CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1b bestemmingsplan Bloemhof 2023 Toelichting

gemeenteraad 23 april 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling Bloemhof 202324.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Actualisatie Verkeersplan Enkhuizen 2017 - 2025

Het verkeersplan Enkhuizen uit 2005 heeft een actualisatie gekregen waarin het beleid op een aantal punten is aangepast. Er zijn verkeerskundige aspecten die vragen om een koerswijziging en daarnaast zijn er ook trends die in 2005 nog niet waren voorzien maar die wel vragen om aanpassingen in het beleid. Een voorbeeld hiervan is de elektrische auto. Voor het overige is het bestaande beleid op veel gebieden nog steeds actueel. Belangrijkste wijziging is de beschreven hoofddoelstelling en subdoelstellingen. De nieuwe hoofddoelstelling is: Het bevorderen van een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer dat noodzakelijk is voor de economische vitaliteit en leefbaarheid van Enkhuizen, waarbij de hinder zoveel mogelijk wordt beperkt, duurzame verplaatsingen worden gestimuleerd en het historische karakter wordt gerespecteerd. Naast deze hoofddoelstelling zijn er nog afzonderlijke subdoelstellingen geformuleerd op het gebied van: verkeersveiligheid; bereikbaarheid/mobiliteit; duurzaamheid; historisch karakter en ruimtelijke kwaliteit; leefbaarheid. 2.4.5.1 Relatie tot bestemmingsplan Met de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in de herstructurering van het noordelijk deel van de bestaande Bloemenbuurt. Het gebied wordt opnieuw ingericht en opgewaardeerd.

De ontsluiting van het plangebied blijft grotendeels gelijk aan de huidige situatie, maar er wordt wel voorzien in een nieuwe oost-west ontsluiting die de Begoniastraat met de Violenstraat verbindt, zie figuur 2.2. Een nieuwe oost-west ontsluiting in het verlengde van het Tulpenplein markeert de overgang tussen de jaren '50 verkaveling en de bijzondere 'groene' zone langs de dijk. Verkeerskundig vervangt de nieuwe oost-west verbinding een deel van de huidige Asterstraat. Hierdoor kan een deel van de Asterstraat autovrij worden gemaakt, het bestaande éénrichtingsregime blijft daarbij wel gehandhaafd. De Asterstraat wordt vervolgens - ter hoogte van de noordgrens van het plangebied - iets verlegd. Deze straat wordt deels afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 4 Planbeschrijving. De overig omliggende (hoofd)ontsluitingswegen blijven gehandhaafd en worden ook niet aangepast. Zoals ook uit paragraaf 4.3 Verkeer en parkeren zal blijken, neemt de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling bovendien niet of nauwelijks toe. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, heeft geen nadelige invloed op de verkeersveiligheid. Qua bereikbaarheid wordt het plangebied beter ontsloten door de toevoeging van de nieuwe oost-westontsluiting.

Verder geldt dat de aanpassingen het historisch karakter van de wijk beter inzichtelijk maken door de overgang te markeren. 2.4.5.2 Conclusie De verkeerssituatie wijzigt niet ten opzichte van het huidige gebruik. De ontwikkelig is in lijn met het gemeentelijk Verkeersplan 2017 - 2025 van Enkhuizen.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Bloemhof 2023

2.4.6

Beleidsnotitie Parkeernormen en parkeerfonds, gemeente Enkhuizen 2014

De gemeente Enkhuizen heeft parkeerbeleid opgesteld in de vorm van een beleidsnotitie "Parkeernormen en parkeerfonds, gemeente Enkhuizen 2014". In het verlengde van het parkeerbeleid worden momenteel in de praktijk de CROW-kencijfers ook voor de andere gebieden toegepast. Het bestemmingsplan "Parapluplan Enkhuizen" legt deze cijfers en daarmee de dagelijkse praktijk vast. Binnen de systematiek van de CROW wordt een categorie-indeling gemaakt. Enkhuizen is een kleine stad en is te typeren als ‘matig stedelijk’. Per categorie is een bandbreedte opgenomen met minimale en maximale parkeercijfers per categorie. In Enkhuizen wordt het gemiddelde van de minimale en maximale cijfers toegepast. 2.4.6.1 Relatie tot bestemmingsplan In dit bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de parkeernormen. Hiertoe wordt verwezen naar artikel 12.1 Parkeren van de planregels. Door de regeling op te nemen in het bestemmingsplan, is gewaarborgd dat het bouwplan ten tijde van de aanvraag concreet kan worden getoetst aan de op dat moment geldende normen. Voorts geldt voor dit plan het volgende. In tegenstelling tot de beleidslijn zoals verwoord in de beleidsnotitie, wordt er in dit plan voor gekozen de hogere zijde van de bandbreedte op te zoeken in plaats van uit te gaan van het gemiddelde. Aanleiding hiertoe vormt de hoge parkeerdruk die op dit moment ervaren wordt in de wijk.

Voor een nadere uiteenzetting van dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Verkeer en parkeren. 2.4.6.2 Conclusie Het plan houdt rekening met het gemeentelijk parkeerbeleid. Daarnaast is in de planregels een bepaling opgenomen waarmee de gemeente een juridische regeling in handen heeft om de nader uit te werken aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen', te kunnen toetsen. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan het geldende beleid hieromtrent.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Hoofdstuk 3 3.1

Huidige situatie

Ontstaansgeschiedenis

De gronden maken deel uit van de wijk Noord, gebouwd in de periode tussen 1954 - 1967. Noord is, samen met de wijk Oude Gouw, de eerste woonwijk van Enkhuizen die buiten de binnenstadsgordel werd gebouwd. Deze noordelijke buurten van Enkhuizen zijn opgezet in een vrij regelmatig verkavelingspatroon, waarbij aangesloten is op de IJsselmeerdijk en op het oorspronkellijke netwerk van sloten en vaarten. De wijk Noord is net achter de Oosterdijk opgezet als 'stedelijk tuindorp'. De Oosterdijk maakt onderdeel uit an de Westfriese Omringdijk, aangewezen als provinciaal monument met hoge historische waarde. De wijk Noord, met in totaal ca. 740 woningen, kent een noord-zuid gerichte verkaveling van gesloten en half gesloten diepe bouwblokken met eengezinswonen, allen georiënteerd op de straat. De wijk Noord staat inmiddels ook wel bekend als de Bloemenbuurt. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op een deel van de Bloemenbuurt, en wel het deel gelegen langs de Asterstraat, direct ten zuiden van de dijk.

3.2

Beschrijving bestaande situatie

In de huidige situatie betreft het plangebied een woonbuurt met uitsluitend sociale huurwoningen. In totaal gaat het om 74 eengezinswoningen. Het plangebied bevindt zich ten noorden van het centrum van Enkhuizen, dat op grofweg 1 kilometer afstand gelegen is. Direct aangrenzend aan het plangebied ligt de Oosterdijk, met ten noorden daarvan de sportvereniging Enkhuizen. De bestaande woningen zijn verouderd en weinig duurzaam. Daarnaast zijn de gevolgen van wateroverlast door hoge grondwaterstanden merkbaar. Om een toekomstbestendige buurt te creëren, zijn de woningen aan vernieuwing toe. Figuur 3.1 toont een overzichtsbeeld van de bestaande situatie, inclusief de fasering. De figuren 3.2, 3.3 en 3.4 tonen de huidige uitstraling van de bestaande woningen in het plangebied.

Figuur 3.1: Luchtfoto ontwikkelgebied (bron: afbeelding opgemaakt in QGIS)

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 3.2: Bestaande situatie - impressie woningen fase 2 (bron: uitsnede rapportage locatiebezoek ecoloog)

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 3.3: Bestaande situatie - impressie woningen fase 3 (bron: uitsnede rapportage locatiebezoek ecoloog)

Figuur 3.4: Bestaande situatie - impressie woningen fase 4 (bron: uitsnede rapportage locatiebezoek ecoloog)

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt het plan uiteengezet en beschreven aan de hand van een aantal aspecten. De stedenbouwkundige opzet geeft de indeling van het plan en de inpassing in de omgeving aan. De beeldkwaliteitsaspecten worden beschreven. Het programma geeft de woningtypologie weer. De ontsluiting en het parkeren worden behandeld. Tot slot worden de duurzaamheidsaspecten beschreven.

4.1

Stedenbouwkundige opzet en beeldkwaliteit

Ten behoeve van de ontwikkeling is door Sacon een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan is opgenomen in bijlage 1 bij voorliggend bestemmingsplan. Op basis van het definitieve stedenbouwkundig plan zijn 3 gerenommeerde architectenbureau's uitgenodigd om een architectonisch uitwerkingsplan te presenteren binnen de geformuleerde ambitie en binnen de geformuleerde randvoorwaarden. Hieruit is KAW als winnaar uit de bus gekomen. Het winnende schetsontwerp (n.a.v. de gehouden prijsvraag) van KAW heeft Sacon verwerkt in het stedenbouwkundig plan. Tussen de opzet van het stedenbouwkundig plan en de sfeerimpressies van KAW kunnen wel kleine discrepanties zitten. De impressies zoals hieronder weergegeven, zijn daarin leidend maar blijven impressies; de definitieve uitwerking vindt plaats in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' en het daartoe benodigde definitief ontwerp. Stedenbouwkundige opzet Het stedenbouwkundig plan voorziet in sloop/nieuwbouw van het noordelijk deel van de Bloemenbuurt. De hoofdopzet van de nieuwbouw sluit sterk aan bij de huidige situatie waarbij met name in de noordrand ruimte is gecreëerd voor appartementen. Daarnaast wordt voorzien in beneden-bovenwoningen en grondgebonden woningen, één en ander conform onderstaande globale situatietekening.

Figuur 4.1 Stedenbouwkundige opzet nieuwbouw fasen 2, 3 en 4 (bron: KAW Architecten) De bestaande oost-west verbinding wordt verlegd, min of meer in het verlengde van het Tulpenplein. Hierdoor kan een deel van de huidige Asterstraat vervallen en onderdeel worden van een landschappelijke zone langs de dijk, die ook autovrij wordt.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 4.2 Nieuwe oost-westverbinding (bron: Stedenbouwkundig plan Sacon) Het parkeren wordt grotendeels opgelost door langs de nieuwe oost-west verbinding haakse parkeerplaatsen te maken. Deze voorzien voor het grootste deel in de parkeerbehoefte vanuit de aanliggende appartementen, die als alzijdige blokken vrij in een groene ruimte staan. Ten zuiden van de nieuwe oost-west verbinding worden woningen gerealiseerd binnen de karakteristieke bouwenvelop van twee woonlagen met langskap. Dit geldt ook voor de appartementen tussen Asterstraat en Begoniastraat, die daarom het karakter van boven-benedenwoningen krijgen. Ze zijn zo gesitueerd dat de gevelrooilijnen aansluiten op de bebouwing in de woonstraten. Op de kop van deze boven-benedenwoningen wordt de bebouwing afgesloten met een compact appartementsgebouwtje waardoor er een hofje ontstaat. Met deze opzet krijgt men vanuit de woonstraten zicht op de groene dijk en de nieuwe parkzone. Woonmilieus Het plan biedt verschillende woonmilieus. De woonstraten zijn traditioneel en vertrouwd met eengezinswoningen met een voor- en achtertuin, heel geschikt voor gezinnen. De boven- en benedenwoningen liggen rondom een hofje, hier ontstaat een collectieve woonvorm waar mensen een gezamenlijke buitenruimte delen. Dit is bij uitstek geschikt voor mensen die niet zo anoniem en graag wat meer beschermd wonen.

De woongebouwen in de landschappelijke zone langs de dijk is een plek waar men vrij woont met ruim uitzicht en veel groen.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Beeldkwaliteit en architectuur Een groot deel van de bestaande bebouwing blijft gehandhaafd en dat is de reden dat in de architectuur aangesloten wordt op het bestaande beeld. Dat betekent onder meer het gebruik van baksteen. In de bestaande bebouwing zitten soms verbijzonderingen in metselwerkpatronen in de borstweringen, deze komen in de nieuwbouw terug. Met betonnen waterslagen, banden en rollagen wordt een horizontale geleding gebracht in de boven- en benedenwoningen en de appartementen.

Figuur 4.3 Sfeerimpressie totaalplan, bezien vanuit noordzijde plangrens (bron: KAW Architecten) Groen De functie van de dijkzone als buurtpark wordt versterkt. Tussen de appartementengebouwen, op de koppen van de Violen-, Goudsbloem en de Begoniastraat worden openbare groengebieden toegevoegd aan de wijk. Het nieuwe openbaar groen in de groen/dijkzone wordt parkachtig ingericht, passend bij het oorspronkelijke karakter van de wijk met gras, bomen, (bloem)heesters en (heester)groepen. Omdat ter plaatse geen autoverkeer meer plaatsvindt als gevolg van de aanpassing van de Asterstraat en nieuwe oost-westverbinding, ontstaan relatief veilige verbindingen met de dijkzone en de daar aanwezige voetpaden.

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 4.4 Sfeerimpressie groene dijkzone (bron: KAW Architecten) Bij de uitwerking wordt er naar gestreefd om speel- en ontmoetingsplekken zoveel mogelijk te integreren in het terreinontwerp. Voor de nadere uitwerking van de openbare ruimte is de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) leidend. Daarnaast is het Omgevingsprogramma Bomen relevant. Deze uitvoeringsaspecten komen nader tot uiting in de nader uit te werken aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen'.

4.2

Programma

De voorgenomen ontwikkeling betreft het vervangen van de bestaande 74 woningen door in totaal 96 nieuwe woningen. Per saldo voegt de ontwikkeling daarom 22 woningen toe aan de bestaande woningbouwvoorraad. Het programma, zowel ten aanzien van de sloop als ten aanzien van de nieuwbouw, is hieronder per fase weergegeven.

tabel 4.1 Programmering Hierboven weergegeven programma vormt uitgangspunt voor voorliggend bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken. Hieronder is een nadere toelichting opgenomen op de diverse woningtypologieën in dit plan. Grondgebonden woningen De 20 nieuwe grondgebonden woningen sluiten aan bij het karakteristieke van de huidige buurt. Deze nieuwe woningen hebben een eenvoudig zadeldak en ook de architectuur is relatief sober, maar wel eigentijds. De koppen van de rijwoningen tegenover de appartementengebouwen dienen op de nieuwe weg te worden georiënteerd. Door deze koppen vormgevend te verbijzonderen worden de bouwstroken zichtbaar beëindigd. Voor ogen staat een wegbegeleidende identiteit waarin de zijdelingse erfscheidingen zorgvuldig worden mee-ontworpen in het straatbeeld. Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Beneden-bovenwoningen De 28 woningen bevinden zich op de kop van de Asterstraat en de Begoniastraat en omvatten voornamelijk 2- en/of 3-kamer appartementen. Qua vormgeving zijn de bouwblokken familie van - en sluiten zij aan op - de grondgebonden woningen. Ook hier is sprake van twee lagen met een zadeldak in de lengterichting van de straat. Omdat deze z.g. boven-benedenwoningen iets door de oost-westlijn schuiven, ontstaat er aanleiding voor een beeldkwalitatief moment of architectonische verbijzondering in de (zicht)lijn vanaf het Tulpenplein. Vormgevend is deze verbijzondering verwant aan de koppen van de grondgebonden woningen. Tezamen vormen ze een zichtbare begeleiding van de nieuwe oostwest verbinding. De benedenwoningen hebben de voordeur aan de straatzijde en een (aangebouwde) berging. De voortuinzone wordt voorzien van een uniforme haag of randbeplanting. De overige inrichting van deze zone is collectief of individueel. Het bouwblok wordt bij voorkeur als herkenbaar complex ('hof') uitgewerkt. Woningen op de verdieping worden door middel van een galerij aan de achterzijde ontsloten. Bergingen voor de bovenwoningen zijn geclusterd op het terrein gesitueerd en dienen zorgvuldig in samenhang met de woningen te worden ontworpen. Op deze manier ontstaat er min of meer een omsloten binnenterrein, die als gemeenschappelijke tuin wordt ingericht.

Benedenwoningen hebben een terras of stoep aan deze binnentuin. Appartementen De appartementengebouwen met voornamelijk 3 kamerappartementen liggen als bijzondere gebouwen in de groen/dijkzone. De bijzonderheid is vooral ook de gebouwvorm, die smaller wordt aan de kant van de dijk en daar tegelijkertijd in hoogte oploopt. De maximale bouwhoogte aan de dijkzijde omvat 5 bouwlagen. De gebouwen liggen autonoom in het groen waarbij met name de overgang in bouwhoogte zorgt voor een eveneens goede hechting aan de buurt. De appartementen worden vanaf een representatief binnenterrein aan de nieuwe oost-west verbinding ontsloten. Aan de buitenzijde loopt het openbaar groen zo ver mogelijk door tot aan het gebouw. Dit houdt in dat appartementen op de begane grond (ook) geen tuin hebben aan deze zijde, maar een terras dat als buitenruimte is vormgegeven als 'gebouwd' onderdeel van het gebouw. De appartementengebouwen zijn alzijdig georiënteerd. Appartementen op de hoeken/uiteinden van het gebouw hebben daarom (tevens) een woonoriëntatie op de weg of op het fiets-/voetpad. Hoofdoriëntatie van de woningen is oost-west voor een optimale zon- en lichtinval. Zicht op de dijk/groenzone is een belangrijk (ontwerp)thema bij de verdere planuitwerking. Bergingen zijn onderdeel van het hoofdvolume.

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1

Parkeren

Voor de herontwikkeling dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voorheen was dit in de gemeentelijke bouwverordening verdisconteerd, echter zijn met een wijziging van de Woningwet in 2014, stedenbouwkundige randvoorwaarden uit deze verordeningen komen te vervallen. Dit geldt onder andere voor de grondslag voor toetsing aan gemeentelijk parkeerbeleid. Dat betekent dat behoefte bestaat aan een (actueel) toetsingskader waar aanvragen om omgevingsvergunningen aan kunnen worden getoetst en waarmee kan worden geborgd dat met een ruimtelijke ontwikkeling, tevens wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De parkeereis op basis van het voorgestelde programma, is gebaseerd op het gemeentelijk parkeerbeleid. Dit beleid is opgenomen in de nota 'Parkeernormen en parkeerfonds 2014' en geeft toepassing aan de geldende CROW-normen. In de beleidsnotitie wordt gerefereerd aan de CROW-publicatie 317. Deze publicatie is inmiddels verouderd en vervangen door publicatieversie 381. De berekende parkeerbehoefte is derhalve gebaseerd op de actuele kencijfers. De kencijfers gaan uit van de woningtypologieën en ligging binnen de gemeente. Hieronder wordt ingegaan op de wijze waarop parkeren wordt geregeld voor het voorliggende initiatief.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Bestaande situatie Bekend is dat in de huidige situatie veel parkeerproblematiek wordt ervaren in de wijk. Parkeren vindt op maaiveld, in openbaar gebied, plaats. In totaal zijn op 74 bestaande woningen, 55 parkeerplaatsen beschikbaar. Gemiddeld genomen komt daarmee de parkeerbalans uit op 0,7 parkeerplaats per woning. Dit ligt ruim onder de kencijfers voor parkeren zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381. Dit vormt dan ook aanleiding voor de huidige parkeerproblematiek in de wijk. Situatie na planontwikkeling Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een woningbouwprogramma bestaande uit 96 woningen, vormgegeven in diverse typologieën. Onderstaande tabel toont het programma in relatie tot de parkeernormen. Daarbij wordt in afwijking van de algemene beleidslijn binnen Enkhuizen uitgegaan van de hogere zijde van de bandbreedte. Aanleiding hiertoe is de huidige parkeerproblematiek in de wijk. Daarnaast geldt dat waar grotere gemeenten doorgaans toekomen met lagere parkeernormen wegens goede bereikbaarheid met het OV, die bereikbaarheid in Enkhuizen beperkter is. Ook om die reden is het niet gewenst de parkeernormen omlaag te brengen, dan wel de minimale kant van de bandbreedte op te zoeken.

Als uitgangspunt voor de parkeerberekening is uitgegaan van eengezinswoningen enerzijds (huur, huis, sociale huur) en beneden-bovenwoningen en appartementen anderzijds (huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)). Daarnaast hanteert de gemeente Enkhuizen in haar Beleidsnotitie 'Parkeernormen en parkeerfonds', gemeente Enkhuizen 2014 een vaste norm. Deze norm komt voort uit het gemiddelde CROW-parkeerkencijfer voor "matig stedelijke centrumgebieden". Gelet op de huidige parkeerdruk in de wijk, wordt voor de Bloemenbuurt fase 2 t/m 4 een hogere parkeernorm gehanteerd. In overleg met de gemeente komt daarmee de volgende parkeerberekening tot stand.

tabel 4.2: Berekening parkeerbehoefte nieuwe situatie (norm is incl. 0,3 pp voor bezoekers) Op basis van bovenstaande gegevens dient te worden voorzien in 139 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn te realiseren aan de openbare weg dan wel op het erf van nieuw te realiseren grondgebonden woningen. Door het opstellen van een parkeerbalans met toepassing van dubbelgebruik in verband met het bezoekersaandeel (29 parkeerplaatsen), kan dit aantal nog iets omlaag worden gebracht. Het aantal van 139 parkeerplaatsen betreft daarmee een worst-case scenario. In de toekomstige situatie zijn in het plan nu 139 parkeerplaatsen opgenomen. Indien dit in de nadere uitwerking toch niet mogelijk blijkt kan dubbelgebruik nog een uitkomst bieden. Bij de nader uit te werken en in te dienen bouwaanvraag zal te zijner tijd de definitieve behoefte worden vastgesteld. In de overige regels van dit bestemmingsplan is een bepaling opgenomen aan de hand waarvan de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' kan worden getoetst aan het relevante beleid. Hiertoe wordt verwezen naar artikel 12.1 Parkeren.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Bloemhof 2023

4.3.2

Verkeersgeneratie en ontsluiting plangebied

Verkeersgeneratie huidige en toekomstige situatie Om het effect van de ontwikkeling op de omliggende weginfrastructuur te bepalen is - net als voor de berekening van de parkeerbehoefte - gebruik gemaakt van de landelijke verkeersgeneratiecijfers van het CROW (publicatieversie 381). In de huidige situatie is sprake van 74 eengezinswoningen (huur, huis, sociale huur). Na herontwikkeling is sprake van 96 woningen, bestaande uit eengezinswoningen (huur, huis, sociale huur) en uit beneden-bovenwoningen en appartementen (huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)). Voor de berekening van de verkeersgeneratie is de feitelijke situatie bekeken, zodat een reëel beeld ontstaat. In het parkeerbeleid is namelijk bewust de beleidskeuze gemaakt voor de gehele gemeente de parkeerbehoefte te berekenen op basis van het gemiddelde voor de norm een "matig stedelijk centrumgebied". Echter, oordelend op basis van de werkelijke ligging van de locatie aan de rand van Enkhuizen, is sprake van "rest bebouwde kom". Dit is dan ook als uitgangspunt genomen voor de berekening van de verkeersgeneratie, waarmee tevens over een worst-case benadering kan worden gesproken. Tabel 4.3 en 4.4 tonen een berekening van de verkeersgeneratie van de huidige en van de toekomstige situatie op basis van bovenstaande uitgangspunten.

tabel 4.3: Berekening verkeersgeneratie huidige situatie

tabel 4.4: Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie Op basis van de getoonde berekeningen kan geconcludeerd worden dat de verkeersstromen van en naar de locatie per saldo nagenoeg gelijk blijven aan de huidige situatie, dan wel (worst-case) toenemen met ca. 17,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijke toename is, ten opzichte van de totale verkeersgeneratie van het plan alsmede ten aanzien van het heersende verkeersbeeld in de omgeving, verwaarloosbaar. De bestaande (gebieds-)ontsluitingswegen dan wel erftoegangswegen zijn afdoende uitgerust om de verkeersstromen af te wikkelen. In aanvulling op het bovenstaande, geldt dat binnen het plangebied een nieuwe weg wordt aangelegd die de Begoniastraat met de Violenstraat verbindt. De nieuw aan te leggen weg zal zodanig worden vormgegeven dat deze eveneens voldoende is uitgerust om de verkeersstromen van en naar de nieuwe buurt op te kunnen vangen. Ontsluiting plangebied De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer vindt grotendeels plaats conform de bestaande situatie, namelijk via de Violenstraat, Goudbloemstraat, de Begoniastraat en/of de Asterstraat naar (uiteindelijk) de N505. Daarnaast wordt een nieuwe oost-west ontsluiting in het verlengde van het Tulpenplein aagelegd. Verkeerskundig vervangt de nieuwe oost-west verbinding een deel van de huidige Asterstraat.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 Hierdoor kan een deel van de Asterstraat autovrij worden gemaakt, het bestaande éénrichtingsregime blijft daarbij wel gehandhaafd. De Asterstraat wordt vervolgens - ter hoogte van de noordgrens van het plangebied - iets verlegd. Deze straat wordt deels afgesloten voor doorgaand autoverkeer. De locatie is iets minder goed bereikbaar met het openbaar vervoer. De meest nabijgelegen bushalte is gelegen aan de Noorderweg, ten zuiden van het plangebied. Afhankelijk van het vertrekpunt is deze halte op ca. 5 a 10 minuten loopafstand gelegen. Hier stopt buurtbus 438, die van en naar het station rijdt. Voor langzaamverkeer (voetgangers, fietsers) kan gebruik gemaakt worden van de bestaande infrastructuur in en om het plangebied. Langs de Westfriese Omringdijk (noord- en oostzijde plangebied) is daarnaast een fietsroute gelegen. 4.3.3

Conclusie

Er is voldoende ruimte binnen het plangebied om te voorzien in de berekende parkeerbehoefte. Daarnaast is blijven de verkeersstromen van en naar het plangebied vergelijkbaar met de huidige situatie. De huidige weginfrastructuur is voldoende uitgerust om deze verkeersstromen op te blijven vangen. Voor voetgangers en fietsers zijn er voldoende mogelijkheden binnen en in de nabijheid van het plangebied. Openbaar vervoer is beperkt beschikbaar, maar met de buurtbus kan het station van Enkhuizen goed worden bereikt. De aspecten verkeer en parkeren vormen daarom geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.4

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

4.4.1

Algemeen

Duurzaamheid is de balans tussen ecologische, economische en sociale belangen voor het heden en de toekomst. Duurzaamheid bij gebouwen wordt vooral verbonden met technische en/of goed meetbare aspecten. Zo kan de nadruk liggen op het gebruik van duurzame materialen, of op een hoge energiebewustheid (energieneutraal gebouw). Los van deze technische aspecten kan duurzaamheid ook vanuit een kwalitatief architectonisch en cultuurhistorisch gezichtspunt worden bekeken. Landelijk beleid Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord; de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs. Hierin zijn de klimaatdoelen uitgewerkt in concrete middelen en maatregelen. De plannen zijn verdeeld over vijf sectoren (klimaattafels): 1. de gebouwde omgeving; 2. mobiliteit; 3. industrie; 4. de elektriciteitssector; 5. de landbouw. Voor de gebouwde omgeving moeten bijna alle gebouwen in Nederland onderhanden genomen worden om de klimaatdoelen te halen. In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen van het aardgas af. Een eerste stap is om tot 2030 minimaal 1,5 miljoen bestaande woningen en andere gebouwen te verduurzamen. In 2016 bracht het kabinet het 'Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050' naar buiten. Hierin wordt geschetst hoe de economie kan veranderen naar een duurzame, volledig circulaire economie in 2050.

De rijksoverheid heeft het 'grondstoffenakkoord 5 transitieagenda's' opgesteld. In 2019 werden deze transitieagenda's gepresenteerd in het 'Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023' door het kabinet. De actualisatie hiervan vond plaats in 2021. In dit programma staat onder andere de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. Hierin staat de eerste aanscherping van de milieuprestatie-eis die inwerking trad op 1 juli 2021. Daarnaast worden meerdere wettelijke eisen stapsgewijs aangescherpt om de halveringsnorm van 2030 te behalen. De Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico's voor Nederland en zet de koers uit om deze risico's aan te pakken. Het programmateam NAS heeft deze

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Bloemhof 2023 koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 - 2019. Dit programma richt zich op sectoren, ketens, thema's en klimaatrisico's die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie voorkomen en vult een aantal thema's hieruit aan. Met het rapport 'Nationaal perspectief klimaatadaptatie' uit 2020 blikt het team terug op wat er tot dan toe bereikt is en biedt het perspectief voor de toekomst. Vanaf 1 januari 2021 moeten de vergunningaanvragen voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Deze nieuwe bouwregels stellen eisen aan de maximale energiebehoefte, het fossiele energiegebruik en aan de opwek van hernieuwbare energie van gebouwen. Dit betekent dat bij nieuwe woningen en gebouwen niet alleen rekening moet worden gehouden met een goede isolatie van de gebouwschil en energiezuinige installaties, maar ook met de toepassing van duurzame energie. De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van drie individueel te behalen eisen: de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%). 4.4.2

Relatie tot bestemmmingsplan

Met het plan is sprake van herstructurering binnen een bestaande woonwijk. De huidige woningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. Deze worden gesloopt en hiervoor in de plaats worden nieuwe woningen gebouwd. De woningen worden duurzaam en gasloos gebouwd met de ambitie om op planniveau energieneutraliteit te bereiken. Leidend hierbij is het Bouwbesluit 2012 waarin de energie prestatienormen voor nieuwbouwwoningen de komende jaren steeds scherper worden. De woningen zullen in elk geval voldoen aan de BENG-normen. De herstructurering biedt een kans om op een duurzame manier om te gaan met het hemelwater. In het plan worden hemelwater en afvalwater gescheiden ingezameld en afgevoerd. Vooralsnog wordt aangenomen dat het hemelwater vertraagd wordt afgevoerd naar het riool (via bijvoorbeeld groene daken, regentonnen en/of infiltratiekratten in het terrein). Door ook eventueel extra oppervlaktewater te creëren (in de vorm van bijvoorbeeld een wadi of het graven van extra oppervlaktewater) worden geen problemen verwacht voor de benodigde waterberging. Met een eventuele watervertraging en/of afkoppeling van het verhard oppervlak is er, ten opzichte van de huidige situatie, sprake van een verbetering van de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van het plangebied. 4.4.3

Conclusie

Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Hoofdstuk 5

Omgevingsonderzoeken

5.1

M.e.r.-beoordeling

5.1.1

Wettelijk kader

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.

Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. 5.1.2

Relatie tot ontwikkeling

De ontwikkeling omvat de realisatie van 96 woningen, waarbij geldt dat per saldo 22 nieuwe woningen worden toegevoegd aan de woningvoorraad van Enkhuizen. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld en ter beoordeling voorgelegd aan het bevoegd gezag. Uit de aanmeldnotitie en het onderzoek naar de verschillende milieuen omgevingsaspecten in dit bestemmingsplan blijkt dat er geen MER-procedure doorlopen hoeft te worden. De aanmeldnotitie is opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting.

5.2

Geluid

5.2.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen; onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen;

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Bloemhof 2023 verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. 5.2.2

Relatie tot bestemmingsplan

In het kader van de Wet geluidhinder wordt door onderzoeksbureau Alcedo een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, welke is opgenomen in bijlage 3 bij dit bestemmingsplan. De resultaten uit dit onderzoek zijn hieronder weergegeven. In het onderzoek van Alcedo zijn de maximale planologische bouwmogelijkheden als uitgangspunt gehanteerd. In de omgeving van het plan liggen wegen die ervoor zorgen dat het plan wordt belast met geluid. Het betreft de Piet Smitstraat en Noorderweg. In de omgeving van het plan liggen ook 30 km/uur wegen. Deze wegen hoeven vanuit de Wet geluidhinder niet bij het onderzoek te worden betrokken. Omdat deze wegen wel invloed kunnen hebben op de totale geluidsituatie, zijn deze wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel meegenomen in het onderzoek. Het geluid wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder. Voor zover bekend beschikt de gemeente Enkhuizen niet over gemeentelijk geluidbeleid waaraan getoetst dient te worden. Uit het onderzoek blijkt dat op de oostelijke grens van het bouwvlak fase 2 de geluidbelasting vanwege de Noorderweg 49 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met 1 dB overschreden. Vanwege de overige wegen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

Omdat sprake is van een hogere geluidbelasting, moet volgens het Bouwbesluit 2012 ook een hogere geluidwering worden gerealiseerd. Dat is hier ook het geval. Bij het ontwerp van het gebouw en de aanvraag van de omgevingsvergunning moet daarom rekening worden gehouden met deze hogere geluidbelasting. De gecumuleerde geluidbelasting op de oostelijke grens van de woonbestemming in fase 2 bedraagt ten hoogste 56 dB. De benodigde geluidwering van de gevels wordt bepaald op basis van de in het Bouwbesluit gestelde eis ten aanzien van het binnenniveau in een verblijfsgebied. Deze bedraagt 33 dB. De benodigde geluidwering van de gevels bedraagt dan voor de maatgevende woning 23 dB (56- 33 = 23 dB). Overigens dient opgemerkt te worden dat het aanvragen van hogere grenswaarden niet aan de orde is, wanneer de woningen op in fase 2 op 5 meter afstand van de rand van de woonbestemming worden gerealiseerd. In dat geval wordt namelijk voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Gelet op voorgaande wordt een hogere waarden besluit voorbereid door het college van burgemeester en wethouders. Het ontwerp van dit besluit wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Daarnaast is in de Regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van geluid opgenomen.

Middels deze voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ofwel aangetoond moet worden dat aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt voldaan ofwel aangetoond moet worden dat aan het hogere grenswaarden besluit wordt voldaan. 5.2.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Wettelijk kader

In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van 'niet in betekenende mate' is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. 5.3.2

Relatie tot bestemmingsplan

In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 96 woningen. Dit zijn er 22 extra ten opzichte van de bestaande situatie, met een maximale toename van 4 mvt/e. Op basis van bovenstaande voorbeelden mag geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Voor de volledigheid is op basis van de berekende verkeersgeneratie (zie paragraaf 4.3) de NIBM-rekentool gebruikt. Daarbij is - vanuit een worst-case benadering - de maximale verkeersgeneratie, zonder reductie van het huidige gebruik, gehanteerd. Op basis daarvan kan eveneens geconcludeerd worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en de ontwikkeling daarmee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

Tabel 5.1: Berekening NIBM (bron: InfoMil) In aanvulling op het bovenstaande wordt opgemerkt dat binnen de ontwikkeling geen gevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) mogelijk worden gemaakt. Ook om deze reden is een aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek niet nodig. Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIML) kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentratie voor een bepaald jaar is ter plaatse van een specifieke locatie. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze jaargemiddelde concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Bloemhof 2023 µg/m3 voor fijnstof PM2,5. Tabel 5.2 toont de grootschalige achtergrondconcentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via CIML op 17 augustus 2023). Te zien is dat de huidige waarden ruim onder de grenswaarden liggen. De maximale bijdrage van het extra verkeer, leidt niet tot een overschrijding van deze waarden. Een goed woon- en leefklimaat wordt daarmee gewaarborgd.

Tabel 5.2: Achtergrondconcentatries luchtkwaliteit (bron: NSL Monitoringstool) 5.3.3

Conclusie

Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan

5.4

Bedrijven en milieuzonering

5.4.1

Wettelijk kader

Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken.

Tabel 5.3: Richtafstanden bedrijven en milieuzonering De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. 5.4.2

Relatie tot bestemmingsplan

De met voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling omvat een woningbouwontwikkeling. Daarbij is van belang dat de nieuwe woningen niet onevenredig mogen worden gehinderd door omliggende hinderveroorzakende functies. Andersom geldt ook dat dient te worden voorkomen dat omliggende bedrijven dan wel instellingen worden gehinderd door de nieuw te realiseren woningen. Het plangebied kent de bestemming 'Wonen-1', 'Wonen-2', 'Verkeer- Verblijfsgebied' en 'Groen'.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 Omliggende bestemmingen betreffen overwegend 'Recreatie - Zwembad', 'Sport', 'Cultuur en ontspanning – Attractiepark', 'Maatschappelijk', 'Groen' en 'Wonen'. Omdat binnen het plangebied sprake is van een rustige woonwijk, wordt voor de beoordeling van omliggende bestemmingen ten opzichte van onderhavig plan, rekening gehouden met de richtafstanden voor een rustige woonwijk. Hieronder wordt van noord naar zuid (en weer naar noord) uitgewerkt wat ter plaatse speelt. Ten noorden van het plangebied is de korfbalvereniging DTS gelegen. Op grond van de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' heeft een korfbalvereniging, welke geschaard kan worden onder een veldsportcomplex, een SBI-code van 931 en behoort de bestemming tot milieucategorie 3.1. Voor veldsportcomplexen uit milieucategorie 3.1 geldt een te hanteren richtafstand van 50 meter. De feitelijke afstand van het plangebied tot aan de korfbalvereniging bedraagt circa 210 meter. Ten noordoosten/oosten van het plangebied ligt pretpark Sprookjeswonderland. Het Sprookjeswonderland kan gezien worden als vakantiepark welke valt onder de milieucategorie 3.1 met een maatgevende richtafstand van 50 meter. De feitelijke afstand van het plangebied tot aan het vakantiepark bedraagt ca. 25 meter.

Echter, van belang in dezen is de afstand vanaf de gevel van de dichtstbijzijnde woning tot de grens van de inrichting. Omdat de afstand tussen de plangrens en het attractiepark korter is dan 50 meter, dient te worden beoordeeld wat daadwerkelijke afstand tot de gevel van de dichtstbijzijnde woning betreft. Daarvoor geldt dat de nieuwe woningen niet op een kortere afstand worden gerealiseerd dan in de bestaande situatie het geval is. De meest nabijgelegen woonbestemming wordt immers geprojecteerd op een afstand van ca. 66 meter (kortste afstand). Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan. Ten noordoosten van het plangebied is tevens Recreatiebad Enkhuizerzand gelegen. Op grond van de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' heeft een overdekt zwembad een SBI code van 931 en behoort tot de bestemming tot milieucategorie 3.1. Voor overdekte zwembaden uit milieucategorie 3.1 in rustige woonwijk geldt een te hanteren richtafstand van 50 meter. De feitelijke afstand van het plangebied tot aan het overdekte zwembad bedraagt circa 179 meter. Ten zuidoosten van het plangebied ligt Kerkhof Enkhuizen. Op grond van de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' heeft een begraafplaats een SBI code van 96031 en behoort tot milieucategorie 1. Voor begraafplaatsen uit milieucategorie 1 geldt een te hanteren richtafstand van 10 meter.

De feitelijke afstand van het plangebied tot aan de begraafplaats bedraagt circa 100 meter. Ten zuiden en ten westen van het plangebied zijn woningen gelegen. Voor woningen onderling gelden geen richtafstanden omdat woningen geen milieuhinder opleveren voor andere woningen en vice versa. Ten zuidwesten van het plangebied is tankstation Tinq gelegen. Op grond van de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' heeft een benzineservicestation zonder LPG een SBI code van 473 en behoort tot de bestemming tot milieucategorie 2. Voor benzinestation zonder LPG uit milieucategorie 2 geldt een te hanteren richtafstand van 30 meter. De feitelijke afstand van het plangebied tot aan het benzinestation bedraagt circa 125 meter. Ten overvloede wordt opgemerkt dat in de huidige situatie reeds woningen gesitueerd zijn in het plangebied. Dat betekent dat ervan uit mag worden gegaan dat de locatie geschikt is om te wonen. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening is bedrijven en milieuzonering desalniettemin uitgebreid beschouwd. In alle gevallen wordt voldaan aan de geldende richtafstand. Geconcludeerd kan worden dat omliggende hinderveroorzakende funcites niet onevenredig worden beperkt door de woningen. Andersom geldt dat toekomstige bewoners geen onevenredige hinder zullen ervaren. 5.4.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Bloemhof 2023

5.5

Bodem

5.5.1

Wettelijk kader

Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden. 5.5.2

Relatie tot bestemmingsplan

Ten behoeve van de ontwikkeling is door IDDS een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage van 27 september 2023 is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. De doelstelling van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit en te verifiëren of deze vanuit de Wet bodembescherming een belemmering vormt voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. De resultaten ervan zijn hieronder integraal opgenomen. Voor een volledige uiteenzetting wordt verwezen naar het bijgevoegde bodemonderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies vastgesteld: In de grond is tot ca. 1,0 m-mv sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name bijmengingen met baksteen en plaatselijk metselpuin. Zeer plaatselijk zijn bijmengingen met glas, aardewerk en beton aangetroffen; Plaatselijk zijn resten slib aangetroffen (ca. 0,5 tot 2,0 m-mv). Dit duidt mogelijk op de voormalige aanwezigheid van een sloot welke vermoedelijk door de locatie heeft gelopen. Hoogstwaarschijnlijk is de sloot gedempt met het materiaal waarmee het gebied is opgehoogd; Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Op basis van de indicatieve asbestbepaling (grond en puin) zijn geen bijzonderheden aangetoond en wordt aanvullend asbestonderzoek niet noodzakelijk geacht; De bovengrond is zeer plaatselijk matig verontreinigd met koper en lood en sterk verontreinigd met lood; De overige bovengrond en de ondergrond zijn hooguit licht verontreinigd met enkele tot diverse zware metalen en zeer plaatselijk met PAK en minerale olie; Het grondwater is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Met de huidige onderzoeksresultaten kan niet worden uitgesloten dat er een bodemvolume van minimaal 25 m3 aaneengesloten grond aanwezig is waarbinnen gemiddeld de interventiewaarde voor de parameters koper en lood worden overschreden. Om die reden is IDDS gevraagd nader bodemonderzoek te verrichten. Dit onderzoek is als Bijlage 5 opgenomen bij deze toelichting.

Uit het aanvullend onderzoek volgt dat: ter plaatse van de matige verontreiniging met koper en lood de onderzochte grond in verticaalvlak hooguit licht veronteinigd is met zware metalen; ter plaatse van de matige verontreiniging met koper en lood de verontreiniging in het horizontale vlak verder afgeperkt dient te worden; ter plaatse van de sterke verontreiniging met lood de onderzochte grond in verticaal vlak maximaal matig verontreinigd is met nikkel en lood; de sterke verontreiniging met lood, boring 26, wordt beschouwd als een zogenaamde uitschieter. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat de verontreiniging met zware metalen met name aanwezig is in de bodemlaag met bijmengingen in het traject 0,0 tot 0,5 à 1,0 m-mv. De betreffende verontreinigingen zijn vermoedelijk gerelateerd aan de aanwezige ophooglaag en hebben derhalve een historische aard met een diffuus heterogeen karakter. Geadviseerd wordt om aanvullend nader bodemonderzoek te verrichten naar de mate en omvang van de (eerder) aangetroffen verontreiniging. Hierbij dient met name de achtertuin van de woning aan de Begoniastraat 2 aanvullend onderzocht te worden. Nader bodemonderzoek dient uitsluitsel te

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 verschaffen omtrent het feit of er ten aanzien van de verontreiniging in de grond sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gesproken indien de gemiddelde concentratie van een verontreinigde stof in 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater of meer de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. 5.5.3

Conclusie

De bodemkwaliteit vormt vooralsnog geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.6

Externe veiligheid

5.6.1

Wettelijk kader

Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt 'vertaald' als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp.

Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd. 5.6.2

Inventarisatie risicobronnen

Met behulp van de risicokaart op Atlas Leefomgeving kunnen de risicobronnen in de omgeving van een plangebied in kaart worden gebracht. In figuur 5.5 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. Het plangebied ligt in de nabijheid van een buisleiding en van een aantal risicovolle inrichtingen.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 5.2 Uitsnede risiciokaart, plangebied groen omcirkeld (bron: Atlas Leefomgeving) 5.6.3

Beoordeling risico's

Plaatsgebonden risico Het plangebied is gelegen buiten de berekenende plaatsgebonden risicocontouren en veiligheidsafstanden voor het plaatsgebonden risico van Bevi inrichtingen en overige risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. Daarnaast is het plangebied gelegen buiten het invloedgebied van Bevi inrichtingen. Hiermee vormen dergelijke contouren geen belemmering voor de realisatie van kwetsbare objecten, zoals een woning, binnen het plangebied. Groepsrisico Transport gevaarlijke stoffen over de weg Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 17,3 kilometer, worden gevaarlijke stoffen getransporteerd over de A7. Gelet op de ruime afstand tot het plangebied, vormt deze transportroute geen risico voor het plan. Ingeval het plangebied binnen een afstand van 200 meter van een transportroute ligt, binnen het effectgebied, dan dient een groepsrisicoberekening uitgevoerd te worden. Echter ligt de locatie hier niet binnen, waardoor geen groepsberekening nodig is. De verschillende stoffen die over de transportroute vervoerd kunnen worden hebben invloedsgebieden van diverse omvangen. Het invloedsgebied is groter dan het effectgebied. Indien de locatie binnen het effectgebied is gelegen, dient een groepsrisicoverantwoording plaats te vinden.

Voor gevaarlijke stoffen over de weg geldt een maximaal invloedsgebied van >4.000 meter, dit geldt voor de stoffen LT3, LT4, GT4 en GT5. Gekeken is of over de A7 , één of meer van de stoffen met een invloedsgebied van >4.000 meter worden vervoerd. Dit is niet het geval, waardoor geen beperkte groepsrisicoverantwoording benodigd is. Buisleidingen In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere buisleidingen gelegen. Ten zuidwesten/westen van het plangebied zijn de dichtstbijzijnde buisleidingen gelegen op circa 1,8 kilometer afstand. De afstand is groter dan de maximale effectafstand van de buisleidingen, waardoor het plangebied niet binnen het invloedsgebied van de buisleidingen ligt en derhalve dit geen belemmering vormt.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

5.6.4

Overige veiligheidsaspecten

Binnen of in de nabijheid van het plangebied is geen sprake van relevante risicobronnen in het kader van externe veiligheid. Buiten de (wettelijke) kaders die toezienop externe veiligheid om, is veiligheid in het algemeen desalniettemin een belangrijk aspect bij gebiedsontwikkeling. Zo dient in voldoende mate te worden voorzien in bluswatervoorzieningen. Ook is de bereikbaarheid voor de hulpiensten relevant en dient voorts zorg te worden gedragen voor de zelfredzaamheid van ouderen indien zich een brand of andere calamiteit voordoet. Voor de bovenstaande onderwerpen is de 'Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid' relevant. Deze handreiking is opgesteld door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en wordt gebruikt bij de beoordeling van een concreet uitwerkt bouwplan. Bij de verdere uitwerking van de aanvraag om omgevingsvergunning 'bouwen', alsmede de overige besluten of ontwerpen die voorzien in de uitvoering van de ontwikkeling, wordt rekening gehouden met voornoemde handreiking. 5.6.5

Conclusie

Het plangebied bevindt zich buiten de risicocontouren en invloedsgebieden van inrichtingen, hogedruk aardgasbuisleidingen, transportroutes waarover vervoerr van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, en windturbines. Het aspect externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7

Ontplofbare oorlogsresten

5.7.1

Algemeen

De Nederlandse ondergrond verbergt nog veel ontplofbare oorlogsresten (OO's) zoals munitie, granaten en bommen, met name afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. OO's worden regelmatig ontdekt bij bouw-, graaf-, bagger- en saneringswerkzaamheden. Het aantreffen ervan kent veiligheidsrisico's in de vorm van ontploffingsgevaar. Ontplofbare oorlogsresten in de bodem zijn enerzijds afkomstig van bombardementen en gevechtshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Anderzijds is aan het einde en in de periode na de Tweede Wereldoorlog munitie geruimd en gedumpt in bijvoorbeeld watergangen, oude loopgraven, bomkraters. Om die reden is het belangrijk om te weten waar (zware) bombardementen hebben plaatsgevonden, waar (loopgraaf)gevechten en verdedigingslinies zijn geweest en waar munitie werd opgeslagen. Daar waar de bodem mogelijk verdacht is op ontplofbare oorlogsresten dient te worden beoordeeld in hoeverre deze explosieven een risico vormen. 5.7.2

Relatie tot ontwikkeling

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door onderzoeksbureau IDDS een oriënterend onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Het doel van dit vooronderzoek is vaststellen of er in de geraadpleegde bronnen indicaties zijn waaruit blijkt dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen in de conflictperiode (1939-1945) waardoor er (mogelijk) ontplofbare oorlogsresten op/in de bodem zijn achtergebleven.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 5.3: Onderzoeksgebied en analysegebied (bron: OO-OO IDDS) Het gehele plangebied is onverdacht op het aantreffen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Deze conclusie volgt uit een literatuurstudie en het raadplegen van diverse bronnen, zoals nationale en internationale archieven, kaartmateriaal en luchtfotografie. Bij het raadplegen van deze bronnen is de aandacht gericht op het achterhalen van mogelijk relevante indicaties van oorlogshandelingen die binnen of nabij de huidige Bloemenbuurt hebben plaatsgevonden. Daarbij valt te denken aan bombardementen, beschietingen, grondgevechten, het aanleggen van mijnenvelden of verdedigingswerken en dergelijken. Er zijn dus te weinig (concrete) indicaties aangetroffen die doen vermoeden dat er explosieven kunnen worden aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. 5.7.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13979997/1