CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

EP Bijlage 4 LIOR versie 1.1

gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Uitwerkingsplan en Exploitatieplan Gommerwijk West-West35.810 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

R

Het bevestigen van straatnaam- en verkeersborden aan lichtmasten is toegestaan. Voor andere objecten is een vergunning van de beheerder of een door hem aangewezen gemachtigde vereist; Wanduithouders dienen op een minimale hoogte van 5 meter boven de weg te worden bevestigd, gemeten vanaf het grondvlak tot aan de onderzijde van de uithouder; Voor het bevestigen van muuruithouders mogen uitsluitend corrosiebestendige bevestigingsmaterialen worden toegepast;

R

Indien een armatuur is voorzien van een verstelbare optiek (bijvoorbeeld spots), dan dient deze zo nodig, ten genoegen van de opdrachtgever, bij duisternis te worden ingesteld; Bij de demontage en montage van eigendommen van derden en/of straatnaam-, verkeers- en/of reclameborden, dient de materalen op te slaan en beschadiging te voorkomen; De montageband voor montage van eigendommen van derden en/of straatnaam-, verkeers- en/of reclameborden dient altijd geïsoleerd met rubber tussenlaag of kunststof ter bescherming van de coating op de lichtmast te worden aangebracht. Te verlaten energie-aansluitleidingen dienen verwijderd te worden en op 0,5 meter vanaf de aftakmof van de voedingskabel op een eindmof te worden gelegd.

R

Aanvullende uitvoeringseisen Overlengte

Ter plaatse van lichtmast én moffen dient 2,00 meter extra kabel op slag (horizontaal) leggen.

R

Aanvullende uitvoeringseisen Funtionerende verlichting na uitgevoerde werken

De Openbare Verlichtingsinstallatie dient ongestoord en veilig te functioneren. Bij werkzaamheden aan (bestaande of nieuwe) openbare verlichting in openbaar toegankelijk gebied dient aan het einde van de werkdag de werkzaamheden zodanig zijn afgerond dat de verlichting tijdens de avond- en nachtelijke uren op normale wijze functioneert.

R

Aanvullende uitvoeringseisen Verlaten lichtmast aansluitingen

13 / 93

Bijlage

R R R

R

R R

R R R

01. Openbare verlichting

Hoofdstuk

1

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Openbare verlichting

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Openbare verlichting

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Aanvullende uitvoeringseisen Uitvoeren van werkzaamheden aan elektrische installaties (NEN3140)

Oplevering en garanties Algemeen

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hardheid Installatie verantwoordelijke: De definitie van de installatie verantwoordelijke in bepaling 4.3 van NEN 3140:2011 luidt: ‘De installatie verantwoordelijke is een R natuurlijk persoon of een rechtspersoon. Als er sprake is van een rechtspersoon moet altijd vastliggen welke medewerker voor welke installatie, voor welk deel van een installatie of voor welk elektrisch arbeidsmiddel verantwoordelijk is.' Aan deze installatie verantwoordelijke worden eisen gesteld met betrekking tot opleiding en ervaring. SED gemeenten zijn als eigenaar van de elektrotechnische installaties verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van alle personen die deelnemen aan het arbeidsproces. Aanwijzen Werkverantwoordelijke: De aannemer dient iemand van zijn personeel aan te wijzen als werk-verantwoordelijke. Zo spoedig mogelijk na opdracht dient de aannemer een kopie van de aanwijzing te overleggen aan de directie; NEN 3140 certificering: Al het in te zetten personeel dat werkzaamheden uitvoert in of rondom elektrotechnische installaties moet tenminste in het bezit zijn van een NEN 3140 certificaat voor Voldoende Onderricht Persoon (VOP certificaat) (volgens bijlage D van de NEN 3140:2011).

De aannemer dient eigen personeel aan te wijzen als schakelbevoegd en dit personeel moet tenminste gecertificeerd zijn als Vakbekwaam Persoon (volgens bijlage D van de NEN 3140:2011). Zo spoedig na opdracht dient de aannemer kopieën van de aanwijzingen voor al het personeel te overleggen aan de directie;

R

Werk procedures: De aannemer dient de NEN 3140 volledig in acht te nemen en werk procedures te gebruiken bij het uitvoeren van werkzaamheden. Als de aannemer geen werk procedures kan tonen of geen maatregelen conform de NEN 3140 heeft toegepast, kan de directie het werk stilleggen of de aannemer verbieden het werk voort te zetten. De Werkverantwoordelijke (WV'er) is belast met de onderstaande taken: • De WV'er zal zorgdragen voor een veilige uitvoering van de werkzaamheden. Daar waar de werkzaamheden projectoverschrijdend zijn, in- of uitschakelen van installaties buiten de werkgrens, zal de WV'er dit coördineren met de Installatieverantwoordelijke (IV'er) en Werkverantwoordelijke (WV'er) van de opdrachtgever; • De WV'er zal zorgdragen dat alle personen die bij de werkzaamheden zijn betrokken, worden geïnstrueerd over eventuele bijzondere gevaren die door hen niet zonder meer kunnen worden herkend; • De WV'er zal zorgdragen dat bij tijdelijke onderbreking van de installatie alle noodzakelijke maatregelen worden genomen om toegang tot ongeïsoleerde, actieve delen te voorkomen en het onbevoegd in bedrijf nemen van de elektrische installatie verhinderen. Indien noodzakelijk, moet de Installatieverantwoordelijke worden geïnformeerd; • De WV'er zal zorgdragen voor de schriftelijke aanwijzing door de door de opdrachtgever aangestelde Installatie Verantwoordelijke van de personen.

Bij twijfel kan om een ID worden gevraagd, welke namens de aannemer werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties, met inbegrip van de elektrische arbeidsmiddelen, met een spanningsniveau van extra lage spanningen tot zeer hoge spanningen welke binnen het werkveld van dit bestek vallen; • De WV'er zal zorgdragen dat de Directievoerder de schriftelijke aanwijzingen tijdens de startvergadering overhandigd krijgt; • De WV'er zal zorgdragen dat de mutaties in de aanwijzingen direct worden gemeld en tijdens de bouwvergaderingen worden bevestigd door het overhandigen van een kopie van de aanwijzing; • De WV'er moet aandacht schenken aan en rekening houden met de omgevingsinvloeden op de werkplek.

R

De overdracht van de installatie dient te gebeuren aan de hand van een overdracht dossier. Dit dossier bevat o.a. revisie tekeningen, handleidingen, bediening handleidingen, e.d. Alle voorwaarden die aan oplevering en garanties worden gesteld zijn als bijlage aan deze eis gekoppeld.

R

14 / 93

Bronverwijzing

Bijlage

R

R

136

01. Openbare verlichting

Openbare verlichting Bijlage Nummer

Omschrijving 134 Terminologie boom 135 Openbare verlichting - Installatie definitie en materiaal keuze 136 Openbare Verlichting - Oplevering en garanties 137 Lichtmast beeldkwaliteit Enkhuizen 138 Openbare verlichting - Aansluitinstructies fagetpaneel

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 540 Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR)13201:2017 541 Politiekeurmerk veilig wonen - Handleiding nieuwbouw 542 Politiekeurmerk veilig wonen - Handleiding bestaande bouw 543 Politiekeurmerk veilig wonen - Handleiding veilige omgeving

15 / 93

01. Openbare verlichting

Hoofdstuk

2

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verkeer

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Verkeerszaken

Hardheid B

Bronverwijzing 502

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Duurzaamheid - Duurzaam inkopen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) De gemeente maakt gebruik van de website https://www.mvicriteria.nl/nl voor het realiseren van sociale, innovatieve en duurzame inkoop.

Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

B

Bijlage

502

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse.

Gemeente Enkhuizen - Alle gebieden

Laadpalen - Beleid

Er is geen laadpalenbeleid binnen de SED-organisatie. Laadpalen kunnen aangevraagd worden door bewoners en belanghebbenden, de SED organisatie initieert plaatsingen niet zelf. Bij nieuwbouw dient de ontwikkelaar wensen m.b.t. laadpalen te inventariseren. Ontwikkelaar moet met ontwerp infra (ondergronds en bovengronds) rekening houden met plaatsing in de toekomst.

R

Beleid - Verkeersplan

De actualisatie verkeersplan Enkhuizen 2017-2025 is van toepassing.

B

16 / 93

102

02. Weginfrastructuur verkeer

Hoofdstuk

2

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verkeer

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Verkeerszaken

Hardheid B

Bronverwijzing 504

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Toegankelijkheid - Beleid

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Houd bij de inrichting rekening met toegankelijkheid en bereikbaarheid voor iedereen volgens de beleidsnotitie in de bijlage. In de gevallen, waarin de beleidsnotitie onduidelijk is of niet in voorziet zie ook Handboek toegankelijkheid (CROW-publicatie 337).

Toegankelijkheid Bereikbaarheid voor voetgangers

Voetgangers moeten in staat worden gesteld om zich via bruikbare, veilige en logisch gelegen voetpaden te verplaatsen. Deze voetpaden moeten alle mensen in de gelegenheid stellen om: • alle woningen te bezoeken; • alle gebouwen met een publieksfunctie te bezoeken; • alle voorzieningen die voor het publiek zijn aangebracht te bezoeken; • alle haltes voor het OV te bereiken en gebruiken; • alle gehandicaptenparkeerplaatsen te bereiken; • een ommetje te maken; • andere wijken te bereiken. Bij elk ontwerp moeten op een plattegrond de looproutes worden aangegeven.

R

103, 104, 105

R

103, 104, 105

Bij elke looproute moeten de volgende voorzieningen worden aangegeven: • opritten; • hellingen (met hellingshoek); • hoogteverschil tussen het maaiveld en het vloerpeil van elke woning; • voetgangers- en fietssluizen. Vereist is dat de bereikbaarheid en toegankelijkheid voor onderhoudsmaterieel, zoals bijvoorbeeld veegmachines, maaimachines en de diverse hulpdiensten gegarandeerd is. Maatvoering bepalen in overleg met de beheerder. Leidraad is de meest recente CROW kennismodule wegontwerp binnen/buiten de bebouwde kom (o.a. ASVV). Vereist is dat de bereikbaarheid en toegankelijkheid voor de diverse hulpdiensten gegarandeerd is. Zie voor de eisen die Brandweer Nederland stelt de bijlage Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Hierin zijn met name belangrijk de breedte voor de doorgang (minimaal 3,50 meter) en de informatie die genoemd is m.b.t. doodlopende wegen. Hanteer de gemiddelde parkeerkencijfers uit de CROW kennismodule Parkeren.

R

B

533

Maatvoering openbare infrastructuur conform de meest recente versie van de kennismodule wegontwerp binnen/buiten de bebouwde kom (CROW), waar o.a. de ASVV onderdeel vanuit maakt, waarbij onderstaande uitzonderingen gehanteerd worden. Indien de voorgeschreven maatvoering niet mogelijk is, dient e.e.a. ter overweging en goedkeuring aan de afdeling Leefomgeving aangeboden te worden.

B

503, 538

Haaksparkeren - Rijbaanbreedte Rijbaanbreedte bij haaks parkeren minimaal 6,0 m (conform meest recente CROW kennismodule wegontwerp binnen de bebouwde kom (o.a. ASVV).

R

503

Haaksparkeren - Maatvoering

R

533, 503

R

533, 503

R

503, 538

Toegankelijkheid Bereikbaarheid voor onderhoudsmaterieel Toegankelijkheid Bereikbaarheid voor hulpdiensten Parkeren - Parkeernorm Maatvoering - Algemeen

Langsparkeren - Maatvoering Fietspaden - Breedte

Trottoir - Breedte

Haaks parkeren: • afmeting parkeervak: 5,13 m lang en 2,50 m breed. • breedte trottoir achter parkeervak is minimaal 2,50 meter (ivm overstek) • tussen haakse parkeervakken en erfgrenzen moet een verhoogd trottoir aangelegd worden van minimaal 70 cm breed. * voor toepassen uitstapstrook zie bijlage. Langsparkeren: • afmeting parkeervak: 6,00 m lang en 2,00 m breed. Minimale breedte (brom)fietspad: • 1 richting tenminste 2,0m. • 2 richtingen tenminste 2,5m. Breedte trottoirs exclusief band minimaal 1,80 m (ontwerpen op tegelmaat).

17 / 93

B

Bijlage 103, 104, 105

503, 538

B

132

149

R

02. Weginfrastructuur verkeer

Hoofdstuk

2

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verkeer

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Verkeerszaken

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Trottoir - Ontwerprichtlijnen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Trottoir altijd op tegelmaat ontwerpen en aanleggen in halfsteensverband.

Trottoir - Vrije doorgang

Voor eisen m.b.t. vrije doorgang zie richtlijnen 'Toegankelijkheid openbare ruimte'.

R

Trottoir - Invalide inritten

Invalide inritten in trottoirs: breedte minimaal 0,90 m.

R

Gemeente Drechterland Gebiedsontsluitings wegen binnen de bebouwde kom

103, 104, 105

Laadpalen - Nieuwbouw locaties Er is geen vastgesteld rondom het plaatsen van laadpalen. Voor nieuwbouw ontwikkelingen dient tijdens de ontwerpfase het plaatsen van laadpalen in overleg met de gemeente te gebeuren. Verkeersveiligheid Als het 30km/uur gebied begint zonder inritconstructie deze herkenbaar maken met een poortconstructie. Snelheidsremmende maatregelen Het toepassen van snelheidsremmende maatregelem conform de meest recente CROW kennismodule wegontwerp binnen de bebouwde kom (o.a. ASVV).

R

R

503, 538

Plateaus - Ontwerprichtlijnen

Plateaus uitvoeren volgens richtlijnen van het CROW.

R

503, 538

Drempels - Ontwerprichtlijnen

Drempels uitvoeren volgens bijgevoegde bijlage en richtlijnen van het CROW.

R

503, 538

In- en uitritten Ontwerprichtlijnen Bushaltes - Ontwerprichtlijnen

In- en uitritten uitvoeren volgens richtlijnen van het CROW

R

503

In de gemeenten rijden alleen buurtbussen welke halteren op de rijbaan, hiervoor dienen geen verhoogde haltes aangelegd te worden. Wel dienen geleide tegels en markeringen aangebracht te worden. De gemeente is terughoudend met het plaatsen van paaltjes.

R

Bochtsralen - Minimale bochtstraal Verkeerskenmerken - Snelheid

De minimale binnenbochtstraal is 6 meter.

R

Max. snelheid 50 km/uur.

R

Wegindeling - Fietspaden

Zoveel mogelijk vrijliggende fietspaden in zwarte kleur. Indien vrijliggend niet mogelijk is dan een fietsstrook in rood toepassen.

R

Paaltjes - Beleid

R

148

B

In principe worden fietspaden in asfalt uitgevoerd, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen.

R

Wegindeling - Trottoirs

Trottoirs aanwezig.

R

Wegindeling - Parkeervakken

Bij herinrichtingen dient het aantal parkeervakken minimaal gelijk te blijven.

R

Omgevingskenmerken Materialisering rijbaan Omgevingskenmerken Belijning

Rijbaan in geluidsreducerend asfalt.

R

Belijning conform CROW richtlijnen bebakening en markering van wegen.

R

18 / 93

Bijlage

539

02. Weginfrastructuur verkeer

Hoofdstuk

2

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verkeer

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Verkeerszaken

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Onderwerp Gemeente Verkeerskenmerken - Typering Drechterland Gebiedsontsluitings wegen binnen de bebouwde kom

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Dit betreft alle wegen binnen de bebouwde kom die geen gebiedsontsluitingsweg zijn. Dit zijn vrijwel altijd 30 km/uur gebieden of woonerven.

Verkeerskenmerken Verblijfsgebieden Verkeerskenmerken Woonerven Wegindeling - Parkeren

Verblijfsgebieden binnen de bebouwde kom inrichten als 30 km/h-zones.

R

Geen nieuw woonerven realiseren. Woongebieden kunnen ingericht worden als verblijfsgebied met een snelheidsregime van 30 km/u.

R

Parkeren langs de rijbaan in vakken.

R

Omgevingskenmerken Materialisering rijbaan Omgevingskenmerken Belijning parkeervakken Omgevingskenmerken Snelheidsremmende maatregelen

Rijbaan in klinkers.

R

Geen belijning anders dan voor parkeren.

R

Snelheidsremmende maatregelen toepassen om maximale snelheid af te dwingen (plateau/drempel/asverspringing/e.d.).

R

19 / 93

Bijlage

02. Weginfrastructuur verkeer

Weginfrastructuur verkeer Bijlage Nummer

Omschrijving 102 Actualisatie Verkeersplan Enhuizen 2017-2025 103 Richtlijn 'Toegankelijkheid openbare ruimte' gemeente Drechterland 104 Richtlijn 'Toegankelijkheid openbare ruimte' gemeente Enkhuizen 105 Richtlijn 'Toegankelijkheid openbare ruimte' gemeente Stede Broec 132 Bluswatervoorziening en bereikbaarheid - Brandweer Nederland 148 Verkeersdrempels met Sinus voor 30 en 50km 149 Uitstapstroken parkeerplaatsen

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 502 MVI-criteriatool 503 CROW kennismodule wegontwerp binnen de bebouwde kom 504 CROW Richtlijn toegankelijkheid 533 CROW kennismodule Parkeren 538 CROW kennismodule wegontwerp buiten de bebouwde kom 539 CROW Richtlijnen voor bebakening en markering van wegen

20 / 93

02. Weginfrastructuur verkeer

Hoofdstuk

3

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verhardingen

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Wegen

Hardheid B

Bronverwijzing 531, 502, 532

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Duurzaamheid - Duurzaam inkopen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Houd rekening met de criteria duurzame inkoop voor wegen en het inkoopbeleid van de SED-organisatie.

Duurzaamheid - Levensduur

De SED-organisatie hanteert geen vaste minimale levensduur voor objecten. De minimale levensduur wordt per object en per project bepaald. Hierbij wordt gestreefd naar een optimum voor criteria zoals aanleg- en beheerkosten, gebruik, risico, overlast e.d..

R

Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

B

Bijlage

502

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse. Duurzaamheid - Hergebruik materialen Duurzaamheid Klimaatadaptatie

Materialen dienen zoveel mogelijk hergebruikt te worden.

B

De SED organisatie staat open voor het toepassen van klimaatadaptieve verharding. Gezien de ontwikkelingen die in die markt plaatsvinden zijn in dit hoofdstuk geen specificaties voor het toepassen van klimaatadaptieve bestratingsmaterialen en verhardingsopbouw opgenomen.

R

Voor het toepassen van klimaatadaptieve bestrating geldt dat dit alleen na goedkeuring van de wegbeheerder is toegestaan, waarbij door opdrachtnemer of initiatiefnemer de effecten op beheer en onderhoud in beeld gebracht moeten worden. Alle woonkernen - Planontwikkeling Nieuwbouwlocaties Inrichtingsplan

Bij plantontwikkeling dient het ontwerp van de openbare ruimte gebaseerd te worden op het bestemmingsplan en op het stedenbouwkundige/beeldkwaliteitsplan (indien beschikbaar). Voor afwijkingen op de LIOR dient goedkeuring gegeven te worden door gemeentelijke beheerders.

21 / 93

R

03. Weginfrastructuur verhardingen

Hoofdstuk

3

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verhardingen

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Wegen

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Alle woonkernen Gebiedsontsluitings wegen binnen de bebouwde kom

Onderwerp Duurzaamheid - Levensduur

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) De levensduur van verhardingen en daartoe behorende objecten wordt per object/project bepaald en vastgesteld. De vastgestelde levensduur wordt door de gemeente in het beheerprogramma verwerkt.

Wegontwerp Ontwerprichtlijnen Onkruidwerend ontwerp Algemeen Onkruidwerend ontwerp Rondom obstakels Onkruidwerend ontwerp Middengeleiders Afwatering - Algemeen

In de basis dient het wegontwerp bepaald te worden met behulp van de meest recente CROW kennismodule wegontwerp binnen/buiten de bebouwde kom (o.a. ASVV). De verharding moet zoveel mogelijk onkruidwerend worden uitgevoerd.

R

Onder en rondom obstakels in de openbare ruimte voegen vullen met onkruidwerend (cementachtig) materiaal. Bij lichtmasten dient een onkruidwerende kraag rond de lichtmast aangebracht te worden. Bij middengeleiders gebruik maken van prefab betonprint. Als dat niet mogelijk is dient een onkruidwerende voegvulling toegepast te worden.

R

R

Afwatering - Particulier terrein

Hoogteligging en de hiermee verband houdende afwatering van de rijbaan, parkeervakken en trottoirs is afhankelijk van de omgevingshoogten. Hiertoe dient door de opdrachtnemer eerst een waterpassing uitgevoerd te worden en een afwateringsplan te worden opgesteld. Bij nieuwbouw bepaalt de gemeente het vloerpeil van de te bouwen woningen. Afwateringsplan zodanig opstellen dat er nooit water naar particuliere oppervlakken af kan stromen.

Afwatering - Kolken

Voor aan te houden kolkafstanden zie hoofdstuk Vrij verval riolering en drainage.

R

Bomen in verhardingen Ontwerprichtlijnen

Het planten van bomen in verhardingen dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Wanneer, na goedkeuring van de groenbeheerder en werbeheerder, bomen in verhardingen worden geplant gelden de richtlijnen voor de groeiplaats volgens het handboek bomen.

R

528

Inritconstructies Ontwerprichtlijnen Inritconstructies - Kunststof matten Rotondes - Verharding

Inritconstructies ontwerpen volgens de meest recente ASVV. Binnen dat kader de inritconstructie met een helling van 1:6 ontwerpen, en deze relatief flauw maken door inritblokken van ca 0,80 m diep toe te passen. In nieuwbouwwijken geen gebruik maken bij in en uitritten van kunststof matten i.v.m de waterdoorlatendheid. Alleen betonmateriaal toepassen.

R

503

Pas als verhardingsmateriaal voor de rijbaan asfalt toe. De kantverharding van rotondes dient onkruidwerend uitgevoerd te worden.

R

De asfaltconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau, waarbij rekening gehouden moet worden met de daar optredende verkeersbelasting en verkeersintensiteit. Het advies wordt ter toetsing en goedkeuring voorgelegd aan de afdeling Leefomgeving.

R

Rotondes - Ontwerprichtlijnen

De maatvoering van rotondes dient te voldoen aan de daarvoor geldende CROW-richtlijnen.

R

Opbouw rijbaan Dimensionering verhardingsconstructie

De verhardingsconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau, waarbij rekening gehouden moet worden met de daar optredende verkeersbelasting en verkeersintensiteit. Het advies wordt ter toetsing en goedkeuring voorgelegd aan de afdeling Leefomgeving.

R

Afwatering - Berm

Afhankelijk van de mogelijkheden van afwatering in de aanliggende berm wordt gekozen voor een constructie met vlakke opsluitbanden danwel verhoogde opsluitbanden (met kolken).

R

22 / 93

Bijlage

503, 538

R

R

R

R

503, 538

03. Weginfrastructuur verhardingen

Hoofdstuk

3

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verhardingen

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Wegen

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Onderwerp Alle woonkernen - Fundering en rijbaan Gebiedsontsluitings Dimensionering wegen binnen de verhardingsconstructie bebouwde kom

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) De verhardingsconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau, waarbij rekening gehouden moet worden met de daar optredende verkeersbelasting en verkeersintensiteit. Het advies wordt ter toetsing en goedkeuring voorgelegd aan de afdeling Leefomgeving.

Trottoir - Toegankelijkheid

Voor eisen m.b.t. vrije doorgang zie richtlijnen 'Toegankelijkheid openbare ruimte'.

R

Parkeren - Niveau

Per project of object wordt bepaald of parkeren op straatniveau of op trottoirniveau ontworpen en aangelegd dient te worden.

R

Afwatering - Afwateringsplan

Hoogteligging en de hiermee verband houdende afwatering van de rijbaan, parkeervakken en trottoirs is afhankelijk van de omgevingshoogten. Hiertoe dient door de opdrachtnemer eerst een waterpassing uitgevoerd te worden en een afwateringsplan te worden opgesteld.

R

Afwatering - Particulier terrein

Afwateringsplan zodanig opstellen dat er nooit water naar particuliere oppervlakken af kan stromen.

R

Afwatering - Kolken

Voor aan te houden kolkafstanden zie hoofdstuk Vrij verval riolering en drainage.

R

Alle woonkernen - Fundering en rijbaan Erftoegangswegen Dimensionering op verhardingsconstructie bedrijventerreinen

De verhardingsconstructie inclusief fundering dient na geotechnisch onderzoek gedimensioneerd te worden (laagdiktes aangeven) door een daarvoor gecertificeerd adviesbureau, waarbij rekening gehouden moet worden met de daar optredende verkeersbelasting en verkeersintensiteit. Het advies wordt ter toetsing en goedkeuring voorgelegd aan de afdeling Leefomgeving.

R

Gemeente Enkhuizen Binnenstad

In algemene zin geldt dat gebiedsontsluitingswegen wegtype I in de Binnenstad een elementenverharding krijgen.

R

Opbouw rijbaan Verhardingsconstructie

Gebiedsontsluitingswegen type Verhardingsmateriaal: gebakken klinkers. II - Verharding Erftoegangswegen - Verharding In 30 km zones en verblijfsgebieden verhardingsmateriaal gebakken klinkers.

R

Parkeren - Verharding

Indien parkeerplaatsen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg gebakken materiaal toepassen, dikformaat of klinkerformaat

R

Snelheidsremmers - Algemeen

Om schade e overlast door trillingen zoveel mogelijk te voorkomen, in de Binnenstad geen drempels aanleggen. Indien nodig dienen andere – trillingsvrije – snelheidsremmers gekozen te worden. Het ontwerp van een snelheidsremmer dient ter goedkeuring aan de verkeerskundige en beheerder voorgelegd te worden.

R

23 / 93

Bijlage

103, 104, 105

R

03. Weginfrastructuur verhardingen

Hoofdstuk

3

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verhardingen

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Wegen

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Contractvorming Moederbestek

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De SED-organisatie heeft een moederbestek beschikbaar. Versie januari 2021 is als bijlage bijgevoegd; vraag altijd naar de laatste versie.

Duurzaamheid - Bestekseisen

Voor duurzaam beton en duurzaam asfalt zijn de eisen geformuleerd wat betreft het verhogen van de circulariteit en het verlagen van de CO2-emissie. Eveneens zijn er eisen opgenomen hoe om te gaan met vrijgekomen materialen ten aanzien van hergebruik en recycling om de circulariteit van producten te waarborgen. Met deze eisen wordt invulling gegeven aan de landelijke en gemeentelijke doelstellingen. Na afloop van de deelopdracht dient de aannemer een Projectcertificaat te overleggen aan de opdrachtgever. Voor de procedure van de informatie overdracht om te komen tot een Projectcertificaat, zie de bronverwijzing.

R

Bij voorkeur geen overgangen tussen asfalt en elementenverharding. Voorkom het aanbrengen van elementen verhardingen in asfalt, als dit functioneel niet noodzakelijk is. De minimale drooglegging wordt per project (bestaande situatie, inbreilocaties) bepaald.

R

Zie bijlage voor toe te passen wadibanden en uitstroombanden.

R

Bij trottoir grenzend aan kavels opsluitbanden 10x20x100 cm, kleur grijs.

R

Opsluiting - Rijbaan grenzend aan kavels Opsluiting - Parkeervakken

Bij rijbaan grenzend aan kavels opsluitbanden 30x25x100 cm, kleur grijs.

R

Rondom parkeervakken trottoirbanden 28x30x25 cm. Kleur grijs.

R

Opsluiting - Tussen rijbaan en trottoir Opsluiting - Boomkransen

Tussen rijbaan en aanliggend trottoir trottoirbanden 13/15x25x100 cm toepassen. Kleur grijs.

R

Rondom bomen boomkransen toepassen. Type afstemmen met de wegbeheerder.

R

Trottoir - Materialisatie

Uitvoeren in 30x30 tegels, uitvoeren in halfsteensverband.

R

Trottoir - Breedte

Breedte trottoirs exclusief band minimaal 1,80 m, conform meest recente CROW kennismodule wegontwerp binnen de bebouwde kom (o.a. ASVV).

R

T.p.v. de erfgrens opsluitbanden 12x25x100, kleur grijs.

R

Opsluiting - Afsluiting rijbaan

Als opsluiting voor de rijbaan banden 28/30x25 aanbrengen, gesteld in specie en voorzien van specierug aan de achterzijde.

R

Afwatering - Algemeen

T.b.v. de afwatering van de asfaltconstructie dient een goottegel 30x15x8cm in specie gesteld te worden.

R

Trottoir - Materialisatie

Uit te voeren in grijze tegels 30x30x6cm met vellingkant, halfsteensverband.

R

Trottoir - Materialisatie t.h.v. uitritten

Ter plaatse van uitritten grijze tegels 30x30x8cm in lintlagen.

R

Materialisering rijbaan Overgangen Drooglegging/drainage Algemeen Opsluiting - Wadi's en uitstroomvoorzieningen Alle woonkernen - Opsluiting - Trottoir grenzend Erftoegangswegen aan kavel binnen de bebouwde kom

Alle woonkernen - Opsluiting - Rijbaan grenzend Erftoegangswegen aan kavels op bedrijventerreinen

24 / 93

535

Bijlage 133

133

R 147

503

03. Weginfrastructuur verhardingen

Hoofdstuk

3

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Weginfrastructuur verhardingen

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Wegen

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Onderwerp Alle woonkernen - Trottoir - Breedte Erftoegangswegen op bedrijventerreinen

Trottoir - Toegankelijkheid

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Breedte trottoirs inclusief band minimaal 1,80 m.

Voor eisen m.b.t. vrije doorgang zie richtlijnen 'Toegankelijkheid openbare ruimte'.

Alle woonkernen - Opsluiting - Vlakke opsluitband Vlakke opsluitbanden: 300mm x 150mm gesteld op stampbeton met steunrug; Gebiedsontsluitings wegen binnen de bebouwde kom

Opsluiting - Verhoogde opsluitband Parkeervakken - Materialisatie Trottoir - Materialisatie

Gemeente Enkhuizen Binnenstad

Trottoir - Materialisatie t.h.v. uitritten Trottoir - Materialisatie

103, 104, 105

R

Verhoogde opsluitbanden: RWS 115/225x250, grijs, gesteld op stampbeton met steunrug.

R

Parkeren uit te voeren in zwarte betonklinkers. Scheiding verharding parkeervakken d.m.v. streklaag van betonstraatstenen keiformaat 5 stuks kleur verharding – 5 stuks wit Uit te voeren in grijze tegels 30x30x6cm met vellingkant, halfsteensverband.

R

Ter plaatse van uitritten grijze tegels 30x30x8cm in lintlagen.

R

Type Merwe basalt toepassen.

R

Opsluiting - Vorm, kleur, textuur Opsluitbanden: gewassen basalt type 0/1.

Straatwerk - Uitvoering

R

Bijlage

R

R

Gazonbanden: grijs en glad.

R

Nieuwe gebakken klinkers met hamer straten. Nokken allemaal aan dezelfde zijde.

R

25 / 93

03. Weginfrastructuur verhardingen

Weginfrastructuur verhardingen Bijlage Nummer

Omschrijving 103 Richtlijn 'Toegankelijkheid openbare ruimte' gemeente Drechterland 104 Richtlijn 'Toegankelijkheid openbare ruimte' gemeente Enkhuizen 105 Richtlijn 'Toegankelijkheid openbare ruimte' gemeente Stede Broec 133 Moederbestek Standaard 2020 januari 2021 147 Wadibanden en Uitstroombanden

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 502 MVI-criteriatool 503 CROW kennismodule wegontwerp binnen de bebouwde kom 528 Handboek Bomen 531 Criteria maatschappelijk verantwoord inkopen - Wegen 532 SED Inkoop- en aanbestedingsbeleid 535 Procedure informatieoverdracht Projectcertificaat 538 CROW kennismodule wegontwerp buiten de bebouwde kom

26 / 93

03. Weginfrastructuur verhardingen

Hoofdstuk

4

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Waterhuishouding

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Oppervlaktewater

Hardheid B

Bronverwijzing 505

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Verantwoordelijkheden - Legger De Legger wateren van het Hoogheemraadschap geeft inzicht in de verantwoordelijkheden voor het beheer van de diverse watergangen.

Verantwoordelijkheden Watertoets

95% van het stedelijk water wordt voor wat betreft beheer overgedragen aan het waterschap. De eisen die het waterschap stelt zijn om die reden leidend.

B

De initiatiefnemer informeert het Hoogheemraadschap vroegtijdig over een project of ontwikkeling en initieert een overleg m.b.t. de watertoets. Voor dit overleg dient een vertegenwoordiger van de afdeling Leefomgeving uitgenodigd te worden. Watercompensatie dient binnen het plangebied plaats te vinden of, als dat niet mogelijk is, in het kader van de planontwikkeling elders gerealiseerd worden.

B

Verantwoordelijkheden Natuurvriendelijke oevers

Voorafgaand aan het besluit om in een plan natuurvriendelijke oevers op te nemen, dient tussen gemeente en hoogheemraadschap afgestemd te worden wie verantwoordelijk wordt voor het beheer en onderhoud van de natuurvriendelijke oevers.

B

Waterkwaliteit Materiaalgebruik Duurzaamheid Natuurvriendelijke oevers Duurzaamheid - FSC-hout

Bij het inrichten van watersystemen mogen geen materialen worden gebruikt die de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.

R

Waar mogelijk - indien de ruimte beschikbaar is - natuurvriendelijke oevers aanleggen. Minimaal 25%.

R

Pas alleen hout toe met een FSC-keurmerk.

R

Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

B

Bijlage

B

502

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse. Vergunningen - Werken in de waterstructuur

Voor het graven, dempen danwel aanbrengen van andere wijzigingen in de waterstructuur of aan/afvoer van water dient goedkeuring en vergunning van het Hoogheemraadschap verkregen te worden. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het verkrijgen van vergunning.

R

Vergunningen - Ontwerp en aanleg oeverbescherming

Beschoeiingen en overige oeverbescherming dienen in overleg met de afdeling Leefomgeving en het Hoogheemraadschap ontworpen en, na vergunningverlening door het Hoogheemraadschap, aangelegd te worden. Dit geldt ook bij vervanging van beschoeiingen en overige oeverbeschermingen.

R

Bij plantontwikkeling dient het ontwerp van de openbare ruimte gebaseerd te worden op het bestemmingsplan en op het stedenbouwkundige/beeldkwaliteitsplan (indien beschikbaar). Voor afwijkingen op de LIOR dient goedkeuring gegeven te worden door gemeentelijke beheerders.

R

Onderhoud aan watergangen dient zoveel mogelijk vanaf het water plaats te kunnen vinden. De keur en de beleidsregels watervergunningen van het waterschap stellen hier eisen aan. Eisen voor doorvaarbaarheid voor recreatievaart zijn leidend t.o.v. eisen voor doorvaarbaarheid voor onderhoud door het hoogheemraadschap. Als nieuwe watergangen aangelegd worden, dienen de mogelijkheden om aan te sluiten op bestaande vaarnetwerken door de initiatiefnemer besproken te worden met de gemeente.

R

534

R

534

Alle woonkernen - Planontwikkeling Nieuwbouwlocaties Inrichtingsplan

Planontwikkeling Doorvaarbaarheid Planontwikkeling - Aansluiting op bestaande vaarnetwerken

27 / 93

04. Waterhuishouding

Hoofdstuk

4

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Waterhuishouding

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Oppervlaktewater

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Waterberging - Algemeen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) De waterberging dient per plan nader te worden vastgesteld in overleg met het Hoogheemraadschap en de gemeente.

Waterlopen/watergangen Algemene ontwerpuitgangspunten

Aansluitingen van watergangen en beëindigingen dienen uitgevoerd te worden met afgeronde hoeken.

R

Verzamelplaatsen van drijfvuil dienen voorkomen te worden.

R

Bij speelplaatsen aan het water bij voorkeur een flauw talud met plasberm aanleggen. Wanneer hiervoor onvoldoende ruimte beschikbaar is, dan een hekwerk plaatsen. Er dient rekening gehouden te worden met het reserveren van ruimte voor het deponeren van maaiafval na schouw-activiteiten. Deze locaties dienen bereikbaar te zijn voor materieel dat het maaiafval afvoert. Het dimensioneren van watergangen dient te geschieden in overleg met gemeente en Hoogheemraadschap.

R

Waterdiepte: bij voorkeur, vanuit ecologisch oogpunt, 1,20 m. Indien dit niet haalbaar is, dient als minimale diepte 1,00 m aangehouden te worden.

R

Taluds onder water: volgens het bestemmingsplan, indien daarin niet vermeld dan 1:2 of flauwer.

R

Taluds boven water: volgens het bestemmingsplan, indien daarin niet vermeld dan 1:3 of flauwer.

R

Bodembreedte: minimaal 1,00 m.

R

Breedte op de waterlijn: minimaal 6,00 m.

R

Plasberm van bij voorkeur 1,00 m breed (minimaal 0,50 m).

R

Duikers als verbinding tussen 2 watergangen uitvoeren als betonrioolduikers.

R

De aanleg van steigers is gebonden aan de gemeentelijke bestemmingsplannen.

R

De initiatiefnemer dient ter bescherming van oevers ook zorg te dragen voor de aanleg van beschoeiing en oeverbescherming. Dit dient ook zo vastgelegd te worden in het contract dat met een ontwikkelaar wordt afgesloten. Walkanten zijn particulier bezit, maar worden ingericht door de gemeente. Walkanten moeten een uitstraling/inrichting hebben die aansluit bij de openbare ruimte. Onderhoud is voor rekening van de kaveleigenaar. Langs oevers van watergangen met veel pleziervaart alleen natuurlijke/natuurvriendelijke oever aanleggen als de constructie robuust is.

R

Ontwerp en inrichting van oevers dienen vooraf overlegd te worden met de afdeling Leefomgeving en het Hoogheemraadschap.

R

Er dient, indien van toepassing, in het ontwerp rekening gehouden te worden met de maaibaarheid van de oevers.

R

Nieuw aan te leggen oevers dienen qua ontwerp en inrichting aan te sluiten op het aanwezige netwerk van oevers.

R

Voor eisen en richtlijnen m.b.t. waterkeringen wordt verwezen naar het Hoogheemraadschap.

R

In waterlopen waar het onderhoud vanaf het water wordt uitgevoerd, dient per “pand” (gedeelte tussen twee dammen/duikers) van de waterloop een boothelling aangelegd te worden van minimaal 3 m breed en helling 1:5 of flauwer. De boothelling dient minimaal opgebouwd te zijn uit een half verharding, en bij voorkeur uit grasbetontegels. Minimale lengte van een “pand” van een watergang die vanaf het water wordt onderhouden bedraagt 200 m.

R

Waterlopen dienen op de waterlijn minimaal 6 m breed te zijn indien onderhoud vanaf het water plaatsvindt.

R

Waterlopen/watergangen Profiel

Waterlopen/watergangen Duikers Oevers - Ontwerprichtlijnen

Waterkeringen - Eisen en richtlijnen Onderhoudsvoorzieningen Boothelling Onderhoudsvoorzieningen Maaiboottracé

28 / 93

Bijlage

R R

R R

R

04. Waterhuishouding

Hoofdstuk

4

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Waterhuishouding

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Oppervlaktewater

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Onderhoudsvoorzieningen Maaiboottracé

Onderhoudsvoorzieningen Onderhoudspaden

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Doorvaartbreedte: minimaal 4,00 m.

Waterdiepte: minimaal 0,80 m over een breedte van 1.80.

R

Doorvaarthoogte: minimaal 1,10 m.

R

Langs watergangen en oevers die vanaf de kant worden onderhouden dient een onderhoudsstrook, direct aan de watergang gelegen, beschikbaar te zijn. De onderhoudsstrook dient vlak te zijn, obstakelvrij, en minimaal 3 m breed. Indien bomen geplant worden dient de onderlinge afstand minimaal 10 m te bedragen bij “gewoon” onderhoud.

R

Watergangen met een breedte van 8 m – 16 m (breedte bovenaan talud): onderhoudspaden aan twee zijden of varend onderhoud.

R

R

Watergangen met een breedte > 16 m (breedte bovenaan talud): varend onderhoud.

R

Steigers en beschoeiingen Beleid Beschoeiingen - Levensduur

Beleidsregels voor de bouw van steigers bij woningen aan private en publieke walkanten binnen de bebouwde kom van Enkhuizen zijn vastgelegd in de Nota Steigers en beschoeiing Enkhuizen. De SED-organisatie hanteert geen vaste minimale levensduur voor objecten. De minimale levensduur wordt per object en per project bepaald. Hierbij wordt gestreefd naar een optimum voor criteria zoals aanleg- en beheerkosten, gebruik, risico, overlast e.d..

B

Beschoeiingen - Cultuurlijke oever

Materiaal: FSC hardhout. In overleg zijn aantoonbaar duurzame alternatieven ook mogelijk.

R

Toe te passen planken: 3 stuks van 35 mm dik en 0,30 m hoog, tenzij de beschoeiing hierdoor te diep of te hoog komt te staan; in dit geval de hoogte en diepte van de beschoeiing in overleg met de gemeente te bepalen. Beschoeiing dient aan de grondkerende zijde te worden voorzien van een grondkerend geotextiel (in geval van samengestelde elementen).

R

Indien de constructie niet zo uitgevoerd kan worden dient de beschoeiing als damwand te worden uitgevoerd. Door middel van een constructieberekening dient te worden aangetoond dat de damwandconstructie in sterkte en stabiliteit voldoet aan de vigerende normen (indien noodzakelijk verankering toepassen).

R

Afmetingen palen: hiervoor dient een constructieberekening te worden uitgevoerd.

R

Indien beschoeiing c.q. damwanden worden aangebracht dient hierlangs op ca. 0,20 m onder het normale waterpeil een onderwaterbanket aangebracht te worden, breed ca. 0,75 m. Bevestigingsmaterialen: gegalvaniseerd staal.

R

Natuurvriendelijke oevers worden aangelegd inclusief beplanting (bijvoorbeeld aquamatten, wortelstokken) om verruiging van de oever te voorkomen.

R

Enka asfalt matten of gelijkwaardig mogen niet worden toegepast in de oevers, vanwege vervuiling en overlast/schade voor/ten gevolgde van onderhoud.

R

Voor de toe te passen damwand dient een berekening te worden overlegd.

R

De damwand dient duurzaam te zijn.

R

In de periode 15 oktober – 15 april mogen in principe geen werkzaamheden in of aan de waterkering plaatsvinden. Met het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat dient afgestemd te worden of dit voor het uit te voeren werk van toepassing is.

R

Beschoeiingen Natuurvriendelijke oevers

Damwand - Algemeen Uitvoering - Gesloten perdiode

29 / 93

Bijlage

106

R

R

R

04. Waterhuishouding

Hoofdstuk

4

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Waterhuishouding

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Oppervlaktewater

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Waterberging - Watertoets

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Bij toename van het verhard oppervlak dient gerekend te worden met een compensatie in de vorm van oppervlaktewater. Hiervoor hanteert het R hoogheemraadschap een percentage van de toename van het verhard oppervlak. Dit percentage is afhankelijk van het peilvak waarin de ontwikkeling plaatsvindt . E.e.a. dient via de zogenaamde "watertoets" met het Hoogheemraadschap overeengekomen te worden. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de realisatie en kosten van de watercompensatie.

Waterberging - Snipperblauw

Aanleg van nieuw open water (ongeacht of het is voor compensatie van aanleg van extra verharding, of vanuit ontwerp) moet aansluiten op het bestaande watersysteem, zodat geen 'snipperblauw' ontstaat. Doodlopende watergangen moeten worden voorkomen.

R

Waterberging - Compenseren

Bestaand water dat wordt gedempt moet gecompenseerd worden.

R

Riolering - Eisen

De (ontwerp)eisen m.b.t. het rioolstelsel zijn vastgelegd in de Hoofdstukken Riolering - Vrij verval riolering, Riolering - Persleidingen en rioolgemalen en .

R

Afkoppelen - Algemeen

Voor nieuwbouw geldt in principe dat dakoppervlak 100% moet worden afgekoppeld.

R

Waterberging - Doodlopende watergangen

R

Drooglegging - Algemeen

R

30 / 93

Bijlage

R

Ontwateringsdiepte - Kabels en Ontwateringsdiepte bedraagt 0,70 m voor wegen en kabels en leidingen. leidingen Ontwateringsdiepte - Woningen Ontwateringsdiepte voor woningen met kruipruimte bedraagt 1,00 m. Grondwater mag niet hoger stijgen dan 0,10 m onder het afwerkniveau van de met kruipruimte kruipruimte. De afstand tussen maaiveld en open water is minimaal 1,40 m en maximaal 1,60 m. Indien bij drains de uitmonding van de drains onder water plaatsvindt kan worden volstaan met een ontwateringsdiepte van 1,20 m. Wanneer deze droolgeggingseis niet gerealiseerd kan worden, dient overkeg met de gemeente plaats te vinden.

Bronverwijzing

R

04. Waterhuishouding

Hoofdstuk

4

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Waterhuishouding

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Oppervlaktewater

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Contractvorming Moederbestek

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De SED-organisatie heeft een moederbestek beschikbaar. Versie januari 2021 is als bijlage bijgevoegd; vraag altijd naar de laatste versie.

Duurzaamheid - Bestekseisen

Voor duurzaam beton en duurzaam asfalt zijn de eisen geformuleerd wat betreft het verhogen van de circulariteit en het verlagen van de CO2-emissie. Eveneens zijn er eisen opgenomen hoe om te gaan met vrijgekomen materialen ten aanzien van hergebruik en recycling om de circulariteit van producten te waarborgen. Met deze eisen wordt invulling gegeven aan de landelijke en gemeentelijke doelstellingen. Na afloop van de deelopdracht dient de aannemer een Projectcertificaat te overleggen aan de opdrachtgever. Voor de procedure van de informatie overdracht om te komen tot een Projectcertificaat, zie de bronverwijzing.

31 / 93

R

535

Bijlage 133

133

04. Waterhuishouding

Waterhuishouding Bijlage Nummer

Omschrijving 106 Nota Steigers en beschoeiing Enkhuizen 133 Moederbestek Standaard 2020 januari 2021

Bronverwijzingen Nummer

Omschrijving 502 MVI-criteriatool 505 Legger wateren hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 534 Downloads hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 535 Procedure informatieoverdracht Projectcertificaat

32 / 93

04. Waterhuishouding

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Hardheid R

Bronverwijzing 502

Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Duurzaamheid - Duurzaam inkopen

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) De gemeente maakt gebruik van de website https://www.mvicriteria.nl/nl voor het realiseren van sociale, innovatieve en duurzame inkoop.

Duurzaamheid - Verwerken hemelwater Duurzaamheid - Waterberging

Hemelwater van alle oppervlakten, te weten straten, parkeervakken en daken mogen worden geloosd op het oppervlaktewater, al dan niet door middel van een filter. Indien het waterschap dit eist moet een randvoorziening worden aangebracht. Regenwater zoveel mogelijk vast houden binnen het gebied door middel van waterpartijen e.d.

R

Bij nieuw te ontwikkelen projecten vroegtijdig keuzes maken rondom de meest passende, integrale waterbeheersmaatregelen, zoals groene daken, open water, half verhardingen etc. Deze maatregelen vastleggen in het bestemmingsplan. Het percentage waterberging dient per plan nader te worden vastgesteld in overleg met Waterschap en de gemeente.

R

Al het regenwater dient (tijdelijk) in het te bebouwen gebied geborgen te worden. Hiervoor dient een gedeelte van dit gebied ingericht te worden als open water. Bij de inrichting van de openbare ruimte dient gebruik gemaakt te worden van kostenefficiënte maatregelen met relevante en aantoonbare verbeteringen voor de leefomgeving, milieu en klimaat. Kostenefficiënt betekent dat de juiste afweging gemaakt wordt tussen verschillende mogelijke projecten en/of materialen en de trade offs in kaart gebracht worden.

R

Duurzaamheid - Duurzaam bouwen

Bijlage

R

B

B

502

Relevant betekent dat het ook daadwerkelijk een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek en/of klimaatadaptatie aanpakt. Aantoonbaar betekent dat het aannemelijk gemaakt moet worden, d.m.v. bijvoorbeeld Milieukostenindicatoren of een levenscyclusanalyse. Duurzaamheid - Levensduur

De SED-organisatie hanteert geen vaste minimale levensduur voor objecten. De minimale levensduur wordt per object en per project bepaald. Hierbij wordt gestreefd naar een optimum voor criteria zoals aanleg- en beheerkosten, gebruik, risico, overlast e.d..

R

Waterplan - Inhoud

Voor elke project dient een waterplan te worden gemaakt. Dit plan bevat aspecten als waterhuishouding, rioleringsplan, grondwater en klimaat. Mede wordt de samenhang tussen riolering en oppervlakte water in kwalitatieve en kwantitatieve zin aangegeven alsmede de relatie met groen en natuur.

B

33 / 93

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Afkoppelen - Nieuwe ontwikkelingen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Bij rioolvervangingen, herstraten etc. wordt al het regenwater afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bestaande woningen krijgen geen aparte HWA aansluiting. B Bij deze woningen blijven HWA en DWA gemengd. Bij alle nieuwbouw zowel van woningen als van bedrijfspanden of grote projecten van woning renovaties, regenwater van woningen en panden bovengronds afvoeren naar de openbare ruimte.

Dimensionering - Leidraad

Bereken de dimensionering van de riolering overeenkomstig de Leidraad riolering module C2100 en voorschriften uit de LIOR.

W

Dimensionering - Water op straat Dimensionering - Toetsing

Rekening houden bij dimensionering met bui 10 geen water op straat en peil maximaal 10 cm onder maaiveld.

B

Toetsing: inzichtelijk maken van de effecten bij bui 10 in het rioolstelsel en op maaiveld.

R

Dimensionering - Aanleveren tekening Dimensionering Compenserende maatregelen

Maak een tekening waarop alleen riolering met de bijbehorende gegevens en het verhard oppervlak, waarmee is gerekend, staat.

R

Injecties op bestaande stelsels kunnen zowel voor de gemeente als voor de waterkwaliteitsbeheerder aanleiding geven tot het laten treffen van compenserende maatregelen. De kosten zowel van de fysieke maatregelen als het uitvoeren van de benodigde berekeningen komen ten laste van de aanleiding gevende ontwikkeling c.q. de initiatiefnemer. Op zowel het DWA-riool als het RWA-riool mogen geen drainageleidingen worden aangesloten. Indien het een gescheiden stelsel betreft is het toegestaan de drainage op het RWA-riool aan te sluiten, als sprake is van schoon water (ontwikkelaar toont dit aan en de planbegeleider moet schriftelijk akkoord gaan).

R

Drainage - Grondwaterstand

De (historische) grondwaterstand is een belangrijke parameter. Een verlaging kan problemen veroorzaken met zettingen en droogstand van houten paalfunderingen. Een stijging kan leiden tot afsterven van boomwortels en wateroverlast in tuinen en kruipruimten en onderhoud aan kabels en leidingen; opvriezen wegen. Daarom is vaak gewenst de grondwaterstand te reguleren. Afhankelijk van de lokale situatie kan dit een tijdelijk of een permanente maatregel zijn. Bij vernieuwen riolering wordt altijd een drain mee gelegd. Deze drain dient te worden aangesloten op oppervlaktewater en dient onder peil van het oppervlaktewater te worden aangelegd.

R

Drainage - Ontwateringsdiepte

Ontwateringsdiepte: • > 0,80 m en er wordt geen stijging verwacht: geen maatregelen. • > 0,80 m en er wordt meer dan 0,30 m stijging verwacht (bomen): tijdelijke maatregelen. • < 0,80 m na uitvoering van rioolvernieuwing: permanente drainage. Ontwerp drainage als een apart stelsel volgens een maasstructuur.

R

Drainageleidingen is niet de enige oplossing om hoge grondwaterstanden te bestrijden. Het ophogen van grond of het graven (extra) singels kan effectiever en duurzamer zijn. Plaats het rioolstelsel in de as van de weg (m.u.v. hoofdwegen).

R

Plaats het HWA riool minimaal 1 m uit het hart van het DWA riool of verder, afhankelijk van de diameter van het riool en de diepteligging. Op deze wijze kunnen putten geplaatst worden. Maak de onderlinge afstand tussen horizontaal kruisende rioolbuizen minimaal 150 mm opdat de buizen elkaar niet raken bij eventuele zettingen.

R

RWA stelsels boven peil van het oppervlaktewater aanleggen, zodat de buizen bij droog weer leeg staan. Indien mogelijk nog enig afschot toepassen.

R

Kruisingsputten worden niet toegestaan cq toegepast.

R

De kolkafstand bedraagt in principe 15 m of maximaal 150 m2 verhard oppervlak per kolk.

R

Drainage - Aansluiten drainageleidingen op stelsel

Drainage - Ontwerprichtlijnen Hoge grondwaterstand Maatregelen Ligging en ontwerp Ontwerprichtlijnen

Ligging en ontwerp Kruisingsputten Ligging en ontwerp - Kolken

34 / 93

Bronverwijzing

Bijlage

506

R

R

R

R

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Hardheid R

Bronverwijzing

Bijlage

507, 508

107

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Ligging en ontwerp Bodemverhang

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Het bodemverhang van het DWA-riool moet in het algemeen 1:300 tot 1: 500 zijn, van het RWA-riool 1:500 tot 1:1000.

Ligging en ontwerp - Dekking

Riolen moeten zodanig diep worden gelegd dat deze, gerekend ten opzichte van de bovenkant van de buis, minimaal een dekking hebben van 1,20 m. Effecten op de grondbalans van alternatieve aanvullingen (materialen), zijn voor rekening van de ontwikkelaar.

R

Ligging en ontwerp - Bomen

Afstanden volgens de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI).

R

Ligging en ontwerp - Aanvullen rioolsleuf

Voor het aanvullen van de rioolsleuf dient een evenwichtsberekening te worden gemaakt. Het materiaal waarmee de sleuf wordt aangevuld mag het gewicht van het uitkomende materiaal niet overschrijden. Indien dit het geval is, lichte ophogingsmaterialen zoals bims toepassen.

R

Rioolontwerp Ontwerprichtlijnen

Ten behoeve van de aanleg van het riool dient door de ontwikkelaar, voor de gehele bouwlocatie, op basis van het stedenbouwkundig plan, een ontwerp met bijbehorende berekening te worden gemaakt, dat voldoet aan de daarvoor door het waterschap en de gemeente te stellen eisen. Het riool dient zo veel als mogelijk gesitueerd te worden onder de aan te leggen wegen en aan te sluiten op het bestaande riool. De ontwikkelaar laat het ontwerp goedkeuren door het bevoegd gezag. Het goedgekeurde ontwerp en de berekening moeten ter toetsing aan de planbegeleider worden overlegd.

B

Het rioolstelsel dient in hoofdzaak te bestaan uit: • een stelsel van leidingen en putten voor het verzamelen en afvoeren van vuilwater (droogweerafvoer, verder genoemd DWA-riool) om de circa 5 meter een PVC inlaat Ø125 mm aanbrengen, afdichten met blindkap; • een stelsel van leidingen en putten voor het verzamelen en afvoeren van regenwater (verder genoemd RWA-riool); • de benodigde regenwater overstorten op open water; • gema(a)l(en) met pompen en automatisering, besturingseenheid en persleiding(en); • alle onderdelen welke boven het maaiveld uitkomen, moeten worden gecoat in kleur RAL 6009 (grachtengroen). Bij de berekeningen van de fundering van het rioolstelsel moet in eerste instantie worden uitgegaan van een fundering op staal. Deze berekening moet worden verricht conform NEN 6744, NEN 6744/A1 en NEN 3650, waarbij het riool en de ondergrond worden getoetst aan het verticaal draagvermogen (uiterste grenstoestand, 1A- sterkte eisen in de uiterste grenstoestand) en aan de eisen met betrekking tot de zakking (grenstoestand 2 – stijfheidseisen in de bruikbaarheidsgrenstoestand). Als de fundering op staal niet voldoet aan de geldende normen en richtlijnen wordt een fundering op palen berekend volgens NEN 6743, NEN 6743/A1. Eventueel is een fundering met EPS ook toegestaan. Berekeningen moeten worden overlegd.

Wanneer er sprake is van een overgangssituatie tussen niet onderheide en een onderheide constructie dient een haalbaarheidsonderzoek plaats te vinden op basis van de eisen zoals opgenomen in NEN 3652 (aanvullende eisen voor niet-stalen leidingen in kruisingen met belangrijke waterstaatswerken). Ter bepaling van de verticale belasting moet naast de grond ook een verkeersbelasting op de leiding worden opgenomen. Uitgegaan moet worden van verkeersklasse 450. De berekeningen moeten ter toetsing aan de planbegeleider worden overlegd.

B

Rioolontwerp - Fundering

B

Rioolontwerp - Hoekverdraaing De maximale hoekverdraaiing van de leidingen moet voor pvc en betonnen leidingen voldoen aan het gestelde in NEN 7035 (betonnen rioolputten en rioolputbuizen). Aansluitingen op gebouwen en aansluitingen op onderheide putten dienen door middel van flexibele aansluitingen te worden uitgevoerd.

N

Rioolontwerp - DWA stelsel

N

Bij de berekening dient te worden uitgegaan van navolgende uitgangspunten: • Inwoners: 120l/inwoner per dag. Piekbelasting 12 l/inw. per uur. In de reeksberekening is de dagverdeling volgens de leidraad Riolering aangehouden. • Bedrijven: Bij voorkeur op basis van lozingsgegevens; indien niet bekend 0,5 m3/h per bruto hectare.

35 / 93

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Duurzaamheid - Verwerken hemelwater

Duurzaamheid - Verwerken hemelwater op eigen terrein

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) De verwerkingsvolgorde van het hemelwater is: • Verwerken op eigenterrein (gebied); • Vasthouden; • Bovengronds afvoeren naar openbare ruimte; • Afvoeren naar de watergang (gemeente). Verwerken hemelwater op eigenterrein kan door: • Toepassen van groene daken; • Toepassen van half verhardingen; • Realiseren van openwater; • Af laten stromen naar het groen, als deze grenst aan oppervlaktewater.

Bijlage

R

36 / 93

05. Riolering vrijverval en drainage

Hoofdstuk

5

Datum

25-03-22

Versie

2

Controle

Riolering vrijverval en drainage

Uitgever

DALI Uitgever

Eigenaar

Beheerder Riolering

Hardheid R

Bronverwijzing

Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden

Onderwerp Contractvorming Moederbestek

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De SED-organisatie heeft een moederbestek beschikbaar. Versie januari 2021 is als bijlage bijgevoegd; vraag altijd naar de laatste versie.

Duurzaamheid - Bestekseisen

Voor duurzaam beton zijn de eisen geformuleerd wat betreft het verhogen van de circulariteit en het verlagen van de CO2-emissie. Eveneens zijn er eisen opgenomen hoe om te gaan met vrijgekomen materialen ten aanzien van hergebruik en recycling om de circulariteit van producten te waarborgen. Met deze eisen wordt invulling gegeven aan de landelijke en gemeentelijke doelstellingen. Na afloop van de deelopdracht dient de aannemer een Projectcertificaat te overleggen aan de opdrachtgever. Voor de procedure van de informatie overdracht om te komen tot een Projectcertificaat, zie de bronverwijzing.

R

Drainage - Inmeting

Alle drainage dient ingemeten te worden. Deze gegevens aan de gemeente ter beschikking stellen.

W

Drainage Grondwaterontrekking Drainage transportriolen Materialisering

Grondwateronttrekking vindt alleen plaats na goedkeuring van de gemeente.

B

Drainage transportriolen van PP (Poly Propylene). Diameters van 200 mm tot en met 400 mm.

B

DT riolen van Ultra 3 buizen RAL 6024 (groen).

R

Drainage transportriolen Ontwerprichtlijnen Drainage transportriolen Aansluiten oppervlaktewater

DT riolen minimaal 20 cm onder waterpeil van het oppervlaktewater aanleggen.

R

Aansluiten op het oppervlaktewater middels een uitstroombak.

R

Drainage transportriolen Omhulling Drainage transportriolen Aansluiting kolken Drainage transportriolen Afschot Huisaansluitingen - Afschot

Omhulling van de DT riolen van PP700.

R

Kolken aansluiten op de DT riolen.

R

DT riolen behoeven geen afschot te hebben.

R

Afschot huis- en kolkaansluitingen gemiddeld tussen 1:50 en 1:100. Steilere afschotten, bijvoorbeeld bij kruisingen met kabels en buizen, zijn toegestaan. Geen zinkers in huisaansluitingen. Maximale lengte huisaansluitleidingen is 15 meter vanaf de erfgrens.

R

Huisaansluitingen haaks en zonder bochten aansluiten op hoofdriool.

R

Huisaansluitingen - Dekking

Dekking huisaansluitleidingen minimaal 0,6 m t.o.v. uitgiftepeil (t.p.v. erfgrens).

R

Huisaansluitingen Materialisering

Voor huisaansluitingen geld: • Kleur grijs RAL 7037 voor HWA. • Kleur roodbruin RAL 823 voor DWA. Aansluitleidingen uitvoeren in PVC SN8 .

R

Drielaagse buis, waarvan de binnenste laag bestaat uit gerecycled PVC (Ultra 3 van fabrikaat Wavin of gelijkwaardig).

R

Huisaansluitingen voor gemengde afvoer en voor vuilwaterafvoer (bij gescheiden stelsel) uitvoeren in PVC Ø160 mm. Elk perceel afzonderlijk aansluiten. Maximaal één aansluiting per buisinlaat. Onder de grond alleen haakse bochten door het toepassen van twee bochtstukken van 45 graden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11597453/1