CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. BP Toelichting

Raadsvergadering 29 november 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Voormalige Vliegbasis Twenthe – Midden 202134.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze uitbreidingsmogelijkheid wordt opgesplitst naar deelgebieden: de westzijde van De Strip grenzend aan de nieuwe natuur: uitbreiding met maximaal 1.000 m 2 de oostzijde van De Strip: uitbreiding met maximaal 3.500 m 2 op Oostkamp: uitbreiding met maximaal 6.500 m 2 Daarnaast wordt de maximale bouwhoogte voor nieuwe gebouwen beperkt tot: 4 meter voor nieuwe gebouwen aan de westzijde van De Strip, grenzend aan de nieuwe natuur (was 20 meter); 15 meter voor de oostzijde van De Strip en Oostkamp met uitzondering van de bunkerstrip (was 20 meter); 8 meter voor de bunkerstrip (was 12 meter).

3.2

Bestemde ontwikkelingen

Plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op het evenemententerrein Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie (VTE), de nieuw aangelegde natuur (als onderdeel van het natuurnetwerk Nederland, NNN) en de MASS-radar van Defensie. In het plangebied worden ook de directe ontsluitingswegen meegenomen. In het bestemmingsplan 'Voormalige vliegbasis Twenthe - Zones' is Deventerpoort (het terrein rondom de oude terminal) ook als bedrijventerrein opgenomen. Deze locatie is inmiddels verkocht en maakt geen onderdeel uit van het evenemententerrein. Omdat de nieuwe invulling van Deventerpoort nog niet is uitgewerkt, wordt er in een later stadium voor dit deelgebied een eigen bestemmingsplan opgesteld. Hierna worden de diverse onderdelen van het plangebied nader belicht.

30 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Tussen het evenemententerrein en Technology Base is als onderdeel van de totale gebiedsontwikkeling een circa 134 hectare groot natuurgebied aangelegd. Deze gronden zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en versterken de verbinding tussen de Lonnekerberg en hof Espelo. Bij de inrichting is rekening gehouden met de compensatie van natuurwaarden als gevolg van ontwikkelingen op de voormalige vliegbasis en maatregelen in verband met waterberging vanaf de verharde en bebouwde delen van het gebied.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 31

MASS-radar Defensie Een klein gedeelte van het plangebied is nog in eigendom gebleven van Defensie. Het gaat om een MASS-radarsysteem (Military Approach Surveillance System), dat onderdeel uitmaakt van een landelijk dekkend radarnetwerk.

32 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

Evenemententerrein (VTE) De deelgebieden De Strip, Oostkamp, de Bunkerstrip en het platform ten noorden van de oude luchthaventerminal (bij elkaar ruim 50 hectare) zijn in 2014 in eigendom overgedragen. De nieuwe eigenaar heeft aan de genoemde deelgebieden de naam Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie (VTE) gegeven. De Strip is het westelijk gelegen deelgebied, dat gekenmerkt wordt door de kilometer lange taxibaan met daarnaast de voormalige shelters voor de F16's. Ten zuiden van De Strip ligt een verhard platform dat bij verschillende evenementen als parkeerterrein wordt gebruikt. Oostkamp is het oostelijke deel, waarbij de grote Hangar 11- gezien zijn omvang - beeldbepalend is. Ten tijde van de militaire luchthaven vond in deze hangar onderhoud aan de vliegtuigen plaats. In de meest oostelijke strook, de Bunkerstrip, die grenst aan de Lonnekerberg, bevinden zich de bunkers waarin munitie werd opgeslagen. De Strip biedt met zijn shelters en omliggende ruimte ruime mogelijkheden voor evenementen (zoals corporate events, presentaties, voorstellingen en markten). Ook permanente leisure kan er een plek krijgen, in de vorm van avontuurlijke belevenissen voor individuen en groepen, zoals escaperooms, indoor adventure, et cetera. In deelgebied De Strip zijn verschillende, veelal in goede staat verkerende panden beschikbaar, die goed te gebruiken zijn in dit concept.

Oostkamp bevat eveneens ruimte voor (permanente) leisure en evenementen. Het westelijk deel van Oostkamp, rond de grote hangars, waaronder de 7.000 m 2 grote, en kolomvrije Hangar 11, biedt mogelijkheden als evenementenlocatie, gebruik makend van de bestaande bebouwing en infrastructuur. Om de ontwikkeling op basis van het vastgestelde beleid een start te geven alsmede om ervaring op te doen met kansen en bedreigingen, is voor Hangar 11 op basis van een projectafwijkingsbesluit in 2014 een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan verleend voor het organiseren van evenementen tot een maximum van 5.000 bezoekers.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 33

Bij de vaststelling van het vorige bestemmingsplan in 2018 was er nog geen exacte invulling bekend van de beleidsmatig beoogde organische invulling van het terrein. Ook voor het voorliggende bestemmingsplan geldt dat er geen gedetailleerd eindbeeld is. Wel is beter inzicht verkregen in het type evenementen dat op de locatie plaats kan vinden. Dat inzicht heeft geleid tot aanscherping van de uitgangspunten voor het terrein op het punt van gebruiks- en bouwmogelijkheden en omgevingswaarden. Hierna zijn deze kort samengevat. Gebruiksmogelijkheden -

leisure, waarbij automotive met verbrandingsmotoren is uitgesloten;

-

evenementen; automotive met verbrandingsmotoren als (onderdeel van een) evenement is toegestaan;

-

maximaal drie grote verkoopevenementen per jaar, waarbij elk verkoopevenement maximaal twee dagen duurt, exclusief op- en afbouw);

-

maximaal 500.000 bezoekers per jaar voor leisure en evenementen;

-

bij leisure en evenementen behorende ondergeschikte en ondersteunende activiteiten;

-

maximaal vier hectare tijdelijke opslag, waarvan maximaal 50% buiten gebouwen;

-

statische opslag in de Bunkerstrip van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven; risicovolle inrichtingen (opslag gevaarlijke stoffen en vuurwerk) zijn niet toegestaan.

-

maximaal 12 evenementdagen met een hogere geluidbelasting dan volgens de Wet geluidhinder is toegestaan. Naast en in afwijking van de reguliere bedrijfssituatie wordt een incidentele bedrijfssituatie mogelijk gemaakt voor maximaal 12 dagen per jaar. Het gaat daarbij om grootschalige luidruchtige (muziek)evenementen die qua aard, noodzakelijke voorzieningen en organisatie sterk afwijken van de overige activiteiten op het VTE-terrein. Bij de grootschalige muziekevenementen wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van voorzieningen van externen zoals grote podia, muziekinstallaties, tenten, etc., bij reguliere evenementen wordt voor 95% gebruik gemaakt van bestaande voorzieningen en gebouwen. De behoefte aan incidentele grootschalige en meerdaagse (muziek)evenementen met bijbehorende faciliteiten groeit en vanwege de ligging, aard, omvang en signatuur van het VTE-terrein is juist deze locatie voor deze activiteiten van belang en ook in beleidsdocumenten wordt dit als zodanig benoemd. Vanwege de schaalgrootte van het VTE-terrein zijn grootschalige (muziek)evenementen ook nodig voor de beoogde exploitatie van het VTE-terrein. Inherent aan deze grootschalige (muziek)evenementen is dat er geen technische of organisatorische maatregelen zijn waarmee het beperken of vermijden van de afwijking van de geluidnorm in de reguliere bedrijfssituatie mogelijk is.

De geluidsbelasting naar de omgeving zal

34 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

tijdens een incidentele bedrijfssituatie tijdelijk hoger zijn dan de toegestane geluidsbelasting in de reguliere bedrijfssituatie. Alleen tijdens deze 12 dagen is het de organisator van het evenement toegestaan gedurende een beperkte tijd vuurwerk af te steken, conform de in het bestemmingsplan opgenomen randvoorwaarden. De toegestane geluidsbelasting in de incidentele bedrijfssituatie is gemodelleerd, getoetst en verwoord in het akoestisch onderzoek. Met het oog op de omgeving en de ecologische waarden is de maximale geluidbelasting in de aanvraag beperkt en is de mogelijkheid van het organiseren van deze grootschalige (muziek)evenementen ook in tijd gespreid. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie typen festivals, te weten A, B en C. Het onderscheid tussen deze typen evenementen en overige randvoorwaarden is nader toegelicht in het akoestisch onderzoek. Tijdens een evenement kan een professionele vuurwerkshow plaatsvinden van ten hoogste 15 minuten. Op jaarbasis bedraagt het totaal aan vuurwerkshows niet meer dan 3 uur. Er vindt geen (tijdelijk) opslag plaats van vuurwerk binnen de inrichting. Bouwmogelijkheden -

maximale bouwhoogte voor nieuwe gebouwen: 4 meter op de westzijde van De Strip; 15 meter voor de oostzijde van De Strip en Oostkamp m.u.v. de Bunkerstrip; 8 meter voor de Bunkerstrip;

-

een maximaal oppervlak aan gebouwen van 50.000 m 2 bvo. Dat betekent een uitbreidingsmogelijkheid ten opzichte van de al bestaande gebouwen met 11.000 m 2 bvo die als volgt wordt opgesplitst naar deelgebieden: de westzijde van De Strip, grenzend aan de nieuwe natuur, uitbreiding met maximaal 1.000 m 2 bvo; de oostzijde van De Strip, uitbreiding met maximaal 3.500 m 2 bvo; op Oostkamp, uitbreiding met maximaal 6.500 m 2 bvo;

-

cultuurhistorisch en ecologisch waardevolle panden worden beschermd tegen bouwkundige aanpassingen of sloop, waarbij de Bunkerstrip als geheel beschermd is vanuit cultuurhistorie.

Omgevingswaarden -

het geluidseffect van verkeer van en naar het terrein mag op de gevels van woningen in de omgeving niet meer dan 65 dB(A) zijn;

-

In het bestemmingsplan is één geluidszone met een maximum van 50 dB(A) ingesteld voor De Strip en Oostkamp. Dit betekent dat op de randen van de zone de geluidsbelasting als gevolg van het evenemententerrein niet meer dan 50dB(A) mag bedragen. De geluidszone is gerelateerd aan de milieucategorieën die een representatieve weergave vormen van hetgeen op het VTE is beoogd.

-

één Wgh-geluidszone voor het gehele VTE-terrein (het bestemmingsplan maakt het mogelijk om meer dan acht uur per week voor recreatieve doeleinden te rijden met gemotoriseerde voertuigen voorzien van verbrandingsmotoren). Via de geluidszone wordt geborgd dat alle activiteiten gezamenlijk aan de norm van de zone moeten voldoen. Zonder zone worden bedrijven los van elkaar beoordeeld wat kan leiden tot hogere geluidsbelastingen. Ruimte wordt gelaten voor incidentele overschrijdingen van maximaal 12 dagen per kalenderjaar (12 evenementendagen).

-

vanwege de aanwezigheid van beschermde diersoorten gelden er aanvullende beperkingen: de 12 evenementdagen zijn niet toegestaan van 15 maart tot 15 mei; in de periode van 15 mei tot 1 juli zijn maximaal twee evenementdagen toegestaan; in de periode van 1 juli tot 15 juli zijn maximaal twee evenementdagen toegestaan met een tussenliggende periode van minimaal zeven dagen tussen het einde van het eerste evenement en het begin van het tweede evenement, waarbij een evenement uit maximaal drie aaneengesloten dagen mag bestaan het afsteken van vuurwerk is in de periode van 2 januari tot 15 mei niet toegestaan; buiten deze periode is het maximaal 12 evenementdagen per kalenderjaar toegestaan, waarvan maximaal twee dagen tussen 15 mei en 1 juli, altijd met een maximum van 15 minuten per dag; de kunstlichtinvloed van de activiteiten op het omliggende Natuurnetwerk Nederland mag maximaal 0,5 lux bedragen.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 35

3.3

Ruimtelijke kwaliteit

Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, kent het gebied een rijke historie. Van grote waarde zijn de oude luchthavenstructuren, de verbinding met de omgeving en de camouflagebosschage. Realiseren van nieuwbouw, aanleggen van nieuwe landschappelijke structuren en het kappen van bos vereisen om die reden een zorgvuldige afweging. Tegelijkertijd biedt het bestemmingsplan een flexibel kader voor de terreininrichting. Deze ambitie, ruimte voor experimenten en nieuwe ontwikkelingen enerzijds en behoud van de cultuurhistorische identiteit anderzijds, is in de beleidsregel 'Ruimtelijke kwaliteit voormalige vliegbasis Twenthe' uitgewerkt tot een toetsingskader voor ontwikkelingen in het gebied. Daarbij worden ook ondergrenzen gehanteerd om te voorkomen dat bij iedere kleine activiteit een omgevingsvergunning nodig is. Deze beleidsregel maakt onderdeel uit van de welstandsnota in de gemeente Enschede, zodat de toetsing bij vergunningverlening is geborgd. De beleidsregel is opgesteld in lijn met de gemeentebrede structuurvisie voor cultuurhistorie. Daarbij is het uitgangspunt dat het gebied tot herontwikkeling moet komen, met behoud van cultuurhistorisch waardevolle structuren, patronen, ensembles en gebouwen. Met de waardestelling van Het Oversticht als uitgangspunt is nader gekeken naar de cultuurhistorisch belangrijke onderdelen.

Op basis daarvan zijn de gebieden bepaald waarvoor getoetst dient te worden aan de eerder genoemde beleidsregel. Verbijzondering daarbij is aan de orde voor de Bunkerstrip in Oostkamp. Deze wordt vanwege het unieke karakter in dit bestemmingsplan zwaarder beschermd.

Toepassingsgebied beleidsregel rondom cultuurhistorie (met in paars de Bunkerstrip)

Vanuit de planregels wordt een relatie gelegd met de beleidsregel 'Ruimtelijke kwaliteit voormalige vliegbasis Twenthe' om de cultuurhistorische waarden te beschermen.

36 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

Hoofdstuk 4

Planologisch beleidskader

4.1

Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 37

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan. 4.1.3

Crisis- en herstelwet

Het doel van de Crisis- en herstelwet (Chw) is om met procedurele versnellingen voor bepaalde besluiten en via experimenteerbepalingen doelgericht te werken aan werkgelegenheid en duurzaamheid. De wet bestaat, naast een aantal actualisaties van bestaande wetgeving, voornamelijk uit maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden. De gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente e.o. is op drie verschillende plekken als project opgenomen: 1.

2.

3.

Hoofdstuk 1. 'Bijzondere bepalingen voor projecten' van de Chw: In dit hoofdstuk gaat het om het stroomlijnen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Voor besluiten die vallen onder de gebiedsontwikkeling betekent dit o.a. dat uiterlijk binnen zes maanden na het einde van een beroepstermijn de bevoegde rechtelijke macht uitspraak dient te doen. Ontwikkelingsgebieden: Ruimtelijke ordening en milieuregelgeving kunnen op gespannen voet met elkaar staan. De ontwikkelingsgebieden (afdeling 1 van Hoofdstuk 2) van de Chw bieden de mogelijkheid om in aangewezen gebieden flexibeler om te gaan met de beschikbare milieuruimte. Dit heeft als doel om bijvoorbeeld ruimte te creëren voor nieuwe bedrijven of voor nieuwe functies zoals wonen. Innovatieve experimenten: Regelgeving kan een drempel zijn voor innovatieve ontwikkelingen die bijdragen aan duurzaamheid. Afdeling 2 'Innovatie' van de Chw maakt het mogelijk om dergelijke ontwikkelingen / projecten aan te wijzen als experiment, waardoor er afgeweken mag worden van bepaalde regelgeving. a. Verbrede reikwijdte: Naast goede ruimtelijke ordening ook regels voor fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit b. Voorlopige bestemming: Voorlopige bestemming met looptijd van 10 jaar in plaats van 5 jaar (voorafgaand aan definitieve bestemming) c.

Verordeningen: Toevoegen lokale verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving d. Meldingsplicht: Verbod om zonder melding een activiteit te verrichten e. Beleidsregels: Open norm opnemen in het bestemmingsplan, waarvan de uitleg afhankelijk is van een beleidsregel f. Beleidsregel kan door B&W worden vastgesteld g. Beleidsregel welstand: Beleidsregel voor welstand moet door de raad worden vastgesteld h. Planschade: Planschade is voorzienbaar vanaf 3 jaar na aankondiging van het planvoornemen i. RO-standaarden, financiële uitvoerbaarheid, milieukwaliteits-eisen en akoestisch onderzoek Afgeweken kan worden van: de verplichting om een plan op te stellen conform de landelijke standaarden (SVBP 2012) de verplichting om het plan digitaal beschikbaar te stellen op www.ruimtelijkeplannen.nl; de verplichting om inzicht te geven in de financiële uitvoerbaarheid van het plan; de verplichting om te beschrijven op welke wijze de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken (alleen indien er geen MER nodig is) j. Een hogere waardebesluit kan worden opgenomen in het bestemmingsplan k. Het akoestisch onderzoek kan minder gedetailleerd worden gedaan l. Exploitatieplan: Mogelijkheid om een exploitatieplan vast te stellen bij de omgevingsvergunning m. Maatwerkregels: Mogelijkheid tot opname van gebiedsgerichte milieuvoorschriften of hogere geluidwaarden n.

Delegatie: Delegatie aan B&W van de bevoegdheid tot wijzigen van onderdelen van het plan

4.1.4

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

NOVI Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Rijksomgevingsvisie doordat het bijdraagt aan 38 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

verbetering van de concurrentiekracht van de regio Twente, zonder daarbij de belangen van een leefbare en veilige leefomgeving te veronachtzamen. Gelet op de huidige status van de NOVI heeft nog geen toetsing aan de NOVI en de bijbehorende Uitvoeringsagenda plaatsgevonden. Aannemelijk is dat het bestemmingsplan met deze kaders in overeenstemming is. Barro Het Barro is voor het plangebied van belang vanwege een zend- en ontvangststation van Defensie. Op gronden van Defensie binnen het plangebied bevindt zich een MASS-radarsysteem (Military Approach Surveillance System) dat, samen met vijf andere installaties (o.a. op vliegbasis te Soesterberg, Leeuwarden, Volkel, Woensdrecht en Den Helder), een landelijk dekkend radarnetwerk vormt. Het radarsysteem staat halverwege De Strip, op grond die nog in beheer, eigendom en gebruik is bij Defensie. Ingevolge artikel 2.6.8 Barro wordt in een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een zend- en ontvangstinstallatie buiten een militair luchtvaartterrein, voor die gronden de bestemming 'Maatschappelijk – militaire zend- en ontvangstinstallatie' opgenomen en worden geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van die zend- en ontvangstinstallatie.

Voorts worden geen bestemmingen opgenomen die een wijziging bewerkstelligen die het oprichten van bouwwerken hoger dan 22 meter gemeten vanaf het maaiveld mogelijk maken. Het beperkingengebied en de bouwrestricties die vanwege dit complex voortvloeien uit het Barro zijn verdiconteerd in het bestemmingsplan. Crisis- en herstelwet De versnelde afhandeling van procedures is ook op het bestemmingsplan van toepassing. Vanuit de innovatieve experimenten is een aantal bepalingen automatisch van toepassing, zoals de looptijd van de bestemmingsplannen, of inmiddels al algemeen toepasbaar op basis van reguliere wetgeving (verwijzen naar beleidsregels).

4.2

Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017. Beken kleur en de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 zijn deze in werking getreden. De verordening en visie zijn geactualiseerd. Provinciale Staten hebben de Actualisatie 2019/2020 vastgesteld op 3 maart 2021. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders om richting te geven aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Dit is vastgelegd in zes ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en voor de stedelijke omgeving. Binnen de kaders krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De hoofdambitie van de visie is, net als in de oorspronkelijke omgevingsvisie van 2009, een toekomstbestendige groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat heeft men vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's.

Deze benadert zij vanuit de drie overkoepelende 'rode draden': duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken). In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 39

'“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

Uitvoeringsmodel provincie Overijssel

Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. De herziene Omgevingsvisie maakt daarbij onderscheid in: Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel. Dit heeft zij gevat onder de ' Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking'. Dit is een nadere invulling van de nationale Ladder voor duurzame verstedelijking welke voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' verplicht moet worden doorlopen. De Overijsselse ladder geeft onder andere aan dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen ('integraliteit'; is ook een eis uit het Bro). Ook wordt onder andere ingegaan op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (voorheen verwoord in de 'SER-ladder') en '(boven)regionale afstemming' (gemeenten moeten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen afstemmen met buurgemeenten om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat). Gebiedsspecifieke beleidskeuzes, zoals aanduidingen als grondwaterbeschermingsgebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationale Landschappen. Ontwikkelingsperspectieven (waar) Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde.

In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven: drie voor de groene en drie voor de stedelijke omgeving. Daarbinnen is nog een onderverdeling gemaakt. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken (hoe) Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van agrarische

40 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

cultuurlandschappen, stedelijke laag en laag van de beleving). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een ontwikkeling invulling kan krijgen. In paragraaf 4.2.3 wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken voor het plangebied. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening dient als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen en is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 4.2.3

Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Bij de ontwikkeling van het voorliggende bestemmingsplan is zorgvuldig afgestemd met de provinciale regelgeving. De nieuw aangelegde natuur is opgenomen in het NNN (voormalige EHS) en de werkparken zijn aangewezen als locatie voor bedrijfsmatige activiteiten. Uit paragraaf 5.5 Natuur en paragraaf 4.3.5 Beleid bedrijventerreinen blijkt dat voldaan wordt aan hetgeen in de provinciale verordening is bepaald. Geconcludeerd kan worden dat de in het bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante gemeentelijk beleid. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn gelinkt. Voor zover relevant voor het plangebied zijn of worden de volgende beleidsregels vastgesteld: -

Visie Landschappelijke gebied – ontwerp, februari 2021 (van toepassing op NNN);

-

Mobiliteitsvisie Enschede, 9 maart 2020;

-

Groenambitieplan 2021 (duurzaamheid);

-

Energievisie, verwachte vaststelling 2021;

-

Economische Visie van Enschede (2019), 13 mei 2019 kader voor visie werklocaties, horeca en detailhandelsbeleid: opgenomen in overzicht lokale regelgeving.

4.3.1

Structuurvisie Enschede

De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in verband gebracht. Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren; Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen; Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen; Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal. bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 41

Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied; Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen; Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen; Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad; Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen. Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie. In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling. Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid.

Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen. De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt. 4.3.2

Ontwikkelingsplan 2012

Op 12 maart 2012 heeft de gemeenteraad van Enschede een herijking van de tot dan toe geldende plannen voor de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente vastgesteld, "het Ontwikkelingsplan 2012". Het Ontwikkelingsplan houdt op hoofdlijnen in: op sommige deelgebieden een meer organische groei; met betrekking tot de woningbouw een aangepaste fasering en andere woningtypen; wijziging van woningbouw naar leisure/bedrijvigheid in het deelgebied Deventerpoort. De aanpassingen blijven binnen de door de gemeenteraad van Enschede vastgestelde kaders. Over de ecologische hoofdstructuur (EHS) staat beschreven dat de inhoud niet wijzigt, maar op sommige plaatsen een herbegrenzing plaatsvindt. Oostkamp In de gemeentelijke structuurvisie is dit deelgebied aangewezen voor “leisure / innovatieve bedrijvigheid”. De voorgestelde ontwikkeling met een inpassing van de bestaande en cultuurhistorisch waardevolle panden, past in deze definities. De Strip In de gemeentelijke Structuurvisie is dit deelgebied aangewezen voor “leisure / innovatieve bedrijvigheid” en deels voor “wonen”. In het concept Automotive worden geen woonfuncties ingevoegd. Het in de gemeentelijke structuurvisie gemarkeerde deel voor wonen, wordt ingezet voor “leisure / innovatieve bedrijvigheid”.

Voor een effectief gebruik van de voormalige taxibaan is het noordelijk deel toegevoegd aan het plangebied, zodat de taxibaan over een lengte van 1 km gebruikt kan worden, en ook de goed bruikbare bestaande bebouwing in dat deel gehandhaafd kan blijven. Ook het gebied ten westen van de taxibaan is in de ontwikkeling van De Strip betrokken. Aan de zuidzijde is ruimte gemaakt voor een verbeterde verbinding van EHS en water tussen het zuidelijke deel van de Lonnekerberg en het zuidelijke deel van de nieuwe EHS. 4.3.3

Nota van uitgangspunten

Op 20 april 2015 heeft de gemeenteraad van Enschede de 'Nota van uitgangspunten Middengebied' vastgesteld. Deze nota bevat voorstellen voor de uitgangspunten - zoals geluid en evenementen. Aan de hand van deze nota zijn eventuele discussiepunten voor de verdere uitwerking met belanghebbenden en de gemeenteraad besproken en vastgelegd. Zie ook paragraaf 3.1. Deze Nota heeft als basis gediend voor de opstelling van de bestemmingsplannen voor de noordzijde (Technology Base/luchthaven) en voor het middendeel (evenementen- en leisureterrein met bijbehorende geluidszone vanuit het bestemmingsplan met de beperkingenzones, bedrijvigheid op Deventerpoort en de nieuw aangelegde natuur). Het plan voor de noordzijde is inmiddels onherroepelijk. Het plan voor het

42 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

middengebied is medio 2019 echter vernietigd door de Raad van State. Dit bestemmingsplan was voor de toets aan het Natura2000-gebiedsbeschermingsrecht gebaseerd op de landelijke Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State de uitspraak gedaan dat de PAS niet gebruikt mocht worden. Alle vergunningen en bestemmingsplannen in Nederland die hierop waren gebaseerd en waartegen beroepszaken liepen, zijn vervolgens vernietigd. Dat geldt ook voor het bestemmingsplan voor het middendeel. Sindsdien is er landelijk meer duidelijkheid gekomen over de nieuwe kaders rondom de effecten van ontwikkelingen op Natura 2000. Aan de hand van deze kaders is er een oplossingsrichting gevonden om de beoogde activiteiten op het evenemententerrein mogelijk te maken. Dit opende de weg naar hervatting van de procedure voor de opstelling van het bestemmingsplan Midden. In dat kader heeft de initiatiefnemer GR-TB een nieuwe Nota van Uitgangspunten aan het college van B en W gezonden, met het verzoek op basis daarvan het bestemmingsplan te herzien. De Nota beschrijft het plangebied en de geldende beleidskaders en geeft aan welke aanpassingen ten opzichte van het vorige – vernietigde - bestemmingsplan aan de orde zijn. Paragraaf 3.2 bevat de uitgeschreven weergave van de herziene Nota van Uitgangspunten. 4.3.4

Advies Commissie Wientjes

Op verzoek van de Provinciale Staten van Overijssel en gesteund door de gemeenteraad van Enschede is een onafhankelijke adviescommissie in het leven geroepen die de kansen voor een duurzaam economisch sterker Twente en de rol van de voormalige luchthaven Twente daarbij heeft onderzocht. Deze commissie onder leiding van Bernhard Wientjes (hierna: Commissie Wientjes) heeft in oktober 2014 advies uitgebracht over de ontwikkeling van het luchthavengebied. Voor het middengebied luidt het advies van de Commissie Wientjes om het aandeel natuurgebied verder te ontwikkelen en de werkparken aan te wijzen voor evenementen, leisure en (innovatieve) bedrijvigheid. De raad van de gemeente Enschede en de staten van de provincie Overijssel hebben met het advies van de Commissie Wientjes ingestemd en daarbij opdracht gegeven aan de colleges van provincie Overijssel en gemeente Enschede om een plan van aanpak op te stellen voor de verdere uitwerking van het advies. Tevens zijn de aanbevelingen overgenomen om een Topteam en een Kwaliteitsteam in te stellen. 4.3.5

Beleid bedrijventerreinen

Oorspronkelijk was de industrie gevestigd in de grote steden, in de woonwijken. Later werd de industrie van vroeger dagen 'vies' en ongezond bevonden en verdween het vanuit de stad naar industrieterreinen aan de rand van de steden. Intussen verdwenen ook veel productiebedrijven naar lage lonen landen, of zij ontwikkelden zich zodanig dat ze kleinschaliger en minder milieubelastend werden. Daarmee transformeerden de industrieterreinen langzaam naar modern gemengde bedrijventerreinen, met daarop steeds meer kennis- en dienstverlenende ondernemingen. De laatste dertig jaar kwamen daar ook andersoortige functies bij, zoals grootschalige vormen van detailhandel als bouwmarkten, kringloopwinkels of sportfuncties. Het gevolg is dat er verschillende typen werklocaties zijn ontstaan. Naast de bedrijventerreinen, die op basis van de gangbare vestigingsfactoren als milieuruimte en bereikbaarheid voor tal van bedrijven geschikt zijn, zijn er economische zones ontstaan waar bedrijven soms niet eens meer dominant zijn. De laatste jaren is ook bedrijvigheid ontstaan op plekken waar ontmoeting de leidende 'vestigingsfactor' is. Dit kunnen campusachtige plekken zijn, maar ook hergebruikt industrieel erfgoed, of zelfs binnensteden. Door de toenemende kleinschaligheid keert ook het 'werken aan huis' terug.

De ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en in de nabije toekomst worden een groot aantal metaontwikkelingen voorzien die ook van invloed zullen zijn op werklocaties. Om er enkele te noemen: Globalisering, Brexit, protectionisme, reshoring van industrie en de toekomst van logistiek, Covid-19; Technologische innovaties en digitalisering; De industrie gaat steeds meer leunen op hoger opgeleiden en schaars talent en daardoor worden aantrekkelijke werkmilieus ook relevanter; Planstudiefasen worden steeds langer; Nieuwe vestigingsplaatsfactoren worden belangrijker, zonder dat de oude hun waarde verliezen. Deze ontwikkelingen zullen de vraag naar ruimte voor bedrijven drastisch beïnvloeden. Om als stad en regio economisch vitaal te blijven moeten er - naast kwantitatief voldoende aanbod van terreinen, afgestemd op de vraag - ook in kwalitatief opzicht bedrijventerreinen beschikbaar zijn (en worden gepland) die aansluiten bij de nieuwe behoeften vanuit de markt: campus, 'living labs', proeftuinen. Werkmilieus waar ontmoeting en uitwisseling van kennis voorop staan.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 43

Het uiteindelijke doel is dat er ruimte wordt geboden aan groei van bedrijven zodat er (nieuwe) arbeidsplaatsen ontstaan in de stad en regio en de economische basis wordt verstevigd. Met het gemeentelijke programma 'Economie en Werk' blijft het creëren van passende ruimte voor bedrijvigheid hoog op de agenda staan waarbij inbreiding voor uitbreiding gaat. Het gaat dan om herstructurering, binnenstedelijke terreinen, variatie in kavels/terreinen en om de aanleg van nieuwe werklocaties. Regionale programmering Bedrijventerreinen 2019 Een evenwichtige markt voor bedrijventerreinen is essentieel voor een sterke regionale economie. Twentse gemeenten en provincie Overijssel hebben daarom afspraken gemaakt over het in balans brengen van vraag en aanbod van bedrijventerreinen voor de komende tien jaar. De afspraken zorgen ervoor dat de regio niet 'op slot' gaat en dat er ruimte wordt gegeven aan economische groei door te kiezen voor de kwalitatief beste locaties. Goede, nieuwe plannen kunnen tot ontwikkeling komen en kwalitatief mindere plannen worden uit de markt gehaald. Onderscheidend vermogen en een prognose van de actuele marktvraag is daarvoor een belangrijke graadmeter. 4.3.6

Actieplan Duurzaamheid

In het Actieplan Duurzaamheid, dat op 8 juni 2015 door de gemeenteraad van Enschede is vastgesteld, heeft de gemeenteraad er voor gekozen om het duurzaamheidsbeleid toe te spitsen op de volgende punten:

Aanpak van het duurzaamheidsbeleid Binnen de voorgestane aanpak van het Actieplan Duurzaamheid staan de begrippen 'duurzame daden', 'duurzame deals' en 'duurzaam doen' centraal. Duurzame daden De gedachte hierbij is dat het zichtbaar maken van bestaand duurzaam gedrag de beste manier is om anderen te inspireren en aan te zetten tot duurzaam handelen. We richten ons daarbij op de groep die in beginsel bereid is tot duurzaam gedrag. Duurzame deals Duurzame deals, oftewel afspraken over duurzaam handelen, zijn een middel om nieuw duurzaam gedrag uit te lokken. Bij de uitvoering van duurzame initiatieven lopen bedrijven, instellingen en groepen inwoners soms tegen barrières aan. De gemeente wil die belemmeringen wegnemen. Soms kunnen we daar zelf voor

44 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

zorgen. In andere gevallen doen we daarvoor een beroep op anderen. De deals maken duidelijk dat verduurzaming van de samenleving een opgave is die we samen moeten oppakken. Duurzaam Doen Zelf het goede voorbeeld geven is binnen de gekozen aanpak een belangrijk uitgangspunt. Verduurzaming van de eigen organisatie is in dit 'Actieplan Duurzaamheid' verder uitgewerkt onder de noemer Duurzaam Doen. Voor deze benadering is gekozen, omdat het een positieve benadering is, die anderen inspireert en stimuleert tot duurzame handelingen (gedrag, het doen van investeringen etc.). Het voordeel van deze aanpak is bovendien dat het gedrag voor de doelgroep herkenbaar en dichtbij is, de communicatieboodschap hierdoor aansluit bij de belevingswereld van mensen en de huidige doeners de afzender/ambassadeur zijn (in plaats van de gemeente). Hierdoor is het een aanpak van de stad, in plaats van de gemeente. 4.3.6.1 Toetsing project aan b eleidsdoelstellingen In deze paragraaf wordt aan de hand van het 'Actieplan Duurzaamheid' bekeken in hoeverre het bestemmingsplan kan bijdragen aan de realisatie van de gemeentelijke duurzaamheidsambities. Algemeen Bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden.

Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, c.q. aansluiting op een warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress. Energie Voor het realiseren van veel energiebesparende maatregelen of voorzieningen in, aan of op gebouwen, zoals isolatie van vloer, muren of dak, het plaatsen van zonnepanelen of een zonnecollector op het dak, is geen omgevingsvergunning vereist. Voor warmte-koude opslag en bodemenergiesystemen is de provincie Overijssel het bevoegd gezag. Voor nieuwbouw geldt dat moet worden voldaan aan de energieprestatienormen uit het Bouwbesluit 2012. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines of zonneparken en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het bestemmingsplan draagt niet relevant bij aan energiebesparing.

De bouw- en gebruiksregels van het bestemmingplan staan evenwel niet in de weg aan bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen en het realiseren van zonnepanelen op daken. Daarnaast wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing. Klimaatadaptatie Voor het realiseren van relatief eenvoudige klimaatadaptieve maatregelen en voorzieningen als groene dakbedekking op gebouwen en het in de bodem infiltreren van hemelwater is geen omgevingsvergunning vereist. Voor dat soort maatregelen en voorzieningen hoeven in een bestemmingsplan geen regels te worden opgenomen. Een bestemmingsplan kan wel regels bevatten voor het realiseren van voorzieningen voor de berging van hemelwater, het vrij houden van bebouwing van overloopgebieden (bij overstroming), het vrij houden van bebouwing langs beken of van lage plekken die natuurlijke waterbergingen vormen, het ophogen van gronden of het realiseren van bouwwerken ter voorkoming van overstromingen en andere voorzieningen en bouwwerken met een mogelijke impact op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. In de planregels zijn waterbergingseisen opgenomen voor (vervangende) nieuwbouw in het gehele plangebied. Het structurele groen is als 'Groen' bestemd.

Biodiversiteit Natuurgebieden, bossen, parken en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen worden in een bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 45

gebruiks- en bouwregeling. Daarnaast maakt een bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren. In het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden 2021" krijgen verschillende locaties de bestemming Groen waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit. Verder levert de bestemming tot NNN een forse bijdrage aan de biodiversiteit. Overige actiepunten Voor de overige actiepunten uit het Actieplan Duurzaamheid kan kortheidshalve worden volstaan met de conclusie dat deze geen ruimtelijke relevantie hebben en als zodanig dus ook niet of hooguit indirect van invloed zijn op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. In het gebied aangewezen als NNN ligt de nadruk op het behouden en ontwikkelen van natuurwaarden. In dit gebied wordt de biodiversiteit die (ten gevolge van ontwikkelingen) in andere deelgebieden verloren gaat, gecompenseerd. Het bestemmingsplan maakt de natuurontwikkeling in het middengebied mogelijk en borgt daarmee de biodiversiteit in het hele gebied. Verder worden natuurgebieden, bossen en andere structurele, veelal openbaar toegankelijke, groenvoorzieningen in het bestemmingsplan als zodanig bestemd en voorzien van een passende beschermende gebruiks- en bouwregeling.

Tenslotte maakt het bestemmingsplan het in nagenoeg elke bestemming mogelijk om groenvoorzieningen van ondergeschikte aard te realiseren. Voor Oostkamp en de Strip is in 2014 een duurzaamheidsprofiel op locatie (DPL) vastgesteld. Op basis van dit duurzaamheidsprofiel zijn kansen voor duurzaamheid in deze deelgebieden benoemd. Die kansen liggen vooral bij: transformatie van bestaande gebouwen en voorzieningen; hergebruik van materialen; energiebesparende maatregelen (zo mogelijk in combinatie met opwekken van duurzame energie); duurzaam vervoer; inzetten op biodiversiteit (behouden van de groene omgeving). Deze kansen zijn opgenomen in een uitvoeringsagenda duurzaamheid. Dit bestemmingsplan draagt eraan bij om de aangegeven kansen te benutten. 4.3.7

Water

Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities. De op te lossen knelpunten zijn: overbelasting van het rioolstelsel; grondwateroverlast; problemen met waterkwaliteit. De Enschedese waterambities zijn: daar waar het kan is het regenwaterwater afgekoppeld van het gemengde riool; de beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken; water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen; de watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar; Enschedëers gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad; de waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede. In oktober 2015 is het nieuwe gemeentelijk Rioleringsplan 2016 - 2020 vastgesteld.

In dit plan zijn de volgende watertaken van de gemeente vastgelegd: Afvalwater Al het stedelijk afvalwater dat vrijkomt binnen het grondgebied van de gemeente Enschede dient ingezameld en getransformeerd te worden. Dit omvat al het huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater. Het afvalwater moet wel aangeboden worden volgens de daaraan gestelde regels: daar waar geen gemengde riolering aanwezig is, moet het afvalwater gescheiden van het hemelwater worden aangeleverd. Na renovaties en herinrichting moet afvalwater ook gescheiden van het hemelwater

46 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

aangeboden worden. De gemeente zorgt voor (vuilwater)riolering vanaf de erfgrens van woning of bedrijf. Het afvalwater wordt dan getransporteerd naar de rioolwaterzuivering. Het zuiveren van dit water is een taak van het waterschap Vechtstromen. Bij lozingen in een grondwaterbeschermingsgebied geldt dat de provincie als bevoegd gezag aanvullende eisen kan stellen. Voor bedrijfsmatige lozingen gelden de voorwaarden uit het Activiteitenbesluit. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijfsafvalwater niet ongezuiverd wordt geloosd op oppervlaktewater of in de bodem. Regenwater Regenwater wordt uit het afvalwaterstelsel gehouden (gemengde riolering en afvalwaterriolering) waar dat doelmatig is. Dit betekent dat bedrijven en particulieren het hemelwater dat op hun perceel valt, eerst zelf op eigen perceel moet proberen te verwerken en, indien dat niet redelijkerwijs kan, het gescheiden aan moeten leveren aan de gemeente. Dit geldt voor alle nieuwbouw en bestaande bouw, tenzij het afvalwater en hemelwater oorspronkelijk werd afgevoerd naar het gemengd riool. Nieuwe bedrijventerreinen worden voorzien van een verbeterd gescheiden stelsel. De gemengde rioolstelsels bij enkele bestaande bedrijventerreinen worden bij reguliere vervanging omgebouwd tot (verbeterd) gescheiden stelsels. Grondwater Perceeleigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het grondwater op eigen terrein.

Dat betekent dat de afvoer van dat grondwater naar een, eventueel door de gemeente aangelegde, drainageleiding voor eigen rekening komt. Dit betekent dat er maatregelen in openbare gemeentelijke gebieden worden getroffen als er sprake is van structurele nadelige gevolgen door de grondwaterstand. Voorwaarde is wel dat de te nemen maatregelen doelmatig zijn en deze niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. De Watervisie en het plangebied Het aspect water inclusief de Watervisie is uitgewerkt in paragraaf 5.2.

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 2021 (vastgesteld) 47

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of het plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan getoetst aan de relevante belangen van milieu, water, archeologie en natuur.

5.1

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, verkeer, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie. 5.1.1

Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Daarnaast geldt op basis van artikel 7.2a lid 1 Wm een plan-mer-plicht voor plannen of programma's waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt. Gaat het om relatief kleine gebieden, dan kan er onder omstandigheden worden volstaan met een plan-mer-beoordeling. Toetsing b estemmingsplan Midden aan het Besluit m.e.r. Voor de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente geldt dat er zowel sprake is van een plan-m.e.r.-plicht als van een project-m.e.r-plicht. In 2015 is, mede op basis van het advies van de Commissie m.e.r., besloten om één integrale MER op te stellen voor zowel het noordelijk deel als het middendeel.

Onderstaand wordt allereerst ingegaan op de planonderdelen (activiteiten) in de gebiedsontwikkeling die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Getoetst wordt of het bestemmingsplan op basis van het Besluit m.e.r.-plichtig of m.e.r.- beoordelingsplichtig is. Vervolgens is aangegeven waarom er ook sprake is van een plan-m.e.r.-plicht. M.e.r.-(beoordelings)plicht op basis van het Besluit m.e.r. Binnen de Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente zijn de deelgebieden Noord en Midden (opgaven) m.e.r.-(beoordelings)plichtig op grond van het Besluit m.e.r. Deze verplichting is gekoppeld aan de bijbehorende bestemmingsplannen en het Luchtvaartbesluit voor de herontwikkeling van het luchthavengebied met vliegfunctie. Deelgebied Noord is inmiddels vervat in een onherroepelijk bestemmingsplan. Voor deelgebied Midden gaat het om de volgende activiteiten: Functiewijziging natuur: uit categorie D9 in het Besluit m.e.r. volgt dat het realiseren van natuur m.e.r.-beoordelingsplichtig is in geval er sprake is van een functiewijziging met een oppervlakte van 125 ha of meer. Met een oppervlakte van ongeveer 137 ha moet voor de natuurontwikkeling beoordeeld worden of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.

De natuurontwikkeling is op basis van het bestemmingsplan uit 2018 gerealiseerd zodat dit feitelijk voor het voorliggende bestemmingsplan geen grond meer vormt voor een m.e.r.-beoordeling. Recreatieve/toeristische voorziening: de ontwikkelingen in de werkparken Oostkamp en De Strip maken een bezoekersaantal tot maximaal 500.000 per jaar mogelijk. Conform categorie D10 van het Besluit m.e.r. vormt het vaststellen van een bestemmingsplan voor themaparken (en een aantal andere recreatieve activiteiten) een m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit. De provinciale ruimtelijke visie en de structuurvisies vormen een kader voor de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten zoals hierboven benoemd en zullen worden vastgelegd in bestemmingsplannen. Inhoud opgestelde MER 48 1 (vastgesteld)

bestemmingsplan Voormalige vliegbasis Tw enthe - Midden 202

Effecten Het MER is als bijlage opgenomen bij deze plantoelichting, zie bijlage 3 tot en met 23 bij de plantoelichting. Het MER is als volgt opgebouwd: MER - deel A bevat de kernhoofdstukken van het MER. MER - deel B bevat achtergrondinformatie en de meer specialistische informatie over de effectbeoordelingen die in het kader van dit MER zijn uitgevoerd. De bijlagen zijn als een apart bijlagenrapport vormgegeven bij dit MER en bevatten een afkortingen- en begrippenlijst, geraadpleegde bronnen, en de bijlagen waarnaar zowel in deel A als in deel B van het MER wordt verwezen (zie bijlage 5). Daarnaast zijn in de bijlagen diverse achtergrondrapporten en berekeningen toegevoegd. De belangrijkste effecten van de ontwikkelingen zijn: De ontwikkelingen veroorzaken stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Hierdoor kunnen significant negatieve effecten niet op voorhand worden uitgesloten. De ontwikkelingen brengen geluidseffecten met zich mee. De ontwikkelingen hebben effect op de flora en fauna in het gebied.

Advies Commissie m.e.r. Op 6 september 2016 heeft de Commissie m.e.r. een positief advies uitgebracht over het milieueffectrapport. Naar aanleiding van vragen vanuit de Commissie zijn er voorafgaand aan het advies nog een aantal aanvullingen op het MER toegestuurd: Oplegnotitie betreffende de aanvullingen op het Milieueffectrapport (Arcadis, referentie 079039071 0.4, 2 augustus 2016, zie bijlage 24) Aanvulling op het Milieueffectrapport over alternatieven natuurinrichting (zie bijlage 25) Het integrale milieueffectrapport gaat volgens de Commissie uitgebreid in op de effecten van de gebiedsontwikkelingen: de Commissie oordeelt dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over verschillende ruimtelijke besluiten en daarbij het milieubelang volwaardig mee te wegen. De Commissie maakt daarbij één voorbehoud en wel dat voorafgaand aan de besluitvorming expliciet duidelijk moet worden gemaakt hoe het project is opgenomen in het Programma Aanpak Stikstofdepositie (PAS). Dit voorbehoud is achterhaald door de uitspraak van de Raad van State waarin het PAS is vernietigd. De haalbaarheid van het bestemmingsplan voor het aspect stikstofdepositie steunt nu niet meer op het PAS maar op een specifieke stikstofonderbouwing. De stikstofonderbouwing is opgenomen in de actualisatie van de Passende Beoordeling. Zie bijlage 39.

Actualisatie MER Ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan is onderzocht in hoeverre de thans beoogde activiteiten van VTE en de daartoe op te nemen bestemmingsregeling geen andere of grotere milieueffecten teweeg brengen ten opzichte van het MER 2016. Gelijktijdig heeft een actualisatie van de MER plaatsgevonden, inclusief de passende beoordeling in het kader van Wnb. Het onderzoek wijst uit dat het MER 2016 nog steeds een toereikende basis vormt voor het bestemmingsplan en de beoogde omgevingsvergunning. Een nieuw plan/projectMER behoeft niet te worden opgesteld. De MER-notitie, die te beschouwen is als een oplegnotitie bij het MER 2016, is opgenomen in bijlage 27. Conclusie Vanuit de verschillende milieuonderdelen zoals opgenomen in deze plantoelichting, wordt verwezen naar de gerelateerde onderdelen in het MER. Op grond van de uitgevoerde milieueffectrapportage kan worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten dan wel dat deze door het treffen van passende maatregelen kunnen worden voorkomen of, indien dat niet mogelijk blijkt, voldoende kunnen worden beperkt. Beoordeeld is of de inhoud van de bestemmingsplannen waar deze toelichting voor is opgesteld, past binnen de onderzochte kaders in het MER.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=80bd9c70-80ab-4aca-9d3b-ebb35d9e6383