CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. BP Toelichting

Raadsvergadering 29 november 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden 202134.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Op basis van de verkeerseffecten is het alternatief met afslagverbod en aangepaste vormgeving van het kruispunt bij VTE als voorkeursalternatief gekozen. In dit alternatief rijdt er nog amper VTE-verkeer via de N737, heeft het een verwaarloosbaar effect op het verkeer in Lonneker, en verkeer van Oldenzaal richting noordwest Enschede vice versa kan de gebruikelijke route via de Oude Deventerweg, Vliegveldweg en Braakweg blijven rijden en gaat niet uitwijken naar ongeschikte wegen waar meer overlast voor de omgeving valt te verwachten. Voor de hulpdiensten is de aanvoerroute via de Braakweg en Vliegveldweg naar de hoofdentree van het VTE terrein van groot belang. Omdat de infrastructurele maatregel op het kruispunt bij de hoofdentree verkeer verhindert om vanaf de Vliegveldweg linksaf te slaan, wordt voor hulpdiensten voorzien in een aparte calamiteitenontsluiting vanaf de Vliegveldweg naar VTE.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 69

Schetsontwerpaanpassing kruispunt

Detailinformatie over de effecten van de varianten is opgenomen in de Notitie 'Toelichting Verkeer', bijlage 28. Evenementenverkeer Evenementen zorgen voor een piekbelasting (veel verkeersbewegingen in korte periode) op het wegennet. Het is niet realistisch om met het oog op een dergelijke piekbelasting het wegennet te dimensioneren. In 2017 is nader onderzoek gedaan naar de capaciteit van de directe toe- en afvoerwegen Vliegveldweg en Oude Deventerweg naar en van het evenemententerrein. Deze erftoegangswegen hebben een beperkte (omgevings)capaciteit van ca. 5.500 toot 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Voor grotere evenementen zullen onder andere daarom vervoersplannen opgesteld moeten worden om het verkeer goed van en naar het evenemententerrein te begeleiden. Dat is de afgelopen jaren tijdens dit soort evenementen ook gebeurd. De verkeersaantrekkende werking is per evenement erg verschillend. Op basis van de ervaringen in de afgelopen jaren heeft VTE een realistische onderverdeling gemaakt voor de maximale invulling van 500.000 bezoekers per jaar. Deze is in de Notitie vervoersmanagement, bijlage 29 nader uitgewerkt. Parkeren wordt voor de reguliere evenementen op het terrein van VTE zelf opgelost. Voor de grotere evenementen wordt dit apart in een verkeersen vervoersplan geregeld, dat onderdeel uitmaakt van de evenementenvergunning/melding.

In genoemde bijlagenotitie zijn aantallen bezoekers genoemd, waarboven een vervoersplan noodzakelijk is. In die vervoersplannen worden alternatieven aangeboden die er op gericht zijn om bereikbaarheidsproblemen te voorkomen. De verkeersmaatregel (middengeleider), die als voorkeursalternatief naar voren is gekomen om regulier verkeer naar en van VTE langs het Lonnekermeer via de N737 te weren, is ook onverkort van toepassing voor het evenementenverkeer in de weekenden. Bezoekers zullen via diverse mobiliteitsmaatregelen, zoals o.a. pendelvervoer vanaf een P&R terrein en station, fietsenstalling dichtbij de locatie van het evenement, combitickets, promoten carpoolen, etc. worden gestimuleerd en verleid om via alternatieve vervoermiddelen naar het terrein te komen. Daarnaast worden de bezoekers via communicatiemaatregelen en (tijdelijke) bewegwijzering geïnformeerd over de bereikbaarheid van het terrein en de vervoeralternatieven. De Notitie vervoersmanagement, bijlage 29 gaat daar nader in detail op in. Tenslotte nog enkele opmerkingen: Aangenomen wordt dat het VTE-personeel zelf en het verkeer voor de statische en tijdelijke opslag op het terrein niet via het Lonnekermeer zal rijden, omdat dit bekend zal zijn met de situatie. De initiatiefnemer heeft hier rechtstreeks invloed op en zal dit met afspraken borgen.

Het is te verwachten dat een klein deel van het verkeer vanaf de A1 en uit Hengelo, ondanks routeinformatie toch probeert om via het Lonnekermeer naar VTE te rijden. Na een eerste ervaring dat het

70 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

terrein dan niet bereikt kan worden, zal die neiging afnemen. Het is niet te verwachten dat vertrekkend verkeer van het VTE-terrein eerst naar de rotonde op de N733 Oldenzaalsestraat rijdt, en daar volledig omdraait en terugrijdt via de bocht bij de ingang van het VTE-terrein om zo alsnog via de Vliegveldweg-Snellenweg-Vergertweg richting de N737 langs het Lonnekermeer te rijden. Navigatiesystemen zullen bij nadering van de rotonde de route via de N733 richting Oldenzaal als snelste rijroute voor de A1 richting het westen aangeven. De reistijden via beide routes liggen dermate dicht bij elkaar, dat als een bestuurder eenmaal richting de N733 rijdt (door het afslagverbod en de aangepaste vormgeving van het kruispunt bij VTE), het onwaarschijnlijk is dat hij dan bij de rotonde om zal keren om alsnog via de N737 te rijden. Busverkeer wordt ingezet bij grootschalige evenementen voor bezoekers die niet uit de regio komen. Voor het busverkeer is daarom aangenomen dat al het busverkeer via de A1 en de N737 of N733 rijdt. De verdeling over beide wegen is voor de inkomende bussen overgenomen uit het verkeersmodel (3% via de N737), wat een conservatieve aanname is, aangezien het georganiseerd busvervoer goed stuurbaar (via de N733) zal zijn.

Bij de grote evenementen zal verhoudingsgewijs meer verkeer een niet lokale herkomst hebben en dus via de A1 rijden, dan waar het verkeersmodel van uit gaat. Op basis van ervaringen van VTE is de verwachting dat circa 1 op de 4 voertuigen vanaf de kant van Enschede komt of daar naartoe rijdt. Dit betreft verkeer uit Enschede zelf, maar ook voor bijvoorbeeld Haaksbergen is dit de snelste route). Bij deze grote evenementen zal via verkeersregelaars worden voorkomen dat vertrekkend verkeer via de rotonde op de N733 weer terug rijdt via de Oude Deventerweg naar de N737 (anders ontstaan verkeersonveilige situaties omdat dit verkeer dan gaat kruisen met het vertrekkend verkeer vanaf het VTE-terrein). Conclusie verkeer Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van verkeer geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.4

Archeologie

Inleiding Het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Het Verdrag van Valetta) is in 1992 ondertekend. Het verdrag is geïmplementeerd via een wijziging van de Monumentenwet (Wet op de archeologische monumentenzorg), die op 1 september 2007 in werking is getreden. Doelstelling is om zo veel mogelijk bodemschatten in de bodem te behouden, om zo aantasting van het bodemarchief te voorkomen. Verder wordt bevorderd dat in een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke ordening rekening wordt gehouden met archeologische waarden. Uitgangspunt is tevens dat bodemverstoorders archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen betalen. De Wet op de archeologische monumentenzorg legt de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed bij gemeenten en bepaalt dat archeologie voortaan binnen het instrumentarium van de ruimtelijke ordening dient te worden meegewogen. De gemeente heeft ten aanzien van het omgaan met archeologie een substantiële inhoudelijke beleidsruimte om een belangenafweging te maken. De uitvoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg draagt bij aan de kennis van het ontstaan van de stad en samen met de monumenten, landschapshistorie en bouwhistorie, aan de kwaliteit van de ruimte en de identiteit en het imago van de gemeente Enschede.

Archeologiebeleid Op 28 januari 2008 heeft de gemeenteraad van Enschede het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Hierin is opgenomen op welke wijze binnen de gemeente Enschede invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Op basis van het beleid dient archeologie op een dusdanig vroeg tijdstip te worden betrokken bij planontwikkelingen en/of aanvragen voor bouw-, sloop- of aanlegvergunningen dat de risico's van bodemverstoringen voor de archeologie voorafgaand aan de werkzaamheden in kaart kunnen worden gebracht. Hierbij is het van belang dat inzicht bestaat in de archeologische verwachtingswaarde en de trefkans dat waardevolle archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Daarbij geldt dat de geologie, de geomorfologie en de aard van de bodem zeer bepalend zijn voor de archeologische verwachtingswaarde. Op basis van kennis over het hiervoor genoemde kan een indicatie worden gegeven over hoe groot de kans is dat ergens waardevolle archeologische waarden in de bodem bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 71

aanwezig zijn. Deze indicaties ten aanzien van gebiedsspecifieke verwachtingen zijn op een archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Enschede aangegeven. Voor gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde en waardevolle terreinen geldt een archeologische onderzoeksplicht. In de beleidsnota is een handleiding voor het archeologisch werkproces opgenomen, met daarin te onderscheiden processtappen van inventarisatie, waardering, selectie en specifieke beheersmaatregelen. Archeologie en het plangebied Door onderzoeksbureau RAAP is eind 2011 onderzoek uitgevoerd naar o.a. de archeologische waarden in het plangebied van de luchthaven (zie bijlage 36, kenmerk 0925-6229). Conclusie voor de gronden voor onderhavig bestemmingsplan is dat bijna alle gronden een lage archeologische verwachtingswaarde hebben en dat nader onderzoek niet nodig wordt geacht. Voor een klein gedeelte met een middelhoge verwachtingswaarde is wel nader onderzoek geadviseerd. Tijdens het nader veldonderzoek (RAAP, kenmerk 0925-6369, zie bijlage 37) zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van het plan hoogstwaarschijnlijk geen archeologische resten zullen worden verstoord.

WOII-archeologie Het bureauonderzoek is tevens uitgevoerd om een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen voor het tijdvak Tweede Wereldoorlog, omdat deze niet is meegenomen in het gemeentelijke archeologiebeleid. Het onderzoeksgebied heeft een zeer hoge verwachting op aantreffen van sporen uit de Tweede Wereldoorlog. In het selectiebesluit van de gemeente Enschede is opgenomen dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is op basis van het in 2011 uitgevoerde archeologische onderzoek. Wel is in het besluit aangegeven dat er archeologische begeleiding plaats dient te vinden bij grondwerkzaamheden waarbij vondstmateriaal uit WOII wordt aangetroffen. Hierbij dient gehandeld te worden conform het opgestelde programma van eisen Archeologische begeleiding (Oversticht, 25 juni 2012, zie bijlage 38). De aanbeveling om in de toekomstige functie van het terrein het WOII-verhaal zichtbaar te laten en/of te maken in het terrein wordt overgenomen. Bij het inrichten van fiets- en wandelroutes wordt aangesloten bij deze specifieke geschiedenis. Daarnaast worden verschillende cultuurhistorisch waardevolle elementen via het bestemmingsplan beschermd. Meer informatie hierover is opgenomen in paragraaf 2.3. Via deze werkwijze wordt tevens aangesloten op de adviezen uit het rapport rondom de bescherming van specifieke deelgebieden (o.a. de druiventros en schietbaan).

Conclusie Vanuit het oogpunt van archeologie zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Beoordeeld is of de onderzoeken nog actueel zijn omdat ze deels meer dan twee jaar geleden zijn opgesteld. Gezien het laag-dynamische onderwerp en de constatering dat er in de tussentijd geen aanleidingen zijn geweest om aanvullend onderzoek uit te voeren, zijn de onderzoeken nog voldoende actueel. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden die niet vergunningsplichtig zijn, dan wel in zones waar geen vervolgonderzoek is aanbevolen, onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 (herzien in 2007) aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

5.5

Natuur

5.5.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant 72 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en - in beginsel - een plan-milieueffectrapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Voor kleine gebieden op lokaal niveau geldt er voor plannen met een passende beoordeling geen automatische plan-mer-plicht meer, maar een plan-mer-beoordelingsplicht. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

De Gebiedsbescherming en het plangebied Het plangebied is gelegen op korte afstand (< 1000 m) van het Natura 2000 gebied "Lonnekermeer" en op grotere afstand van de Natura 2000 gebieden "Landgoederen Oldenzaal" en "Dinkelland". Vanwege de korte afstand tot enkele Natura 2000-gebieden en de mogelijke nadelige effecten als gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen is besloten om af te zien van het eerst uitvoeren van een voortoets Natura 2000 en direct te kiezen voor het uitvoeren van een passende beoordeling. Uit de door adviesbureau Arcadis in april 2016 uitgevoerde passende beoordeling zoals opgenomen in het MER (zie bijlage 21) blijkt dat voor bijna alle mogelijke verstoringsfactoren (versnippering of verlies van leefgebied, vernatting, verdroging, verstoring door licht, geluid of menselijke aanwezigheid) significant negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. Alleen voor stikstofdepositie kunnen significant negatieve effecten op voorhand niet worden uitgesloten. In paragraaf 1.1 is beschreven dat het aspect stikstofdepositie tot de uitspraak van 29 mei 2019 van de Raad van State diende te worden getoetst aan de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Door die uitspraak is het PAS vervallen. De haalbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voor het aspect stikstofemissie steunt derhalve niet meer op het PAS maar op een specifieke stikstofonderbouwing.

Op basis van de resultaten die uit de berekeningen zijn verkregen en de daarop uitgevoerde passende beoordeling, waarin is onderzocht of de beoogde ontwikkelingen leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, kan worden uitgesloten dat er sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie op enige relevante locatie. Zie bijlage 39. Conclusie Gebiedsbescherming Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het hoofdstuk Gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming op voorhand geen belemmering vormt voor het besluit tot het vatsstellen van het bestemmingsplan. 5.5.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het "nee, tenzij" principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen van en/of de functionele leefomgeving van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen. Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor eventueel aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Beschermde planten- en diersoorten en het plangebied Vanaf 2010 zijn verschillende ecologische onderzoeken verricht in het kader van de gebiedsontwikkeling Voormalige Vliegbasis Twenthe. Op basis van deze onderzoeken is door adviesbureau Waardenburg een effectenbeoordeling en toetsing aan hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming uitgevoerd (Waardenburg bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 73

Effecten van de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente op beschermde soorten, rapportnummer: 17-019, 2 februari 2018, zie bijlage 40). Aanvullend is door adviesbureau Tauw een effectbeoordeling opgesteld voor de 12 evenementdagen die op het aspect geluid afwijken van de reguliere situatie (Tauw, Natuurtoets soortenbescherming voor 12 evenementdagen Evenementenlocatie Vliegveld Twenthe, kenmerk R004-1250989JRE-kmi-V01, 2 februari 2018, zie bijlage 41). Door adviesbureau Tauw zijn de voorgenoemde rapporten van Wansink (2018) en Reimerink & Van Hooff (2018) geactualiseerd (Tauw, Actualisatie natuuronderzoeken Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie, kenmerk R001-1277632AIH-V03-avg-NL, 28 april 2021, zie bijlage 42). De rapporten van Wansink (2018) en Reimerink & Van Hooff (2018) zijn door Tauw beoordeeld op de volgende vragen: -

Voor welke soorten zijn de conclusies en voorwaarden uit 2018 nog steeds toepasbaar?

-

Voor welke soorten uit 2018 zijn wijzigingen opgetreden en leidt dit tot aanvullende maatregelen?

-

Zijn sinds 2018 nieuwe soorten aanwezig en zijn daarvoor aanvullende maatregelen nodig?

-

Staat de Wnb soortenbescherming de uitvoerbaarheid van het nieuwe bestemmingsplan in de weg?

-

Leiden de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd tot een mogelijke overtreding van de Wnb en zijn maatregelen of een ontheffingen nodig?

Uit het onderzoek van Tauw volgt dat voor de meeste soorten de conclusies uit de onderzoeken uit 2018 ongewijzigd blijven. Ook de in de rapporten opgenomen maatregelen zijn nog steeds actueel. Voor buizerd, sperwer, groene specht, zwarte specht en grote vos is de situatie wel gewijzigd, maar leidt dit niet tot aanpassingen van de conclusies uit de onderzoeken van Wansink (2018) en Reimerink & Van Hooff (2018). Voor deze soorten gelden de conclusies dat de Wnb de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat en dat voor activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd geen ontheffingsplicht geldt. Voor bunzing, egel, hermelijn, wezel, oehoe en das is de situatie nieuw of gewijzigd en zijn aanvullende maatregelen nodig. Door het nemen van deze maatregelen staat de Wnb de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Uitvoeringsmaatregelen Maatregelen VTE-terrein algemeen: De uitstraling van licht vanuit kantoren, werkplaatsen en straatverlichting naar de omgeving moet worden beperkt. Dit kan door de lampen van speciale armaturen te voorzien en kantoorramen daar waar ecologisch relevant 's avonds en 's nachts te blinderen. Lichtinvloed van evenementen dient niet meer te bedragen dan 0,5 lux op de Lonnekerberg en het NNN.

Bij voorkeur wordt voor verlichting van werkterreinen (in aanlegfase), voor straatverlichting en buitenverlichting van werkparken (in gebruiksfase) licht in het roodkleurige of amberkleurige spectrum gebruikt, omdat dit het minste negatieve effect op vleermuizen heeft. Het direct aanlichten van (invliegopeningen van) vleermuisverblijfplaatsen wordt voorkomen door lampen niet direct op deze verblijfplaatsen te richten. Datzelfde geldt voor het voorkomen van aanlichten van vogelnesten. In de periode van januari tot en met augustus wordt maandelijks een broedvogelcheck uitgevoerd en worden op basis daarvan kwetsbare delen afgehekt. Bij grootschalige buitenevenementen en grootschalige leisureactiviteiten worden van tevoren potentiële leefgebieden van beschermde soorten in kaart gebracht door ter zake kundige. Op aanwijzing van ter zake kundige kunnen deze locaties worden ontzien met bijvoorbeeld hekken of vergelijkbare methode waardoor bezoekers deze terreinen niet kunnen betreden. In het migratieseizoen van kamsalamanders worden mitigerende maatregelen genomen om verkeersslachtoffers op de Grefteberghoekweg te voorkomen. Deze vallen te voorkomen door de Grefteberghoekweg (ter hoogte van de artiesteningang) weg met amfibieënschermen af te zetten en kamsalamanders handmatig de weg over te zetten.

Een alternatieve en duurzamere oplossing is het aanleggen van een amfibieëntunnel, inclusief amfibieënschermen langs de weg, ter hoogte van de poel. Leefgebied van de kamsalamander wordt niet verlicht of betreden. Bij de uitvoering van werkzaamheden in de bossen moet de gedragscode Bosbeheer van VBNE worden gevolgd. De evenementenlocatie is omheind. Indien werkzaamheden worden verricht waarbij verblijfplaatsen kunnen worden beschadigd of vernield, dient daarvoor een ontheffing te worden aangevraagd en wordt ervoor gezorgd dat hierbij geen dieren worden gedood. Dit kan door de verblijfplaatsen weg te halen buiten de kwetsbare periode van de betreffende diersoort en door het volgen van de richtlijnen in een kennisdocument, zoals het 74 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

Kennisdocument gewone dwergvleermuis (BIJ12 2017d) of van de Gedragscode Bosbeheer van VBNE. Het afsteken van vuurwerk is in de periode van 2 januari tot 15 mei niet toegestaan; buiten deze periode is het maximaal 12 dagen per kalenderjaar toegestaan, waarvan maximaal 2 dagen tussen 15 mei en 1 juli, altijd met een maximum van 15 minuten per dag. Maatregelen 12 evenementdagen VTE-terrein: Geen evenementdagen van 15 maart tot 15 mei Maximaal 2 evenementdagen in de periode van 15 mei tot 1 juli Maximaal twee driedaagse evenementen in de periode van 1 juli tot 15 juli (met tussenperiode van minstens een week) Het is nodig om, met in achtneming van de hiervoor genoemde algemene voorwaarden, een verlichtingsplan te maken voor het VTE-terrein en de toegangsroutes, dat effecten op vleermuizen door licht voorkomt. Bij afwijking daarvan moet voor het betreffende evenement een verlichtingsplan worden gemaakt om effecten door licht op vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen te voorkomen.

Tenminste de volgende verlichtingsmaatregelen dienen te worden getroffen: vleermuisvriendelijke terreinverlichting verlichting niet gericht op vleermuisverblijfplaatsen en omringende bosranden verlichting zoals podiumverlichting mag buiten de Evenementenlocatie Vliegveld Twenthe (in de Lonnekerberg) geen verlichtingssterkte groter dan 0,5 lux veroorzaken Omdat verblijfplaatsen en vliegroutes kunnen wijzigen is het belangrijk steeds een actueel overzicht te hebben voor het leisure/evenemententerrein. Mitigatiemaatregelen, zoals amfibieënschermen en voorzieningen voor de preventie van verkeersslachtoffers, die geplaatst worden in het kader van de inrichting van het terrein mogen niet verwijderd worden tijdens de 12 evenementendagen. Specifieke maatregelen Bunzing, egel, hermelijn, wezel Werkzaamheden buiten verhardingen of grasvelden (inclusief grondwerkzaamheden): van tevoren ingreeplocatie onderzoeken door ter zake kundige op verblijfplaatsen van beschermde soorten. Indien aanwezig locatie ontzien of ontheffing aanvragen. Grootschalige buitenevenementen en grootschalige leisure activiteiten: van tevoren potentiële leefgebieden in kaart brengen door ter zake kundige. Op aanwijzing van ter zake kundige deze locaties ontzien met bijvoorbeeld hekken of vergelijkbare methode waardoor bezoekers deze terreinen niet kunnen betreden.

Oehoe Voorafgaand aan werkzaamheden in bospercelen, elk grootschalig buitenevenement of elk grootschalige leisure activiteit in de periode januari t/m augustus: van tevoren plangebied onderzoeken door ter zake kundige op nesten van oehoe. Indien aanwezig bepaalt de ter zake kundige een aan te houden afstand. Binnen deze afstand vinden geen activiteiten plaats totdat de ter zake kundige heeft geconstateerd dat de oehoe niet meer op de locatie aan het broeden is. Das Voor de boszones met een dassenburcht gelden de volgende maatregelen: In deze boszones zijn nieuwbouw en kappen/rooien van bomen en struweel niet toegestaan. De boszones met de burchten worden voorafgaand aan grootschalige buitenevenementen of leisure activiteiten ontoegankelijk gemaakt voor bezoekers. Dit is eenvoudig te bewerkstelligen door het gebruik van hekken en/of dichte takkenrillen in de bosranden met voldoende opening aan de onderkant. Dit gebeurt onder begeleiding van een deskundige waarbij zorg gedragen wordt dat de foerageergebieden bereikbaar blijven. Voor het zuidelijk deel van de Bunkerstrip gelden de volgende maatregelen: 1. Gebruik van de bunkers is toegestaan. 2. Leisure en evenementen zijn toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang. 3. Gebruik van bestaande verharding is toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang. 4. Er is buiten de bunkers geen verlichting toegestaan. 5.

Het kappen van bomen en het verwijderen van onderbegroeiing is niet toegestaan. Maatregelen NNN Honden en recreanten dienen gedurende het broedseizoen van veldleeuwerik en graspieper (15 maart – 1 bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 75

juli) uit het open veld van het nieuwe NNN worden geweerd om verstoring van grondbroedende vogels te voorkomen. Hiernaast is het nodig dat het gebruik van de voormalige start/landingsbaan en taxibanen in plangebied Midden in het broedseizoen wordt voorkomen. Ecologische regels in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan worden beschermende regels opgenomen die specifiek gericht zijn op bescherming van natuurwaarden: Voor de panden in plangebied Midden waarin zomer- en kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen zijn aangetroffen, wordt een regeling in het bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Twente-Midden opgenomen, zodat de verblijfplaatsen niet door sloop of renovatie kunnen worden vernield of beschadigd. Met deze maatregel worden ook eventuele verblijfplaatsen van steenmarters veiliggesteld. Het gaat om de panden Bunkerstraat C103, Oostkamp H15, C95 en C101, De Strip C99, C20, C22, C23 en C25. In het poortgebouw bij Deventerpoort (gebouw C13) broeden al enige jaren huismussen. In het bestemmingsplan wordt een regeling opgenomen, zodat de nestplaatsen en het opgaande groen rond dit gebouw niet door sloop/kap of renovatie worden vernield of beschadigd. In een huismuskast opgehangen aan het terminalgebouw (gebouw 333) broedt een huismussenpaar.

In het bestemmingsplan Midden wordt een regeling opgenomen, zodat de nestkasten niet door sloop of renovatie worden vernield of beschadigd. Datzelfde geldt voor het bijbehorende groen, dat is gesitueerd rond het gebouw 335. Ter compensatie van de gebiedsontwikkelingen is een deel van de gebiedsontwikkeling heringericht voor natuur (circa 137 hectare, in eigendom van de provincie Overijssel). In het bestemmingsplan krijgen deze gronden de bestemming 'Natuur'. Hierbinnen is alleen extensief recreatief medegebruik op de bestaande paden en op bestaande verhardingen toegestaan (fietsen, wandelen e.d.). De uitstraling van de kunstverlichting van de Leisure/evenementenlocatie mag op het omliggende Natuurnetwerk Nederland (inclusief de Lonnekerberg ten oosten van de Grefteberghoekweg) niet meer zijn dan 0,5 lux. Vuurwerk, niet toegestaan in periode 2 januari - 15 mei, is maximaal 12 dagen per jaar mogelijk (waarvan maximaal 2 dagen in de periode 15 mei tot en met 1 juli) en maximaal gedurende 15 minuten. Voor de 12 evenementendagen die qua geluid afwijken van de normale bedrijfssituatie gelden specifieke voorwaarden: 1. Geen evenementdagen van 15 maart tot 15 mei. 2. Maximaal 2 evenementdagen in de periode van 15 mei tot 1 juli. 3. Maximaal twee driedaagse evenementdagen in de periode van 1 juli tot 15 juli (met tussenperioden van minstens een week).

Bij De Strip en Oostkamp worden grote delen van de randen bestemd voor Groen, zodat een buffer richting de omgeving gewaarborgd is. Voor de boszones met een dassenburcht geldt dat nieuwbouw en het kappen en rooien van bomen en struweel niet is toegestaan. Kamperen buiten de verhardingen en de grasvelden is niet toegestaan. Ter voorkoming van verstoring van dassen gelden voor het zuidelijke deel van de Bunkerstrip specifieke voorwaarden: 1. gebruik van de bunkers voor leisure en evenementen is toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang; 2. gebruik van bestaande verharding is toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang; 3. buiten de bunkers is geen verlichting toegestaan; 4. het kappen van bomen en het verwijderen van onderbegroeiing is niet toegestaan.

Benodigde ontheffingen Voor de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd is geen ontheffing nodig. Voor geen enkele soort is sprake van een overtreding van de Wnb. Hierbij is er van uitgegaan dat kamperen alleen is toegestaan op verhardingen en grasvelden. Conclusie Soortenbescherming Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het hoofdstuk Soortenbescherming van de Wet natuurbescherming op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

76 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

5.5.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. De NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). De NNN beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De NNN valt niet onder de werking van de gebiedsbescherming, zoals geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming of de soortenbescherming, zoals geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De NNN is een ruimtelijk rijksbelang dat door provincies en gemeenten dient te worden vertaald in ruimtelijke plannen, zoals structuurvisies, provinciale verordeningen en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking. De NNN en het plangebied De nieuwe natuur ten zuiden van de start- en landingsbaan maakt onderdeel uit van het NNN. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk binnen het NNN die de aanwezige dan wel de nog te ontwikkelen natuurwaarden zouden kunnen aantasten. Het recreatieve medegebruik is beperkt tot de bestaande paden en verhardingen. Bij de inrichting van de NNN is rekening gehouden met mogelijke verstoring door het recreatieve medegebruik.

Conclusie NNN Aan de tot het NNN behorende gronden is de bestemming 'Natuur' toegekend, met een passende beschermende bestemmingsregeling. Hiermee zijn de in de provinciale omgevingsvisie en -verordening aan het NNN toegekende natuurlijke waarden voldoende in het bestemmingsplan geborgd.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 77

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieplan

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 van de Wro dient de gemeenteraad voor gronden waarop een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is voorgenomen een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Het bestemmingsplan voorziet deels in bouwplannen. De gronden in het plangebied worden door andere partijen dan de gemeente Enschede zelf ontwikkeld, waarbij de gemeente de kosten zal verhalen middels het sluiten van een (anterieure) exploitatieovereenkomst met de betreffende eigenaren. Deze exploitatieovereenkomst is op 20 september 2016 gesloten en overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.24 Wro bekend gemaakt in de "Huis aan Huis" van 12 oktober 2016. Gelet hierop is het kostenverhaal voldoende anderszins verzekerd dan via een exploitatieplan en is de economische uitvoerbaarheid van het nu voorliggende bestemmingsplan op dit punt voldoende aangetoond.

6.2

Ladder Duurzame Verstedelijking

Artikel 3.1.6, 2e lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Deze motivering wordt ook wel de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. Stedelijke ontwikkeling en het plangebied Bij de beantwoording van de vraag of een stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 1 Bro behelst, moet in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Uit die vergelijking volgt dat sprake is van een toename (qua planologisch ruimtebeslag) van 22.000 m 2 nu de bebouwingsmogelijkheden worden verruimd van 165.000 m2 (35.000 + 130.000) naar 187.000 m 2 (124.000 + 63.000). Daarmee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de wet.

Daarnaast gaat het om een functiewijziging van de bestemmingen 'Militair terrein' respectievelijk 'Vliegveld' naar de bestemmingen 'leisure', 'evenementen' en 'ondersteunende bedrijvigheid'. Ook de ruimtelijke uitstraling verandert planologisch gezien (bijvoorbeeld wat betreft aspecten als uiterlijke verschijningsvorm, verkeersaantrekkende werking, parkeren en geluid). De functiewijziging en bijbehorende veranderende ruimtelijke uitstraling in vergelijking met de functies die mogelijk zijn op basis van het vigerende planologisch regime zijn zodanig substantieel dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 6.2.1

Laddertoets

Bureau Stedelijke Planning heeft de functies die het bestemmingsplan mogelijk maakt getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zie bijlage 43. De toets wijst uit dat de beoogde ontwikkeling van het VTE-terrein met publieksevenementen, beurzen, zakelijke bijeenkomsten en leisure als volgt kan worden onderbouwd: De beoogde functies voorzien in een (toenemende) behoefte, kwantitatief en/of kwalitatief. De ontwikkeling past binnen de beleidskaders en -ambities van gemeente, regio en provincie. De ontwikkeling past niet binnen bestaand stedelijk gebied door de maat en schaal van de functies (zowel binnen als buiten) en de omvang en het specifieke karakter van het VTE-terrein (voormalig vliegveld, landschappelijk en stoer karakter). Met een dynamische mix aan landschappelijke, recreatieve en iconische cultuurhistorische beleving gaat het VTE-terrein voorzien in de recreatie- en vrijetijdsbehoeften van de inwoners van Twente, de grensregio, Nederland en bezoekers van ver weg. Van onaanvaardbare leegstand, aantasting van het woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat als 78 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

gevolg van de invulling van het VTE-terrein zal geen sprake zijn. Sterker, de beoogde ontwikkeling draagt positief bij aan het woon- en leefklimaat van bewoners in de gemeente en regio en versterkt de economie en het ondernemersklimaat. 6.2.2

Conclusie ladder voor duurzame verstedelijking

Op basis van het onderzoeksrapport van Bureau Stedelijke Planning is de conclusie dat voor de functies die het bestemmingsplan benoemt voor het VTE-terrein voldoende behoefte is op basis van een vraag: aanbodconfrontatie. De invulling van het VTE-terrein met deze functies leidt niet tot onaanvaardbare leegstand in Enschede en de regio.

6.3

Uitvoerbaarheid binnen planperiode

Ingevolge art. 3.1a Wro geldt er voor dit plan (dat elektrisch raadpleegbaar is) geen planperiode en daarmee evenmin een (periodieke) actualiseringsplicht. Daarnaast valt de gebiedsontwikkeling op basis van de zevende tranche van de Crisis- en herstelwet onder de werking van artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, waardoor In afwijking van artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van twintig jaar opnieuw worden vastgesteld. Voor zover het particuliere eigenaren betreft is de gemeente van oordeel dat deze partijen voldoende in staat zijn om invulling te geven aan het bestemmingsplan. Voor zover gronden bij vaststelling van het bestemmingsplan nog in eigendom zijn van de gemeenschappelijke regeling zijn er voldoende financiële middelen gereserveerd voor het beheer.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 79

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische planopzet

Algemeen

Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: a.

b.

c.

d.

een gedetailleerd eindplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later door het college van B en W moeten worden uitgewerkt. Dit type wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd. De bestemmingswijze laat ruimte voor diverse uitvoeringsvarianten. De bouw- en gebruikstitels worden bij recht vastgelegd in het plan; Een mix van bovenstaande planvormen, afhankelijk van de specifieke ordeningsvraagstukken.

Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen. Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In dit bestemmingsplan is gekozen voor een globaal eindplan. Het bestemmingsplan stelt kaders aan de milieugevolgen en bouw- en gebruiksmogelijkheden en legt die vast. Hoe binnen die kaders het terrein gebruikt en bebouwd wordt, laat het bestemmingsplan grotendeels vrij. Sturing vindt plaats via de bestemmingsregels, in combinatie met een vast te stellen beleidsregel voor ruimtelijke kwaliteit. In het bestemmingsplan zelf wordt de norm voor deze ruimtelijke kwaliteit bepaald, de beleidsregel dient vervolgens als kader voor de uitleg van de norm. Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie van Cultuur en ontspanning - Leisurepark doorslaggevend.

Het vertrekpunt voor de planregeling is dat deze hoofdfunctie wordt vrijgelaten tot de mate waarin zij de omgeving beïnvloedt of daaraan eisen stelt. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In dit hoofdstuk van de plantoelichting wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in dit bestemmingsplan is gekozen.

7.2

Indeling planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: a. b. c.

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels; Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 - Algemene regels;

80 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

d.

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan. In Artikel 1 Begrippen zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2 Wijze van meten geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: a. b. c. d. e. f. g.

h.

i.

bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

7.3

Beschrijving van het plan

In het bestemmingsplan komen de volgende juridische onderdelen voor. 7.3.1

Bestemmingen

Cultuur en ontspanning - Leisurepark Het kader voor de ontwikkeling van de Werkparken Oostkamp en De Strip wordt gevormd door de Structuurvisies Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. (2009) het Ontwikkelingsplan 2012, de Nota van Uitgangspunten Middengebied uit 2015 en de herziene versie van 2020. Het betreft een economische kansenzone, voor vrijetijdsindustrie in de vorm van evenementen en structurele vermaaksvoorzieningen. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing en infrastructuur met hier en daar ruimte voor nieuwbouw. In de Nota van Uitgangspunten, in april 2015 vastgesteld door de gemeente Enschede (en via de gebiedsgerichte uitwerking van de structuurvisie in november 2016 nogmaals ter bevestiging als ruimtelijk beleidskader), is het beleidskader voor de beoogde ontwikkeling uitgewerkt. Op basis daarvan is de

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 81

bestemmingsplanregel opgesteld met vermaak als hoofdactiviteit en daaraan ondersteunende functies zoals horeca en kantoren. De ontwikkelmogelijkheden zijn, op basis van de aangetoonde economische behoefte en het beleidskader, vastgelegd in de planregels (maximaal oppervlakte aan gebouwen) in combinatie met bouwhoogten en bouwvlakken op de verbeelding op basis van de verschillende ruimtelijke kaders (o.a. cultuurhistorie en de beperkingenzones vanwege de installaties van Defensie en de luchthaven). Daarbij wordt als basis de bestaande situatie (zowel gebouwd als ongebouwd) gebruikt. In Oostkamp is al circa 22.000 m 2 bebouwing aanwezig, waaronder de circa 7.000 m 2 van Hangar 11 waarin via een omgevingsvergunning al evenementen georganiseerd kunnen worden. Grote ontwikkelingen worden niet voorzien bij de cultuurhistorisch waardevolle bunkerstrip (zie voor meer informatie de toelichting bij de dubbelbestemming Waarde cultuurhistorie). Voor de bunkerstrip geldt dat uitsluitend het bestaande bruto vloeroppervlak is toegestaan. In De Strip zijn verschillende, veelal in goede staat verkerende opstallen beschikbaar (in totaliteit zo'n 9.000 m2 bvo), een deel van het bestemde gebruik is al toegestaan op basis van een omgevingsvergunning.

Om het behoud van de bestaande structuren en gebouwen te stimuleren zijn verschillende gebieden aangewezen als cultuurhistorisch attentiegebied in de beleidsregel voor ruimtelijke kwaliteit of aangeduid als cultuurhistorisch waardevol pand in de regels. Via deze beleidsregel vindt ook de borging plaats van de locatie en hoogte van nieuwbouw. Beide moeten aansluiten bij de bestaande structuren met daarin hoogteaccenten zoals de oude verkeerstoren. Voor de de boszones met een dassenburcht geldt dat nieuwbouw en het kappen en rooien van bomen en struweel niet is toegestaan. Deze zones zijn aangeduid als 'specifieke vorm van cultuur - en ontstpanning - dassen'. Tot maximaal 12 dagen per jaar mag worden afgeweken van de geluidnormering uit de Wet geluidhinder. De bovengrens is hierbij bepaald op 70 dB(A) op de gevels van omliggende woningen. Daarnaast is voor de lage tonen de norm op 85 dB(C) bepaald, conform de landelijk gehanteerde methode dB(C) = dB(A) +15. Naast woningen is ook rekening gehouden met de bescherming van de omliggende natuur door voor de relevante hertzfrequenties ook maximale geluidzones vast te leggen. j.

k.

de geluidcontouren waar het om gaat, zijn berekend in de waarde dB. Bewust is voor deze dB-waarde gekozen en niet bijvoorbeeld dB(A), omdat bij de dB(A) waarde een correctie plaatsvindt in verband met de gevoeligheid van het menselijk oor. Deze correctie dient niet te worden toegepast bij dieren. Het gaat om een geluidbelasting gerekend over een minuut.

Eerdere evenementen op de locatie hebben aangetoond dat het mogelijk is om muziekevenementen te organiseren binnen deze kaders. Ook andere conclusies uit de ecologische effectbeoordeling zijn, voor zover van toepassing op een goede ruimtelijke ordening, in de planregels geborgd. Meer informatie hierover is opgenomen in paragraaf 5.5.2. Hierin is ook informatie opgenomen over de maximale lichtinvloed vanaf het terrein op het omliggend Natuurnetwerk Nederland. Tot de voorwaarden behoort dat de geluidsbelastingen voor de evenementen zijn gemaximaliseerd in de tabel in artikel 3.4.1 sub e. van de planregels. De tabel luidt als volgt:

Type dag

Maximum aantal dagen

Maximale Maximale geluidsbelasting in dB(A) geluidbelasting in dB(C)

A

4

70

85

B

4

65

80

C

4

60

75

Ter toelichting zij erop gewezen dat met de derde kolom is gedoeld op het A-gewogen equivalente geluidniveau Leq veroorzaakt door het evenement op de gevel van gevoelige gebouwen. Onder het equivalente geluidniveau wordt in dit geval verstaan het energetisch gemiddelde geluidniveau (Leq) bepaald over één minuut ("Fast"). De waarde in dB(A) is exclusief 10 dB toeslag vanwege muziekcorrectie, exclusief bedrijfsduurcorrectie voor muziek en exclusief meteocorrectieterm Cm, en is daarmee te beschouwen als een Li (gestandaardiseerd immissieniveau) zoals bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999. Met de vierde kolom is gedoeld op het C-gewogen equivalente geluidniveau Leq veroorzaakt door het evenement op de gevel van gevoelige gebouwen. Onder het equivalente geluidniveau wordt in dit geval verstaan het energetisch gemiddelde geluidniveau (Leq) bepaald over één minuut ("Fast"). De waarde in 82 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

dB(C) is exclusief 10 dB toeslag vanwege muziekcorrectie, exclusief bedrijfsduurcorrectie voor muziek en exclusief meteocorrectieterm Cm, en is daarmee te beschouwen als een Li (gestandaardiseerd immissieniveau) zoals bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999. Het verschil tussen de dB(A)-waarde en de dB(C)-waarde is gelegen in het volgende. Het menselijk gehoor is minder gevoelig voor lage (onder de 500 Hz) en hele hoge frequenties (vanaf 20 kHz is sprake van ultrasoon geluid, dat mensen niet kunnen horen). Dat betekent dat bij het optellen van de geluidniveaus (geluidsterktes) in de verschillende octaafbanden de lagere tonen (< 500 Hz) minder zwaar moeten meetellen dan de midden en hogere tonen. Er is een schaal ontwikkeld waarin het effect van de frequentie op de menselijke waarneming is uitgezet. De geluidniveaus in de octaafbanden worden overeenkomstig de gevoeligheid van het menselijk oor gecorrigeerd c.q. verlaagd. Hiermee wordt de één getalswaarde uitgedrukt in dB(A) verkregen. Voor in het bijzonder het muziekgeluid bij evenementen wordt ook wel de normeenheid dB(C) gebruikt. Bij deze normeenheid wordt rekening gehouden met het frequentiespectrum van muziekgeluid en de hinderbeleving van lage frequenties. Bepaalde muzieksoorten bevatten veel laagfrequente componenten ("bassen").

Verder zullen, omdat in de buitenlucht de midden en hoge tonen sneller en beter dempen dan de lage, de lagere tonen bij een toenemende afstand beter waarneembaar zijn. Bij bepaalde muzieksoorten kan dan op grotere afstand hinderlijkheid worden ervaren door de lagere frequenties. Bij de dB(C) eenheid worden deze lagere frequenties zwaarder meegewogen. Volledigheid wordt opgemerkt dat een normering in dB(C) binnen de in Nederland geldende geluidregelgeving geen wettelijke basis kent maar als extra borging is opgenomen. Om enerzijds de gewenste economische ontwikkeling maximaal te faciliteren en anderzijds de hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden te borgen is er een gebiedsprofiel met ruimtelijke spelregels opgesteld die vertaald zijn in de beleidsregel 'Ruimtelijke Kwaliteit voormalige vliegbasis Twenthe' die als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied is bedoeld. De borging van deze beleidsregels vindt plaats via de planregels, waar het behoud en de bescherming van ruimtelijke kwaliteit is benoemd onder de bestemmingsomschrijving.

Vervolgens is via een nadere eis bepaald dat het college van burgemeester en wethouders nadere eisen stellen ten aanzien van het behouden en beschermen van een toereikende ruimtelijke kwaliteit bij de verlening van een omgevingsvergunning, waarbij 'toereikend' betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels. Groen De op het terrein aanwezige groenstroken zijn bestemd voor Groen. Daarbij gaat het om groenstroken, ecologische voorzieningen, nutsvoorzieningen en plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing. Waar er overlap is met de aanduiding 'cultuur en ontspanning' zijn recreatieve en/of sportieve leisure en (verblijfs-)recreatieve en/of sportieve evenementen toegestaan, zoals hindernisbanen en survivalruns. Maatschappelijk - militaire zend- en ontvangstinstallatie De gronden die in bezit zijn gebleven van Defensie worden, conform de landelijke wet- en regelgeving bestemd voor militaire zend- en ontvangstinstallaties. De bijbehorende bouwbeperkingenzones zijn vastgelegd via gebiedsaanduidingen. Natuur In plangebied Midden is circa 134 hectare grond van de voormalige militaire basis ingericht als natuur in aansluiting op het Natuur Netwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De gronden worden, conform de provinciale verordening, bestemd als natuur.

Bij de ontwikkeling van de natuur wordt ingespeeld op de bestaande lijnen in het gebied. Verder is gezocht naar een goede locatie voor de Gradiëntlijn die loopt vanaf de Lonnekerberg (stuwwal, hoog, besloten) naar het open lager gelegen gebied. Er is voor gekozen om met de inrichting van de natuur al te starten vanuit het belang om nieuwe habitats in te richten om een "warme" overgang te creëren voor flora en fauna. Om beleving van het unieke gebied mogelijk te maken is recreatief medegebruik toegestaan voor zover het de natuurlijke waarden niet aantast, mede door de bouw van een uitkijktoren. Verkeer De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de hoofdverkeerswegen in het plangebied, met de daarbij behorende gronden, bouwwerken en voorzieningen. Hieronder valt ook de verkeerskundige maatregel waarmee toegang tot het entree van het evenemententerrein vanuit de Vliegveldweg niet toegankelijk is. De weg aan de oostzijde van het plangebied is op de verbeelding aangeduid als 'specifieke vorm van verkeer bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 83

noodontsluiting' en mag uitsluitend worden gebruikt als noodontsluiting. 7.3.2

Dubbelbestemmingen

Waarde - Cultuurhistorie In de MER is uitgebreid ingegaan op de bijzondere ontstaansgeschiedenis van het terrein. Meer informatie hierover is opgenomen in Hoofdstuk 3 Planbeschrijving. Hierin staan ook verschillende cultuurhistorische attentiegebieden beschreven waarvoor het aspect 'cultuurhistorie' meegewogen dient te worden bij de vergunningverlening. Een bijzondere lijn die meer bescherming vraagt is de oude munitiestraat die als afgesloten lijn geheel in het bosgebied is ingebed in Oostkamp. Het behoud van deze structuur gaat hier boven de andere afwegingskaders. Daarom is besloten aan dit gebied de dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie toe te kennen, waardoor niet zonder een omgevingsvergunning aanpassingen plaats kunnen vinden in de gebouwde en ongebouwde karakteristieke onderdelen. Waarde - Ecologie In het plangebied komen panden voor waarvoor vanwege vleermuizen of huismussen een dubbelbestemming Waarde - Ecologie is opgenomen. Met deze dubbelbestemming wordt beoogd de habitat van de betreffende soort te duiden, zodat bij uitvoering duidelijk is waarmee rekening gehouden moet worden. Voor de panden waar het de huismus betreft zijn ook de omliggende groenstroken meegenomen omdat deze cruciaal zijn voor het voorkomen van de soort. 7.3.3

Gebiedsaanduidingen

Milieuzone -dassen Het zuidelijke deel van de Bunkerstrip is aangeduid als 'milieuzone - dassen'. Voor dit gebied gelden de volgende regels: a. b. c. d.

leisure en evenementen slechts zijn toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang; het gebruik van bestaande verharding slechts is toegestaan van zonsopgang tot zonsondergang; verlichting buiten de bunkers niet is toegestaan; het kappen van bomen en het verwijderen van onderbegroeiing niet is toegestaan.

Overige zone - cultuurhistorie Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van beeldbepalende gebouwen in het plangebied zijn regels opgenomen in het bestemmingsplan. De beeldbepalende gebouwen zijn in bijlage 2 bij de regels van het bestemmingsplan met donkerode vlakken aangeduid. Vrijwaringszone - radar Op basis van de Barro/Rarro (zie paragraaf 4.1.2) zijn de bouwbeperkingenzones die voortkomen uit de zenden ontvangstinstallaties opgenomen in dit plan. De zone die hoort bij de MASS-radar (naast De Strip) is niet expliciet benoemd, omdat deze over het gehele plangebied reikt en er geen bestemmingsregels zijn opgenomen die het mogelijk maken om te bouwen, hoger dan de gekoppelde bouwbeperkingenzones. Geluidzone - industrie Omdat in het middengebied activiteiten worden bestemd die gezien worden als geluidzoneringsplichtige inrichtingen wordt het bedrijventerrein voorzien van een geluidzone - industrie. 7.3.4

Algemene regels

Naast de gebiedsaanduidingen zijn in hoofdstuk 3 van de planregels onderdelen opgenomen die op het gehele plan van toepassing zijn, waaronder de algemene procedureregels en regels rondom parkeren en waterhuishouding.

84 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

7.4

Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen. In het kader van de bedrijven- en milieu-inventarisatie is voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan onderzocht in hoeverre de functies die in het plangebied voorkomen in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan en bij geconstateerde afwijkingen eventueel gelegaliseerd kunnen worden. Geconstateerd is dat er geen functies aanwezig zijn die strijdig zijn met het op dit moment geldende ruimtelijke regime.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 85

Colofon Dit is een uitgave van: Afdeling Bestemmingsplannen Programma Stedelijke Ontwikkeling Gemeente Enschede

© September 2021, gemeente Enschede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=80bd9c70-80ab-4aca-9d3b-ebb35d9e6383