EP Bijlage 4 LIOR versie 1.1
Tekst van het document
LEIDRAAD INRICHTING OPENBARE RUIMTE Afdeling: Status: Datum: Steller: Versie:
Leefomgeving, Team beheer Definitief 25 maart 2022 SED-organisatie 2
HANDLEIDING
LEIDRAAD INRICHTING OPENBARE RUIMTE (LIOR)
Inleiding Voor u ligt de Leidraad Iinrichting Openbare Ruimte (LIOR), waarin de gezamenlijke inrichtingseisen voor de openbare ruimte van de gemeenten die onderdeel uitmaken van de SED-organisatie (Stede Broec, Enkuizen en Drechterland) zijn opgenomen. In deze handleiding staat een korte toelichting op de LIOR en hoe er in de praktijk mee omgegaan moet worden. Ook bevat de handleiding informatie over de status, het actueel houden van de LIOR en de opzet van de specificatiebladen. Versie In juni 2021 is de eerste gezamenlijke versie van de LIOR gepresenteerd aan de betrokken medewerkers van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. De LIOR wordt toegepast in buitenruimte projecten (bouwrijp maken, woonrijp maken, herinrichting, reconstructie etc.) die door of in opdracht van de gemeenten worden voorbereid. Opzet LIOR Er is voor gekozen om de inrichtingseisen vooralsnog in een digitaal ‘losbladig systeem’ op te nemen. Dit omdat inrichtingseisen aan verandering onderhevig kunnen zijn, bijvoorbeeld als gevolg van wijzigingen in beleid, wet- en regelgeving of als gevolg van voortschrijdend inzicht. Het vervangen van een blad is – zowel digitaal als analoog - eenvoudiger en overzichtelijker dan het vervangen van een boekwerk, waardoor de actualisatiefrequentie indien gewenst hoog kan zijn.
De lay-out van de LIOR is gebaseerd op een model dat CROW heeft opgezet (Leidraad inrichten openbare ruimte, publicatie 266). Dit betekent dat er eerst een hoofdindeling is gemaakt naar structuren en objecten die bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte herkenbaar zijn. Bijvoorbeeld: wegen, riolering, groen, kunstwerken etc. Vanuit deze hoofdindeling is een nadere onderverdeling gemaakt naar eisen en richtlijnen die op stedenbouwkundig niveau (eisen m.b.t. stedenbouw, verkeer, beleid), inrichtingsniveau (eisen m.b.t. ontwerp, gebruik en prestatie) en uitvoeringsniveau (eisen m.b.t. prestatie, constructie, materiaal, bouwstoffen en beheer) van toepassing zijn. Specificatiebladen Het ‘losbladige’ systeem bestaat uit "specificatiebladen". Deze specificatiebladen zijn in deze LIOR opgenomen. Hierna is zo'n specificatieblad nader toegelicht. Een specificatieblad kent een algemeen gedeelte (bovenste gedeelte) waarin administratieve zaken zijn opgenomen en een gedeelte waarin de omschrijvingen en eisen zijn opgenomen.
VERSIE 2
PAGINA 1
© SED-organisatie
LIOR – HANDLEIDING
Administratief gedeelte − Hoofdstuk: het volgnummer van het specificatieblad (conform inhoudsopgave en – in de analoge versie – het tabbladnummer). − Datum: de datum van de laatste uitgave van het specificatieblad − Versie: het versienummer van de LIOR. − Controle: de medewerker die verantwoordelijk is voor de controle van de inhoud van het specificatieblad. − Uitgever: Eindverantwoordelijk voor de inhoud van de LIOR. − Eigenaar: Elk specificatieblad kent een eigenaar. Deze eigenaar is er verantwoordelijk voor dat de inhoud van het specificatieblad actueel is en blijft. De eigenaar informeert de coördinator van de LIOR over door te voeren wijzigingen. De eigenaar is ook betrokken bij de periodieke evaluatie van de specificatiebladen. Gedeelte met eisen/richtlijnen − Niveaus: zoals hiervoor is aangegeven zijn de eisen en richtlijnen ingedeeld op drie niveaus: stedenbouwkundig niveau, inrichtingsniveau en uitvoeringsniveau. Het stedenbouwkundig niveau bevat eisen en richtlijnen m.b.t. stedenbouw, verkeer en beleid. Het zijn eisen en richtlijnen die over het algemeen relevant zijn voor de initiatieffase en definitiefase van een project. Op het inrichtingsniveau zijn eisen en richtlijnen opgenomen m.b.t. ontwerp, gebruik en prestatie. Deze eisen en richtlijnen hebben over het algemeen betrekking op de ontwerpfase van een project (voorontwerp, definitief ontwerp).
Het uitvoeringsniveau bevat eisen die van toepassing zijn op de prestatie, de constructie, het materiaal en de bouwstoffen. Dit niveau bevat ook eisen en richtlijnen m.b.t. de realisatie en het beheer. − Categorie: de SED-organisatie bestaat uit drie verschillende gemeenten die over het algemeen gelijke inrichtingseisen stellen. Maar soms is een eis specifiek aan een gemeente gebonden, of zelfs aan een gebied binnen de gemeente. Als dit niet het geval is, staat er ‘SED-organisatie – Alle gebieden’. Als een eis op een specifieke gemeente en/of gebied van toepassing is, zijn gemeentenaam en/of gebiedssoort benoemd. − Onderwerp: Het onderwerp verdeelt het specificatieblad in een aantal logische en herkenbare onderdelen. Alle onderdelen bij elkaar geven een compleet eisenpakket voor het betreffende specificatieblad. − Eisen: afhankelijk van het niveau (stedenbouwkundig niveau, inrichtingsniveau, uitvoeringsniveau) zijn onder dit kopje de beleidseisen, de ontwerp-, gebruiks- en prestatie-eisen of de eisen m.b.t. constructie, materiaal, bouwstoffen, uitvoering en beheer opgenomen. − Hardheid: De inrichtingseisen kunnen van verschillende aard zijn. In de LIOR wordt onderscheid gemaakt tussen eisen met de hardheid van een wet (W), (gemeentelijk) besluit (B), (NEN)norm (N) of richtlijn (R). Verreweg de meeste eisen hebben de hardheid van een Richtlijn.
Dat wil zeggen dat afwijken van de eis is toegestaan, mits de afwijking is besproken met en goedgekeurd door de betreffende beheerder en de gevolgen van het afwijken inzichtelijk zijn gemaakt. Van eisen met een hardheid W, B en/of N kan in principe niet worden afgeweken. − Bronverwijzing: De LIOR moet gezien worden als aanvulling op reeds bestaande wetgeving, beleid, normen en richtlijnen. Eisen die hierin staan zijn over het algemeen niet nog eens overgenomen in de specificatiebladen. Er wordt in de kolom "Bronverwijzing" wel verwezen naar deze stukken met behulp van een nummer. Het nummer verwijst naar het tweede tab-blad (Excel bestand) of naar het laatste blad van het specificatieblad (PDF bestand) waar een overzicht van de brondocumenten is opgenomen. − Bijlage: Relevante digitaal beschikbare documenten zijn als bijlage aan de LIOR toegevoegd. Het nummer verwijst naar het tweede tab-blad (Excel bestand) of naar het laatste blad van het specificatieblad (PDF bestand) waar een overzicht van de brondocumenten is opgenomen.
VERSIE 2
PAGINA 2
© SED-organisatie
LIOR – HANDLEIDING
Gebruik LIOR In juni 2021 is de eerste versie van de gezamenlijke LIOR gerealiseerd en verspreid over de relevante afdelingen. Deze eerste versie is tot stand gekomen door de opgave van eisen en uitgangspunten door verschillende specialisten, ontwerpers, verkeerskundigen, toezichthouders en beheerders en door het “kruiselings” controleren (beheerder controleert opgave van ontwerper v.v., ontwerper controleert opgave verkeerskundige v.v. etc.). Aangezien de LIOR een ‘levend’ document is, wordt aanbevolen om voorafgaand aan het verstrekken van specificatiebladen aan derden te controleren of de aangegeven eisen de juiste zijn. Dit kan bijvoorbeeld door bij het interne startoverleg van het project een projectgebonden programma van eisen op te stellen en daarbij gezamenlijk vast te stellen of alle eisen uit LIOR integraal van toepassing worden verklaard. Mogelijk moeten specifiek voor dat project geldende eisen worden gesteld of uitzonderingen worden gemaakt. De resultaten van de aanpassingen moeten worden vastgelegd in het verslag van de bespreking. Let wel, op het moment dat wordt besloten om af te wijken van de LIOR, moet dit zijn kortgesloten met de desbetreffende beheerder(s), dit is vaak ook de eigenaar van het specificatieblad. De consequenties van de afwijking (bijvoorbeeld ten aanzien van beheer en de kosten die ermee gemoeid zijn) moeten in beeld zijn.
Actualisering LIOR Zoals hierboven is aangegeven, de LIOR is een levend product. Met andere woorden, het is nooit echt "klaar". Wijzigingen in beleid, wet- en regelgeving, maar ook bijvoorbeeld een projectevaluatie van beheer naar voorbereiding of praktijkervaring met materialen of (verhardings)constructies kunnen allen aanleiding zijn om aanpassingen in de LIOR door te voeren. Dat dit ook zorgvuldig gebeurt, is erg belangrijk omdat anders bijvoorbeeld verouderde eisen van toepassing worden verklaard of een materiaal of een ontwerp waarmee slechte ervaringen zijn opgedaan opnieuw wordt voorgeschreven in een bestek. Om die reden kent elk specificatieblad een "eigenaar". Deze eigenaar is een specialist op het gebied van het betreffende specificatieblad (vaak de beheerder) en is er verantwoordelijk voor dat het specificatieblad actueel blijft. Dit geldt niet alleen voor de eisen die zijn vermeld, maar ook voor de verwijzing naar de brondocumenten, het soort eis (wet, besluit, norm, richtlijn) etc. Alle eigenaren komen onder leiding van de LIOR-coördinator minimaal 1 keer per jaar bijeen om de LIOR te evalueren. De LIOR-coördinator zorgt ervoor dat alle opmerkingen en verbeteringen centraal worden verwerkt en dat de aangepaste specificatiebladen (digitaal) worden verspreid.
Indien er reden is om buiten de vaste evaluatiemomenten om een aanpassing in een specificatieblad door te voeren, is dat ook mogelijk. Tot slot Een succesvolle (door)ontwikkeling van LIOR valt of staat in eerste instantie met maar één criterium: de LIOR moet gebruikt worden, toegepast worden bij de dagelijkse werkzaamheden. Dus: pas het zoveel als mogelijk is toe in de dagelijkse praktijk. Toets de eisen en voorschriften die erin staan in de dagelijkse praktijk. En geef gevraagd en ongevraagd terugkoppeling aan de LIOR-coördinator. Alleen op die manier kan de LIOR verder worden verbeterd en een toegevoegde zijn op de kwaliteit van de openbare ruimte en op de communicatie tussen de beleidsmedewerker, ontwerper, verkeerskundige, werkvoorbereider, toezichthouder en beheerder! Alle gebruikers van LIOR zijn er zelf verantwoordelijk voor dat gewerkt wordt met de meest recente versies van de specificatiebladen. Indien LIOR digitaal ter beschikking is gesteld en een gebruiker besluit de specificatiebladen uit te printen, dient regelmatig gecontroleerd te worden of er geen nieuwere versies beschikbaar zijn.
VERSIE 2
PAGINA 3
© SED-organisatie
LIOR – HANDLEIDING
01. Openbare verlichting .................................................................................................................................................................................................................. 1 02. Weginfrastructuur verkeer ....................................................................................................................................................................................................... 16 03. Weginfrastructuur verhardingen ............................................................................................................................................................................................. 21 04. Waterhuishouding .................................................................................................................................................................................................................... 27 05. Riolering vrijverval en drainage ............................................................................................................................................................................................... 33 06. Persleiding, drukriolering, gemalen en pompen ..................................................................................................................................................................... 44 07.
Grondwerk en milieu ................................................................................................................................................................................................................ 47 08. Civieltechische kunstwerken .................................................................................................................................................................................................... 53 09. Nutsvoorzieningen .................................................................................................................................................................................................................... 63 10. Groen......................................................................................................................................................................................................................................... 67 11. Straatmeubilair ......................................................................................................................................................................................................................... 80 12.
Spelen ........................................................................................................................................................................................................................................ 86 13. Afvalinzameling ........................................................................................................................................................................................................................ 90
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Programma van eisen openbare Ten aanzien van de openbare verlichting zijn eisen opgesteld om te komen tot een duidelijke en eenduidige verlichting dat voor een openbare, verkeers en verlichting - Algemeen sociale veiligheid zorgt. De openbare verlichting dient, uit het oogpunt van onderhoud en beheer, uitsluitend met behulp van door de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (hierna te noemen SED) goed te keuren materialen te worden aangelegd. In de gevallen, waarin het LIOR-hoofdstuk Openbare verlichting onduidelijk is of niet in voorziet, dient overlegd te worden met de SED-organisatie. Duurzaamheid - Levensduur
De SED-organisatie hanteert geen vaste minimale levensduur voor objecten. De minimale levensduur wordt per object en per project bepaald. Hierbij wordt gestreefd naar een optimum voor criteria zoals aanleg- en beheerkosten, gebruik, risico, overlast e.d..
R
Voorwaarden voor Derden die op projectbasis openbare verlichtingswerken uitvoeren die na het gereed komen aan Gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland in projectontwikkelaars eigendom en beheer worden overgedragen, dienen aan de voorwaarden te voldoen die zijn benoemd bij het onderwerp 'Voorwaarden voor Voorwaarden projectontwikkelaars'. Voorwaarden voor De projectontwikkelaar: projectontwikkelaars - Definitief • Dient voor het onderdeel Openbare Verlichting een vakbekwame vertegenwoordiger aan te wijzen; ontwerp projectontwikkelaar • Dient het gehele ontwerp te laten voldoen aan de “SED openbare verlichting PvE”; • De SED heeft een moederbestek die gebruikt kan worden als vertrekpunt voor het opstellen van een werkbestek; • Dient voorafgaand aan de werkzaamheden een compleet plan ter goedkeuring aan de gemeente aan te bieden. Dit plan dient een verlichtingsplan inclusief lichtberekeningen, een OV-netwerk ontwerp, bereke-ningen en een kabelplan met aansluitgegevens te bevatten; • Dient ter goedkeuring aan de SED Gemeenten een lijst van de te verwerken materialen te verstrekken; • Dient ter goedkeuring aan de SED Gemeenten een beheertoets te overhandigen. In deze beheertoets staat genoteerd wat de verwachte onderhoud kosten gaan worden om de openbare verlichting installatie tot het einde van de technische levensduur en per jaar te laten functioneren.
• Led-armaturen dienen te voldoen aan de gestelde technische eisen van de SED gemeenten; • Heeft een vergunning en toewijzing van het kabeltracé voor het geprojecteerde OV kabelnet, inclusief de eventueel te plaatsen voedingskasten.
R
Voorwaarden voor projectontwikkelaars Uitvoering
De projectontwikkelaar is verplicht om tien werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden de gemeente schriftelijk in kennis te stellen van zijn voornemen.
R
Hij dient voorafgaand aan het aansluiten van de installatie op het gemeentelijk OVL-net contact op te nemen met de beheerder van de Openbare Verlichting van gemeente. Daarnaast is hij tijdens de voortgang van de werkzaamheden vanaf bouwrijp maken en/of het woonrijp maken tot aan het moment van overdracht aansprakelijk voor het functioneren en de veiligheid van de installatie. De overdracht van de installatie aan de gemeente kan plaatsvinden als aan alle voorwaarden, die zijn vermeld in het LIOR hoofdstuk Openbare Verlichting, onderdeel Oplevering en garanties, is voldaan.
R
De projectontwikkelaar en of de aannemer vrijwaart gemeente, vanaf de aanvang van de werkzaamheden tot de oplevering en overdracht aan de gemeente, van alle aansprakelijkheidstellingen, vervolg schades en schadeclaims van derden als gevolg van leveringen en werkzaamheden;
R
Situaties waarin in dit programma van eisen niet voorziet, dienen vooraf te worden overlegd met de be-heerder van de Openbare Verlichting of diens vertegenwoordiger.
R
Voorwaarden voor projectontwikkelaars Overdracht Voorwaarden voor projectontwikkelaars - Overige bepalingen
1 / 93
Bijlage
R
R R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpeisen Verlichtingseisen
Ontwerpeisen Verlichtingsontwerp
Ontwerpeisen - Lichthinder
Ontwerpeisen Verlichtingsklassen
Ontwerpeisen - Plaatsing lichtmasten
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Het verlichtingsontwerp dient te voldoen aan: N • de Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR)13201:2017 • het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) • normen en wetten die betrekking hebben op openbare verlichting. De opdrachtnemer dient aan te tonen dat een verlichtingsontwerp (en de elektrische installatie) aan deze eisen voldoet. Het Verlichtingsontwerp dient minimaal te bestaan uit: R • Lichtberekeningen met ontwerpgegevens en toetsbare resultaten: - Minimaal op te nemen ontwerpgegevens: Projectnaam, ontwerper, profielbreedte, lichtpunthoogte, uithouderlengte, armatuurhoek (tilt), afstand mast rijbaan, lichtpuntafstand, armatuurgegevens (merk, type, vermogen, lichtstroom etc), reflectiefactoren en de terugvalfactor (depreciatie); - Minimaal op te nemen toetsbare resultaten: Egem, Emin, Emax, Uh (Emin/Egem) en een overzicht van de hoeveelheid berekeningspunten (raster of aantal). • Tekening met locatie en type verlichtingsobjecten / mastnummers / renvooi. • In de renvooi minimaal vermelden: verklaring toegepaste symbolen. Type verlichtingsobjecten: Masttype, hoogte, kleur, Armatuur, type, vermogen, stroom, lichtstroom, dim-tijd schakelscenario, kleurtemperatuur en optiek vermeld te worden; • Overzichtstekening met locaties van berekeningen.
Gegevens dienen door de opdrachtnemer digitaal aangeleverd te worden in PDF.
R
Een verlichtingsontwerp dient ter beoordeling aan de directie aangeboden te worden.
R
Op verzoek van de SED-organisatie dient de opdrachtnemer alle gebruikte basisbestanden t.b.v. het verlichtingsontwerp (dwg/dgn), lichtberekening (dlx/ rtmr), lichtberekeningstabellen (I-tabellen/ltd) en kabelplan ter beschikking te stellen. Verlichtingsberekeningen dienen gerealiseerd te worden middels één van de onderstaande software pakketten: • Dialux 4.13 of hoger; • Lighting Reality Pro versie 1.8 of hoger. De verlichtingsinstallatie dient zo ontworpen te zijn dat deze niet meer dan het wegdek en/of het openbare verblijfsgebied verlicht. Uitstraling buiten het wegdek en/of openbaar verblijfsgebied moet zo veel mogelijk vermeden worden conform de richtlijnen van de NSVV met betrekking tot lichthinder en vervuiling.
R
De volgende verlichtingsklassen worden gewenst door de SED-organisatie: • Grote ontsluitingswegen M5, conflict gebieden C4; • Wijkontsluitingswegen M6, conflict gebieden C5; • Industriegebieden P4. conflict gebieden C5; • Overige wegen: verlichtingsklasse P5 ,conflict gebieden C4; • Woon- en 30KM gebieden: verlichtingsklasse P5/P6; • Zebrapaden en oversteekplaatsen worden gezien als conflictgebieden. De plaatsbepaling van lichtmasten in woonstraten is gerelateerd aan de erfafscheidingen en inritten in deze woonstraten. Er dient rekening gehouden te worden met o.a. inritten van parkeervoorzieningen op eigen erf. Bij de locatie bepaling moet rekening gehouden worden dat deze niet naast rolemmer opstelplaatsen of vuilcontainers staan, dit i.v.m. schade die mogelijk veroorzaakt wordt tijdens inzameling. De minimale afstand naast een boom hangt af van de groei van een boom bovengronds, zie bij “Lichtmast naast bomen”.
R
Lichtmasten die op een vrij liggend voetpad met een verhoogde band staan, dienen minimaal 0,50 meter van de rijweg af te worden geplaatst. Is er geen verhoogde trottoirband dan dient deze afstand minimaal 0,75 meter te zijn. De vrije doorgang op het voetpad dient bij lichtmasten minimaal 1,20 meter te bedragen en obstakelvrij tot een hoogte van 2,20 meter.
R
2 / 93
Bronverwijzing Bijlage 540, 542, 541, 543
R
R
R R R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpeisen - Plaatsing lichtmasten
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Lichtmasten die op een industrieterrein geplaatst worden, dienen minimaal 1,00 meter van de rijweg af te worden geplaatst incl. bescherming.
Waar stegen uitkomen op de openbare weg en parkeerplaatsen, dient waar dit mogelijk is, een lichtpunt als een oriëntatieobject te worden geplaatst.
R
Bij het plaatsen van openbare verlichting mag er geen hinder plaatsvinden voor voetgangers, mensen met kinderwagens e.d., en mensen die gebruik maken van een persoonlijke hulpmiddelen zoals rolstoelen, rollators, e.d. Er dient voorkomen te worden dat lichthinder ontstaat door lichtmasten die zodanig geplaatst zijn dat de verlichting hinderlijk bij woningen naar binnen schijnen. Met lichthinder is het onder andere belangrijk dat bij ontwerp rekening gehouden wordt met bebouwing/raam posities.
R
Ontwerpeisen Vrij liggende oversteekplaatsen worden verlicht als, van schemer tot zon op, meer dan ca. 200 fietsers en voetgangers van deze overgang gebruik maken en als Oversteekplaatsen de veiligheid niet op een andere wijze kan worden gewaarborgd. Ontwerpeisen - Parkeerplaatsen Op parkeerplaatsen in woongebieden, waar sociale controle ontbreekt, is de voorkeur lichtpunthoogte 4 meter of hoger. Bij parkeervakken dienen de lichtmasten op de vak scheidingen te worden geplaatst.
R
Ontwerpeisen Oriëntatieverlichting
Oriëntatieverlichtinq wordt toegepast op onverlichte wegen waar discontinuïteiten, zoals onverwacht scherpe bochten en de samenkomst van meerdere weggedeelten, in het wegbeeld moeten worden geaccentueerd. Bij discontinuïteiten zonder mogelijkheden de weg te betreden dan wel te verlaten, wordt een lichtmast ter plaatse van, of twee lichtmasten aan weerszijden van de discontinuïteit geplaatst. Bij de samenkomst van meer dan twee weggedeelten is het aantal lichtmasten en hun opstelling afhankelijk van de situatie ter plaatse.
R
Buiten de bebouwde kom wordt alleen oriëntatieverlichting geplaatst in die gevallen waarin: • veiligheid van het verkeer of de persoonlijke veiligheid van voetgangers en (brom)fietsers dit noodzakelijk maakt; • de situatie voor de weggebruikers onvoldoende overzichtelijk is met behulp van alleen de verlichting van het eigen voertuig; • andere middelen, zoals toepassen van markering, ontoereikend zijn. Het verloop van scherpe of onoverzichtelijke bochten in het buitengebied, wordt vergroot door middel van reflec-terende en begeleidende materialen. Als dit niet voldoende is, kan er verlichting worden geplaatst. Openbare verlichting in parken wordt achterwege gelaten om schijnveiligheid te voorkomen. Landelijke- en natuurgebieden dienen in principe niet te worden voorzien van openbare verlichting.
R
De “Wet Natuurbescherming” beschermt leefgebieden van diverse planten- en diersoorten. Deze leefgebieden bevinden zich vooral in landelijke- en natuurgebieden buiten de bebouwde kom. Dit houdt in dat de verlichting in deze gebieden moet worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Wanneer desondanks toch openbare verlichting noodzakelijk blijkt, is het zaak eventueel strooilicht tot een minimum te beperken. Binnen de SED gemeenten zijn wegen in landelijke- en natuurgebieden om deze reden zeer terughoudend verlicht. Als de locatie aan te merken is als een 'black spot’ (een ongevallenlocatie waarbij in een aangesloten periode van 3 jaar minimaal 4 letselongevallen zijn geregi-streerd), wordt aanleg van openbare verlichting overwogen conform de afweging van verlichting buiten de bebouwde kom.
R
Fietsers lopen over het algemeen een verhoogd risico om betrokken te raken bij een ongeval. In de SED gemeenten zijn fietsroutes die intensief gebruikt worden en waar de toegevoegde waarde van openbare verlichting is aangetoond (zoals de vrij liggende fietspaden in de bebouwde kom) verlicht. Afgelegen fietspaden, waarlangs geen of slechts weinig bebouwing aanwezig is en waar dus onvoldoende sprake is van sociale controle, worden in principe niet verlicht. De bedoeling hiervan is dat fietsers dan zullen kiezen voor wel verlichte en 'sociaal gecontroleerde' fietsroutes. Wanneer deze onverlichte routes onevenredig lang zijn, is het aan te raden voor deze specifieke situatie(s) dit uitgangspunt te heroverwegen en eventueel aanvullende maatregelen te nemen.
R
Ontwerpeisen - Bochten buitengebied Ontwerpeisen - Landelijke- en natuurgebieden
Ontwerpeisen - Fietsroutes
3 / 93
Bijlage
R
R
R R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpeisen - Fiets- en voetpaden
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Fiets- en voetpaden die bij duisternis veelvuldig gebruikt worden, en waarvoor geen acceptabel alternatief voorhanden is, worden verlicht. Als een fiets- of R voetpad op een afstand van minder dan twee meter van een weg ligt, wordt zij verlicht door de verlichting van de weg zelf. Wanneer het fiets- of voetpad op een afstand van meer dan twee meter gelegen is, of van de hoofdweg is gescheiden door bomen en/of struiken, wordt aparte verlichting aangebracht
Ontwerpeisen - Gelijkwaardige kruispunten
Kruispunten worden of verlicht of geaccentueerd met behulp van reflecterende materialen. Bij drukke kruispunten worden eveneens, als deze al niet verlicht zijn, de aanliggende wegen over een afstand van 50 tot 100 meter van (in niveau afnemende) verlichting voorzien. Bij kruispunten met een lage verkeersintensiteit kan worden volstaan met oriëntatieverlichting. Kruispunten voorzien van plateaus worden in alle gevallen verlicht.
R
Ontwerpeisen Voorrangskruispunten
Op en rond een voorrangskruispunt van twee gebiedsontsluitingswegen wordt altijd verlichting aangebracht. Op een voorrangskruispunt, gevormd door een gebiedsontsluitingsweg en een erftoegangsweg kan eventueel worden volstaan met oriëntatieverlichtinq. Wegvakken tussen twee verlichte kruispunten, korter dan 300 meter, zijn ver-licht om de eenduidigheid van het verkeersbeeld te waarborgen. Op voorrangskruispunten met een verkeersregel-installatie worden lichtbronnen gebruikt die een zo hoog mogelijke mate van kleurherkenning mogelijk maken. Lichtmasten zijn zodanig opgesteld dat zij door weggebruikers niet in een lijn worden gezien met de verkeerslan-taarns.
R
Ontwerpeisen - T-splitsingen
Bij het verlichten van T-splitsingen dient een verlichtingsobject bovenaan de T, ter hoogte van de wegas geplaatst te worden.
R
Ontwerpeisen - Zijwegen
Bij het verlichten van een zijweg dient direct om de hoek een verlichtingsobject geplaatst te worden.
R
Ontwerpeisen - Parallelwegen
Een parallelweg is meestal van een lagere orde dan de weg waarlangs zij gelegen is. In een dergelijk geval wordt of alleen de hoofdweg of beide wegen verlicht. In het laatste geval verschilt de uitvoering van de beide verlichtingsin-stallaties zodanig van elkaar dat eventuele misleiding is uitgesloten. Dit is bijvoorbeeld te realiseren door middel van de lichtkleur of een verschil in lichtpunthoogte. De lichtmasten langs beide wegen zijn bij voorkeur 'met de rug naar elkaar toe' geplaatst. Rotondes dienen altijd voorzien te worden van verlichting. De opstelling en het verlichtingsniveau dragen bij aan de waarneem-baarheid en de herkenbaarheid van de rotonde. Het verlichtingsniveau op de rotonde is minimaal 1,5 keer het niveau van dat van de aanliggende wegen (als conflict zone berekenen). Bij afwezigheid van openbare verlichting langs de aansluitende wegen, worden deze wegen over een afstand van minimaal 50 m eveneens van (in niveau afnemende) verlichting voorzien. Bij een hoge verkeersintensiteit zijn de, aan een spoorwegovergang aansluitende wegen over een afstand van minimaal 50 tot 100 m van, in niveau afnemende verlichting voorzien. Bij spoorwegovergangen in wegen met een lage verkeersintensiteit kan worden volstaan met oriëntatieverlichtinq of met accentuering door middel van re-flecterende materialen.
Plaatsing van openbare verlichting vindt plaats buiten de erfgrens, dit is 11 meter van het spoor.
R
Ontwerpeisen Wegversmallingen en snelheidsvertragende voorzieningen Ontwerpeisen - Wisselend verloop Ontwerpeisen - In- en uitritten
Permanente wegversmallingen of -snelheidsvertragende voorzieningen worden tijdens de donkere periodes verlicht als zij een potentieel gevaarlijke situatie kunnen veroorzaken.
R
In situaties waarin het verloop van de weg slecht zichtbaar is, omdat dit sterk wisselt, wordt verlichting aangebracht.
R
De afstand tussen in- en uitritten en verlichting is minimaal 1 meter.
R
Ontwerpeisen - Verlichting en bomen
Lichtmasten dienen minimaal 4 meter uit het hart van een boom te staan, afwijken van deze regel dient altijd in overleg met de opdrachtgever te geschieden. Als bomen langs een al verlichte weg worden geplaatst of als bomen en openbare verlichting rondom dezelfde tijd worden geplant c.q. geplaatst, worden de opstellingspatronen op elkaar afgestemd. Gezien de invloed op de te realiseren verlichtingskwaliteit, is de onderlinge afstand tussen de lichtmasten in zo'n geval leidend. Dit betekent dat men al bij het ontwerp van de verlichtingsinstallatie rekening moet houden met de toekomstige grootte van de kruin en met de uiteindelijke omvang van het wortelstelsel (zie ook bij 'Lichtmast naast bomen').
R
Ontwerpeisen - Rotondes
Ontwerpeisen Spoorwegovergangen
4 / 93
Bronverwijzing
Bijlage
R
R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpeisen - Verlichting en bomen
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Als bomen langs een weg staan, is de gemeente bij het plaatsen van lichtmasten afhankelijk van de plaats van de bomen. Wanneer een OVL kabel een bomenrij kruist, wordt deze kabel op een gelijke afstand tot de twee bomen gelegd. Bij het graven van de kabelsleuf is hiermee te voorkomen dat het wortelstelsel van deze bomen beschadigt, mits bomen vergenoeg uit elkaar staan. Om de vrije doorgang van het verkeer te garanderen zijn volwassen bomen, afhankelijk van de soort en indien mogelijk, zodanig opgesnoeid dat een vrije doorrijhoogte van ca. 5 meter ontstaat. In die gevallen waarin dit niet mogelijk is, wordt ter plaatse naar een passende oplossing gezocht. Denk hierbij aan lagere lichtmasten, lichtmasten met een langere uithouder of door de verlichtingsarmaturen te bevestigen aan een overspanning.
Ontwerpeisen - Lichtmast naast De plaatsing van bomen in een ontwerp moet gerelateerd zijn aan de plaatsing van de lichtmasten, zodat zij elkaar niet hinderen en het gewenste lichtbeeld bomen gehandhaafd kan worden. Er moet uitgegaan worden van de volwassen afmetingen (boven- en ondergronds) van de gekozen boomsoort.
R
Voor het plaatsen van de lichtmast moeten de gegevens bekend zijn van het wortelpakket, takvrije stam en de kroonbreedte van een bestaande of te planten boom. Met deze gegevens is aan de hand van de Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR)13201:2017 de mastafstand vanaf de boom te bepalen. Die vervolgens in het ontwerp overgenomen kunnen worden. Lichtmasten moeten buiten de (toekomstige) wortelpakket van de bomen geplaatst worden.
R
Ontwerpeisen - Speelterreinen
Het al dan niet aanbrengen van verlichting bij speelterreinen wordt per locatie bekeken en afgewogen.
R
Ontwerpeisen - Bushaltes
Bij bushaltes zijn lichtpunten geplaatst zodat de omvang van de halte wordt geaccentueerd. De meest belangrijke reden hiervoor is het bevorderen van de sociale veiligheid en het zicht van de buschauffeur op wachtende passagiers. Als ter plaatse een abri aanwezig is, wordt ook hierin verlichting aangebracht.
R
Ontwerpeisen - Achterpad verlichting
Achterpaden zijnde geen openbaar gebied en worden niet voorzien van openbare verlichting.
R
Achterpaden zijn veelal eigendom van woningbouwverenigingen, verenigingen van eigenaren of, in het geval van een gezamenlijke aanpak, de bewoners. Daarnaast zijn achterpaden echter ook toegankelijk voor iedereen, waarmee ze een openbaar karakter hebben.
R
Vanwege het particuliere eigendom wordt het uit veiligheidsoverwegingen verlichten van achterpaden in de gemeente overgelaten aan de eigenaar. Daar waar achterpaden een doorgaande functie hebben en/of deel uit maken van wijken met politiekeurmerk, heeft de eigenaar wel de mogelijkheid de verlichting aan te sluiten op het openbare verlichtingsnet. De kosten voor de installatie en groot onderhoud zijn voor de eigenaar(s). De energiekosten en kosten voor klein onderhoud kunnen in sommige gevallen afgekocht worden bij de gemeente.
R
Ontwerpeisen - Ondergrondse inzamelcontainers en Rolcontainer opstellocaties
Bij ondergrondse inzamelcontainers moet minimaal 2 meter afstand zijn tussen de buitenrand van de inrichting en een eventueel te plaatsen lichtmast. Voor rolcontainer opstellocaties geldt hetzelfde.
R
Ontwerpeisen - Brandkranen
De afstand tussen brandkranen en lichtmasten dient minimaal 1 meter te zijn.
R
Ontwerpeisen - Bruggen en tunnels Ontwerpeisen - ANWB masten
De noodzaak tot het verlichten van bruggen en tunnels wordt per locatie bekeken en afgewogen.
R
Bij een eventuele plaatsing van openbare verlichting in combinatie met een ANWB-mast vindt in nader overleg met de gemeente plaats.
R
5 / 93
Bijlage
134
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpeisen - Borden aan lichtmasten
Ontwerpeisen Lichtarchitectuur
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Verkeersborden e.d. moeten vastgezet worden aan lichtmasten m.b.v. geschikt montage materiaal (RVS afspanbanden-anti-diefstal, beugelmateriaal en R rubberen beschermband). De rubberen beschermband is een platte rubbere band met een rubberen verdikking aan weerskanten, waarbinnen de afspan band valt. Dit om te voorkomen dat de afspanband door windinvloeden gaandeweg op de lichtmast belandt en schade veroorzaakt aan de lichtmast wat resulteert in roestvorming. Met lichtarchitectuur kan een gemeente haar eigen identiteit benadrukken. Echter, structureel verlichten van karakteristieke gebouwen, objecten en andere R herkenningspunten wordt niet verder uitgebreid. De SED gemeenten faseren deze verlichting uit. Mocht er door derden een wens ontstaan om lichtarchitectuur aan te brengen die na oplevering vervalt aan de gemeente, dan dienen de volgende aspecten mee R genomen te worden in de overweging en voorbereiding: • omgeving vergunning en toetsing welstandscommissie is nodig; • aan Rijksmonumenten mag geen lichtarchitectuur aangebracht worden of dit moet goedgekeurd worden na het door lopen van een omgeving vergunning aanvraag en toetsing door de welstandscommissie; • hanteren van Algemene richtlijn betreffende lichthinder van de NSVV; • hanteren “Wet Natuurbescherming” t.b.v.
beschermt leefgebieden van diverse planten- en diersoorten; • verlichten van zowel openbare als particuliere gebouwen en/of locaties mogen geen negatieve invloed hebben op de verkeersveiligheid en op het wooncomfort van particuliere woningen in de directe omgeving; • mocht dit wel het geval zijn dan moet het hinderlijke licht worden afgeschermd; • waar een afdoende afscherming niet mogelijk is zal ter plekke moeten worden vastgesteld op welke wijze de ondervonden lichthinder zoveel mogelijk kan worden beperkt; • door derden dient een onderhoud- en beheercontracten afgesloten te worden, dan wel afgekocht voor de gehele technische levensduur van de lichtarchitectuur installatie; • tevens dient de verwijder bijdrage na einde technische levensduur afgekocht te zijn, of anders geregeld te zijn; • na het aanbrengen en later verwijderen mogen er geen voorwerpen uitsteken, tevens dienen de mogelijke bevestiging gaten/punten zo afgewerkt/gedicht zijn dat de bevestiging constructie zo hersteld is dat er geen verdere degradatie optreed; • de elektrische- en verlichting installatie dient conform de daarvoor gelden NEN normen aangebracht te worden en zal op kosten van de initiator door de gemeente gekeurd worden; • t.b.v. de energieaansluiting moet de installatie aan te sluiten zijn op een buitenkast (bijvoorbeeld Eleq 2RVS31) waar een Eleq LS-94/5L2303 in aangebracht kan worden.
Deze kast is onderdeel van de door initi-ator aan te brengen installatie; • de buitenkast moet toegankelijk zijn voor de gemeente d.m.v. een Wilka cilinder; • na een goedgekeurde installatie kan de energieaansluiting in opdracht van de gemeente, als dit zo over-eengekomen is, geregeld worden. Deze energieaansluiting zal alleen aangesloten worden op een buitenkast zoals eerder aangegeven; • De gemeente is te allen tijde bevoegd lichtarchitectuur, op eigen kosten of op aanwijzing te laten verwij-deren, indien zulks in het belang van de openbare orde, het wegnemen van overlast voor de omgeving of het uitvoeren van reconstructiewerkzaamheden noodzakelijk is. Bij reconstructie wordt op kosten van de gemeente de lichtarchitectuur herplaatst in overleg met de eigenaar; • Voor sfeerverlichting zie de bijlage.
6 / 93
R
Bronverwijzing
Bijlage
135 135
135
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Objecten en eisen Inrichtingsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Ontwerpeisen - Bijzondere locaties
Ontwerpeisen - Beheertoets
Ontwerpeisen - Dynamische verlichting algemeen Gemeente Drechterland - Alle gebieden Gemeente Enkhuizen - Alle gebieden Gemeente Stede Broec - Alle gebieden
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid Binnen de SED gemeenten zijn enkele bijzondere locaties te onderscheiden, waar afgeweken wordt of kan worden van de standaard uitgangspunten ten aanzien R van de openbare verlichting. Openbare verlichting configuraties worden vooraf vastgesteld in samenspel met de gemeente of aangegeven in de aanvullende project programma van eisen (PvE): • Stede Broec, Winkelcentrum Streekhof Bovenkarspel t.p.v. De Middend e.o.; Schreder Inoa • Stede Broec, Boerenhavenplein; • Stede Broec, Lutjebroek, plein t.p.v. Kruispunt P.J. Jongstraat/Fresialaan/1e Rozenstraat; • Enkhuizen, Centrum, Nostalgische verlichtingsobjecten (zie bijlage) • Drechterland, Hoogkarspel, Raadhuisplein; • Drechterland, Oostblokker/ Venhuizen/ Schellinkhout, Nostalgisch; locatie geeft gemeente aan. Bij vernieuwingen en uitbreidingen van de openbare verlichting installatie dient er ter goedkeuring aan SED gemeenten een beheertoets te worden overhandigd. R In deze beheertoets staat genoteerd wat de verwachte onderhoud kosten gaan worden om de openbare verlichting installatie tot het einde van de technische levensduur en per jaar te laten functioneren. Bij het toepassen van dynamisch besturingssysteem dient de ontwerper vooraf contact op te nemen met de beheerder van de openbare verlichting.
In de bijlage R is een voorbeeld voor een dynamische fietspadverlichting opgenomen.
Ontwerpeisen - Reclameborden Reclameborden aan lichtmasten zijn niet toegestaan. Verlichte reclameborden vormen, dankzij de grote hoeveelheid horizontaal uitgestraald licht, een grote aan lichtmasten bron van Iichthinder. Dit heeft negatieve gevolgen voor de verkeers- en sociale veiligheid. Verder kan het reclamebord de lichtmast te zwaar belasten waardoor een breukrisico ontstaat. Ontwerpeisen - Reclameborden Voor de gemeente Enkhuizen is er beleid opgesteld voor het plaatsen van reclameborden aan lichtmasten. Toestemming kan worden aangevraagd door middel aan lichtmasten van het aanvragen van een omgevingvergunning.
R
Ontwerpeisen - Reclameborden Voor de gemeente Stede Broec is er beleid opgesteld voor het plaatsen van reclameborden aan lichtmasten. Toestemming kan worden aangevraagd door middel aan lichtmasten van het aanvragen van een omgevingvergunning.
R
7 / 93
Bronverwijzing
Bijlage 137, 135
135
R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp OVL configuraties - Principes
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hardheid De openbare verlichting sluit aan op het dorpse karakter, de cultuurhistorie en de landelijke uitstraling door in te zetten op rust, eenvoud en continuïteit bij de R keuze van lichtsoort en armaturen. Hierbij vindt een zorgvuldige afstemming per structuurelement (Hoofdwegen, gebiedsontsluitingswegen, e.d.). De gemeente streeft na om de burger ook op de lange termijn een veilige leef- en woon- en werkomgeving te bieden. Tevens is het doel om de kwaliteit van het openbaar verlichtingsareaal te verbeteren, waarbij rekening wordt gehouden met kostenverlaging voor onderhoud, energieverbruik, CO2 en afvalstoffen. Met het gebruik van standaardtypen masten en armaturen wil de gemeente als beheerder van de openbare verlichting een aantal doelen bereiken: • Efficiënter beheer en onderhoud • Inkoopvoordelen • Met de keuze voor masten en armaturen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit
R
De keuze is afgestemd op de specifieke kenmerken van de openbare ruimte en de bebouwde omgeving. Hierbij wordt uitgegaan van een beperkt aantal standaarden om de ruimtelijke eenheid in gebieden of van wegen te bevorderen. We onderscheiden de volgende structuurelementen: • hoofdwegen • gebiedsontsluitingswegen • winkel-/buurtcentrum • monumenten/historische locaties • woonwijk • achterpaden • fiets-/voetpad • solitair fiets-/voetpad • recreatieve paden en wegen • sport • haven • bedrijventerrein • parkeerterrein • groengebied/parken • buitengebied
R
Configuraties en functies die nader omschreven worden dienen doormiddel van lichtberekeningen per toepassing voorstel aangeleverd te worden ter goedkeuring. Materialisatie keuzen vooraf afstemmen met de beheerder van de openbare verlichting.
R
OVL configuraties - Hoofdwegen Lichtpunthoogte: 6/7,5/9 meter (PMF masten)
OVL configuraties Gebiedsontsluitingswegen
OVL configuraties - Winkel/buurtcentrum
Bronverwijzing
Bijlage
R
Armatuur type: Schréder Teceo1/Lightwell Luxis small (Anti glare)
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Lichtpunthoogte: 6/7,5/9 meter (PMF masten)
R
Armatuur type: Schréder Teceo S of 1/Lightwell Luxis small (Anti glare)
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dimtijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Bijzondere verblijfsgebieden b.v. rondom buurt- en winkelcentra vragen vaak een specifieke verlichting vanwege bijzondere functie en/of karakter van het gebied. In aanvullende project gerelateerde programma van eisen zal de gemeente een passende mast- en armatuur configuratie aangeven.
R
8 / 93
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp OVL configuraties - Winkel/buurtcentrum
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
OVL configuraties Monumenten en historische locaties
Bijzondere monumenten/historische locaties b.v. centrum Enkhuizen vragen om een specifieke verlichting vanwege bijzondere functie en/of karakter van het gebied. In aanvullende project gerelateerde pro-gramma van eisen zal de gemeente een passende mast- en armatuur configuratie aangeven. Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
OVL configuraties - Woonwijk
Zowel uithangende als (kegelvormige) paaltoparmaturen worden nu veelal toegepast. De kegelvormige paaltop-armatuur is inmiddels een klassiek geworden model met een functioneel, decoratieve uitstraling. Door bij vervan-ging van een paaltop-armaturen altijd de kegelvorm toe te passen ontstaat een samenhang in de verlichtingsstruc-tuur van alle woonbuurten. Lichtpunthoogte: 4/4,5/6 meter (PMF masten)
R
Armatuur type: Lightronics KFK /Lightwell Luxis small (Anti glare)
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
OVL configuraties - Achterpaden Deze worden niet verlicht tenzij duidelijk aangetoond is dat dit openbaar gebied is en er een verlichting noodzaak is.
OVL configuraties - Fiets/voetpad (inclusief solitaire)
OVL configuraties - Sport
OVL configuraties - Haven
OVL configuraties Bedrijventerrein
R
R
R
Lichtpunthoogte: 4/4,5 meter (PMF masten)
R
Armatuur type: Lightwell Luxis small (Anti glare)
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Lichtpunthoogte: 4/4,5 meter (PMF masten)
R
Armatuur type: Lightwell Luxis small (Anti glare)
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Dynamisch: toepassing in overleg, zie TVILight systeem.
R
OVL configuraties - Recreatieve Lichtpunthoogte: Gemeente bepaalt. paden en wegen
Bijlage
R
Armatuur type: Gemeente bepaalt.
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Lichtpunthoogte: Gemeente bepaalt.
R
Armatuur type: Gemeente bepaalt.
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Lichtpunthoogte: Gemeente bepaalt.
R
Armatuur type: Gemeente bepaalt.
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Lichtpunthoogte: 6/7,5/9 meter (PMF masten)
R
Armatuur type: Schréder Teceo S of 1/Lightwell Luxis small (Anti glare)
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
9 / 93
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp OVL configuraties Parkeerterrein
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Lichtpunthoogte: 6/7,5/9 meter (PMF masten)
Armatuur type: Lightwell Luxis small (Anti glare)
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Lichtpunthoogte: Gemeente bepaalt.
R
Armatuur type: Gemeente bepaalt.
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
Lichtpunthoogte: Gemeente bepaalt.
R
Armatuur type: Gemeente bepaalt.
R
Dimmer: toepassing in overleg (zie dim-tijd schakelscenario’s SED 1 t/m SED8)
R
OVL configuraties - Afwijkende armaturen of lichtpunthoogtes
In gebieden of op plaatsen waar een afwijkend armatuur of lichtpunthoogte is gewenst, dient de ontwerper vooraf contact op te nemen met de beheerder van de openbare verlichting.
R
OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED1 OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED2 OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED3
(In-00:00 100%/00:00-06:00 70%/06:00-uit 100%) Vanaf inschakelen tot middernacht 100%, vanaf middernacht tot 6 uur in de ochtend 70%, vanaf 6 uur in de och-tend tot uitschakelen 100%.
R
(In-00:00 100%/00:00-06:00 50%/06:00-uit 100%) Vanaf inschakelen tot middernacht 100%, vanaf middernacht tot 6 uur in de ochtend 50%, vanaf 6 uur in de och-tend tot uitschakelen 100%.
R
(In-22:00 100%/22:00:00-00:00 70%/00:00-05:00 50%/ 05:00-06:00 70% 06:00-uit 100%) Vanaf inschakelen tot 10 uur in de avond 100%, vanaf 10 uur in de avond tot middernacht 70%, vanaf middernacht tot 5 uur in de ochtend 50%, vanaf 5 uur in de ochtend tot 6 uur in de ochtend 70%, vanaf 6 uur in de ochtend tot uitschakelen 100%.
R
OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED4 OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED5 OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED6 OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED7 OVL configuraties - Standaard dim-tijd schakelscenario's SED8
(In-20:00 100%/20:00:00-00:00 70%/00:00-05:00 50%/ 05:00-06:30 70%/ 06:30-uit 100%) Vanaf inschakelen tot 8 uur in de avond 100%, vanaf 8 uur in de avond tot middernacht 70%, vanaf middernacht tot 5 uur in de ochtend 50%, vanaf 5 uur in de ochtend tot half zeven 70%, vanaf half zeven tot uitschakelen 100%. (In-23:00 100%/23:00-06:00 40%/06:00-uit 100%) Vanaf inschakelen tot 23:00 uur in de avond 100%, vanaf 23:00 uur in de avond tot 6 uur in de ochtend 40%, vanaf 6 uur tot uitschakelen 100%.
R
(In-00:00 60%/00:00-06:00 30%/06:00-uit 60%) Vanaf inschakelen tot middernacht 60%, vanaf middernacht tot 6 uur in de ochtend 30%, vanaf 6 uur tot uitschakelen 60%.
R
(In-22:00 100%/22:00-06:00 70%/06:00-uit 100%) Vanaf inschakelen tot 22:00 uur in de avond 100%, vanaf 22:00 uur in de avond tot 6 uur in de ochtend 70%, vanaf 6 uur tot uitschakelen 100%.
R
(In- 100% - uit 100%) Vanaf inschakelen tot uitschakelen 100%. Armatuur driver moet dimbaar zijn, maar is niet ingesteld.
R
OVL configuraties Groengebied/parken
OVL configuraties Buitengebied
10 / 93
Bijlage
R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Uitvoeringsniveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp OVL configuraties - Installatie definitie en materiaal keuze
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De installatie definitie en materiaal keuze voor openbare verlichting voor de SED organisatie is uitgewerkt in de bijlage die aan deze eis is gekoppeld.
Elektrisch netwerk - Solo netwerken
Solo netwerken zijn eigendom van de gemeenten van de SED-organisatie.
R
De schakel- en verdeelinrichting is standaard uitgevoerd met zekeringen met een waarde van max. 10 Ampere.
R
Per nieuwe aangebrachte afgaande groep mogen er ca. 27 armaturen aangesloten worden en dient er 20% aansluitca-paciteit beschikbaar te zijn voor mogelijke uitbreiding. Tevens mag de lengte van de energie-grondkabel met een doorsnede van 3/4/5 x 10 mm2 niet langer zijn dan 500 meter per afgaande groep. Dit geldt ook voor elke zijtak. De schakel- en verdeelinrichting is geaard ≤ 1,5 ohm. Elke groep die aangesloten is op deze kast dient op het uiteinde doormiddel van een eindmof wederom geaard te zijn en om de 300 meter vanaf de kast gerekend. De hoofdbekabeling 3/4/5 x 10 niet doorlussen in lichtmasten. Aansluitingen op de hoofdkabel realiseren met behulp van aftakmoffen. Lichtmasten worden aangesloten m.b.v. een aansluitkabel. Het doorlussen van de aan-sluitbekabeling naar volgende masten mag tot een maximum van 4 masten.
R
De bruine ader (nacht 2) wordt toegepast voor mogelijke continue stroom t.b.v. camera’s e.d.
R
De verlichting bekabeling wordt aangebracht op een minimale diepte van 60 cm. Als hier van af geweken wordt dient de opdrachtgever hier vooraf van op de hoogte gesteld te worden. Gereguleerde netwerken zijn eigendom van Liander.
R
Indien werkzaamheden aan het gereguleerd netwerk gedaan dienen te worden binnen een ontwerp, dan dient dit ontwerp voorbereid te worden zodat de uitvoering conform de artikel 16C overeenkomst, lid 2 van de Elektriciteitswet 1998 gedaan kan worden.
R
Fagetpaneel Aansluitinstructies Aanvullende uitvoeringseisen Algemeen
Zie de aan deze eis gekoppelde bijlage voor de aansluitinstructies voor het fagetpaneel.
R
De openbare verlichtingsinstallatie dient uitgevoerd te worden volgens het door de opdrachtgever geaccepteerd verlichtingsontwerp. Algemeen geldt dat alle aan te brengen openbare verlichtingsinstallaties en materiaal voldoen aan de gestelde normen en eisen die hieraan verpand zijn.
R
Aanvullende uitvoeringseisen Startoverleg voorafgaand aan uitvoering
Voorafgaand aan uitvoering dient overleg plaats te vinden met de toezichthouder openbare verlichting van de SED gemeenten. Minimaal 6 weken voor start uitvoering dient de opdrachtnemer contact te leggen met de toezicht-houder over de voor te nemen uitvoering. De opdrachtnemer dient minimaal 4 weken voor de start uitvoering startoverleg te houden met de toezichthouder openbare verlichting. De directievoerder van de SED gemeenten dient hierbij betrokken te worden, als dit al niet het geval is. Indien het gewenst is om werkzaamheden uit te gaan voeren aan het gereguleerde net van de netbeheerder, dient men vooraf toestemming te vragen aan de netbeheerder en de opdrachtgever (hou rekening met de doorlooptijd van een aanvraag).
R
Op het moment van uitvoeren van deze werkzaamheden dient het met de uitvoering belaste personeel, zowel van de aannemer als van diens onderaannemer(s) of ingehuurd personeel, de vereiste kennis, kunde, vaardigheid en vakbekwaamheid te hebben conform de erkenningsregelingen en of opleidingseisen van de netbeheerder en of opdrachtgever. Een en ander conform de artikel 16C overeenkomst, lid 2 van de Elektriciteitswet 1998.
R
Toegangen naar woningen en bedrijven dienen altijd toegankelijk te zijn.
R
Elektrisch netwerk Gereguleerde netwerken
Aanvullende uitvoeringseisen Aanpassing/uitbreiding op kabelnet netbeheerder (Liander)
Aanvullende uitvoeringseisen Sleuven en mantelbuizen
11 / 93
Bijlage 135
R R
R
138
R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Aanvullende uitvoeringseisen Sleuven en mantelbuizen
Aanvullende uitvoeringseisen Aanvullen, verdichten en herstellen van verharding
Aanvullende uitvoeringseisen Aarding
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Mantelbuizen mogen uitsluitend haaks op de wegas worden aangebracht.
Mantelbuizen dienen een zodanige lengte te hebben dat deze aan weerszijden circa 0,5 meter buiten de verharding reiken.
R
Alle nieuw aangebrachte, hergebruikte of verlaten mantelbuizen dienen aan de einden te worden afgedicht met passende deksel.
R
De grond waarmee de sleuven worden gedicht, dient vrij te zijn van materialen die ondergrondse voorzieningen kunnen beschadigen.
R
Schade aan ondergrondse nutsvoorzieningen en aan boomwortels dient voorkomen te worden. Voor alle schade die tijdens de werkzaamheden aan deze voorzieningen wordt veroorzaakt, wordt de aannemer aansprakelijk gesteld. Bij graafwerkzaamheden in de nabijheid van straat- en trottoirkolken dienen deze kolken afgedicht te worden. Kolken die als gevolg van de werkzaamheden verontreinigd zijn, dienen op kosten van de aannemer gereinigd te worden. Na het dichten van de ontgravingen dienen de verhardingen in de oorspronkelijke staat te worden teruggebracht. Verzakkingen als gevolg van inklinken vallen binnen de garantie van het werk en dienen op eerste aanzegging van de directie hersteld te worden.
R
Voor het weekeinde, vakanties en feestdagen dienen sleuven te worden gedicht en losliggende materialen van het werkterrein te worden verwijderd.
R
Beneden de 0°C mag er niet gewerkt worden.
R
Tevens gelden alle aanbevelingen van WION, CROW en KLIC.
R
De verharding rondom de nieuw of verplaatste lichtmast dient gezaagd te worden. Dus geen gebroken verhardingsmateriaal aanbrengen.
R
De ruimte die ontstaat rond de mast na herstel werkzaamheden dient te worden uitgevuld met Isofalt Pro plus, gradatie 0/5 (o.g.). IsoFalt is een asfaltmix uit hard split en een speciaal bindmiddel met de eigenschap dat het snel uithardt. Dit wordt niet standaard gedaan, hier zal vooraf de opdrachtgever specifiek om vragen. De meetverdeelkast dient voorzien te zijn van een aardelektrode met een aardspreidingsweestand van ≤ 1,5 ohm;
R
De maximale lengten van in de grond gelegde kabels gerekend van af het voedingspunt, zijn vastgelegd in de NEN 1010. Voedingskabels dienen, gezien vanaf de voedingskast, om de 300 meter en op het elke kabeluiteinde, voorzien te zijn van een aardpuls;
R
Voedingskabels met een lengte tussen de 200 en 300 meter dienen aan het eind te zijn voorzien van een aardpuls;
R
Aardelektroden afmonteren op de hoofdkabel m.b.v. een aftak of eindmof;
R
In kabelmoffen en aansluitkastjes zijn verbindingen tussen de nul aders en aarde aders niet toegestaan;
R
Aders dienen afgewerkt te worden met de juiste aderhulzen;
R
Van elke aardelektrode moet aan de opdrachtgever een aardingsmeetrapport overlegd worden met daarop de geslagen diepte en de gemeten waarde;
R
Verlichtingsobjecten dienen geaard te worden op de beschikbare aarde van de aansluiting (voedingskabel) aardklem in het aansluitkastje en op de aardingslip welke op het mastlichaam aanwezig is. Van de opdrachtnemer wordt verlangd dat hij aanwezig is bij het aanbrengen van de aansluiting en een visuele controle uitvoert dat de werkzaamheden correct uitgevoerd worden;
R
12 / 93
Bijlage
R R
R
01. Openbare verlichting
Hoofdstuk
1
Datum
25-03-22
Versie
2
Controle
Openbare verlichting
Uitgever
DALI Uitgever
Eigenaar
Beheerder Openbare verlichting
Hardheid R
Bronverwijzing
Objecten en eisen Stedenbouwkundig niveau Categorie Alle woonkernen Alle gebieden
Onderwerp Aanvullende uitvoeringseisen Aarding
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Elk afzonderlijk armatuur dient (met uitzondering van de dubbel geïsoleerde armaturen) met behulp van de daarvoor bestemde ader in het snoer te worden geaard.
Aanvullende uitvoeringseisen Plaatsen van lichtmasten en wandarmaturen
De hoogtestelling van lichtmasten dient zo te zijn, dat na het aanbrengen van de verharding of andere oppervlaktelagen, de onderzijde van het luik overeenkomt met de vastgestelde hoogte boven de oppervlaktelaag, dit is afhankelijk van type mast;
R
De masten dienen loodrecht te worden geplaatst met het luik haaks op de wegas (waar mogelijk) en tegengesteld aan de rijrichting. Het luik dient altijd goed bereikbaar te zijn; Op die plaatsen waar de bodemgesteldheid dit vereist, dient op aanwijzing van de opdrachtgever de mast te worden voorzien van een grondanker en/ of grondplaat; De ruimte tussen de lichtmast en de open verharding dient met de zelfde verhardingselement te worden gedicht doormiddel van gezaagde delen (niet gehakte stukken/brokken); Lichtmasten dienen geplaatst te worden nadat de kantopsluiting of het hoogtemerk is aangebracht.
R
Lichtmasten in een rij dienen in één lijn worden geplaatst.
R
Om conflicten met aanwezig straatmeubilair en andere obstakels te vermijden mogen verlichtingsobjecten parallel aan de lengte-as van de rijweg worden geplaatst met een maximum tolerantie van 1 meter naar links of naar rechts. De afstand tussen de achterzijde van de opsluitband c.q. kant asfalt met voorkant lichtmast dient 0,30m te bedragen;