Begroting 2022 Enkhuizen - definitieve versie voor de raad
Tekst van het document
38
ieder jaar een verhoging van 10% opgenomen voor de opbrengsten toeristenbelasting, precarioheffing en forensenbelasting overeenkomstig eerder geformuleerd beleid.
Algemene uitkering In de begroting 2022 is een bedrag van € 35.802.000 opgenomen voor de algemene uitkering. De algemene uitkering in deze begroting is gebaseerd op de Meicirculaire 2021. In de Meicirculaire 2021 wordt vanaf 2022 een korting op de algemene uitkering van € 688.000 toegepast op de maatstaf Voogdij 18+ als gevolg van een wetswijziging in het woonplaatsbeginsel: vanaf 2022 is niet de woonplaats van ouders of voogd bepalend, maar de woonplaats van de cliënt. Op basis van een advies van een arbitragecommissie (de "commissie van Wijzen") heeft het Rijk -vooruitlopend op bevestiging daarvan door het nieuwe kabinet- besloten om extra middelen beschikbaar te stellen ter compensatie van de gestegen kosten in de jeugdzorg. Voor Enkhuizen betekent dit het volgende:
Extra middelen jeugdzorg
2022
2023
2024
2025
Oordeel commissie van Wijzen (arbitragecommissie)
1.614
1.451
1.365
1.258
"Toegestaan" om in de raming op te nemen:
100%
75%
75%
75%
Toegestane Stelpost 100% in 2022 en vanaf 2023 (75%)
1.614
1.091
1.024
944
1.314
1.091
1.024
944
1.642.500
1.363.750
1.280.000
1.180.000
-375.000
-375.000
-375.000
Reeds verwerkt voor 2022 in Sept.circulaire 2020
300
Nog te verwerken (bedragen x € 1.000.000) Voor Enkhuizen (1 mln AU = € 1.250 voor EH) reeds opgenomen stelpost (Kadernota 2021 - 2024) reeds opgenomen middelen in Kadernota 2021-2025
-766.000
-766.000
-766.000
-766.000
bij te ramen
876.500
222.750
139.000
39.000
Daar het nieuwe kabinet deze 'toezeggingen' nog moet bevestigen heeft het IPO (Interprovinciaal overleg, financieel toezichthouder op de gemeenten) ingestemd met raming van deze inkomsten voor 100% in 2022 en 75% voor de jaren daarna. Daar de raad van Enkhuizen -vooruitlopend op compensatie in dit kader door het Rijk- reeds eerder middelen geraamd (375k structureel in Kadernota 2021-2024 en 766k structureel in Kadernota 2021-2025) wordt nu in 2022 nog 877k bijgeraamd, in 2023 223k, in 2024 139k en in 2024 nog 39k.
39
Stelpost BTW compensatiefonds (BCF) Het Btw-compensatiefonds (BCF) is ingevoerd in 2003. Gemeenten kunnen (een groot deel van) hun BTW kosten declareren bij het Btw-compensatiefonds. Doel van deze maatregel is om het inbesteden (geen BTW) en uitbesteden (wel BTW) bij gemeenten budgettair gelijk te schakelen. Het BCF is bij de start gevoed vanuit het gemeentefonds. In de septembercirculaire 2013 is met ingang van het uitkeringsjaar 2015 een plafond ingesteld voor het Btwcompensatiefonds (BCF). Dat werk als volgt. Er wordt een plafond ingesteld dat qua hoogte meegroeit met de normeringsmethodiek. Als de gemeenten onder het plafond blijven wordt de onderschrijding toegevoegd aan het gemeentefonds. Bij een overschrijding wordt een bedrag ter grootte van de overschrijding onttrokken aan het gemeentefonds. In de raming algemene uitkering houden we -op basis van de afrekening 2020- rekening met een onderschrijding van het BCF plafond (en dus een toevoeging aan de algemene uitkering) van € 100.000.
Dividend Boekwaarde
Begrote inkomsten
7.000
geen
130.650 aandelen BNG
296.000
372.000
124.198 aandelen Alliander
66.000
100.000
810 aandelen Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord
1.000
geen
163 Aandelen Stadsherstel
In 2021 vindt de overdracht plaats van de aandelen HVC naar de gemeenten. Bedragen zijn bij het opmaken van de begroting nog niet bekend
Nutsbedrijven
Begrote inkomsten
Garantstelling HVC
55.000
Financiering
Boekwaarde
Begrote rente
Grootboekinschrijving 2,5%
58.000
1.455
Grootboekinschrijving 3,0%
2.000
67
Van grootboek nationale schuld wordt jaarlijks rente ontvangen op uitstaande obligaties
40
Financiering De Gemeente Enkhuizen heeft per 1 januari 2022 voor een bedrag van € 38.575.000 aan langlopende leningen aangetrokken, waarvan € 4.199.000 in 2022 wordt afgelost. De hiermee gepaard gaande rentelasten bedragen € 655.000, inclusief de rentekosten ad € 162.000 van in 2022 aan te trekken langlopende financiering voor een bedrag van € 10.800.000. Wat niet wordt gefinancierd met langlopende leningen, wordt betaald met kortlopende leningen en rekening-courant krediet. De rentelast van deze kortlopende financiering bedraagt € 17.000. In onze gemeente hanteren wij het systeem van ‘totaalfinanciering’, dat wil zeggen dat niet per investering geld wordt aangetrokken, maar leningen worden afgesloten op basis van de totale financieringsbehoefte. De totale netto financieringslasten worden via het renteomslagpercentage aan de producten toegerekend op basis van de investeringen voor die producten. Overeenkomstig de aanbeveling van de commissie BBV wordt er in de begroting geen rekening gehouden met een rentevergoeding over het eigen vermogen. Binnen dit programma wordt samengewerkt met de volgende gemeenschappelijke regelingen:
Alliander N.V.
Bank Nederlandse Gemeenten
Een nadere toelichting op deze samenwerking is opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen.
41
Overhead Inleiding
Overhead moet centraal begroot en verantwoord worden in de begroting en in de jaarstukken. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primair proces. Enkele voorbeelden zijn: leidinggevenden primaire proces, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken, bestuurs-ondersteuning, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Het uitgangspunt is dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taakvelden/activiteiten. In het BBV worden baten en lasten van overhead niet onder de afzonderlijke beleidsprogramma's geregistreerd, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld. In onderstaand overzicht wordt weergegeven hoe het bedrag voor overhead in 2021 is opgebouwd:
Communicatie We vertalen gemeentelijk beleid naar een heldere boodschap/uitleg voor inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers. Deze boodschap verspreiden we via allerlei laagdrempelige kanalen zoals: - social media - onze uitingen via de regionale pers - gemeentenieuws in huis-aan-huis krant - gemeentelijke website - digitale nieuwsbrief - gemeentegids De gemeente betrekt inwoners op verschillende manieren bij besluitvorming, bijvoorbeeld met enquêtes, bewonersbijeenkomsten of interactieve beleidsvorming. In 2021 zijn we gestart met online participatie voor de Omgevingsvisie. We zetten deze werkwijze in 2022 voort bij andere projecten. We voeren in 2022 het social mediabeleid van 2021 verder uit en optimaliseren de vernieuwde website.
Met wie werken we samen? Binnen dit programma wordt samengewerkt met de volgende gemeenschappelijke regeling:
SSC DeSom
Een nadere toelichting op deze samenwerking is opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen.
42
Wat mag het kosten? Werkelijk 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Overhead Wet openbare overhead Huisvesting ICT DeSom Ondersteuning organisatie Communicatie Juridische zaken Algemene kosten bedrijfsvoering
5.270
6.156
613 62 46 241
170 58 187 78 28 333
5.666 96 254 40 128 67 28 304
Totaal lasten
6.232
7.010
6.583
Huisvesting Algemene kosten bedrijfsvoering
-5
-21 -3
-21 -2
Totaal baten
-5
-24
-23
6.227
6.986
6.560
Werkelijk 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Totaal lasten
6.231
7.010
6.583
Totaal baten
-5
- 24
- 23
6.226
6.986
6.560
Toevoeging aan reserves
0
0
0
Onttrekking aan reserves
0
0
0
6.226
6.986
6.560
Saldo van baten en lasten
Saldo van baten en lasten
Resultaat
43
Toelichting op afwijkingen (baten en lasten) Lasten Bedrag V/N Lagere bijdrage SED Organisatie: zie de toelichting op de totale bijdrage in 507 V dit programma. Wet Openbare Overheid (W.O.O.) In de Meicirculaire 2021 zijn extra 96 N middelen ontvangen in het kader van de Wet Open Overheid. Tegenover deze inkomsten, staan uitgaven voor hetzelfde bedrag. Gemeentesecretaris; voor de inhuur van de gemeentesecretaris is in 60 V 2021 incidenteel een bedrag opgenomen van € 60.000. Momenteel wordt er gewerkt aan de invulling van deze vacature, zodat naar verwachting deze kosten in 2022 komen te vervallen. Bijdrage De Som 18 V Huisvesting; een budgettair neutraal nadeel van € 131.000 dat wordt 76 N veroorzaakt door de verschuiving van de huisvestingskosten van programma 4 Economie naar Overhead. Daarnaast ontstaat een voordeel van € 55.000 als gevolg van incidentele kosten beveiliging i.v.m. Coronamaatregelen in 2021 Overige verschillen 14 V Totaal lasten 427 V
Baten Overige verschillen Totaal baten
Bedrag
Per saldo een voordeel van
V/N 1 N N 1
426
44
V
Analyse verschillen Bijdrage SED Organisatie De toerekening van de totale bijdrage aan de SED Organisatie over de programma 's wordt bepaald door de toerekening aan de programma 's in de laatst vastgestelde jaarrekening. De toerekening in de Begroting 2021 is gebaseerd op de procentuele toerekening in de Jaarrekening 2019; de toerekening op de programma 's in de Begroting 2022 is gebaseerd op de vastgestelde jaarrekening 2020. De toerekening 2022 kan per programma verschillen van die in 2021 doordat er in 2020 (organisatorische) veranderingen hebben plaatsgevonden ten opzichte van 2019 (zoals bv. de nieuwe topstructuur), waardoor de toerekening anders wordt. Voor de totale bijdrage maakt dit niet uit, die veranderd daar niet door. De toename van de bijdrage 2022 met 20k betreft de toename van de SED Begroting 2022 ten opzichte van de ramingen 2021 (inclusief de toename € 1,5 miljoen salariskosten in 2021).
Bijdrage SED per programma
2021
2022
verschil
OVERHEAD
6.064
5.557
507
BESTUUR EN ONDERSTEUNING
354
358
-4
VEILIGHEID
304
349
-46
1.152
1.195
-43
838
994
-156
2.740
2.873
-133
418
461
-42
1.269
1.388
-119
185
170
15
13.325
13.345
-20
BEHEER OPENBARE RUIMTE ECONOMIE SAMENLEVING MILIEU VOLKSHUISVESTING EN RO ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
45
Vennootschapsbelasting
Voor het jaar 2022 wordt rekening gehouden met een nihil last. Met een deel van de activiteiten wordt geen onderneming gedreven doordat niet wordt voldaan aan één of meerdere ondernemingscriteria. Een deel van de activiteiten wordt wel als ondernemersactiviteit gezien. Het resultaat behaald van de meeste van deze activiteiten is echter vrijgesteld van belastingen. Indien de Belastingdienst van mening is dat de vrijstelling niet van toepassing is, dan is de gemeente wel belasting verschuldigd. De Vpb-last van resultaten uit de grondexploitaties wordt bij de jaarrekening berekend. Het verschuldigde bedrag zal naar verwachting gering zijn en zal niet leiden tot een materiële last voor de gemeente.
Onvoorzien
De post onvoorzien wordt in de begroting opgenomen voor uitgaven waarmee tijdens het opmaken van de begroting (in de zomer) geen rekening kon worden gehouden. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag van € 25.000 opgenomen.
46
Paragrafen
47
Lokale heffingen Inleiding In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. De raad bepaalt welke van die heffingen daadwerkelijk worden geheven. De gemeente Enkhuizen kent de volgende lokale heffingen: belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), toeristenbelasting en precariobelasting. belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar, maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, secretarieleges, leges omgevingsvergunningen, begrafenisrechten, marktgelden, havengelden, reinigingsrechten en vermakelijkhedenretributie.
De paragraaf lokale heffingen bevat op grond van artikel 10 BBV ten minste: de geraamde inkomsten het beleid ten aanzien van lokale heffingen een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd een aanduiding van de lokale lastendruk een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid
Geraamde inkomsten In de onderstaande tabel staan de verwachte opbrengsten van de lokale heffingen in 2022. Het totaal aan opbrengsten van belastingen en heffingen bedraagt € 12,3 miljoen in 2022. Belastingen
Begroting 2021
Begroting 2022
Onroerende-zaakbelastingen op woningen (eigenaren)
2.056
2.252
Onroerende-zaakbelastingen op niet-woningen (eigenaren) Onroerende-zaakbelastingen op niet-woningen (gebruikers)
1.329 927
1.455 1.015
2 50
2 56
92 427 4.887
99 472 5.350
Roerende-zaakbelasting Precariobelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Totaal
48
Heffingen
Begroting 2021
Begroting 2022
219 414
218 462
Begrafenisrechten Rioolheffing
238 1.765
207 1.802
Parkeervergunningen Afvalstoffenheffing
153 3.147
155 3.308
Staangelden markten Haven- en liggelden
12 554
12 621
Overige heffingen Vermakelijkhedenretributie
70 132
71 137
6.704
6.993
Secretarieleges Leges omgevingsvergunningen
Totaal
Beleid ten aanzien van lokale heffingen In deze begroting is het gematigde beleid voortgezet. In algemene zin komt het er op neer dat jaarlijks een stijgingspercentage wordt doorgevoerd ter grootte van het inflatiepercentage. Dit is in 2021 bepaald op een stijging van 1,4%. Wel wordt er in de meerjarenraming rekening gehouden met de resultaten van de ombuigingen met betrekking tot de gemeentelijke belastingen. De tarieven van 2022 zijn niet in deze begroting opgenomen. Dat komt omdat de vaststelling van de begroting in november plaatsvindt en het vaststellen van de tarieven in december van dit jaar.
Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB wordt geheven van onroerende zaken, die binnen de gemeente zijn gelegen. Dit gaat om een gebruikersbelasting en eigenarenbelasting op niet-woningen (dit zijn vooral kantooren bedrijfspanden) en een eigenarenbelasting op woningen. De tarieven voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) worden berekend naar een percentage van de WOZ waarde van het onroerend goed in de gemeente. Bij het bepalen van dit tarief wordt een relatie gelegd met de waardeontwikkeling van het onroerend goed. Voor de onroerendezaakbelastingen geldt als uitgangspunt dat de opbrengsten stijgen met 8% (exclusief inflatiecorrectie). De waarderingsgrondslag voor de OZB-aanslagen van 2022 is de WOZ-peildatum 1-1-2021. Op basis van de prognoses van het taxatiebureau is de verwachting dat de waardeontwikkeling van woningen 11 % bedraagt. Voor niet- woningen wordt uitgegaan van een marktontwikkeling van -2,5%. Om uit te komen op de door de raad vastgestelde opbrengstenstijging worden de tarieven per heffingseenheid aangepast. Roerende-zaakbelasting Deze belasting wordt geheven over de waarde van roerende woon- en bedrijfsruimten gelijk aan de belasting die wordt geheven over de waarde van onroerende woon- en bedrijfsruimten (de OZB). Daarom wordt deze belasting ook wel Roerende-zaakbelasting (RZB) genoemd.
Omdat deze belasting zorgt voor een gelijke behandeling van woon- en bedrijfsruimten (ongeacht of deze roerend dan wel onroerend zijn) ligt het voor de hand dat voor deze belasting dezelfde tarifering geldt als voor de OZB. Ook hierbij wordt het tarief vastgesteld als een percentage van de waarde. 49
Precariobelasting Voor het belastingjaar 2021 is besloten deze niet te heffen. Voor 2022 wordt deze opnieuw aangeboden aan de raad om de opgenomen opbrengsten te kunnen genereren. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is bedoeld om mensen die wel gebruik maken van de gemeente maar geen inwoner zijn, mee te laten betalen aan de gemeentelijke voorzieningen. De inkomsten die gegenereerd worden uit de heffing komen ten gunste van de algemene middelen. In Enkhuizen is ervoor gekozen om (een deel van) de inkomsten te gebruiken om het voorzieningenniveau voor de toeristen te handhaven. De belasting wordt geheven van degene die verblijf biedt. De aanbieder kan dit bij degene die overnacht in rekening brengen. De gemeente probeert op alle mogelijke wijze alle aanbieders in de gemeente te bereiken en in de toeristenbelasting te betrekken. Zo vragen wij gegevens op bij de VVV en zijn wij afnemers van het boekje Vrienden op de fiets. Ook wordt de plaatselijke krant doorgenomen, zoeken we op internet en wordt er regelmatig een rondje door de stad gefietst. Als uitgangspunt geldt dat de opbrengsten in 2022 met 10% (exclusief inflatiecorrectie) stijgen. Leges Leges zijn betalingen aan de gemeente waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die gemeente tegenover staat. Het gaat om een bedrag dat moet worden betaald aan de gemeente voor het gebruik van hun diensten of producten.
De leges worden geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene ten behoeve aan wie de dienst is verleend. De leges mogen per titel maximaal 100% kostendekkend zijn. Hieronder vindt u een overzicht met betrekking tot de kostendekkendheid van de leges. In de Kadernota 2020 is het uitgangspunt geformuleerd dat deze 100% kostendekkend zijn. Titel 1 Algemene dienstverlening
Lasten
Baten
Dekking
hoofdstuk
1
Burgerlijke stand
51.695
72.631
140,50%
hoofdstuk
2
Reisdocumenten
86.570
57.372
66,27%
hoofdstuk
3
Rijbewijs
88.016
70.854
80,50%
hoofdstuk
4
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
9.746
5.513
56,57%
hoofdstuk
9
Overige publiekszaken
10.346
7.891
76,27%
hoofdstuk
16 Kansspelen
4.532
2.727
60,17%
hoofdstuk
17 Kinderopvang
3.400
3.952
116,24%
hoofdstuk
18 AVOI
17.890
15.793
88,28%
272.195
236.733
86,97%
Kostendekking Titel 1
50
Titel 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
Lasten
Baten
Dekking
hoofdstuk
3
469.860
462.333
98,40%
hoofdstuk
10 Reclame
0
0
#DEEL/0!
Kostendekking Titel 2
469.860
462.333
98,40%
Titel 3 Europese dienstenrichtlijn
Lasten
Baten
Dekking
Omgevingsvergunning
hoofdstuk
1
Horeca
14.957
20.281
135,60%
hoofdstuk
2
Organiseren evenementen of markten
69.119
9.648
13,96%
84.076
29.929
35,60%
Lasten
Baten
Dekking
272.195
236.733
86,97%
469.860
462.333
98,40%
84.076
29.929
35,60%
826.131
728.995
88,24%
Kostendekking Titel 3
Samenvatting titel 1,2 en 3 Recapitulatie Titel 1,2 en 3 Kostendekkendheid Titel 1 Kostendekkendheid Titel 2 Kostendekkendheid Titlel 3
Kostendekkendheid totale tarieventabel
Begraafplaatsrechten Grafrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor door de gemeente verleende diensten in verband met de begraafplaats. Daarbij mogen de baten niet hoger zijn dan de kosten. Het tarief mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De uitgangspunten voor de heffing zijn het GRP (Gemeentelijk Riolerings Plan) en volledige kostendekking.
51
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de rioolheffing: Bedragen * € 1.000
2022
Kosten riolering
1.431
Inkomsten riolering (exclusief heffingen)
4
Netto kosten riolering
1.427
Toe te rekenen kosten: Overhead
186
BTW
185
Totale kosten
1.798
Opbrengst heffingen
1.802
Dekking
100%
Afvalstoffenheffing De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn afhankelijk van de kosten die voortkomen uit de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met HVC en de overige activiteiten, zoals beleidsontwikkeling en inningskosten, die geheel of gedeeltelijk zijn toe te wijzen aan de zorgplicht voor de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Tevens wordt rekening gehouden met de doorwerking van het BTW-compensatiefonds. Er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid. In de nog separaat vast te stellen Verordening afvalstoffenheffing Enkhuizen 2021 worden de definitieve tarieven opgenomen. Bedragen * € 1.000
2022
Kosten afvalinzameling
2.563.000
Inkomsten afvalinzameling (exclusief heffingen)
89.000
Netto kosten afvalinzameling
2.474.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
90.000
BTW
456.000
Overige toe te rekenen kosten
320.000
Totale kosten
3.340.000
Opbrengst heffingen
3.329.000
Dekking
100%
52
Reinigingsrecht Een bedrijf betaalt reinigingsrecht wanneer met huisvuil vergelijkbaar bedrijfsafval aan de straat wordt gezet of in (haven)containers wordt aangeboden. Vrijstelling van deze heffing wordt alleen verleend op verzoek en wanneer wordt aangetoond dat het bedrijf zelf zorgdraagt voor de afvoer van afval dan wel een overeenkomst heeft met een afvalinzamelaar. Bedrijfsafval wordt niet opgehaald door HVC met uitzondering van het gebied in de gemeente waar het huisvuil in zakken wordt aangeboden. Wel is het bedrijfsafval beperkt tot het zogenaamde KWD (kantoor, winkel en detailhandel) afval wat in samenstelling en hoeveelheid overeenkomt met huishoudelijk afval. Door HVC wordt bij het ophalen van het huisvuil gecontroleerd op het onjuist aanbieden van bedrijfsafval. Bij een overtreding wordt in overleg met de gemeente gehandhaafd.
Marktgelden Voor het innemen van een standplaats om daarop zaken of voorwerpen te plaatsen, uit te stallen of te verkopen tijdens de weekmarkt, jaarmarkten, braderieën, themamarkten of andere evenementen worden onder de naam 'marktgelden' rechten geheven. Haven- en liggelden Onder de naam 'havengelden' worden rechten geheven voor het gebruik van de haven, door vaartuigen niet zijnde woonschepen. Onder de naam 'liggelden' worden rechten geheven voor het innemen van een ligplaats door woonschepen. Als uitgangspunt geldt dat de opbrengsten in 2022 met 10% (exclusief inflatiecorrectie) stijgen. Vermakelijkhedenretributie Met deze retributie wordt een bijdrage gevraagd aan organisaties die vermaak bieden voor de voorzieningen die de gemeente treft voor de bezoekers van de vermakelijkheid. De gemeente ontvangt namelijk voor toeristen geen bijdrage via de Algemene uitkering. Voor overnachtende toeristen is een toeristenbelasting ingevoerd. Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven van degene die voor zichzelf of voor zijn gezin meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning beschikbaar houdt zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben. Onder gemeubileerde woningen vallen ook zomerhuisjes, chalets en caravans. Als uitgangspunt geldt dat de opbrengsten in 2022 met 10% (exclusief inflatiecorrectie) stijgen.
53
Een aanduiding van de lokale lastendruk Het Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) heeft de cijfers van de gemeentelijke belastingdruk voor 2021 bekendgemaakt. Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Nederland bedraagt € 811. Onderstaande tabel laat zien wat de gemiddelde bruto woonlasten van de omringende gemeenten zijn. De gemeente met de hoogste gemiddelde lastendruk staat bovenaan.
Rangorde
Gemeente
Bruto woonlasten eenpersoonshuishouden
Bruto woonlasten meerpersoonshuishouden
2021
2020
2021
2020
1
Koggenland
€ 608
€ 582
€ 692
€ 663
2
Hoorn
€ 623
€ 645
€ 702
€ 733
3
Enkhuizen
€ 707
€ 654
€ 832
€ 774
4
Drechterland
€ 716
€ 681
€ 801
€ 786
5
Medemblik
€ 702
€ 680
€ 810
€ 763
6
Opmeer
€ 874
€ 736
€ 977
€ 833
7
Stede Broec
€ 800
€ 800
€ 922
€ 920
Conclusie Uit deze cijfers blijkt dat de gemeente voor deze regio een bovengemiddelde lastendruk kent en net boven het Nederlandse gemiddelde zit.
54
Kwijtschelding Als een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, kan onder bepaalde voorwaarden aan deze belastingplichtige kwijtschelding worden verleend. Systematiek kwijtscheldingsberekening Voor beantwoording van de vraag of een belastingschuldige voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt, vindt een vermogens- en een inkomenstoets plaats. Met de vermogenstoets wordt bekeken of er op het moment van de aanvraag voldoende middelen (bezittingen) aanwezig zijn om de openstaande belastingschuld te betalen. Zijn deze middelen aanwezig, dan wordt geen kwijtschelding verleend. Ontbreken deze middelen of zijn deze onvoldoende, dan wordt met de inkomenstoets gekeken of er in de nabije toekomst alsnog betalingscapaciteit ontstaat waaruit de belastingschuld kan worden voldaan. Samenwerking De gemeente heeft voor de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken een samenwerkingsverband gesloten met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Indien iemand in aanmerking wil komen of denkt te komen voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen of waterschapsbelastingen, kan worden volstaan met het indienen van een kwijtscheldingsverzoek bij één van deze twee organisaties. De organisatie waar het verzoek wordt ingediend, zorgt ervoor dat het verzoek tevens bij de andere organisatie wordt behandeld.
Wat kan worden kwijtgescholden? De gecombineerde belastingaanslag (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) komt in aanmerking voor kwijtschelding. Hieraan verwante kosten, zoals aanmanings- en dwangbevelkosten, kunnen eveneens worden kwijtgescholden. Grafrechten komen ook in aanmerking voor kwijtschelding. Raming hoogte kwijtschelding In 2022 wordt rekening gehouden met € 198.000 aan kwijtschelding voor OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing en grafrechten.
55
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Beide komen in deze paragraaf aan de orde.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen. De volgende onderdelen maken deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit: de onbenutte belastingcapaciteit onvoorzien vrij aanwendbare reserves stille reserves
Berekening weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien
€ 750 € 25
Totaal structureel
€ 775
Vrij aanwendbare reserves Stille reserves
€ 4.207 €0
Totaal incidenteel
€ 4.207 € 4.982
Totale weerstandscapaciteit
Onbenutte belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller deze in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Wanneer het berekende gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit. In de onderstaande tabel is bij benadering de onbenutte belastingcapaciteit aangegeven. Er is voor gekozen het verschil in percentage te vermenigvuldigen met de geschatte WOZ-waarde van woningen + de WOZ-waarde van nietwoningen.
56
OZB-percentage van de Woz-waarde voor toelating art.12 Werkelijk gewogen OZB-percentage van de Woz-waarde gemeente
0,1800% 0,1534%
Verschil Onbenutte belastingcapaciteit (in euro's)
0,0266% 750.000
Post onvoorzien Jaarlijks wordt een bedrag van € 25.000 voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Vrij aanwendbare reserves Alleen de algemene reserves worden gekwalificeerd als vrij aanwendbaar en worden meegenomen in de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit. Eerder werden ook de bestemmingsreserves waarvan de raad de bestemming vrijelijk kan wijzigen meegerekend. Volgens het nieuwe toezichtkader van de provincie is dat niet meer toegestaan omdat de raad aan deze reserves een bestemming heeft gegeven. Hierdoor zijn deze reserves in de ogen van de toezichthouder niet vrij besteedbaar. De stand van de algemene reserves per 31-12-2022 is € 4.207.000. Stille reserves Stille reserves hebben te maken met activa die te laag of tegen nul euro zijn gewaardeerd. De stille reserves maken alleen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit als de betrokken activa op korte termijn (binnen 1 jaar) verkoopbaar zijn, verkoop van de stille reserves niet leidt tot een gat in de gemeentebegroting en verkoop de taakuitoefening van de gemeente niet aantast. De stille reserves waarderen wij praktisch gezien op € 0.
Risicomanagement Aanleiding en achtergrond De gemeente voert een actief beleid op de beheersing van de risico’s die we gezamenlijk lopen. Door een scherp inzicht in de actuele risico’s worden de betrokken partijen in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Het uitgangspunt voor de deelnemende gemeentes in de SED organisatie is dat de gemeenschappelijke regeling de rekeningresultaten volledig afwikkelt op de deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling kent, als beschikbare weerstandscapaciteit, geen reserves. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit kan alleen de post onvoorzien worden meegenomen. Indien zich dus tegenvallers voordoen die niet kunnen worden opgevangen in de reguliere begroting of uit de post onvoorzien komen deze tegenvallers ten laste van de gemeenten. In evenredigheid van de verdeelsleutel dient deze benodigde weerstandscapaciteit meegenomen te worden in de jaarrekening van onze gemeente als risico’s bij de verbonden partij. Risico´s Volgens de toelichting op artikel 11 BBV zijn de risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen de risico’s die niet anderszins te ondervangen zijn. Reguliere risico’s, risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn, maken geen deel uit van de risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten of voorzieningen voor gevormd. 57
De risico’s worden tweemaal per jaar geïnventariseerd met alle verantwoordelijke afdelingshoofden, teamleiders en specialisten. In de gemeentelijke begroting van 2022 zijn 15 risico’s opgenomen. De bedrijfsvoeringsrisico’s zijn risico’s voor de SED organisatie. Om een risico te kunnen analyseren en beoordelen worden de kans op het risico (percentage waarschijnlijkheid) en de gevolgen van het risico (impact) voor de organisatie bepaald. De kansberekening wordt onderverdeeld in vijf niveaus. Deze kunnen als volgt worden uitgelegd: Klasse 1 2 3 4 5
Kans < of 1x per 10 jaar 1x per 5-10 jaar 1x per 2-5 jaar 1x per 1-2 jaar 1x per jaar of >
Percentage 10% 30% 50% 70% 90%
De klassen van impact zijn als volgt: Klasse impact 5 = > € 500.000 4 = > € 100.000 < € 500.000 3 = > € 50.000 < € 100.000 2 = > € 25.000 < € 50.000 1 = < € 25.000 0 = Geen geldgevolgen Door de kans en impact in klassen te verdelen, kunnen beide aan een score worden verbonden. Op grond van de beleidsnota worden in het risico-overzicht alleen de risico’s met een score van 15 of hoger gepresenteerd. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor de overige risico’s opgenomen. Niet alle geïnventariseerde risico’s zijn terug te vinden in de tabel. Sommige risico’s hebben geen directe financiële consequenties, denk bijvoorbeeld aan imagoschade. Deze risico’s, geïnventariseerd medio juni 2021, met een hoge kans x effect, zijn in de onderstaande tabel nader uiteengezet. Daarbij is onderscheid gemaakt in de beschrijving van het risico en de getroffen/gewenste beheersmaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in euro’s. Vervolgens wordt de kans en impact weergegeven. De laatste kolom geeft inzicht in het beslag dat het risico legt op de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s met een lagere kans x effect zijn opgenomen onder 'overige risico’s'.
58
Hoewel in de begroting zo goed mogelijk wordt ingeschat wat de benodigde bedragen zijn voor de verschillende onderdelen van het Sociaal Domein, is in de laatste jaren gebleken dat de open einde regeling een groot risico met zich meebrengt. De kans en de impact vallen moeilijk separaat in te schatten, omdat ook in de financiële begroting rekening wordt gehouden met een inschatting en het deels een regulier gemeentelijk te lopen risico betreft. De bestaande reserves zijn echter vooralsnog van voldoende niveau (zie de beschikbare weerstandscapaciteit). De bedrijfsvoering risico’s, opgenomen onder de SED organisatie, zijn financieel door de verdeelsleutel (begroting 2022) bepaald en opgenomen onder het weerstandsvermogen van de gemeente Enkhuizen voor € 457.911. Voor de SED organisatie zijn deze risico’s (3) opgenomen : Datalekken en Cybercrime Onrechtmatigheid door onjuiste aanbestedingsprocedure Het onvoldoende beschikbaar hebben van juridische kennis op de afdelingen De beschikbare weerstandscapaciteit is € 4.023.000 en de benodigde weerstandscapaciteit is € 1.982.890 (= 90% * € 2.203.211). Het ratio weerstandsvermogen is 2,02. 59
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een normtabel (zie onderstaande tabel) ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Ons weerstandsvermogen krijgt als waardering 'uitstekend'.
Waardering A B C D E
Ratio >2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Afdekken risico's
Kengetallen
Om de financiële positie van de gemeente inzichtelijker te maken, schrijft het Rijk een verplichte F <0,6 basisset van vijf financiële kengetallen voor. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De opgenomen kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële wend- en weerbaarheid. De kengetallen moeten daarbij in samenhang en in onderlinge verhouding beoordeeld worden. Onderstaande tabel geeft de berekende kengetallen van Enkhuizen weer.
Begroting jaar 2022
Verloop van de kengetallen
Kengetallen: 1. netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden 2. solvabiliteitsratio 3. structurele exploitatieruimte 4. grondexploitatie 5. belastingcapaciteit
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
101%
104%
106%
105%
104%
91% 15% 1% 0% 107%
94% 11% 2% 0% 106%
96% 11% 0% 0% 106%
96% 11% 0% 0% 106%
95% 11% 0% 0% 106%
Het ministerie van BZK heeft onderstaande signaleringswaarden opgesteld. Hierbij is A goed, B gemiddeld en C vereist aandacht.
60
Specificering kengetal naar categorie 1. Netto schuldquote: a. zonder correctie doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit
Cat. C
Cat. B
Cat. A
> 130 % > 130 % < 20% > 35% <0% > 105 %
90 - 130 % 90 - 130 % 20 - 50 % 20 - 35 % 0 95 - 105 %
< 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95 %
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Het kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden weer te geven als percentage van de totale baten. Hoe lager het percentage des te gunstiger en minder risicovol. Toelichting percentages De netto schuldquote van een gemeente ligt meestal tussen de 0% en 90% (bron: ministerie van BZK). Bij een hogere netto schuldquote is de gemeenteschuld relatief hoog. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone. De genoemde percentages zijn grove vuistregels. Enkhuizen heeft een netto schuldquote van 104%. Netto schuldquote: gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage, hoe beter.
Toelichting percentages De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bedraagt 94%. Ten opzichte van de netto schuldquote is de afwijking van 10% voor de komende vrijwel jaren constant. Dit komt omdat er nauwelijks leningen aan derden worden verstrekt. Enkhuizen valt onder de signaleringswaarde van categorie B. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Hoe hoger dit percentage is, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.
61
Toelichting percentages Het gemiddelde voor alle gemeenten is circa 30% (bron: ministerie van BZK). Volgens het ministerie van BZK wordt een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 50% als gemiddeld beschouwd. Enkhuizen heeft in 2022 een solvabiliteitsratio van 11%. Dit percentage valt onder categorie C en verdient daarmee aandacht. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten en is een indicatie van het risico. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 35% of hoger wordt als zeer risicovol beschouwd (bron: ministerie van BZK). Hoe lager het percentage des te geringer het risico. Toelichting percentages De boekwaarde van de voorraad uitgedrukt in een percentage van de totale begrotingsbaten zegt niets over de terugverdienmogelijkheden. Doordat er in 2022 vrijwel geen grondexploitatie in de begroting is opgenomen komt dit percentage uit op 0% . Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Wanneer het percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Toelichting percentages De structurele exploitatieruimte komt in 2022 hoger uit dan 0. Dit betekent dat de structurele baten hoger zijn dan structurele lasten. Er is beperkt ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. In de jaren daarna zijn structurele inkomsten en uitgaven nagenoeg aan elkaar gelijk. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten.
Onder de woonlasten vallen de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een belastingcapaciteit van 100% is gelijk aan het landelijk gemiddelde. Een lage belastingcapaciteit houdt in dat de gemeente nog ruimte heeft om structurele baten te genereren. Toelichting percentages De gemeentelijke tarieven zijn iets hoger dan de landelijke tarieven. Dit betekent dat de mogelijkheid om extra baten te genereren door belastingen te verhogen, beperkter zijn dan gemiddeld. 62
Samenhang kengetallen De gemeente Enkhuizen heeft volgens de opgestelde signaleringswaarden van het ministerie van BZK een gemiddelde schuldpositie. De structurele exploitatieruimte is beperkt en daalt vanaf 2023 naar nihil. Dit vraagt aandacht. Solvabiliteit De solvabiliteit is een punt van aandacht. De onttrekkingen aan de reserves in de afgelopen jaren hebben hun weerslag op de solvabiliteit. De omvang van het eigen vermogen is in verhouding tot de omvang van de balans, de begroting en de lopende projecten relatief klein, maar wordt voor dit moment toereikend geacht. De verwachte omzetting van de reserve onderhoud kapitaalgoederen naar een voorziening onderhoud kapitaalgoederen zal het solvabiliteitspercentage verder in negatieve zin beïnvloeden.
63
Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding De gemeente is eigenaar van de openbare ruimte en heeft het ook in beheer. De openbare ruimte is voor iedereen toegankelijk en speelt een belangrijke rol in het publieke leven. In de openbare ruimte zijn voorzieningen aanwezig zoals verhardingen, groen en civiele kunstwerken. Deze voorzieningen worden kapitaalgoederen genoemd. De kapitaalgoederen hebben een grote invloed op de leefbaarheid en belevingskwaliteit van de openbare ruimte. Ze zijn van groot belang voor de verschillende gebruikers: inwoners, ondernemers en bezoekers. Het in stand houden van de kapitaalgoederen is één van de kerntaken van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van artikel 11 BBV tenminste: wegen riolering water groen gebouwen Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven: a. het beleidskader b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Beleidsuitgangspunten Het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen in de gemeente Enkhuizen vindt jaarlijks plaats op basis van nut en noodzaak. Veiligheid en functionaliteit zijn daarbij belangrijke aspecten. Voor het onderhoud van rioleringen vormt het GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan) de basis waarbij de onderhoudsmaatregelen meerjarig inzichtelijk zijn. In oktober 2009 heeft de raad besloten dat de kapitaalgoederen worden beheerd op minimaal verantwoord niveau. Op 5 april 2016 heeft de gemeenteraad het beheerplan Kapitaalgoederen 2016-2025 vastgesteld. Dit plan is de basis voor het onderhoud in de openbare ruimte op strategisch en tactisch niveau. Voor het beheer van de openbare ruimte heeft de gemeenteraad voor het beheer van de kapitaalgoederen (excl. riolering en gebouwen) beeldkwaliteit B en de norm veilig vastgesteld. Met uitzondering van het onderhoud van het openbaar groen in het Snouck van Loosenpark. Daar heeft de gemeenteraad beeldkwaliteit op A vastgesteld. In 2020 is een forse bezuiniging doorgevoerd in het beheer van het openbaar groen. Vele grasstroken worden niet meer intensief gemaaid en omvormingen van beplantingsvakken zal minder frequent worden uitgevoerd wat tot gevolg zal hebben dat de technische kwaliteit van de beplanting zal afnemen.
64
Naast het beheerplan kapitaalgoederen zijn de volgende kaders van toepassing. Kader
Type
Vastgesteld door en wanneer
Beleidsnota Speelruimte
Beleid
Gemeenteraad, 2 oktober 2012
GRP 2017-2021
Beleid
Gemeenteraad, 11 juli 2017
Bomenbeleidsplan
Beleid
Gemeenteraad, 5 november 2013
Beheerplan Biodiversiteit
Beleid
Gemeenteraad, 16 juni 2020
Stand van zaken kapitaalgoederen Wegen Met het vaststellen van het beheerplan kapitaalgoederen in 2016 is ingezet op onderhoud en vervanging van wegen. Op basis van de technische wegeninspectie 2019 blijkt dat een deel van het areaal van de wegen niet voldoet aan het kwaliteitsniveau en onvoldoende is. In 2019 en 2020 hebben op diverse locaties herstraat,- en asfalteringswerkzaamheden plaatsgevonden om deze achterstanden weg te werken. Dit wordt in 2021 en 2022 voortgezet. Met het huidige budget kan de achterstand binnen 4 jaar worden weggewerkt. In het jaar 2021 heeft er een nieuwe technische wegeninspectie plaatsgevonden. De gemeente is namelijk verplicht om elke twee jaar haar wegen-areaal te inspecteren. De uitkomsten hiervan zullen in een rapportage worden vermeld en zal voor 2022 en verder een nieuw beeld schetsen van de algehele staat van onderhoud van de wegen. Riolering Er is sprake van achterstand met betrekking tot de uitvoering van de investeringen op de rioleringszorg. De achterstand in het onderhoud van de riolering zijn opgenomen in het GRP 2022-2027 waar uitvoering aan wordt gegeven. Watergangen en beschoeiingen Het areaal oeververdedigingen/beschoeiingen is op orde. De komende jaren wordt aandacht besteed aan het vervangen van objecten die de voorgaande jaren op basis van een zekere restlevensduur nog niet zijn vervangen.
Groen Het beheer is op orde en er zijn geen achterstanden in de kwaliteit van het groen. De komende jaren wordt meer aandacht besteed aan het verhogen van de biodiversiteit. Dit is met name zichtbaar door een gewijzigd maaibeleid in een aantal grotere groengebieden. Ook het effect van de bezuinigingen is zichtbaar door de omvormingen van gazons naar ruw gras in de woonwijken en op de bedrijventerreinen. Daarnaast zullen beplantingsvakken minder snel 65
vervangen of ongevormd worden waardoor de soms zeer gewenste opwaardering achterwege blijft. De locaties van de Japanse Duizendknoop en de Reuzenberenklauw zijn bekend en de planten worden actief bestreden evenals de eikenprocessierups. Spelen In het kader van de zorgplicht wordt gelijktijdig met het reguliere onderhoud de veiligheidsinspectie uitgevoerd. De basis voor het onderhoud is vastgesteld in de Beleidsnota Speelruimte en het beheerplan Kapitaalgoederen. Het onderhoud en de veiligheid op de speelvoorziening is op orde. Als gevolg van de bezuinigingen worden kleine vervangingen niet uitgevoerd waardoor een verarming van de speelwaarde kan optreden. Bruggen Het areaal bruggen (134 objecten, waarvan 4 beweegbaar) is op orde, de laatste serie (6 stuks) te vervangen bruggen in de Gommerwijk is inmiddels afgerond. De bruggen voldoen aan eisen van veilig en functioneel. Openbare verlichting Het areaal is redelijk op orde en bestaat momenteel uit 4200 verlichtingsobjecten met een vervangingsachterstand van ca. 15% lichtmasten en ca. 30% armaturen. Verouderde verlichtingsobjecten of onderdelen zijn in beeld en worden jaarlijks projectmatig en wijkgericht vervangen. Deze vervangingsmethode zorgt voor een afname van de vervangingsachterstand, maar zal het niet helemaal wegnemen, omdat er jaarlijks te vervangen objecten bij komen.
Om het veilig werken aan de elektrische installaties te waarborgen en de openbare verlichting te laten functioneren, worden voedingskasten en kabels planmatig vervangen. De vervangingen worden in 2022 voortgezet. Verkeerskundig meubilair Gebouwen Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen: conditieniveau 3 (redelijk). Het groot onderhoud gebouwen wordt uitgevoerd volgens het vastgestelde MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) 2021-2030. Begraafplaatsen Het beheer van de gemeentelijke begraafplaats is op orde en er zijn geen achterstanden. Achterstallig onderhoud
Financiële consequenties Voor de financiële dekking van de kosten voor groot onderhoud is een reserve onderhoud kapitaalgoederen en een voorziening MeerJarenOnderhoudsPlan vastgoed ingericht. Hiermee worden fluctuaties in het groot onderhoud aan de openbare ruimte en gebouwen opgevangen. Het MeerJarenOnderhoudsPlan voor gebouwen is in 2021 herzien en gewijzigd van een bestemmingsreserve in een voorziening (Raadsbesluit 9 maart 2021). Het Beheerplan 66
kapitaalgoederen voor de openbare ruimte wordt op dit moment herzien. Bij de herziening worden de financiële consequenties inzichtelijk waarbij de reserve conform de BBV in 2022 wordt omgezet naar een voorziening. Onderstaande tabel laat zien welke middelen in 2022 gereserveerd zijn voor het klein- en groot onderhoud van de genoemde kapitaalgoederen.
Onderdeel
Dagelijks onderhoud
Reserve
Storting
Aanwending
633.000
Wegen
826.000
-
500.000
Bruggen
62.000
-
84.000
Openbare verlichting
98.000
nvt
nvt
Waterwegen
53.000
nvt
nvt
Openbaar groen
792.000
-
64.000
Riolering
324.000
nvt
nvt
Begraafplaats
88.000
nvt
nvt
Straatmeubilair en speelgelegenheden
40.000
nvt
nvt
313.000
623.000
659.000
Voorziening Gebouwen
67
Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeheer van de gemeente. Volgens artikel 13 van het BBV bevat de paragraaf voor de financiering in ieder geval beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille, het geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Het wettelijk kader ligt besloten in: de Gemeentewet de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) In de Gemeentewet is opgenomen dat de provincies het financieel toezicht op gemeenten uitvoeren. De taken van de toezichthouder op dit terrein vloeien voort uit de Wet fido. Het beleidskader binnen de gemeente is: het Treasurystatuut 2017 het Leningen- en borgstellingenbeleid
Financieringsfunctie De financieringsfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Deze functie omvat de financiering van het beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De Wet fido schrijft de decentrale overheden een aantal zaken voor op het gebied van financiering. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De belangrijkste verplichtingen die uit deze wet voortvloeien zijn: het opstellen van een financieringsstatuut het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening het voldoen aan de kasgeldlimiet het voldoen aan de renterisiconorm
68
Financieringsbeleid Het aantrekken van geldleningen gebeurt volgens de kaders van het Treasurystatuut 2017. De financieringsportefeuille bestaat uit: opgenomen langlopende leningen in beheer gekregen waarborgsommen Het beleid van de gemeente is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende schulden, omdat de rente op de kortlopende schulden in het algemeen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij is de gemeente gehouden aan de kasgeldlimiet. Die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld over drie maanden niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. De liquiditeitenplanning geeft aan of het te financieren saldo op enig ogenblik structureel of incidenteel is. Bij een structureel tekort gaat de gemeente over tot het aantrekken van een langlopende vaste geldlening. Overtollige middelen worden belegd bij de schatkist. Opgenomen langlopende leningen en waarborgsommen Het onderstaande overzicht is een raming van het verloop van de vaste financiering in 2022. Naar verwachting wordt voor een bedrag van € 10,8 miljoen aan langlopende financiering aangetrokken.
Stand langlopende leningen per 1 januari Stand Waarborgsommen per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Verwachte stand 31 december
38.575 28 10.800 4.199 45.204 bedragen X € 1.000
Uitgezette leningen De gemeente verstrekt langlopende leningen aan lokale– en regionale instellingen en verenigingen. Basis voor verstrekking is het Leningen- en borgstellingenbeleid. Het onderstaande overzicht is een raming van het verloop van de langlopende uitgezette leningen in 2022.
Stand uitgezette leningen per 1 januari Vermeerderingen Reguliere aflossingen Extra of vervroegde aflossingen Verwachte stand 31 december
5.346 25 1 5.370 bedragen X € 1.000
69
Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij uitvoering van de financieringsfunctie zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder staat hoe deze risico’s worden beheerst: Koersrisico De gemeente beschikt niet over aandelen van beursgenoteerde ondernemingen en loopt als zodanig geen risico’s. Wel neemt de gemeente deel in het aandelenvermogen van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, in Alliander en HVC. Het risico op waardeverlies van deze aandelen is zeer beperkt. Renterisico Het renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die gepaard gaan met een in de toekomst hoger dan gewenst niveau van de rentelasten van het vreemd vermogen of lagere rentebaten. Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de kasgeldlimiet en de renterisiconorm ingesteld. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet. Renterisiconorm De norm voor het renterisico stelt een grens aan financiering op lange termijn (looptijd van één jaar of langer). Het doel is om overmatige renterisico’s op de vaste schuld te vermijden. Door een gelijkmatige opbouw van de leningportefeuille spreidt de gemeente het renterisico op vaste schuld. De norm wordt berekend door het begrotingstotaal te vermenigvuldigen met een door het Rijk vastgesteld percentage van 20%.
Het totaal van renteherzieningen en de aflossingen in een begrotingsjaar mag deze norm niet overschrijden.
2022
Omschrijving
2023
2024
2025
Renterisco 1.
Renteherzieningen
-
-
-
-
2.
Te betalen aflossingen
4.199
4.872
5.280
5.687
3.
renterisico (1+2)
4.199
4.872
5.280
5.687
56.245
56.464
57.021
57.465
Renterisiconorm 4a.
Omvang begroting 1 januari
4b.
Vastgesteld percentage
20%
20%
20%
20%
4.
Renterisiconorm (4a x 4b)
11.249
11.293
11.404
11.493
Toets renterisconorm Renterisco op vaste schuld (3)
4.199
4.872
5.280
5.687
Renterisiconorm (4)
11.249
11.293
11.404
11.493
Ruimte (3-4)
-7.050
-6.421
-6.124
-5.806
(4 > 3) Ruimte onder renterisiconorm (3 > 4) Overschrijding renterisiconorm
bedragen X € 1.000
70
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft voor de gemeente de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld (looptijd korter dan 1 jaar) aan. Wettelijk moet worden overgegaan tot omzetting naar langlopende schulden zodra de limiet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Het doel van deze limiet is het renterisico op korte financiering te beperken. Fluctuaties in korte rente kunnen namelijk een relatief grote invloed hebben op rentelasten. De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,5%) en bedraagt voor de gemeente voor 2022 € 4.781.000
Omschrijving 1.
2.
Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting (lasten) per 1 januari 2022
56.245
Percentage kasgeldlimiet
8,50%
Omvang kasgeldlimiet
4.781
Omvang vlottende schuld (gemiddeld 2022) Opgenomen gelden < 1 jaar
3.323
Schuld in rekening courant
250
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
0
Overige geldleningen (geen vaste schuld)
0 3.573
3.
Vlottende middelen (gemiddeld 2022) Contante gelden in kas
1
Tegoeden in rekening courant
149
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
0 150
4.
5.
Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet
4.781
Totaal netto vlottende schuld (2-3)
3.423
Ruimte (4-5)
1.358
bedragen X € 1.000
Bij het financieringsbeleid in 2022 wordt rekening gehouden met deze limiet. Schatkistbankieren Een aantal jaren terug is de Wet fido gewijzigd vanwege de invoering van het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. Reden voor de invoering is het beheersen van de overheidsschuld en het verminderen van het financiële risico voor decentrale overheden. De gemeente moet de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben aanhouden bij het ministerie 71
van Financiën. Het schatkistbankieren heeft een verlagend effect op de Nederlandse EMUschuld. Wanneer decentrale overheden hun tegoeden aanhouden in de Nederlandse schatkist daalt de financieringsvraag van de overheid. Kredietrisico Het kredietrisico wordt ook wel het debiteurenrisico genoemd en is bij de gemeente laag omdat er geen grote uitstaande debiteurensaldo is van de leges, belastingen of huren. Elk jaar worden de openstaande debiteuren beoordeeld op oninbaarheid. Deze beoordeling bepaalt de hoogte van de voorziening waardoor de verplichtingen gedekt kunnen worden.
Rentetoerekening Rentekosten moeten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Dit geeft inzicht in de kosten per taakveld en de toerekening gebeurt op een gelijke wijze. In onderstaand schema staat hoe de rentetoerekening plaatsvindt. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
672 70 -/602
0 -/243 -/0 +/+ -/-243
359 -/-359 0 bedragen X € 1.000
Toelichting op bovenstaande schema: De geraamde rentelasten voor korte en lange financiering zijn € 672.000. De verwachte rentebaten voor de uitgezette leningen zijn € 70.000. De gemeente rekent geen rente over het eigen vermogen en de voorzieningen. Het saldo van € 602.000 wordt toegerekend aan de taakvelden op basis van de boekwaarden van de investeringen per taakveld. 72
Bedrijfsvoering Personeel en organisatie Cao gemeenten Werkgevers en vakbonden onderhandelen vanaf november 2020 over een nieuwe cao voor de gemeentelijke sector. De looptijd van de Cao Gemeenten en de Cao SGO was van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021. De onderhandelingen lopen stroef en er is nog geen zicht op een nieuwe cao. Afspraken over bijvoorbeeld een vergoeding voor thuiswerken en een salarisverhoging zijn nog niet bekend. Rechtspositie politieke ambtsdragers De looptijd van de rechtspositie politieke ambtsdrager loop tot 1 januari 2022. Vervolgafspraken zijn nog niet bekend. De financiële gevolgen voortvloeiende uit de onderhandelingen van beide regelingen zijn per opmaak van de begroting onbekend. Bij een definitief akkoord wordt in een daaropvolgend planning en controle document de begrotingswijziging opgenomen.
Juridisch De focus ligt op het blijven nastreven van een hoge juridische kwaliteit binnen de organisatie. Er wordt ondersteuning aangeboden voor een juiste/correcte besluitvorming. Juridische risico’s worden geanalyseerd en zo nodig afgedekt. We handelen Wob-verzoeken en bezwaaren beroepszaken af en coördineren de afhandeling van ingebrekestellingen en klachten.
Informatie Informatiebeheer Goed Informatiebeheer is de basis voor een adequaat functionerende gemeente rondom het beheer van informatiestromen. De gemeente ontvangt en produceert informatie bij het uitvoeren van haar taak en gebruikt deze weer voor uiteenlopende doeleinden. Voor de ondersteuning bij het werk, als bewijs, ter verantwoording van handelingen ten overstaan van de burgers en, op langere termijn, voor cultuurhistorisch geheugen van de samenleving. Goed beheer van informatie is dus van groot belang voor de kwaliteit van het functioneren van de gemeente en over de kwaliteit van gegevens. De archiefwet en regelgeving vormt het kader over dit beheer. Dat doen we door: - Inrichten kwaliteitszorgsysteem informatiebeheer: We stellen een methode op waarmee we de kwaliteit van het informatiebeheer inzichtelijk kunnen maken per proces, per afdeling en per applicatie. Met deze methode rapporteren we naar de proceseigenaren en geeft afdeling Informatie gerichte adviezen om het informatiebeheer te verbeteren. Uiteindelijk moet dit resulteren in een cyclus waarbij de processen regelmatig worden getoetst - Vergroten van bewustzijn bij gebruikers van het belang van informatie Afdeling Informatie gaat meer naar de afdelingen toe om medewerkers te begeleiden en te informeren over hun rol binnen Informatiebeheer.
Informatiebeheer is een gedeelde verantwoordelijkheid van de afdelingen en afdeling Informatie. 73
-
-
Procesoptimalisatie informatiebeheer rondom poststromen De werkprocessen van Informatiebeheer veranderen steeds met nieuwe ontwikkelingen. Maar deze aanpassingen zijn steeds op het niveau van processtappen. Er is nog onvoldoende gekeken of deze processen nog efficiënt en effectief zijn. De komende periode worden deze processen doorgelicht en aangepast zodat er tijd en ruimte vrij komt voor de medewerkers van Informatiebeheer om zich op nieuwe taken binnen Informatiebeheer te richten Implementatie Wet Openbare Overheid (WOO) en Informatiebeheerregeling.