CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

3- Eschmarke - Dolphia_Toelichting

Raadsvergadering 8 maart 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia"28.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

43

bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen opgenomen die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben ten aanzien van de luchtkwaliteit.. Conclusie Uit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen met betrekking tot het b estemmingsplan "Eschmarke - Dolphia". 4.1.6

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10 -6). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt.

Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden. De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi van toepassing is. Ten noorden van het plangebied is een bedrijf met een opslag van vuurwerk, “Dream Fireworks” aan de Lenteweg 16 gelegen. Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen de veiligheidsafstanden van deze inrichting. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke Dolphia" wordt doorkruist door 2 buisleiding tracés. Het betreffen de N-528-50 en de N-528-57 van de Gasunie. Het betreffen respectievelijk een 12” en 8” hogedruk aardgasleiding met een werkdruk van 40 bar. De leidingen kennen geen 10 -6 contour voor wat betreft het plaatsgebonden risico. De leidingen kennen een inventarisatieafstand van respectievelijk 140 en 95 meter. In 2013 zijn alle leidingen binnen de Gemeente Enschede in Carola (programma voor de externe veiligheidsrisico's, RIVM) doorgerekend.

Hierbij is ook een fictieve toename van het aantal aanwezigen van 7,2 personen (equivalent voor 3 woningen) per hectare doorgerekend. Deze toename leidde binnen de Gemeente Enschede niet tot een toename van het groepsrisico tot boven de 25% van de oriënterende waarde. Voor de situatie kan derhalve gebruik worden gemaakt van de algemene verantwoording groepsrisico die in het externe veiligheidsbeleid van de Gemeente Enschede is vastgelegd. Conclusie: De ligging van deze aardgasleidingen vormt op grond van het BevB geen belemmering voor onderhavig plan. Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water

44

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water zijn de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Circulaire Vervoer Gevaarlijke Stoffen het wettelijk kader. Momenteel is nieuwe wet- en regelgeving in voorbereiding voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van die nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg. Basisnet Weg Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia", of in de directe nabijheid daarvan, zijn in het Basisnet geen wegen aangewezen voor het transport voor gevaarlijke stoffen over de weg. Basisnet Water Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" of in de directe nabijheid daarvan zijn geen vaarwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de water. Basisnet Spoor Binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor.

Gebruik van luchthavens De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, met name bij het opstijgen en landen. Het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is hemelsbreed op ca. 7 kilometer van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is. Conclusie externe veiligheid Op b asis van het b ovenstaande kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 4.1.7

Trillinghinder spoorwegen De afstand tussen een trillingsbron en een trillingsgevoelige functie is niet altijd een goede indicator. De bodemopbouw speelt een grote rol bij de voortplanting van een trilling. Daarbij is het mogelijk dat trillingen in de bodem op relatief korte afstand van een spoorlijn als gevolg van de bodemopbouw niet tot trillinghinder leidt en op iets grotere afstand wel. Ten aanzien van het aspect trillinghinder zijn overigens nog geen wettelijke normen vastgesteld. Wel wordt in zijn algemeenheid uitgegaan van een onderzoekszone van 100 meter gemeten vanuit de spoorlijn waar, in het geval van realisatie van milieugevoelige bestemmingen (zoals wonen), geadviseerd wordt onderzoek te verrichten naar mogelijke trillinghinder als gevolg van spoorwegverkeer. Een norm van 0.1 Vmax (voelbaarheidsgrens) wordt hierbij als maximaal toelaatbaar geacht. 'Het onderzoeksgeb ied van trillingen bij spoorwegen ligt meestal binnen een afstand van ongeveer 100 meter vanaf de b ron. Buiten dit gebied treden bijna nooit voelb are trillingen op. Bij industriële activiteiten is de afstand groter. Hier treden bij afstanden groter dan 250 meter van de trillingsbron b ijna nooit goed voelb are trillingen op'. (Kenniscentrum InfoMil).

Ten noorden van het plangebied van het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” loopt het tracé van de spoorlijnverbinding Enschede-Münster / Enschede-Dortmund. Deze spoorlijnverbinding bevindt zich op een afstand van ruim 250 meter vanuit de noordelijke begrenzing van dit plangebied.

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

45

Trillinghinder spoorwegen en het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” Aangezien het voorliggende b estemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt en tevens ver b uiten genoemde zone van 100 meter is gelegen, is het uitvoeren van een onderzoek naar trillinghinder als gevolg van spoorwegverkeer hier niet aan de orde.

4.2

Water Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding.

Hemelwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Dit kan in beginsel door hergebruik, het toepassen van groene daken en/of halfverharding. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het ontvangende systeem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving. Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen in de openbare ruimte. De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak. Voor onbebouwd gebied bedraagt de bergingsopgave 40 millimeter. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken. Afvalwater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. Afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd.

De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. Niet overal in de openbare ruimte is een systeem aanwezig voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA) of helofytenfilter worden ingericht. Dit dient te gebeuren in overleg met het waterschap Vechtstromen. Uit een doelmatigheidsstudie is gebleken dat drukriolering niet doelmatig is en voor de particulier veel duurder is dan een IBA. Daarom zal er doorgaans geen drukriolering meer worden aangelegd. Er is geen provinciale ontheffing van de zorgplicht meer nodig wanneer de gemeente besluit om uit doelmatigheidsoverwegingen geen afvalwater in te zamelen. Oppervlaktewater Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijven. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken. Het aftoppen van grondwaterstandspieken middels drainage is wel toegestaan. Grondwater en ontwatering Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel.

De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Ontwatering is het verschil tussen het peil van de weg of de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). a.

b.

46

Wegen: ontwateringsdiepte van 0,70 meter, waarbij een zandbed met minimale dikte van 0,50 m aanwezig moet zijn. Een te hoge grondwaterstand kan opvriezen en opdooi van de fundering van de weg veroorzaken. Bebouwing: de ontwateringsdiepte van bebouwing hangt af van het type gebouw. Voor woningen

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

c.

of gebouwen met een niet-waterdichte kruipruimte die goed toegankelijk moet zijn, dient de ontwatering zodanig te zijn dat zich geen grondwater in de kruipruimte bevindt. Als norm wordt vaak gehanteerd dat het grondwater tenminste 0,20 m beneden de vloer van de kruipruimte moet staan. Uitgaande van een 0,50 m hoge kruipruimte en een vloerdikte (woonvloer) van 0,20 m betekent dit een afstand van 0,90 m tussen de GHG en de bovenzijde van de vloer. Door kruipruimteloos te bouwen kan de ontwateringsnorm onder bepaalde voorwaarden met 0,30 m verminderd worden. Groen / onbebouwd en onverhard terrein: voor deze bestemming wordt meestal een ontwateringdiepte van 0,50 m –mv geadviseerd. Langdurige te hoge grondwaterstanden beïnvloeden de beworteling nadelig.

Afwatering Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende adviesnormen: 1. 2. 3.

Het vloerpeil van de bebouwing minimaal 0,20 m boven het dichtstbijzijnde wegpeil leggen: Perceel vlak of richting de weg af laten lopen: De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” Het bestemmingsplan “Dolphia” is conserverend van aard. Voor eventuele toekomstige ontwikkelingslocatie(s) geldt dat voldaan moet worden aan de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de waterhuishouding. Voor nieuwbouw geldt een wateropgave die afhankelijk is van de hoeveelheid verhard oppervlak die wordt aangebracht. De wateropgave bestaat uit het realiseren van ruimte voor water, bijvoorbeeld door het toepassen van wadi's. Conclusie Op b asis van b ovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Natuur

4.3.1

Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld.

Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Eschmarke - Dolphia” Het plangebied van het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” is op enige afstand gelegen van gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied. De bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

47

dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden “Aamsveen”, “Witteveen" en "Dinkelland” zijn op respectievelijk 2,5 kilometer, 8,3 kilometer en 2,4 kilometer van het plangebied gelegen.

Zoals gezegd voorziet het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” niet in nieuwe ontwikkelingen. Mede gelet op het conserverende karakter van dit bestemmingsplan kan met betrekking tot dit plan, met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, significante negatieve gevolgen ten aanzien van genoemde Natura 2000 gebieden, bij voorbaat worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden kan hierom achterwege blijven. Conclusie Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden op voorhand geen b elemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.3.2

Wet natuurbescherming, beschermde planten- en diersoorten In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om waarborgen om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren niet in gevaar komt en dat vaste rust- of verblijfplaatsen en groeiplaatsen niet opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen van en/of de functionele leefomgeving van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.

Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor eventueel aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Eschmarke - Dolphia”

48

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

Gelet op het feit dat het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” conserverend van aard is en geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt kan een verdere toetsing aan de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van planten- en diersoorten achterwege blijven. Conclusie Wet natuurbescherming, bescherming van planten- en diersoorten Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming, voor zover het betreft de b escherming van planten- en diersoorten, op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het b estemmingsplan Ëschmarke-Dolphia". 4.3.3

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.

Het NNN en het plangebied “Eschmarke - Dolphia” Het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia” is conserverend van aard en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het plangebied is niet gelegen op gronden die deel uitmaken van het NNN (voorheen 'ecologische hoofdstructuur', EHS). De dichtstbij zijnde gronden die deel uitmaken van het NNN zijn gelegen op ca. 500 meter ten oosten van het plangebied. Het NNN heeft geen externe werking. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven. Conclusie NNN Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het b estemmingsplan.

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

49

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemeen

Type bestemmingsplan De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen: -een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen; -een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen; -een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd; -een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen. Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen.

Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is gekozen voor een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan waarbij in het plangebied de bestaande situatie planologisch wordt vastgelegd. Wijze van bestemmen Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik. Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In paragraaf 6.3 van deze plantoelichting -Beschrijving van het plan- wordt nader ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is gekozen.

5.2

Indeling planregels Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken:

50

Hoofdstuk 1

- Inleidende regels;

Hoofdstuk 2

- Bestemmingsregels; bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

- Algemene regels;

Hoofdstuk 4

- Overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Eschmarke - Dolphia”. In Artikel 1 Begrippen zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2 Wijze van meten geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen); bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen); nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld); afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels); specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is); afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is); omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld

wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is); wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. Daarnaast zijn regels ten aanzien van archeologie, de bescherming van monumentale en bijzonder waardevolle bomen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

51

5.3

Beschrijving van het bestemmingsplan Het bestemmingsplan "Eschmarke- Dolphia" bestaat uit voorliggende plantoelichting, verbeelding (plankaart) en de hierbij behorende regelgeving in de planregels. Dit bestemmingsplan kent zowel een analoge- als ook een digitale uitvoering. Indien sprake is van verschillen tussen beide versies, is de digitale versie van de verbeelding leidend.

5.3.1

Verbeelding De analoge verbeelding (papieren versie) is getekend op schaal 1:1000 en heeft het nummer BP00137. De digitale verbeelding draagt het nummer NL.IMRO.0153.BP00137. Een toevoeging aan het digitale nummer met een cijfercombinatie '-0001', '-0002', '-0003' of '-0004' (zoals bijv. in NL.IMRO.0153.BP00137-0001) geeft de status van het bestemmingsplan aan. Een bestemmingsplan met de toevoeging '-0001' geeft aan dat het hier om een voorontwerp van het bestemmingsplan gaat. Een bestemmingsplan met de toevoeging '-0002' geeft aan dat het hier om een ontwerp van het bestemmingsplan gaat en zoals het ter visie wordt gelegd. Een bestemmingsplan met de toevoeging '-0003' geeft aan dat het hier om een door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan gaat. Een bestemmingsplan met de toevoeging '-0004' geeft aan dat het hier om een onherroepelijk geworden bestemmingsplan gaat. Op de verbeelding van het bestemmingsplan "Eschmarke- Dolphia" zijn de aan de gronden gegeven (enkel)bestemmingen aangegeven, alsmede, indien van toepassing, dubbelbestemmingen, gebiedsaanduidingen, functieaanduidingen, bouwvlakken, relevante maatvoering en figuren. Ook is middels een plangrensaanduiding op de verbeelding aangegeven voor welk gebied het bestemmingsplan "Eschmarke- Dolphia" van toepassing is. Een en ander wordt in een renvooi op de verbeelding verklaard.

5.3.2

Inleidende regels Zoals reeds in paragraaf 5.2 van deze plantoelichting staat vermeld zijn in het hoofdstuk 1 van de planregels de inleidende regels opgenomen.

Artikel 1: Begrippen: In artikel 1 van hoofdstuk 1 van de regels zijn de voor het bestemmingsplan "Eschmarke- Dolphia" relevante begrippen gedefinieerd. Artikel 2: Maatvoeringsbepalingen (wijze van meten) In artikel 2 van hoofdstuk 1 van de regels zijn de voor het bestemmingsplan "Eschmarke- Dolphia" relevante maatvoeringsbepalingen (bepalingen ten aanzien van de wijze van meten) nader omschreven. 5.3.3

Bestemmingen

In het Hoofdstuk 2 van de regels zijn de volgende bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen:

Artikel 3: Detailhandel - Volumineus: In het oostelijk deel van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" , ten noorden van de Gronausestraat, bevindt zich op dit moment een inrichting waar caravans, campers en aanverwante artikelen worden verkocht. In het voorliggende bestemmingsplan is dit perceel bestemd voor 'Detailhandel - Volumineus' ('DH - DHV'). In Hoofdstuk 1 van de regels (Inleidende regels) is in het artikel 1.39 het begrip 'Volumineuze detailhandel' als volgt gedefinieerd: 'detailhandel in volumineuze goederen die wegens aard en omvang en de specifieke

52

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

vestigingseisen, met name op het gebied van bereikbaarheid en parkeren, niet thuishoort in het kernwinkelgeb ied of bestaande winkelcentra, zoals detailhandel in motorvoertuigen , grove b ouwmaterialen, keukens en sanitair, tuincentra, bouwmarkten, woninginrichting en meub elen'. Hierbij dient vermeld te worden dat caravans en campers in deze definitie onder de categorie 'motorvoertuigen' worden geschaard. In artikel 1.61 van de bij dit bestemmingsplan behorende regels is het begrip 'motorvoertuigen' daarbij als volgt omschreven: alle motorrijtuigen als b edoeld in de Wegenverkeerswet met uitzondering van bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen. Onder motorvoertuigen worden b oten, caravans en aanhangwagens mede begrepen. In dit bestemmingsplan geldt dat het hoofdgebouw van deze inrichting enkel binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak mag worden gerealiseerd. Hiervoor geldt voor veruit het grootste gedeelte een maximale bouwhoogte van 5 meter. In dit hoofdgebouw is tevens een (service)werkplaats aanwezig. Deze (service)werkplaats is uitsluitend bedoeld voor de reparatie en onderhoud van campers en caravans.

In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is bepaald dat deze functie binnen de bestemming "Detailhandel-Volumineus" is toegestaan met dien verstande dat het oppervlak van deze (service)werkplaats niet meer mag bedragen dan 25% van het binnen het bouwvlak gelegen hoofdgebouw en deze functie enkel op de begane grondverdieping is toegelaten. Bijbehorende bouwwerken bij deze inrichting mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gerealiseerd, met dien verstande dat voor deze bouwwerken eveneens een maximale bouwhoogte geldt van 5 meter en het totaal oppervlak aan bijbehorende buiten het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 250 m 2. Onderzoek heeft overigens uitgewezen dat voor een deel van dit pand, cultuurhistorische waarden kunnen worden toegekend. Om deze reden is dit pand voorzien van de aanduiding 'karakteristiek' en zijn ter bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden in artikel 11.4 van de bij dit bestemmingsplan behorende regels, bepalingen opgenomen.

Artikel 4: Groen: Centraal in het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" ligt aan het Transvaalplein een buurtparkje/plantsoen. Rondom dit voor Dolphia beeldbepalend groengebiedje zijn de woningen van het tuindorp gesitueerd. Het gaat hierbij om een gebied met bomen en struiken, een waterpartij en speelvoorzieningen. Dit plantsoen en het deels groene gebiedje tussen de Paul Krugerstraat en de Gronausestraat, zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Groen' ('G'). Gronden die zijn aangewezen voor 'Groen' zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor: groenstroken, plantsoenen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing, alsmede voor in- en uitritten, wandel- en fietspaden, speelvoorzieningen, (openbare) nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden b ehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken. Direct ten zuiden van de Christiaan de Wetstraat, aan de noordzijde van het plantsoen aan het Transvaalplein, is recentelijk (2018) een nieuwe buurthuisvoorziening voor het tuindorp Dolphia gerealiseerd. De locatie van deze buurthuisvoorziening en het daarbij behorende terrein is op de verbeelding van dit bestemmingsplan aangegeven middels de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk- buurthuis'.

Zoals reeds eerder in deze toelichting is vermeld, stond op deze locatie voorheen ook al een buurtaccommodatie. Deze voormalige b uurthuisvoorziening is vanwege verhuizing naar een locatie buiten het tuindorp toendertijd gesloopt en zijn betreffende gronden deel uit gaan maken van het plantsoen aan het Transvaalplein. Het voor betreffende locatie nu nog geldende b estemmingsplan "De Eschmarke" voorziet, mede gelet op de beoogde ontwikkelingen in de nieuwb ouwwijk De Eschmarke en hierop vooruitlopend, niet in een buurthuisvoorziening op de locatie waar voorheen het buurthuis van Dolphia stond. Mede omdat de ontwikkelingen in De Eschmarke in de loop der tijd zijn achtergebleven en het nieuwe b uurthuis ten opzichte van het tuindorp op enige afstand is gelegen, bestond er de wens van bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

53

de b ewoners van Dolphia om, voor wat betreft hun buurthuisvoorziening, weer terug te keren naar de oude locatie aan het Transvaalplein. Om dit mogelijk te maken is op 21 maart 2018 gekozen voor, en in overeenstemming met de b epalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de verlening van een tijdelijke omgevingsvergunning voor het bouwen en het gebruik van gronden of b ouwwerken in strijd met het geldende bestemmingsplan "De Eschmarke". In dit b estemmingsplan zijn de gronden bestemd voor "Wonen-B" die de bouw- en gebruik van een dergelijke b uurtaccommodatie binnen deze bestemming niet toestaat. Bij de verlening van deze tijdelijke omgevingsvergunning behoefde daarbij overigens niet aan de redelijke eisen van welstand te worden getoetst. In genoemde omgevingsvergunning (V-2018-0673) is een termijn gesteld van 10 jaar met de voorwaarde dat, na het verstrijken van deze termijn op 29 maart 2028, de bestaande toestand dient te worden hersteld en het bouwwerk in zijn geheel moet worden weggehaald. Aangezien b etreffende gronden op het moment van verlening van de (tijdelijke) omgevingsvergunning feitelijk onderdeel uitmaakten van het plantsoen aan het Transvaalplein, zal na het verlopen van deze omgevingsvergunning betreffende gronden ook weer als plantsoen moet worden ingericht.

Gelet op de tijdelijkheid van de verleende omgevingsvergunning en de functie van de gronden ten tijde van de verlening ervan, zijn in dit bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia" aan deze gronden de basisbestemming "Groen" toegekend. Middels een aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk- buurthuis" is binnen de b estemming "Groen" de locatie aangegeven waar vooralsnog een buurtaccommodatie is toegestaan. Mocht er op termijn alsnog een aanvraag voor een (definitieve) omgevingsvergunning voor een b uurtaccommodatie worden ingediend, kan de aanvraag o.a. aan dit b estemmingsplan en redelijke eisen van welstand worden getoetst. In de regels van dit b estemmingsplan is daarbij bepaald dat binnen de begrenzing van de aanduiding "Specifieke vorm van maatschappelijk- buurthuis" een buurthuis is toegestaan en b innen deze b egrenzing niet meer dan 250 m 2 aan hoofdgebouwen en bijbehorende b ouwwerken geb ouwd mag worden. Dit komt nagenoeg overeen met het huidige, aanwezige oppervlak aan b ebouwing. Ook geldt hier een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale b ouwhoogte van 6 meter waarmee bebouwing mogelijk kan worden gemaakt die, althans voor wat betreft situering en maatvoering, in overeenstemming is met de hier gewenste b eeldkwaliteit zoals die is verwoord in de "Welstandsnota Enschede" en de hier geldende welstandscategorie "Tuinstedelijke ensembles".

artikel 5: Tuin: In het westelijk deel van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" zijn gronden bestemd voor 'Tuin' ('T'). Het gaat hierbij om delen van grote woonpercelen gelegen op de hoek van de Gronausestraat en de Euregioweg alsmede op de hoek van de Euregioweg en de Sleutelweg. De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor voor-, zij- en achtertuinen bij woningen, geen erven zijnde, alsmede voor bij deze bestemming behorende bouwwerken, geen geb ouwen zijnde. alsmede voor ontsluitingspaden, parkeervoorzieningen en voorzieningen ten b ehoeve van de waterhuishouding.

Artikel 6: Verkeer: In zijn algemeenheid geldt dat voor wegen in de Gemeente Enschede waarvoor geen 30 km/uurregime van toepassing is of niet in een 30 km/uur-zone liggen, dat betreffende gronden in bestemmingsplannen voor 'Verkeer' worden bestemd. Het gaat hierbij vaak om wegen die min of meer een belangrijke rol spelen in de hoofdontsluiting van de stad en een voor het verkeer belangrijke doorstroomfunctie vervullen. De Euregioweg die de westelijke begrenzing van dit bestemmingsplan vormt heeft, voor zover gelegen binnen de begrenzing van dit bestemmingsplan, dan ook de bestemming 'Verkeer' ("V") gekregen. Het gaat hierbij om een wegverbinding die in de hoofdwegenstructuur, in samenhang met de Oostweg, een belangrijke rol speelt in de verkeersafwikkeling in het oostelijk deel van de 54

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

gemeente Enschede. De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor: wegen, voet- en fietspaden, viaducten en bruggen, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten b ehoeve van de waterhuishouding, geluidwerende voorzieningen, (openb are) nutsvoorzieningen, busbanen en bussluizen alsmede voor b ij deze doeleinden b ehorende geb ouwen, b ouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.

Artikel 7: Verkeer- Verblijfsgebied: De overige wegen in het plangebied van dit bestemmingsplan betreffen voornamelijk buurt- en woonstraten. Voor deze wegen geldt normaliter een 30 km/uur regime. Het gaat hierbij om de Cronjéstraat, Paul Krugerstraat, Transvaalplein, Slankweg en daarnaast ook de ontsluitingsweg naar en van woningen aan de noordzijde van de parallelweg langs de Gronausestraat. Deze straten zijn, voor zover zij gelegen zijn in het plangebied van dit bestemmingsplan, bestemd voor 'VerkeerVerblijfsgebied' ('V-VB') De voor “Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor: erftoegangswegen, woonerven, pleinen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, laden en lossen, groenvoorzieningen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, alsmede voor speelvoorzieningen, straatmeubilair, (openbare) nutsvoorzieningen en b ij deze doeleinden b ehorende b ouwwerken en andere werken.

Artikel 8: Wonen: Het grootste gedeelte van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is bestemd voor 'Wonen'. Het gaat in dit conserverende bestemmingsplan om gebieden die op dit moment primair al een woonfunctie vervullen. Gronden die in het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" zijn aangewezen voor "Wonen" zijn bestemd voor: het wonen, met uitzondering echter van kamerverhuurpanden, al dan niet in combinatie met een b eroep of b edrijf aan huis alsmede voor bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen, zoals woningen, bergingen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen en tevens voor voorzieningen ten b ehoeve van de waterhuishouding. In de planregels is bepaald dat hoofdgebouwen van woningen enkel binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken mogen worden gerealiseerd. Bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. Daarnaast zijn in de planregels bouwregels met betrekking tot o.a. maximale goot- en bouwhoogtes opgenomen voor de bouw van hoofdgebouwen , bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, zoals erf- en perceelafscheidingen. Ook is verder bepaald hoeveel m2 bebouwing, afhankelijk van de grootte van het bouwperceel, mag worden bebouwd (maximale bebouwingspercentage).

Ook is in de regels is bepaald dat binnen de bestemming 'Wonen' het uitoefenen van een beroep- of bedrijf aan huis, onder voorwaarden, is toegestaan. Onder een beroep- of bedrijf aan huis wordt verstaan: de uitoefening van een dienstverlenend beroep op administratief-, juridisch-, medisch-, therapeutisch-, kunstzinnig- of technisch- gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, dan wel een kleinschalig b edrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarvan de ruimtelijke uitwerking of uitstraling met de woonfunctie verenigbaar is en waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en degene die het beroep of het bedrijf uitoefent ook b ewoner van de woning is. Hierbij dient te worden opgemerkt dat een 'b ed and breakfast' als een beroep- of bedrijf aan huis wordt aangemerkt (art. 1.13 van de planregels) bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

55

Vermeldenswaardig is dat als gevolg van een door een onafhankelijk bureau uitgevoerd cultuurhistorisch onderzoek, een tweetal gebouwen op het adres Gronausestraat 565 voorzien zijn van de aanduiding 'karakteristiek'. Dit geldt eveneens voor het pand van een caravanbedrijf aan de Gronausestraat 645 (voormalig fabrieksgebouw). Met deze aanduiding wordt beoogd de karakteristieke hoofdvorm van betreffende gebouwen, vanwege hun cultuurhistorische betekenis voor de stad, in stand te houden. Daarnaast bevindt zich op het adres Gronausestraat 675A, in bijgebouwen op het achterperceel, een papegaaienhouderij. Deze van de hier geldende woonbestemming afwijkende functie is middels de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - papegaaienhouderij' op de verbeelding (plankaart) aangegeven. 5.3.4

Dubbelbestemmingen

Artikel 9: Leiding - Gas": In het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" lopen tracés van twee aardgasleidingen. Het gaat hierbij om een 8"- aardgasleiding met een druk van ten hoogste 40 Bar en een 12"-aardgasleiding. De ondergrondse 8"- aardgasleiding loopt, parallel aan de westzijde van de rijbaan van de Cronjéstraat, in noordwaartse richting naar het Euregio Bedrijvenpark. In het meest zuidwestelijk deel van het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke- Dolphia" bevindt zich voor een klein deel het tracé van een 12"-aardgasleiding. Deze eveneens ondergrondse aardgasleiding loopt, parallel aan de westzijde van de rijbaan van de Euregioweg en noordzijde van die van de Sleutelweg, tot aan de Cronjéstraat om daarna in noordwaarts af te buigen in de richting van het Euregio Bedrijvenpark. De ligging van beide ondergrondse aardgasleidingen zijn, voor zover gelegen in het plangebied van dit bestemmingsplan, middels een 'figuur' op de plankaart (verbeelding) aangegeven. Voor beide aardgasleidingen geldt een belemmeringenstrook van 5 meter breed aan weerszijden van de leiding. Deze belemmeringenstrook is middels een dubbelbestemming 'Leiding - Gas' op de plankaart aangegeven. In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is o.a.

bepaald dat genoemde belemmeringenstrook is bedoeld voor de aanleg, instandhouding en bescherming van de hier bevindende aardgasleidingen. * Tijdens de ter visie ligging van het ontwerp van het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia" is door de leidingbeheerder van aardgasleidingen in het plangebied van dit b estemmingsplan een zienswijze ingediend. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze zijn de diametervermeldingen voor aardgasleidingen op de verbeelding verwijderd en is het artikel 9 conform het voorstel van de leidingbeheerder aangepast. 5.3.5

Algemene regels In het Hoofdstuk 3 van de regels zijn, naast de anti-dubbeltelregel (artikel 10) algemene bouw- en gebruiksregels (artikelen 11 en 12), Algemene afwijkings- en wijzigingsregels (artikelen 14 en 15), algemene procedureregels (artikel 16) en algemene overige regels artikel 17), ook een aantal andere regels opgenomen, waaronder de algemene aanduidingsregels (artikel 13) voor overige zones en zoals die op de verbeelding van het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia" zijn opgenomen.

Artikel 13: Algemene aanduidingsregels. Artikel 13.1.1: Overige zone - archeologisch onderzoeksgebied: In het plangebied van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia" is op de plankaart een gebied aangegeven dat is aangeduid met de gebiedsaanduiding 'overige zone - archeologisch onderzoeksgebied b'. Ten behoeve van deze gebiedsaanduiding zijn in de regels bepalingen opgenomen die strekken tot de bescherming of behoud van mogelijk aanwezige archeologische

56

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

waarden in het plangebied.

Artikel 13.1.2: Overige zone - Cultuurhistorische structuur In het bestemmingsplan "Eschmarke-Dolphia" is het gebied dat begrensd wordt door de Cronjéstraat, de Gronausestraat, de Slankweg alsmede de noordelijke begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan, voorzien van de gebiedsaanduiding "Cultuurhistorische structuur". Binnen deze gebiedsaanduiding wordt enerzijds de structuur van aanwezige bebouwing beschermd en anderzijds de zichtbare buitenruimte. Voor de sloop van zichtbare bebouwing geldt een omgevingsvergunningplicht. Deze bebouwing mag alleen worden gesloopt wanneer bij vervangende nieuwbouw de structuur gerespecteerd wordt. Tevens geldt dat de zichtbare 'buitenruimte' beschermd is door middel van een omgevingsvergunningplicht voor diverse andere werken (geen bouwwerken). Dit geldt bijvoorbeeld voor het kappen van bomen en het verharden van onverhard gebied. Voordat een omgevingsvergunning voor sloop (en nieuwbouw) of andere vergunningplichtige werken kan worden verleend vragen burgemeester en wethouders eerst advies aan de cultuurhistorisch deskundige.

5.4

Handhaving Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouwen gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen.

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

57

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de bestaande situatie juridisch vast te leggen. Het accent ligt dan ook voornamelijk op het beheer van de bestaande situatie. In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is bij dit plan geen exploitatieopzet gevoegd. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.

58

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

Colofon Dit is een uitgave van: Team Ruimtelijke Plannen Afdeling Omgeving & Recht Gemeente Enschede

© December 2020, gemeente Enschede

Bijlagen Toelichting Bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia

Status: Vastgesteld

Eschmarke - Dolphia

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Stedenbouwkundig en cultuurhistorische verkenning Dolphia

4

Bijlage 2

cultuurhistorie overige objecten

18

Bijlage 3

Bouwtechnisch onderzoek Gronausestraat 645

31

2

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Stedenbouwkundig en cultuurhistorische verkenning Dolphia

4

bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)

Stedenbouwkundige en cultuurhistorische verkenning Dolphia januari 2020

2

INHOUDSOPGAVE Aanleiding - doel

5

Geschiedenis Dolphia

7

Karakteristiek van tuindorpen

9

Nadere ruimtelijke analyse Dolphia

11

Conclusie-aanbeveling

13

3

Advertentietekst 28 januari 1930 ‘Het grootste, het tuindorp „Dolphia” nadert langzamerhand zijn voltooiing. Het zal straks zonder twijfel , tot de allermooiste tuindorpen van ons land gerekend kunnen worden. Hier is aan het principe van tuindorpen op de meest royale wijze uitvoering gegeven. Zoo is aan den eisch, dat de woningen in absoluut open bebouwing moeten zyn geplaatst, in alle opzichten voldaan. Er zijn in ons land niet veel tuindorpen, waar de ruimten tusschen de verschillende huizen zóó groot zijn. Er zal straks alle gelegenheid zijn tot het aanleggen van tuinen’ en plantsoenen, waardoor de nieuwe wijk welke bij „Dolphia” ontstaat, een sieraad voor de gemeente Lonneker zal worden.’

Figuur 1 Dolphia noordelijk deel Transvaalplein 4

AANLEIDING - DOEL Het tuindorp Dolphia is in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstaan. Het tuindorp aan de toenmalige rijksweg van Enschede naar Glanerbrug en het over de Nederlands-Duitse grens gelegen Gronau, is gebouwd voor- en door arbeiders van de textielfabriek van Van Heek en Co. In de planvorming zijn meerdere aanpassingen doorgevoerd. Zo laat een vroeg ontwerp (figuur 2) zien dat op het Transvaalplein een school was voorzien (niet gerealiseerd). En ontbreken de woningen, die met hun voorzijde aan de Tossbertstraat waren gesitueerd. Het dorp heeft na realisatie de nodige transformaties doorgemaakt die uiteenlopen van kleinschalige renovaties tot grootschalige sloop van het noordelijke deel. Ook zijn groenstructuren omgevormd en aangepast. Dit alles heeft naast de bewoningsgeschiedenis grote gevolgen gehad voor de huidige verschijningsvorm. Deze verkenning geeft inzicht in de oorspronkelijke en huidige stedenbouwkundige/ cultuurhistorische waarden. De uitkomsten worden vertaald in het bestemmingsplan “EschmarkeDolphia”. Naast dit onderzoek vindt er ook voor enkele panden een waardestelling plaats. Op basis daarvan zal worden bepaald of ze in aanmerking komen voor de duiding ‘karakteristiek’ in het bestemmingsplan.

Figuur 2 bouwplan Dolphia 1929

5

Woningtype D, een 3-onder-1-kap woning

Woningtype C, een 2-onder-1-kap woning

Woningtype B, een 4-onder-1-kap woning. B* betreft een winkelwoning

Figuur 3 Woningtypologie Dolphia 6

Woningtype A, een 4-onder-1-kap woning A* heeft in het midden een dwarsgeplaatste kap

GESCHIEDENIS DOLPHIA Het tuindorp is gebouwd om de textielarbeiders van Van Heek & Co van onderdak te voorzien. Aan de buitenranden van dit tuindorp zijn de ruime huizen voor de ‘bazen’ gebouwd, terwijl de woningen in het binnengebied bestemd waren voor overige arbeiders. Oorspronkelijk lag de wijk solitair in een open landschap. Het tuindorp was oorspronkelijk een rechthoekig complex met woningen die in symmetrische rijen rond een plantsoen zijn gebouwd. Dit plantsoen (het Transvaalsplein) met een oppervlakte van ruim 8.500 m2 wordt gekenmerkt door een waterpartij met gazons en boomopstanden, en vormt daarmee het (groene) hart van dit tuindorp. In het tuindorp zijn in eerste instantie vier verschillende woningtypen gerealiseerd. Van het eenvoudige A-type werden 138 woningen gebouwd. 80 woningen en zes winkelhuizen van het ruimere B-type werden rond het Transvaalplein gebouwd. Van het duurdere C-type en D-type werden 26 huizen gebouwd langs de Gronausestraat. Deze royale woningen hadden hiermee een beeldbepalende functie in Dolphia. leder huis is voorzien van een voor- en achtertuin en bloembakken sierden de gevels.

onder de bewoners, een hoge werkloosheid, hangjongeren alsmede alcohol- en drugsoverlast. Door het verplaatsen van de straathandel naar werkloodsen en het aanstellen van een wijkbeheerder haalde woningstichting Ons Huis de buurt uit het slop. Met de aanleg van de wijk Eschmarke is Dolphia langzaam opgenomen binnen de stedelijke bebouwing van Enschede. In 2005 werd een plan opgesteld voor het vernieuwen en integreren van de wijk binnen nieuwe stedenbouwkundige plannen. Het meest noordelijke deel van het complex werd gesloopt om op den duur plaats te maken voor nieuwbouw. De nieuwbouw heeft niet plaatsgevonden en is er een parkstrook ontstaan. In die periode hebben wel eenvoudige renovatiewerkzaamheden van het bestaande vastgoed plaatsgevonden.

In 1976 startte een grootschalige vernieuwing van in totaal 223 woningen, destijds het grootste vernieuwingsproject in de stad. De renovatie omvatte een uitbreiding van de woonkamer en het bijbouwen van een keuken, een ruimere douchecel en de aanleg van centrale verwarming. Met de economische neergang door het verdwijnen van de textielindustrie uit de stad, verdween ook het aanzien van Dolphia. Begin jaren ‘90 werd het tuindorp gekenmerkt door een gebrek aan saamhorigheidsgevoel Figuur 4 Het laatste overgebleven winkelhuis aan het Transvaalplein 7

Figuur 5 Tuindorp Pathmos. Het grootste en meest complete tuindorp van Enschede (bron:photoshelter.com) 8

KARAKTERISTIEK VAN TUINDORPEN Tuindorpen zijn volkswoningbouwbuurten uit de eerste helft van de twintigste eeuw, vaak met rijen gebouwde woningen in een hiërarchische stedenbouwkundige opzet. De bebouwing van deze gebieden bestaat voor het overgrote deel uit in lengte variërende rijen eengezinswoningen. Afwijkende functies zoals kerken, scholen, collectief plantsoen en/of (voormalige) badhuizen komen vaak voor als onderdeel van het stedenbouwkundig plan. Tuindorpen staan bekend als schilderachtige woonbuurten met een kleinschalige stedenbouwkundige structuur en een rijke architectuur. Stedenbouwkundige structuur Het karakter van de tuindorpen wordt sterk bepaald door de samenhang tussen stedenbouwkundige structuur, bebouwing, openbare ruimte en groen. Elk tuindorp of cluster kent een eigen ontwerpstempel. Vaak kent een tuindorp een groter groengebied en is het groen in de overige delen meer ondergeschikt. Door kleine sprongen in de gevelrooilijn wordt groen in de straat of op hoeken geïntroduceerd. De begrenzingen tussen privaat en openbaar is duidelijk en wordt vaak in de vorm van heggen of muurtjes vormgegeven. Daarnaast kennen deze wijken grote achtertuinen waar oorspronkelijk het eigen voedsel werd verbouwd. Het openbare groen benadrukt de stedenbouwkundige structuur en legt verbindingen met het groen van de (voor)tuinen.

Door poortjes en onderdoorgangen ontstonden interessante pleintjes en plekken. Bouwvolume De bebouwing bestaat uit grotere architectuureenheden met (rijen) huizen die een samenhangend beeld vormen. Typerend is de helderheid van de simpele hoofdvormen met één of twee bouwlagen en variërende kappen. Opvallend in het straatbeeld zijn de bindende elementen zoals doorlopende goten en kappen en metselwerk. Ook herhaling van gelijksoortige elementen als voordeuren,

ramen, balkons, en kappen en dakkappelen zijn bepalend voor het beeld en zorgen voor ritmiek. Accenten vinden we vaak op de hoeken en/of het einde van een zichtlijn. De kap speelt een grote rol in het dorpse karakter en zorgt voor samenhang per rij. Maar wordt ook als accent op bepaalde plekken. De kap is veelal nadrukkelijk en komt in verschillende vormen, hellingen, hoogtes en richtingen voor. Architectuur De architectuur en detaillering zijn zorgvuldig, in de meeste tuindorpen/tuindorpstructuur is dit uitgewerkt tot het kleinste niveau en per cluster in samenhang. De rand van het dak is benadrukt door een uitkragende dakgoot. Grote dak overstekken zijn uit getimmerd. Raamvlakken zijn veelal onderverdeeld met stijl en soms roeden. Gevels hebben siermetselwerkaccenten of bijzondere metselwerkverbanden. Materiaal en kleur Materialen en kleuren zijn traditioneel. De huizen zijn gemetseld en hebben een pannendak met prominent aanwezige schoorstenen. Hout is toegepast voor de kozijnen. Baksteen is veelal rood of bruin en komt in verschillende tinten en typen metselverbanden voor. Pannen zijn keramisch en vaak oranje/rood. Het schilderwerk van kozijnen en daklijsten is van oorsprong meestal gebroken wit. Raam- en deuropeningen, erkers, balkons zijn ritmisch in de gevelwanden geplaatst en hebben eventueel een accentkleur. Figuur 6 Tuindorpprincipes

9

Figuur 8 Het groene entreegebied met zicht op het Transvaalplein. Rechts is nog een deel van het groene ovaal zichtbaar. Ook zichtbaar zijn de lage tuinmuurtjes en groene erfafscheidingen.

Figuur 9 Het Transvaalplein met de vijver, bruggetjes en zit gelegenheid. Het groene karakter is ondanks de jonge aanplant goed zichtbaar.

Figuur 7 Tuindorp Dolphia 10

Figuur 10 Voorzijde van Dolphia aan de Gronausestraat. Ruime groene bermen scheiden de hoofdroute van de wijk

NADERE RUIMTELIJKE ANALYSE DOLPHIA De opzet van het tuindorp Dolphia kenmerkt zich door een heldere, symmetrische stedenbouwkundige opzet rondom een centraal groen plantsoen. Het wegenpatroon is eenvoudig en is noord-zuid of oost-west georiënteerd. Hierdoor ontstaan 6 samenhangende bebouwingsclusters. Waarbij in de 2 clusters grenzend aan de Gronausestraat ook de duurdere 2-onder-éénkap woningen zijn opgenomen. De clusters zijn sterk verwant aan elkaar. Figuur 11 zes samenhangende clusters rondom het plantsoen

Binnen de clusters herkennen we de kenmerkende principes van een tuindorp, zoals verspringende rooilijnen, verbijzonderde hoeken en een open structuur waardoor de achtertuinen goed bereikbaar waren. Voor de 4 meer noordelijke clusters was de achtertuin groot wat het mogelijk maakte om eigen voedsel te verbouwen. De overgang tussen de voortuin en de straat was vormgegeven door overwegend hagen en hekjes wat bedroeg aan het groene beeld. De woningen aan de Gronausestraat kenden lage tuinmuurtjes met gemetselde poeren. Opvallend is de ruimtelijke zichtas die vanaf de Gronausestraat over het Transvaal plantsoen doorloopt tot aan de noordelijk gelegen landschap. Hierdoor werd het groene entree gebied aan de Gronausestraat verbonden met het Transvaalplein om vervolgens in een rechte lijn, tussen de 2 meest noordelijke clusters, door te lopen in het landelijk gebied.

Figuur 12 De rode lijn vormt een ruimtelijke zichtas

Hiërarchie De woningen aan de Gronausestraat zijn door hun schildkappen, balkons en uitbouwen het meest uitbundig en rijk gedetailleerd (C- en D-type). Naarmate het plan zich doorontwikkelt richting het noorden worden de woningen eenvoudiger zonder dat de samenhang verloren gaat. Zo kenden de meest noordelijke woningen (A-type) een opzet waarbij het dak vanaf de eerste verdieping wordt aangezet, eenvoudige details en geen erkers. Compositie De woonbebouwing is sterk aan elkaar verwant en bestaat uit (grotere) eenheden met korte rijen huizen die een samenhangend beeld vormen. De architectuur met verwante baksteen, dakpannen en kleur van de kozijnen dragen hier aan bij. Typerend is ook de helderheid van de simpele hoofdvormen met één of twee bouwlagen en variërende kappen. Balkons, erkers, dwarskappen en dakkappelen geven ritmiek (en een verfijning) in de woonblokken. De kap draagt bij aan het gewenste dorpse karakter en kent altijd een mooi overstek. Groen Het collectieve groen was belangrijk in Dolphia. Niet alleen de formele entree met een groen ovalen perkje en het grote Transvaalplein droegen bij aan de groen beleving. Ook de groene bermen die de straat scheidde van de doorlopende voetpaden waren belangrijk. In deze grasbermen werden diverse bomen en later struiken aangeplant.

Het Transvaalplein was oorspronkelijk echt een plek voor ontspanning met een vijver in het hart van het plantsoen. Midden in de vijver was een plateau die via 2 sierlijke bruggetjes bereikbaar was.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=984d7c16-e2dd-4392-b305-69877e0088a9