Bijlage 1_Nota beantwoording zienswijzen BP (ANONIEM-tbv publicatie)
Tekst van het document
Er is geen gemeentelijke of provinciale beleidsregel of wettelijk voorschrift die een dergelijke actie voorschrijft. Verkeer kan met bewegwijzering gestimuleerd worden via de juiste weg naar het vakantiepark te rijden. Wanneer blijkt dat bebording niet werkt, en er op structureel basis verkeersproblemen ontstaan, doordat de routering niet gevolgd wordt, kan te zijner tijd beoordeeld worden of nadere maatregelen wenselijk zijn. Zie voor de beantwoording ook de gemeentelijke reactie op het advies van de Dorpsraad Boekelo en de buurtkringen Usselo en Broekheurne.
Deze zienswijze betreft een verzoek en bevat geen inhoudelijke motivering. Het verzoek wordt voor kennisgeving aangenomen. Met uitzondering van de maatregelen voor de levendbarende hagedis overeenkomstig de afspraken met het bevoegd gezag Wet natuurbescherming is het realiseren van compenserende maatregelen niet verplicht.
In aanvulling op de eerdere zienswijzen heeft reclamant mede namens 7 (extra) personen nog een zienswijze ingediend. De zienswijzeperiode liep tot en met 9 oktober 2019. De zienswijze van reclamant is van 14 november 2019 en is bij de gemeente ook op 14 november ontvangen. Derhalve is het niet mogelijk om extra reclamanten aan te dragen. Wel zal nader in gegaan worden op de inhoudelijke punten van deze aanvulling. Zie hieronder.
Samenvatting zienswijze: 1.15
Beheer en onderhoud
Beantwoording
1.15.1
Beheer en onderhoud alsmede de financiële afwikkeling is voor reclamant niet navolgbaar en verlangd daarover helderheid.
1.16 1.16.1
Hek Komt er een hekwerk om het park?
1.17 1.17.1
Verharding Hagebeekweg Verharding van zandpaden gaat tegen maatschappelijk bewustzijn.
1.18 1.18.1
Kippenboerderij Uit de onderbouwing van Van Reest volgt dat er enkel behoefte is aan een kwalitatief hoogwaardig park. Afgezien van de wettelijke normen is de vraag of hier wel aan voldaan kan worden, gezien de aanwezigheid van een kippenboerderij met bijbehorende mestgeur (vooral op warme dagen). PFAS Reclamant claimt dat de uitvoerbaarheid van het plan in het geding is doordat niet op aanwezigheid van PFAS-onderzoek is verricht.
1.19 1.19.1
Er zal sprake zijn van adequaat parkbeheer en -onderhoud dat mede voorziet in het opruimen van zwerfvuil. De exploitant is zelf ook gebaat bij een goed onderhouden en beheerd recreatiepark. De financiële afwikkeling ervan zal deel gaan uitmaken van de exploitatie en is geen onderdeel van het onderhavige bestemmingsplan. Om het park als geheel zal geen hekwerk gerealiseerd worden. Door middel van een groene invulling zal het park afgeschermd worden met openbare doorgangen voor het langzame verkeer (wandelaars en fietsers). Voor de beantwoording wordt verwezen naar 1.13.2. Uitgaande van een democratie bestel waarin de gemeenteraad een vertegenwoordiging van de maatschappij vormt, wordt juist voldaan aan het maatschappelijk bewustzijn. Er is een geuronderzoek uitgevoerd. Recreatiewoningen worden beschouwd als geurgevoelige objecten. Uit het geuronderzoek blijkt dat er wordt voldaan aan de (wettelijke) geurnormen. Voor wat betreft de milieuaspecten is er sprake van een goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Het tijdelijk handelingskader voor PFAS heeft betrekking op hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie. Hergebruik van grond en mogelijk baggerspecie, speelt pas in de uitvoeringsfase. Het is aan de initiatiefnemer van het plan om op dat moment te voldoen aan het tijdelijk handelingskader.
De initiatiefnemer zal ook op dat moment moeten afwegen of het financieel haalbaar is om mogelijk met PFAS verontreinigde grond of baggerspecie te ontgraven en verantwoord her te gebruiken of af te voeren.
Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan, voor zover deze betrekking heeft op het toevoegen van de begrippen recreatiewoning en bedrijfsmatige exploitatie. “bedrijfsmatige exploitatie:
het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer dat in de recreatieve verblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden.” “recreatiewoning: Een gebouw waarvan het recreatieve gebruik door middel van een op verhuur gerichte bedrijfsmatige exploitatie is verzekerd dat periodiek dient voor recreatieve bewoning door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.”
Reclamant 2 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In de onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze van reclamant. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord.
Samenvatting zienswijze:
Beantwoording
Aanvulling 2.1.1
Reclamant meent dat hij onvoldoende tijd heeft om zijn zienswijze voldoende duidelijk en gemotiveerd naar voren te kunnen brengen
Reclamant heeft na verkrijgen van één week extra om zijn zienswijze aan te vullen, verzocht om twee weken extra om een aanvullende reactie in te dienen. Gezien twee weken door vaste jurisprudentie als redelijk wordt ervaren, is hieraan vervolgens gehoor gegeven. Reclamant heeft in deze extra termijn zijn zienswijze inhoudelijk aangevuld.
Terinzagelegging, publicatie en wijze beschikbaarheid bestanden 2.2.1
Gemeente heeft volgens reclamant nagelaten te vermelden dat digitaal en analoog bestemmingsplan gelijk zijn.
Uit de publicatie valt op te maken dat het bestemmingsplan op meerdere wijze is aangeboden. Er is geenszins vermeld dat het platform waarom het plan wordt aangeboden verschilt. Hieruit blijkt voldoende dat er geen inhoudelijk verschil is tussen het digitale en het analoge plan.
2.2.2
Reclamant meent dat er rechtsongelijkheid ontstaat als gevolg van de meerdere vormen waarop de mogelijkheid wordt geboden om te kunnen reageren op het ontwerpbestemmingsplan.
Wij zijn niet van mening dat er sprake is van enige rechtsongelijkheid. Reclamant heeft dit met zijn zienswijze niet duidelijk kunnen maken. De mogelijkheden om te reageren op het ontwerpbestemmingsplan zijn conform de vereisten die door de Algemene wet bestuursrecht worden gesteld.
2.2.3
Reclamant hekelt het verwijzen naar websites, die niet toegankelijk, dan wel veilig zijn voor elke gebruiker.
De websites waarnaar in de publicatie worden verwezen zijn de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Reclamant heeft onvoldoende duidelijk gemaakt op welke wijze deze sites onveilig zijn. De gemeentelijke website heeft als doel extra service te verlenen en de website www.ruimtelijkeplannen.nl is een website die vanuit het Rijk is voorgeschreven om bestemmingsplannen (en overige ruimtelijke plannen) te tonen en te kunnen uitwisselen.
2.2.4
Reclamant meent dat ten onrechte dat niet is vermeld dat alle digitale informatie ook analoog kan worden verstrekt.
De digitale bestanden waarnaar reclamant verwijst verzorgen de implementatie van het bestemmingsplan op de website ruimtelijkeplannen en kunnen op die wijze als
‘slim’ plan worden uitgewisseld. Het analoog aanleveren van deze gegevens heeft geen meerwaarde. Het bestemmingsplan zelf is digitaal in te zien op de website van ruimtelijkeplannen en analoog (op afspraak) bij de balie in te zien. Dit is vermeld in de toelichting op de publicaties op de gemeentelijke pagina van het huis aan huisblad. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid nog om het plan in pdfbestandtype digitaal toegestuurd te krijgen. 2.2.5
Bij publicatie van 28 augustus is niet vermeld dat de tervisielegging een rectificatie was.
2.3
Benaming
2.3.1
Reclamant meent dat de titel aangepast moet worden naar recreatiebungalowspark in plaats van recreatiepark.
De gemeente is van mening dat de titel van het bestemmingsplan de inhoud voldoende dekt. Een recreatiepark is een vakantiepark (ook recreatiepark of bungalowpark is een park) met vakantiehuizen die verhuurd worden aan vakantiegangers en toeristen.
2.3.2
Reclamant geeft aan dat in de versie “permanente bewoning” de recreatiewoningen niet vastliggen.
Reclamant is onnavolgbaar, wanneer deze de term “permanente bewoning” aanhaalt. De recreatiewoningen zijn enkel als recreatief te gebruiken. Permanente bewoning mag hier niet plaatsvinden. Zover het voorschrijven van de woningen betreft, acht de gemeente binnen bepaalde kaders (o.a. aantal, oppervlakte, landschappelijke inpassing, beeldkwaliteit) het wenselijk dat een marktpartij de ruimte moet hebben om de woningen te kunnen realiseren die passend en gewenst zijn. Dit gedachtegoed is passend binnen uitnodigingsplanologie.
2.3.3
Reclamant meent dat niet wordt voldaan aan Europese stikstofnormen en dat de totale CO2 uitstoot niet zal toenemen.
Er zal sprake zijn van een toename van uitstoot. Dit is ook opgenomen in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan. Met het onderzoek Stikstofdepositie is aangetoond dat de uitstoot geen significant negatieve effecten heeft op de direct omliggende Natura2000gebieden.
2.3.4
Reclamant vraagt zich of het bestemmingsplan voor eenieder begrijpelijk is.
De gemeente is welwillend om uitleg te verschaffen over het bestemmingsplan, indien daarom verzocht wordt. Dit is ook vermeld in de publicatie van 28 augustus 2019.
2.3.5
Begrippen
2.3.5.1 Reclamant verwijst in de regels naar de begrippen “bestaande bebouwing” en “bebouwing”. De omschrijving
In tegenstelling tot een eerdere publicatie betrof het geen rectificatie, maar een geheel hernieuwde termijn waarop het plan kon worden ingezien en op kon worden gereageerd, zoals reclamant ook heeft gedaan.
Reclamant verwijst niet naar een woordenboek of ander document waarin het begrip wordt vastgelegd. Als gevolg kan wanneer enkel
verenigt zich niet met de betekenis zoals dat in collectief spraakgebruik wordt gebezigd.
verwezen wordt naar een gedachtegoed / collectief geheugen meerdere interpretaties ontstaan. Om deze interpretaties te voorkomen is voor het doel van het bestemmingsplan vastgelegd wat hiermee wordt verstaan. E.e.a. ter bijdrage aan juridische rechtszekerheid.
2.3.5.2 Reclamant is van mening dat ook de begrippen “permanent”, “bewoning” of “permanente bewoning” in de begrippen van de regels terug dienen te komen.
In artikel 1.40 staat het begrip “permanente bewoning”. Dit is voldoende om duidelijkheid te verkrijgen over het uitleggen van de regels. Ook wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze onder 1.5.1.
2.3.5.3 Regels en bestemmingsplanregels zijn niet afgebakend en worden uitwisselbaar toegepast. Reclamant wil dat willekeur ervan wordt uitgesloten.
In artikel 1.2 is uitleg gegeven aan het begrip “bestemmingsplan”. Hieronder wordt onder andere regels verstaan. Uitwisselbaarheid van de begrippen wordt niet verwacht dat dit voor reclamant tot nadelige gevolgen leidt.
2.4
Status zienswijze (Aanvulling)
2.4.1
Reclamant stelt in een aanvullende zienswijze dat de ontvangstbevestiging op de zienswijze van reclamant een schriftelijke beslissing inzake een wob-verzoek is.
In de zienswijze van reclamant worden geen specifieke documenten opgevraagd. Er is ook geen vermelding van reclamant dat de zienswijze (ook) aangemerkt moet worden als een Wobverzoek (thans Woo-verzoek). Er is derhalve geen sprake van een Wob-verzoek (thans Wooverzoek) en beslissing. Verwijzing hiernaar in de aanvullende zienswijzen is dan ook onnavolgbaar.
2.4.2
Reclamant is van mening dat zijn zienswijze partieel betreft.
De aanvullende zienswijze wordt niet door ons onderschreven. Reclamant heeft meer dan voldoende tijd gehad om zijn zienswijze aan te vullen. Reclamant heeft naast de, door het Algemeen bestuursrecht (artikel 3.16 Awb) voorgeschreven 6 weken, op 26 november 2019 een gelegenheid gekregen tot en met 6 december 2019 de zienswijze aan te vullen. Alsmede bij brief van 5 december 2019 een gelegenheid gekregen heeft om tot en met 19 december 2019 zijn zienswijze aan te vullen. Reclamant heeft niet aangegeven hoeveel tijd benodigd zou zijn voor de aanvulling van zijn zienswijze. Volgens vaste jurisprudentie wordt 2 weken als redelijk beschouwd. Met een aanvullende termijn van totaal ruim 3 weken is voldoende tegemoetgekomen aan reclamant.
2.4.3
Overig / divers
2.4.3.1 In de aanvullende zienswijze stelt reclamant dat er ten onrechte geen vermelding is van de status van de plankaart en voorschriften.
Vermelding van de status van de plankaart en voorschriften zijn gekoppeld aan de status ontwerp. De status van het bestemmingsplan is te vinden op de website www.ruimtelijkeplannen.nl, publicatie van
bekendmaking met daarbij de mogelijkheid te reageren op het ontwerpbestemmingsplan. Uiteraard is navraag ook mogelijk via de betrokken ambtenaar of na afspraak bij de publieksbalie. 2.4.3.2 In de aanvullende zienswijze stelt reclamant dat er ten onrechte niet is aangegeven wat de oppervlakte is van de enkelbestemming Verblijfrecreatie (R-VR). 2.4.3.3 In de aanvullende zienswijze stelt reclamant dat er ten onrechte niet is vermeld wie aanvragers zijn.
Een vermelding van de oppervlakte van de bestemming Verblijfsrecreatie volgt niet uit weten/of regelgeving. Zie ook de gemeentelijke reactie onder 2.4.3.6.
2.4.3.4 Reclamant is van mening dat in de inleiding ook vermeld dient te worden dat in 1998 het college van de gemeente Dinkelland een vergunning voor de realisatie van 290 recreatiewoningen heeft ingetrokken op basis van de Verordening op de Zomerhuizen.
Aangenomen wordt dat reclamant hiermee de gemeente Enschede bedoelt. Voor zover reclamant wel de gemeente Dinkelland bedoelt, kan worden meegedeeld dat het plangebied in de gemeente Enschede ligt en hierin primair zelf een afweging maakt om vergunningen in te trekken. Zover de zienswijze betrekking heeft op de verordening op de Zomerhuizen kan worden meegedeeld dat deze niet meer geldig is. De Verordening op de Zomerhuizen is niet van toepassing op het gebied van de beoogde realisatie van recreatiepark Rutbeek. Dat komt omdat dit gebied (plangebied) al voor 1998 is bestemd ten behoeve van recreatiewoningen.
2.4.3.5 Er is geen artikelsgewijze toelichting van de voorschriften.
De toelichting op de regels is voldoende duidelijk.
2.4.3.6 Reclamant stelt dat er in de bestemming Verblijfsrecreatie één groot bouwvlak is opgenomen. Invulling hiervan leidt tot beslissingswillekeur van het dagelijks bestuur.
Vastleggen van het bouwvlak biedt onvoldoende flexibiliteit voor de ondernemer. Namens het dagelijks bestuur wordt aan de gemeenteraad voorgesteld dat de planologische situering van de recreatiewoningen aan de ondernemer worden overgelaten. Zie ook de gemeentelijke reactie onder 2.3.2.
Het bestemmingsplan regelt voor de gronden gelegen in het plangebied de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Vermelding van initiatiefnemer heeft geen meerwaarde voor het vastleggen van de planologische mogelijkheden.
2.4.3.7 De overige punten die door reclamant worden aangehaald worden voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Reclamant 3 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In de onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord.
Samenvatting zienswijze:
Beantwoording
Reclamant stelt in zijn brief meerdere vragen. Deze vragen zijn informatieverzoeken en worden niet gezien als een zienswijze op het bestemmingsplan. Voor zover mogelijk zullen ze wel voorzien worden van een beantwoording. 3.1
De zienswijze van reclamant is vrijwel identiek aan zienswijze van reclamant met nummer 1 van deze Nota ‘samenvatting en beantwoording zienswijzen’. De aanvullende zienswijzen zijn hieronder samengevat en van beantwoording voorzien.
3.2
Creëren van werkgelegenheid onvoldoende onderbouwd
3.2.1
Waaruit blijkt dat mag worden verwacht dat dit een economisch structuur versterkende impuls zal leveren aan de regio (welke regio?)?
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze met nummer 1 van deze Nota ‘samenvatting en beantwoording zienswijzen’.
Met regio wordt hier bedoeld het gebied direct rondom de plas. Rondom de plas bevinden zich vooral recreatiebedrijven die dagrecreatieve activiteiten aanbieden. Door verblijfsrecreatie toe te voegen wordt het recreatieve totaalproduct versterkt. In een groter gebied rondom de plas is inderdaad sprake van verblijfsrecreatie in de vorm van hotels, campings, B&B en airbnb. Deze accommodatievormen kennen hun eigen doelgroepen. Door een park met recreatiewoningen toe te voegen aan het productaanbod wordt de diversiteit van het aanbod vergroot waardoor de regio als geheel aantrekkelijker wordt. Toerisme is nog steeds een groeimarkt. Toeristen die verblijven in een vakantiepark geven hun geld uit in de regio aan allerlei vormen van dagrecreatie. De gemiddelde vakantiebesteding van mensen op vakantieparken is 170 euro per vakantie. (Bron Twente Marketing). Enschede, Boekelo en Haaksbergen zullen daar naar verwachting het meeste van profiteren vanwege de nabijheid, maar vanuit dit vakantiepark zullen ook andere Twentse
Toeristische bezienswaardigheden worden bezocht. 3.2.2
Waaruit blijkt dat het een feit is dat de werkgelegenheid in de landbouw in deze regio (welke regio?) sterk terugloopt?
3.2.3
Waarom wordt de economie boven de natuur gesteld?
3.2.4
Waar is de onderbouwing voor de stelling dat 125 mensen een baan zullen vinden door de komst van het bungalowpark en over hoeveel fte c.q. volwaardige banen hebben we het dan? Afsluiting Hegebeekweg
Het aantal is gebaseerd op kengetallen die betrekking hebben soortgelijke ontwikkelingen. Het gaat erom dat de ontwikkeling van een recreatiepark extra banen oplevert voor de regio. Het precieze aantal is daarbij niet relevant.
Op welke wijze zal deze doorgang voor de gemotoriseerde agrariër, wiens landbouwpercelen aangrenzend zijn, worden uitgevoerd?
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar 1.14.8. Ter aanvulling wordt verwezen naar het rapport van Royal Haskoning DHV waar onder paragraaf 2.5.2 geadviseerd wordt het niet te verharden gedeelte van de Hegebeekweg af te sluiten voor autoverkeer door middel van bebording, en indien nodig aanvullend met een fysieke afsluiting. Ook is er een fysieke afsluiting opgenomen op de verbeelding van het
3.3 3.3.1
Het onderwerp minder agrarische bedrijven door schaalvergroting in de landbouw heeft geen betrekking op het bestemmingsplan. Net als in de financiële sector daalt het aantal banen in de sector landbouw. Deze sector heeft al jaren met krimp te maken. Dit komt omdat het aantal landbouwbedrijven daalt en de overblijvende bedrijven in omvang groeien. Deze schaalvergroting zorgde tot 2015 voor een structurele daling van de werkgelegenheid. De stellingname heeft geen betrekking op het bestemmingsplan. Het landelijk gebied is altijd in beweging en daarnaast heeft het landelijk gebied veel functies. Binnen deze dynamiek vinden continue afwegingen plaats tussen de verschillende belangen om daar uiteindelijk een goede balans te vinden. Het gebied “Het Rutbeek” is al tientallen jaren bestemd als recreatiegebied en sinds de jaren 90 is het plangebied al bestemd voor recreatiewoningen. Het onderhavige plan betreft een actualisatie. Ten aanzien van de natuurwaarden heeft er onderzoek plaatsgevonden en wordt er voldaan aan de vereisten van de Wet natuurbescherming.
3.3.2
3.4
In hoeverre wordt voorkomen dat deze doorgang dan ook gebruikt gaat worden door ongewenst gemotoriseerd verkeer? Stikstof
bestemmingsplan. Het aanleggen van fysieke afsluitingen met bijbehorende bebording komt voort uit de Verkeerswet en besluitvorming daaromtrent ligt bij het college. Zodra het park (bijna) gereed is zal het college een verkeersbesluit nemen over de afsluiting(en). Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar 1.14.8 en 3.3.1.
3.4.1
De Aerius-calculator die gebruikt is, is gedateerd.
Op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter visie is gelegd is er gebruik gemaakt van de meest actuele versie van de Aerius-calculator. Inmiddels is er een nieuwe Aeriuscalculator beschikbaar gesteld en voor de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan is de laatste versie toegepast.
3.4.2
De berekening gaat uit van een gunstig scenario. Namelijk dat het verkeer ontsluit via de noordzijde. Uitgaande van planmaximalisatie, hoe wordt voorkomen dat er niet alsnog een ontsluiting aan de zuidzijde wordt gerealiseerd?
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar 1.14.8 en 3.3.1..
3.4.3
In de berekening is geen rekening gehouden met dagrecreanten die een bezoek brengen aan het restaurant. Al dan niet ter plaatse houden van feesten en partijen.
In de bestemmingsomschrijving staat omschreven dat een restaurant is toegestaan wanneer deze onderdeel is van centrale voorzieningen ten behoeve van het recreatiepark. Verder kan aangegeven worden dat recreanten van het gebied “Het Rutbeek” gebruik mogen maken van het restaurant dat hoofdzakelijk gerelateerd is aan het recreatiepark. Dit omdat ervan wordt uitgegaan dat dit recreanten zijn die elders rondom het Rutbeek parkeren en geen extra toename van verkeersbewegingen met zich mee brengen. Het houden van feesten en partijen voor derden is niet toegestaan omdat het restaurant onder de centrale voorzieningen ten behoeve van het recreatiepark valt.
3.4.4
In rapport van bureau Waardenburg wordt gewezen op beheersmaatregelen die nu worden uitgevoerd en opgevoerd worden als
De ecologische rapportage van Bureau Waardenburg maakt onderdeel uit van de verrichte voortoets die voor het bestemmingsplan is doorlopen gelet op
compenserende maatregelen om de extra uitstoot te compenseren. Echter, bijv. plaggen gaat niet altijd door. Reclamant stelt dat stikstof door de voorgenomen ontwikkeling toeneemt. Als gevolg kan het bestemmingsplan enkel worden vastgesteld wanneer met een passende beoordeling met samenhangende milieueffectrapportage wordt geconcludeerd dat de natuurlijke kenmerken van het Natura2000-gebied niet worden aangetast.
artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming. De eerder ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan uitgevoerde stikstofberekeningen zijn evenwel geactualiseerd door Windmill (die voor wat betreft de stikstofberekening onderdeel uitmaakt van de nieuwe voortoets). Deze nieuwe stikstofberekeningen zijn opgenomen als bijlage van de plantoelichting. In die voortoets is aan de hand van een reële invulling van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek de stikstofdepositie opnieuw berekend opgesteld met het meest recente AERIUSCalculator rekenprogramma. ). In de voortoets wordt geconcludeerd: “In het kader van de voortoets kunnen ten gevolge van het plan significant negatieve gevolgen ter plaatse van Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten.” Reden waarom een passende beoordeling is opgesteld en doorlopen. De passende beoordeling voor het aspect stikstof is neergelegd in het rapport ‘Passende beoordeling realisatie vakantiepark Rutbeek te Enschede’, uitgevoerd door Tuitert Natuuronderzoek i.s.m. Natuurbank Overijssel. De passende beoordeling is opgenomen als bijlage van de plantoelichting. In die passende beoordeling is rekening gehouden met de (partiële) bedrijfsbeëindiging van het agrarische bedrijf gelegen aan de Eggelmorsweg 80 in Enschede.
Dit betreft een externe salderingsmaatregel waar rekening mee mag worden gehouden in de passende beoordeling. Dat volgt ook uit een toetsing aan de voorwaarden voor externe saldering neergelegd in de passende beoordeling in samenhang met paragraaf 5.3.1 uit de plantoelichting. Uit de passende beoordeling volgt dat – gelet op de inzet van de externe salderingsmaatregel – geen sprake is van een toename van stikstof in de omliggende Natura 2000-gebieden. Nergens is sprake van een stikstofdepositietoename van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Sterker nog, er is sprake van een duidelijke afname in de omliggende Natura 2000-gebieden van
ca. 1 mol op meer dan 500 ha stikstofgevoelig habitat in het Natura 2000gebied Buurserzand & Haaksbergerveen. Ook in overige Natura 2000-gebieden is sprake van een afname. Zie de salderingsberekening opgenomen als bijlage bij de passende beoordeling. Gelet op deze resultaten is met zekerheid uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden door het bestemmingsplan worden aangetast. Het plan kan dan ook in overeenstemming met de Wet natuurbescherming worden vastgesteld. Dat voor het bestemmingsplan een passende beoordeling is doorlopen, maakt niet dat sprake is van de verplichting om een plan-milieueffectrapportage te doorlopen. In dit geval kan namelijk volstaan worden met een gecombineerd project- en plan-mer-beoordeling. Dat komt onder meer nu sprake is van een gemeentelijk bestemmingsplan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden als bedoeld in artikel 3 Besluit mer (zie ook artikel 7.2a lid 2 Wm). In de uitgevoerde mer-beoordeling is geconcludeerd: “Uit een integrale beoordeling van de milieueffecten gelet op het voorliggende plan en de selectiecriteria uit bijlage III m.e.r.-richtlijn (in onderlinge samenhang beschouwd) wordt geconcludeerd dat het voorgenomen Recreatiepark Rutbeek niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het opstellen van een project-milieueffectrapportage is daardoor niet noodzakelijk.
Dit betekent ook dat nu sprake is van een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden, er vanwege de criteria uit bijlage II bij de smbrichtlijn er eveneens geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Ook een planmilieueffectrapportage is niet aan de orde.” Zie meer uitgebreid paragraaf 5.3.1 en paragraaf 5.1.1 van de plantoelichting.
3.5
Flora- en fauna
3.5.1
Het foerageergebied van vleermuizen blijft na realisatie van het voorgenomen plan behouden. Dit staat
In het Natuurwaardenonderzoek staat dat als gevolg van de voorgenomen herinrichting en gebruik, de betekenis van
in het Natuurwaardenonderzoek. Deze conclusie is onnavolgbaar voor reclamant.
3.5.2
3.5.3
het plangebied als foerageergebied voor sommige vleermuissoorten mogelijk afneemt. Dat betreft mogelijk lichtschuwe soorten als gewone grootoorvleermuis. Voor sommige soorten zal de betekenis van het plangebied zelf kunnen toenemen, omdat deze soorten ook nabij kunstlicht foerageren (gewone dwergvleermuis, laatvlieger). Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen.
Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. In het natuurwaardenonderzoek staat Het heideblauwtje is inderdaad geen dat het Heideblauwtje geen beschermde soort op grond van de Wet beschermde soort is. Het natuurbescherming. De rode lijst heeft Heideblauwtje staat echter wel degelijk geen wettelijk beschermende status. op de Rode Lijst Voor een aantal soorten is ontheffing nodig. Het bestemmingsplan maakt niet inzichtelijk of deze ontheffing verkregen kan worden.
Sinds de invoering van de Wnb vanaf 1 december 2019 zijn kleine marterachtigen en de egel beschermd en niet meer vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen in het plangebied. In het plangebied zijn diverse ecologische onderzoeken uitgevoerd. Hieronder “Het Rutbeek, Beschouwing van de wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming” van Natuurbank Overijssel d.d. 18 februari 2019. Alle voor het plangebied relevante beschermde soorten en soortgroepen zijn in deze onderzoeken meegenomen. Op basis van deze rapportage zijn alleen van de eekhoorn en levendbarende hagedis wettelijke consequenties vastgesteld. Van de buizerd die in een eerder rapport nog genoemd werd met een mogelijk nestplaats binnen het plangebied wordt
aangegeven dat dit niet gegrond blijkt te zijn. Alle houtopstanden zijn onderzocht en een nest van de buizerd is niet aangetroffen. Vervolgens is er een plan van aanpak geschreven en heeft initiatiefnemer overleg gevoerd met de provincie (bevoegd gezag Wet natuurbescherming) over de haalbaarheid van de ontheffingsaanvaag en de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een ontheffing te krijgen. Dit mede om te voldoen aan de natuurherstelwet. Uitkomst van dat overleg is onder meer dat in het plangebied nieuw leefgebied voor de levendbarende hagedis wordt gerealiseerd. In de door de provincie te verlenen ontheffing zullen voorwaarden worden opgenomen waar bij de inrichting van het leefgebied aan moet worden voldaan. Onderdeel van die voorwaarden kan zijn dat verstoring door betreding tot een minimum moet worden beperkt. 3.5.4
Reclamant vreest voor verstoring van de beschermde soorten.
3.6
Verkeer
3.6.1
De route via Slagersmatenweg, Jacobsrietweg en dan over het park zelf over de verlengde landtong met een brug naar het plangebied was een optie volgens het vorige bestemmingsplan. De route heeft bovendien de minste veiligheidsrisico’s. Reclamant vraagt zich af op basis van welke feiten deze route niet geselecteerd?
Beschermde soorten waarvan vaste rusten verblijfplaatsen en/of andere essentiële onderdelen van het functioneel leefgebied binnen de contouren van het bestemmingsplan komen te liggen zijn levendbarende hagedis en vleermuizen. Voor de levendbarende hagedis is ontheffing aangevraagd bij het bevoegd gezag. Onderdeel van zo’n ontheffing zijn voorwaarden die er voor moeten zorgen dat geen verbodsbepalingen in de Wnb worden overtreden. Voor het overige wordt er verwezen naar de beantwoording van 3.5.1. In het rapport “Ontsluiting Bungalowpark Het Rutbeek” van Royal Haskoning DHV Nederland B.V. is van alle varianten de verschillende aspecten getoetst. Zo is de route over de landtong o.a. te duur om het recreatiepark rendabel te exploiteren en is daarom vervallen. In het rapport wordt een conclusie gedaan en de gemeente heeft dit advies aanvaard en voor route 2 gekozen. Los van de hoge aanlegkosten is het voor de Regio Recreatieschap niet acceptabel omdat daarmee het recreatiegebied in twee delen gesneden wordt door een weg.
Dit zou tevens tot onveilige situaties kunnen leiden voor zeer kleine kinderen en andere gebruikers. Daarbij komt dat de exploitatie voor grootschalige evenementen en kleinschalige activiteiten op het recreatie terrein in het gedrang komen omdat deze het totale gebied hiervoor nodig hebben en deze evenementen en activiteiten niet meer door kunnen gaan in die situatie. Dit zou tevens kunnen leiden tot grote financiële schade. Verder kan aangegeven worden dat de totstandkoming van de keuze van de ontsluiting al in een eerder stadium aan bod is geweest. Onderhavig bestemmingsplan betreft het planologisch mogelijk maken van een gewijzigde inrichting van het reeds planologisch toegestane recreatiepark met bijbehorende ontsluiting via de Hegebeekweg naar aanleiding van het raadsbesluit van 21 oktober 2014. Bij de totstandkoming van dit besluit heeft een gedegen belangenafweging plaatsgevonden door de gemeenteraad. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.14.7.
3.6.2
Reclamant vraagt zich af wat de verhouding is van verkeer naar de horecavoorziening en het verkeer voor het recreatiepark.
3.7
Horeca
3.7.1
De locatie van de horecavoorziening is afwijkend ten opzichte van het raadsvoorstel uit 2014.
Het voorliggende plan betreft een enigszins gewijzigd plan ten opzichte van de eerder voorgestelde inrichting beoogde. De zelfstandige horecabestemming met wellness en een restaurant buiten het recreatiepark is gewijzigd naar enkel een restaurant binnen het recreatiepark. Zie ook de beantwoording van de zienswijze onder 3.7.2. Dit gewijzigde plan zal in het kader van de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan, voorgelegd worden aan de raad.
3.7.2
De projectontwikkelaar heeft in 2017 aangegeven dat een horecavoorziening niet rendabel is.
Deze stellingname heeft geen betrekking op het bestemmingsplan. Deze stellingname heeft geen betrekking Er was eerder een initiatief van een initiatiefnemer voor een wellness met een zelfstandig restaurant aan de overzijde van
het park. Via een verbinding was het de bedoeling dat de parkbezoeker gebruik konden maken van deze horecavoorziening. Dit autonome initiatief is echter niet doorgegaan en daarom wordt de horecavoorziening nu op het park gerealiseerd als onderdeel van de centrale voorziening van het park. Opvattingen ten aanzien van wat wenselijk is en uitvoerbaar kunnen wijzigen. Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op de verbeelding is een aanduiding opgenomen met ‘fysieke afsluiting Hegebeekweg’. Op de verbeelding is met een aanduiding de precieze locatie aangeven van de ontsluiting van het park. Dit is ook in artikel 6.4 van de regels opgenomen.
Reclamant 4 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze van reclamant. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord. Samenvatting zienswijze:
Beantwoording
Reclamant stelt in zijn brief meerdere vragen. Deze vragen zijn informatieverzoeken en worden niet gezien als een zienswijze op het bestemmingsplan. Voor zover mogelijk zullen ze wel voorzien worden van een beantwoording. 4.1
De zienswijze van reclamant is vrijwel identiek aan zienswijze met nummer 1 van deze Nota ‘samenvatting en beantwoording zienswijzen’. De aanvullende zienswijzen zijn hieronder samengevat en van beantwoording voorzien.
4.2
Ontsluiting
4.2.1
Reclamant stelt dat de gemeenteraad verzuimd heeft om een fysieke harde afsluiting te realiseren op de Hegebeekweg ivm mogelijke overschrijding stikstof door gemotoriseerd verkeer op kortere afstand van Natura2000-gebied.
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze met nummer 1 van deze Nota beantwoording zienswijzen.
In de toelichting van het bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek, staat onder paragraaf 4.2.2 Verkeer, bereikbaarheid en parkeren, het volgende beschreven; ’Het gedeelte van de Hegebeekweg dat niet verhard wordt, zal afgesloten worden voor gemotoriseerde doorgaande verkeer. Het langzame verkeer kan nog steeds gebruik maken van dit gedeelte.’ In het rapport van RHDHV wordt onder paragraaf 2.5.2 geadviseerd het niet te verharden gedeelte van de zandweg af te sluiten voor autoverkeer door middel van
bebording en aanvullend met een fysieke afsluiting. In artikel 5.6 van de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die regelt dat er een fysieke afsluiting van de Hegebeekweg moet worden gerealiseerd en in stand gehouden. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.6.1, 3.7.1 en 3.7.2
4.2.2
Reclamant vraagt zich af waarom bij de keuze van de route de belangen van de omwonenden ondergeschikt gemaakt en de verkeersveilige route via de landtong niet is gekozen.
4.2.3
Op welke wijze verhoudt zich dit met de politiek bestuurlijke besluitvorming uit 2014 en 2017. Zie ook paragraaf 4.2.2. Verkeer, bereikbaarheid en parkeren. Hoe worden de gevolgen van eventuele verkeersmaatregelen qua stikstofuitstoot gewogen en meegenomen in de onderhavige besluitvorming? Reclamant meent dat de wegen de verwachte bezoekers van het park en restaurant qua capaciteit niet aankunnen.
Het onderhavige bestemmingsplan is de uitvoering van het raadsbesluit uit 2014. De ontsluiting van het recreatiepark zal via de Hegebeekweg lopen.
4.3
Reclamant meent te lezen in paragraaf 3.3 van de toelichting dat een recreatiepark van 250 woningen geen bestaansrecht heeft.
In de aangehaalde paragraaf staat dat de behoefte juist verschoven is naar grotere recreatiewoningen. Aan deze behoefte wil dit bestemmingsplan tegemoetkomen en biedt de mogelijkheid om recreatiewoningen tot 90 m² op te richten. Dit is over het algemeen ten opzichte van het geldende bestemmingsplan een vergroting van 15 m² per woning. Hiervoor wordt ook verwezen naar het actuele behoefteonderzoek in de bijlage van de toelichting.
4.4
Reclamant vraagt zich af of er in de geprojecteerde verkeersbewegingen rekening is gehouden met 2 auto’s per recreatiewoning en een centrale parkeervoorziening voor 250 recreatiewoningen en extra parkeervoorzieningen voor het restaurant?
Verkeersbewegingen en parkeerbehoefte zijn berekend op basis van CROWpublicatie 317 (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, 2012). Het CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Verder wordt er verwezen naar de beantwoording van de zienswijze onder 1.14.7.
4.2.4
4.2.5
Deze afweging heeft reeds in het verleden plaatsgevonden door de gemeenteraad. Zie hiervoor ook de beantwoording van zienswijze onder 3.6.1. De stelling van reclamant wordt niet nader onderbouwd. De wegen zijn berekend op het beoogde toekomstige gebruik. Verder wordt er verwezen naar de gemeentelijke reactie op het advies van de Dorpsraad Boekelo en de buurtkringen Usselo en Broekheurne aan het begin van de Nota.
4.5
Reclamant vraagt zich af of er in de stikstofberekening rekening gehouden is met 2 auto’s per recreatiewoning en een centrale parkeervoorziening voor 250 recreatiewoningen en extra parkeervoorzieningen voor het restaurant?
Zoals is aangegeven in onder andere de plantoelichting en het rapport ‘Passende beoordeling stikstofdepositie Rutbeek Enschede’ zijn er geen negatieve effecten voor de habitattypen in Natura 2000 gebieden voorzien als gevolg van het voornemen. Er is daarbij gebruik gemaakt van de verkeersbewegingen en parkeerbehoefte op basis van CROWkengetallen. De stikstofberekeningen zijn gebaseerd op het planologisch gebruik waar dit bestemmingsplan in voorziet. Zie ook de beantwoording van de zienswijze onder 4.4.
4.6
Bodem
4.6.1
Reclamant vraagt zich af waarom bodem geen aspect dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beperkt.
Van een belemmering is sprake als er onaanvaardbaar hoge kosten zijn, die het gevolg zijn van de aanwezige bodemverontreinigingen in relatie tot de realisatie van het plan. De financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt door de aanwezigheid van de aangetoonde bodemverontreinigingen in algemene zin niet belemmerd, omdat de betreffende bodemverontreinigingen functiegericht en kosteneffectief kunnen worden gesaneerd. Het is aan de initiatiefnemer van het plan om een afweging te maken om de aanwezige bodemverontreinigingen wel of niet te saneren. De aanwezige bodemverontreinigingen vormen voor de huidige functie geen onaanvaardbare risico’s. Dit is vastgelegd in de beschikking op basis van de Wet bodembescherming van 28 april 2015 met kenmerk 1500058168. Daar waar een functiewijziging optreedt, zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat de nieuwe functie eveneens geen onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt.
4.6.2
In paragraaf 5.1.3 van de toelichting wordt er gekozen om de verontreinigde bodem niet te saneren.
In de afgegeven beschikking is aangegeven dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK en zink in de grond waarvan de sanering niet spoedeisend is. Omdat de sanering niet spoedeisend is, is er geen saneringsdatum vastgesteld voor sanering van de verontreiniging. Aangezien er geen aanwijzingen zijn dat de verhoogde
concentraties aan nikkel en kobalt in het grondwater het gevolg zijn van menselijk handelen, zijn de sterk verhoogde concentraties niet beschouwd als ‘geval van bodemverontreiniging’. Wettelijk gezien is er hierdoor geen verplichting om de aanwezige bodemverontreiniging te saneren. Het is aan de initiatiefnemer om dit eventueel wel te doen. Omdat de definitieve inrichting van het plangebied nog niet vast staat, staat ook nog niet vast of de aanwezige bodemverontreinigingen wel of niet zullen worden gesaneerd. 4.7
Reclamant uit zijn zorgen ten aanzien geluidsoverlast als gevolg van feesten en partijen ter plaatse van het restaurant.
Bij mogelijke activiteiten op het recreatiepark moet worden voldaan aan de geluidsnormen uit de Geluidnota Enschede. In de Geluidnota zijn de geluidsnormen afhankelijk van het gebiedstype. In rustige gebieden, zoals de omgeving van het plangebied is, gelden lagere waarden dan in gebieden met veel activiteiten. Door te voldoen aan de geluidsnormen van de Geluidnota zal geen sprake zijn van geluidshinder.
4.8
Het plangebied ligt op nog geen afstand van 2 km tot een Natura2000gebied. Daarmee is sprake van directe nabijheid van een Natura2000-gebied, zodat getoetst dient te worden aan de Wet Natuurbescherming.
Deze zienswijze betreft een mening en bevat geen inhoudelijke motivering. Deze mening wordt voor kennisgeving aangenomen. Zie de toelichting en bijlagen van het onderhavige bestemmingsplan voor de toetsing aan de Wet natuurbescherming.
4.9
Reclamant vraagt zich of wat de doorlooptijd is van het vergunningentraject i.h.k.v. Wet Natuurbescherming en waarom dit bij het geldende bestemmingsplan is uitgevoerd.
Voor het bestemmingsplan is het niet relevant of een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is, laat staan of deze op moment van vaststellen al aangevraagd of verleend is. Bepalend is dat op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan voldoende zekerheid bestaat dat, rekening houdende met de instandhoudingsdoelstellingen, de natuurlijke waarden van Natura2000gebieden niet worden aangetast. Wanneer er een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is betreft dat een aparte procedure met eigen mogelijkheden voor het instellen van bezwaar en beroep. Voor nadere informatie daarover wordt verwezen naar de website van de provincie Overijssel, het
bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. 4.10
Reclamant is van mening dat het businessplan van initiatiefnemer door de gemeente dient te worden getoetst.
Voor het aangaan van een exploitatieovereenkomst met een ontwikkelaar wordt het business plan van de ontwikkelaar niet als zodanig getoetst. Wel wordt gekeken naar de inhoud, opzet, uitwerking en fasering van de plannen van de ontwikkelaar omdat op basis van deze gegevens het bestemmingsplan zal moeten worden herzien. De ontwikkelaar dient de gemeente dus wel in detail mee te nemen in zijn plannen. De gemeente verleent immers alleen haar medewerking aan het ruimtelijk planologisch mogelijk maken van de plannen van de ontwikkelaar op het moment dat zij deze plannen wenselijk vindt en deze ook haalbaar acht. In de exploitatieovereenkomst met de ontwikkelaar wordt het wettelijk verplichte kostenverhaal voor het herzien van het bestemmingsplan geregeld en verzekerd. Regio Recreatieschap is als eigenaar primair verantwoordelijk voor de (door)ontwikkeling van het Rutbeek.
Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Reclamant 5 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In de onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze van reclamant. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord. Samenvatting zienswijze: 5.1
De zienswijze van reclamant is identiek aan zienswijze met nummer 4 van deze Nota ‘samenvatting en beantwoording zienswijzen’.
Beantwoording Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze met nummer 4 van deze Nota beantwoording zienswijzen.
Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Reclamant 6 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In de onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze van reclamant. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord. Samenvatting zienswijze: 6.1
De zienswijze van reclamant is identiek aan zienswijze met nummer 4 van deze Nota ‘samenvatting en beantwoording zienswijzen’.
Beantwoording Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze met nummer 4 van deze Nota ‘samenvatting en beantwoording zienswijzen’.
Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Reclamant 7 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In de onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze van reclamant. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord. Samenvatting zienswijze:
Beantwoording
Reclamant stelt in zijn brief meerdere vragen. Deze vragen zijn informatieverzoeken en worden niet gezien als een zienswijze op het bestemmingsplan. Voor zover mogelijk zullen ze wel voorzien worden van een beantwoording. 7.1
Wijzigingen
7.1.1
Reclamant verzoekt om een volledige lijst van wijzigingen ten opzichte van de teksten die in eerste instantie in procedure zijn gebracht.
In dit deel van het bestemmingsplanproces, het beantwoorden van zienswijzen, is het niet van belang om een lijst van wijzigingen op te stellen tussen een eerder ter visie gelegd plan voor 290 recreatiewoningen en het plan dat in 2019 (250 recreatiewoningen) ter visie is gelegd. De lijst van wijzigingen t.o.v. 2019 is als laatste paragraaf bij dit document gevoegd.
Ruimtelijke kwaliteit 7.2.1
Reclamant vraagt zich af op welke wijze het plan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en wijst hierbij op de Gids Buitenkans uit 2014 en het provinciale gedachtegoed van behouden en versterken van de leefbaarheid en diversiteit.
7.2.2
Op welke wijze wordt een bijdrage geleverd aan: a. de ecologische omgeving
De Gids Buitenkans is niet aan de orde omdat het hier om een actualisatie gaat van geldende planologische rechten. Het kan niet gezien worden als een nieuwe ontwikkeling zoals in de Gids Buitenkans bedoeld wordt. De beoogde actualisering van het bestemmingsplan past binnen de kaders van het provinciale beleid. In de toelichting staat gemotiveerd waarom de ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit.
7.2.3
b. de bezoekers uit Enschede; c. omwonenden Reclamant wil weten op welke punt het plan afwijkt van het geldende bestemmingsplan.
Het voorliggende plan is niet geheel nieuw. De planologische rechten voor een recreatiepark staan al opgenomen in het geldende bestemmingsplan Buitengebied Zuidoost uit 2013. Het voorliggende plan verlaagt het aantal toegestane recreatiewoningen en vergroot de oppervlakte van de recreatiewoningen. Daarnaast wordt er de bestemming “Natuur” toegevoegd, het bouwvlak in het zuiden van het plangebied beperkt en het restaurant beperkt tot een aangewezen locatie. Het voorgaande draagt voldoende bij aan rechtszekerheid en ruimtelijke kwaliteit.
7.2
Reclamant vraagt zich af wie eigenaar van de Hegebeekweg is in relatie tot hoofdstuk 7 van de toelichting waarin staat dat Regio Twente (thans genaamd Regio Recreatieschap) eigenaar is van de gronden in het plangebied.
De Hegebeekweg is eigendom van de gemeente Enschede. Het overige deel van het plangebied is in eigendom van de Regio Recreatieschap. De opmerking leidt tot aanpassing van de toelichting.
7.2.1
Reclamant vraagt zich af welke WABOprocedure beoogt de gemeente bij de in te dienen omgevingsvergunning?
Na het verkrijgen van rechtskracht van het bestemmingsplan kan de initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvragen. Deze vergunningaanvraag zal conform de bepalingen uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) afgehandeld worden.
7.3
Naleving regels
7.3.1
Reclamant vraagt zich af op welke wijze de gemeente handhavend kan optreden, wanneer toekomstige eigenaren en exploitanten zich niet houden aan de voorwaarden van duurzaam bouwen? Reclamant is van mening dat het bestemmingsplan geen juridische waarborg biedt voor de beschreven duurzaamheidsaspecten in de toelichting van het bestemmingsplan.
De duurzaamheidsaspecten die beschreven zijn in de toelichting hebben geen bovenwettelijke vereiste. Als gevolg daarvan worden er in de regels geen vereisten opgenomen. Vergelijkbaar met het geldende bestemmingsplan.
7.3.2
Reclamant is van mening dat verloedering met name door verkoop aan particulieren van datgene dat op basis van het bestemmingsplan mogelijk is om te realiseren, niet kan worden voorkomen met de regels uit het ontwerpbestemmingsplan
Zie voor de beantwoording van deze zienswijze de beantwoording onder 1.5.1 en 1.5.2 van deze Nota.
7.3.3
De instructienorm in 2.12 lid 1 en 2 van de Omgevingsverordening Overijssel wordt niet nageleefd. In de regels staat niet omschreven wat onder “bedrijfsmatig” wordt verstaan.
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze onder 1.5.1. en 1.5.2 van deze Nota.
7.4
Financieel
7.4.1
Reclamant zet vraagtekens bij dat het plan uitgaat van een groot economisch rendement voor de gemeente. Dit wordt onderbouwd met dat het bestemmingsplan uitgaat van banen en niet fte, er geen toelichting is over de publieke kosten voor de aanleg (waaronder infra, riool) en exploitatie. Noch dat initiatiefnemer aantoont garant te kunnen staan voor de kosten.
7.4.2
Reclamant vraagt zich af of de Zie de beantwoording van zienswijze onder beschreven economische rendementen 7.4.1 van de Nota. Verder kan aangegeven reëel zijn. worden dat de kosten van de ontwikkeling van het volledige park voor rekening en risico zijn van de ontwikkelaar. De gronden bestemd voor het park zijn eigendom van Regio Recreatieschap, niet van de Gemeente Enschede.
Het is de verwachting dat de ontwikkeling van de recreatiewoningen bij Het Rutbeek economisch rendement zal gaan opleveren. Dit economische rendement zal in ieder geval bestaan uit een toename van het aantal banen in Enschede. Ook zal de gemeente meer OZB kunnen innen op het moment dat de recreatiewoningen worden gerealiseerd. Ander economisch rendement lijkt aannemelijk, zoals toename bezoek aan de binnenstad van Enschede. Ten aanzien van het kostenverhaal wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze onder 7.4.2. van deze Nota.
In de exploitatieovereenkomst met de ontwikkelaar is overeengekomen dat de ontwikkelaar de kosten van herziening van het bestemmingsplan betaalt, alle door de gemeente uitgekeerde vergoedingen van planschade aan de gemeente vergoedt, de aanpassingen in de infrastructuur (wegen) op en nabij het recreatiepark betaalt, als ook dat de ontwikkelaar aansprakelijk is voor schade die door verkeer dat betrokken is bij de realisatie van het park wordt veroorzaakt aan de openbare weg c.q. het openbare gebied. 7.4.3
Reclamant vraagt zich af of er garanties zijn dat er voor dit plan geen publieke middelen moeten worden aangesproken.
Het college en gemeenteraad hebben geen gelden toegezegd. Ook is het niet te verwachtten dat dit zal gebeuren. Op het moment dat de ontwikkelaar failliet gaat, is de gemeente niet verplicht met publieke middelen bepaalde financiële
verplichtingen van de ontwikkelaar over te nemen. Als het bestemmingsplan in procedure is en uiteindelijk een bestemmingswijziging onherroepelijk wordt, rust die nieuwe bestemming op gronden van Regio Recreatieschap. 7.5
Stikstof
7.5.1
Reclamant vraagt zich af wat de gevolgen zijn van de recente uitspraak van Raad van State ten aanzien van het PAS voor het ontwerpbestemmingsplan.
De recente uitspraak van de Raad van State t.a.v. de toepassing van het PAS heeft geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt niet vastgesteld op basis van het Programma Aanpak Stikstof (dat kan ook niet).
7.5.2
Reclamant vraagt zich af of de onderzoeksrapporten ten aanzien van stikstof actueel, opgesteld volgens gemeentelijke regels?
Reclamant verwijst vooraf aan zijn vraag naar een onderzoek, notitie m.e.r.beoordeling “recreatie- en horecavoorzieningen Recreatiepark Rutbeek” van Oranjewoud dd. 18 juli 2012. Dit onderzoek ligt niet ten grondslag aan het ontwerpbestemmingsplan. Er is een nieuwe mer-beoordeling opgesteld, waarbij het plan in zijn geheel is beschouwd. Het nieuwe rapport is gevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Zie ook meer uitgebreid paragraaf 5.1.1 van de plantoelichting, waarin uitgebreid ingegaan is op de geactualiseerde mer-beoordeling, inclusief de wettelijke grondslag daarvan. Verder wijzen wij erop dat er ook nieuwe stikstofberekeningen in de vorm van een nieuwe voortoets en een nieuwe passende beoordeling zijn opgesteld. Zie daarover uitgebreid paragraaf 5.3.1 van de plantoelichting. Zoals daaruit volgt kan het bestemmingsplan in overeenstemming met de Wet natuurbescherming worden vastgesteld.
7.5.3
Reclamant vraagt zich af welke gevolgen de actuele ontwikkelingen rond het PAS en de nieuwe recreatieve initiatieven op het Rutbeek hebben voor de m.e.r. en de stikstofdepositiebeoordeling
Zoals hiervoor reeds opgemerkt heeft de uitspraak van de Raad van State t.a.v. de toepassing van het PAS geen gevolgen voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Voor dit bestemmingsplan is de Natura 2000-plantoets als bedoeld in artikel 2.7 lid 1 jo. 2.8 Wet natuurbescherming doorlopen. Het plan is en wordt niet gestoeld op het Programma Aanpak Stikstof. Zie paragraaf 5.3.1. Voor een nadere toelichting op de herziene mer-
beoordeling verwijzen wij naar paragraaf 3.1.1 van de plantoelichting. . 7.6
Ontsluiting
7.6.1
Reclamant is het oneens met de wijze waarop de aangedragen alternatieve ontsluiting door het college van burgemeester en wethouders en de stadsdeelcommissie is afgewogen, alsmede de wijze waarop hierover gecommuniceerd is.
De besluitvorming en wijze van behandeling door het college en de stadsdeelcommissie en de bijbehorende communicatie uit het verleden is genomen door de gemeenteraad. Het besluit is genomen op basis van brede overwegingen. Dit staat in zoverre op dit moment niet ter discussie. Er kan daarom tegen die voorbereidingsbeslissingen separaat geen bezwaar gemaakt worden daartegen. Inhoudelijk voor wat betreft de ontsluiting wijzen wij op paragraaf verkeer, bereikbaarheid en parkeren van de plantoelichting. Verder kan aangegeven worden dat het college van B&W opdracht van de gemeenteraad heeft gekregen (raadsbesluit 21 oktober 2014) om een bestemmingsplan voor het recreatiepark met bijbehorende ontsluiting via de Hegebeekweg planologisch mogelijk te maken. Het onderhavige bestemmingsplan is hiervan het resultaat.
7.6.2
Reclamant mist het gezamenlijk advies van de dorpsraad Boekelo en de buurtkringen Usselo en Broekheurne.
Het advies is in deze nota rechtstreeks opgenomen. Wij verwijzen naar de reactie in deze nota. Naar aanleiding van het advies van de buurtkringen Broekheurne en Usselo en de dorpsraad Boekelo, heeft er op 3 oktober 2019 een fietstocht met wethouder Kampman plaatsgevonden om hun zorgen met betrekking tot de ontsluiting duidelijk te maken. Graag zien ze een spreiding van het verkeer richting Haaksbergerstraat en Geessinkweg. Middels bewegwijzering is het mogelijk om de route vanaf de Intratuin te sturen waarbij het de voorkeur heeft Usselo te ontzien. Uit het overleg tijdens de fietstocht is overeenstemming bereikt over de ontsluiting vanaf de Hegebeekweg. Zie de kaart met routes in het begin van deze Zienswijzennota voor de beoogde verkeersafhandeling van het recreatiepark. In het onderhavige bestemmingsplan is enkel aangegeven dat de ontsluiting van
het recreatiepark via de Hegebeekweg dient te lopen naar aanleiding van eerdere besluitvorming door de gemeenteraad. Omdat dit gedeelte van de Hegebeekweg verhard zal gaan worden is het opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan. Hoe het verkeer vervolgens vanaf de Hegebeekweg zal gaan maakt geen onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan. Om het verkeer verder te kunnen sturen is bewegwijzering nodig. Voor het aanbrengen van bewegwijzering is geen verkeersbesluit of aanpassing van het bestemmingsplan nodig. De gemeente hecht grote waarde aan het advies van de wijk- en dorpsraden. In elke bestemmingsplanprocedure wordt advies opgevraagd aan deze adviesorganen. Dit advies wordt meegewogen bij de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan alsook bij uiteindelijke vaststelling van het bestemmingsplan.
7.7
Reclamant vraagt zich af welke waarde de gemeente hecht aan het gevraagde advies van dorpsraden en wijkraden?
7.8
Duurzaamheid
7.8.1
Reclamant hekelt de bereikbaarheid van het Rutbeek met openbaar vervoer of met aanleg van fietspaden richting het park.
Deze mening wordt voor kennisgeving aangenomen.
7.8.2
Reclamant vraagt zich af of de gemeente of provincie plannen heeft om het plangebied te ontsluiten met een busverbinding en aantrekkelijke fietsverbinding.
Het park zal niet direct ontsloten worden door openbaar vervoer. In het buitengebied is het bijna overal goed fietsen. De stad is per fiets ook goed bereikbaar.
7.9
Veiligheid en overlast
7.9.1
Reclamant verwacht dat aanpassingen aan de wegen het landschappelijk karakter aantasten, danwel overlast voor aanwonenden.
Het onderhavige bestemmingsplan maakt enkel planologisch mogelijk dat een deel van de Hegebeekweg verhard mag worden. Dit zal naar onze mening niet leiden tot aantasting van het landschappelijke karakter. Verder wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze onder 1.13.3 van deze Nota.
7.9.2
Reclamant vraagt zich af op welke wijze de veiligheid en het voortbestaan van de wandel, fiets en ruiterroutes in de omgeving van het plan in het plan worden gewaarborgd.
Het bestemmingsplan is niet het instrument dat hiervoor zorgdraagt. De wandel, fiets en ruiterroutes in de omgeving van het plan in het plan blijven behouden.
7.9.3
Reclamant vraagt zich af hoe rekening gehouden wordt met de belangen van de omwonenden indien de
Indien er op structureel basis verkeersproblemen ontstaan, kan te zijner tijd beoordeeld worden of nadere
verkeersintensiteit toeneemt en wegen maatregelen wenselijk zijn. Hier kunnen de daarop aangepast moeten worden. omwonenden een rol bij spelen.
Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het parkeeronderzoek uit 2018 is genoemd in de toelichting en is aan de bijlagen van de toelichting toegevoegd. De toelichting zal aangepast worden na aanleiding van de zienswijze onder 7.2.
Reclamant 8 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In de onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze van reclamant. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord. Samenvatting zienswijze: 8.1
Reclamant verwacht geluidshinder als gevolg van een grootschalig park.
8.2
Reclamant maakt zich zorgen over de natuurlijke woonplaats van diverse dieren.
Beantwoording Onder het geldende bestemmingsplan is al een recreatiepark mogelijk. Onderhavig plan stelt de aantal recreatiewoningen omlaag. Uit het akoestisch rapport volgt dat er geen grenswaarden worden overschreden. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt ook verwezen naar 1.14.9. Verder wordt opgemerkt dat het park zal worden gesitueerd in een nieuw aan te planten landschappelijke omgeving die ervoor zorgdraagt dat de impact op de omgeving zal worden geminimaliseerd. Reclamant geeft geen nadere inhoudelijke onderbouwing van zijn standpunt. Deze mening wordt voor kennisgeving aangenomen. In het plangebied zijn diverse ecologische onderzoeken uitgevoerd. Hieronder “Het Rutbeek, Beschouwing van de wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming” van Natuurbank Overijssel d.d. 18 februari 2019. Alle voor het plangebied relevante beschermde soorten en soortgroepen zijn in deze onderzoeken meegenomen. Op basis van deze rapportage zijn alleen van de eekhoorn en levendbarende hagedis wettelijke consequenties vastgesteld. Van de buizerd die in een eerder rapport nog genoemd werd met een mogelijk nestplaats binnen het plangebied wordt aangegeven dat dit niet gegrond blijkt te zijn. Alle houtopstanden zijn onderzocht en
een nest van de buizerd is niet aangetroffen. Vervolgens is er een plan van aanpak geschreven en heeft de opdrachtgever overleg gevoerd met de provincie (bevoegd gezag Wet natuurbescherming) over de haalbaarheid van de ontheffingsaanvaag en de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een ontheffing te krijgen. Uitkomst van dat overleg is onder meer dat in het plangebied nieuw leefgebied voor de levendbarende hagedis wordt gerealiseerd. In de door de provincie te verlenen ontheffing zullen voorwaarden worden opgenomen waar bij de inrichting van het leefgebied aan moet worden voldaan. Onderdeel van die voorwaarden kan zijn dat verstoring door betreding tot een minimum moet worden beperkt. 8.3