CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen bij planmotivering

Raadsvergadering 29 juni 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan H22T Woningbouwplan Telgendijk'23.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Boomgegevens

Wetenschappelijke naamStandplaatsStamKroondiameterdiameter Quercus robur Ruw gras 49 8 Quercus robur Ruw gras 72 9 Quercus robur Ruw gras 74 10 Quercus robur Ruw gras 70 9 Quercus robur Ruw gras 84 13 Quercus robur Ruw gras 37 8 Salix caprea Ruw gras 54 5 Salix caprea Ruw gras 30 4 Prunus serotina Beplanting 35 7 Quercus robur Beplanting 42 9 Salix caprea Beplanting 41 4 Betula pubescens Beplanting 26 3 Populus x canescens Beplanting 25 3 Populus x canescens Beplanting 30 5 Populus x canescens Beplanting 32 5 Fagus sylvatica Beplanting 114 16 Quercus robur Beplanting 62 7 Quercus robur Beplanting 102 12 Betula pubescens Beplanting 25 6 Betula pubescens Beplanting 38 5 Quercus robur Beplanting 104 14 Quercus robur Beplanting 96 14 Salix caprea Beplanting 30 5 Salix caprea Beplanting 33 5 Quercus robur Beplanting 96 15 Quercus robur Beplanting 67 14 Quercus robur Beplanting 72 12 Quercus robur Beplanting 53 7 Quercus robur Beplanting 48 6 Quercus robur Beplanting 56 12 Quercus robur Beplanting 83 15 Quercus robur Beplanting 53 9 Quercus robur Beplanting 52 10 Fraxinus excelsior Beplanting 40 9 Quercus robur Beplanting 61 9 Quercus robur Gazon 57 8 Populus x canescens Beplanting 32 5 Populus x canescens Beplanting 30 2 Quercus robur Beplanting 70 12 Populus x canescens Beplanting 31 4 Quercus robur Gazon 69 12 Populus x canescens Beplanting 30 5 Prunus avium Beplanting 30 4

Quercus robur Beplanting 42 6 Quercus robur Beplanting 70 16 Quercus robur Beplanting 48 6 Quercus robur Beplanting 52 6 Quercus robur Beplanting 70 10 Quercus robur Beplanting 60 10 Quercus robur Beplanting 54 10 Quercus robur Beplanting 110 11 Quercus robur Beplanting 60 10 Quercus robur Beplanting 77 6 Quercus robur Beplanting 72 10

Boomhoogteklasse 21-24 meter 21-24 meter 21-24 meter 21-24 meter 21-24 meter 12-15 meter 6-9 meter 6-9 meter 12-15 meter 18-21 meter 12-15 meter 9-12 meter 12-15 meter 12-15 meter 12-15 meter > 24 meter 21-24 meter > 24 meter 6-9 meter 12-15 meter 21-24 meter 21-24 meter 6-9 meter 6-9 meter > 24 meter 21-24 meter > 24 meter 15-18 meter 15-18 meter 18-21 meter 21-24 meter 15-18 meter 18-21 meter 15-18 meter 21-24 meter 18-21 meter 15-18 meter 9-12 meter > 24 meter 12-15 meter > 24 meter 9-12 meter 12-15 meter 15-18 meter 18-21 meter 15-18 meter 12-15 meter 21-24 meter 18-21 meter 21-24 meter > 24 meter > 24 meter 15-18 meter 21-24 meter

Conditie

ToekomstWaarneembaar BVC gebrek verwachting Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Goed > 15 jaar Matig 5 tot 10 jaarGrof dood hout | Houtboorders Slecht 1 tot 5 jaar Afstervingsverschijnselen Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Matig 10 tot 15 jaar Goed > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Scheefstand > 15 jaar Redelijk Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Stam blootgesteld aan zon > 15 jaar Redelijk Spechtgat/nestholte in stam | Houtscheur Redelijk > 15 jaar Grof dood hout Redelijk > 15 jaar Opgebrachte grond > 15 jaar Goed Opgebrachte grond Redelijk > 15 jaar Graafschade Redelijk > 15 jaar Graafschade Matig 10 tot 15 jaar Matig 10 tot 15 jaar Redelijk > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Redelijk Redelijk > 15 jaar Grof dood hout Redelijk > 15 jaar Matig 10 tot 15 jaarSpechtgat/nestholte in stam Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar > 15 jaar Redelijk Redelijk > 15 jaar Grof dood hout Redelijk > 15 jaar > 15 jaar Redelijk Matig 10 tot 15 jaarGrof dood hout Matig 10 tot 15 jaar Matig 5 tot 10 jaar Redelijk > 15 jaar Grof dood hout Matig 5 tot 10 jaar > 15 jaar Grof dood hout Redelijk Matig 5 tot 10 jaar Redelijk > 15 jaar Grof dood hout Matig 10 tot 15 jaar Redelijk > 15 jaar Grof dood hout Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Redelijk > 15 jaar Matig 10 tot 15 jaarGrof

dood hout Stervende/afgestorven < 1 jaar Afgestorven bast stam Matig 10 tot 15 jaar

Maatregelen

Urgentie

Veiligheidsklasse

Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenRisicoboom Verhoogde controlefrequentie BVC (ten minste jaarlijks) Binnen 1 jaar Attentieboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Nader onderzoek (boomveiligheid) Binnen 6 maandenRisicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom inpakken met jute Zo spoedig mogelijkRisicoboom Nader onderzoek (boomveiligheid) Attentie: wespennestBinnen 6 maandenRisicoboom Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Risicoboom Risicoboom Verhoogde controlefrequentie BVC (ten minste jaarlijks) Binnen 1 jaar Attentieboom Verhoogde controlefrequentie BVC (ten minste jaarlijks) Binnen 1 jaar Attentieboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Nader onderzoek (boomveiligheid) Binnen 6 maandenRisicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke

Risicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Reguliere snoei (inclusief dood hout) Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Vellen (boom verwijderen) Binnen 6 maandenRisicoboom Boom zonder gebreken

Boom-

Wetenschappelijke naamStandplaatsStamKroondiameterdiameter nummer 55 Quercus robur Beplanting 100 14 56 Betula pubescens Beplanting 25 3 57 Betula pubescens Beplanting 28 4 58 Betula pubescens Beplanting 25 3 59 Populus x canescens Beplanting 25 3 60 Populus x canescens Beplanting 33 4 61 Populus x canescens Beplanting 30 4 62 Acer pseudoplatanus Beplanting 31 6 63 Alnus glutinosa Beplanting 33 7 64 Alnus glutinosa Beplanting 36 9 Quercus robur 65 Beplanting 56 9 66 Fagus sylvatica Beplanting 25 5 67 Aesculus hippocastanumBeplanting 39 7 Quercus robur Beplanting 40 68 9 69 Populus x canescens Beplanting 37 5 70 Quercus robur Beplanting 26 4 Beplanting 39 71 Populus x canescens 5 72 Salix caprea Beplanting 25 5 73 Quercus robur Gazon 42 9 Quercus robur Beplanting 28 74 8 75 Carpinus betulus Beplanting 62 10 76 Alnus glutinosa Ruw gras 48 7 Quercus robur 77 Ruw gras 33 7 78 Quercus robur Ruw gras 34 99 79 Quercus robur Ruw gras 35 9 Quercus robur Ruw gras 80 35 7 81 Quercus robur Gazon 54 9 82 Carpinus betulus Beplanting 45 10 Quercus robur Beplanting 42 83 10 84 Quercus robur Beplanting 42 9 85 Quercus robur Beplanting 105 18 Quercus robur Beplanting 50 86 8 87 Quercus robur Beplanting 60 10 88 Quercus robur Beplanting 29 7 Quercus robur Beplanting 39 89 7 90 Quercus robur Beplanting 35 6 91 Quercus robur Beplanting 52 5 Quercus robur Ruw gras 92 67 12 93 Quercus robur

Beplanting 60 6 94 Quercus robur Beplanting 51 7 Quercus robur Ruw gras 95 61 12 96 Populus x canescens Beplanting 43 6 97 Populus x canescens Beplanting 45 7 Populus x canescens Beplanting 31 98 2 99 Populus x canescens Beplanting 38 9 Populus x canescens Beplanting 37 100 5 101 Populus x canescens Beplanting 41 9 102 Populus x canescens Beplanting 29 5 Quercus robur Beplanting 30 103 6 104 Quercus robur Beplanting 26 4 105 Quercus robur Beplanting 29 6 Quercus robur Beplanting 24 106 6 107 Quercus robur Beplanting 51 8 108 Alnus glutinosa Beplanting 40 6

31

BD26139

BEA Telgendijk Enschede

Boomhoogteklasse > 24 meter 6-9 meter 15-18 meter 15-18 meter 15-18 meter 15-18 meter 15-18 meter 12-15 meter 18-21 meter 18-21 meter 15-18 meter 12-15 meter 12-15 meter 18-21 meter 15-18 meter 9-12 meter 15-18 meter 6-9 meter 12-15 meter 6-9 meter 9-12 meter 9-12 meter 9-12 meter 9-12 meter 9-12 meter 12-15 meter 12-15 meter 9-12 meter 12-15 meter 12-15 meter > 24 meter 21-24 meter 21-24 meter 12-15 meter 6-9 meter 12-15 meter 6-9 meter 18-21 meter 21-24 meter 21-24 meter 18-21 meter 21-24 meter 21-24 meter 6-9 meter 21-24 meter 18-21 meter 21-24 meter 15-18 meter 12-15 meter 12-15 meter 12-15 meter 12-15 meter 15-18 meter 12-15 meter

Conditie Redelijk Redelijk Redelijk Goed Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Goed Goed Redelijk Redelijk Redelijk Goed Redelijk Goed Goed Goed Goed Redelijk Matig

ToekomstWaarneembaar BVC gebrek verwachting > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar Ingevallen zone stamvoet 10 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaar 10 tot 15 jaar 10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar 10 tot 15 jaar 10 tot 15 jaar 10 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar Spechtgat/nestholte in stam | Afgestorven bast stam 10 tot 15 jaar > 15 jaar Spechtgat/nestholte in stam > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaarHolte stamvoet

Maatregelen

Nader onderzoek (boomveiligheid)

Nader onderzoek (boomveiligheid) Nader onderzoek (boomveiligheid)

Nader onderzoek (boomveiligheid)

Urgentie

Veiligheidsklasse

Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenRisicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenRisicoboom Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenRisicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenRisicoboom

Wetenschappelijke naamStandplaatsStamKroondiameterdiameter nummer 109 Robinia pseudoacacia Beplanting 27 4 Quercus robur 110 Beplanting 32 6 111 Salix caprea Beplanting 45 10 112 Salix caprea Beplanting 33 6 Salix caprea 113 Beplanting 26 2 114 Salix caprea Beplanting 48 7 115 Salix caprea Beplanting 39 5 Salix caprea 116 Beplanting 53 7 117 Salix caprea Beplanting 45 3 118 Salix caprea Beplanting 60 3 Salix caprea 119 Beplanting 26 3 120 Salix caprea Beplanting 31 5 121 Quercus robur Beplanting 37 8 Quercus robur 122 Beplanting 35 9 123 Salix caprea Beplanting 29 9 124 Quercus robur Beplanting 79 12 Quercus robur 125 Beplanting 63 12 126 Quercus robur Beplanting 49 10 127 Quercus robur Beplanting 51 6 Quercus robur 128 Beplanting 60 8 129 Quercus robur Beplanting 87 13 130 Acer platanoides Beplanting 25 7 Quercus robur 131 Beplanting 25 6 132 Salix caprea Beplanting 26 4 133 Quercus robur Beplanting 63 10 Quercus robur Beplanting 25 134 5 135 Quercus robur Beplanting 26 4 136 Quercus robur Beplanting 62 9 Quercus robur Beplanting 60 137 8 138 Betula pubescens Beplanting 33 4 139 Quercus robur Beplanting 62 9 Quercus robur Beplanting 90 140 15 141 Quercus robur Beplanting 93 15 142 Quercus robur Beplanting 58 15 Quercus robur Beplanting 60 143 11 144 Betula pubescens Beplanting 26 3 145 Quercus robur Beplanting 50 9 Quercus robur Beplanting 47 146 7 147 Quercus robur

Beplanting 63 12 148 Quercus robur Beplanting 59 11 Quercus robur Beplanting 62 149 13 150 Quercus robur Beplanting 47 9 151 Quercus robur Beplanting 72 14 Quercus robur Beplanting 52 152 8 153 Quercus robur Beplanting 85 10 Quercus robur Beplanting 95 154 15 155 Quercus robur Beplanting 43 8 156 Quercus robur Beplanting 49 8 Quercus robur Beplanting 80 157 15 158 Quercus robur Beplanting 72 8 159 Betula pubescens Beplanting 25 3 Quercus robur Beplanting 58 160 14 Boom-

32

BD26139

BEA Telgendijk Enschede

Boomhoogteklasse 12-15 meter 9-12 meter 6-9 meter 6-9 meter < 6 meter 6-9 meter 6-9 meter 6-9 meter < 6 meter < 6 meter < 6 meter 6-9 meter 12-15 meter 12-15 meter < 6 meter > 24 meter > 24 meter > 24 meter > 24 meter > 24 meter > 24 meter 6-9 meter 6-9 meter < 6 meter 15-18 meter 6-9 meter 6-9 meter 21-24 meter 21-24 meter 18-21 meter 21-24 meter > 24 meter > 24 meter > 24 meter 21-24 meter 12-15 meter 21-24 meter 18-21 meter 21-24 meter 15-18 meter 15-18 meter 15-18 meter 18-21 meter 15-18 meter 18-21 meter 18-21 meter 15-18 meter 15-18 meter 21-24 meter 21-24 meter 6-9 meter 15-18 meter

Conditie Matig Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Stervende/afgestorven Stervende/afgestorven Stervende/afgestorven Stervende/afgestorven Matig Redelijk Redelijk Redelijk Slecht Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Goed Redelijk Matig Redelijk Goed Goed Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Matig Matig Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Matig Goed Redelijk

ToekomstWaarneembaar BVC gebrek verwachting 5 tot 10 jaar > 15 jaar > 15 jaar Scheefstand > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar < 1 jaar Afstervingsverschijnselen < 1 jaar Afstervingsverschijnselen < 1 jaar Afstervingsverschijnselen < 1 jaar Afstervingsverschijnselen 5 tot 10 jaarGrof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout 1 tot 5 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar > 15 jaar 5 tot 10 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar Spechtgat/nestholte in stam | Grof dood hout | Afgestorven bast stam > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar 10 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaarGebroken/losse tak | Grof dood hout 10 tot 15 jaar > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar > 15 jaar Grof dood hout > 15 jaar Grof dood hout 10 tot 15 jaarGrof dood hout > 15 jaar > 15 jaar 5 tot 10 jaarGrof dood hout > 15 jaar > 15 jaar Grof dood hout

Maatregelen

Verhoogde controlefrequentie BVC (ten minste jaarlijks)

Vellen (boom verwijderen) Vellen (boom verwijderen) Vellen (boom verwijderen) Vellen (boom verwijderen) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout)

Reguliere snoei (inclusief dood hout)

Nader onderzoek (boomveiligheid) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout)

Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout)

Reguliere snoei (inclusief dood hout) Reguliere snoei (inclusief dood hout)

Urgentie

Veiligheidsklasse

Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 1 jaar Attentieboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenRisicoboom Binnen 6 maandenRisicoboom Binnen 6 maandenRisicoboom Binnen 6 maandenRisicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenRisicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder

gebreken Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom Boom zonder gebreken Binnen 6 maandenTijdelijke Risicoboom

Bijlage 4

CAD tekening

BD26139_Bijlage 4_CAD tekening BEA Telgendijk. zip

Bijlage 5

Overzichtskaart

BD26139_Bijlage 5_Overzichtskaart BEA Telgendijk. pdf

Bijlage 5 Archeologisch onderzoek

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 51

MN

ARCHEOLOGIE

MB

BOUWHISTORIE

N

Gemeente

Enschede

Plangebied Telgendijk te Enschede Archeologisch

bureauonderzoek

BAAC-rapport

V-25.0013

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

en

Inventariserend

veldonderzoek

(verkennende fase)

VERSIE 1.1 Maart 2025

|

EB

Colofon

ISSN:

1873-9350

Auteur(s):

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (stagiair) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Veldmedewerkers:

Cartografie: Inhoudelijke controle:

©

BAAC, s-Hertogenbosch (2025) geen aansprakelijkheid

BAAC aanvaardt

voor

eventuele

schade voortvloeiend uit de

toepassing

onderzoek.

EB

BAAC

Graaf

van

5222 BS Tel: (073)

-

Archeologie

en

Solmsweg 103 ‘s-Hertogenbosch 61 36 219

E-mail: denbosch@baac.nl

Bouwhistorie

Popovstraat 8013

54

RK Zwolle

Tel: (038) 30 36 650 E-mail:

zwolle@baac.nl

van

de adviezen of het

gebruik

van

de resultaten

van

dit

Inhoudsopgave n

Samenvatting

5

n

1 Inleiding

6

1. 1

Onderzoekskader 1. 1. 1 Aanleiding 1. 1. 2 Beleidskader 1. 1. 3 Kwaliteitsborging 1. 2 Doel- en vraagstelling 1. 3 Situering van het plan- en onderzoeksgebied 1. 4 Administratieve gegevens n

2 Bureauonderzoek

Werkwijze Landschap 2. 2. 1 Algemene ontwikkeling 2. 2. 2 Gebiedsspecifieke beschrijving 2. 3 Bewoningsgeschiedenis 2. 3. 1 Inleiding 2. 3. 2 Historie 2. 4 Archeologische gegevens 2. 4. 1 Gemeentelijke verwachtingskaart 2. 4. 2 Bekende vondsten en eerder onderzoek 2. 5 Archeologische verwachting 2. 1 2. 2

n

3 Inventariserend veldonderzoek Werkwijze Veldwaarnemingen Verkennend booronderzoek 3. 3. 1 Lithologie en bodemopbouw 3. 3. 2 Archeologische indicatoren 3. 4 Archeologische interpretatie 3. 1 3. 2 3. 3

6 6 6 6 6 7 10

11 11 11 11 12 15 15 15 19 19 19 22

24 24 25 25 25 25 26

n

4 Conclusie en aanbevelingen

27

n

5 Geraadpleegde bronnen

29

n

6 Bijlagen

30

Bijlage 1 Bijlage 2

Geologische en archeologische tijdvakken Boorstaten

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

4

Samenvatting BAAC heeft voorafgaand aan het realiseren van een opvangplek voor Oekraïners een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het circa 52 ha grote plangebied Telgendijk te Enschede. ,

Uit het bureauonderzoek blijk dat het plangebied in een gebied met gestuwde afzettingen ligt die bestaan uit keileem met mogelijk een dun laagje dekzand en afgedekt door een bouwvoor/cultuurdek. In het plangebied zijn niet eerder archeologische resten gevonden. Langs de westgrens van het plangebied heeft mogelijk wel een landweer gelopen. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere vuursteenvindplaatsen aangetroffen. Deze vindplaatsen bevinden zich voornamelijk ten zuiden van het plangebied op de zandige flank van de stuwwal. Het plangebied is op basis van historisch kaartmateriaal niet bebouwd geweest en in de 19 e eeuw ontgonnen. De kans op het aantreffen van resten uit het paleolithicum tot en met vroeg neolithicum is middelhoog. Voor de overige perioden geldt een lage kans op het aantreffen van archeologische resten. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied over het algemeen uit een circa 30 cm dikke humeuze bouwvoor bestaat met daaronder lokaal een 10 tot 30 cm dikke verploegde laag. Verder zijn steeds A-C profielen aangetroffen. De natuurlijke bodem (C-horizont) bestaat uit fluvioglaciale afzettingen. Een potentieel archeologisch niveau of cultuurlaag anders dan de huidige bouwvoor is niet aangetroffen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek worden geen archeologische waarden verwacht.

Een archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

5

1

Inleiding

1. 1

Onderzoekskader

1. 1. 1

Aanleiding

In opdracht van de gemeente Enschede heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het plangebied Telgendijk te Enschede (gemeente Enschede). Aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een opvangcentrum op het perceel. De exacte aard en diepte van de ingrepen zijn niet bekend. De oppervlakte van het perceel bedraagt 52 ha. Realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische waarden. ,

1. 1. 2

Beleidskader

Het archeologisch beleid van de gemeente Enschede voor toepassing van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) was vastgelegd in het bestemmingsplan. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De gemeente Enschede beschikt nog niet over een definitief omgevingsplan zoals voorzien in de Omgevingswet. Tot die tijd worden alle bestemmingsplannen samengebracht in een tijdelijk omgevingsplan een zogenaamd ‘omgevingsplan-van-rechtswege’. 1 Het omgevingsplan is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. 2 Volgens de beleidskaart geldt voor het plangebied deels ‘onderzoeksgebied B’ waarvoor geldt dat bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm –mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Voor het uiterst westelijke is categorie ‘onderzoeksgebied A’ van toepassing waarvoor geldt dat bij bodemingrepen groter dan 250 m 2 en dieper dan 50 cm –mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. ,

,

,

1. 1. 3

Kwaliteitsborging

Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 (bureauonderzoek) en protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4. 2 3 en het onderzoeksspecifieke Plan van Aanpak. 4 ,

BAAC is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen 4002 Bureauonderzoek 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems) onderdelen proefsleuven en overig alsmede 4004 Opgraven (landbodems). ,

,

1. 2

,

,

Doel- en vraagstelling

Het doel van het bureauonderzoek is om de geologische bodemkundige en landschappelijke kenmerken alsmede de bekende en verwachte archeologische waarden in het onderzoeksgebied te inventariseren teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden en om de verstoringsgraad van het bodemprofiel te bepalen. ,

,

,

Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt de archeologische verwachting getoetst en indien nodig gespecificeerd. Het bureauonderzoek dient de volgende vragen te beantwoorden: n Zijn binnen het plangebied bekende archeologische waarden aanwezig? Zo ja welke gegevens zijn bekend over de omvang ligging aard en datering hiervan? n Wat is de verwachte bodemopbouw in het gebied en welke gegevens zijn bekend over bodemverstorende ingrepen in het verleden binnen het plangebied? n Wat is de specifieke archeologische verwachting voor het gebied? ,

,

1 Informatiepunt Leefomgeving 2 Gemeente Enschede 2007. 3 CCvD 2024. 4 Houwman 2025.

,

2024.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

6

Het veldonderzoek dient de volgende vragen vastgelegd in het Plan van Aanpak te beantwoorden: n Hoe is de bodemopbouw en zijn (begraven) bodems met potentiële archeologische niveaus (cultuurlagen) aanwezig? Zo ja waar en op welke diepte? n In hoeverre worden archeologische resten/niveaus bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja in welke vorm? ,

,

,

,

Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen wordt vervolgens een advies gegeven over de omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden en mogelijk vervolgonderzoek. De bevoegde overheid (gemeente Enschede) neemt op basis van het door BAAC opgestelde advies een selectiebesluit.

1. 3

Situering

van

het plan- en onderzoeksgebied

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de termen plangebied en onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de geplande bodemingrepen zullen gaan plaatsvinden. Het plangebied ligt aan de oostrand van de bebouwde kom van Enschede (Afb. 1. 1). Het plangebied wordt begrensd door de Noord Esmarkerrondweg in het oosten weilanden in het noorden de Telgendijk in het westen en bebouwing langs de Oosterstraat in het zuiden. Het plangebied is momenteel in gebruik als weiland. ,

,

Het onderzoeksgebied beslaat het plangebied inclusief het omringende gebied binnen een straal van circa 500 m. Het onderzoeksgebied wordt in het bureauonderzoek als zoekgebied gehanteerd om tot een beter inzicht te komen in de archeologische (cultuur)historische en bodemkundige situatie van het plangebied. ,

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

7

Afb. 1. 1 Ligging van het plangebied op Opentopo-kaart (PDOK 2025).

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

8

Afb. 1. 2 Ligging van het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK 2025).

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

9

1.4

Administratieve

gegevens

Locatiegegevens provincie

Overijssel

gemeente

Enschede

plaats

Enschede

toponiem

Telgendijk

RD-coördinaten

260.342 / 472.006 NW 260.869 / 472.006 NO 260.869 / 471.766 ZO 260.342 / 471.766 ZW

kaartblad

35A

kadastrale gegevens

Gemeente Lonneker, sectie E‚ perceel 5723

oppervlakte plangebied

Circa 5,2 ha

Projectgegevens projectnummer type

V-25.0013

onderzoek

Bureauonderzoek

Archis-zaakidentificatienr.

Gemeente

Het

Oversticht

datum opdracht

16

januari 2025

datum veldwerk

18 februari

versie

1.1

nummer

voorgelegd beheer

en

aan

overheid

rapport

bevoegde

(verkennende fase)

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) nn

projectleider BAAC bevoegde

veldonderzoek

Enschede

contactpersoon:

namens

inventariserend

5683799100

opdrachtgever

adviseur

en

overheid

plaats documentatie

2025

(4 maart 2025)

Nee

archief BAAC

en

(na

afronding project) Archis 3 en E-depot (Dans Datastation)

Telgendijk te Enschede. Archeologisch

bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

2 2. 1

Bureauonderzoek

Werkwijze

Tijdens het bureauonderzoek is literatuur over de geologie geomorfologie het hoogteverloop (AHN) en de bodemopbouw van het onderzoeksgebied bestudeerd. Met name voor de recentere archeologische periodes zijn diverse historische bronnen geraadpleegd. Er is gebruik gemaakt van oude kadastrale en topografische kaarten. Tevens is informatie ingewonnen bij de lokale heemkundekring. 5 Bij de inventarisatie van de archeologische waarden is gebruik gemaakt van gegevens uit Archis 3 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. ,

,

In navolgende paragrafen staan de resultaten van het bureauonderzoek beschreven. Het hoofdstuk is afgesloten met een synthese in de vorm van een specifieke archeologische verwachting. Een opsomming van de geraadpleegde literatuur en gebruikte kaarten is terug te vinden in de literatuurlijst. Voor een tabel met een overzicht van geologische en archeologische tijdvakken wordt verwezen naar bijlage 1.

2. 2

Landschap

2. 2. 1 Algemene ontwikkeling Het plangebied maakt deel uit van het oostelijke zandgebied. 6 Lange tijd stroomden rivieren van het oostelijke Eridanos-riviersysteem en later de Rijn door dit gebied en werd grof zand en grind afgezet. Omstreeks 370. 000 jaar geleden brak een koude periode het Saalien aan waarin de ijskappen zich sterk over het noordelijke halfrond uitbreidden. In het laatste deel van het Saalien drong het ijs daarbij ook Nederland binnen tot de lijn HaarlemNijmegen. Het ijs duwde zowel de fluviatiele afzettingen als oudere mariene afzettingen die deels bevroren waren in grote schollen op tot hoge stuwwallen zoals direct ten noordwesten van het plangebied terwijl onder het ijs diepe glaciale bekkens ontstonden. Ook het plangebied is in deze periode bedekt geweest met landijs. Onder het ijs werd grondmorene gevormd dat bestaat uit keileem. Keileem bestaat uit een mengsel van klei zand en stenen dat sterk is samengedrukt door het landijs. Het landijs heeft de grondmorene gemodelleerd in noord-zuid georiënteerde “drumlin”-achtige vormen. 7 Aan het einde van het Saalien werd het klimaat warmer waardoor het landijs smolt en grote hoeveelheden water vrijkwamen. Door het smeltwater van de ijskap werden de oudere afzettingen geërodeerd en elders afgezet (fluvioglaciale afzettingen). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Vanaf circa 115. 000 jaar geleden na het warmere Eemien verslechterde het klimaat en begon weer een glaciaal het Weichselien. Hoewel het klimaat met name in het Midden-Weichselien (het zogenaamde Pleniglaciaal) zeer koud was bereikte het landijs Nederland niet. In deze periode werden afzettingen van lokale oorsprong afgezet (Formatie van Boxtel) die bestaan uit fluvioperiglaciale afzettingen (smeltwaterafzettingen) en eolische afzettingen (dekzand). Deze afzettingen hebben de oudere afzettingen deels afgedekt. ,

,

,

,

,

Fluvioperiglaciale afzettingen oftewel verspoelde dekzand- en rivierafzettingen ontstonden wanneer aan het begin en eind van de glacialen en dan voornamelijk in de zomermaanden veel smeltwater vrijkwam. Dit water werd door een systeem van verwilderde geulen en beken afgevoerd. Door het ontbreken van vegetatie werd in de droge en zeer koude glacialen door de wind sediment verplaatst en elders weer afgezet. In het Pleniglaciaal (Midden-Weichselien) werd zo het Oudere dekzand als een deken over het vrijwel vegetatieloze landschap afgezet. Het Oudere dekzand is vaak horizontaal gelaagd met lemige banden. In het Laat-Glaciaal (Laat-Weichselien) was de begroeiing weer wat dichter waardoor de verstuiving een meer lokaal karakter had en het zogenaamde Jonger dekzand werd afgezet in de vorm van langgerekte voornamelijk zuidwest-noordoost georiënteerde ruggen (Formatie van Boxtel). Het Jonger dekzand is meestal niet gelaagd. Gedurende de interstadialen zijn plaatselijk leemlagen veenlaagjes of bodems gevormd. Zo vond gedurende het Allerød-interstadiaal op de hogere terreindelen bodemvorming (Laag van Usselo) plaats die nu nog te herkennen is als een grijswitte laag met houtskoolresten. ,

,

,

,

,

,

,

5 E-mail verstuurd via contactformulier aan Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker , d. d. 24 6 Berendsen et al 2021. 7 Een drumlin is een min of meer langwerpige heuvel gevormd door een gletsjer.

januari 2025.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

11

Aan het einde van het Weichselien en in het Holoceen werd het klimaat een stuk milder. Door de toenemende vegetatie kwam een eind aan de natuurlijke zandverstuivingen en raakten de dekzandruggen gefixeerd. De beken kregen een meanderend verloop waarbij lokaal in de beekdalen en –overstromingsvlakten zand leem en veen (Formatie van Singraven) werd afgezet. Door het verbeterde klimaat kon ook op grote schaal bodemvorming plaatsvinden. Deze processen werden in toenemende mate door de mens beïnvloed. Zo zijn zowel de hooggelegen gronden met keileem als de tussengelegen lage gronden van nature nat waardoor het essentieel was dat overtollig water zo snel mogelijk werd afgevoerd. In de loop der tijd zijn derhalve veel waterlopen gegraven en beken vergraven of verlegd. 8 ,

,

2. 2. 2 Gebiedsspecifieke beschrijving Geologie Volgens de geologische kaart bestaat het grootste deel van de ondergrond van het plangebied uit grondmorene (meestal keileem grindhoudend lemig zand en leem met stenen en keien) (Afb. 2. 1). 9 n

,

,

In het DINOloket zijn een groot aantal geologische en bodemkundige boringen geregistreerd (Afb. 2. 1). 10 Uit de boringen blijkt dat de bodem bestaat uit een bouwvoor op zwak tot sterk zandig leem. Het zandige leem is geïnterpreteerd als keileem. In boring BHR000000026202 is vlak onder de bouwvoor nog een laag zwak lemig zand aanwezig tussen 20 en 40 cm -mv. De bodemopbouw bestaat in de alle boringen uit een Ap-horizont op een Cghorizont.

Afb. 2. 1 Ligging van het plangebied op de geologische overzichtskaart van Nederland (Deltares 2021) met bestudeerde geologische boringen uit het DINOloket (DINOloket 2025).

8 Berendsen et al 2021. 9 Deltares 2021. 10 DINOloket 2025.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

12

Geomorfologie en AHN Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een stuwwal. 11 Deze stuwwal wordt ten noorden van het plangebied doorsneden door een droogdal (Afb. 2. 2). Ten zuiden van het plangebied gaat de stuwwal over in een grondmorenerug. Het droogdal is goed zichtbaar op de hoogtekaart (Afb. 2. 3). Het plangebied zelf heeft geen opvallende hoogteverschillen. Er zijn drie noord zuid lopende depressies zichtbaar die waarschijnlijk het restant zijn van oude perceelscheidingen. n

Afb. 2. 2 Ligging van het plangebied op een uitsnede van de geomorfologische kaart (Archis 3 2025).

11 Geomorfologische

kaart , geraadpleegd via Archis 3 2025. Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

13

Afb. 2. 3 Ligging van het plangebied het Actueel Hoogtebestand (AHN4 2025). Verstoringen Voor zover bekend hebben er geen ontgrondingen plaatsgevonden in het plangebied. 12 Bij historisch onderzoek is vastgesteld dat er op luchtfoto’s uit 1978 sloten zichtbaar zijn. Het is volgens de rapportage mogelijk dat deze sloten mogelijk zijn gedempt met verontreinigd materiaal. 13 n

Bodemopbouw Volgens de bodemkaart is voor het plangebied vanwege de ligging in ‘bebouwd gebied’ geen bodemeenheid aangegeven. Vlak ten noorden van het plangebied is zeer ondiepe keileem aanwezig. Ten westen van het plangebied zijn veldpodzolgronden aanwezig. 14 Op basis van boringen uit DINOloket (Afb. 2. 1) lijkt het waarschijnlijk dat er binnen het plangebied zeer ondiepe keileem aanwezig is. De gronden met zeer ondiepe keileem worden gekenmerkt door een duidelijk donkere bovengrond (minerale eerdlaag) van 20 à 35 cm dik. Hieronder bevindt zich vaak nog een dun laagje dekzand met direct daaronder keileem. Soms komt in het zand (of bovenin de keileem) podzolering voor. Indien de podzolering ontbreekt is het zand meestal roestig. Het keileem die meestal roestig is bestaat uit matig fijnzandige zware zavel en lichte klei met zandinsluitsels en stenen van diverse grootte. 15 n

,

,

,

,

12 Ontgrondingen in Overijssel 2017. 13 Gemeente Enschede 2025. 14 Bodemkaart , geraadpleegd via Archis 15 De Bakker & Schelling 1989.

3 2025.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

14

De grondwatertrap in het plangebied is V. Dit houdt in dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand ondieper is dan 40 cm -m en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand dieper is dan 120 cm -mv.

2. 3

Bewoningsgeschiedenis

2. 3. 1

Inleiding

De eerste mensen vestigden zich op de hogere delen in het landschap zoals flanken van stuwallen of dekzandruggen meestal in de buurt van een waterloop. Vaste woonplaatsen kwamen voor vanaf het neolithicum. Vanaf deze periode ging de mens zich steeds meer toeleggen op het verbouwen van voedsel en het houden van vee. De vondsten uit de perioden vóór het neolithicum duiden vaak op een tijdelijk kamp dat seizoensmatig werd bewoond afhankelijk van het voedselaanbod. De hoger gelegen gebieden kenden een toenemende bevolkingsdichtheid en zijn vaak voortdurend bewoond geweest tot in de Romeinse tijd. De bevolkingsdichtheid nam aan het einde van de Romeinse tijd sterk af. De bestaansbasis voor grote nederzettingen viel weg door het wegvallen van het Romeinse gezag. In de loop van de middeleeuwen nam de bevolkingsdichtheid weer toe. Door de toenemende bevolking in de middeleeuwen veranderde het landschap en werd het steeds meer in cultuur gebracht. Bos werd gekapt en veen werd ontgonnen. Als gevolg van begrazing door schapen kreeg het potentieel aan natuurlijke vegetatie geen groeikans meer en ontstonden heidevelden. Betere gronden werden gebruikt als landbouwgrond. Verspreid in het landschap werden kleine boerenbedrijven gevestigd op verhoogde plaatsen zoals dekzandruggen waarop landbouw werd bedreven.

Bij uitputting van de bodem werd plaggenmest opgebracht en ontstonden essen zoals in de vorige paragraaf is beschreven. Met de komst van kunstmest zijn veel heidevelden ontgonnen tegen het eind van de 19 e eeuw waardoor oude bouwlandcomplexen niet verder werden uitgebreid. ,

,

,

,

2. 3. 2

Historie

Op de Historische kaart van Twente circa 1500 zijn geen oude boerderijen weergegeven in of aangrenzend aan het plangebied. 16 Aan het eind van de 18 e eeuw bevond het plangebied zich in een onontgonnen gebied (Afb. 2. 5). Ten westen van het plangebied loopt mogelijk een landweer of aarden wal. Het plangebied zelf is op later kaartmateriaal aangegeven als het Klein Boekeler Veld. Dit gebied was in het begin van de 19 e eeuw nog onontgonnen en het werd doorsneden door verscheidene wegen zoals de weg van den Laagen Esch naar ’t Zosfer Veen. Langs de westgrens van het plangebied loopt de weg langs de Ribbelerbrink. Halverwege de 19 e eeuw vinden de eerste ontginningen in het plangebied plaats. Het wegenpatroon veranderde van kronkelende wegen naar rechte wegen. Iets na deze periode wordt de spoorbaan ten zuiden van het plangebied aangelegd. Het plangebied blijft in het begin van de 20 e eeuw extensief in gebruik wat te zien is aan de bomen die aanwezig zijn in het centrale deel van het perceel (Afb. 2. 6). Ten zuiden en ten noordwesten van het plangebied is de eerste bebouwing nabij het plangebied zichtbaar. Op luchtfoto’s is te zien dat de bebouwing ten noordenwesten van het plangebied voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog weer is verdwenen. 17 De bebouwing ten zuiden van het plangebied staat aangegeven als Steenfabriek.

In de tweede helft van de 20 e eeuw is ten noordwesten van het plangebied een vijver aangelegd. Het landgebruik in het plangebied zelf is in sinds de Tweede wereldoorlog niet veranderd. De bebouwde kom van Enschede (Stokhorst) nadert het plangebied in de jaren 70 van de 20 e eeuw. ,

,

16 Werkgroep 17 RAF 1944.

Historische kaart van Twente 1991.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

15

260097 |

261185

plangebied

N

V-25.0013© BAAC

Afb. 2.4 Ligging

van

het

plangebied op een uitsnede

Telgendijk

van

de

Hottinger-atlas uit 1773-1794 (geanonimiseerd) | 2003).

te Enschede.

Archeologisch

bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

Afb. 2. 5 Ligging van het plangebied op een uitsnede van de kadastrale kaart uit het begin van de 19 e eeuw (Kadasterkaart 18111832).

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

17

Afb. 2. 6 Ligging van het plangebied op kaarten uit de 19e en 20e eeuw (Topotijdreis 2025).

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

18

2.4

Archeologische

2.4.1

Gemeentelijke verwachtingskaart

gegevens

plangebied heeft op de gemeentelijke verwachtingskaart archeologische waarden (Afb. 2.7). Het

een

middelhoge

tot

lage kans op het aantreffen van

1ê

260000

LL

261000

plangebied

V-25.00130 BAAC

Afb.

2.7

Ligging van het plangebied op de gemeentelijke verwachtingskaart. Rood: hoge archeologische verwachting, oranje: middelhoge archeologische verwachting, geel: lage archeologische verwachting, schuine arcering: vergravingen/afgravingen, horizontale arcering: egalisaties, verticale arcering: ophogingen, puntarcering: verleende ontgrondingsvergunning, ster: hoeve, punt: vindplaats, zwart-rode lijn: landweer, blauw: water | (geanonimiseerd) 2005). 2.4.2

Bekende

vondsten

en

eerder onderzoek

In het plangebied zijn geen archeologische vondsten gedaan en heeft niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In een straal van 500 m rondom het plangebied zijn diverse archeologische resten aangetroffen en onderzoeken uitgevoerd. Bepaalde gebieden zijn vanwege hun archeologische waarde aangewezen als archeologisch (rijksmonument. Binnen een straal van 500 m zijn geen archeologische (rijksmonumenten aangewezen.

15

(geanonimiseerd) BENN 2005 Telgendijk

te Enschede.

Archeologisch

bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

Afb. 2. 8 Het plangebied met de archeologische (rijks)monumenten vondstmeldingen en onderzoeken (Archis 3 2025). ,

Bij onderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn een aantal vuursteenvindplaatsen vastgesteld. Ten zuiden van het plangebied zijn intacte vindplaatsen aanwezig waarbij de vuursteen in de top van de originele veldpodzolbodem is aangetroffen (Archisnr. 2289177100 2109778100 2129347100). Bij deze onderzoeken zijn meerdere kampementen uit de periode paleolithicum – neolithicum aangetroffen waarbij een deel specifiek gedateerd kon worden op het mesolithicum Een deel van de vuursteenvondsten in de omgeving bestaat uit vondstmateriaal dat is opgenomen in de bouwvoor. Door deze verstoring van de vindplaats zijn deze vindplaatsen aangegeven als niet behoudenswaardig. ,

,

Tabel 2. 1 Overzicht bekende vondstlocaties binnen een straal van 500 m rondom het plangebied (Archis 3 2024). Archisnr. materiaal datering verzamelwijze afstand tot plangebied 2109778100 400 m ZO vuursteen midden paleolithicum – laat proefsleuvenonderzoek mesolithicum 2129347100 400 m ZO vuursteen , afslag , kling laat mesolithicum proefsleuvenonderzoek 2289177100

400 m ZO

vuursteenbewerkingsplaats

2070298100

400 m ZO

vuursteen , keramiek

paleolithicum – laat neolithicum paleolithicum – ijzertijd , vroege middeleeuwen C vroege middeleeuwen D

proefsleuvenonderzoek verkennend booronderzoek

–

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

20

2070298100

400 m ZO

vuursteen

neolithicum

2219046100

400 m ZW

baksteen , vuursteen , bot

paleolithicum – nieuwe tijd

5185267100 5276595100 2189903100

300 m ZO 380 m NO 300 m ZW

vuursteen vuursteen

paleolithicum - neolithicum

vuursteen

paleolithicum - bronstijd

verkennend booronderzoek verkennend booronderzoek karterend booronderzoek karterend booronderzoek veldinspectie

-

Tabel 2. 2 Overzicht eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek binnen een straal van 500 m rondom het plangebied (Archis 3 2024). Archisnr. afstand tot uitvoerder , jaar type onderzoek en resultaat plangebied verkennend booronderzoek Er is zijn fluvioglaciale afzettingen aangetroffen met dekzand. Lokaal is fluvioperiglaciaal zand en leem aangetroffen. Op de plekken met dekzand komen intacte of ondiep afgetopte veldpodzolprofielen voor. 5144467100 300 m ZO BAAC , 2022 Relatief grote oppervlakten zijn tot in de C-horizont geroerd. Er is een karterend booronderzoek op de locaties waar podzols zijn

aangetroffen.

5185267100

300 m ZO

2289177100

400

m

ZO

BAAC , 2022

Archaeological Research en Consultancy , 2010

karterend booronderzoek Opvolging van bovenstaand verkennend onderzoek. Er zijn geen in situ vuursteenvondsten aangetroffen. Het gebied heeft een lage verwachting gekregen vanwege het ontbreken van vondsten.

proefsleuvenonderzoek Er zijn vijf clusters met vuursteen aangetroffen. Deze clusters zijn

geïnterpreteerd als kampementen uit het mesolithicum. Er is behoud in situ geadviseerd.

proefsleuvenonderzoek 2109778100

400 m ZO

BAAC , 2006

2129347100

400 m ZO

BAAC , 2006

2070298100

400 m ZO

BAAC , 2005

2219046100

300 m ZW

BAAC , 2008

5276595100

380 m NO

Greenhouse Advies , 2022

5140295100

380 m NO

Greenhouse Advies , 2021

2189903100

300 m ZW

BAAC , 2008

5455020100

100 m W

Lycens , 2023

2135884100

200 m NO

RAAP , 2006

5328523100

70 m Z

IDDS , 2023

Uitgevoerd in een bosperceel. Er is met name in de E-horizont vuursteen aangetroffen. Het is geadviseerd om het terrein te beschermen voor verdere ingrepen.

proefsleuvenonderzoek Het aangetroffen vuursteen is door omploegen volledig opgenomen in

de bouwvoor. De vuursteenvindplaats dateert waarschijnlijk uit het mesolithicum. Door de verstoring is de vindsplaats niet meer behoudenswaardig. verkennend booronderzoek Er is dekzand op keileem aangetroffen. Op de hogere delen zijn veldpodzolgronden aanwezig. Er is lokaal vuursteen aangetroffen. Opgevolgd door bovenstaande proefsleuvenonderzoeken (2109778100 & 2129347100). verkennend booronderzoek Er is vanaf 60 cm -mv keileem aangetroffen. Er is lokaal een begraven Ahorizont aangetroffen. De indicatoren zijn aangetroffen in A-horizont en bestaan uit vuursteen , bot en een baksteenfragment. De ondergrond is gevlekt en in het westen verstoord. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen. verkennend en karterend booronderzoek Er zijn in twee boringen archeologische indicatoren in de vorm van vuursteen aangetroffen. Voor deze boringen is een proefsleuvenonderzoek aangetroffen. Het overige deel is vrijgegeven. verkennend booronderzoek Er is een esdek waargenomen van 70 cm dik. Delen van het gebied waren tot 90 cm -mv verstoord. Opgevolgd door bovenstaand karterend onderzoek. veldinspectie en verkennend booronderzoek Er zijn enkeerdgronden aangetroffen met daaronder een begraven bouwvoor of keizand. In een boring is een fragment bewerkt vuursteen gevonden. Er is een waarderend booronderzoek aanbevolen. bureauonderzoek Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

booronderzoek Geen rapportage beschikbaar in Archis of DANS. bureauonderzoek Geen rapportage beschikbaar in Archis of DANS.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

21

De Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker heeft niet gereageerd op een informatieverzoek.

2. 5

Archeologische verwachting

Het plangebied bevindt zich op gestuwde afzettingen. De gestuwde afzettingen bestaan in het plangebied uit keileem (zwak tot sterk zandige leem) met mogelijk een dun laagje dekzand. Het plangebied is op basis van historisch kaartmateriaal niet bebouwd geweest en in de 19 e eeuw ontgonnen. Langs de westgrens van het plangebied heeft mogelijk wel een landweer gelopen. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere vuursteenvindplaatsen aangetroffen. Deze vindplaatsen bevinden zich voornamelijk ten zuiden van het plangebied op de zandige flank van de stuwwal. Archeologische verwachting (incl. datering complextype en omvang) Het laat-paleolithicum werd evenals het daaropvolgende mesolithicum gekenmerkt door rondtrekkende jagerverzamelaars die gebruik maakten van stenen en benen werktuigen. De mensen woonden in tijdelijke kampen die zich over het algemeen op landschappelijke gradiënten bevonden. Vindplaatsen van jager-verzamelaars worden overwegend gekenmerkt door een spreiding van vuurstenen werktuigen en afval en zijn meestal (zeer) klein (200 < m).2 Op basis van de ligging op de top van de stuwwal de hoeveelheid vuursteenvondsten in de omgeving maar het ontbreken van een podzolbodem in eerdere geologische boringen wordt aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum tot neolithicum. n

,

,

,

,

Vanaf 4900 voor Chr. (neolithicum) verruilde men geleidelijk het jagen en verzamelen voor een voedselvoorziening gebaseerd op akkerbouw en veeteelt. Door het verbouwen van voedsel werd men gebonden aan een bepaalde plek werden stevigere onderkomens gebouwd en ging men aardewerk produceren en gebruiken. De locatiekeuze van de mensen werd in belangrijke mate bepaald door de mate waarin gronden geschikt waren voor beakkering (vruchtbaarheid en ontwatering). Dergelijke vindplaatsen (omvang 500-2000 m)2 worden gekenmerkt door een spreiding van vondsten (met name aardewerk maar ook andere gebruiksvoorwerpen) en sporen (kuilen paalgaten waterputten e. d. ). Vaak is de vondstenlaag (het oude maaiveld) opgenomen in de bovengelegen akkerlaag waardoor de vondstdichtheid relatief laag is. Het plangebied was gezien het ondiep voorkomen van keileem minder geschikt voor de landbouw. Voor landbouwers uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen geldt een lage verwachting. ,

,

,

,

,

Omstreeks de 13 e eeuw werden de nederzettingen verplaatst naar de overgang van de hogere naar de lagere delen langs of in de beekdalen. In het plangebied zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bebouwing in de periode vanaf de 19 e eeuw. Gezien de continuïteit van de bewoning is de kans op de aanwezigheid van nederzettingssporen uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd derhalve laag. Uiteraard kunnen uit deze periode wel sporen van ontginning (percelering e. d. ) aanwezig zijn. Aan de westrand van het plangebied heeft echter wel een landweer gelopen. Voor de westgrens van het plangebied geldt derhalve een middelhoge verwachting op een landweer uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd.

,

Diepteligging en stratigrafische ligging De vindplaatsen bevinden zich overwegend in de top van de natuurlijke bodem (keileem/dekzand) onder de bouwvoor. Sporen uit de nieuwe tijd kunnen ook in de afgedekte oude bouwvoor onder een eventueel recent opgebracht cultuurdek aanwezig zijn. n

Gaafheid conservering en mogelijke verstoringen Als gevolg van het agrarisch gebruik egalisatie e. d. zal de natuurlijke bodem naar verwachting deels zijn verstoord en/of opgenomen in het cultuurdek. Eventuele verstoring van de natuurlijke bodem heeft met name gevolgen voor vuursteenvindplaatsen aangezien in situ vindplaatsen zich in de top van de natuurlijke bodem (voornamelijk Ah- E- en B-horizont) bevinden. Bij geologische boringen in het plangebied zijn geen intacte podzols meer aangetroffen. Dit onderzoek bedekte echter niet het hele plangebied. Eventuele latere vindplaatsen worden voornamelijk gekenmerkt door sporen die dieper (tot in de C-horizont van de natuurlijke bodem) zijn ingegraven waardoor ze minder gevoelig zijn voor verstoring. n

,

,

,

,

,

,

In tabel 2. 3 is de verwachting beknopt weergegeven.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

22

Tabel 2. 3 Overzicht van de specifieke archeologische verwachting van het plangebied. periode verwachting complex omvang kenmerken paleolithicum – middelhoog jachtkamp < 200 vuursteen neolithicum > 1000 m 2 neolithicum – volle laag nederzetting , 500 - 2000 aardewerk , middeleeuwen akker/tuin , akkerlaag m 2 begraving e. d. late middeleeuwen laag nederzetting , 500 - 2000 baksteen , – nieuwe tijd akker/tuin , m 2 aardewerk begraving e. d. late middeleeuwen westrand landweer greppels , plangebied: grondsporen – nieuwe tijd middelhoog

diepte

gaafheid

top

matig

dekzand/keileem onder bouwvoor

matig

vanaf maaiveld

matig

onder bouwvoor

matig

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

23

3 3. 1

Inventariserend veldonderzoek

Werkwijze

Tijdens het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) is het plangebied onderzocht op de geomorfologische geologische en bodemkundige karakteristieken. Ook geeft het booronderzoek informatie over het intact zijn van de bodem en daarmee informatie over de gaafheid van een eventuele archeologische vindplaats. In het plangebied zijn 6 boringen per hectare gezet. In totaal zijn volgens het boorplan 30 boringen tot maximaal 12 m -mv met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm gezet De locaties van de boringen staan weergegeven op de boorpuntenkaart (afbeelding 3. 1). De bodemlagen zijn lithologisch 19 en bodemkundig 20 beschreven. ,

,

Afb. 3. 1 Boorpuntenkaart op recente luchtfoto (PDOK 2025). 19 Naar 20 Naar

Bosch 2008. De Bakker & Schelling 1989. Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek

en

inventariserend veldonderzoek

24

Hoewel het verkennende onderzoek niet specifiek is gericht op het opsporen van archeologische indicatoren is wel op de aanwezigheid daarvan gelet. De bodemlagen zijn met de hand en op het oog onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals bijvoorbeeld aardewerk huttenleem vuursteen metaal houtskool of al dan niet verbrand bot. Deze kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats ter plaatse of in de nabijheid van de boring met indicator. ,

,

,

,

,

Het veldonderzoek is uitgevoerd op 18 februari 2025. In navolgende paragrafen worden de resultaten van het veldonderzoek beschreven. De boorstaten met maaiveldhoogte (in m t. o. v. NAP) zijn weergegeven in bijlage 2.

3. 2

Veldwaarnemingen

Het plangebied is geheel in gebruik als grasland (Afb 3. 2). Op het perceel zijn enkele geringe hoogteverschillen zichtbaar.

Afb. 3. 21 Zicht op het plangebied gezien vanaf het westen in oostelijke richting.

3. 3

Verkennend booronderzoek

3. 3. 1

Lithologie en bodemopbouw

In vrijwel alle boringen is een circa 30 cm dikke bouwvoor aangetroffen die bestaat uit matig tot sterk siltig matig humeus donkergrijs zand met een grindbijmenging. Verspreid over het plangebied maar met name in het westelijke deel komt lokaal een 10 tot 30 cm dikke verploegde laag voor waarbij de bouwvoor met het moedermateriaal van de C-horizont is vermengd. Ter plaatse van de boring 2 is de bodem tot ruim 1 m -mv vestoord. Verder zijn steeds A-C (bouwvoor-ongeroerde bodem) profielen aangetroffen. De overgang tussen de A-horizont en onderliggende laag verloopt steeds abrupt. De C-horizont bestaat uit fluvioglaciale afzettingen die zijn opgebouwd uit matig tot uiterst siltig matig gesorteerd hoekig zand tot zwak tot sterk zandige leem. In deze lichtgrijs tot licht geelgrijs gekleurde afzettingen komen weinig tot veel roestvlekken voor tenzij niet geheel gereduceerd (boring 1). Alleen in boring 5 is een afwijkende afzetting in de ondergrond aangetroffen. Hier komt onder een geroerde laag vanaf 05 m -mv verspoeld dekzand voor dat zich van de fluvioglaciale afzettingen onderscheidt door een goede sortering en afronding van de zandkorrels. ,

,

,

,

,

,

,

,

3. 3. 2

Archeologische indicatoren

Bij controle van het opgeboorde materiaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Een verkennend booronderzoek is er echter niet op gericht om indicatoren te vinden. De afwezigheid van indicatoren zegt dus niets over de aan- of afwezigheid van een vindplaats.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

25

3. 4

Archeologische interpretatie

Uit de boringen blijkt dat in ieder geval de top van de oorspronkelijke C-horizont door verploeging is vermengd met de humeuze bovengrond. Ondiepe sporen van tijdelijk kampementen zijn hierbij zeker vernietigd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek werd de kans op het aantreffen van archeologische resten uit latere perioden vanwege onder meer de ongunstige bodemomstandigheden laag ingeschat. In het veld zijn geen aanwijzingen gevonden om het tegendeel aan te tonen. Ter plaatse van de voormalige landweer loopt nu de NoordEsmarkerrondweg en eventuele resten zijn vermengd met de bouwvoor of onderliggende A/Cp horizont. De kans op het aantreffen van archeologische waarden is laag.

Telgendijk te Enschede. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

26

4

Conclusie

en

aanbevelingen

Hieronder volgt de beantwoording van de onderzoeksvragen zoals gesteld in het Plan van Aanpak. De eerste drie hebben betrekking op het bureauonderzoek. De overige op het veldonderzoek:

vragen

Bureauonderzoek: Zijn binnen het plangebied bekende archeologische waarden aanwezig? Zo ja welke gegevens zijn bekend over de omvang ligging aard en datering hiervan? In het plangebied zijn geen archeologische waarnemingen bekend. Het plangebied is op basis van historisch kaartmateriaal niet bebouwd geweest en in de 19 e eeuw ontgonnen. Langs de westgrens van het plangebied heeft mogelijk wel een landweer gelopen. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere vuursteenvindplaatsen aangetroffen. Deze vindplaatsen bevinden zich voornamelijk ten zuiden van het plangebied op de zandige flank van de stuwwal. ,

,

,

Wat is de verwachte bodemopbouw in het gebied en welke gegevens zijn bekend over bodemverstorende ingrepen in het verleden binnen het plangebied? Het plangebied bevindt zich op gestuwde afzettingen. De gestuwde afzettingen bestaan in het plangebied uit keileem (zwak tot sterk zandige leem) met mogelijk een dun laagje dekzand en afgedekt door een bouwvoor/cultuurdek. Voor zover bekend zijn geen grootschalige bodemverstorende ingrepen uitgevoerd binnen het plangebied. Wat is de specifieke archeologische verwachting voor het gebied? Op basis van de ligging op de top van de stuwwal de hoeveelheid vuursteenvondsten in de omgeving maar het ontbreken van een podzolbodem wordt aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum tot neolithicum. Het plangebied was gezien het ondiep voorkomen van keileem minder geschikt voor de landbouw. Voor landbouwers uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen geldt een lage verwachting. ,

,

In het plangebied zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bebouwing in de periode vanaf de 19 e eeuw. Gezien de continuïteit van de bewoning is de kans op de aanwezigheid van nederzettingssporen uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd derhalve laag. Aan de westrand van het plangebied heeft echter wel een landweer gelopen. Voor de westgrens van het plangebied geldt derhalve een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten van een landweer uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd. Veldonderzoek: Hoe is de bodemopbouw en zijn (begraven) bodems met potentiële archeologische niveaus (cultuurlagen) aanwezig? En zo ja op welke diepte? Over het algemeen bestaat de bodem in het plangebied uit een circa 30 cm dikke bouwvoor die bestaat uit matig tot sterk siltig matig humeus grindig donkergrijs zand met daaronder lokaal een 10 tot 30 cm dikke verploegde laag. Verder zijn steeds A-C profielen aangetroffen. De natuurlijke bodem (C-horizont) bestaat uit fluvioglaciale afzettingen die zijn opgebouwd uit lichtgrijs tot licht geelgrijs matig tot uiterst siltig matig gesorteerd hoekig zand tot zwak tot sterk zandige leem met roestvlekken. Een potentieel archeologisch niveau is niet aangetroffen. ,

,

,

,

,

,

,

In hoeverre worden archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja in welke vorm? Archeologische resten worden niet verwacht en derhalve ook niet bedreigd. Een archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. ,

Bovenstaand advies dient voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Enschede) in het kader van de vergunningsaanvraag en vormt de basis voor het selectiebesluit van de gemeente. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten. Hoewel getracht is een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten in de gebieden waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. BAAC wil er daarom op wijzen dat men bij bodemverstorende activiteiten alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen). Bij het ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=37efb444-d2c3-4fd7-9441-d3cbae07807f