B5. ZIENSWIJZENNOTA 13 5 2025 - 4 6 2025 - 6 11 2025
Tekst van het document
We willen kortom vooral dat mensen op een goede manier om binnen de gemeente Drechterland een breed kunnen gaan met de verworvenheden van mobiele communicatie. maatschappelijk debat te voeren.
2 Elektrohypersensitiviteit
33
Gemeentelijk standpunt
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
10, 11 Voorstel / argument en 12 c Betrokkene vraagt om stralingsarme of stralingsvrije zones aan te wijzen waarin mensen die gevoelig zijn voor straling voorrang krijgen op huisvesting. Zij geeft aan dat volgens de WHO 3% van de samenleving klachten heeft ten gevolge van EMV (red. gevoeligheid voor elektromagnetische straling).
Gemeentelijk standpunt De SED-gemeenten erkennen dat effecten van (elektromagnetische of ioniserende) straling impact kunnen hebben op de gezondheid. Voor de gezondheid toelaatbare stralingsniveaus zijn – net als onder meer geluid(shinder), luchtverontreiniging, drinkwaterverontreiniging en omgevingstemperatuur – geregeld in wettelijke kaders. Voor straling zijn die geregeld in de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming en het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. Bij alle initiatieven in de leefomgeving dient te worden voldaan aan deze kaders. Dat betekent dat de drempelwaarden niet mogen worden overschreden en dat onderbouwd én aangetoond dient te worden dat deze niet zullen worden overschreden bij initiatieven voor activiteiten die het stralingsniveau kunnen verhogen. De impact van een aanwijzing van een gebied als stralingsvrij of stralingsarm op maatschappelijke ambities is onevenredig groot. Als het om woningbouw voor deze doelgroep gaat, gaat het direct over een veel groter gebied dat vrij moet zijn van stralingsbronnen. Gezien de vraag naar woningen, het gebrek aan ruimte en het feit dat er nog geen wet- en regelgeving is die is gericht op een stralingsvrije leefomgeving ziet de gemeente geen mogelijkheid om en dergelijk gebied in te richten.
Zie voor de visie van de SED-gemeenten op straling in relatie tot gezondheid het antwoord op zienswijze 24-a.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De SED-gemeenten voegen aan de Omgevingsvisie in het hoofdstuk 2.3 onder “Hoe kijken we naar plannen/initiatieven op het gebied van gezondheid, welbevinden en milieu” toe dat geldende normen voor stralingsbescherming niet worden overschreden.
34
13. Indiener 4 [geanonimiseerd] 13 a
Voorstel / argument Indiener mist een “groene buffer” tussen Hoogkarspel en Hoorn.
b
Wat er in de Omgevingsvisie mist is de mogelijkheid voor kangoeroe woningen, oftewel het bijbouwen van een passende woning in kleiner formaat. Op erven naast of achter of in bestaande woningen ten behoeve van ouders of een ouder of een verwant met behoefte aan zorg.
Gemeentelijk standpunt Het is niet helemaal zeker waarnaar indiener verwijst. In het verleden is er een landschapsstructuurvisie geweest waar ‘scheggen’ in waren getekend. Deze structuurvisie is als beleidsdocument ingetrokken. De waarden van het Westfries landschap zijn opgenomen in de ontwerpOmgevingsvisie. Hier wordt gesproken over een groen, landelijk gebied waarin rust, ruimte, doorzichten en buitenlucht kenmerkend zijn. Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met deze waarden. We verwachten dat dit in de lijn ligt met uw wens voor een groen gebied tussen Hoogkarspel en Hoorn. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Binnen de gemeente bestaat de mogelijkheid tot het realiseren van een mantelzorgwoning op eigen terrein onder bepaalde voorwaarden. Dit zijn landelijke regels die gelden voor elke gemeente. Door de gemeente wordt erkend dat het woningtekort ten aanzien van passende betaalbare (starters)woningen groot is. In de Omgevingsvisie is in hoofdstuk 2 bij het thema wonen een onderzoek opgenomen naar nieuwe manieren waarop wonen en zorgen voor elkaar makkelijker wordt. Daarbij is aangegeven dat dit bijvoorbeeld kan in de vorm van meergeneratiewoningen. Dit zijn woningen waar mensen met een sterke onderlinge band voor elkaar zorgen en op een erf samenwonen. Nagegaan wordt of dit kan bijdragen aan het bestrijden van de woningnood.
Het doel is om hoofdbewoners op het perceel van de hoofdwoning, daar waar het ruimtelijk aanvaardbaar is, één extra wooneenheid te bieden voor één huishouden, of een daarmee gelijk te stellen samenlevingsverband. Dit onderzoek loopt momenteel nog, er is nog geen beleid opgesteld en geen besluit over genomen. Het is daardoor te vroeg deze ontwikkeling mee te nemen in de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
35
13 c
Voorstel / argument Indiener betreurt dat de afweging over een plan voor een Knarrenhof in Hoogkarspel nabij de tennisbaan negatief uitpakte. Indiener vraagt zich af of een heroverweging mogelijk is of dat een dergelijk initiatief op een andere plek in de buurt van het centrum mogelijk is.
Gemeentelijk standpunt Het heroverwegen van het initiatief voor het Knarrenhof in Hoogkarspel valt buiten de scope van de Omgevingsvisie. Echter, het realiseren van een Knarrenhof op een andere locatie wordt op voorhand niet uitgesloten. Dit zou goed aansluiten bij de uitgangspunten die in hoofdstuk 2 zijn opgenomen bij het thema wonen en samenleven.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
36
14. LTO Noord (Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland) 14 a
a
b
37
Voorstel / argument Gemeentelijk standpunt In algemene zin ondersteunt Indiener het gestelde in de De SED-gemeenten zijn blij met deze complimenten. Omgevingsvisie, waarbij deze te kennen geeft blij te zijn met de erkenning van het agrarische belang en de positie van de sector binnen de fysieke leefomgeving. Wij pleiten ervoor om de optie om “onder voorwaarden De gemeenten onderkennen het belang van de agrarische sector en zijn zonneweiden te realiseren” te schrappen. Zoals in de visie derhalve zeer terughoudend met het toestaan van zonneweiden. Deze wordt gesteld neemt de ruimte druk en in het bijzonder de mogen alleen worden ontwikkeld binnen de contouren van zoekgebieden agrarische productiegronden enorm toe. Terwijl er voor die zijn vastgesteld in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) of schone energie voldoende alternatieven voorhanden zijn. binnen het bouwvlak van bedrijven in het landelijk gebied. Binnen deze zoekgebieden geldt bovendien dat de betrokken grondeigenaar/eigenaren Indien de gemeenten toch vasthouden aan de mee moeten willen werken aan het ontwikkelen van initiatieven. Het mogelijkheid voor het ontwikkelen van zonnevelden dan opwekken van voldoende duurzame energie is echter ook een door de verzoekt Indiener om bij de afweging van een dergelijke gemeenteraden onderkend belang dat de gemeente wil dienen.
Vanuit het ontwikkeling de effecten op de agrarische sector te Klimaatakkoord en het feit dat we een toekomstig bestendig betrekken via een landbouweffectrapportage. elektriciteitsnetwerk nodig hebben is duurzame energie noodzakelijk. Daarom leidt deze zienswijze niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Wij pleiten ervoor om bij ontwikkelingen zoveel mogelijk De regelgeving rondom spuitzones is Rijksbeleid. De SED-gemeenten dienen de bestaande rechten van agrariërs te behouden. Zo dat daaraan te voldoen. Een zone kan binnen een woningbouwplan zelf of met de ontwikkelende partij op eigen grond voor passende instemming van de agrariër op haar/zijn land worden geregeld. maatregelen (waaronder de spuitzone) zorgt. De nadelige effecten van maatschappelijk gewenste ontwikkelingen Die keuze laten wij open in de Omgevingsvisie en daarom leidt de zienswijze dienen niet uitsluitend bij de agrariër neergelegd te niet tot aanpassing. worden. Daarom verzoeken wij de gemeenten om een passage in de Omgevingsvisie op te nemen met de strekking dat spuitzones niet op agrarische gronden afgewenteld worden.
14 c
d
Voorstel / argument De realisatie van natuur kan nadelige effecten hebben op de gebruiksmogelijkheden van agrarische gronden. Zo kan de natuur uit waardplanten bestaan die plaats bieden aan schimmels en insecten. Daarom verzoeken wij de gemeenten om als voorwaarde aan de ontwikkeling van natuur te verbinden (bijvoorbeeld door selectief aan te planten, te zaaien) dat zich geen nadelige effecten op agrarische gronden zullen voordoen.
Gemeentelijk standpunt Het realiseren van extra natuur op landbouwgronden zal altijd in nauwe afstemming met de omgeving gebeuren en bovendien moeten voldoen aan het afwegingskader. Nadelige effecten op agrarische gronden zijn daarbij niet op voorhand uit te sluiten. Echter, een Omgevingsvisie is niet het document waarin kaders worden gesteld aan het specifieke type van in te zaaien planten. Dit zal eventueel later worden uitgewerkt in het omgevingsprogramma Buitengebied, waarover t.z.t. ook geparticipeerd zal worden.
Wij pleiten ervoor om zuinig om te springen met agrarische gronden, vooral bij woningbouwontwikkelingen. Daarom woningbouw waar mogelijk en binnen het redelijke zo compact mogelijk en met een zo klein mogelijk ruimtebeslag te realiseren. Voor Hoogkarspel wordt vermeld (in de Omgevingsvisie) dat de woningbouwontwikkeling gepaard dient te gaan met voldoende groen en water.
De zienswijze leidt derhalve niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties dient o.a. voor de leefbaarheid en klimaatbestendigheid ruimte te worden geboden aan speelgelegenheid, groen en water. Hiermee ontstaat er meer ruimtebeslag dan alleen voor de woningen nodig is. Binnen de gemeenten wordt het belang van een vitale agrarische sector erkend en daarom blijft er ruimte behouden voor agrarische productiegronden. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de visie.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
38
15. Gemeente Medemblik 15 a
b
c
39
Voorstel / argument In de Omgevingsvisie, het thema “Duurzaamheid, natuur en recreatie”, wordt meerdere keren gewezen op het grote tekort aan mogelijkheden voor wandelen, fietsen en recreëren aan of op het water. Dit zou regionaal in samenwerking met het Recreatieschap Westfriesland opgepakt kunnen worden.
Gemeentelijk standpunt De gemeenten erkennen het belang om regionaal op te trekken bij het vergroten van mogelijkheden voor wandelen, fietsen of andere vormen van recreatie op, aan of nabij het water. Zeker langs de gemeentegrenzen zal daarbij waar relevant worden opgetrokken met buurgemeenten en het recreatieschap. Het toevoegen van een zin waarin we dit onderkennen zien wij als goede toevoeging aan de visie.
We nemen een extra zin op waarin we aangeven dat het vergroten van mogelijkheden voor wandelen, fietsen en recreëren op, aan of rond het water waar relevant zoveel mogelijk in regionaal verband wordt gedaan. We geven tevens aan dat het Recreatieschap Westfriesland daarbij een belangrijke partij is. Voor wat betreft het thema “Economie” lezen wij in uw Er is recent een ruimtelijke agenda opgesteld waarbij mede is gekeken naar Omgevingsvisie niets terug over hoe u wilt omgaan met feit de behoefte aan bedrijfsgronden in heel West-Friesland. Hieruit komt dat de dat er onvoldoende ruimte is voor de ontwikkeling van bestaande planvoorraad toereikend is bij een matige economische groei. De bedrijventerreinen. (Dit staat in en blijkt uit de bouwstenen regio gaat uit van een hogere behoefte maar wil hier adaptief mee omgaan. 2021 en het OER) In de Omgevingsvisie wordt niet expliciet aangegeven dat er wordt ingezet op de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Dit betekent echter niet dat hier niet op in gezet zou kunnen worden in de toekomst. Het is mogelijk dat er zich kansen voordoen, dit zou in een gebiedsgericht programma opgenomen kunnen worden. Op dit moment zien wij echter geen concrete kansen voor het uitbreiden van de ruimte voor bedrijventerreinen in onze gemeenten buiten de hiervoor al aangewezen en bestemde locaties.
Onder het thema “Mobiliteit en toegankelijkheid” zien wij mogelijkheden om de verbindingen tussen de SEDgemeenten en Medemblik te versterken. Wij stellen daarom voor om de mobiliteitsplannen nog beter af te stemmen met name op het gebied van openbaar vervoer en fietsverbindingen.
De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Op de visiekaart is de aanzet voor een (door)fietsverbinding naar de gemeente Medemblik opgenomen. Ook is in hoofdstuk 2.6 ‘mobiliteit en toegankelijkheid’ benoemd dat een OV-verbinding met Medemblik een aandachtspunt is. De uitwerking daarvan zal plaatsvinden in het omgevingsprogramma Buitengebied. Derhalve leidt de zienswijze niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
15 d
Voorstel / argument De Omgevingsvisie benadrukt het belang van onderzoeken van verbeteringen aan de Noord-Zuidverbindingen, inclusief de aanleg van nieuwe wegen. Graag worden wij over de resultaten van deze onderzoeken op de hoogte gehouden.
Gemeentelijk standpunt De SED-gemeenten hebben in de ontwerp-Omgevingsvisie aangegeven een onderzoek te willen laten uitvoeren naar het verbeteren van de Noord/Zuidverbindingen, zowel binnen de drie gemeenten als met de gemeente Medemblik. Bij verbindingen naar of in de buurt van de gemeente Medemblik zal de gemeente Medemblik worden geconsulteerd.
e
Door de geplande woningbouw rondom Hoogkarspel is het belangrijk te weten hoe de verkeersstromen efficiënt wordt afgewikkeld richting de Drechterlandseweg, zonder dat het via de Tolweg of de Marktweg hoeft te rijden. De druk op de aansluiting Sluisweg N505 zal waarschijnlijk verder toenemen. Dit is belangrijk voor de gemeente Medemblik en het WFO-terrein.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De SED-gemeenten zijn zich ervan bewust dat de geplande woningbouwontwikkelingen rondom Hoogkarspel zullen leiden tot veranderingen in de verkeersdoorstroming en -afwikkeling, ook richting de noordelijke gemeentegrens met Medemblik. Bij de verdere planvorming rondom Hoogkarspel zullen daarom verkeerskundige onderzoeken worden uitgevoerd, die – waar relevant – worden verwerkt in andere instrumenten onder de Omgevingswet zoals het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s.
f
Voor de Omgevingsvisie leidt deze constatering niet tot wijzigingen. De SED-gemeenten erkennen dat het uitwisselen van kennis en ervaringen met andere gemeenten in de regio waardevol is.
In de Omgevingsvisie wordt gesproken over “auto’s en parkeren in de binnenstad”. De Kern van Medemblik kent vergelijkbare uitdagingen en ontwikkelingen. Het zou zeer waardevol zijn als buurgemeenten hun kennis en Voor de Omgevingsvisie geldt dat deze constatering echter niet tot ervaringen op dit gebied met elkaar delen en in regionaal aanpassing leidt. overleg verder onder de aandacht te brengen. g Gevraagd wordt om een verdere uitwerking van een De uitwerking van deze fietsinfra zal gebeuren in nadere planvorming of geschikte fiets infra voor het gebied de Haling en binnen een omgevingsprogramma Buitengebied. Grootslagweg, ten Noorden van Enkhuizen. Wij zien kansen voor verbetering. Deze zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt gedeeltelijk tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. We nemen een extra zin op bij paragraaf 2.4, bij “Hoe gaan we te werk?” waarin we aangeven dat het vergroten van mogelijkheden voor wandelen, fietsen en recreëren op, aan of rond het water waar relevant zoveel mogelijk in regionaal verband wordt gedaan. Het Recreatieschap Westfriesland is daarbij een belangrijke partij.
40
16. Indiener 5 [geanonimiseerd] (16) 16 a
b
Voorstel / argument In de Omgevingsvisie ontbreekt het aan een aanduiding van 1,5 ha Padlandbos. Wat al 30 jaar bestaat en door de gemeenteraad is bestempeld als zeer waardevol stuk natuur. Hetgeen is beschreven in het stuk van Landschap Noord-Holland, welke de gemeenteraad heeft ontvangen. Dit is nu in de Omgevingsvisie aangeduid met “woningbouw”. Dit geldt voor veel meer en gelijksoortige delen van de gemeente. In de Omgevingsvisie staat aangegeven op kaart welke stroken beplanting bestemd worden ten behoeve van de ontwikkeling van biodiversiteit. Het overgrote deel betreft hier zo genaamde linten van bomen langs wegen. Het gaat hier om bomensingels langs sloten die jaarlijks vallen onder de zogenaamde schouwplicht. Waarvan het onderhoud machinaal wordt uitgevoerd. Dat haaks staat op het plaatselijk ontwikkelen van biodiversiteit. Waar het noodzakelijk onderhoud de gewenste ontwikkeling, namelijk een stabiele en toekomstbestendige situatie, tegen gaat.
Gemeentelijk Standpunt De SED-gemeenten erkennen dat het Padlandbos in de gemeente Drechterland een waardevol onderdeel is van de groenstructuur en zullen dit op de visiekaart als dusdanig verbeelden. Deze zienswijze leidt daarom tot aanpassing van de Omgevingsvisie op de Visiekaart.
De SED-gemeenten streven in z’n algemeenheid naar het versterken van biodiversiteit langs linten en in bermen. De op de visiekaart aangegeven structuren zijn derhalve niet de enige locaties waar wordt nagedacht over het versterken van biodiversiteit. De SED-gemeenten hanteren in hun maaibeleid het uitgangspunt dat maaien zoveel als mogelijk met oog voor biodiversiteit dient te gebeuren. Er is voor de gemeente Drechterland in 2020 een beheerparagraaf biodiversiteit opgesteld waarin de kansen voor biodiversiteit in beeld zijn gebracht. Ook de Kerkweg wordt daarin genoemd.
Voor de Omgevingsvisie geldt dat de bomenlanen op de waardenkaart als waarde zijn aangegeven. De bomenlanen zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Dit omdat bomen voor veel dieren belangrijk zijn, en omdat ze Voorbeeld: er ligt een zeer lange en brede strook gras langs veel kansen bieden om de biodiversiteit verder te vergroten. Hoe ouder de de Kerkweg te Venhuizen, uitermate geschikt voor de bomen, hoe meer betekenis voor de natuur. Ook maken bomen ontwikkeling van biodiversiteit. verbindingen tussen gebieden. Het zou goed zijn gelijksoortige mogelijkheden binnen de gemeente te inventariseren en op te nemen in de Omgevingsvisie.
41
16
c
Voorstel / argument
In de Omgevingsvisie zijn verschillende woningbouw(ontwikkel) plannen opgenomen, zo ook bij Hoogkarspel. Maar het ontbreekt aan een visie hoe de te verwachte verkeersstromen zijn weg moeten vinden in zowel primaire als secundaire vorm.
Gemeentelijk Standpunt Bij het gebiedsgerichte beleid van de Omgevingsvisie is aan gegeven dat we bermen zo willen onderhouden dat er een rijkdom aan planten en dieren ontstaat. Dit zijn voornemens, die de gemeente op zich neemt. Zie ook de doelen die geformuleerd zijn in hoofdstuk 2 bij Duurzaamheid, natuur en recreatie: "We werken aan een patroon van bomen, bermen en andere groenvoorzieningen dat stevig is en ruimte geeft aan veel planten- en diersoorten. Dat noemen we biodiversiteit. Deze tekst geeft aan dat het biodiversiteitsbeleid nog in ontwikkeling is maar dat de doelen in lijn zijn met belangen die indiener naar voren brengt. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het formuleren van een visie op de afwikkeling van deze verkeersstromen als gevolg van woningbouwplannen in de toekomst wordt gedaan bij het nader uitwerken van deze plannen. Zie ook het antwoord op zienswijze 15-e.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. d Onderzoek heeft aangetoond dat West-Friesland en ook De SED-gemeenten hebben hierover het volgende aangegeven in de visie specifiek Drechterland ver achterloopt in voldoende hoofdstuk 2.4 ‘duurzaamheid, natuur en recreatie’: recreatiegebieden. De Omgevingsvisie geeft op geen “In de regio is een groot tekort aan mogelijkheden om te recreëren. We enkele manier een visie op een ontwikkeling ter verbeteren daarom waar mogelijk de gelegenheid voor het wandelen, verbetering. fietsen en varen. We ondersteunen initiatieven die een verrijking zijn op dit gebied. We zorgen voor voldoende voorzieningen en toegankelijkheid in en bij recreatiegebieden. Bijvoorbeeld in de vorm van voldoende parkeerplaatsen.” De gemeenten zijn van mening dat hiermee is voldaan aan het geven van uitwerking van de door indiener terecht genoemde constatering dat WestFriesland achterloopt qua aanbod in recreatiegebieden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt gedeeltelijk tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. De SED-gemeenten erkennen dat het Padlandbos in de gemeente Drechterland een waardevol onderdeel is van de groenstructuur en zullen dit op de visiekaart als dusdanig verbeelden.
42
17. Indiener 6 [geanonimiseerd] 17 a
Voorstel / argument Indiener stelt dat de ontwerp-Omgevingsvisie een mix van tegenstrijdige deelbelangen is en dat voor het algemeen belang een duidelijke keuze noodzakelijk is. Indiener stelt dat het thema ‘Enkhuizen Waterstad’ zou moeten zijn omdat: - het grondgebied aan 3 van de 4 zijden wordt omringd door water; - dit grondgebied tot voor kort onderdeel van een vaarpolder was; - hier drinkwater wordt geproduceerd; - het Zuiderzeemuseum leert over het leven aan het water. Enkhuizen maakt niet alleen samen met Stede Broec en Drechterland maar ook samen met Medemblik deel uit van polder Het Grootslag. Het water trekt zich niets aan van gemeentegrenzen. De toename van pieken in de neerslag (watercyclus) door klimaatopwarming vergroot de kans op overstroming voor de hele polder. Een andere bedreiging voor onze toekomst is het enorme verlies aan biodiversiteit en de kwaliteitsafname van het oppervlaktewater. Tekorten aan drinkwater dreigen. Minder bloemen, minder insecten enz. staat haaks op de bekendheid van Seed Valley, immers zonder bestuivers minder voedselproductie. Klimaatadaptatie, herstel van biodiversiteit en ruimte voor recreatie in de hele Grootslagpolder verdienen de hoogste prioriteit.
43
Gemeentelijk standpunt De SED-gemeenten danken indiener voor de zienswijze maar onderstrepen dat de ontwerp-Omgevingsvisie niet alleen betrekking heeft op de gemeente Enkhuizen, maar ook op Stede Broec en Drechterland. De SED-gemeenten hebben ervoor gekozen één gezamenlijke Omgevingsvisie op te stellen. Waarbij overigens in het gebiedsgerichte beleid van Hoofdstuk 3 ingezoomd wordt op deelgebieden waaronder het deelgebied Enkhuizen. Aangaande het Grootslag geldt dat de gemeenten de door indiener genoemde ambities ten aanzien van klimaatadaptatie, herstel van biodiversiteit en ruimte voor recreatie van belang vinden, maar dat zij ook andere belangen te dienen heeft. De ontwerp-Omgevingsvisie is een integrale visie op de leefomgeving. De punten die indiener aandraagt zijn zeker punten waar de SED-gemeenten zich voor inzetten. Dit ziet u in hoofdstuk 2 onder Gezondheid, welbevinden en milieu en Duurzaamheid, natuur en recreatie. Het zijn daarnaast ook grote maatschappelijke opgaven die we alleen samen kunnen oplossen. Zo wordt bijvoorbeeld in de tekst over waterveiligheid benoemd dat dit iets is waarbij de gemeenten samenwerken met Rijk, provincie en Hoogheemraadschap. Bij het kopje ‘Hoe gaan we te werk’ in hoofdstuk 2 geven de SED-gemeenten aan wat zij als lokale overheid kunnen bijdragen aan deze punten. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen.
Concretisering vindt waar nodig plaats in programma’s. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
17
b
c
Voorstel / argument Dit vloeit voort uit artikel 21 van de grondwet ‘De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De Omgevingsvisie moet aangepast worden met een veel hogere ambitie voor natuurherstel en borging hiervan voor de toekomst. Met name voor het gebied tussen de stad Enkhuizen en PWN.
Gemeentelijk standpunt
De SED-gemeenten willen in de Omgevingsvisie een integrale afweging maken tussen de belangen van verschillende gebruikers van de ruimte. Voor de door indiener genoemde locatie geldt dat er hier in de Omgevingsvisie (zowel op de visiekaart, de kaart voor het deelgebied Oosterdijk als in de tekst) een te realiseren natuurverbinding is aangewezen.
De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Door de toename van pieken in neerslag door De SED-gemeenten erkennen dat klimaatadaptatie, herstel van biodiversiteit klimaatopwarming vergroot de kans op overstroming van en ruimte voor recreatie voor het Grootslaggebied belangrijke opgaven zijn. de gehele polder. Een andere bedreiging is de toekomst Bij omschrijving van de opgaven bij deelgebieden zijn specifieke opgaven op voor biodiversiteit en de kwaliteitsafname van het het gebied van wateroverlast gemarkeerd. De aangegeven opgaven in de oppervlaktewater. Klimaatadaptatie, herstel van de volle breedte zijn gemarkeerd bij de thema's. Het aanpakken van deze biodiversiteit en ruimte voor recreatie in heel polder Het opgaven kan alleen in samenwerking met andere belangrijke partijen zoals Grootslag verdienen de hoogste prioriteit. grondeigenaren en het Hoogheemraadschap. Hoe dit precies dient te gebeuren valt buiten de scope van de Omgevingsvisie en zal uit dienen te worden gewerkt in een omgevingsprogramma of -plan. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
44
17 d
Voorstel / argument Gemeentelijk standpunt Het Bijzonder Provinciaal Landschap Oosterdijk biedt de De SED-gemeenten erkennen de waarden van het Beschermd landschap beste mogelijkheden in de wijde regio voor behoud en Oosterdijk door dit gebied op de waardenkaart als specifiek gebied aan te herstel van biodiversiteit maar krijgt niet de status die het duiden. De exacte invulling en uitwerking van ambities vindt plaats in verdient. Hierdoor kunnen nieuwe ontwikkelingen binnen omgevingsprogramma’s en de juridische regelgeving komt tot uiting in het dit gebied nog veel rust en duisternis gaan verstoren ten omgevingsplan. koste van de natuur. Voor de verbinding tussen het De te realiseren ecologische verbinding staat op de visiekaart en wordt in de natuurgebied De Weelen en De Ven staat in dit ontwerp tekst toegelicht. Dit is passend bij een visie op hoofdlijnen, wat een net als voorgaande visies opnieuw slechts een stippellijn Omgevingsvisie is. Ook hier zal de realisering via ander ingetekend. Deze stippellijn loopt nota bene door een Omgevingswetinstrumenten vorm kunnen krijgen. nieuw te bouwen woonwijk. Voor deze natuurverbinding tussen De Weelen en De Ven dient een fors oppervlak te De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. worden aangewezen zoals ook gedaan is voor uitbreiding van bedrijven.
De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
45
18. Indiener 7 [geanonimiseerd] (18) 18 a
b
c
d
Voorstel / argument Gemeentelijk standpunt Indiener complimenteert de SED-gemeenten met de De SED-gemeenten zijn blij met deze complimenten. ambitieuze visie die meer ruimte wil bieden aan groen, recreatie, speelruimte, ontspanning, scholing en vooral ook de gezondheid van huidige en toekomstige bewoners. De indiener erkent dat deze duidelijke kaders geeft aan geplande bestemmingen voor nieuwbouw, groene energie, transportverbindingen en bereikbaarheid / gebruik van ov. De Bouwplannen voor Groot Vriend (Stede Broec) en het Voor de door indiener genoemde locatie ‘Landje van Fleur’ geldt dat er al Landje van Fleur ontbreken in uw Omgevingsvisie. een omgevingsplan is vastgesteld. Echter er loopt nog een beroepsprocedure. Voor de locatie ‘Groot Vriend’ geldt dat deze nog in procedure is. De visiekaart laat alleen vastgestelde onherroepelijke plannen zien. Daarmee leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Er is een tekort aan helderheid over het realiseren van de Helderheid over het realiseren van de noord-zuidverbinding hangt in sterke Noord-Zuid verbinding ter hoogte van de Kerspelweg mate samen met de woningbouwplannen bij Hoogkarspel en zal daarom pas (Drechterland/Stede Broec) in aansluiting op de kunnen worden gegeven in het Gebiedsprogramma Hoogkarspel. N505/Drechterlandseweg. Zie ook het antwoord op zienswijze 15-e.
De gemeenten Stede Broec en Enkhuizen hebben in overleg met de provincie de N505 aangewezen als logische en goede oplossing voor de ontsluiting van het nieuwbouwplan Nijevoert. Dit zal een aanzienlijke verhoging van de verkeersdruk veroorzaken op het kruispunt N505/Kerspelweg.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De SED-gemeenten hebben in samenwerking met de provincie NoordHolland een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd voor de ontsluiting van Nijevoert op de N505. Met instemming van de provincie is dit de manier waarop deze woonbuurt wordt ontsloten. Als het verkeer op de N505 toeneemt zal dat enig effect hebben op het door indiener genoemde kruispunt. Geconstateerd is echter dat het verkeersnetwerk de extra verkeersbewegingen kan opvangen. Voor de Omgevingsvisie leidt deze zienswijze daarom niet tot wijzigingen.
46
18 e
Voorstel / argument Te voorzien is dat de huidige aanwonenden van de Kerspelweg en de toekomstige bewoners in beide voorgenomen nieuwbouwplannen ernstige hinder, dan wel gezondheidsschade zullen ondervinden van toegenomen geluid en gerelateerde milieueffecten. Volgens het OER is in tabellen af te lezen dat de kwaliteit van wonen en de geluidshinderwaarden er niet best voorstaan en in de toekomst ook niet verbeteren.
Gemeentelijk standpunt In de ontwerp-Omgevingsvisie is de betreffende locatie aangewezen als onderzoeksgebied voor een noord-zuidverbinding. Als een gemeente begint met een onderzoek naar de noodzaak van verbetering van een verkeersverbinding is dat nog geen plan. Er wordt eerst gekeken of een verbetering nodig is. Als dat het geval blijkt, dan wordt gekeken wat de beste oplossing is. Bij het zoeken naar de beste oplossing kijkt de gemeente naar alle aspecten die belangrijk zijn. Daarin zit ook de milieu-invloed die wegaanleg of wegverbetering heeft op de omgeving. In de ontwerpOmgevingsvisie is in paragraaf 2.2 opgenomen dat een woningbouwplan geen afbreuk mag doen aan de leefbaarheid van dorpen, wijken of de stad. Ook is in paragraaf 2.3 aangegeven dat plannen logischerwijs moeten voldoen aan geldende wetten en regels voor veiligheid en gezondheid. Dit geeft aan dat situaties wel kunnen veranderen, maar dat er altijd een basisniveau van veiligheid en gezondheid is dat door de gemeente wordt bewaakt. De SED-gemeenten erkennen wel dat een toename van omgevingsgeluid kan leiden tot ernstige hinder en/of gezondheidsschade. Te veel geluid kan leiden tot gehoorbeschadiging, verstoorde slaap (wat mentale problemen in de hand kan werken/verergeren) en zelfs hart- en vaatziekten veroorzaken (Is geluidsoverlast in mijn woonomgeving schadelijk voor mijn gezondheid? | Rijksoverheid.nl).
Andere schadelijke milieufactoren op de gezondheid waar de ziektelast van toe kan nemen omvatten straling, luchtverontreiniging, drinkwaterverontreiniging, temperatuur. Voor al deze milieu-effecten zijn er wettelijke kaders vastgesteld voor een acceptabel bereik voor deze factoren. Bij verdere planvorming voor deze nieuwbouwontwikkeling moet rekening worden gehouden met deze factoren en onderbouwd worden dat normen niet worden overschreden. Overigens kan de gezondheidssituatie voor bestaande en nieuwe inwoners ook worden verbeterd/gestimuleerd bij planvorming voor nieuwbouwplannen. Zo kan door veel groen in de plannen te brengen, worden gezorgd voor schone lucht, hitteregulatie en beter mentaal welzijn.
47
18
Voorstel / argument
Gemeentelijk standpunt OER Voor wat betreft het OER is in het rapport aangegeven dat in het grootste deel van de gemeenten voldaan wordt aan de advieswaarden voor geluidhinder van de WHO (Wereldgezondheids Organisatie). Op enkele plekken zoals op de N307, N505 (Drechterlandse weg) en N506 is er sprake van overschrijding van deze waarden. Tevens wordt in het OER geconstateerd dat het Omgevingsvisiebeleid risico’s kan geven voor negatieve effecten op geluidhinder ten gevolge van de realisatie van woningen en daarbij horende verkeersbewegingen. Dit terwijl er ook positieve effecten zijn door de toename van elektrisch rijden. Daarnaast is aangegeven dat er in alle drie de gemeenten op dit moment sprake is van tekorten aan bepaalde type woningen. Het woningtekort is mede aanleiding om in de visie in te zetten op de realisatie van nieuwe woningen. In het OER is geconstateerd dat als gevolg daarvan de situatie voor wat betreft de woningvoorraad beter wordt.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt gedeeltelijk tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. De woningbouwlocatie Landje van Fleur wordt opgenomen met een roze arcering op de visiekaart, gelijk aan enkele andere woningbouwplannen die vastgesteld en onherroepelijk zijn maar waarvan de bouw nog in ontwikkeling is.
48
19. BPD Bouwfonds Gebiedsontwikkeling 19 a
b
Voorstel / argument De zienswijze heeft betrekking op het woningbouwproject Molensloot Zuid te Stede Broec. Wij verzoeken u de locatie Molensloot-Zuid als toekomstige woningbouwlocatie met een (tijdelijke) ontsluiting voor autoverkeer via de Zesstedenweg dan wel door de gemeenten een tijdige alternatieve ontsluiting voor het plan te (doen) realiseren.
De locatie Molensloot Zuid op de visiekaart verder te verduidelijken in de zin dat hier woningbouw komt door een symbool van woningbouw op te nemen op de visiekaart. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
49
Gemeentelijk standpunt De SED-gemeenten geven op de visiekaart alleen de woningbouwlocaties weer waarvan de planologische procedures zijn afgerond (vastgestelde plannen die onherroepelijk zijn). Bij de locatie Molensloot-Zuid ten zuiden van Lutjebroek/Grootebroek is dit nog niet het geval. Een ontsluiting via de Zesstedenweg (permanent danwel tijdelijk) is uitgesloten omdat dit verkeersstudies hebben uitgewezen dat de ontsluiting dient plaats te vinden via de Raadhuislaan. Verdere uitwerking van de ontsluitingsmogelijkheden vindt plaats in de verdere planvorming rondom Molensloot-Zuid. De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. Zie de beantwoording onder a.
20. Liander 20 a
50
Liander Gemeentelijk Standpunt De Omgevingsvisie besteed onvoldoende aandacht aan De visie van Liander wordt meegenomen in hoofdstuk 2.4 van de de energie infrastructuur en de daarbij horende Omgevingsvisie voor zover dat al niet is gebeurd. Een aantal punten die ruimtelijke opgave. indiener aangeeft zijn namelijk al in de Omgevingsvisie opgenomen (zie In hoofdstuk 2.4 van het thema “Duurzaamheid, natuur hoofdstuk 2 onder duurzaamheid, natuur en recreatie). De zienswijze geeft en recreatie” worden enkele aspecten van een goede op de volgende punten die wij willen overnemen in de energiebesparing en duurzame energieopwekking Omgevingsvisie: benoemd. Gezien de grote impact van de energietransitie - We werken mee aan versterken van het energienetwerk om de op de maatschappij, is het verstandig om dit onderwerp toenemende vraag naar elektriciteit op te vangen. uitgebreider te behandelen in de Omgevingsvisie. Enkele - In samenhang daarmee houden we rekening met de ruimte die suggesties: ondergronds nodig is voor elektriciteitskabels, en bovengronds voor de - De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en elektriciteitsstations en transformatorhuisjes die nodig zijn. Drechterland werken aan een duurzame toekomst door energietransitie te bevorderen. Dit betekent We passen de Omgevingsvisie op deze punten aan.
minder energie gebruiken, andere vormen van energie inzetten, energiebesparing aanmoedigen en duurzame energie opwekken; - In veel delen van de SED-gemeenten is er nu al te weinig capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet: dit heet netcongestie. Daarom is het belangrijk om slim om te gaan met de energievoorziening. Denk hierbij aan energiezuinig bouwen en het stimuleren van opladen op rustige momenten. Samen met de regionale partners werken we aan deze doelen en dragen we bij aan de RES. Ook werken we nauw samen met netbeheerders om innovatieve oplossingen te vinden voor uitdagingen van de energietransitie. Naast het uitbreiden van het elektriciteitsnet richten we ons op het ontwikkelen van slimme netwerken en het ondersteunen van lokale projecten voor duurzame energie;
20
51
Liander Gemeentelijk Standpunt - Een betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet is erg belangrijk. De vraag naar elektriciteit groeit, onder andere door de bouw van nieuwe woningen, het gebruik van elektrische auto’s en de overstap naar duurzame verwarmingssystemen. Daarom is het nodig om het elektriciteitsnet in de SED-gemeenten uit te breiden en te versterken. Zo zorgen we ervoor dat huishoudens en bedrijven nu en in de toekomst genoeg en stabiele energie hebben; - Om al deze ontwikkelingen mogelijk te maken in het gebied van de Omgevingsvisie zijn twee nieuwe electriciteitsstations nodig. Deze stations verlagen de hogere spanning naar een lager niveau. Om de stroom verder te verdelen over de regio, zijn daarnaast tientallen transformatorhuisjes nodig. Deze huisjes zetten de spanning om naar een niveau dat geschikt is voor bijvoorbeeld huishoudens. Ook is kabel nodig om de nieuwe stations te verbinden met elkaar en met het bestaande elektriciteitsnet te verbinden.
20 b
Liander Gemeentelijk Standpunt Het is essentieel dat de ruimte voor energie De SED-gemeenten zijn van mening dat de aangehaalde argumenten infrastructuur in een vroeg stadium wordt meegenomen voldoende worden afgedekt met de toevoegingen die worden gedaan in bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of hoofdstuk 2.4. Zie verder de beantwoording hierboven onder punt a. bedrijventerreinen. Voor nieuwe ontwikkelingen doen wij de volgende suggestie om op te nemen in hoofdstuk 2.2 De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. van het thema “Duurzaamheid, natuur en recreatie”: - Om sneller meer woningen te bouwen en de leefomgeving duurzamer te maken is vroegtijdige samenwerking belangrijk. Vanaf de voorbereidingsfase werken wij samen met de netbeheerder en projectontwikkelaars over geschikte plekken voor energievoorzieningen, als integraal en essentieel onderdeel van deze ontwikkelingen. In bestaande wijken moeten in de komende jaren straten worden opengebroken om de elektriciteitskabels te verzwaren. Daarnaast is er ruimte nodig voor gebouwen, zoals transformatorhuisjes en elektriciteitsstations. De gemeenten helpt actief om de juiste keuzes te maken voor de wijken. De zienswijze leidt gedeeltelijk tot een aanpassing van de Omgevingsvisie: De visie van Liander wordt meegenomen in hoofdstuk 2.4 onder “Hoe gaan we te werk”.
We verwerken hier de aanvullende tekst: - We werken mee aan versterken van het energienetwerk om de toenemende vraag naar elektriciteit op te vangen. - In samenhang daarmee houden we rekening met de ruimte die ondergronds nodig is voor elektriciteitskabels, en bovengronds voor de elektriciteitsstations en transformatorhuisjes die nodig zijn
52
21. Jongeren Advies Raad (JAR) SED 21 a
Voorstel / argument Indieners constateren dat ‘jongeren’ maarliefst (slechts) vijfmaal worden genoemd in de Omgevingsvisie en dat vinden zij veel te weinig. Jongeren zijn over 20 jaar immers de groepen die met de visie te maken hebben.
b
De JAR vindt het een groot risico om de dorpscentra van Oosterleek, Schellinkhout, Wijdenes, Hem, Oosterblokker en Westwoud niet te versterken en alleen het bestaande te behouden.
c
De JAR ziet lokale opwek van energie als een kernwaarde, maar daar moeten wel kaders aan gesteld worden. Wij supporten de initiatieven rondom aardwarmte en zonnepanelen op daken, parkeerplaatsen en industrieterreinen. Wat we missen is een duidelijke en scherpe duiding voor het plaatsen van zonnepanelen op vruchtbare grond.
53
Gemeentelijk standpunt De SED-gemeenten zijn de JAR dankbaar voor hun zienswijze en kunnen zich vinden in de argumentatie dat jongeren uiteindelijk de groep vormen wiens toekomstbeeld in deze visie geschetst wordt. Echter, door het vaker noemen van ‘jongeren’ wordt dat argument naar ons inzicht geen kracht bijgezet. Ook andere leeftijdsgroepen of typen mensen worden niet met regelmaat aangehaald; de Omgevingsvisie is een visie die over iedereen gaat. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. In de ontwerp-Omgevingsvisie staat: Voor de kleine dorpen zijn voorzieningen van grote waarde. We helpen waar mogelijk aan goede omstandigheden om voorzieningen te behouden. Samenwerking tussen verschillende voorzieningen zoals onderwijs, sport, kinderopvang en verenigingsleven is belangrijk om zo goed mogelijk gebruik te maken van gebouwen en buitenruimte. Deze tekst betekent niet dat de SED-gemeenten tegen versterking van het voorzieningenniveau is. Vanwege het huidige lage voorzieningenniveau en beperkte aantal inwoners zijn de bestaande voorzieningen kwetsbaar en zetten de gemeenten daarom in op behoud zoals benoemd in hoofdstuk 2.2 ‘wonen en samenwonen’ Mochten er kansen voor versterking van de dorpscentra zijn, dan staan wij daar positief tegenover. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Vanuit het Klimaatakkoord dient er duurzame energie op land te worden gerealiseerd. De locaties waar dit mogelijk is binnen de SED-gemeenten zijn in de Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Holland Noord aangewezen als zoekgebieden. De afspraken over deze zoekgebieden zijn gemaakt tussen de gemeenten, de provincie, de waterschappen en de netbeheerder Liander. Zonne-energie mag binnen de SED-gemeenten alleen worden opgewekt binnen de RES-zoekgebieden. Of meer kleinschalig binnen de bouwvlakken van bedrijven in het landelijke gebied.
21
d
e
54
Voorstel / argument Wij zijn ervan overtuigd dat zonneweides uiteindelijk ineffectief zijn en hierdoor vruchtbare landbouwgrond opofferen, recreatiegebieden minder aantrekkelijk maken en de realisatie van potentiële woongebieden bemoeilijkt worden.
Gemeentelijk standpunt Er zijn daarnaast door zowel de SED-gemeenten (in het Westfries beleidskader wind- en zonne-energie) als in de provinciale verordening strenge voorwaarden waar initiatieven voor wind- en zonne-energie aan dienen te voldoen. Deze regels hebben ook betrekking op hoe er moet worden omgegaan met zonnepanelen op agrarische gronden.
In het geval er alsnog tekorten, geef dan voorrang aan gebieden naast het spoor of langs de Noord/zuidverbinding.
Het ontwikkelen van zon-op-parkeerplaatsen, zon op daken en op bedrijventerreinen en van aardwarmteprojecten wordt door de SEDgemeenten aangemoedigd en dit is ook als zodanig opgenomen in de Omgevingsvisie.
Kortom, we vragen om een duidelijke beleidslijn waarin vruchtbare landbouwgrond wordt beschermd tegen zonneparken en prioriteit wordt gegeven aan duurzame energie op daken en langs infrastructuur. De JAR zou graag zien dat de doelstelling voor het realiseren van 30% sociale huurwoningen in de Omgevingsvisie wordt vastgelegd, mede omdat het realiseren van dit doel niet wordt gehaald en zo dit doel wordt vastgelegd voor volgende bestuurders.
De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie.
In de ontwerp-Omgevingsvisie is benoemd dat er gewerkt wordt aan een compleet, duurzaam en betaalbaar aanbod van verschillende woningen. Als onderdeel daarvan streven de SED-gemeenten naar voldoende sociale huurwoningen. Er is niet voor gekozen om exacte percentages op te nemen in de Omgevingsvisie. De SED-gemeenten leggen percentages van bepaalde segmenten binnen de woningbouw vast in op te stellen woonprogramma’s voor iedere gemeente afzonderlijk. Voor de gemeente Enkhuizen heeft dit woonprogramma onlangs ter inzage gelegen. De woonprogramma’s van Drechterland en Stede Broec worden dit jaar verwacht. Onder het thema “Wonen en leefbaarheid” vragen wij De SED-gemeenten vinden het belangrijk dat er voor iedereen en dus ook om duidelijke uitgangspunten in de visie die benadrukken voor jongeren voldoende en betaalbare woonruimte te vinden is in de SEDdat er ruimte is voor betaalbare en innovatieve gemeenten. Daarom zijn in het hoofdstuk 2.2 ‘Wonen en samenleven’ van woonvormen voor jongeren. de ontwerp-Omgevingsvisie meerdere doelgroepen opgenomen waar specifiek aandacht voor moet zijn. Kortom, jongeren hebben vaak moeite om betaalbare woningen te vinden. Door jongerenwoningen vast te De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. leggen, zorgen we ervoor dat er voldoende betaalbare woonruimte beschikbaar is.
21 f
Voorstel / argument Wij pleiten voor structurele jongerenparticipatie bij de uitwerking van toekomstige woningplannen en bij het behouden en creëren van ontmoetingsplekken en sociale voorzieningen in nieuwe/bestaande woongebieden. Zo kunnen jongeren in hun eigen gemeente blijven wonen.
Gemeentelijk standpunt De SED-gemeenten vinden de betrokkenheid van jongeren bij woningbouwplannen erg belangrijk. Daarom wordt de JAR uitgenodigd om in een vroeg stadium mee te denken bij de ontwikkeling van woningbouwplannen. In de Omgevingsvisie is het belang van ontmoetingsplekken onderkend en opgenomen. In het bestaande uitvoeringsplan Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is ook opgenomen dat ontmoetingsplekken bijdragen aan de sociale cohesie, gevoel van verbondenheid en zelfredzaamheid.
g
Door het creëren van samenkomstplekken zorgen de gemeenten voor een plek waar jongeren samen komen en sociale connecties aan kunnen gaan.
h
De JAR vindt het belangrijk dat er oog is en blijft voor zorgbehoevende jongeren, zodat er voor hun voldoende woningen beschikbaar zijn en er zodoende extra worden gebouwd.
Verdere uitwerking vindt plaats in de omgevingsprogramma’s en -plannen. De zienswijze leidt daarom niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De SED-gemeenten hechten waarde aan voldoende aanbod van plekken waar de inwoners van de gemeenten elkaar kunnen ontmoeten. Hierover staat in hoofdstuk 2.2 ‘Wonen en samenleven’ dat de gemeenten zowel in de binnenstad, de dorpskernen en de woonwijken voldoende ontmoetingsplekken willen hebben. Voorbeelden specifiek gericht op jongeren zijn: Inventas in Grootebroek, Cayen in Enkhuizen, IJsselzand in Enkhuizen, Jongerencentrum Koggenweg Hem en de verschillende dorpshuizen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De SED-gemeenten zijn het met de JAR eens dat er oog moet zijn voor jongeren, zorgbehoevenden én zorgbehoevende jongeren. In de teksten van de Omgevingsvisie staat duidelijk dat we willen zorgen voor een compleet, duurzaam en betaalbaar aanbod van verschillende woningen. En dat we dat doen om te voorzien in de vraag naar woningen voor iedereen. Daar horen zeker ook jongeren bij en zorgbehoevenden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
55
21 f
Voorstel / argument Gemeentelijk standpunt In de ontwerp-Omgevingsvisie staat dat de gemeenten De SED-gemeenten zetten – zoals ook omschreven in de hoofdstukken ook de dorps/stadscentra willen versterken. De JAR ‘Ruimtelijke kwaliteit’ en ‘Economie’ – in op versterking van de stadskern van vraagt zich af hoe de gemeenten de centra Enkhuizen en de dorpskernen van de dorpen in de SED-gemeenten. Ook aantrekkelijker willen maken voor jongeren. De gemeente wordt – zoals omschreven in het hoofdstuk ‘Wonen en samenleven’ - ingezet geeft ook aan de online concurrentie in de gaten te op voldoende ontmoetingsplekken. De bibliotheken spelen hier ook een rol houden en eventueel de winkelgelegenheid te laten in. In de bibliotheek is er gelegenheid om te studeren en te werken. In Stede inkrimpen. Wij vinden dit de verkeerde insteek. De Broec zijn er bijvoorbeeld special cabines en is er een jongerenvloer. Ook via gemeente zou juist proactief de winkelcentrums moeten de welzijnsstichtingen/jongerencentra zijn er ontmoetingsplekken voor ondersteunen om een stabielere factor te worden in de jongeren. En krijgen de buurtkamers steeds meer betekenis als plek waar gemeenschap, waarin mensen samenkomen. Denk aan mensen elkaar ontmoeten. het toevoegen van studieplekken, werkplekken en sociale ontmoetingsplekken.
Het punt van eventuele krimp van winkelcentra heeft te maken met de algemene trend dat Nederlanders steeds meer inkopen doen via internet. Dit maakt dat winkels sluiten. De SED-gemeenten zijn het zeker eens met de stelling dat je in dat geval moet streven naar zoveel mogelijk behoud van reuring en als het even kan “het levendige centrum” zo groot moet houden als het is. De zaken die door de JAR worden aangedragen zijn daar voorbeelden van. Echter voor winkels is het belangrijk dat ze samen in een aaneengesloten gebied zitten. Dat maakt het winkelgebied aantrekkelijk om te bezoeken met name voor de doelgroep die wil shoppen. Krimp van het winkelgebied betekent niet dat ook het levendige centrum moet krimpen. De tekst bij het deelgebied Enkhuizen is mede naar aanleiding van de zienswijze van de JAR aangepast. Het kopje is bij de stad gewijzigd in Compact kernwinkelgebied. Zie hiervoor ook de ambtshalve wijziging onder punt 3. De zienswijze leidt gedeeltelijk tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
56
21 g
h
i
57
Voorstel / argument Gemeentelijk standpunt De JAR ziet graag dat de gemeenten eerst de leegstaande Het uitgangspunt van de SED-gemeenten is dat er geen nieuwe bedrijven- en gebouwen opvult en dan pas nieuw gaat bouwen rondom industrieterreinen worden gerealiseerd als er nog ruimte is op de bestaande de uitbreiding van bedrijven en industriegebieden. terreinen. Binnen de SED-gemeenten is er momenteel geen sprake van structurele leegstand op de bedrijventerreinen en die is ook op korte termijn niet voorzien. Vanwege de beperkte vraag naar nieuwe bedrijfsruimte is er in de Omgevingsvisie daarom ook geen ruimte voor uitbreiding van bestaande of nieuwe bedrijventerreinen voorzien in Drechterland en Stede Broec. Alleen bij het bedrijventerrein Schepenwijk/Krabbersplaat in de gemeente Enkhuizen is (beperkt) ruimte voor uitbreiding. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De visie blijft vaag over de ondersteuning en ontwikkeling Het ondersteunen en/of ontwikkelen van evenementen binnen de SEDvan evenementen. Voeg meer concrete uitgangspunten gemeenten betreft maatwerk en is daarom niet opgenomen in de ontwerpover geschikte locaties, thema’s participatie van jongeren Omgevingsvisie. Op dit moment kunnen evenementen blijven plaatsvinden en een balans tussen evenementen en leefbaarheid. Dit op de daarvoor aangewezen locaties.
Het aanpassen danwel aanwijzen van helpt om een levendige gemeenschap te behouden. nieuwe locaties zal plaatsvinden bij het opstellen van de Omgevingsplannen. Zie ook de beantwoording op zienswijze 4-f. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De JAR geeft aan dat scholing en educatie belangrijke De SED-gemeenten erkennen dat onderwijs en scholing belangrijke thema’s thema’s zijn die gemist worden. Wat gaat de gemeente zijn. De plannen en maatregelen met betrekking tot het behoud en eraan doen om het huidige schoolaanbod te behouden eventueel de uitbreiding van het huidige schoolaanbod (schoolgebouwen) en uit te breiden. Sociale binding begint al op de zijn vastgelegd in afzonderlijke documenten. Deze zaken worden specifiek basisschool. Gemeenten kan ingezet worden op meer beschreven in de respectievelijke Integrale HuisvestingsPlannen (IHP) die educatie over de geschiedenis in de gemeenten, ook periodiek worden herijkt. Dit is dus geen onderwerp dat in de evenementen en bedrijven. Zo wordt hun verbondenheid Omgevingsvisie terugkomt maar waar bij de uitwerking van andere plannen over lokale geschiedenis en bedrijven in de regio vergroot aandacht aan wordt gegeven. en versterken we de gemeenschap. Voor wat betreft geschiedenis en cultuur geldt dat op bijna alle basisscholen op cultuureducatie wordt ingezet door middel van projecten.
Dat kan variëren van een bezoek aan de Overhaal, een schuitentocht langs de oude veiling, een stadswandeling door Enkhuizen langs de kroniekborden of een bezoek aan musea. Op middelbare scholen wordt cultuur aangeboden in workshopvorm.
21
Voorstel / argument
Gemeentelijk standpunt Het is voor onderwijsinstellingen ook mogelijk om subsidies aan te vragen voor erfgoededucatie. De scholen bepalen zelf de thema’s, naast het verplichte curriculum. Een ander voorbeeld waar het Martinuscollege aan mee doet is Match2Work met lokale bedrijven uit West- Friesland. De historische verenigingen uit de gemeenten bezoeken regelmatig de basisscholen, net als de muziekverenigingen. Vanuit het voortgezet onderwijs maken jongeren kennis met bedrijven door de Maatschappelijke Stage. Daarnaast is er ook nog een mogelijkheid tot Maatschappelijke Diensttijd (Vrijwilligerspunt).
De zienswijze leidt verder niet tot wijziging van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt gedeeltelijk tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Voor deelgebied Enkhuizen is het kopje Compacte binnenstad gewijzigd in Compact kernwinkelgebied met een meer op de stad gerichte uitleg daaronder (zie ook de ambtshalve wijziging onder punt 3).
58
22. Indiener 8 [geanonimiseerd] (22) 22 a
b
59
Voorstel / argument Indiener geeft aan dat de voorwaarden om een initiatief op het gebied van grootschalige windturbines en/of zonneparken te kunnen vergunning relatief summier terugkomen in de Omgevingsvisie. Een voorbeeld is dat een dergelijk initiatief het elektriciteitsnet moet ontlasten.
Gemeentelijk standpunt De SED-gemeenten erkennen dat netcongestie een belangrijk aandachtspunt is. Dat geldt zowel voor bedrijfsmatige aansluitingen als particuliere aansluitingen. Specifieke voorwaarden, eisen en uitgangspunten rondom de maximale belasting van het elektriciteitsnet zijn onderwerp van andere beleidsdocumenten en van nadere uitwerking van de Omgevingsvisie in omgevingsprogramma’s en -plannen en hier wordt bij de juridische procedures op getoetst. Hierbij geldt het – al van kracht zijnde – uitgangspunt dat particuliere huishoudens niet de dupe zullen worden.
Indiener stelt dat het voor inwoners die eigen zonnepanelen hebben, van belang is dat een zonnepark of windturbines de infrastructuur van het Hoe dan ook moeten initiatieven voor nieuwe wind- en zonneparken elektriciteitsnetwerk niet mogen belasten. Immers bij een voldoen aan geldende wet- en regelgeving m.b.t. belasting van het hoge terug levering worden particuliere zonnepanelen elektriciteitsnet. afgeschakeld en hebben deze een verminderde opbrengst. De voorwaarden die verbonden zijn aan de afweging van initiatieven zijn door indiener niet helemaal goed aangehaald. Bij minimumvoorwaarden van Dit moet volgens indiener voorkomen worden. Gezien de de ontwerp-Omgevingsvisie staat; Het plan (het initiatief) past door gevolgen van overspanning, wordt verzocht de planning, bedrijfsvoering, opslag van duurzame energie of energiebesparing voorwaarden rondom het elektriciteitsnetwerk bij de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. explicieter te verwoorden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Tegelijk staat een vergunningverlening voor een De RES-zoekgebieden binnen de SED-gemeenten zijn door de zonnepark en windturbines haaks op de andere ambities gemeenteraden vastgesteld in 2021 en opnieuw tijdens de Herijking van de van de gemeente op het gebied van wonen, RES NHN in de zomer van 2024.
Indien er sprake is van concrete initiatieven leefomgeving, natuur en het karakter van het landschap. door initiatiefnemers zullen deze moeten worden voldoen aan en actief Niet alleen op mensen kunnen windturbines hinder getoetst worden aan de geldende wet- en regelgeving (zowel op landelijk, veroorzaken maar ook op dieren. Met name het mogelijk provinciaal als gemeentelijk niveau). Dat geldt ook voor impact de maken van windturbines binnen het zoekgebied Hem en beschermingszone vanuit de Westfriese Omringdijk. Uit de toetsing zal Oosterleek, notabene nabij de beschermingszone blijken of het plaatsen van windturbines wel of niet mogelijk is. Westfriese Omringdijk. Indiener stelt dat de nadelige Windturbines in het zoekgebied Elbaweg bij Hem (WFL_15 in de RES NHN) effecten ook naar voren komen in het OER. zullen naar verwachting uit de visie worden geschrapt, zie ook de ambtshalve wijzigingen 1a. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie
23. Recreatieschap Westfriesland (26) 17 a
Voorstel / argument Op de afbeelding op pagina 5 wordt aangegeven “Mogelijke uitbreiding natuur”. Dit zouden we graag gewijzigd zien in “Mogelijke uitbreiding natuur en recreatie” of “Natuur en recreatiegebied”. De gebieden die op de kaart als mogelijke uitbreiding voor natuur zijn aangegeven zijn ook goed geschikt voor uitbreiding van recreatie.
b
In de gebiedsanalyse Eindrapport NH natuur- en recreatiegebieden wordt gesproken over een betere benutting van de Markermeerdijk/kust Hoorn-Enkhuizen voor recreatie. En er meer samenhang wordt gebracht in het waterrecreatie product.
c
Uitbreiding en/of investering in recreatieterreinen in de omgeving (met name binnen de regio Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland) kan resulteren in een vermindering van de drukte bij andere terreinen zoals Enkhuizerzand en het Streekbos.
d
Bij pagina 19 in de alinea “kans voor recreatie en het verbeteren van paden/routes” wordt het volgende aangehaald: “Bij nieuwe initiatieven kijken we of we mogelijkheden voor wandelen, fietsen en/of varen kunnen vergroten”. Dit is een goed voorbeeld van het combineren van functies. We denken echter dat het combineren nader geconcretiseerd kan worden. We missen daarnaast recreatieve fiets-, vaar- en wandelroutes- inclusief uitbreidingskansen op de kaart.
Gemeentelijk standpunt Recreatie en natuur gaan in veel gevallen goed samen, echter niet overal en niet in dezelfde verhouding. In onder andere het Streekbos ten noorden van Bovenkarspel is meer mogelijk dan langs de Westfriese Omringdijk bij Oosterdijk. Daarom wordt ervoor gekozen om bij de uitwerking in verschillende programma’s of concrete plannen nader invulling te geven aan hoe natuur en recreatie te combineren. Natuurwaarden mogen niet te sterk worden aangetast door eventuele toenemende recreatiedruk. Het voorstel leidt daarom niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het is onduidelijk welke wijziging de indiener voorstelt. In het algemeen geldt dat de Markermeerdijk binnen de SED-gemeenten geschikt én in beeld is als plek om te kunnen recreëren. Dit is ook als zodanig gepresenteerd in de ontwerp-Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het is niet duidelijk welke wijziging(en) door indiener worden voorgesteld. De SED-gemeenten hebben in hun Omgevingsvisie in het hoofdstuk ‘Duurzaamheid, natuur en recreatie’ opgenomen dat wordt gestreefd naar het versterken van de recreatieve infrastructuur en hebben daarvoor op de visiekaart ook mogelijke locaties aangewezen. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van de Omgevingsvisie.
De SED-gemeenten zien – zoals omschreven in de Omgevingsvisie hoofdstuk 2.4 ‘duurzaamheid, natuur en recreatie’ - kansen voor uitbreiding van bestaande en creatie van nieuwe wandel-, fiets- en vaarroutes en combinaties daarvan. Concrete(re) uitwerking hiervan en ook van het clusteren van recreatiegebieden en het versterken van verbindingen tussen de woonkernen en de diverse recreatiegebieden onderling middels fietsvaar- en wandelroutes zal in het vervolg van de omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen worden gedaan. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
60
17
e
f
61
Voorstel / argument Ook zien we kansen in het clusteren van recreatiegebieden en het versterken van verbindingen tussen de woonkernen en de diverse recreatiegebieden onderling middels fiets-, vaar- en wandelroutes. Het combineren van functies en het clusteren van gebieden. Een boerenlandpad over een agrarisch perceel, of de groen/blauwe dooradering door het stedelijk gebied. Denk hierbij ook aan natuur inclusieve recreatie en recreatie inclusieve natuur. De waterberging Drachterveld is een mooi voorbeeld van het succesvol combineren van functies. Verder willen we meer kijken naar mogelijkheden om gebieden met elkaar te verbinden en verbindingen te maken met groene structuren of gebieden in de omgeving of agrarisch gebied en groene invulling van de randen om woonwijken. Recreatieve ambities: - Kwaliteitsverbetering en uitbreiding/clustering van bestaande gebieden; - Inzetten op recreatief medegebruik en kleinschalige recreatie bij de waterkering; - Versterking van de verbindingen tussen woonkernen en recreatiegebieden en diverse recreatie gebieden onderling middels fiets-, vaar- en wandelroutes.