CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

20160808 404725 - grp enkhuizen - eindconcept

commissie Grondgebied 7 december 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Verlenging GRP27.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

22

4.2.6 Aandachtspunten vanuit evaluatie GRP 2010-2015 Vanuit de evaluatie zijn de volgende aandachtspunten voor het GRP 2016-2021 naar voren gekomen: 1. 2. 3.

4.3

opnemen van lozingspunten op het oppervlaktewater; opstellen van een BRP voor de gehele gemeente; inzicht verschaffen in de uitgaven en kosten op de lange termijn.

Inwoners en bedrijven

De gemeente Enkhuizen telt per 1 januari 2016 18.468 inwoners (bron: CBS, 25 maart 2016). In 2016 telt de gemeente Enkhuizen 9.853 eigenaren en 9.204 gebruikers die voor rioolheffing worden aangeslagen. Het verschil tussen beide wordt veroorzaakt door leegstand en kwijtschelding. De gemeente past in de rioleringszorg en de belasting geen differentiatie in heffingsmaatstaf toe tussen bijvoorbeeld een- of meerpersoonshuishoudens of grootverbruikers.

4.4

Afvoer en behandeling van afvalwater

De inzameling van afvalwater vindt plaats met vrijvervalriolen (gemengd stelsel en droogweerafvoerstelsel). Het grootste deel van het afvalwater van Enkhuizen loost via een vrijvervalriool op het rioolgemaal van het Hoogheemraadschap (overnamepunt). Een kleiner deel van Enkhuizen loost via een stelsel van druk- en vrijvervalriolen via tussengemalen op het gemaal van het HHNK. Van daaruit wordt het afvalwater verder getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Wervershoof.

4.5

Aanwezige voorzieningen

De gemeente Enkhuizen houdt de vaste gegevens met betrekking tot de riolering bij in het digitale beheersysteem. Hieronder is in Tabel 4-1 een opsomming gegeven van de aanwezige voorzieningen. In Figuur 4-1 is de leeftijdsopbouw van de vrijvervalriolering weergegeven. Tabel 4-1 aanwezige voorzieningen.

Objecten Lengte vrijverval riolering - Gemengd - RWA - DWA Lengte persleidingen (> ø 90 mm) Lengte persleidingen (≤ ø 90 mm)* Lengte drainage Lengte duikers Aantal rioolgemalen Aantal drukrioolunits Aantal lamellenfilters Aantal kolken Lengte lijngoot Aantal IBA’s Aantal smartdrain putten Aantal uitstroomvoorzieningen - waarvan gemengd (riooloverstort) - waarvan DWA (nooduitlaat) * inclusief 5.914 m met onbekende leidingdoorsnede

Aantal (stuks) of lengte (m) 124.766 38.170 45.395 41.201 4.675 12.559 32.571 1.019 21 83 1 5.739 1.000 16 18 220 19 6

Objectinformatie over vrijverval rioolleidingen, mechanische rioolleidingen, duikers en drainage is verkregen uit het beheersysteem (peildatum 8 februari 2016). Bij het registeren van mechanische rioolleidingen is geen onderscheid gemaakt in druk- en persleidingen.

23

De beheergegevens worden als ‘voldoende bruikbaar’ beoordeeld voor het opstellen van een GRP. Van de in Tabel 4-1 genoemde leidinglengten is bij in totaal 18 km leidingen geen aanlegjaar bekend. Het merendeel hiervan, 14 km, is een persleiding. Bij het opstellen van het GRP zijn aannames gemaakt voor ontbrekende aanlegjaren. Rioolgemalen en drukrioolunits zijn op basis van binnen de gemeente beschikbare informatie geïnventariseerd, waarbij separate lijsten zijn opgesteld. De oudste gemalen dateren uit 1981 en de meest recente zijn in 2011 aangelegd. Vervanging van elektromechanische installaties heeft nog niet plaats gevonden. Van de rioolgemalen zijn geen geïnstalleerde gemaalcapaciteiten of theoretisch benodigde capaciteiten bekend. Wel bekend is dat de gemalen die de gemeente beheert, beperkte capaciteiten hebben, waarbij de grootste gemalen circa 50 m³/uur zullen verpompen. Voor de gemaalcapaciteiten zijn aannames gemaakt. In de minigemalen is geen telemetrie aanwezig. Storingen worden ‘gemeld’ met een rode lamp. Een overzicht van de uitstroomvoorzieningen en IBA’s is opgenomen in bijlage 4.

Aanleghistorie vrijvervalriool 25.000 gemengd riool 20.000

regenwaterriool

Lengte [m]

vuilwaterriool 15.000 10.000 5.000 0

Aanlegjaar Figuur 4-1 Jaar van aanleg areaal vrijvervalriolering per periode.

24

4.6

Toestand van de objecten

In Figuur 4-2 is de aanleg- en inspectiehistorie van de vrijverval rioolleidingen weergegeven.

Aanleg- en inspectiehistorie vrijvervalriool 25.000 20.000

niet geïnspecteerd < 2006

Lengte [m]

2006-2011 15.000

2012-2015

10.000 5.000 0

Aanlegjaar Figuur 4-2: Aanleg en inspectiehistorie vrijverval rioolleidingen

Uit de inventarisatie van het areaal blijkt dat in totaal ca. 53 % van vrijvervalriolering is geïnspecteerd. De staat van de oudere riolen is over het algemeen bekend. De inspectiegraad van de riolen na 1980 is een stuk lager. In 2014 is de wijk Gommerwijk west geïnspecteerd. De inspectieresultaten zijn nog niet in het beheersysteem verwerkt. In Figuur 4-1 zijn deze resultaten wel verwerkt, waarbij 10,2 km riool is geclassificeerd als ‘geïnspecteerd tussen 2006 en 2015’. Omdat de resultaten in het beheersysteem ontbreken, zijn de inspectieresultaten niet meegenomen bij de beoordeling van de toestand van de objecten in de volgende paragraaf. De rioolstrengen waarvan de inspectieresultaten zijn geregistreerd in het beheersysteem zijn globaal beoordeeld op technische staat. Door middel van een beoordelingstabel is bepaald of er sprake is van een geringe schade of van meer dan geringe schade. Deze tabel is in bijlage 5 weergegeven. Het resultaat van de beoordeling is in Figuur 4-3 weergegeven. De uitgevoerde beoordeling is een strategische beoordeling en geldt niet als functionele eis. Visuele beoordeling van de inspectieresultaten en inschatting van het risico door de rioolbeheerder is noodzakelijk om te oordelen over de staat van het object en om een maatregel voor te schrijven.

25

Kwaliteitsoordeel vrijvervalriool leidingen 25.000 geen inspectie 20.000

kwaliteit okee

Lengte [m]

geringe schade 15.000

meer dan geringe schade

10.000 5.000 0

Aanlegjaar Figuur 4-3: Kwaliteitsoordeel vrijverval rioolleidingen

55 km, oftewel 44 % van de vrijverval rioolleidingen, is beoordeeld. Van de beoordeelde leidingen is bij 38 % van de leidingen minimaal 1 keer een ‘meer dan geringe’ schade waargenomen. De toestand van mechanische rioolleidingen is niet bekend. Aangenomen wordt dat deze in redelijke staat verkeren, omdat de aanleghistorie nog vrij recent is. De bouwkundige toestand van rioolgemalen en pompunits is niet bekend. Aangenomen wordt dat deze nog in redelijke staat verkeren, omdat de aanleghistorie nog vrij recent is. In 2015 is de toestand van de elektromechanische installaties in de rioolgemalen en pompunits opgenomen. De algemene indruk is dat deze installaties in slechte toestand verkeren. Dit is aannemelijk omdat de (theoretische) technische levensduur vaak is overschreden.

4.7

Functioneren van de voorzieningen

Van de binnenstad is in 2011 een BRP opgesteld om het functioneren van het stelsel te beoordelen. Van de overige gebieden is er geen of geen actueel BRP. In de huidige situatie zijn er geen problemen bekend met water op straat. Grondwater is een probleem in Plan Noord en Oude Gouw. In de overige gebieden zijn er soms lokaal problemen.

4.8

Samenvatting areaal en kwaliteit • • • • •

De gegevens over aanwezige voorzieningen zijn beoordeeld als voldoende bruikbaar voor het opstellen van het GRP. Er zijn echter wel hiaten. Gegevens over de toestand van objecten zijn voor vrijverval rioolleidingen beperkt beschikbaar. De technische staat van de pompen is bekend. Gegevens over de toestand van overige objecten (bouwkundige staat mechanisch riool, staat van de drainage) zijn zelden beschikbaar. Het functioneren van de riolering op systeemniveau is niet in beeld. 26

•

In Plan Noord en Oude Gouw is sprake van structurele grondwateroverlast. Elders is alleen soms incidenteel sprake van overlast.

27

5

De opgave

5.1

Inleiding

De gemeente Enkhuizen moet een inspanning leveren om aan de gewenste situatie te voldoen en te blijven voldoen. Aan de hand van de gewenste situatie (hoofdstuk 3) en de inventarisatie (hoofdstuk 4) is deze inspanning bepaald en in dit hoofdstuk beschreven. De activiteiten zijn te categoriseren in een drietal typen: jaarlijkse activiteiten, eenmalige activiteiten en het wegwerken van de actuele opgave. jaarlijkse activiteiten De gemeente voert deze activiteiten jaarlijks uit en verwacht geen veranderingen in de inspanning die de gemeente moet gaan leveren in de loop der jaren. eenmalige activiteiten of activiteiten met ongelijkmatige spreiding Dit zijn activiteiten die eenmalig uitgevoerd moeten worden, zoals het opstellen van een BRP of activiteiten waarbij de gemeente met pieken en dalen te maken heeft, zoals rioolvervanging. wegwerken van actuele opgave De gemeente voldoet niet aan de gewenste situatie en moet gedurende een periode een meer dan gemiddelde inspanning leveren om hier aan te gaan voldoen. In dit GRP geldt dit voor onder andere het uitvoeren van rioolinspecties of het vervangen van elektromechanische installaties in rioolgemalen.

5.2

Aanleg voorzieningen voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater

5.2.1 Aanleg bij bestaande bebouwing Wanneer voorzieningen bij bestaande bebouwing worden aangelegd en dit geen vervanging betreft, wordt dit als verbetering aangemerkt. De vervangingsopgave is in § 5.3.4 beschreven. Hoewel geen actueel en gemeentebreed BRP beschikbaar is wordt de komende planperiode geen opgave verwacht voor verbetering van vrijvalriolering. Dit geldt ook voor mechanische afvoer (gemalen en persleidingen) of aanleg in het buitengebied (drukriolering en IBA’s). De gemeente gaat werken aan het klimaatbestendig maken van de stedelijke omgeving. Dit voornemen vormt geen aanleidingen voor nieuwe investeringen, maar is een aandachtspunt bij geprojecteerde investeringen. Naar verwachting zal de invulling hiervan beperkt ten laste komen van de rioleringszorg en voornamelijk ten uitwerking komen bij de inrichting van de bovengrondse ruimte. Om de grondwateroverlast in Plan Noord te verhelpen neemt de gemeente in de planperiode van dit GRP maatregelen. Ten tijde van dit schrijven is nog geen projectplan beschikbaar. Het opstellen van dit plan wordt ook komende jaren opgesteld. 5.2.2 Aanleg bij nieuwbouw Bij aanleg bij nieuwbouw komen de kosten voor riolering e.d. ten laste van de grondexploitatie. De (eventuele) opgave wordt niet in de GRP opgenomen.

28

5.3

Beheer van de bestaande voorzieningen voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater

5.3.1 Gegevensbeheer De gemeente registreert objectgegevens in het beheersysteem. Hierbij wordt volledigheid en actualiteit nagestreefd. Resultaten van visuele inspectie van vrijvervalriool worden ook in het beheersysteem verwerkt. 5.3.2 Onderzoek Technische staat vrijverval riolering Jaarlijks wordt een deel van de vrijverval rioolleidingen door middel van visuele inspectie met rijdende camera geïnspecteerd. Zoals in § 4.6 is geschetst, is de technische staat van de rioolleidingen slechts beperkt in beeld. Het beleidskader schrijft een inspectiefrequentie voor op basis van ouderdom en stelseltype van de leidingen. Vervolgens classificeert de gemeente bij de beoordeling van rioolinspecties de leidingen en waar nodig schrijft de gemeente een hogere inspectiefrequentie voor om risico’s te monitoren. Met de kennis van nu wordt grofweg geraamd dat deze extra inspanning ongeveer neerkomt op 10 % van het areaal twee maal zo vaak inspecteren. Deze aanname is doorvertaald naar 10 % extra inspanning bovenop de opgave zoals deze op basis van ouderdom en stelseltype is bepaald. De gemeente wil aan het einde van deze planperiode (eind 2021) over de gewenste inspectiehistorie beschikken. Gegeven de gewenste situatie betekent dit: • • •

dat alle rioolleidingen die voor 2002 zijn aangelegd aan het eind van 2021 zijn geïnspecteerd; aan het eind van 2021 alle HWA-rioolleidingen die voor 2002 zijn aangelegd, in 2002 of later zijn geïnspecteerd; aan het eind van 2021 alle gemengde en DWA-rioolleidingen die voor 2002 zijn aangelegd, in 2012 of later zijn geïnspecteerd.

Hierbij wordt aangenomen dat rioolleidingen jonger dan 20 jaar niet hoeven te worden geïnspecteerd, ook al is geen opleverinspectie beschikbaar. Bij meldingen die aanleiding geven over de technische staat te twijfelen, worden deze leidingen wel geïnspecteerd. De opgave voor de komende planperiode is berekend en weergegeven in Tabel 5-1. In totaal moet 69 km rioolleiding, oftewel 55 % van het areaal in de planperiode 2016-2021 worden geïnspecteerd. Tabel 5-1: Opgave inspectie 2016-2021

Stelseltype

Lengte

gemengd riool regenwaterriool regenwaterriool IT vuilwaterriool totaal

[m] 38.170 44.875 520 41.201 124.766

Opgave reiniging en inspectie 2016 2021 [m] 30.687 19.012 0 19.377 69.076

Vanaf 2022 voldoet de gemeente aan de gewenste situatie als het gaat om inzicht in de technische staat van de rioolleidingen en kan op reguliere wijze worden vervolgd met inspecteren. In Tabel 5-2 is de berekening van de opgave gepresenteerd. Op basis van de ambitie bedraagt de jaarlijkse opgave iets meer dan 11 km.

29

Tabel 5-2: Jaarlijkse opgave rioolreiniging en -inspectie

Stelseltype

Lengte

gemengd riool regenwaterriool regenwaterriool IT vuilwaterriool totaal

[m] 38.170 44.875 520 41.201 124.766

Jaarlijkse opgave reiniging en inspectie na 2021 [m] 4.199 2.468 29 4.532 11.228

Een concrete beoordeling van de rioolinspecties is niet uitgevoerd of geregistreerd. Ten behoeve van dit GRP is alleen een strategische beoordeling uitgevoerd. Komende planperiode moet aan de hand van de reeds verkregen en nieuwe inspectieresultaten beoordeling worden uitgevoerd, met het oog op tactische en operationele planning. Het beoordelen wordt in regionaal verband uitgevoerd, waarbij de gemeente de regionale systematiek hanteert. Indien nodig draagt de gemeente bij aan de totstandkoming en/of verdere ontwikkeling van deze systematiek. Technische staat rioolgemalen en minigemalen Alle gemalen en pompunits worden eenmaal per jaar geïnspecteerd (en gereinigd), wat neerkomt op jaarlijks 18 gemaalinspecties en 86 pompunitinspecties. Meten De gemeente Enkhuizen beschikt reeds over een meetplan riolering. In de planperiode 2016-2021 brengt de gemeente het meetprogramma verder ten uitvoer. Het meetprogramma richt zich op het functioneren van de gemengde rioolstelsels en de DWA-stelsels die in open verbinding staan met de gemengde rioolstelsels. In deze planperiode installeert de gemeente het meetnet en voert de gemeente de monitoring uit. Functioneren (berekeningen) Komende planperiode stelt de gemeente een Basisrioleringsplan (BRP) op.

In het BRP worden vrijverval rioolstelsels getoetst op afvoercapaciteit en hydraulisch functioneren en worden normcapaciteiten van rioolgemalen bepaald. Voorafgaand aan het opstellen van het BRP meet de gemeente de nodige objecten in. De meetresultaten worden in het beheersysteem verwerkt. 5.3.3 Planvorming Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Hoewel met de verwachte komst van de Omgevingswet, die naar verwachting vanaf 2019 van kracht zal zijn, de verplichting tot het opstellen van een GRP waarschijnlijk zal vervallen, is de gemeente nog wel voornemens het beleidsplan periodiek te blijven opstellen. Het opstellen van het volgende GRP, of gelijkwaardige plan, is gepland in 2021. Afstemming (Nadere) afstemming van de voorgenomen plannen vindt doorlopend plaats met andere beheerders. Hiernaast wordt afgestemd met andere afdelingen, het management en het bestuur en extern met HHNK en de samenwerkende gemeenten.

30

Jaarprogramma’s De gemeente is doorlopend bezig met het plannen van concrete activiteiten op de korte termijn, zoals onderzoeks- of maatregelprogramma’s. Ook het beoordelen van inspectieresultaten en het opstellen van de jaarbegroting vallen onder jaarprogramma’s. De komende jaren moet met name worden gewerkt aan het concretiseren van de tactische en operationele opgave en planning van groot onderhoud en vervanging van vrijvervalriolering. Afspraken in het kader van het bestuursakkoord water De gemeente Enkhuizen levert haar bijdrage aan het voortzetten van het Programmaplan samenwerking waterketen van de regio West-Friesland en de acties die hieruit volgen. 5.3.4 Onderhoud Wanneer de technische staat van de voorzieningen (leidingen, putten, e.d.) niet meer functioneert moeten voorzieningen worden gerepareerd of vervangen. Bij repareren wordt onderscheid gemaakt in klein en groot onderhoud. In februari 2016 heeft de gemeente Enkhuizen het ontwerp Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte en gebouwen 2016 – 2021 opgesteld. In de begripsomschrijving sluit de gemeente in de rioleringszorg aan bij het integrale plan. Klein onderhoud Het dagelijkse cyclische onderhoud (klein onderhoud) heeft een directe invloed op de kwaliteit die zichtbaar is en door de inwoners wordt ervaren.

Het gewenste kwaliteitsniveau wordt dus grotendeels beïnvloed door de omvang en intensiteit van het klein onderhoud. Hier kan dan ook op gestuurd worden vanuit de politiek. Groot onderhoud Groot onderhoud heeft primair als doel om de kapitaalgoederen in stand te houden. Dit betreffen maatregelen t.b.v. een doelmatig en veilig gebruik, maar ook om de levensduur te verlengen. Op basis van inspecties en cyclische maatregelen kan berekend worden wat de kosten zijn om noodzakelijk groot onderhoud uit te voeren. Groot onderhoud kan prima in beheerplannen worden verwerkt om inzicht te krijgen in de kosten over meerdere jaren. Vervanging Als (groot) onderhoud niet meer rendabel is en het kapitaalgoed aan het eind van de levensduur is, spreken we over noodzakelijke vervangingsinvesteringen. De noodzaak van vervanging wordt hoofdzakelijk bepaald op basis van de theoretische levensduur in combinatie met actuele inspecties.. Wanneer vervanging aan de orde is, gaat het om hoge kosten en zijn er voor de politiek keuzemogelijkheden. Bijvoorbeeld de keuze of het betreffende kapitaalgoed terug moet komen en ook in welke vorm (functiewijziging). Daarbij kan ook bewust gekozen worden om vervanging uit te stellen door toch extra groot onderhoud uit te voeren. Klein onderhoud en reiniging Vrijvervalriool Klein onderhoud vindt incidenteel en ad hoc plaats.

Reiniging van vrijverval rioolleidingen vindt alleen voorafgaand aan inspectie plaats (zie § 5.3.2). Duikers Duikers worden niet planmatig gereinigd.

31

Drainage Met de gekozen reinigingsfrequentie wordt jaarlijks 5 % van het areaal gereinigd. Dit komt neer op 1,6 km drainage. Kolken Straat en –trottoirkolken worden jaarlijks gereinigd, waarbij gebreken worden gemeld. Alleen bij calamiteiten of meldingen worden reparaties uitgevoerd. Mechanisch riool Gemalen en pompunits worden jaarlijks gereinigd (voorafgaand aan de inspectie). IBA’s Het onderhoud van IBA’s wordt in opdracht van de gemeente, uitgevoerd door HHNK. Gezien de hoge kosten voor het onderhoud van de IBA’s neem HHNK geen nieuwe IBA’s meer in beheer. De samenwerkingsregio is hiernaast met het programma ‘Beheer-op-maat’ bezig om de onderhoudskosten te beperken. Hierbij is het voornemen om bij zeer hoge kosten de doelmatigheid van het hebben en houden van een IBA te heroverwegen en de mogelijkheid te hebben te kiezen voor een eenvoudiger en goedkoper systeem. Groot onderhoud Vrijvervalriool Groot onderhoud wordt planmatig uitgevoerd. Maatregelen worden ingepland wanneer rioolinspecties daar aanleiding toe geven. De grootonderhoudsopgave voor de korte termijn is aan de hand van het kwaliteitsbeeld (zie § 4.6) bepaald. Rioolleidingen die zijn aangemerkt voor groot onderhoud voldoen in beginsel aan de kenmerken: • • •

er is één meer dan geringe schade waargenomen en niet meer dan twee geringe schades, of; er is één meer dan geringe schade waargenomen en meer dan twee geringe schades, maar de rioolleiding is nog niet ouder dan 40 jaar, of; er zijn twee meer dan geringe schades waargenomen, maar niet meer dan twee geringe schades én de rioolleiding is nog niet ouder dan 40 jaar.

Rioolleidingen die gegeven het aantal schades, of de ouderdom van de leidingen in slechtere staat verkeren, zijn niet meer aangemerkt voor reparatie, maar voor vervanging. Naast het beoordelen van de schade dient ook het risico te worden beoordeeld voordat een maatregel wordt voorgesteld. Om een inschatting te maken van de opgave en vervolgens de kosten is de aanname gedaan dat de helft van de rioolleidingen die op basis van de waargenomen schades in beginsel in aanmerking komt voor groot onderhoud kan worden beoordeeld als ‘acceptabel risico’. Dit betekent dat schades niet worden hersteld, tot het moment dat bij een reguliere inspectie wel schades worden waargenomen die leiden tot het oordeel ‘onacceptabel risico’. Het gestelde criterium leidt tot een aanzienlijke onderhoudsopgave. In totaal komt alleen al op basis van wat nu bekend is 5 km riool(-leiding), oftewel 4 % van het areaal in aanmerking voor groot onderhoud. De gemeente is voornemens om deze opgave in deze planperiode weg te werken.

32

Naast de onderhoudsopgave die volgt uit de inspecties uit het verleden, zal ook de noodzaak tot het uitvoeren van groot onderhoud volgen uit toekomstige inspecties. Voor de lange termijnplanning wordt aangenomen dat per 30 m rioolleiding gedurende de levensduur van het riool één grootonderhoudsmaatregel moet worden uitgevoerd. Dit komt neer op circa 76 reparaties per jaar. Duikers Bij duikers vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Drainage Bij drainage vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Mechanisch riool Bij mechanisch riool vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Kolken Bij kolken vindt geen planmatig groot onderhoud plaats. Vervangen Vrijvervalriool Riolen waar dusdanig veel schades zijn waargenomen dat reparatie geen doelmatige oplossing meer is komen in beginsel in aanmerking voor vervanging. Net als bij het plannen van groot onderhoud zullen niet alle schades direct tot een onacceptabel risico leiden. Aangenomen is dat bij de helft van de rioolleidingen de maatregelen enige tijd kan worden uitgesteld tot het moment dat het risico niet meer acceptabel is. In de vervangingsplanning is dit geïmplementeerd door de helft van de vervangingen door te schuiven naar de periode 2022-2036. In totaal komt 11,1 km vrijvervalriool op basis van het kwaliteitsbeeld in aanmerking voor vervanging.

Hiervan is dus 5,5 km vervanging in deze planperiode, 2017-2021, gepland en 5,5 km in de daaropvolgende jaren. De gemeente Enkhuizen hanteert een technische levensduurverwachting van 55 jaar. Dit betekent dat riool 55 jaar na aanleg moet worden vervangen. Wanneer bij een rioolinspectie geen overschrijdingen van waarschuwings- of ingrijpmaatstaven worden waargenomen, wordt aangenomen dat het riool minimaal nog 7 jaar kan blijven functioneren, ongeacht de ouderdom. Wanneer een groot onderhoudsmaatregel wordt uitgevoerd, wordt aangenomen dat riool nog minimaal 10 jaar kan blijven functioneren, ongeacht de ouderdom. Vanwege het ontbreken van inspectieresultaten of de ouderdom van de inspectieresultaten wordt verwacht dat komende planperiode (2016-2021), naast de genoemde 5,5 km riool, nog eens 5,1 km riool in aanmerking komt voor vervanging. Dit betekent dat komende planperiode 8,5 % van de riolering zal moeten worden vervangen. Duikers Omdat duikers niet worden geïnspecteerd is de technische staat niet bekend. De technische levensduurverwachting is gesteld op 55 jaar. In de Binnenstad van Enkhuizen is op het tracé Venedie – Wegje een lange (800 m) gietijzeren ‘doorspoelleiding’ aanwezig. De exacte ouderdom van deze leiding is niet bekend, maar verwacht wordt dat deze van aanzienlijke leeftijd en is vervanging op afzienbare termijn benodigd zal zijn.

33

Drainage Omdat drainage niet wordt geïnspecteerd is de technische staat niet bekend. Aangenomen wordt dat vervanging gelijktijdig wordt uitgevoerd met de vervanging van riolering. De kosten voor vervanging van drainage zijn dan marginaal. Mechanisch riool De technische levensduurverwachting van pompputten (bouwkundig) en persleidingen is gesteld op 55 jaar. De technische levensduurverwachting van elektromechanische installaties is gesteld op 15 jaar. De gemeente Enkhuizen heeft een grote opgave in het vervangen van elektromechanische installaties. Nagenoeg alle installaties zullen in de planperiode van dit GRP moeten worden vervangen. Omdat het mechanische riool, ten opzichte van het vrijvervalriool, nog relatief jong, is de verwachting dat vervanging van putten en persleidingen nog niet aan de orde is in de planperiode van dit GRP. IBA’s De levensduurverwachting van IBA’s (bouwkundig) is gesteld op 30 jaar. Omdat IBA’s relatief jong zijn, is vervanging voorlopig niet aan de orde.

5.4

Vergunningverlening en handhaving

Om te borgen dat de riolering op een juiste wijze wordt gebruikt door de gebruikers is vergunningverlening en handhaving noodzakelijk.

5.5

Communicatie

De gemeente heeft als taak gebruikers te informeren over het gebruik van de riolering. Klachten moeten worden geanalyseerd en verwerkt.

34

6

Organisatie en financiën

6.1

Inleiding

Om de voorgenomen opgave te realiseren zijn personele inzet en financiële middelen benodigd. Dit hoofdstuk beschrijft de nodige inzet en middelen. Aan de hand van een kostendekkingsberekening is beschreven hoe de kosten door middel van rioolheffing kunnen worden gedekt.

6.2

Financiële middelen

Deze paragraaf beschrijft de verwachte uitgaven om de opgave te kunnen realiseren. Uitgaven worden onderscheden in jaarlijks terugkerende uitgaven, eenmalige uitgaven of uitgaven gedurende een periode of planmatige uitgaven. De planmatige uitgaven zijn geraamd voor de periode 2016 – 2070. Deze periode van 55 jaar is gelijk aan de gehanteerde technische levensduurverwachting van objecten (bouwkundig), zodat vervangingspieken zichtbaar zijn en hier tijdig op kan worden ingespeeld. Omdat uitgaven zich ongelijkmatig over de tijd voordoen, zijn de gepresenteerde uitgaven in de tabellen in deze paragraaf niet optelbaar. Alle kosten zijn geraamd op het huidige prijspeil, dus zonder rekening te houden met inflatie. 6.2.1 Aanleg Voor de aanpak van grondwateroverlast in Plan Noord is nog geen plan beschikbaar. Omdat de gemeente deze planperiode het probleem wil oplossen, is een bedrag van € 120.000,- geraamd voor de benodigde aanpak. Dit bedrag is gebaseerd op de geraamde aanlegkosten van 1 km drainage in bebouwd gebied. Tabel 6-1 geeft een overzicht van de uitgaven op het onderdeel aanleg. Tabel 6-1: Uitgaven op onderdeel aanleg

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Aanleg aanpak grondwateroverlast Plan Noord

eenmalig

uitbesteden

ja

kosten €

120.000

6.2.2 Onderzoek De geraamde kosten voor onderzoek zijn beschreven in Tabel 6-2. Omdat de gemeente aan het einde van deze planperiode bij wil zijn, zijn de kosten voor rioolinspectie in deze periode ietsjes hoger dan gemiddeld genomen op de lange termijn. Tabel 6-2 toont het gemiddelde. Het opstellen van het BRP is een eenmalige kostenpost. Tabel 6-2: Uitgaven op onderdeel onderzoek

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Onderzoek inspectie/controle (uitbesteed) * jaarlijks BRP eenmalig * gemiddelde jaarlijkse kosten op de lange termijn

uitbesteden uitbesteden

ja ja

kosten € €

34.500 30.000

6.2.3 Planvorming De geraamde kosten voor planvorming zijn beschreven in Tabel 6-3. Wanneer het GRP wordt opgesteld heeft de gemeente hogere uitgaven. De gemeente voert het opstellen van het Operationele Plan zelf uit. Tabel 6-3: Uitgaven op onderdeel planvorming

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Planvorming GRP (uitbesteed)

elke 6 jaar

uitbesteden

ja

kosten €

24.700

35

6.2.4 Facilitair De geraamde kosten voor facilitaire activiteiten zijn beschreven in Tabel 6-4. Het betreft voornamelijk doorbelastingen van de organisatie. Omdat in de toekomst geen grote veranderingen worden voorzien, zijn de verwachte kosten grotendeels gelijkgesteld aan de begroting van 2016. Tabel 6-4: Uitgaven op onderdeel facilitair

activiteit

planning

uitvoering

BTW

Facilitair gemeentenieuws netwerkbeheer gas/electra verbruik electra notuleren/perceptiekosten dotatie voorziening belastingdebiteuren

jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks

eigen dienst inkoop inkoop doorbelasting eigen dienst

nee ja ja ja nee

kosten € € € € €

8.000 11.000 6.800 6.000

6.2.5 Onderhoud riolering De geraamde kosten voor onderhoudsactiviteiten zijn beschreven in Tabel 6-5. Activiteiten zijn gesplitst in regulier onderhoud (klein onderhoud, reiniging, etc.) en eenmalig onderhoud (groot onderhoud). Bij groot onderhoud heeft de gemeente te maken met tijdelijk hogere uitgaven in deze planperiode. Tabel 6-5: Uitgaven op onderdeel onderhoud

activiteit

planning

uitvoering

BTW

kosten

Onderhoud regulier GG/BEH Reiniging (straatvegen) klein onderhoud en (kolk-) reiniging onderhoud IBA's

jaarlijks jaarlijks jaarlijks

doorbelasting uitbesteden uitbesteden

ja ja ja

€ € €

206.900 161.400 3.700

Onderhoud eenmalig g.o. vrijvervalriool kwalitatief 2017-2021 g.o. vrijvervalriool

jaarlijks jaarlijks

uitbesteden uitbesteden

ja ja

€ €

39.900 81.000

6.2.6 Personeel en overhead De geraamde kosten voor personeel en overhead zijn beschreven in Tabel 6-6. In de begroting van 2016 kent de gemeente Enkhuizen de post ‘Doorberekende apparaatskosten’ onder de activiteit ‘GG/BEH Riolering strengen’ van € 237.000,-. Als gevolg van het opstellen van het GRP en het herzien van de opgave en benodigde middelen voor deze planperiode en daarna, verandert ook de nodige inzet van de eigen organisatie op de gemeentelijke watertaken. In § 6.3 is de benodigde personele inzet nader beschreven.

36

Tabel 6-6: Uitgaven op onderdeel personeel en overhead

activiteit

planning

Personeel en overhead GRP (eigen dienst) elke 6 jaar afstemming en overleg jaarlijks jaarprogramma's jaarlijks inventarisatie jaarlijks inspectie/controle (eigen dienst) jaarlijks meten (eigen dienst) jaarlijks functioneren (BRP, etc.) (eigen dienst) jaarlijks verwerken revisiegegevens jaarlijks vergunningen en voorlichting gebruik jaarlijks klachtenanalyse en verwerking jaarlijks correctief onderhoud (eigen dienst) jaarlijks planning en begeleiding k.o. en reiniging jaarlijks VAT g.o. vrijvervalriool eigen dienst jaarlijks VAT vervangen eigen dienst jaarlijks app kost belastingopbrengsten jaarlijks * kosten eigen dienst betreft een interne waardering

uitvoering

BTW

eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst eigen dienst doorbelasting

nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

kosten* € € € € € € € € € € € € € € €

10.600 15.700 54.900 3.900 6.100 11.800 15.700 7.800 11.800 15.700 93.300 11.800 6.500 45.900 29.400

6.2.7 Investeringen De geraamde kosten voor investeringen zijn beschreven in Tabel 6-7. Investeringen kunnen vervangings- of verbeteringsmaatregelen betreffen. Deze paragraaf beschrijft alleen de vervangingsmaatregelen. Verbeteringsmaatregelen zijn in § 6.2.1 beschreven. De reeds gestarte projecten in 2016 hebben een totale waarde van € 1.786.000,-. Dit is inclusief de reeds gemaakte, maar nog niet gekapitaliseerde uitgaven uit voorgaande jaren. Om in 2021 aan de gewenste situatie te voldoen moet de gemeente jaarlijks circa € 1.500.000,- investeren. Tabel 6-7: Uitgaven op onderdeel investeringen

activiteit

planning

Investeringen lopende projecten 2016 vervangen vrijverval riool kwalitatief 2017jaarlijks 2021 vervangen vrijverval riool planmatig ** vervangen persleidingen planmatig ** vervangen duikers planmatig ** vervangen rioolgemalen bouwkundig planmatig ** vervangen rioolgemalen elektromechanisch planmatig ** vervangen IBA's planmatig ** * gemiddelde jaarlijkse kosten in genoemde periode ** gemiddelde jaarlijkse kosten op de lange termijn

uitvoering

BTW

kosten

uitbesteden uitbesteden

ja ja

€ €

1.786.000 331.000

uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden uitbesteden

ja ja ja ja ja ja

€ € € € € €

1.131.700 19.900 8.700 13.000 71.800 3.500

6.2.8 Kapitaallasten De gemeente Enkhuizen heeft kapitaallasten van investeringen uit het verleden. Hiernaast zullen nieuwe kapitaallasten ontstaan door nieuwe investering in 2016 en volgende jaren. Per 1 januari 2016 bedraagt totale de boekwaarde van investeringen uit het verleden (projecten die voor 2016 zijn afgerond) € 6.569.619,-. Met de gehanteerde rekenrente bedragen de totale kapitaallasten uit het verleden € 11.089.603,- (afschrijving + rente). Volgens de gehanteerde aflossingsschema’s lost de gemeente deze lasten

37

tot en met 2055 af. Vanaf 2016 bedragen de kosten hiervoor aanvankelijk jaarlijks € 388.067,- waarbij deze vanaf 2028 langzaam afnemen. Vanaf 2017 zullen ook weer nieuwe kapitaallasten ontstaan door investeringsprojecten die in 2016 en latere jaren worden afgerond. Dit is in § 6.4 nader beschreven. 6.2.9 Dotatie voorziening riolering Afhankelijk van de inkomsten en uitgaven in een bepaald jaar voegt de gemeente geld aan de voorziening toe, of onttrekt de gemeente geld uit de voorziening. De dotatie aan de voorziening is afhankelijk van de keuze die de gemeente maakt in het kapitaliseren van investeringen en de wijze waarop kosten worden gedekt. In § 6.4 is dit nader beschreven. 6.2.10 BTW Compensabele BTW van uitgaven voor de rioleringszorg komt ten laste van de rioleringszorg. Bij investeringen worden de kosten berekend over de afschrijvingen met een percentage van 21%. Compensabele BTW komt ten laste van de rioleringszorg door afschrijvingen van zowel investeringen uit het verleden, als te maken investeringen vanaf 2016. In § 6.4 is meer beschreven over de BTW in de kostendekkingsberekening. 6.2.11 Samenvatting van de uitgaven In Figuur 6-1 zijn de geprojecteerde uitgaven van de gemeente Enkhuizen voor de gemeentelijke watertaken weergegeven voor de komende 55 jaar. De uitgaven zijn inclusief de inzet van de eigen organisatie en exclusief BTW.

De uitgaven zijn onderverdeeld in exploitatie en investeringen. Uitgaven die onder exploitatie vallen, komen direct ten laste van de begroting. Investeringsuitgaven worden gekapitaliseerd en afgelost volgens een voorgeschreven schema, waarover meer volgt in § 6.4.. De gemiddelde jaarlijkse uitgaven bedragen circa € 2.300.000,-.

uitgaven gemeentelijke watertaken exploitatie

investeringen

3.500.000 3.000.000

uitgave (euro)

2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 -

jaar Figuur 6-1: Totaaloverzicht uitgaven gemeentelijke watertaken

38

6.3

Personele middelen

Om de opgave te realiseren heeft de gemeente Enkhuizen 3,3 fte personeelsinzet nodig. Het gaat hierbij om directe inzet op het product gemeentelijke watertaken door binnen- en buitendienst, exclusief overhead (belastingen, financiën e.d.). Tabel 6-8: Benodigde personele inzet

Planvorming, onderzoek en facilitair Onderhoud Maatregelen Totaal

tijdsbesteding fte (175 dagen/jaar) binnendienst buitendienst 0,97 0,43 0,50 1,07 2,47 0,50

totaal 0,97 0,93 1,07 2,97

Bij het bepalen van de inzet streeft de gemeente naar een verdeling tussen uitvoering door de eigen dienst en inkoop. Onderstaand is benodigde inzet nader beschreven. Planvorming, onderzoek en facilitair Activiteiten onder planvorming, onderzoek en facilitair worden voornamelijk door de gemeente zelf uitgevoerd. Het opstellen van het BRP en GRP wordt uitbesteed, waarbij de gemeente regie voert. Ook het uitvoeren van rioolinspecties wordt uitbesteed en bij het uitvoeren van het meetprogramma gaat de gemeente uit van 50/50 inzet. De benodigde 0,97 fte inzet is dan volledig voor de binnendienst. Onderhoud Voor reiniging en klein onderhoud (correctief onderhoud) is de inzet benodigd van 0,93 fte. Hierbij is 0,43 fte benodigd voor voorbereiding en afwikkeling (binnendienst) en 0,50 fte voor uitvoering. Bij het bepalen van de omvang is het uitgangspunt gehanteerd dat het grootste deel van het werk wordt uitbesteed. Maatregelen Het uitvoeren van maatregelen wordt uitbesteed. De gemeente is voornemens om 60 % van de werkzaamheden in voorbereiding, advies en toezicht (VAT) van groot onderhoud en vervanging met eigen inzet uit te voeren. Dit komt neer op 1,07 fte binnendienst. Toetsing De gemeente zet in de huidige situatie 0,9 fte binnendienst en 0,5 fte buitendienst in op de rioleringszorg.

Omdat bij de inzet van de buitendienst op de taken van de gemeente is toegerekend naar de huidige bezetting, kan met de huidige formatie van de buitendienst worden voortgezet. Het tekort bij de binnendienst komt uit op 1,6 fte.

6.4

Kostendekking

6.4.1

Uitgangspunten kostendekkingsberekening

Scenario’s De uitgaven in de rioleringszorg moeten door inkomsten worden gedekt. Voor het kostendekkingsplan is een drietal scenario’s opgesteld: 1. 2. 3.

traditioneel afschrijven; groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % jaarlijkse stijging; groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % jaarlijkse stijging. 39

Het Regionaal Rioleringsplan West-Friesland schrijft het doorrekenen van scenario’s in een GRP voor, waarbij de voorkeur is uitgesproken, op termijn, bij het ideaalcomplex aan te sluiten. Ten tijde van dit schrijven werkt de commissie BBV aan regelgeving waarbij voorgeschreven wordt dat geactiveerde investeringen met een maatschappelijk nut moeten worden afgeschreven over de verwachte (technische) levensduur van de investeringen met ingang van 2017. In het ontwerp Beheerplan kapitaalgoederen en gebouwen Enkhuizen 2016-2026 (februari 2016) heeft de gemeente Enkhuizen al rekening gehouden met de komst van deze wet. De gemeente verwacht de komende jaren jaarlijkse uitgaven van boven de € 2.000.000,-. Ondanks het feit dat de gemeente enig geld in de voorziening heeft, is direct overstappen naar ideaal-complex geen reële optie, omdat de rioolheffing dan in één keer naar een vrijwel kostendekkend niveau zou moeten gebracht, wat ongeveer neer zou komen op een verdubbeling. Om deze reden is bij de alternatieve scenario’s 2 en 3 een maximale jaarlijkse stijging van de rioolheffing gehanteerd. Traditioneel afschrijven Bij traditioneel afschrijven hanteert de gemeente de gangbare financiële afschrijvingstermijnen. Groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % jaarlijkse stijging De gemeente blijft in eerste instantie investeringen op de gangbare wijze afschrijven.

Hiernaast creëert de gemeente ruimte door de rioolheffing jaarlijks te laten stijgen met 7 %. Deze ruimte wordt benut om daar waar mogelijk investeringen direct af te boeken. Wanneer de baten een niveau bereiken, waarbij alle investeringen direct kunnen worden afgeboekt, kan de stijging worden omgezet in een focus op kostendekkendheid op de lange termijn. Groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % jaarlijkse stijging Ook bij dit scenario groeit de gemeente naar het ideaalcomplex toe, alleen wordt een hogere maximale jaarlijkse stijging van de rioolheffing van 12 % geaccepteerd. Uitganspunten Bij het uitvoeren van de kostendekkingsberekening zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd. tarief rioolheffing 2016 inkomsten rioolheffing 2016 aantal aanslagen 2016 heffingseenheid kostendekkendheid lopende investeringen 2016 kapitaallasten verleden - boekwaarde 1-1-2016 - totale last incl. rente - compensabele BTW wijze activeren afschrijvingsmethode rentepercentage gangbare financiële afschrijvingstermijnen

- eigenaar: € 86,40 - gebruiker: € 63,12 € 1.374.180,- eigenaar: 9.853 - gebruiker: 9.204 eigenaar + gebruiker (= 1 eenheid) de kosten van de rioleringszorg moeten met de heffing worden gedekt, hiernaast heeft de gemeente een individuele overeenkomst met Alkor Draka B.V. over een bijdrage van hun kant voor de rioleringszorg € 1.786.000,- (verwachte boekwaarde per 31-12-2016) € 6.569.619,€ 11.089.603,- (op basis van afschrijvingsmethodiek begroting 2016) € 1.379.620,- (getotaliseerd over afschrijvingen vanaf 2016) jaar na investering annuïtair 3,2 % investeringen: bouwkundige objecten: 40 jaar; IBA’s: 30 jaar; elektromechanische installaties: direct afboeken

compensabele BTW 40

- exploitatie - investeringen - percentage voorziening - stand per 1-1-2016 - rente - stand inflatiecorrectie rekenperiode startjaar differentiatie uitgaven areaalwijzigingen - aanslagen - riolering

direct ten laste van de rioleringszorg lasten meenemen op de afschrijving 21 % een voorziening wordt toegepast +€ 607.408,aan de voorziening wordt geen rente toegekend een negatieve stand is niet toegestaan niet toegepast (huidig prijspeil) 55 jaar 2016 niet toegepast niet doorgevoerd / niet van invloed niet doorgevoerd / niet van invloed

6.4.2 Resultaat kostendekkingsberekening Per scenario is onderstaand het resultaat van de kostendekkingsberekening gepresenteerd. In bijlage 6 is een uitgebreid overzicht opgenomen. Scenario 1: traditioneel afschrijven Het resultaat van de kostendekkingsberekening is in Figuur 6-2 weergegeven. In de periode 2017 – 2033 stijgt de rioolheffing jaarlijks met 5,0 %. Vanaf 2034 is de heffing constant en bedraagt deze € 356,- per eenheid. Aan het eind van de berekening (31-12-2070) bedraagt de totale boekwaarde van de investeringen € 31.000.000,(of € 38.000.000,- inclusief BTW) en staat de voorziening op € 0,-. 500

12.000 rioolheffing per eenheid ontwikkeling voorziening

10.000

400

rioolheffing [€]

350

8.000

300 250

6.000

200 4.000

150 100

stand voorziening [1000 €]

450

2.000

50 0

0 2016

2021

2026

2031

2036

2041

2046 jaar

2051

2056

2061

2066

Figuur 6-2: kostendekkingsplan scenario 1: traditioneel afschrijven

41

Scenario 2: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % stijging Het resultaat van de kostendekkingsberekening is in Figuur 6-3 weergegeven. Vanaf 2017 kunnen investeringen langzaam aan direct worden afgeschreven. Naarmate de baten, als gevolg van de jaarlijkse stijging van de heffing groeien, kunnen steeds meer investeringen direct worden afgeboekt. Het bereiken van het ideaalcomplex (dat wil zeggen: het moment vanaf welke alle investeringen direct kunnen worden afgeschreven) wordt bemoeilijkt, doordat de piek van de uitgaven zich in de periode 2030-2050 bevindt. Om een (tijdelijk) zeer hoge rioolheffing te voorkomen is tot en met 2035 de omvang van direct af te schrijven investeringen gemaximaliseerd tot € 500.000,-. In de periode 2017 – 2031 stijgt de rioolheffing jaarlijks met 7 %. Vanaf 2031 is de heffing constant en bedraagt deze € 393,- per eenheid. Dit niveau zal tot 2050 moeten worden gehandhaafd om de grote investeringspiek weg te werken. Na 2050 zal de heffing weer langzaam kunnen dalen en dient de focus te liggen op kostendekkendheid op de lange termijn. Aan het eind van de berekening (31-12-2070) resteren nog nauwelijks kapitaallasten uit de investeringen die tot en met 2035 zijn gedaan en gekapitaliseerd. 500

12.000 rioolheffing per eenheid ontwikkeling voorziening

10.000

400

rioolheffing [€]

350

8.000

300 250

6.000

200 4.000

150 100

stand voorziening [1000 €]

450

2.000

50 0

0 2016

2021

2026

2031

2036

2041

2046 jaar

2051

2056

2061

2066

Figuur 6-3: kostendekkingsplan scenario 2: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 7 % stijging

42

Scenario 3: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % stijging Het resultaat van de kostendekkingsberekening is in Figuur 6-4 weergegeven. Vanaf 2017 kunnen investeringen langzaam aan direct worden afgeschreven. Naarmate de baten, als gevolg van de jaarlijkse stijging van de heffing groeien, kunnen steeds meer investeringen direct worden afgeboekt. Het bereiken van het ideaalcomplex (dat wil zeggen: het moment vanaf welke alle investeringen direct kunnen worden afgeschreven) wordt bereikt in 2022, wat betekent dat het afstappen van kapitaliseren binnen de planperiode van dit GRP kan worden behaald. In de periode 2017 – 2025 stijgt de rioolheffing jaarlijks met 12 %. Vanaf 2025 is de heffing constant en bedraagt deze € 380,- per eenheid. Dit niveau zal tot 2044 moeten worden gehandhaafd om de grote investeringspiek weg te werken. Vanaf 2047 kan de heffing weer langzaam dalen en dient kostendekkendheid op de lange termijn te worden nagestreefd. Vanaf 2061 zullen er geen kapitaallasten uit het verleden meer zijn. 500

12.000 rioolheffing per eenheid ontwikkeling voorziening

10.000

400

rioolheffing [€]

350

8.000

300 250

6.000

200 4.000

150 100

stand voorziening [1000 €]

450

2.000

50 0

0 2016

2021

2026

2031

2036

2041

2046 jaar

2051

2056

2061

2066

Figuur 6-4: kostendekkingsplan scenario 3: groeien naar ideaalcomplex – maximaal 12 % stijging

43

Bijlage 1

Wet- en regelgeving in de rioleringszorg en het beleid van en afspraken met andere overheden (Relevante punten voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken)

Wet- en regelgeving afvalwater Algemeen Op de lozing van afvalwater zijn verschillende wetten van toepassing. Afhankelijk van de verwijderingswijze van het afvalwater wordt de lozing geregeld door de Wet milieubeheer (Wm), de Waterwet, de Wet bodembescherming (Wbb) of (voor indirecte lozingen) de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de hieraan gerelateerde besluiten en regelingen. Het bevoegd gezag voor de Wm , Wbb en de Wabo zijn gemeenten en provincies (en soms het ministerie van IenM of EZ). Voor de Waterwet is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag voor het hoofdwatersysteem en het hoogheemraadschap voor het regionale watersysteem. Voor grote grondwateronttrekkingen of infiltraties is de provincie het bevoegd gezag. Gemeenten hebben wettelijke zorgplichten ten aanzien van afvalwater. Deze zorg is opgedeeld in drie zorgplichten verdeeld over de Wm en de Waterwet. De afvalwaterregelgeving is geordend naar doelgroepen (industrie en diensten, agrarische bedrijven, huishoudens en overige niet-inrichtingen). In de bouwregelgeving worden regels gesteld aan gebouwen voor de afvoer van afvalwater, met name ten aanzien van huishoudelijk afvalwater en afstromend hemelwater. Her en der zijn ook in andere wetgeving bepalingen opgenomen die van belang zijn voor water in stedelijk gebied.

Ook Europese regelgeving is van belang voor de omgang met afvalwater, maar die regelgeving is in belangrijke mate geïmplementeerd in de nationale wetgeving.

Wet milieubeheer (Wm) Alle lozingen op rioolstelsels of andere gemeentelijke stelsels voor de inzameling en transport van afvalwater zijn geregeld op grond van de Wet milieubeheer (Wm). Bij vergunningplichtige inrichtingen (de meest risicovolle lozingen) regelt de Wabo de vergunningverleningsprocedure. Hieraan gekoppeld heeft de waterbeheerder een adviesrecht. Indien de waterbeheerder aangeeft dat door het verlenen van de vergunning de doelmatige werking van rioolwaterzuiveringsinstallatie zou worden belemmerd of het bereiken van de waterkwaliteitsdoelstellingen in het geding komt, wordt het bevoegd gezag voor de Wm-vergunning verplicht daaraan gevolg te geven. Met betrekking tot de handhaving is in de wetgeving bepaald, dat waterbeheerders toezicht houden op indirecte lozingen. De waterbeheerder kan het bevoegd gezag voor de Wm-vergunning verzoeken om sanctionerend op te treden. Wanneer dit nodig is, omdat als gevolg van het niet naleven van de vergunning de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt belemmerd of grenswaarden worden overschreden, moet het bevoegd gezag voor de Wm-vergunning aan het handhavingsverzoek gevolg geven. Voorkeursvolgorde In het belang van de bescherming van het milieu is in de wet een voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater.

De voorkeursvolgorde geeft de voorkeur aan om: • het ontstaan van afvalwater te voorkomen of te beperken; • verontreiniging van afvalwater te voorkomen of te beperken; 44

•

afvalwaterstromen gescheiden te houden, tenzij het niet-gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; • huishoudelijk afvalwater en daarmee, qua biologische afbreekbaarheid, vergelijkbaar afvalwater in te zamelen en af te voeren naar een rioolwaterzuivering; • afvalwater, anders dan huishoudelijk en daarmee vergelijkbaar afvalwater, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron her te gebruiken; • afvalwater, anders dan huishoudelijk en daarmee vergelijkbaar afvalwater, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, lokaal in het milieu terug te brengen; • afvalwater, anders dan huishoudelijk en daarmee vergelijkbaar afvalwater, in te zamelen en af te voeren naar de RWZI. De voorkeursvolgorde is bedoeld voor de lozer van het afvalwater. Gemeente en provincie gebruiken haar om voorschriften op te stellen aan de lozers. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan(GRP). Formeel is dit niet verplicht. De uiteindelijke afweging over de omgang met afvalwater zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Gevolg hiervan is dat dit kan leiden tot zowel gemengde als gescheiden inzameling en afvoer van afvalwater.

Zorgplicht1 stedelijk afvalwater Gemeenten hebben op grond van de Wm een zorgplicht ten aanzien van de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater2. In de praktijk wordt hier invulling aan gegeven door de aanleg en het beheer van een openbaar vuilwaterriool3. In plaats van aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool kan ook gebruik gemaakt worden van afzonderlijke systemen of andere passende systemen (zoals IBA’s4), als daarmee eenzelfde graad van milieubescherming wordt bereikt. Dat laatste moet blijken uit het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In de Wm is de mogelijkheid van ontheffing van de zorgplicht opgenomen. De provincie is de bevoegde instantie voor het verlenen van deze ontheffing. Van de ontheffingsmogelijkheid wordt met name gebruik gemaakt voor de buiten de bebouwde kom gelegen gebieden (het buitengebied) waar de kosten voor aanleg van riolering aanzienlijk kunnen zijn. Maar ook vanwege specifieke locatieomstandigheden is aansluiting op de riolering in voorkomende gevallen niet mogelijk. In de gebieden waar de gemeente ontheffing heeft gekregen van de zorgplicht moet de lozer zelf zorgen voor de verwijdering van het afvalwater. Bij een lozing op oppervlaktewater is de waterbeheerder bevoegd gezag, bij een lozing op de bodem de gemeente.

Gemeentelijk rioleringsplan Op grond van de Wm is de gemeente verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen voor een daarbij vast te stellen periode. Het GRP geeft op hoofdlijnen weer hoe de gemeente invulling geeft aan de haar toebedeelde zorgtaken voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater, voor de planperiode én de langere termijn. In het GRP is vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rol van de particulier daarbij is. De hoofdlijnen worden jaarlijks verder uitgewerkt in een operationeel plan.

1 Zorgplicht: een wettelijke taak die zo veel mogelijk moet worden nagekomen. De woorden «zoveel mogelijk» duiden erop

dat sprake is van een inspanningsverplichting. Er is geen sprake van een klassiek in rechte afdwingbaar recht. Een zorgplicht geeft tevens aan dat gemeenten bij de uitvoering van hun taak de nodige beleidsvrijheid hebben die aanpak te kiezen die gelet op de lokale omstandigheden doelmatig is. 2 Stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. 3 Openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat in het algemeen loost op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) 4 IBA: individueel systeem voor behandeling van afvalwater

45

Het (GRP) dient opgesteld te worden in samenspraak met de betrokken waterbeheerders. Bij het opstellen van het GRP dient rekening gehouden te worden met het rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid Het GRP moet een overzicht bevatten van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en een aanduiding van de te verwachten vervangingsperioden. Ook moet het GRP inzicht geven in de in de planperiode aan te leggen riolering, de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. Het is op zich niet nodig dat al deze informatie daadwerkelijk in het GRP staat. Van belang is dat deze informatie direct gekoppeld wordt aan het GRP, of dat het GRP daarnaar verwijst. Gemeentelijke verordening voor hemelwater en grondwater De gemeente heeft een verordeningsbevoegdheid voor de omgang met afvloeiend hemelwater en grondwater om daarmee het lozingenbeleid van hemelwater en grondwater in het GRP tot uitvoering te brengen.

De verordeningsbevoegdheid omvat twee onderdelen: • het stellen van voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool, wanneer dat voor de bescherming van het milieu of de doelmatige werking van de riolering nodig is, en • het indien redelijkerwijs mogelijk (op termijn) beëindigen van lozingen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een vuilwaterriool, dit met het doel om afkoppelen van hemel- en grondwater te bevorderen.

Waterwet Lozingen op oppervlaktewater worden op basis van de Waterwet en de lozingenbesluiten geregeld. Planstelsel In de Waterwet is een planstelsel opgenomen bestaande uit waterplannen en waterbeheerplannen. De waterplannen van Rijk en provincies geven het landelijke, respectievelijk het regionale (strategische) waterbeleid weer. De waterbeheerplannen van de waterbeheerders (Rijkswaterstaat en waterschappen) zijn operationeel van aard. De waterplannen op Rijksniveau en op provinciaal niveau zijn ook ruimtelijke plannen (structuurvisies) op basis van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Hiermee wordt bewerkstelligd dat ruimtelijke gevolgen van de wateropgaven in ruimtelijke plannen worden uitgewerkt. De plannen van deze andere overheden kunnen van invloed zijn op het gemeentelijk rioleringsbeleid. Het Nationaal waterplan omvat ook een samenvatting van de in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) opgestelde stroomgebiedbeheerplannen en een samenvatting van het programma van maatregelen, zoals die zijn uitgewerkt in de plannen van provincies, waterschappen en gemeenten. De KRW richt zich op het verder beschermen en verbeteren van het oppervlakte- en grondwater. Daarnaast wordt het duurzaam gebruik van water bevorderd. Bedoeling is om de goede toestand van oppervlakte- en grondwater op 22 december 2015 te bereiken.

Deze datum kan met twee periodes van zes jaar worden verlengd. De uitwerking vindt plaats in een stroomgebiedsgerichte aanpak. Zorgplichten hemel- en grondwater Gemeenten hebben naast de zorgplicht voor stedelijk afvalwater ook de zorgplichten voor hemel- en grondwater in het bebouwde of te bebouwen stedelijke gebied. Deze zorgplichten zijn opgenomen in de Waterwet. Zorgplicht hemelwater

Gemeenten hebben een zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat de perceeleigenaar redelijkerwijs niet zelf kan verwerken. 46

Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de afvoer van hemelwater, bij voorkeur naar oppervlaktewater of in de bodem (infiltratie). Pas indien dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevraagd heeft de gemeente een taak om het afvloeiende hemelwater verder af te voeren vanaf de grens van het particuliere perceel. In het GRP zal door de gemeente duidelijk moeten worden gemaakt welke maatregelen in beginsel van de perceeleigenaar worden verwacht, respectievelijk door de gemeente zelf worden getroffen. De zorgplicht omvat het door de gemeente aanbieden van een voorziening waarin het hemelwater geloosd kan worden. Welke voorziening dit is maakt voor de zorgplicht niet uit, hoewel er een beleidsmatige voorkeur bestaat voor gescheiden rioleren voldoet een gemengd riool ook. Grondwaterzorgplicht

Deze zorgplicht ziet toe op het in openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. De zorgplicht beperkt zich tot het nemen van waterhuishoudkundige maatregelen op en in het openbaar terrein. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de omgang met grondwater. Van de perceeleigenaar wordt verwacht dat hij binnen de grenzen van het redelijke maatregelen treft tegen nadelige gevolgen van grondwaterstanden. Pas indien dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevraagd en afvoer van grondwater noodzakelijk is heeft de gemeente een taak om het grondwater vanaf de grens van het particuliere perceel verder af te voeren. Bouwkundige oplossingen en verzameling van grondwater op particuliere percelen zijn voor rekening van de perceeleigenaren. In het GRP moet opgenomen worden op welke locaties sprake is van structurele grondwateroverlast en wat wordt verstaan onder `structureel’. In het GRP legt de gemeente vast welke maatregelen zij verwacht van de perceeleigenaar. Samenwerking De afvalwaterketen en het watersysteem zijn een integraal systeem.

De taken van de riool- en oppervlaktewaterbeheerder zijn gerelateerd. De Waterwet bevat de wettelijke plicht om taken en bevoegdheden op elkaar af te stemmen. In plaats van voorschriften die zijn opgenomen in vergunningen dient er te worden gestreefd naar afstemming en samenwerking op basis van afspraken.

Wet bodembescherming

Lozingen in of op de bodem worden op grond van de Wbb met lozingenbesluiten gereguleerd. Tevens zal lekkage van riolering naar de bodem voorkomen moeten worden op basis van het algemene zorgartikel in de Wbb.

Afvalwaterakkoord Op grond van de Waterwet stemmen gemeenten en waterschappen alle watertaken af om te komen tot integraal waterbeheer. Inzameling, transport en zuivering van afvalwater behoren in onderlinge samenhang gericht te zijn op een duurzame omgang met afvalwater, waarbij is afgestemd met de watersysteemambities, en dat bij elkaar tegen de laagst maatschappelijke kosten. In het afvalwaterakkoord maken de gemeente en het waterschap gezamenlijk afspraken over de wijze waarop deze doelstelling bereikt wordt.

47

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor wonen, bouwen, ruimte, milieu, monumenten, natuurbescherming, flora en fauna. Directe lozingen op oppervlaktewater vallen onder het vergunningenstelsel van de Waterwet. De watervergunning en de omgevingsvergunning zijn niet geïntegreerd. Beide vergunningen kunnen bij wel bij één loket, zijnde de gemeente als poort tot de overheid, worden aangevraagd.

Lozingenbesluiten

De lozingenbesluiten zijn geordend naar de doelgroep en niet naar het compartiment waar de lozing plaatsvindt. Omdat elk van de besluiten regels stelt aan de verschillende lozingsroutes (riolering, bodem en oppervlaktewater), is ieder besluit ‘opgehangen' aan de verschillende beheerwetten: de Wet milieubeheer (Wm), de Waterwet, de Wet bodembescherming (Wbb) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit regelt in principe alle lozingen vanuit inrichtingen, ook bij IPPC (gpbv)inrichtingen5. Het besluit maakt een onderscheid in Wm/Wabo-vergunningplichtige inrichtingen en inrichtingen waarvoor de vergunningplicht is opgeheven. Bij vergunningplichtige inrichtingen staat een deel van de voorschriften in de vergunning en voor een deel in het Activiteitenbesluit. Bij de overige inrichtingen staan alle voorschriften in het Activiteitenbesluit. Soms kan nog wel een watervergunning aan de orde zijn. Besluit lozing afvalwater huishoudens Het Besluit lozing afvalwater huishoudens regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn, zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied. Bij huishoudens gaat het om al het afvalwater dat binnen een woning vrijkomt, zoals huishoudelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

Over het algemeen zullen lozingen vanuit particuliere huishoudens voldoen aan de algemene regels van het besluit. Het besluit biedt de mogelijkheid om in gevallen waarin dat voor de bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater of de bodem noodzakelijk is bij maatwerkvoorschift voorwaarden aan de lozing te stellen. Het besluit stelt dat huishoudelijk afvalwater niet op of in de bodem of op het oppervlaktewater mag worden geloosd als er binnen 40 meter een openbaar vuilwaterriool of ander zuiveringstechnisch werk ligt en aansluiting hierop mogelijk is. In het geval dat er wel geloosd kan worden op of in de bodem of op het oppervlaktewater, moet het afvalwater door een zuiveringsvoorziening (IBA) worden geleid. Het te lozen afvalwater mag de doelmatige werking van het riool of andere voorzieningen voor het beheer van afvalwater niet belemmeren. Besluit lozingen buiten inrichtingen Het Besluit lozing afvalwater buiten inrichtingen regelt alle lozingen die niet vanuit een inrichting of een particulier huishouden plaatsvinden. Dit besluit bevat algemene regels over lozingen vanuit hemelwateruitlaten en overstorten. De lozingen zijn toegestaan, indien de voorzieningen voorkomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10898147/1