20160808 404725 - grp enkhuizen - eindconcept
Tekst van het document
5 IPPC (gpbv)-inrichtingen: Integrated Pollution Prevention and Control of geïntegreerde preventie en
bestrijding van verontreiniging inrichtingen. De Europese Richtlijn IPPC-richtlijn verplicht de lidstaten van de EU om grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren middels een integrale vergunning gebaseerd op de best beschikbare technieken (BBT). 48
op de overzichten in het gemeentelijk rioleringsplan en overeenkomstig het gemeentelijk rioleringsplan zijn uitgevoerd en worden beheerd. Het GRP met aanhangende en onderliggende documenten dient uiteindelijk de informatie te bevatten waarop de waterbeheerder de gemeentelijke lozingen, uit overstorten en hemelwaterriolen, concreet kan toetsen. Van belang is dat deze informatie direct gekoppeld wordt aan het GRP, of dat het GRP daarnaar verwijst.
Omgevingswet In het kader van de vereenvoudiging en modernisering van de wet- en regelgeving werkt het rijk aan de Omgevingswet: één wet die alle wetten, in totaal ongeveer 26, op het gebied van de fysieke leefomgeving vereenvoudigt en bundelt. Hieronder vallen onderwerpen als: bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur. De oude wetten zijn veelal sectoraal opgebouwd. In samenhang gezien en toegepast sluiten deze wetten niet meer aan bij de behoefte van deze tijd. De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2019 in werking.
Gemeentewet Rioolheffing Onder de naam rioolheffing kan door gemeenten een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke zorgplichten voor het stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Er kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven voor de kosten die verband houden met de zorgplicht stedelijk afvalwater en die met de zorgplichten hemelwater en grondwater. De heffing mag maximaal kostendekkend zijn.
Wet op de informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) De gemeente verstrekt voorafgaand aan graafwerkzaamheden en ter voorbereiding van ruimtelijke plannen de ligging van kabels en leidingen. Bij de evaluatie van de WION is door de belanghebbenden de wens uitgesproken dat revisiegegevens binnen 30 werkdagen na aanleg van de voorzieningen zijn verwerkt.
Beleid van en afspraken met andere overheden Nationaal Waterplan 2016-2021(NWP) Het Nationaal Waterplan bevat de hoofdlijnen voor het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het plan is zelfbindend voor het rijk, maar niet rechtstreeks bindend voor de andere overheden. Wel vraagt het kabinet de andere overheden het waterbeleid zoveel mogelijk door te vertalen in hun plannen. Het doel van het waterplan is het robuust en toekomst gericht inrichten van ons watersysteem. Een van de voorwaarden hiervoor is het bereiken van een goede waterkwaliteit. Het kabinet streeft naar een benadering waarbij wateropgaven integraal en in samenhang met andere ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied aangepakt worden en waarbij afwenteling van problemen wordt voorkomen om het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten. In het Nationaal Bestuursakkoord Water zijn afspraken gemaakt tussen rijk en decentrale overheden om het watersysteem op orde te krijgen en te houden. Samenwerking tussen overheden is een belangrijke voorwaarde om dit doel te bereiken. Deze afspraken zijn verwerkt in het NWP. Het betreffende beleidsdocument blijft van kracht. 49
Om de burgers meer te betrekken bij het waterbeheer en daarmee draagvlak te krijgen voor het treffen van maatregelen en hun gedrag te beïnvloeden (goed rioolgebruik) hebben de samenwerkende overheden de publiekscommunicatie Ons Water gestart (www.onswater.nl). Monitoringsresultaten laten zien dat het bereiken van de ecologische en chemische waterkwaliteitsdoelen voor de Kaderrichtlijn Water nog een omvangrijke opgave is. De ambitie is dat Nederland eind 2021 goed op koers ligt met het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Voor de verbetering van de waterkwaliteit wordt vastgehouden aan een combinatie van aanpakken van stoffen bij de bron, aangevuld met 'end of pipe’-maatregelen en verbeteren van de inrichting van het watersysteem. Gemeenten en waterschappen moeten samen, op basis van gelijkwaardigheid, kosteneffectieve maatregelen bepalen om de waterkwaliteit te verbeteren op locaties waar lozingen vanuit de riolering oorzaak zijn van de problemen. Voor de noodzakelijke verbetering van de waterkwaliteit worden in de planperiode de stroomgebiedbeheersplannen voor Eems, Maas, Rijn en Schelde uitgevoerd. Conform het wetsvoorstel Omgevingswet heeft het kabinet het voornemen om richting 2018 een integrale visie op het beleid voor de fysieke leefomgeving te ontwikkelen: de Nationale Omgevingsvisie. Dit NWP is daar een belangrijke bouwsteen voor.
Watervisie 2016-2021 “Buiten de oevers” De watervisie 2016-2021 is het zelfbindende strategische plan van de provincie Noord-Holland op het gebied van water. De Watervisie beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 en biedt een doorkijkje naar 2040. De Watervisie bevat tevens een overzicht per waterlichaam van de in 2021 verwachte waterkwaliteit en de maatregelen die in het kader van de Kaderrichtlijn Water door de provincie Noord-Holland in de periode 2010-2015 zullen worden uitgevoerd. Noord-Holland maakt deel uit van het stroomgebied Rijn-West. Het doel van het waterplan is een veilig Noord-Holland met schoon en voldoende water dat verantwoord benut en beleefd wordt. Het beleid voor stedelijk waterbeheer wordt voortgezet, waarbij op de lange termijn (2040) gestreefd wordt naar een robuuste en klimaatbestendige inrichting van de steden waardoor er geen structurele wateroverlast of onderlast (droogstand) is in stedelijk gebied. Het inspelen op klimaatveranderingen, het voldoen aan hogere eisen aan de waterkwaliteit en het toenemende vervangingsvolume van riolen brengen hogere kosten met zich mee. Om de hierdoor optredende lastenstijging voor de burgers en bedrijven zo veel mogelijk te beperken moet de waterketen in 2015 doelmatiger zijn.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van het in 2007 opgestelde Bestuursakkoord Waterketen en het Convenant Samenwerken Waterketen NoordHolland. Afvalwaterbeleid is geen speerpunt binnen het provinciaal milieubeleid. Naast de uitvoering van de wettelijke taken: toezicht op de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, zijn geen aanvullende activiteiten gepland.
Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016-2021 Het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren beschrijft hoe Rijkswaterstaat grote rivieren en kanalen, het IJsselmeergebied, de Zuidwestelijke Delta, de Noordzee en de Waddenzee in de periode van 2016-2021 wil beheren. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het beheer.
50
Beleidsdocumenten Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Uitgangspuntennotitie omgang met regenwater en riolering 2010 Het regenwater- en rioleringsbeleid van het hoogheemraadschap is opgenomen in de Uitgangspuntennotitie Omgaan met regenwater en riolering 2010. De notitie heeft tot doel de uitgangspunten, eisen en lange termijnvisie op het gebied van regenwater en riolering vast te leggen. Het betreft het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak, het creëren van voldoende waterberging, het emissiebeleid voor rioolstelsels en het ontheffingenbeleid voor het buitengebied. Het beleid is gericht op een duurzame wijze van omgaan met regenwater. Het hoogheemraadschap wil dat er zo veel mogelijk op verantwoorde wijze wordt afgekoppeld (of niet aangesloten). Dit verhoogt de efficiëntie van de RWZI, verkleint de kans op overstortingen en belast de zuiveringstechnische werken minder. Tegenwoordig is het hoogheemraadschap wel iets terughoudender in het afkoppelen. Het wordt niet meer opgelegd aan de gemeentes en afkoppelen in bestaand gebied kan soms heel duur uitvallen bij vervanging van de riolering, vergeleken met andere maatregelen. Toch heeft afkoppelen nog steeds de voorkeur bij vervanging en nieuwbouw, overeenkomstig met de voorkeursvolgorde van de Wet Milieubeheer.
Het emissiebeleid voor rioolstelsels gaat niet meer uit van de basisinspanning, maar de emissieberekeningen geven nog steeds een beeld van de stand van zaken. Met gemeenten worden afspraken over de invulling van het emissiespoor vastgelegd. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van het Denkstappenplan, een handreiking voor de aanpak van vraagstukken over stedelijk water. Toekomstvisie waterketen (2011) Uitgangspunt is dat de doelmatigheid in de waterketen vergroot wordt en dat de kosten beheerst worden. De Toekomstvisie Waterketen gaat uit van vier speerpunten, welke hieronder zijn beschreven. 1.
Begin bij de Bron a. Onderzoek wordt gedaan naar de hoeveelheid verwerkt afvalwater en de geheven vervuilingseenheden per zuivering. Bij grote verschillen (discrepantie) worden de vervuilers aangeschreven. Hierin werkt het hoogheemraadschap samen met de gemeenten. b. HHNK staat open voor gemeenten die over willen gaan op decentrale zuiveringssystemen in nieuwbouwwijken. Hoewel centrale zuivering vooralsnog het uitgangspunt is, wil het hoogheemraadschap wel praktijkervaring opdoen met deze nieuwe techniek en benoemt het een aantal pilotgebieden. c. HHNK zet samen met de ketenpartners in op publiekscampagnes. Deze campagnes richten zich op gedragsverandering bij inwoners en bedrijven die bijdragen aan het toepassen van brongerichte maatregelen.
2. Functies van afvalwater Het hoogheemraadschap heeft oog voor het effect van de effluentlozingen op het watersysteem en de wijze waarop de waterkwaliteitsdoelstellingen het efficiëntste behaald kunnen worden door: a. de lozingen te laten voldoen aan de normen uit het Waterbesluit en eventueel aanvullende eisen vanuit de waterkwaliteitsdoelstellingen (KRW). De aanvullende eisen worden vastgesteld middels een deskundigenoordeel op grond van de effecten van de lozingen (in relatie tot andere bronnen van verontreiniging) op het watersysteem en een maatschappelijke kosten-batenanalyse;
51
b.
een actieve bijdrage te leveren aan de landelijke beleidsbeïnvloeding inzake de vraagstukken rond de KRW-maatregelen of de verwijdering van medicijnresten en hormoonverstorende stoffen uit effluent. Het hoogheemraadschap ziet afvalwater niet langer alleen als afvalproduct maar ook als bron van waardevolle grondstoffen die gewonnen of hergebruikt kunnen worden. Daarom: c. streeft het hoogheemraadschap hergebruik of terugwinning van nutriënten na daar waar dat mogelijk is en de kosten maatschappelijk te verantwoorden zijn; d. brengt het hoogheemraadschap mogelijke partners in de omgeving van de zuiveringskringen in kaart met wie deze ambitie waargemaakt kan worden en onderzoekt het hoogheemraadschap op welke wijze zij de samenwerking met potentiële partners vorm kan geven. 3. Toekomstbestendige bedrijfsvoering Het hoogheemraadschap geeft invulling aan het begrip toekomstbestendige bedrijfsvoering door: a. middels de systematiek van assetmanagement per zuiveringskring in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn op het gebied van levensduurverlenging, aanpassingen elders in het stelsel of de noodzaak tot ver- of nieuwbouw; b. samen met de ketenpartners vanuit een integrale benadering de meest effectieve maatregelen te bepalen; c.
samen met gemeenten goede prognoses van de toekomstige ontwikkeling in het aanbod van vuilvracht (i.e) en capaciteit (m³) van afvalwater per zuiveringskring maken. Het aan- en afhaken van bedrijven en de ambities van gemeenten op het gebied van decentrale zuiveringen in de regio is expliciet onderdeel van deze prognoses; d. in te zetten op flexibele systemen die efficiënt en toepasbaar zijn binnen de huidige en toekomstige installaties en de bouw- en ontwerpfilosofie hierop aan te passen. Het hoogheemraadschap heeft een doelstelling op het gebied van energie en geeft hier invulling aan door: e. bij het ontwerp van nieuw- en verbouw te streven naar energieneutrale zuiveringen; f. een tweede energie efficiency plan te maken waarin het aangeeft hoe het komende jaren voldoet aan de doelstellingen uit de MJA3 afspraken en het Klimaatakkoord. Er wordt een keus gemaakt in de benodigde toe te passen innovatieve technieken en de consequenties hiervan voor de toekomstige hoeveelheid slib worden in kaart gebracht; g. een strategische samenwerking aan te gaan met (een van) de slibproducenten en verwerkers van West-Nederland. 4. Samenwerken in een keten Het hoogheemraadschap streeft ernaar dat de waterketen functioneert als ware het één integraal systeem. Kostenbeheersing en doelmatigheid in de keten staan hierbij voorop door: a.
de samenwerking met gemeenten verder vorm te geven op het gebied van: 1. bundelen van kennis en capaciteit om samen met de ketenpartners die maatregelen vast te stellen die leiden tot de gewenste resultaten in de waterketen en het watersysteem; 2. operationele taken in beheer en onderhoud gezamenlijk uit te voeren op een schaalgrootte die de doelmatigheid vergroot;
52
b.
3. de investeringsbegrotingen op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is een goede balans tussen optimalisatie in de afvalwaterketen, optimalisatie in de inrichting van de openbare ruimte en riolering en kosteneffectiviteit van de investeringen; in kaart te brengen hoe de doelmatigheid vergroot kan worden door de samenwerking met de drinkwaterbedrijven te versterken.
Programma waterketen Dit is een uitwerking van de hierboven beschreven Toekomstvisie Waterketen. Het belangrijkste is dat er gewerkt wordt aan de vier speerpunten om een doelmatiger waterketen te krijgen. Denkstappenmodel stedelijk water Het Denkstappenmodel Stedelijk Water is een beleidsstuk dat is opgesteld als samenwerkingsproduct van Rioned en STOWA. Het hoogheemraadschap vindt dit een goed beleidsstuk om te gebruiken bij vraagstukken over stedelijk water. Het is een methode die stimuleert om een integrale afweging te maken bij het zoeken naar oplossingen en stimuleert bij de keuze voor eventuele investeringen die effectgericht werkt. De methode richt zicht met name op het effect van veranderingen in lozingen in stedelijk water en het effect daarvan op het functioneren van het watersysteem. Waterprogramma 2016 - 2021 Het Waterprogramma richt zich op het klimaatbestendig maken van het beheergebied, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Verder wordt ingezet op het nauw samenwerken met de gemeenten in het beheergebied van het hoogheemraadschap en met PWN aan een doelmatig en duurzaam (afval)waterketenbeheer. Er wordt stevig ingezet op innovaties die hieraan bijdragen, op effectgericht werken en op bronaanpak.
Aandachtspunten vanuit wettelijke kaders en beleid andere overheden Voor het GRP 2016-2021 zijn er vanuit de wettelijke kaders en het beleid van en afspraken met andere overheden de volgende aandachtspunten: 1. 2.
Het integraal meewegen van waterveiligheid en klimaatbestendigheid bij investeringen. Met het rijk en (afval)waterketenpartners de kwetsbaarheid voor (zware) overstromingen onderzoeken, met als doel maatregelen te inventariseren en een tijdpad om deze te realiseren.
53
Bijlage 2
Uitgangspunten Regionaal Rioleringsplan West-Friesland
Op basis van de relevante wetgeving en het beleid van, en afspraken met, andere overheden zijn door de zeven samenwerkende West-Friese gemeenten de gezamenlijke visie en uitgangspunten bepaald voor het opstellen van het RRP. Op een paar punten na vormen deze uitgangspunten vormen de basis voor het opstellen van dit nieuwe GRP. 1.
Zorglichten, rol gemeente 1.1. Stedelijk afvalwater Reikwijdte zorgpicht 1.1.1. De gemeente neemt de taak op zich om te zorgen voor de verwijdering van afvalwater door de aanleg van een openbaar vuilwaterriool bij percelen waarvoor geldt dat aansluiting op de riolering doelmatig is. Daar waar aansluiting niet doelmatig is moeten burgers en bedrijven zelf zorgen voor zuivering van huishoudelijk afvalwater. 1.2. Hemelwater Wijze hemelwaterafvoer 1.2.1. Eigenaren van percelen die direct grenzen aan oppervlaktewater, voeren het hemelwater zelf af naar oppervlaktewater. Afkoppelen 1.2.2. Er wordt bij bestaande bebouwing geen verhard oppervlak afgekoppeld tenzij op basis van onderzoek is aangetoond dat dit efficiënt bijdraagt aan het bereiken van het beoogde doel. 1.2.3. In voorkomende gevallen wordt particulier terrein of bebouwing alleen op vrijwillige basis afgekoppeld. 1.3. Grondwater, Definitie structurele grondwaterproblemen 1.3.1. Problemen die zich herhaaldelijk, gedurende weken tot maanden bij meerdere percelen/woonblokken voordoen en veroorzaakt worden door een te hoge of een te lage grondwaterstand. De problemen uiten zich als vochtproblemen in verblijfsruimten van woningen, opdooischade aan wegen, slechte beworteling van bomen/groen en het slecht begaanbaar zijn van openbaar groen, tuinen en achterpaden. Ontwateringsdiepte openbaar gebied 1.3.2.
In het openbaar gebied streeft de gemeente bij groen (tuinen, plantsoenen en parken) naar een ontwateringsdiepte van minimaal 0,5 meter beneden maaiveld en bij wegen van minimaal 0,7 meter beneden maaiveld. 1.3.3. Wanneer de ontwateringsdiepte in een openbaar gebied niet aan het gestelde criterium voldoet én er een grondwaterprobleem is, neemt de gemeente maatregelen om de gevolgen van het grondwaterprobleem zoveel mogelijk te beperken of op te lossen. Ontwateringsdiepte bij bebouwing 1.3.4. De gemeente beoogt ter plaatse van bebouwing een ontwateringsdiepte te realiseren van minimaal 0,7 meter beneden maaiveld. 1.3.5. Als de ontwatering op particulier terrein ter plaatse van bebouwing structureel minder is dan 0,7 meter en het overtollige grondwater niet op het eigen terrein van de particulier kan worden verwerkt, zal de gemeente het overtollige grondwater vanaf de perceelgrens in ontvangst nemen en verder afvoeren. Aanpak grondwaterproblemen 1.3.6. Als een particulier grondwaterproblemen heeft en deze niet zelf op kan lossen kan hij bij de gemeente terecht. Samen met de betrokkenen (particulier en andere overheden) maakt de gemeente dan een analyse van de oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen en weegt de maatregelen af (doelmatigheidstoets). 1.3.7. De gemeente treft alleen maatregelen in en ten behoeve van het openbare gebied.
Maatregelen op particulier terrein (bouwkundig of waterhuishoudkundig), alsmede de kosten voor het maken van een aansluiting op het gemeentelijk afvoerstelsel zijn voor rekening van de particulier. Ontwatering bij nieuwbouw 1.3.8. Bij nieuwbouw wordt als onderdeel van het rioleringsplan een ontwateringsplan opgesteld. 1.3.9. Bij nieuwbouw wordt onderzocht of grondwaterneutraal gebouwd kan worden. In plaats van het toepassen van drainage wordt hierbij de ondergrond omhoog gebracht zodat de grondwaterstand niet verlaagd behoeft te worden. 1.3.10. Bij nieuwbouw (met toepassing van kruipruimtes) moet perceeldrainage worden aangelegd.
54
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Zorgplichten, Inzet particulieren Van particulieren (perceeleigenaren) wordt verwacht: 2.1. Stedelijk afvalwater (vuilwater) 2.1.1. Dat zij het stedelijk afvalwater (vuilwater) bij ver- of nieuwbouw gescheiden aanbieden voor aansluiting op een openbaar (vuilwater)riool. 2.1.2. Dat zij hun vuilwaterafvoerleidingen in goede staat onderhouden en zo nodig vernieuwen. 2.1.3. Dat zij het riool alleen gebruiken waar het voor bedoeld is (Goed rioolgebruik). 2.2. Hemelwater 2.2.1. Dat zij bij percelen grenzen aan oppervlaktewater het hemelwater zelf verwerken. 2.2.2. Dat zij in overige gebieden het hemelwater, voor zover zij dit niet redelijkerwijs zelf kunnen verwerken, gescheiden aanbieden voor aansluiting op een openbaar (hemelwater)riool. 2.2.3. Dat zij hun hemelwatervoorzieningen in goede staat onderhouden en zo nodig vernieuwen. 2.3. Grondwater 2.3.1. Dat zij bij percelen grenzen aan oppervlaktewater zelf maatregelen treffen tegen nadelige gevolgen van grondwaterstanden. 2.3.2. Dat zij in overige gebieden, voor zover zij zelf binnen de grenzen van het redelijke geen maatregelen kunnen treffen en afvoer van grondwater noodzakelijk is, het grondwater gescheiden aanbieden voor aansluiting op een openbaar (ontwaterings)riool. 2.3.3. Dat zij hun grondwatervoorzieningen in goede staat onderhouden en zo nodig vernieuwen. Gemeentelijke plannen 3.1.
Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 3.1.1. De gemeente zorgt ervoor dat zij over een actueel GRP beschikt dat de hoofdlijnen van het rioleringsbeleid bevat. 3.2. Basisrioleringsplan (BRP) 3.2.1. De gemeente zorgt ervoor dat er van het rioolstelsel actuele hydraulische en vuiltechnische berekeningen in de vorm van een BRP beschikbaar zijn. In het BRP worden de maatregelen bepaald om wateroverlast in relatie tot rioolcapaciteit zoveel mogelijk te verminderen en (milieu)maatregelen om de vuilemissies vanuit overstorten op oppervlaktewater tot een aanvaardbaar niveau te brengen. Bepalen en uitvoeren maatregelen 4.1.1. Bij het bepalen van de basisrioleringsplanmaatregelen worden de volgende zaken meegenomen: Het effect van klimaatsverandering. De ontwatering van het gebied. 4.1.2. Maatregelen worden afgestemd met het wegbeheer en andere maatregelen in de openbare ruimte van zowel de gemeente als derden om zo de maatschappelijke kosten te reduceren. 4.1.3. Alleen maatregelen waarvan op basis van onderzoek is aangetoond dat deze efficiënt bijdragen aan het bereiken van het beoogde doel worden toepast. Samenwerking 5.1.1. De gemeente werkt samen met de regiogemeenten, het hoogheemraadschap en het waterleidingbedrijf om de waterketen (drinkwater, riolering en zuivering) doelmatig te beheren.
Met de samenwerking wordt beoogd kosten te verlagen, de kwaliteit van het beheer te vergroten en de kwetsbaarheid van organisaties te verminderen. Communicatie 6.1.1. Vanuit de samenwerking in de waterketen richten wij ons op een gezamenlijke communicatie naar de inwoners en de bedrijven. 6.1.2. De website van de gemeente geeft informatie over (het aanvragen van) rioolaansluitingen en (hoe te handelen bij) klachten en meldingen. 6.1.3. Op de website wordt het GRP geplaatst. 6.1.4. De website bevat verwijzingen naar de landelijke publiekswebsites www.riool.info en www.onswater.n voor meer algemene informatie, worden ook verwijzingen opgenomen naar de websites van PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier die respectievelijk zorgen voor drinkwater en afvalwatertransport, –zuivering en waterbeheer. 6.1.5. Naast informatie op de website worden de burgers worden geïnformeerd door het huis aan huis verspreiden van brieven en brochures en door middel van publicaties in wijk- en weekbladen. Beheer 7.1. Algemeen 7.1.1. Inspectie en beoordeling vinden, voor zover beschikbaar, plaats met genormaliseerde systemen. 7.1.2. (asset management/prestatie- en risicogestuurd rioolbeheer). Bij het rioleringsbeheer wordt rekening gehouden met risico’s op basis van maatschappelijke effecten(schade, hinder) en herhalingstijden.
Bij kleine maatschappelijke risico’s beperkt de
55
gemeente onderzoek en preventief onderhoud, bij grote maatschappelijke risico’s intensiveert zij deze. 7.1.3. Binnen de samenwerkingsregio West-Friesland wordt gestreefd naar een verbetering van de uitwisselbaarheid van gegevens. We streven naar uniformiteit door het hanteren van dezelfde bestandsopbouw en benamingen in de beheersystemen voor riolen en gemalen. 7.1.4. Binnen de West-Friese gemeenten wordt gestreefd naar de aanschaf van een gezamenlijk integraal beheersysteem. 7.2. Aanleg 7.2.1. Voor in- en uitbreidingsplannen worden in overleg met de waterbeheerder riolerings(ontwerp)plannen opgesteld. Deze plannen bevatten ook een ontwateringsparagraaf. 7.2.2. Het hemelwater bij her-/nieuwbouw van meer dan geringe omvang wordt bij voorkeur gescheiden van het overige afvalwater ingezameld. Vervanging hierbij van het gemengde stelsel door een gescheiden stelsel vindt alleen plaats als dit een meerwaarde heeft uit oogpunt van kosten, wateroverlast en milieu. 7.2.3. Waar afvloeiend hemelwater te zeer verontreinigd is en dit niet kan worden voorkomen, wordt het grotendeels ter plaatse gezuiverd en geloosd of ingezameld en afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. 7.2.4. Bij nieuwbouw van geringe omvang wordt aangesloten op (een uitbreiding van) het bestaande stelsel. 7.2.5.
De capaciteit van de (hemelwater)riolering is tenminste gebaseerd op bui 8 uit de Leidraad Riolering. Bij deze bui mag net geen of slechts heel kort ‘water-op-straat” optreden. 7.3. Gegevensbeheer 7.3.1. De rioleringsgegevens* (objectgegevens en kwaliteitgegevens) zijn in een geautomatiseerd rioolbeheersysteem opgenomen en worden actueel gehouden. De revisies zijn binnen 30 werkdagen na aanleg van de voorzieningen verwerkt. Dit betreft de gegevens van de riolering, drainage, kolk- en huisaansluitingen, randvoorzieningen (begbezinkbassin en lamellenafscheiders), gemalen en drukrioleringunits . 7.4. Huisaansluitingen 7.4.1. Huisaansluitingen zijn tot de erfgrens in beheer bij gemeente 7.5. Onderzoek Voor de verschillende rioleringsobjecten wordt de volgende inspectie- en beoordelingsmethodiek toegepast. Vrijvervalriolering 7.5.1. Na aanleg wordt het riool met een door het riool rijdende videocamera geïnspecteerd (gedetailleerde inspectie, opleveringsinspectie). Bij meer dan geringe schade wordt dit gerepareerd en het riool opnieuw geïnspecteerd. Wanneer hierbij geen of geringe schade (meer) wordt geconstateerd, wordt na 20 jaar een nieuwe gedetailleerde inspectie gepland. 7.5.2. Wanneer bij een vervolginspectie geen of geringe schade wordt geconstateerd, wordt vervolgens op termijn weer een nieuwe gedetailleerde inspectie gepland.
De lengte van de termijn is hierbij afhankelijk van de functie van het riool. Bij vuilwater- en gemengde riolering na tien jaar en bij hemelwater na 20 jaar. 7.5.3. Wanneer sprake is van ernstige schade wordt dit onderzoek zo nodig aangevuld met nader onderzoek (bijv. radar- of boorkernonderzoek bij ernstige aantasting) en afhankelijk van dat resultaat een herstelmaatregel en/of een vervolginspectie gepland. De lengte van de termijn van een vervolginspectie is hierbij afhankelijk van de geconstateerde schade Persleidingen, drukrioleringen en drainage 7.5.4. Persleidingen, drukrioleringen en drainage worden alleen geïnspecteerd als daar aanleiding toe is. Kolken 7.5.5. De straat- en trottoirkolken worden gelijktijdig met de reiniging daarvan geïnspecteerd. Gemalen en drukrioleringunits 7.5.6. De gemalen en drukrioleringuntis worden jaarlijks in combinatie met de reiniging daarvan geïnspecteerd. Randvoorzieningen 7.5.7. De randvoorzieningen (bergbezinkbassin en lamellenafscheiders) worden jaarlijks in combinatie met een reiniging daarvan geïnspecteerd. 7.6. Planvorming Gemeentelijk rioleringsplan 7.6.1. Het (GRP) wordt opgesteld in samenspraak met het betrokken waterbeheerders en afgestemd met de provincie.
56
8.
9.
7.6.2. Bij het opstellen van het GRP wordt rekening gehouden met het rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid. 7.6.3. De geldigheidsduur van het GRP wordt afgestemd op die van de waterplannen van de andere overheden. Jaarplannen riolering 7.6.4. Het GRP wordt jaarlijks uitgewerkt in een operationeel jaarplan. Na afloop van het planjaar wordt het jaarplan geëvalueerd. In deze plannen wordt het volgende gerapporteerd: • Beschrijving van de in het komende jaar uit te voeren werkzaamheden. • Beschrijving van de in het voorgaande jaar uitgevoerde werkzaamheden. • Een overzicht van de binnengekomen meldingen/klachten. • De voortgang van de uitvoering van het GRP. Basisrioleringsplan (BRP) 7.6.5. Het actualiseren (herberekenen) van het BRP wordt uitgevoerd zodra er significante wijzigingen optreden in de uitgangspunten, de berekeningsmethodiek of het rioleringssysteem zelf. Zodra significante wijzigingen in het rioleringssysteem optreden wordt de betrokken waterbeheerder daarvan op de hoogte gesteld. 7.7. Onderhoud Reiniging De riolering wordt planmatig en naar behoefte gereinigd. Voorlopig worden de volgende frequenties aangehouden: 7.7.1. vuilwater- en gemengde riolen: 1 keer per 10 jaar. 7.7.2. hemelwater-/schoonwaterriolen en drainage: 1 keer per 20 jaar. 7.7.3. straat- en trottoirkolken: 1 keer per jaar. 7.7.4. Gemalen/drukrioleringunits 1 keer per jaar. 7.7.5.
randvoorzieningen: 2 keer per jaar. Storingen 7.7.6. Storingen aan gemalen worden automatisch gemeld. 7.7.7. Bij drukrioleringunits gaat bij storingen een rode lamp op de bedieningskast branden. 7.7.8. Storingen aan gemalen en drukrioleringunits worden na melding binnen 24 uur verholpen. Klachten/meldingen 7.7.9. Klachten/meldingen worden geregistreerd . Klachten/meldingen worden zo spoedig mogelijk afgehandeld. Binnen één werkdag wordt naar de klager gereageerd. Voor klachten over het riool en straatkolken gelden standaard afhandelingstermijnen van respectievelijk dezelfde dag en vijf werkdagen. 7.7.10. Binnen de West-Friese gemeenten wordt gestreefd naar een gelijke indeling van klachten naar rubriek. 7.8. Calamiteiten 7.8.1. Indien als gevolg van calamiteiten of andere uitzonderlijke omstandigheden, lozingen vanuit de riolering op oppervlaktewater plaatsvinden wordt de betrokken waterbeheerder daarvan meteen in kennis gesteld. Maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken. 7.9. Investeringen 7.9.1. Bij alle investeringsmaatregelen wordt maximaal meegekoppeld met andere maatregelen in de openbare ruimte van zowel de gemeente als derden. Vergunningverlening en handhaving 8.1.1.
De gemeente is bevoegd gezag voor de lozingen van bedrijven op de riolering en ziet toe op de naleving van de lozingsvoorwaarden. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door de Regionale uitvoeringsdienst (RUD). 8.1.2. De gemeente voert steekproefsgewijs onderzoek uit naar foutaansluitingen. Financiën 9.1.1. Binnen de West-Friese gemeenten wordt gestreefd naar een onderling vergelijkbare opzet van de exploitatie. 9.1.2. De rioolheffing is kostendekkend. 9.1.3. Investeringen worden zoveel mogelijk direct afgeschreven.
57
Bijlage 3 1
Evaluatie GRP 2011-2015
Inleiding Voor het opstellen van het GRP 2016-2021 is gestart is met een terugblik op het vorige GRP: het Gemeentelijk rioleringsplan 2010-2015. De evaluatie heeft zich gericht op de doelen, maatregelen, financiën en organisatie uit de voorgaande periode. Op basis van deze terugblik zijn conclusies getrokken en aandachtspunten voor het nieuwe plan geformuleerd.
2
Evaluatie 2.1 Doel Het doel van het rioleringsbeleid van de gemeente Enkhuizen is om de kwaliteit en capaciteit van het Enkhuizens rioolstelsel binnen het wettelijke kader op peil te houden tegen zo gering mogelijke kosten. Dit doel is uitgewerkt in doelstellingen die de gewenste situatie weergeven voor de aanleg van nieuwe voorzieningen en het beheer van de bestaande voorzieningen. Uit deze doelen zijn functionele eisen met daarbij behorende maatstaven en meetmethoden afgeleid, waarmee getoetst kan worden in hoeverre de doelen worden bereikt. De in het GRP 2010-2015 gestelde doelstellingen zijn: • Zorgen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater door middel van een openbaar vuilwaterriool naar de overdrachtspunten. Vanaf deze punten wordt het stedelijk afvalwater door het hoogheemraadschap verder getransporteerd naar de rioolwaterzuivering in Wervershoof. • Zorgen voor de inzameling, transport en verwerking van het hemelwater dat de particulier niet zelf kan/mag verwerken. • Er voor zorgen dat de grondwaterstand de aan de grond gegeven bestemming zo min mogelijk belemmert. Het in het GRP gemaakte onderscheid in doelen is duidelijk.
2.2 Maatregelen 2.2.1 Gegevensbeheer
Het voornemen was om het geautomatiseerde rioolbeheersysteem actueel te houden. De wijzigingen als gevolg van aanleg en renovatie van riolering en de inspectieresultaten zijn verwerkt in het rioolbeheersysteem. Analoge tekeningen van kolk- en huisaansluitingen zijn gescand en opgeslagen. Naar schatting is circa 90 % van de objectkenmerken goed in beeld. De resultaten van visuele rioolinspecties zijn voor de periode t/m 2013 in het beheersysteem verwerkt. 2.2.2 Onderzoek Inspectie en beoordeling Het voornemen was om de huidige inspectie- en beoordelingsmethodiek voor de bestaande voorzieningen voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater voort te zetten. Vrijvervalriolering Om de staat van onderhoud van de riolering te bewaken is in het GRP de volgende onderzoeksstrategie opgenomen: • jaarlijks wordt 7 tot 10 % van de rioolstrengen geïnspecteerd met een door het riool rijdende videocamera (gedetailleerde visuele inspectie). Zonodig wordt aanvullend 58
onderzoek uitgevoerd naar de resterende wanddikte en (rest)sterkte van de rioolbuizen (radar- en boorkernenonderzoek). In onderstaande tabel is per jaar het geïnspecteerde areaal weergegeven. Sinds 2012 wordt aan de opgave voldaan. Tabel: Uitgevoerde inspecties vrijverval rioolleidingen 2011-2015 Jaar 2011 2012 2013 2014 2015
Lengte [m] [%] 2.595 2,1% 14.730 11,8% 9.656 7,7% 10.306 8,3% 7.820 6,3%
Overige rioleringsvoorzieningen De inspectie van de gemalen, drukrioleringunits, kolken en randvoorzieningen (lamellenafscheiders en Smartdrains) zijn conform plan jaarlijks uitgevoerd. Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) De eerstvolgende bijstelling van het GRP was voorzien in het jaar 2015 en wordt conform plan uitgevoerd. In 2016 zal het plan worden vastgesteld. Basisrioleringsplan (BRP) In 2012 is een vuilemissieberekening uitgevoerd van de Binnenstad van Enkhuizen. Geconstateerd is dat dit, tezamen met berekeningen (BRP’s) uit het verleden, geen volledig en actueel beeld van het functioneren van de rioolstelsels in de gemeente vormt. De gemeente heeft behoefte aan een gemeentebreed basisrioleringsplan waarin de vrijvervalrioolstelsels worden getoetst op minimaal de onderdelen afvoercapaciteit gemalen, afvoercapaciteit riolering en vuilemissie van gemengde rioolstelsels. Lozingspunten Nieuwe lozingspunten zijn gemeld bij de waterbeheerder en opgenomen op de rioolbeheertekeningen en in het rioolbeheersysteem. In het nieuwe GRP moet worden gemeld dat nieuwe lozingspunten op het oppervlaktewater zijn gerealiseerd. 2.2.3 Onderhoud De onderhoudsopgave in het GRP 2010-2015 is niet gekwantificeerd en niet herleidbaar (anders dan in het overzicht geraamde kosten). Reiniging riolering Voorgenomen was om 7 tot 10% van de rioolstrengen per jaar te reinigen en te inspecteren.
Reiniging is uitgevoerd voorafgaand aan de rioolinspecties (zie § 2.2.2). Reiniging gemalen De gemalen zijn conform plan 1 x per jaar planmatig gereinigd en geïnspecteerd door een gespecialiseerd bedrijf. In 2015 is een nulmeting van de technische staat van de technische staat van de gemalen uitgevoerd. Een deel van de installaties kampt met ouderdom en slijtage en moet worden vervangen.
59
Reinigen straat- en trottoirkolken Kolken zijn, zoals voorgenomen, gedurende de planperiode jaarlijks gereinigd. Klein onderhoud/Storingen en meldingen Bij kleine gebreken of storingen aan riolering, kolken en gemalen is beoordeeld of ingrijpen noodzakelijk is. Indien nodig, zijn gebreken verholpen. Wanneer nodig is dit direct na constatering of melding uitgevoerd. Registatie van meldingen en storingen is niet uitgevoerd. Groot onderhoud Een concrete of globale groot onderhoudsopgave ontbreekt in het GRP 2010-2015. Gezien de resultaten van de inspecties van vrijverval rioolleidingen, is er wel aanleiding geweest om de technische staat van de riolering te verbeteren. Vanwege het ontbreken van de opgave in het GRP, en daarmee het ontbreken van de benodigde middelen, en het capaciteitstekort, zijn de nodige acties niet uitgevoerd. 2.2.4 Investeringen Aanleg riolering Aanleg van riolering bij nieuwe bebouwing Overeenkomstig het voornemen is bij aanleg van nieuwe rioolstelsels rekening gehouden met de wensen van de waterbeheerder door het toe te passen stelseltype in onderling overleg te bepalen. Uit oogpunt van duurzaamheid is getracht om zoveel mogelijk hemelwater gescheiden in te zamelen en rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen. Afhankelijk van de situatie is het bestaande rioolstelsel uitgebreid of is een nieuw rioolstelsel aangelegd.
Voor de laatste uitbreiding op bedrijventerrein Schepenwijk is gekozen voor een dubbel gescheiden stelsel, waarbij de daken zoveel mogelijk rechtstreeks afvoeren naar het oppervlaktewater. Het openbaar gebied wordt ontwaterd met een ontwateringsriool. Voor de uitbreiding Kadijken is gekozen voor een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel met maximale afkoppeling van verhard oppervlak. Vervanging riolering De volgende rioolvervangingen waren in het GRP aangegeven: 1. Renovatie riolering Kaasmarkt e.o. is uitgevoerd 2. Riolering binnenstad deelgebied C is uitgevoerd 3. Uitbreiding riolering Gependam t.b.v. veerdiensten is uitgevoerd 4. Riolering binnenstad deelgebied H (Zuiderhavendijk en Oosterhavenstraat) is uitgevoerd 5. Riolering binnenstad deelgebied H (Westerstraat tussen Oude Gracht en Van Bleiswijkstraat) is niet uitgevoerd 6. Riolering Gommerwijk Oost 1 is niet uitgevoerd 7. Riolering Gommerwijk Oost 2 is deels uitgevoerd 8. Riolering Enkhuizen Noord is doorgeschoven naar 2016 Project nummer 5, vervanging riolering deelgebied H, is niet uitgevoerd omdat met voortschrijdend inzicht is geoordeeld, dat de noodzaak voor vervangen niet aanwezig is. Ook in Gommerwijk, projecten 6 en 7, is geoordeeld dat vervanging niet noodzakelijk was. In 2014 is ter vervanging wel groot onderhoud uitgevoerd en op een deeltraject is de afstroming verbeterd.
Uit inspecties bleek dat het riool in de Kruislaan aan vervanging toe was. Hiervoor is apart krediet aangevraagd. Het werk is uitgevoerd en afgerond.
60
Voor de reguliere vervanging / renovatie van de riolering zijn jaarbudgetten opgenomen. Uit het voortdurende proces van inspectie en toetsing volgen de rioolvervangingen en -renovaties. De voorbereiding en uitvoering van vervangingen en renovaties ligt niet op schema, vanwege een tekort op exploitatie en capaciteitstekort. Een concrete of globale langetermijnvervangingsplanning ten behoeve van de instandhouding van het riool ontbreekt in het GRP 2010-2015. Gezien de resultaten van de inspecties van vrijverval rioolleidingen, is er wel aanleiding geweest om de technische staat van de riolering te verbeteren door groot onderhoud en/of vervanging. Vanwege het ontbreken van de opgave in het GRP, en daarmee het ontbreken van de benodigde middelen, en het capaciteitstekort, zijn de nodige acties niet uitgevoerd. Het GRP 2010-2015 kent geen langetermijninvesteringsprognose op basis van een (rest)levensduurverwachting van objecten. Verbetering riolering In 2010 is een stuwput verwijderd uit het moerriool om het functioneren te verbeteren. De vraag is of het een doelmatige oplossing is. Het voorgenomen BRP moet hier uitsluitsel bieden.
2.3 Vergunningverlening en handhaving De gemeente is voor het merendeel van de bedrijven het bevoegde gezag voor de afhandeling van meldingen en vergunningen en de handhaving daarvan in het kader van de Wet milieubeheer. Dit omvat tevens de lozingen op de riolering. In de vergunningen zijn voorschriften opgenomen voor deze lozingen. De bedrijven zijn informatie- en risicogestuurd gecontroleerd.
2.4 Samenwerking 2.4.1 Samenwerking Waterketen West-Friesland Met de zes West-Friese gemeenten, het hoogheemraadschap en het drinkwaterleidingbedrijf wordt samengewerkt om kosten te besparen, de kwaliteit te verbeteren en kwetsbaarheid op personeelsgebied te verminderen. Deze samenwerking is vastgelegd in het Convenant Regionale Samenwerking Waterketen West-Friesland (2014).
2.5 Organisatie en financiën 2.5.1 Personele middelen De gemeente Enkhuizen is de planperiode 2010-2015 gestart met een formatie van 1,11 fte binnendienst. Als gevolg van personele wisselingen heeft de gemeente in de periode tot 1 januari 2015 gedurende een periode van 2 jaar 0,5 fte minder ter beschikking gehad voor de rioleringszorg. De SED-Organisatie stelt, vanaf 1 januari 2015, 0,9 fte binnendienst en 0,8 fte buitendienst beschikbaar voor deze zorg. De personeelsbezetting was de afgelopen jaren niet voldoende om de werkzaamheden, waarbij een groot deel wordt uitbesteed aan derden, uit te voeren. De in het GRP 2010-2015 geraamde benodigde inzet van circa 1 fte is gerelateerd aan de benodigde inzet op activiteiten die vallen onder planvorming, onderzoek en facilitair. Noodzakelijkerwijs moet de gemeente, ook bij maximaal uitbesteden, zelf inzet leveren op de onderdelen onderhoud en maatregelen. De gemeente heeft de beschikbare inzet verdeeld over de activiteiten op basis van prioriteitsstelling.
61
2.5.2 Financiële middelen De financiële middelen zijn beschikbaar gesteld op basis van het maatregelenpakket uit het GRP. In totaal zijn de uitgaven lager gebleven dan verwacht. Uitgaven In het GRP 2010-2015 was een stijging van de kosten van € 1.284.900,- in 2010 naar € 1.563.742,- in 2015 voorzien (beide exclusief BTW). In de begroting van 2015 zijn de totale lasten op € 1.323.000,geraamd exclusief BTW en € 1.457.646,- inclusief BTW. Het uitblijven van de verwachte stijging is vrijwel geheel toe te schrijven aan het uitblijven van nieuwe kapitaallasten. Geprognotiseerde uitgaven, kosten en kapitaallasten na 2015 zijn in het GRP 2010-2015 niet in beeld gebracht. BTW In het GRP 2010-2015 is geen rekening gehouden met ten laste brengen van de compensabele BTW aan de rioleringszorg. In de begroting van 2016 bedragen de verwachte lasten van compensabele BTW € 141.000,-. In de kostendekkendheid is dit gecompenseerd door de lagere uitgaven. Baten In het GRP 2010-2015 is een stijging van de opbrengsten voorzien van € 1.206.000,- in 2010 naar € 1.332.000,- in 2015. Hierbij is geen rekening gehouden met prijsinflatie, maar wel met areaaluitbreiding. In 2015 is een opbrengst van € 1.365.000,- uit de rioolheffing verkregen. Dit sluit redelijk aan bij de verwachting.
Kostendekking Bij het opstellen van het GRP 2010-2015 is jaarlijks onttrekking uit de voorziening voorzien, waarbij de voorziening over de gehele periode zou afnemen van € 1.095.000,- naar € 109.000,-. Per 1 januari 2016 bedraagt de hoogte van de voorziening € 607.408,-. De verminderde daling van de voorziening sluit aan bij het uitblijven van uitgaven/kosten in de afgelopen periode. Het GRP 2010-2015 kent geen doorkijk naar uitgaven en kosten na 2015 en daarmee ook geen kostendekkendheid op de lange termijn. Tarifering In december 2009 heeft de gemeenteraad van Enkhuizen ingestemd met het tarief van € 85,- voor eigenaren en € 64,- voor gebruikers, waarbij gelijkblijvend tarief gedurende de planperiode is beoogd. Ook is ingestemd met een heffing voor objecten zonder aansluiting van 10 % van de gehanteerde tarieven voor eigenaren en gebruikers. In 2015 bedroeg het tarief voor eigenaren € 86,40 en voor gebruikers € 63,12. Het verwachte stabiele tarief is in stand gehouden. De tariefsdifferentiatie is nooit uitgevoerd.
3
Benchmark rioleringszorg De gemeente Enkhuizen heeft in 2013 meegedaan aan de Benchmark rioleringszorg van de Stichting RIONED. Oordeel RIONED Enkhuizen wordt getypeerd als een kleine, matig stedelijke gemeente in West Nederland, voornamelijk gelegen op klei/kleiveen grond. Er ligt een gemiddelde verdeling gescheiden/gemengd 62
en relatief weinig mechanische riolering. De hoogte van de rioolheffing 2013 is relatief laag, en zal op (middel) lange termijn naar verwachting met inflatie stijgen. Er is het afgelopen jaar (2012) weinig geïnvesteerd in vervanging en verbetering van het stelsel en de beheerkosten per km systeembuis zijn gemiddeld. Enkhuizen kende afgelopen jaren (t/m 2012) enkele situaties met wateroverlast en neemt zo nodig passende maatregelen om toekomstige wateroverlast tegen te gaan. In de afgelopen decennia zijn milieu- en waterkwaliteitsdoelstellingen steeds belangrijker geworden. Niet bekend is of de gemeente voldoet aan de emissieafspraken met de waterbeheerder. Conclusies Uit de cijfers uit de Benchmark kunnen de volgende conclusies worden herleid: Areaal • De gemiddelde leeftijd van de vrijvervalriolering is met 25,7 jaar iets lager dan het landelijke gemiddelde van 29,6 jaar. Activiteiten • De reinigingsfrequentie van vrijvervalriolen is een factor 1,5 lager dan het landelijke gemiddelde. De inspectiefrequentie wijkt weinig af. • Met 0,5 % van het areaal waren In 2013 de voorgenomen vervangingen en renovaties voor de jaren 2013 en 2014 ruim een factor 2 lager dan het landelijke gemiddelde. • In de periode 2010-2012 is per km systeembuis een factor 3,5 minder in het systeem geïnvesteerd dan het landelijke gemiddelde.
• Over de periode 2013-2015 had de gemeente Enkhuizen in 2013 wel een investeringsopgave voorzien die qua (financiële) omvang aansluit bij net landelijke gemiddelde. Kostendekking • De rioolheffing voor een meerpersoonshuishouden is met € 141,- lager dan het landelijke gemiddelde van € 182,-. • Met € 9,- per meter riool rioolheffing is ook de relatieve heffing lager dan het landelijke gemiddelde van € 13,- per meter riool. • De gemeente Enkhuizen heeft, anders dan andere gemeenten, geen zicht op de ontwikkeling van de rioolheffing in de toekomst. Kosten rioleringszorg De Benchmark geeft ook zicht op relatieve kosten van de rioleringszorg per km systeembuis. Omdat de herkomst van de gegevens van de gemeente Enkhuizen uit 2013 niet kan worden achterhaald, is een vergelijking met de Enkhuizense situatie, zoals gepresenteerd in de Benchmark, achterwege gelaten. Een vergelijking van de landelijke gemiddelden uit 2013 met de actuele situatie is wel mogelijk. Deze vergelijking is in onderstaande tabel gepresenteerd.
63
Tabel: Vergelijking kosten rioleringszorg met landelijk gemiddelde
Kosten rioleringszorg per km systeembuis lengte systeembuis exclusief drainage lengte systeembuis inclusief drainage landelijk gemiddelde (Benchmark rioleringszorg 2013) beheerkosten* € 4.000 - waarvan personeelslasten € 1.800 totale kosten rioleringszorg € 13.000 * exclusief inversterings- en kapitaallasten
143 km 176 km Enkhuizen 2015 (excl. Drainage)
Enkhuizen 2015 (incl. drainage)
€ 6.600 € 1.700 € 10.200
€ 5.400 € 1.300 € 8.300
De Stichting Rioned rekent ‘beheerde drainage’ ook toe aan het areaal systeembuis. Met uitzondering van jonge grote gemeenten (Almere, Zoetermeer, etc.) beheren weinig gemeente drainage actief. De gemeente Enkhuizen beheert drainage beperkt. Om deze reden zijn beide uitgangspunten in bovenstaande tabel gepresenteerd. Omdat kosten voor drainage relatief laag zijn, schept dit een ander beeld. Geconcludeerd wordt dat beheerkosten in Enkhuizen relatief hoog zijn, maar de personeelslasten nog laag. De totale kosten zijn wel lager dan het landelijke gemiddelde wat duidt op (nog) relatieve lage kapitaallasten. Personele inzet De Benchmark geeft ook zicht op relatieve personele inzet van de rioleringszorg per 100 km systeembuis. Omdat de herkomst van de gegevens van de gemeente Enkhuizen uit 2013 niet kan worden achterhaald, is een vergelijking met de Enkhuizense situatie, zoals gepresenteerd in de Benchmark, achterwege gelaten. Een vergelijking van de landelijke gemiddelden uit 2013 met de actuele situatie is wel mogelijk. Deze vergelijking is in onderstaande tabel gepresenteerd. Tabel: Vergelijking personele inzet rioleringszorg met landelijk gemiddelde
vergelijk personele inzet obv lengte systeembuis lengte systeembuis exclusief drainage lengte systeembuis inclusief drainage
personele inzet - waarvan binnendienst - waarvan buitendienst * exclusief projectmatige inzet
143 km 176 km
landelijk gemiddelde (Benchmark rioleringszorg 2013) excl. drainage incl. drainage 3,09 3,79 1,70 2,09 1,39 1,70
Enkhuizen 2016
1,14 0,64 0,50
De Stichting Rioned rekent ‘beheerde drainage’ ook toe aan het areaal systeembuis. Met uitzondering van jonge grote gemeenten (Almere, Zoetermeer, etc.) beheren weinig gemeente drainage actief. De gemeente Enkhuizen beheert drainage beperkt. Om deze reden zijn beide uitgangspunten in bovenstaande tabel gepresenteerd. Omdat kosten voor drainage relatief laag zijn, schept dit een ander beeld. 64
Geconcludeerd wordt dat personele inzet in de gemeente Enkhuizen lager is dan landelijk gemiddeld.
4
Conclusies en aandachtspunten vanuit evaluatie GRP 2010-2015 4.1 Conclusies • • • • •
•
De in het GRP voorgenomen activiteiten zijn niet geheel uitgevoerd. De riolering wordt planmatig beheerd en onderhouden. De voorbereiding en uitvoering van renovaties en vervangingen liggen niet op schema. De beschikbare personele en financiële middelen waren niet voldoende om het maatregelenpakket uit het GRP uit te voeren. De totale werkelijke uitgaven zijn lager gebleven dan de in het GRP verwachte uitgaven. De oorzaak hiervan is, naast het uitstellen van een aantal activiteiten, dat een gedeelte van de ingeplande werkzaamheden niet nodig waren (Gommerwijk). Het GRP biedt niet voldoende zicht op de verwachte uitgaven op de lange termijn.
4.2 Aandachtspunten vanuit evaluatie GRP 2010-2015 1. 2. 3.
Opnemen van lozingspunten op het oppervlaktewater. Opstellen van een BRP voor de gehele gemeente. Inzicht verschaffen in de uitgaven en kosten op de lange termijn.
65
Bijlage 4
Overzicht IBA’s en uitstroompunten
Tabel: overzicht IBA’s in beheer bij de gemeente Enkhuizen rij 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
woonplaats Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen Enkhuizen
postcode 1602 DC 1602 DC 1602 DC 1602 DC 1602 DC 1602 DC 1602 DC 1602 DC 1601 DA 1601 DA 1601 DA 1602 DR 1602 DR 1602 DR 1602 DR 1602 PR
adres Elsenburg 8e Elsenburg 9e Elsenburg 12e Elsenburg 20e Elsenburg 21e Elsenburg 21e Elsenburg 25e Elsenburg 27e Oosterdijk 6e Oosterdijk 7e Oosterdijk 10e Rikkert 17e Rikkert 26e Rikkert 27e Rikkert 35e Wulpenlaan 10
66
67
68
69
Bijlage 5
Beoordelingstabel technische staat vrijverval rioolleidingen
Beoordeling kwaliteit vrijverval rioolleidingen volgens NEN 3398 (2004) toepasbaar voor visuele camera-inspectie vanuit het riool klasse-indeling volgens NEN 3399 / NEN-EN 13508-2 Hoofdcode
Omschrijving
Subcode 1
BAA BAB BAC BAD BAE BAF BAG BAH BAI BAJ BAK BAL BAM BAN BAO BAP BBA BBB BBC BBD BBE BBF BBG BBH BDD
deformatie scheur breuk / instorting defecte bakstenen of defectief metselwerk ontbrekende metselspecie oppervlakteschade instekende inlaat defectieve aansluiting indringend afdichtingsmateriaal, ring indringend afdichtingsmateriaal, anders verplaatste verbinding, axiaal verplaatste verbinding, radiaal defectieve lining defectieve reparatie lasfouten poreuze buis grond zichtbaar door defect holle ruimte zichtbaar door defect wortels aangehechte afzettingen bezonken afzettingen binnendringen van grond andere obstakels infiltratie exfiltratie ongedierte waterpeil
2
Klasse 3 4
5
A Z A B
Schadeoordeel kwaliteit okee geringe schade meer dan geringe schade
* Als gevolg van de wijziging van NEN-EN 13508-1 zijn de NEN 3398 en NEN 3399 in 2015 herzien. De resultaten van toekomstige rioolinspecties kunnen niet meer met deze tabel worden beoordeeld. Voor toekomstige beoordeling zal de methodiek moeten worden herzien.
70
Bijlage 6 1
Kostendekkingsberekeningen
Scenario 1: traditioneel afschrijven uitgaven gemeentelijke watertaken exploitatie
investeringen
3.500.000 3.000.000
uitgave (euro)
2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 -
jaar
6.000
5.000
exploitatie
personeel en overhead
investeringen (direct afboeken)
kapitaallasten verleden
nieuwe kapitaallasten
compensabele BTW
lasten (euro x 1.000)
4.000
3.000
2.000
1.000
0 jaar
71
500
12.000 rioolheffing per eenheid ontwikkeling voorziening
10.000
400
rioolheffing [€]
350
8.000
300 250
6.000
200 4.000
150 100
stand voorziening [1000 €]
450
2.000
50 0
0 2016
12.000
2026
2031
2036
2041
2046 jaar
2051
2056
2061
2066
2041
2046
2051
2056
2061
baten lasten
10.000
ontwikkeling voorziening
8.000
€ x 1.000
2021
6.000
4.000
2.000
2016
2021
2026
2031
2036
2066
jaar
72
€ 70.000 € 60.000
€ x 1.000
€ 50.000 resterende BTW niewe investeringen
€ 40.000
resterende kapitaallasten nieuwe investering € 30.000
resterende BTW historische investeringen resterende kapitaallasten historische investeringen baten
€ 20.000 € 10.000 €2016
2021
2026
2031
2036
2041
2046
2051
2056
2061
2066
jaar
73
2
Scenario 2: maximaal jaarlijks 7 % stijging heffing uitgaven gemeentelijke watertaken exploitatie
investeringen
3.500.000 3.000.000
uitgave (euro)
2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 -
jaar
6.000
5.000
exploitatie
personeel en overhead
investeringen (direct afboeken)
kapitaallasten verleden
nieuwe kapitaallasten
compensabele BTW
lasten (euro x 1.000)
4.000
3.000
2.000
1.000
0 jaar
74
500
12.000 rioolheffing per eenheid ontwikkeling voorziening
10.000
400
rioolheffing [€]
350
8.000
300 250
6.000
200 4.000
150 100
stand voorziening [1000 €]
450
2.000
50 0
0 2016
12.000
2026
2031
2036
2041
2046 jaar
2051
2056
2061
2066
2041
2046
2051
2056
2061
baten lasten
10.000
ontwikkeling voorziening
8.000
€ x 1.000
2021
6.000
4.000
2.000
2016
2021
2026
2031
2036
2066
jaar
75
€ 70.000
resterende BTW niewe investeringen
€ 60.000
resterende kapitaallasten nieuwe investering resterende BTW historische investeringen
€ x 1.000
€ 50.000
resterende kapitaallasten historische investeringen baten
€ 40.000 € 30.000 € 20.000 € 10.000 €2016
2021
2026
2031
2036
2041
2046
2051
2056
2061
2066
jaar
76
3
Scenario 3: maximaal jaarlijks 12 % stijging heffing uitgaven gemeentelijke watertaken exploitatie
investeringen
3.500.000 3.000.000
uitgave (euro)
2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 -
jaar
6.000
5.000
exploitatie
personeel en overhead
investeringen (direct afboeken)
kapitaallasten verleden
nieuwe kapitaallasten
compensabele BTW
lasten (euro x 1.000)
4.000
3.000
2.000
1.000
0 jaar
77
500
12.000 rioolheffing per eenheid ontwikkeling voorziening
10.000
400
rioolheffing [€]
350
8.000
300 250
6.000
200 4.000
150 100
stand voorziening [1000 €]
450
2.000
50 0
0 2016
12.000
2026
2031
2036
2041
2046 jaar
2051
2056
2061
2066
2041
2046
2051
2056
2061
baten lasten
10.000
ontwikkeling voorziening
8.000
€ x 1.000
2021
6.000
4.000
2.000
2016
2021
2026
2031
2036
2066
jaar
78
€ 70.000
resterende BTW niewe investeringen
€ 60.000
resterende kapitaallasten nieuwe investering resterende BTW historische investeringen
€ x 1.000
€ 50.000
resterende kapitaallasten historische investeringen baten
€ 40.000 € 30.000 € 20.000 € 10.000 €2016
2021
2026
2031
2036
2041
2046
2051
2056
2061
2066
jaar
79
80
Scenario : maximaal 7 % stijging heffing Scenario 2 rekenperi ode: i nves teri ngen: a fs chri jvi ngsmethode:
2016 - 2070 afs chri jven vi a ka pi taa l l as ten annuïtei ten
rente voorzi eni ng [bi j pos i ti eve s ta nd]: rente voorzi eni ng [bi j negati eve s ta nd]: s tand voorzieni ng begi n 2016
€
0,00% 0,00% 607.408
s tand voorzieni ng ei nd 2070
€
4.081.101
kap.lasten invest. [× € 1.000] 80 132 183 234 294 344 367 381 394 407 427 461 497 532 588 641 703 762 821 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 886 806 754 703 652 592 542 518 504 491 478 459 424 389 353
expl. lasten [× € 1.000] 439 560 560 590 560 584 519 519 519 519 519 544 519 519 519 519 519 544 519 519 519 519 519 544 519 519 519 519 519 544 519 519 519 519 519 544 519 519 519 519 519 544 519 519 519 519 519 544 519 519 519 519 519 544 519
kentallen jaar
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070
fictieve heffingseenheden 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579 9.579
lasten directe afboeking [× € 1.000] 139 387 139 139 189 210 355 457 500 554 505 500 500 500 500 908 531 531 500 786 2.076 1.756 1.663 1.781 2.247 2.054 1.772 2.048 1.800 1.580 1.945 1.614 1.576 1.274 1.716 1.227 1.416 1.184 973 1.165 1.142 1.448 1.479 1.269 1.970 1.715 1.323 1.242 1.161 1.531 1.144 1.032 649 455 589
ja a rl i jks e indexa ti e gemi ddel de ri ool heffi ng per heffi ngs eenhei d i n 2016 ja a rl i jks e ta ri efs s ti jgi ng (met inga ng va n 2017)
€
0,0% 149,52 7,0%
ma xi ma l e s ti jging ma xi ma a l ta ri ef
€ €
25,22 393,10
mi ni mum sta nd voorzi ening
personeel kwijtschel. & overhead & oninbaar [× € 1.000] [× € 1.000] 278 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29 284 29 284 29 284 29 284 29 295 29 284 29
kap.lasten verleden [× € 1.000] 388 388 388 388 388 388 388 388 388 388 388 388 385 384 384 382 374 374 374 374 374 374 328 264 264 264 264 264 227 227 93 69 63 63 63 63 35 35 35 35 -
subtotaal
comp. btw
[× € 1.000] 1.273 1.727 1.532 1.613 1.683 1.800 1.919 2.044 2.101 2.168 2.131 2.182 2.178 2.213 2.248 2.709 2.378 2.475 2.468 2.813 4.168 3.848 3.708 3.798 4.228 4.035 3.753 4.029 3.744 3.559 3.755 3.400 3.356 3.053 3.496 3.042 3.168 2.935 2.725 2.917 2.860 3.121 3.065 2.803 3.454 3.138 2.696 2.628 2.497 2.854 2.454 2.322 1.905 1.710 1.774
[× € 1.000] 149 232 184 195 204 218 240 265 277 291 284 292 291 296 301 392 318 330 326 394 673 610 586 607 703 667 612 675 620 583 631 561 555 495 592 498 531 486 446 491 483 540 535 484 624 561 471 457 434 512 431 406 321 280 298
0
baten benodigde dekking voorgestelde dekking extra te dekken te dekken rioolheffing stijging stijging inkomsten baten saldo per eenheid per eenheid rioolheffing rioolheffing rioolheffing [× € 1.000] [× € 1.000] [€] [€] [€] [%] [× € 1.000] 9 1.412 147,42 149,52 0,00 0,0% 1.432 9 1.949 203,52 159,99 10,47 7,0% 1.533 9 1.707 178,16 171,19 11,20 7,0% 1.640 9 1.798 187,74 183,17 11,98 7,0% 1.755 9 1.877 195,99 195,99 12,82 7,0% 1.877 9 2.009 209,71 209,71 13,72 7,0% 2.009 9 2.149 224,39 224,39 14,68 7,0% 2.149 9 2.300 240,10 240,10 15,71 7,0% 2.300 9 2.369 247,30 256,90 16,81 7,0% 2.461 9 2.450 255,79 274,89 17,98 7,0% 2.633 9 2.406 251,21 294,13 19,24 7,0% 2.817 9 2.465 257,31 314,72 20,59 7,0% 3.015 9 2.460 256,81 336,75 22,03 7,0% 3.226 9 2.499 260,90 360,32 23,57 7,0% 3.452 9 2.540 265,11 385,54 25,22 7,0% 3.693 9 3.092 322,81 393,10 7,56 2,0% 3.766 9 2.687 280,55 393,10 0,0% 3.766 9 2.796 291,90 393,10 0,0% 3.766 9 2.785 290,73 393,10 0,0% 3.766 9 3.197 333,79 393,10 0,0% 3.766 9 4.831 504,38 393,10 0,0% 3.766 9 4.449 464,40 393,10 0,0% 3.766 9 4.285 447,28 393,10 0,0% 3.766 9 4.395 458,81 393,10 0,0% 3.766 9 4.922 513,84 393,10 0,0% 3.766 9 4.693 489,93 393,10 0,0% 3.766 9 4.356 454,73 393,10 0,0% 3.766 9 4.694 490,04 393,10 0,0% 3.766 9 4.354 454,52 393,10 0,0% 3.766 9 4.133 431,49 393,10 0,0% 3.766 9 4.377 456,92 393,10 0,0% 3.766 9 3.952 412,53 393,10 0,0% 3.766 9 3.901
407,27 393,10 0,0% 3.766 9 3.539 369,50 393,10 0,0% 3.766 9 4.079 425,84 393,10 0,0% 3.766 9 3.532 368,67 388,81 4,29-1,1% 3.724 9 3.690 385,19 384,57 4,24-1,1% 3.684 9 3.413 356,27 380,38 4,19-1,1% 3.644 9 3.162 330,06 376,23 4,15-1,1% 3.604 9 3.399 354,85 372,13 4,10-1,1% 3.565 9 3.334 348,02 368,07 4,06-1,1% 3.526 9 3.652 381,27 364,06 4,01-1,1% 3.487 9 3.590 374,82 360,09 3,97-1,1% 3.449 9 3.277 342,15 356,16 3,93-1,1% 3.412 9 4.069 424,74 352,27 3,88-1,1% 3.374 9 3.689 385,14 348,43 3,84-1,1% 3.338 9 3.157 329,62 344,63 3,80-1,1% 3.301 9 3.075 321,06 340,87 3,76-1,1% 3.265 9 2.922 305,05 337,16 3,72-1,1% 3.230 9 3.357 350,41 333,48 3,68-1,1% 3.194 9 2.876 300,24 329,84 3,64-1,1% 3.160 9 2.719 283,80 326,25 3,60-1,1% 3.125 9 2.216 231,39 322,69 3,56-1,1% 3.091 9 1.981 206,80 319,17 3,52-1,1% 3.057 9 2.063 215,38 315,69 3,48-1,1% 3.024
ontwikkeling voorziening dekkingsstartsaldo mutatie rente graad toevoeging [%] [× € 1.000] [× € 1.000] [× € 1.000] 101% 607 20 79% 628 (417) 96% 211 (67) 98% 144 (44) 100% 100 100% 100 100% 100 100% 100 104% 100 92 107% 192 183 117% 375 411 122% 786 550 131% 1.336 766 138% 2.102 952 145% 3.054 1.154 122% 4.208 673 140% 4.881 1.078 135% 5.959 969 135% 6.928 981 118% 7.909 568 78% 8.477 (1.066) 85% 7.411 (683) 88% 6.728 (519) 86% 6.209 (629) 77% 5.580 (1.157) 80% 4.423 (928) 86% 3.496 (590) 80% 2.905 (929) 86% 1.977 (588) 91% 1.388 (368) 86% 1.021 (611) 95% 409 (186) 97% 223 (136) 106% 87 226 92% 314 (314) 105% 0 193 100% 193 (6) 107% 187 231 114% 418 442 105% 860 166 106% 1.026 192 95% 1.218 (165) 96% 1.053 (141) 104% 912 134 83% 1.046 (694) 90% 352 (352) 105% 0 144 106% 144 190 111% 334 308 95% 641 (162) 110% 479 284 115% 763 407 139% 1.169 875 154% 2.044 1.076 147% 3.120 961 -