Bijlage 1_Nota beantwoording zienswijzen BP (ANONIEM-tbv publicatie)
Tekst van het document
Bestemmingsplan + Beeldkwaliteitsplan “Recreatiepark Rutbeek” Nota beantwoording zienswijzen
Geanonimiseerde versie: niet t.b.v. publicatie
Gemeente Enschede Cluster Omgeving & Recht Afdeling Bestemmen Maart 2024
NOTA BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN BESTEMMINGSPLAN Bestemmingsplan: Recreatiepark Rutbeek Dossiernummer: BP00175 Het bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek voorziet in de realisatie van een recreatiepark met maximaal 250 recreatiewoningen met bijbehorende voorzieningen, waarbij het park vanaf de Hegebeekweg ontsloten zal worden. Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken hebben van 29 augustus 2019 tot en met 9 oktober 2019 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende de inzagetermijn zijn 27 zienswijzen ingediend, waarvan één zienswijze door 120 personen is ondertekend. Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend en zijn ontvankelijk. Deze zienswijzen worden in deze nota samengevat en beantwoord. Buiten de terinzageleggingsperiode van 6 weken zijn nog 7 zienswijzen ingediend. Deze zijn niet ontvankelijk en zijn als zodanig aangegeven in deze nota. Ook is het advies van de Buurtkringen Broekheurne en Usselo en de Dorpsraad Boekelo en de reactie van de gemeente opgenomen in deze nota. Overzicht indieners zienswijzen: Indiener 1
Datum zienswijze 8 oktober 2019
Datum ontvangst 8 oktober 2019
2
9 oktober 2019 14 november 2019 8 oktober 2019
9 oktober 2019 14 november 2019 8 oktober 2019
2 december 2019
2 december 2019
8 oktober 2019 26 september 2019 7 oktober 2019 7 oktober 2019 7 oktober 2019 7 oktober 2019 2 oktober 2019 30 september 2019 1 oktober 2019 8 oktober 2019 1 oktober 2019 9 oktober 2019 7 oktober 2019 9 oktober 2019 8 oktober 2019 7 oktober 2019 8 oktober 2019 9 oktober 2019 9 oktober 2019 9 oktober 2019
9 oktober 2019 9 oktober 2019 8 oktober 2019 8 oktober 2019 8 oktober 2019 9 oktober 2019 8 oktober 2019 3 oktober 2019 10 oktober 2019 9 oktober 2019 10 oktober 2019 9 oktober 2019 9 oktober 2019 9 oktober 2019 8 oktober 2019 7 oktober 2019 9 oktober 2019 9 oktober 2019 9 oktober 2019 9 oktober 2019
3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27
28 september 2019 2 september 2019 3 oktober 2019 8 oktober 2019 3 oktober 2019
22 oktober 2019 2 september 2019 14 oktober 2019 8 oktober 2019 3 oktober 2019
Advies van de Buurtkringen Broekheurne en Usselo en de Dorpsraad Boekelo
Reactie op advies van de Buurtkringen Broekheurne en Usselo en de Dorpsraad Boekelo Naar aanleiding van het advies van de buurtkringen Broekheurne en Usselo en de dorpsraad Boekelo, heeft er op 3 oktober 2019 een fietstocht (schouwronde) met wethouder Kampman plaatsgevonden om hun zorgen met betrekking tot de ontsluiting duidelijk te maken. Ze zijn niet tegen het park, maar ze maken zich zorgen om de ontsluiting via Usselo. Graag zien ze een spreiding van het verkeer richting Haaksbergerstraat en Geessinkweg. Middels bewegwijzering is het mogelijk om de route vanaf de Intratuin te adviseren of begeleiden waarbij het de voorkeur heeft Usselo te ontzien. Uit het overleg tijdens de fietstocht is overeenstemming bereikt over de ontsluiting vanaf de Hegebeekweg. Zie onderstaande kaart met routes voor de beoogde verkeersafhandeling van het recreatiepark. In het onderhavige bestemmingsplan is enkel aangegeven dat de ontsluiting van het recreatiepark via de Hegebeekweg dient te lopen naar aanleiding van eerdere besluitvorming door de gemeenteraad. Omdat dit gedeelte van de Hegebeekweg verhard zal gaan worden is het opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan. Hoe het verkeer vervolgens vanaf de Hegebeekweg zal gaan maakt geen onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan. Om het verkeer verder te kunnen begeleiden is bewegwijzering nodig.
Voor het aanbrengen van bewegwijzering is geen verkeersbesluit of aanpassing van het bestemmingsplan nodig.
Vervolgens is er gezamenlijk besloten dat na ingebruikname van het park gekeken zal worden of er een eventuele verbreding van de Usselerveenweg noodzakelijk wordt geacht. Onderhoud aan wegen in Enschede vindt risico gestuurd plaats, hierdoor is dit niet planbaar maar wel beheersbaar. Op het moment dat onderhoud noodzakelijk is zal met de omwonenden worden afgestemd hoe om te gaan met een eventuele rijbaanverbreding. Na de schouwronde is de vraag van de dorpsraden en vanuit de klankbordgroep over de afhandeling van het bouwverkeer teruggekoppeld en afgestemd met de initiatiefnemers. Naar aanleiding hiervan is afgesproken dat de initiatiefnemers voor aanvang van de werkzaamheden en in het bijzonder voor er sprake zal zijn van bouwstromen voor de realisatie van de ontsluiting en het vastgoed, een routing van het bouwverkeer ter goedkeuring zal voorleggen aan de gemeente Enschede. Het ligt in de lijn van de afspraken dat de omwonenden hierover zullen worden geïnformeerd. Hiervoor zullen t.z.t. nader afspraken worden gemaakt.
SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN Algemene punten - Gevestigd recht, immers grotendeels actualisatie plan Het Rutbeek is ontstaan door zandafgraving en vanaf de jaren zestig aangemerkt als recreatiegebied. Het is al tientallen jaren een recreatiegebied met een recreatieve bestemming en wordt tevens gebruikt als evenemententerrein. Een natuurgebied in de zin van Natura 2000 is het Rutbeek niet. Begin jaren 80 heeft de gemeenteraad besloten om een recreatiepark toe te staan met 290 recreatiewoningen. Dit is in 1997 en in 2013 nog eens bekrachtigd door de gemeenteraad bij de actualisaties van het bestemmingsplan Buitengebied. Ook is er al bouwvergunning verleend voor 290 recreatiewoningen. In het kader van rechtszekerheid en betrouwbaarheid zijn dit verkregen rechten en kunnen deze niet zomaar ongedaan gemaakt worden. De Regio Twente (thans genaamd Regio Recreatieschap) heeft in januari 2010 een visie vastgesteld voor het recreatiegebied Het Rutbeek. De daling van het bezoekersaantal is één van de aanleidingen om projecten te ontwikkelen die leiden tot verbreding van het gebruik van het gebied en het aantrekken van nieuwe doelgroepen. Een van de projecten uit de visie is de realisatie van een bungalowpark van hoge kwaliteit en een aantrekkelijk jaarrond geopende horecavoorziening, die tevens kan voorzien in de wensen van dagrecreanten op Het Rutbeek.
De randvoorwaarden van Regio Twente (thans genaamd Regio Recreatieschap) zijn met een ontwikkelende partij vertaald naar een ontwerp dat als basis heeft gediend voor een bestemmingsplan. Op 21 oktober 2014 heeft de gemeenteraad besloten het college opdracht te geven een bestemmingsplan op te stellen om de gewijzigde plannen voor een bungalowpark bij het Rutbeek en de ontsluiting daarvan planologisch mogelijk te maken en daarbij te kiezen voor een ontsluiting via de Hegebeekweg. Het college heeft ervoor gekozen om medewerking te verlenen aan het opstarten van een procedure om het geldende bestemmingsplan te actualiseren. Het aantal recreatiewoningen zal worden teruggebracht van 290 naar 250, maar met een groter volume (van 6 naar 8 persoons) zodat het aansluit bij de actuele vraag. Verder is het bestemmingsplan voorzien van een gedegen onderbouwing en zal bovendien een bijdrage leveren aan de versterking van de economie en het toeristisch/recreatief aanbod van gemeente Enschede. Reclamant 1 Reclamant heeft tijdig een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Deze zienswijze is mede namens 92 personen ingediend. Ook is er een aanvulling ingediend waarin nogmaals namens 28 personen de zienswijze wordt ingediend. Verder is er in de zienswijze verzocht om een extra termijn om een eventuele aanvulling te doen. Hier is gehoor aan gegeven.
Gedurende deze extra termijn is er een aanvulling ontvangen van reclamant welke meegenomen zal worden in de verdere procedure. In de tweede aanvulling zijn naast een inhoudelijke toevoeging/aanvulling van de reeds ingediende zienswijze ook zeven extra reclamanten naar voren gebracht. Deze zijn buiten de oorspronkelijke termijn ingediend en zijn niet ontvankelijk. In de onderstaande tabel volgt een samenvatting van de zienswijze van reclamant. Aan de hand van die samenvatting worden de reacties en bezwaren uit de zienswijze beantwoord.
Samenvatting zienswijze: 1.1
Algemeen
1.1.1
Reclamant geeft aan zienswijzen in te brengen tegen het ontwerpbestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek” en het ontwerp Beeldkwaliteitsplan “Rutbeek Enschede”. Ook maakt reclamant bezwaar tegen het besluit d.d. 21 mei 2019 van het college van burgemeester en wethouders dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld voor het onderhavige bestemmingsplan, maar dat er volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.beoordeling. Reclamant kan zich niet verenigen met het besluit, noch de inhoud van de aanmeldnotitie.
1.1.2
1.1.3
1.2 1.2.1
Reclamant geeft aan de zienswijze mede namens belanghebbenden te hebben ingediend. Bij de zienswijze is een lijst met 92 personen en bijbehorende machtigingen toegevoegd. In een aanvulling is nogmaals namens 28 personen met machtigingen de zienswijze ingediend. Indien er machtigingen ontbreken zullen deze nog worden nagestuurd. Reclamant heeft verzocht om hun een extra termijn te gunnen zodat zij de zienswijze nog kunnen aanvullen. Dit in verband met het grote aantal bijlagen en recente onderzoeken die bij het bestemmingsplan zijn gevoegd. Recreatie Reclamant geeft aan dat het beoogde vakantiepark ongeveer een zesde deel van de omtrek van het Rutbeek beslaat. Het is geprojecteerd in het deel met de grootste natuurwaarde. Het gebied heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een zeldzaam heide- en bosgebied. Door de aanleg van het park wordt het gebied ingrijpend en onherstelbaar verstoord.
Beantwoording De inhoudelijke aspecten van de zienswijze van reclamant worden in het onderstaande gedeelte van de tabel samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. In de zienswijze volgt geen inhoudelijke onderbouwing waarom een zienswijze tegen het Beeldkwaliteitsplan (BKP) wordt ingediend. Er wordt derhalve vanuit gegaan dat reclamant tegen de beoogde ontwikkeling is en daarom ook tegen het bijbehorende BKP. In de beantwoording van punt 1.8 van deze zienswijze zal nader ingegaan worden op de aspecten m.b.t. de m.e.r.-regelgeving. Omdat reclamant gemachtigd is namens 120 personen te reageren zal de correspondentie gericht worden aan reclamant.
Reclamant heeft een schriftelijke bevestiging ontvangen waarin een extra termijn van 2 weken wordt gegund voor het eventueel aanvullen van hun zienswijze. Hier is gebruik van gemaakt.
Het Rutbeek en Boekelo zien wij als belangrijkste toeristische ontwikkelgebied in het landelijk gebied van Enschede. De al aanwezige intensiteit van toeristischrecreatieve functies maakt het om die reden ook interessant voor de komst van een vakantiepark. Wij zijn het eens dat een toevoeging van bebouwing een impact gaat hebben op dat stuk landschap en anderzijds zal een toename van toeristen bijdragen aan het versterken van de recreatieve functies in dat gebied waar andere inwoners weer van kunnen profiteren. Inmiddels is er nieuw beleid vastgesteld (Visie landelijk gebied, Gids Buitenkans 2022). Teksten hieruit over
het Rutbeek zijn toegevoegd in de toelichting van het bestemmingsplan. Ten aanzien van het landschap kan aangegeven worden dat er een goede landschappelijke inpassing en invulling van de openbare ruimte dient plaats te vinden. Reclamant onderbouwt niet waarom hij vindt dat er sprake is van een zeldzaam heide- en bosgebied en ook niet dat dit deel van Het Rutbeek (plangebied) de grootste natuurwaarde heeft van het gehele Rutbeek. Het is een waardeoordeel van reclamant. Er heeft een gedegen natuuronderzoek plaatsgevonden naar de aanwezige natuurwaarden in het plangebied. De uitkomsten hiervan maken onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan. Wel kan er aangegeven worden dat er bos en heide aanwezig is. Belangrijke natuurgebieden met beschermde plant- en diersoorten worden geschaard onder de Natura 2000 gebieden en daar is hier geen sprake van. Sinds jaar en dag is hier sprake van een recreatiegebied. In het onderhavige bestemmingsplan zijn enkele delen bestemd als bosgebied waardoor er geen bebouwing kan plaatsvinden. Een ander deel van het bosgebied is buiten het plangebied gelaten, mede omdat er mogelijke archeologische waarden aanwezig zijn en ook in dit gebied mag niet gebouwd worden. In de toelichting van het bestemmingsplan (hoofdstuk 4.5 Cultuurhistorie) heeft geleid tot het aanpassen van het plangebied. Er is een ‘hap’ uit gehaald.
Verder kan aangegeven worden dat de aanwezige heide in het plangebied
1.2.2
Reclamant geeft aan dat het park zichtbaar is vanaf elke hoek van het Rutbeek. Er zal zicht zijn op een stedelijke rand.
1.2.3
Er zijn veel gebruikers van het Rutbeek en het omliggende gebied m.b.t. zwemmen, watersport, wandelen fietsen en mountainbiken. Door de aanleg van het recreatiepark wordt deze gebruiksmogelijkheden ernstig aangetast.
beschermd wordt middels de bestemming natuur. Sinds de jaren 80 is dit deel van het recreatiegebied Rutbeek al bestemd voor recreatiebungalows. Aangegeven kan worden dat het park zorgvuldig zal worden ingepast waarbij aandacht wordt besteed aan het landschap en het zicht op het park. Daarnaast is er een Beeldkwaliteitsplan opgesteld die eisen stelt aan de beoogde bebouwing waardoor deze passend zal zijn in het Twentse landschap. Aangezien het Rutbeek een recreatieterrein is met diverse recreatieve activiteiten waar tevens evenementen gehouden worden, zijn er rondom het Rutbeek op diverse locatie gebouwen gesitueerd. De recreatiewoningen worden gebouwd binnen een nieuw in te richten landschappelijk kader en sluiten aan bij een al bestaand landschap. Reclamant geeft geen nadere onderbouwing waarom de recreatieve mogelijkheden worden aangetast. Aangegeven kan worden dat door de komst van het recreatiepark de recreatieve mogelijkheden voor de huidige gebruikers niet worden aangetast. Na uitvoering van de beoogde ontwikkeling blijft deze toegankelijk met een openbare wandelen fietsroute. Ter aanvulling op het recreatieve aanbod van het gebied wordt in het onderhavige plan naast de bestaande dagrecreatie de mogelijkheid geboden tot verblijfsrecreatie.
Daarnaast maakt het plan een restaurant mogelijk waar ook de dagrecreanten van het Rutbeek gebruik van kunnen maken (zie artikel 5 van de regels bestemmingsomschrijving Recreatie – Verblijfsrecreatie). De conclusie is dat de recreatieve mogelijkheden worden vergroot (mogelijkheid tot verblijfsrecreatie en gebruik restaurant).
1.3 1.3.1
Behoefte Reclamant verwijst naar de tabel op blz. 9 van het onderzoek van Van der Reest Advies van 6 juli 2018. Reclamant stelt dat uit deze tabel geen duurzame en structureel stijgende vraag naar vakantiewoningen in Twente naar voren
Het bestemmingsplan betreft een afname van het huidig planologisch maximum aantal van 290 recreatiewoningen naar 250 recreatiewoningen. Hieronder zal een nadere onderbouwing gegeven worden van de actuele behoefte naar huisjesterreinen en groepsaccommodaties in Twente.
komt. De toekomstige vraag naar vakantiewoningen wordt niet onderbouwd.
Positieve ontwikkeling vraag naar huisjesterreinen in Twente De parkopzet van Het Rutbeek valt voor het grootste deel onder de definitie van huisjesterreinen. Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van het aantal overnachtingen op huisjesterreinen in Twente. Duidelijk is dat de vraag zich de afgelopen 5 jaar positief heeft ontwikkeld. De trendlijn is stijgend van circa 900.000 overnachtingen in 2014 naar circa 1,2mln. In 2018, met alleen in 2016 een lichte daling ten opzichte van 2015. Deze ontwikkeling laat zien dat sprake is van een trendmatige groei van de vraag naar recreatiewoningen. Verwachting is dat deze trend de komende jaren zal doorzetten zodat de vraag naar recreatiewoningen in de toekomst verder zal groeien.
Positieve ontwikkeling vraag naar groepsaccommodaties in Twente In het bestemmingsplan is de mogelijkheid tot het realiseren van groepsaccommodaties opgenomen. In de begrippenlijst wordt een groepsaccommodatie als volgt gedefinieerd: 1.28 GROEPSACCOMODATIE Het gaat hierbij om de situering van vier recreatiewoningen op of rond een erf. Dit kan zijn als één volume (één groot gebouw bijv. een boerderijtype waarbij de groepsaccommodatie gerekend wordt als 4 recreatiewoningen) of geclusterd (niet in één volume) rondom een erf. Een groepsaccommodatie kan zowel een cluster van 4 bungalows zijn (die ook los kunnen worden verhuurd) als één gebouw. Dit is een flexibiliteit die in het bestemmingsplan is ingebouwd. Hierdoor kan het park meeliften op de positieve ontwikkeling van de vraag naar huisjesterreinen en kan ook de groepsmarkt worden aangeboord.
Recente cijfers laten zien dat ook de groepsmarkt in Twente zich vanaf 2016 positief ontwikkelt. Onderstaande grafiek laat deze ontwikkeling zien.
Bron: Kennisplatform Oost 2019
1.3.2
Reclamant stelt dat Van der Reest Advies aangeeft dat er sprake is van een kwalitatieve vraag naar vakantieparken. Van der Reest Advies baseert dit op eigen bewerking van Het Gastenboek Verblijfsrecreatie. De vergelijking tussen de Regio Monitor en de eigen bewerking van Het Gastenboek wordt niet inzichtelijk gemaakt, terwijl dit de belangrijkste onderbouwing vormt voor de conclusie m.b.t. de vraag naar het vakantiepark.
Zie ook de beantwoording van de zienswijze onder 1.3.1. Uit het Kennisplatform Oost 2019 valt op te maken op welke wijze de behoefte aan groepsaccommodatie is toegenomen. Middels bovenstaande tekst onder 1.3.1. is het behoeftenonderzoek van Van der Reest Advies hierop aangevuld. Recente cijfers laten zien dat de vraag naar vakantiewoningen en groepsaccomodaties de komende jaren zal toenemen. Leefstijlen van het aanbod inzichtelijk gemaakt In de rapportage is een indeling gemaakt van het aanbod huisjesterreinen in de regio op basis van de Leisure-Leefstijlen. Onderstaande grafiek is uit de rapportage overgenomen. De percentages zijn gebaseerd op onderstaande tabel, waarin een indeling is gemaakt op basis van de capaciteit van de betreffende parken.
1.4 1.4.1
1.4.2
Planopzet Paragraaf 4.2.1 van de toelichting gaat in op het stedenbouwkundig plan. Het plan, zoals dat wordt beschreven en wat door Van der Reest Advies als positief wordt beoordeeld, bevat geen juridische waarborg, dat deze ook als zodanig wordt gerealiseerd. De regels in combinatie met de verbeelding (één groot bouwvlak) is erg ruim opgezet. Hieruit blijkt dat de gemeente na vestiging van erfpacht geen invloed kan uitoefenen op de daadwerkelijke invulling van het plan. Het staat ontwikkelaar vrij om keuzes te maken tav: - situering van de huisjes; - inrichting en kwaliteit van de openbare ruimte, zoals tracé van de autoroutes, de langzaamverkeersroutes, verlichtingsplan; - wel of niet inbrengen van extra water in het plan voor situering van huisjes aan het water; - de situering van openbaar groen.
In het beeldkwaliteitsplan staan aanwijzingen over de vormgeving van de woningen, maar niet over de situering ervan.
Het huidige bouwvlak is kleiner dan die in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen. Daarnaast is er een kader aangegeven binnen het plangebied door delen van het plangebied te bestemmen als “Bos” en “Natuur” en is er door middel van het opnemen van aanduidingen vastgelegd waar het restaurant en de algemene parkeerplaats dient te komen. Daarnaast blijft de Regio Recreatieschap eigenaar van de gronden en het is ook in hun eigen belang dat er een goede landschappelijke inpassing plaatsvindt. Immers een goede landschappelijke inpassing zorgt voor een aantrekkelijk verblijfsgebied. Voor de gemeente is het beeldkwaliteitsplan zoals het gevoegd is bij het bestemmingsplan het uitgangspunt voor de toekomstige situatie. In het beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op de te realiseren kwaliteit en uitstraling van de bebouwing. Vergunningen voor het bouwen van recreatiewoningen en het aanleggen van inrichtingen in het plan gebied zullen niet worden afgegeven als ze niet voldoen aan de uitgangspunten die in dit plan geformuleerd zijn. Ook de toekomstige landschappelijke inrichting zal worden getoetst aan de uitgangspunten die in de plannen (BKP en BP) geformuleerd en getekend zijn. Er is echter met het opstellen van het bestemmingsplan bewust rekening gehouden door een ruimtelijk kader op te stellen waarbij rekening gehouden is met een goede landschappelijke inrichting.
Er zal een groene zone langs de openbare wegen gerealiseerd worden met een afschermende werking ten behoeve van de privacy van de bezoekers van het park en het zicht op het park vanaf de openbare weg. Binnen dit planologisch kader heeft de toekomstige exploitant de mogelijkheid om te sturen op de vraag vanuit de toeristisch/recreatieve markt. Het beeldkwaliteitsplan is niet het ruimtelijk instrument om te sturen op situering. In het bestemmingsplan zijn de ruimtelijke aspecten zoals het maximum aantal
1.4.3
Uitspraken of afbeeldingen van de openbare ruimte zijn niet bindend. Het beeldkwaliteitsplan is alleen een toetsingskader voor bouwwerken, niet voor werken en openbaar groen.
1.5 1.5.1
Bedrijfsmatige exploitatie Reclamant haalt artikel 2.12 lid 2 van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel aan. Hierin staat dat bestemmingsplannen uitsluitend voorziening in de bouw van nieuwe recreatiewoningen waarvan het recreatieve gebruik door middel van een op verhuurgerichte bedrijfsmatige exploitatie is verzekerd. Onder bedrijfsmatige exploitatie wordt verstaan (zie lid 1 onder d): “het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer dat in de recreatieve verblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden.” Artikel 5.1 van het bestemmingsplan gaat niet in op verhuur.
recreatiewoningen, de bouwhoogte, de goothoogte en maximum oppervlak aangegeven. Het is aan de ontwikkelaar/exploitant om binnen het bouwvlak een aantrekkelijk verblijfsgebied te creëren voor de toekomstige recreanten. Voor de gemeente is het beeldkwaliteitsplan zoals het gevoegd is bij het bestemmingsplan het uitgangspunt voor de toekomstige situatie. In het beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op de te realiseren kwaliteit en uitstraling van de bebouwing. In het BKP zijn ook uitgangspunten opgenomen voor de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en groen binnen het park. Voor het aanleggen van inrichtingen in het plan gebied zullen de vergunningen niet worden afgegeven als ze niet voldoen aan de uitgangspunten van de plannen (BKP en BP) geformuleerd zijn. Ook de toekomstige landschappelijke inrichting zal worden getoetst aan de uitgangspunten die in het plan geformuleerd en getekend zijn. Er worden geen nieuwe recreatiewoningen toegevoegd. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een in overwegende mate actualisatiegericht bestemmingsplan. Het artikel waar reclamant op duidt heeft betrekking op de realisatie van recreatiewoningen waar voorheen geen recreatiewoningen waren toegestaan.
Echter reclamant wijst terecht op dat wanneer het publieksrechtelijk spoor bewandeld wordt, dat het bestemmingsplan onvoldoende juridische zekerheid biedt, in tegenstelling tot de gemeentelijke wens, om het een levendig recreatiepark te realiseren. Als gevolg van de zienswijze worden de volgende begrippen toegevoegd. “bedrijfsmatige exploitatie: het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer dat in de recreatieve verblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden.”
“recreatiewoning: Een gebouw waarvan het recreatieve gebruik door middel van een op verhuur gerichte bedrijfsmatige exploitatie is verzekerd dat periodiek dient voor recreatieve bewoning door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.”
1.5.2
1.6 1.6.1
1.6.2
Zonder verhuur gerichte bedrijfsmatige exploitatie is de kans groot dat het park op den duur ten prooi valt aan leegstand of permanente bewoning. Reclamant is van mening dat dit grotendeels kan worden uitgesloten door een centrale verhuurder. Reclamant verzoekt om de centrale bedrijfsmatige verhuur niet alleen voor te schrijven in het bestemmingsplan, maar daaromtrent tevens een verplichting op te nemen in de erfpacht- en verkoopvoorwaarden (met sanctiebepaling om te voorkomen dat een recreatiewoning onttrokken wordt aan verhuur). Stikstofbelasting Natura 2000 gebieden De Natura-2000 gebieden Buurserzand en Haaksbergerveen liggen in de nabijheid van het plangebied. Deze natuurgebieden zijn reeds overbelast met stikstof. Toevoeging van een recreatiepark zal leiden tot extra uitstoot van stikstof. Reclamant onderschrijft het stikstofonderzoek door bureau Windmill niet. Bovendien is de gekozen salderingsmethodiek niet toelaatbaar. Indien de salderingsmethode wel toelaatbaar is, ook dan is er sprake van extra stikstof uitstoot met bijbehorende nadelige effecten op de Natura2000gebieden. Zodanig dat de Kritische Depositie Waarde verder zal worden overschreden.
Met het opnemen van de voorgaande begrippen wordt duidelijkheid geboden dat enkel bedrijfsmatige verhuur van het park toegestaan wordt. Het opnemen van bovengenoemde begrippen in de regels van het bestemmingsplan heeft in overleg met de provincie Overijssel plaatsgevonden. Uitgangspunt is een hoogwaardig goed renderend recreatief park met een meerwaarde voor de gemeente Enschede. Permanente bewoning is opgenomen in de verbodsbepalingen van de regels behorende bij het onderhavige bestemmingsplan (artikel 5.4a). De wijze van verhuur is ruimtelijk niet relevant en kan daardoor geen onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan. Zie ook de beantwoording van de zienswijze onder 1.5.1. Niet nader onderbouwd door een contrarapportage o.i.d. Nieuw onderzoek is verricht. Indiener heeft de stelling niet onderbouwd. Het betreft het planologisch hernieuwd vastleggen van een recreatiepark. Er is geen sprake van een nieuwe ontwikkeling. Extra uitstoot t.o.v. de bestaande situatie betekent niet dat deze uitstoot ook leidt tot significant negatieve effecten op de Natura2000-gebieden. Uit onderzoek van bureau Windmill volgt dat er geen significant negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling te verwachten zijn. Reclamant heeft geen tegenonderzoek uitgevoerd waaruit andere resultaten komen. De gemeente stelt zich op het standpunt dat we in alle redelijkheid uit
1.6.3
Het onderzoeksrapport van Windmill houdt onvoldoende rekening met de gevolgen van andere projecten op het Buurserzand en Haaksbergerveen.
1.6.4
Ten onrechte zijn de gevolgen op andere Natura2000-gebieden niet onderzocht.
1.6.5
Ook de uitstoot tijdens de aanlegfase staat in de weg van de realisatie van het park.
1.6.6
Ten onrechte is geconcludeerd dat uit de voortoets blijkt dat er geen significante gevolgen te verwachten zijn op Natura2000-gebieden, alsmede het niet uitvoeren van een passende beoordeling.
mogen gaan van het onderzoek van Windmill. Reclamant verduidelijkt niet om welke projecten het gaat. De gemeente kan op basis hiervan niet nagaan of er onderzoeksaspecten aan het rapport ontbreken. Er is een nieuw stikstofonderzoek opgesteld en er is rekening gehouden met de gevolgen van andere projecten op het Buurserzand en Haaksbergerveen. Het recreatiepark ligt niet in of grenst niet aan een beschermd gebied in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Het meest nabijgelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen, dat op 1,2 km afstand ten zuidwesten van het plangebied ligt. De westelijke punt van het recreatiepark grenst aan bospercelen die onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur. Er is geen drempelwaarde voor de toename van de stikstofdepositie of een afstand tot een Natura 2000-gebied die gebruikt kan worden als motivering dat significant negatieve gevolgen op voorhand kunnen worden uitgesloten. Dit betekent ook dat de onder het PASbeoordelingskader gehanteerde drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jr niet (meer) bruikbaar is. Bron: factsheet Rijk. Zie ook de beantwoording van zienswijze onder 1.6.3. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase minder bedraagt dan de stikstofdepositie in de gebruiksfase.
De activiteiten ten gevolge van de gebruiksfase zijn daarom maatgevend bij de toetsing van effecten op Natura 2000-gebieden aan de Wet natuurbescherming. Uit de toetsing van de activiteiten ten gevolge van de gebruiksfase is naar voren gekomen dat er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn. Deze zienswijze wordt niet gedeeld. Het wordt niet onderbouwd door reclamante. De uitgevoerde Aerius-berekeningen en de ecologische rapportage van Bureau Waardenburg kunnen worden aangemerkt als een voortoets. Conclusie is dat er weliswaar sprake is van toename van stikstofdepositie maar dat dit geen wezenlijk
1.6.7
Reclamant is van mening dat er een vergunning ingevolge van de Wet Natuurbescherming nodig is en deze op basis van argumenten van reclamant niet te verwachten is dat deze zal worden verleend. Het plan is derhalve niet uitvoerbaar.
1.6.8
Het merendeel van de Natura2000gebieden zijn zwaar overbelast. Ingrijpende maatregelen zullen genomen moeten worden om stikstof omlaag te brengen. Daar strookt het niet dat de gemeente Enschede in de nabijheid van deze natuurgebieden nieuwe ontwikkelingen toestaat die leiden tot extra uitstoot.
1.7 1.7.1
Beschermde plant- en diersoorten Er heeft geen natuuronderzoek ter onderbouwing van uitspraken plaatsgevonden. Er worden enkel verwachtingen uitgesproken.
1.7.2
Uit het natuurwaardeonderzoek blijkt dat in het plan diverse beschermingswaardige diersoorten voorkomen. De voorgestelde compenserende maatregelen zijn onvoldoende om verstoring van de leefgebieden van deze dieren te voorkomen. Het vervangende leefgebied wordt te klein om de dieren voldoende overlevingskans te bieden. Ook komen de leefgebieden in een druk vakantiepark, met als gevolg verstoring door fysiek aantasten
negatieve effecten heeft op de natuurwaarden, beschermde habitats en habitats van soorten in Natura 2000 gebieden. Deze zienswijze wordt niet gedeeld. Naar aanleiding van de beslisboom van de Rijksoverheid (toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten) is er, indien blijkt dat er bij een toename van stikstof aan de hand van een voortoets wordt geconcludeerd dat er door extern salderen geen sprake is van significant negatieve effecten. Dit betreft een ongefundeerde stelling. Deze zienswijze wordt niet gedeeld. Niet alleen de nieuwe ontsluiting maar het gehele recreatiepark is tegen het licht gehouden van de huidige natuurwetgeving. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er weliswaar een toename van stikstofdepositie is maar dat deze geen wezenlijke negatieve gevolgen heeft voor beschermde natuurwaarden in Natura 2000 gebieden. Deze zienswijze is vooral een mening en bevat weinig of geen inhoudelijke motivering. Deze mening wordt voor kennisgeving aangenomen. In het plangebied zijn diverse ecologische onderzoeken uitgevoerd. Hieronder “Natuurwaardenonderzoek Zuidoosthoek Het Rutbeek Enschede” van Natuurbank Overijssel d.d. 3 juni 2018 en “Het Rutbeek, Beschouwing van de wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming” van Natuurbank Overijssel d.d. 18 februari 2019.
Alle voor het plangebied relevante beschermde soorten en soortgroepen zijn in deze onderzoeken meegenomen. Dit betreft een ongefundeerde stelling. Op basis van “Het Rutbeek, Beschouwing van de wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming” van Natuurbank Overijssel d.d. 18 februari 2019, zijn alleen van de eekhoorn en levendbarende hagedis wettelijke consequenties vastgesteld. Van de buizerd, die in een eerder rapport nog genoemd werd met een mogelijk nestplaats binnen het plangebied, wordt aangegeven dat dit niet gegrond blijkt te zijn. Alle
van de nesten en holen tot geluid- en lichthinder, te liggen.
1.7.3 1.8 1.8.1
Reclamant zet vraagtekens bij het aantal uitgevoerde observaties dat ten grondslag ligt aan de rapporten in de toelichting. Plan-MER Op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer dient bij passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming ook een milieueffectrapportage uitgevoerd te worden. Indien geen plan-MER nodig is, dan moet er voor het plan een m.e.r.beoordeling worden opgesteld. Een vormvrije-beoordeling is onvoldoende. Immers er is niet uitgegaan van de juiste oppervlakte van het plan. Een vorm-vrije beoordeling houdt geen integrale en evenwichtige beoordeling in van de milieugevolgen van het plan. In het plan ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en beschermde diersoorten. De toename van lichthinder is niet meegenomen in de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Het voorgaande leidt voor reclamant tot een zwaardere toetsing naar de milieueffecten.
houtopstanden zijn onderzocht en een nest van de buizerd is niet aangetroffen. Vervolgens is er een plan van aanpak geschreven en heeft de opdrachtgever overleg gevoerd met de provincie (bevoegd gezag Wet natuurbescherming) over de haalbaarheid van de ontheffingsaanvraag en de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een ontheffing te krijgen. Uitkomst van dat overleg is onder meer dat in het plangebied nieuw leefgebied voor de levendbarende hagedis wordt gerealiseerd. In de door de provincie te verlenen ontheffing zullen voorwaarden worden opgenomen waar bij de inrichting van het leefgebied aan moet worden voldaan. Onderdeel van die voorwaarden kan zijn dat verstoring door betreding tot een minimum moet worden beperkt. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar 1.7.1.
Zoals onderbouwd onder paragraaf 5.1.1 en 5.3 van de toelichting van het bestemmingsplan is er een passende beoordeling nodig en doorlopen voor het plan. Dat leidt echter niet tot de verplichting om een plan-milieueffectrapportage te doorlopen. In dit geval kan volstaan worden met een gecombineerd project- en plan-merbeoordeling. Dat komt onder meer nu sprake is van een gemeentelijk bestemmingsplan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden als bedoeld in artikel 3 Besluit mer (zie ook artikel 7.2a lid 2 Wm). Uit de merbeoordeling volgt dat er een integrale beoordeling van de milieueffecten heeft plaatsgevonden, waarin ook archeologische waarden en de relevante verstoringsaspecten op ecologische waarden zijn betrokken. Uit de passende beoordeling, die betrokken is in de mer-beoordeling, volgt verder dat als gevolg van het voorgenomen plan en met toepassing van extern salderen significante gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Nergens in Natura 2000-gebieden is per saldo sprake van een toename aan stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitattypen en/of
leefgebieden van soorten en extern salderen staat er niet aan in de weg dat de herstelmaatregelen voor de betreffende Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgevoerd, zodat op termijn de aanwezige habitattypen en/of leefgebieden van soorten in een gunstige staat van instandhouding kunnen komen. In de mer-beoordeling zijn ook de overige effecten van plan beschouwd en beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria uit bijlage III m.e.r.-richtlijn. Geconcludeerd is dat het voorgenomen Recreatiepark Rutbeek niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het opstellen van een projectmilieueffectrapportage is daardoor niet noodzakelijk. Dit betekent ook dat nu sprake is van een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden, vanwege de criteria uit bijlage II bij de smb-richtlijn er eveneens geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Ook een planmilieueffectrapportage is dan niet aan de orde. Het bevoegd gezag beslist dan ook (formeel) dat er geen plan- of projectmilieueffectrapport hoeft te worden opgesteld voor het bestemmingsplan “Recreatiepark Rutbeek”, nu er geen aanzienlijke milieueffecten optreden gelet op de inhoud van de “Merbeoordelingsnotitie Rutbeek Enschede”, d.d. 27 februari 2024, die ook als bijlage bij de plantoelichting is gevoegd. 1.9 1.9.1
Archeologische waarde De vormvrije-beoordeling geeft aan dat de te beschermen archeologische gebieden worden bestemd met een dubbelbestemming “Archeologische waarde”. Deze bestemming komt vervolgens niet voor in het plangebied. De archeologische waarden zijn volgens reclamant onvoldoende beschermd.
Het plangebied is in het verleden archeologisch onderzocht. Het eerste onderzoek betreft “Inventariserend Veldonderzoek (verkennend en karterend onderzoek) in plangebied Het Rutbeek te Enschede (Ov.) van Adviesbureau Oranjewoud met de datum januari 2011. Op basis van dit onderzoek is een groot gedeelte van het plangebied vrijgegeven met uitzondering van 3 zones met een zeer hoge archeologische waarde. Binnen deze drie zones is door Oranjewoud vervolgonderzoek uitgevoerd. Het volgende rapport hoort bij dit vervolgonderzoek: “Karterend booronderzoek recreatiepark Het Rutbeek,
gemeente Enschede (Ov.)” met de datum 19 mei 2011. In dit rapport wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, geadviseerd de twee zuidelijke deelgebieden vrij te geven voor wat betreft archeologisch vervolgonderzoek. En dit geldt ook voor de zuidelijke zone van het meest noordelijk gelegen deelgebied. Gemeente Enschede heeft dit advies overgenomen. Met uitzondering van het noordelijke gedeelte van het meest noordelijke deelgebied is het hele plangebied dus vrijgegeven. De contouren van de plankaart zijn vervolgens aangepast waardoor de niet vrijgegeven zone met zeer hoge archeologische verwachting buiten de plangrenzen is komen te liggen.
1.9.2
Het bestemmingsplan voorziet onvoldoende in regels om aantasting van het bodemprofiel met archeologische waarde te voorkomen. Het plan leidt mogelijk tot een onaanvaardbare aantasting van de archeologische waardes in de Hegebeekweg.
1.10 1.10.1
Lichthinder Het vakantiepark ligt in het buitengebied, waarop het beleid van de overheid is om
In de m.e.r.-beoordeling ten tijde van het ontwerp bestemmingsplan wordt gedoeld op dit noordelijke gebied. Aantasting van het bodemprofiel dient hier vermeden te worden. Ten tijde van het schrijven van de notitie t.b.v. vormvrije m.e.r-beoordeling was het uitgangspunt dat dit resterende deel inderdaad een dubbelbestemming ter bescherming van archeologie zou krijgen. Er is uiteindelijk besloten om het betreffende deel buiten het bestemmingsplan te laten. Een dubbelbestemming was dan ook niet meer nodig. Zoals hiervoor is opgemerkt is de mer-beoordeling geactualiseerd. De nieuwe mer-beoordelingsnotitie maakt deel uit van de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan. Zie voor de verdere toelichting onze reactie van 1.8.1. Op 7 november 2018 heeft de regioarcheoloog van gemeente Enschede, de heer A. Vissinga, beoordeeld of de Hegebeekweg archeologisch onderzocht moet worden. Hij geeft aan dat door het decennialange gebruik als onverhard pad de bovenste laag van de Hegebeekweg naar alle waarschijnlijkheid volledig verstoord is. Hij adviseert de verhardingswerkzaamheden aan Hegebeekweg vrij te geven voor wat betreft archeologisch onderzoek. Gemeente Enschede heeft dit advies over genomen. Er zal een goede landschappelijke inpassing van het recreatiepark plaatsvinden. Dit mede
dit gebied te vrijwaren van lichthinder. Met toevoeging van een recreatiepark zal dit bijdragen aan lichtvervuiling en bovendien strijdig met Gids Buitenkans 2014.
1.11 1.11.1
1.11.2
Economische uitvoerbaarheid Reclamant geeft aan dat de uitvoerbaarheid onvoldoende is aangetoond. Met de aanleg van het inrichtingsplan uit de toelichting gaan grote civiele werken gepaard. Reclamant is van mening dat initiatiefnemers financiële zekerheid dienen te verschaffen in de vorm van een bankgarantie ter waarde van de uitvoeringswerkzaamheden.
Kosten als aanleg riolering, nutsvoorzieningen, ontharden en aanleg van infra. Over deze boven het plangebied van toepassing zijnde voorzieningen dienen afspraken gemaakt te worden met initiatiefnemers.
om lichthinder te voorkomen, maar ook in het kader van de privacy van toekomstige recreanten op het park. Zie ook de beantwoording van 1.2.1. De Gids Buitenkans is niet aan de orde, omdat het hier om een actualisatie gaat van geldende planologische rechten. Het kan niet gezien worden als een nieuwe ontwikkeling zoals in de Gids Buitenkans bedoeld wordt. Bij het opstellen van een exploitatieovereenkomst met een ontwikkelaar wordt de financiële soliditeit als zodanig niet getoetst. Bij twijfel kan de gemeente een lichte check via de Kamer van Koophandel uitvoeren. In deze ziet de gemeente geen aanleiding om een dergelijk check uit te voeren. De grond is in eigendom van de Regio Recreatieschap. Op grond van de visie recreatieparken Regio Recreatieschap Fase 1 en het Uitvoeringsprogramma Recreatiepark Rutbeek, wil de regio haar gronden in en nabij het Rutbeek verder tot ontwikkeling brengen. De regio heeft in 2011 een ontwikkelovereenkomst gesloten met de ontwikkelaar van het park. Met dit bestemmingsplan wordt de reeds geruime tijd bestaande recreatiebestemming aangepast aan de huidige marktvraag (minder maar andere recreatiewoningen). Door het eigenaarschap van de Regio, de ontwikkelovereenkomst met de ontwikkelaar en het bestemmingsplan dat aansluit bij de marktvraag, acht de gemeente de (economische) uitvoerbaarheid van de plannen voldoende aangetoond.
Met dit nieuwe bestemmingsplan is de Regio Recreatieschap in het algemeen en de ontwikkelaar in het bijzonder in staat om tot ontwikkeling van het Rutbeek over te gaan. In de exploitatieovereenkomst met de ontwikkelaar is overeengekomen dat de ontwikkelaar de kosten van herziening van het bestemmingsplan betaalt, alle door de gemeente uitgekeerde vergoedingen van planschade aan de gemeente vergoedt, de aanpassingen in de infrastructuur (wegen) op en nabij het recreatiepark betaalt, als ook dat de ontwikkelaar aansprakelijk is voor
schade die door verkeer dat betrokken is bij de realisatie van het park wordt veroorzaakt aan de openbare weg c.q. het openbare gebied. 1.12 1.12.1
Waterkwaliteit Met het voornemen om een nieuwe watergang aan te leggen en verdere uitvoering van het plan zullen rietkragen verdwijnen. Onvoldoende is onderzocht wat de gevolgen hiervan zijn voor zwemwaterkwaliteit van het Rutbeek.
1.12.2
De toelichting van het bestemmingsplan meldt dat regenwater niet mag worden afgevoerd op het Rutbeek. Er is niet onderzocht of het water niet ter plaatse kan worden opgevangen. Nog zijn er geen regels opgenomen die waterafvoer op de zwemplas voorkomen.
1.12.3
Vuilwaterafvoer van 250 vakantiewoningen en bijbehorende voorzieningen zal afgevoerd worden via een drukriool. Het drukriool zal hierop aangepast dienen te worden. Reclamant stelt dat dit op
De waterkwaliteit moet voldoen aan de eisen voor zwemwater, de provincie toetst hierop. De bemonstering en controle op de kwaliteit vindt plaats door het waterschap. Er mag geen afwatering van verharding of gebouwen of drainage naar de zwemplas worden geleid. Alle afwatering dient te geschieden via schoon water riolering dan wel afvoer naar sloten buitenom het recreatiegebied. Het ontwerp moet ter goedkeuring naar de provincie die toetsen of er voldoende rekening is gehouden met de waterkwaliteitsaspecten. Of ze verdwijnen is nog maar de vraag? Het kan dus zijn dat indien er rietkragen verdwijnen deze teruggebracht moeten worden. Daarnaast kan ook gesteld worden dat indien er meer water binnen het plangebied gerealiseerd wordt, er ook meer ruimte beschikbaar komt om meer rietkragen aan te leggen. In het ontwerp dient waterzuivering een nadrukkelijk rol te spelen. In de inrichtingstekening is een beeld van een mogelijke invulling van de eisen, hoe het ingevuld wordt is nog niet bekend. De invulling (het ontwerp) moet voldoen aan de waterbergingseis zoals die standaard in elk bestemmingsplan is opgenomen. Ten aanzien van waterberging dient het volgende in acht genomen te worden. Er dient in het plangebied 40 mm water geborgen te worden over het extra aan te brengen verharde oppervlakte.
Verhard oppervlak gaat over bestrating en daken (dus alle verharding.) In artikel 12.2 lid c van de regels is de waterbergingseis opgenomen. Voorafgaand aan de vergunningverlening wordt er getoetst voor waterberging en inrichting openbare ruimte. Vanuit Regio Recreatieschap en Provincie Overijssel geldt dat Het Rutbeek als aangewezen openbaar zwemwater moet worden beschermd tegen gevaren van welke vorm van lozing dan ook. Daarom is het vanuit verantwoord beheer noodzakelijk dat
voorhand bekend moet zijn om dit technisch te realiseren is.
1.13 1.13.1
Ontsluiting Motivering ontbreekt waarom ontsluiting plaats dient te vinden via de Hegebeekweg.
1.13.2
Reclamant meent dat verharding van de Hegebeekweg in strijd is met gemeentelijk en provinciaal beleid. Reclamant wijst hierbij op bestemmingsplan Buitengebied 2013, Gids Buitenkans 2014, de Hegebeekweg is onderdeel van het Wandelroutenetwerk Overijssel, zuinig ruimtegebruik uit de provinciale omgevingsvisie.
regenwater vanuit het bungalowpark wordt geloosd op bij voorkeur oppervlakte water richting waterschap sloten (bijv. Hegebeek) of indien dit niet mogelijk is op het riool. De ontwikkelaar zal een plan moeten maken hoe met het afvalwater wordt omgegaan binnen de eisen die daaraan gesteld worden. Dit in het kader van toekomstige omgevingsvergunning die noodzakelijk is voor de realisatie van het recreatiepark. Er bevindt zich geen drukriool in de directe omgeving. De ontwikkelaar kan ervoor kiezen om een leiding aan te leggen naar het dichtstbijzijnde aansluitpunt en een buffer moeten berekenen om hierop te mogen lozen. Deze berekening is onderhevig aan een toets van de waterdeskundige van de gemeente zodat het totale systeem gegarandeerd goed blijft functioneren. De ontwikkelaar kan er ook voor kiezen om het water zelf te zuiveren of tot een bepaald niveau te zuiveren. In alle gevallen is het onderhevig aan de omgevingsvergunningstoets van de gemeente. De gemeenteraad heeft afzonderlijk in de raadsvergadering van 21 oktober 2014 besloten medewerking te verlenen aan de verharding van de Hegebeekweg. Dit na uitgebreide onderzoeken en motivering. Het onderhavige bestemmingsplan is de uitvoering dat het raadsbesluit. De aangehaalde beleidsstukken geven aan terughoudend hiermee om te gaan. Ze sluiten, met uitzondering van het bestemmingsplan uit 2013, verharding niet uit.
De planologische situatie zoals deze is opgenomen in het bestemmingsplan uit 2013 wordt met het voorliggende bestemmingsplan vervangen. Het bestemmingsplan Buitengebied Zuidoost uit 2013 zal in deze dan ook niet het toetsingskader vormen voor planontwikkeling. De ontsluiting van een recreatiepark is voldoende noodzaak om een deel van de Hegebeekweg te verharden. Bovendien heeft de raad afzonderlijk in de raadsvergadering van 21 oktober 2014 besloten medewerking te verlenen aan de verharding van de Hegebeekweg. In het
1.13.3
Reclamant meent dat ontsluiting via de Hegebeekweg leidt tot extra verkeersdruk en (geluids)overlast voor aanwonenden dan ontsluiting via bestaande verharde wegen.
1.13.4
De ontsluitingsroute via de Hegebeekweg leidt voor een groot deel van de bezoekers tot omrijden, wat een negatief effect heeft voor uitstoot van stikstof.
kader van de toezending van het ontwerpbestemmingsplan ter toetsing aan de provincie Overijssel is naar voren gekomen dat er bij de provincie geen bezwaren zijn ten aanzien van het verharden van een deel van de Hegebeekweg. De bestaande wandelroute rond Het Rutbeek zal ingepast worden binnen het ontwerp van het beoogde recreatiepark. Extra verkeer betekent niet automatisch dat dit lijdt tot onevenredige verkeerdruk of overlast. Enige toename is te verwachten, echter verkeersonderzoek (bijlage van de toelichting) van Royal Haskoning en de uitgangspunten verkeersmodelstudie d.d. 29 september 2023 (bijlage van de toelichting) blijkt dat de voorgestelde route het meest wenselijk is. De beoordeling van verkeersgeluid is terug te vinden in het rapport van Royal Haskoning (bijlage van de toelichting) op pagina 26, paragraaf 3.2.2 Verkeersgeluid en de uitgangspunten verkeersmodelstudie d.d. 29 september 2023 (bijlage van de toelichting) op pagina 7, paragraaf 5 analyse voor onderzoek geluid. Stilasfalt wordt niet standaard toegepast in het buitengebied. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar 1.13.3. Tevens verwijzen wordt er verwezen naar het raadsbesluit en de rapporten (uitvoering in 2014, bekrachtiging in 2017) waarin de raad besloten heeft te kiezen voor Hegebeekwegontsluiting.
Geconcludeerd wordt dat als gevolg van de het voorgenomen plan en met toepassing van extern salderen significante gevolgen voor omliggende Natura 2000gebieden met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Nergens in Natura 2000gebieden is per saldo sprake van een toename aan stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten en extern salderen staat er niet aan in de weg dat de herstelmaatregelen voor de betreffende Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgevoerd, zodat op termijn de aanwezige habitattypen en/of leefgebieden van
1.13.5
1.13.6
1.14 1.14.1
1.14.2
Dat er gekozen is voor een ontsluiting via Hegebeekweg, waarmee minder negatief effect op de Natura2000-gebieden wordt behaald dan ten opzichte van de bestaande verharde wegen is volgens reclamant maar een marginaal verschil. Namelijk 0,832 mol N/jr. Dit marginaal verschil weegt niet op tegen de aanzienlijke kosten bij verharding van de Hegebeekweg. Het aanleggen (en periodiek vervangen) is alles behalve duurzaam.
soorten in een gunstige staat van instandhouding kunnen komen. Zie de beantwoording van de zienswijze onder nummer 1.13.4. Met betrekking tot de kosten wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze onder 1.11.2. Het betreft het planologisch vastleggen van een eerder genomen raadsbesluit waarbij na grondige afweging besloten is het recreatiepark via de Hegebeekweg te ontsluiten. Na een grondige afweging van diverse belangen en wettelijke vereisten inclusief de diverse rapporten en het advies van het college heeft de gemeenteraad besloten de ontsluiting via de Hegebeekweg te laten verlopen. Het onderhavige plan betreft de uitvoering van dat raadsbesluit.
In het besluitvormingsproces is het vreemd om te constateren dat bij brief van 23 juni 2013 van het college aan de raad is geuit dat ontsluiting via de bestaande verharde wegen de voorkeur heeft alsmede uit het rapport van Royal Haskoning uit 2014 (pag. 7) blijkt dat ontsluiting via de noordzijde vervalt en pas weer in aanmerking komt indien de andere externe alternatieven niet mogelijk zijn. Overig Er wordt geattendeerd dat indien het plan niet doorgaat er 290 huisjes gebouwd kunnen worden zonder bijbehorende BKP. Het park zal niet aan enig buitenwettelijke Zoals reclamant al aangeeft zal moeten duurzaamheidseis moeten voldoen. worden voldaan aan de wettelijke duurzaamheidsaspecten. Daarnaast kan aangegeven worden dat in samenwerking met HVE (HUIS VOOR ENERGIE) een totaal energieconcept wordt ontwikkeld voor het totale park, gasloze recreatiewoningen en gebruik makend van de meest moderne technieken. Er worden zonnepanelen geplaatst op plekken waar het kan (eventueel in samenwerking met de boerenbedrijven zonnepanelen op grote schuren). Het heidegebied blijft nagenoeg in tact en er wordt een nieuw gebied aan heide gerealiseerd aansluitend aan het plangebied waardoor per saldo meer heidegebied ontstaat. Reclamant betwist de onderzoeken op Reclamant onderbouwd niet waarom de gebied van geluid, geur en externe juistheid van deze onderzoeken worden veiligheid. betwist.
Er is als gevolg voor de gemeente geen aanleiding om de onderzoeken, die door een gerenommeerd onderzoeksbureau zijn uitgevoerd, te betwisten.
1.14.3
De onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan zijn verouderd, zodat er onvoldoende invulling wordt gegeven aan de zorgvuldigheidseisen die in dit kader vereist zijn.
1.14.4
Reclamant betwist dat het vakantiepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1., 1e lid onder i jo 3.1.6 Bro.
1.14.5
Het park is in strijd met de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking en voldoet niet aan de eisen voor zuinig ruimtegebruik. Bodemkwaliteit is onvoldoende onderzocht. In het bijzonder de bodemkwaliteit van de Hegebeekweg.
1.14.6
1.14.7
De omschrijving van de functie restaurant in de bestemmingsomschrijving is te ruim. Hiermee wordt een zelfstandig restaurant mogelijk gemaakt. Dit is strijdig met eerdere uitspraken naar de klankbordgroep.
Er hebben zich in het plangebied geen ontwikkelingen voortgedaan die de bruikbaarheid van de onderzoeken zou verminderen. Er kan derhalve gesteld worden dat de onderzoeken nog steeds bruikbaar zijn met de opmerking daarbij dat enkele onderzoeken om gemotiveerde redenen wel zijn geactualiseerd (zie lijst van wijzigingen aan het einde van dit document). Nieuwe onderzoeken zouden niet leiden tot andere uitkomsten. Reclamant heeft zijn reactie niet onderbouwd. Het plan betreft een actualisering van de planologische mogelijkheden die al jaren mogelijk zijn. Op dit moment kunnen er 290 recreatiewoningen gebouwd worden op basis van het vigerende bestemmingsplan. Zie de beantwoording van de zienswijze onder 1.14.4 Het valt uit de zienswijze niet te herleiden, waarom is aangegeven dat de bodemkwaliteit in zijn algemeenheid niet voldoende zou zijn onderzocht. Het gehele plangebied is onderzocht waarbij alle bodemonderzoeken zijn uitgevoerd door een gecertificeerd bodemonderzoekbureau volgens de daarvoor geldende richtlijnen en de analyses zijn uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. Na uitvoering van de bodemonderzoeken hebben er binnen het plangebied geen specifieke bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. De bodemonderzoekresultaten worden daarom representatief geacht.
De bodemkwaliteit van de Hegebeekweg is niet onderzocht, omdat voor het verharden van een weg geen bodemonderzoek noodzakelijk is. In de regels van het onderhavige bestemmingsplan wordt een restaurant mogelijk gemaakt als onderdeel van de centrale voorzieningen behorende bij de functie verblijfsrecreatie. Verder is aangegeven dat het restaurant gerelateerd is aan recreatie. Dit vanwege het feit dat de recreatieve voorzieningen die nu reeds
1.14.8
1.14.9
In de situatie dat de Hegebeekweg het park ontsluit dan zal voorkomen moeten worden dat autoverkeer/bezoekers van het recreatiepark op de kruising Hegebeekweg en Usselerveenweg rechtdoor kunnen rijden. Dit deel van de Hegebeekweg komt uit op de Voshaarweg en dient exclusief beschikbaar te blijven voor wandelaars, fietsers en ruiters. Uit het onderzoek van Royal Haskoning DHV (Bijlage 16 van ontwerp bestemmingsplan) over de mogelijke ontsluitingsroutes voor het Vakantiepark komt naar voren dat dit een verkeersonveilig kruispunt is. Expliciet wordt gemeld (paragraaf 2.4.2) dat het onverharde deel van de Hegebeekweg zal worden afgesloten voor doorgaand verkeer om te voorkomen dat de zandweg kapot wordt gereden. Indien afsluiten niet gebeurt, zal het verkeer van en naar het vakantiepark via dit onverharde deel Hegebeekweg en via de Voshaarweg gaan rijden, te meer daar dit door navigatiesystemen als kortste route wordt gezien. Reclamant meent dat als er via de Hegebeekweg wordt ontsloten, de verharding zal moeten bestaan uit stil asfalt of vergelijkbaar om geluidsoverlast van omwonenden te voorkomen.
aanwezig zijn rond de recreatieplas Het Rutbeek (wandel-, fiets- en atb-routes) geïntegreerd worden in het onderhavige recreatiepark en deze recreanten ook (in ondergeschikte mate) gebruik kunnen maken van het restaurant. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat deze recreanten al elders rondom Het Rutbeek hun auto hebben geparkeerd waardoor deze extra gebruikers van het restaurant geen extra vervoersbewegingen met zich mee brengen. Het restaurant heeft in het onderhavige bestemmingsplan geen horecabestemming gekregen en kan daarom niet aangemerkt worden als een zelfstandig restaurant. Het houden van feesten en partijen voor mensen, niet zijnde recreanten, is niet mogelijk. In de toelichting van het bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek, staat onder paragraaf 4.2.2 Verkeer, bereikbaarheid en parkeren, het volgende beschreven; ’Het gedeelte van de Hegebeekweg dat niet verhard wordt, zal afgesloten worden voor gemotoriseerde doorgaande verkeer. Het langzame verkeer kan nog steeds gebruik maken van dit gedeelte.’ In het rapport van RHDHV wordt onder paragraaf 2.5.2 geadviseerd het niet te verharden gedeelte van de zandweg af te sluiten voor autoverkeer door middel van bebording en aanvullend met een fysieke afsluiting.
In artikel 5.6 van de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die regelt dat er een fysieke afsluiting van de Hegebeekweg moet worden gerealiseerd en in stand gehouden.
De beoordeling van verkeersgeluid is terug te vinden in het rapport van Royal Haskoning DHV op pagina 26, paragraaf 3.2.2 Verkeersgeluid. Tevens is nader onderzoek uitgevoerd naar de akoestische gevolgen. Deze zijn in de bijlage van de toelichting, akoestisch onderzoek van bureau Windmill, na te lezen. Uit het door Windmill
1.14.10 Bij verharding van de Hegebeekweg zal tevens een wandelroute moeten worden aangelegd voor behoud van recreatie waarde van de stadsrandzone.
1.14.11 Reclamant heeft als onderdeel van klankbordgroep van begin af aan aangegeven dat een wandelpad ter plaatse aanwezig moet zijn. Tijdens de klankbordsessies is aangegeven dat hier rekening mee gehouden zal worden. Reclamant is echter van mening dat hierover voor vaststelling van het bestemmingsplan hierover een ontwerp bekend wordt gemaakt.
uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat vanwege het verkeer van en naar het bungalowpark de geluidsbelasting vanwege het verkeer op de Usselerveenweg met ten hoogste 1 dB zal toenemen. Daarmee is volgens de Wet geluidhinder geen sprake van een significante toename van de geluidsbelasting en zijn maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren niet nodig. Het toepassen van een stil asfalt of een anderszins mitigerende maatregel is derhalve niet nodig. In de toelichting van het bestemmingsplan Recreatiepark Rutbeek staat onder paragraaf 4.2.2 Verkeer, bereikbaarheid en parkeren, het volgende; “de openbare fiets- en wandelroute die nu rond het Rutbeek loopt, zal gehandhaafd blijven bij de realisatie van het recreatiepark.” Zie ook de beantwoording onder 1.14.8. Naar aanleiding van de laatste klankbordgroep bijeenkomst is er door Abbink (wegontwerp), afgevaardigden van de klankbordgroep en initiatiefnemers , op locatie gekeken. Het is gebleken dat een wandelpad naast de te verharden weg prima kan worden ingepast. In de ontwerptekening voor de Hegebeekweg is een breedte van 8 meter opgenomen. Een breedte van 8 meter geeft voldoende ruimte voor de realisatie van een ontsluitingsroute voor het recreatiepark en daarnaast nog voor een wandelpad. Verder is er naar voren gekomen dat het ontwerp van het park (zie kaarten in het beeldkwaliteitsplan) aangepast zal worden.
Het wandelpad zal via de aanwezige heideveldjes lopen en er zal een verbinding komen met het wandelpad langs de Hegebeekweg. Zie de beantwoording van zienswijze onder 1.14.10.
1.14.12 Reclamant is van mening dat indien de Hegebeekweg wordt verhard er voor een vergelijkbare lengte een weg zal moeten worden ‘onthard’. 1.14.13 Ontsluiting via de Hegebeekweg zal er toe leiden dat het merendeel van het verkeer van en naar het park uit de richting Geessinkweg, via de Usselermarkeweg zal rijden. Vanaf het kruispunt Usselermarkeweg/Usselerveenweg tot aan de driesprong Voshaarweg, Geessinkweg en Riethermsteeg, is de route via de Usselermarkeweg de kortste route. Korter dan de route via de Riethermsteeg, die in het rapport van RHDHV als aanrijroute is aangewezen. Bovendien is deze route gevoelsmatig ook korter, omdat deze route directer op de driesprong aangaat dan de route via de Riethermsteeg. De Usselermarke weg is zeer smal; auto’s kunnen elkaar nauwelijks passeren. De weg is niet geschikt als aanrijroute naar het vakantiepark. Bovendien is de kruising Usselermarkeweg en Voshaarweg zeer onoverzichtelijk en verkeersgevaarlijk. Er dienen maatregelen getroffen te worden om te voorkomen dat verkeer van en naar het park via de Usselermarkeweg rijdt. 1.14.14 Reclamant verzoekt om mitigerende/compenserende maatregelen bij aantasting van verlies aan natuurwaarden. Deze maatregelen in de nabijheid van het plangebied te realiseren op basis van de methodiek Biomimicry.