CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde - Toelichting

Raadsvergadering 31 maart 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" in verband met tussenuitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State34.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

architectuurstijl, materiaal en kleur zijn vrij materialen moeten van hoge kwaliteit zijn gebouwen moeten naar alle zijden die grenzen aan het openbare gebied positief bijdragen aan de levendigheid en de grootsteedse sfeer parkeren, garage-inritten, laad- en losruimten, technische installaties en opslag moeten inpandig worden opgelost De geplande bebouwing voor het deelgebied Bölke en de bestaande bebouwing op Niermansgang 2a is in overeenstemming met deze welstandsidentiteit. Het plan past binnen de welstandsidentiteit en behoeft hiervoor niet gewijzigd te worden. Initiatiefnemer is voornemens om de benodigde parkeerplaatsen (zie paragraaf 4.5 onder parkeren) te verkrijgen via een naburige parkeergarage. Hiermee wordt ook voldaan aan het kenmerk van de welstandsidentiteit om parkeren inpandig op te lossen.

Beeldkwaliteitplan Voor het deelgebied Pakhuiskwartier is een apart beeldkwaliteitsplan opgesteld. De beoogde invulling heeft het thema "Pakhuis". Dit is een verbijzondering van de welstandscriteria en zal mogelijk worden gemaakt door de Welstandsnota aan te passen.

4.5

Verkeer en parkeren

Ontsluiting De ontsluiting van de twee ontwikkelgebieden is vooral opgehangen aan de Molenstraat. De Molenstraat is een fietsstraat die de Deurningestraat en de Oldenzaalsestraat met elkaar verbindt. Het gebied Bölke grenst ook aan de Korte Hengelosestraat waar met name de langzaamverkeersverbinding loopt richting binnenstad. Het gebied Pakhuiskwartier grenst ook aan de Wenninkgaarde die de langzaamverkeer functie richting binnenstad vervult. Aan de oostzijde is de Oldenzaalsestraat de belangrijkste noord-zuid route, voor het gemotoriseerd verkeer alsook voor het langzaam verkeer. Voor het langzame verkeer zijn beide ontwikkelgebieden dan ook goed ontsloten zowel voor de relaties in oost-west richting als de relaties in noord-zuidrichting. Het gemotoriseerd verkeer bereikt het plangebied via de Deurningestraat en de Oldenzaalsestraat. Parkeren In de Mobiliteitsvisie gaan we in op de duurzame bereikbaarheid van de stad. Uitgangspunt daarbij is dat we de bereikbaarheid willen garanderen en door in te zetten op duurzame mobiliteit. Bijvoorbeeld rond het station, rond de binnenstad en op andere plekken waar het openbaar vervoer, de fiets of deelmobiliteit een belangrijk deel van de mobiliteit uit kunnen maken.

Enerzijds stimuleren we daarmee duurzame vervoermiddelen, minder bezit en gebruik van de auto, anderzijds houden we dan meer ruimte over voor de andere zaken die we belangrijk vinden in de openbare ruimte. Het komt overeen met de mobiliteitsambities voor een leefbare en aantrekkelijke stad. In het beleid staat immers het STOP-principe (Stappen, Trappen, OV, Personenauto) voorop en we willen minder blik op straat. Wat we echter niet willen is dat de overlast zich gaat verplaatsen. Een tekort aan parkeerruimte moet niet leiden tot overlast in aanliggende gebieden. Centraal staat dus dat het dat we ons richten op doelgroepen die minder auto's bezitten, dat het autobezit wordt verminderd, en we ons meer richten op lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Een realistische parkeernorm in Centrumkwadraat is te rechtvaardigen vanwege de volgende argumenten: Bouwen voor specifieke doelgroepen, waar autobezit minder een rol speelt; Het feitelijke autobezit; Inzetten op andere modaliteiten (STOP-principe); Inzetten op deelmobiliteit; Inzetten op meer fietsgebruik; Gunstige ligging ten opzichte van het station. Dat betekent dat de parkeernormen voor dit bestemmingsplan alsvolgt zijn:

48 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

In het gebied gelden voor alle andere functies de reguliere parkeernormen conform de parkeernormennota. Randvoorwaarden Bezoekers van bewoners parkeren in de Irenegarage en de Garage Stationsplein De fietsparkeernorm is conform parkeernormennota en wordt gerealiseerd middels gemeenschappelijke stallingen; Alle ontwikkelingen die vallen binnen de gebiedsomschrijving van Centrumkwadraat worden uitgesloten van het vergunningenstelsel van de Gemeente Enschede. Parkeeroplossingen zijn niet zichtbaar vanaf de straat. In bijlage 26 is de parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling in beeld gebracht. Verdeling van verkeer Op basis van de kencijfers voor productie en attractie van functies (CROW publicatie 381) is uitgerekend wat de verkeersproductie en attractie is van Bölke en Pakhuiskwartier. Daarbij is rekening gehouden met het parkeren van bezoekers van bewoners in de garages Stationsplein en Irene. In bijlage 16 is de toename van het aantal motorvoertuigen per etmaal te zien als gevolg van de ontwikkeling.

4.6

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een centraal thema in het gemeentelijk beleid van Enschede. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. Voor 2015 werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem, geen aandacht was maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was toen nog geen sprake. Om daar verandering in te kunnen brengen is het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren. 4.6.1

Speerpunten van het duurzaamheidsbeleid

In het Actieplan duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 49

Energie Verhogen van het op eigen grondgebied opgewekte aandeel hernieuwbare energie tot minimaal 12 procent in 2030 en minimaal 27 procent van het voor 2050 voorziene gebruik van energie.

Eigen organisatie Zelf het goede voorbeeld geven.

Biodiversiteit Groene groei Behoud en versterken van de verscheidenheid aan Groei van de economie zonder dat dit nadelig is dier- en plantsoorten in de leefomgeving voor klimaat, water, bodem, grondstoffen en biodiversiteit. Circulaire economie Klimaatadaptatie Verminderen van de hoeveelheid (rest-)afval door Negatieve gevolgen die gepaard gaan met afvalpreventie en het beter scheiden van restafval. klimaatverandering beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt benutten. Duurzame mobiliteit WEconomy Verhoging van het aandeel fietsgebruik in het totaal Bewoners in Enschede dragen in collectief aantal verplaatsingen, stimuleren van het gebruik verband actief bij aan een of meer van de van het openbaar vervoer en stimuleren van het duurzame gebruik van elektrische auto's. doelstellingen.

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal.

Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag.

Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken.

Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit Actieplan duurzaamheid verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen. Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. De beleidslijn van het Actieplan Duurzaamheid wordt in de op 20 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Energievisie bestendigd. 4.6.2

Duurzaamheidsbeleid en het bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt aan de hand van het Actieplan Duurzaamheid bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

50 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, dan wel aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress. De stedenbouwkundige visie vormt de basis voor dit bestemmingsplan. In de stedenbouwkundige visie zijn veel ambities opgenomen, zoals: groene buitenruimtes - zowel tuinen als dakterassen - in het kader van gezondheid en voorkomen van hittestress. Circulaire economie, hergebruik van materialen en toepassing geven aan bio-based materialen; Het opwekken van schone/duurzame energie draagt bij aan de duurzaamheidsdoelstelling. Ten slotte is de visie dat toekomstige bewoners verkeren in een natuurinclusieve omgeving, met aandacht voor biodiversiteit door groene gevels en nestkasten.

Op basis van de stedenbouwkundige visie zijn de harde planregels en de kwalitatieve en kwantitatieve randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied bepaald. Harde planregels zijn gericht op waterberging. Zo is er bij het verlenen van een omgevingsvergunning een minimum bergingsopgave vereist. Een minimum bergingsopgave draagt bij de doelstellingen als het voorkomen van hittestress. De bergingsopgave hoeft niet enkel op maaiveld plaats te vinden, maar er zijn voldoende goede voorbeelden om ook op daken water vast te kunnen houden. Zie ook het voorbeeld in onderstaand figuur van groen-blauwe sedemdaken.

Figuur 4.8 Doorsnede van het blauw-groene retentiedak met capillaire irrigatie van Project Smartroof 2.0 op het Marineterrein in Amsterdam

Ondanks de hoge ambities van de gemeente op het gebied van klimaat en energie, is ervoor gekozen dit niet te vertalen in de regels in dit bestemmingsplan om toekomstige bewoners te dwingen bepaalde maatregelen te nemen. Dit kan op dit moment ook niet worden afgedwongen met een bestemmingsplan. De gemeente zet hierbij in op informeren, betrekken, aanreiken en verleiden.

Energie: Voor het realiseren van veel energie besparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 51

isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Dit is niet van toepassing op het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde".

Klimaatadaptatie: Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden, het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Circulaire economie: Voor het realiseren van afvalcontainers voor het gescheiden inzamelen van afval en herbruikbare materialen is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen en bedrijven voor de verwerking van afval.

Biodiversiteit: Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren.

Overige actiepunten: Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Aan de duurzaamheidsambities worden ook in de stedenbouwkundige beleidsregel Pakhuiskwartier sturing gegeven. Bij aanvagen tot een omgevingsvergunning zal ingezet worden op: De openbare ruimte heeft voldoende maat (breedte) om bomen te (her)planten ten behoeve van een doorlopende boomstructuur en voldoende schaduwwerking tegen hittestress Uitkragende balkons zijn alleen mogelijk mits deze uitbreiding van het gebouw niet ten kosten gaat van de ruimte om bomen te planten Groene daken, daktuinen en dakterrassen dragen bij aan de stadsbrede duurzaamheidsambities zoals klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en het tegengaan van hittestress Gevelbegroeiing maakt onderdeel uit van het totaalconcept, ook als steppingstone voor verplaatsing en verblijf van fauna.

52 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. 2. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; 3. m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of er mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; 4.

vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben.Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen. Toetsing bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" aan het Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde' hHet bestemmingsplan "Centrumkwadraat Molenstraat Zuidzijde" heeft tot doel om ruim 300 woningen en (gemengde) centrumfuncties toe te staan. Op basis van de kenmerken van de voorgenomen activiteit geldt een plicht tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de bestemmingsplanherziening. De voorgenomen activiteit is namelijk onder activiteit D 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) te scharen: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De bijbehorende drempelwaarden (1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen en 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) worden niet overschreden.

Het plan blijft daar ruimschoots onder. Dit vormt een eerste indicatie dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten en al of niet sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. De criteria hebben betrekking op de kenmerken van het project, de locatie van de activiteit en de kenmerken van het potentiële effect. Bij de kenmerken van het project gaat het onder andere om de omvang en de cumulatie met andere projecten. Bij de locatie van de activiteit gaat het onder andere om de mate van kwetsbaarheid van het milieu in gebieden waarop de activiteit van invloed zou kunnen zijn. Bij de kenmerken van het potentiële effect gaat het onder ander om het bereik van de effecten.

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 53

Voor bestemmingsplan " Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde ' is door de gemeente Enschede een notitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, welke in bijlage 25 bij deze plantoelichting is opgenomen. Uit de notitie blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Op basis van de notitie hebben burgemeester en wethouders besloten dat het niet noodzakelijk is om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Conclusie Besluit m.e.r. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het Besluit m.e.r. geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. 5.1.2

Milieuhinder van bedrijven en voorzieningen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande bedrijfsactiviteiten en voorzieningen rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" aanwezig zijn, die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze bedrijfsactiviteiten en voorzieningen. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen in een gemengd gebied. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", is van de aanwezige bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. Verder is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en zijn voor de bedrijven en voorzieningen de wenselijke afstanden (indicatieve hindercontouren) aangegeven. Locatie Pakhuiskwartier In de omgeving van deze locatie zijn diverse bedrijven gelegen (zie bijlage 21). Van één bedrijf (het Muziekkwartier) is de indicatieve hindercontour gelegen binnen het plangebied. Uit een nadere beschouwing (zie bijlage 20) is echter naar voren gekomen dat het muziekkwartier geen knelpunten oplevert voor de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied.

Naast het toevoegen van een woonmilieu is binnen de ontwikkeling ook ruimte opgenomen voor commerciële- en werkfuncties. De toelaatbare milieucategorie van deze commerciële- en werkfuncties dient dusdanig te zijn dat deze in de onmiddellijke nabijheid van woonfuncties aanvaardbaar is.

Locatie Bölke In de omgeving van deze locatie zijn diverse bedrijven gelegen (zie bijlage 21). Van twee bedrijven (NS station en het muziekkwartier) zijn de indicatieve hindercontouren gelegen binnen het plangebied. Voor deze bedrijven is een nadere beoordeling uitgevoerd. Hieruit is het volgende naar voren gekomen:

NS station De relevante milieuaspecten m.b.t. het station/emplacement betreffen geluid en gevaar. - Geluid De belangrijkste geluidbronnen zijn het gebruik van de treinen (rangeren) en het reinigen van de treinen. Het emplacement waar de rangeerbewegingen plaatsvinden en de locatie waar het reinigen van treinen plaatsvindt, liggen ten westen van het station. De ontwikkellocatie hoek Molenstraat-Korte Hengelosestraat ligt ten oosten van het station. Ten oosten van het station vindt alleen regulier treinverkeer (onder dienstregeling) plaats. Het reguliere treinverkeer valt niet onder de bepalingen van de milieuvergunning van het emplacement. Ten westen van het Stadskantoor is een appartementencomplex gelegen. Dit complex ligt aanzienlijk dichterbij het emplacement dan de ontwikkellolcatie hoek Molenstraat-Korte Hengelosestraat. Als op dit complex door het emplacement aan de geluidsnormen van de milieuvergunning wordt voldaan, dan wordt zeker op de hoek Molenstraat-Korte Hengelosestraat voldaan.

- Gevaar Op grond van de gegevens uit de milieuvergunning blijken de specifieke gevaarsaspecten beperkt te zijn. Er vindt alleen personenvervoer plaats en dus geen transport van (gevaarlijke) goederen. De gevaarsaspecten worden voornamelijk bepaald door: 1. de opslag van gevaarlijke stoffen (olie en schoonmaakmiddelen) in het dienstgebouw dat is gelegen op het 54 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

emplacement direct ten noorden van de Prinsessentunnel; 2. de verwarmingsinstallaties, de acculader en de relaisruimte in het stationsgebouw; 3. het verwarmen van wissels; 4. de aanwezige transformatoren. Gelet op het feit dat alleen personenvervoer plaatsvindt en de relatief beperkte gevaarsaspecten kan geconcludeerd worden dat het aspect gevaar geen knelpunt oplevert voor de ontwikkeling van de locaties binnen het Centrumkwadraat. Uit de nadere beoordeling is gebleken dat het NS station geen knelpunt oplevert voor de planontwikkeling voor deze locatie. Muziekkwartier Uit een nadere beoordeling was gebleken dat op basis van een in het verleden uitgevoerd akoestisch onderzoek voor het Muziekkwartier niet met voldoende zekerheid kon worden geconcludeerd dat op de nieuwbouw hoek Molenstraat-Korte Hengelosestraat aan de geldende geluidsnormen kon worden voldaan. Om hier voldoende zekerheid over te krijgen is een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat het muziekkwartier geen knelpunten oplevert voor de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Zie verder nadere beoordeling Muziekkwartier (bijlage 20). Naast het toevoegen van een woonmilieu is binnen de ontwikkeling ook ruimte opgenomen voor commerciële- en werkfuncties.

De toelaatbare milieucategorie van deze commerciële- en werkfuncties dient dusdanig te zijn dat deze in de onmiddellijke nabijheid van woonfuncties aanvaardbaar is.

Locatie Niermansgang 2 In de omgeving van deze locatie zijn een aantal bedrijven gelegen (zie bijlage 21). Het betreffen allemaal bedrijven in milieucategorie 1. Bedrijven van categorie 1 zijn toelaatbaar in een woonomgeving. Deze bedrijven vormen daarom geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

Conclusie milieuhinder bedrijven en voorzieningen De aanwezige bedrijven en voorzieningen in de nabijheid van de 3 ontwikkellocaties vormen voor de planontwikkeling geen belemmering. Naast het toevoegen van een woonmilieu is binnen de ontwikkeling voor de locaties Pakhuiskwartier en de locatie Bölke ook ruimte opgenomen voor commerciële- en werkfuncties. De toelaatbare milieucategorie van deze commerciële- en werkfuncties dient dusdanig te zijn dat deze in de onmiddellijke nabijheid van woonfuncties aanvaardbaar is.

5.1.3

Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.

Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" De nadruk op het bodembeleid in Nederland ligt op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond biedt om een locatie te gebruiken. Daaronder vallen ook eventuele bodemverontreinigingen. Drie aspecten om te komen tot een veilig en gezond gebruik van de bodem en ondergrond staan daarbij centraal: 1. Het voorkomen van een nieuwe bodemverontreiniging of aantasting van de bodem en ondergrond. 2. Het beheren en/of functiegericht saneren van een bodemverontreiniging bij het wijzigen of toekennen van een functie. 3. Het beheren van overige bodemverontreinigingen. Dit geldt met name voor locaties waar de functie en/of bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 55

bestemming niet wijzigt, maar waar door vroegere activiteiten een bodemverontreiniging is ontstaan. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem speelt een rol om vast te stellen of een bestemmingsplanwijziging uitvoerbaar is. Dit is geregeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Wet bodembescherming kan hierop eveneens van toepassing zijn. Bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Binnen het plangebied zijn diverse bodemonderzoeken bekend. In 2020 heeft de gemeente Enschede de bodemkwaliteit geactualiseerd in het rapport Bilfinger Tebodin, 27 februari 2020, Actualiserend bodemonderzoek plangebied 'Centrumkwadraat' te Enschede, kenmerk 53900.00. Uit dit onderzoek zijn verschillende bodemverontreinigingen naar voren gekomen, namelijk: 1. Ter plaatse van de voormalige brandweerkazerne is een verontreiniging met olie in zowel de grond als het grondwater aanwezig. 2. Ter plaatse van de fietsenstalling westelijk van Molenstraat 6 is een verontreiniging met lood aanwezig. 3. Ter plaatse van de achtertuin Molenstraat 14-20 is een verontreiniging met PAK in de grond aanwezig. 4. De voormalige spoorsloot ter hoogte van appartementencomplex 74-158 is verontreinigd met PCB. 5. Ter hoogte van het trottoir voor appartementencomplex 74-158 is een verontreiniging met zink aanwezig.

Bovenstaande bodemverontreinigingen zijn met gebruikelijke saneringsmethoden te saneren. De bodemverontreinigingen onder nummer 2 en 5 zijn inmiddels gesaneerd. Daarbij is ter plaatse van nummer 5 gebleken dat de bodemverontreiniging omvangrijker was. Deels is deze bodemverontreiniging verwijderd en deels is deze op de locatie achtergebleven en afgedekt voor het behoud van een boom. Het is bekend dat er binnen het plangebied lokaal sprake is of kan zijn van bodemverontreiniging. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij plannen tot herontwikkeling, uitbreiding en/of functiewijziging rekening moet houden met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. De aanwezigheid van bodemverontreiniging belemmert de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet zodanig, dat de realisatie in het geding komt. Afhankelijk van het tijdstip, aard en omvang van een realisatie van een herontwikkeling, kan het nodig zijn dat er voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor bouwen een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en indien nodig volgens de NEN 5707 verricht dient te worden.

Conclusie bodemkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.4

Wet geluidhinder

In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen of terreinen en/of de transformatie van bestaande panden naar wonen of een andere geluidgevoelige functie mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige gebouwen en terreinen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet naast de geluidsbronnen waar de Wet geluidhinder betrekking op heeft ook aandacht worden besteed aan andere relevante geluidsbronnen (o.a. 30 km-wegen en bedrijven) waarop de Wet geluidhinder niet van toepassing is. Met het bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat Zuidzijde worden op drie locaties (Bölke-locatie, Pakhuiskwartier en Niermansgang 2) nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt.

De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige en toekomstige bedrijven. De bedrijven waar specifiek rekening mee moet worden gehouden zijn de bedrijven in het Muziekkwartier (Wilminktheater, Poppodium en Muziekschool).

Akoestisch onderzoek Om inzicht te krijgen in de geluidsbelasting die de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zullen ondervinden is door de afdeling Bestemmen van de gemeente Enschede een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport "Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Centrumkwadraat Molenstraat Zuidzijde Enschede; d.d. 28 januari 2022". Het rapport is als bijlage 18 bij deze toelichting gevoegd.

56 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

Wegverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat Zuidzijde ligt binnen de wettelijke zone van de Deurningerstraat en de Oldenzaalsestraat. Het bestemmingsplan voorziet daarmee in de realisatie van geluidgevoelige gebouwen binnen de onderzoekszone van deze wegen. Daarnaast zijn nog diverse 30-km wegen die nabij het plangebied zijn gelegen, relevant.

Wettelijk kader In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. De zonering geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Volgens artikel 76a/77 van de Wgh moet bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan of een projectbesluit, waarin nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, binnen onderzoekszones van wegen, als bedoeld in artikel 74 van de Wgh, akoestisch onderzoek worden verricht. De geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat zuidzijde mogelijk worden gemaakt zijn gelegen in binnenstedelijk gebied binnen de zone van bestaande wegen. Op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen bedraagt de voorkeurswaarde 48 dB (respectievelijk artikel 82, eerste lid Wgh en artikel 3.1, eerste lid Bgh). Indien deze waarde wordt overschreden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend tot ten hoogste 63 dB (artikel 83, tweede lid Wgh en artikel 3.2, tweede lid, onder b Bgh).

De gemeente Enschede sluit bij de beoordeling van het geluid van 30 km-wegen aan bij de grenswaarden en systematiek van de Wet geluidhinder en het hogere waarde beleid uit de Geluidnota.

Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de geluidsgevoelige bestemmingen op de Bölke-locatie en in het Pakhuiskwartier vanwege het wegverkeer op de Molenstraat, Oldenzaalsestraat, Stationsplein/Korte Hengelosestraat en/of Wenninkgaarde de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. Vanwege het wegverkeer op de overige wegen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Op de Bölke-locatie bedraagt vanwege het wegverkeer op de Molenstraat en het Stationsplein/Korte de geluidsbelasting ten hoogste respectievelijk 56 en 55 dB (incl. aftrek artikel 110 Wgh). Op het Pakhuiskwartier bedraagt vanwege het wegverkeer op de Molenstraat, Oldenzaalsestraat en Wenninkgaarde de geluidsbelasting ten hoogste respectievelijk 55, 61 en 54 dB (incl. aftrek artikel 110 Wgh). In alle gevallen wordt voldaan aan de ten hoogste vast te stellen hogere waarde van 63 dB. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige of financiële aard.

Railverkeerslawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" is gelegen aan of in de nabijheid van de op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn Enschede-Hengelo / Enschede-Gronau.De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt liggen binnen de onderzoekszone van deze spoorlijnen. Wettelijk kader In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn regels opgenomen voor wat betreft het aspect railverkeerslawaai. Langs een spoorweg bevindt zich een zone. In het Besluit geluidhinder (artikel 1.4a) is aangegeven dat de breedte van de zone afhankelijk is van de hoogte van het geluidproductieplafond. Op 1 juli 2012 zijn door een wetswijziging van de Wet milieubeheer de geluidproductieplafonds (gpp's) voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. Met de Gpp's is de maximaal toegestane geluidproductie van de hoofdspoorwegen in Nederland vastgelegd.

Op grond van artikel 4.3 van het Besluit geluidhinder is het college van Burgemeester en Wethouders verplicht om voor nieuwe situaties bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan, of van een wijzigings- of uitwerkingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 1.4a, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die binnen de zone zijn gelegen, ondervinden vanwege de spoorweg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 57

maatregelen, om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten, de ten hoogste toelaatbare waarden te boven zou gaan. Op geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt vanwege railverkeerslawaai de voorkeurgrenswaarde 55 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt 68 dB.

Onderzoeksresultaten Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de geluidsgevoelige bestemmingen vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Hengelo aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt voldaan. Vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau wordt op de Bölke-locatie en in het Pakhuiskwartier de voorkeursgrenswaarde overschreden. Vanwege het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau bedraagt op de Bölke-locatie en het Pakhuiskwartier de geluidsbelasting ten hoogste respectievelijk 63 en 65 dB. Daarmee wordt voldaan aan de ten hoogste vast te stellen hogere waarde van 68 dB. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige of financiële aard.

Muziekkwartier De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die met het bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde mogelijk worden gemaakt mogen geen belemmering vormen voor de bedrijven in het Muziekkwartier. Voor de locatie Niermansgang 2 is de geluidsbelasting vanwege het Muziekkwartier niet relevant. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de nieuw te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen op de Bölke-locatie en in het Pakhuiskwartier de geluidsbelasting vanwege het Muziekkwartier lager zal zijn dan de geldende richtwaarde op grond van de Geluidnota. Daarmee vormen de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geen belemmering voor het Muziekkwartier. Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" is niet gelegen in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein. Bovendien voorziet het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden. Een nadere toetsing aan de Wet geluidhinder vanwege industrielawaai kan daarom achterwege blijven.

Cumulatie Op de in het bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat Zuidzijde te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen wordt vanwege diverse geluidsbronnen de voorkeursgrenswaarde overschreden. Daarom is de cumulatieve geluidsbelasting vanwege de verschillende geluidsbronnen bepaald. De cumulatieve geluidsbelasting voldoet aan de ten hoogste vast te stellen hogere waarde. Volgens de Geluidnota is de geluidsbelasting in dat geval aanvaardbaar.

Hogere waarde De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen kunnen alleen mogelijk worden gemaakt als vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat en het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau hogere waarden worden vastgesteld. Het vaststellen van een hogere waarde is pas mogelijk indien aangetoond wordt dat maatregelen (bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger) om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde niet doeltreffend zijn (bezwaren stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard), en voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota. Aan de voorwaarden, uit de Wet geluidhinder en de Geluidnota, voor het vaststellen van een hogere waarde wordt voldaan. Gelijktijdig met de procedure voor dit bestemmingsplan wordt een procedure gestart voor het vaststellen van de hogere waarden. Vanwege het wegverkeer op de Molenstraat, Stationsplein/Korte Hengelosestraat en Wenninkgaarde kunnen geen hogere waarden vastgesteld omdat dit 30 km-wegen zijn waarop de Wet geluidhinder niet van toepassing is.

58 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

Op grond van het Bouwbesluit is wanneer de gevelwering wordt gebaseerd op de vastgestelde hogere waarde gegarandeerd dat in de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen het binnenniveau niet meer dan 33 dB bedraagt. Voor de aan te vragen hogere waarden is uitgegaan van de hoogst berekende geluidsbelasting omdat de uiteindelijke invulling van het plangebied nog niet bekend is. Afhankelijk van de invulling van het plangebied zal op een deel van de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen de geluidsbelasting lager kunnen zijn dan de vastgestelde hogere waarde. In dat geval biedt het Bouwbesluit de mogelijkheid om de geluidsbelasting opnieuw te bepalen en de gevelwering te baseren op de lagere geluidsbelasting van geluidsbronnen die onder de Wet geluidhinder vallen. Dit kan ertoe leiden dat bij het opnieuw bepalen van de geluidsbelasting 30 km-wegen niet worden meegenomen. Dit is niet wenselijk omdat in dat geval van te lage geluidsbelastingen wordt uitgegaan bij het bepalen van de gevelwering en het binnenniveau daardoor hoger zal zijn dan 33 dB. Om er voor te zorgen dat het binnenniveau ten hoogste 33 dB bedraagt is het noodzakelijk om in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor het bepalen van de gevelwering op te nemen.

Conclusie Wet geluidhinder Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de in het bestemmingsplan Centrumkwadraat – Molenstraat Zuidzijde te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen. Om de geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk te maken is het noodzakelijk dat vanwege het wegverkeer op de Oldenzaalsestraat en het railverkeer op de spoorlijn Enschede-Gronau hogere waarden worden vastgesteld. De geluidsgevoelige bestemmingen ondervinden naast de geluidsbelasting vanwege Wet geluidhinder bronnen (Oldenzaalsestraat en spoorlijn Enschede-Gronau) ook een relevante geluidsbelasting vanwege geluidsbronnen (30 km-wegen) waarop de Wet geluidhinder niet van toepassing is. Hierdoor is op grond van het Bouwbesluit niet gegarandeerd dat de gevelwering voldoende zal zijn voor een binnenniveau in de te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen van niet meer dan 33 dB. Om er voor te zorgen dat het binnenniveau ten hoogste 33 dB bedraagt worden in de regels van het bestemmingsplan aanvullende eisen voor het bepalen van de gevelwering opgenomen. 5.1.5

Luchtverkeerslawaai

Het wettelijke kader met betrekking tot luchtverkeerslawaai is geregeld in de Wet luchtvaart en specifiek de wijzigingswet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML). De consequenties met betrekking tot het geluid als gevolg van vliegverkeer zijn vastgelegd in het Luchthavenbesluit, dat op 1 maart 2017 door gedeputeerde staten van Overijssel is vastgesteld en op 30 maart 2017 in werking is getreden. Het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” is niet gelegen in de nabijheid van het vliegveld Twente en is ook niet gelegen binnen de geluidszone van het vliegveld. Een nadere toetsing aan het Luchthavenbesluit vanwege luchtverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven.

Conclusie Luchtverkeerslawaai Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat luchtverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.6

Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; b. een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; d. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL); e. een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg. Luchtkwaliteit en het plangebied “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde”

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 59

Het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” beoogt het planologisch mogelijk te maken van 317 woningen en gemengde centrumfuncties.De woningen en bedrijfsruimtes worden niet aangesloten op het gasnet. Uit de 'Regeling niet in betekenende mate' blijkt dat woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 woningen als niet in betekenende mate zijn aan te merken. Het aantal woningen voldoet hier ruimschoots aan. Omdat niet alleen appartementen worden gerealiseerd maar ook bedrijfsruimtes is niet op voorhand duidelijk of ook het gehele plan als niet in betekenende mate is aan te merken. Voor de luchtkwaliteit zijn uitsluitend de verkeersbewegingen relevant. Emissies vanwege stookinstallaties zijn er niet omdat alle woningen en bedrijfsruimtes gasloos zullen zijn. Door het Domein Fysiek, afdeling Stadsingenieurs & Ontwerp, van de gemeente Enschede is de verkeersgeneratie voor het bestemmingsplan bepaald. Deze is opgenomen in bijlage 16. De totale verkeersgeneratie bedraagt 473 verkeersbewegingen per dag. Dit betreft personenwagenbewegingen. Volgens publicatie 381 van het CROW ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie', 2018) vinden gemiddeld 0,02 vrachtwagenbewegingen per woning per dag plaats. Voor de woningen geeft dit naar boven afgerond 7 (317*0,02=6,34) vrachtwagenbewegingen per dag.

Voor de bedrijfsruimtes is het aantal vrachtwagenbewegingen niet bekend. Maar zal, gezien de beperkte omvang van de bedrijfsruimten ten opzichte van het aantal woningen, niet hoger zijn dan dat van de woningen. Dit geeft in totaal maximaal 14 vrachtwagenbewegingen per dag. Met de door het Ministerie beschikbaar gestelde rekentool NIBM (versie 6 april 2021) is de bijdrage van het verkeer aan de luchtkwaliteit berekend. Uit de berekening blijkt dat het initiatief als niet in betekenende mate kan worden beschouwd. De berekening is in bijlage 17 opgenomen. In de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn gegevens opgenomen met betrekking tot de huidige en toekomstige luchtkwaliteit in Nederland. Uit de monitoringstool 2021 blijkt dat op het plangebied in alle zichtjaren (2020 en 2030) aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit wordt voldaan.

Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.7

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi en/of het BRZO van toepassing is. Bovendien wordt de vestiging van risicovolle 60 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

inrichtingen in dit bestemmingsplan expliciet uitgesloten. Een nadere toetsing aan het Bevi en/of het BRZO kan daarmee achterwege blijven.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Een nadere toetsing aan het Bevb kan daarmee acherwege blijven. Bovendien voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen die de aanleg van buisleidingen mogelijk maken.

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water is recentelijk nieuwe wet- en regelgeving in werking getreden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van deze nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.

Basisnet Weg Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Een nadere toetsing aan het Basisnet Weg kan daarmee achterwege blijven.

Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water. Een nadere toetsing aan het Basisnet Water kan daarmee achterwege blijven.

Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor. Een nadere toetsing aan het Basisnet Spoor kan daarmee achterwege blijven. De spoorlijn Hengelo-Enschede-Gronau is in het Basisnet Spoor niet aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. i

Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, vooral bij het opstijgen en landen. Het plangebied van het bestemmingsplan “Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde” is hemelsbreed op ca. 5,2 kilometer van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.

Conclusie externe veiligheid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 61

5.1.8

Explosieven

Enschede is in het verleden een aantal malen geconfronteerd met de problematiek van achtergebleven explosieven of oude vliegtuigbommen in de bodem als gevolg van diverse oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een aantal van deze explosieven is niet tot ontploffing gekomen, de zogenaamde blindgangers. Blindgangers en achtergebleven explosieven vormen een risico op het moment dat in de nabijheid van deze explosieven activiteiten in de bodem worden uitgevoerd. In geval van grondverzet of vergelijkbare ontwikkelingen kan dat risico's voor werknemers of omwonenden met zich meebrengen. De gemeente Enschede heeft in de periode 2002 tot 2008 voor de gehele stad een vooronderzoek gedaan conform de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE). De BRL-OCE is een protocol, dat gedetailleerde eisen bevat gericht op de veiligheid en de kwaliteit van de opsporing van conventionele explosieven en waarin beschreven staat hoe het onderzoek uitgevoerd moet worden. Aan de hand van dit onderzoek zijn gebieden aangewezen die verdacht zijn van explosieven. De resultaten zijn vastgelegd op een Explosieven risicokaart, die door de gemeente Enschede is opgesteld. Als een gebied verdacht is van explosieven, dient er een probleem- en risicoanalyse uitgevoerd te worden.

Afhankelijk van het probleem en de risico's kunnen aanvullende werkzaamheden, zoals een explosievendetectie, noodzakelijk zijn.

Figuur 5.1 Uitsnede gemeentelijke inventarisatiekaart explosieven In figuur 5.1 is deze bommenkaart weergegeven en is tevens het plangebied omkaderd. Explosieven worden in het plangebied niet verwacht met uitzondering van de locatie hoek Molenstraat, Oldenzaalsestraat en de spoorlijn. Dit deel van het plangebied is verdacht met betrekking tot het voorkomen van afwerpmunitie van 500 lb en submunitie 4 lb staafbrandbommen. Deze ontplofbare oorlogsresten (OO) zijn afkomstig van het bombardement van 22-2-1944. In het verdachte gebied wordt geadviseerd om detectie en eventueel benadering en ruiming uit te voeren. Meer bureauonderzoek is niet noodzakelijk. In het niet verdachte gebied kunnen de grondroerende werkzaamheden regulier uitgevoerd worden. Indien in dit gebied toch onverhoopt een OO wordt aangetroffen dient gehandeld te worden conform het protocol toevalsvondsten (zie bijlage 9).

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect (niet-gesprongen) explosieven geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.9

Trillingshinder

Voor het bestemmingsplan is een trillingsonderzoek gedaan, zie bijlage 13. Het is geen wettelijke eis om een trillingsonderzoek te doen, maar sinds enige tijd wel gebruikelijk. Ter plaatse van de nieuwbouwlocaties zijn metingen uitgevoerd om zo een uitspraak te kunnen doen voor de nieuwbouwlocatie (zie figuur 5.2). Metingen zijn uitgevoerd nabij het spoor ter plaatse van de geplande nieuwbouw. Voor het plangebied zijn de meetpunten 2, 3 en 4 van belang. Deze zijn op maaiveld uitgevoerd. De metingen nabij 62 ept)

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (conc

het spoor zijn uitgevoerd om de trillingen in het pand, te linken aan de treinpassages. Uit de onderzoeksresultaten volgt dat op de meetposities 2, 3 en 4 niet wordt voldaan aan de streefwaarden uit de Stichting Bouwresearch (SBR) richtlijn deel B "Hinder voor personen in gebouwen". Het verschil met de resultaten uit het onderzoek en de richtlijn is dat de richtlijn uitgaan van trillingsniveau binnen gebouwen, terwijl het onderzoek is uitgevoerd op maaiveld.

Conclusie Trillingshinder is een aandachtspunt dat bij een aanvraag omgevingsvergunning zal moeten worden beoordeeld. Of trillingen ook tot hinder zullen leiden (niet voldoen aan normen) hangt af van hoe en wat gebouwd gaat worden. Een trillingsonderzoek specifiek gericht op hetgeen wordt aangevraagd zal door de initiatiefnemer bij de aanvraag omgevingsvergunningen moeten worden gevoegd. Dit onderzoek zal dan moeten aantonen dat aan de normen voor trillingen wordt voldaan.

Figuur 5.2 Onderzoeksmeetpunten naar tillingen 5.1.10

Windhinder

De beoordeling van windhinder is nodig vanuit een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor is het in kaart brengen van mogelijke windhinder of windgevaar nodig. Er is geen formele, landelijke vastgestelde eis voor windhinder en windgevaar. Wel wordt voor de beoordeling veelal gebruik gemaakt van de NEN 8100. De NEN 8100 (norm voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving) geeft aan wanneer er aanleiding is om onderzoek te doen naar windhinder. Onderzoek naar windhinder en windgevaar is noodzakelijk bij een bouwhoogte van meer dan 30 meter. Binnen het bestemmingsplan is op de hoek van de Molenstraat en de Korte Hengelosestraat een hoogte toegestaan van maximaal 38 meter. Verder in het plangebied is bij het deelgebied Pakhuiskwartier een bouwmogelijikheid van maximaal 30 meter toegestaan. De locatie van Niermansgang 2a te Enschede is maximaal 5 meter bouwhoogte toegestaan. Op dit moment zijn er op het deelgebied Pakhuiskwartier geen concrete initiatieven voor hoogbouw op deze locatie. De vormgeving van de toelaatbare hoogbouw op deze locatie alsmede de exacte positionering ervan is op dit moment dan ook nog niet bekend.

De beoordeling aan de hand van de eisen en bepalingsmethoden voor de toetsing van het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving op loop- respectievelijk verblijfsniveau in relatie tot het effect van wind op voetgangers (NEN 8100) is pas mogelijk wanneer bouwplannen voor hoogbouw op deze locatie concreter vorm krijgen. Op dat moment kan worden beoordeeld in hoeverre windhinder aanleiding geeft tot het

bestemmingsplan Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde (concept) 63

nemen van maatregelen (maatwerk) in de concrete bouwplanontwikkeling om eventuele effecten terug te dringen. Gezien in het deelgebied Pakhuiskwartier maximaal een bouwhoogte van 30 meter is toegestaan wordt het aanvaardbaar geacht dat er geen sprake is van windhinder. Desondanks het voorgaande is het deelgebied Pakhuiskwartier samen met de locatie Bolke meegenomen in een onderzoek naar windhinder (zie bijlage 23). Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: In de geplande situatie is rondom de geplande bebouwing op de meeste plaatsen een lage hinderkans te verwachten, waarmee het windklimaat voor het criterium doorlopen als goed beoordeeld wordt. Ten zuiden van de geplande bebouwing Bölke terrein is plaatselijk sprake van een matig windklimaat. Hier loop echter de spoorweg, waardoor dit geen toegankelijk gebied is. Er is nergens sprake van een slecht windklimaat of een overschrijding van het gevaarcriterium.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=1bc7b565-f74a-4487-a43b-7e35c9b71715