Bijlage 1 Planmotivering
Tekst van het document
Omgevingsvisie Enschede Enschede wil zich positioneren tot een groene, innovatieve centrumstad van de Euregio, waar mensen gezond, gelukkig en zelfstandig kunnen leven. In deze toekomstvisie staat noaberschap centraal: het omzien naar elkaar, het versterken van sociale verbindingen en het samen bouwen aan een leefbare stad. Tegelijkertijd wil Enschede aantrekkelijk zijn voor talent, ondernemers en vernieuwende initiatieven. Om deze ambities waar te maken, heeft de gemeente Enschede op 24 juli 2025 de Omgevingsvisie vastgesteld. In deze visie wordt geschetst hoe Enschede zich de komende jaren ruimtelijk wil ontwikkelen. Het biedt richting bij keuzes over wonen, werken, mobiliteit, natuur en klimaat. De stad groeit, mede door migratie, en die groei is nodig om voorzieningen en leefkwaliteit op peil te houden. Maar groei moet in balans zijn met behoud van wat waardevol is. De omgevingsvisie rust op vijf pijlers als uitgangspunt. Zie onderstaande figuur 13 voor een visuele weergave hiervan. De eerste is het natuurlijke systeem van bodem en water. In plaats van de natuur aan te passen aan de stad, past Enschede de stad aan de natuur. Oude beken worden hersteld, de sponswerking van de bodem wordt versterkt en vergroening krijgt volop ruimte. Zo wordt de stad beter bestand tegen droogte en extreme weersomstandigheden. Daarnaast is er veel aandacht voor erfgoed.
Historische gebouwen, landschappen en verhalen geven Enschede karakter. Ze worden beschermd en benut als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen. De stad wordt ook ingericht als een gezonde leefomgeving, met ruimte voor ontmoeting, beweging en groen. Voetgangers krijgen prioriteit en de stad nodigt uit tot verblijf. Slim ruimtegebruik is een ander belangrijk uitgangspunt. Enschede bouwt vooral op plekken waar al veel gebeurt, zoals bij stations en ontmoetingsplekken. Fiets en openbaar vervoer krijgen voorrang op de auto, en lokale energienetwerken worden versterkt. De stad groeit in balans, met aandacht voor duurzaamheid en circulariteit. Enschede als compacte stad met diverse leefmilieus blijft ons uitgangspunt. Door te kiezen voor inbreiden voor binnenstedelijke projecten en uitbreiden waar mogelijk aan de randen van de stad, blijft de compactheid als stad behouden. Er is niet alleen een rol weggelegd voor de hotspots. Ook in veel bestaande wijken van Enschede voegen we woningen toe en worden wijken stedelijker. Dat betekent dat we op zoek gaan naar een mix van functies in wijken. De verstedelijking van Enschede richt zich met name op dynamische gebieden zoals de Spoorzone Hengelo-Enschede. Daarnaast willen we ons waardevolle buitengebied koesteren en beschermen en kiezen we voor duurzaam omgaan met ruimte en voorraden.
De visie is verder uitgewerkt in vier perspectieven 1. 2. 3. 4.
Water en bodem vormen het fundament van de stad; Biodiversiteit en natuurinclusief bouwen staan centraal in het stedelijk beleid; Innovatie krijgt een belangrijke plek, met investeringen in slimme mobiliteit, energie en samenwerking tussen onderwijs, bedrijven en bewoners, en; Enschede blijft een compacte stad in het groen, met een mix van functies en leefmilieus die passen bij verschillende gezinssamenstellingen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 27
Figuur 13: Toekomstb eeld Enschede
De Omgevingsvisie en deze wijziging van het Omgevingsplan Het plangebied is in de Omgevingsvisie aangemerkt als jonge ontginningsgronden met een basiswaarde. We helpen de natuur in een veldontginning met een basiswaarde, door nieuwe landschapselementen aan te leggen. De strategie transformeren is hier van toepassing. Bij het landschap met basiskwaliteit is de oude landschappelijke identiteit geen uitgangspunt bij de vormgeving van nieuwe ontwikkelingen. Hier geldt een ontwerpopgave voor het maken van een nieuw landschap met een eigen identiteit en samenhang. Het ontwerp is afgestemd op de kenmerken van veldontginning met een basiswaarde. Ook ligt het plangebied in een gebied dat aangemerkt is als 'Bossen en landgoederen'. Het landelijke gebied van de gemeente Enschede is gevarieerd en rijk aan natuur. Het gebied heeft houtwallen, houtsingels, bossen en beken. Allemaal voorbeelden van bouwstenen van het landschap. In het Natuur- en Landschapsplan noemen we deze bouwstenen de landschapselementen. Deze elementen bepalen in het buitengebied van Enschede het karakter van het landelijke gebied. En ze zijn van groot belang voor planten en dieren. De landschapselementen zijn belangrijke leefgebieden voor planten en dieren, en ze zorgen voor de verbinding tussen leefgebieden.
Voor alle inwoners van Enschede is het buitengebied dichtbij en is voor velen een belangrijk gebied om in te verblijven en te recreëren. Enschede investeert in 'Bossen en landgoederen'. In het landelijk gebied werken we aan de bossenstrategie. Dat doen we door het ontwikkelen van bos- en landschapselementen. Het ontwerp is afgestemd op bovenstaande door bestaande landschapselementen aan de noord- en zuidzijde van het plangebied te behouden en door twee (een grote en een kleine) ecologische verbindingszones in een noord-zuidlijn aan te leggen in het plangebied. Verder ligt het plangebied in de 'Sponsstad'. Wij maken water en bodem sturend en versterken de sponswerking van onze ondergrond. We sturen op basis van de geografische situatie van de ondergrond op de ruimte die nodig is om de 'sponsstad' verder te ontwikkelen. We zoeken naar een passende verhouding tussen de ruimte die nodig is voor groenblauwe functies en stedelijke functies zoals wonen of bedrijvigheid. Voor beheer en ontwikkelen binnen dit gebied moeten we nader verkennen of aanvullende maatregelen nodig zijn of in het geval van meer ongunstige factoren of we extra uitgebreide onderzoeken moeten gaan doen om de mogelijkheden voor bouwen te verkennen. In de waterparagraaf wordt vanuit omgevingsaspecten onderbouwd dat voldaan wordt aan de ambities uit de omgevingsvisie van de 'sponsstad'.
In de Omgevingsvisie is het plangebied nog niet aangemerkt als een gebied met een suburbaan leefmilieu. Als een nieuwe Omgevingsvisie wordt vastgesteld voor de gemeente Enschede zal het plangebied ook aangemerkt moeten worden als een gebied met een suburbaan leefmilieu. Tot slot wordt opgemerkt dat een woningbouwplan wordt gerealiseerd met de kenmerken van een suburbaan leefmilieu. Het leefmilieu suburbaan functioneert als een overgangszone tussen stad en buitengebied. Hoewel het deel uitmaakt van de stedelijke omgeving, bevat het meer groene aspecten dan andere stedelijke leefmilieus. Het is ontworpen met moderne inzichten en biedt ruimte voor groene omgevingen en biodiversiteit, maar is sterk autogericht. Parkeren is vaak centraal geregeld of gebeurt of eigen terrein. Het 28 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
leefmilieu suburbaan kenmerkt zich verder door een grote verscheidenheid aan woningtypologieën, van villawijken met grote percelen tot gemengde buurten met vrijstaande huizen, twee-onder-een-kapwoningen en rijtjeswoningen op compactere kavels. De dichtheid is vrij laag (FSI 0,43) en past bij de identiteit. Er is weinig functiemenging (MXI 0,9). Het biedt rust, ruimte en groen, maar heeft beperkte mogelijkheden voor doorstroming. Er zijn weinig geschikte woningen voor één- of tweepersoonshuishoudens en senioren. De voorzieningen in dit leefmilieu zijn beperkt. Dit woningbouwplan heeft de kenmerken van een suburbaan leefmilieu.
Conclusie Vanwege bovenstaande wordt geconcludeerd dat deze wijziging van het Omgevingsplan past binnen de Omgevingsvisie van de gemeente Enschede.
Woonvisie Enschede Op 19 juni 2019 is de Woonvisie vastgesteld en op 25 maart 2024 is de herziene Woonvisie vastgesteld. De Woonvisie bevat de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het Wonen. In de Woonvisie staat beschreven dat een aantrekkelijke stad wordt bepaald door een veelheid van factoren. Vanuit het perspectief van wonen zijn dit onder andere een gevarieerd woningaanbod dat aansluit bij de woonwensen van mensen, een verscheidenheid aan culturele en maatschappelijke voorzieningen maar ook een groene en prettige leefomgeving om in te verblijven. De bestaande stad met de reeds aanwezige voorzieningen is de basis, waarnaast groei en ontwikkeling plaats vindt door nieuwbouw van woningen en transformatie van bestaande gebieden. De ambitie van de gemeente Enschede is te groeien naar 170.000 inwoners in 2030. Hiervoor wil de gemeente Enschede tot 2032 9300 woningen toevoegen, zodat het inwoneraantal van de gemeente Enschede met 10.000 mensen kan groeien. Deze ambitie biedt kansen om op de opbouw te sturen. De gemeente Enschede richt zich daarbij niet alleen op de lokale opgave, maar wil ook invulling geven aan de bovenregionale opgave. Hierover zijn in de Twentse Woondeal (zie paragraaf 3.3 van deze motivering) afspraken gemaakt tussen Twentse gemeenten, de provincie Overijssel en het Rijk.
Aantrekkelijk Enschede, groeiende stad, talent en bestaande stad De groeiende stad geven we vorm door woningen voor allerlei inwoners te ontwikkelen. In de visie is de woningbehoefte per woningmarktsegment uitgewerkt. De woningbouwprogrammering en strategie zijn onder andere gebaseerd op een woningbehoefteonderzoek dat door de Stec Groep in 2023 is uitgevoerd voor de gemeente Enschede. Uitgangspunt voor de visie is een 'ambitiescenario' geweest, waarin tot 2030 9.300 woningen moeten worden gebouwd om te voorzien in de Enschedese behoefte. Met de ambitie om 1000 woningen per jaar toe te voegen wil de gemeente Enschede een significante bijdrage leveren aan de bovenregionale woningbouwopgave. Door adaptief te programmeren stuurt de gemeente Enschede bij wanneer nodig. De prognose van de woningbehoefte is richtinggevend voor de daadwerkelijke kwantitatieve en kwalitatieve programmering. Het kan dus zijn dat er meer projecten moeten worden toegevoegd of dat projecten niet of later uitgevoerd worden. Centraal in de groei staat de talentopgave. Het vasthouden van talent is nodig. Het gaat nadrukkelijk om alle opleidingsniveaus. Goed opgeleid personeel is schaars en bedrijven hebben meer mensen nodig om in Twente te kunnen blijven functioneren. Daarnaast ligt een krimpende bevolking op de loer.
Door talenten aan te trekken en te binden kan de gemeente Enschede een bijdrage leveren aan de bovenregionale groeiopgave. In de woonvisie geeft de gemeente Enschede hier uitvoering aan door de toevoeging van aantrekkelijke woonmilieus en het bieden van een wooncarrière. Gezien de opgave voor ouderen stuurt de gemeente Enschede er in de ontwikkeling van appartementen op dat deze toegankelijk moeten zijn voor ouderen (nultredenwoningen). En daarnaast dat geclusterde en zorggeschikte woonvormen voorrang krijgen bij ontwikkelingen in een woonzorgzone. Voor aandachtsgroepen maakt de gemeente Enschede ruimte in nieuwbouw door bij de ontwikkeling van sociale huur 30 procent voor inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag beschikbaar te stellen. Binnen de groeiopgave is ook ruimte voor initiatieven van inwoners die een andere manier van leven voor ogen hebben. Door meer ruimte te geven aan collectief opdrachtgevershap en de ontwikkeling van bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 29
alternatieve woovormen wil de gemeente Enschede deze inwoners aanmoedigen om hun woonwensen te realiseren. Daarnaast is de aanwezigheid van passende voorzieningen belangrijk voor zowel de leefbaarheid als ook de aantrekkelijkheid van wijken en buurten. Het grootste deel van de woningvoorraad is al gebouwd. De bestaande stad krijgt nadrukkelijk aandacht via de Stedelijke InvesteringsAfweging (SIA) en de wijkaanpakken. Om de bestaande woningvoorraad beter te benutten zoekt de gemeente Enschede met partners naar kansen en mogelijkheden. Met een doorstromingsbeleid wil de gemeente Enschede inwoners naar een passende woning bewegen. Daarnaast kijkt de gemeente Enschede met woningcorporaties hoe de kans op een sociale huurwoning voor ouderen en jongeren kunnen worden vergroot.
Inclusief Enschede, aandachtsgroepen Bij de programmering van woningen zorgen we voor een divers aanbod voor alle doelgroepen, waarbij de gemeente Enschede specifiek aandacht heeft voor de onderscheidende behoeften van de volgende groepen: ouderen (zowel ouderen met als zonder een zorg- en ondersteuningsvraag), andere inwoners met een zorgof ondersteuningsvraag, talenten en gezinnen. Het beleid voor ouderen uit de Woonzorgvisie ouderen (2023) blijft gehandhaafd, met als toevoeging dat geclusterde en zorggeschikte woonvormen voorrang krijgen bij ontwikkelingen als deze vallen in een woonzorgzone. Voor inwoners met een zorg of ondersteuningsvraag geldt dat de gemeente Enschede regionaal afspraken maakt over 'fair share' en urgentie. De gemeente Enschede ontwikkelt woonconcepten die passen bij de behoeften van de doelgroep en kunnen deze snel toepasbaar maken bij nieuwe ontwikkelingen. Met 30 procent sociale huur voor aandachtsgroepen wordt ruimte gecreëerd in nieuwbouw voor deze doelgroep en wordt gestuurd op een gevarieerd woonaanbod. Voor gezinnen geldt dat er bij nieuwe gebiedsontwikkelingen ook voor deze doelgroep woningen worden geprogrammeerd. Daarnaast wordt met de opkoopbescherming in de bestaande woningvoorraad gestuurd op de beschikbaarheid van goedkope koopwoningen.
Tot slot onderzoekt de gemeente Enschede samen met de woningcorporaties de mogelijkheden voor of we passend bewonen van woningen die geschikt zijn voor jongeren en ouderen.
De Woonvisie en deze wijziging van het Omgevingsplan Dit TAM-omgevingsplan zet in op verschillende type woonvormen, met de kenmerken van een groen suburbaan leefmilieu. Het voorliggende plan betreft de realisatie van 196 woningen. Het betreft 111 sociale huurappartementen, 36 grondgebonden woningen in de sociale huur en 49 grondgebonden woningen in de koopsector. De grondgebonden woningen in zowel de sociale huur als het koopsegment worden met name gebouwd voor gezinnen. Daarnaast zijn de appartementen en de rug aan rug woningen gericht op één- en tweepersoonshuishoudens. Deze woningen zijn tevens geschikt voor ouderen en/of mensen met een zorg of ondersteuningsvraag. Deze woningen zijn levensloopbestendig en voorzien in de behoefte om minimaal 30 procent van de sociale huur beschikbaar te stellen aan deze doelgroep. Dit omdat het hierbij gaat om een vorm van gemengd wonen met een passende begeleiding, zoals beschreven in de Woonvisie. Hiermee wordt een gemixte wijk gerealiseerd, aangezien er woonvormen, woningtypologieën voor diverse doelgroepen worden gebouwd. Hiermee wordt voldaan aan het punt om segregatie en leefbaarheidsproblematiek te voorkomen. Verder wordt voldaan aan de Woonvisie, omdat aangesloten wordt bij de uitgangspunten van de Woonvisie waarbij 70% van de woningbouwprogrammering betaalbaar is.
Dit wil zeggen betaalbare koop t/m € 420.000,en sociale huur t/m € 932,93,- per maand. De overige 30% van de woningbouwprogrammering valt in het dure segment (dure huur of dure koop). De verdeling in dit TAM-omgevingsplan is in lijn met de Woonvisie, omdat we 70% / 30% verdeling op stedelijk niveau nastreven en niet op projectniveau. Dit woningbouwplrogramma past in de stedelijke verdeling 70% betaalbaar (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en de overige 30% in de dure huur of koop. Daarnaast is in de Woonvisie aangegeven dat de kwalitatieve eisen voor het toevoegen van appartementen zijn vastgelegd in het bestemmingsplan 'Kwalitatief sturen op appartementen'. Hierin zijn eisen opgenomen voor locaties waar de gemeente Enschede appartementen wil toestaan, wat de stedenbouwkundige eisen zijn, voor welk woningmarktsegment wordt gebouwd en wat de minimale oppervlakten moeten zijn. Op basis van dit bestemmingsplan (nu onderdeel Omgevingsplan) kunnen er appartementen gerealiseerd worden. Dit omdat deze valt onder afwijkingsgebied en valt onder 5.2.3 Afwijken van de bouw- en gebruiksregels voor 30 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
appartementen en het hier gaat om appartementen in de sociale huur, die door corporaties worden gerealiseerd en hierover prestatieafspraken zijn gemaakt.
Conclusie Vanwege bovenstaande wordt geconcludeerd dat deze wijziging van het Omgevingsplan past binnen de Woonvisie van de gemeente Enschede.
3.5 Ladder voor duurzame verstedelijking (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het Omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Abw), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in deze wijziging van het Omgevingsplan rekening te worden gehouden. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met het oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het plangebied ligt.
Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). De beoogde ontwikkeling Het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan ligt aan de oostrand van Enschede. Sinds 1 januari 2024 is het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Enschede van kracht. Het plangebied kent hierin een agrarische functie, waarop de realisatie van 196 woningen niet mogelijk is. In de huidige situatie betreft het plangebied grasland, met aan de randen bomen. Het plangebied ligt tussen de Telgendijk en de Noord Esmarkerrondweg. Het plan voorziet in de realisatie van 196 woningen. Er worden 147 sociale huurwoningen en 49 koopwoningen gerealiseerd. Het betreft 121 sociale huurappartementen en 26 grondgebonden woningen in de sociale huur en 49 grondgebonden woningen in de koopsector. Gelet op de geldende regels in het Omgevingsplan voorziet deze wijziging van het Omgevingsplan in het toevoegen van 196 woningen, zodat het plan wordt gekwalificeerd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Daarom is er voor deze ontwikkeling hierna een beschrijving van de behoefte gegeven en gemotiveerd waarom de behoefte als voorzien niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.
De regionale woonagenda In paragraaf 3.3 van deze wijziging van het Omgevingsplan is het plan ruimschoots getoetst aan het regionaal beleid. Hieronder volgt in het kader van de Laddertoets een korte samenvatting van het regionaal beleid in relatie tot deze wijziging van het Omgevingsplan. In de Woondeal 'Wonen met kwaliteit' (december 2022) hebben Twentse gemeenten en de provincie Overijssel afspraken gemaakt met het Rijk op het gebied van woningbouw. Deze afspraken zijn bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 31
geactualiseerd en gaan over de periode 2025 tot en met eind 2030, met een doorkijk naar 2035. De afspraken zijn gericht op de bruto realisatie van 19.100 woningen in de periode 2022 tot en met eind 2030. In de geactualiseerde Woondeal Twente heeft de gemeente Enschede een belangrijke rol in het realiseren van de regionale woningbouwopgave in Twente. Enschede heeft zich als gemeente gecommitteerd aan de bouw van 6.440 woningen in de periode 2024 tot en met 2030, verdeeld over diverse (sleutel)projecten. Tot eind 2024 zijn al 1.946 woningen gerealiseerd. Voor de periode 2031-2035 is een doorkijk opgenomen van nog eens 3.918 woningen. Met de toevoeging van 196 woningen wordt met dit plan vooruitgelopen op de aantallen die gerealiseerd worden in de periode na 2030. Dit maakt onderdeel uit van de 3918 woningen voor de periode van 1031 en 2035. Hierbij zijn 1000 woningen in sleutelproject 8 als doorkijk genomen. Dit woningbouwplan aan de Telgendijk past hierin als deelproject. Hierbij passen de woningen in de verdeling op stadsniveau van 30% sociale huur, 40% middenhuur en betaalbare koop en 30% vrije sector.
Woningbouwbehoefte en adaptief programmeren Voor de gemeente Enschede is in 2023 door de Stec groep het rapport 'Gericht meebewegen in Enschede, actualisatie WBO met spelregels voor adaptief programmeren' opgesteld. In dit rapport is de woonbehoefte geactualiseerd en zijn spelregels voor adaptief programmeren geformuleerd. Een evenwichtige woningmarkt met een goede wisselwerking tussen sociale huur, middenhuur en (betaalbare) koop is waar de gemeente Enschede naar streeft. Dit doen we als gemeente niet alleen, maar samen met andere betrokken ketenpartners. Enschede loopt voorop als het gaat om adaptief programmeren, oftewel: gericht meebewegen. Met de ketenpartners is er een werkgroep adaptief programmeren. Ook is er een gezamenlijke visie en zijn er afwegingskaders en monitoringssystemen. Verder krijgt het woningbehoefteonderzoek regelmatig een update. Het voorliggende woonbehoefteonderzoek is het meest actuele voorbeeld hiervan. Met de update van de woonbehoefte zijn ook spelregels voor adaptief programmeren geformuleerd. Dit om nóg scherper en gerichter mee te bewegen bij kantelpunten in de woningbehoefte of bij (onvoorziene) ontwikkelingen op de Enschedese woningmarkt. In de gemeente Enschede is er een kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningen in beeld gebracht met behulp van een prognose. Prognoses zijn gebaseerd op verwachtingen en aannames voor de toekomst.
Ze vormen hiermee geen 'voorspelling' van de toekomst, maar een potentiële 'voorstelling'. Aan de hand van scenario's is - met de kennis en ontwikkelingen van nu - zo dicht mogelijk bij een 'voorspelling' getracht te komen. De praktijk van de afgelopen zeven jaar wijst echter uit dat prognoses (buitenlandse) migratie onderschatten en beperkt rekening (kunnen) houden met crisissen. Ook zijn prognoses vaak beleidsarm ingestoken. Dit vraagt om flexibiliteit: adaptief programmeren (monitoring) draagt eraan bij om tijdig bij te kunnen sturen en voor te bereiden om beargumenteerd van een oorspronkelijk plan af te wijken en flexibel te zijn in de programmering van nieuwbouw Basisscenario en ambitiescenario De huishoudensprognose van CBS (2022) gaat voor de gemeente Enschede uit van een toename van circa 2.655 reguliere huishoudens tussen 2023 en 2033. We gaan ervan uit dat er één huishouden in één woning woont. Omdat de prognose onvoldoende rekening houdt met het huidige woningtekort en de woonambitie van de gemeente zijn er twee scenario's ontwikkeld. Het eerste scenario, het basisscenario, houdt rekening met de CBS prognose (2022) en gaat ervan uit dat het woningtekort wordt ingelopen ten behoeve van een gezonde woningmarkt. In Enschede staat namelijk 1,9% van de woningen leeg.
Dit is minder dan de leegstand die nodig is om mensen voldoende keuzemogelijkheden voor een nieuwe woning te geven. Voor het basisscenario komt de kwantitatieve woningvraag komt daarmee op 3.520 woningen voor de periode 2023 tot 2033. Het tweede scenario, het ambitiescenario, borduurt hierop voort. Daarnaast houdt het ook rekening met de ambitie van de gemeente. Daarmee komt de woningvraag vanuit het ambitiescenario op netto 9.300 woningen tot 2033. In de komende tien jaar ontstaat een kwalitatieve behoefte naar vrijwel alle segmenten (eigendom en woningtype). Vanuit woonvoorkeuren is er vooral vraag naar grondgebonden woningen. Deze vraag komt met name voort uit jongere huishoudens die nu nog in een sociaal huurappartement wonen en graag de stap naar een grondgebonden woning willen maken. Wanneer wordt gekeken naar verhuisgedrag in Enschede komt naar voren dat men vaker naar een huurwoning verhuist (sociaal, middensegment). Vaak is een koopwoning voor hen (nog) niet betaalbaar. Gezien de druk op de markt blijft het belangrijk om plannen voor sociale huurappartementen door te zetten. Wel wordt aangeraden om voorzichtig om te gaan met het
32 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
toevoegen van niet-levensloopgeschikte appartementen. Deze kunnen op termijn incourant worden (met het oog op vergrijzing en ontgroening). Of hier alleen op in te zetten als dit bijvoorbeeld bijdraagt aan betaalbaarheid, zodat woningen bereikbaar zijn voor starters of alleenstaanden. Ook kan worden overwogen om de beperkte vraag naar appartementen zonder lift in te vullen met meer nultredenwoningen, waar een grote behoefte aan bestaat. In het STEC rapport is opgenomen dat 1680 woningen in planologisch harde plannen is vervat en circa 3840 woningen in zachte plannen. De netto-opgave bedraagt daarmee circa 5525 woningen. Naar aanleiding van deze constatering zijn er een aantal aandachtspunten geformuleerd voor toekomstige programmering: Er is nog behoefte aan middensegment huurwoningen (met een huur tot € 1000) en behoefte aan sociale woningen. Er is een belang bij doorstroming in de woningmarkt van sociale eengezinswoningen naar nultredenwoningen (op aantrekkelijke locaties nabij voorzieningen) zodat de bestaande voorraad optimaal benut wordt voor de doelgroep. Zo wordt doorstroming van oudere huishoudens in het segment gestimuleerd. Het is in toenemende mate moeilijk om in een stedelijke omgeving grondgebonden sociale woningen te realiseren.
Een mogelijkheid om hier om te gaan is het inzetten op gestapelde woningen die tegelijkertijd voldoen aan de huisvestingswensen en -eisen van huishoudens met een grondgebonden woonwens (hybride woningen). Verwacht wordt dat er meer balans ontstaat tussen wat een huurder betaalt en wat een huurder ervoor terug krijgt. Zo wordt het aantrekkelijker voor mensen om te huren (meer waar voor je geld). In de doorstroommodellen is het effect van de regulering nog niet opgenomen gezien de onzekerheid. Maar gezien de bovenstaande overwegingen verwachten we dat (midden)huur eerder gezien kan worden als alternatief voor koop dan nu het geval is binnen de woonvoorkeuren. Appartementen zonder lift betreffen een kwetsbaar woningsegment, dat naar de toekomst mogelijk minder aansluit bij de huisvestingswensen en -eisen van inwoners. Het is van belang om met het toevoegen van liften waar mogelijk rekening te houden bij verduurzaming of renovatie. Dit segment leent zich ook voor mobiele doelgroepen zoals studenten of (door)starters. Om adaptief in te spelen op een telkens veranderende woningmarkt is het zaak om beleidsmatig te werken met juiste (rand)voorwaarden. Hiervoor zijn zes spelregels opgenomen, om gericht mee te bewegen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Gebruik marktspanning als leidraad in de adaptieve programmering; Werken met no-regret acties en adaptieve 'speelruimte' in de programmering; Hanteren huishoudensontwikkeling en migratie en leegstand als belangrijkste kantelpunten om over te stappen op alternatief scenario; Inzetten op kwalitatief goede plannen; Inzetten op meer flexibiliteit en doorstroming in de woningvoorraad; Adaptief programmeren betekent ook: een andere werkwijze.
De Ladder en deze wijziging van het Omgevingsplan Ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de beschrijving van de behoefte aan de beoogde ontwikkeling is het noodzakelijk om in te zoomen op de afbakening van het ruimtelijk verzorgingsgebied. De omvang van het ruimtelijk verzorgingsgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per definitie samen met de bestuurlijke regio. Op bestuurlijk vlak vindt regionale afstemming van woningbouwprogrammering en -plannen plaats binnen de Regio Twente. In de geactualiseerde Woondeal Twente heeft de gemeente Enschede een belangrijke rol in het realiseren van de regionale woningbouwopgave in Twente. Enschede heeft zich als gemeente gecommitteerd aan de bouw van 6.440 woningen in de periode 2024 tot en met 2030, verdeeld over diverse (sleutel)projecten. Tot eind 2024 zijn al 1.946 woningen gerealiseerd. Voor de periode 2031-2035 is een doorkijk opgenomen van nog eens 3.918 woningen. Deze wijziging van het Omgevingsplan maakt als woningbouwproject met haar 196 woningen onderdeel uit van sleutelproject 8, waar verschillende woningbouwprojecten optellen tot de 1000 woningen die in sleutelproject 8 gerealiseerd gaan worden.
Kwantitatieve behoefte Met deze wijziging van het Omgevingsplan worden 196 woningen gerealiseerd. De ambitie van de gemeente
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 33
Enschede is te groeien naar 170.000 inwoners in 2030. Hiervoor wil de gemeente Enschede tot 2032 9300 woningen toevoegen, zodat het inwoneraantal van de gemeente Enschede met 10.000 mensen kan groeien. Deze wijziging van het Omgevingsplan draagt bij aan het halen van deze ambitie. De gemeente Enschede richt zich daarbij niet alleen op de lokale opgave, maar wil ook invulling geven aan de bovenregionale opgave. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen Twentse gemeenten, de provincie Overijssel en het Rijk in de Twentse Woondeal.
Kwalitatieve behoefte Ook in kwalitatieve zin voorziet deze wijziging van het Omgevingsplan in de concrete behoefte. Uit de analyse van de Stec Groep uit 2023 blijkt dat de woningbehoefte in alle scenario's in ieder geval uitgaat naar sociale huur appartementen (met lift) en/of nultredenwoningen en grondgebonden koopwoningen in alle prijssegmenten tot de betaalbaarheidsgrens (€ 405.000,-). Daarnaast is er ook behoefte aan grondgebonden woningen in de vorm van rijtjeswoningen of in het hybride segment voor onder andere de sociale huur. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 196 woningen. Er worden 147 sociale huurwoningen en 49 koopwoningen gerealiseerd. Het betreft 121 sociale huurappartementen en 26 grondgebonden woningen in de sociale huur en 49 grondgebonden woningen in de koopsector. Er wordt met deze wijziging van het Omgevingsplan derhalve gebouwd naar behoefte.
Conclusie Vanwege bovenstaande wordt geconcludeerd dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor de uitvoering van deze wijziging van het Omgevingsplan.
3.6
Omgevingsaspecten
In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst op de omgevingsaspecten die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. Waarom is de ontwikkeling op deze locatie niet onuitvoerbaar en welke randvoorwaarden en eisen worden daarbij gesteld? 3.6.1
Welstand ('uiterlijk van bouwwerken'), beeldkwaliteit en landschappelijke waarden
De instructieregels in paragraaf 5.1.5 van het Bkl, over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, zijn niet van toepassing op Enschede. Deze gaan over de Waddenzee en de kust.
Welstand en beeldkwaliteit In de welstandsnota 'Bouwen aan identiteit' is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen. Voor het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan geldt de welstandsidentiteit 'Vrije landelijke bebouwing'. Dit is niet passend bij de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Daarom is een nieuw beeldkwaliteitsplan 'Telgendijk 2026' (hierna: BKP) gemaakt specifiek voor de beoogde ontwikkeling. Het BKP is ter informatie als bijlage 3 aan deze motivering van de wijziging van het Omgevingsplan gehecht. Het BKP wordt als zelfstandige beleidsregel ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden, tegelijk met het Omgevingsplan. In de Regels van het Omgevingsplan wordt verwezen naar deze beleidsregel voor met name de beoordeling van 'het uiterlijk van bouwwerken' (voorheen welstand). Het BKP van dit woningbouwplan aan de Telgendijk is tot stand gekomen middels een raamwerk. Het raamwerk volgt de ambities die de gemeente Enschede in de Omgevingsvisie heeft gesteld door in te zetten op de realisatie van een ecologische corridor.
Het uitgangspunt van het raamwerk is dat ten alle tijden voldoende ruimte wordt gereserveerd voor een volwaardige ecologische corridor, gespecialiseerd in vliegende fauna en kleine zoogdieren. Met een enkele ecologische corridor zouden er twee relatief grote deelgebieden ontstaan, waardoor gekozen is voor een tweede groenstrook in het plan. Dit zorgt voor de kleinschaligheid binnen de woonmilieus. De laatste contour die bepalend is geweest voor het raamwerk is
34 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
de milieucontour die ontstaat door de bedrijvigheid ten zuiden van het plangebied (zie figuur 9 van deze motivering). Met de contouren van de ecologische corridor, groenstrook en milieucontour ontstaan er 3 deelgebieden waarin is gezocht naar ruimte voor woningbouw. Met de 3 woongebieden, de ecologische corridor en de groenstrook is een verdeling ontstaan van het plangebied. Het idee hierbij is gebruik te maken van de parcelering door in te spelen op de context. Zo is deelgebied 1 'Aansluiten bij Stokhorst' het gebied waarin zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de schaal van de stadsrand en Noord Esmarkerondweg. Bebouwing start hier laag om aan te sluiten bij de context en kenmerkt zich door 2 a 3 bouwlagen in de grondgebonden woningen. Evenzo bouwt de portiek typologie op in bouwlagen en start met 4 bouwlagen richting de grondgebonden woningen en eindigt op 5 bouwlagen richting de ecologische corridor. Onderstaande figuren 14 en 15 geven visueel weer waar welke woningtypen worden gerealiseerd. Het volgende deelgebied betreft de ecologische corridor. Binnen dit gebied zal er samen met ecologen en landschapsontwerpers gezocht worden naar een invulling die zich leent voor de vliegende fauna en kleine zoogdieren.
Om de dieren zoveel mogelijk met rust te laten is er bewust voor gekozen om geen verkeersbewegingen door gemotoriseerd verkeer (bijvoorbeeld auto's en vrachtauto's) toe te laten. Er is wel een calamiteiten doorgang voor de hulpdiensten gesitueerd die tevens gebruikt kan worden door fietser en voetganger. Hiermee worden deelgebied 1 en deelgebieden 2 en 3 met elkaar verbonden. Vorenstaande betekent dat deelgebied 1 op de Noord Esmarkerrondweg wordt ontsloten voor gemotoriseerd verkeer, terwijl deelgebieden 2 en 3 ontsluiten op Telgendijk. Na de ecologische corridor start deelgebied 2 'De Boskamer'. Dit deelgebied richt zich met de lange lijnen van noord naar zuid op de Zichtlijnen naar het buitengebied. Tevens zorgt de Noord/zuid oriëntatie van de woningen voor een algehele goede bezonning van de woningen. Het deelgebied start aan de linkerzijde met een galerijtypologie. Deze heeft 5 bouwlagen aan de ecologische corridor en bouwt af richting het oosten naar 4 bouwlagen. Naast de galerij typologie starten de grondgebonden woningen, de eerste 4 zijn zo gesitueerd dat ze een alzijdig karakter hebben en opgaan in de openbare ruimte. Na deze 4 grondgebonden woningen volgen de rijwoningen die met de achterkanten naar elkaar toe staan. Deelgebied 2 wordt vanaf het middendeel gespiegeld, hiermee heeft de rechterzijde van deelgebied 2 evenveel woningen als het linkerdeel.
In deelgebied 2 wordt ingezet op laagdrempelige ontmoeting, om deze reden wordt er volop gebruik gemaakt van pergola's aan de voorzijden van de woningen waar ruimte is voor een bankje en personalisering. Aan de rechterzijde van deelgebied 2 vindt een scheiding plaats tussen deelgebied 2 en 3 middels een groenstrook van circa 20 meter. Deelgebied 3 "Het Buitenerf" staat het meest van de stadsrand af en refereert meer naar het landelijk gebied, vandaar dat er ook typologisch gehint wordt naar het landelijk gebied van Enschede door hier een modern boerenerf te situeren. Deelgebied 3 start aan de linkerzijde met een 4 laags portiekgebouw wat zich qua kleur en materialisering voegt in het beeld van de boerenschuur typologieën. Rechts van deze portiek typologie vindt men het boerenerf, hieraan staat een 'kapschuur' typologie met 5 grondgebonden woningen en 2 'los hoes' typologieën met elk 8 grondgebonden typologieën. De boerenschuur typologieën hebben een maximale bouwhoogte van 9 meter en een schuine kap.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 35
Figuur 14: Woningtypen (lagen)
Figuur 15: Woningtypen (aantallen)
Bouwhoogtes Bouwhoogtes voor deelgebied 1 (Aansluiten bij Stokhorst) Grondgebonden woningen variëren tussen 2 en 3 bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 10 meter. De portiektypologie heeft richting het westen 4 bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 13 meter en richting het oosten 5 bouwlagen of maximaal 16 meter. Bouwhoogtes voor deelgebied 2 (De Boskamer) Grondgebonden woningen hebben 2 bouwlagen plus een kap en een maximaal een hoogte van 10 meter.
36 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
Appartementen hebben in dit deelgebied maximaal 5 bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 16 meter. Bouwhoogtes voor deelgebied 3 (Het Buitenerf) Grondgebonden woningen type 'los hoes' hebben een maximale bouwhoogte van ca. 9 meter en een goothoogte van 3 tot 4 meter. Grondgebonden woningen type 'kapschuur' hebben een maximale bouwhoogte van ca. 9 meter en een goothoogte tussen 4 en 7 meter, waarbij de kapvorm niet symmetrisch is wat betreft de verhouding voor- achterzijde. Het portiek bouwwerk heeft maximaal 4 bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 13 meter.
Landschappelijke waarden en waardevolle bomen In de huidige situatie kent het plangebied weinig landschappelijke waarden. Het betreft hoofdzakelijk grasland, met aan de randen bomen(rijen). De waardevolle bomen blijven behouden bij deze planontwikkeling. Daarnaast worden een ecologische corridor en een groenstrook ontwikkeld en worden de randen met groen versterkt, waardoor de ecologische en landschappelijke waarden van een impuls worden voorzien. De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (hierna: VKL). De VKL is alleen van toepassing op bomen binnen de bebouwde kom. Hieronder is op figuur 16 een uitsnede uit de interactieve bomenkaart van de gemeente Enschede weergegeven, waarop is waar te nemen dat het plangebied in de huidige situatie buiten de bebouwde kom ligt.
Figuur 16: Uitsnede van plangeb ied uit interactieve bomenkaart van de gemeente Enschede
Doordat het plangebied in de huidige situatie buiten de bebouwde kom valt, volgens de omgevingsverordening van de provincie Overijssel en ook deze interactieve bomenkaart van de gemeente Enschede, zijn de afdelingen 3.5 en 4.7 van de Omgevingsverordening Overijssel van toepassing. Mede aan de hand van hierin opgenomen bepalingen is de bestaande situatie van de bomen in het plangebied beoordeeld. Als er bomen gekapt moeten worden, moet hiervoor een melding gedaan worden bij de provincie.
Boom Effect Analyse
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 37
Werkzaamheden onder de kroon van bomen kunnen niet zomaar worden uitgevoerd, om bomen te beschermen. De boomkroomprojectie betreft een zone van de boomkroon + 1,5 meter marge (zie de bomenposter op de gemeentelijke website). Aan de noordzijde van het plangebied zit beperkt ruimte tussen de gebouwen en de beschermwaardige bomenrij. Met maatwerk kan worden afgeweken van gemeentelijk beleid en kunnen de werkzaamheden die nodig zijn voor de ontwikkeling van de beoogde nieuwbouw, binnen de vastgestelde beschermingszone van de bomen worden uitgevoerd. Er is een Boom Effect Analyse uitgevoerd (hierna: BEA), waarin de bomen in relatie tot de beoogde ontwikkeling beschreven zijn en is onderbouwd hoe in dit specifieke project werkzaamheden, op basis van specifieke maatregelegen, kunnen worden uitgevoerd. Hierbij was het uitgangspunt dat er geen beschermwaardige bomen verwijdert hoeven te worden en dat de toekomstverwachting van de beschermwaardige bomen niet vermindert, vanwege de realisatie van de beoogde ontwikkeling. De BEA is als bijlage 4 gehecht aan de planmotivering. In onderstaande figuur 17 is een overzicht weergegeven van de locatie en conditie van de bomen. De nummering van de bomen is opgenomen in bijlage 4 van de BEA. In figuur 18 is een overzicht weergegeven van de conditie van de bomen, met de daarbij behorende toekomstverwachting.
Alle bomen met een goede of redelijke conditie, met een daarbij horende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar, zijn beoordeeld als gezond.
Figuur 17: Conditie b omen in projectgebied
Figuur 18: Resultaten conditie en toekomstverwachting
38 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
In de BEA zijn conclusies, aanbevelingen en randvoorwaarden opgenomen waar bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening zal worden gehouden. Dit ter voorkoming van schade aan de bomen en/of het wortelgestel. De BEA heeft uitgewezen dat de waardevolle bomen nabij het plangebied er niet voor zorgen dat de realisatie van de beoogde ontwikkeling onuitvoerbaar is.
Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. De kwaliteit van het uiterlijk van bouwwerken wordt geborgd met een beeldkwaliteitsplan en de waardevolle bomen worden beschermd door de benodigde werkzaamheden uit te voeren op basis van de aanbevelingen uit de BEA.
3.6.2
Cultuurhistorische waarden
Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het Omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels in artikel 5.130 (par 5.1.5.5; behoud cultureel erfgoed). Ook de Omgevingsverordening van de provincie bevat instructieregels voor cultureel erfgoed (artikel 4.12).
Cultuurhistorische waarden en deze wijziging van het Omgevingsplan In het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan komen geen cultuurhistorisch waardevolle objecten, elementen en structuren voor. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor dit plan. Er wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk (Bkl) en de provincie (omgevingsverordening).
3.6.3
Archeologische waarden
In de gemeente Enschede is een archeologische beleidskaart opgesteld. Hieronder is in figuur 19 een uitsnede van de archeologische beleidskaart van Enschede weergegeven. Het plangebied is hierop met een zwarte cirkel indicatief aangegeven. Op basis van deze kaart valt het plangebied onder de aanduidingen 'archeologisch onderzoeksgebied a en 'archeologisch onderzoeksgebied b'. Bij archeologisch onderzoeksgebied a geldt dat bij bodemingrepen groter dan 250m 2 en dieper dan 50cm een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Bij archeologisch onderzoeksgebied b geldt dat bij bodemingrepen groter dan 2.500m 2 en dieper dan 50cm een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 39
Figuur 19: Uitsnede archeologische b eleidskaart van Enschede
In maart 2025 is vanwege de beoogde ontwikkeling een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 5 aan deze motivering toegevoegd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek is de conclusie dat er op basis van het bureauonderzoek een middelhoge verwachting geldt voor resten van jagers-verzamelaars uit de steentijd. Uit het booronderzoek is gebleken dat het archeologische niveau niet meer intact is. De top van de C-horizont of natuurlijke bodem is niet meer aanwezig. Dit is de plek waar archeologische resten te verwachten zijn. Hierom kan geconcludeerd worden dat de archeologische verwachting bijgesteld kan worden naar laag en dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is. De aanduidingen 'archeologisch onderzoeksgebied a' en 'archeologisch onderzoeksgebied b' worden dan ook niet opnieuw opgenomen op de planverbeelding.
Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de archeologische waarden geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan. Daarmee wordt ook voldaan aan de instructieregels van het Rijk in artikel 5.130 (par 5.1.5.5) van het Bkl (behoud cultureel erfgoed).
3.6.4
Gezondheid
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de beoogde ontwikkeling rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandige omstandigheden waardoor het verlenen van de omgevingsvergunning leidt tot ernstige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen van sport en ontspanning (positieve gezondheid).
Wettelijk kader
40 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3, sub a, Omgevingswet). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodemkwaliteit. Deze aspecten worden in de hierna volgende paragrafen gemotiveerd, echter ligt het voor de hand om ter introductie kort te schetsen op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering van de besluitvorming over deze wijziging van het Omgevingsplan is meegenomen. Dit niet alleen omdat het bereiken en instand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk maatschappelijk doel is van de Omgevingswet, waar logischerwijs bij het nemen van een besluit op grond van deze wet aandacht voor moet zijn.
Ook bewoners, omwonenden, gebruikers van omliggende gronden en nabij het plangebied gevestigde bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in de gezondheidssituatie die ten gevolge van een ontwikkeling optreedt. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het Omgevingsplan.
Algemeen Het Omgevingsplan moet een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bevatten. De gemeente moet daarbij de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarborgen. Dat belang krijgt een bredere invulling dan het belang van een goede ruimtelijke ordening (in de situatie vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet). In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving is één van de doelstellingen van de wet (artikel 1.3, onder a, van de Omgevingswet). Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen. Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt. Als gevolg kan het verschillende onderwerpen raken. Naast milieunormen om de volksgezondheid te beschermen, kunnen overheden ook eigen gezondheidsambities uitwerken en vastleggen. Gemeente Enschede heeft echter nog geen uitgewerkt gemeentelijk kader voor het thema gezondheid. In algemene zin wordt vereist dat bij een evenwichtige toedeling van functies rekening gehouden dient te worden met het beschermen van de gezondheid (art. 2.1 lid 4 Omgevingswet).
Gezondheid en deze wijziging van het Omgevingsplan Toepassing gewasbeschermingsmiddelen Er bestaan geen vaste regels over hoe om te gaan met de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in ruimtelijke plannen. Wel is er een jurisprudentielijn omtrent spuitzones ontstaan: Er zijn geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen teelgronden en nabijgelegen woningen. Een afstand van 50 meter als spuitzone wordt in het algemeen niet als onredelijk gezien. De landelijke jurisprudentie volgt zich m.b.t. dit onderwerp snel op. Bij toevoeging van gevoelige functies, zoals woningen, moet een afweging van belangen worden gemaakt. De aan te houden afstand tussen de bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 41
gronden, waarop gewassen kunnen worden verbouwd en nabijgelegen gevoelige functies, dient zodanig te worden gekozen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (ETFAL bij het gevoelige object aanwezig is (ECLI:NL:RVS:2023:3710). Een gevoelige functie is een functie waar mensen langdurig kunnen verblijven (ECLI:NL:RVS:2004:AP0392). Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven dient uit te worden gegaan van de maximale planologische mogelijkheden (ECLI:NL:RVS:2022:1991). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 196 woningen in de stadsrand van Enschede. Met deze ontwikkeling wordt een substantiele bijdrage geleverd aan de woningbehoefte van zowel de Regio Twente als de gemeente Enschede. Aan het woonbelang wordt op deze locatie meer waarde gehecht dan het agrarisch belang. Dit plan onderscheid zich van bijvoorbeeld een Rood voor Rood-plan in het buitengebied, vanwege de hoeveelheid woningen die kunnen worden gerealiseerd en de locatie die gelegen is direct aansluitend aan stedelijk gebied. De stad Enschede wordt vergroot door de beoogde ontwikkeling, waardoor gevoelige functies dichterbij nabijgelegen agrarische gronden mogelijk worden gemaakt. Op deze nabijgelegen gronden is de verbouw van gewassen mogelijk, waarbij gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast. Ten noorden en oosten van de ontwikkeling liggen agrarische gronden.
Deze gronden liggen binnen 50 meter afstand van de te realiseren woningen. Deze gronden maken onderdeel uit van het plangebied en hebben een nadere aanduiding 'Gewasbeschermingsmiddelen toepassen' gekregen in de Regels. Binnen deze aanduiding is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen aan een vergunningplicht verbonden. Een vergunning wordt slechts verleend als er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen.
Geitenhouderijen Recente onderzoeken naar de gevolgen van veehouderijen op de gezondheid geven aan dat er in de gebieden met geitenhouderijen op een afstand tot 2 kilometer meer longontstekingen voorkomen. Wat deze verhoogde kans op longontsteking veroorzaakt is echter niet duidelijk en wordt de komende jaren nader onderzocht. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en er een integrale aanpak voor veehouderijen voorhanden is, is het advies van de GGD aan de gemeente om het voorzorgprincipe toe te passen en terughoudend te zijn in het plaatsen van gevoelige bestemmingen binnen 250 meter van een geitenhouderij. Kwetsbare groepen zoals kinderopvang en scholen dienen op een zo groot mogelijke afstand van een geitenhouderij gerealiseerd te worden. Bij het realiseren van dit planvoornemen wordt er rekening gehouden met de voorzorgsafstand van 250 meter ten opzichte van een geitenhouderij. Er is geen geitenhouderij aanwezig binnen een staal van 250 meter vanaf het plangebied.
Gezondheidsbevordering In een gezonde leefomgeving is niet alleen sprake van gezondheidsbescherming, maar ook van gezondheidsbevordering. Dit betekent dat de omgeving uitnodigt tot gezond gedrag met invloed op zowel de fysieke als de mentale gezondheid. De volgende aspecten dragen bij aan onder andere ontspanning, beweging en ontmoeting. Bevorderen van de gezondheid sluit aan bij de Handreiking 'Gezonde leefomgeving in het omgevingsplan' uit mei 2021 van de GGD. Ontspannen Groen en water in de leefomgeving hebben een positief effect op de gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Groen en water maken een belangrijk onderdeel uit van dit plan. De woningen worden gerealiseerd in een groene setting, waarin voldoende ruimte is voor de bewoners om te ontspannen. Tevens ligt het plangebied aan de rand van Enschede en is het gemakkelijk om van hieruit het rustige buitengebied van Enschede op te zoeken.
Bewegen Hiervoor is de laag beweegvriendelijkheid benaderd van de website Atlas Leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl). Stedelijke gemeenten scoren over het algemeen hoger dan overige gemeenten in de Kernindicator 'Beweegvriendelijke Omgeving'. Dit komt vooral doordat stedelijke gemeenten hoger scoren op de nabijheid van voorzieningen, de aanwezigheid van sport- en speelplekken en de aanwezigheid van sportaccomodaties. Ook het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan scoort boven het 42 Telgendijk (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan
Nederlands gemiddelde op 'Beweegvriendelijke Omgeving'.
Ontmoeten Een sociaal duurzame leefomgeving is een aantrekkelijke leefomgeving die inclusief en toegankelijk is en waar de mogelijkheid wordt geboden om te ontmoeten. Het plan kent veel openbare ruimte. Met de invulling van de openbare ruimte wordt getracht het ontmoeten te stimuleren. Met het opnemen van volkstuinen in het plan wordt ook getracht het ontmoeten te stimuleren.
Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat gezondheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan. 3.6.5
Bodem- en grondwaterkwaliteit
De beoogde ontwikkeling die deze wijziging van het Omgevingsplan mogelijk maakt is getoetst aan beleid en regelgeving van het Rijk, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen in hoofdstuk 5 Bkl (paragraaf 5.1.4.5). Ook is het getoetst aan de instructieregels van de provincie voor omgevingsplannen. Voor bodem- en grondwaterkwaliteit zijn deze grotendeels uitgewerkt in het provinciaal 'Voorbereidingsbesluit Omgevingsverordening 2021' (dat gaat o.a. over bodem- en grondwaterbescherming https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR708880). Verder staan in Afdeling 4.12 (Ondergrond) van de omgevingsverordening onder andere regels over zout- en zandwinningslocaties.
Bodem- en grondwaterkwaliteit en deze wijziging van het Omgevingsplan Deze wijziging van het Omgevingsplan maakt het mogelijk om 196 nieuwe woningen binnen het plangebied te realiseren. Voor de beoogde ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit verkennend bodemonderzoek is als bijlage 6 aan deze motivering gehecht. Op basis van dit onderzoek blijkt het volgende: Gehele locatie Op het westelijk deel van de locatie, die tevens verdacht is op het gebied van ontplofbare oorlogsresten, bevat de bovengrond heterogeen verspreid sporen puin. Ter plaatse van de dammen zijn in de bovengrond sporen puin en in de ondergrond sporen baksteen waargenomen. Er zijn tijdens de locatie-inspectie meerdere besmettingshaarden met Japanse Duizendknoop en plaatselijk reuzenberenklauw aangetroffen. Op de rest van de onderzoekslocatie zijn visueel geen bijzonderheden waargenomen. In zowel de boven- als ondergrond valt de grond grotendeels in klasse landbouw/natuur en plaatselijk maximaal in klasse wonen. Voor de overige grond geldt er op basis van PFAS, met uitzondering van toepassing buiten grondwaterbeschermingsgebied, geen beperkingen. In alle grondmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. Het grondwater is op enkele plekken zeer licht belast met zink, barium en cadmium.
In geen van de gevallen wordt de signaleringsparameter voor de beoordeling grondwatersanering overschreden. De aangetoonde licht verhoogde parameters langs de zuidgrens zijn waarschijnlijk van nature aanwezig in het grondwater. Er is geen enkele indicatie dat het grondwater wordt beïnvloed door de bedrijfspercelen naast de zuidgrens.
Dammen De bovengrond bevat sporen puin. In de ondergrond zijn op enkele plekken sporen baksteen waargenomen. De bovengrond valt grotendeels in klasse landbouw/natuur en plaatselijk maximaal in klasse wonen. Plaatselijk is PFAS aangetoond boven de achtergrondwaarden. Op basis van deze resultaten kan deze grond onder voorwaarden worden hergebruikt. Ter plaatse van één dam is een asbestgehalte aangetoond van 2,6 mg/kg d.s. en valt daarmee bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 43
ruimschoots onder de halve interventiewaarde (50mg/kg d.s.). In alle grondmonsters van de overige dammen is analytisch geen asbest aangetoond. De aangetoonde bodem- en grondwaterkwaliteit bevestigt in voldoende mate dat er wordt voldaan aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde gebruik (wonen) en dat er geen beperkingen zijn voor de voorgenomen toekomstige inrichting als woningbouwlocatie. Wel zijn meerdere besmettingshaarden met Japanse Duizendknoop aangetroffen. Grond dat besmet is met Japanse Duizendknoop mag niet elders worden toegepast en dient te worden afgevoerd naar een erkend acceptant. Aangezien er in het kader van de geplande nieuwbouw mogelijk meer dan 25m 3 grondverzet plaatsvindt, dient dit tenminste een week vooraf te worden gemeld via het Omgevingsloket als zogeheten milieubelastende activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde'.
Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan. De planwijziging voldoet aan de instructieregels.
3.6.6
Waterhuishouding en klimaatadaptatie
Gemeente Enschede en waterschap Vechtstromen hanteren het principe om water en bodem sturend te maken bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit principe is opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente Enschede en de Watervisie 2050 van het waterschap (vastgesteld 14 april 2021). Ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst op de gevolgen voor de waterhuishouding en de waterkwaliteit en dienen klimaatrobuust te worden ontworpen. De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 (WEK) vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste en klimaatbestendige gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst. Het waterschap heeft op 15 december 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het waterbeheerprogramma staan de uitgangspunten die het waterschap hanteert voor de inrichting en het beheer van het watersysteem en de afvalwaterzuivering, rekening houdend met een veranderend klimaat. Deze uitgangspunten zijn ingebracht in het WEK van de gemeente Enschede.
Paragraaf 22.3.8 Afvalwaterbeheer van de Bruidsschat Omgevingsplan is voor dit thema van toepassing op milieubelastende activiteiten.