CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

EP Bijlage 4 LIOR versie 1.1

gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Uitwerkingsplan en Exploitatieplan Gommerwijk West-West35.810 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

R

Huisaansluitingen voor regenwaterafvoer (bij gescheiden stelsels) uitvoeren in minimaal PVC Ø125 mm (e.e.a. afhankelijk van het aangesloten verhard oppervlak).

R

Huisaansluitingen - Maximale lengte Huisaansluitingen - Ligging

535

Bijlage 133

133

R

R

37 / 93

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Huisaansluitingen Materialisering

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Wegens zettingen de overgang van huisaansluiting naar woning uitvoeren in flexibele rioolbuis (canaflex).

Huisaansluitingen - Particuliere Koppelen van particuliere huisaansluitleidingen in openbare grond is niet toegestaan. Huisaansluitingen

R

Huisaansluitingen Aansluitingen

Aansluiting op beton buizen m.b.v. een te boren gat en een kunststof betoninlaat Ø160 mm (themosflesaansluiting).

R

Aansluitingen Ø160 mm moeten rechtstreeks met twee keer 45 graden bochten op de rioolbuis worden aangesloten.

R

Vetvangputten altijd op eigenterrein plaatsen. In de openbare ruimte zijn deze niet toegestaan.

R

Betonbuizen met fabrieksmatig aangebrachte inlaten worden niet toegestaan. Inlaten worden altijd in het werk geboord.

R

Aansluiting op PVC buizen m.b.v. een te boren gat en een keilinlaat Ø160 mm. Diameter boor moet geschikt zijn voor keilinlaat Ø160 mm.

R

De afstand tussen inlaten aangebracht op kunststofleidingen bedraagt h.o.h. minimaal 1,25 m. Inlaten bevinden zich minimaal 1,25 m uit het einde van een buis.

R

Huisaansluitingen Vetvangputten Huisaansluitingen - Inlaten betonbuizen Huisaansluitingen Aansluitingen PVC buizen Huisaansluitingen - Inlaten

Inlaten op het hoofdriool uitvoeren met een zettingsmof.

R

Huisaansluitingen Onstoppingsput

De gemeente eist bij elke rioolaansluiting een ontstoppingsputje (type PK315). Putje direct plaatsen achter de erfgrens op grond van de (toekomstige) eigenaar van het aangesloten pand. Het ontstoppingsputje is een verantwoordelijkheid van de eigenaar cq gebruiker van het aangesloten pand.

R

Huisaansluitingen Ontwerprichtlijnen

Woningen krijgen een DWA en HWA huisaansluiting. Waar mogelijk dienen de woningen het water rechtstreeks naar het oppervlaktewater af te voeren. Indien het HWA niet op de reguliere manier afgevoerd kan worden dient dit met de gemeente overlegd te worden.

B

Inspectiegegevens - Uitvoeren Op het uitvoeren van rioolinspecties die in het kader van oplevering uitgevoerd worden, zijn de eisen uit deelhoofdstuk 25 (zie bijlage, en ook de meest recente rioolinspectie versie van de Standaard RAW bepalingen) van toepassing. Inspectiegegevens - Aanleveren Werktekening digitaal aanleveren met rapportage. Aanwezig op tekening; rapportage • Rapportage aanleveren op USB-stick of externe harddisk. • Id-nummers. • Locaties van ernstige gebreken en afwijkingen. • Inspectierichting. • geïnspecteerde riolering (gemarkeerd/ gearceerd en genummerd). • blinde niet toegankelijke putten.

R

38 / 93

Bijlage

150

R

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Controle Uitgever

DALI Uitgever

Versie

2

Eigenaar

Beheerder Riolering

Onderwerp Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Inspectiegegevens - Aanleveren Aspecten die betrekking hebben op de rioolinspectie/ kwaliteit rapportage • De waarnemingen dienen te worden geregistreerd volgens de NEN 3399 (2015) en NEN-EN 13508-2, d.m.v. panoramabeelden, • De beeldopnamen moeten zodanig zijn geregistreerd, dat alle toestandaspecten > klasse 1 door de opdrachtgever scherp op een monitor kunnen worden waargenomen in de pauzestand, • Indien de camera in axiale richting wordt verplaatst, mag de snelheid niet groter zijn dan 0.30 m/s. De snelheid van de camera moet permanent zichtbaar zijn tijdens de inspectie, • De hellingshoekmeting alleen uitvoeren in de leiding. De hellingshoekmeting moet worden uitgevoerd met apparatuur die ten tijde van de uitvoering niet langer dan 10 werkdagen daarvoor is uitgevoerd, • Tijdens de inspectie is dampvorming in het riool, waardoor de zichtafstand minder dan 2 meter is, niet toegestaan, • Tijdens de inspectie is het niet toegestaan, dat de camera een beslagen lens heeft, • Tijdens de inspectie moet de camera altijd in het hart van de buis zijn opgesteld, • Tijdens de inspectie mag er geen waterklasse > 1 aanwezig zijn in de leiding.

Waterdiepte ten gevolge van zonken in een riool alleen wordt toegestaan, indien in de begin en eindput de waterdiepte niet meer dan 5 % van de kleinste buishoogte is die in het banket of putbodem van de desbetreffende put uitkomt, • Van de volgende toestandsaspecten moet de axiale positie van het begin en het einde van het toestandsaspect worden vastgelegd bij klasse > 1: BAB, BAC, BAF, BBB, BBC, BDD, • Van alles klasse 4 en 5 moet een digitale foto-opname worden gemaakt.

Hardheid R

Bronverwijzing

Riolering vrijverval en drainage

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Aspecten die betrekking hebben op de reiniging

Bijlage

R

• De riolen en putten moeten zijn ontdaan van alle materialen, die geen deel uitmaken van de constructie van het riool en de put, die met hogedruk reinigingmateriaal zijn te verwijderen. De belemmering van de buisdoorsnede ten gevolge van vervuiling is nergens > 0 % • In de begin- en eindput is geen watervulling aanwezig • Waterdiepte ten gevolge van zonken in een riool alleen wordt toegestaan, indien in de begin en eindput de waterdiepte niet meer dan 5 % van de kleinste buishoogte is die in het banket of putbodem van de desbetreffende put uitkomt Inspectieputten Materialisering

Indien de inspectieput in het plantsoen of gazon ligt, rondom de putrand een gewapend betonnen kraag aanbrengen, fabrikaat Vrijenban uit Delft of gelijkwaardig. Voor het toepassen van betonputten geldt: • Alle verbinden mof spie met rubber ring • Overmaats aanstorten • Aangestorte buizen maximaal 0,5 meter • Eerste buis met rolverbinding: maximaal halve lengte • Bovenkant minimaal 1 stelring Opbouw put: • Putbodem voorzien van een stroomprofiel, banket 15º in RWA riool en 45º in DWA/GM riool; • In het werk te storten beton moet voldoen aan: • Sterkteklasse B25 • Milieuklasse 5D • Hoogovencement CEM III/B 42,5 LH HS • Consistentiegebied 2 • Betondekking 30 mm

39 / 93

R R

R

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De afstand tussen de inspectieputten type Mikz-moduul Martens (of gelijkwaardig) mag zowel in de vuilwaterriolen als in de regenwater-riolen niet groter zijn dan 75 m.

Hardheid R

Bronverwijzing

Op alle kruisingen, knikken en bijzondere voorzieningen in het rioolstelsel, evenals op plaatsen waar wijzigingen in verhang, diameter en materiaal optreden, worden inspectieputten geplaatst. Inspectieputten zichtbaar aanbrengen, geen “blinde” putten.

R

Kolken - Materialisering

PVC materialen in de kleur grijs.

R

Kolken - Situering

Plaats kolken zo dat snelle en veilige waterafvoer is gewaarborgd.

R

Bij een fietspad heeft de trottoirkolk de voorkeur. Indien een trottoirkolk niet mogelijk is, moet een straatkolk worden toegepast. Fietsers mogen hiervan geen hinder ondervinden. Denk hierbij aan de richting van de deksel. Bij een helling of een talud een combikolk of een straatkolk toepassen.

R

Plaats bij parkeervakken de kolken op de kruising van de molgoot en de scheiding tussen de parkeerplaatsen.

R

Houd bij de situering van gehandicapten parkeerplaatsen, verkeersdrempels, –plateaus en invalidenopritten rekening met straatkolken en vice versa.

R

Voor permanente drainage moet beheer en onderhoud worden toegepast.

R

Permanente drainage moet bestaan uit een gesleufde PE buis SN10, minimale diameter Ø100 mm, omhuld met PP700 en gelegen in een zandpakket (zand voor zandbed) Horizontale aanleg 0,20 m onder het singelpeil om ijzerafzetting en wortelingroei te voorkomen. De grondwaterstand in de sleuf wordt hiermee gelijk aan het singelpeil. Het drainagestelsel moet voorzien worden van inspectieputten (min. 600 x 600 mm) bij elke “zijdrain”. Maximale h.o.h. afstand 100 m. De inspectieputten voorzien van een doorspuitvoorziening. Het putrand voorzien van het opschrift DR. Zinkers in de drainage, bij rioolkruisingen, uitvoeren met dichte PVC en 45º bochtstukken zonder putten.

R

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Inspectieputten Ontwerprichtlijnen

Permanente drainage - Beheer en onderhoud Permanente drainage Materialisering

R

R

R R R

Permanente drainage - Inmeting Alle drainage dient ingemeten te worden. Deze gegevens aan de gemeente ter beschikking stellen.

W

Permanente drainage Aansluiten oppervlaktewater

Altijd aansluiten op oppervlaktewater (altijd een put voor de singel plaatsen, gedeelte van put naar singel uitvoeren in dicht PVC).

R

Permanente drainage Aanbrengen Revisie - Riolering

Drainageleidingen aanbrengen in een droge sleuf.

R

Revisie dient te worden ingeleverd voor de eindoplevering van het project.

R

Na aanleg/vervanging van riolering dient een opleverinspectie uitgevoerd te worden doormiddel van een 3D kogel inspectie/panorama inspectie voor de diameters vanaf 160 mm. Kleinere diameters mogen met een traditionele camera worden geïnspecteerd.

R

Voor het opstellen van Revisie zijn de revisie normen van de gemeente van toepassing.

R

Alle toegepaste materialen en materiaal overgangen weergeven.

R

Type drainage weergeven.

R

Alle toegepaste materialen en materiaal overgangen weergeven.

R

Alle toegepaste materialen en materiaal overgangen weergeven.

R

Gegevens pompen aanleveren.

R

Revisie - Drainage Revisie - Drukriolering en gemalen

40 / 93

Bijlage

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Profielen watergangen weergeven.

Hardheid R

Bronverwijzing

Alle toegepaste materialen en materiaal overgangen weergeven.

R

Revisietekeningen aanleveren in DWG en PDF formaat.

R

Gegevens dienen volgens de NLCS standaard in x- en y-coördinaten te worden ingemeten volgens het Rijks – Driehoeks Net (RD net) en de hoogte ten opzichten van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Type STR 9737 van de leverancier TBS Soest of gelijkwaardig. Eendelig met flexibele zijaansluiting ø125 mm, stankscherm, gietijzeren deksel en holling 7 mm. Na goedkering van de gemeente zijn bij lage belastingen ook Wavin safe kolken toegestaan. Bij korte straten met oppervlaktewater in de nabijheid, zijn ook doorstroomkolken van Nyloplast toegestaan.

R

Trottoirkolk - Materialisering

Type TRK 4717 van de leverancier TBS Soest of gelijkwaardig. Eendelig met flexibele zijaansluiting ø125 mm, stankscherm en gietijzeren deksel. Na goedkering van de gemeente zijn bij lage belastingen ook Wavin safe kolken toegestaan.

R

Uitstroomvoorzieningen Ontwerprichtlijnen

R

Uitstroomvoorzieningen Toepassing

Voor uitstroomvoorzieningen zijn de volgende randvoorwaarden van toepassing: • Uitstroomvoorzieningen voor leidingen vanaf Ø160 mm toepassen. • B.o.b. uitstoombak op singelpeil. • Taludbakken stellen op 4 stuks stelpalen. Uitstroomvoorzieningen (taludbakken voor de beëindiging van buizen op een talud van een watergang of taludbuizen) zijn noodzakelijk voor: • De in- en uitstroom van duikers. • De in- en uitstroom van spuileidingen. • De uitstroom van regenwater- of rioleringsoverstorten. • De uitstroom van regenwaterafvoeren/riolering. • De uitstroom van IT-riolen.

Materialisering Ontwerprichtlijnen

De toegepaste materialen moeten duurzaam, milieuvriendelijk en recyclebaar zijn, zoals beschreven in het nationaal pakket duurzaam bouwen. De te gebruiken materialen moeten voldoen aan de in Nederland geldende eisen zoals: KOMO, KIWA en het bouwstoffenbesluit.

B

Tijdelijke drainage - Behoud bomen

Aanleg ter voorkoming van schade (bezwijking) aan (waardevolle) bomen als gevolg van rioolvervanging (door de langzaam afnemende werking van de drainage en daardoor langzaam stijgende grondwaterstand is de boom beter in staat zich aan te passen aan de hogere grondwaterstand).

R

Tijdelijke drainage - Beheer en onderhoud Tijdelijke drainage Ontwerprichtlijnen Tijdelijke drainage - Aansluiten oppervlaktewater

Geen onderhoud; alleen het lozingspunt moet worden opgenomen in het beheerbestand.

R

Geen putten of doorspuitvoorziening toepassen.

R

Altijd aansluiten op het oppervlaktewater.

R

Tijdelijke drainage Materialisering Vervallen leidingen Ontwerprichtlijnen

Tijdelijke drainage bestaat uit een drain Ø80 mm met een omhulling van kokosvezels.

R

Oude niet meer in gebruik zijnde rioleringen reinigen en verwijderen. Het afval op milieuverantwoorde wijze afvoeren.

R

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Revisie - Oppervlaktewater

Revisie - Aanleveren revisiegegevens

Straatkolk - Materialisering

41 / 93

Bijlage

R

R

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Vervallen leidingen Ontwerprichtlijnen

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Indien de oude leiding niet meer te verwijderen is wordt deze vol gezet met schuim of beton. Dit vol zetten alleen na toestemming van de gemeente. • De putkoppen worden verwijderd tot 1 meter onder maaiveld. • De vol gezette leidingen moeten duidelijk vermeld worden op de revisietekening.

42 / 93

Bijlage

05. Riolering vrijverval en drainage

Riolering vrijverval en drainage Bijlage Nummer

Omschrijving 107 AVOI gemeente Dechterland 133 Moederbestek Standaard 2020 januari 2021 150 Eisen inspecties riolering (hoofdstuk 25 Standaard RAW bepalingen)

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 502 MVI-criteriatool 506 Leidraad Riolering (Stichting Rioned) 507 AVOI gemeente Enkhuizen 508 AVOI gemeente Stede Broec 535 Procedure informatieoverdracht Projectcertificaat

43 / 93

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

6

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Persleiding, drukriolering, gemalen en pompen

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Hardheid R

Bronverwijzing 502

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Duurzaamheid - Duurzaam inkopen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) De gemeente maakt gebruik van de website https://www.mvicriteria.nl/nl voor het realiseren van sociale, innovatieve en duurzame inkoop.

Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

B

Bijlage

502

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse. Duurzaamheid - Levensduur

De SED-organisatie hanteert geen vaste minimale levensduur voor objecten. De minimale levensduur wordt per object en per project bepaald. Hierbij wordt gestreefd naar een optimum voor criteria zoals aanleg- en beheerkosten, gebruik, risico, overlast e.d..

R

Programma van Eisen Nieuwbouw en renovatie rioolgemalen

Voor het leveren en of renoveren van rioolgemalen is bij de SED gemeenten een Programma van Eisen opgesteld. Het Programma van eisen met datum 29 juli 2019 of meest recent dient als basis gebruikt te worden.

R

113

R

140, 114

Programma van Eisen Nieuwbouw en renovatie minigemalen

De eventuele werkzaamheden voor het realiseren van een nieuw of te renoveren rioolgemaal zijn onderverdeeld in: 1. Levering van een pompput van beton. 2. Leveren en installeren van de mechanische installatie tot buiten de put. 3. Leveren en installeren van twee pompen. 4. Leveren en installeren van de elektrische installatie. 5. Het bedrijfsvaardig opleveren van het gemaal. 6. Het aanvragen van een klic-melding alsmede de afstemming en overleg betreffende de werkzaamheden met het nutsbedrijf. Voor het leveren en of renoveren van minigemalen is bij de SED gemeenten een Programma van Eisen opgesteld (zie bijlagen). Het Programma van eisen met datum 26 juni 2019 of meest recent dient als basis gebruikt te worden. De eventuele werkzaamheden voor het realiseren van een nieuw of te renoveren rioolgemaal zijn onderverdeeld in: 1. Levering van een pompput van kunststof (HDPE). 2. Leveren en installeren van de mechanische installatie tot buiten de put. 3. Leveren en installeren van pomp(en). 4. Leveren en installeren van de elektrische installatie. 5. Het bedrijfsvaardig opleveren van het gemaal. 6. Het aanvragen van een klic-melding alsmede de afstemming en overleg betreffende de werkzaamheden met het nutsbedrijf.

44 / 93

06. Persleiding, drukriolering, gemalen en pompen

Hoofdstuk

6

Datum

25-03-22

Controle Uitgever

DALI Uitgever

Versie

2

Eigenaar

Beheerder Riolering

Onderwerp Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Standaarddetail - Hoofdgemaal Voor het ontwerp van een hoofdgemaal wordt verwezen naar het standaarddetail van de SED-gemeenten.

Hardheid R

Bronverwijzing

Persleiding, drukriolering, gemalen en pompen

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Standaarddetail - Dubbel putgemaal Standaarddetail - Minigemaal

Bijlage 116, 115

Voor het ontwerp van een dubbel putgemaal wordt verwezen naar het standaarddetail van de SED-gemeenten.

R

118, 117

Voor het ontwerp van een minigemaal wordt verwezen naar het standaarddetail van de SED-gemeenten.

R

120, 119

45 / 93

06. Persleiding, drukriolering, gemalen en pompen

Persleiding, drukriolering, gemalen en pompen Bijlage Nummer

Omschrijving 113 Programma van Eisen nieuwbouw rioolgemalen SED-organisatie 114 Programma van Eisen nieuwbouw minigemalen SED-organisatie 115 Standaarddetail Dubbel putgemaal in PDF 116 Standaarddetail Dubbel putgemaal in DGN 117 Standaarddetail Dubbel putgemaal in PDF 118 Standaarddetail Dubbel putgemaal in DGN 119 Standaarddetail mini gemaal in PDF 120 Standaarddetail mini gemaal in DGN 140 Opstellingstekening standaard 1-pomps (PvE SED)

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 502 MVI-criteriatool

46 / 93

06. Persleiding, drukriolering, gemalen en pompen

Hoofdstuk

7

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Grondwerk en milieu

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beleidsmedewerker Milieu

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Duurzaamheid - Regionaal Duurzaam Bouwen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Houd bij grondwerken rekening met de checklist GWW uit de Regionaal Duurzaam Bouwen plus Richtlijn.

Duurzaamheid - Duurzaam inkopen Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

De gemeente maakt gebruik van de wesbsite https://www.mvicriteria.nl/nl voor het realiseren van sociale, innovatieve en duurzame inkoop.

R

502

Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

B

502

Bijlage

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse. Duurzaamheid - Zettingseis

Archeologie Verwachtingsgebieden Procedures - Besluit bodemkwaliteit

De maximale zetting (ook in gebieden met slappe bodem) mag maximaal 10 cm in 100 jaar bedragen, waarbij 90% van de zetting moet plaatsvinden in de eerste 10 jaar na aanleg. De wijze waarop bovenstaande zettingeis wordt gehaald moet worden beschreven en aangetoond middels een geotechnisch advies.

R

Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier sluit, om verzilting te voorkomen, het toepassen van verticale drainage uit.

R

Houd rekening met de archeologische verwachtingsgebieden en het daaraan gekoppelde beleid t.a.v. archeologie.

R

Voor schone grond dat in een werk verwerkt wordt en niet van dezelfde locatie als de verwerkingslocatie afkomstig is, geldt vanaf 50 m3 een meldingsplicht volgens het besluit bodemkwaliteit (Bbk). Toepassingen van niet-schone grond moeten altijd worden gemeld. Meldingen moeten worden gedaan bij www.meldpuntbodemkwaliteit.nl en worden behandeld door de Omgevingsdienst.

W

Toepassing op de landbodem vindt plaats in het kader van het Bbk. Daarvoor is de gemeente het bevoegd gezag en worden de taken in mandaat verricht door de Omgevingsdienst. Zie de interactieve bodemkwaliteitskaart, waarin de toepassingsmogelijkheden staan incl. alle onderliggende regelgeving.

W

Toepassing in watergangen/waterpartijen vindt plaats in het kader van het Bbk. Daarvoor is waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Indien sprake is van een demping waarbij in de toekomstige situatie landbodem ontstaat, is de gemeente het bevoegd gezag.

W

Gaande het werk worden zo nodig aanvullende bewijsmiddelen inzake de kwaliteit van toe te passen partijen grond ingediend.

W

De toegepaste partijen worden geregistreerd en op tekening vastgelegd door de toezichthouder.

W

Achteraf wordt een totaaloverzicht van de verwerkte m3’s ingediend bij het bevoegd gezag Bbk.

W

Grondtransport - Verplichtingen Bij het transporteren van grond zijn verschillende meldingseisen van toepassing: • De partij grond is conform een partijkeuring Besluit bodemkwaliteit (Bbk) schoon of conform een Bodemkwaliteitskaart schoon → geen meldingsplicht voor het transport wel eventueel in het kader van het toepassen. • De partij grond is conform het Besluit bodemkwaliteit gekeurd tot kwaliteitsklasse Wonen of Industrie en wordt vervoerd naar een locatie waar het nutti gzal worden toegepast → geen melding van transport nodig, wel melding in het kader van het Bbk.

47 / 93

R

520

B

07. Grondwerk en milieu

Hoofdstuk

7

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Grondwerk en milieu

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beleidsmedewerker Milieu

Hardheid B

Bronverwijzing 521

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Grondtransport - Verplichtingen Voldaan moet worden aan hetgeen de Nota bodembeheer zegt over transport van grond: • Bij het transport van grond over de weg moet een transportgeleidebiljet aanwezig zijn. • Bij het transport van grond naar een nuttige toepassing moet een kwaliteitsverklaring beschikbaar zijn. Alternatief is dat op het transportgeleidebiljet het meldnummer is vermeld dat is afgegeven door het centrale meldpunt bodemkwaliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (zie ook § 7.7 Nota bodembeheer). • Bij transport van grond naar een erkend verwerker (bijvoorbeeld een reiniger, stortplaats of depot voor het opslaan van verontreinigde grond) moet een afvalstroomnummer op het transportgeleidebiljet worden vermeld. Deze wordt afgegeven door de erkend verwerker. De melding van het verwerken van grond dient vergezeld te gaan van één van de volgende documenten: een partijkeuring, een erkende kwaliteitsverklaring of een fabrikant eigenverklaring (Certificaat). Voor het toepassen van baggerspecie is een waterbodemonderzoek bruikbaar.

B

Als er sprake is van gebied specifiek beleid conform het Bbk gelden er specifieke regels voor het toepassen van grond. Indien sprake is van een demping waarbij in de toekomstige situatie landbodem ontstaat, is de gemeente het bevoegd gezag. De waterkwaliteitsbeheerder dient hiervan op de hoogte te worden gesteld.

B

De bestemming van de af te voeren grond/teelaarde/zand is voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, na toepassing is de nieuwe eigenaar verantwoordelijk. De nieuwe eigenaar dient te beschikken over bewijsmiddelen inzake de kwaliteit.

B B

Milieukundig bodemonderzoek - Bij grondverzet dient een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd te worden door een ter zake kundig bureau, conform de regelgeving van het Besluit Uit te voeren onderzoeken bodemkwaliteit. Voorafgaand aan grondwerk moet inzicht bestaan in de kwaliteit van de grond. Daarvoor moet eerst een vooronderzoek worden gedaan conform NEN 5725 / aanleiding G. Voor dit vooronderzoek kan advies gevraagd worden aan de ODNHN. Hieruit kan blijken dat er al voldoende informatie is waarop de veiligheidsklasse kan worden bepaald conform CROW 400. Er kan ook uit blijken dat nog bodemonderzoek nodig is. Op grond hiervan kan ook worden bepaald of een melding in het kader van de Wet bodembescherming nodig is (saneringsplan, BUS melding of melding regeling klein grondverzet).

B

521

Grondwateronttrekking, lozing - Het Hoogheemraadschap bevoegd gezag voor de Waterwet (Ww) en daarmee voor onttrekkingen van grondwater (bijv. bij bouwputbemalingen); Bevoegd gezag grondwateronttrekkingen moeten tijdig bij bevoegd gezag worden gemeld. Zie voor meer informatie de bronverwijzing.

R

523, 524

Provincie Noord-Holland is bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming (Wbb) en daarmee voor onttrekkingen van verontreinigd grondwater; saneringen moeten tijdig bij bevoegd gezag Wbb te worden gemeld. Grondwateronttrekking, lozing - Bij (tijdelijke) grondwateronttrekking wordt, afhankelijk van de situatie, bezien of de initiatiefnemer moet aantonen dat de voorgenomen onttrekking op een Verplichting initiatiefnemer milieutechnisch aanvaardbare wijze zal geschieden en er geen schade ontstaat aan de fundering van bestaande woningen. Onttrekking van grondwater moet in elk geval altijd worden gemeld aan het Hoogheemraadschap

R

Grondwateronttrekking, lozing - Indien voor de uitvoering van de werkzaamheden (bron)bemaling noodzakelijk is dient een ontheffing of vergunning te worden aangevraagd bij het bevoegd (Bron)bemaling gezag. Zie website Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK, bronverwijzing). Onttrekken: een (bron)bemaling moet in de meeste gevallen gemeld worden bij HHNK. Voor onttrekkingen >6 maanden of >20 m3 per uur geldt een vergunningplicht. Lozen: voor het lozen geldt een voorkeursvolgorde: bodem - oppervlaktewater - riolering. meldingsplicht op grond van het Blbi. HHNK is bevoegd gezag voor lozen in de bodem (infiltratei) en op oppervlaktewater. Gemeente is bevoegd gezag voor lozingen op de riolering.

R

525

R

525

R

525

Hergebruik bouwstoffen - Wet- Er dient, binnen de kaders van wet- en regelgeving, zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van hergebruikte bouwstoffen. en regelgeving

R

48 / 93

Bijlage

R

07. Grondwerk en milieu

Hoofdstuk

7

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Grondwerk en milieu

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beleidsmedewerker Milieu

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Hergebruik bouwstoffen Verstuivingsgevoelige materialen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Bij de toepassing van hergebruikte materialen die verstuivingsgevoelig zijn, dienen maatregelen getroffen te worden om overlast door stuiven te voorkomen.

49 / 93

Bijlage

07. Grondwerk en milieu

Hoofdstuk

7

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Grondwerk en milieu

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beleidsmedewerker Milieu

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Grondbalans - Algemeen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Het uitgangspunt is een gesloten grondbalans.

Ophoging - Algemeen

Het ophogen van het maaiveld dient selectief toegepast te worden.

R R

Ophoging - Geotechniek

Indien een ophoging wordt voorgesteld, dient deze te worden voorzien van een duidelijke onderbouwing. Ophogingen moeten functioneel zijn en mogen niet worden gebruikt om overtollige grond kwijt te raken. Indien invloed van de ophoging op fundaties en/of ondergrondse infrastructuur mogelijk is, dient een onafhankelijk grondmechanisch en geohydrologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Bij het bijbehorende laboratoriumonderzoek dient een geotechnisch advies inzake inklinking/stabiliteit van de ondergrond te worden gevoegd. Wanneer zettingen worden verwacht of blijken op te treden, dienen afspraken met de opdrachtgever gemaakt te worden over acceptabele waarden en aansprakelijkheid alsmede eventuele gevolgen voor buiten het plangebied. De maximale restzetting na voorbelasting dient vooraf met de opdrachtgever te worden overlegd.

R

Voorkom voor ophogingen taluds die steiler zijn dan 1:3.

R

Voorkom taluds groter of langer dan 5 meter. Indien dit ontwerptechnisch een probleem oplevert, kan een tussenberm worden aangebracht.

R

Voorkom bij geluidswallen taluds steiler dan 2:3. Deze taluds moeten toegankelijk zijn voor onderhoudsmaterieel. Zo nodig een opritconstructie aanleggen.

R

Ophoging - Onderhoud

50 / 93

Bijlage

R R

R

07. Grondwerk en milieu

Hoofdstuk

7

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Grondwerk en milieu

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beleidsmedewerker Milieu

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Contractvorming Moederbestek

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De SED-organisatie heeft een moederbestek beschikbaar. Versie januari 2021 is als bijlage bijgevoegd; vraag altijd naar de laatste versie.

51 / 93

Bijlage 133

07. Grondwerk en milieu

Grondwerk en milieu Bijlage Nummer

Omschrijving 133 Moederbestek Standaard 2020 januari 2021

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 502 MVI-criteriatool 520 Bodemkwaliteitskaart (interactief) 521 Bodeminformatie Omgevingsdienst 523 Richtijnen lozen onttrokken grondwater Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 524 Richtlijnen bronbemaling en sleufbemaling Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 525 Lozen onttrokken grondwater

52 / 93

07. Grondwerk en milieu

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Onderwerp Alle woonkernen - Planontwikkeling Nieuwbouwlocaties Inrichtingsplan

Planontwikkeling Vergunningen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid Bij plantontwikkeling dient het ontwerp van de openbare ruimte en daarin voorkomende kunstwerken gebaseerd te worden op het bestemmingsplan en op het R stedenbouwkundige-/beeldkwaliteitsplan (indien beschikbaar). Voor afwijkingen op de LIOR dient goedkeuring gegeven te worden door gemeentelijke beheerders. De initiatiefnemer dient alle noodzakelijke vergunningen aan te vragen voor het realiseren van civiele kunstwerken, zoals:

Bronverwijzing

Bijlage

B

Gemeentelijke vergunningen zoals: • Kapvergunning. • Sloopvergunning. • Bouwvergunning. • Vergunning lozing bemalingswater. • Milieuvergunning bij Milieudienst Westfriesland. Provinciale vergunningen zoals: • Milieuvergunningen • Onttrekking grondwater • Ontgrondingsvergunning • Monumentenvergunning Vergunningen van Rijkswaterstaat zoals: • Vergunning voor bouwwerk in vaarweg • Vergunning i.r.t. waterkwaliteit

Alle woonkernen Alle gebieden

Nuts- en telecom Vergunningen Hoogheemraadschap Vergunningen Alle kunstwerken Onderzoeken

Duurzaamheid - Duurzaam inkopen

Vergunningen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zoals: • Vergunning i.r.t. waterkwaliteit. • Vergunning lozing bemalingswater. Start in vroegtijdig stadium de afstemming met nuts- en telecombedrijven op. Er dient een Verzoek Tot Aanpassing bij de nutsbedrijven ingediend te worden als K&L belangen geschaad worden en na goedkeuring offerte een vergunnnings-/instemmingsbesluit genomen te worden. Dit zijn procedures die minimaal een half jaar in beslag nemen. Voor de aanleg van de duikers is een vergunning benodigd van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier indien de watergang behoort tot de categorie “overwegend belang”. Tevens dient een bouwvergunning aangevraagd te worden. Met het uitvoeren van de volgende onderzoeken moet in ieder geval rekening worden gehouden: • Flora en fauna onderzoek • Grondonderzoek (milieu, geotechnisch) • Archeologisch onderzoek (m.n. binnenstaad Enkhuizen) De gemeente maakt gebruik van de wesbsite https://www.mvicriteria.nl/nl voor het realiseren van sociale, innovatieve en duurzame inkoop.

53 / 93

B

R R

R

502

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor B de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

Bronverwijzing 502

Bijlage

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse. Alle woonkernen Alle kunstwerken

Alle woonkernen Bruggen

Duurzaamheid - Levensduur

Duurzaamheid - Levensduur

De SED-organisatie hanteert geen vaste minimale levensduur voor objecten. De minimale levensduur wordt per object en per project bepaald. Hierbij wordt gestreefd naar een optimum voor criteria zoals aanleg- en beheerkosten, gebruik, risico, overlast e.d..

R

Het ontwerp en de toe te passen materialen moeten zijn afgestemd op de omgeving waarin het kunstwerk wordt geplaatst. Kunstwerken moeten robuust, vandalismebestendig worden ontworpen. De technische levensduur van bruggen dient afgestemd te worden op de begrotingsbedragen. Op tot een optimum voor aanleg- en beheerkosten te komen is besloten dat voor constructieve onderdelen geen hout toegepast mag worden.

R

Ontwerp- onderhoudsvrije periode is minimaal 20 jaar (t.a.v. wijze van construeren en materiaalkeuze).

R

54 / 93

R

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle kunstwerken

Onderwerp Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Project PvE - Ontwerprichtlijnen Voor kunstwerken op nieuwe locaties wordt door de afdeling die de kunstwerken beheert een projectgebonden programma van eisen opgesteld, dat de LIOR als R basis heeft.

Het ontwerp van een kunstwerk dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan Cluster Ruimte, Wonen en Economie (RWE) groep Bouw- en Woningtoezicht (BWT) en aan Cluster Realisatie, Beheer en Onderhoud (RBO). De dimensionering van (onderdelen van) kunstwerken inclusief fundering moet door middel van berekeningen worden onderbouwd. De funderingsmethode moet worden afgestemd op de ondergrond. In het ontwerp, en met name de fundering, moet er rekening mee gehouden worden dat de constructie op die locatie aangebracht moet kunnen worden. M.a.w., geen grote zware funderingspalen als die locatie niet bereikt kan worden of bijvoorbeeld naast een monumentaal pand gelegen is.

R

Sociale veiligheid Ontwerprichtlijnen

Randvoorwaarden sociale veiligheid: • De constructie moet sociaal veilig zijn. Daarom rekening houden met doorzicht, open constructie, goede locatie, aanpassing omgeving. • Zorgdragen voor voldoende (over)zicht, d.w.z. dode hoeken, palen e.d. minimaliseren. • Meerdere vormen van verkeer combineren (fietsers en voetgangers die sociale controle op elkaar kunnen uitoefenen). • Realiseer voldoende vluchtmogelijkheden.

R

Vandalisme en zwerfvuil Ontwerprichtlijnen

Randvoorwaarden vandalisme en zwerfvuil: • De bouw/vorm van het kunstwerk moet vandalismebestendig zijn (niet te beklimmen gladde muren/hellingen, stevige materialen gebruiken). • Kunstwerken c.q. wanden afschermen (betegelen, hekken, begroeiing, watergang) tegen het (bewust) aanbrengen van schade/bekladding. Eisen m.b.t. anti graffiti coatings zijn opgenomen bij het onderdeel Materialen/verfsystemen en coatings van dit specificatieblad. • Voorkomen moet worden dat zwerfvuil zich kan ophopen. • Plaats voldoende afvalbakken.

R

Diletatievoegen Ontwerprichtlijnen Onderloopsheid en achterloopsheid Ontwerprichtlijnen Beheerbaarheid Ontwerprichtlijnen

In het ontwerp van kunstwerken moet rekening gehouden worden met voldoende dilatatievoegen om krimp en uitzetting op te kunnen vangen.

R

Bij waterkerende kunstwerken moeten voorzieningen in het ontwerp verwerkt worden die onder- en achterloopsheid voorkomen.

R

Bij het vervaardigen van het ontwerp van een kunstwerk dient rekening gehouden te worden met onkruid- en graffitiwerend ontwerpen.

R

Een kunstwerk dient onderhoudsarm ontworpen te worden. De materiaalkeuze dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de kunstwerkenbeheerder.

R

Veiligheid - Ontwerprichtlijnen

Bij kunstwerken waarbij risico bestaat op in het water vallen en/of niet uit het water kunnen komen (bijvoorbeeld bruggen, kademuren) dienen in overleg met Cluster RBO nylon grijplijnen boven de waterlijn aangebracht te worden. Tevens dienen uitstap/-klimvoorzieningen aangebracht te worden.

R

Herkenbaarheid Ontwerprichtlijnen Verkeersklasse Ontwerprichtlijnen

Betonnen kunstwerken voorzien van een ingestort jaar van aanleg. Overige bruggen voorzien van een plaat waarop het jaar van aanleg staat.

R

De verkeersklasse voor verkeersbruggen in doorgaande wegen volgens Eurocode. Voor de overige bruggen dient de verkeersklasse per situatie en soort gebruik te worden bepaald door de ontwerper en voorgelegd te worden aan Cluster RBO. Bij fietsbruggen smaller dan 2 m doorrijbreedte hoeft niet met een onbedoeld voertuig te worden gerekend. Overige fietsbruggen conform norm (onderhoudsvoertuig van 5 ton).

R

Dimensionering Ontwerprichtlijnen

Alle woonkernen Bruggen

55 / 93

Bronverwijzing

Bijlage

R R

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Bruggen

Alle woonkernen Stuwen Alle woonkernen (Keer)muren

Onderwerp Maatvoering Ontwerprichtlijnen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Doorvaarthoogte en doorvaartbreedte worden in overleg met de gemeente (bestemmingsplan) en RWS of HHNK bepaald.

R

Fundering - Ontwerprichtlijnen

Zo weinig mogelijk tussensteunpunten toepassen. Hierbij rekening houden dat de doorvaartbreedte niet mag worden verminderd. Indien de brug twee steunpunten heeft mogen deze niet vervangen worden door 1 steunpunt in het midden. Fundering en ondersteuningsconstructies in beton uitvoeren. De definitieve constructie wordt bepaald door de gemeente.

R

Brugdek - Ontwerprichtlijnen

Indien sprake is van een brug met tussensteunpunten dienen de palen van de paaljukken van prefab beton te zijn tenzij anders door de gemeente is aangegeven. Bij tussensteunpjnten ook geleide gordingen toepassen. Het dek dient uit staal of beton of stalen liggers met kunststof dekplanken te bestaan. Indien de aansluitende verharding niet doorloopt over het brugdek dient het dek te worden voorzien van een antisliplaag.

R

De antisliplaag moet bestaan uit Triflex WAS (kunststof brugdekken) of Reef Safegrip of gelijkwaardig (houten brugdekken, niet toepassen op voetgangsbruggen i.v.m. comfort rollators). De levensduur van de anti-sliplaag dient gegarandeerd te zijn voor tenminste 10 jaar waarvan de eerste 5 jaar niet aflopend op slijtvastheid en hechting en stootvastheid en de volledige verankering van de instrooimaterialen. Deze garantie voorafgaande aan het werk aan de gemeente verstrekken.

R

Tussen beton en asfalt/slijtlaag een waterdichte laag toepassen.

R

R

R

R

Tussen houten brugdek en liggers dient een strook asfaltpapier (of gelijkwaardig) van voldoende breedte (ruim vallend over de ligger) aangebracht te worden. Dit geldt niet voor een combinatie van een kunststof brugdek met kunststof liggers. Toegankelijkheid Maak bruggen toegankelijk voor iedereen (zie toegankelijkheidseisen CROW). Bijvoorbeeld: helling brug niet steiler dan 1:20 i.v.m. toegankelijkheid voor Ontwerprichtlijnen rolstoelen. Afwatering - Ontwerprichtlijnen Voorkom dat water in of op de constructie kan blijven staan. Tevens voorkomen dat water over de rand van het brugdek kan lopen, om groene zijkanten (algaanslag) te voorkomen. Valbeveiliging Een brug moet zijn voorzien van een valbeveiliging (bijvoorbeeld een leuning) die voldoet aan het Bouwbesluit. De valbeveiliging dient minimaal 1,10 m hoog te Ontwerprichtlijnen zijn. Deze valbeveiliging dient een halve meter voor het brughoofd (talud) te beginnen en aan de andere zijde ook een halve meter voorbij de taludinsteek door te lopen. De valbeveiliging dient te voldoen aan het stroomschema.

R

Overgangsconstructies Ontwerprichtlijnen

Overgangsconstructies in de vorm van stootplaten moeten voldoen aan de Richtlijn “Overgangsconstructies” van Rijkswaterstaat Directie Bruggen

R

Stootplaten moeten berekend worden als ligger op twee steunpunten. De lengte van de stootplaten moet worden bepaald door de berekening van de zetting van het niet ondersteunde steunpunt. Bestrating bij het landhoofd inklemmen, om wijken van bestrating te voorkomen.

R

Er dient voldoende aandacht besteed te worden aan het ontwerp van de aansluiting van het landhoofd op de omgeving, om uitspoeling van het talud te voorkomen. Het landhoofd dient in beton uitgevoerd te worden. De beschoeiing onder de brug vervangen waarbij de levensduur van de beschoeiing minimaal net zo lang is als de bovenliggende constructie.

R

Het type stuw (vast of beweegbaar), de vorm en het materiaal van de stuw (lengte, hoogte e.d.) dienen in overleg met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier te worden bepaald.

R

Het type keermuur (metselwerk, beton/metselwerk, schanskorven etc.) en de dimensionering dient in overleg met de gemeente te worden bepaald.

R

Beschoeiing Ontwerprichtlijnen Type - Ontwerprichtlijnen

Type - Ontwerprichtlijnen

56 / 93

Bijlage

R R R

544

R

R

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Stuwen

Alle woonkernen Beschoeiingen

Alle woonkernen Duikers

Onderwerp Diletatievoegen Ontwerprichtlijnen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) In keermuren dienen op regelmatige afstand dilatatievoegen te worden aangebracht.

De constructie van de dilatatievoegen grond en waterdicht uitvoeren

R

De voegafdichting aan de voorzijde 10 mm terug laten vallen.

R

Op de voegafdichting de sparing afkitten met een UV-bestendige siliconenkit van een nader door de gemeente aan te geven kleur.

R

Type - Ontwerprichtlijnen

De constructie dient uitgevoerd te worden in palen met opgeklampt schot.

R

Dimensionering Ontwerprichtlijnen Onderwaterbanket Ontwerprichtlijnen Dimensionering Ontwerprichtlijnen

De hoogte en de diepte van de beschoeiing/damwanden in overleg met de gemeente bepalen.

R

Langs beschoeiing moet op ca. 0,20 m onder het normale waterpeil een onderwaterbanket aangebracht worden, breed ca. 0,75 m.

R

De dimensionering van doorvaarbare duikers moet in overleg met Cluster RBO worden bepaald. Aan het ontwerp dient een statische of hydraulische berekening ten grondslag te liggen.

R

Diameter 1000 mm, tenzij een berekening of eisen van derden (bijvoorbeeld het HHNK) anders aangeven.

R

Verticaal alignement Ontwerprichtlijnen Type - Ontwerprichtlijnen

De “knik” in het verticaal alignement mag dan niet groter zijn dan 1:60 bij een maximale rijsnelheid van 50 km/uur.

R

De vorm van doorvaarbare duikers dient rechtshoekig te zijn.

R

Overgangsconstructies Ontwerprichtlijnen

Overgangsconstructies: zie bij bruggen.

R

Stootplaten moeten berekend worden als ligger op twee steunpunten. De lengte van de stootplaten moet worden bepaald door de berekening van de zetting van het niet ondersteunde steunpunt. Beide kopse zijden van de duiker dienen voorzien te worden van een onderheide in- cq uitstroombak. De schuine bovenzijden van de vleugels van de in/uitstroombakken dienen in overeenstemming te zijn met de aansluitende taluds. De uiteinden van doorvaarbare duikers moeten voorzien worden van schotbalksponningen.

R

Beide kopse zijden van de duiker dienen voorzien te zijn van een ontvang- en stortebed.

R

Beide kopse zijden van de duiker dienen in taludvorm te zijn gemaakt.

R

In de duikers dient in overleg met de gemeente tenminste 1 inspectieput te worden aangebracht.

R

Kopse kanten Ontwerprichtlijnen

Inspectieputten Ontwerprichtlijnen

57 / 93

Bijlage

R R

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Contractvorming Moederbestek

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De SED-organisatie heeft een moederbestek beschikbaar. Versie januari 2021 is als bijlage bijgevoegd; vraag altijd naar de laatste versie.

Duurzaamheid - Bestekseisen beton

Voor duurzaam beton zijn de eisen geformuleerd wat betreft het verhogen van de circulariteit en het verlagen van de CO2-emissie. Eveneens zijn er eisen opgenomen hoe om te gaan met vrijgekomen materialen ten aanzien van hergebruik en recycling om de circulariteit van producten te waarborgen. Met deze eisen wordt invulling gegeven aan de landelijke en gemeentelijke doelstellingen. Na afloop van de deelopdracht dient de aannemer een Projectcertificaat te overleggen aan de opdrachtgever. Voor de procedure van de informatie overdracht om te komen tot een Projectcertificaat, zie de bronverwijzing.

R

535

133

Duurzaam beton dient te bestaan uit secundair toeslagmateriaal. De minimale eis voor secundair toeslagmateriaal (% v/v) zie bronverwijzing. Het eventuele toegepaste secundair toeslagmateriaal in duurzaam beton moet zijn voorzien van CE-markering op basis van de NENEN 12620.

R

536

133

Duurzaam beton dient een MKI-waarde te hebben. Voor de maximale eis voor de MKI-waarde (€) zie bronverwijzing. De MKI-waarde voor duurzaam beton moet berekend zijn volgens de SBK Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken.

R

536

133

De aannemer dient aan te tonen dat hij de te leveren steenachtige materialen heeft afgenomen van een leverancier die, door de ondertekening van een Duurzaam Beton Eigen Verklaring voor nieuw beton, verklaart, dat de steenachtige materialen van de leverancier voldoen aan de gestelde eisen die hiervoor zijn genoemd. Het beton moet voldoen aan de duurzaamheidscriteria zoals opgesteld door de opdrachtgever. De opdrachtnemer voert het werk met betrekking tot duurzaam beton uit conform de Duurzaam Beton Eigen Verklaringen aangeboden bij de start van het werk. Om te toetsen of werkelijk is voldaan aan de eisen voor duurzaam beton, wordt het werk gecontroleerd. Voor deze toetsing dient de mogelijkheid geboden te worden dat een audit en inspectie uitgevoerd kan worden van: • de productie van de te leveren betonnen producten die vervaardigd worden van 'duurzaam beton'; • de verwijderde betonnen producten.

R

133

R

133

Ten behoeve van deze toetsing legt de aannemer contractueel vast met de toeleverancier c.q. betonleveranciers dat een, door BouwCirculair als competent voor het aspect duurzaamheid verklaarde certificerende instelling, toegang heeft tot alle relevante aspecten betreffende de productie van betonnen producten die worden vervaardigd van 'duurzaam beton' c.q. het te verwijderen beton. Bij een positieve beoordeling door de certificerende instelling krijgt de aannemer het Projectcertificaat. Bij oplevering dient de aannemer het Projectcertificaat aan de opdrachtgever te overhandigen. Indien tijdelijk betonproducten niet met duurzaam beton geleverd kunnen worden, zijn standaard betonproducten gerechtvaardigd. Alleen van toepassing in het uiterste geval en dit is aangetoond door het platform BouwCirculair. Er is in dat geval geen verrekening van kosten baten. Er dienen bouwstoffen te worden toegepast die tijdig (d.w.z. de planning niet frustrerend) leverbaar zijn.

R

133

Bevestigingsmiddelen (bouten etc) dienen corrosiebestendig of van roestvrijstaal te zijn (RVS AISI 316 A4 KL.80).

R

Bouwstoffen en materialen Eisen m.b.t. beton

Deze moeten in overleg met de opdrachtgever worden bepaald, waarbij o.a. de “exposure-klasse” wordt bepaald.

R

Bouwstoffen en materialen Eisen m.b.t. hout

Te leveren hout of hout verwerkt in te leveren (hout)producten dient te voldoen aan de ‘Dutch Procurement Criteria for Timber’ ten aanzien van duurzaam bosbeheer en de handelsketen, inclusief de bijbehorende beoordelingsmethode.

R

Bouwstoffen en materialen Levering Bouwstoffen en materialen Materialisering bevestigingsmiddelen.

58 / 93

R

537

Bijlage 133

133

R

527

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Hardheid R

Bronverwijzing 527

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Bouwstoffen en materialen Eisen m.b.t. hout

Bouwstoffen en materialen Eisen m.b.t. staal

Metselwerk - Eisen m.b.t. uitvoering

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Indien hardhout wordt toegepast: in bestek opnemen dat leverancier een “chain of custody-nummer” moet hebben.

Hardhout moet voldoen aan NEN 3180 klasse 1.

R

527

Alternatieve materialen moeten tenminste voldoen aan de duurzaamheid als omschreven in de NEN 3180 klasse 1

R

527

Staal dat niet in aanraking komt met oppervlaktewater dient verzinkt en gecoat te zijn.

R

Staal dat in aanraking komt met oppervlaktewater dient te worden voorzien van een coating of roestvast staal te zijn (bijvoorbeeld damwanden, trappen).

R

Constructiestaal dient te zijn S235J of hoger.

R

Behalve wapeningsstaal al het staal (inclusief bevestigingsmiddelen) afdoende tegen corrosie beschermen. Verzinkt staal dient te worden gecoat.

R

CE markering en prestatieverklaring is verplicht op de levering van alle stalen constructieonderdelen. Constructieve delen dienen volgens een EG fabrieks productie controle certificaat (NEN-EN 1090-1:2009) geleverd te worden. De kwaliteit, kleur en structuur van de stenen dienen in overleg met de gemeente te worden bepaald en in harmonie te zijn met de omgeving.

R

De bovenzijde van metselwerk dient voorzien te worden van een rollaag.

R

Metselwerk muren dienen aan de uiteinden en op scherpe hoeken te zijn voorzien van een natuurstenen eindblok (binnenstad) of betonnen eindblok (overige wijken). Het eindblok moet met specie worden vastgezet, waarbij betonijzer moet worden toegepast om een stevige verbinding tussen de elementen te verkrijgen. Bij bemetseling van een betonnen wand minimaal 4 metselwerkankers per m2 toepassen. De ruimte tussen klinker en beton dient volledig vol gezet te worden.

R

Beschoeiingen - Materiaaleisen Houten palen: • Vuren, niet verduurzaamd, voorzien van kunststof kop, waarbij het hout geheel onder water verwerkt dient te worden, of hardhout, niet verduurzaamd. • Afmetingen palen: minimaal 0,10 x 0,10 x 2,50 meter.

Duikers - Uitvoering Bouwmethoden - In situatie

R

R R

Planken/schotten ten behoeve van grondkering: • Kunststof; of combinatie van kunststof en hout, waarbij het kunststof boven en het hout (minimaal 20 cm) onder de gemiddelde waterstand dient te worden verwerkt (eisen hout: zie “houten palen”). • Toe te passen planken: 3 stuks van 35 mm dik en 0,30 m hoog. Geotextiel: kunsstoffilterdoek, minimaal 100 gr/m2. Naast de volledige hoogte van de grondkering dient het doek ook over minimaal 1,00 m de ondergrond te bedekken. Bevestigingsmaterialen moeten thermisch verzinkt zijn.

R

De grond onder de duiker moet laagsgewijs verdicht worden met een trilplaat in lagen van 0,30 m.

R

Duikers op staal dienen op een zandbed van minimaal 300 mm te worden geplaatst.

R

Toepassen wanneer er voldoende ruimte beschikbaar is en waar het verkeer geen of weinig hinder ondervindt.

R

Hergebruik van hulpmaterialen toepassen.

R

Bouwmethoden - Demontabele Vooral bij tijdelijke constructies modulair bouwen (“werken met bouwstenen”), zodat het kunstwerk snel gebouwd en eenvoudig gedemonteerd kan worden materialen

59 / 93

Bijlage

R R

R

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Bouwmethoden - Trillingen , hinder

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hinder (waaronder ook geluidsoverlast) door trillingen moet worden voorkomen, bijvoorbeeld door: • Andere fundering toepassen. • Inzetten van trillingsarme machines voor het aanbrengen van funderingen. • Aanbrengen isolatie rondom trillingsbron. • Geen werkzaamheden uit te voeren gedurende de nacht en op zon- en feestdagen. Indien nachtwerk noodzakelijk is, dient dit vooraf met het cluster RBO overlegd te worden. • Uitvlakken van oneffenheden in de ondergrond onder de constructie. • Voegovergang zodanig maken dat trillingen geminimaliseerd worden.

Bijlage

Tijdens heiwerkzaamheden en in overige situaties waarin hinder/overlast wordt verwacht prognoses maken en metingen uitvoeren, ook langs transportroutes. Bouwmethoden Transportroutes

Vooraf routes voor aanvoer onderzoeken en bepalen, de initiatiefnemer moet aantonen dat route mogelijk is. Voor afsluiting, omleiding zo nodig afstemmen met veiligheidsregio. Rekening houden met lengte beperking vrachtwagens in binnenstad Enkhuizen

R

Transportroutes van –en naar het werk dienen gecontroleerd en goedgekeurd te worden door de Gemeente.

R

Een bouwkundige vooropname van de transportroutes is verplicht tenzij anders door de gemeente is aangegeven.

R

Omleidingsroutes in overleg met de gemeente bepalen, voor de start van de uitvoering.

R

Een bouwkundige vooropname rondom de bouwlocatie is verplicht tenzij anders door de gemeente is aangegeven.

R

De toe te passen verfsystemen en coatings dienen vooraf goedgekeurd te worden door Cluster RBO. De kleur moet door de initiatiefnemer ter goedkeuring worden voorgelegd aan Cluster RWE – groep BWT (Welstandscommissie). Van de verfsystemen en coatings die worden toegepast dienen de garanties op de gemeente overgedragen te worden.

R

De aanbieder dient een garantie te geven op conserveringswerkzaamheden. welke gelijk staat aan de garantie welke de leverancier geeft, vergezeld met een garantie voor de applicatie. Op het buitenschilderwerk wordt een schriftelijke garantie van minimaal 2 jaar verlangd, uitgezonderd door derden aangerichte schaden.

R

Op het binnenschilderwerk wordt een schriftelijke garantie van minimaal 4 jaar verlangd, uitgezonderd door derden aangerichte schaden.

R

Verfsystemen en coatings Corrosiebelastinggebied

Corrosiebelastinggebied C3 is van toepassing.

R

Verfsystemen en coatings Verfsysteem

Er dient een verfsysteem van Sigma Coatings of gelijkwaardig aangebracht te worden. Het type verfsysteem is afhankelijk van het leuningmateriaal en is niet vooraf aan te geven. Het toe te passen systeem dient afgestemd te worden met de kunstwerkenbeheerder. Het verfsysteem aanbrengen volgens de kenmerkenbladen van de leverancier en de standaard RAW bepalingen.

R

Verfsystemen en coatings Verfsysteem op hout

Dekkend aanbrengen.

R

Afwerking op basis van high solid alkydhars of alkydbasis.

R

Alleen aanbrengen op zichtbaar betonoppervlak.

R

Bouwmethoden Omleidingsroutes Bouwmethoden - Schade door bouwactiviteiten Verfsystemen en coatings Goedkeuring Verfsystemen en coatings Garanties

Verfsystemen en coatings Verfsysteem op beton

60 / 93

R

R

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

8

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Civieltechische kunstwerken

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Kunstwerken

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Voorafgaand aan het aanbrengen van het verfsysteem dient een voorstrijklaag (product: Sigma Facade Elastocoat of gelijkwaardig) aangebracht te worden. Minimaal 480 ml/m2 aanbrengen.

Hardheid R

Bronverwijzing

Aanbrengen 2 lagen scheuroverbruggende waterdampdoorlatende coating, product Sigmafacade Elastocoat of gelijkwaardig. Verbruik minstens 240 ml/m2.

R

Verfsystemen en coatings Graffiti coating op beton Verfsystemen en coatings Stalen leuningen Verfsystemen en coatings Poreuze bouwstoffen

Aanbrengen anti-graffiticoating PSS-20 op de zichtoppervlakken van de kunstwerken.

R

Stalen leuningen op kunstwerken (bruggen, keermuren, damwanden e.d.) dienen gepoedercoat of thermisch verzinkt te zijn.

R

(Poreuze) bouwstoffen zoals baksteen, natuursteen, cement/beton en vezelcement, die gebruikt worden in kunstwerken en waarvan de praktijk leert dat deze beklad kunnen worden met graffiti, dienen behandeld te worden met Euro Guardian anti graffiti shield of een gelijkwaardig product.

R

Oplevering en onderhoud Verplichting initiatiefnemer

De initiatiefnemer dient in de ontwerpfase een advies te leveren aan de gemeente m.b.t. beheer en onderhoud van het kunstwerk (inclusief planning en kosten).

R

Oplevering en onderhoud Onderhoudstermijn Eisen m.b.t. staal Ontwerprichtlijnen

Vanaf oplevering van een kunstwerk geldt een onderhoudstermijn voor de initiatiefnemer van 1 jaar voor beweegbare bruggen en 6 maanden voor overige kunstwerken. Bij het toepassen van stalen liggers en leuningen dan deze uitvoeren in thermisch verzinkt staal met 2-laags poedercoating of uitvoeren in RVS AISI 316 A4 KL.80.

R

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Alle woonkernen Bruggen

Onderwerp Verfsystemen en coatings Verfsysteem op beton

61 / 93

Bijlage

R

08. Civieltechische kunstwerken

Civieltechische kunstwerken Bijlage Nummer

Omschrijving 133 Moederbestek Standaard 2020 januari 2021

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 502 MVI-criteriatool 527 Beoordelingsmethode Dutch Procurement Criteria for Timber 535 Procedure informatieoverdracht Projectcertificaat 536 Productbladen beton 537 Bouw circulair 544 Bouwbesluit - Artikel 2.17 eisen aan valbeveiliging

62 / 93

08. Civieltechische kunstwerken

Hoofdstuk

9

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Nutsvoorzieningen

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Coördinator Ondergrondse infra

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) De regels ten aanzien van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden zijn in rangorde als volgt vastgelegd: 1. Wettelijke bepalingen zoals onder andere de Telecommunicatiewet (Tw), de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) en de Wet bodembescherming (Wbb); 2. Lokale regelgeving van de gemeente zoals onder andere de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de AVOI (Enkhuizen, Drechterland) en de handboeken kabels en leidingen van de drie gemeenten. De gemeente maakt gebruik van de website https://www.mvicriteria.nl/nl voor het realiseren van sociale, innovatieve en duurzame inkoop.

Hardheid R

Bronverwijzing 519, 518, 517

R

522, 502

Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

B

502

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Beleid - AVOI

Duurzaamheid - Duurzaam inkopen Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

Bijlage 107, 128, 108, 129, 130

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse. Vergunningen - Algemeen

Voor het (ver)leggen van kabels en leidingen over een lengte van meer dan 25 meter dient minimaal 6 weken voor geplande aanvang van de werkzaamheden een instemmingsbesluit bij de gemeente te worden aangevraagd. Bij lengtes van minder dan 25 meter volstaat het doen van een melding. De meldingen en aanvragen voor instemmingsbesluiten dienen ingediend te worden via het MOOR platform.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11597453/1