CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen openbare raadsvergadering van 25 september 2025

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente EmmenBij agendapunt: Notulen openbare raadsvergadering van 25 september 202530.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze resultaten worden met u als raad besproken wanneer deze allemaal bekend zijn. Op basis hiervan kunt u als raad keuzes maken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter; Dank u wel. Dat was de beantwoording in eerste termijn door het college. Ik kijk even rond. Wie wil in tweede termijn nog het woord voeren? Dat is niet het geval. Besluitvorming De voorzitter: Dan kunnen we overgaan tot de besluitvorming. Ik zal u zometeen eerst vragen om een stemverklaring, dan brengen we het amendement in stemming en dan het gehele besluit. Ik kijk even rond. Wie heeft er behoefte aan een stemverklaring? Dat is in ieder geval de heer Meijer. Meneer Meijer. De heer Meijer (VVD): Ja, zoals gemeld hebben wij inderdaad ook wel behoefte aan een hogere ambitie. Dus wij stemmen nu wel mee met het amendement. Alleen, eigenlijk lag onze ambitie nog een stapje hoger. De voorzitter: Dank u wel. Dan brengen we eerst het amendement in stemming. De stemming is geopend ten aanzien van het amendement ‘Beleidsnota onderhoud wegen en paden’, ingediend door de ChristenUnie en nog een aantal partijen. (…) De stemming is gesloten. Het amendement is unaniem aangenomen met 34 stemmen voor en nul stemmen tegen.

16

Dan komen we bij het gehele geamendeerde besluit. De stemming is geopend. (…). De stemming is gesloten. Voor hebben gestemd de fracties van Wakker Emmen, de Partij van de Arbeid, het CDA, de VVD, de SP, de ChristenUnie, D66, GroenLinks en 50PLUS. Tegen heeft gestemd de fractie van Hart voor Emmen. Daarmee is het geamendeerde besluit aangenomen met 33 stemmen voor en 1 stem tegen. B4.

RKE-rapport DoeMee-onderzoek Energiebesparingsplicht ‘Weinig (toe)zicht op energiebesparing’

Eerste termijn De heer A. de Vries (PvdA): Voorzitter, allereerst onze dank aan de Rekenkamer Emmen voor het lijvige rapport dat nu voor ons ligt. Een rapport dat ons meegeeft dat er nog veel werk is te verzetten. Onze Rekenkamer onderzocht, als onderdeel van een groter onderzoek, DoeMee 2024 – hoe we het in Emmen geregeld hebben. En daaruit blijkt dat we in Emmen niet zo afwijken van de rest. In het algemeen genomen scoren alle onderzochte gemeenten nogal matig. In 23 bevindingen, twaalf conclusies en drie aanbevelingen wordt toch wel duidelijk dat er nog een hele wereld te winnen is. Het is van belang dat wij als raad meer duidelijkheid krijgen over de wijze waarop de doelstellingen rondom energiebesparing bij bedrijven en instellingen in Emmen worden gerealiseerd. En daarbij komt dat het college van B&W tijdens de behandeling in de commissie heeft aangegeven, de aanbevelingen in de huidige vorm niet te kunnen uitvoeren. Dat vraagt om een concretere uitwerking, voorzitter. Hierbij willen wij graag inzicht in meetbare doelstellingen, personeelsinzet en financiën inzake het energietoezicht en de besparingen bij bedrijven en instellingen in Emmen. De Partij van de Arbeid wil nadrukkelijk de voortgang en resultaten van de inzet van de Omgevingsdienst Drenthe, de ODD, op het gebied van energiebesparing bij de bedrijven en instellingen kunnen volgen.

Het is daarom van belang dat een plan van aanpak wordt opgesteld en dat duidelijkheid verschaft wordt over de uitvoering en controle, met name bij de categorieën bedrijven die in de uitvoering in de Handhavingsstrategie zijn opgenomen. En daarmee krijgen ook wij als raad de mogelijkheid om op structurele wijze de vinger aan de pols te houden en de resultaten te toetsen. Voorzitter, u refereerde al even aan de discussie in de commissie en wij hebben besloten daartoe een amendement in te dienen. In het amendement stellen wij het volgende voor: Amendement: ‘Versterking raadstoezicht op energiebesparing’ (ingediend door de fracties van de Partij van de Arbeid en Wakker Emmen) ‘De gemeenteraad van de gemeente Emmen in vergadering bijeen op 25 september 2025, bij de behandeling van agendapunt B4 ‘RKE-rapport DoeMee-onderzoek Energiebesparingsplicht ‘Weinig (toe)zicht op energiebesparing’ Wij stellen voor om het voorgestelde besluit aan te passen: Besluit: Het voorgestelde raadsbesluit te vervangen door: De navolgende aanbevelingen vast te stellen: 1. Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken om de Omgevingsdienst Drenthe (ODD) de opdracht te geven, een plan van aanpak (PvA) op te stellen inzake de vastgestelde doelstellingen inzake energiebesparingen. 2.

Het Plan van Aanpak inzicht te laten geven op de controle van de, in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie opgenomen categorieën van bedrijven Groot (G) en Zeer Groot (Z). 3. Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken om het Plan van Aanpak uiterlijk 1 september 2026 aan de raad aan te bieden. 4. De Rekenkamer Emmen te verzoeken om uiterlijk in september 2028 de uitvoering en resultaten van het Plan van Aanpak te toetsen op meetbare resultaten en de rapportage aan te bieden aan de gemeenteraad.

17

Toelichting De indiener(s) constateert/constateren, mede op basis van de commissiebehandeling op 11 september 2025, dat de verzoeken in het oorspronkelijke raadsvoorstel van Rekenkamer onvoldoende houvast bieden om het raadstoezicht op energiebesparing bij bedrijven en instellingen in de gemeente op een goede manier te kunnen uitvoeren. Het is van belang dat de raad meer duidelijkheid krijgt over de wijze waarop de doelstellingen rondom energiebesparing bij bedrijven en instellingen in Emmen worden gerealiseerd. Daarbij komt dat het college van burgemeester en wethouders heeft aangegeven, de aanbevelingen in de huidige vorm niet te kunnen uitvoeren. Dit vraagt om een concretere uitwerking, waarbij inzicht wordt geboden in meetbare doelstellingen, de inzat van personeel en de financiën inzake het energietoezicht en energiebesparingen bij bedrijven en instellingen in Emmen. De gemeenteraad wil nadrukkelijk de voortgang en resultaten van de inzet van de Omgevingsdienst Drenthe (ODD) op het gebied van energiebesparing bij bedrijven en instellingen in Emmen kunnen volgen. Het is daarom van belang dat er een Plan van Aanpak wordt opgesteld dat duidelijkheid verschaft over de uitvoering en controle, met name bij de categorieën bedrijven die in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie zijn opgenomen.

Daarmee krijgt de raad de mogelijkheid om op structurele wijze de vinger aan de pols te houden en de resultaten te toetsen. De heer Koops (D66): Ja, nog voor de volledigheid, want ik herken in uw amendement de discussie die wij in de commissie hebben gehad. En ik vind het ook fijn dat de Partij van de Arbeid die handschoen ook heeft opgepakt. Toch even de check. Hebt u hierover ook contact gezocht met de Rekenkamer zelf? De heer A. de Vries (PvdA): Laat ik het zo zeggen: de inhoud van ons amendement is bekend bij de Rekenkamer. En zij hebben me niet boos opgebeld. De voorzitter: Mooi geformuleerd. Ja. Zo formuleer ik het thuis ook weleens. Anderen nog? Niet? Dank u wel. Dan gaan naar de fractie van Wakker. Ik dacht dat de heer Bos de woordvoerder was. De heer H.A. Bos (Wakker Emmen): De rapportage van de Rekenkamercommissie Emmen. De commissievergadering Bestuur, Middelen & Economie heeft de conclusie gegeven dat het college geen uitvoering kan geven op de aanbevelingen van de Rekenkamer. Begrijpelijk, gelet op de beantwoording van de wethouder. Maar Wakker Emmen wil wel verder met de aanbevelingen. Er moet meer duidelijkheid komen voor de gemeenteraad met betrekking tot inzet en resultaten van de ODD op dit specifieke onderwerp. Want we moeten meer structureel toezicht kunnen uitvoeren. De wethouder heeft het laatste ook toegegeven. Zijn woorden waren: “Het moet beter.

We lopen in het midden van de landelijke resultaten, maar het moet beter.” En het is precies het laatste wat Wakker Emmen wil: het moet beter. Daarom blijft Wakker Emmen dan ook in de lijn van de aanbevelingen, maar tekstueel moeten deze worden aangepast. Daarmee waren we mede-indiener van het amendement van de Partij van de Arbeid. De heer Kasteleijn (50PLUS): Het rapport van de Rekenkamer over de energiebesparingsplicht van 2020 laat een zorgelijk beeld zien. Al jaren geldt in Nederland de regel dat bedrijven die meer dan 50.000 kilowattuur stroom of 25.000 kubieke meter gas verbruiken, verplicht zijn om energiebesparende maatregelen te nemen, die ze binnen vijf jaar terugverdienen. In theorie klinkt dat eenvoudig en effectief. In de praktijk blijkt er echter weinig zicht en toezicht te zijn. Landelijk gaat het om ongeveer 90.000 bedrijven. Om elk bedrijf eens in de vier jaar te controleren, zouden jaarlijks meer dan 22.000 controles nodig zijn. In 2023 waren het er nét iets meer dan 9.000. Dat betekent dat de meerderheid van de bedrijven niet of nauwelijks in beeld is en slechts een klein deel de regels volledig naleeft.

18

Daarmee gaat veel kostbare energie, en ook geld, verloren. Ook op lokaal niveau, zoals hier in Emmen, zien we dezelfde problemen terug. De gemeente geeft de regionale uitvoeringsdienst wel de opdracht om toezicht te houden, maar die opdracht is niet concreet. Er wordt geen duidelijk budget gereserveerd, er worden geen meetbare doelen vastgesteld en de gemeenteraad krijgt nauwelijks terugkoppeling over wat er bereikt wordt. Daardoor ontbreekt het overzicht en kan de raad ook niet goed sturen. Wat moet er veranderen? Allereerst dat de opdracht aan de uitvoerende dienst helder wordt gemaakt en dat is wat ons betreft ook in dit amendement van de PvdA zeer goed verwoord. Met concrete aantallen controles en duidelijke afspraken over welke bedrijven voorrang krijgen. Bedrijven met het grootste energieverbruik horen als eerste gecontroleerd te worden. Want daar valt de meeste winst te halen. Ten tweede moet de raad jaarlijks inzicht krijgen in de resultaten, zodat we kunnen zien hoeveel energie werkelijk is bespaard. En ten derde moet er een balans komen tussen ondersteuning en handhaving. De ondernemers die willen investeren, verdienen begeleiding. Maar wie stelstelmatig weigert, moet ook aangesproken kunnen worden. Voorzitter, energiebesparing is de goedkoopste en snelste manier om onze klimaatdoelen dichterbij te brengen.

Het zou zonde zijn als we dat laten liggen, omdat we geen goed inzicht hebben en houden op de uitvoering van onze eigen regels. Wij zijn dus voor dit amendement. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Dit rapport laat pijnlijk duidelijk zien dat de gemeente geen grip heeft op de uitvoering en de resultaten van de energiebesparingsplicht. We weten niet wat er gebeurt en we weten niet wat het oplevert en we kunnen er ook niet op sturen. Ondertussen schuiven we de verplichtingen door naar onze ondernemers. Ondernemers die nu al het gevoel hebben, te verdrinken in regels en verplichtingen. En dan de vraag: wat gebeurt er als een ondernemer simpelweg geen geld heeft om te investeren? Krijgt hij dan een boete? Dat kan volgens ons niet de bedoeling zijn. Voorzitter, een ondernemer die ziet dat hij kan besparen, zal dat doen. Daar is geen overheidsbemoeienis voor nodig en daarom zullen wij tegen dit voorstel stemmen. Tot zover. De heer A. de Vries (PvdA): Ja, voorzitter, ik moet een kleine omissie rechtzetten – of wel een grote eigenlijk. Maar het amendement dienen wij uiteraard samen met de fractie van Wakker Emmen in. Dus ik hoop dat dit hiermee weer is rechtgezet. De voorzitter: Ja, dat overtuigt de heer De Jong nog niet, begrijp ik. Nee, ik dacht even een doorslaggevend argument te hebben gegeven. Goed geprobeerd. Maar de naam Wakker Emmen staat er keurig bij. De VVD, ten slotte.

Aan u het woord, meneer De Jonge. De heer De Jonge (VVD): De VVD-fractie in Emmen is van mening dat de landelijke regelgeving inzake de energiebesparingsplicht in deze toch al lastige tijd voor bedrijven een extra regeldruk voor bedrijven geeft die waarschijnlijk heel weinig oplevert. Als een bedrijf voordeel ziet in een energiebesparende investering, zal het deze ook doen zonder een dergelijke plicht. De VVD-fractie pleit er derhalve voor om geen aanvullende handhavingsinspanning – lees: inzet van middelen door de gemeente – op dit punt te doen boven hetgeen door het Rijk reeds is gesubsidieerd aan de Omgevingsdienst Drenthe. Wat de VVD betreft hoeft het college de aanbevelingen van onze Rekenkamer in dezen dan ook niet op te volgen. Dan als laatste over het amendement: daar heb ik toch nog een opmerking over – alhoewel u weet dat ik het waarschijnlijk niet zal steunen. Puntje 4 gaat over de Rekenkamer. En daarin wordt eigenlijk ertoe opgedragen dat de Rekenkamer wederom een onderzoek hiernaar gaat doen. Maar goed. als we kijken naar alle onderwerpen die de Rekenkamer al heeft – de Rekenkamer is niet zo groot, het is eigenlijk een schaars middel – vind ik het toch wel jammer als we deze capaciteit, die we al bijna niet meer beschikbaar hebben, wederom voor dit onderwerp gaan inzetten, terwijl wij heel veel onderwerpen hebben liggen bij de Rekenkamer.

Dus dat zou ik de andere fracties nog in overweging willen geven om dat uit dit amendement te schrappen. Tot zover.

19

De heer A. de Vries (PvdA): In de originele aanbevelingen van de Rekenkamer zelf stond dit ook, dat er een nieuw onderzoek plaats zou vinden. Ze hebben het zelf ook aangedragen. De heer De Jonge (VVD): Dat mogen ze zelf inderdaad aandragen, maar wij kunnen ook iets anders vinden. Reactie college De heer J. Bos (wethouder): Ik denk dat ik in mijn beantwoording vrij kort kan zijn. Wij hebben in de commissie hier uitgebreid over gesproken. Toen heb ik ook al aangegeven dat we de conclusies van de Rekenkamer onderschrijven. De aanbevelingen zullen iets anders – behoorlijk anders opgeschreven moeten worden om daar een goede invulling aan te geven. Het amendement biedt daar een goede voorzet voor. Dus vanuit het college kunnen we zeggen: als u dit amendement met elkaar aanneemt, dan kunnen wij daar goed mee uit de voeten. Het is voor ons concreet wat we moeten doen. Het is helder en het is ook werkbaar – ook dat is een belangrijk punt. En even als reactie op wat de VVD inbracht: er gaat geen extra geld in. Het gaat om de huidige inzet en hoe we die goed kunnen monitoren en die gericht in kunnen zetten op datgene wat nodig is. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Besluitvorming De voorzitter: Dan gaan we het weer als volgt doen.

We gaan vragen of er een stemverklaring nodig is, dan het amendement en dan voor de volledigheid ook nog even het hele raadsbesluit. Akkoord? Wie heeft behoefte aan een stemverklaring op dit punt? Niemand. Dan brengen we het amendement in stemming, ‘Versterking raadstoezicht op energiebesparing’. Het amendement staat op het scherm geprojecteerd. De stemming is geopend. (…) De stemming is gesloten. Voor het amendement hebben gestemd de fracties van Wakker Emmen, de Partij van de Arbeid, het CDA, de SP, de PVV, de ChristenUnie, D66, GroenLinks en 50PLUS. Tegen hebben gestemd de fracties van Hart voor Emmen en 50PLUS. Dan is het amendement aangenomen met 30 stemmen voor en 4 stemmen tegen. En dan brengen we voor de volledigheid nog even het hele besluit in stemming. Het geamendeerde besluit zelfs, ja. Correct. De stemming is geopend. (…) De stemming is gesloten. Voor het geamendeerde besluit hebben gestemd de fracties van Wakker Emmen, de Partij van de Arbeid, het CDA, de SP, de PVV, de ChristenUnie, D66, GroenLinks en 50PLUS. Tegen hebben gestemd de fracties van Hart voor Emmen en 50PLUS. Dan is het geamendeerde besluit aangenomen met 30 stemmen voor en 4 stemmen tegen. Daarmee hebben we dit agendapunt afgerond. Dan even voor het vervolg van de vergadering: dat zal onder leiding gaan, in ieder geval voor de behandeling van de drie moties van vicevoorzitter de heer Bos.

En ik schors de vergadering even voor vijf minuten. Dan kan er even een changement plaatsvinden. De vergadering is geschorst. [Schorsing] De wnd. voorzitter: Ik heropen de raadsvergadering. B4a.

Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Cameratoezicht in Angelslo, Emmerhout en het centrum van Emmen’ (Hart voor Emmen)

De wnd. voorzitter: We zijn gekomen bij agendapunt B4.a., ‘Motie vreemd ‘Cameratoezicht in Angelslo, Emmerhout en het centrum van Emmen’. Ik wil Hart voor Emmen, de heer De Jong, verzoeken om naar voren te komen om de eerste termijn te beginnen en voor de indiening van de motie. Eerste termijn

20

De heer De Jong (Hart voor Emmen): Bijna iedereen heeft de beelden inmiddels gezien van de mishandeling anderhalve week geleden in het centrum van Emmen. Het heeft veel inwoners geschokt en opnieuw duidelijk gemaakt dat incidenten als deze leiden tot een groeiend gevoel van onveiligheid. Steeds meer inwoners blijven ’s avonds thuis, omdat zij zich niet veilig voelen in hun eigen wijk of centrum. En voorzitter, in Angelslo, Emmerhout en het centrum ervaren bewoners en ondernemers al langere tijd een groot gevoel van onveiligheid. Mishandelingen, een schietpartij en andere incidenten zorgen ervoor dat voor velen de maat nu echt vol is. Daarom pleiten wij voor extra cameratoezicht, voorzitter. Cameratoezicht is geen wondermiddel, maar kan wel degelijk verschil maken. Het vergroot het veiligheidsgevoel bij bewoners en bezoekers, het ondersteunt de opsporing en bewijsvoering bij strafbare feiten en het werkt preventief omdat potentiële daders weten dat ze vastgelegd worden. Juist op plekken waar problemen het grootst zijn, de zogenaamde ‘hotspots’, kan cameratoezicht een waardevolle aanvulling zijn op politie en handhaving.

En voorzitter, leggen wij de volgende motie voor, ‘Cameratoezicht in Angelslo, Emmerhout en het centrum van Emmen’, mede ingediend door de VVD, met daarin de volgende opdracht aan het college: Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Cameratoezicht in Angelslo, Emmerhout en het centrum van Emmen’ (ingediend door de fracties van Hart voor Emmen en de VVD) ‘De raad van de gemeente Emmen, in vergadering bijeen op 25 september 2025, Bij de behandeling van agendapunt B4a, Constaterende dat • in de wijken Angelslo en Emmerhout de afgelopen periode meerdere ernstige incidenten, waaronder mishandelingen en een schietpartij, hebben plaatsgevonden; • ook in het centrum van Emmen regelmatig sprake is van incidenten en overlast die bijdragen aan een gevoel van onveiligheid; • uit reacties van bewoners en berichten op social media blijkt dat er een groot gevoel van onveiligheid leeft in deze gebieden; • de burgemeester en het college reeds hebben aangegeven dat politie en handhaving tijdelijk zichtbaarder aanwezig zullen zijn, maar dat dit vooralsnog slechts een tijdelijke maatregel betreft; Overwegende dat • een zichtbaar gevoel van onveiligheid vraagt om zichtbare en effectieve maatregelen; • cameratoezicht in andere gemeenten heeft bijgedragen aan zowel de objectieve veiligheid (opsporing en bewijsvoering) als de subjectieve veiligheid (het veiligheidsgevoel van bewoners en bezoekers); •

het van belang is, toezichtmiddelen te concentreren op zogeheten hotspots, locaties waar overlast en incidenten zich daadwerkelijk voordoen; Draagt het college van burgemeester en wethouders op om • te onderzoeken op welke nader te bepalen hotspots in de wijken Angelslo, Emmerhout én het centrum van Emmen cameratoezicht kan worden ingezet; • dit onderzoek in overleg met politie, handhaving, wijk- en centrumorganisaties en ondernemers uit te voeren, zodat draagvlak en effectiviteit worden geborgd; • daarbij een plan van aanpak met kostenraming en tijdspad te betrekken; • de raad hierover uiterlijk eind 2025 te informeren; En gaat over tot de orde van de dag.’ De heer De Jong (Hart voor Emmen): Voorzitter, met deze motie willen wij samen een duidelijke stap zetten en laten zien dat onveilig gedrag niet wordt getolereerd en dat inwoners zich weer veilig moeten voelen in hun eigen woonomgeving. Tot zover. De heer A. de Vries (PvdA): U noemt specifiek hotspots op bepaalde plekken en wijken. We zijn wel benieuwd of u als fractie van Hart voor Emmen ook bereid bent om te kijken naar andere plekken en dan puur op basis van de statistiek. Waar dit middel nu hoofdzakelijk om in te zetten? Want dat kan

21

ook op andere plekken zijn dan de wijken en plekken die u noemt. Misschien zelfs in de dorpen of wat dan ook. Dus daar waren we wel benieuwd naar. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Nou, allereerst dank u wel, meneer De Vries, voor deze verduidelijkende vraag. Natuurlijk zijn wij bereid om die hotspots uit te breiden. Mocht op basis van de statistiek het zo zijn dat er op andere locaties ook noodzaak is voor extra cameratoezicht, dan zullen wij daar ook voor zijn. Dus: ja. De heer Wittendorp (CDA): Ja, voorzitter, vorige week hebben wij een raadsinformatiebijeenkomst gehad over het Veiligheidsplan. En toen hebben wij het ook over camera’s gehad. Na afloop van de Uitmarkt was er een incident en toen is aangegeven door het college dat daar ook extra camera’s worden geplaatst. Is daarmee uw motie ook overbodig? De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ook dank u wel voor deze vraag. Of de motie overbodig is? Nee, dat zou ik op die manier niet stellen. Er is inderdaad tijdens die informatieavond aangegeven dat er een mogelijkheid bestaat tot het uitbreiden met extra camera’s. Dat is natuurlijk vanuit de bestuurlijke lijn. De motie die wij hier nu indienen, geeft daarmee extra politieke opdruk, dat wij als politiek aangeven: best college, zet daar nu op in. Dus: nee. De wnd. voorzitter: Dan de heer Koops, D66. Nee? Prima.

Dan wil ik even in afwijking toch de burgemeester even heel kort uitleg vragen over die informatieavond die er is geweest. Want niet iedereen is daarbij geweest en daarna wou ik verder met de eerste termijn. Dus burgemeester, even heel kort. Toelichting college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Procedureel sluit ik me inderdaad even aan bij de vraag van de heer Wittendorp. Kijk, of de motie overbodig is, daar ga ik niet over. Maar hij is hoogstens wat dubbelop. Want ik heb inderdaad aangegeven bij die informatieavond over het Veiligheidsplan dat wij bezig zijn met dit verhaal over nog wel een aantal aanvullende maatregelen. In die zin gaat de burgemeester respectievelijk het college volledig mee met de strekking van deze motie. Eerste termijn (vervolg) De heer De Jonge (VVD): Ik verbaas me er toch een beetje over dat er net toch wat door de burgemeester wordt gezegd, terwijl we daar volgens mij procedureel wat anders daarmee omgaan. Maar goed, dat terzijde. Hart voor Emmen heeft het op zich al keurig verwoord. Wij maken ons al enige tijd ernstige zorgen. Ik heb twee weken geleden ook al bij de commissie BM&E reeds vragen gesteld naar aanleiding van de gebeurtenissen die er toen waren geweest. En helaas, het weekend erna kwam de grote vechtpartij die eigenlijk door heel Nederland is gezien via de filmpjes.

Maar wat schetst mijn verbazing? Wat ik heb gehoord van bronnen, is dat er die avond minstens twaalf vechtpartijen waren. En dan kunnen we er wel eentje uitlichten, maar dit is eigenlijk geen incident meer, dit lijkt wel structureel. Vandaar ook dat wij eigenlijk deze motie zien als een oproep dat er iets moet gebeuren. De burgemeester heeft inderdaad bij de informatieavond iets gezegd, maar dat was na alle gebeurtenissen. De motie was klaargemaakt, was al verstuurd. Dus ja, vandaar ook dat we hem wel gewoon op deze manier indienen en dat we dit ook als het ware als signaal willen afgeven. Want wat ik al zei: de maat is eigenlijk wel vol. Ik was niet bij die avond aanwezig, maar ik weet wel dat de heer Dekker iets heeft geroepen over slimme camera’s. We hebben dat niet in de motie staan, maar ik denk dat dat wel een heel goede aanvulling is. Want de slimme camera’s gaan mensen al volgen en daarmee voorkom je natuurlijk al dat er mogelijk incidenten gaan gebeuren. Nou, als we daar dan een stapje op verdergaan: als we dat dan gaan inrichten, dan hebben we daar een mooie locatie voor, namelijk het stationsgebied. Dan hebben we daar ook direct een 24-uurspost.

22

De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Afgelopen zomer is onze gemeente helaas opgeschrikt door meerdere ernstige geweldsincidenten. Zo vond er mishandeling plaats in Angelslo en was er sprake van een groepsmishandeling in het centrum van Emmen. Voorzitter, dit zijn gebeurtenissen die wij bij Wakker Emmen zouden willen omschrijven als on-Emmense toestanden. Situaties die niet passen bij het karakter van onze gemeente en waar wij als samenleving geen genoegen mee kunnen nemen. De fractie van Wakker Emmen dient naar aanleiding hiervan een motie in, waarin het college wordt verzocht te onderzoeken op welke nader te bepalen hotspots in Angelslo, Emmerhout en het centrum cameratoezicht kan worden ingezet. Wakker Emmen kan zich goed vinden in deze motie: wij herkennen de signalen van inwoners die een groeiend gevoel van onveiligheid ervaren. En laat ik daar duidelijk over zijn: het gaat niet alleen om een subjectief gevoel, de ernst van deze incidenten zijn van een niveau dat wij hier in Emmen niet eerder hebben gezien – ik in ieder geval niet. Dat maakt het des te urgenter om hier als gemeentebestuur verantwoordelijkheid in te nemen. Het inzetten van camera’s op strategische hotspots kan volgens ons bijdragen aan het vergroten van de veiligheid en het veiligheidsgevoel.

Bij grotere incidenten kunnen camera’s helpen om sneller op te treden en daarnaast helpen ze bij het opsporen van verdachten, zoals ook al is aangegeven. Tot slot kunnen camera’s ook inderdaad een preventieve werking hebben. Tegelijkertijd vinden wij het verstandig dat in de motie nadrukkelijk gevraagd wordt om zorgvuldig onderzoek te doen voor het creëren van draagvlak bij inwoners en ondernemers. Camera’s zijn natuurlijk geen doel op zich, maar ze kunnen wel een belangrijk middel zijn in een bredere aanpak. Voorzitter, wie namelijk een veilige samenleving wil behouden, moet bereid zijn om de nodige stappen te zetten. Cameratoezicht alleen zal het probleem inderdaad niet oplossen, maar kan wel onderdeel zijn van een pakket aan maatregelen. Daarom zullen wij als Wakker Emmen straks ook nog met een aanvullende motie komen om nog een stap verder te gaan. Ja, voorzitter, ik had hier onderaan op mijn spreektekst een deel rood gemaakt, afhankelijk van de reacties en dat gaat even over de opmerkingen die de burgemeester net gemaakt heeft. Want in de informatiebijeenkomst werd aangegeven dat het uitbreiden van camera’s wel kon. Maar de motie was toen al bekend.

En ja, ik vind als het gaat om waar nou precies de verantwoording ligt en als een politieke partij een motie indient, het dan wel past om eerst de raadsdiscussie daarover af te wachten en niet dan al gelijk allerlei dingen te zeggen voordat die politieke discussie in de raad heeft plaatsgevonden. Dus dan wou ik dan toch nog even opmerken. Tot zover. De heer A. de Vries (PvdA): Veiligheid: een belangrijk thema en heel actueel ook – misschien helaas zelfs wel. Onlangs stelden wij, net zoals de VVD, ook vragen over een aantal incidenten dat plaatsgevonden had. En het weekend daarop, nadat wij de vragen hadden gesteld, vond er inderdaad opnieuw een ernstig incident plaats en die, zoals de heer De Jonge zei, misschien zelfs wel meer schokkende beelden opleverden, die we allemaal hebben gezien. En daar word je gewoon misselijk van. De burgemeester heeft naar aanleiding daarvan ook tijdens die informatiebijeenkomst die al gepland stond– het kwam al even een paar keer aan de orde – al een aantal dingen aangegeven over het cameratoezicht en zijn gedachten daarover gedeeld. Wat ons betreft, voorzitter, kan cameratoezicht zeker een positieve bijdrage leveren aan het veiligheidsgevoel van onze inwoners. In de preventie en opsporing van strafbare feiten kan het een behulpzaam middel zijn.

De Partij van de Arbeid wil wel aandacht vragen voor de bescherming van onze privacy: die moet te allen tijde gewaarborgd zijn en ook via de daarvoor geldende regels en bepalingen gewaarborgd zijn. Ik hoorde net al iets voorbijkomen: slimme camera’s, misschien wel AI, gezichtsherkenning – nou, noem het allemaal maar op. Laten we ook vooral voorzichtig en de privacy waarborgen van onze burgers. We zijn trouwens ook wel benieuwd, voorzitter. Volgens had de burgemeester ook nog iets gezegd over live toezicht, zodat je ook meteen kunt ingrijpen in plaats van achteraf of in de opsporing. Dus misschien kan de burgemeester daar straks ook nog iets over zeggen. Ja, dan had ik nog wel wat vragen aan Hart voor Emmen, maar die zijn allemaal al gesteld. Dus bij dezen. De heer Wittendorp (CDA): Wij hebben vandaag drie moties vreemd aan de orde en die hebben eigenlijk één onderliggend thema. En dat onderliggende thema is veiligheid. Maar die moties hebben

23

volgens ons nog iets anders gemeenschappelijk en dat is dat zij eigenlijk alle drie doen aan symptoombestrijding. En symptoombestrijding – ik heb het even opgezocht – is: ‘behandeling van klachten zonder de onderliggende oorzaak van de klachten weg te nemen’. Ja, dat vinden wij toch eigenlijk wel heel belangrijk, dat je daar ook eerst wat aan gaat doen. Hoewel het CBS aangeeft dat de geweldscriminaliteit al jaren daalt, wil ik het toch wel hebben over de verhuftering en verharding van de samenleving. Oftewel het toenemen van ongepolijst gedrag, zoals schelden, beledigen en kwetsen. We zien gewoon meer agressie, meer rotzooi en misschien ook wel minder omgangsvormen. En het is ook meer individualisme en meer ‘ieder voor zich’. Want dat is volgens het CDA het onderliggende probleem. Dat is niet wat het CDA vindt waar we naartoe zouden moeten. Het CDA kiest voor de samenleving, want wij zeggen altijd: zonder het ‘wij’ van de samenleving kan de ‘ik’ niet bestaan. Wij kiezen voor verbinding, want we moeten werken aan een fatsoenlijke samenleving. Wij weten ook wel dat dat niet iets is wat we vandaag of morgen gerealiseerd hebben, want terwijl we daaraan werken, moeten we er wel voor zorgen dat iedereen veilig op straat kan. Dat geldt voor uitgaanspubliek en dat geldt natuurlijk ook voor boa’s. Dat geldt voor iedereen, want iedereen moet beschermd worden.

En bescherming is datgene wat deze drie moties eigenlijk gemeenschappelijk hebben. Dat moet gebeuren zolang we niet fatsoenlijk met elkaar omgaan. Dan even inhoudelijk op het cameratoezicht. Alles wat bijdraagt aan objectieve en subjectieve veiligheid, juichen wij alleen maar toe natuurlijk. Wij vragen ons wel af in hoeverre je alle ‘hotspots’, zoals die net genoemd werden, afgedekt krijgt. Wij zitten niet te wachten op een soort Flitsmeister, dat iedereen weet waar de camera’s staan. Maar toch zouden wij graag willen dat het college daar iets over zegt. Het algemene verhaal mag ik zometeen nog een keer doen, want ik heb zometeen nog twee keer een eerste termijn. Maar nee, dat zal ik niet doen. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): In de basis snappen en onderschrijven wij het verzoek in de motie. Maar wij als GroenLinks zouden toch wel liever inzetten op preventie. Je kunt cameratoezicht hebben, maar uiteindelijk voelen mensen zich toch veiliger als er andere inwoners zijn. Met camera’s alleen kom je er niet. Verder heeft GroenLinks toch wel grote moeite met het stukje bij de overwegingen over de sociale media en de berichten die daarin staan. Want voor ons zijn berichten op sociale media geen gronden om besluiten te nemen. De heer De Jong benoemde al zelf dat camera’s geen wondermiddel zijn en dat zijn ze ook zeker niet.

Wellicht kan het een bijdrage leveren, maar nogmaals, voorzitter: GroenLinks zou nog veel meer willen inzetten op het voorliggende veld, samen met de maatschappelijke organisaties, om te kijken naar de preventie van alle incidenten die er zijn en te komen tot een samenleving waarin iedereen zich veilig voelt. De heer De Jonge (VVD): Ja, ik hoor GroenLinks over preventie praten. Volgens mij gebeurt er al heel veel preventie. Maar hebt u nog andere mogelijkheden van preventie? Want preventie is een heel breed begrip en ik zou graag wel wat maatregelen daarin horen van u als voorbeelden. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Nou, je hebt preventie zoals het in Angelslo ook al gaande is via de Angelslo Academy, met de jongerenwerkers die in het verleden zijn wegbezuinigd en die nu weer meer naar voren komen. En daarvan is ook in het verleden gebleken dat zij een heel waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het in ieder geval ondervangen van jongeren die dreigen te ontsporen en die mogelijk ergens problemen kunnen veroorzaken. Dus ik denk dat er op dat vlak nog heel veel te winnen valt, om te zorgen dat dit voorkomen gaat worden.

De heer De Jong (Hart voor Emmen): Is mevrouw Van der Woude het met mij eens dat het niet ‘ofof’ hoeft te zijn, maar dat het ‘en-en’ kan zijn? Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Zoals ik al benoemde, snap ik het verzoek wel, snap ik de motie wel als misschien ‘onderdeel van’. Dat heb ik ook al gezegd. Zoals ik ook uw woorden aanhaalde, zie ik ook niet het als een wondermiddel, maar als onderdeel van een groter geheel. Maar wel echt een klein onderdeel, omdat ik denk – nogmaals – dat op het preventieve vlak in het

24

voorliggende veld nog heel te winnen valt. En ik denk dat daar veel meer inzet zou moeten worden gepleegd, zodat je niet zo ver hoeft te komen. Reactie college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Dank u wel voor uw bijdragen en aan de voorzitter om het woord te mogen voeren. Ten aanzien van het cameratoezicht: ik denk dat we geen discussie hebben over het feit dat er een aantal heel beroerde incidenten heeft plaatsgevonden. Daar heb ik inderdaad ook op die avond waarop we het hadden over het Veiligheidsplan, nog een keer iets over toegelicht vanwege de actualiteit die er is. En daarom zei ik al, omdat we daar toen ook wel het gesprek voerden over de actualiteit: uiteraard wordt ook gedacht aan het knopje ‘extra cameratoezicht’. Hier staat wat het concreter in relatie tot de wijken. Daar zijn we nu in de volle breedte mee bezig. Dat doen we trouwens ook op basis van de data. Dat gaat op zich nog wel best goed, we hebben het redelijk in beeld van wat er zoal links en rechts gebeurt. Er is niet een trend dat het steeds onveiliger wordt – ik zeg het maar even in algemene zin. Volgens mij zei het CDA dat ook. Dat geldt trouwens voor heel Nederland, zeg ik maar even. Alleen, dit soort incidenten is natuurlijk vreselijk beroerd, die verstoren het beeld en daar moeten we op acteren. De heer De Jonge (VVD): Dit horen wij steeds vaker: ‘het is geen trend’ of wat dan ook.

Maar ik denk dat heel veel zaken niet eens worden gemeld. Daarom kunnen we het ook geen trend noemen. En dat is het probleem: het wordt niet gemeld. Als er misschien twaalf knokpartijen in het weekend zijn, wordt er misschien maar één gemeld of is er één duidelijk. En dat is het grote probleem. Dus we moeten niet ontkennen dat er geen trend is. Er is wel degelijk een serieus probleem. De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ja, nogmaals: het gaat niet sec om het melden, het gaat ook om datgene wat we zien in dezen. Kijk, ik ben elke maandagochtend in gesprek met de politie, al is het alleen al even om toe te spitsen waar het gaat om het uitgaansgeweld. En geloof me: er zijn ook weekenden waarin niks of weinig gebeurt in dezen. Dus het idee dat het zo vreselijk uit de hand loopt, dat is niet zo. Dat zegt niks over dit soort incidenten op zich. Ik bedoel, ik sprak ook met die slachtoffers van die laatste vechtpartij. Ik sprak met de ouders van hen. Dat raakt me dan écht. Ik bedoel, dat moeten we gewoon vasthouden. En tegelijkertijd – dat zeg ik er ook maar even bij – hebben we een lijn te pakken die we met elkaar moeten afgaan en die lijn bestaat enerzijds uit cameratoezicht – dat snappen we, daar zijn we mee bezig. Ik zei al: we zijn dat aan het uitlopen. Ik zal er zometeen nog wat over zeggen in relatie tot een aantal juridische kaders.

En daarnaast – dat werd links en rechts ook aangeduid – of het nou gaat om preventie of het nou gaat om de inzet van Sedna, of het gaat om de inzet van zo’n initiatief als de Angelslo Academy, helpt het om ook op die manier te doen. Dus even los van het feit hoe die trend zich nou verder ontwikkelt, dat cameratoezicht gaat gebeuren. We maken daarbij ook inderdaad gebruik van nieuwe technieken. Het is interessant om te zien hoe AI ons daarbij kan helpen. Er zijn nu camera’s die reageren op het moment dat er bepaalde bewegingen zijn. En we zijn ook bezig met het live uitlezen daarvan. Dat is technisch niet zo moeilijk, maar dat is personeelstechnisch gezien wel ingewikkeld. U kunt zich voorstellen dat de Politie Noord-Nederland respectievelijk de Politie Emmen dat op meerdere plekken moet doen. Maar dat proberen we ook te doen. En dat zal inderdaad zo’n beetje opgaan met de behandeling van het Veiligheidsplan in de raad van december, om daar wat aandacht te besteden aan het plan en om wat meer te reageren op de incidenten die er dan zijn en ook cameratoezicht daarin te plaatsen en tegelijkertijd dat hele systeem nog eens te bedenken. Als we even teruggaan naar die informatiebijeenkomst die we recentelijk hadden, dan zien we dat we daar ook de volle breedte van het veiligheidsbeeld hebben staan en ook de volle breedte van de activiteiten die we daartegenover zetten.

Dus dit is slechts een laatje uit een wat grotere kast. Cameratoezicht kan helpen, zeker slim cameratoezicht. Maar we hebben meer nodig om de veiligheid in Emmen, die al relatief hoog is, steeds op hetzelfde peil te houden. De heer De Jonge (VVD): Ik hoor de burgemeester net zeggen dat het moet worden bekeken door de politie. Ik weet niet of ik dat goed heb begrepen, maar dat hoor ik dan zometeen wel. Maar er zijn ook

25

heel veel steden waar gewoon een beveiligingsbedrijf die camera’s uitleest of de beelden bekijkt en dat doet een melding richting de meldkamer en dat gaan de politie of de boa’s erop af. Dus u zegt nou net sec ‘politie’, maar bedoelt u daarmee ook dat anderen dat zouden kunnen doen? De heer Van Oosterhout (burgemeester): ‘En-en’: de politie kan het uitkijken. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de stad Groningen: die doen het zelf. Dat is een beetje zo’n dashboard dat ze daar hebben met verschillende camera’s. Dat kan inderdaad. We doen dat bijvoorbeeld ook bij evenementen: daar is het ook aan de orde. En tegelijkertijd hebt u ook een punt als het gaat om het beveiligingsbedrijf. Dat zit ook wel bij de organisaties van een evenement. Ik ben bijvoorbeeld onder de indruk van de wijze waarop camera’s worden uitgelezen bij het Mega Piraten Festijn in Klazienaveen: hartstikke mooi hoe ze dat doen in een soort controlewagen, waar ongeveer wel twintig schermen staan waar je uit alle hoeken en gaten van het evenemententerrein kunt zien. Dus het is niet de bedoeling om dat exclusief te laten doen door de politie. Tweede termijn De heer De Jong (Hart voor Emmen): Nou, het kan mij aan liggen, maar volgens mij heb ik geen vragen meer over van mijn kant.

Ik dank de leden van de raad en alle sprekers, want ik heb overwegend positieve commentaren gehad op de motie die wij samen met de VVD hier hebben ingebracht. En daar wil ik het in tweede termijn ook bij laten. De heer De Jonge (VVD): In ieder geval mooi om te horen dat er op zich in het algemeen een positief beeld is over deze motie. Ik had nog wel een vraag richting de burgemeester. Ik haalde het net al aan toen ik bij het spreekgestoelte stond: zou het nog een optie kunnen zijn en kan het meegenomen worden in het onderzoek – stel dat we wél livebeelden gaan zien – dat we dat doen op de post bij het oude husstation? Dan hebben we daar direct ook een 24-uurspost en hebben we daar ook continu iets. Daar hebben we ook al heel vaak vragen over gesteld en daar is vaak genoeg trammelant. Dus als dat kan worden meegenomen, zou dat heel fijn zijn. Reactie college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Ja, dat is zeker een goede suggestie. Ik blijf een beetje weg bij de ‘hoe’-vraag, hoe we dat precies gaan invullen. Maar u hebt gelijk: als ik het heb over het centrum van Emmen, heb ik het echt niet alleen over de Hoofdstraat of waar dat beroerde incident laatst gebeurde. Maar het stationsgebied is zeker een gebied waar we kijken hoe we dit soort dingen zouden kunnen doen. En dat zou inderdaad een goede optie kunnen zijn. Besluitvorming De wnd. voorzitter: Dank u wel.

Dan hebben we dit in twee termijnen behandeld. Zijn er partijen die een stemverklaring wensen af te geven over de motie vreemd aan de orde van de dag ‘Cameratoezicht in Angelslo, Emmerhout en het centrum van Emmen’? Meneer Supheert van de ChristenUnie als eerste. Gaat uw gang. De heer Supheert (ChristenUnie): Wat de ChristenUnie betreft is dit een heel specifieke maatregel die past in een veel breder maatschappelijk debat. Ik begrijp van de burgemeester dat we dat dan in december zullen voeren. Maar wij staan niet onsympathiek tegenover de motie en zullen daarom voor stemmen. De heer Koops (D66): D66 is geen uitgesproken voorstander van meer cameratoezicht, omdat wij veel waarde hechten aan het recht op privacy en wij een risico rond bijvoorbeeld profilering zien. Deze motie vraagt echter om een onderzoek, waar vervolgens nog een discussie over gevoerd kan worden. En die discussie lijkt ons op haar plaats en om die reden zullen wij instemmen.

26

Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Ondanks dat GroenLinks dus liever preventie ziet en wij nogal wat moeite hebben met de constatering over de berichten op de sociale media, onderschrijven we wel het verzoek en zullen daarom instemmen. De wnd. voorzitter: Dank u wel. Dan waren dat de stemverklaringen. Dan gaan we nu over naar de stemming. De stemming is geopend. (…) Er is gestemd. Ik zie alleen maar groene stemmen op het scherm, dus er zijn 34 stemmen voor en nul stemmen tegen. Dus deze motie is unaniem aangenomen. B4b.

Motie vreemd aan de orde van de dag ‘Uitrusting Buitengewoon Opsporingsambtenaren’ (Wakker Emmen)

Eerste termijn De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Voorzitter, in een ideale wereld hebben we geen handhaving nodig. In een ideale wereld vinden er geen geweldsincidenten plaats. Maar helaas is dit geen ideale wereld. In het weekend van het Uitfestival vond in Emmen een ernstige mishandeling plaats: in de Hoofdstraat werden drie jongens zwaar toegetakeld. Door moedig optreden van omstanders werd erger voorkomen. Dit incident staat helaas op zichzelf. Het is opnieuw een voorbeeld van geweld en agressie in onze gemeente. Al langere tijd signaleren wij ernstige overlast en agressie in onze gemeente, met name in het stationsgebied, Nieuw-Weerdinge en tijdens nachtelijke uren in het centrum van Emmen. Meerdere fracties, waaronder Wakker Emmen, hebben hier de afgelopen jaren herhaaldelijk aandacht voor gevraagd. In de commissievergadering op 16 maart 2023 bijvoorbeeld, stelde collega Eddy de Vries vragen over veiligheid bij het station en over geweld in het uitgaansleven. En tijdens de raadsvergadering van 29 september 2022 heb ik zelf vragen gesteld over de problematiek rondom het stationgebied, waar de heer Meijer achteraf nog aangaf dat hij anderhalf jaar eerder mij al voor was. Dit illustreert dat we hier niet te makem hebben met een enkel incident, maar met inmiddels een structureel probleem. Want de inwoners van Emmen voelen zich steeds onveiliger.

Natuurlijk moeten we beleid niet uitsluitend baseren op gevoelens, maar de vraag is wel gerechtvaardigd: is dit alleen nog een gevoel? Want als we naar de totale statistieken kijken – en dat werd net ook al even aangehaald – zou er geen significante stijging zijn van incidenten in Nederland. Alleen kijken naar de totalen geeft echter een vertekend beeld. Ik zou het willen vergelijken met de koopkrachtcijfers die elk jaar weer wordt aangegeven dat iedereen er op vooruitgaat, maar waarbij we achteraf toch telkens weer constateren dat dat niet het geval was. Maar welke cijfers zijn er nog meer? Het aantal meldingen van personen met verward gedrag stijgt aanzienlijk volgens cijfers van de Landelijke Politie. Geweld tegen hulpverleners neemt toe, zwaardere geweldsincidenten onder jongeren nemen toe. Volgens onderzoek van EenVandaag heeft een op de drie jongeren tijdens het uitgaan te maken gehad met geweld. Het aantal minderjarigen dat met een mes op zak rondloopt, groeit en in meerdere steden, waaronder Den Bosch, Nijmegen, Arnhem, Groningen en Amsterdam, is sprake van grootschalige overlast geweest door groepen jongeren, vaak rondom stations en in centra. Die landelijke trend zien we ook terug in Emmen.

Een recordaantal meldingen van verwarde personen in Emmen bij de politie, diverse incidenten met messen en drugsgebruik in de openbare ruimte, het zinloos geweld deze zomer tegen een jongen in Angelslo. Voorzitter, ik kan zelf ook nog genoeg persoonlijke voorbeelden bedenken van incidenten die ik heb gezien in het stationsgebied, omdat ik daar werkte. Veiligheid is een kerntaak van de overheid. In eerste instantie ligt die verantwoordelijkheid bij de politie. Maar al jaren kampen zij met capaciteitstekorten. Hierdoor komen ook buitengewoon opsporingsambtenaren, de boa’s, steeds vaker in situaties terecht waarin zij geconfronteerd (kunnen) worden met agressie en geweld. Tijdens de raadsdiscussie in het voorjaar van 2025 in de commissie gaf Wakker Emmen al aan dat wij niet principieel voor of tegen de bewapening van boa’s zijn. Wij vinden dat er praktisch en realistisch gekeken moet worden. Als boa’s structureel risico lopen, dan moeten wij hun de juiste middelen meegeven. Dat is niet alleen een kwestie van veiligheid, maar ook van goed werkgeverschap.

27

Mede naar aanleiding van deze discussie in de commissie werd op 7 mei 2025 een expertmeeting over boa’s georganiseerd op het gemeentehuis. Tijdens deze informatiebijeenkomst werd onder anderen door de expert, en tevens direct toezichthouder van de boa’s, aangegeven dat Emmen niet kansloos is bij de aanvraag voor de korte wapenstok. Met name voor het stationsgebied, Nieuw-Weerdinge en het centrum van Emmen zou een aanvraag kans van slagen kunnen hebben. Wakker Emmen besloot destijds om het onderwerp nog te laten rusten en steunde eerst de motie om te kijken naar de uitbreiding van boa-capaciteit. De heer Koops (D66): Ik voelde het haakje omdat er een opmerking wordt gemaakt over die bijeenkomst op 7 mei. Nou, die had ik inderdaad ook in mijn voorbereiding staan, maar ik kan het ook nu noemen. Want tijdens die bijeenkomst is namelijk ook gesteld dat het team boa’s, het Team Handhaving & Toezicht van het cluster boa’s van de gemeente Emmen, geen behoefte heeft aan extra geweldsmiddelen. Sterker nog, er is gedeeld dat maar liefst negen van de tien boa’s in Emmen zich op dit moment prima kan vinden in hun uitrusting. Wat is dan de meerwaarde van uw motie? De heer De Jonge (VVD): Ja, dit is meer een interruptie op D66. Want hij gebruikt de term ‘geweldsmiddelen’. Daar hebben we het helemaal niet over, dus ik vind het niet gepast dat u dat zegt.

Ten tweede heb ik zelf met boa’s gesproken en die hebben wel degelijk aangegeven tijdens mijn werkbezoekje aan hen dat ze er wél behoefte aan hebben. Dus er is misschien op die avond iets anders gezegd, maar dat is niet de definitieve waarheid. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou, ik zou daar ook nog even wel op willen reageren. Inderdaad, dat zal waarschijnlijk gezegd zijn op die avond. Ik kan me dit zelf even zo niet herinneren. Maar ik kan wel nog de woorden van de heer De Jonge herinneren dat hij ook met boa’s gesproken heeft. Nu heb ik zelf in de gemeente Emmen niet met die boa’s gesproken. Daar heb ik wel een poging toe gedaan een aantal jaar terug, in het kader van een onderzoek. Maar het is mij niet gelukt omdat ik uiteindelijk, ondanks meerdere pogingen, toch niet welkom was. In meerdere andere gemeenten heb ik wél met boa’s gesproken en daar heb ik diverse signalen ontvangen, waarbij mij het vaak opviel dat de leidinggevenden terughoudender waren terwijl de wat jongere boa’s juist positiever waren. Ik heb tijdens de discussie in de commissie ook gevraagd aan de burgemeester onder anderen: wat nu als we dat bijvoorbeeld in een openbare sessie zouden vragen aan alle boa’s? Wat vinden zij van deze uitrusting? Daar kreeg ik toen een antwoord op, daar was ik niet heel tevreden mee. Maar in die zin herken ik het beeld dat u beschrijft, meneer Koops, niet. De heer A.

de Vries (PvdA): U gaf net aan, meneer Katerbarg, dat het u opviel dat vooral de jongere boa’s wel openstonden voor het dragen van de wapenstok. Nou heb ik zelf ook wel wat onderzoeken teruggelezen. Eentje ging ook over de boa’s in Amsterdam en daar viel inderdaad hetzelfde op, dat inderdaad de jongere collega’s daar meer voor openstonden en de wat oudere collega’s niet. Als je dan wat dieper graaft, was volgens onderzoeken de achterliggende oorzaak toch vaak gezien in het deescaleren door middel van het belangrijkste wapen van de boa, namelijk de mond. Dus oudere collega’s voelden zich toch vaak misschien ook wat comfortabeler, veiliger, misschien meer geroutineerd en ervaren om die situaties zo op te lossen. Herkende u dat ook in uw onderzoek? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Dat klopt. Dat is inderdaad iets wat veel boa’s zeggen. Overigens ook de jongere boa’s zeggen uiteindelijk dat de mond hun belangrijkste wapen, hun belangrijkste middel blijft als het ware. En ik denk ook dat dat aantoont dat boa’s in Nederland ontzettend goed opgeleid worden. Dat zij heel goed begrijpen wat hun rol is en dat de-escaleren de belangrijkste optie is. Maar aan de andere kant zien we ook dat boa’s in Nederland vaker in situaties terechtkomen waarin ze te maken kunnen krijgen met geweld.

In sommige van die situaties is het belangrijk dat zij de juiste middelen hebben om zich bijvoorbeeld te kunnen verdedigen. En daarin zou volgens die boa’s onder anderen – en er zijn ook verschillende onderzoeken die dat aantonen – de korte wapenstok een toegevoegd middel kunnen zijn. Dus ik herken dat beeld, ja. De heer A. de Vries (PvdA): Nog even over die korte wapenstok. Nu ben ik geen expert daarin, dus ik hoor het vanzelf wel als ik iets verkeerd zeg. Maar wat ik heb gelezen, is dat de korte wapenstok

28

niet zo goed bekendstaat als een middel vanwege de lengte van dat ding. Ja, nee... Nou ja goed, allerlei grapjes voel ik nu al opkomen, natuurlijk. Maar even in het aspect van als verdediging of als middel wordt dat toch wat minder geschikt geacht. Denkt u ook niet dat u daarmee een soort van schijnveiligheid zou kunnen creëren? Want is dat middel wel zo effectief als u denkt? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou, dat is denk ik een heel goede en terechte vraag. Er zijn inderdaad overigens twee wapenstokken: de korte wapenstok en je hebt ook de langere wapenstok. Wij hebben het over die korte wapenstok omdat de wet de ruimte biedt om die aan boa’s toe te kennen. Nu is het zo dat er in Nederland een pilot is geweest, een pilot in tien gemeenten waarin boa’s – als ik me niet vergis – minstens twee jaar die wapenstok toegekend hebben gekregen. Een meerderheid van de boa’s in die pilot gaf aan dat door die korte wapenstok zij zich veiliger voelden en ook beter konden optreden en ook de veiligheid van bijvoorbeeld van hun collega’s in de omgeving konden garanderen. Dus als je het in ieder geval aan die boa’s die aan de pilot hebben meegedaan, zou vragen, dan geven zij in ieder geval aan dat die korte wapenstok wel degelijk effect heeft. Nou, daar heb ik ook wel even een aantal concrete voorbeelden bij... De wnd. voorzitter: Nog even de heer De Vries.

De laatste keer even, want ik heb nog twee andere interrupties in de wacht staan. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): O, excuus. De wnd. voorzitter: Ja nee, maar gaat uw gang, u hebt er recht toe. De heer A. de Vries (PvdA): Misschien nog even – nou, dan ben ik kwijt, geloof ik. Ik parkeer hem even. Ik kom er wel weer op terug, hoor! De wnd. voorzitter: Goed. Dan ga ik naar de heer Koops van D66. De heer Koops (D66): De presentatie die op 7 mei gebruikt is, staat overigens gewoon op iBabs. Dus die is voor iedereen in te zien, ook voor de rest van de leden van de raad. En daar staat opnieuw heel duidelijk in dat negen van de tien boa’s in Emmen geen behoefte hebben aan een wapenstok. Maar u kunt van mening zijn dat het desalniettemin nodig is, maar behoudt een boa in Emmen dan ook het recht om ‘nee’ te zeggen? Mag met die motie ook die negen van de tien boa’s in Emmen zeggen: ‘We begrijpen die instructie, maar wat ons betreft liever niet.’? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou, in principe, als er bepaald beleid wordt gemaakt, dan is het uiteindelijk ook aan de ambtenaren om dat uit te voeren, Dus in zekere zin is het antwoord: nee. Nu kan ik wel heel goed voorstellen – en daarom heb ik in de motie duidelijk genoemd – zijn er bepaalde gebieden in Emmen waarin wij dat verhoogde risico constateren.

Dat gaat om Nieuw-Weerdinge, dat gaat om het stationsgebied en dat gaat om het uitgaansgebied in Emmen. Ik kan mij heel goed voorstellen dat bij een aanvraag voor de korte wapenstok de boa’s die in die gebieden opereren, die korte wapenstok toegekend zouden krijgen. En dat kan ook. Er is een instructie van de VNG, die ook online staat – ik kan ook iedereen adviseren om die door te nemen – waarin ook aangegeven wordt dat bijvoorbeeld voor specifieke gebieden zo’n wapenstok toegekend zou kunnen worden, bijvoorbeeld in een pilot. Dus het directe antwoord op uw vraag is: nee. Als een boa in die gebieden zou zeggen: ‘Ik wil dat niet.’? Nee, want er is beleid vastgesteld of dat is in ieder geval toegekend. Maar goed, ik kan me wel voorstellen dat als die boa’s bijvoorbeeld in de wijken zijn, zij daar met een wapenstok rond gaan lopen waar die problemen zijn. De heer Koops (D66): Wat ik wil onderstrepen, was dat ik uw inzet echt wel begrijp en u hebt hier ook onderzoek naar gedaan – jarenlang volgens mij. Dus uw kennis wil ik niet in twijfel trekken. Maar ergens moet toch het recht op zelfbeschikking van een boa blijven bestaan? Als een boa, die misschien wel twintig jaar ervaring heeft, zegt: ‘Joh, ik wil best in het stationsgebied werken, maar ik heb daar geen wapenstok bij nodig’, waarom zouden we dan in vredesnaam die persoon dwingen om een

29

wapenstok te gebruiken? Ik begrijp echt niet waarom we aan de wensen van een boa voorbijgaan met een plan dat dus niet door hen gedragen wordt. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Nou ja, zoals ik al zeg: ik heb ook andere signalen ontvangen van boa’s. De heer De Jonge heeft andere signalen ontvangen van boa’s. En daarnaast, ik heb het ook van de boa’s zelf gehoord. Het is in die presentatie gezegd en mijn ervaring is wel dat als het gaat om beleidsmakers bij Nederlandse gemeenten, zij er vaak een stuk terughoudender in zijn. Ik weet ook niet hoe het aan die boa’s gevraagd is bijvoorbeeld. Ik heb een poging toen gedaan in de commissievergadering om daar wat meer duidelijkheid in te krijgen en dat is toen niet gelukt. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Ik hoorde de heer Katerbarg noemen dat de boa’s een goede opleiding hebben en dat klopt. Alleen, die opleiding is bedoeld voor boa’s met de functie die zij hebben en met de middelen en de uitrusting die zij hebben. Dat is heel wat anders dan de politie, die een gedegen opleiding heeft met het geweldsmonopolie. Dus ja, dan kunt u noemen dat de boa’s een goede opleiding hebben, maar dat is wel wat anders dan omgaan met de uitrusting die ze dan toebedeeld zouden krijgen. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Ja, voorzitter, daar zou ik wel even op in willen gaan. Want dit argument hoor ik ook wel vaker.

Ik wil u geen woorden in de mond leggen, maar eigenlijk komt het erop neer dat de boa’s daar niet geschikt voor zouden zijn. Aan de ene kant een terechte vraag. Het toekennen van geweldsmiddelen is namelijk niet niks. Daar moet dus ook wel serieus mee om worden gegaan. De eisen voordat een boa een wapenstok krijgt, zijn echter erg streng. De eisen waaraan een boa moet voldoen, zijn in beginsel ook dezelfde eisen als waaraan een politieagent moet voldoen, die dezelfde wapenstok in handen krijgt. Dat is ook niet gek, want deze bevoegdheid komt namelijk voort uit dezelfde wet, namelijk in de eerste plaats de Politiewet, artikel 7, lid 1, lid 3 en lid 4 voor wat betreft de geweldsbevoegdheid. En dan heb je ook nog de ambtsinstructie en dat is niet zomaar een ambtsinstructie. Maar dat is de ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee én de buitengewoon opsporingsambtenaren. En daarin staan de bepalingen waarin staat wanneer een bepaald geweldsmiddel gebruikt mag worden, wanneer het ingezet mag worden en hoe de registratie daarvan moet worden gedaan. Vanuit deze beleidsregels volgen daarnaast ook nog bepaalde bekwaamheidsvereisten. Kortom, juridisch gezien is het goed afgedekt, maar ook nog de praktijk want die is er ook nog. Boa’s die een wapenstok krijgen, worden hierin getraind.

Niet slechts eenmaal, maar jaarlijks moeten zij via de zogeheten Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon Opsporingsambtenaren (RTGO) – een hele mond vol – een toets ondergaan om hun bekwaamheid te bewijzen. Ik ben ook zelf bij zo’n training geweest en ik kan u vertellen: die eisen, zoals ik zei, zijn dezelfde als bij de politie. Dus dat boa’s niet geschikt zouden zijn om een wapenstok te hanteren, is naar mijn idee niet alleen ongefundeerd, maar blijkt ook niet uit verschillende onderzoeken in binnen- en buitenland. De heer Supheert (ChristenUnie): Bij het commissiedebat was ik erbij, op 7 mei was ik er ook bij. En op 7 mei kan ik mij herinneren dat er ook een boa aanwezig was en die gaf heel duidelijk aan: het dragen van een geweldsmiddel – zoals het online wél genoemd wordt, dus ik zal het toch zo noemen – roept ook op tot geweld tegen boa’s. Zou u daarop willen reflecteren? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Daar ben ik het niet mee eens. Er is onderzoek in zowel binnen- als buitenland gedaan – ik kan u die onderzoeken ook wel doorsturen – waaruit blijkt dat bijvoorbeeld de wapenstok, maar ook andere geweldsmiddelen wel degelijk een preventieve, deescalerende werking kunnen hebben.

Dat zit onder andere ook in de evaluatie van die pilot van de korte wapenstok en daarin zijn ook voorbeelden waarvan boa’s zeggen: op het moment dat zij met hun hand naar de koppel grijpen, deinzen mensen al terug. En boa’s die met concrete voorbeelden komen van mensen die naar de koppel kijken, maar ook opmerkingen maken zoals: ‘Ja, ik kan nu wel doorgaan, maar straks krijg ik die stok in m’n nek.’ bij wijzen van spreken. Daar gaat dus een preventieve, de-escale-rende werking vanuit.

30

De heer Supheert (ChristenUnie): Heeft de heer Katerbarg ook overwogen om dan het verzoek anders te maken? Om te kijken of er ook behoefte is aan zo’n onderzoek? U gaf aan dat u geprobeerd hebt dat boven water te krijgen. Dat is niet gelukt in eerste instantie tijdens het commissiedebat. Wellicht was dat nu per motie wel gelukt, maar zoals u het nu formuleert, vraagt u eigenlijk gewoon aan het college naar zo’n wapenstok voor boa’s. De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Ja, dat klopt en ik denk ook dat dit het moment is om dat te doen. Het is niet zo dat deze motie volledig uit de lucht is komen vallen. We hebben vorig jaar meerdere discussies gehad onder andere over boa’s en de wapenstok. Maar ik denk dat dit de volgende stap is in dat proces. Het aanvragen van zo’n wapenstok gaat ook niet zomaar: daar zijn allerlei eisen en dergelijke aan verbonden. Dus dat gebeurt niet à la minute, maar ik denk wel dat dit het juiste moment is om met deze motie te komen. De heer Kasteleijn (50PLUS): Ja, meneer Katerbarg, even voor mijn beeldvorming. Ik hoor steeds een wapenstok, maar er zijn toch ook andere methoden? Ik ken een spuitbus bijvoorbeeld. Mag dat niet? Of kan dat niet? Is dat niet een veel mildere vorm? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Voorzitter, dat is een heel interessante vraag.

Voor degenen die dat wellicht ook niet weten: het toekennen van de wapenstok aan boa’s is al meer dan twintig jaar mogelijk volgens de wet. Sterker nog, er is ook een gemeente in Nederland – dat is de gemeente EdeWageningen – waar boa’s al twintig jaar rondlopen met de wapenstok. Ik heb zelf daar geen filmpjes van op zien duiken van boa’s die als een soort Rambo al slaande door de straten lopen. Maar goed, dat terzijde. De wet staat zelfs nog meer toe. De wet staat ook toe dat boa’s zelfs met een pistool rond kunnen lopen. Diensthond, pepperspray et cetera: dat zijn allerlei mogelijkheden. De reden dat dat niet gebeurt, heeft ook te maken met beleid vanuit het ministerie. Maar de boa’s over wie we het nu hebben, zijn de boa’s in domein 1. Er zijn meerdere domeinen: zo zijn er ook de boswachterboa’s. Die lopen zelfs met een geweer rond. Dus er zijn inderdaad allerlei mogelijkheden. Als je dan kijkt welke optie het meest geschikt is, dan heeft de reden dat nu gekozen wordt voor de wapenstok, er onder andere mee te maken dat het over het algemeen gezien wordt als de lichtste variant als het ware. Nou ja, daar kun je nog wel over in discussie gaan, of pepperspray bij wijze van spreken lichter is. Maar goed, maar daar heb ik geen onderzoeken van, dus dan kan ik niet zo één-twee-drie onderbouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=f9c4c971-3911-41cb-9efc-966c73629657