CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1b bestemmingsplan Bloemhof 2023 Toelichting

gemeenteraad 23 april 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling Bloemhof 202324.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Conclusie

Het plangebied is onverdacht op het aantreffen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Dit betekent dat de voorgenomen werkzaamheden op reguliere wijze kunnen plaatsvinden en dat er geen aanvullende maatregelen (zoals een opsporingsonderzoek) noodzakelijk zijn.

5.8

Flora en fauna

5.8.1

Wettelijk kader

Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000-gebieden. Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen gold hier de Regeling PAS (Programmatische aanpak Stikstof) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitstpraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden, en kan al sprake zijn van een negatief effect op het moment dat de rekenresultaten meer depositie dan 0,00 mol/ha/jr weergeven.

Natuurnetwerk Nederland Het natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN. 5.8.2

Fauna in relatie tot ontwikkeling (soortenbescherming)

Ten behoeve van de ontwikkeling zijn door Van der Goes & Groot per fase quikscans uitgevoerd naar de effecten op beschermde soorten. De rapportages d.d. 5 januari 2023 zijn opgenomen in de bijlagen 7, 8 en 9 bij voorliggende toelichting. In de drie bovengenoemde rapportages komen de conclusies overeen. De resultaten worden in deze paragraaf per onderdeel beschreven. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt grofweg van half maart tot half juli. In het plangebied kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Huismus en Gierzwaluw. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoort(en) noodzakelijk. Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen.

Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of Kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Overigens wordt opgemerkt dat voor fase 2 reeds een ontheffing voor vleermuizen is verkregen. Op basis van het nader onderzoek wordt beoordeeld of deze nog toereikend is. Het kan immers zo zijn dat ook voor de huismus en/of gierzwaluw een ontheffing noodzakelijk wordt geacht. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt daarentegen geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Het plangebied is daarnaast in potentie geschikt voor diverse soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Echter, alleen vrijgestelde soorten kunnen verblijvend aanwezig zijn.

Daarnaast kan het plangebied incidenteel gebruikt worden door de Sperwer en Ransuil, maar voor deze soorten wordt geen negatief effect verwacht omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied. Bovendien is in de naaste omgeving vergelijkbaar of zelfs beter biotoop aanwezig. Voor de Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Bloemhof 2023 hierbovengenoemde soorten is daarom geen andere toetsing of een ontheffing nodig. Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Voor fase 3 en 4 van de voorgenomen ontwikkeling heeft Vonk Ecologie een nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, de huismus en de gierzwaluw. Deze rapportages zijn in respectievelijk Bijlage 10 en Bijlage 11 opgenomen. De resultaten worden hieronder per fase weergegeven. Fase 3 In de te slopen bebouwing binnen fase 3 zijn in twee van de te slopen woonblokken vier nesten van huismussen aanwezig. Er dienen maatregelen getroffen te worden en er dient een ontheffing te worden aangevraagd. De beoogde sloopwerkzaamheden van de twee andere woonblokken kunnen zonder maatregelen te treffen voor huismussen uitgevoerd worden. Achter de woonblokken is essentieel functioneel leefgebied aanwezig. Dit dient gecompenseerd te worden en er dient een ontheffing te worden aangevraagd. In de te slopen bebouwing zijn geen nesten en verblijfplaatsen van respectievelijk de gierzwaluw en vleermuis aanwezig. De beoogde sloopwerkzaamheden kunnen voor deze soorten zonder maatregelen uitgevoerd worden en een ontheffing is niet noodzakelijk. Ook ontbreken andere functies zoals vliegroutes en foerageergebieden op of dichtbij het perceel.

Fase 4 In de te slopen bebouwing binnen fase 4 zijn in twee van de te slopen woonblokken drie nesten van huismussen aanwezig. Er dienen maatregelen getroffen te worden en er dient een ontheffing te worden aangevraagd. De beoogde sloopwerkzaamheden van de twee andere woonblokken kunnen zonder maatregelen te treffen voor huismussen uitgevoerd worden. Achter de woonblokken is essentieel functioneel leefgebied aanwezig. Dit dient gecompenseerd te worden en er dient een ontheffing te worden aangevraagd. In de te slopen bebouwing zijn geen nesten en verblijfplaatsen van respectievelijk de gierzwaluw en vleermuis aanwezig. De beoogde sloopwerkzaamheden kunnen voor deze soorten zonder maatregelen uitgevoerd worden en een ontheffing is niet noodzakelijk. Ook ontbreken andere functies zoals vliegroutes en foerageergebieden op of dichtbij het perceel. Ontheffing Fase 2 Op 13 juli 2022 is voor de te slopen bebouwing in fase 2 een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 3.3 en 3.8 van de Wet natuurbescherming (Wnb) gedaan. Specifiek is ontheffing gevraagd van de verbodsbepalingen genoemd in: artikel 3.1, lid 2 Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen en eieren van de huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw (Apus apus).

artikel 3.5, lid 2 Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk verstoren van exemplaren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathussi). artikel 3.5, lid 4 Wnb, voor zover het betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de gierzwaluw, de huismus, de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis te beperken, zijn maatregelen voorgesteld. Het betreffen maatregelen die zien op de beschikbaarheid van tijdelijke en permanente alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving van de te slopen en nieuw te bouwen woonblokken. Daarnaast worden voorafgaand aan de werkzaamheden de nesten en verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt buiten de meest kwetsbare periodes van de gierzwaluw, de huismus, de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis maar in de actieve periode van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis.

In het kader van de ontheffingaanvraag is aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat, dat er niet bij of krachtens enig andere artikel van de Wnb vrijstelling is of kan worden verleend, dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, en dat zij nodig is op grond van een in de wet genoemd belang.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

De ontheffing is op 24 april 2023 verleend door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN) en als Bijlage 12 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Fase 3 en 4 Voor fase 3 en 4 zal een ontheffing worden aangevraagd. Onderdeel van deze ontheffingaanvraag is een activiteitenplan en een compensatie- en mitigatieplan. Mede gelet op de verleende ontheffing voor fase 2, is het aannemelijk dat de ontheffing voor fase 3 en 4 zal worden verleend. Er is daarmee zicht op het verkrijgen van een ontheffing voor deze fases, waardoor de noodzaak tot het verkrijgen van een ontheffing niet aan de vaststelling van dit bestemmingsplan in de weg staat. 5.8.3

Flora in relatie tot ontwikkeling (gebiedsbescherming)

Het plangebied ligt op ca. 700 meter afstand tot het IJsselmeer, hetgeen is aangewezen als Natura 2000-gebied. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden. Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk. Het plangebied ligt tot slot ook niet in een gebied dat is aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap.

Figuur 5.4 Beschermde gebieden omgeving plangebied Bloemhof 2023 (bron: Uitsnede quickscan Wnb Van der Goes & Groot). Stikstof Ten behoeve van de ontwikkeling is door IDDS een stikstofdepositieberekening uitgevoerd naar de effecten op beschermde gebieden. De rapportage is bijgevoegd in bijlage 13 van deze toelichting. Uit de notitie blijkt dat de zowel de bouwfase als de gebruiksfase geen depositiewaarden op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden toont van meer dan 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet nodig. 5.8.4

Conclusie

Uit het nader ecologisch onderzoek volgt dat voor fase 3 en 4 een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Dit vormt een noodzakelijke voorwaarde voor de uitvoering van de sloopfase, maar staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Voor fase 2 is reeds een ontheffing verleend. Gelet op de ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende beschermde natuurgebieden, is tevens geen sprake van negatieve effecten. Ook uit de stikstofberekening blijkt dat geen significant negatieve effecten optreden als gevolg van de herontwikkeling. Het aspect flora en fauna vormt derhalve geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.9

Archeologie en Cultuurhistorie

5.9.1

Wettelijk kader

De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2024 in werking treedt. 5.9.2

Archeologie in relatie tot ontwikkeling

De gemeenteraad van Enkhuizen heeft op 2 april 2013 de 'Archeologische Beleidsnota gemeente Enkhuizen 2013' vastgesteld en tegelijkertijd de Erfgoedverordening Enkhuizen 2010 daarop aangepast. Een belangrijk onderdeel van deze nota is de Beleidskaart Archeologie. Op deze kaart is aangegeven waar de bekende archeologische vindplaatsen zich bevinden en welke archeologische verwachtingszones er zijn in de categorieën (zeer) hoog, middel en lage verwachting. De verwachting is gecombineerd met een beleidsadvies per archeologische verwachtingszone. De ontwikkeling vindt plaats in twee verschillende zones, te weten: Archeologisch Waardevol Gebied 4 (AWG4, oranje): hoge archeologische waarde archeologisch aspect meewegen bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 35 cm; Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 5 (AWV5, lichtgrijs): onbekende archeologische verwachting – archeologisch aspect meewegen bij ingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 35 cm.

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 5.5: De ligging van het plangebied en nieuwbouw op de beleidskaart archeologie van de gemeente Enkhuizen (bron: Quickscan Archeologie West-Friesland). Ter bescherming van de archeologische belangen, zijn in de planregels van onderhavig bestemmingsplan dubbelbestemmingen opgenomen overeenkomstig bovenstaande vrijstellingsgrenzen. In aanvulling op het bovenstaande wordt vermeld dat het plangebied "Bloemhof 2023" iets verder naar het noorden en oosten toe reikt dan het ontwikkelgebied zelf. De reden is louter een administratieve; de plangrens is opgerekt om een logischer aansluiting op het omliggende bestemmingsplangebied te creëren. Dat betekent dat de plangrens deels overlapt met de dijk. Deze dijk wordt in het bestemmingsplan Noord/ Oude Gouw (in de toelichting) aangewezen als archeologisch en cultuurhistorisch van waarde. Daarom is de dubbelbestemming overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Met de opname van de dubbelbestemmingen zijn de mogelijk aanwezige archeologsche waarden in de bodem afdoende beschermd. In het kader van de bouwaanvraag dient te zijner tijd een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Dit onderzoek zal gefaseerd worden uitgevoerd, overeenkomstig de fasering van het project. Ten behoeve van het proefsleuvenonderzoek is reeds een Programma van Eisen opgesteld door onderzoeksbureau IDDS.

Deze wordt separaat met het bevoegd gezag gedeeld en vormt geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan, omdat deze toeziet op de kwaliteitseisen voor het nader onderzoek. 5.9.3

Cultuurhistorie in relatie tot ontwikkeling

Binnen het plangebied worden geen monumenten of beeldbepalende objecten weggenomen. Daarnaast is het plangebied niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgebied. Wel wordt de stedenbouwkundige en architectonische samenhang gezien als belangrijke cultuurhistorische kwaliteit van het gebied. Het bewaken van de samenhang is een belangrijk uitgangspunt bij planvorming. Mede met het oog daarop is een stedenbouwkundig plan opgesteld, waarmee deze samenhang wordt bewaakt. Het stedenbouwkundig plan is leidend voor de nadere uitwerking van het planvoornemen. Daarmee is behoud van de stedenbouwkundige en architectonische

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Bloemhof 2023 samenhang bewaakt. Een ander belangrijk onderdeel betreft de Westfriese Omringdijk. De Westfriese Omringdijk betreft een provinciaal monument. Deze ligt buiten het ontwikkelgebied van de wijkvernieuwing. Door de gekozen opzet van de verbeelding bij dit bestemmingsplan, raakt het plangebied wel net aan de begrenzing van het werkingsgebied van dit monument. De ontwikkeling zelf vindt echter plaats buiten de contouren van het provinciaal monument. Figuur 5.5 toont de situering van de Westfriese Omringdijk en markeert het gebied waarop de provinciale regels van toepassing zijn.

figuur 5.5: Duiding werkingsgebied provinciaal monument Omschrijving waarden De Westfriese Omringdijk is cultuurhistorisch van betekenis omdat hij West-Friesland door de eeuwen heen beschermd heeft tegen het water van de zee en de omringende meren. Het tracé van de dijk is historisch bepaald. Men kan daarin sporen waarnemen van de strijd tegen het water in de loop der tijden. In de eerste plaats is dat het bochtige tracé zelf. Bochten in een dijk duiden meestal op inbraken. Vervolgens geven de wielen een indruk van regelmatig terugkerende doorbraken en zijn de kleiputten de resultaten van het voortdurende onderhoud en herstel van de dijk. Tenslotte vormen de buitendijkse landen een essentieel onderdeel van de oudste vorm van een dijkverdedigingssysteem, waarbij men vóór de dijk voorland liet liggen om de slag van het water te breken. Historisch-morfologisch is de dijk van betekenis omdat hij in de loop der tijd hersteld, opgehoogd en afgegraven is en successievelijk van een aarden, wier- en steenbekleding is voorzien. Belangrijk hierbij is de samenstelling van het dijklichamen de vorm van het profiel daarvan, zoals minimum breedte, taludhelling etc. De dijk vormt een beeldbepalend element in het Noord-Hollandse polderlandschap door de continuïteit en de hoogte van de dijk en de openheid van het landschap.

Tenslotte heeft de dijk nog historisch-ruimtelijke betekenis als scheiding tussen oud land en de zee en tussen oud en nieuw land, waardoor hij een essentieel deel uitmaakt van het omringende dijklandschap. 52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Beeldkwaliteitsplan 2009 Door zijn hoogte is de dijk op veel plaatsen markant aanwezig in het landschap. Vanaf de dijk is er vaak weids zicht op het landschap en vanuit de omgeving is de dijk veelal goed zichtbaar. Het (meestal) vrije zicht aan weerszijden van de dijk en het contact met het water geven nog steeds het eilandgevoel en ondersteunen het autonome karakter van de dijk. In het Beeldkwaliteitsplan uit 2009 zijn twee zones aangewezen die bepalend zijn bij het waarborgen van de openheid en de ruimtelijke relaties. Het betreft de ‘kwaliteitszone’: een zone rondom de dijk tot maximaal 200 meter van de dijk. Deze maat refereert aan de zone van 200 meter die, van oudsher, binnendijks werd vrijgehouden van bebouwing in verband met de stabiliteit van de dijk. Deze zone zorgt er nu voor dat de dijk vandaag de dag nog zo herkenbaar en vrij in het open landschap ligt. Ontwikkelingen die de openheid aantasten worden bij voorkeur niet in deze zone geplaatst. Als er toch ontwikkelingen plaatsvinden moeten deze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de dijk. De maat van deze zone wordt gemotiveerd vanuit de visuele beleving van openheid vanaf de dijk en vanaf het landschap naar de dijk toe. Daarnaast is er de ‘panoramazone’.

Deze benoemt belangrijke ruimtelijke relaties tussen dijk en de omgeving buiten de kwaliteitszone, zoals het panorama op het IJssel- en Markermeer en het zicht op de duinen aan de westzijde. Ontwikkelingen in deze zone hebben invloed op de manier waarop de dijk beleefd wordt. Binnen deze zone is het belangrijk om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de beleving van de dijk. Relatie tot plangebied De Asterstraat ligt in de kwaliteitszone van het provinciaal monument. Hierbij geldt dat de bebouwing eerder stond dan dat de dijk werd beschermd. Daarmee is openheid van de zone niet aan de orde. Wel dient bij vervanging van de bebouwing een dusdanige afstand tot de dijk te worden gehouden dat de dijk als onderdeel van een continuerende lijn in het landschap herkenbaar blijft. Daarvoor geldt dat de afstand van de nieuwe bebouwing tot de dijk gelijk blijft aan die in de huidige situatie. Hierdoor blijft de dijk als onderdeel van een continuerende lijn in het landschap herkenbaar. Door de vrijstaande alzijdige appartementenblokken langs de dijk ontstaat er meer groen in de buurt dat onderdeel wordt van de groene dijkzone. Dit versterkt deze zone. Bovendien is door de trechtervormige beëindigingen van de woonstraten het dijklichaam beter beleefbaar vanuit de buurt. 5.9.4

Conclusie

Met de opname van de dubbelbestemmingen in de planregels is de bescherming van archeologische waarden in het plangebied voldoende geborgd. De Westfriese Omringdijk is een belangrijk en cultuurhistorisch waardevol element in de nabijheid van het gebied, maar de ontwikkeling is inpasbaar in de nabijheid hiervan, zodat geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde van de dijk. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.10

Water

5.10.1 Besluit ruimtelijke ordening Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt.

Toelichting (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Bloemhof 2023

5.10.2 Regelgeving Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Elk waterschap stelt een keur vast waarin de gebods- en verbodsbepalingen zijn opgenomen die het waterschap nodig oordeelt ter uitvoering van zijn taak: de waterstaatkundige verzorging van het beheersgebied. De legger is onlosmakelijk verbonden met de Keur Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier en algemene regels bij de keur. In de keur staat wat er wel en niet mag en wat moet. In de legger staat waar de keur van toepassing is en is gedetailleerd vastgelegd wie wat in hoeverre moet onderhouden. 5.10.3 Relatie tot bestemmingsplan Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Grondwater Voor grondwater geldt dat geen ondergrondse bebouwing aanwezig is in de huidige situatie en dat ook geen ondergrondse bebouwing wordt gerealiseerd bij de planontwikkeling. Van een wijziging in grondwaterpeil en/ of grondwaterstromen als gevolg van ondergrondse bebouwing is derhalve geen sprake. Voor de uitvoering van het project is ook ontgraving anders dan ontgraving voor ondergrondse bebouwing niet noodzakelijk.

De bestaande bebouwing wordt weggenomen en de nieuwe bebouwing wordt op hetzelfde maaiveldniveau opgericht. Doorgaans zijn er dan geen risico's ten aanzien van opbarsten en omhoogkomend grondwater. In dit plangebied echter, is bekend dat in de bestaande situatie al sprake is van grondwateroverlast. Dat betekent onder meer dat goed moet worden nagedacht over de fundatie va de bestaande bebouwing; die zal in elk geval niet worden getrokken, zodat voorkomen kan worden dat via de gaten die dan ontstaan grondwater omhoog komt. Verder is de onderdruk vanuit het IJsselmeer relevant. Beoordeeld dient te worden wat deze druk betekent voor de herontwikkeling van de wijk. Hiertoe wordt een geohydrologisch onderzoek uitgezet. Deze is formeel niet noodzakelijk voor voorliggend bestemmingsplan. Waterkwantiteit Bij (stedelijke) ontwikkelingen dient de toename van het verhard oppervlak in beeld te worden gebracht en zo nodig te worden gecompenseerd. Veranderende weersomstandigheden maken het daarnaast noodzakelijk dat zo veel mogelijk zorg wordt gedragen voor het opvangen van hemelwater ter voorkoming van overstroming bij zware regenval. Voor waterberging geldt de voorkeursvolgorde 'vasthouden, bergen en afvoeren'. Watercompensatie verhard oppervlak Als gevolg van de beoogde ontwikkeling neemt het verhard oppervlak toe.

Hierdoor stroomt hemelwater versneld af richting oppervlaktewater, in plaats van dat het de onverharde bodem infiltreert. Om de effecten van deze versnelde afvoer op te vangen, dient te worden voorzien in watercompensatie zoals hieronder omschreven. Het totale verharde oppervlak (bebouwing en wegen/ paden) in de bestaande situatie betreft ca. 11.310 m². In de toekomstige situatie zal het verhard oppervlak ca. 12.085 m² beslaan, waardoor het verhard oppervlak toeneemt met ca. 775 m². Op basis van de Keur van het Hoogheemraadschap geldt een compensatieverplichting wanneer het verhard oppervlak toeneemt met meer dan 800 m2. Daar raakt de ontwikkeling niet aan. Wel dient met het oog op klimaatadaptatie rekening te worden gehouden met extreme neerval van hemelwater, zie hierna. Waterberging extreme neerslag In aanvulling op de compensatieopgave zoals hierboven omschreven, dient met het oog op klimaatadaptatie het creëren van extra waterberging waar mogelijk in de planontwikkeling te worden meegenomen. In beperkte mate kan deze oplossing worden gevonden in het aanleggen van groenvoorzieningen, hetgeen in dit plan gebeurt door het toepassen van groene daken en de zorg voor voldoende groen in de openbare ruimte. Voor waterberging dat voldoet aan de voorkeursvolgorde 'vasthouden, bergen en afvoeren' zijn de genoemde oplossingen echter niet voldoende. Toereikende

54

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 oplossingen hiervoor kunnen gelegen zijn het realiseren van wadi's, waterretentie kratten of daarmee vergelijkbare oplossingen. Ook waterpasserende bestrating of een weloverwogen inrichting van het openbaar gebied kunnen daaraan bijdragen. Dergelijke voorzieningen maken het mogelijk hemelwater bij extreme neerslag (tijdelijk) vast te houden, zodat versnelde afvoer naar oppervlaktewater met risico tot overstroming zo veel mogelijk kan worden vermeden. Een en ander vraagt een verdere technische uitwerking, waarbij onder andere de geohydrologische gesteldheid van de bodem van invloed is op de keuzes die daarin dienen te worden gemaakt. Voor dit plan worden de mogelijkheden tot extra waterberging onderzocht, bijvoorbeeld door waterbergende voorzieningen aan te brengen in de binnentuinen van de woongebouwen. Om dergelijke voorzieningen juridisch planologisch mogelijk te maken, wordt in de regels binnen de diverse bestemmingen specifiek de mogelijkheid opgenomen waterbergende voorzieningen te realiseren. Waterveiligheid Beschermde gebieden, of beschermingszones, zijn opgenomen op de leggerkaarten van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en borgen, in samenhang met de Keur, dat de betreffende waterstaatswerken aan de taken kunnen blijven voldoen. Dit betekent dat werken in beschermingszones aan regels is geboden.

De volgende leggerkaarten zijn beschikbaar: Legger wateren Legger waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van oppervlaktewater

Figuur 5.6: Uitsnede legger wateren Wel wordt het plangebied aan de noord- en oostgrens begrenst door de primaire waterkering van de Omringdijk. Het plangebied ligt in zijn geheel binnen de beschermingszones A en B, zie onderstaande figuren.

Toelichting (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 5.7: Uitsnede legger waterkeringen

figuur 5.8: Uitsnede legger waterkeringen, ingezoomd Het oranje gedeelte tussen de stippellijnen is de kernzone van de waterkering en omvat de Oosterdijk. Het daarbuiten gelegen licht oranje gedeelte is beschermingszone A en het licht groene gedeelte is beschermingszone B.Voor deze ontwikkeling is beschermingszone B niet relevant maar voor beschermingszone A geldt hiervoor de watervergunningplicht en moet worden beoordeeld of deze ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de waterkerende functie van de dijk. In lijn met de verplichting uit het Barro zoals omschreven in paragraaf 2.1.3 Barro en Rarro, is voor het gehele plangebied (dus ook voor beschermingszone B) een vrijwaringszone opgenomen, zie artikel 14 Algemene aanduidingsregels. Hierbinnen geldt dat bouwen niet zonder meer is toegestaan en dat hiertoe een nadere afweging van het bevoegd gezag en de beheerder van de dijk noodzakelijk is. In de praktijk zal dit - gezien de huidige bebouwing in het gebied - niet op belemmeringen stuiten. Wel is hiermee een extra waarborg in het plan gebracht waarmee de dijk en het doelmatig functioneren

56

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 daarvan, voldoende is beschermd. Riolering en afvalwater Momenteel sprake van gemengd stelsel. Na herontwikkeling is sprake van een gescheiden stelsel, waarbij schoon homelwater wordt afgekoppeld van het vuilwaterriool. Het stelsel dient te voldoen aan hetgeen in de Leidraad Inrichting Openare Ruimte (LIOR) is gesteld. Dit vormt een nadere uitwerking die plaatsvindt buiten de kaders van voorliggend bestemmingsplan. Voor (huishoudelijk) afvalwater geldt dat dit in de toekomstige situatie toe zal nemen. Dit is inherent aan de toename van het aantal woningen binnen het plangebied. Daarentegen zijn de bestaande 74 woningen nog aangesloten op een gemengd stelsel. Door het schoon hemelwater in de toekomstige situatie af te koppelen wordt de druk op het vuilwaterriool beperkt. Er ontstaat daardoor een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. 5.10.4 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

57

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten

Inleiding

De regels en de plankaart vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een uitleg van de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende gedachten en onderzoeken die hebben geleid tot de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Op de bij het bestemmingsplan behorende plankaart met het Plan identificatie nummer NL.IMRO.0388.BPBloemhof-va01 zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. In dit bestemmingsplan zijn de enkelbestemmingen 'Groen', 'Verkeer Verblijfsgebied', Wonen' opgenomen. Daarnaast gelden dubbelbestemmingen in verband met archeologie en de primaire waterkering. Ter bescherming van deze kering is daarnaast een vrijwaringszone opgenomen, waarmee tevens voldaan is aan de verplichting uit het Barro (zie paragraaf 2.1.3 Barro en Rarro). De bestemming wordt op de verbeelding zichtbaar gemaakt door middel van een kleur. Deze op de verbeelding ingetekende bestemming is gekoppeld aan een artikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze de gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden.

6.2

Opzet en verantwoording van de planregels

Het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze elementen zijn direct bindend en vormen o.a. de toetsingsgrond voor een aanvraag om omgevingsvergunning. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van de onderhavige toelichting, die niet juridisch bindend is maar wel inzage geeft in de gemaakte afwegingen binnen dit bestemmingsplangebied. Bij het opstellen van de regels is rekening gehouden met de Wet ruimtelijke ordening. Om te voorkomen dat de planregels niet mogelijk maken wat achteraf gezien toch eigenlijk wel aanvaardbaar is bevat het bestemmingsplan de nodige flexibiliteit. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen 2012. Leeswijzer bestemmingsregels De bestemmingsregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. In de inleidende regels zijn in artikel 1 de definities van de verschillende in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen en in artikel 2 de wijze van meten. De wijze van meten geeft aan hoe de oppervlakte, inhoud, goothoogte, nokhoogte e.d. van een bouwwerk moet worden bepaald. Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Het tweede hoofdstuk bevat de bestemmingsregels voor de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer - Verblijf', 'Wonen - 1', 'Wonen - 2' en de dubbelbestemmingen in verband met archeologie en de waterkering.

In deze regels zijn het toelaatbare gebruik van gronden en bouwwerken aangegeven (bestemmingsomschrijving) en zijn diverse bepalingen inzake het bouwen opgenomen. Hieronder worden de bestemmingen van een nadere toelichting voorzien. Groen Het openbaar groen en parkruimtes in het plangebied zijn bestemd als ‘Groen’. Het is van belang deze groenstructuren in het plangebied te behouden. Om het groene karakter te behouden zijn binnen deze bestemming geen gebouwen toegestaan. Uitzondering op de regel vormen kleine gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Verder zijn binnen deze bestemmingen speelvoorzieningen en voetpaden toegestaan. Verkeer - Verblijf De wegen in het plangebied hebben een duidelijke verblijfsfunctie. Deze wegen zijn daarom bestemd als 'Verkeer - Verblijf'. Naast wegen zijn binnen deze bestemming ook openbare parkeerplaatsen en groenen speelvoorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Er is tevens een regeling opgenomen ten aanzien van waterbergende voorzieningen.

58

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Wonen - 1 en Wonen - 2 De woningen in het plangebied vallen onder de bestemmingen ‘Wonen - 1’ en ‘Wonen - 2’. De bouwregels van deze bestemmingen zijn afgestemd op de gebruikelijk systematiek van de gemeente voor deze bestemming. Onder ‘Wonen - 1’ vallen de eengezinswoningen. ‘Wonen - 2’ ziet toe op gestapelde woningbouw, waar de appartementen en de beneden- en bovenwoningen (bebo) onder vallen. Het maximale aantal woningen is per typologie opgenomen in de regels, omdat de onderliggende onderzoeken alsook de parkeeroplossing zijn afgestemd op deze aantallen. In lijn met diverse andere bestemmingsplannen binnen de gemeente is ervoor gekozen wel bestemmingsvlakken op te nemen, maar geen bouwvlakken te projecteren. Hierdoor ontstaat enige ontwerpflexibiliteit, die nodig is voor een nadere uitwerking voor de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen'. Hiermee wordt tevens voorkomen dat beperkte afwijkingen ten opzichte van de bouwvlakken niet direct nopen tot het doorlopen van een planologische procedure, hetgeen belemmerend werkt voor een doelmatige uitwerking en uitvoering van de ontwikkeling. De stedenbouwkundige randvoorwaarden - zoals bijvoorbeeld de maximale bouwhoogte - zijn wel verwoord in de regels en bieden houvast bij de verdere uitwerking, zonder dat het bestemmingsplan als krimpfolie om het bouwplan wordt gelegd.

Aan-huis-verbonden beroepen worden toegestaan, mits het om ondergeschikte bedrijfsactiviteiten gaat en er geen hinder ontstaan voor de woonbuurt. Het is niet de bedoeling om de woonfunctie te laten vervallen en zelfstandige praktijk- en bedrijfsruimte in de woning te realiseren. Er geldt een beperking van de maatvoering van de bedrijfsruimte aan huis. De bedrijfsvloeroppervlakte mag niet meer zijn dan 50 m² of (in geval van kleine panden) 30% van de totale gezamenlijke vloeroppervlakte op de begane grond van alle aanwezige bebouwing op het bouwperceel. Waarde - Archeologie 1, Waarde - Archeologie 3 en Waarde - Archeologie 5 Ter bescherming van archeologische waarden in de bodem is de dubbel-bestemming 'Waarde Archeologie' opgenomen. Voor de bescherming van deze waarden is een archeologisch onderzoek nodig waarbij duidelijk moet zijn wat de gevolgen voor deze waarden zijn voor een omgevingsvergunning voor bouwen verleend kan worden. Waterstaat - Waterkering Ter bescherming van de aanwezige waterkering is de dubbel-bestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Overige regels Het derde hoofdstuk bevat algemene regels die gelden voor alle in het plangebied voorkomende bestemmingen. De antidubbeltelregel (artikel 11) is opgenomen conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening.

In de artikelen 14 tot en met 16) zijn de voor het plan geldende algemene bouw-, gebruiks- en afwijkingsregels opgenomen. Deze bepalingen gelden voor alle in het plan opgenomen bestemmingen. In het vierde hoofdstuk zijn de overgangs- en slotregels opgenomen. In dit hoofdstuk is onder andere bepaald hoe om te gaan met het gebruik en het bouwen voor thans nog aanwezige functies die niet in overeenstemming zijn met het plan. Deze regels volgen uit de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In de slotbepaling is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald: het bestemmingsplan 'Bloemhof 2023'.

Toelichting (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12 Wro dient de gemeenteraad bij een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen. Het doel van een exploitatieplan is om bijkomende kosten te verhalen op ontwikkelaars in het plangebied. Op grond van artikel 16, tweede lid Wro kan de gemeenteraad bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Middels het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente, zijn de kosten anderszins verzekerd.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Communicatie en participatie

Voortraject Welwonen heeft in samenwerking met Sacon een uitgebreid participatietraject opgezet om input vanuit de omgeving voor het stedenbouwkundig plan voor de wijkvernieuwing op te halen. Een uiteenzetting hiervan is opgenomen in het stedenbouwkundig plan van Sacon, hetwelk is opgenomen in Bijlage 1 bij voorliggend bestemmingsplan. Ook in de periode daarna heeft Welwonen de bewoners actief geïnformeerd en betrokken bij het proces. Een totaaloverzicht van de gevoerde participatie en bijbehorende tijdlijnen is opgenomen in Bijlage 14. Hieronder is het traject op hoofdlijnen integraal weergegeven. Voor een gedetailleerdere omschrijving wordt verwezen naar voornoemde bijlagen. Ten behoeve van de gewenste en noodzakelijke wijkvernieuwing is reeds in 2017 aangevangen met de eerste verkenningen. Hiertoe zijn aan de start van het proces twee wijkwandelingen georganiseerd, die plaatsvonden op 30 mei en 1 juni 2017. Aan deze wandelingen hebben 25 buurtbewoners deelgenomen. Op een informele manier is met bewoners gesproken over zowel positieve als negatieve zaken met betrekking tot de wijk en tot de woningen. Op 11 juni 2017 vond een terugkomdag plaats, waar 23 van de 25 buurtbewoners die hebben meegewandeld bij aanwezig zijn geweest. Tijdens deze bijeenkomst zijn een aantal onderwerpen ter discussie gesteld en is met de aanwezigen van gedachten gewisseld.

Onder andere de vraag of renovatie of sloop/nieuwbouw de voorkeur heeft, is besproken. Sloop/vervangende nieuwbouw wordt belangrijk gevonden voor de toekomst van de buurt en er is een grote bereidheid om meer huur te betalen als de energielasten omlaag gaan. Volgend daarop vond op 9 januari 2018 een inloopbijeenkomst plaats waarbij de bewoners geïnformeerd zijn over de voorgenomen sloop van een deel van de woningen in de Bloemenbuurt. Met aanwezigen is gesproken over het waarom, over de voorlopige planning en betrokkenheid bij het ontwerpproces, maar ook over persoonlijke consequenties van voorgenomen sloop. Naar aanleiding hiervan (en ook bij verhindering op deze bijeenkomst) konden mensen zich opgeven voor een persoonlijk gesprek met een van de verhuurmedewerkers van Welwonen. De inloopmarkt had een goede belangstelling. Enkele personen hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid van een persoonlijk gesprek. Op 6 februari 2018 en 13 maart 2018 vonden participatiebijeenkomsten plaats. De belangstelling voor deze avonden was zeer groot en de sfeer overwegend positief. Onderwerpen zoals zonnepanelen, waterberging, groen maar ook woningtypologie en verkeer/parkeren zijn tijdens eerste avond de revue gepasseerd.

De tweede avond stond in het teken van de complexiteit van het maken van een stedenbouwkundig plan, waarbij bewoners zelf op basis van een aantal randvoorwaarden en minimumvereisten een plan konden ontwerpen. Belangrijke doelstelling en winst van de avond was dat bewoners werden meegenomen in het planproces en in de keuzes die daarbij moeten worden gemaakt. Bij het uitwerken van het concept stedenbouwkundig plan heeft Sacon zich vervolgens vooral laten inspireren door verschillende aspecten uit de verschillende plannen welke die avond zijn gepresenteerd. Het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp is uiteindelijk op 10 april 2018 gepresenteerd. In mei 2018 zijn de uitkomsten, inclusief een eerste concept stedenbouwkundig plan, waarin de input

60

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 van bewoners is gevoegd, in een nieuwsbrief teruggekoppeld aan de wijk. Tussen mei 2018 en april 2019 is het concept stedenbouwkundig plan in overleg tussen de stedenbouwkundige van Welwonen en de stedenbouwkundige van de gemeente aangepast. Het aangepaste stedenbouwkundig plan is in april 2019 via een nieuwsbrief aan de wijk teruggekoppeld. In april 2019 heeft Welwonen bewoners opgeroepen om deel te nemen aan een klankbordgroep nieuwbouw. De klankbordgroep is opgesteld om mee te denken en richting te geven aan de inrichting voor de nieuwbouw. In 2020 is Welwonen 1-op-1 langsgegaan bij de bewoners voor een draagvlakmeting. Deze draagvlakmeting is op deze manier uitgevoerd vanwege de maatregelen die op dat moment golden rondom Covid-19. Daarna volgde een periode van het uitwerken van de 1-op-1 gesprekken. In diezelfde periode voerde een door Welwonen ingeschakelde specialistische partij een woonwensenonderzoek uit. De gespecialiseerde partij onderzocht, wederom in 1-op-1 gesprekken, de individuele behoeften van de bewoners. Bijna alle bewoners hebben hier aan meegewerkt. Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat veel bewoners willen terugkeren in de Bloemenbuurt.

Na de uitvoer van dit onderzoek heeft Welwonen in de periode van mei 2022 t/m april 2023 diverse nieuwsbrieven verstuurd (mei 2022, september 2022, februari 2023, maart 2023 en april 2023). Vervolgens zijn de bewoners uitgenodigd voor de bewonersbijeenkomst van 25 mei 2023, hierin heeft Welwonen nogmaals de plannen voor de wijk gepresenteerd en konden bewoners vragen stellen aan Welwonen. In navolging van de bewonersavond is opnieuw een nieuwsbrief verspreid om de gehele wijk te informeren. In juni 2023 zijn persoonlijke gesprekken gevoerd met bewoners die hier behoefte aan hadden. Tijdens die gesprekken werd opnieuw hun behoefte gepolst, eventuele afspraken gemaakt en/of uitleg over de wijkvernieuwing gegeven. Tevens ontving de gehele Bloemenbuurt in juni 2023 een nieuwsbrief n.a.v. de vergadering gemeenteraad. Naast de omgeving is ook de gemeente tussentijds geïnformeerd over de plannen. Bij besluit van 27 juni 2023 (Djuma-8645) heeft de gemeenteraad ingestemd met het voorstel om tot wijkvernieuwing over te gaan. Dit vormde het startsein voor het uitvoeren van de benodigde onderzoeken en het opstarten van de planologische procedure, waar voorliggend bestemmingsplan onderdeel van uitmaakt. Informatievoorziening De bewoners zijn via de website van Welwonen en door middel van nieuwsbrieven op de hoogte gehouden van het proces.

Daarnaast zal Welwonen de bewoners actief informeren voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 7.2.2

Bestuurlijk vooroverleg ex. art. 3.1.1 Bro

Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het artikel 3.1.1. Bro toegezonden aan de bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan. Hierop is gereageerd door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, de Archeologische dienst West-Friesland, de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). De reacties hebben - kort samengevat - geleid tot de volgende (tekstuele) aanpassingen in de toelichting en regels van dit bestemmingsplan: Aanpassingen naar aanleiding van reactie Omgevingsdienst Noord-Holland Noord het nader bodemonderzoek is uitgevoerd en de resultaten daarvan zijn verwerkt in paragraaf 5.5 Bodem; de nader ecologische onderzoeken voor fase 2, 3 en 4 zijn verwerkt in paragraaf 5.8 Flora en fauna, waarbij voor fase 2 is verwezen naar de reeds afgegeven ontheffing; het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is uitgevoerd en de resultaten daarvan zijn verwerkt in paragraaf 5.2 Geluid.

Aanpassingen naar aanleiding van Archeologische dienst West-Friesland in Artikel 7, Artikel 8 en Artikel 9 van de Regels van dit bestemmingsplan zijn de tekstuele verschrijvingen (ten aanzien van de nummering) aangepast; de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' is aangepast naar de bestemming 'Waarde - Archeologie 3', zodat binnen het gehele gemeentelijk grondgebied een uniforme standaard wordt aangehouden. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN)

Toelichting (vastgesteld)

61

bestemmingsplan Bloemhof 2023

De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft aangegeven dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het planvoornemen. De bereikbaarheid en de bluswatervoorziening dienen aan de eisen te voldoen zoals opgenomen in de handreiking bluswater en bereikbaarheid VRNHN 2021. Met betrekking tot de realisatie van de appartementengebouwen wordt de veiligheidsregio graag betrokken bij een verdere uitwerking van de plannen, met name met betrekking tot de opstelplaatsen en de bluswatervoorziening. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) Het HHNK heeft enkel twee punten vanuit waterveiligheid aangehaald. Dit betreffen de volgende punten: 1. Het hoogheemraadschap staat geen nieuwbouw en herbouw toe, tenzij de vereiste standzekerheid van de waterkering gewaarborgd blijft en de bebouwing niet voorbij de bestaande doorgaande gevellijn wordt geplaatst. Er mag dus niet verder richting de dijk gebouwd worden dan is aangegeven in figuur 4.1 uit de toelichting. 2. In het geval van nieuwbouw en vernieuwbouw waarbij een kelder of een verdiepte fundering wordt toegepast moet er een aanvullende zelfstandig kerende constructie geplaatst (bijvoorbeeld een damwand) worden. Deze constructie neemt het binnen- of buitentalud van de waterkering over. De levensduur van deze zelfstandige constructie is ten minste 100 jaar.

Er lijkt in het plan geen sprake te zijn van een kelder of verdiepte fundering, maar mocht dit toch het geval zijn zou HHNK graag meer informatie willen verkrijgen hierover, voordat de aanvraag als waterveilig verklaard kan worden. Richting het HHNK is als volgt gereageerd: 1. Dit bestemmingsplan laat geen bebouwing verder richting de dijk toe, dan is aangegeven opf figuur 4.1. Een en ander is ook geborgd in de planregels en verbeelding. 2. Onder de toekomstige bebouwing zal geen kelder of verdiepte fundering worden gerealiseerd. 7.2.3

Inspraak en zienswijzen

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 14 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken op het plan. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

62

Toelichting (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13979997/1