CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toetsingskader evenementen randvoorwaarden voor vergunningen en meldingen 2025

Raadsvergadering 9 december 2024, gemeente enschedeBij agendapunt: APV-wijzigingen onderdeel evenementen18.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In dit risico-inventarisatiemodel zijn onder andere het aantal verwachte bezoekers, de aard van het evenement en daarmee samenhangend de samenstelling van het publiek en het bijbehorende (verwachte) gedrag opgenomen. Met behulp van het risico-inventarisatiemodel en bijbehorende checklist kan de vergunningverlener eenvoudig bepalen welke hulpdiensten hem van dienst kunnen zijn met hun advies. Het model onderscheidt evenementen naar risico-inschatting, zie tabel 8. Hoe risicovoller een evenement wordt ingeschat of hoe groter de impact van het evenement op de stad/omgeving, des te meer partijen bij een advies betrokken zijn en ook des te uitgebreider het advies van de hulpdiensten kan zijn. Dat toont ook het belang van een goede afstemming en coördinatie tussen de hulpdiensten onderling. Bij een klasse B-evenement kan gekozen worden voor de risico behandelaanpak (multi-advies). Bij een klasse C-evenement is een multi-advies verplicht. Op basis van de strategische evenementenkalender kunnen hulpdiensten gevraagd en ongevraagd advies geven. Klasse evenement

Omschrijving

Mono-advisering

Multi-advisering

A-evenement

Reguliere evenementen

Optioneel

Nee

B-evenement

Aandachtsevenementen betreffen evenementen met mogelijke risico’s

Ja

Optioneel

C-evenement

Risico-evenementen of evenementen met een verhoogde impact op de omgeving

Nee

Ja

Tabel 8: Klasse evenementen + type advisering.

8.2 Veiligheid, bereikbaarheid en gezondheid Veiligheid Openbare orde De openbare orde, veiligheid en beveiliging, in ruime zin van het woord, op en rondom een evenement dient te zijn geborgd. Om dit te borgen dient de beveiliging van evenementen te worden uitgevoerd door gecertificeerde en gekwalificeerde beveiligers van door het Ministerie van Justitie erkende beveiligingsbedrijven. De in te zetten capaciteit is afhankelijk van de aard en omvang van een evenement. De bevoegdheden van de beveiligers gelden binnen het aangewezen evenemententerrein en op basis van het huisreglement van de evenementenorganisatie. De politie is, in opdracht van de burgemeester, de handhavende instantie waar het de openbare orde, veiligheid en bereikbaarheid betreft. Door aanwezigheid en zo nodig optreden van de politie, wordt

22

verstoring van de openbare orde zoveel mogelijk voorkomen. Bij alle evenementen wordt daarom, onder meer afhankelijk van de aard en grootte van het evenement, politiecapaciteit op maat ingezet. Constructieve veiligheid Bouwsel en bouwwerken worden tijdens een schouw en/of tijdens het evenement door het bouwtoezicht gecontroleerd op of er wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving en de vergunningsvoorschriften. Milieuveiligheid Milieugevaarlijke stoffen, gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, worden tijdens een schouw en/of tijdens het evenement door milieutoezicht gecontroleerd. Er wordt gecontroleerd of er wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving en de vergunningsvoorschriften. Brandveiligheid Bij (permanente) bouwwerken die voor een evenement worden gebruikt, is vaak een omgevingsvergunning of (aanvulling op de) gebruiksvergunning of -melding nodig. Indien de functie van het bouwwerk afwijkt van het beoogde doel - een parkeergarage die bijvoorbeeld wordt gebruikt voor een danceparty - zullen aanvullende voorzieningen worden verlangd. Denk daarbij aan de aanwezigheid van extra brandblusmiddelen en voldoende veilige vluchtroutes. In de vergunning zijn dan ook (extra) voorschriften opgenomen om de brandveiligheid te garanderen.

De sector Brandveiligheid van de brandweer adviseert hierover en controleert op verzoek van de gemeente voor of tijdens het evenement of de geldende wet- en regelgeving en de vergunningsvoorschriften worden nageleefd en de brandveiligheid niet in het geding is. Het besluit BGBOP en eventueel een melding Brandveilig gebruik zijn daarvoor leidend. Gelijktijdigheid van evenementen Grootschalige evenementen vereisen ook inzetcapaciteit van hulpdiensten. Omdat deze capaciteit niet in onbeperkte mate aanwezig is, dient in een vroeg stadium in regionaal verband afstemming plaats te vinden om te voorkomen dat onderbezetting bij evenementen dreigt. Dit is des te meer van belang omdat hulpdiensten regionaal ingezet kunnen worden. Door middel van de regionale evenementenkalender die de Veiligheidsregio Twente faciliteert, is er tijdig inzicht in de aankomende evenementen. Risicovol weer Risicovolle weersomstandigheden tijdens evenementen kunnen verschillende veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Het soort evenement, de doelgroep, het weer, de locatie en het tijdstip hebben invloed op welke (beheers)maatregelen het beste toegepast kunnen worden. Zie de folder die is opgesteld door de GHOR Twente: risicovol weer bij evenementen en de pagina: risicovol weer van Veiligheidsregio Twente. Indien noodzakelijk vindt (voor)overleg plaats met Veiligheidsregio Twente.

De burgemeester kan besluiten of een (beheers)maatregel genomen moet worden en of het evenement al dan niet door kan gaan als de organisatie zelf al niet over is gegaan tot het afgelasten van het evenement. Bereikbaarheid voor hulpdiensten en publiek De evenementenlocatie zal altijd bereikbaar en toegankelijk moeten zijn voor de hulpdiensten. Dit geldt ook voor de direct aan deze locatie gelegen panden en percelen. Vanwege de omvang van hun hulpverleningsvoertuigen zal de maatvoering die de brandweer opgeeft leidend zijn. De aanvrager dient in een verkeersplan aan te geven hoe omwonenden en bedrijven die in de nabijheid van de evenementenlocatie wonen of gevestigd zijn, ten alle tijden hun pand op een veilige en verantwoorde wijze kunnen bereiken. Onderdeel van een goede bereikbaarheid is ook het vermijden van obstakels die een belemmering vormen voor de goede doorstroming van publiek en het overige verkeer. Waar het de verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer en toegankelijkheid betreft, is de politie de handhavende instantie. Wanneer in strijd met de voorschriften van de vergunning wordt gehandeld, kan worden opgetreden op grond van de Wegenverkeerswet 1994 of daaruit voortvloeiende reglementen. Ook kan de politie in dat geval het evenement beëindigen.

23

Publieke gezondheid Grote evenementen worden getoetst aan de ‘Veldnorm evenementenzorg’. De organisator dient (eventueel in samenwerking met de evenementenzorgorganisatie) gezondheidsrisico’s in beeld te brengen. Aan de hand van de te verwachten zorgvragen kan het nodig zijn om extra maatregelen op het vlak van (volks)gezondheid te treffen. Dit kan variëren van de aanwezigheid van EHBO-voorzieningen tot de aanwezigheid van een arts of ambulance, maar ook aspecten als sanitaire voorzieningen en drinkwater zijn hierbij aandachtspunten. De GHOR kan adviseren over de in de vergunning op te nemen voorschriften. Wanneer blijkt dat de voorschriften niet worden nageleefd dan wordt door het bevoegd gezag beoordeeld of handhaving noodzakelijk is en/of er maatregelen getroffen moeten worden. GHOR Twente heeft geneeskundige richtlijnen voor evenementen opgesteld, zie de richtlijnen. Deze kunnen evenementenorganisatoren helpen bij het opstellen van het onderdeel publieke gezondheid in het veiligheidsplan. Beschikbaarheid (gratis) drinkwater In bepaalde gevallen kan er tijdens een evenement sprake zijn van een verhoogd risico op uitputting en uitdroging bij bezoekers en deelnemers. De beschikbaarheid van (gratis) drinkwater speelt in deze gevallen een grote rol om deze risico’s te verminderen. Zie hiervoor de folder die is opgesteld door GHOR Twente: (gratis) drinkwater bij evenementen.

Indien nodig worden voorwaarden opgenomen in de evenementenvergunning. 8.3 Multidisciplinaire coördinatiegroep Uit het risico-inventarisatiemodel van de Veiligheidsregio Twente kan blijken dat het bij zeer grootschalige evenementen belangrijk is een multidisciplinaire operationele coördinatiegroep samen te stellen. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van de Veiligheidsregio Twente, politie, brandweer, GHOR, gemeente Enschede (o.a. de regisseur uitvoering veiligheid) en de organisator van het evenement. Tezamen vormen zij een “commandopost”. Vanuit elke discipline zal een eigen aansturend verantwoordelijke afgevaardigde zitting hebben. Per evenement zal de samenstelling van deze coördinatiegroep worden vastgesteld. Evenementen zoals hierboven bedoeld, zijn van een omvang dat zij een landelijke uitstraling hebben, zoals 3FM Serious Request in 2012 en The Passion in 2015. Evenementen die dus grote hoeveelheden bezoekers bij elkaar brengen en/of een grote invloed hebben op de omgeving en de verkeersafwikkeling met betrekking tot het evenement. 8.4 Calamiteiten In het geval van grootschalige calamiteiten tijdens een evenement wordt gereageerd volgens de bij gemeente en hulpverleningsdiensten bekende opschalingprocedures, ook wel GRIP genoemd. GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure.

Deze procedure omvat een aantal bestuurlijke en operationele afspraken over de opschaling bij incidenten. De procedures variëren van een “GRIP 0” situatie bij relatief kleinschalige incidenten, tot GRIP 3 en 4 waarbij de gemeentelijke rampenstaf opgeroepen wordt. Opschaling geschiedt op basis van signalering door de hulpverleningsdiensten.

24

9. TOEZICHT EN HANDHAVING Om evenementen goed en veilig te laten plaatsvinden en overlast te beperken, zijn er voorschriften aan de vergunning verbonden. Wanneer de organisator van een evenement zich niet houdt aan de voorschriften uit de vergunning of aan de algemeen geldende wettelijke regels, kan er handhavend worden opgetreden. 9.1 Uitgangspunten van toezicht en handhaving In het gemeentelijke toezichts- en handhavingsbeleid is voorzien in handhaving bij evenementen. Het uitgangspunt is dat daar waar de risico’s en overlast of impact het grootst zijn, de meeste inzet op toezicht en handhaving plaatsvindt. Kaders voor inzet op toezicht en handhaving liggen op het vlak van veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en naleefgedrag. Wanneer die kaders worden overtreden of wanneer dat dreigt te gebeuren, wordt ingegrepen en/of bijgestuurd. Vooroverleg voorafgaand aan vergunningverlening is belangrijk om te bepalen of het uitoefenen van toezicht noodzakelijk is. Naast de gemeente, kunnen, zoals uit het voorgaande hoofdstuk blijkt, verschillende instanties, elk vanuit hun eigen formele taken en bevoegdheden, toezicht uitoefenen en handhavend optreden. De verantwoordelijkheid om te voldoen aan de vergunningvoorschriften ligt altijd bij de evenementenorganisator van het evenement. De gemeente en andere bevoegde instanties hebben een toezichthoudende en controlerende taak.

Het uitgangspunt hierbij is preventie om overlast te voorkomen en de veiligheid te borgen. Tijdens de uitvoering van alle grootschalige/risicovolle evenementen is een gemeentelijk vertegenwoordiger aanwezig of telefonisch bereikbaar als eerste aanspreekpunt voor de organisatie, toezichthoudende en controlerende instanties en de hulpdiensten. De gemeentelijk vertegenwoordiger monitort het evenement om de risico’s of impact te laten reduceren of voorkomen. De gemeentelijk vertegenwoordiger maakt hierin een belangenafweging, na advies of rapportages van de adviseurs en/of toezichthouders / handhavers en -indien noodzakelijk- na afstemming met een jurist of een Adviseur Openbare orde en Veiligheid (AOV-er). Wanneer geconstateerd wordt dat de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd, overlegt de gemeentelijk vertegenwoordiger met de vergunninghouder om hem in de gelegenheid te stellen alsnog aan de voorschriften te voldoen. Bij herhaalde overtreding bestaat de mogelijkheid, na intern overleg en in afstemming met de burgemeester, het evenement met bestuursdwang te laten beëindigen of sancties en/of beperkingen op te leggen. Hiervoor wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LSHO) gehanteerd.

9.2 Multidisciplinaire schouw Vlak voor aanvang van een grootschalig evenement vindt onder verantwoordelijkheid van de burgemeester, onder leiding van een gemeentelijk vertegenwoordiger, een multidisciplinaire schouw plaats gericht op het constateren van veiligheidsrisico’s. Dit wordt gedaan in samenwerking met medewerkers van de gemeente, politie en brandweer en worden eventueel bijgestaan door de GHOR en andere toezichthoudende instanties, zoals Omgevingsdienst Twente. De gemeente is integraal verantwoordelijk voor het uitvoeren van de schouw samen met de betrokken diensten. 9.3 Eindafweging Bij constatering van een overtreding zal de gemeentelijk vertegenwoordiger de vergunninghouder van het evenement aanspreken om de overtreding ongedaan te maken. Doorgaans wordt aan dat verzoek gevolg gegeven. Bij herhaalde overtreding kan het evenement (deels) beëindigd worden of kunnen sancties en/of beperkingen en/of beheersmaatregelen opgelegd worden. Beëindigen van het evenement zal in ieder geval gebeuren als de veiligheid van personen in het geding is.

25

9.4 Meldpunt klachten Wanneer omwonenden en bedrijven (geluids)hinder ondervinden van een evenement, kunnen zij een klacht indienen bij de evenementenorganisator en/of gemeente en/of politie. Evenementenorganisator Evenementenorganisatoren van een vergunningplichtig categorie 2-, 3-, en 4- evenement moeten omwonenden en bedrijven voorafgaand aan een evenement informeren en aangeven met wie zij op de dag van een evenement contact kunnen opnemen bij klachten. Zo worden bepaalde vormen van overlast mogelijk direct verholpen. Gemeente Op de gemeentelijke website kunnen klachten ingediend worden. Na het indienen van de klacht wordt deze door de gemeente in behandeling genomen. Op werkdagen van 09.00 - 17.00 uur kunnen klachten ook telefonisch worden gemeld. Politie Voor klachten kan men ook terecht bij de meldkamer van de politie (telefoonnummer 0900-8844), die 24uursdienst heeft. De klachten worden door de politie afgehandeld of waar nodig doorgegeven aan de gemeente Enschede, die ze zal afhandelen. Indien de overlast direct gevaar vormt voor de veiligheid en/of gezondheid, bel 112.

26

10. AFWIJKINGSMOGELIJKHEID In dit toetsingskader is er naar gestreefd om het beleid voor zoveel mogelijk toekomstige situaties goed te regelen. Echter, het bepaalde in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het mogelijk om in voorkomende gevallen gemotiveerd van het beleid af te wijken. Dit is onder meer mogelijk indien de situatie ontstaat waarin er voor één of meer belanghebbenden gevolgen ontstaan, die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

27

BIJLAGEN BIJLAGE 1 - APV VAN TOEPASSING OP EVENEMENTEN Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. 2. Onder een evenement wordt mede verstaan: a. Een herdenkingsplechtigheid; b. Een braderie; c. Een themamarkt, tenzij deze privaatrechtelijk is gereguleerd; d. Een beurs; e. Een grootschalig verkoopevenement in een evenementenhal; f. Een optocht op de weg niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.3 APV; g. Een besloten bijeenkomst voor zover die plaatsvindt op een openbare plaats; h. Een (besloten) bijeenkomst waarvoor publiekelijk kaarten worden verkocht en/of publiekelijk reclame wordt gemaakt; i. Tentfeesten; j. Een vuurwerkshow. Artikel 2:25 Vergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De organisator van een evenement zorgt er voor dat de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en de bescherming van het milieu gewaarborgd zijn. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van een vechtsportwedstrijd of -gala, welke behoort tot door de burgemeester aan te wijzen categorieën, van slecht levensgedrag is. 4.

De burgemeester kan te allen tijde nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en de bescherming van het milieu. Artikel 2:25A Meldingsplichtig evenement 1. Het verbod van artikel 2:25 lid 1 geldt niet voor een meldingsplichtig evenement. 2. Het is verboden zonder tijdige melding aan de burgemeester een meldingsplichtig evenement te organiseren. 3. Onder een meldingsplichtig evenement wordt verstaan een evenement, niet zijnde een evenement als bedoeld in lid 4, dat voldoet aan alle van de onderstaande voorwaarden: a. Het betreft een evenement van maximaal twee aaneengesloten dagen; b. Het aantal bezoekers bedraagt maximaal 500 personen per dag; c. Het evenement vindt niet plaats op een van de volgende aangewezen evenementenlocaties: Van Heekplein, Oude Markt, Ei van Ko, Kruispunt de Graaf, Stationsplein, Plein Zuidmolen en Willem Wilminkplein en in het Volkspark; d. Het evenement vindt plaats tussen 09.00 en 24.00 uur; e. Enkel en alleen achtergrondmuziek is hoorbaar tot 55 dB(A) / 70 dB(C) (van 09.00 tot 19.00 uur) en 50 dB(A) / 65 dB(C) (van 19.00 tot 24.00 uur), gemeten op 20 meter van de geluidsbron; f. Er wordt geen podium geplaatst dat hoger is dan 1 meter of is voorzien van een overkapping of achterwand, geen tribune hoger dan twee meter, of andere vergelijkbare grote objecten ten behoeve van het evenement; g.

Er ontstaat door het plaatsen van objecten geen schade aan de weg of aan groenvoorzieningen; h. Tenten zijn niet groter dan 50 m2; i. Er worden geen wegen afgesloten. Buurt- en straatfeesten worden hiervan uitgezonderd, mits het een 30-km straat betreft, die geen busroute, omleidingsroute of doorgaande weg is. j. Er zijn geen verkeersomleidingen noodzakelijk; k. Er wordt geen vuurwerk afgestoken; l. Er is geen open vuur. Vuurkorven worden hiervan uitgezonderd, mits zij zodanig gebruikt worden dat zij geen gevaar voor de omgeving opleveren en dat voldoende blusmiddelen aanwezig zijn;

28

m. Het evenement is geen vechtsportwedstrijd of -gala als bedoeld in artikel 2:25 lid 3. 4. Onder een meldingsplichtig evenement wordt eveneens verstaan een evenement dat voldoet aan alle van de onderstaande voorwaarden: a. Het evenement vindt plaats in een sociaal cultureel centrum of een evenementeninrichting/gebouw of in de tot die gebouw/locatie behorende buitenruimte; b. Het gebouw en/of de locatie: 1. beschikt over de vereiste omgevingsvergunning voor de activiteit milieu en, indien van toepassing, een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik, of; 2. beschikt over de vereiste vergunning in het kader van de milieubelastende activiteit, of; 3. beschikt over de vereiste geaccepteerde melding in het kader van de milieubelastende activiteit, of; 4. heeft een eigenaar die heeft voldaan aan de informatieplicht in het kader van de milieubelastende activiteit. c. Het bezoekersaantal bedraagt maximaal 5.000 personen per dag; d. Het gebouw/de locatie beschikt over een geaccepteerde melding brandveilig gebruik voor evenementen; e. Het evenement behoort gezien de grootschaligheid, de muziekstijl, het soort publiek en de sluitingstijd tot de normale bedrijfsvoering van het gebouw/de locatie; f.

Het evenement heeft geen groot uitstralingseffect op de omgeving, zoals bijvoorbeeld een live optreden van een zeer bekende groep of artiest of een soort hardcore/houseparty, waardoor overlast kan ontstaan en/of de openbare orde, (verkeers)veiligheid, zedelijkheid of gezondheid in het geding kunnen komen; g. Er wordt geen podium geplaatst dat hoger is dan 1 meter of is voorzien van een overkapping of achterwand, geen tribune hoger dan twee meter, of andere vergelijkbare grote objecten ten behoeve van het evenement; h. Er is geen aanleiding te vermoeden dat door het evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komen; i. Door het evenement wordt er geen extra ruimte gevraagd in de openbare ruimte (parkeren) en zijn er geen verkeersmaatregelen noodzakelijk zoals afsluiting van wegen; j. Het evenement is geen vechtsportwedstrijd of -gala als bedoeld in artikel 2:25 lid 3. 5. Indien na melding van een evenement blijkt dat niet aan alle voorwaarden voor een meldingsplichtig evenement wordt voldaan, wordt de organisator hiervan op de hoogte gebracht.

Artikel 2:25B Verbod, voorschriften en beperkingen bij meldingsplichtige evenementen De burgemeester kan een meldingsplichtig evenement verbieden of kan voorschriften of beperkingen opleggen, indien er aanleiding is te vermoeden dat door het evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komen. Artikel 2:25C Uitzonderingen op de vergunning- en de meldingsplicht 1. Evenementen waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 of melding als bedoeld in artikel 2:25A vereist is, zijn: a. Bioscoopvoorstellingen; b. Markten zoals genoemd in de Gemeentewet; c. Kansspelen als bedoeld in de Wet op de Kansspelen; d. Het in een gebouw in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen, te weten in discotheken en muziekcafés t/m categorie 2 (VNG “Handreiking bedrijven en milieuzonering” en opvolgende versies); e. Betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. Voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:26A; g. Sportwedstrijden waaraan uitsluitend wordt deelgenomen door amateursporters op de daarvoor bestemde sportlocaties, niet zijnde een vechtsportwedstrijd of -gala als bedoeld in artikel 2:25 lid 3; h. Toneel-, muziek-, theater- en cabaretvoorstellingen en dergelijke die plaatsvinden in de daarvoor bestemde gebouwen/locaties;

29

i. Tentoonstellingen/exposities, presentaties en congressen die plaatsvinden in de daarvoor bestemde gebouwen/locaties; j. Paasvuren, tenzij deze gepaard gaan met festiviteiten (tentfeesten) waarbij tenten of andere objecten worden geplaatst en waarbij bijvoorbeeld versterkte muziek ten gehore wordt gebracht en/of alcohol wordt geschonken. 2. In afwijking van lid 1 is een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 of een melding als bedoeld in artikel 2:25A wel vereist voor evenementen genoemd in lid 1 onder a, h en i als deze plaatsvinden in een evenementeninrichting/gebouw/locatie of de tot die gebouw/locatie behorende buitenruimte als bedoeld in artikel 2:25A lid 4 en die bestemd is voor meerdere soorten evenementen en niet slechts voor één specifieke soort evenement. Artikel 2:25D Indieningstermijn vergunning en melding De indieningstermijn voor een melding en een vergunning zijn: 1. Minimaal 15 werkdagen voorafgaand aan een meldingsplichtig evenement als bedoeld in artikel 2:25A lid 3 en lid 4; 2. Minimaal 12 weken en maximaal 30 weken voorafgaand aan een vergunningplichtig evenement. Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren. 3.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak en een herdenkingsplechtigheid.

30

BIJLAGE 2 - TOELICHTING OVERIGE WET- EN REGELGEVING Algemene wet bestuursrecht (Awb) Dit toetsingskader kan worden aangemerkt als beleid, zoals bedoeld in de artikelen 4:81 tot en met 4:84 van de Awb. Dat betekent dat dit toetsingskader een uitgangspunt is bij de behandeling van een aanvraag voor een evenementenvergunning of een -melding. In de gevallen waarin niets is geregeld in de APV of een andere formele wet, geldt de Awb als ‘vangnet’ over de manier waarop de gemeente moet handelen, beslistermijnen, bekendmaking van de besluiten en de rechtsbescherming voor belanghebbende derden (bezwaar- en beroep). Gemeentewet Een belangrijke randvoorwaarde bij ieder evenement is de veiligheid van het publiek. Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Ook is de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde en is hij bevoegd om alle bevelen te geven die noodzakelijk geacht worden voor de handhaving van de openbare orde (artikel 172 Gemeentewet). Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet bundelt de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving.

Naast de toetsing aan de APV, de Vkl en dit toetsingskader, wordt een evenement getoetst aan het omgevingsplan. Tijdelijk deel omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet staan de ruimtelijke regels voor evenementen nog in de geldende bestemmingsplannen, de Vkl en in de APV. De geldende bestemmingsplannen zijn bij de inwerkingtreding automatisch onderdeel van het tijdelijk deel omgevingsplan van de gemeente. De regels in de APV en de Vkl vallen niet onder de werking van de Omgevingswet. Nieuw deel omgevingsplan Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. BOPA-omgevingsvergunning Wanneer een evenement niet past binnen de ruimtelijke regels van het omgevingsplan, kan een organisator een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) bij het college van B&W aanvragen. De organisator vraagt bij de gemeente aan om te mogen afwijken van het omgevingsplan. Wanneer de BOPA ook daadwerkelijk voorafgaand aan het evenement is verleend, kan het evenement plaatsvinden. Bij de afweging om een BOPA te verlenen spelen allerlei ruimtelijke afwegingen een rol. De proceduretijd voor het verlenen van zo’n vergunning is normaal gezien, 8 weken, oftewel de reguliere voorbereidingsprocedure.

In hele uitzonderlijke gevallen kan het college voor de BOPAomgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren. In dat geval is de proceduretijd ca. 6 maanden. Flora- en fauna-activiteit Voor het organiseren van een evenement kan naast een omgevingsvergunning voor een BOPA van de gemeente ook een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de provincie noodzakelijk zijn. Dit is in het geval als een evenement negatieve effecten heeft op vaste verblijf- en voortplantingsplaatsen van beschermde planten- en diersoorten. Of zo’n flora & fauna omgevingsvergunning noodzakelijk is hangt af van de locatie, de tijd van het jaar waarin het wordt georganiseerd en de kenmerken van het evenement. Bij evenementen in een park of in het landelijk gebied is het verstandig altijd eerst door een ecologisch deskundige te laten kijken of er mogelijk beschermde natuurwaarden aanwezig zijn op of rondom de evenementenlocatie.

31

Alcoholwet Op grond van artikel 35 Alcoholwet kan de burgemeester ten aanzien van het verstrekken van zwakalcoholhoudende dranken ontheffing verlenen bij een bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard. Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP) geeft brandveiligheidsvoorschriften voor het gebruik van een locatie waarvoor vanuit andere regels geen brandveiligheidseisen zijn gesteld. Denk aan openluchtfestivals, campings en het plaatsen van tenten. Daarnaast schrijft het BGBOP ook voor dat de organisator van het evenement moet zorgen voor basishulpverlening die is afgestemd op de reële risico’s. Europese Single Use Plastics-richtlijn Sinds 3 juli 2021 is de Europese Single Use Plastics-richtlijn (SUP-richtlijn) van kracht. De richtlijn moet bedrijven en evenementenorganisatoren aanzetten om duurzame alternatieven voor single use kunststofproducten en single use kunststof verpakkingen te ontwikkelen. De maatregelen uit de SUPrichtlijn hebben onder meer betrekking op kunststof wegwerpplastic, waaronder ook verschillende verpakkingen, zie o.a. de ministeriële regeling. Meer informatie over SUP: Rijksoverheid en Kennisinstituut Duurzaam Verpakken.

Politiewet De Politiewet omschrijft de taak van de politie als ‘de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven’. Hieronder vallen ook evenementen. De hulpverlenende taak wordt bovendien zo breed opgevat dat hierbij ook veiligheid in preventieve zin hoort, zoals vooraf houden van veiligheidsoverleg bij evenementen. Vuurwerkbesluit Op grond van het Vuurwerkbesluit mag consumentenvuurwerk enkel en alleen worden afgestoken rond de jaarwisseling. Voor het afsteken van vuurwerk bij evenementen dient een ontbrandingsmelding te worden gedaan of in sommige gevallen een aanvraag voor ontbrandingstoestemming in te dienen bij de Provincie Overijssel. Wegenverkeerswet Gelet op de bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/ of pleinen, die in het beheer en eigendom van de gemeente zijn af te sluiten ten behoeve van een evenement. In sommige gevallen is voor een dergelijke verkeersmaatregel een verkeersbesluit op basis van die wetgeving nodig. Voor evenementen is ook bepaald dat ontheffing nodig is op het verbod voor het houden van wedstrijden met voertuigen op de openbare weg.

Wet Bibob In Enschede is de ‘Beleidsregel Wet Bibob gemeente Enschede 2019’ van toepassing. Een organisator en/of evenement kan worden getoetst aan de wet Bibob. Wet veiligheidsregio’s De wet veiligheidsregio’s omvat bepalingen over brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Zondagswet Bij evenementen op zondag geldt de Zondagswet. Deze wet bevat een aantal algemene verboden om de openbare rust op zondag en aanverwante feestdagen te beschermen. Evenementen op een zondag die starten voor 13:00 uur kunnen alleen plaatsvinden met een ontheffing Zondagswet.

32

BIJLAGE 3 - VERKEERSPLAN EN VEILIGHEIDSPLAN Evenementenorganisatoren moeten ervoor zorgen dat voetgangers, fietsen, auto’s en openbaar vervoer (ov) zo weinig mogelijk last hebben van een evenement. In een verkeersplan wordt o.a. uitgelegd hoe het evenemententerrein en de omgeving veilig en vlot bereikbaar blijven. Het verkeersplan kan heel eenvoudig zijn als er weinig verkeer wordt beïnvloed. Wanneer bijvoorbeeld een deel van de stoep wordt gebruikt, dan moet worden aangegeven hoe voetgangers er toch langs kunnen. Het plan kan ook zeer uitgebreid zijn als er veel verkeer wordt beïnvloed, bijvoorbeeld als er een marathon door de stad wordt georganiseerd. Bijlage 3.1 Verkeersplan 3.1.1 Meldingsplichtige evenementen Indien er voor het evenement een straat moet worden afgesloten op basis van art. 2:25A lid 3 sub i APV, dienen hiervoor de juiste maatregelen getroffen te worden en een verkeersplan aangeleverd te worden bij de melding. ^ Allereerst zijn schrikhekken met een verkeersbord C1: afgesloten voor alle voertuigen, vereist. Deze worden rondom het evenement geplaatst. ^ Indien van toepassing moeten er ook voorwaarschuwingen geplaatst worden, zodat verkeer niet onnodig een straat inrijdt. ^ Indien verkeer door de afzetting een ander gedeelte van de wijk of straat niet eenvoudig kan bereiken zal er een omleiding gemaakt moeten worden.

^ In de situatietekening staan voorbeelden hoe dit eruit kan zien. Dit plan met een duidelijke situatietekening en de juiste bebording, levert u aan met de melding. ^ Het verkeersplan wordt beoordeeld, en er wordt gecheckt of er geen belemmeringen in de buurt zijn voor het afsluiten van dit gedeelte. Wat moet u als organisator doen als u toestemming krijgt? ^ Als u toestemming krijgt, stuur dan een e-mail naar wegwerkzaamheden@.enschede.nl Met daarin de volgende informatie: o Datum; o Duur van de afsluiting; o Welk gedeelte van de straat wordt afgesloten. •

De afsluiting wordt dan breed gecommuniceerd, waaronder met de hulpdiensten en opgenomen in Melvin, het programma waar alle actuele wegafsluitingen in vermeld worden.

Voorbeelden van afzetmateriaal:

Schrikhek met bord C1

Schrikhek met bord "Doorgaand rijverkeer gestremd

33

Voorbeeld situatietekening:

i

N5

ĩ V

Doorgaand rijverkeer gestremd

\w-i į

■1

' i

schrikhek

ļ

met bord C1 |ŗ ^

åå

^ ļ""l

Doorgaand ’ rijverkeer gestremd ^

1

i

1

I 'Ĩ^-İ5èįí. .-j

^*lř

ļ 0) 1 "0] 1 ^ 1 1 ^l lîl

2^

ül Principe afzetten straat Gemeente X Enschede o

10

1

20

1

OV BO Geo-Ĵnfor/nåt/é

•

schrikhek

Q

verkeersbord C1

\

30m

Doorgaand rijverkeer gestremd

bord voorwaarschüwing

3.1.2 Vergunningplichtige evenementen Voor vergunningplichtige evenementen dient altijd een verkeersplan aangeleverd te worden bij de aanvraag. Het verkeersplan bevat maatregelen om de verkeersveiligheid te waarborgen, zoals: ^ Aantal verkeersregelaars per taak, moment, locatie en ingehuurde organisatie; ^ Tijden en locaties van de wegafsluitingen en omleidingen; ^ Toegankelijkheid evenemententerrein; ^ Parkeerfaciliteiten; ^ Aan- en afvoer van bezoekers in relatie tot het openbaar vervoer en parkeerfaciliteiten; ^ Doorgang openbaar vervoer in relatie tot het evenemententerrein; ^ Af- en aanrijdroutes (artiesten, leveranciers); ^ Calamiteitenroutes hulpdiensten; ^ Vrijhouden van brandkranen bij parkeren van voertuigen in de buurt van het evenement; ^ Aantal gecertificeerde verkeersregelaars (evenementen/beroeps); ^ Garanderen van bereikbaarheid van onder andere ziekenhuizen, huisartsen, gemeentehuis; ^ Begaanbaar houden af- en aanrijdroutes en calamiteitenroutes. Voor meer informatie zie de website evenementen Veiligheidsregio Twente: verkeersplan.

34

Bijlage 3.2 Veiligheidsplan Bij elke evenementen vergunningaanvraag moet een veiligheidsplan worden aangeleverd. Het veiligheidsplan beschrijft hoe de organisator de veiligheid van mensen (bezoekers, medewerker, artiesten en omgeving) bij en rondom een evenement borgt. Ook beschrijft het plan de preventieve (personele, materiële en organisatorische) maatregelen die de organisator getroffen heeft. De organisator is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van publiek, medewerkers, omstanders, publieke eigendommen en een ordelijk verloop van het evenement. Met het opstellen van het veiligheidsplan wordt inzichtelijk gemaakt welke risico’s een evenement met zich meebrengt en welke maatregelen daarvoor getroffen worden. In geval van een incident is er alvast nagedacht over de bestrijding zodat de eventuele impact ervan beperkt blijft. De gemeente en hulpverleningsdiensten kunnen op basis van het veiligheidsplan bovendien beter bepalen of er aanvullende maatregelen nodig zijn om het evenement nog veiliger te laten verlopen. Voor meer informatie zie de website evenementen Veiligheidsregio Twente: veiligheidsplan.

35

BIJLAGE 4 - BOUWKUNDIGE EN CONSTRUCTIEVE EISEN BOUWWERKEN TIJDENS EVENEMENTEN IN DE GEMEENTE ENSCHEDE Deze bijlage is een samenvatting van en ontleend aan de “Richtlijn constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een evenementenvergunning” van het Centraal overleg Bouwconstructies (COBc). Daar waar afgeweken wordt ten opzichte van de originele tekst, wordt dit aangegeven met een cursieve tekst met een grijze achtergrond. De richtlijn streeft enerzijds een hoger veiligheidsniveau na en verwijst anderzijds in hoofdstuk 5 naar eerder uitgebrachte bestaande evenementnormen en -richtlijnen, die een lager veiligheidsniveau voorschrijven. Juist om meer verwarring en discussies te vermijden, wordt in de Gemeente Enschede (minimaal) vastgehouden aan het bestaande veiligheidsniveau van “evenementnormen” NEN-EN 13782, NEN-EN 13814 en NPR 8020-51. Uiteraard mag wel met het hogere veiligheidsniveau van de richtlijn gerekend worden, maar dan dient dit ook consequent aangehouden te worden. Beide rekenmethoden zijn toegestaan, maar er mag onderling niet “geshopt” worden naar gunstiger voorwaarden en factoren uit de andere rekenmethode. Voor de duidelijkheid van deze bijlage wordt dezelfde hoofdstukindeling en artikelnummering van de richtlijn aangehouden.

De “Richtlijn constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een evenementenvergunning” kan gedownload worden op https://www.vereniging-bwt.nl/centraal-overlegbouwconstructiesZdocumentenZ2018Z11Zcobc-richtliin-evenentenvergunning-11-2018 In deze bijlage is aangegeven welke gegevens noodzakelijk zijn om bouwwerken en constructies die geplaatst zijn en gebouwd worden tijdens en ten behoeve van evenementen te toetsen. Uitgangspunt hierbij is dat een bouwwerk bestand moet zijn tegen de daarop werkende krachten. Leeswijzer: ^ Hoofdstuk 2: Voorwaarden ^ Hoofdstuk 2 punt 7 en 8, hoofdstuk 3 punt 5 en hoofdstuk 4 punt 6, 8 en 9: beheersmaatregelen ^ Hoofdstuk 3: indieningvereisten • Hoofdstuk 4: constructieve prestatie-eisen HOOFDSTUK 1 - DEFINITIES Bouwsel Een tent, tribune, podium of elke andere constructie van enige omvang die met het oog op het organiseren van een vergunningplichtig evenement voor een periode van maximaal 30 dagen aaneensluitend wordt geplaatst of opgericht, met uitzondering van partytenten, springkussens, attractietoestellen, waterbakken, marktkraampjes en hiermee naar aard en omvang gelijk te stellen constructies, alsmede podia zonder overkapping waarvan de hoogte maximaal 1 meter is, en tenten met een vloeroppervlakte kleiner dan 50 m^.

Vergunninghouder De rechtspersoon of natuurlijke persoon op wiens naam de vergunning gesteld is en die op basis daarvan bevoegd is handelend op te treden in het kader van het vergunde evenement. Beheersmaatregel Een duidelijk omschreven actie, te ondernemen door of namens de vergunninghouder, die erop gericht is veiligheidsmaatregelen te nemen ten aanzien van publiek, personeel en artiesten ingeval de feitelijke omstandigheden (bijv. weersomstandigheden) ongunstiger zijn of gaan worden dan die tijdens de voorbereidingen of het ontwerp van bouwsels voorzien waren.

36

Windkracht De kracht die de wind uitoefent, uitgedrukt in eenheden volgens de schaal van Beaufort (Bft). De in deze schaal genoemde windsnelheid is gelijk aan de fundamentele waarde van de basiswindsnelheid, zoals bedoeld in de NEN-EN 1991-1-4. HOOFDSTUK 2 - ALGEMENE VOORWAARDEN TEN AANZIEN VAN TE PLAATSEN BOUWSELS/CONSTRUCTIES 1. Voor constructieve verantwoording van bouwsels dient de vergunninghouder aannemelijk te (laten) maken dat de constructieve veiligheid van op te richten of te plaatsen bouwsels gewaarborgd is. Deze verantwoording kan voor standaard en/of meermalig in ongewijzigde vorm te plaatsen bouwsels bestaan uit het overleggen van bijvoorbeeld een productcertificaat, zoals een TUV-keur of een gelijkwaardig document, mits dit document dekkend is ten aanzien van de in deze beleidsregels gestelde constructieve eisen. 2. Van bouwsels, waarbij de constructieve veiligheid niet relevant is en waarbij geen risico's van persoonlijk letsel bij falen te verwachten is, hoeft geen constructieve verantwoording te worden afgelegd, e.e.a. in overleg met de vergunningverlener. Bij de plaatsing en het gebruik van bovenstaande bouwsels dienen wel de daarbij behorende productcertificaten en/of gebruiksvoorschriften in acht genomen te worden. Deze certificaten en/of voorschriften dienen op verzoek van het bevoegd gezag direct te kunnen worden overlegd. 3.

De vergunninghouder dient de vergunningverlener proactief te benaderen ten aanzien van het aanleveren van de juiste gegevens en documenten en voor het maken van een afspraak voor inspectie. 4. De constructieve verantwoording dient om aannemelijk te maken, dat bouwsels veilig gebruikt kunnen worden. Deze verantwoording kan daarom voor standaard en meermalig in ongewijzigde vorm te plaatsen bouwsels bestaan uit het overleggen van bijvoorbeeld een productcertificaat, zoals een TUV-keur of een gelijkwaardig document, mits dit document dekkend is ten aanzien van de in deze richtlijn gestelde constructieve eisen. 5. De vergunninghouder is te allen tijde eindverantwoordelijk voor de veilige plaatsing en het veilige gebruik van bouwsels. 6. Opbouw en gebruik dienen conform de productattesten van de leverancier en/of fabrikant of volgens specifieke bouwsel-normen (zie hoofdstuk 5) te worden uitgevoerd. 7. Er dienen beheersmaatregelen beschreven te zijn, die voorzien in de situatie dat de belastingen ongunstiger worden dan de waarden waarop de bouwsels zijn berekend. Deze beheersmaatregelen kunnen onderdeel zijn van een veiligheidsplan en/of ontruimingsplan. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van deze beheersmaatregelen.

In deze beheersmaatregelen dient ten minste aangegeven te zijn tot welke weersomstandigheden het bouwsel kan worden gebruikt, het moment waarbij het bouwsel buiten gebruik gesteld moet worden en de veiligheidsmaatregelen die men dan moet treffen. (zie ook onder hoofdstuk 4, lid 9). De nadruk moet liggen op het in veiligheid brengen van de aanwezige mensen. 8. De vergunninghouder van het evenement is verplicht zich vooraf en tijdens het evenement op de hoogte te stellen van de voorspelde weersomstandigheden voor het evenement. Bij voorspellingen die ongunstiger zijn dan de waarde waarop de bouwsels berekend zijn, moeten de onder punt 7. omschreven beheersmaatregelen uitgevoerd worden. 9. De constructieve verantwoording dient gelijktijdig bij de aanvraagstukken van het evenement te worden ingediend ter beoordeling aan de vergunningverlener. 10. Het toezicht op de veiligheid van kermisattracties (attractietoestellen) valt onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA). In deze richtlijn wordt hiervoor kortheidshalve verwezen naar: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/consumentenartikelen/dossier/attractietoestellen

37

HOOFDSTUK 3 - IN TE DIENEN CONSTRUCTIEVE GEGEVENS 1.

2.

3. 4.

5. 6. 7.

8.

Situatietekening (min. 1:500), met daarop aangegeven: a) Alle te plaatsen bouwsels; b) 1e lijns bebouwing rondom het evenemententerrein; c) Begrenzing publieksgedeelte; d) Legenda, waarin de getekende bouwsels worden omschreven; e) Noordpijl en schaalaanduiding. Tekening met daarop plattegrond(en), aanzichten en eventueel doorsneden en details van alle te plaatsen bouwsels, e.e.a. op een goed leesbare schaal. De constructieve tekeningen moeten een volledig en actueel beeld geven van de te maken constructies met eventueel een tekstuele toelichting. De maatvoering en de te gebruiken materialen, profielen en gewichtsinformatie moeten zijn aangegeven. Eventuele ballastgewichten en f of grondverankeringen, stabiliteitsvoorzieningen (schoren, kruizen, windbokken), af te hangen installaties (lichtspots, speakers etc.) en fundatievoorzieningen (grondplaten) dienen op de tekening te zijn aangegeven. Voor tenten en podia met opbouw dient duidelijk aangegeven te worden waar wandzeilen of doek (open of dicht i.v.m. windbelasting) aanwezig is in het bouwsel. De uitvoering van de tekeningen moet voldoen aan NEN 47 en/of NEN 2302. Productattest van de standaard en/of meermalig te plaatsen bouwsels. Statische berekeningen, waarin ten minste opgenomen zijn en die ten minste voldoen aan: a. Berekeningen van de constructie van de te plaatsen bouwsels; b.

De constructieschematisering, -geometrie, materiaaleigenschappen, profielafmetingen en de eigenschappen van de ondersteuningen moeten in de berekening zijn weergegeven en gemotiveerd; c. Belastingen en belastingcombinaties moeten volledig uitgewerkt worden gepresenteerd; d. De toegepaste waarde voor de windsnelheid dient expliciet vermeld te zijn; e. De maatgevende berekeningsresultaten moeten duidelijk worden gepresenteerd; f. Bij vervolgberekeningen of wijzigingen moet herkenbaar naar eerdere resultaten worden verwezen; g. Computerberekeningen moeten minimaal voldoen aan het bovenstaande; verder moeten inen uitvoer duidelijk worden gepresenteerd; h. EEM-berekeningen moeten voldoen aan de voorwaarden, zoals opgenomen in het document “Uitwerking indieningsvereisten EEM-berekeningen” (april 2011); i. De constructieve berekeningen moeten een volledige verantwoording geven van de te maken constructies. Een verantwoording van de brandveiligheidsaspecten van constructieve onderdelen, conform de in HS. 5 genoemde normen en richtlijnen. Een beschrijving van de beheersmaatregelen, zoals genoemd in hoofdstuk 2, art. 7 (pag. 7), eventueel opgenomen in bijv. een veiligheidsplan of een ontruimingsplan. Alle bescheiden zijn bij voorkeur in het Nederlands opgesteld en zijn voorzien van de hierboven onder "Algemeen" genoemde gegevens. Wanneer documenten (van bijv.

standaard bouwsels of product specifieke keurmerken) toch in één der andere moderne talen zijn opgesteld (bijv. Engels of Duits) dan dient hiervan een korte Nederlandse toelichting of samenvatting van de belangrijkste punten te worden bijgevoegd. Er dient een duidelijke samenhang te zijn tussen alle berekeningen en tekeningen van een bouwsel.

(N.B. bovenstaande gegevens hebben alleen betrekking op de constructieve verantwoording en sluiten daarom niet volledig aan op de algemene indieningsvereisten, zoals aangegeven in BBGBOP, artikel 2.3).

38

HOOFDSTUK 4 - CONSTRUCTIEVE PRESTATIE-EISEN EN RANDVOORWAARDEN VOOR BOUWSELS |1. |Biì elk bouwsel (behoudens bouwsels, zoals bedoeld onder hoofdstuk 2, lid 2) dienen de standzekerheid en (kantel)-stabiliteit te zijn gewaarborgd. Hierbij dient een veiligheidsniveau te worden aangehouden, die minimaal gelijkwaardig zijn aan de in hoofdstuk 5 genoemde “evenementnormen" NEN-EN 13782, NEN-EN 13814 en NPR 8020-51. 2. Opgelegde belastingen mogen worden bepaald volgens de in hoofdstuk 5 aangegeven normen. 3. Voor gebruiksbelastingen (vloerbelastingen) dient ten minste uitgegaan te worden van gelijkmatig verdeelde belastingen en puntlasten, conform de in hoofdstuk 5 aangegeven normen. 4. Bij vloeren, waarop veel publiek gelijktijdig aanwezig kan zijn, dient een deel van de gebruiksbelasting horizontaal op de constructie in rekening gebracht te worden, conform de in hoofdstuk 5 aangegeven normen. In tabel 2 van NPR 8020-51 zijn deze horizontale belastingen aangegeven. Dit zijn dezelfde waarden die ook zijn aangegeven in NEN-EN 13814 in artikel 5.3.3.1.3 5. Voor de in rekening te brengen windbelasting mag worden uitgegaan van de in NEN-EN 1991-1­ 4 beschreven systematiek. Op basis van de tijdelijkheid van het evenement en eventueel gunstige weersvoorspellingen mag een lagere windsnelheid en dus een lagere extreme stuwdrukwaarde worden aangenomen dan aangegeven in NEN-EN 1991-1-4, art.

4.5. Er mag geen lagere ontwerplevensduur dan 10 jaar worden aangenomen (Cprob = 0,9). Voor een eenvoudiger methode mag ook gebruik gemaakt worden van de in NEN-EN 13814 in tabel 1 genoemde windbelastingen voor respectievelijk bouwsels “in gebruik" en “buiten gebruik". 6. De voor de berekening van bouwsels aangenomen windsnelheid dient expliciet te worden vermeld in duidelijke relatie tot de beheersmaatregelen. Zie ook aanvullende opmerking in hoofdstuk 4 lid 5.| 7. In geval van binnen-evenementen dient eveneens rekening gehouden te worden met windbelastingen, e.e.a. gerelateerd aan de aanwezigheid en afmetingen van openingen in de gevel.. 8. Bij de berekening op windbelastingen dient rekening te zijn gehouden met de invloed van nabijgelegen bouwwerken, conform NEN1991-1-4, bijlage A.4. In zijn algemeenheid geldt hierbij, dat wanneer een nabijgelegen bouwwerk een hoogte (h high) heeft kleiner dan 2x de gemiddelde hoogte (h ave) van de te beschouwen evenementenbouwsels er geen windberekening met verhoogde windbelastingen hoeft te worden gemaakt. 9. Indien de voor het evenement voorspelde windkracht groter is dan de hieraan gerelateerde stuwdrukwaarden waarop de bouwsels berekend zijn, dienen de hierbij omschreven beheersmaatregelen te worden uitgevoerd (zie ook onder hoofdstuk 2, lid 7). De vergunninghouder is hiervoor verantwoordelijk. 10.

De vergunninghouder dient zich tijdens het evenement op de hoogte te houden (door actief te communiceren met het weerstation, dat de meest actuele lokale weersvoorspellingen kan leveren) of de weersomstandigheden (wind, regen, sneeuw) binnen de voor het ontwerp aangenomen grenzen blijven. Wanneer dit niet meer het geval is dienen de omschreven beheersmaatregelen te worden uitgevoerd, conform hoofdstuk 2, lid 7 en 8. 11. Bij de stabiliteitsbeschouwing op basis van windbelastingen mag ook rekening gehouden worden met een onvoorziene (maar reële) scheefstand. De “evenementnormen" NEN-EN 13782, NENEN 13814 en NPR 8020-51 voorzien niet in deze eisen m.b.t. scheefstand. 12. De standzekerheid en stabiliteit kunnen worden gewaarborgd door het bouwsel te voorzien van stabiliteitsverbanden (windverbanden) en/of het bouwsel af te schoren met spanbanden naar ankerpennen of ballastblokken. Er kan ook gebruik worden gemaakt van momentvaste verbindingen. 13. Bij optredende gronddrukken boven een lokaal bepaalde grenswaarde moet de draagkracht van het funderingselement d.m.v. grondonderzoek + berekening worden aangetoond. Als grenswaarde ondergrens) zal in veel gevallen een waarde van ca. 30 - 80 kN/m2 moeten worden aangenomen, afhankelijk van de plaatselijke grondgesteldheid.

Blijven de optredende gronddrukken beneden deze ondergrens, dan hoeft geen aparte verantwoording van de gronddraagkracht te worden gegeven. 14. Het is zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar van het betreffende terrein niet toegestaan om verankeringen aan te brengen in vloeren of bestrating.

39

15. Voor het afschoren van de bouwsels mag geen gebruik gemaakt worden van straatmeubilair, bomen, struiken of andere aanwezige attributen, die geen onderdeel uitmaken van bijbehorende onderdelen van het bouwsel, zonder een rekentechnische verantwoording en toestemming van de betreffende eigenaar. 16. Borgingen (borgpennen, splitpennen, wiggen, etc.) in de constructie van het bouwsel moeten de benodigde krachten kunnen opnemen en mogen niet door onbevoegden op eenvoudige wijze verwijderd kunnen worden. 17. Bij bevestiging of borging van een bouwsel aan een bestaand gebouw of bouwwerk mag dit bouwwerk niet beschadigd of ontzet worden. De eigenaar van het betreffende gebouw of bouwwerk moet expliciet toestemming verlenen voor deze bevestiging of borging en er dient een rekentechnische verantwoording te worden opgesteld. 18. Van elk bouwsel dienen de voor publiek toegankelijke vloeroppervlakten vlak en waterpas te staan, behalve hellingbanen en andere specifiek hellend ontworpen oppervlakten. Onderstoppingen/uitvullingen dienen strak en stabiel te worden aangebracht, zodat ze niet kunnen afschuiven of kantelen. De ondergrond moet voldoende draagkrachtig zijn en zettingen mogen geen aantasting van de constructieve veiligheid veroorzaken. 19.

De plaatsing van bouwsels dient ook zodanig te zijn, dat geen schade wordt toegebracht aan riolering, kabels en leidingen of andere ondergrondse infra. Hiervoor dient via het Kadaster een klic-melding te worden gedaan. 20. Op de grens van een hoogteverschil (vloerrand) groter of gelijk aan 1,5 m dient een vloerafscheiding (leuning) met een hoogte van min. 1,0 m aanwezig te zijn, die moet voldoen aan de onder punt 20 en 21 omschreven voorwaarden. Bij een podium, waar alleen de uitvoerende artiesten aanwezig zullen zijn, hoeft geen vloerafscheiding aanwezig te zijn. 21. Op vloerafscheidingen, zoals omschreven onder punt 19, van voor publiek toegankelijke vloeren mag een horizontale belasting worden gerekend conform Eurocode NEN-EN 1991-1-1, bijlage NB.A. of NEN-EN 13200-6:2012, art. 5.6. De “evenementnormen" NEN-EN 13782, NEN-EN 13814 en NPR 8020-51 schrijven horizontale belastingen op vloerafscheidingen voor die minimaal aangehouden dienen te worden. 22. De toegepaste materialen dienen van een professionele en degelijke kwaliteit te zijn. Het genoemde productattest in hoofdstuk 2 lid 6 is een middel om dit aan te tonen. 23. Van elk bouwsel (behoudens bouwsels, zoals bedoeld onder hoofdstuk 2, lid 2) dient de vergunninghouder een productattest of berekening voorhanden te hebben, dat op verzoek van de toezichthouder direct kan worden overlegd.

In dit attest of deze berekening dient ten minste te staan hoe het bouwsel is opgebouwd, welke belastingen het bouwsel kan hebben, het gebruiksdoel van het bouwsel en tot welke windkracht het gebruik kan worden toegestaan. HOOFDSTUK 5 - NORMEN EN RICHTLIJNEN ^ NEN-EN 1990 Eurocode 0 - Grondslagen van het constructief ontwerp; ^ NEN-EN 1991-1-1 Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-1: Algemene belastingen - Volumieke gewichten, eigengewicht en opgelegde belastingen voor gebouwen; ^ NEN-EN 1991-1-3 Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-3: Algemene belastingen -sneeuwbelasting; ^ NEN-EN 1991-1-4 Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-4: Algemene belastingen - Windbelasting; ^ NEN-EN 1993 of NEN-EN 1999, (staalconstructies); ^ NEN-EN 1992 of NEN-EN 1996, (beton- en steenconstructies); ^ NEN-EN 1994, (staalbetonconstructies); ^ NEN-EN 1995, (houtconstructies); ^ NEN-EN 1997 en/of NEN 9997-1: Geotechnisch ontwerp - deel 1: Algemene regels; ^ NEN 2608, (glasconstructies); ^ Uitwerking indieningsvereisten EEM-berekeningen (COBc, april 2011); ^ NEN-EN 12811 deel 1+2: Steigers; ^ NEN-EN 13200 deel 1 t/m 7: Toeschouwersaccommodaties; ^ NEN-EN 13782 (en): Temporary structures - Tents - Safety; ^ NEN-EN 13814 (en): Fairground and amusement park machinery and structures - Safety; ^ NEN-EN 1960 Opblaasbare speeltoestellen;

40

^ ^ ^ ^

NEN 8020-41: (Brand)veiligheid van tenten; NPR 8020-50: Evenementen - Podiumconstructies - Verantwoordelijkheden; NPR 8020-51: Evenementen - Podiumconstructies - Belastingen en constructieve uitgangspunten. Amvb - BBGBOP: Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Staatsblad 2017-373 / 04-10-2017)

Bij de toepassing van de Eurocodes dienen ook de Nationale Bijlagen (NB) in beschouwing te zijn genomen. Van alle normen en richtlijnen dient bij het ontwerpen van bouwsels de meest actuele versie te worden gehanteerd. HOOFDSTUK 6 - HANDHAVING EN TOEZICHT De toezichthouder heeft het recht om de geplaatste bouwsels aan een inspectie te onderwerpen. Indien de toezichthouder constateert dat een bouwsel niet conform de verleende vergunning of niet deugdelijk is geplaatst of niet voldoet aan de hierboven genoemde voorwaarden, eisen en normen, is de vergunninghouder gehouden de aanwijzingen van de toezichthouder op te volgen. Hieronder valt ook het eventueel direct verwijderen van het bouwsel, het buiten gebruik stellen en/of voldoende afstand nemen van het bouwsel. De aanwijzingen van de toezichthouder dienen duidelijk gemotiveerd te zijn. HOOFDSTUK 7 - TOELICHTINGEN Voor toelichtingen wordt verwezen naar de “Richtlijn constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een evenementenvergunning” van het Centraal overleg Bouwconstructies (COBc). AANWIJZINGEN M.B.T. SPECIFIEKE EVENEMENTLOCATIES IN DE GEMEENTE ENSCHEDE Er zijn twee evenementlocaties in Enschede waar zich ondergrondse parkeerkelders bevinden. Dit zijn de van Heek parkeergarage en de parkeergarage onder het Willem Wilminkplein. Daarnaast zijn er aanvullende aanwijzingen m.b.t.

parkeerterreinen P1 en P2 nabij de Grolsch Veste.

Ondergrondse parkeergarages De van Heekgarage is ontworpen op verkeersklasse 30. Rekening houdend met een grondpakket van circa één meter op het kelderdek kan dit dek een equivalente veranderlijke belasting dragen van 10 kN/m^ (1000 kg / m^). De maximaal aan te houden puntlast is (ook) 10 kN (1000 kg) op een oppervlakte van 1 m^. Het parkeerdek van de Willem Wilminkgarage is niet specifiek berekend verkeersbelastingen. Het kelderdek is berekend op een veranderlijke belasting van 15 kN/m^ (1500 kg / m^). De maximaal aan te houden puntlast is (ook) 15 kN (1500 kg) op een oppervlakte van 1 m^. Indien er voor evenementen bouwsels boven het parkeerdek worden geplaatst, dient in de statische berekening aangetoond te worden, dat de fundatiebelastingen van deze bouwsels niet de toegestane waarden overschrijden. Dit geldt ook voor de aan- en afvoer van constructieonderdelen voor te bouwen bouwsels. De beladen vrachtwagens met materieel en constructieonderdelen mogen ook niet een hogere belasting uitoefenen op de parkeerdekken van de toegestane equivalente veranderlijke belasting van 10 kN/m^ voor het kelderdek de van Heekgarage en 15 kN/m^ voor het kelderdek de van Willem Wilminkgarage. Met de routing van aan- en afvoer dient hiermee rekening gehouden te worden.

41

Parkeerterreinen P1 en P2 nabij de Groisch Veste De parkeerterreinen P1 en P2 zijn aangelegd op een voormalige vuilstortlocatie. De locatie is niet gesaneerd, wat wil zeggen dat het ondergrondse afval niet is verwijderd voor de aanleg van de parkeerterreinen. Afwisselend en onregelmatig is er zwak puin houdende grond gestort en is er (samendrukbaar) huishoudelijk afval aanwezig onder het aangebrachte asfalt. De onzekerheid over de aard van het ondergrondse afval is dan ook aanleiding om beperkende voorwaarden te stellen aan de toegestane grondspanningen onder de te plaatsen tijdelijke bouwsels. Onderscheid kan gemaakt worden in hoge kantelgevoelige bouwsels (hoogte groter dan diepte) en lagere niet kantelgevoelige bouwsels (hoogte kleiner of gelijk aan diepte). Voor hogere kantelgevoelige bouwsels dient een maximale grondspanning (direct onder de houten onderlegplaten) van 30 kN/m^ aangehouden te worden, terwijl voor lagere niet kantelgevoelige bouwsels hiervoor maximaal 80 kN/m^ aangehouden dient te worden. Bij zeer hoge en dichte podiums, zoals toegepast bij de huldigingen na de kampioenschappen, wordt geadviseerd om deze op de eerder gebruikte locatie op te stellen (19 meter uit de middenlijn veld aan de zijde van de zuivering).

Plategronden specifieke evenementiocaties Op de volgende pagina’s zijn plattegronden van beide parkeerkelders en de parkeerterreinen van de Grolsch Veste opgenomen. De ondergrondse parkeerkelders met een grijsraster zijn aangegeven. Deels is hier sprake van bovenliggende bebouwing en deels is sprake van een plein, waar evenementen gehouden kunnen worden.

42

BIJLAGE 5 - AFWEGINGSKADER EN PROCEDUREREGELS SAMENLOPENDE AANVRAGEN VOOR EVENEMENTEN Het kan gebeuren dat meerdere aanvragen voor het houden van een evenement worden ingediend voor dezelfde locatie, datum en tijdstip. Als evenementen zodanig conflicteren dat zij niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden maakt de Gemeente Enschede een afweging op basis van het onderstaande afwegingskader met procedureregels. De daarin genoemde criteria worden in volgorde van prioritering stapsgewijs genoemd. Gelet op het bepaalde in artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening, gelet op de nota Evenementenbeleid Enschede 2023 Mede gelet op de uitspraak van de rechtbank Almelo van 17 april 2013 inzake de procedureregels voor concurrerende aanvragen die leidt tot een bijstelling van eerder vastgestelde procedureregels; Overwegende: Dat het kan gebeuren dat meerdere aanvragen voor het houden van een evenement worden ingediend voor dezelfde locatie, datum en tijd. Als evenementen zodanig concurreren dat zij niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden, maakt het College een keuze op basis van de onderstaande procedureregels. De daarin genoemde criteria worden in volgorde van prioritering stapsgewijs genoemd.

Afwegingskader en procedureregels samenlopende aanvragen voor evenementen Definities Samenlopende aanvragen: aanvragen voor evenementenvergunningen die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op dezelfde locatie, datum en tijd. Concurrerende aanvragen: samenlopende aanvragen voor evenementenvergunningen, die elkaar op zodanige wijze (negatief) beïnvloeden, dat de betreffende evenementen niet tegelijkertijd op dezelfde locatie of in elkaars nabijheid kunnen worden gehouden. Stappen De burgemeester toetst de aanvragen van samenlopende evenementen aan de hand van de onderstaande stappen, waarbij bij elke stap aanvragen kunnen afvallen. Niet concurrerend Als samenlopende evenementen niet met elkaar concurreren, of zodanig ingericht kunnen worden dat geen conflict zal optreden, dit ter beoordeling aan de burgemeester, kunnen deze evenementen elk vergund worden, mits er geen weigeringsgrond is op grond van artikel 2.24 APV. Daarbij wordt ook het oordeel van politie, brandweer en zo nodig de GHOR en andere gemeentelijke afdelingen betrokken. B.

Vooraankondiging/evenementenkalender Bij concurrerende aanvragen wordt voor evenementen waarvoor geen vooraankondiging gedaan is geen vergunning verleend. Wel kan worden onderzocht of er mogelijkheden zijn tot samenwerking met een aanvrager die wel een vooraankondiging heeft gedaan. Organisatoren van evenementen krijgen de mogelijkheid uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan die evenementen via het digitaal loket van de Gemeente Enschede vooraankondigingen voor die evenementen in te dienen. Het doel van de vooraankondigingen is in een vroegtijdig stadium inzicht te hebben in het aantal te organiseren evenementen verdeeld over de gemeente en mogelijke knelpunten te kunnen signaleren. Met de vooraankondiging wordt tevens de evenementenkalender van de gemeente Enschede gevuld. Op basis van een vooraankondiging wordt niet automatisch een vergunning verleend. De uiteindelijke ontvankelijke vergunningaanvraag is leidend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=d6329dd7-79d4-401b-99ee-d07d5d1b6fc3