CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1b bestemmingsplan Bloemhof 2023 Toelichting

gemeenteraad 23 april 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling Bloemhof 202324.487 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bloemhof 2023

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

6 6 7 8 9

Hoofdstuk2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid

10 10 12 16 20

Hoofdstuk3 Huidige situatie 3.1 Ontstaansgeschiedenis 3.2 Beschrijving bestaande situatie

25 25 25

Hoofdstuk4 Planbeschrijving 4.1 Stedenbouwkundige opzet en beeldkwaliteit 4.2 Programma 4.3 Verkeer en parkeren 4.4 Duurzaamheid en klimaatadaptatie

28 28 31 32 35

Hoofdstuk5 Omgevingsonderzoeken 5.1 M.e.r.-beoordeling 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Bodem 5.6 Externe veiligheid 5.7 Ontplofbare oorlogsresten 5.8 Flora en fauna 5.9 Archeologie en Cultuurhistorie 5.10 Water

37 37 37 38 40 42 43 45 46 50 53

Hoofdstuk6 Juridische aspecten 6.1 Inleiding 6.2 Opzet en verantwoording van de planregels

58 58 58

Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

60 60 60

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

Bijlage 3

Akoestischonderzoek

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Nader bodemonderzoek

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Bijlage 6

Oriënterend Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 7

Quickscan Wet natuurbescherming fase 2

Bijlage 8

Quickscan Wet natuurbescherming fase 3

Bijlage 9

Quickscan Wet natuurbescherming fase 4

Bijlage 10

Nader ecologisch onderzoek fase 3

Bijlage 11

Nader ecologisch onderzoek fase 4

Bijlage 12

Ontheffing Wet natuurbescherming fase 2

Bijlage 13

Berekening stikstofdepositie

Bijlage 14

Overzicht participatie Bloemenbuurt

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Bloemhof 2023

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Stichting Woondiensten Enkhuizen (opererend onder de naam en hierna te noemen: Welwonen) is voornemens om de sociale woningvoorraad in het noordelijk deel van de Bloemenbuurt te Enkhuizen te vernieuwen. De wijkvernieuwing wordt gefaseerd - in 4 fasen - tot stand gebracht. Fase 1, bestaande uit 16 eengezinswoningen, is eind 2022 opgeleverd. Voor de ontwikkeling van fase 2, 3 en 4 biedt voorliggend bestemmingsplan een actueel planologisch kader, waarbinnen de opgave verder kan worden uitgewerkt. De wijkvernieuwing maakt deel uit van de grotere herstructureringsopgave van Plan Noord. Zoals aangegeven ziet voorliggend bestemmingsplan (enkel) op fase 2, 3 en 4 van de wijkvernieuwing van de Bloemenbuurt. Fase 1 en overige herstructurering van het Plan Noord, vallen buiten de kaders van voorliggend bestemmingsplan. Een en ander is weergegeven op onderstaand figuur.

Figuur 1.1: Fasering wijkvernieuwing Bloemenbuurt Het plan staat ook wel bekend onder de naam 'Bloemhof'. Het doel is in totaal 96 woningen te realiseren. De woningen worden gerealiseerd in de sociale huursector en worden in diverse typologieën vormgegeven. De huidige bebouwing binnen het plangebied bestaat uit 74 eengezinswoningen, die als gevolg van veroudering en wateroverlast door hoge grondwaterstanden, geheel aan vernieuwing toe zijn. De vernieuwing van de bestaande woningen binnen het plangebied vraagt om sloop/nieuwbouw. De mogelijkheden om binnen de bestaande bebouwing te voorzien in de duurzaamheidsopgave waar Welwonen voor staat, zijn te beperkt. Met het slopen en opnieuw opbouwen van de woonbuurt ontstaan kansen, niet alleen ten aanzien van duurzaamheid en klimaatadaptatie, maar ook voor het uitbreiden van de woningvoorraad als reactie op de steeds verder toenemende woningbouwbehoefte en de daaruit volgende krapte op de (sociale) woningmarkt. De voorgenomen herontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan “Noord / Oude Gouw 2008”. Met voorliggend bestemmingsplan wordt daarom een actueel planologisch kader geboden voor de beoogde wijkvernieuwing. Het concept van de woonbuurt is met zorg vormgegeven, met aandacht voor

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 de leefbaarheid, de menselijke maat, sociale cohesie, duurzaamheid en klimaatadaptie. De nieuwe woonbuurt 'Bloemhof' sluit daarmee aan op de eigentijdse woonbehoeften (en op die van de toekomst). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en toelichting. Voorliggend document bevat de toelichting, waarin de achtergrond van het project, de gemaakte keuzes in het bestemmingsplan en de ruimtelijke en milieutechnische aspecten in relatie tot de ontwikkeling zijn beschouwd.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen in het noordelijk deel van de wijk Bloemenbuurt te Enkhuizen, en wordt globaal begrensd door: de Asterstraat aan de noord- en oostzijde met direct aangrenzend de Westfriese Omringdijk; woonbebouwing van de wijk Bloemenbuurt aan de zijdzijde (waaronder ook de nieuwbouw van fase 1 ten zuidoosten); Violenstraat / Tulpenplein en speeltuin Piet Smitstraat aan de westzijde. De globale ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in onderstaande afbeelding. Voor de exacte duiding van de plangrenzen wordt verwezen naar de verbeelding bij voorliggend bestemmingsplan.

Figuur 1.2: Luchtfoto plangebied (bron: afbeelding opgemaakt in QGIS) Van belang om te vermelden is dat de fasering zoals geduid in hoofdstuk 1 Inleiding, in dit bestemmingsplan slechts zijdelings aan bod komt; deze is met name relevant voor de uitvoeringsfase en heeft nauwelijks invloed op de planologische procedure, waar voorliggend bestemmingsplan onderdeel van uitmaakt. Voor zover daarvan sprake is, wordt het onderscheid in de betreffende paragraaf geduid en de relevantie ervan toegelicht. Tot slot wordt volledigheidshalve opgemerkt dat de inmiddels opgeleverde woningen binnen fase 1 (blauw gearceerd op figuur 1.1), buiten de scope van dit bestemmingsplan vallen.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Bloemhof 2023

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het geldende planologische regime binnen het plangebied betreft het bestemmingsplan "Noord / Oude Gouw 2008", vastgesteld door de gemeenteraad van Enkhuizen op 11 april 2008. Daarnaast is door het rijk twee keer een voorbereidingsbesluit vastgesteld met betrekking tot datacenters, waarmee wordt voorkomen dat ontwikkelingen plaatsvinden die de realisatie van datacenters kunnen bemoeilijken. Aangezien de voorbereidingsbesluiten niet relevant zijn voor het bestemmingsplan en het bestemmingsplan op zijn beurt geen invloed op de mogelijke ontwikkeling van grootschalige datacenters, wordt daar niet verder op ingegaan. Het plangebied kent de volgende bestemmingen: de enkelbestemmingen 'Wonen - 2' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' de aanduiding 'wijziging t.b.v. herstructurering'. In aanvulling op het bovenstaande wordt nog stilgestaan bij de aanvullende bestemming in verband met de waterkering (Westfriese Omringdijk). Deze valt op basis van de plankaart behorend bij het huidige bestemmingsplan buiten de grenzen van de wijkvernieuwing van fase 2, 3 en 4. In voorliggend bestemmingsplan is dit - mede op grond van het Barro (zie paragraaf 2.1.3 Barro en Rarro) - anders. Ter bescherming van het doelmatig functionerend houden van de waterkerende functie van de dijk is een beschermingsregeling opgenomen.

In paragraaf 5.10 Water, wordt de waterkering en de invloed ervan op het plangebied, nader besproken.

Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Noord / Ouwe Gouw 2008" ter hoogte van plangebied (bron: Uitsnede plankaart ruimtelijkeplannen.nl) Relatie tot ontwikkeling Hoewel het plangebied reeds in de huidige situatie de bestemming 'Wonen' (en Verkeer Verblijfsgebied) kent, bieden de bouwmogelijkheden binnen de vigerende bestemming(en) onvoldoende ruimte voor de realisatie van de gewenste aantallen en typologieën. Omdat de ontwikkeling niet passend is binnen de vigerende bebouwingsmogelijkheden, is sprake van strijd met het bestemmingsplan "Noord / Ouwe Gouw 2008".

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 passeren de voor het plangebied relevante beleidsdocumenten de revue. Hoofdstuk 3 en 4 gaan in op de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en op de gewenste toekomstige situatie, waarbij hoofdstuk 4 tevens ingaat op de stedenbouwkundige visie, verkeer en parkeren en duurzaamheid. Hoofdstuk 5 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig overeenkomstig artikel 3.1.6 Bro. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de juridische aspecten waarbij een toelichting wordt gegeven op de planregels, verbeelding en de regels voor het gebruik en te realiseren bebouwing. In hoofdstuk 7 wordt de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. De resultaten van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening worden na afronding daarvan toegevoegd aan de betreffende paragraaf. Ook de resultaten uit de omgevingsdialoog worden hierin weergegeven. Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt middels een Nota van Zienswijzen uiteengezet welke zienswijzen op het plan zijn binnengekomen en wat de gemeentelijke reactie op deze zienswijzen is.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. Relatie tot bestemmingsplan In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater.

Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving”, “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit”, “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving”, “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid “en “Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater” wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze toelichting, waar de omgevingsaspecten worden behandeld. Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige afweging. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De voorgenomen ontwikkeling dient hieraan getoetst te worden. In de navolgende paragrafen wordt het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid nader behandeld. Aan de hand van het beleid kan de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte worden bepaald. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft raakvlakken met diverse nationale belangen.

Gelet op de aard en omvang van het project, wordt verder beleid hierover overgelaten aan de decentrale overheden. Het NOVI vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 2.1.2

Besluit ruimtelijke ordening (2017)

Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Relatie tot bestemmingsplan De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 5. Verder dient de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen te worden. De Ladder is als motiveringseis in het

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Onderbouwing behoefte Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat een sloop-/ nieuwbouwproject, waarmee per saldo 22 sociale huurwoningen aan de bestaande voorraad worden toegevoegd. Het plan kan daarmee worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Daarbij is zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve behoefte relevant. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op het geldende woonbeleid vanuit de verschillende bestuurslagen. Hieronder wordt slechts samenvattend ingegaan op de kwalitatieve én kwantitatieve behoefte aan de ontwikkeling. Voor een volledige weergave van het beleid ter zake, wordt verwezen naar (met name) de regionale en gemeentelijk beleidsparagraaf. Op basis van het regionale beleid is binnen de regio West-Friesland sprake van een woningbouwbehoefte van ca. 16.000 woningen tot 2030. Dat komt neer op ca. 900 woningen per jaar.

De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 96 woningen in de gemeente Enkhuizen. Uit de Monitor Plancapaciteit van de provincie Noord-Holland blijkt dat het aantal en type woningen in de Bloemenbuurt is opgenomen onder de 'zachte plancapaiteit'. Dat zijn de plannen waarvoor een besluit in voorbereiding is, dit tegenover de harde plancapaciteit waarvan het besluit onherroepelijk is. Het initiatief maakt daarmee onderdeel uit van de plancapaciteit, zodat gesteld kan worden dat het plan aan de regionale, kwantitatieve behoefte beantwoordt. Daarnaast blijkt uit de behandeling van het gemeentelijk beleid, dat de ontwikkeling niet alleen in de kwantitatieve behoefte voorziet maar ook op kwalitatief niveau bijdraagt aan de woningbehoefte. De ontwikkeling is in lijn met de voorwaarden die gelden vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Afwegingskader wonen Westriesland 2021. Voor een uitgebreidere onderbouwing van hoe het plan beantwoordt aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt - met name - verwezen naar paragraaf 2.3 Regionaal beleid. Conclusie Het aspect 'Ladder voor duurzame verstedelijking' voorziet in de actuele behoefte aan woningen in de regio West-Friesland.

Tevens past het voorgestelde programma ten aanzien van van woningtypologie, segment en doelgroep aan de het regionale en gemeentelijke woonbeleid, zodat het initiatief niet alleen kwantitatief maar ook in kwalitatieve zin beantwoordt aan de behoeftevraag. Het plan doorstaat daarmee de Laddertoets, zodat de Ladder niet aan de vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat. 2.1.3

Barro en Rarro

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die juridisch doorwerken op het niveau van het bestemmingsplan, waardoor het de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperkt, daar waar de nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is per onderwerp aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. De onderwerpen uit het Barro zijn nader uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). De verschillende nationale belangen zijn hieronder weergegeven.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Aan de hand van het kaartmateriaal behorende bij het Barro en Rarro kan worden beoordeeld in hoeverre de planlocatie gelegen is binnen of in de nabijheid van een gebied waar nationale belangen een rol spelen. De kaarten zijn digitaal te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Uit een toets aan het kaartmateriaal blijkt dat de projectlocatie niet gelegen is binnen een gebied waar nationale belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen restrictief kunnen zijn. Het Barro en Rarro zijn daarmee niet van toepassing op het plangebied of deze specifieke ontwikkeling. Binnen het plangebied geldt één nationaal belang, te weten die ten aanzien van primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Buiten het plangebied, maar in de directe omgeving ervan, is het IJsselmeergebied van belang om te benoemen. Hieronder stilgestaan bij deze belangen en de mate van invloed die zij hebben op voorliggend bestemmingsplan. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament Primaire waterkeringen buiten het kustfundament dienen in bestemmingsplannen te worden opgenomen. De Westfriese Omringdijk betreft een primaire waterkering (en provinciaal monument). De (beschermingszones van de) waterkering overlappen deels met het huidige plangebied. In de regels bij dit bestemmingsplan, is conform art.

2.3.3 van het Barro een beschermingsregeling opgenomen ten aanzien van de waterkering, bestaande uit enerzijds een gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' ter plaatse van de beschermingszones A en B en anderzijds de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' ter plaatse van de kernzone. Hiermee zijn diens belangen afdoende beschermd en is voldaan aan de verplichting uit het Barro. IJsselmeergebied Voor gronden gelegen rondom het IJsselmeergebied gelden beperkingen ten aanzien van landaanwinning en uitbreiding van nieuwe bebouwing, zodat wordt voorkomen dat voldoende ruimte blijft voor de uitbreiding van het IJsselmeergebied. De beperkingen gelden alleen voor zover de gronden gelegen zijn binnen de op kaart 6 bij het Barro aangegeven grenzen. Het plangebied valt daarbuiten. Om die reden gelden de restricties niet op deze locatie en behoort het realiseren van nieuwe bebouwing ongeacht of deze reeds planologisch was toegestaan - tot de mogelijkheden. Conclusie In het plangebied is een dubbelbestemming en gebiedsaanduiding opgenomen met het oog op de belangen van de primaire waterkering. Voor het overige legt het Barro geen restricties op aan de ontwikkeling binnen dit plangebied. Het Barro vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 2.1.4

Crisis- en herstelwet

De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt binnen het bestemmingsplan valt onder de werking Crisisen herstelwet. Dit is het geval als met een ontwikkeling de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied mogelijk wordt gemaakt. Dit heeft gevolgen voor een eventuele beroepsprocedure. In de beroepsprocedure moeten belanghebbenden op voorhand al hun beroepsgronden uitgewerkt kenbaar maken (dit in tegenstelling tot de mogelijkheid om een pro forma beroep in te stellen en in een later stadium met aanvullingen te komen). Daarnaast wordt de proceduretijd bij de Raad van State aan een maximale doorlooptijd van een half jaar verbonden.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie NH2050

De Omgevingsvisie NH2050 (hierna: de Omgevingsvisie) is vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het 'waarom' en ten dele over het 'wat'. Onder de hoofdambitie, 'balans tussen economische groei en leefbaarheid', zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

De Omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio's, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. 2.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling De ambitie ten aanzien van woningbouw is dat vraag en aanbod van woonlocaties, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter met elkaar in overeenstemming zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Daar voldoet het initiatief aan door een bestaande, verouderde woonlocatie binnen de gemeente Enkhuizen volledig te vernieuwen. Duurzaamheid van de totale voorraad is daarbij het uitgangspunt.

De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 96 sociale huurwoningen die worden gebouwd conform de huidige wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid. Zo worden de woningen niet aangesloten op het gas en zal voor elektriciteitsproductie gebruik worden gemaakt van PV-panelen op het dak. Ook wordt een warmtepomp geïnstalleerd. De woningen dienen daarnaast te voldoen aan de wettelijke eisen voor "BENG" (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). De realisatie van dit programma draagt bij aan de ambitie te voorzien in een duurzame en betaalbare woningvoorraad als genoemd in de Omgevingsvisie. Daarbij geldt dat het een sloop-nieuwbouwproject betreft, waarbij met de sloop van 74 bestaande, verouderde woningen per saldo 22 woningen aan de bestaande woningvoorraad worden toegevoegd. 2.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de ambities en doelstellingen uit de Omgevingsvisie NH2050. 2.2.2

Omgevingsverordening NH2020

In de Omgevingsverordening NH2020 (hierna ook: de Omgevingsverordening) zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. 2.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling De provincie Noord-Holland heeft een interactieve kaart ontworpen, behorend tot de Omgevingsverordening. Het plangebied kent een aantal raakvlakken in deze interactieve kaart, namelijk Bodemsanering, Datacenters uitgesloten, Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000, Ontgrondingen, Peilbesluit en tot slot Regionale verdringingsreeks IJsselmeergebied. Naast deze loctatiespecifieke onderwerpen gelden ook een aantal onderwerpen die toezien op het specifieke soort ontwikkeling. Dit zijn alle algemene bepalingen die van toepassing zijn op de gronden zoals geduid als Grondgebied Provincie Noord-Holland. Op beide onderdelen in relatie tot het bestemmingsplan wordt hieronder nader ingegaan.

Locatiespecifieke bepalingen In onderhavige toelichting wordt in paragraaf 5.5 Bodem nader in gegaan op het aspect bodem. Van de ontwikkeling van een datacenter is geen sprake en ontgrondingen vinden evenmin niet plaats. Het bepaalde ten aanzien van kritische afstanden tot Natura 2000-gebieden gaat in op regels ten aanzien van helicopters en andere luchtvaartuigen, waar onderhavig bestemmingsplan niet aan raakt. Het bepaalde ten aanzien van peilbesluiten bevat een opdracht aan het waterschap Hollands Noorderkwartier en is voor dit bestemmingsplan eveneens niet relevant (overigens wordt in paragraaf

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Bloemhof 2023 5.10 Water nader ingegaan op het wateraspect). De regionale verdringingsreeks tot slot, ziet toe op de situatie van een onmiddellijk of dreigend watertekort en heeft derhalve geen relevantie voor onderhavige ontwikkeling. De regeling met betrekking tot het peilbesluit betreft een instructieregel aan het waterschapsbestuur, op grond waarvan zij gehouden zijn zorg te dragen voor actuele peilbesluiten voor de oppervlaktewateren binnen een plangebied. Omdat het een instructieregel aan het waterschap betreft, raakt dit niet aan voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast kan worden opgemerkt dat zich binnen of aangrenzend aan de planlocatie geen oppervlaktewaterlichamen bevinden. De bepalingen zoals opgenomen in paragraaf 6.10 van de Omgevingsverordening (thema water), zijn derhalve niet van toepassing op dit bestemmingsplan. De wijkvernieuwing vindt plaats in de nabijheid van de Westfriese Omringdijk. De Westfriese Omringdijk betreft een provinciaal monument en is derhalve cultuurhistorisch waardevol. Het plangebied ligt echter niet in het werkingsgebied van dit provinciaal belang. Wel is ter bescherming van de kernkwaliteiten van de Westfriese Omringdijk in 2009 een Beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Dit plan onderscheidt naast het werkingsgebied zelf nog twee zones die relevant zijn, namelijk de 'kwaliteitszone' en de 'panoramazone'.

De kwaliteitszone kent een breedte van 200 meter, waar het plangebied binnen ligt. Voor de panoramazone is de beleving en het uitzicht vanaf de dijk relevant. In paragraaf 5.9 Archeologie en Cultuurhistorie wordt nader ingegaan op dit aspect en wordt de relatie ervan tot de ontwikkeling beschreven. Kortheidshalve wordt verwezen naar de betreffende paragraaf. Soort ontwikkeling Omdat het plangebied niet in een van de specifieke werkingsgebieden is gelegen, gelden enkel de regels die van toepassing zijn op het gehele grondgebied van de provincie Noord-Holland. Artikel 6.1 van de Omgevingsverordening bepaalt dat paragraaf 6.1.1 van de Omgevingsverordening van toepassing is op nieuwe stedelijke ontwikkelingen voor het gehele provinciale grondgebied. De regels in deze paragraaf zijn onder andere opgesteld met het oog op het actief stimuleren van de regionale afstemming, duurzaam ruimtegebruik en het voorkomen van overprogrammering. Op grond van artikel 6.3 van de Omgevingsverordening kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken. Voorts geldt dat artikel 6.62 bepaalt dat bij dergelijke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen oog moet zijn voor klimaatadaptatie.

Op dit onderdeel wordt nader ingegaan in paragraaf 4.4 Duurzaamheid en klimaatadaptatie van voorliggende toelichting. Voor het overige geldt het volgende. In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daartoe zoekt de provincie aansluiting bij de definitie uit het Besluit ruimtelijke ordening, op basis waarvan een project al dan niet ladderplichtig is (zie paragraaf 2.1.2). Omdat per saldo 22 nieuwe woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd, kan gesproken worden van een stedelijke ontwikkeling. Of deze ook als 'nieuw' moet worden beschouwd is de vraag; de locatie betreft immers al een woongebied en het huidige bestemmingsplan maximaliseert het aantal te bouwen woningen niet. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, geldt dat een ontwikkeling 'nieuw' is wanneer sprake is van een groter planologisch ruimtebeslag. Het huidige bestemmingsplan legt weliswaar geen beperkingen op aan het aantal te realiseren woningen, maar de bouwmogelijkheden maken het niet mogelijk de gewenste beneden-bovenwoningen en appartementen mogelijk te maken. Zonder de verruiming van de bouwmogelijkheden, zou het aantal te realiseren woningen (in totaal 96, waarvan 22 nieuw) niet mogelijk zijn. Om die reden wordt de ontwikkeling getoetst aan artikel 6.3 van de Omgevingsverordening.

Gelet op de aard van de ontwikkeling kan worden gesproken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de regionale afspraken ten aanzien van woningbouw relevant zijn. Op het regionale woonbeleid wordt ingegaan in paragraaf 2.3 Regionaal beleid van deze toelichting. Kortheidshalve wordt hier vermeld dat de ontwikkeling past binnen de regionale visie ten aanzien van woningbouw en het daarin opgenomen woningbouwprogramma. Op de Monitor Plancapaciteit van de provincie Noord-Holland is voorts te zien dat de wijkvernieuwing Bloemenbuurt is aangemeld en de status 'plan/beslut in voorbereiding' heeft. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2, waarin onder meer wordt ingegaan op het regionale Afwegingskader wonen Westfriesland 2021. Het plan valt onder het aandeel zachte plancapaciteit binnen de regio. Derhalve is voldaan aan de bepaling dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen regionaal moeten zijn afgestemd.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

2.2.2.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening NH2020 en is daar voor het overige niet mee in strijd. 2.2.3

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

De Woonagenda van de provincie Noord-Holland is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda bestaat uit drie delen die samen, binnen de kaders van de Omgevingsvisie, de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar bevat. In lijn met de ambitie en doelstelling zijn vier ruimtelijke uitgangspunten opgesteld: 1. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. 2. We geven ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik en mobiliteit. 3. We versterken de rol van de kernen en steden in het regionale netwerk, leidend tot keuzes voor woningbouw- en economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau in de regio. 4. We bieden ruimte voor maatwerk en sturen op (inter)regionale samenwerking De speerpunten voor het woonbeleid 2020-2025 van de provincie Noord-Holland zijn: A. Een woning voor iedereen: 1. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. 2.

Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. 3. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. B. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. De provincie maakt via 'woonakkoorden' afspraken met regio's en gemeenten daarbinnen over woningbouw, programmering en fasering van woningbouwplannen. Uitgangspunt is de juiste balans tussen vraag en aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. Er worden maatwerkafspraken gemaakt om tot voldoende, bij de vraag passende woningen te komen en de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, natuur- en landschapsinclusief en circulair te kunnen realiseren. De woonakkoorden vervangen daarmee de Regionale Actieprogramma's Wonen (RAP's). Het woonakkoord wordt gesloten tussen de deelnemende partijen, minimaal de gemeenten en de provincie. De provincie stelt het woonakkoord ook vast. 2.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 96 duurzame sociale huurwoningen, waarvan per saldo 22 woningen nieuw zijn ten opzichte van de bestaande woningvoorraad. Een dergelijke ontwikkeling beantwoordt aan de alom prangende behoefte aan betaalbare woningen en zorgt daarmee voor meer flexibiliteit in de woningmarkt, enerzijds doordat meer huizen beschikbaar komen en anderzijds doordat hiermee ook de doorstroming op de woningmarkt op gang komt.

Daarnaast is oog voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. Met een dergelijke ontwikkeling wordt dan ook bijgedragen aan het doel van de provincie en de speerpunten uit de Woonagenda om voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is derhalve in lijn met de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020 - 2025. 2.2.3.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Bloemhof 2023

2.3

Regionaal beleid

2.3.1

Regionale Woonvisie Westfriesland (2017)

Het regionale woningbouwbeleid is vastgelegd in de regionale Woonvisie Westfriesland 2017 (hierna: de regionale woonvisie). Hierin is de ambitie uitgesproken om tot de top 10 woonregio’s van Nederland te gaan behoren. Het doel van de regionale woonvisie is om de Westfriese bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen en zoveel mogelijk een breed scala aan woonwensen en woningbehoefte van de inwoners binnen de regio te realiseren. De woonvisie zet daartoe in op de volgende speerpunten: Bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen; Vitale kernen: richten op kansrijke producten en locaties; Nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten; Scheiden wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen; Flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven. 2.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling De ambitie ten aanzien van de bestaande woningvoorraad is om deze betaalbaar, aantrekkelijk en toekomstbestendig te maken en te behouden. Dit is de belangrijkste uitdaging voor alle gemeenten en de andere betrokkenen op de woningmarkt. De gemeenten willen eigenaren en bewoners stimuleren om hun woningen goed te onderhouden en te laten aansluiten bij ontwikkelingen op de woningmarkt, zodat de woningen toekomstbestendig zijn.

Bij ingrepen moet rekening gehouden worden met energietransitie en kwaliteit van het openbaar gebied. De Westfriese gemeenten gaan met woningbouwcorporaties om tafel en daarbij zullen prestatieafspraken gemaakt worden. Met de prestatieafspraken wordt een stevige bijdrage geleverd aan de verwezenlijking van de ambities en het beleid op het gebied van wonen. In paragraaf 2.4.2 Woonvisie Enkhuizen 2014 wordt nader ingegaan op de gemeentelijke woonvisie, waarin ook kort stil wordt gestaan bij voornoemde prestatieafspraken. Het speerpunt voor nieuwbouw heeft de volgende uitgangspunten: de vraag staat centraal: naar woning en woonomgeving; landschappelijk onderscheidend vermogen van Westfriesland benadrukken: 'groen, rust, ruimte, water'; betreft gemengde woonmilieus met meer aandacht voor bijvoorbeeld duurzaamheid en zelfvoorzienendheid, mengvormen met landelijk wonen en stadslandbouw; toepassen van nieuwe woonvormen met geïncorporeerde vormen van domotica en 'the internet of things' en een nieuwe bouwopzet van nieuwbouw: seniorenwoningen, collectieve bouw, tiny houses, grote landschapskavels et cetera; bewoners-initiatieven over vormgeving van zorg voor hun ouders en/of kinderen (familiedomeinen, woongroepen en wonen met gelijkgestemden); nieuwe vormen van opdrachtgeverschap, zoals (collectief-)particulier opdrachtgeverschap, mede-opdrachtgeverschap en doe-het-zelf planologie.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een sloop-nieuwbouwontwikkeling, waarmee de huidige woningvoorraad in de Bloemenbuurt van Enkhuizen toekomstbestendig wordt gemaakt. Er worden nieuwe woonvormen geïntroduceerd, die ook een andere manier van samenleven met zich meebrengen. De woonvormen zijn bovendien aanvullend; ook grondgebonden eengezinswoningen blijven bestaan, maar dit areaal wordt verrijkt met de mogelijkheid tot het samenwonen aan een hof tussen de beneden-bovenwoningen en samenwonen boven een gemeenschappelijk trappenhuis met uitzicht over/op de dijk. Op die manier wordt een grotere groep woningzoekenden gediend en ontstaan woningtypen die beantwoorden aan de behoeften van een diverse samenleving. Het plan bestaat verder uit 100% sociale huurwoningen, waarmee de voorraad betaalbaar blijft. Ook is er oog voor duurzaamheid en klimaatadaptatie, zie paragraaf 4.4 Duurzaamheid en klimaatadaptatie. Dit is van belang voor de toekomstbestendigheid, maar draagt ook bij aan een gezonde en prettige leefomgeving.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

2.3.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van 96 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Enkhuizen draagt bij aan de kwaliteit van de woningvoorraad waarbij invulling wordt gegeven aan de aanwezige woningbehoefte. Daarnaast wordt de vooraad uitgebreid en ontstaan meer diverse woonvormen. Het bestemmingsplan is in lijn met de Regionale Woonvisie Westfriesland 2017. 2.3.2 2021

Woonakkoord 2020-2023 regio Westfriesland en Afwegingskader wonen Westfriesland

De uitvoering van de regionale woonvisie vindt plaats via het Woonakkoord 2020-2025 (hierna: het Woonakkoord). In het Woonakkoord staat per speerpunt welk beleid en welke instrumenten hiervoor worden ingezet. Onderdeel van het Woonakkoord is een regionale woningbouwprogrammering met een regionaal afwegingskader voor wonen. Het afwegingskader vormt de basis voor nieuwe woningbouwplannen en licht deze toe en is vervat in het 'Afwegingskader wonen Westfriesland 2021' (hierna: het afwegingskader). Met het oog op de groeiende behoefte aan woningen is in 2018 door Atrivé een woningbehoefteonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft geleid tot nieuwe inzichten, die in het nu geldende woningbouwbeleid zijn verdisconteerd. De belangrijkste conclusie was dat er een grote behoefte aan woningen is en dat de huidige plancapaciteit ontoereikend is. De woningbouwproductie dient daarom versneld uitgebreid te worden en er moet een accent gelegd worden op het prijssegment betaalbare koop.

Hiervoor zijn een aantal uitgangspunten benoemd: zet in op diversiteit in het woningbouwprogramma en benut de binnenstedelijke potentie centrumdorpen en steden; bouw grootschalig rondom OV-knooppunten (conform provinciaal- en Rijksbeleid); maak gebruik van laaghangend fruit, voer locaties die tijdens de crisis zijn afgevallen weer op; benader dit alles regionaal en leg de focus op diversiteit en onderscheidend karakter. Bovenstaande uitgangspunten hebben als basis gediend voor het afwegingskader en voor de aangepaste woningbouwprogrammering. Afwegingskader wonen Westfriesland Het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking is in de regio West-Friesland vastgelegd in het Afwegingskader wonen West-Friesland 2021 (AWF 2021). Daarin zijn de minimumvereisten vastgelegd waaraan elk plan moet voldoen (Westfriese basis). Aan de hand van de stappen in deze basis kan worden beoordeeld of een nieuwbouwplan wel of niet kan worden gerealiseerd. Hierin is onder meer van belang dat een plan moet passen in de vastgelegde woningbouwbehoefte. Daarnaast zijn er een aantal vereisten waar minstens voor de helft aan voldaan moet worden (Westfries vooruitdenken). 2.3.2.1 Relatie tot ontwikkeling Van belang is dat de ontwikkeling dient te voldoen aan de minimale vereisten van de Westfriese basis.

Daarnaast dient te worden beoordeeld in hoeverre de ontwikkelling rekening houdt met de ambities van het Westfries vooruitdenken. Hieronder wordt op beide onderdelen ingegaan. De minimumvereisten van de Westfriese basis waaraan elk plan moet voldoen zijn: Het plan past binnen de regionale ambitie van 16.000 woningen aan zachte plancapaciteit; Met behulp van de Monitor Plancapaciteit (plancapaciteit.nl) van de provincie Noord-Holland kan de plancapaciteit in beeld worden gebracht. De monitor plancapaciteit heeft als doel actueel in beeld te hebben wat de capaciteit in woningbouwplannen is. Het gaat hierbij om zowel harde (vastgestelde) als zachte woningbouwplannen (incl. potentiele locaties voor woningbouw). Figuur 2.1 toont de Bloemenbuurt en maakt duidelijk dat ter plaatse een besluit/plan in voorbereiding is.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Figuur 2.1: Uitsnede Monitor Plancapaciteit Noord-Holland (bron: plancapaciteit.nl/kaart) Daarnaast is te zien is dat 112 nieuwbouwwoningen zijn aangemeld als onderdeel van dat besluit in voorbereiding. Tevens is een vermelding gedaan van het aantal te slopen woningen, namelijk 94. Het plan Bloemhof 2023 voorziet in 76 appartementen en beneden-bovenwoningen, en in 20 grondgebonden woningen. De overige 16 grondgebonden woningen die zijn aangemeld, komen toe aan de inmiddels gerealiseerde fase 1. De ontwikkeling waar voorliggend bestemmingsplan in voorziet, is daarmee onderdeel van de zachte plancapaciteit in de regio. Het plan voldoet aan de voorwaarde dat 70% van de woningbouwplannen in de regio Westfriesland worden gerealiseerd in de krachtige kernen; Enkhuizen betreft een van de krachtige kernen binnen de regio. Het plan voldoet derhalve aan dit vereiste. Is getoetst en onderbouwd of realisatie binnenstedelijk mogelijk is? De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Als realisatie past binnen de regionale opgave, maar realisatie binnenstedelijk niet mogelijk is, is getoetst aan provinciale voorwaarden inzake beschermingsregimes, energieneutraal, klimaatadaptief, circulair bouwen, landschappelijke inpassing en mobiliteit. Dit onderdeel is niet van toepassing omdat het vorige minimumvereiste positief beoordeeld is.

Voor de ambities voor het Westfriese vooruitdenken, geldt het volgende: Het plan levert een positieve bijdrage aan betaalbaar wonen; De ontwikkelling gaat uit van 100% sociale woningbouw. Het plan past daarmee binnen deze ambitie. Het plan voorziet in woningen in de vrije huursector voor middeninkomens; Omdat het aandeel sociaal in dit plan 100% is, is geen ruimte voor woningen in de vrije huursector voor middeninkomens. Omdat het streven voor de verdeling van woningcategorieën 20% sociaal, 40% middelduur en 40% duur is, leidt een 100% sociaal plan er wel toe dat mogelijk elders binnen de gemeente een plan kan worden ontwikkeld waarin het aandeel sociaal lager ligt, zodat aldaar 18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 meer ruimte kan worden geboden aan middeldure (en dure) woningen. Het plan levert daarmee indirect een bijdrage aan deze ambitie, maar voldoet er op zichzelf beschouwd niet aan. Het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen; Onderdeel van dit plan is de realisatie van 48 gelijkvloerse appartementen en 28 beneden-bovenwoningen. De benedenwoningen zijn eveneens gelijkvloers. Omdat de gelijkvloerse woningen ook rollatorbestendig worden gemaakt, leveren de woningen een stevige bijdrage aan de ambitie langer zelfstandig wonen te stimuleren. Het plan is circulair en energieneutraal; Met het plan is sprake van herstructurering binnen een bestaande woonwijk. De huidige woningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. Deze worden gesloopt en hiervoor in de plaats worden nieuwe woningen gebouwd. De nieuwe woningen worden duurzaam en gasloos gebouwd met de ambitie om op planniveau energieneutraliteit te bereiken. Leidend hierbij is het Bouwbesluit waarin de energie prestatienormen voor nieuwbouwwoningen de komende jaren steeds scherper worden. Vanaf 1 januari 2021 moeten de vergunningaanvragen voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).

Deze nieuwe bouwregels stellen eisen aan de maximale energiebehoefte, het fossiele energiegebruik en aan de opwek van hernieuwbare energie van gebouwen. Dit betekent dat bij nieuwe woningen en gebouwen niet alleen rekening moet worden gehouden met een goede isolatie van de gebouwschil en energiezuinige installaties, maar ook met de toepassing van duurzame energie. De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van drie individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%). Het plan draagt bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en het landschap; De herstructurering biedt een kans om op een duurzame manier om te gaan met het hemelwater. In het plan worden hemelwater en afvalwater gescheiden ingezameld en afgevoerd. Vooralsnog wordt aangenomen dat het hemelwater vertraagd wordt afgevoerd naar het riool (via bijvoorbeeld groene daken, regentonnen en/of infiltratiekratten in het terrein).

Door ook eventueel extra oppervlaktewater te creëren (in de vorm van bijvoorbeeld een wadi of het verbreden van watergangen daar waar ze onder hetzelfde peilgebied vallen) worden geen problemen verwacht voor de benodigde waterberging. Met een eventuele afkoppeling van het verhard oppervlak is er, ten opzichte van de huidige situatie, sprake van een verbetering van de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van het plangebied. Onderdeel van de nadere uitwerking van het ontwerp openbare ruimte alsook bijvoorbeeld het ontwerp voor de inrichting van de binnentuin in fase 2, betreft het groenplan. De uitwerking hiervan vindt o.a. plaats aan de hand van het kader zoals vastgesteld in het Omgevingsprogramma Bomen. Nieuwe woningbouw wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de nabijheid van een OV-knooppunt; Het openbaar vervoer in deze wijk is beperkt. Wel rijdt er een buurtbus die bewoners van en naar en station rijdt. Het initiatief past daarmee niet binnen deze beleidsambitie. Het plan draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie in Westfriesland; Een woningbouwplan scoort op deze ambitie indien er afspraken zijn gemaakt om het plan binnen 3 jaar na initiatief neming uit te voeren. Aangezien de initiatieven voor de wijkvernieuwing reeds in de periode 2017-2018 zijn ontstaan, draagt het plan hier niet aan bij.

Het is voor een deel van de ontwikkeling wel de bedoeling binnen drie jaar na het in procedure brengen van dit bestemmingsplan de woningen te bouwen. Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht van de regio door het bieden van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving. De aantrekkelijke woonomgeving is de meest genoemde vestigingsfactor onder nieuwkomers van buiten de regio. Dit hangt enerzijds samen met de woonvormen binnen een gebied en anderzijds met de waarborgen voor een prettige en gezonde leefomgeving, waarbij met name de groenbeleving

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Bloemhof 2023 een belangrijke bijdrage kan leveren. Het plan voorziet in meerdere typen woningen: eengezinswoningen, appartementen en beneden-bovenwoningen. De omgeving zelf kenmerkt zich door de herkenbare identiteit van de Bloemenbuurt. Het groen is nooit ver weg. De buurt wordt namelijk omzoomd door groen, met name aan de noordzijde goeddeels gekoppeld aan de beeldbepalende westfriese omringdijk. Uitgangspunt voor de verdere uitwerking van het groenplan/beplantingsplan voor de openbare ruimte, is het in 2021 vastgestelde Omgevingsprogramma Bomen. Hierin is onder meer bepaald dat het percentage 'kroonbedekking' (de mate waarin het groen van bomen het plangebied bedekt) 15% bedraagt, waarbij wordt uitgegaan van bomen op eindbeeld. Ook andere groentoepassingen, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen in het groen, dragen bij aan de aantrekkingskracht van de regio als geheel (en de Bloemenbuurt in het bijzonder). Voet- en fietspaden in de dijkzone maken het tot belangrijk recreatief uitloopgebied voor bewoners. In de noordwesthoek van het plangebied, ook tegen de dijk, bevindt zich een grote(re) open ruimte waarin een speeltuin is gerealiseerd (Tulpenplein). De beoogde ontwikkeling op deze plek kan daarmee uitvoering geven aan deze beleidsambitie. Aan alle minimumvereisten van de Westfriese basis wordt voldaan.

Daarnaast wordt met betrekking tot het Westfries vooruitdenken voldaan aan vijf van de acht ambities. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking en de vereisten zoals is vastgelegd in het AWF 2021.

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

Stadsvisie Enkhuizen 2030

De Stadsvisie Enkhuizen 2030 is op 2 december 2009 vastgesteld door de gemeenteraad. Centraal in deze stadsvisie staat de identiteit van Enkhuizen in 2030: Gastvrije haven en historische glorie. De gemeente wil dat de stad in 2030 een moderne uitstraling heeft met een zichtbaar rijke geschiedenis als waterstad. Een functionele en overzichtelijke stad, door slimme zonering van gerichte gebieden voor toerisme, wonen en werken. De gemeente kijkt vanuit verschillende thema's naar 2030: sociaal, economisch, wonen en bouwen, toerisme en infrastructuur en mobiliteit. De gemeente geeft in het thema wonen en bouwen aan dat ze van Enkhuizen een gewilde woonplaats wil maken door de combinatie van kleinschaligheid en levendigheid. Er wordt rekening gehouden met krimp van de bevolking, maar ook met groei. De gemeente heeft vierendertig richtinggevende uitspraken gedaan, waarvan voor deze ruimtelijke onderbouwing drie relevante uitspraken op het gebied van wonen en bouwen en één relevante uitspraak op het gebied van sociaal perspectief: Enkhuizen streeft naar een balans in sociale woningbouw en koopaanbod. Enkhuizen verkent mogelijkheden voor verdere benutting van de ruimte bij groei, zoals de mogelijkheden op het IJsselmeer. Enkhuizen verkent in hoeverre bij bevolkingskrimp soepele woningonttrekking mogelijk is. Ook maatregelen tegen leegstand worden onderzocht.

Enkhuizen gaat het verouderde woningaanbod actief aanpakken en herstructureren om meer balans aan te brengen in koop- en huuraanbod. Structuurvisie Enkhuizen 2020 Onderdeel van de Stadsvisie Enkhuizen 2030 is de structuurvisie Enkhuizen 2020. De Structuurvisie beperkt zich tot het ruimtelijke beleid en heeft de opzet van een beleidsplan. De eerdergenoemde thema's met richtinggevende uitspraken worden verder uitgewerkt in de structuurvisie. In de buitenstad is de woonfunctie primair. In deze woongebieden is het aandeel huurwoningen groter dan de binnenstad. Het bestemmen van Plan Noord tot duurdere koopwoningen kan eerst als blijkt dat er voldoende sociale huurwoningen in Enkhuizen aanwezig zijn, en blijven. Het beleid is hier gericht op bouwen voor doelgroepen (senioren, starters; architectonische vernieuwing).

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023

2.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de visie van het aanpakken van het verouderde woningaanbod, zodat er meer balans kan worden aangebracht tussen het koop- en (sociale)huuraanbod in Enkhuizen. De Bloemenbuurt maakt deel uit van Plan Noord, de eerste naoorlogse uitbreiding van Enkhuizen. De behoefte aan een toekomstbestendige woningvoorraad vraagt om vervanging van een deel van de kwalitatief slechte woningen in de wijk, naast renovatie- en groot onderhoudsmaatregelen. Uit gegevens van het CBS (2017) blijkt ook dat het aandeel eenpersoonshuishoudens in Enkhuizen Noord boven het landelijk gemiddelde ligt. Gemiddeld genomen ontstaat er bij corporaties een overschot aan eengezinswoningen en een tekort aan 'kleinere' wooneenheden. De voorgenomen ontwikkeling anticipeert op deze demografische ontwikkeling en realiseert 48 gelijkvloerse appartementen en 28 beneden-bovenwoningen. Dat de behoefte gewijzigd is, betekent echter niet dat in het geheel geen behoefte meer is aan eengezinswoningen. Om die reden voorziet het plan ook in een aandeel van eengezinswoningen. Daarmee ontstaat een gemengd woonprogramma met een gemêleerde samenleving, hetgeen ook een impuls geeft aan de sociale cohesie in het gebied. 2.4.1.2 Conclusie De herstructurering van de Bloemenbuurt is in lijn met de Stadsvisie Enkhuizen.

Het voorgenomen plan kan uitvoering bieden aan deze Stadsvisie. 2.4.2

Woonvisie Enkhuizen 2014

Op 2 april 2013 heeft de gemeenteraad van Enkhuizen het college van Burgemeester en Wethouders de opdracht gegeven een herziening van het lokaal woonbeleid voor te bereiden. Op 6 maart 2014 is de Woonvisie Enkhuizen 2014 Balans in de stad: “Samen zorgen voor kwaliteit” (hierna: de woonvsie) vastgesteld door de gemeenteraad. De thema's waar in de woonvisie aandacht aan wordt besteed, zijn: Aanpassingsopgave bestaande woningvoorraad. Slim programmeren en organiseren nieuwbouw. Wonen, welzijn en zorg De wijken Burgerkracht 2.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling Bij aanpassingen aan de bestaande vooraad ligt de focus op het verduurzamen ervan. Verduurzamen is voor de gemeente niet alleen het vergroten van de energetische kwaliteit van het woningen, maar ook het beter geschikt maken van woningen voor senioren. Gezien de ontwikkeling op de langere termijn is het volgens de gemeente ook essentieel om verstandig om te gaan met wat men wenst toe te voegen, passend bij de doelstellingen. Daar gaat thema B over. Het faciliteren van de vraag op de markt vraagt daarom om flexibiliteit in bestemmingsplannen. Ook het doorlichten van regelgeving is gewenst; welke regelgeving is noodzakelijk en waar is ruimte voor deregulering. Op die manier is snelheid mogelijk: aansluiten bij de vraag die aanwezig is op de woningmarkt in Enkhuizen.

Specifiek voor het voorliggende plan staat daarnaast het volgende in de Woonvisie: “In Plan Noord staan veel huurwoningen. In deze wijk ligt de prioriteit van Welwonen om te investeren in de kwaliteit van de woningen in deze buurt. Bovendien hebben deze woningen ook potentie om geschikt te worden gemaakt voor senioren. We maken afspraken met Welwonen over hun inzet voor de buurt in Plan Noord.” De prestatieafspraken zien toe op het aantal te realiseren sociale huurwoningen, een betere aansluiting van de woonvormen op de woonbehoeft, de kwaliteit van de woningen en de betaalbaarheid ervan. De wijkvernieuwing van de Bloemenbuurt maakt integraal onderdeel uit van deze prestatieafspraken. Hiermee levert Welwonen een stevige bijdrage aan het verwezenlijking van het gemeentelijk woonbeleid. Daarnaast is het voorgenomen plan een wijziging van het bestemmingsplan om zo de sloop/nieuwbouw van de Bloemenbuurt mogelijk te maken. Voor de planregeling is gekozen voor een flexibele opzet, waarbij stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn meegegeven maar het bestemmingsplan (lees: de

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Bloemhof 2023 bouwvlakken op de verbeelding) niet als krimpfolie over het bouwplan zijn gelegd. Dit past bij de visie van de gemeente om flexibiliteit te willen faciliteren in bestemmingsplannen. Ook ten aanzien van de aanpassingsopsgave van de bestaande voorraad draagt het plan bij aan de gemeentelijke ambities: in dit geval maakt sloop/nieuwbouw het mogelijk een groot deel van de Bloemenbuurt toekomstgericht en duurzaam in te richten. Er worden nieuwe woonvormen aan het gebied toegevoegd en op 20 van de 96 woningen na, kan worden gesteld dat ook geschikt zijn voor ouderen (rollatorbestendig) en het daarom mogelijk maken langer zelfstandig in de eigen woning te blijven. 2.4.2.2 Conclusie Het plan voldoet aan de uitgangspunten van het gemeentelijke woonbeleid. De gekozen planvorm en woningtypologieën alsmede de verduurzaming van de wijk, dragen bij aan de verwezenlijking van de gemeentelijke ambities op het thema wonen. 2.4.3

Archeologische Beleidsnota 2013

In de beleidsnota, die op 15 mei 2013 is vastgesteld, is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De doelstelling van de "Archeologische Beleidsnota" is het archeologische erfgoed waar nodig te beschermen als bron van het gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wettenschappelijke studie zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. De uitgangspunten zijn: Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem niet mogelijk is; De relatie tussen archeologie en ruimtelijke ordening versterken zodat behoud, beheer en ontwikkeling van het bodemarchief onderdeel worden van het planologische besluitvormingsproces; Bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen; Verbetering informatievoorziening over cultureel erfgoed om het draagvlak voor archeologie te vergroten. De archeologische beleidskaart maakt onderdeel uit van de beleidsnota en geeft een overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. 2.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van de ontwikkeling is door Archeologie Westfriesland een archeologische quickscan uitgevoerd. In paragraaf 5.9 Archeologie en Cultuurhistorie wordt nader ingegaan op dit aspect.

Vooropgesteld wordt dat het bestemmingsplan voldoet aan de uitgangspunten uit de Archeologische Beleidsnota. 2.4.3.2 Conclusie Dit onderwerp wordt nader besproken in 5.9 Archeologie en Cultuurhistorie. Het plan voldoet aan de uitgangspunten. Archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan, mogelijk aanwezige waarden worden in dit plan afdoende beschermd. 2.4.4

Welstandsnota Enkhuizen 2013

De Welstandsnota is door de gemeenteraad van de gemeente Enkhuizen vastgesteld op 1 oktober 2013. Als vertegenwoordiger van het algemeen belang regisseert de gemeente het uiterlijk aanzien van de stad. Het gemeentebestuur van Enkhuizen geeft met deze welstandsnota inhoud aan de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling en richting aan de kaders waarbinnen die beoordeling zich afspeelt. Hierdoor is er voor burgers (bijvoorbeeld opdrachtgevers, of architecten) openheid en duidelijkheid rondom de welstandsbeoordeling. Daarbij is de welstandsnota een sturend en stimulerend hulpmiddel voor een optimale beleving van de leefomgeving van Enkhuizen. 2.4.4.1 Relatie tot bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen het welstadsgebied 'Enkhuizen Noord'. Hier geldt een regulier welstandsregime, wat betekent dat de basiskwaliteit van het gebied moet worden gehandhaafd. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Deze is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd. Hierbij is rekening gehouden met de criteria zoals deze in de Welstandsnota zijn

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bloemhof 2023 opgenomen. De woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt zullen hieraan moeten voldoen. Met het stedenbouwkundig plan als basis is vervolgens een architectenselectie gehouden waarbij KAW als winnaar uit de bus is gekomen. De winnende voorstellen die KAW op basis van de uitvraag heeft gedaan, zijn eveneens opgenomen in het stedenbouwkundig plan. De toetsing aan de Welstandsnota Enkhuizen 2013 vindt uiteindelijk plaats in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen'. 2.4.4.2 Conclusie Met het opstellen van het stedenbouwkundig plan is de Welstandsnota in acht genomen. De uiteindelijke welstandsbeoordeling vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen'. Omdat het stedenbouwkundig plan de basis biedt voor de nadere uitwerking van het bouwplan, worden hierin geen knelpunten verwacht. 2.4.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13979997/1