B1. BP Toelichting
Tekst van het document
Uit de stikstofonderbouwing blijkt dat de ontwikkelingen op het terrein van VTE leiden tot een toename in stikstofdepositie in een zes-tal Natura 2000-gebieden. Door het inzetten van externe saldering worden de mogelijke effecten volledig gemitigeerd. Hierdoor is met zekerheid te stellen dat geen sprake is van een significant negatief effect. Voor meer informatie zie bijlage 26 (Commissie m.e.r., Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente - Toetsingsadvies over het milieueffectrapport, 6 september 2016 / projectnummer: 3059).
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 49
De conclusie luidt dat de activiteiten passen binnen het MER en dat het MER voldoende inzicht biedt in de effecten van de afzonderlijke plannen in het gebied. 5.1.2
Verkeer
De activiteiten in het plangebied veroorzaken nieuwe verkeersstromen. In 2016/2017 zijn de uitgangspunten voor verkeer beschreven in bijlage 7 van de MER voor het plangebied. Deze uitgangspunten zijn voor dit nieuwe bestemmingsplan opnieuw tegen het licht gehouden en geactualiseerd op basis van de huidige kennis en actuele situatie in het plangebied. Na de totstandkoming van de voorgaande bestemmingsplan is in 2017 ook een nieuw Regionaal Verkeersmodel Twente tot stand gekomen, dat voor dit bestemmingsplan begin 2021 nog specifiek is voorzien van de meest recente cijfers over arbeidsplaatsen en verkeersgeneratie in het plangebied (Regionale Verkeersmodel Twente-variant Enschede (d.d. 6 januari 2021; hierna kortheidshalve te noemen: verkeersmodel). Met dit verkeersmodel kan voor gemiddelde werkdagen op hoofdlijnen worden bepaald wat de effecten zijn van nieuwe ontwikkelingen en ingrepen in infrastructuur op de verkeersstromen in een gebied. De ontwikkeling van Natuur in het plangebied is niet gewijzigd ten opzichte van het voorgaande, vernietigde, bestemmingsplan en zorgt ook nu niet voor een significante groei van het aantal verkeersbewegingen. Deze zijn om deze reden niet opgenomen in de verkeersberekeningen. Als gevolg van de ontwikkeling van het NatuurNetwerk Nederland treden er geen verkeerskundige effecten op voor de belastbaarheid van het wegennet en kruispunten.
De verkeersgeneratie van het Middengebied wordt veroorzaakt door het evenemententerrein Vliegveld Twente Evenementenlocatie, bestaande uit bedrijvigheid van activiteiten en evenementen, plus de bezoekers van die evenementen. Om inzicht te krijgen in de effecten (o.a. lucht en geluid) van het bijbehorende verkeer is aan de hand van het genoemde verkeersmodel onderzocht hoe het verkeer zich verdeelt over het netwerk en wat de verkeersintensiteiten worden. Er spelen daarbij twee aandachtspunten: een verkeersmodel berekent verkeersstromen voor een gemiddelde werkdag, terwijl een evenemententerrein vooral op weekenddagen verkeer van en naar bijzondere evenementen genereert. Tweede aandachtspunt is dat de verkeerproductie van een evenemententerrein niet verklaard kan worden door de gebruikelijke factoren waar een verkeersmodel mee rekent: aantallen woningen, arbeidsplaatsen en een aantal reismotieven. Daarom is voor dit terrein een aangepast aanpak gehanteerd. Meer detailinformatie hierover is te vinden in bijlage 28: Notitie 'Toelichting Verkeer' 007324.20210218.N1.04, van 22 april 2021 (hierna kortheidshalve te noemen Notitie 'Toelichting Verkeer'). Vanwege het atypische karakter van het evenemententerrein, is er voor dit terrein gekozen om het aantal ritten van en naar het terrein op werkdagen rechtstreeks in het model in te voeren.
Dat heeft verder geen gevolgen voor een goede werking en toepassing van dit verkeersmodel. De verkeersgeneratie van VTE is gebaseerd op de gegevens die zijn opgenomen in bijlage 29, 'Notitie vervoersmanagement omgevingsvergunning milieu VTE', van 21 april 2021 (kenmerk L001-1321812LNO-V05-avd-NL; hierna kortheidshalve te noemen 'Notitie Vevoersmanagement'). In deze notitie is aan de hand van het toegestane gebruik, en de ervaringen die de afgelopen jaren door VTE al zijn opgedaan, de achtergrond achter het verkeer nader toegelicht (verschillende typen activiteiten en evenementen, verdeling over de verschillende modaliteiten, bezettingsgraad per voertuig e.d.). Vervolgens is er voor gekozen om onderscheid te maken tussen verkeer op werkdagen (regulier verkeer) en verkeer in de weekenden (evenementenverkeer). In eerdere versies van het Regionale Verkeersmodel Twente is 1/3 van het totaal aantal evenementenbezoekers van VTE als representatief voor doordeweekse dagen gehanteerd (overige 2/3 in de weekenden). Deze verdeling is, na een check van de recente inzichten en ervaringen, ook nu weer toegepast. In de Notitie 'Toelichting Verkeer', bijlage 28, is per type verkeer een onderscheid aangebracht welk aandeel op werkdagen aanwezig is en welk aandeel tijdens weekenddagen.
Regulier verkeer Uit de berekeningen met het geactualiseerde verkeersmodel blijkt dat de hoeveelheden verkeer in het prognosejaar 2030 in de omgeving van VTE op een gemiddelde werkdag, t.o.v. de cijfers voor 2026 uit het vernietigde bestemmingsplan 2017, minder hoog uitvallen. Dat heeft enerzijds een oorzaak in het verkeersmodel zelf, omdat bij de opstelling hiervan is uitgegaan van bijgestelde prognosecijfers in aantallen woningen en arbeidsplaatsen in de regio, ten opzichte van het voorgaande verkeersmodel uit 2014. Anderzijds is de modelinput voor het VTE terrein aangepast aan specifieke gegevens op basis van het 50 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
toegestane gebruik en de ervaringen van de afgelopen jaren, waar in het vorige bestemmingsplan nog is uitgegaan van algemene kentallen per hectare terrein. In de Notitie 'Toelichting Verkeer', bijlage 28, is zichtbaar gemaakt wat de totale verkeersintensiteiten (autonoom verkeer plus VTE verkeer) in 2030 zullen worden als er niet gestuurd wordt op routekeuze naar VTE. Dit overzicht is hieronder overgenomen.
Werkdagetmaalintensiteiten2030 (zonder maatregelen)
Gezien de locatie van het evenemententerrein kunnen zowel de N737 Weerseloseweg als de N733 Oldenzaalsestraat als logische verkeersontsluitingsroute gebruikt worden. Maar omdat uit Aerius-berekeningen is gebleken dat de gebiedsontwikkeling mogelijk tot meer stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden leidt, valt de N737 als geschikte route uit noordelijke richting naar het gebied (en omgekeerd) af. Met behulp van het verkeersmodel is onderzocht wat de effecten zijn van gerichte verkeersmaatregelen om de verkeersstromen vanuit en naar de richtingen Deurningen/Hengelo-Noord via de N737 te voorkomen en te sturen via de N733. Er zijn twee verkeersmaatregelen nader onderzocht: 1. 2.
Een volledige fysieke wegafsluiting op de Vliegveldweg tussen Braakweg en Oude Deventerweg, waardoor alle autoverkeer via de Vliegveldweg onmogelijk is. Een afslagbeperking op het kruispunt Vliegveldweg-entree VTE terrein-Oude Deventerweg, waarbij linksafslaan vanaf Vliegveldweg naar VTE en rechtsafslaan van VTE naar Vliegveldweg voor autoverkeer onmogelijk is door aanleg van een verhoogde middengeleider in de bocht. Hiervoor wordt een verkeersbesluit genomen.
De belangrijkste gevolgen zijn als volgt:
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 51
Ad 1: Naast het weren van verkeer van en naar het VTE-terrein, wordt ook het bestaande dagelijkse verkeer op de route Oude Deventerweg-Vliegveldweg-Snellenweg en/of Braakweg onmogelijk gemaakt. Dat verkeer gaat uitwijken naar de dorpskern Lonneker (Dorpsstraat en Dorpsplein) om via die route alsnog naar Enschede Noord en terug te rijden. Ad 2: Met deze maatregel wordt het bestaande verkeer over de route Oude Deventerweg-Vliegveldweg-Snellenweg en/of Braakweg ontzien. Alleen het verkeer van en naar het VTEterrein wordt hiermee beïnvloed en dat gaat voornamelijk via de N733 rijden. Deze maatregel leidt in de dorpskern Lonneker niet of nauwelijks tot een verkeerstoename.
Werkdagetmaalintensiteiten2030 (met afslagverbod en aangepast kruispunt)
Op basis van de verkeerseffecten is het alternatief met afslagverbod en aangepaste vormgeving van het kruispunt bij VTE als voorkeursalternatief gekozen. In dit alternatief rijdt er nog amper VTE-verkeer via de N737, heeft het een verwaarloosbaar effect op het verkeer in Lonneker, en verkeer van Oldenzaal richting noordwest Enschede vice versa kan de gebruikelijke route via de Oude Deventerweg, Vliegveldweg en Braakweg blijven rijden en gaat niet uitwijken naar ongeschikte wegen waar meer overlast voor de omgeving valt te verwachten. Voor de hulpdiensten is de aanvoerroute via de Braakweg en Vliegveldweg naar de hoofdentree van het VTE terrein van groot belang. Omdat de infrastructurele maatregel op het kruispunt bij de hoofdentree verkeer verhindert om vanaf de Vliegveldweg linksaf te slaan, wordt voor hulpdiensten voorzien in een aparte calamiteitenontsluiting vanaf de Vliegveldweg naar VTE.
52 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
Schetsontwerpaanpassing kruispunt
Detailinformatie over de effecten van de varianten is opgenomen in de Notitie 'Toelichting Verkeer', bijlage 28. Evenementenverkeer Evenementen zorgen voor een piekbelasting (veel verkeersbewegingen in korte periode) op het wegennet. Het is niet realistisch om met het oog op een dergelijke piekbelasting het wegennet te dimensioneren. In 2017 is nader onderzoek gedaan naar de capaciteit van de directe toe- en afvoerwegen Vliegveldweg en Oude Deventerweg naar en van het evenemententerrein. Deze erftoegangswegen hebben een beperkte (omgevings)capaciteit van ca. 5.500 toot 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Voor grotere evenementen zullen onder andere daarom vervoersplannen opgesteld moeten worden om het verkeer goed van en naar het evenemententerrein te begeleiden. Dat is de afgelopen jaren tijdens dit soort evenementen ook gebeurd. De verkeersaantrekkende werking is per evenement erg verschillend. Op basis van de ervaringen in de afgelopen jaren heeft VTE een realistische onderverdeling gemaakt voor de maximale invulling van 500.000 bezoekers per jaar. Deze is in de Notitie vervoersmanagement, bijlage 29, nader uitgewerkt. Parkeren wordt voor de reguliere evenementen op het terrein van VTE zelf opgelost. Voor de grotere evenementen wordt dit apart in een verkeersen vervoersplan geregeld, dat onderdeel uitmaakt van de evenementenvergunning/melding.
In genoemde bijlagenotitie zijn aantallen bezoekers genoemd, waarboven een vervoersplan noodzakelijk is. In die vervoersplannen worden alternatieven aangeboden die er op gericht zijn om bereikbaarheidsproblemen te voorkomen. De verkeersmaatregel (middengeleider), die als voorkeursalternatief naar voren is gekomen om regulier verkeer naar en van VTE langs het Lonnekermeer via de N737 te weren, is ook onverkort van toepassing voor het evenementenverkeer in de weekenden. Bezoekers zullen via diverse mobiliteitsmaatregelen, zoals o.a. pendelvervoer vanaf een P&R terrein en station, fietsenstalling dichtbij de locatie van het evenement, combitickets, promoten carpoolen, etc. worden gestimuleerd en verleid om via alternatieve vervoermiddelen naar het terrein te komen. Daarnaast worden de bezoekers via communicatiemaatregelen en (tijdelijke) bewegwijzering geïnformeerd over de bereikbaarheid van het terrein en de vervoeralternatieven. De Notitie vervoersmanagement, bijlage 29, gaat daar nader in detail op in. Tenslotte nog enkele opmerkingen: Aangenomen wordt dat het VTE-personeel zelf en het verkeer voor de statische en tijdelijke opslag op het terrein niet via het Lonnekermeer zal rijden, omdat dit bekend zal zijn met de situatie. De initiatiefnemer heeft hier rechtstreeks invloed op en zal dit met afspraken borgen.
Het is te verwachten dat een klein deel van het verkeer vanaf de A1 en uit Hengelo, ondanks bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 53
routeinformatie toch probeert om via het Lonnekermeer naar VTE te rijden. Na een eerste ervaring dat het terrein dan niet bereikt kan worden, zal die neiging afnemen. Het is niet te verwachten dat vertrekkend verkeer van het VTE-terrein eerst naar de rotonde op de N733 Oldenzaalsestraat rijdt, en daar volledig omdraait en terugrijdt via de bocht bij de ingang van het VTE-terrein om zo alsnog via de Vliegveldweg-Snellenweg-Vergertweg richting de N737 langs het Lonnekermeer te rijden. Navigatiesystemen zullen bij nadering van de rotonde de route via de N733 richting Oldenzaal als snelste rijroute voor de A1 richting het westen aangeven. De reistijden via beide routes liggen dermate dicht bij elkaar, dat als een bestuurder eenmaal richting de N733 rijdt (door het afslagverbod en de aangepaste vormgeving van het kruispunt bij VTE), het onwaarschijnlijk is dat hij dan bij de rotonde om zal keren om alsnog via de N737 te rijden. Busverkeer wordt ingezet bij grootschalige evenementen voor bezoekers die niet uit de regio komen. Voor het busverkeer is daarom aangenomen dat al het busverkeer via de A1 en de N737 of N733 rijdt. De verdeling over beide wegen is voor de inkomende bussen overgenomen uit het verkeersmodel (3% via de N737), wat een conservatieve aanname is, aangezien het georganiseerd busvervoer goed stuurbaar (via de N733) zal zijn.
Bij de grote evenementen zal verhoudingsgewijs meer verkeer een niet lokale herkomst hebben en dus via de A1 rijden, dan waar het verkeersmodel van uit gaat. Op basis van ervaringen van VTE is de verwachting dat circa 1 op de 4 voertuigen vanaf de kant van Enschede komt of daar naartoe rijdt. Dit betreft verkeer uit Enschede zelf, maar ook voor bijvoorbeeld Haaksbergen is dit de snelste route). Bij deze grote evenementen zal via verkeersregelaars worden voorkomen dat vertrekkend verkeer via de rotonde op de N733 weer terug rijdt via de Oude Deventerweg naar de N737 (anders ontstaan verkeersonveilige situaties omdat dit verkeer dan gaat kruisen met het vertrekkend verkeer vanaf het VTE-terrein). Conclusie verkeer Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van verkeer geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.3
Milieuhinder van bedrijven en inrichtingen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande en toekomstige bedrijvigheid in en rondom het plangebied aanwezig is of zal zijn, die van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat nabij het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze inrichtingen (bedrijven en voorzieningen). De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Met behulp van de in 2009 door de VNG uitgegeven publicatie “Bedrijven- en milieuzonering" is van de aanwezige en toekomstige activiteiten en voorzieningen in de directe omgeving van de projectlocatie de milieucategorie bepaald. Vervolgens is nagegaan of voorzieningen gelegen zijn binnen de op grond van de milieucategorie aan te houden indicatieve afstanden tot woningen en andere milieugevoelige functies. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage 30. De bedrijfsactiviteiten van VTE zijn vertaald naar milieucategorieën, uiteenlopend van categorie 2 tot categorie 4.2. Voor de toedeling aan de gebiedsdelen, zie onderstaande afbeelding.
54 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
Afbeelding milieucategorieën plangebied
Onderzoeksresultaten De conclusies van het onderzoek luiden: 1. 2.
De aanwezige bedrijven/voorzieningen in de omgeving van het plangebied leveren geen knelpunten op voor de ontwikkeling van het plangebied. Gelet op de te hanteren milieuzonering kan worden geconcludeerd dat de activiteiten binnen het plangebied geen negatieve gevolgen voor de omgeving zullen veroorzaken.
Conclusie milieuhinder bedrijven en inrichtingen Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.4
Bodemkwaliteit
De geschiktheid van de bodemkwaliteit voor de voorgenomen bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen vormen het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening. Dit is beschreven in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. De bodemgesteldheid speelt een rol bij het vaststellen of een plan uitvoerbaar is. Artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening regelt dit. Ook de Wet bodembescherming kan hierbij van toepassing zijn. Bij een herinrichting gaat de initiatiefnemer na of het toekomstige gebruik past bij de aanwezige bodemkwaliteit. Dit om risico's voor de gezondheid te voorkomen en om na te gaan of de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan haalbaar is. Bodemverontreiniging Binnen het gebied van de voormalige vliegbasis zijn bodemverontreinigingsgevallen aanwezig. Een bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 55
duurzaam en efficiënt beheer/gebruik van de bodem is daarbij noodzakelijk. In 2015 is de zogeheten ecologische hoofdstructuur gerealiseerd. Dit betreft in hoofdlijnen het gebied dat de functie 'natuur' krijgt toebedeeld. Voorafgaande aan deze herinrichting zijn bodemverontreinigingen in kaart gebracht. Waar nodig heeft een bodemsanering plaatsgevonden. De eventuele risico's van een bodemverontreiniging voor mensen, dieren, planten en verspreiding speelde daarin een leidende rol. Na afloop van de uitgevoerde werkzaamheden is een eindverslag van de bodemsaneringen opgemaakt. De gemeente Enschede heeft als bevoegd gezag ingestemd met de uitgevoerde werkzaamheden. Daarmee is terrein geschikt bevonden voor de functie 'natuur'. Grondverzet Voor de vliegbasis is een separate bodembeheernota en bodemkwaliteitskaart opgesteld. Hierin zijn de eisen aan grondverzet en welke bodemkwaliteit bij een specifieke bestemming hoort vastgelegd. Deze beleidsregel is door de gemeente Enschede als bevoegd gezag vastgesteld. De op bodemverontreiniging verdachte of verontreinigde bodem valt buiten de reikwijdte van deze beleidsregel. Conventionele explosieven Overeenkomstig de explosieven risicokaart van de Gemeente Enschede is onderzoek uitgevoerd naar munitie.
In de Koopovereenkomst wordt verwezen naar het rapport van historisch vooronderzoek conform BRL OCE (het huidige WSCS-OCE), van EOCKL van 15 april 2009. In de Koopovereenkomst is vastgelegd hoe het onderzoek naar en ruiming van munitie geschiedt door het Ministerie van Defensie. Op basis van die afspraken stelt het ministerie in het tweede kwartaal van 2021 de vrijgave-tekening op. Conclusie Binnen het plangebied is sprake van de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij plannen voor herinrichting van (delen van) het terrein rekening houdt met de bodemverontreinigingen. Daarbij raadpleegt de initiatiefnemer de bestaande bodeminformatie. Een (verkennend) bodemonderzoek is noodzakelijk als bestaande bodeminformatie onvoldoende gegevens oplevert over de bodemkwaliteit. De risico's voor mensen, planten, dieren en verspreiding worden bij de aanwezigheid van een bodemverontreiniging in kaart gebracht. Het wegnemen van onaanvaardbare risico's van oude bodemverontreinigingen staat daarbij centraal. Dit wegnemen kan door middel van een bodemsanering, maar ook door het slim herinrichten van een locatie. Denk daarbij aan situaties waarin er geen direct contact met de verontreinigde bodem mogelijk is. 5.1.5
Geluid
De mate waarin het geluid het woonmilieu c.q. geluidgevoelige bestemmingen mag belasten is geregeld in verschillende wetten en regelingen. Zij regelen de belasting door geluid voor met name woonmilieus en andere geluidgevoelige bestemmingen zoals scholen, ziekenhuizen etc. Afhankelijk van de bron en regeling gelden er voorkeursgrenswaarden, streefwaarden of maximale grenswaarden voor geluidgevoelige functies. Om te bepalen of voldaan wordt aan de gestelde eisen is onderzoek nodig. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen of relevante geluidbronnen is vanuit de Wet geluidhinder (Wgh) onderzoek naar de geluidbelasting noodzakelijk indien er bestemmingen zijn gelegen binnen een wettelijke zone van wegen, spoorwegen, en/of bedrijvigheid (gezoneerd industrieterrein). In deze paragraaf wordt per brontype (wegverkeer, spoorwegen en industrie) beoordeeld of er belemmeringen zijn ten aanzien van dit plan. Daarnaast wordt ingegaan op het luchtverkeerslawaai, indirecte hinder en evenementengeluid. Hierbij is gebruik gemaakt van: het geluidsonderzoek uit de MER (zie bijlage 16); Peutz rapport Akoestisch onderzoek verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder), E 1081-22-RA-002 d.d.
23 april 2021 (zie bijlage 31); Peutz rapport Akoestisch onderzoek in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu en de herziening van het bestemmingsplan, E 1081-20-RA-003 d.d. 23 april 2021 (zie bijlage 32). Notitie Gebiedsontwikkeling luchthaven Twenthe Zonevoorstel Midden, LL/LL//E 1081-19-NO d.d. 1 oktober 2010 (zie bijlage 34); De achterliggende modelinformatie van de Geomilieu-modellen is in te zien bij de gemeente Enschede.
56 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
5.1.5.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich aan weerszijden van een weg een zone bevindt. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. Krachtens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het college van burgemeester en wethouders verplicht om bij de voorbereiding van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 74, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die binnen de zone gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen ondervinden van het verkeer op die weg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat in de toekomst de vanwege de weg optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige objecten de ten hoogste toelaatbare waarden zal overschrijden.
Artikel 99, eerste lid van de Wet geluidhinder bepaalt dat reconstructie van een weg waarlangs zich geluidsgevoelige bestemmingen bevinden pas mag plaatsvinden, nadat een eventueel noodzakelijke bestemmingsplanprocedure is gevolgd die voorziet in de reconstructie, of door B&W een separaat besluit tot reconstructie is genomen naar aanleiding van een door de wegbeheerder aan B&W gedane mededeling van zijn voornemen. Het besluit dient te zijn gebaseerd op een akoestisch onderzoek dat is verricht conform het gestelde in artikel 80 van de Wet Geluidhinder. Van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder is sprake indien de fysieke wijziging(en) aan de weg, berekend in het toekomstige maatgevende jaar, zonder het treffen van maatregelen verantwoordelijk is voor een toename van de geluidsbelasting met (afgerond) 2 dB of meer t.o.v. de waarde die op grond van artikel 100 als ten hoogste toelaatbare waarde is aangewezen. Voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (op grond van art. 100) is van belang of reeds eerder een hogere waarde is vastgesteld. Ingeval de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt de laagste van de volgende twee waarden als de ten hoogste toelaatbare: de heersende waarde; de eerder vastgestelde waarde. Plansituatie Teneinde de verkeersstromen van en naar VTE mede te reguleren is een middengeleider ter hoogte van de afslag naar VTE voorzien.
De middengeleider heeft tot doel het bestemmingsverkeer van en naar VTE via de Oude Deventerweg te leiden en niet via de Vliegveldweg. Onderzocht is of deze fysieke wijziging als een reconstructie als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) moet worden beschouwd nu, in samenhang met de middengeleider, de verkeersintensiteit op de Oude Deventerweg zal toenemen. In het onderzoek is bij de mogelijk relevante woningen de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in de huidige situatie alsook in de toekomstige situatie inzichtelijk gemaakt en beoordeeld in relatie tot de vraag of sprake is van een reconstructie in de zin van de Wgh. Geconcludeerd is dat als gevolg van de geprojecteerde wijziging bij de Oude Deventerweg geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Het onderzoeksrapport maakt als bijlage 33 deel uit van de toelichting. In het plangebied worden geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Het is dan ook niet nodig om in het kader van de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied uit te voeren. Op grond van de Wet geluidhinder is het in casu niet noodzakelijk om een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer uit te voeren. De ontwikkeling van de luchthaven zal echter van invloed zijn op de verkeersstromen in het plangebied en daar buiten.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van en naar VTE op de omgeving. Voorgaande wordt nader onderbouwd in de rapportage in bijlage 12 van het MER (bijlage 16) . Indirecte hinder Vliegveld Twenthe Evenemententerrein Indirecte hinder wordt veroorzaakt door het bestemmingsverkeer op de openbare weg van en naar een inrichting. In dit geval de inrichting Vliegveld Twenthe Evenemententerrein. Het gaat daarbij om het verkeer buiten de grens van de inrichting. Toetsingskader
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 57
Voor de beoordeling van indirecte hinder in het kader van een ruimtelijke procedure bestaat geen toetsingskader. In het kader van vergunningverlening is er wel een toetsingskader dat is opgenomen in de circulaire 'Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer' van 29 februari 1996. In de circulaire is voor het gemiddelde geluidsniveau een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode opgenomen. Als maximale grenswaarde gelden 15 dB(A) hogere waarden. Bij de beoordeling van de indirecte hinder in het kader van deze ruimtelijke procedure wordt aangesloten bij de systematiek van de circulaire. Verder is rekening gehouden met gemeentelijke beleid zoals neergelegd in de Geluidnota Enschede van 3 april 2018: - De gemeente Enschede ziet af van toetsing van indirecte hinder als het geluidniveau van het bestaande wegverkeer meer dan 10 dB(A) hoger ligt dan het geluidniveau ten gevolge van de indirecte hinder. - De gemeente Enschede toetst voortaan ook de indirecte hinder als het totale verkeerslawaai meer dan 1,5 dB(A) toeneemt (boven de voorkeursgrenswaarde); ook als het rij- en stopgedrag niet meer afwijkt.
Akoestisch onderzoek Door Peutz is akoestisch onderzoek uitgevoerd: "Akoestisch onderzoek verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder)", E 1081-22-RA-002 d.d. 23 april 2021. Het rapport is als bijlage 31 bijgevoegd. Er is onderzoek verricht met betrekking tot de akoestische gevolgen van de zogenaamde verkeersaantrekkende werking. De hoogste geluidbelastingen treden op bij de woningen aan Oude Deventerweg 151 en 153. Als gevolg van de overige wegen is geen sprake van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Navolgende tabel geeft een overzicht van de woningen waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden inclusief de hoogst berekende geluidbelasting.
Tabel woningen boven de voorkeursgrenswaardeinclusief hoogst berekendegeluidbelasting
Binnen de systematiek van de circulaire dient in principe bij deze woningen bezien te worden in hoeverre bij de aangegeven geluidbelastingen voldaan wordt aan de maximaal toelaatbare binnenwaarde van 35 dB(A). Mocht de actuele geluidwering niet afdoende zijn dient terzake een redelijk isolatieaanbod te worden gedaan. In dit kader wordt volledigheidshalve opgemerkt dat voor Wiefkerweg 10 en Beuvinkweg 8 en 10 geldt dat, uitgaande van een redelijk tot goede bouwkundige staat van de woning normaliter een afdoende gevelwering zal worden gerealiseerd. Verder zijn de betreffende woningen mogelijk reeds akoestisch geïsoleerd in relatie tot de voormalige vliegbasis en zijn bij Oldenzaalsestraat 1009 wellicht maatregelen getroffen in relatie tot de N733 en recent aangelegde rotonde. Mede omdat in het algemeen sprake is van woningen met een oorspronkelijke bouw ruim voor het in werking treden van het Bouwbesluit, en ook eventueel getroffen maatregelen in het kader van de vliegbasis lang geleden getroffen zijn, zal de actuele gevelwering van de in bovenstaande tabel genoemde woningen nader onderzocht dienen te worden. Door de initiatiefnemer is aangegeven dat (overeenkomstig hetgeen de eerder genoemde Schrikkelcirculaire hierover stelt) indien dit nodig mocht blijken een isolatieaanbod zal worden gedaan.
58 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
Randvoorwaarde voor bovenstaande conclusies, met name het overschrijden van de maximaal aanvaardbaar te achten geluidbelasting van 65 dB(A), is het instellen van een vervoersplan vanaf 21.500 bezoekers indien deze zowel in de dag (07.00 - 19.00 uur) aankomen als weer vertrekken, indien in de avond (19.00 - 23.00 uur) sprake is van meer dan 4.750 vertrekkende bezoekers, danwel in de nacht (23.00 - 07.00 uur) sprake is van meer dan 3.000 vertrekkende bezoekers. Mocht bij een evenement sprake zijn van zowel aankomst als vertrek in de avond dient een vervoersplan te worden ingesteld vanaf 2.375 bezoekers. Bij toepassing van het vervoersplan zal in de nabijheid van de A1 een transferium worden ingericht, waarna via elektrische pendelbussen de bezoekers naar het VTE-terrein worden gereden. Deze opzet leidt verder niet tot aanvullende verkeersbewegingen elders die kunnen leiden tot overschrijding vna 65 dB(A) op gevels van woningen. Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan omdat binnen het plangebied geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt en binnen de onderzoekszone van de nieuwe ontsluitingswegen geen geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen. De ontwikkeling van het plangebied zal invloed hebben op de verkeersstromen in het plangebied en daar buiten.
Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat dit past binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van indirecte hinder is aangetoond dat de voorkeursgrenswaarde op een aantal locaties wordt overschreden. Voor deze woningen geldt dat wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare binnenwaarde van 35 dB (A). 5.1.5.2 Railverkeerslawaai In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn regels opgenomen voor wat betreft het aspect railverkeerslawaai. Langs een spoorweg bevindt zich een zone waarvan de breedte, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, is aangegeven op een bij ministeriële regeling vastgestelde kaart. De regels hebben betrekking op nieuwe situaties, dus gevallen waarbij nieuwe spoorwegen worden aangelegd of bestaande spoorwegen worden gewijzigd, of gevallen waarbij woningen en overige geluidgevoelige bestemmingen worden gebouwd in de zone langs bestaand spoor.
Krachtens artikel 4.3 van het Besluit geluidhinder is het college van burgemeester en wethouders verplicht om bij de voorbereiding van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, die zijn gelegen binnen een zone als bedoeld in artikel 1.4 van het Besluit geluidhinder, een akoestisch onderzoek in te stellen naar de geluidsbelasting die binnen de zone gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen ondervinden van het railverkeer op die spoorweg. Daarnaast wordt een onderzoek ingesteld naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat in de toekomst de vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de geluidgevoelige objecten de ten hoogste toelaatbare waarden zal overschrijden. Plansituatie De spoorweg Hengelo-Oldenzaal-Duitsland ligt aan de noordzijde van het plangebied. De afstand tussen de spoorlijn en het plangebied bedraagt 700-800 meter. De zone rond de spoorlijn bedraagt 300 meter. Het plangebied ligt ruim buiten de zone van de spoorlijn. Daarnaast zijn er in het plangebied geen geluidgevoelige functies geprojecteerd. Conclusie Het plangebied ligt buiten de zone van de spoorlijn Hengelo-Oldenzaal-Duitsland, en in het plangebied worden geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt.
Het railverkeer is dan ook niet relevant voor de ontwikkeling van het plangebied. Vanuit het oogpunt van railverkeerslawaai zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 59
5.1.5.3 Industrielawaai In artikel 40 van de Wet geluidhinder is bepaald dat rond industrieterreinen, waarop bepaalde krachtens de Wet milieubeheer aangewezen inrichtingen ('grote lawaaimakers') zijn gevestigd of zich volgens het bestemmingsplan mogen vestigen, een geluidszone moet zijn vastgesteld. In casu laat het bestemmingsplan evenementen toe met automotive gedurende meer dan 8 uur per week. In artikel 42 van de Wet geluidhinder is bepaald dat bij de voorbereiding van de vaststelling of wijziging van een zone vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek wordt ingesteld naar de geluidsbelasting die geluidgevoelige bestemmingen vanwege het industrieterrein ondervinden. In artikel 48 is bepaald dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die binnen een geluidszone van een industrieterrein liggen, op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen de maximale waarden uit de Wet geluidhinder in acht moeten worden genomen. Om te bepalen of voldaan wordt aan de maximale waarden is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Plansituatie In het kader van het MER is in 2016 het Deelonderzoek geluid; MER Gebiedsontwikkeling luchthaven Twente uitgevoerd (zie bijlage 16). Onderdeel van dat onderzoek was een zonevoorstel Wet geluidhinder voor het plangebied Midden.
Op het te zoneren terrein is één inrichting actief: Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie. Via de bijbehorende geluidszone wordt geborgd dat alle activiteiten tezamen aan de geluidnorm van de zone voldoen: geen hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) op de zonegrens. Ten opzichte van het toenmalige zonevoorstel is sprake van enkele wijzigingen. Uit akoestisch onderzoek is met name van belang dat de milieucategorie van (delen van) de Bunkerstrip en de kop van de Bunkerstrip is verlaagd. Binnen de systematiek van de zonevaststelling levert dat ook een lagere geluidsemissie en daarmee een in die omgeving kleinere zone. In "Notitie Zonevoorstel Midden", LL/LL/E 1081-19-NO d.d. 1 oktober 2020 (zie bijlage 34) is de grens van de zone berekend. Op onderstaande afbeelding is de berekende zone weergegeven.
60 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
Berekende zone
Naast de geluidcontour zijn bij de meest relevante omliggende geluidgevoelige bestemmingen de geluidbelastingen bepaald. In onderstaande tabel is een overzicht van de berekende geluidbelasting opgenomen.
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 61
De waarde het geluidsniveau bedraagt, vanwege de inrichting op het gezoneerde industrielawaai, minder dan 50 dB(A). Binnen de geluidszone-industrie liggen geen geluidsgevoelige objecten. Het plangebied zelf is niet gelegen binnen een vastgestelde geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Daarnaast worden in het plangebied geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Conclusie Binnen het plangebied mogen zich geluidzoneringsplichtige inrichtingen vestigen voorzover toelaatbaar binnen de plansystematiek van de planregels (maximaal milieu categorie 4.2), het plangebied is niet gelegen binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein en in het plangebied worden geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Vanuit het oogpunt van industrielawaai zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
62 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
5.1.5.4 Evenementengeluid Binnen het terrein van de Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie zijn evenementen en leisure toegstaan. Gebaseerd op een aantal representatieve en niet-representatieve (incidentele bedrijfssituatie) (muziek)evenementen is door Peutz aanvullend een akoestisch onderzoek "Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie Akoestisch onderzoek in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu en de herziening van het bestemmingsplan", E 1081-20-RA-003 d.d. 23 april 2021, uitgevoerd (zie bijlage 32). Het onderzoek heeft betrekking tot de akoestische aspecten verbonden aan (muziek)evenementen op het evenemententerrein van Vliegveld Twente Evenementenlocatie. Voor de representatieve (muziek)evenementen zijn zowel de te verwachten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus als inpasbaar aan te merken. De beschouwde niet-representatieve (muziek)evenementen (incidentele bedrijfssituatie) voldoen aan de normstelling zoals opgenomen in dit bestemmingsplan (zie artikel 3.4.1 onder e van de planregels). Ook wordt voldaan aan de grenswaarden van de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg. Gesteld kan worden dat ook de beschouwde incidentele bedrijfssituaties inpasbaar zijn.
Naast en in afwijking van de reguliere bedrijfssituatie wordt een incidentele bedrijfssituatie mogelijk gemaakt voor maximaal 12 dagen per jaar. Het gaat daarbij om grootschalige luidruchtige (muziek)evenementen die qua aard, noodzakelijke voorzieningen en organisatie sterk afwijken van de overige activiteiten op het VTE-terrein. Bij de grootschalige muziekevenementen wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van voorzieningen van externen zoals grote podia, muziekinstallaties, tenten, etc., bij reguliere evenementen wordt voor 95% gebruik gemaakt van bestaande voorzieningen en gebouwen. De behoefte aan incidentele grootschalige en meerdaagse (muziek)evenementen met bijbehorende faciliteiten groeit en vanwege de ligging, aard, omvang en signatuur van het VTE-terrein is juist deze locatie voor deze activiteiten van belang en ook in beleidsdocumenten wordt dit als zodanig benoemd. Vanwege de schaalgrootte van het VTE-terrein zijn grootschalige (muziek)evenementen ook nodig voor de beoogde exploitatie van het VTE-terrein. Inherent aan deze grootschalige (muziek)evenementen is dat er geen technische of organisatorische maatregelen zijn waarmee het beperken of vermijden van de afwijking van de geluidnorm in de reguliere bedrijfssituatie mogelijk is.
De geluidsbelasting naar de omgeving zal tijdens een incidentele bedrijfssituatie tijdelijk hoger zijn dan de toegestane geluidsbelasting in de reguliere bedrijfssituatie. Alleen tijdens deze 12 dagen is het de organisator van het evenement toegestaan gedurende een beperkte tijd vuurwerk af te steken, conform de in het bestemmingsplan opgenomen randvoorwaarden. Eindconclusie geluidsaspecten Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.6
Luchtkwaliteit
Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: a. b. c. d.
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL);
Luchtkwaliteit en het plangebied Voor de integrale gebiedsontwikkeling van de Luchthaven Twente is een MER opgesteld. Onderdeel van de MER is een onderzoek naar de luchtkwaliteit. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het door Adecs opgestelde rapport "Deelonderzoek luchtkwaliteit, MER gebiedsontwikkeling luchthaven Twente en Middengebied; kenmerk ar160205.rap; d.d. 21 maart 2016", zie bijlage 18. Uit het voor het MER opgestelde onderzoek blijkt dat er voor alle onderzochte varianten, waaronder het VKA, voor de gehele gebiedsontwikkeling geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn. Aangezien voor de
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 63
gehele gebiedsontwikkeling aan de grenswaarden wordt voldaan is dit ook voor het bestemmingsplan Midden (afzonderlijk) het geval. Ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het door Tauw opgestelde rapport "Luchtkwaliteitsonderzoek - Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie; kenmerk R002-1277178RLX-V05-nda-NL; d.d. 23 april 2021", zie bijlage 35. De bijdrage van VTE leidt voor NO2 niet tot overschrijdingen van de grenswaarden voor de jaargemiddelde en uurgemiddelde concentraties. Ook voor PM10 wordt de maximale toegestane jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m 3 en de daggemiddelde grenswaarde niet overschreden. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 blijft tevens ruim onder de grenswaarde van 25 µg/m 3. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit op basis van artikel 5.16 lid 1a van de Wet luchtkwaliteit. Conclusie luchtkwaliteit Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.1.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen, buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen, die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.
Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de rapportage van Adecs Deelonderzoek externe veiligheid, MER gebiedsontwikkeling luchthaven Twente, kenmerk ar160109.rap/mB/kd, dd. 21 maart 2016, zie bijlage 17. Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Op het hele grondgebied van de Gemeente Enschede is het parapluplan "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid)" van kracht. Het plan is vastgesteld omdat op verschillende (bedrijfs)locaties in de gemeente Enschede het niet gewenst is dat zich daar risicovolle inrichtingen vestigen. In de regels van verschillende geldende bestemmingsplannen is de vestiging van deze inrichtingen om die reden specifiek uitgesloten. Gebleken is echter dat in een aantal bestemmingsplannen c.q.
bedrijfsbestemmingen, waar risicovolle inrichtingen niet gewenst zijn, deze uitsluitingsclausule abusievelijk ontbreekt. Door middel van dit parapluplan wordt de vestiging van deze inrichtingen binnen de gehele Gemeente Enschede uitgesloten. Nieuwvestiging van nieuwe risicovolle inrichtingen kan op deze manier alleen middels een verantwoording positief worden bestemd. Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven
64 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, vooral bij het opstijgen en landen. Het plangebied is in de directe nabijheid van Twente Airport gelegen. Overeenkomstig het deelonderzoek naar externe veiligheid is de conclusie uit deze rapportage dat voldaan wordt aan de eisen die, voor wat betreft externe veiligheid, gelden voor luchthavens en derhalve geen belemmering vormen voor het plan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er voor wat betreft externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de onderhavige plannen.
5.2
Water
In paragraaf 4.3.7 is ingegaan op het gemeentelijke beleid ten aanzien van het aspect water. Hieronder wordt nader ingegaan op de relatie met het plangebied. Een uitgebreide beschrijving van de huidige situatie is opgenomen in hoofdstuk 10 van bijlage B van het MER (zie bijlage 4). De waterhuishouding binnen het plangebied moet voldoende ruimte krijgen voor bovengrondse berging, infiltratie, zuivering en afvoer. Hiermee wordt de kans op problemen in de waterhuishouding, zoals overbelasting van het ontvangende systeem en verdroging van de bodem, geminimaliseerd. Daarnaast kunnen de kansen die water biedt benut worden, zoals gebruik van regenwater voor toiletspoeling. Ook kan water een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunten hemelwater Voor het omgaan met hemelwater gelden de volgende uitgangspunten: Hemelwater wordt zo min mogelijk verontreinigd en komt ten goede aan het oppervlakte- en grondwatersysteem. Voor verharde oppervlakken, bijvoorbeeld daken en goten waarmee het hemelwater in aanraking komt, wordt de toepassing van uitloogbare bouwmaterialen voorkomen. Het opvangen en afvoeren van hemelwater zoveel mogelijk voorkomen. Dit kan door het toepassen van bijvoorbeeld halfverharding en/of grasdaken. Hemelwater gescheiden van afvalwater opvangen, bergen en afvoeren.
Infiltratie van hemelwater in de bodem is op locaties waar dit mogelijk is de beste optie. Op deze manier wordt zuivering, retentie en grondwateraanvulling gerealiseerd. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, waarvan meer dan één perceel afhankelijk is, niet op een particulier perceel aanleggen. Voor nieuwe stedelijke gebieden geldt de eis dat de waterschapsbui T=50 (komt eens in de 50 jaar voor) van 40 mm in 75 minuten geheel binnen het gebied wordt geborgen. Voor stedelijke herontwikkelingen is de bergingseis 20 mm. Maximale afvoer vanuit het plangebied is 2,4 l/s/ha (stedelijke afvoernorm). Uitgangspunten oppervlaktewater Voor het omgaan met oppervlaktewater gelden de volgende uitgangspunten: De bestaande waterlopen (beken en greppels) handhaven, zodat overtollig regen- en grondwater uit het plangebied en de aangrenzend gebieden afgevoerd kan worden op het natuurlijke watersysteem. Afvalwater Voor het omgaan met afvalwater gelden de volgende uitgangspunten: Het ontstaan van afvalwater minimaliseren. Afvoer van afvalwater via een vuilwater of gemengd rioleringsstelsel. In overleg met het waterschap Vechtstromen kunnen afgelegen vuilwaterlozingen afvoeren naar een individuele behandeling afvalwater (IBA). Grondwater/Ontwatering Uitgangspunt bij ontwikkelingen is geen toename van de afvoer van grondwater. Dit betekent dat de grondwaterstand niet negatief beïnvloedt mag worden.
Gevolg hiervan is dat voor het voldoen aan de ontwateringsnormen beperkt drainage toegepast mag worden. Enkel grondwaterstandspieken mogen bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 65
middels drainage worden afgetopt. Gezocht moet worden naar een goede afstemming tussen het ophogen van het maaiveld en het toepassen van drainerende voorzieningen. Om bij hoge grondwaterstanden te voldoen aan de ontwateringsnormen, kan het maaiveld opgehoogd worden ter plaatse van wegen en bebouwing. Aandachtspunten hierbij zijn de gewenste afwatering en het gewenste toekomstige beeld van het gebied. Reduceren van de benodigde ophoging kan gerealiseerd worden door kruipruimteloos te bouwen. Om te voorkomen dat wegen, bebouwing en groen problemen krijgen met grondwater worden de onderstaande ontwateringsnormen gehanteerd. Ontwatering is het verschil tussen het peil van de weg/ de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Wegen: ontwateringsdiepte van 0,70 meter, waarbij een zandbed met minimale dikte van 0,50 m aanwezig moet zijn. Een te hoge grondwaterstand kan opvriezen en opdooi van de fundering van de weg veroorzaken Bebouwing: de ontwateringsdiepte van bebouwing hangt af van het type gebouw. Voor woningen of gebouwen met een niet-waterdichte kruipruimte die goed toegankelijk moet zijn, dient de ontwatering zodanig te zijn dat zich geen grondwater in de kruipruimte bevindt. Als norm wordt vaak gehanteerd dat het grondwater tenminste 0,20 m beneden de vloer van de kruipruimte moet staan.
Uitgaande van een 0,50 m hoge kruipruimte en een vloerdikte (woonvloer) van 0,20 m betekent dit een afstand van 0,90 m tussen de GHG en de bovenzijde van de vloer. Door kruipruimteloos te bouwen kan de ontwateringsnorm onder bepaalde voorwaarden met 0,30 m verminderd worden. Groen: voor deze bestemming wordt meestal een ontwateringdiepte van 0,50 m -mv geadviseerd. Langdurige te hoge grondwaterstanden beïnvloeden de beworteling nadelig. Afwatering percelen Om te voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt op de percelen gelden de volgende adviesnormen: Het vloerpeil van de bebouwing minimaal 0,20 m boven het dichtstbijzijnde wegpeil (kruin weg) leggen. Perceel vlak of richting de weg af laten lopen. De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen. Waterhuishouding en het bestemmingsplan Negatieve effecten op de waterhuishouding dienen door het nemen van mitigerende maatregelen voorkomen te worden. Voor het plangebied Midden zal de hoeveelheid extra verhard oppervlak als gevolg van ontwikkelingen beperkt zijn. Binnen de NNN is de hoeveelheid verhard oppervlak afgenomen en de werkparken Oostkamp en Strip zijn al voor een groot deel verhard. Voor extra verharding moeten mitigerende maatregelen worden genomen om het watersysteem niet extra te belasten.
Conclusie In de planregels worden generieke regels gesteld ten aanzien van het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater. Andere aspecten zoals afvalwater worden in de fase van vergunningverlening getoetst. In de beleidsregel voor de ruimtelijke kwaliteit (zie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving) zijn aspecten zoals de verhouding groen-rood en oppervlaktewater meegenomen. Met het nemen van mitigerende maatregelen worden nadelige effecten op het watersysteem als gevolg van de mogelijke ontwikkelingen voorkomen. Deze maatregelen zijn mogelijk binnen het bestemmingsplan. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
66 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
5.3
Verkeer
De activiteiten in het plangebied veroorzaken nieuwe verkeersstromen. In 2016/2017 zijn de uitgangspunten voor verkeer beschreven in bijlage 7 van de MER voor het plangebied. Deze uitgangspunten zijn voor dit nieuwe bestemmingsplan opnieuw tegen het licht gehouden en geactualiseerd op basis van de huidige kennis en actuele situatie in het plangebied. Na de totstandkoming van de voorgaande bestemmingsplan is in 2017 ook een nieuw Regionaal Verkeersmodel Twente tot stand gekomen, dat voor dit bestemmingsplan begin 2021 nog specifiek is voorzien van de meest recente cijfers over arbeidsplaatsen en verkeersgeneratie in het plangebied (Regionale Verkeersmodel Twente-variant Enschede (d.d. 6 januari 2021; hierna kortheidshalve te noemen: verkeersmodel). Met dit verkeersmodel kan voor gemiddelde werkdagen op hoofdlijnen worden bepaald wat de effecten zijn van nieuwe ontwikkelingen en ingrepen in infrastructuur op de verkeersstromen in een gebied. De ontwikkeling van Natuur in het plangebied is niet gewijzigd ten opzichte van het voorgaande, vernietigde, bestemmingsplan en zorgt ook nu niet voor een significante groei van het aantal verkeersbewegingen. Deze zijn om deze reden niet opgenomen in de verkeersberekeningen. Als gevolg van de ontwikkeling van het NatuurNetwerk Nederland treden er geen verkeerskundige effecten op voor de belastbaarheid van het wegennet en kruispunten.
De verkeersgeneratie van het Middengebied wordt veroorzaakt door het evenemententerrein Vliegveld Twente Evenementenlocatie, bestaande uit bedrijvigheid van activiteiten en evenementen, plus de bezoekers van die evenementen. Om inzicht te krijgen in de effecten (o.a. lucht en geluid) van het bijbehorende verkeer is aan de hand van het genoemde verkeersmodel onderzocht hoe het verkeer zich verdeelt over het netwerk en wat de verkeersintensiteiten worden. Er spelen daarbij twee aandachtspunten: een verkeersmodel berekent verkeersstromen voor een gemiddelde werkdag, terwijl een evenemententerrein vooral op weekenddagen verkeer van en naar bijzondere evenementen genereert. Tweede aandachtspunt is dat de verkeerproductie van een evenemententerrein niet verklaard kan worden door de gebruikelijke factoren waar een verkeersmodel mee rekent: aantallen woningen, arbeidsplaatsen en een aantal reismotieven. Daarom is voor dit terrein een aangepast aanpak gehanteerd. Meer detailinformatie hierover is te vinden in bijlage 28 Notitie 'Toelichting Verkeer' 007324.20210218.N1.04, van 22 april 2021 (hierna kortheidshalve te noemen Notitie 'Toelichting Verkeer'). Vanwege het atypische karakter van het evenemententerrein, is er voor dit terrein gekozen om het aantal ritten van en naar het terrein op werkdagen rechtstreeks in het model in te voeren.
Dat heeft verder geen gevolgen voor een goede werking en toepassing van dit verkeersmodel. De verkeersgeneratie van VTE is gebaseerd op de gegevens die zijn opgenomen in bijlage 29 'Notitie vervoersmanagement omgevingsvergunning milieu VTE', van 21 april 2021 (kenmerk L001-1321812LNO-V05-avd-NL; hierna kortheidshalve te noemen 'Notitie Vevoersmanagement'). In deze notitie is aan de hand van het toegestane gebruik, en de ervaringen die de afgelopen jaren door VTE al zijn opgedaan, de achtergrond achter het verkeer nader toegelicht (verschillende typen activiteiten en evenementen, verdeling over de verschillende modaliteiten, bezettingsgraad per voertuig e.d.). Vervolgens is er voor gekozen om onderscheid te maken tussen verkeer op werkdagen (regulier verkeer) en verkeer in de weekenden (evenementenverkeer). In eerdere versies van het Regionale Verkeersmodel Twente is 1/3 van het totaal aantal evenementenbezoekers van VTE als representatief voor doordeweekse dagen gehanteerd (overige 2/3 in de weekenden). Deze verdeling is, na een check van de recente inzichten en ervaringen, ook nu weer toegepast. In de Notitie 'Toelichting Verkeer', bijlage 28 is per type verkeer een onderscheid aangebracht welk aandeel op werkdagen aanwezig is en welk aandeel tijdens weekenddagen.
Regulier verkeer Uit de berekeningen met het geactualiseerde verkeersmodel blijkt dat de hoeveelheden verkeer in het prognosejaar 2030 in de omgeving van VTE op een gemiddelde werkdag, t.o.v. de cijfers voor 2026 uit het vernietigde bestemmingsplan 2017, minder hoog uitvallen. Dat heeft enerzijds een oorzaak in het verkeersmodel zelf, omdat bij de opstelling hiervan is uitgegaan van bijgestelde prognosecijfers in aantallen woningen en arbeidsplaatsen in de regio, ten opzichte van het voorgaande verkeersmodel uit 2014. Anderzijds is de modelinput voor het VTE terrein aangepast aan specifieke gegevens op basis van het toegestane gebruik en de ervaringen van de afgelopen jaren, waar in het vorige bestemmingsplan nog is
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 67
uitgegaan van algemene kentallen per hectare terrein. In de Notitie 'Toelichting Verkeer', bijlage 28 is zichtbaar gemaakt wat de totale verkeersintensiteiten (autonoom verkeer plus VTE verkeer) in 2030 zullen worden als er niet gestuurd wordt op routekeuze naar VTE. Dit overzicht is hieronder overgenomen.
Werkdagetmaalintensiteiten2030 (zonder maatregelen)
Gezien de locatie van het evenemententerrein kunnen zowel de N737 Weerseloseweg als de N733 Oldenzaalsestraat als logische verkeersontsluitingsroute gebruikt worden. Maar omdat uit Aerius-berekeningen is gebleken dat de gebiedsontwikkeling mogelijk tot meer stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden leidt, valt de N737 als geschikte route uit noordelijke richting naar het gebied (en omgekeerd) af. Met behulp van het verkeersmodel is onderzocht wat de effecten zijn van gerichte verkeersmaatregelen om de verkeersstromen vanuit en naar de richtingen Deurningen/Hengelo-Noord via de N737 te voorkomen en te sturen via de N733. Er zijn twee verkeersmaatregelen nader onderzocht: 1. 2.
Een volledige fysieke wegafsluiting op de Vliegveldweg tussen Braakweg en Oude Deventerweg, waardoor alle autoverkeer via de Vliegveldweg onmogelijk is. Een afslagbeperking op het kruispunt Vliegveldweg-entree VTE terrein-Oude Deventerweg, waarbij linksafslaan vanaf Vliegveldweg naar VTE en rechtsafslaan van VTE naar Vliegveldweg voor autoverkeer onmogelijk is door aanleg van een verhoogde middengeleider in de bocht. Hiervoor wordt een verkeersbesluit genomen.
De belangrijkste gevolgen zijn als volgt: Ad 1: Naast het weren van verkeer van en naar het VTE-terrein, wordt ook het bestaande dagelijkse verkeer op
68 1 (vastgesteld)
bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202
de route Oude Deventerweg-Vliegveldweg-Snellenweg en/of Braakweg onmogelijk gemaakt. Dat verkeer gaat uitwijken naar de dorpskern Lonneker (Dorpsstraat en Dorpsplein) om via die route alsnog naar Enschede Noord en terug te rijden. Ad 2: Met deze maatregel wordt het bestaande verkeer over de route Oude Deventerweg-Vliegveldweg-Snellenweg en/of Braakweg ontzien. Alleen het verkeer van en naar het VTEterrein wordt hiermee beïnvloed en dat gaat voornamelijk via de N733 rijden. Deze maatregel leidt in de dorpskern Lonneker niet of nauwelijks tot een verkeerstoename.
Werkdagetmaalintensiteiten2030 (met afslagverbod en aangepast kruispunt)