Analyserapport - Jeugdzorg waar staan we
Tekst van het document
▪
Maatschappelijke ontwikkelingen zorgen voor meer vraag Een toename van complexe scheidingen, groei van het aantal eenoudergezinnen, toegenomen prestatiedruk door steeds hogere eisen die door de samenleving gesteld worden, een hoge geluksnorm en geloof in de maakbaarheid van de samenleving en een verslechtering van de psychische gezondheid van jongeren zijn maatschappelijke ontwikkelingen die bijdragen aan meer vraag naar jeugdzorg (1). Jongeren ervaren steeds meer stress doordat de samenleving is steeds
57
individueler is, zij zich zorgen maken over milieu, wonen en armoede, er steeds meer van hen gevraagd wordt, idee in samenleving van alles moeten repareren, terwijl tegenslag onderdeel is van het leven (3) ▪
Toegenomen welvaart kan ook een rol spelen, aangezien deze leidt tot een hoger zorggebruik. Het is waarschijnlijk dat dit ook voor jeugdzorggebruik geldt (1).
▪
Hoge verwachtingen van de jeugdzorg Goede jeugdzorg is belangrijk, maar kan niet alles oplossen. (1) Jeugdzorg speelt in op de toegenomen stress, angst, somberheid, eenzaamheidsgevoelens etc bij jeugdigen met allerlei individuele behandelingen. Omdat zoveel kinderen en jongeren lijden, ontstaan er wachtlijsten. Maar er is weinig bewijs dat het lijden altijd erger wordt zonder ingrijpen van de jeugdzorg. Ook is er weinig bewijs dat de jeugdzorg er goed in slaagt om het lijden te verzachten. Het is ook niet aannemelijk dat ze daarin kán slagen zolang de context niet verandert (3)
▪
Een achterblijvende uitstroom zorgt dat het aantal unieke jeugdigen in jeugdzorg per jaar toeneemt. Hiervoor worden verschillende oorzaken aangewezen, onder andere een toename van meervoudige en complexe problematiek, aanbieders die slechts beperkt (kunnen) sturen op uitstroom, problemen bij het afschalen en beëindigen van zorg en een gebrek aan doorstroommogelijkheden door bijvoorbeeld wachtlijsten, de schaarste aan woningen en de beperkte toegang tot zorg binnen andere wettelijke kaders. De uitstroom wordt ook belemmerd door gebrekkige samenwerking en een sterke verkokering van het sociale domein (1).
▪
Gemeenten hebben beperkt invloed op andere domeinen waar behoefte aan jeugdzorg oorsprong heeft Gemeenten hebben op enkele van deze andere domeinen invloed, bijvoorbeeld via de JGZ, maar vaker is dit niet het geval. Zo is er vaak jeugdzorg nodig bij vechtscheidingen, bij problemen op school (denk aan dyslexie of ADHD) of bij schuldenproblematiek. Gemeenten hebben op deze domeinen beperkt invloed, en zeker tussen gemeenten en scholen zijn er regelmatig discussies over de afbakening van jeugdzorg en passend onderwijs (2).
VERKLARINGEN/VERONDERSTELLINGEN VOOR VERSCHILLEN TUSSEN GEMEENTEN ▪
Objectieve factoren, zoals percentage eenouderhuishoudens of de mate van criminaliteit, percentage gezinnen met een lage sociaal economische status (1).
▪
Verschillen in beleid rondom organisatie van zorg of inkoop Op basis van onderzoeken van diverse gemeentelijke rekenkamers werd geconcludeerd dat gemeenten om tekorten in de jeugdzorg tegen te gaan, een aantal maatregelen kunnen nemen: a) de grip op de toegang verbeteren; b) meer aandacht besteden aan kostenbeheersing in de inkoop- en bekostigingssystematiek; c) het volume aan benodigde zorg en ondersteuning beter beheersen; d) meer aandacht besteden aan de realisatie van de oorspronkelijke transformatiedoelstellingen; e) in de uitvoering de grip op de financiën en de effectiviteit van de zorg versterken. In de praktijk blijkt sturing voor gemeenten lastig te zijn. Een onderzoek naar vijf gemeenten waar geen grote budgettaire problemen zijn met de jeugdzorg, bracht geen concrete succesfactoren aan het licht. In ditzelfde onderzoek zijn wel een aantal factoren geïdentificeerd die bijdroegen aan een succesvol jeugdzorgbeleid: politiek-sociale stabiliteit; de aanwezigheid van consequent en consistent doorgevoerde visies; een sterke basis in de eerste lijn, ondersteund door nabije specialistische jeugdzorgprofessionals; de gemeente als betrouwbare opdrachtgever; een grote rol voor monitoring; een relationeel netwerkperspectief, waarbij er zowel samenwerking is met grotere aanbieders als ruimte voor kleinere aanbieders (1).
▪
Verschillen in voorzieningenniveau De verschillen in de tekorten tussen gemeenten kunnen erop wijzen dat een verschillend voorzieningenniveau hiervoor een (deel van de) verklaring vormt. Dit is niet nieuw, want ook voor de decentralisatie waren de kosten per jeugdige heel verschillend per gemeente (1,2).
58
▪
Het uitwisselen van best practices levert onvoldoende aanknopingspunten voor de kostenverlaging in het jeugddomein. Wat in de ene gemeente een succes is, blijkt vaak niet zomaar op de andere gemeente van toepassing (2).
COMPLEX VRAAGSTUK Bovenstaand toont aan dat de problematiek in de jeugdzorg complex is. Er wordt verwezen naar verschillende maatschappelijke ontwikkelingen als verklaring voor de toegenomen vraag. De sturingsmogelijkheden voor gemeenten zijn beperkt. Er zijn verschillen tussen gemeenten en er kan van elkaar geleerd worden, maar niet via eenvoudige best practices.
Een veel aangehaald onderzoek is dat van Stellaard (2023)69 naar de beleidsontwikkeling in passend onderwijs en jeugdzorgbeleid. Zo omschrijft Stellaard dat de problemen in de Jeugdzorg al een halve eeuw nauwelijks zijn veranderd. Oude problemen zijn hardnekkig, nieuwe ontstaan ten gevolge van het hervormingsbeleid. Haar uitgebreide studie van de beleidsontwikkeling in Jeugdzorg in de afgelopen decennia laat zien dat iedere hervorming een reactie is op de problemen die voortkomen uit de daaraan voorafgaande en de oorzaak vormt voor de daaropvolgende hervorming. Het beleid dat de Hervormingsagenda Jeugd beschrijft, omschrijft Stellaard als een herhaling van de eerdere patronen.
5.2 VANUIT VELDGESPREKKEN De maatschappelijke ontwikkelingen uit het deskresearch zien we ook in de Enschedese praktijk terug. Huisartsen geven aan dat de hulpvraag en zorg zwaarder en anders is geworden de afgelopen jaren. Meer depressiviteit onder jonge meiden, invloed van sociale media en drugs. Het regionaal expertiseteam ziet dat er veel druk ligt op jongeren en dat mede door corona soms ook langer is gewacht om hulp te vragen. Uit de gezondheidsmonitor Jeugd van GGD Twente (2021)70 blijkt dat het aantal jongeren met een groot risico op psychosociale problemen opnieuw is gestegen. De zorgen over de psychosociale gezondheid van jongeren namen vóór de coronaperiode al toe. Tijdens de coronaperiode is dit verder verslechterd. Het volgende onderzoek komt uit in mei 2024. Leerplicht ziet dat met name meisjes op havo en vwo steeds vaker thuis komen te zitten met hoogbegaafdheid en angstklachten. Een aanbieder uit het voorliggend veld signaleert steeds meer problematiek in een jongere doelgroep (groep 7/8)
De GGD ziet ook een toename van ouders die worstelen met bestaanszekerheid en schuldenproblematiek en hiermee het mentale welzijn. Dit komt steeds meer aan bod. De belastbaarheid van ouders wordt steeds minder. Ook wijkteams zien toenemende geldproblemen bij ouders. Ouders moeten steeds meer werken om rond te komen. Op één inkomen lukt het niet. Daarmee is er minder tijd voor opvoeden over en is er ook minder ouderbetrokkenheid bij bijvoorbeeld ouderavonden op school. Huisartsen en wijkteams zien een toename in complexe zorg, waaronder de invloed van scheidingen op gezinnen. Vanuit de wijkteams wordt hierbij ook een stapeling van trends genoemd. Naast de scheidingen, financiële problematiek en toenemende GGZ problematiek, noemen zij ook nog de nasleep van corona en taalproblematiek 69
Stellaard, S. D. (2023). Boemerangbeleid: Over aanhoudende tragiek in passend onderwijs- en jeugdzorgbeleid. Den Haag: Boombestuurskunde 70 GGD Twente (2021) Kindermonitor en Corona GM Jeugd 2021. Online geraadpleegd via https://www.twentsegezondheidsverkenning.nl/dashboard/dashboard/gemeente
59
als gevolg van de coronaperiode, de negatieve invloed van sociale media en ouders die de neiging hebben steeds meer te problematiseren.
In een van de veldgesprekken wordt aangegeven dat binnen de jeugdzorg in brede zin te veel naar het kind wordt gekeken, terwijl problemen vaak ontstaan door problemen bij ouders (echtscheidingen, of financiële problemen). Als je dan niet aan de slag gaat met de andere zaken dan wordt het probleem van het kind ook alleen maar groter
60
6. HUIDIGE WERKWIJZE
6.1 ERVARINGEN VAN JONGEREN
Op 28 september 2023 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met 6 jongeren uit de Jongerenraad van jeugdzorgaanbieder Jarabee. Onder leiding van Kinderperspectief zijn we met deze jongeren op zoek gegaan naar wat voor jongeren passende jeugdzorg is en wat hen had kunnen helpen jeugdzorg te voorkómen. Ook hebben we naar hun positieve en negatieve ervaringen gevraagd en naar verbetersuggesties. De kern van hun betoog is luister naar mij, doe daar iets mee, probeer me niet in een hokje te passen, maar kijk wat bij mij past en waar ik behoefte aan heb. POSITIEVE ERVARINGEN De jeugdzorg heeft op verschillende manieren positief bijgedragen aan het leven van jongeren. Allereerst geeft een aantal jongeren aan een veilige woonplek te hebben. Dit geeft hen een gevoel van stabiliteit en geborgenheid. Hierdoor heeft een aantal van hen eindelijk de mogelijkheid gekregen om therapie te volgen, iets wat voorheen niet mogelijk was. Eén van de jongeren geeft aan dat ze niet meer suïcidaal is. Meerdere jongeren geven aan zich nu socialer te voelen en beter om te kunnen gaan met sociale situaties. Een jongere geeft aan dat haar thuissituatie sterk is verbeterd dankzij de ondersteuning die is geboden. Een andere jongere is goed ondersteund in het oppakken van structuur in haar dagelijks leven.
Jongeren geven daarnaast aan geleerd te hebben om hen gevoelens uit te spreken naar bepaalde hulpverleners, wat hen meer zelfvertrouwen heeft gegeven. Natuurlijk zijn er soms gesprekken die meer nut hebben dan anderen, maar over het algemeen voelen ze zich gesteund en gehoord door de hulpverleners. NEGATIEVE ERVARINGEN Jongeren gaven aan dat ze het gevoel kregen dat het bij jeugdzorg alleen om geld draaide en dat ze niet altijd luisterden naar wat zij wilden qua hulp.
“We worden behandeld als product of goederen ; we worden van hot naar her verplaatst” Ze hadden soms het gevoel alsof er dingen voor hen verborgen werden gehouden. Ook werd er soms onnodige medicatie toegediend in plaats van het probleem aan te pakken. Daarnaast gaven enkele jongeren aan dat de gemeente Enschede niet alles leek te doen om hen de juiste hulp te bieden. Verder merkten jongeren op dat de aangegeven situaties werden soms verkeerd aangepakt en dat bijvoorbeeld de beloofde "naamsverandering" niet kwam. Ook waren er momenten van onnodig lange gesprekken. Jongeren geven aan dat ze wellicht niet uit huis hadden gehoeven als de juiste hulp op het juiste tijdstip was ingeschakeld. Er waren ook situaties waarbij jongeren aangaven dat de diagnostiek niet juist was, waardoor ze verkeerde hulp en medicatie kregen. Ze voelden zich soms niet gehoord en hulpverleners trokken hun eigen conclusies zonder naar hen te luisteren. Wederom geven jongeren aan: als ze de juiste hulp hadden gekregen, hadden ze waarschijnlijk nog thuis kunnen wonen.
“Ik was 17 toen ik in de Jeugdhulp kwam; nu moet ik eruit; in een jaar tijd kan ik mijzelf niet ontwikkelen; en heb ik niet de ondersteuning gekregen die ik nodig heb ..” Jongeren geven aan dat beloftes niet altijd nagekomen worden. Ze geven aan dat ze vaak hun verhaal aan mensen moeten vertellen. Ze hebben geleerd om zichzelf te redden, omdat begeleiding niet altijd effectief bleek.
61
Het gevoel van vertrouwen in jeugdzorg was er niet echt en ze voelden zich soms minder belangrijk in de groep. Jongeren geven aan dat ze minder close zijn met hun gezin; ze voelden zich vergeet baar en irrelevant.
“Het is alsof ik door een aantal hoepeltjes moet springen .. maar bij mij luisteren ho maar .. de instanties bepalen schijnbaar .. “ Jongeren geven aan dat ze gevoel hebben alsof ze in een situatie zitten waarin ze zelf moesten vechten voor de juiste hulp en ondersteuning. Ze voelen zich soms als een 'product' in een 'bedrijf'. Het is voor hen moeilijk om het gevoel van relevantie en betrokkenheid te behouden in de jeugdzorg. ADVIEZEN VAN JONGEREN We hebben jongeren gevraagd wat voor hen passende jeugdzorg is en wat jongeren nodig zouden hebben in of uit de eigen omgeving om te voorkómen dat ze te maken krijgen met jeugdzorg? Hieronder enkele adviezen die meermaals terugkwamen.
Passende jeugdzorg is •
Als geluisterd wordt naar de jongere/ het kind zelf en hier iets mee wordt gedaan
•
Hulp zonder hokjes, ieder kind is namelijk uniek en verdient een aanpak die bij hem of haar past.
•
Hulp waar het kind/jongere behoefte aan heeft en zich geholpen mee voelt
•
Hulp die situatie verbetert, niet alleen minder verslechtert
•
Hulp uit het hart en die niet draait om geld
Wat hebben jongeren nodig in of uit hun omgeving om te voorkomen dat ze in aanraking komen met de jeugdhulp? Een jongere tekent een kat op haar werkblad. Ze legt uit: “Voor mij vertegenwoordigt het meer dan alleen een plaatje. Het staat voor de warmte en troost die dieren kunnen bieden. Ze oordelen niet, ze begrijpen simpelweg wanneer ik liefde nodig heb. In een ideale
Wat jongeren nodig hebben in of uit hun omgeving om te voorkomen dat ze te maken krijgen met jeugdzorg?
jeugdhulp zou deze rust en warmte net zo vanzelfsprekend moeten zijn.”
•
Ouders moeten klaar zijn voor ouderschap
•
School als prettige plek (aandacht voor pesten, voor problemen thuis, niet afrekenen op prestaties)
•
Iemand in je omgeving om fijn mee te praten / vertrouwenspersoon
6.2 HUIDIG BELEID De toegang hebben we al sinds de decentralisaties van 2015 georganiseerd via wijkteams. Dit is een samenwerking tussen gemeente Enschede en SMD, waarbij SMD voor de bezetting zorgt en zorg draagt voor het vakmanschap en de gemeente Enschede ondersteuning biedt via backoffice en bedrijfsbureau. Daarnaast is er ook de toegang via de huisartsen, gecertificeerde instellingen en jeugdartsen en medisch specialisten. Toezichthouders controleren of de zorg die aanbieders bieden rechtmatig is. De kwaliteit van zorg wordt door de inspectie van volksgezondheid beoordeelt. Recentelijk is de Verordening Jeugdzorg herzien en opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad. De vorige dateerde van 2019. De nieuwe verordening is leesbaarder, heeft een duidelijkere opzet en structuur en sluit aan op de meest recente jurisprudentie. In januari 2024 zijn ook de nieuwe beleidsregels door het college vastgesteld.
62
6.3 HUIDIGE INITIATIEVEN REGIONAAL Op regionaal niveau werken we samen met andere Twentse gemeenten in de Samenwerkingsagenda (uitwerking van de Regiovisie Jeugdzorg), de strategische inkoop Jeugdzorg en Twentse Koers. Als grote gemeente heeft Enschede ook een aantal extra taken waarvoor het Rijk specifieke uitkeringen verstrekt (SPUK’s). Het ministerie van VWS heeft in 2020 acht landsdelen opdracht gegeven om een expertisenetwerk op te zetten voor complexe jeugdzorg. Enschede is hiervoor coördinerend gemeente voor Overijssel. Daarnaast is Enschede coördinerend gemeente voor Overijssel voor de transitie van de open residentiële voorzieningen of open driemilieusvoorzieningen. De uitvoering hiervan vindt plaats in 2023 en 2024.
Hieronder benoemen we de regionale maatregelen die impact zullen hebben op onze lokale strategie en resultaten. Het betreft maatregelen vanuit verschillende hierboven genoemde samenwerkingen.
Al lopende initiatieven ▪ Samenwerkingsagenda Twente (uitwerking van de Regiovisie Jeugd) met vijf actielijnen: - Actielijn 1: Wonen en Zorg: o.a. verminder instroom jeugdzorgplus, ombouw naar kleinschalig wonen - Actielijn 2: Onderwijs en Zorg - Actielijn 3: Samenwerken met de sociale basis - Actielijn 4: Passende ambulante zorg - Actielijn 5: Gedwongen Kader ▪ Regionale aanpak wachttijden ▪ Regionale afstemming en uitwisseling contractmanagement en platform bedrijfsvoering ▪ Regionale monitoring vanuit Kennispunt Twente ▪ Twentse Koers, themalijn: schulden en armoede en preventie en gezondheid
6.4 HUIDIGE INITIATIEVEN LOKAAL Naast de reguliere uitvoering ontplooit Enschede ook initiatieven om de transformatie van Jeugdzorg vorm te geven. (Meer preventie, meer samenhang in hulpverlening, meer vanuit leefwereld van gezinnen, meer samenwerking onderwijs)71. Figuur 7.3a toont een opsomming van de initiatieven die in de afgelopen jaren zijn opgestart en heden nog steeds lopen. Deze initiatieven zijn geselecteerd omdat ze of bekostigd worden vanuit Jeugdzorgbudget, of omdat ze een duidelijke samenhang hebben met het gebruik van jeugdzorg.
71
NJI. De geschiedenis van het jeugdstelsel | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
63
Figuur 6.4a Overzicht lokale initiatieven, bekostigd vanuit Jeugdzorgbudget of duidelijke samenhang met het gebruik van jeugdzorg Welzijn op Recept: Inzet op samenwerking en werkafspraken tussen huisarts met de POH, het Wijkteam en de welzijnsorganisatie. Relaties & opvoeden Preventieve gesprekken met ouder(s) over relatie en opvoeding, uitzoeken in welke contexten in de wijk de systeemgerichte werkwijze uitgerold kan worden. Signaleren en ontwikkelen ondersteuningsaanbod voor scheidingen en wat daarin nog ontbreekt IKC wijkcoaches uitbreiding Op helft van Enschedese IKC’s zijn IKC wijkcoaches substantieel meer aanwezig op het IKC om vroegtijdig te signaleren, preventief en normaliserend werken. BSO+: bso+ groepen in reguliere bso’s met extra inzet van gekwalificeerd personeel voor kinderen die wat extra’s nodig hebben en niet op reguliere bso passen. Huiskamers op VO: Op 7 locaties voortgezet onderwijs zijn huiskamers in de school opgezet waar jongerenwerk laagdrempelig aan de slag is en aandacht, een gesprek of extra ondersteuning biedt bij schoolwerk. Voor kinderen die thuis beperkt gestimuleerd worden. Woonstap en tussenvoorzieningen Realiseren en toewijzen woonvoorzieningen en -begeleiding voor jongeren16+ en 18+ die zelfstandig gaan wonen en nog steuntje nodig hebben.
Collectieve GGZ preventie Groepsaanbod en individuele interventies en consultatie en advies professionals gericht op voorkomen GGZ problematiek. Maatwerkroute toekomstplan: Werkwijze om maatwerk te realiseren voor inwoners met complexe problematiek, waardoor zij weer perspectief zien om de neerwaartse spiraal te doorbreken via beproefde doorbraakmethode van het Instituut Publieke Waarden (IPW). Kracht van verenigingen Sportverenigingen realiseren alternatieve activiteiten passend bij de vereniging, voor inwoners met een lichte ondersteuningsvraag. Gericht op meedoen en het verschuiven van gespecialiseerde hulp naar voorliggend veld. Onderwijs Jeugdzorgarrangementen: Op zorgintensieve scholen is een jeugdzorgaanbieder aanwezig in de school. Samen met het onderwijs wordt preventieve jeugdzorgondersteuning ingezet (vroegtijdig, snel, effectief). De jeugdzorgaanbieder wordt lumpsum gefinancierd en kan onderaannemers inschakelen. Er wordt beschikkingsarm en waar het kan groepsgewijs gewerkt. Begeleiding Leger des Heils als algemene voorziening: Een algemene voorziening voor een deel van het huidige aanbod dat LdH in Enschede biedt, o.a. intensieve ambulante gezinsondersteuning. Bij inwoners, gezinnen die te maken hebben met multi-problematiek, is het van belang dat er snel gestart wordt met de ondersteuning. Met de komst van deze voorziening is dit ook mogelijk beschikkingsvrij.
Poh jeugd: Praktijkondersteuner Jeugd in huisartspraktijken. Deze beoordeelt problemen, biedt lichte (ggz) ondersteuning en overbruggingszorg bij wachten op gespecialiseerde zorg. Gestart in 2015 en steeds verder uitgebreid.
64
Zes van de initiatieven zijn erop gericht om hulp die eerder via gespecialiseerde jeugdzorg werd geboden te vervangen door een voorliggende voorziening om hiermee ook kosten te besparen. Het betreft de inzet van de POH jeugd, gezinsbegeleiding door het Leger des Heils als voorliggende voorziening, OJA, Kracht van Verenigingen, BSO+ en IKC wijkcoaches. Veelal is het effect bepaald door per individuele jeugdige in de voorziening na te gaan welke alternatieve hulp zou zijn geboden als de nieuwe voorziening er niet was geweest. De (tussen)evaluatie van POH jeugd, BSO+, OJA, Leger des Heils en kracht van Verenigingen laten een dergelijke verschuiving zien. Deze verschuiving betekent in de meeste gevallen ook een kostenbesparing. Daarnaast betekent het ook minder werk bij de wijkteams, omdat er geen beschikking hoeft te worden afgegeven. Een aandachtspunt is dat naar verloop van tijd het financieel rendement kan gaan afnemen, doordat de instroom van nieuwe jeugdigen minder groot is als in het begin, je een andere instroom kan krijgen door meer bekendheid (meer preventief), of dat de uitstroom ook hier achterblijft. Om financieel rendement te behouden zou er wel een prikkel moeten blijven bestaan om kinderen en gezinnen voor wie dat mogelijk is ook weer zonder de extra hulp te laten functioneren.
Anderzijds hebben dergelijke projecten ook veelal een aanloop nodig voordat het maximale effect wordt gesorteerd.
Daarnaast zijn er vier initiatieven (OJA, Maatwerkroute Toekomstplan, IKC wijkcoaches en welzijn op recept) gericht op het breder kijken en de verbinding met andere domeinen, zoals onderwijs, maar ook inkomen. Waarvan IKC wijkcoaches en welzijn op recept nog om de pilotfase zitten.
Van de initiatieven in de preventieve sfeer (collectieve GGZ preventie, huiskamers op scholen en relaties en opvoeden) is (nog) niet bekend of deze ook een effect hebben op jeugdzorggebruik. Veelal is het effect van preventieve maatregelen moeilijk vast te stellen.
In de toekomst kan op verschillende manieren met de huidige initiatieven worden omgegaan: 1) Doorgaan, 2) uitbreiden (meer scholen, meer verenigingen etc), 3) Aanpassen of 4) Stoppen.
Mogelijke criteria voor deze afweging zijn: 1)
Kwalitatieve opbrengst
2)
Financiële opbrengst
3)
Duur project (heeft kans gehad om te renderen)
4)
Aandachtspunten en kansen uit evaluaties
5)
Eventuele overlap van doelen en doelgroepen tussen projecten
6)
Aansluiting bij huidige visie
Een overzicht van kenmerken van de initiatieven is te vinden in de bijlage. Naast de genoemde initiatieven zijn er nog meer initiatieven in de pedagogische basis, zoals armoederegelingen voor kinderen, of aanbod rondom scheidingen (Kies/Bram).
65
6.5 STERKE PUNTEN EN AANDACHTSPUNTEN In de veldgesprekken is aan verschillende groepen betrokkenen gevraagd wat er nu al gebeurt om jeugdzorg te voorkómen of om zo passend mogelijke jeugdzorg te bieden als het nodig is. Er is gevraagd wat goed loopt en waar men aandachtspunten ziet. Hieronder beschrijven we de sterke punten en aandachtspunten naar thema. In veel gesprekken lag meer focus op wat er nog beter kan dan op wat er al goed gaat. Hierdoor zijn er meer aandachtspunten genoemd dan sterke punten. OUDERS VOEDEN OP - NORMALISEREN In veel veldgesprekken is de term ‘normaliseren’ gevallen. We zouden meer kunnen normaliseren met elkaar. Normaliseren wordt wel uitgelegd als “meer zelfredzaamheid, eigen kracht en zelf doen bij ouders” en “problemen horen bij het leven en kunnen niet allemaal opgelost worden”. Tot slot is ook genoemd het mogen afwijken van de norm of het gemiddelde.
Shoppen tussen verwijzers Een wijkteammedewerker geeft aan dat ouders vooral rondom persoonlijkheidsonderzoeken wel eens de neiging hebben om na een nee van de wijkteams hetzelfde verzoek in te dienen bij de huisarts. Een ouder denkt dan dat er met het kind iets aan de hand is, terwijl je als
Normaliseren vraagt wat van zowel (sommige) ouders als van hulpverleners en scholen. Wijkteammedewerkers geven aan dat ouders soms veeleisend zijn, problematiseren en redeneren vanuit een recht op hulp. Ze hebben vaak al een lange weg gegaan en hebben zelf een oplossing in gedachten, of een ander heeft iets aanbevolen. Dat zijn lastige gesprekken om toch te bewegen richting normaliseren.
wijkteam al snel inschat dat het probleem bij de ouder zit en dat een persoonlijkheidsonderzoek bij het kind niet veel zal opleveren. Een huisarts heeft geen tijd om zulke zaken uitgebreid te bespreken en zet dan misschien wel een verwijzing voor zo’n onderzoek door.
Uit onderzoek van Kennispunt Twente (zie pagina 30) kwam naar voren dat bij gezinnen met hogere inkomens de vraag naar jeugdzorg stijgt. Dit kan worden uitgelegd als ‘Goedopgeleide claimende inwoners, die weten wat ze moeten halen en wat ze kunnen vinden’. Een van de gesprekspartners vanuit de wijkteams geeft aan dat het een generatie is (30 tot 45 jarigen) die veel ballen tegelijk in de lucht moet houden en onder invloed van sociale media de lat hoog legt en heel onzeker is. Suggestie om ze niet weg te zetten als claimers, maar serieuzer te nemen en te zien in wat voor stressvolle onmachtsituatie ze zitten. Dit is ook de groep met risico op burnoutklachten. Wat kunnen we deze groep bieden? Deze groep meldt zich overigens ook gauw bij huisarts.
Een aanbieder vanuit het voorliggend veld geeft aan dat er soms heel basale opvoedvragen bij hen terecht komen, zoals kunt u helpen mijn kind te leren fietsen? Dit roept de vraag op of ouders wel voldoende uitgedaagd worden om zelfredzaam te zijn.
Hulpverleners hebben soms de neiging iets te snel vanuit het bestaande aanbod te denken. Aanbieders van specialistische jeugdzorg geven in algemene zin aan dat lang niet altijd jeugdzorg nodig is.
Scholen problematiseren volgens wijkteammedewerkers soms te snel. Een wijkteammedewerker geeft aan dat ouders soms van school horen dat hun kind niet binnen de protocollen past. Ouders denken dan o jee er is wat met mijn kind en komen dan misschien onnodig bij jeugdzorg uit. Een Poh-j noemt als voorbeeld dat ouders soms
66
vanuit school (ZorgAdviesTeam-overleg) komen vragen om een verwijzing. Er lijkt dan weinig ruimte meer te zijn om aan vraagverheldering of het voorkomen van een verwijzing te werken. Wijkteammedewerkers suggereren dat scholen ook een geschikte plek zijn om collectief aandacht te besteden aan identiteitsvorming voor tieners en jongvolwassenen. Als bij tieners het bespreken van gevoelens en emoties meer vanzelfsprekend wordt, draagt dat bij aan normaliseren. Het is nu erg wisselend wat scholen hier wel of niet in doen. SOCIALE BASIS – VOORLIGGEND VELD – PEDAGOGISCHE BASIS Een onderwerp in vrijwel alle veldgesprekken was het voorkómen van jeugdzorg. Een aandachtspunt is dat het effect van preventieve inzet moeilijk vast te stellen is. Een aanbieder van voorliggende voorzieningen ervaart dat er nog veel aandacht gaat naar het oplossen van bestaande problematiek in plaats van het voorkomen van nieuwe problematiek.
Contractmanagers geven aan dat de mogelijkheden van het voorliggend veld en preventie meer verkend zouden kunnen worden om te kijken of hiermee geïndiceerde gespecialiseerde jeugdzorg vervangen kan worden. Kracht van Verenigingen is zo’n voorbeeld van een voorliggende voorziening als alternatief voor geïndiceerde hulp. Een aandachtspunt voor dergelijke voorzieningen is of deze niet te licht zijn.
Een ander aandachtspunt is dat lang niet iedereen de mogelijkheden van het voorliggend veld kent. Huisartsen en wijkteams weten dit niet altijd én ook ouders kennen volgens huisartsen de mogelijkheden onvoldoende. Jeugdzorgaanbieders geven ook aan weinig zicht te hebben op de sociale kaart van Enschede. Onafhankelijke cliëntondersteuning geeft aan dat voor ouders en jeugd in ieder geval online via de gemeentelijke website lastig te vinden is welke vrij toegankelijke zorg er is. Thema’s die aandacht verdienen in de sociale basis zijn schoolgerelateerde problemen zoals pesten (jongeren) , echtscheidingen en ouderschapsplannen (wijkteams) en sportaanbod voor 12+ (aanbieders voorliggende voorzieningen). Bij algemene maatschappelijke problemen (zoals rondom vele scheidingen en vermindering van inkomen, hogere lasten) zien wijkteammedewerkers mogelijkheden dit meer groepsgewijs en voorliggend op te pakken. Een collectieve voorziening is dan logischer. Ook aanbieders van voorliggende voorzieningen geven aan dat er meer collectief georganiseerd zou kunnen worden. Wijkteams bieden soms zelf ook zo’n collectief aanbod, bijvoorbeeld voor inwoners met ervaring met seksueel misbruik. Dat collectief aanbieden kunnen wijkteams naar eigen zeggen meer doen dan nu gebeurt.
Doelgroepen die meer aandacht verdienen zijn onder andere jeugdigen met een licht verstandelijke beperking (aanbieders voorliggend veld), hoge inkomensgroepen (wijkteams), kinderen die hoogbegaafd zijn (jongeren) en kinderen in voorschoolse leeftijd (aanbieders voorliggend veld).
De sociale basis biedt ook een laagdrempelige plek om hulpvragen te stellen. In Enschede kunnen inwoners terecht bij de Wijkwijzers in de eigen wijk, bij de huisarts of de Poh-j, de jeugdgezondheidszorg, of op school bij de schoolwijkcoach of IKC wijkcoach. En al is het een laagdrempelige toegang, de inwoner moet wel altijd ergens naar toe gaan en dat blijft een drempel. De Wijkwijzers zouden nog meer zichtbaar, bekend mogen zijn. Ook is er nog
67
geen intensieve inzet in het voortgezet onderwijs, zoals de IKC wijkcoaches in het basisonderwijs. In de veldgesprekken komt aan bod dat sommige gezinnen waar hulp nodig is, te lang wachten om die hulp te vragen. Bijvoorbeeld vanuit schaamte, of wantrouwen tegenover de gemeente en hulpverlening, of omdat ze niet weten hoe ze hulp moeten vragen.
Naast de toegangen (o.a. huisartsen, wijkteams en gecertificeerde instellingen), kunnen ook verschillende partijen in de sociale basis meer dan nu een signalerende rol hebben bij het vroegtijdig opmerken van problemen in gezinnen. Ook vanuit aanpalende beleidsvelden wordt geopperd dat hier kansen liggen, bijvoorbeeld bij de afdeling werk en inkomen waar de focus ligt op het begeleiden van inwoners naar werk, terwijl ze tegelijkertijd ook andere problemen zouden kunnen signaleren. Ook zijn er verschillende armoederegelingen, maar hierin wordt op dit moment ook niet expliciet de verbinding met jeugdzorg gelegd. En in het regulier onderwijs komt ook nog veel casuïstiek voorbij waar sprake is van gezinsproblematiek in plaats van onderwijsproblematiek. Meer informatieuitwisseling is enerzijds heel erg wenselijk, maar wordt wel beperkt vanuit de privacy wetgeving.
Aanbieders van voorliggende voorzieningen, het speciaal onderwijs en de poh-j noemen dat de onderlinge verbindingen tussen verschillende partijen in het voorliggend veld versterkt kunnen worden. Een vaste “tafel” waarin overstijgend ervaringen worden gedeeld ontbreekt. SAMENWERKING TOEGANG EN HET VOORLIGGEND VELD Op verschillende manieren is samenwerking tussen de toegang en het voorliggend veld relevant. De toegang (huisartsen en wijkteams) kan bij hulpvragen verwijzen naar mogelijkheden in het voorliggende veld en anderzijds kan het voorliggend veld jeugdigen en gezinnen verwijzen naar de toegang en de toegang van informatie voorzien. Aanbieders van voorliggende voorzieningen geven aan dat de verwijzingen vanuit wijkteams sterk persoonsgebonden zijn. Huisartsen en de POH-J geven aan onvoldoende zicht te hebben op de voorliggende voorzieningen en ook te weinig tijd hebben om dit uit te zoeken. Recent is gestart met het project Welzijn op recept. Dit is een regionaal project vanuit Twentse Koers waarbij wijkteams verbonden zijn aan huisartspraktijken om te adviseren op jeugdzorg en de mogelijkheden vanuit het sociaal domein meer uit te nutten. Hier staan huisartsen en POH-J positief tegenover. Het speciaal onderwijs heeft ook niet altijd voldoende zicht op naschoolse mogelijkheden en alternatieven voor jeugdzorg.
Er wordt dan snel gedacht aan een indicatie voor dagbesteding in bijvoorbeeld de vakantieperiode, in plaats van de voorliggende mogelijkheden te benutten. Als jeugdzorg meer in de school is, dan krijgt het onderwijs hier meer inzicht in en voelt zich ook meer verantwoordelijk. Huisartsen missen de informatie vanuit de Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar. Overleg met GGD vindt weinig plaats. Uitwisseling stuit enerzijds op praktische zaken als te weinig tijd, ingewikkeld en anderzijds zijn er belemmeringen vanuit privacywetgeving (AVG). Vanuit het voorliggend veld is ook de vraag of de toegang voldoende zich heeft op wat er voorliggend al aan contact is geweest bij bijvoorbeeld het consultatiebureau of andere voorliggende instellingen.
68
PRAKTIJKONDERSTEUNER JEUGD Huisartsen zien meerwaarde in de inzet van de POH-J in hun praktijk. De POH-J heeft een meerwaarde in het voorkomen van verwijzingen naar jeugdzorg. De POH-J ziet vooral de wat oudere leeftijdsgroep vanaf een jaar of 12 binnenkomen. Huisartsen krijgen een andere doelgroep binnen dan wijkteams. Jongeren/ouders komen binnen met een klacht en willen daarbij geholpen worden. Vaak kan een POH-J resultaat boeken in 7 tot 8 gesprekken, maar als de problematiek ingewikkelder is en er meer afstemming nodig is, dan is dat voor de POH-J lastig op te pakken.
De POH-J ziet kansen om meer te betekenen op het gebied van signaleren en voorlichten geven, maar wordt belemmerd in gering aantal uren per praktijk. Het kort aantal uren per praktijk werkt voor de POH-J niet altijd handig. Er moet dan in korte tijd veel geregeld worden. Meer uren op één plek zou beter werken. SAMENWERKING TUSSEN VERSCHILLENDE TOEGANGEN Er zijn verschillende toegangen voor jeugdzorg, namelijk wijkteams, huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters en jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders (de laatste twee werken bij de Gecertificeerde Instellingen). Het is handig als de verschillende verwijzers naar jeugdzorg elkaar gemakkelijk kunnen vinden, allereerst omdat het voorkomt dat jeugdigen en gezinnen met verschillende verwijzers te maken hebben en daarnaast omdat de verschillende toegangen ook hun eigen expertise hebben. Door goede afstemming tussen verwijzers kan de best passende zorg geleverd worden. Op dit moment is er nog geen optimale afstemming. Wijkteams en praktijkondersteuners bij huisartspraktijken ervaren dat ouders hiervan nog wel eens gebruik maken door bij de huisarts aan te kloppen wanneer hun vraag eerder niet naar wens is afgehandeld bij de wijkteams.
Er is bij alle partijen behoefte aan meer informatieuitwisseling over jeugdigen en gezinnen. Zo weet de huisarts soms niet van eventueel eerder gestelde diagnoses of hulp die al in het gezin zit. Wijkteams worden niet altijd op de hoogte gehouden van de situatie van een gezin als de jeugdbeschermer of – reclasseerder betrokken is geraakt. En ook praktijkondersteuners jeugd missen soms terugkoppeling op een ingezet traject vanuit een aanbieder. Er ontbreekt een (bij voorkeur gezamenlijk beveiligd systeem) waarin deze informatie wordt uitgewisseld. Om de informatie te verzamelen moet rondgebeld worden. Dit kost veel tijd. Het is namelijk niet altijd gemakkelijk om elkaar te bereiken. GI’s geven aan dat als ze willen overleggen met de wijkteams ze niet altijd weten welke contactpersoon ze moeten benaderen bij bepaalde problematiek of een bepaalde doelgroep. Wijkteams, poh-j en huisartsen hebben ook moeite om elkaar telefonisch te bereiken. Het uitwisselen van mobiele telefoonnummers is niet voor alle partijen gebruikelijk. Alle partijen zijn erg druk.
De gemeente draagt de kosten voor alle jeugdzorg. Dus ook de jeugdzorg waar andere toegangen naar verwijzen. Dit roept de vraag op of er voldoende kostenbewustzijn is bij verwijzers als de GI en huisartsen en er niet te snel naar specialistische zorg wordt verwezen, waar ook goede alternatieven zijn. Het is hiervoor belangrijk dat GI’s en huisartsen weten hoe het inkoopmodel in elkaar steekt en welke alternatieven er voor zorg zijn. Wijkteammedewerkers kunnen een overzicht van in te zetten voorzieningen inclusief kosten raadplegen via het Zorgportaal. Andere verwijzers hebben hier geen toegang toe.
69
Gi’s geven aan dat andere gemeenten soms met coördinatoren externe verwijzers werken. Het voordeel hiervan is het makkelijke contact leggen, het nadeel dat de coördinator zich teveel mengt in het oordeel en deskundigheid van de verwijzer. Het is helpend wanneer het faciliterend is, er meer zicht is op het voorveld en op niveau gespard kan worden. Dus werken op basis van vertrouwen en wederkerige samenwerking. Een meer controlerende rol maakt het borgen van afspraken en vertrouwen in een goede afsluiting van de casus niet makkelijker. EXPERTISE IN DE TOEGANG / DE JUISTE VERWIJZING Voor een goede triage en een passende oplossing bij de hulpvraag is het belangrijk dat de toegangen beschikken over voldoende informatie en ook expertise.
Er is kennis nodig over het hulpaanbod in het voorliggend veld en het veld van specialistische jeugdzorg. Met name kennis over het voorliggend veld is bij de verwijzers niet altijd breed bekend. Het algemene beeld is dat de kennis hierover bij wijkteams groter is dan bij andere verwijzers, al is dit soms ook wel sterk persoonsgebonden. Huisartsen en Poh jeugd geven zelf aan kennis over mogelijkheden in het voorliggend veld te missen. Het RET, GI’s en aanbieders van specialistische zorg merken op dat wijkteams nu soms te lang doorgaan in het voorliggend veld en te laat expertise inschakelen waardoor situaties escaleren en verblijfshulp dan soms nog het enige alternatief is. Ook in het gesprek met aanbieders van voorliggende voorzieningen is dit genoemd. Contractmanagers horen van aanbieders terug dat er nog te vaak stepped care (van licht naar steeds zwaardere zorg) in plaats van matched care (in een keer goed) wordt ingezet door de verwijzers. Men denkt hierdoor goedkoper uit te zijn, maar op de langere termijn kost het vaak meer.
Matched care is in de praktijk soms lastig, bijvoorbeeld als de informatie rondom een gezin stukje bij beetje komt en dan zet je iets in en dan weer iets erbij en voor je het weet is er heel veel verschillende inzet. In verschillende veldgesprekken wordt de verklarende analyse genoemd als hulpmiddel om in complexe situaties tot beter passende zorg te komen. Hiervoor maken verschillende partners samen een analyse van de situatie. Het is wel een tijdsintensief traject, dus dit zou zeker niet standaard nodig zijn, maar wel in situaties waar het loont. GI’s noemen hierbij de doelgroepen: jeugdigen met LVB (licht verstandelijke beperking) en multiproblemgezinnen, gezinnen waar complexe kind- en complexe ouderproblematiek speelt, gezinnen die anti jeugdzorg zijn. Wijkteams zijn onlangs getraind in de analysemethodiek van het NJI. Dit is net een andere methode dan de ‘verklarende analyses’. Uit verschillende veldgesprekken met RET, GI’s, speciaal onderwijs en toezichthouders komt naar voren dat de expertise van wijkteammedewerkers versterkt kan worden op thema’s, of doelgroepen. Ook worden op dit moment verschillen in expertise ervaren tussen wijkteammedewerkers. Wijkteams kunnen op dit moment expertise inschakelen van specialistische aanbieders. Aanbieders van specialistische jeugdzorg geven aan dat zij inderdaad af en toe geraadpleegd worden. Voor hen zou dit meer mogen.
Er is nu vooral contact met wijkteams over toewijzingen en niet voorafgaand bij het beoordelen van de hulpvraag. Wijkteams ervaren het inschakelen van expertise niet als een heel laagdrempelige mogelijkheid. Ze moeten hiervoor een consult aanvragen bij een aanbieder. Dit brengt de nodige administratieve last met zich mee.
70
Soms gebeurt het dan dat de betreffende aanbieder achteraf niet de juiste partij blijkt te zijn en dan moet opnieuw een andere partij geconsulteerd worden. In het veldgesprek met wijkteammedewerkers is het ontbreken van een gedragswetenschapper in het team als gemis benoemd. Soms moet je als wijkcoach immers ingrijpende beslissingen nemen. Dan is gedragswetenschapper noodzakelijk (bv bij veiligheid, uithuisplaatsing) en bij multi-probleemgezinnen is het belangrijk dat het plan echt passend is en dat meerdere betrokken partijen zich verantwoordelijk voelen voor dit plan. Nu voelt de wijkcoach zich hier alleen voor staan. Wel kunnen er gedragswetenschappers van Veilig Thuis Twente ingehuurd worden. Deze zijn gespecialiseerd in veiligheid en hebben hier vooral de focus op. De GI’s benoemen dat vanuit de richtlijnen Jeugdbescherming bij een verklarende analyse een gedragswetenschapper betrokken moet zijn. HET JUISTE ZORGAANBOD Naast de juiste analyse en een passende verwijzing ontbreekt soms het juiste aanbod. Hier komen tijdens de veldgesprekken een aantal voorbeelden van langs. Huisartsen ervaren soms problemen bij het verwijzen naar zorg bij psychische klachten bij LVB-doelgroep. Zorgaanbieders verwijzen dan naar elkaar. Een jeugdzorgaanbieder geeft aan dat er zorg mist voor LVB-jongeren die 18 zijn geworden en op eigen benen moeten staan, maar waar dat nog niet altijd lukt.
Een aanbieder van een voorliggende voorziening geeft ook aan dat de groep LVB-jongeren niet tot “duurzame zelfredzaamheid” komt en dat hier meer aandacht voor mag/moet zijn, ook in relatie tot eenzaamheid. Uit het gesprek met zorgaanbieders komt naar voren dat er nog goede ambulante alternatieven voor verblijfszorg ontbreken. In een ander veldgesprek komt aan bod dat eenvoudige, praktische hulp mist. Bijvoorbeeld helpen kinderen uit bed te halen en zorgen dat kinderen naar school gaan. Er wordt dan gelijk zwaardere hulp ingezet.
Het speciaal onderwijs verwijst naar de driemilieusvoorzieningen die afgebouwd worden. Driemilieusvoorzieningen zijn voorzieningen met verblijf, onderwijs en vrije tijdsbesteding. Jeugd uit deze voorzieningen komen straks (waarschijnlijk) in het speciaal onderwijs terecht. Het is dan prettig om een Jeugdzorgaanbieder te hebben die deze groep op school kan ondersteunen, in plaats van allemaal verschillende individuele aanbieders. BREED KIJKEN NAAR HET HELE GEZIN EN MEERDERE LEEFGEBIEDEN Er is bij de verschillende partijen besef dat het zinvol is om voor de oplossing van problemen verder te kijken dan een individueel kind en juist ook naar het gezin te kijken en dan vanuit meerdere domeinen/leefgebieden. Wijkteams werken met de kennisbouwstenen van Movisie voor professionals die integraal in de wijk werken 72.
In de praktijk is dit nog niet gemakkelijk om tot 1 plan voor 1 gezin te komen. Om breed te kijken en op te lossen moet je samenwerken met vele partijen. Dat kan soms nog beter. Het kan het helpen om fysiek bij elkaar te zitten. Wijkteams zouden nauwer op kunnen trekken met team werk en inkomen.
Belemmerend zijn de verschillende systemen, evenals de regelgeving vanuit de verschillende wetten. Wijkteams kunnen het doorbraakteam inschakelen bij casussen die vragen om domeinoverstijgend maatwerk en/of maatwerk 72
https://kennisbouwstenen.nl/
71
met partners. Deze route wordt niet altijd ervaren als gemakkelijk in te zetten route.
Breed kijken vraagt om een goede analyse, kwalitatief goed multidisciplinair overleg en het vraagt ook tijd. Tijd die er mogelijk niet altijd is door hoge werkdruk, zowel bij wijkteams als bij de huisarts. Of tijd die met niet denkt te hebben, mogelijk vanuit een gevoel van druk om snel te handelen vanuit perspectief van Tuchtraad/Inspectie of vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel snel iets te willen doen in schrijnende situaties. REGIE IN DE TOEGANG Het voeren van regie is een vaker terugkerend thema in de veldgesprekken. Wat betekent regie dan? Genoemd wordt onder andere ‘betrokken blijven bij casussen en niet stoppen als de verwijzing is gedaan’, ‘betaald cliëntvolgend zijn’, ‘meerdere partijen bij elkaar brengen en nauwer laten samenwerken’ en ‘het tijdig op- en afschalen van zorg’, ‘sturing op het resultaat’. Op dit moment is vaak onduidelijk wie de regie heeft en wordt er soms ook geen regie gevoerd. Er is behoefte aan goede afspraken over regie. In het veldgesprek geven wijkteammedewerkers aan dat zij idealiter na 3 maanden een evaluatiegesprek voeren met jeugdigen/ouders om te kijken hoe het met de doelen staat en of de ingezette interventie werkt. Door drukte gebeurt dit in de praktijk te weinig. Contractmanagement en het bedrijfsbureau noemen hierin nog het belang van het formuleren van duidelijke doelen, zodat je dit ook goed kunt evalueren.
Poh’s jeugd geven aan dat na de verwijzing hun rol meestal stopt. Er vindt meestal geen terugkoppeling plaats vanuit de aanbieder. Overigens zien poh’s binnen de beschikbare uren geen mogelijkheid om hier meer in te willen.
Het op- en afschalen kan nog beter vorm krijgen. Zoals al eerder genoemd is het belangrijk om soms vanuit voorliggende voorzieningen eerder op te schalen. Aanbieders van voorliggende voorzieningen noemen ook nog een aantal aandachtspunten bij het afschalen. Zo vragen ze zich af of er niet meer verplichting moet komen in het afschalen van zorg en bij evaluaties eerder de relatie gelegd moet worden met afschalen naar het voorliggend veld. Wel is het belangrijk dat er voldoende aandacht is voor de professionele verantwoordelijkheid bij het afschalen in geval terugval plaatsvindt of incidenten. Aanbieders van specialistische zorg opperen om meer kort en intensief in te zetten in plaats van te lang ‘modderen’. Als er regie wordt gevoerd kan er goed modulair gewerkt worden en afgeschaald.
Veelal worden wijkteams beschouwd als de logische partij voor regievoering. Aandachtspunt is dat wijkteams niet altijd betrokken zijn bij complexe problematiek. Een ander aandachtspunt is dat regievoering ook tijd en ruimte vraagt. Tijd die er vanwege hoge werkdruk bij de wijkteams niet altijd is. Daarnaast hebben ook ouders en jeugdigen zelf de regie over hun eigen zorg in het vrijwillig kader. Voor ouders en jeugdigen geldt dat zij voldoende informatie nodig hebben om hun eigen regierol op te pakken. Dat betekent dat ouders ook moeten weten welke professional regie heeft en met wie ze moeten schakelen. Onafhankelijke cliëntondersteuning geeft aan dat ouders soms lang moeten wachten op een gespreksverslag vanuit de toegang. Het is voor ouders lastig om uit zo’n gesprek alles te onthouden. Daarom is een gespreksverslag en bevestiging van gemaakte afspraken belangrijk.
72
ZELF ZORG BIEDEN IN DE TOEGANG Wijkteammedewerkers kunnen bij lichte problematiek ook zelf zorg bieden. Hoe vaak dit gebeurt, wordt niet geregistreerd. Het verschilt erg per wijkteammedewerker. De ene wijkteammedewerker doet het vrijwel niet, bij de ander kan het oplopen tot de helft van de aanmeldingen. Of een wijkteammedewerker veel zelf oppakt hangt af van de zwaarte van de problematiek waarmee hij of zij te maken krijgt en de tijd en ruimte die er is. Als er te weinig tijd is dan wordt snel jeugdzorg ingezet. Vanuit de wijkteams is er wel de wens om meer zelf op te kunnen pakken, al dan niet in co-creatie met partijen uit het voorliggend veld. Het voordeel is dat het wachttijd en administratie scheelt. LUISTEREN EN SAMEN BESLISSEN OVER HULP Onafhankelijke cliëntondersteuning geeft aan dat zij zien dat er soms een discrepantie zit tussen wat de toegang of hulpverlening aanbiedt en waar de ouder zelf mee komt. Ouders geven aan dat het gesprek hierover niet altijd mogelijk is. Er wordt dan wel eens een omweggetje gezocht via de huisarts of een pgb. Voor ouders is het belangrijk dat ze serieus genomen worden en dat er naar hen wordt geluisterd. De jongeren van de Jarabee jongerenraad die we spraken geven aan dat ze zich soms niet gehoord voelden en dat hulpverleners hun eigen conclusies trokken zonder naar hen te luisteren. Ook dat beloftes niet altijd werden nagekomen.
Dat ze het gevoel hadden dat ze zelf moesten vechten voor de juiste hulp en ondersteuning. Het bedrijfsbureau geeft aan dat het heel belangrijk is dat er een klik is tussen cliënt en aanbieder. Dit bepaalt voor een deel of zorg passend is. Dat is iets persoonlijks. Als in de praktijk blijkt dat bij bepaalde aanbieder de klik er niet is, dan moet overgestapt worden naar een andere aanbieder om iets te kunnen bereiken. VOORKOMEN RESIDENTIEEL VERBLIJF In het veldgesprek met aanbieders van specialistische jeugdzorg is specifiek gevraagd waarom nog steeds zoveel Enschedese jeugdigen verblijfshulp krijgen. Hiervoor worden verschillende verklaringen genoemd. Allereerst wordt soms te lang doorgegaan in het voorliggend veld en niet tijdig genoeg specialistische behandeling ingezet, waardoor het escaleert en residentieel verblijf de enige optie is. Ook enkele jongeren die we spraken geven aan dat ze wellicht niet uit huis hadden gemoeten als de juiste hulp op het juiste tijdstip was ingeschakeld. Een dergelijke escalatie ontstaat soms ook bij multproblemgezinnen waar meerdere betrokken partijen elkaar onvoldoende weten te vinden. Er ontstaat dan een onsamenhangend geheel van hulp ontstaat, waardoor de situatie kan escaleren.
Zorgaanbieders geven aan dat als een jeugdige na escalatie in verblijf terechtkomt, dan het voor de terugkeer naar huis belangrijk is dat er ook gewerkt wordt met de ouders (systeemtherapie). Dit kan nog meer. Een ander aandachtspunt is dat wanneer er problematiek bij een ouder is, bijvoorbeeld GGZ problematiek, waardoor ook de jeugdige in de problemen komt, het lastig is om goed in samenhang te handelen. Je loopt dan tegen andere wettelijke kaders en privacywetgeving aan. Tot slot zijn er ook nog weinig alternatieven voor residentieel verblijf. Overigens zijn er ook situaties waarin residentieel verblijf wel helpt. Volgens de GI’s is het belangrijk te investeren in plekken waar jeugdigen onvoorwaardelijk mogen zijn, waardoor het doorplaatsen minder wordt. Een aandachtspunt is als de jeugdigen 18 worden. Voor jeugdigen in verblijf die 18 worden, is er niet altijd een passende woonplek daarna met voldoende vinger aan de pols begeleiding. Hier zijn lange wachtlijsten voor. Het gaat dan zowel om jeugdigen die in aanmerking komen voor beschermd wonen, als voor jeugdigen die hier niet voor in aanmerking komen, maar nog wel beetje begeleiding nodig hebben. Deze jeugdigen blijven dan langer in jeugdzorg (verlengde jeugdzorg). Dit is niet altijd prettig, omdat ze de groep vaak ook ontgroeid zijn.
73
GEDWONGEN KADER De GI’s zien gevallen langskomen die misschien voorkómen hadden kunnen worden. Zo zien ze veel gevallen van complexe scheidingen. Ze vragen zich af of deze gevallen in het gedwongen kader thuishoren. Het levert soms meer ellende op dan dat het helpt bij met name de groep ouders die anti-jeugdzorg is. De GI werkt dan als rode lap of trigger. De GI gaat er vanuit dat wanneer er meer expertise is in het brede veld om te de-escaleren, dan kan misschien voorkómen worden dat de GI nodig is. De GI’s geven aan dat daarnaast terugval veel voorkomt. Dat vanuit de wijkteams soms te snel borgingsafspraken afgeschaald worden, waardoor het kaartenhuis opnieuw instort en terugkomt bij de GI. Ook is er volgens de GI’s winst te behalen als er meer ambulante interventies komen voor doelgroepen als LVB en multiproblemgezinnen, gezinnen waar complexe kind- en ouderproblematiek speelt en de gezinnen die antijeugdzorg zijn. De escalatie van de zaken die binnenkomen bij de GI zijn vaak van dusdanige aard dat de GI weinig kan beïnvloeden. Volgens wijkteams is er in een substantieel deel van de ondertoezichtstellingen geen samenwerking tussen de GI en de wijkteams. Dit zou wel wenselijk zijn. De GI kan focussen op bescherming en de wijkteams kunnen meedenken in het normaliseren en overbodig maken van de maatregel.
DOELMATIGHEID Er zijn in de gesprekken verschillende aandachtspunten naar voren gekomen rondom doelmatigheid.
Maatwerkcontracten Contractmanagers geven aan dat er een toename is van maatwerkovereenkomsten voor verblijfszorg. Dit komt doordat er in de Jeugdzorg plus wordt afgebouwd en er gezocht wordt naar alternatieven. Er is dan niet altijd voldoende ingekocht aanbod. Toezichthouders geven aan dat als er geen contract is waar dingen zijn afgesproken, het ook lastig is om te controleren op rechtmatigheid. Liever voorkom je al die maatwerkcontracten.
Controle op aanbieders Op dit moment is er volgens toezichthouders onvoldoende controle op de jaarrekening en accountantsverklaring bij kleinere aanbieders, waardoor je opvallendheden, zoals bijvoorbeeld een overmatige winst niet ziet. Door middel van data-analyse kunnen ook bijzonderheden worden opgemerkt. Bijvoorbeeld bij welke aanbieders blijft de uitstroom achter en worden steeds herindicaties aangevraagd. Toezichthouders geven aan dat het ook goed zou zijn om vaker op werkbezoek te gaan bij aanbieders. Bij de grote aanbieders gebeurt dit wel, maar bij de kleinere niet/minder.
Wachtlijsten Soms zijn er wachtlijsten voor zorg. Huisartsen geven aan dat de POH-J soms ingezet wordt om overbruggingszorg te bieden.
Externe verwijzers Toezichthouders en wijkteams geven aan dat als huisartsen een doorverwijzing naar een aanbieder doen, de aanbieder vaak zelf bepaalt welk type zorg wordt ingezet, goedkopere of duurdere. Hier wordt niet op meegekeken.
74
Het bedrijfsbureau geeft aan dat de meeste zorg wordt verleend via externe verwijzers, maar dat er slecht zicht is op deze gegevens. Zo is het niet eenvoudig om de verwijzingen per huisarts uit het systeem te halen.
Signalering op individuele trajecten Toezichthouders geven aan dat in de eigen systemen alarmbellen op bijvoorbeeld zorgduur onvoldoende zijn ingericht.
Inkoopbeleid Vanuit de wijkteams wordt aangegeven dat het huidige inkoopbeleid soms ertoe leidt dat je naar duurdere zorg verwijst dan nodig is. Een voorbeeld is dat je een kind ziet waarvan je denkt die zou eigenlijk bij aanbieder A thuis horen. Maar als je contact opneemt met aanbieder A. dan geven zij aan dat er alleen voor hogere zorgzwaartes bij hen is ingekocht. Als aanbieder A. dan toch de beste optie is dan doe je dus een duurdere indicatie uit dan eigenlijk nodig is voor het kind.
Verder ervaren wijkteammedewerkers dat er schaarste is aan sommige verblijfsplekken. Dan heeft een zorgaanbieder een monopolie positie en worden eisen gesteld aan de indicatie. Ook hebben wijkteammedewerkers soms discussies met aanbieders over welke zorg nu wel of niet bij een bepaald product hoort. Zeker nu aanbieders moeite hebben rond te komen van de geboden tarieven leidt dit tot discussies in de toegang.
Wijkteammedewerkers geven tenslotte aan dat door de vele aanbieders het overzicht niet meer en moeten ze rondbellen om te kijken hoeveel wachttijd er overal is.
Collectief aanbod We kunnen nog meer doen aan collectieve inzet van jeugdzorg, bijvoorbeeld op scholen, in plaats van individuele zorg te bieden. ARBEIDSMARKTKRAPTE EN HOGE WERKDRUK. Contractmanagers noemen de krapte op de arbeidsmarkt een aandachtspunt. Hierdoor is het lastig voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Dit kan invloed hebben op de kwaliteit van zorg. De GI's zien nu door arbeidsmarktproblematiek veel inzet van zzp’ers en jonge mensen, waardoor personeel niet stabiel is en de kwaliteit op de groepen afneemt. Hoge werkdruk is een thema dat speelt bij de wijkteams en in verschillende veldgesprekken terug komt. Het bedrijfsbureau geeft aan dat ze bezig is om inzicht te krijgen in wat verantwoorde workload is voor wijkteams, zodat de wijkteams daar een ijkpunt in hebben. Wat is optimaal? INFORMATIEVOORZIENING, DATAGEBRUIK Het bedrijfsbureau heeft de taak het inzichtelijk maken van cijfers, opstellen van dashboards. Dit krijgt steeds meer vorm. Ook het verhaal bij de cijfers wordt steeds beter. Er is een kwartaalrapportage over kosten en processen waar het management de rode draad uithalen en er is een dashboard voor financiële vraagstukken. Het bedrijfsbureau bemerkt dat de belangstelling voor de informatie toeneemt. Er wordt nu om gevraagd en eerder moest je pushen. Het bedrijfsbureau geeft aan dat de informatievoorziening nu vooral op hoofdlijnen is.
Dit kan nog
75
meer de diepte in, of we kunnen meer vraaggericht informatie leveren. Wat lastig is, is om uit de cijfers het effect van preventie in beeld te brengen.
SAMENWERKING, CONTRACTMANAGEMENT, RELATIEBEHEER De inkoop van Jeugdzorg doet Enschede samen met de andere Twentse gemeenten. Het contractmanagement wordt ook regionaal aangepakt. Contractmanagers kijken naar aandachtspunten vanuit aanbieders en gemeenten bij het uitvoeren van de contracten. Contractmanagement heeft geen rol in het relatiebeheer met huisartsen. Met de top 95 aanbieders (Jeugd en Wmo) onderhouden contractmanagers proactief contact. De afdeling contractmanagement van OZJT richt zich op de 16 grootste aanbieders (Jeugd en Wmo). Met de overige top 95 aanbieders zijn contractgesprekken met gemeentelijke contractmanagers. Onderling is afgesproken welke gemeente welke aanbieder spreekt. Deze gesprekken worden wel vanuit een regionale context gevoerd. Met de overige (kleinere) aanbieders is er contact op basis van signalering. Bij de regionale voortgangsgesprekken wordt niet zozeer specifiek ingegaan op individuele casuïstiek, maar worden zaken met een overstijgend karakter besproken. Contractmanagement ziet meerwaarde in een betere samenwerking tussen aanbieders. Mogelijk kunnen contractgesprekken ook meer in clusters gevoerd worden.
76
7. VERBETERKANSEN Deze paragraaf gaat in op verbeterkansen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Wat er speelt op landelijk en regionaal niveau is opgehaald vanuit documenten en nota’s. Verbeterkansen op lokaal niveau zijn verzameld vanuit de veldgesprekken.
7.1 LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN In juni 2023 is de definitieve landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-202873 gepresenteerd. Deze is tot stand gekomen in een samenwerking tussen cliëntenorganisaties, professionals via verschillende beroepsverenigingen, zorgaanbieders, gemeenten, kennispartners en de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Daarbij wordt van alle partijen inzet verwacht. Naast de Hervormingsagenda Jeugd is ook het Landelijke programmaplan 2023-2026 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming74 relevant. Hierbij zijn duidelijke relaties met de Hervormingsagenda Jeugd. Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming heeft specifiek betrekking op de jeugdbeschermingsketen. Hierbij gaat het om de hulp en bescherming aan kinderen en volwassenen (0-100) zodanig te organiseren, dat de veiligheid in gezinnen en huishoudens verbetert, de betrokkenen zich beter gezien en gehoord voelen en er minder gedwongen maatregelen nodig zijn.
De Hervormingsagenda beschrijft de volgende opgaves: 1)
Afbakenen en verduidelijken wat jeugdzorg is en daarnaast is een stevige pedagogische basis nodig.
2)
Jeugdzorg steviger verbinden met aanpalende domeinen als het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid
3)
Stevige lokale teams en toegang
4)
Terugdringen residentiële jeugdzorg
5)
Kwaliteitsverbetering en blijvend leren
6)
Verbeteren van organisatie en inkoop specialistische jeugdzorg
7)
Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking
8)
Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring
Bij de verschillende opgaves staan in de Hervormingsagenda Jeugd landelijke maatregelen en maatregelen die regionale of lokale implementatie vragen. Hieronder benoemen we de landelijke maatregelen die impact zullen hebben op onze lokale strategie en resultaten.
Landelijke maatregelen vanuit de Hervormingsagenda betreffen onder andere: ▪ Het initiëren van een maatschappelijk dialoog over normaliseren ▪ Aanpassing van de Jeugdwet op 1) reikwijdte jeugdzorg en 2) verduidelijking van toereikend aanbod van basisvoorzieningen. ▪ Het bieden van handreikingen, kwaliteitskaders en convenanten ter ondersteuning van de lokale praktijk.
73
Hervormingsagenda Jeugd 2023 - 2028 | Rapport | Rijksoverheid.nl Ministerie VWS & ministerie J&V (2023). Programmaplan 2023-2026. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/toekomstscenario-kind-engezinsbescherming/documenten/publicaties/2023/07/17/programmaplan-toekomstscenario-kind-engezinsbescherming-2023-2026 74
77
▪ O.a. handreiking begrenzing reikwijdte en pedagogische basis, kwaliteitskader brede analyse, convenant stevige lokale teams, kwaliteitskaders en onderzoeksagenda. ▪ Landelijke contractering specialistische zorg. ▪ Ontwikkelen van landelijke standaarden voor inkoop, kwaliteit en administratie en vereenvoudiging productcodes, vaststellen landelijke maximum tarieven voor regionaal en landelijk ingekochte zorg, invoering Amvb reële prijs. ▪ Landelijke structurele monitoring van het jeugdzorgstelsel.