3- Eschmarke - Dolphia_Toelichting
Tekst van het document
Betreffende woningcorporatie had plannen op tafel voor de sloop van nog meer woningen, maar deze hebben plaatsgemaakt voor eenvoudige renovatiewerkzaamheden van het bestaande vastgoed. 3.3.2
Monumenten in het plangebied In het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia", komen geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten voor.
3.3.3
Cultuurhistorische waardevolle elementen en structuren De gemeente vindt het belangrijk dat bewoners trots zijn op de cultuurhistorische identiteit van hun stad. Bewoners die trots zijn op hun vertrouwde leefomgeving zijn ook meer bereid om zich in te spannen voor die leefomgeving. Ook blijken cultuurhistorische waarden een belangrijke vestigingsfactor te zijn voor een nieuwe generatie stadsbewoners, voor opkomende bedrijven in de dienstverlening en ook voor recreatie en toerisme. Omdat het maatschappelijk belang hoog is, ligt hier dus een taak voor de overheid. Door het verleggen van de focus op de bestaande stad speelt erfgoed een steeds prominentere rol in de ontwikkeling van de hedendaagse stad. Voor veel grote beeldbepalende gebouwen en veel maatschappelijk vastgoed dreigt leegstand en achterstallig onderhoud. Het is dus tijd voor een nieuwe oriëntatie op de identiteitsdragers van deze stad. Gemeenten moeten bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening houden met cultuurhistorische waarden. Deze verplichting is vanaf 1 januari 2012 vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Tuindorp Dolphia in relatie tot cultuurhistorie. Voor wat betreft het oorspronkelijke tuindorp Dolphia is onderzocht in hoeverre hier cultuurhistorische waarden en/of structuren aanwezig zijn. Dit heeft geleid tot een stedenbouwkundige- en cultuurhistorische verkenning van dit tuindorp (januari 2020) dat als bijlage 1 bij deze toelichting is gevoegd. De opzet van het tuindorp Dolphia kenmerkt zich door een heldere, symmetrische stedenbouwkundige opzet rondom een centraal groen plantsoen. Het wegenpatroon is eenvoudig en is noord-zuid of oost-west georiënteerd. Hierdoor ontstaan 6 samenhangende bebouwingsclusters waarbij in de 2 clusters grenzend aan de Gronausestraat ook de duurdere 2-onder-één-kap woningen zijn opgenomen. De clusters zijn sterk verwant aan elkaar. Binnen de clusters herkennen we de kenmerkende principes van een tuindorp, zoals verspringende rooilijnen, verbijzonderde hoeken en een open structuur waardoor de achtertuinen goed bereikbaar waren. Voor de 4 meer noordelijke clusters was de achtertuin groot wat het mogelijk maakte om eigen voedsel te verbouwen. De overgang tussen de voortuin en de straat was vormgegeven door overwegend hagen en hekjes wat bijdroeg aan het groene beeld. De woningen aan de Gronausestraat kenden
24
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
lage tuinmuurtjes met gemetselde poeren. Opvallend is de ruimtelijke zichtas die vanaf de Gronausestraat over het Transvaal plantsoen doorloopt tot aan het noordelijk gelegen landschap. Hierdoor werd het groene entree gebied aan de Gronausestraat verbonden met het Transvaalplein om vervolgens in een rechte lijn, tussen de 2 meest noordelijke clusters, door te lopen in het landelijk gebied. Hiërarchie. De woningen aan de Gronausestraat zijn door hun schildkappen, balkons en uitbouwen het meest uitbundig en rijk gedetailleerd (C- en D-type). Naarmate het plan zich doorontwikkelt richting noorden, worden de woningen eenvoudiger zonder dat de samenhang verloren gaat. Zo kenden de meest noordelijke woningen (A-type) een opzet waarbij het dak vanaf de eerste verdieping wordt aangezet, eenvoudige details en geen erkers. Compositie. De woonbebouwing is sterk aan elkaar verwant en bestaat uit (grotere) eenheden met korte rijen huizen die een samenhangend beeld vormen. De architectuur met verwante baksteen, dakpannen en kleur van de kozijnen dragen hier aan bij. Typerend is ook de helderheid van de simpele hoofdvormen met één of twee bouwlagen en variërende kappen. Balkons, erkers, dwarskappen en dakkappelen geven ritmiek (en een verfijning) in de woonblokken. De kap draagt bij aan het gewenste dorpse karakter en kent altijd een mooi overstek. Groen.
Het collectieve groen was belangrijk in Dolphia. Niet alleen de formele entree met een groen ovalen perkje en het grote Transvaalplein droegen bij aan de groen beleving. Ook de groene bermen die de straat scheidde van de doorlopende voetpaden waren belangrijk. In deze grasbermen werden diverse bomen en later struiken aangeplant. Het Transvaalplein was oorspronkelijk echt een plek voor ontspanning met een vijver in het hart van het plantsoen. Midden in de vijver was een plateau die via 2 sierlijke bruggetjes bereikbaar was. Conclusie- aanbevelingen. Dolphia is door sloop, toenemend autogebruik, de vervanging van groene erfafscheidingen door schuttingen/stalen lage hekken en stevige renovatie van de woningen, een deel van haar oude grandeur verloren. De ruime groene opzet met doorzichten en de vele open hoeken zijn op onderdelen niet in stand gehouden. Ook hebben beheer en latere ingrepen in de openbare ruimte de oorspronkelijke ontwerpprincipes verlaten. Wat blijft is de heldere stedenbouwkundige opzet van 4 van de oorspronkelijk 6 bebouwingsclusters rondom een groen plantsoen/plein. Een opzet die zich nog altijd samenhangend laat lezen. De sterke verwantschap in architectuur, dakenlandschap, lichte kozijnen en details dragen hier aan bij. Daarbij zijn alle oorspronkelijke woningtypen nog aanwezig.
Dolphia was bij oprichting een bijzonder initiatief door haar omvang en ruime opzet. Deze tastbare geschiedenis is een belangrijk hoofdstuk in de wordingsgeschiedenis van de voormalige gemeente Lonneker. Een belangrijke waarde die het behoud legitimeert. Geadviseerd wordt om de structuur van dit tuindorp met groenstructuren juridisch te beschermen op basis van bovenstaand. Het is te overwegen of er een herstelplan kan worden ontwikkeld voor de openbare ruimte. Ook zouden zichtbare schuttingen, zichtbaar vanaf de openbare weg bij voorkeur ‘vergroend’ uitgevoerd kunnen worden en is het wellicht mogelijk om de zwarte lage hekjes, die bij een latere renovatie zijn geplaatst, te voorzien van hagen. Ook verdient het Transvaalplein, aan de noordzijde, een nieuwe heldere stedenbouwkundige begrenzing, die verwant is aan de huidige/oorspronkelijke opzet (architectuur, materiaal en kleur). Een ander onderzoek doet cultuurhistorisch waardeonderzoek op pandniveau. Dit kan leiden tot de aanduiding karakteristiek in het bestemmingsplan.
Overige cultuurhistorische waarden in het plangebied van dit bestemmingsplan. Naast een cultuurhistorische beoordeling van het oorspronkelijke tuindorp Dolphia en daarbij behorende aanbevelingen, is tevens gekeken naar de aanwezigheid van overige objecten in het bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
25
plangebied van dit bestemmingsplan die mogelijk over cultuurhistorische waarden beschikken. Voor specifiek de panden Gronausestraat 565, 583, 645 en 645A is aan het Het Monumenten Advies Bureau (MAB) te Nijmegen gevraagd deze panden op hun cultuurhistorische betekenis te beoordelen. Deze beoordelingen zijn als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.
Gronausestraat 565. Het gaat hierbij om twee markante (voormalige) agrarische gebouwtjes met bakstenen gevels en houten vakwerk. Beide bouwmassa's (boerderij en schuur) dateren waarschijnlijk uit het einde van de 18 de of het begin van de 19 de eeuw en werden in 1975-1976 sterk gerenoveerd, verbouwd en met elkaar verbonden. Daarbij bleven delen van de oorspronkelijke houten constructie behouden en was behoud van het historische beeld van beide pandjes uitgangspunt. De in 1975-1976 en later gerealiseerde tussenbouwen en het even ten westen van het ensemble gelegen jongere bijgebouw zijn niet relevant. Beide gebouwen (voormalige boerderij en schuur) hebben een bescheiden maar karakteristieke hoofdvorm met bakstenen gevels met houten vakwerk en met pannen gedekte zadeldaken. Zowel de hoofdvorm als de detaillering verwijst naar- en herinnert aan de oorspronkelijke opzet en vormgeving van deze gebouwen. Hoewel op diverse punten gewijzigd en gemoderniseerd is het ensemble nog duidelijk herkenbaar als historische agrarische bebouwing uit de pre-stedelijke fase. Het vormt vooral in hoofdvorm dan ook een tastbare herinnering aan een historisch erf, dat mogelijk al aanwezig was aan het einde van de 18 de of begin 19 de eeuw.
Gronausestraat 565
Gronausestraat 645. Het gaat bij dit pand om een voormalig fabrieksgebouw uit 1933 met een rechthoekige plattegrond. Oorspronkelijk is dit fabrieksgebouw gebouwd als meubelfabriek voor de heer J. Halman. De fabriek werd in 1941 aan de noordwestelijke zijde uitgebreid met een locomobielruimte en droogkamer en waarvan de schoorsteen nog duidelijk herkenbaar aanwezig is. Het fabrieksgebouw met bakstenen gevels is daarnaast voorzien van sheddaken op een ijzeren constructie. In de noordelijke dakvlakken zijn lichtstraten aanwezig terwijl de zuidelijke dakvlakken uit bimsbetonnen cassettenplaten bestaan, gedekt met bitumen. De bakstenen schoorsteen uit 1941 versterkt daarbij het industriële karakter van de bebouwing. Het betreft hier fabrieksbebouwing met een nog tastbare herinnering aan de oorspronkelijke industriële functie van de bebouwing. Deze fabrieksbebouwing ten oosten van het tuindorp Dolphia vormt daardoor een markant en zeldzaam element aan dit deel van de Gronausestraat.
26
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Gronausestraat 645.
* Tijdens het ter visie liggen van het ontwerp van het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia" is namens de eigenaar van het pand aan de Gronausestraat 645 een zienswijze ingediend. Indiener van zienswijze was van mening dat betreffende pand aan de Gronausestraat 645 in een dermate slechte staat bevindt dat de aanduiding 'karakteristiek' hier niet is te rechtvaardigen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is door de Gemeente Enschede aan de adviseur Erfgoed van het Oversticht opdracht gegeven om de bouwtechnische staat te b eoordelen. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de bouwkundige staat van het b etreffende pand inderdaad dermate slecht is dat een aanduiding 'karakteristiek;' niet is te rechtvaardigen. Als gevolg van dit onderzoek is de aanduiding 'karakteristiek' voor het pand aan de Gronausestraat 645 op de verbeelding verwijderd. Het bouwtechnisch rapport is als b ijlage 3 aan deze toelichting toegevoegd.
Van de overige panden Gronausestraat 583 en 645A is gebleken dat beiden over onvoldoende cultuurhistorische waarden beschikken om als 'karakteristiek' te kunnen worden aangemerkt.
Gronausestraat 583. Het pand heeft als een bescheiden villa uit 1921, die vooral in hoofdvorm nog herkenbaar is, een zeer bescheiden architectuurhistorische waarde. Het gaat hier niet om een bijzonder type en het verkeert in een op diverse punten gewijzigde staat. De villa is bovendien nauwelijks tot niet zichtbaar vanaf de openbare weg, waardoor er geen sprake is van een bijzondere beeldwaarde. Ook is geen sprake van relevante of specifieke waarden die concreet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Tevens is er geen sprake van een specifieke bijzonder hoge waarde in of aan het pand. Het object heeft dan ook onvoldoende waarden om in aanmerking te komen voor de status 'karakteristiek'.
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
27
Gronausestraat 583
Gronausestraat 645A. Het pand Gronausestraat 645A te Enschede is een curieus bouwwerk dat in de huidige situatie vrijwel geheel verscholen gaat achter de bebouwing van Gronausestraat 645 en 647. Het pandje is vrijstaand gelegen op de noordoostelijke hoek van het terrein achter de bedrijfsbebouwing van Gronausestraat 645. Wanneer dit gebouwtje exact is gebouwd en wat de oorspronkelijke functie is geweest, is niet duidelijk. Waarschijnlijk is het in verschillende fases tot stand gekomen. Het is niet ondenkbaar dat het oorspronkelijk ook een kap heeft gehad. Door diverse wijzigingen is een oorspronkelijke functie van het gebouw niet meer afleesbaar. Ook ontbreekt de oorspronkelijke context en verkeert het gebouw in een zeer slechte staat. Er is geen sprake van relevante- of specifieke waarden die concreet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Er is tevens geen sprake van een specifieke bijzonder hoge waarde in of aan het pand. Het object heeft dan ook onvoldoende waarden om in aanmerking te komen voor de status 'karakteristiek'.
Gronausestraat 645A 3.3.4
Archeologie Het Europees verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (het Verdrag van Valetta) is in 1992 ondertekend. Het verdrag is geïmplementeerd via een wijziging van de Monumentenwet (Wet op de archeologische monumentenzorg), die op 1 september 2007 in werking is getreden. Op 9 december is de Monumentenwet onderdeel uit gaan maken van het Erfgoedwet dat op 9 december 2015 in werking is getreden. Deze nieuwe wet bundelt 6 wetten en regelingen met betrekking tot het erfgoed in Nederland. Doelstelling is om zoveel mogelijk bodemschatten in de bodem te behouden, om zo aantasting van het bodemarchief te voorkomen. Verder wordt bevorderd dat in een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke ordening rekening wordt gehouden met archeologische waarden. Uitgangspunt is tevens dat bodemverstoorders archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen betalen.
28
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
De wet legt de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed bij de gemeenten en bepaalt dat archeologie voortaan binnen het instrumentarium van de ruimtelijke ordening dient te worden meegenomen. De kern van deze wetgeving is: -
het Rijk blijft verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen ingevolge de Erfgoedwet en dus voor aanwijzingen van archeologische rijksmonumenten;
-
de provincie kan archeologische attentiegebieden aanwijzen die moeten worden opgenomen in een bestemmingsplan van een gemeente en kan verplichtingen opleggen bij ontgrondingen;
-
het inbedden van archeologie in ruimtelijke plannen;
-
het behouden en beschermen van waardevolle archeologie in de bodem;
-
verplicht archeologisc onderzoek bij bodemverstoring;
-
de bodemverstoorder betaalt de kosten van archeologisch onderzoek.
De gemeente heeft ten aanzien van het omgaan met archeologie een substantiële, inhoudelijke beleidsruimte om belangenafweging mogelijk te maken. De uitvoering van de Erfgoedwet voor het onderdeel archeologie draagt bij aan de kennis van het ontstaan van de stad en samen met de monumenten, landschapshistorie en bouwhistorie, aan de kwaliteit van de ruimte en de identiteit en het imago van de stad Enschede.
Archeologiebeleid gemeente Enschede. Op 28 januari 2008 heeft de gemeenteraad van Enschede het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Hierin is opgenomen op welke wijze binnen de gemeente Enschede invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Op basis van het beleid dient archeologie op een dusdanig vroeg tijdstip te worden betrokken bij planontwikkelingen en/of aanvragen voor bouw-, sloop- of aanlegvergunningen dat de risico's van bodemverstoringen voor de archeologie voorafgaand aan de werkzaamheden in kaart kunnen worden gebracht.
Figuur: Archeologiosche beleidskaart Gemeente Enschede.
Op de archeologische beleidskaart is veruit het grootste deel van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" aangemerkt als een 'archeologisch onderzoeksgebied B". Dergelijke gebieden kennen een hoge- en middelhoge archeologische verwachtingswaarde. (Op de beleidskaart hebben betreffende gebieden een okergele kleur).
Archeologisch onderzoeksgebied B:
Vergunningtype- omschrijving
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
29
Omgevingsvergunning uitvoeren "Werk of werkzaamheden"
Indien de werkzaamheden leiden tot verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 2.500m2, dient de aanvraag te worden voorgelegd aan de archeologische adviseur van de Gemeente Enschede.
Omgevingsvergunning "Bouwen"
Indien de werkzaamheden leiden tot verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 2.500m2, dient de aanvraag te worden voorgelegd aan de archeologische adviseur van de Gemeente Enschede.
Omgevingsvergunning "Slopen"
Indien de werkzaamheden leiden tot verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 2.500m2, dient de aanvraag te worden voorgelegd aan de archeologische adviseur van de Gemeente Enschede.
Herziening/wijziging bestemmingsplan met bodemverstoring
Indien de werkzaamheden leiden tot verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 2.500m2, dient de aanvraag te worden voorgelegd aan de archeologische adviseur van de Gemeente Enschede.
Daarnaast is op de archeologische beleidskaart aan de oostzijde van het tuindorp Dolphia een gebied aangegeven met een rode kleur. Dergelijke gebieden zijn aangemerkt als 'verstoorde gebieden met een middelhoge en hoge verwachting in het buitengebied'.
Verstoorde gebieden met een middelhoge en hoge verwachting in het buitengebied: Vergunningtype- omschrijving Omgevingsvergunning uitvoeren "Werk of werkzaamheden"
Indien de werkzaamheden leiden tot verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 1 hectare, dient de aanvraag te worden voorgelegd aan de archeologische adviseur van de Gemeente Enschede.
Omgevingsvergunning "Bouwen"
Vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Omgevingsvergunning "Slopen"
Vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Herziening/wijziging bestemmingsplan met bodemverstoring
Indien de werkzaamheden leiden tot verstoring van de ondergrond op een diepte van meer dan 50 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 1 hectare, dient de aanvraag te worden voorgelegd aan de archeologische adviseur van de Gemeente Enschede.
Archeologie en het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia". Het b estemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarb ij de bodem wordt verstoord. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek ten behoeve van dit b estemmingsplan is hier niet aan de orde.
3.3.5
Beschermwaardige bomen en boomgebieden In het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" komen geen monumentale- en daarmee beschermwaardige bomen voor.
30
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
fragment interactieve bomenkaart Gemeente Enschede
Wel bevinden zich binnen het plangebied gebieden die zijn aangemerkt als beschermwaardige boomgebieden. Deze gebieden zijn op de bomenkaart aangegeven middels grijsblauwe vlakken. Het gaat hierbij om een boomgebied op de hoek van de Euregioweg en de Sleutelweg, een boomgebiedje aan de westzijde van het carré Transvaalplein en een doorlopend gebied langs de Gronausestraat. De bescherming van beschermwaardige bomen en boomgebieden binnen de bebouwde kom is geregeld in de APV (Algemene Plaatselijke verordening)
3.4
Welstand In de 'Welstandsnota Enschede, bouwen aan identiteit', is aangegeven aan welke welstandseisen bouw- plannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten en daarbij behorende welstandscriteria opgenomen. In het plangebied van dit bestemmingsplan komen de volgende welstandsidentiteiten voor: 1. Erkerwijken; 2. Tuinstedelijke ensembles; 3. Buitenplaatsen en landgoederen; 4. Stratenrijtjes; 5. Bedrijventerreinen; 6. Vrije landelijke bebouwing, nieuwe landschappen.
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
31
Omschrijving profielen en welstandscriteria van relevante welstandsidentiteiten. a. Profiel Erkerwijken: In de periode tussen de twee wereldoorlogen werd in Enschede planmatig aan de stad gewerkt. De singels werden in een ruime boog rondom de stad aangelegd. Zowel binnen als buiten de singels werden kleine woonwijkjes gebouwd. Hier kwam het lagere kader uit de textielindustrie te wonen. De erkerwijken zijn samen met de tuinstedelijke ensembles de eerste echt integraal ontworpen stadsdelen van Enschede. Ze zijn sterk verbonden met de industriële geschiedenis van de stad en geven een gaaf beeld van een afgebakende periode. De wijken hebben de bouwstijl die in de volksmond 'jaren dertig woningen' heet. De huizenrij, het individuele huis, het straatprofiel en de ordening van straten is één ontwerp, van hoog ambachtelijk niveau en met uniforme kenmerken. Alle panden bestaan uit twee afzonderlijke elementen, gevel en dakvolume, gescheiden door een overstekende daklijst. De gevel is een rechthoekig vlak van donkerrode of bruine baksteen, het dak betreft veelal een schilddak en is gedekt met donkere pannen. De huizen staan op één lijn, met hun voorzijde naar de straat. Elk pand heeft op de begane grond een erker. De erkers en de licht gekleurde daklijsten geven de huizen een luxe uitstraling en de straat een krachtig ritme.
De stijl van bouwen is sober en terughoudend, maar met vakmanschap gedetailleerd. De gevels zijn goed geproportioneerd, met simpele versieringen in het metselwerk. Aanbouwen en bijgebouwen passen in dezelfde eenheid. De panden op de straathoeken wijken soms iets af in materiaalgebruik en kleur; zij zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Zij geven accenten op belangrijke punten en dragen bij aan de samenhang tussen architectuur en stedenbouw. De bewoners onderhouden hun woningen doorgaans zorgvuldig. In de loop der jaren zijn kozijnen vervangen en dakkapellen uitgebouwd, is het gevelwerk gerenoveerd en zijn garages bijgebouwd. Daardoor is een zekere variatie ontstaan, in de ene straat meer dan in de andere. Soms hebben veranderingen voor verrijking gezorgd, soms voor verarming, afhankelijk van de kwaliteit van de veranderingen en van de uniformiteit van de gebouwen binnen de straat. Welstandscriteria Erkerwijken: Een b ouwplan moet zich voegen naar de kenmerken van deze identiteit en een b ijdrage leveren aan het geformuleerde doel van welstandszorg. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria: Bouwvolume Het b ouwvolume moet b estaan uit twee afzonderlijke elementen, een rechthoekige basis en een trapezium- of piramidevormig pannendak. Straat: Gebouwen moeten in de straat met hun gevellijn op elkaar aansluiten.
Gebouwen moeten als volume aansluiten bij de ritmiek van gebouwvolumes binnen de straat. Erkers moeten in vormgeving aansluiten bij de ritmiek van erkers in de straat.
32
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Ramen en gevelbelijning moeten aansluiten bij de ritmiek in de straat. Kleur- en materiaalgebruik moet gelijk zijn aan het binnen de straat heersende kleur-en materiaalgebruik. Daken: Het dak moet een grote overstek heb ben, behalve bij topgevels. Het dak moet een b rede daklijst in een lichte kleur hebben. Daken moeten wijken vanaf de straat. Daken moeten een keramische dakpan hebben in de heersende kleur van de straat. Dakkapellen moeten een daklijst heb ben en in afmetingen ondergeschikt zijn aan het dakvlak. Gevels: Geb ouwen moeten, indien mogelijk, met hun entree naar de straat staan. Geb ouwen moeten op de onderste laag een erker hebben. Geb ouwen moeten een duidelijke horizontale belijning hebben van erkerlijst, daklijst en dakkapellijst in een b innen de straat heersende kleur. Gevels moeten van b aksteen zijn. Gevels moeten een b escheiden patroonversiering in het metselwerk hebben. Hoeken: Hoekpanden mogen in materiaal afwijken, maar moeten wel harmoniëren met de overige panden in de straat. Hoekpanden mogen een expressief dak hebben bij panden waarvan de tuin aan openbaar gebied grens, moet de erfscheiding een muur zijn van hetzelfde materiaal als de gevel. Toevoegingen: Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en opbouwen moeten binnen de bestaande maatverhoudingen passen. Toevoegingen moeten in vorm, materiaal en kleur afgestemd zijn op het hoofdgebouw.
Onderpuien: Onderpui en bovenverdiepingen moeten samenhangen in architectuur. De onderpui moet binnen de bestaande maatverhoudingen, belijning en geleding van het pand passen de onderpui moet per pand het individuele karakter bewaren. Onderpuien over naastgelegen panden mogen niet een aaneengesloten en gelijk vormgegeven pui vormen. Gevels en raampartijen mogen niet geblindeerd worden. Rolluiken op de onderste laag moeten aan de binnenzijde van de pui worden geplaatst. Luifels moeten van hoge esthetische kwaliteit zijn en de architectuur van het pand versterken.
b. Profiel Tuinstedelijke ensembles: Toen de textielindustrie in Enschede eind negentiende eeuw een vlucht nam, trok de werkgelegenheid veel handarbeiders naar de stad. Zij werden gehuisvest in speciaal voor hen gebouwde wijkjes, vaak pal naast de fabriek. Deze wijkjes zijn volgens de principes van de tuinstad' zorgvuldig ontworpen als een hechte stedenbouwkundige, architectonische en sociale eenheid. Zelfs de buitenruimte is mee ontworpen, vaak in de vorm van een ingesloten parkje of plantsoen met gemeenschappelijke gebouwen erin. De eigen tuinen dragen door hun open karakter bij aan de collectieve groene sfeer. Zo zijn er herkenbare, op zichzelf staande ensembles ontstaan. De woningen zijn eenvoudig, maar er is met een minimum aan middelen geprobeerd een maximum aan welstand te bereiken. Vooral de daken met hun ritmische vormen en keramische dakpannen in wisselende kleurencombinaties van rood en antraciet spelen hierin een dominante rol. Maar ook de deuren, ramen, schoorstenen, zelfs de tuinmuren zijn tot in detail ontworpen en dragen bewust bij aan het geheel. Elk ensemble is anders in kleur, vorm en opzet maar altijd is er een streven naar een harmonisch en esthetisch collectief aan af te lezen. De tuinstedelijke ensembles vertegenwoordigen een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de Enschedese textielindustrie en de huisvestingsidealen van die tijd.
Ze zijn bovendien representanten van het schaars aanwezige historische erfgoed in de stad. Niet al het erfgoed is echter even goed bewaard. In de loop der jaren zijn woningen naar eigen inzicht van de eigenaar aangepast en gerenoveerd, waardoor veel oorspronkelijke details zijn verdwenen. De woningen in het bezit van woningbouwverenigingen zijn wel altijd uniform aangepast, waardoor in die ensembles de eenheid bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
33
bleef behouden. De corporaties zijn echter begonnen woningen aan particulieren te verkopen, waardoor de eenheid opnieuw in gevaar komt. Welstandscriteria tuinstedelijke ensembles: Een b ouwplan moet zich voegen naar de kenmerken van deze identiteit. De stadsbouwmeester hanteert bij de welstandsb eoordeling de volgende specifieke criteria: Ensemble: Geb ouwen in een ensemble vormen een hechte architectonische eenheid, bouwplannen moeten passen in deze architectuur. Bouwplannen in een ensemble moeten de stedenbouwkundige eenheid van het ensemble ondersteunen. Elk ensemble kent een eigen systeem van één of enkele typen bouwvolumes die binnen het ensemble ritmisch herhaald worden; alle b ouwplannen moeten passen in dit systeem. Bouwplannen moeten b ijdragen aan de collectieve sfeer van het ensemble. Bouwvolume: Elk ensemble heeft b ouwvolumes met een regelmatige opbouw van hoogteaccenten, kapvormen, verspringingen en gevelindelingen die kop, midden en staart aanzetten en bijzondere plekken benadrukken; b ouwplannen moeten deze opbouw ondersteunen of uitb ouwen. Gebouw: Geb ouwen moeten passen in de b ouwstijl en detaillering van het ensemble. Geb ouwen moeten aansluiten b ij het kleur- en materiaalgebruik in het ensemble. Alle ensembles moeten hetzelfde type woning hebben: de geschakelde woning met tuin.
Geb ouwen met een b ijzondere functie die binnen het ensemble op zichzelf staan, mogen afwijken in architectuur, maar moeten van gelijke architectonische kwaliteit zijn en bijdragen aan de specifieke sfeer van het ensemble. Daken: Daken van b ouwvolumes moeten een speelse en gevarieerde kapvorm hebben. Daken moeten b innen de ritmische eenheid van het ensemble passen. Gevels: Elke woning moet een eigen entree aan de openbare ruimte hebben. Alle gevelonderdelen van individuele woningen zoals ramen, deuren, kozijnen, metselwerk, dakgoten, regenpijpen en dergelijke, moeten gelijk zijn aan die van andere woningen van hetzelfde type. Erfscheidingen moeten in stijl, materiaal, kleur en detaillering aansluiten bij de bebouwing en voor alle woningen van hetzelfde type in het ensemble gelijk zijn. Kleine bouwwerken: Veel voorkomende b ouwwerken in geb ieden met hoge beeldregie worden aanvullend op de desbetreffende themafolder getoetst aan de volgende specifieke criteria: Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, opbouwen, dakkapellen en overkappingen zijn toegestaan als ze worden uitgevoerd volgens het oorspronkelijke plan van het ensemble, of als het gelijke collectieve toevoegingen aan alle woningen zijn. Alle toevoegingen aan de gevel en het dak moeten in kleur, materiaal en esthetiek passen in de architectuur van het geb ouw en het totale ensemble.
Kozijn- en gevelwijzigingen moeten b innen de bestaande architectuur en maatverhoudingen passen en de totale architectuur verrijken. Gevels en raampartijen mogen niet geb lindeerd worden.
c. Profiel Buitenplaatsen en landgoederen: Vanaf de 17e eeuw lieten de meest welgestelden van het land een landgoed of buitenplaats buiten de stad bouwen. In Enschede waren het vooral industriëlen die zich zo'n romantisch woonparadijs konden veroorloven. De meeste landgoederen en buitenplaatsen zijn dan ook gebouwd of uitgebouwd in de glorietijd van de textielindustrie. Slechts een aantal daarvan ligt nog ongeschonden in zijn oorspronkelijke omgeving. Veel landgoederen en buitenplaatsen zijn inmiddels opgenomen in de stad en vormen landelijke enclaves tussen de dichte bebouwing. Als ze zijn opengesteld, functioneren ze als stadsparken. Op een buitenplaats werd meestal alleen gewoond. Een typische buitenplaats heeft een chique 34
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
hoofdhuis met een of twee bijgebouwen, bijvoorbeeld een koetshuis en een thee-koepel, in een speciaal aangelegde parktuin. Op een landgoed werd – en wordt – ook gewerkt en geproduceerd. Een landgoed heeft daarom meer bijgebouwen, zoals een pachtboerderij en een oranjerie, en behalve een park ook landerijen. Maar kenmerkend voor zowel een landgoed als een buitenplaats is dat gebouwen en park onderdeel zijn van een specifiek ontworpen harmonische compositie. De gebouwen zelf hebben een bijzondere, expressieve architectuur en esthetiek. Omdat door de eeuwen heen steeds veranderingen hebben plaatsgevonden, zijn bij veel landgoederen en buitenplaatsen sporen van allerlei stijlen te zien. De eclectische architectuur en het samenspel tussen bebouwing en landschap maakt elk landgoed en elke buitenplaats uniek en een cultuurhistorisch monument op zich. De instandhouding van een landgoed of buitenplaats vergt veel onderhoud en is kostbaar. Eigenaren zoeken daarom vaak naar nieuwe of nevenbronnen van inkomsten. Hierdoor verandert de functie van gebouwen en park, waarbij (ingrijpende) verbouw nodig is en mogelijk zelfs nieuwbouw. Voor bestaande gebouwen en park is vooral restauratie of reconstructie te verwachten. Er zijn ook landgoederen en buitenplaatsen die hun 'goed' en 'plaats' zijn kwijtgeraakt doordat ze te intensief zijn bebouwd.
Zij hebben een groot stuk van hun identiteit verloren en verdienen extra aandacht. Het samenspel tussen bebouwing en landschap is ook te vinden in publieke stadsparken, op begraafplaatsen en in sommige woon- en zorgcomplexen. Deze terreinen vallen om die reden onder dezelfde categorie van welstandszorg als landgoederen en buitenplaatsen. Welstandscriteria Buitenplaatsen en landgoederen: Een b ouwplan moet zich voegen naar de kenmerken van deze identiteit en een bijdrage leveren aan het geformuleerde doel van welstandszorg. De stadsbouwmeester hanteert bij de welstandsbeoordeling de volgende specifieke criteria: Landschap: Park en b eb ouwing moeten een samenhangende eenheid vormen. Er moet in het park in verhouding veel meer onbebouwde dan bebouwde ruimte zijn, het gaat om beb ouwing in een park en niet andersom. Park en b eb ouwing moeten samen een compositie vormen van ruimten en zichten. Nieuwe b eb ouwing mag de ruimtelijke opzet van het park niet verstoren. (Nieuwe) b eb ouwing moet het landgoed ruimtelijk continu laten en mag het niet opdelen in stukken. Ensemble: Geb ouwen moeten een ensemble vormen van hoofd- en bijgebouwen. Alle gebouwen moeten onderling een ruimtelijke relatie aangaan middels een zorgvuldige compositie van positie en oriëntatie. Alle gebouwen moeten harmoniëren in stijl, kleur, afmeting en materiaalgebruik en een ‘familie’ vormen.
Nieuwe geb ouwen mogen het hoofdgeb ouw niet overstemmen. Gebouw: Geb ouwen moeten landgoedwaardig zijn, generieke nieuwbouw wijktypologieën, flats en andere stedelijke b ouwvormen zijn niet toegestaan. Beb ouwing moet voldoen aan de hoogste esthetische kwaliteit. Bouwplannen moeten van een b uitengewone aandacht voor architectuur, materialen en detaillering getuigen. Alle zijden van een geb ouw moeten van hoge esthetische kwaliteit zijn en een positieve rol spelen in het landschapsb eeld. Ieder gebouw is aan alle zijden ruimtelijk in het park gehecht in. Een vorm en mate die recht doet aan de rol en waarde van het gebouw in het totale landgoed Kleine bouwwerken: Veel voorkomende b ouwwerken in geb ieden met hoge beeldregie worden aanvullend op de desbetreffende themafolder getoetst aan de volgende specifieke criteria: Omdat alle b uitenplaatsen en landgoederen een monumentale waarde hebben en een unieke complexe samenhang kennen, zijn er in feite geen ‘onschuldige’ bouwactiviteiten; ook alle kleine bouwwerken worden daarom door de stadsb ouwmeester getoetst aan de specifieke criteria. Omdat in een landgoed alle zijden van de bebouwing zichtbaar zijn en een even grote rol spelen in de kwaliteit van het totaal, worden niet-vergunningplichtige bouwwerken die niet voldoen aan de criteria en het doel van welstandszorg zoals hier geformuleerd beschouwd als exces.
Aan- en uitb ouwen, opb ouwen, b ijgeb ouwen en overkappingen moeten binnen de bestaande
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
35
architectuur en maatverhoudingen passen en het totale gebouw verrijken. Aan- en uitb ouwen, opb ouwen, b ijgeb ouwen en overkappingen moeten architectonisch onderdeel zijn van de bestaande compositie. Aan- en uitb ouwen, opb ouwen, b ijgeb ouwen en overkappingen mogen het gebouw niet overstemmen. Aan- en uitb ouwen, opb ouwen, b ijgeb ouwen en overkappingen moeten in vorm, materiaal en kleur afgestemd zijn op het geb ouw. Kozijn- en gevelwijzigingen moeten b innen de bestaande architectuur en maatverhoudingen passen en de totale architectuur verrijken. Gevels en raampartijen mogen niet geb lindeerd worden. Erfscheidingen moeten van hoge esthetische kwaliteit zijn en bij voorkeur een landelijke uitstraling heb ben. Erfscheidingen mogen de relatie van gebouw en landschap niet verstoren. Nieuwe toevoegingen en aanpassingen aan gebouwen en park mogen eigentijds zijn maar moeten de aanwezige (historische) waarden b ehouden
d. Profiel Stratenrijtjes: Na de Tweede Wereldoorlog was de woningnood groot. Daarom werden aan alle kanten van Enschede nieuwe wijken gebouwd. Voor sommige van die wijken werden stedenbouwkundigen en architecten aangetrokken die gedreven gingen werken aan 'het nieuwe wonen'. In dit modernistisch ideaal was 'licht, lucht en ruimte' het credo, als reactie op de benauwde en soms ongezonde traditionele woningbouw van voor de oorlog. Dit heeft geresulteerd in wijken waarin een ontworpen 'stempel' van verschillende bouwblokken in een rechtlijnige compositie letterlijk is herhaald; de wijk is 'gestempeld'. De gebouwen lopen in volume uiteen. Binnen een stempel worden portiekgebouwen van drie of vijf lagen afgewisseld met flats van zes tot twaalf lagen. Er komen ook complexe volumes van één laag voor met scholen of andere voorzieningen. Gebouwen zijn gestandaardiseerd en prefab gebouwd. Vandaar dat dit soort wijken in heel Nederland sterk op elkaar lijken en vooral karakteristiek zijn voor die tijd. In Enschede zijn sommige stempels fraai vormgegeven, met mooi gedetailleerde gebouwen. De uniformiteit van de bouwblokken is hier de kracht van de wijk. Mekkelholt en Deppenbroek zijn daar voorbeelden van. Andere stempels bestaan uit sobere, utilitaire bouwblokken waarbij de uniformiteit in een nadeel omslaat.
De bouwblokken in de stempelwijken zijn van alle kanten zichtbaar, er is in hun plaatsing en architectuur geen verschil tussen 'voorkant' en 'achterkant'. Een continu en openbaar groen 'landschap' vloeit aan alle zijden rond de gebouwen en soms zelfs er onderdoor. De verkeersstructuur daarin bestaat uit een spel van paden, pleinen, straten en hoofdwegen. De paden zijn belangrijke, informele ontsluitingsroutes die door grasvelden en plantsoenen tussen en om de gebouwen slingeren. Tegenwoordig worden veel tuintjes uitgegeven aan de bewoners van de onderste lagen van de gebouwen. Zij schermen hun tuinen soms met schuttingen en hoge hagen af. Er ontstaan daardoor 'dode achterkanten' aan de openbare ruimte waar die nooit waren bedoeld. Zo komt het voor dat openbare pleintjes die van oorsprong werden omringd door alzijdige gebouwen nu zijn omringd door schuttingen. Dit levert onprettige ruimtes op. Veel bewoners van de stempelwijken wonen er met plezier. Sommige wijken zijn door vandalisme, sociale spanningen en groot verloop echter tot de 'onderkant' van de stad gaan horen. De gemeente en woningbouwcorporaties willen deze neerwaartse trend stoppen door sloop, nieuwbouw en renovatie. Ook worden veel corporatiewoningen aan particulieren verkocht. Dat staat in potentie op gespannen voet met de collectiviteit en uniformiteit in de bouwblokken.
Welstandscriteria Stratenrijtjes: Een b ouwplan moet zich voegen naar de kenmerken van deze identiteit en een bijdrage leveren aan het geformuleerde doel van welstandszorg. De stadsbouwmeester hanteert bij de welstandsbeoordeling de volgende specifieke criteria: Bouwvolumes: Ingrepen moeten passen b ij de architectonische kwaliteit van de woning en het rijtje. Ingrepen moeten de ritmiek van het rijtje behouden. Straat: Bouwplannen moeten het ritme van de straat in verdiepingshoogte en geleding van gevel en dak behouden. Nieuwe b eb ouwing moet aansluiten b ij de richting van de bestaande bebouwing ten opzichte van de
36
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
straat. nieuwe beb ouwing moet aansluiten b ij het bestaande woningtype in de straat. Bouwvolume: Het b ouwvolume moet zich voegen naar de volumes in de straat. Bijzondere gebouwen Winkelcentra, scholen en andere geb ouwcomplexen met publieke of commerciële functies moeten in compositie b innen het stempel passen en aansluiten bij de architectuur. Deuren naar parkeergarages, parkeergarage-inritten, opslagruimten, laad- en losvoorzieningen, afvalen materiaalopslag, technische installaties en andere utilitaire ruimten aan openbare zijden moeten verzorgd worden vormgegeven en mogen geen negatieve uitstraling hebben. Rolluiken en andere b eveiliging op de onderste lagen moeten minimaal 80% transparant zijn, in de architectuur worden mee ontworpen en aan de binnenzijde van de pui worden bevestigd.
e. Profiel Bedrijventerreinen Enschede was lange tijd een industriestad. Grote fabriekscomplexen grensden aan het centrum en hoge schoorstenen domineerden de skyline. Na de teloorgang van de textielindustrie werden veel fabrieken afgebroken. Er bleven grote 'gaten' achter. Een paar van deze gaten zijn geleidelijk ingevuld als bedrijventerrein waar kleine en middelgrote ondernemingen goederen produceren of verhandelen. Ook aan de randen van de stad zijn bedrijventerreinen ontstaan, vaak bewust gepland. Omdat het bij de meeste bedrijven om machinale productie gaat en er geen directe verkoop is aan particulieren, komt er niet veel publiek. Op de terreinen vindt voornamelijk transport en zakelijk verkeer plaats. Deze locaties zijn daarom gebaat bij voldoende ruimte voor flinke gebouwen en distributie, en een goede bereikbaarheid. De meeste bedrijven hechten niet bijzonder aan een collectieve uitstraling of een op verblijfskwaliteit ingerichte buitenruimte. Slechts op enkele nieuwe terreinen wordt hier actief aandacht aan besteed. Wel belangrijk is een representatief voorkomen van gebouwen en buitenruimte en het uitstralen van een eigen imago. Dit wordt bereikt door te investeren in een goed bedrijfsgebouw met een verzorgde entree en een tuin met een duidelijk naambord erin. De meeste bedrijventerreinen zijn niet esthetisch of bijzonder.
Op de oudere bedrijventerreinen hebben de meeste gebouwen een onopvallende architectuur. Op de nieuwe bedrijventerreinen, aan de rand van de stad, komen ook gebouwen met opvallende architectuur en kleurgebruik voor. Opdringerig gekleurde gebouwen kunnen op deze locaties conflicteren met hun omgeving, vooral in het landelijk gebied. Welstandscriteria Bedrijventerreinen: Een b ouwplan moet zich voegen naar de kenmerken van deze identiteit en een bijdrage leveren aan het geformuleerde doel van welstandszorg. De stadsbouwmeester hanteert bij de welstandsbeoordeling de volgende specifieke criteria: Terrein: Geb ouwen aan de rand van een b edrijventerrein moeten in kleur, materiaal, architectuur en uitstraling harmoniëren met de naaste omgeving. Bij gebouwen grenzend aan landelijk gebied moeten de kleuren een rustig, natuurlijk palet vormen. Geb ouwen aan b elangrijke stadsroutes moeten van hoogwaardige architectuur zijn. Gebouw: de verschillende onderdelen van een b edrijf zoals de productiehal, showroom, kantoor en ontvangstruimte, moeten een geheel vormen. Het geheel moet zich oriënteren op de straat. Geb ouwen moeten een representatieve maar functionele uitstraling hebben. De architectuur moet passen b ij de b edrijfsvoering. Geb ouwen moeten eenvoudig maar b ewust worden vormgegeven. Materialen moeten van duurzame kwaliteit zijn.
Reclame, b edrijfslogo’s en naamsvermeldingen moeten onderdeel zijn van de architectuur van het geb ouw en b ijdragen aan de uitstraling van het terrein. Blinde gevels op maaiveldhoogte aan publieke zijden moeten zoveel mogelijk worden vermeden. Overgang binnen- buiten: Parkeervoorzieningen mogen geen b arrière vormen in de relatie tussen bedrijf en straat en moeten netjes worden vormgegeven, zoveel mogelijk achterop de kavel. bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
37
Opslagruimten, laad- en losvoorzieningen, afval- en materiaal opslag,technische installaties en andere utilitaire voorzieningen mogen geen negatieve uitstraling hebben op het terrein en moeten bij voorkeur inpandig of uit het zicht worden opgelost en aan openbare zijden verzorgd worden vormgegeven. Rolluiken en andere b eveiligingen aan representatieve ruimten aan de straatzijde moeten in de architectuur worden mee ontworpen en aan de binnenzijde van de pui worden bevestigd. Erfscheidingen en hekwerken langs geb ouwen aan de openbare ruimte moeten van duurzame kwaliteit zijn en mogen geen afbreuk doen aan de beeldkwaliteit van het terrein.
f. Profiel Vrije landelijke bebouwing, nieuwe landschappen. In het gevarieerde landschap rond Enschede staan behalve boerderijen en landgoederen ook her en der vrije, landelijke woningen en gebouwen met een bijzondere functie. Ruimtelijk spelen ze een bescheiden rol: de gebouwen staan min of meer 'toevallig' verspreid in het landschap, in het bos, tussen de open weiden, aan een boerenerf, langs een weg of op een kruispunt, eenzaam en alleen of in een kleine buurtschap bij elkaar. De woningen zijn vrijstaand of twee-onder-een-kap, met een alzijdige oriëntatie op het landschap. In grootte variëren ze van kleine huizen tot villa's met bijgebouwen. In architectuur lopen ze uiteen, er is geen dominante stijl of traditie. Er zijn hele oude en hele nieuwe huizen te vinden, zeer onnadrukkelijke en zeer expressieve. In sommige woningen zijn specifiek Twentse kenmerken verwerkt: blankhouten kopgevels, witte en versierde daklijsten, puntige, soms geknikte kap-pen. Elk huis is anders en zeker in de buurtschapjes zorgt de afwisseling van kappen, grootte, materialen en plaatsing op de kavel voor een landelijk, informeel beeld. Door hun natuurlijke materialen en kleuren, harmoniëren ze meestal wel met elkaar en met het landschap. Elke woning heeft een forse tuin, vaak met sierbeplanting, hagen en grote bomen, die het gebouw inkadert, maar niet verstopt.
Hierdoor dragen de woningen bij aan de groene ruimtelijkheid van het landschap. Recreatieterreinen met een goede architectuur en een verzorgde beplanting kunnen ook zo'n positieve rol spelen. De gebouwen met een bijzondere (aan het landelijk gebied gebonden) functie, zoals een manege, een officiersmess of een golfclub, hebben vaak een afwijkende architectuur. Daardoor en door hun grotere afmetingen spelen ze een dominantere rol in het landschapsbeeld, maar ze komen niet zoveel voor. Welstandscriteria Vrije landelijke bebouwing, nieuwe landschappen: Een b ouwplan moet zich voegen naar de kenmerken van deze identiteit en een bijdrage leveren aan het geformuleerde doel van welstandszorg. De stadsbouwmeester hanteert bij de welstandsbeoordeling de volgende specifieke criteria: Kavel: Geb ouw en tuin moeten een eenheid vormen en bijdragen aan de ruimtelijke opbouw van het landschap. De positie en oriëntatie van b eb ouwing op de kavel moet inspelen op de landschappelijke situatie en zowel vanaf de weg als vanuit het land een mooi perspectief opleveren. De positie van het geb ouw op de kavel moet een goede compositie vormen met naastgelegen beb ouwing. De positie van het geb ouw op de kavel mag belangrijke doorzichten en uitzichten niet verstoren. Bouwvolume: Het b ouwvolume moet b escheiden zijn en mag het landschap niet domineren.
Het b ouwvolume moet variëren ten opzichte van naastgelegen bouwvolumes, maar van gelijke orde van grootte zijn. Gebouwen: Geb ouwen moeten van een landelijk type zijn, generieke nieuwe bouwwijktypen, flats en andere stedelijke b ouwvormen zijn niet toegestaan. Geb ouwen moeten harmoniëren met gebouwen in de omgeving in stijl, kleur, materiaal en kenmerkende details. Kleuren moeten een rustig en natuurlijk palet vormen. Geb ouwen moeten zich in architectuur op de landelijke omgeving richten en een ‘gezicht’ maken naar de weg. Geb ouwen moeten naar alle zijden verzorgde gevels heb ben en een positieve rol spelen in het landschapsb eeld. Geb ouwen moeten een goede architectuur hebben, met fijnzinnige details of versiering, die bijdraagt 38
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
aan de (romantische) Twentse sfeer.
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
39
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.
4.1
Milieu
4.1.1
Milieueffectrapportage Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten daadwerkelijk een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er drie mogelijkheden:
a. b. c.
m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of het uitvoeren van een m.e.r. verplicht is; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de in daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet dan een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitvoeren om na te gaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Als uit die vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieugevolgen op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, moet er alsnog een verplichte m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Voor activiteiten die niet in het Besluit m.e.r. zijn genoemd, geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Het Besluit m.e.r. is daarom hier niet aan de orde. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven.
4.1.2
Milieuhinder van bedrijven en inrichtingen
Bedrijven- en milieuinventarisatie en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is nagegaan of er bestaande en toekomstige bedrijvigheid in en rondom het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" aanwezig is, die van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting van deze inrichtingen (bedrijven en voorzieningen). De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Met behulp van de in 2009 door de VNG uitgegeven publicatie “Bedrijven- en milieuzonering" is van de aanwezige en toekomstige bedrijven en voorzieningen in de directe omgeving van de projectlocatie de milieucategorie bepaald. Vervolgens is nagegaan of bedrijven en voorzieningen gelegen zijn binnen de op grond van de milieucategorie aan te houden indicatieve afstanden tot woningen en andere milieugevoelige functies. Van die bedrijven en voorzieningen is door middel van nader dossieronderzoek beoordeeld of de feitelijke (bedrijfs)activiteiten een knelpunt opleveren voor een goed woon- en leefklimaat en of terugschaling mogelijk is. Bedrijven binnen het plangebied
40
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Uitgangspunt (voor de bestaande situatie) is dat bedrijven en voorzieningen van categorie 1 en 2 doorgaans toelaatbaar zijn in een woonomgeving. Binnen het plangebied bevindt zich een aantal bedrijven c.q. voorzieningen. Deze bedrijven c.q. voorzieningen worden ingedeeld in categorie 1 of 2. De algemene conclusie van de bedrijven- en milieu-inventarisatie is dat bedrijven en voorzieningen in het plangebied van het bestemmingsplan "Dolphia" geen- of zeer geringe milieuhinder veroorzaken die van invloed is op de wijze van bestemmen van functies op aangrenzende gronden binnen het plangebied of knelpunten opleveren voor de omgeving buiten het plangebied. Bedrijvigheid buiten het plangebied In de omgeving van het plangebied is een beperkt aantal bedrijven en voorzieningen gelegen. De potentiële hindercontouren van deze bedrijven en voorzieningen zijn niet gelegen binnen het plangebied (zie onderstaande tabel: Tabel bedrijven buiten plangebied). Verder bevindt zich ten noorden van het plangebied het bedrijventerrein Euregio bedrijvenpark. Het bedrijventerrein is op ca. 160 meter van het plangebied gelegen. In het kader van het bestemmingsplan voor het Euregio bedrijvenpark is zowel een inwaartse als een uitwaartse milieuzonering gehanteerd.
Dit betekent dat voor het Euregio bedrijven terrein vanuit de gevoelige functies (woningen) binnen en buiten het bedrijventerrein is terug gezoneerd (inwaartse zonering). Verder is voor het Euregio bedrijvenpark een geluidszone industrielawaai vastgesteld. Gelet op de ruime afstand tussen het plangebied en het bedrijventerrein, de gehanteerde milieuzonering en het feit dat het bedrijventerrein gezoneerd is in het kader van de Wet geluidhinder kan geconcludeerd worden dat het bedrijventerrein geen belemmeringen oplevert voor het plangebied Dolphia. Conclusie: Gelet op het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de bedrijven en voorzieningen in de omgeving van het plangeb ied geen belemmeringen opleveren voor het plangebied Dolphia.
Tabel bedrijven binnen het plangebied. Adres
Omschrijving activiteit
Cat Milieu-aspect Indicatieve . afstand (in m 1)
Gronausestraat 641 (hoek Gronausestraat/ Slankweg)
Gasdrukregel- en meetstation (kast)
1
Geluid en gevaar
10 m
Gronausestraat 645
Verkoop en verhuur van caravans en campers. Verkoop van kampeerartikelen, etc.
2
Geluid
30 m
Onderhoud en reparatie van caravans/campers. Gronausestraat 675
Papegaaienhouderij
2
Geur en geluid
30 m
Christiaan de Wetstraat 9
Buurthuis voor Dolphia
2
Geluid
30 m
Tabel bedrijven buiten plangebied (d.d. maart 2017) Adres
Omschrijving activiteit
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Cat Milieuaspect
Indicatieve afstand (in m 1)
Invloed op plangebied
41
Beursstraat 11
Voetbalvereniging met kantine
3.1 Geluid
50 m
Nee
Esmarkerlaan 2-90
Detailhandel
1
Geluid
10 m
Nee
Gronausestraat 664 Restaurant
1
Geluid, geur en gevaar
10 m
Nee
Gronausestraat 710 Bedrijfsverzamelgebouw
2
Geluid
30 m
Nee
Gronausestraat 710B
1
Geluid, geur en gevaar
10 m
Nee
Gronausestraat 752 Verpleeghuis
2
Geluid
30 m
Nee
Slankweg 97-101
2
Geluid
30 m
Nee
4.1.3
Pannenkoekenrestaurant
voormalig buurtcentrum/ Kinderdagverblijf
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit algemeen Het bodembeleid in Nederland heeft een hervormingsfase ondergaan. Er is sprake geweest van een overgang van het saneren van vervuilde bodem naar het duurzaam en efficiënt beheren en bewust gebruiken van de bodem en ondergrond in relatie met de bovengrondse toedeling van functies. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van bodemverontreiniging, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond, inclusief de daarin aanwezige verontreinigingen in grond en grondwater. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk. Functiegericht en kosteneffectief saneren is dan voldoende. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Daarnaast mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. In het kader van een "goede ruimtelijke ordening" zoals beschreven in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, is het uitgangspunt dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor de voorgenomen bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen.
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of het plan uitvoerbaar is. De milieuhygiënische bodemgesteldheid speelt daarbij een rol. De Wet bodembescherming kan hierbij van toepassing zijn. Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia". Het bestemmingsplan is (voornamelijk) conserverend van aard. Dit houdt in dat er sprake is van een actualisatie van de bestaande planologische situatie. Hierdoor beïnvloedt de huidige bodemgesteldheid de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet. Het is bekend dat door het historisch gebruik in verstedelijkt gebied zoals in Enschede, er locaties aanwezig zijn of kunnen zijn waar de bodem verontreinigd is. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij eventuele herontwikkelingen binnen het gebied. Conclusie Het is bekend dat er binnen het plangebied lokaal sprake is of kan zijn van bodemverontreiniging. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij plannen tot herontwikkeling, uitbreiding en/of functiewijziging rekening moet houden met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. De financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt door de aanwezigheid van deze bodemverontreiniging niet belemmerd. De betreffende bodemverontreiniging vormt of geen belemmering of kan functiegericht en kosteneffectief worden gesaneerd.
42
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
4.1.4
Wet geluidhinder In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen.
Wegverkeerslawaai: Binnen en in de nabijheid van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" zijn gezoneerde wegen gelegen. Het gaat hierbij om de Gronausestraat en de Euregioweg. Aangezien het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia" conserverend van aard is en er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, kan worden gesteld dat het wegverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Railverkeerslawaai: Het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is niet gelegen binnen een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. De afstand van het plangebied tot aan de noordzijde van het tuindorp gelegen spoorlijn bedraagt ca. 250 meter. Geluid als gevolg van het railverkeer is voor wat betreft het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia" niet aan de orde en vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Industrielawaai De dichtstbij gelegen woning in het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is gelegen op een afstand van ca. 250 meter vanaf de geluidszone van het gezoneerde industrieterrein Euregio Bedrijvenpark. Geluid vanwege bedrijvigheid op het Euregio Bedrijvenpark vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Luchtvaartlawaai Het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is niet gelegen in de nabijheid van het (voormalige) vliegveld Twente en ook niet binnen de geluidszone van het vliegveld en vormt derhalve dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.. Conclusie externe veiligheid: Het b estemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" betreft een conserverend bestemmingsplan en voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen, terreinen of woningen of naar een andere geluidsgevoelige functie te transformeren bestaande gebouwen. Een nadere toetsing van dit b estemmingsplan aan de Wet geluidhinder kan daarom achterwege blijven. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het b estemmingsplan. 4.1.5
Luchtkwaliteit Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien:
1. 2. 3. 4.
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Beoordeling luchtkwaliteit Het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is conserverend van aard en zijn er in dit