknopte plan van aanpak in te dienen bij de gemeente Enschede. Ook wordt geadviseerd deze bodemlaag onder milieukundige begeleiding te ontgraven. Er is geen sprake van negatieve effecten en vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan de voorgenomen graafwerkzaamheden in de grond.

Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden lokaal een beperkte verkeershinder en geluidhinder optreden.

2

Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op, of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 3 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

Document referentie NL22-648800269-28794

9/16

In de gebruiksfase zal de ondergrondse hoogspanningsverbinding geen hinder opleveren. De verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase als gevolg van onderhoud en inspectie is te verwaarlozen. Risico op zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering

19-12-2022 Versie C5

Externe veiligheid Bij ruimtelijke besluiten en inrichtingen in het kader van de Wabo, wordt het wettelijk kader voor externe veiligheid gevormd door in hoofdzaak het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het toetsingskader van deze besluiten laat zich voor de identificatie van een potentiële risicobron, vertalen naar "(onvoorziene) calamiteiten met gevaarlijke stoffen, gedurende reguliere bedrijfsvoering, met een acute impact op mensen in de omgeving". Besluiten die van invloed kunnen zijn op de kansen en/of effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen, dienen dan ook beoordeeld te worden op de mate van invloed en het restrisico. Het onderhavige voornemen tot aanleggen van een ondergrondse 110 kV kabelverbinding, behelst geen transport, verwerking of opslag van een gevaarlijke stof in de zin van de externe veiligheidswetgeving. De enige wijze waarop Externe Veiligheid een punt van aandacht dient te zijn, is als er een mogelijkheid bestaat tot het beïnvloeden van een reeds aanwezige gevaarlijke stof, bij inrichtingen, transportroutes of buisleidingen. Dit is bij het onderhavige project niet het geval, externe veiligheid vormt hiermee geen belemmering voor het project.

Ontplofbare oorlogsresten Uit de notitie met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten (OO), zie bijlage bij de bestemmingsplantoelichting, is gebleken dat het onderzoeksgebied deels verdacht is op het aantreffen van OO. Het gaat hierbij om afwerpmunitie (500 lb brisantbommen) en submunitie (4 lb staafbrandbommen). De maximale diepteligging van de OO in het verdachte gebied is geschat op 3,5 m-mv situatie 1945. Een deel van het verdachte gebied is, naar aanleiding van naoorlogse ontwikkelingen, vrijgegeven op OO. Binnen de onverdachte gebieden kunnen de voorgenomen werkzaamheden normale doorgang hebben. Voor deze gebieden is geen aanleiding voor het nemen van vervolgstappen op het gebied van OO. eventuele effecten van ontplofbare oorlogsresten in de verdachte gebieden. Toename van de geluidbelasting en verslechtering van de luchtkwaliteit kan van invloed zijn op de gezondheid. Er wordt geen toename van het risico voor de menselijke gezondheid verwacht als gevolg van de aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

2.

Plaats van de projecten

Document referentie NL22-648800269-28794

10/16

Bestaande grondgebruik

De ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt aangelegd in Enschede en loopt vanuit het 110 kV station Enschede/G.J. van Heekstraat (ESDH110), voor een klein gedeelte van het tracé door het landelijk gebied in Enschede-Noord, naar het 110 kV station Enschede/Vechtstraat (ESDV110). De gronden ter plaatse van de geplande ondergrondse hoogspanningsverbinding zijn voornamelijk in gebruik als woongebied, park, sportterrein, agrarisch land en voor verkeer.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. De locatie ligt niet binnen grondwaterbeschermingsgebied.

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang

Natuur

19-12-2022 Versie C5

Wnb gebiedsbescherming: De kabelverbinding loopt vanuit de wijk Twekkelerveld, via het landelijk gebied in Enschede-Noord naar Roombeek. De beoogde werkzaamheden kunnen alleen doorgang vinden als deze niet strijdig zijn met de Wet natuurbescherming, of als benodigde vergunningen en/of ontheffingen verleend zijn. De ontwikkeling is niet strijdig met het onderdeel hoogspanningsverbinding wordt niet aangelegd in een Natura 2000-gebied. Er vindt er geen fysieke aantasting plaats van beschermde Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van beschermde Natura 2000-gebieden. Op beschermde houtopstanden zijn eveneens geen negatieve effecten. Er zijn geen beschermde houtopstanden nabij het beoogde tracé. Voor de realisatie van het kabeltracé zullen zowel open ontgravingen plaatsvinden als gestuurde boringen. Hierbij is het uitgangspunt dat bomenrijen, wegen en watergangen gepasseerd worden door middel van een gestuurde boring. Bomenkap of de sloop van gebouwen behoren niet tot de werkzaamheden. Er is een berekening van de stikstofdepositie uitgevoerd, deze is toegevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan. Uit de opgestelde notitie blijkt dat voor de aanlegfase geldt dat de maximale toename van de depositie op stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt.

Belangrijke nadelige effecten op Natura 2000-gebieden kunnen daarmee worden uitgesloten. Wnb soortenbescherming In het kader van de onderhavige ontwikkeling is een natuuronderzoek uitgevoerd, deze is toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. In het plangebied komen de rosse en de ruige dwergvleermuis voor. Volgens actuele verspreidingsgegevens is de kans groot dat ook gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en de watervleermuis gebruik kunnen maken van het plangebied.

Document referentie NL22-648800269-28794

11/16

Daarnaast zijn binnen of nabij het plangebied waarnemingen bekend van de nationaal beschermde eekhoorn, egel en steenmarter. Tijdens de veldbezoeken zijn geen aanvullende waarnemingen van zoogdieren gedaan en zijn geen vaste rusten of verblijfplaatsen aangetroffen. Binnen het plangebied is geen essentieel leefgebied voor beschermde soorten aanwezig.

19-12-2022 Versie C5

Vogels zijn te allen tijde gedurende het broedseizoen beschermd. Op basis van het bronnenonderzoek is vastgesteld dat er in de directe en wijde omgeving van het plangebied diverse (broed)vogelsoorten zijn waargenomen in het plangebied. Verder is binnen het plangebied de nationaal beschermde kleine ijsvogelvlinder aangetroffen en is het niet uit te sluiten dat ook de nationaal beschermde grote weerschijnvlinder aanwezig is. wordt nader ingegaan op eventuele effecten van het onderhavige project op de genoemde beschermde soorten. NNN en natuur buiten de NNN: De ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt niet aangelegd binnen NNN-gebied of overige natuur. Derhalve zullen geen negatieve effecten optreden ten aanzien van de kernwaarden van NNN. Landschap, cultuurhistorie & archeologie Het tracé ligt op de westelijke flank van de stuwwal van Enschede. Dergelijke zones op de overgang van de relatief hooggelegen stuwwaltop en de lager gelegen dekzandlandschappen waren vanaf de vroegste aanwezigheid van de mens in dit gebied gunstige locaties voor bewoning en landbouw. Op basis van de bekende archeologische waarden in de nabije omgeving van het tracé in combinatie met de landschappelijke situering kunnen bij graafwerkzaamheden op het tracé archeologische waarden worden aangetroffen.

De mate van gaafheid van eventueel aanwezig archeologische waarden is mogelijk beperkt door graafwerkzaamheden bij de aanleg en inrichting van de naoorlogse bebouwing en infrastructuur. De specifieke archeologische verwachting is middelhoog voor de periode vanaf het Laat Neolithicum tot in de Nieuwe tijd. Voor de periode Steentijd (Laat Paleolithicum-Vroeg/Midden Neolithicum) is de archeologische verwachting laag. In het kader van het onderhavige project is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan. In de boringen van het archeologisch onderzoek zijn geen archeologische indicatoren of vondsten aangetroffen. De boringen laten zien dat de bovengrond over het algemeen is verstoord of opgehoogd bij de aanleg van woonwijken, wegdekken en kabelsleuven. Deze verstoorde grond is aanwezig tot 0,7 m -mv en plaatselijk tot 2,1 m -mv. De middelhoge tot hoge verwachting voor

Document referentie NL22-648800269-28794

12/16

archeologische resten uit de periode Neolithicum t/m Nieuwe tijd kan naar beneden toe worden bijgesteld naar laag.

19-12-2022 Versie C5

Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Geohydrologie De werkzaamheden vinden plaats in een gebied met woningen en andere structuren. Dit betekent dat binnen de theoretische invloedsfeer een groot aantal belendingen zijn gesitueerd. Indien overgegaan wordt tot bronbemaling dient beoordeeld te worden of deze belendingen zettingsgevoelig zijn. De freatische verlaging ter hoogte van groenelementen is gering. Op basis van de bodemopbouw en het grondwaterniveau wordt verwacht dat de wortelzone van de bomen voldoende in contact blijven met capillair hangwater. Mochten de werkzaamheden gepland zijn in de zomermaanden dan heeft het de voorkeur om groenelementen wel te monitoren. Reden hiertoe is eerder het extremer worden van het seizoen dan de intensiviteit van de beschouwde grondwaterverlaging. Er moet dan gelet worden op de optelsom van negatieve effecten. Er worden geen negatieve effecten op de waterkwaliteit verwacht als gevolg van het aanleggen van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: Soortenbescherming; Ontplofbare oorlogsresten Hinder tijdens de realisatiefase.

belangrijke nadelige gevolgen zijn niet te verwachten.

3.

Kenmerken van het potentiële effect De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect

In alle gevallen zullen potentiële effecten slechts lokaal en tijdelijk optreden, in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied.

De aard van het effect

Effecten zijn beperkt en treden lokaal op. Een nadere beschrijving van de aard van de effecten is gegeven onder

Grensoverschrijdend karakter

Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten.

Intensiteit en complexiteit effect

Soortenbescherming Om negatieve effecten op vleermuizen te voorkomen moet kunstlicht in de actieve periode vermeden en anders dusdanig worden afgesteld dat omliggende bosschages, bomen en

Document referentie NL22-648800269-28794

13/16

gebouwen niet worden beschenen. Verder worden er geen gebouwen gesloopt, bomen gekapt of lijnvormige landschappelijke elementen van enige omvang verwijderd en verdwijnt dus geen essentieel leefgebied voor vleermuizen.

19-12-2022 Versie C5

Nader onderzoek naar de aanwezigheid van strikt beschermde zoogdiersoorten en een eventuele ontheffingsprocedure is niet nodig. Mogelijk geschikt habitat, zoals eekhoornnesten en bosschages met bomen en struiken als rustplaats en migratieroute voor egel en kleine marterachtigen blijven behouden. Verder is de nieuwe situatie gelijk aan de huidige, aangezien de kabel ondergronds wordt aangelegd. Eventuele verstoring is uitsluitend mogelijk tijdens de realisatiefase en is dus tijdelijk. Ook geldt de algemene zorgplicht voor zowel de vrijgestelde als de beschermde soorten, die zorgvuldig handelen vereist. Dit houdt voornamelijk in dat passerende zoogdieren tijdens de werkzaamheden de gelegenheid moet worden geboden het plangebied te verlaten. Verstoring van vogels treedt op wanneer er werkzaamheden uitgevoerd worden in de nabijheid van broedende vogels rond het werkgebied. Het betreft binnen dit project broedende vogels in struiken, bermen gebouwen en bomen. Door buiten het broedseizoen te werken, wordt verstoring van broedende vogels voorkomen. De broedperiode loopt globaal van half maart tot begin augustus. Als niet voorkomen kan worden om in het broedseizoen te werken dient kort voor de uitvoering gecontroleerd te worden of sprake is van broedgevallen binnen de verstoringsafstand. Als dit het geval is moet worden gewacht tot de jongen uitgevlogen zijn.

Wegens het ontbreken van essentieel leefgebied voor beschermde amfibieën en reptielen binnen het plangebied, zijn deze hier niet structureel te verwachten. Wel kunnen algemene amfibieënsoorten voorkomen binnen het plangebied en tijdens de uitvoerings-werkzaamheden het werk passeren. Voor aanwezige beschermde en vrijgestelde soorten dient de zorgplicht in acht genomen te worden, wat voornamelijk inhoudt dat deze de gelegenheid moet worden geboden het plangebied te verlaten. Binnen het plangebied is de nationaal beschermde kleine ijsvogelvlinder waargenomen. De waardplanten waar deze soort gebruik van maakt, behoren tot de familie Caprifoliaceae (onder andere de kamperfoelie). Als er geen grote hoeveelheid van deze waardplanten gaan verdwijnen, is er geen negatief effect te verwachten op de kleine ijsvogelvlinder. Omdat er geen bomen en bosschages gekapt worden tijdens de aanleg van het tracé en de nieuwe situatie gelijk is aan de huidige, zijn negatieve effecten op ongewervelden niet aan de orde. Ontplofbare oorlogsresten Voor de niet vrijgegeven verdachte gebieden geldt het advies om, alvorens met de voorgenomen werkzaamheden aan te vangen, detectieonderzoek te laten uitvoeren door een CSOOO (A) gecertificeerde partij. Waar detectie niet mogelijk blijkt door de aanwezigheid van teveel verstorende elementen, wordt

Document referentie NL22-648800269-28794

14/16

geadviseerd de werkzaamheden te laten begeleiden door een benaderteam, bestaande uit ten minste een Senior Deskundige OOO en een Assistent Deskundige OOO.

19-12-2022 Versie C5

Hinder tijdens de realisatiefase Mogelijk is er in beperkte mate sprake van hinder voor de bewoners van woningen langs de aan/-afvoerroutes door extra verkeersdrukte of geluid van voertuigen. De verwachte effecten zijn, gezien de beperkte omvang van de werkzaamheden, beperkt en lokaal van aard. Blijvende hinder wordt niet verwacht. Waarschijnlijkheid effect

Naar verwachting zal, gezien de beperkte omvang van de werkzaamheden, geen sprake zijn van significant negatieve effecten.

Verwachte duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

De aanlegfase leidt tijdelijk tot beperkte effecten (bouwverkeer, geluid, luchtkwaliteit), na de aanlegfase verdwijnen deze effecten. In de gebruiksfase treden geen effecten op.

De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten

Er zijn geen projecten bekend die tegelijk worden uitgevoerd waarmee cumulatieve effecten kunnen ontstaan.

De mogelijkheid om effecten doeltreffend te verminderen

Na de aanlegfase zijn er geen effecten. De effecten tijdens de aanlegfase zijn al beperkt, zoals eerder beschreven. Zoals beschreven onder worden er verschillende maatregelen geadviseerd om aanwezige soorten zoveel mogelijk te beschermen.

Conclusie

Document referentie NL22-648800269-28794

Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten ten opzichte van de huidige situatie, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die vragen om een nadere uitwerking in een MER uit te sluiten.

15/16

Verantwoording

19-12-2022 Versie C5

Titel

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ondergrondse hoogspanningsverbinding ESDH110 en ESDV110

Projectnummer

51000625

Referentienummer

NL22-648800269-28794

Revisie

C5

Datum

19-12-2022

Auteur

Sil van der Molen

E-mailadres

sil.vandermolen@sweco.nl

Gecontroleerd door

Mariska Everts

Goedgekeurd door

Martijn Drosten

Klik of tik om tekst i n te voeren.

Document referentie NL22-648800269-28794

16/16

Rapport Projectnummer: 51000625 (362824) Referentienummer: NL22-648800269-26176 Datum: 15-6-2022

Archeologisch onderzoek Aanleg XLPE ESDV-ESDH, gemeente Enschede; bureauonderzoek

SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2144

nl_rapport.docx 20161201

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Jan Jaap Hekman T +31 88 811 47 89 M +31 6 12 59 60 61 JanJaap.Hekman@sweco.nl

1 (24)

Revisiebeheer Revisie

Datum

Status

Belangrijkste wijzigingen

D1

4-10-2018

Definitief

Concept omgezet naar definitief

D2

25-08-2021

Concept

Herziene versie met tracéwijziging

D3

19-10-2021

Definitief

Definitief

C4

1-06-2022

Concept

Tweede herziene versie met nieuwe tracéwijziging

nl_rapport.docx 20161201

2 (24)

Verantwoording Titel

Archeologisch Aanleg XLPE ESDV-ESDH Sweco Archeologische Rapporten 2144

Subtitel

Bureauonderzoek

Projectnummer

51000625 (362824)

Referentienummer

NL22-648800269-26176

Revisie

C4

Datum

14 juni 2022

Auteur(s)

Jan Jaap Hekman Senior KNA-archeoloog (64229705)

E-mailadres

Gecontroleerd door

Mette Adegeest Junior archeoloog janjaap.Hekman@sweco.nl

Hilde Boon, MA senior KNA-archeoloog (39446695)

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Jeroen van Rooij, MA Teammanager

Paraaf goedgekeurd

Sweco Nederland B.V. voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA).

nl_rapport.docx 20161201

3 (24)

Administratieve gegevens Uitvoerder

Sweco Nederland B.V.

Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartbladnummer Kadastrale gegevens x/y-coördinaten

Overijssel Enschede Enschede Enschede Noord 34F n.v.t. W x: 256.147 / y: 471.048 O x: 258.600 / y: 473.132 TenneT 4571335100 n.v.t. n.v.t. Lengte tracé: circa 3.200 m Gemeente Enschede (regioarcheoloog: de heer O. Satijn, Het Oversticht; 06 55 74 72 38; olaf.satijn@hetoversticht.nll) Jan Jaap Hekman augustus 2021 Sweco Nederland B.V., vestiging Groningen

Opdrachtgever Onderzoeksmeldingsnummer Archis monumentnummer Archis waarnemingsnummer Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid Projectmedewerker(s) Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie

nl_rapport.docx 20161201

4 (24)

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 6 1

Inleiding .................................................................................................................. 7

1.1

Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 7

1.2

Methodiek ................................................................................................................ 8

1.3

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 8

2

Bureauonderzoek .................................................................................................. 9

2.1

Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ............................... 9

2.1.1

Afbakening plan- en onderzoeksgebied ................................................................................9

2.1.2

Huidig gebruik van het plangebied ........................................................................................9

2.1.3

Toekomstig gebruik van het plangebied ...............................................................................9

2.2

Aardwetenschappelijke kenmerken ....................................................................... 10

2.3

Archeologische waarden ....................................................................................... 12

2.3.1

Archeologische verwachtings- en beleidskaart ...................................................................12

2.3.2

Archeologische Monumenten..............................................................................................13

2.3.3

Archeologische waarnemingen en onderzoeken ................................................................13

2.3.4

Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen ..................................16

2.4

Historische situatie ................................................................................................ 17

2.4.1

Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) ............................................................................17

2.4.2

Historisch kaartmateriaal ....................................................................................................18

3

Gespecificeerde verwachting ............................................................................. 21

4

Conclusie en advies ............................................................................................ 23

4.1

Conclusie ............................................................................................................... 23

4.2

Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................ 23

4.3

Advies .................................................................................................................... 23

Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 24

Bijlage 1 – Locatie van het plangebied Bijlage 2 – Archeologische verwachtingskaart gemeente Enschede Bijlage 3 – Archeologische beleidskaart gemeente Enschede Bijlage 4 – Bekende archeologische gegevens Bijlage 5 – Advieskaart Bijlage 6 – Archeologische en geologische perioden

nl_rapport.docx 20161201

5 (24)

Samenvatting In opdracht van TenneT heeft Sweco Nederland B.V. in 2018 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de aanleg van de XLPE kabel voor het toenmalige tracé ESDV-ESDH. De leiding wordt deels door middel van gestuurde boringen en deels door middel van open ontgraving aanlegt. Ten behoeve van de gestuurde boringen worden werkputten gegraven voor de intrede- en uittredepunten van de kabel. Voor de tracédelen die in open ontgraving worden aangelegd, worden leidingsleuven gegraven met een diepte variërend van 1,2 m tot 1,8 m. De leidingsleuven waren gepland over een lengte van circa 3.200 m in de berm van bestaande wegen, in het wegdek en door/langs groenvoorzieningen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de aanvraag voor een bestemmingsplanwijziging in de gemeente Enschede. In de huidige bestemmingsplannen waar het tracé doorheen loopt is vastgelegd dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm -mv. De voorgenomen bodemingrepen overschrijden in oppervlakte en diepte de geldende beleidsgrenzen. Op basis van het advies in dat bureauonderzoek is vervolgens in 2019 een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd op de delen van het tracé waar de aanleg door middel van open ontgraving plaats zou vinden.

De resultaten van dit booronderzoek zijn in een rapport gepubliceerd en goedgekeurd door de bevoegde overheid. Het oorspronkelijke ontwerp tracé is vervolgens gewijzigd aan de west- en oostkant. De lengtes van de gewijzigde delen van het tracé waren 1.187 m aan de westzijde en 180 m aan de oostzijde van het oude ontwerp tracé. In 2021 is een herziene versie van het bureauonderzoek opgesteld waarin deze tracéwijziging was verwerkt. Sindsdien is een tweede tracéwijziging doorgevoerd. Het betreft hoofdzakelijk kleine wijzigingen in de ligging van het tracé in bochten e.d., maar aan de westzijde is het tracé over een afstand van ca. 630 m ingrijpender verlegd. In deze tweede herziene versie van het bureauonderzoek wordt de nieuwe tracéwijziging beoordeeld op de eventuele noodzaak tot vervolgonderzoek en zijn alle kaarten in het rapport bijgewerkt met het nieuwe tracé. Het tracé ligt op de westelijke flank van de stuwwal van Enschede. Dergelijke zones op de overgang van de relatief hooggelegen stuwwaltop en de lager gelegen dekzandlandschappen waren vanaf de vroegste aanwezigheid van de mens in dit gebied gunstige locaties voor bewoning en landbouw. De archeologische verwachting voor de periode Steentijd is laag. Voor de periode Neolithicum-Nieuwe tijd is de archeologische verwachting middelhoog.

nl_rapport.docx 20161201

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt voor de delen van het tracé die zijn gewijzigd ten opzichte van het eerste, reeds onderzochte tracé, geadviseerd een inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen uit te voeren op de tracédelen waar de nieuwe kabel door middel van open ontgraving zal worden aangelegd. Hierbij worden op de delen met een middelhoge/hoge archeologische verwachting boringen in het tracé uitgevoerd aan het begin- en eindpunt van de tracédelen met open ontgraving en daartussen om de 50 m. De boringen dienen te worden doorgezet tot een maximale diepte van 0,3 m onder het diepste niveau van de leidingsleuf. Doel van het booronderzoek is de mate van gaafheid van de bodemopbouw vast te stellen (diepte en lengte) en daarmee kansrijke locaties voor mogelijk aanwezige archeologische waarden te begrenzen. Op die kansrijke locaties zullen aanvullende karterende boringen uit gevoerd moeten worden om die waarden daadwerkelijk op te sporen en nader te begrenzen en te duiden.

6 (24)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van TenneT heeft Sweco Nederland B.V. in 2018 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de aanleg van de XLPE kabel voor het toenmalige tracé ESDV-ESDH (zie bijlage 1: ontwerp oude tracé).1 De leiding wordt deels door middel van gestuurde boringen en deels door middel van open ontgraving aanlegt. Ten behoeve van de gestuurde boringen worden werkputten gegraven voor de intrede- en uittredepunten van de kabel. Voor de tracédelen die in open ontgraving worden aangelegd, worden leidingsleuven gegraven met een diepte variërend van 1,2 m tot 1,8 m. De leidingsleuven waren gepland over een lengte van circa 3.200 m in de berm van bestaande wegen, in het wegdek en door/langs groenvoorzieningen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de aanvraag voor een bestemmingsplanwijziging in de gemeente Enschede. In de huidige bestemmingsplannen waar het tracé doorheen loopt is vastgelegd dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm -mv.2 De voorgenomen bodemingrepen overschrijden in oppervlakte en diepte de geldende beleidsgrenzen. Op basis van het advies in dat bureauonderzoek is vervolgens in 2019 een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd op de delen van het tracé waar de aanleg door middel van open ontgraving plaats zou vinden.

De resultaten van dit booronderzoek zijn in een rapport gepubliceerd en goedgekeurd door de bevoegde overheid.3 Het oorspronkelijke ontwerp tracé is vervolgens gewijzigd aan de west- en oostkant (zie bijlage 1: ontwerp tweede tracé). De lengtes van de gewijzigde delen van het tracé waren 1.187 m aan de westzijde en 180 m aan de oostzijde van het oude ontwerp tracé. In 2021 is een herziene versie van het bureauonderzoek opgesteld waarin deze tracéwijziging was verwerkt.4 Sindsdien is een tweede tracéwijziging doorgevoerd (zie bijlage 1: ontwerp nieuwe tracé). Het betreft hoofdzakelijk kleine wijzigingen in de ligging van het tracé in bochten e.d., maar aan de westzijde is het tracé over een afstand van ca. 630 m ingrijpender verlegd. In deze tweede herziene versie van het bureauonderzoek wordt de nieuwe tracéwijziging beoordeeld op de eventuele noodzaak tot vervolgonderzoek en zijn alle kaarten in het rapport bijgewerkt met het nieuwe tracé.

1

nl_rapport.docx 20161201

Dit bureauonderzoek is op 30-08-2018 getoetst door de archeologisch adviseur van de gemeente Enschede, drs. A. Vissinga ( Het Oversticht), archeologisch adviseur van de gemeente Enschede. 2 Bestemmingsplan Twekkelerveld, 2005; Bestemmingsplan Bolhaar-Roussingh, 2016; geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl 3 Hekman 2019. Het rapport is op 14-05-2019 getoetst door de adviseur van de gemeente die daarbij het hele toenmalige tracéplangebied heeft vrijgegeven. 4 Hekman 2021. Het rapport is op 18-03-2021 getoetst door de adviseur van de gemeente die akkoord ging met het advies om voor het gewijzigde deel van het tracé een inventariserend veldonderzoek uit te voeren middels boringen voor de zones van open ontgraving.

7 (24)

1.2 Methodiek Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het bureauonderzoek bestaat uit elf processtappen: 1. afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01); 2. aanmelden onderzoek bij Archis; 3. vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01); 4. beschrijven huidig gebruik (LS02); 5. beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); 6. beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04); 7. beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04); 8. opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05); 9. opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06); 10. aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis; 11. aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05). Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot.

1.3 Doelstelling en vraagstelling De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. Het doel van het bureauonderzoek is inzicht te krijgen in de archeologische waarde van het plangebied. Het onderzoek richt zich op de vraag of er in het plangebied archeologische waarden aangetroffen kunnen worden. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: · zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig? · is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd?

nl_rapport.docx 20161201

8 (24)

2

Bureauonderzoek

2.1 Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik 2.1.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied ligt aan noordkant van de bebouwde kom van de plaats Enschede. De exacte locatie van het plangebied wordt weergegeven in bijlage 1 en afbeelding 1. Het tracé loopt vanaf het 110kV station Enschede/G.J. van Heekstraat (ESDH110) in het westen naar het 110kV station Enschede/Vechtstraat (EDSH110) in het oosten en heeft een lengte van circa 3 km (zie afb. 1).

Afbeelding 1.

Ligging tracé op een luchtfoto uit 2021 (bron: PDOK).

2.1.2 Huidig gebruik van het plangebied Het tracé ligt door de noordzijde van de bebouwde kom van Enschede en loopt deels over open terreinen (groenvoorzieningen) en deels in de berm of wegdek van bestaande wegen. In het tracé van de nieuw aan te leggen kabels liggen diverse andere kabels en leidingen.5 2.1.3 Toekomstig gebruik van het plangebied De hoogspanningskabels worden deels door middel van horizontaal gestuurde boringen (HDD) en deels in open ontgraving (sleuven) aangelegd. De sleuven worden na aanleg weer aangevuld en het werkgebied teruggebracht in de oorspronkelijke staat. In bijlage 1 is weergegeven welke delen van het tracé via open ontgraving zullen worden aangelegd.

nl_rapport.docx 20161201

5

Er zijn geen Klic-gegevens geraadpleegd.

9 (24)

2.2 Aardwetenschappelijke kenmerken Om de landschapsgenese in beeld te brengen is gebruik gemaakt van bodemkaarten en geologische en geomorfologische kaarten. Met behulp hiervan worden de bodem en het landschap beschreven. Onderdeel van deze studie vormt een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Tabel 2.1

Aardwetenschappelijke informatie

Bron

Informatie

Geologie Geomorfologie

Formatie van Boxtel; Formatie van Drenthe (op uiterste oostpunt tracé) Gordeldekzandruggen en -welvingen (3L6); dalvormige laagtes zonder veen (2R2); hoge stuwwal (11B3) en groot deel Bebouwing Grotendeels niet gekarteerd wegens bebouwde kom; deels pZg23; zEZ23; KX circa 35 m +NAP

Bodemkunde AHN

Het tracé ligt op de westelijke flank van een noord-zuid lopende stuwwal (stuwwal van Ootmarsum-Enschede-Oldenzaal). Deze stuwwal is gevormd in de voorlaatste ijstijd (het Saalien) en is in het huidige landschap nog duidelijk waar te nemen op de hoogtekaart (zie afb. 2). In die periode was de noordelijke helft van Nederland bedekt met landijs. De stuwwal bestaat uit opgestuwde oudere afzettingen van mariene klei. Na de formatie is de stuwwal overreden door landijs waardoor grondmorene is ontstaan (bodemtype KX; keileem).6 Tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien) was de ondergrond permanent bevroren maar niet bedekt met landijs. Het regen- en sneeuwsmeltwater stroomde via het oppervlak af naar lagere delen in het landschap. Hierbij ontstonden zogenaamde droge dalen en fluvioperiglaciale afzettingen van fijn en grof zand soms met grind, leem- en veenlagen.

nl_rapport.docx 20161201

6

Berendsen, 2005, 68.

10 (24)

Op de hoogtekaart is een duidelijke gradiënt in hoogteligging te zien (zie afbeelding 2). Het tracé voor de nieuwe kabel loopt vanaf het hoogste punt op de stuwwal afdalend via de flank naar het lagergelegen gebied in het westen van Enschede.

Afbeelding 2. Hoogtekaart op basis van AHN3 met locatie van tracé.

Tijdens de koudste en droogste perioden in de laatste ijstijd (Weichselien) met weinig tot geen begroeiing vonden door de sterke poolwinden op grote schaal verstuivingen plaats, waarbij zand afgezet over de oudere fluvioperiglaciale en grondmorene-afzettingen. Deze zandafzettingen worden dekzand genoemd. Het tracé ligt aan de westkant in een dergelijk dal en dekzandvlakte (geomorfologische eenheid 2R3). In het Holoceen werd de temperatuur geleidelijk hoger en steeg als gevolg daarvan de zeespiegel en de grondwaterspiegel. Water werd afgevoerd via beken die zich steeds dieper in het landschap insneden. Deze beken volgden natuurlijke eerder gevormde laagten. Op de flanken van de stuwwal zijn enkeerdgronden ontstaan (bouwlanden) gevormd door plaggenbemesting.

nl_rapport.docx 20161201

11 (24)

Hoewel grotendeels als niet gekarteerd (bebouwing) weergegeven op de Bodemkaart kunnen in het plangebied de volgende bodems verwacht worden: hoge zwarte enkeerdgronden van lemig fijn zand (code zEZ23) zeer ondiep keileem (code KX), beekeerdgronden (code pZg23), gooreerdgronden (code pZn23) en laar- of haarpodzolgronden van lemig fijn zand (code Hn23; Hn21). Op deze kenmerkende bodemtypen op de flanken van stuwwallen zijn vaak zogenaamde eenmansessen aanwezig. Hier bestaat de bodemopbouw uit een plaggendek op dekzand.

Afbeelding 3

Bodemkaart met locatie tracé.

2.3 Archeologische waarden Om de reeds bekende archeologische waarden in beeld te krijgen, zijn diverse bronnen geraadpleegd, zoals de Archeologische Monumentenkaart, Archis3 en archeologische verwachtings-, waarden- en/of beleidskaarten van het betreffende gebied. 2.3.1 Archeologische verwachtings- en beleidskaart De gemeente Enschede heeft haar archeologische beleid in een aantal documenten vastgelegd, waaronder een archeologische verwachtingskaart en een beleidsadvieskaart. 7 Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ligt het tracé vrijwel geheel in de zone met een middelhoge/hoge archeologische verwachting (zie bijlage 2), met uitzondering van een klein deel in het oosten en in het westen waar het tracé zones met een lage verwachting doorsnijdt. Voor gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachting wordt geadviseerd om aanwezige archeologische resten te behouden in de huidige staat en context. Bodemingrepen dieper dan de bouwvoor (tot circa 25-35 cm -mv) die de kwaliteit van het bodemarchief kunnen aantasten (inclusief veranderingen in de grondwaterstand) dienen te worden vermeden.

nl_rapport.docx 20161201

7

Boshoven et al., 2005.

12 (24)

Indien verstoringen noodzakelijk zijn, dient in een zo vroeg mogelijk stadium een (karterend) archeologische vooronderzoek uitgevoerd te worden. In gebieden met een lage archeologische verwachting is de kans op het aantreffen van archeologische waarden te klein geacht om voorwaarden te stellen aan geplande ingrepen. Eventuele (toevals)vondsten dienen echter altijd te worden gemeld conform de Erfgoedwet. Op de archeologische beleidskaart wordt aangegeven waar bij bodemingrepen archeologisch onderzoek noodzakelijk is (zie bijlage 3). 8 Volgens de archeologische beleidskaart archeologie valt het tracé voor het grootste deel in een gebied “onderzoeksgebied B”. Dit betekent dat bij bodemingrepen met een oppervlak groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek noodzakelijk is voorafgaand aan de voorgenomen ingrepen. Dit onderzoek bestaat uit een verkennend booronderzoek met een boorpuntendichtheid van 6 boringen, regelmatig verspreid per hectare of indien het een tracé betreft met boringen om de 50 m. Het oostelijke uiteinde van het tracé ligt in “onderzoeksgebied A. Hier is bij bodemingrepen met een oppervlak groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek noodzakelijk voorafgaand aan de voorgenomen ingrepen.

Dit onderzoek bestaat tevens uit een verkennend booronderzoek met een boorpuntendichtheid van 6 boringen, regelmatig verspreid per hectare of indien het een tracé betreft met boringen om de 50 m. In gebieden met een lage verwachting geldt geen onderzoeksplicht. 2.3.2 Archeologische Monumenten De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd. Ca. 1,2 km ten zuiden van het plangebied ligt één AMK-terrein van archeologische waarde (monumentnummer 13970). Dit betreft de historische kern van de stad Enschede. 2.3.3 Archeologische waarnemingen en onderzoeken In het Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staan alle bekende archeologische waarnemingen en onderzoeken geregistreerd. In het plangebied zijn geen vondstlocaties geregistreerd. In de directe omgeving, binnen een straal van 500 m, zijn drie vondstlocaties geregistreerd. Ook zijn diverse onderzoeken uitgevoerd in de nabije omgeving (zie tabel 2.2 en 2.3 en bijlage 4). Tabel 2.2

nl_rapport.docx 20161201

8

Vondstlocaties in de directe omgeving van het plangebied

zaakID / Archis2

Complex

Verwerving

Datering

2711178100 2711218100

Onbepaald Urnenveld

Archiefmelding Amateurarcheoloog

2069601100

Onbepaald

Booronderzoek

Midden Bronstijd A – B Late Bronstijd – Vroege IJzertijd Paleolithicum/IJzertijd – Nieuwe tijd

Isarin & Bosman, 2006; Gemeente Enschede/Past2Present, 2008.

13 (24)

Vondstmelding 271178100 betreft een gecorrodeerde randhielbijl toegeschreven aan de ELP- of HVS-cultuur en daterend uit de Midden Bronstijd A of B. Deze melding is gebaseerd op een vermelding van deze vondst in een uitgave van het tijdschrift Palaeohistoria uit 1963 en de exacte vindplaats is zodoende niet bekend. De vondstmelding is geregistreerd op kilometercoördinaten. Vondstmelding 2711218100 betreft de vondst van een fragment kogelpotaardewerk, crematieresten en een bronzen ring die mogelijk afkomstig zijn uit een niet nader onderzocht urnenveld. De vindplaats is niet nauwkeurig bekend en de vondstmelding is geregistreerd op kilometercoördinaten. Vondstmelding 2069601100 betreft de vondst van een vuursteen afslag en drie fragmenten natuursteen bij een booronderzoek met hetzelfde onderzoeksmeldingsnummer (zie onder). Tabel 2.3 Onderzoeksmeldingen in de directe omgeving van het plangebied Onderzoeksnummer

Type onderzoek

Resultaat

Advies

2210840100 2360829100

Booronderzoek Booronderzoek

Onbekend Geen vervolgonderzoek

2121424100

Booronderzoek

2069601100

Booronderzoek

2329758100

Booronderzoek

4588435100 4551052100 4571335100

Booronderzoek Bureauonderzoek Bureauonderzoek

4648034100

Booronderzoek

4669070100

Booronderzoek

4759401100

Bureauonderzoek

4817495100 4896170100

Booronderzoek Booronderzoek

4903743100

Bureauonderzoek

Onbekend Podzolbodem verstoord door graafwerkzaamheden Bodem verstoord tot 0,4/0,5 m en 5 m -mv Esdek afgetopt en bodem verstoord Bodem grotendeels verstoord en geen archeologische indicatoren aangetroffen Onbekend Onbekend Deels hoge/middelhoge verwachting Geen resten van een vindplaats; sub-recent vondstmateriaal NTC Geen archeologische waarden aangetroffen; bodemopbouw deels met esdek en deels verstoord Middel/hoge verwachting specifiek ter plaatse van zones met plaggendek en escomplexen Onbekend geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen; verwachting blijft gehandhaafd Gebiedsdelen met middelhoge en hoge verwachting

Geen vervolgonderzoek Geen vervolgonderzoek Geen vervolgonderzoek

Onbekend Onbekend Verkennend booronderzoek Geen vervolgonderzoek Geen vervolgonderzoek

Booronderzoek voor de tracédelen in open ontgraving Onbekend Onbekend

Geen vervolgonderzoek

Onderzoeksnummer 2210840100 betreft een booronderzoek uitgevoerd aan de Hengelosetraat 363 in 2008.9

nl_rapport.docx 20161201

9

Rapport (RAAP) niet beschikbaar in DANS-EASY.

14 (24)

Onderzoeksnummer 2360829100 betreft een booronderzoek aan de Van Hogendorpstraat uitgevoerd in 2012.10 Onderzoeksnummer 2121424100 betreft een booronderzoek aan de Roomweg-Voortsweg uitgevoerd in 2006.11 Onderzoeksnummer 2329758100 betreft een booronderzoek aan De Groene Scheg uitgevoerd in 2011.12 Onderzoeksnummer 2069601100 betreft een booronderzoek aan ’t Kleijne Vaert uitgevoerd in 2004.13 Onderzoeksnummer 4588435100 betreft een bureau- en booronderzoek uitgevoerd door Hamaland in 2018.14 Onderzoeksnummer 4551052100: betreft bureauonderzoek uitgevoerd door Halverstad archeologie en bouwhistorie voor plangebied aan de Mekkelholt Fazantstraat te Enschede.15 Onderzoeksnummer 4571335100: betreft onderhavig bureauonderzoek Sweco Onderzoeksnummer 4648034100: betreft booronderzoek door Laagland Archeologie BV op perceel aan de Fazantstraat-Hulsmaatstraat te Enschede.16 De bovengrond is grotendeels verstoord. In diverse boringen is recent puin aangetroffen. In een boring ook pre-industrieel aardewerk, mogelijk van bebouwing die op kadastrale kaart 1832 is aangegeven. Onderzoeksnummer 4669070100: betreft booronderzoek door Synthegra BV aan de Voortmanslaan Landgoed ’t Amelinksebos.17 De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit keileemafzettingen behorende tot de Formatie van Drenthe waarop op ca. 60 cm beneden maaiveld (ca. 43,6 m +NAP) een esdek is aangebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=96feab47-afb4-4c78-ab5c-239c4438a6e1