CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Planmotivering

Raadsvergadering 29 juni 2026, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan H22T Woningbouwplan Telgendijk'25.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hemelwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is de riolering en het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet derhalve op eigen terrein worden verwerkt. Volgens het door de gemeente Enschede vastgestelde beleid, wordt bij (ver)nieuwbouw per m2 verhard oppervlak, een minimale waterbergingseis opgelegd van 55 mm. De wens van het waterschap is 95 mm waterberging per m2 verhard oppervlak in het totale plangebied. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken. Verder zijn de artikelen 22.142 tot en met 22.144 uit de Bruidsschat Omgevingswet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. 44 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Waterberging en deze wijziging van het Omgevingsplan Voor deze wijziging van het Omgevingsplan is een waterhuishoudkundig onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 7 aan deze motivering van het plan gehecht. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ruim 5 hectare en is momenteel in gebruik als landbouwgrond. In de nieuwe situatie zal er ca 1,7 hectare verhard oppervlak aanwezig zijn. Met een minimale waterbergingsopgave van 55 liter per vierkante meter verhard oppervlak, is de benodigde hoeveelheid waterberging 972m 3. In de huidige plannen is waterberging voorzien in sloten, wadi's en verlagingen in de ecologische corridor. Met de beschikbare ruimte voor waterberging kan ruimschoots worden voldaan aan de minimale waterbergingseis. Het lijkt zelfs mogelijk om een waterberging van ca. 95mm te halen. Vanwege de beperkte infiltratiecapaciteit van de bodem zal niet al het regenwater vanuit de waterberging kunnen infiltreren. Een deel van het regenwater zal vertraagd worden afgevoerd naar bestaande sloten aan de noordzijde en westzijde van het plangebied. Door de gemiddelde natuurlijke afvoer van 1,6 liter per seconde per hectare aan te houden, wordt het bestaande oppervlaktewaterwatersysteem niet extra belast. De gemeentelijke sloten voeren in noordelijke richting af richting de beek van het waterschap.

Op particuliere grond liggen er kansen voor het toepassen van groendaken en regentonnen. Hiermee kan de hoeveelheid waterberging verder worden vergroot en kan door gebruik van regenwater drinkwater worden bespaard.

Conclusie hemelwaterb erging In het plangebied is ruim voldoende bergings-, infiltratie- en afvoercapaciteit aanwezig om te voldoen aan de waterbergingsopgave.

Afvalwater Het plangebied wordt voorzien van een vrij-verval vuilwaterriool waarop alle woningen worden aangesloten. Centraal in het plangebied komt een rioolgemaal die het afvalwater verpompt naar het bestaande vuilwaterriool ten westen van het plangebied. Het bestaande rioolsysteem voert het afvalwater vervolgens onder vrij verval af naar de rioolwaterzuivering Enschede West. Rond het plangebied liggen enkele woningen die niet zijn aangesloten op het gemeentelijke rioolsysteem. Voor bestaande woningen die binnen 40 meter van het nieuwe vuilwaterriool komen te liggen, wordt een aansluitmogelijkheid gerealiseerd op de erfgrens. Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De verwachte hoeveelheid afvalwaterproductie van de 196 woningen is ca. 60m 3 per dag en voor de bestaande aan te sluiten woningen ca. 5m 3 per dag. De extra hoeveelheid afvalwater kan door het bestaande rioolsysteem en de rioolwaterzuiveringsinstallatie Enschede West worden verwerkt.

Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen leidend. Wijzigingen aan het bestaande watersysteem en de aanleg van nieuwe waterpartijen worden altijd afgestemd met gemeente en waterschap. Nieuw en bestaand oppervlaktewater wordt geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is. Voor deze wijziging van het Omgevingsplan geldt dat bestaande sloten rond het plangebied gehandhaafd blijven. Binnen het plan wordt een structuur van sloten en wadi's aangelegd voor het vasthouden, infiltreren en vertraagd afvoeren van regenwater. Daarnaast hebben de sloten en wadi's een ontwaterende functie. De waterafvoer volgt het natuurlijke maaiveldverloop. Waterberging wordt voornamelijk in de lagere delen van het plangebied gerealiseerd.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 45

Grondwater, ontwateringsdiepte en ondergronds bouwen In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op het eigen perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van gebruik/toegestane functie van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Onderstaande tabel (figuur 20) bevat de gewenste ontwateringsdieptes per functie. In gevallen waar de ontwateringsdiepte onvoldoende is voor de functie mag de grondwaterstand niet structureel worden verlaagd, maar moeten maatregelen als ophogen of kruipruimteloos bouwen worden toegepast. (water en bodem sturend, functie volgt peil).

Functie/gebruik

Ontwatering in m t.o.v. GHG

Primaire wegen

0,7

Secundaire wegen en erfontsluiting

0,5

Bouwwerken met kruipruimten

0,7

Bouwwerken zonder kruipruimten

0,5

Groen

0,5

Figuur 20: Minimale ontwateringsdieptes (gerelateerd aan de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG))

Voor deze wijziging van het Omgevingsplan geldt dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand ongeveer 0,3 meter onder het maaiveld ligt (zie bijlage 6 van deze motivering). Vanwege de hoge grondwaterstanden in het plangebied worden een aantal maatregelen genomen om toch te voldoen aan de gewenste ontwateringsdiepte, te weten: Het maaiveld ca. 30 cm ophogen ter plaatse van wegen en woningbouw. Woning 20 cm boven het opgehoogde maaiveld bouwen. Aanleg drainerende voorzieningen in de vorm van sloten, wadi's en drainage. Door de drainerende voorzieningen op ongeveer 0,6 meter onder het bestaande maaiveld aan te leggen worden enkel pieken in de grondwaterstand afgetopt en worden grondwaterstanden niet structureel verlaagd. Advies om te bouwen zonder kruipruimte.

Voor deze wijziging van het Omgevingsplan geldt dat er geen sprake is van nadelige effecten als gevolg van ondergronds bouwen.

Afwatering Om op perceelniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt, gelden de volgende adviezen: Het vloerpeil minimaal 0,20 m boven straatpeil (kruin van de weg t.o.v. toegang ter plaatse). De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen. Plangebied zodanig inrichten dat water oppervlakkig kan afstromen zonder schade of overlast te veroorzaken aan aangrenzende particuliere percelen of openbare ruimte. Indien nodig ruimte aan achterkant van perceel reserveren voor (gemeenschappelijk en te onderhouden) afvoervoorzieningen.

Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat door de aanleg en instandhouding van waterbergende en afvoerende voorzieningen planologisch te waarborgen in voldoende mate rekening wordt gehouden met voor de toekomst noodzakelijke waterhuishouding Daarmee vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan. De wijziging van het Omgevingsplan voldoet ook aan de instructieregels van het Rijk uit paragraaf 5.1.3 van

46 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). Voor Enschede betekent dat dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor het watersysteem en dat het (belang van het) waterschap wordt betrokken (artikel 5.37; weging van het waterbelang). De overige instructieregels in paragraaf 5.1.3 van het Bkl zien op primaire waterkeringen, de kust, de grote rivieren en het IJsselmeer. Deze zijn niet gelegen op Enschedees grondgebied. Er wordt ook voldaan aan de instructieregels van de provincie ten aanzien van 'Sturen op water en bodem (behouden en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem) in afdeling 4.4 van de provinciale verordening en de uitgangspunten voor water en bodem sturend uit de Omgevingsvisie van de gemeente Enschede en de watervisie van het waterschap Vechtstromen. 3.6.7

Natura 2000-gebieden

Het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden 'Punthuizen, Stroothuizen en Beuningen Achterveld' en het 'Aamsveen' liggen op ca. 3,2 km en 3,5 km afstand van het gebied van deze wijziging van het Omgevingsplan. Op onderstaande figuur 21 zijn het plangebied en de Natura 2000 gebieden visueel weergegeven. Deze wijziging van het Omgevingsplan maakt het mogelijk om in de nabijheid van de Natura 2000 gebieden 'Punthuizen, Stroothuizen en Beuningen Achterveld' en het 'Aamsveen' 196 woningen te realiseren.

Figuur 21: Projectlocatie (rood) en de omliggende Natura 2000 gebieden (groen) met de daarin gelegen stikstofgevoelige hab itattypen/leefgeb ieden (paars)

Het woningbouwproject bestaat uit de realisatie van 196 woningen. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling in relatie tot de afstand (3,2km en 3,5km) van de ontwikkellocatie tot Natura 2000-gebieden kunnen significant negatieve gevolgen voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000 gebieden op voorhand met voldoende zekerheid worden uitgesloten voor zover het gaan om andere mogelijke verstoringsfactoren dan stikstofdepositie. Hierna wordt daarom alleen op stikstofdepositie ingegaan.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 47

Stikstofdepositie Op basis van het uitgangspunt dat er 196 nieuwe woningen worden gerealiseerd met deze wijziging van het Omgevingsplan zijn berekeningen van stikstofdepositie uitgevoerd. Het onderzoek naar stikstofdepositie is als bijlage 8 aan deze motivering gehecht. Er is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2025. De resultaten zijn in onderstaande figuur 22 neergelegd.

Figuur 22: rekenresultaten met maximale depositie per jaar

Tijdens de realisatiefase en gebruiksfase is het maximale effect nergens hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hiermee kunnen significante gevolgen van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Voor het onderdeel stikstofdepositie is daarmee geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Een verdere toetsing aan de Omgevingswet voor wat betreft beschermde natuurgebieden kan achterwege blijven. 3.6.8

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De regels met betrekking tot het NNN uit de provinciale verordening voor zover gelegen in het buitengebied zijn vertaald naar de Gids Buitenkans 2022. De Gids Buitenkans 2022 is van toepassing als toetsingskader als het gaat om het Natuur Netwerk Nederland (NNN).

Het NNN en deze wijziging van het Omgevingsplan Het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen op ruim 100 meter afstand van het plangebied. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. In onderstaande figuur 23 is met de prikker het plangebied aangeduid en zijn NNN gebieden ingekleurd.

48 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Figuur 23: Ligging NNN

Ecologische corridor In de huidige situatie heeft het plangebied een lage ecologische waarde door het ontbreken van groene structuren (struiken en variatie in verticale gelaagdheid). Dit komt door het ontbreken van gelaagdheid in de beplanting (kruiden, grassen, vaste planten, heesters en bomen) en jaarronde voedselvoorziening. Een ecozone maakt onderdeel uit van de beoogde ontwikkeling, waardoor de ecologische waarde van het gebied wordt versterkt. Deze ecologische corridor zal van noord naar zuid door het plangebied lopen. Deze verbinding is gunstig voor grondgebonden soorten die afhankelijk zijn van groene structuren om zich te verplaatsen door een gebied. Dit gebied wordt aangelegd voor vliegende fauna en kleine zoogdieren. Zij hebben baat bij de groene structuur om te verblijven, voedsel te zoeken, zich voort te planten en te verstoppen. Als bijlage 1 bij de planregels is een uitsnede uit het bkp gehecht. Hierin is opgenomen hoe de ecologische corridor ingevuld gaat worden.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 49

3.6.9

Beschermde planten- en diersoorten

De wijziging van het Omgevingsplan maakt het mogelijk om 196 woningen te realiseren. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek (Quikscan natuurwaardenonderzoek) is als bijlage 9 aan deze motivering gehecht. Het plangebied is verder op 27 maart 2024 onderzocht op (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties.

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën een (winter)rust of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Het plangebied betreft geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Vogels kunnen wel een nest bezetten in het plangebied. Om de aanwezigheid van een nestplaats van de steenuil vast te kunnen stellen binnen het plangebied dient de aanwezige steenuilenkast beoordeelt te worden op een nest van de steenuil. Mogelijk wordt door de ontwikkeling een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt een vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'.

Voor het doden van beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood. De vaste rust- en voortplantingsplaats van een grote bosmuis en wezel is beschermd en mag niet zonder omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit beschadigd of vernield worden. Om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de grote bosmuis vast te stellen in het plangebied dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. Voor de wezel dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen rooiwerkzaamheden (bosje) uit te kunnen voeren. Uit het nader veldbiologisch onderzoek, dat op 27 maart 2024 is uitgevoerd, is gebleken dat niet kan worden uitgesloten dat de voorgenomen activiteiten leiden tot aantasting van het functionele leefgebied van wezel, egel en grote bosmuis, en dat niet uitgesloten kan worden dat vaste rust- of voortplantingsplaatsen van deze soorten vernield worden.

Daarom is het nodig om een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aan te vragen bij de provincie. Hiervoor is een activiteitenplan opgesteld voor de grote bosmuis, egel en wezel.

QuickScan Natuurwaardenonderzoek Klein Boekelerveldweg Enschede Uit het onderzoek verkeer en geluid (bijlage 12) is het advies naar voren gekomen om de Klein Boekelerveldweg te deels te verbreden. Dit advies zal de gemeente opvolgen door grasbetontegels aan te brengen in de berm. In het deel van de Klein Boekelerveldweg, tussen de Telgendijk en Euregioweg, worden tevens enkele passeerhavens van 2 meter breed aangelegd. De wegverharding wordt verbreed van 5,0 meter naar 5,8 meter. Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden leidt mogelijk tot negatieve effecten op de aanwezige opgaande houtige beplanting en beschermde planten, dieren of gebieden. Hierdoor kan overtreding van de Omgevingswet (soort- en gebiedsbescherming) niet op voorhand uitgesloten worden. Daarom zijn de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld gebracht. Het rapport is als bijlage 10 aan deze motivering van de omgevingsplanwijziging gehecht. De werkzaamheden in in het kader van soortenbescherming niet onuitvoerbaar. Ook al worden de soorten nog vastgesteld, uitvoering van de werkzaamheden is zeker mogelijk. Aan alle voorwaarden kan worden voldaan.

50 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Conclusie Door een activiteitenplan op te stellen wordt rekening gehouden met de grote bosmuis, egel en wezel. Om negatieve gevolgen te voorkomen worden maatregelen uitgevoerd die bestaan uit het werken buiten gevoelige periodes, zorgvuldig handelen en het treffen van compenserende maatregelen. 3.6.10

Activiteiten en milieuzonering

Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid en andere activiteiten die hinder kunnen veroorzaken, kan onder de Omgevingswet gebruik gemaakt worden van de 'VNG handreiking activiteiten en milieuzonering', zoals gepubliceerd in oktober 2024. Hiermee kan worden gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op een locatie en/of dat nabijgelegen bedrijven niet beperkt worden door deze ontwikkeling.

Milieuzonering en deze wijziging van het Omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 196 woningen. De beoogde woningen betreffen gevoelige functies in het kader van activiteiten en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijfs- en andere relevante activiteiten in de omgeving. Deze kunnen invloed hebben op de beoogde ontwikkeling van de woningen en vice versa. Ten zuiden van het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan zijn bedrijfsactiviteiten mogelijk en deze vinden er ook plaats. In onderstaande figuur 24 zijn op het plangebied de milieucontouren van de ten zuiden gelegen bedrijven geprojecteerd. Hieraan is ook de contour van de camperplaats voor 15 campers (Noord Esmarkerrondweg 385) en het gronddepot aan de Telgendijk toegevoegd. Bij de situering van de nieuwe woningen is rekening gehouden met deze contouren door deze buiten de milieucontouren te plaatsen. Hierom was in dit kader geen nader onderzoek nodig. Verder is het plangebied vergroot door in een straal van 50 meter gronden met een agrarische functie mee te nemen in het plan en hiervoor beperkende regels op te nemen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hierover is in paragraaf 3.6.4. van deze motivering een nadere onderbouwing geschreven. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 51

Figuur 24: Het plangeb ied en milieucontouren

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'activiteiten en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoering van deze wijziging van het Omgevingsplan.

3.6.11

Luchtkwaliteit

Per 1 januari 2024 zijn de regels en normen voor luchtkwaliteit te vinden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (bkl). Voorwaarde voor nieuwe ruimtelijke plannen zijn: Geen overschrijding van omgevingswaarden, of Verslechtering luchtkwaliteit is 'niet in betekenende mate' (NIBM). Het toetsen van de luchtkwaliteit van een ruimtelijk plan hoeft alleen binnen de zogeheten aandachtsgebieden uit het bkl. De gemeente Enschede valt buiten deze aandachtsgebieden. Een uitzondering op deze aandachtsgebieden zijn: Auto(snel)wegen en tunnels langer dan 100 meter. Omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten. Bovenstaande twee uitzonderingen zijn niet van toepassing voor de projectlocatie. In bijlage 9 bij deze motivering is een memo opgenomen, waarin het aspect luchtkwaliteit in relatie tot het project aan de Telgendijk is beschreven. Hieruit blijkt dat op basis van de resultaten nergens een overschrijding van de omgevingswaarden optreedt als gevolg van de woningbouwontwikkeling.

Conclusie Het plan voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van deze wijziging van het Omgevingsplan.

3.6.12

Geluidhinder

Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van een wijziging van het Omgevingsplan die deze activiteiten toelaat, moet aan twee eisen voldoen: houd rekening met geluid; voorziet in aanvaardbaar geluid. In een Omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Een Omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Wegverkeerslawaai Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling worden er geluidsgevoelige gebouwen aan de omgeving toegevoegd. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Het plangebied ligt in het geluidaandachtsgebied van 52 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

(meerdere) gemeentelijke wegen. Dit zijn de Noord Esmarkerrondweg, Kleine Boekelerveldweg, Telgendijk en Euregioweg. Om te bepalen wat het effect is van wegverkeerslawaai op de gevels van de beoogde geluidgevoelige gebouwen is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (onderdeel van bijlage 12 van deze motivering van de wijziging van het Omgevingsplan). Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de nieuw te bouwen woningen ten hoogste 60 dB bedraagt en daarmee voldoet aan de grenswaarde van 70 dB. Dit is echter wel een overschrijding van de standaardwaarde van 53 dB. In onderstaande figuren 25 en 26 is een weergave van de gezamenlijke geluidsbelasting afgebeeld. Zichtbaar is dat de geluidsbelasting in overwegende mate afkomstig is van verkeer over de Noord Esmarkerrondweg.

Figuur 25: Impressie van de geluidssituatie ten gevolge van het wegverkeer

In totaal is voor 8 woningen een geluidbelasting berekend die hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB. Figuur 26 geeft een beeld van deze locaties. Te zien is dat wel alle woningen beschikken over een geluidsluwe zijde waar aan de standaardwaarde wordt voldaan.

Figuur 26: Impressie van de geluidssituatie ten gevolge van het wegverkeer (uitsnede)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 53

Indien de standaardwaarde wordt overschreden, maar wel wordt voldaan aan de grenswaarde, dan dient te worden onderbouwd of de geluidbelasting met toepassing van maatregelen teruggebracht kan worden tot de standaardwaarde, dan wel gemotiveerd kan worden dat ondanks deze hogere geluidsbelasting er voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het onderzoek verkeer en geluid (bijlage 12 van deze motivering van de wijziging van het Omgevingsplan) zijn meerdere maatregelen, zoals het plaatsen van een geluidsscherm of ander type wegdek, overwogen. De uitvoering van deze maatregelen is redelijkerwijs niet mogelijk. Een geluidsbelasting in het gebied tussen de standaardwaarde en de maximale grenswaarde is alleen toelaatbaar na afweging. In de voorliggende situatie wordt de hogere geluidsbelasting aanvaardbaar geacht omdat: in lijn met gemeentelijk beleid zo veel als mogelijk wordt voorzien in de aanwezigheid van een geluidluwe gevel; met het vastleggen van het gezamenlijke geluid in samenhang met regels (afdeling 4.3) in Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt gezekerd dat het geluidniveau in de woningen voldoende laag is.

In deze omgevingsplanwijziging is in de planregels de maximaal toelaatbare geluidsbelasting als weergegeven in de tabel in bijlage 5 behorende bij het in bijlage 12 van dit plan behorende onderzoek verkeer en geluid. In het kader van 'geluid en gezondheid' is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Indirecte planeffecten Het plangebied wordt aan zowel de oost- als de westzijde ontsloten. Als gevolg van de nieuwe woningen is sprake van extra verkeersbewegingen. Uit het onderzoek verkeer en geluid (bijlage 12 van deze motivering van de wijziging van het Omgevingsplan) is gebleken dat de geluidstoename door extra verkeer op de ontsluitende wegen minder is dan 1 dB of kleiner blijft dan de standaardwaarde van 53 dB. Voor indirecte planeffecten kleiner dan 1,5 dB of die voldoen aan de standaardwaarde hoeven geen geluid reducerende maatregelen te worden overwogen.

Conclusie wegverkeerslawaai Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan.

Railverkeerslawaai Er geldt van rechtswege voor elke spoorlijn een zone die moet worden aangemerkt als 'geluidaandachtsgebied'. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. Conclusie railverkeerslawaai De hoofdspoorweg Enschede-Gronau heeft een zonebreedte van ca. 45 meter. De planlocatie ligt buiten deze zone waardoor toetsing van railverkeerslawaai achterwege kan blijven. Industrielawaai Zoals vastgesteld in paragraaf 3.5.10 zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen aanwezig die mogelijk voor geluidhinder ter plekke van de beoogde woningen kunnen zorgen. Onderzoek naar effecten van industrielawaai op de beoogde woningen is daarom niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies. Conclusie industrielawaai Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan.

54 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Overig geluid Er zijn geen overige geluidaspecten (zoals stemgeluid of vliegverkeer) die een relevant effect hebben op de beoogde ontwikkeling.

Conclusie overig geluid Het aspect 'overig geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan. Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De wijziging van het Omgevingsplan voldoet aan de instructieregels in de paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.2a van het Bkl. 3.6.13

Verkeer

Aanleiding De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 196 woningen tussen de Telgendijk en de Noord Esmarkerrondweg. In onderstaande figuur 27 is het plangebied gevisualiseerd. Ten zuiden van de ontwikkeling wordt de F35 doorfietsroute doorgetrokken. In dat kader is de Oosterstraat heringericht en afgesloten voor doorgaand motorisch verkeer. Voor deze nieuwe woonwijk zijn er vier alternatieven voor de ontsluiting. Dit kan aan de oostzijde, aan de westzijde, aan beide zijden of aan de oostzijde via een nieuwe verbindingsweg tussen de Telgendijk en de Euregioweg. In het onderzoek verkeer en geluid (bijlage 12) zijn de verkeerseffecten van de specifieke varianten en de geluissituatie van de nieuwe woonwijk inzichtelijk gemaakt.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 55

Figuur 27: Varianten ontsluiting van het plangebied

Verkeerseffecten Het onderzoek verkeer en geluid (zie bijlage 12) heeft zich gericht op de ontwikkeling van de 196 woningen en deze voor de vier varianten inzichtelijk gemaakt. Op basis van het verkeersonderzoek genereert de woningbouwontwikkeling ca. 1.000 mvt/etm (motorvoertuigen per etmaal). Hierin zijn zowel de uitgaande als inkomende verkeersbewegingen meegenomen. In onderstaande figuur 28 is de beoordeling van de ontsluitingsvarianten visueel weergegeven.

56 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Figuur 28: Beoordeling ontsluitingsvarianten

Een westelijke ontsluiting (variant 1) sluit direct aan op een gebiedsontsluitingsweg met vrijliggende fietspaden en deze ontsluiting kan op een verkeersveilige manier worden ingepast. Daarmee heeft deze ontsluiting, puur vanuit verkeerskundig perspectief, de voorkeur. Uit het onderzoek verkeer en geluid blijkt dat variant 2 en 3 ook reële opties zijn, maar dat daarbij kritisch gekeken moet worden naar de vormgeving van de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg. Variant 4 is geen reëele optie. Variant 3 (ontsluiting West + Oost) )is verder uitgewerkt in het inrichtingsplan, waarbij is uitgegaan van een onsluiting naar het westen en oosten, met hierbij een fysieke afsluiting voor gemotoriseerd verkeer. De fysieke afsluiting gaat gerealiseerd worden bij de ecologische corridor, zodat hier geen gemotoriseerd verkeer kan kruisen. In variant 3 is het noodzakelijk de Telgendijk te gaan verbreden, hier is in het ontwerp rekening mee gehouden. Om de bereikbaarheid te garanderen worden keerlussen toegepast aan het eind van de deelgebieden. Hierdoor is het mogelijk om voor auto's en bijvoorbeeld de vuilnisauto/verhuisauto te keren in het gebied. In de deelgebieden zijn daarnaast fietsparkeerplaatsen bij ieder deelgebied ingetekend. Dit is voornamelijk voor bezoekers bedoeld van de woningen. De locaties zijn strategisch gekozen en zijn naast de rijbaan gesitueerd.

Het kruispunt Noord Esmarkerrondweg / Lippehorst / Woningbouw Telgendijk gaat aangepakt worden om de verkeersveiligheid te vergroten (zie figuur 29). De ontsluiting van de Noord Esmarkerrondweg naar de woningbouw krijgt een uitritconstructie. De tussenruimte tussen de rijbaan en het fietspad is minimaal 5 meter, zodat er opstelruimte voor een auto ontstaat. Hier komt enkel bestemmingsverkeer uit vanwege de fysieke afsluiting bij de ecologische corridor. De fietsers en voetgangers kunnen in de nieuwe situatie de Noord Esmarkerrondweg in twee keer oversteken door de nieuwe geleiders die aangelegd worden. Om deze geleiders mogelijk te maken gaat de rijbaan richting het oosten uitbuigen. Deze uitbuiging zorgt er ook voor dat het fietspad uitgebogen moet worden. In het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Enschede kent deze locatie al de functie 'Verkeer' en kan de aanpak van dit kruispunt worden geregeld.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 57

Figuur 29: Schetsontwerp kruispunt westzijde plangebied

Bij de uitvoering van variant 3 dient kritisch te worden gekeken naar de vormgeving van de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg. De Telgendijk is te smal voor verkeer in twee richtingen, zodat verbreding of toevoeging van passeerhavens wordt aanbevolen als de hoeveelheid verkeer toeneemt. Ook de Klein Boekelerveldweg is bij de toekomstige intensiteiten aan de smalle kant, waardoor vooral fietsers te weinig ruimte kunnen krijgen. Ook aan deze adviezen zal de gemeente gehoor geven door de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg deels te verbreden.

Parkeren Het parkeren vindt centraal aan de zuidzijde van de woningen plaats in de openbare ruimte. Op deze manier staan en rijden niet overal auto's. Er zijn geen parkeervakken die specifiek zijn toebedeeld aan een type woning (huur/koop). Dit betekent dat men niet direct voor de deur parkeert, maar uit moet gaan van enige loopafstand. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van de Nota Parkeernormen gemeente Enschede 2025. In de nota Parkeernormen zijn kaders opgenomen om te bepalen bij gewenste 58 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

ruimtelijke ontwikkelingen wat de parkeerbehoefte is. Om de parkeerbalans voor een gebied in kaart te brengen wordt gebruik gemaakt van de parkeernormen behorende bij het type gebruik waar de ontwikkeling op ziet, daarnaast wordt o.a. rekening gehouden met de bestaande parkeersituatie als ook eventueel dubbelgebruik op basis van aanwezigheid. Het plangebied ligt buiten het 'Binnensingelgebied', waarmee het plangebied valt in de gebiedsindeling van 'Rest bebouwde kom'. Er komen 196 woningen in het plangebied. Voor de parkeerbalans wordt vanuit worst case-benadering uitgegaan van de hoogste parkeernorm. Deze woningen bestaan uit 147 sociale huurwoningen die in de planregels gekoppeld worden aan de doelgroepenverordening. Deze woningen komen in verschillende maatvoeringen voor. De parkeernota hanteert voor sociale huurwoningen verschillende normen. Onderscheid wordt gemaakt in normen voor grondgebonden woningen en appartementen, maar ook naar gebruiksoppervlakte. Uitgaande dus van de worst case-situatie is gerekend met de hoogste parkeernorm, zolang de regels in samenspraak met de verbeelding dat niet tegenspreken. De hoogste parkeernorm voor sociale huurwoningen bedraagt 1,0. Naast de sociale huurwoningen worden er ook andere type woningen gerealiseerd. Vanuit worst case benadering naar de parkeerbehoefte moet uitgegaan worden van een koopwoning.

Gezien de ruimte binnen het bouwvlak beperkt is, kan niet uitgegaan worden van vrijstaande koopwoningen, maar is het realistisch om uit te gaan van de type koopwoning tussen/hoek met een parkeernorm van 1,5. Op basis van het voorgaande is in onderstaande tabellen (figuren 30 en 31) de parkeerbalans berekend. PARKEERBEHOEFTE WORST CASE Totaal

Norm

Behoefte

147

1

147

Bezoekers

0,15

22

Resterende woningen “Koop, huis, 49 tussen/hoek”

1,5

74

Bezoekers

0,15

7

Sociale huurwoningen “Huur, huis sociale huur”

Totaal

250

Figuur 30: Tabel parkeerbehoefte worst case, woningtypen

Op basis van de woningtypes en groottes zijn hier 250 parkeerplaatsen benodigd. De parkeerplaatsen kunnen op basis van aanwezigheidspercentages dubbel gebruikt worden. Het maatgevend moment betreft het drukste moment, wanneer er sprake is van de hoogste parkeerbehoefte. In figuur 29 is het maatgevende moment bepaald op werkdag nacht met een behoefte van 221 parkeerplaatsen. AANWEZIGHEIDSPERCENTAGES + PARKEERDRUK PER MOMENT Werkdag Werkdag Werkdag Werkdag Vrijdag Vrijdag - ochtend - middag - avond - nacht - midda - nacht g

Zaterdag Zaterdag Zondag - middag - avond - midda g

40%

50%

75%

0%

60%

100%

100%

100%

90%

Sociale 60% huurwoninge n “Huur, huis sociale huur”

60%

90%

100%

70%

70%

75%

80%

75%

Resterende 60% woningen “Koop, huis, tussen/hoek”

60%

90%

100%

70%

70%

75%

80%

75%

Bezoekers

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 59

Bezoekers

11,76

14,53

21,79

0

17,43

29,05

29,05

29,05

26,15

Sociale 88,2 huurwoninge n “Huur, huis sociale huur”

88,2

132,3

147

102,9

102,9

110,25

117,6

110,25

Resterende 44,4 woningen “Koop, huis, tussen/hoek”

44,4

66,6

74

51,8

51,8

55,5

59,2

55,5

Totaal

147,13

220,69

221

172,13

183,75

194,8

205,85

191,9

144,36

Figuur 31: Tabel parkeerbehoefte worst case, maatgevend moment

Binnen het plangebied wordt parkeren binnen de functie 'Verkeer' toegestaan. Dit gebied is ruim voldoende om de parkeerbehoefte van 221 parkeerplaatsen op te kunnen vangen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernormennota. De daadwerkelijke parkeerbehoefte zal getoetst worden bij de aanvraag omgevingsvergunning. Op dat moment is bekend welke type woning met welke gebruiksoppervlakte, passend binnen de regels van het omgevingsplan, worden gerealiseerd. Dit aantal zal naar verwachting lager liggen dan de worst case benadering. Er is voorzien in parkeerplaatsen voor mindervaliden. Deze parkeerplaatsen liggen zo dicht mogelijk bij de ingang van de woningen en wijken qua maatvoering af van de overige parkeerplaatsen. In alle deelgebieden is voorzien in laadmogelijkheid voor elektrische voertuigen. Dit betekent dat er (minimaal) 3 openbare laadvoorzieningen geplaatst worden in het gebied, allen voorzien van twee laadunits.

Fietsparkeren Ook zullen er voldoende fietsplekken gerealiseerd moeten worden. Bewoners parkeren hun fietsen zoveel als mogelijk in hun eigen collectieve of private berging. Bezoekers parkeren hun fietsen waarschijnlijk in centraal gelegen fietsparkeervoorzieningen in de openbare ruimte. Het aantal fietsparkeerplaatsen zal moeten voldoen aan de normen voor 'Buitensingelgebied' uit de geldende 'Nota Parkeernormen gemeente Enschede 2025' (of diens opvolger).

Borging in omgevingsplan Om voldoende parkeerplaatsen en fietsplekken juridisch te borgen zijn regels opgenomen in artikel 22 van dit TAM-omgevingsplan, met bovenstaande parkeernormen voor parkeerplaatsen en fietsen.

Conclusie Het aspect 'Verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan. 3.6.14

Trillinghinder

Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl.

60 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Trillinghinder en deze wijziging van het Omgevingsplan De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 196 woningen. Er is een 'Quickscan Trillingen' uitgevoerd naar de te verwachten trillingen vanwege railverkeer op het nabijgelegen spoor en nabijgelegen wegen. Deze quickscan is als bijlage 13 aan deze motivering van de wijziging van het Omgevingsplan gehecht. Zie onderstaande figuur 32 voor een visuele weergave van het plangebied en de omliggende wegen en het dichtstbijzijnde spoor. Uit de resultaten van de 'Quickscan Trillingen' is voldoende aannemelijk dat trillinghinder vanwege het spoor en nabijgelegen wegen op de geprojecteerde woningen in voldoende mate is uit te sluiten. Het aspect trillingen vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging van het Omgevingsplan. Het plan voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl.

Figuur 32 : locatie plangeb ied Telgendijk met dichtstbijzijnde spoor 3.6.15

Geurhinder

In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 Bkl. De geur van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Geurhinder en deze wijziging van het Omgevingsplan Zoals vastgesteld in paragraaf 3.5.10 zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geurhinder ter plekke van de beoogde woningen kunnen zorgen. Verder onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies. De wijziging van het Omgevingsplan voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 61

3.6.16

Lichthinder

Kunstmatige verlichting kan hinder geven. Voor dit plan is hierover nagedacht door flora- en fauna-vriendelijke verlichting toe te passen. De verlichting zal standaard branden op 2200K en schakelt bij detectie van voetgangers of voertuigen tijdelijk naar 2700K. Daarnaast wordt de verlichting afgeschermd richting de ecologische zone, zodat lichtverstoring tot een minimum wordt beperkt. 3.6.17

Externe veiligheid

Externe Veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Het betreft onder andere regels over het plaatsgebonden, risico, aandachtsgebieden, belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Tot slot bevat paragraaf 4.10.4 van de provinciale omgevingsverordening ook instructieregels ten aanzien van externe veiligheid. Deze gaan onder andere over het provinciaal routenetwerk voor transport van gevaarlijke stoffen. Hierna wordt ingegaan op de diverse risicovolle activiteiten in relatie tot deze wijziging van het Omgevingsplan. Ontplofbare oorlogsresten Op 20 februari 2025 is een detectierapport naar ontplofbare oorlogsresten opgeleverd. Dit rapport is als bijlage 14 aan deze motivering van de wijziging van het Omgevingsplan gehecht. Met behulp van dit onderzoek kunnen civiele werkzaamheden veilig en verantwoord uitgevoerd worden. Wanneer de detectieresultaten het toelaten kunnen deze doelmatig benaderd worden. Zodoende kan het gebied worden vrijgegeven van ontplofbare oorlogsresten.

Resultaten Tijdens de werkzaamheden is een gebied van 41.411m 2 non-realtime gedetecteerd. Na analyse en interpretatie van de verkregen data zijn in totaal 39 objecten als zijnde significant aangemerkt ten aanzien van ontplofbare oorlogsresten. Binnen enkele delen van het gebied is sprake van een hoge concentratie metaalhoudende objecten waardoor geen analyse van de data mogelijk blijkt.

Advies Om de geplande werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren is het advies om de volgende vervolgstappen te initiëren: 1.

Benaderen 39 significante objecten Het benaderen, identificeren en indien het ontplofbare oorlogsresten betreft het tijdelijk veilig stellen van de 39 als significant aangemerkte objecten conform de objectenlijst die als bijlage 3 bij het detectierapport is toegevoegd. -

62 Telgendijk (vastgesteld)

Handmatig objecten benaderen t/m 0,50 m -mv: 22 stuks;

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

2.

Machinaal ondersteund objecten benaderen vanaf 0,51 m -mv: 17 stuks.

Gecontroleerd laagsgewijs ontgraven van de verstoorde gebieden (466m 2) De gebieden waarbinnen op basis van de uitgevoerde detectie geen individuele objectselectie mogelijk dienen gecontroleerd laagsgewijs ontgraven te worden. Hierbij wordt de verstoorde bovenlaag onder toezicht van een opsporingsteam ontplofbare oorlogsresten met een beveiligde graafmachine ontgraven. Nadat de verstorende laag verwijderd is, kan de onderliggende bodem realtime gedetecteerd worden. In totaal betreft het een oppervlakte van 466 m 2.

Bovenstaand advies zal bij het opstarten van de civiele werkzaamheden worden meegenomen.

Stationaire risicovolle activiteiten In de gemeente Enschede liggen bedrijven waar risicovolle stationaire activiteiten plaatsvinden, zoals opslag van (verpakte) gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit kunnen er levensbedreigende effecten ontstaan, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Veel van deze activiteiten kennen daarom aandachtsgebieden waarbinnen we rekening houden met de bescherming van mensen tegen deze effecten. Voor sommige activiteiten moeten de aandachtsgebieden per geval worden berekend. Voor andere activiteiten staan er vaste afstanden in bijlage VII tot en met X van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals voor LPG-tankstations en propaantanks. Voor deze wijziging van het Omgevingsplan zijn stationaire activiteiten niet relevant. Er liggen namelijk geen bronnen nabij het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan. Transportactiviteiten door buisleidingen In de gemeente Enschede bevinden zich meerdere hogedruk aardgasleidingen. De hogedruk aardgasleidingen liggen in de bodem en zijn daardoor in de basis goed beschermd. Door bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden kan er een breuk ontstaan. Het aardgas stroomt dan onder hoge druk uit de leiding. Het brandbare gas zal waarschijnlijk ontsteken, waardoor een fakkelbrand optreedt met een hoge hittestraling.

Omdat een fakkelbrand het enige denkbare scenario is, hebben alle hogedruk aardgasleidingen een brandaandachtsgebied, maar geen explosie- en gifwolkaandachtsgebied. Voor deze wijziging van het Omgevingsplan zijn transportactiviteiten door buisleidingen niet relevant. Zoals in onderstaande figuur 33 visueel weergegeven valt het plangebied (met de prikker aangegeven) buiten het brandaandachtsgebied van de dichtstbij gelegen buisleiding.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 63

Figuur 33: Uitsnede uit kaart over externe veiligheid van de Atlas Leefomgeving

Transportactiviteiten over de weg Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg kan in een gemeente plaatsvinden over rijkswegen (basisnetroutes), provinciale en gemeentelijke wegen. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen variërend van klein verpakkingen tot bulktanks. Afhankelijk van de frequentie, de aard en het verpakkingsvolume van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan het risico van een wegvak op het gebied van externe veiligheid worden bepaald. Door de gemeente Enschede loopt de rijksweg A1, A35 en N18 (basisnetroutes). Er is bij alle drie de wegen sprake van een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter. Voor deze wijziging van het Omgevingsplan geldt dat transportactiviteiten over de weg niet relevant zijn, omdat het plangebied niet binnen het brandaandachtsgebied ligt waarover gevaarlijke stoffen vervoerd mogen worden. Transportactiviteiten over het spoor In de gemeente Enschede vindt over het spoor, die is aangewezen in het Basisnet, vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen. Er is sprake van een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter.

Voor dezer wijziging van het Omgevingsplan geldt dat transportactiviteiten over het spoor niet relevant zijn, omdat het plangebied niet binnen het brandaandachtsgebied ligt waarover gevaarlijke stoffen vervoerd mogen worden.

64 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Transportactiviteiten over het water In de gemeente Enschede liggen geen vaarroutes die zich lenen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor deze wijziging van het Omgevingsplan geldt dan ook dat transportactiviteiten over het water niet relevant zijn.

Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De wijziging van het Omgevingsplan voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. 3.6.18

Overige fysieke veiligheid

Bereikbaarheid Aan de west- en oostzijde worden ontsluitingen gerealiseerd om het plangebied van deze wijziging van het Omgevingsplan te kunnen bereiken, danwel te kunnen verlaten. Via deze ontsluitingen wordt meteen aangesloten op het regionale wegennet. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Hulpdiensten kunnen goed ter plaatse komen. Via beide ontsluitingen kan van het plangebied af worden gevlucht. Het ontwerp is afgestemd met de brandweer. Zelfredzaamheid Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS), het luchtalarm. Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd.

Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Ter plaatse van de planlocatie wordt woningbouw mogelijk gemaakt. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. 3.6.19

Energietransitie

Met deze wijziging van het Omgevingsplan wordt de realisatie van 196 woningen mogelijk gemaakt. De woningen worden gasloos gebouwd. Nutsbedrijven hanteren criteria waaraan voldaan dient te worden, alvorens zij werkzaamheden inplannen. De criteria zijn: Een definitief ontwerp dat voldoet aan de criteria (als belangrijkste: adressen, nutstracé, voordeuren, eigendomsgrenzen, riool, globale hoogten, indeling flats en bomen). Redelijke zekerheid dat gebouwd gaat worden. Een vastgesteld ruimtelijk plan is in het verleden voldoende gebleken. De gemeente Enschede heeft over dit plan overleg gevoerd met Enexis. Er staat een zachte afspraak dat de werkzaamheden aan dit project starten in januari 2027. 3.6.20

Milieueffectrapportage

Bij een wijziging van het omgevingsplan moet beoordeeld worden of er eventueel een milieueffectrapportage (m.e.r), een m.e.r.-beoordeling of geen van deze twee nodig is. In hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit en de bijbehorende Bijlage V is geregeld voor welke ontwikkelingen en besluiten een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden.

M.e.r. en deze wijziging van het Omgevingsplan De beoogde ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling aan de oostzijde van Enschede. Het project

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan Telgendijk (vastgesteld) 65

voorziet in totaal in 196 nieuwe woningen. De beoogde ontwikkeling is te categoriseren als een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen', zoals opgenomen onder Nr. J11 in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Derhalve is er een project m.e.r.-beoordeling uitgevoerd, zoals bedoeld in artikel 16.43 van de Omgevingswet. De mer-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten en er wel of geen sprake is van een mer-plicht. Om dat te bepalen is voor de ontwikkeling een notitie t.b.v. de mer-beoordeling opgesteld. Dit rapport is als bijlage 15 aan deze motivering van de wijziging van het Omgevingsplan gehecht. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten. De conclusie is dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig. Op basis van de notitie hebben burgemeester en wethouders besloten dat het niet noodzakelijk is om voor de beoogde ontwikkeling een volledige m.e.r. uit te voeren.

Conclusie Met deze wijziging van het Omgevingsplan wordt de realisatie van 196 woningen mogelijk gemaakt. Voor dit project bestaat geen plan-mer-plicht. Voor dit project is wel een plan-mer-beoordeling nodig. Uit de mer-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten en er geen plan-mer nodig is.

66 Telgendijk (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22T Woningbouw plan

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmen Cluster Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© Juni 2026, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=a5ad0f18-73cd-4262-9f14-556f9c84fd13