Notulen openbare raadsvergadering van 25 september 2025
Tekst van het document
Handelingen van de raad van de gemeente Emmen Jaar 2025
Bijlagenr.
Categorie/agendanr.
Onderwerp __________________________________________________________________________________ Openbare vergadering van de raad van de gemeente Emmen, gehouden op donderdag 25 september 2025 vanaf 19.30 uur in de raadszaal _______________________________ Voorzitter : de heer H.F. van Oosterhout Waarnemend voorzitter : de heer H.A. Bos Griffier : de heer S. Engelen Aanwezige raadsleden (34) : de heer G.J. Bijlsma (Wakker Emmen), de heer H.A. Bos (Wakker Emmen), de heer H. Linnemann (Wakker Emmen), de heer D. Dekker (Wakker Emmen), de heer D.H. van Dijken (CDA), mevrouw C.P.M. Ester-Schokker (SP), mevrouw R. Gommer-Gelijk (CDA), de heer L.H. Herbers (Wakker Emmen), de heer L. Hoogenberg (Wakker Emmen), de heer R.S. de Jong (Hart voor Emmen), de heer P.M. de Jonge (VVD), de heer H.M. Kasteleijn (50PLUS), de heer M. Katerbarg (Wakker Emmen), mevrouw U.H. Kilinçci (PvdA), de heer M. Klaver (Wakker Emmen), de heer J.H. Koops (D66), de heer M. Kuiper (SP), mevrouw M. Kuipers-Hekhuis (Wakker Emmen), mevrouw A.G. Louwes-Linnemann (PvdA), de heer M. Meijer (VVD), de heer B.J. Mulder (PvdA), de heer D.M. Poelman (Wakker Emmen), de heer R.R. Pruisscher (ChristenUnie), mevrouw A.W. Scheper (VVD), mevrouw V.S.L.R. Spang (PvdA), de heer M.J. Supheert (ChristenUnie), de heer M.M. Tuik (CDA), mevrouw A.K. Velzing (Wakker Emmen), de heer A. de Vries (PvdA), de heer D.E.
de Vries (Wakker Emmen), de heer R. van der Weide (Wakker Emmen), de heer J.B.W. Wittendorp (CDA), de heer R. Woltman (Wakker Emmen), mevrouw B. van der Woude (GroenLinks), de heer R. Zuiderveld (PvdA) Afwezige raadsleden (4) : de heer K. Bosma (Hart voor Emmen), de heer G.J. Horstman (PvdA), de heer H. van der Velde (Wakker Emmen), de heer M. Woltman (Wakker Emmen) Aanwezige collegeleden (7) : de heer J. Bos, de heer A.J. Jakobs, mevrouw D.S. Keen, de heer H.F. van Oosterhout, de heer G.P. Rink, de heer P.M. Schrik, de heer R. Wanders Afwezige collegeleden (--)
:
---
Gemeentesecretaris
:
mevrouw N. Plantinga
1
A1.
Opening en vaststelling agenda
Opening, welkom en mededelingen De voorzitter: Dames en heren, ik open deze raadsvergadering. Iets later dan normaal: dat hing samen met de installatie van de kinderraad, maar dat was volgens mij wel de moeite waard. Wij gaan over naar de opening en de vaststelling van de agenda. Berichten van verhindering: de heer Mark Woltman en de heer Van der Velde van Wakker Emmen, de heer Horstman van de Partij van de Arbeid en de heer Bosma. In verband met de afwezigheid van de heer Horstman doe ik nog de volgende mededeling. De vervangend vicevoorzitter van vanavond is de heer Bos. Zoals gebruikelijk wordt de heer Horstman vervangen door zijn plaatsvervanger die is aangewezen door het presidium. Dat was in het verleden de heer Huttinga, maar na zijn afscheid in het presidium is de heer Bos aangewezen als plaatsvervangend vicevoorzitter. Hij zal waarschijnlijk aan het eind van de avond de rol van vicevoorzitter overnemen, als er een aantal zaken is dat in de portefeuille van de burgemeester zit. Dan is er een fractiewissel bij de heer Bosma, bij de PVV. De heer Bosma heeft mij en de raad op 28 september per brief erover geïnformeerd dat hij de overstap van de PVV naar de fractie van Hart voor Emmen maakt. Dit gaat in per de eerstvolgende raadsvergadering en dat is dus vanavond.
En normaal gesproken zou hij nu de gelegenheid krijgen om dit aan te kondigen, maar wegens zijn afwezigheid door ziekte is dit niet mogelijk. Desondanks meld ik het maar even voor de helderheid, ook in de besluitvorming. Maar hij maakt vanaf vandaag onderdeel uit van de fractie van Hart voor Emmen. Dat gezegd hebbende, dan nu iets van ‘lief en leed’. De heer Hoogenberg is vandaag jarig: hartelijk gefeliciteerd met zijn – wat was het? Vijftigste? Vijfenvijftigste? Zestigste? Achtenveertigste verjaardag: o ja, dát hadden we afgesproken, ja. Ja, eigenlijk hoort hij in de kinderraad. Nee, hartstikke fijn. Gefeliciteerd en mooi dat op uw verjaardag toch nog de moeite neemt om bij deze raadsvergadering te zijn. En als u straks gebak voorbij ziet komen, dan mag u de heer Hoogenberg daarvoor bedanken. Vaststelling agenda De voorzitter: Dat gezegd hebbende gaan wij naar de vaststelling van de agenda. Er is een aantal moties vreemd aan de orde van de dag. Even voor de publieke tribune, mensen vanbuiten: dat zijn moties die niet eerst op de agenda stonden, maar nu waarschijnlijk wel worden toegevoegd als de raad dat goed vindt. Ik noem ze maar even op. Dat heeft ook iets te maken met de snelheid voor deze vergadering.
De heer De Jong van Hart voor Emmen heeft aangekondigd dat hij de motie vreemd aan de orde van de dag ‘Cameratoezicht in Angelslo, Emmerhout en het centrum van Emmen’ wil indienen. Deze motie werd mede ingediend namens de VVD. Voorstel is om dit agendapunt B4.a te behandelen. De heer Katerbarg van Wakker Emmen heeft aangekondigd dat hij de motie vreemd aan de orde van de dag ‘Bewapening buitengewoon opsporingsambtenaren’ wil indienen, ook mede namens de VVD en de SP. Voorstel is om dat als agendapunt B4.b te behandelen. Ja, meneer Katerbarg? De heer Katerbarg (Wakker Emmen): Een kleine correctie en als het goed is, is dat ook doorgegeven. De motie heeft als titel ‘Uitrusting buitengewoon opsporingsambtenaren’. De voorzitter: Oké, ‘Uitrusting buitengewoon opsporingsambtenaren’: prima. En als laatste heeft de heer Kasteleijn van 50PLUS aangekondigd dat hij de motie vreemd aan de orde van de dag ‘Veilig Samen naar Huis in Emmen’ wil indienen. En het voorstel is om dit als agendapunt B4.c te behandelen. Akkoord met deze wijzigingen? Dan gaan we dat zo doen. Dat betekent dat aan het eind van de reguliere agenda dus nog drie moties worden toegevoegd. Ik wijs er maar even op: we hebben een volle agenda. Maak uw eigen indeling in de spreektijd en al dat soort dingen. Daar hebt u allemaal recht op.
Maar tegelijkertijd zeg ik erbij: het zou wel mooi zijn als we aan het eind van de vergadering kunnen zeggen dat ook alle agendapunten behandeld zijn. We hebben er hier gewoonte van om er nachtwerk van te maken. Dus let een beetje op uw spreektijd, let een beetje op de interrupties – althans, waar het gaat om de lengte.
2
A2.
Benoeming commissielid niet-zijnde raadslid de heer H.C. Nooij (50PLUS)
De voorzitter: Dan zijn we bij A2, de benoeming van de heer Nooij van 50PLUS tot commissielied, niet-zijnde raadslid. Zoals u al hebt kunnen lezen, heeft 50PLUS gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de heer Nooij voor te dragen als tweede commissielid. Alvorens wij gaan stemmen over de benoeming, wordt de commissie geloofsbrieven gevraagd haar advies aan de raad te geven omtrent de benoembaarheid van de kandidaat. En de commissie geloofsbrieven bestaat uit de heer De Jonge, de heer H.A. Bos en de heer Koops als voorzitter. Mag ik de heer Koops vragen als voorzitter van de commissie geloofsbrieven het uitsluitsel te geven? Aan u het woord. De heer Koops (voorzitter commissie onderzoek geloofsbrieven): Ja, de commissie onderzoek geloofsbrieven heeft de stukken van de heer H.C. Nooij onderzocht en daarin geen beletselen gevonden om hem te benoem tot commissielid, niet-zijnde raadslid van de gemeente Emmen. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik daarmee ervan uitgaan dat de heer Nooij met algemene stemmen is benoemd? Akkoord? Dan hebben we dat ook besloten. Vervolgens gaat de beëdiging plaatsvinden. Een commissielid kan deze functie alleen maar uitoefenen nadat deze beëdiging heeft plaatsgevonden. Ik verzoek dan ook de heer Nooij naar voren te komen.
(…) Ik lees de tekst voor en als u dat wilt zweren, mag u mij nazeggen: ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig.’ [Hierna neemt de voorzitter de eed af bij de heer Nooij, die hierna beëdigd is als commissielid, niet-zijnde raadslid van de gemeenteraad namens 50PLUS.] Gefeliciteerd! [Applaus] En wij wensen de heer Nooij veel succes met zijn commissieactiviteiten. A3.
Rondvraag
De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt ‘Koffie’ en A3, de rondvraag. Er zijn drie rondvragen ingediend, te beginnen met mevrouw Velzing van Wakker Emmen, die twee vragen heeft ingediend, de eerste over Jeugdbescherming Noord en de tweede over de Antares in Klazienaveen. Verder heeft mevrouw Scheper van de VVD een vraag ingediend over de wildgroei aan woonboten in NieuwAmsterdam/Veenoord. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Velzing. Klachten in Emmen over Jeugdbescherming Noord-Nederland (JBN) Mevrouw Velzing (Wakker Emmen): Bij de commissievergadering van donderdag 11 september stelde ik namens Wakker Emmen vragen over Jeugdbescherming Noord. Wethouder Keen gaf aan dat zij niet bekend was met gezinnen in onze gemeente die problemen hadden gekregen door of met JBN. Onze vragen zijn niet onopgemerkt gebleven. Inwoners reageerden en kwamen met ervaringen naar voren. Deze ervaringen zijn op z’n zachtst gezegd erg verdrietig. Eigenlijk kan ik er niet eens de juiste woorden voor vinden. En dan is het rapport ‘Niet gehoord en niet gezien’ van Joop Roebroek nog niet eens uitgekomen. Wij zijn in contact gekomen met Marga de Groot, vertrouwenspersoon van het meldpunt van Jeugdbescherming Noord. Zij is bekend met een groter aantal dossiers met klachten in onze gemeente. Onze vragen aan de wethouder.
Is het de wethouder inmiddels ook bekend dat er wel degelijk klachten zijn over JBN in onze gemeente? Zijn er, behalve bij Wakker Emmen, ook bij de gemeente klachten binnengekomen van inwoners over JBN? Wat vindt de wethouder van de ervaringen en de klachten? En wat gaat de wethouder doen met deze klachten en wat kan zij concreet betekenen voor deze getroffen gezinnen? Reactie college De heer Keen (wethouder): Ik zal het even weer per vraag doen, want mevrouw Velzing stelde een aantal vragen. Dat is wel zo overzichtelijk. Dank ook voor het stellen van deze vragen. U vraagt mij: bent u inmiddels ermee bekend dat er wel degelijk klachten zijn omtrent Jeugdbescherming Noord in onze gemeente? Ja, inmiddels is mij dat
3
ook bekend. Ook ik heb deze week gesproken met een inwoonster die haar ervaringen met Jeugdbescherming Noord met mij heeft willen delen. En ik heb ook gesproken met Marga de Groot, de vertrouwenspersoon die onder andere het meldpunt heeft opgericht. Ze vertelde mij ook dat er binnenkort een rapportage uitkomt van alle klachten die dat meldpunt inmiddels binnen heeft. Het zijn er meer dan 130, heb ik inmiddels begrepen en daar zijn verschillende rode draden in terug te vinden, wist ze mij te vertellen. Dus ik kijk uit naar dat rapport omdat ik zeer benieuwd ben naar wat ons dat gaat leren. Zijn er dan nog andere klachten binnengekomen bij ons als gemeente? Nou, nee, helaas – ‘helaas’ klinkt in dit geval een beetje gek – heb ik nog andere klachten binnengekregen. Maar ik besef ook zeer dat het feit dat ik ze niet op mijn tafel heb liggen, niet betekent dat ze er niet zijn. Dat bevestigt ook mevrouw De Groot van het meldpunt, dat er ook meerdere klachten uit Emmen zijn gekomen. Wat vind ik er dan van? Nou, volgens mij kan ik niet anders zeggen dan dat het enorm schrijnend is om de verhalen te lezen maar ook de verhalen die ik van de week gehoord. Dat het schrijnend is dat voor deze doelgroep, waar sprake is van onveiligheid, dat daar niet de juiste bescherming geboden wordt. Dat vind ik echt verschrikkelijk, want het gaat om een heel kwetsbare doelgroep.
Dus ‘schrijnend’ is het woord dat ik daar passend bij vind. Vandaag is er ook een overkoepelend inspectierapport uitgekomen, waarin het gaat over alle gecertificeerde instellingen – niet over alle, maar over vijf – in Nederland. Daaruit blijkt ook dat het niet alleen maar Jeugdbescherming Noord is waar de schoen wringt, maar het echt een algeheel probleem is waar we met elkaar wat mee moeten. Wat ga ik dan doen met deze klachten? Wat kan ik nou concreet betekenen? Nou, uiteraard neem ik deze klachten ontzettend serieus. Maar het eerlijke verhaal is ook dat ik niet altijd direct bij machte ben om iets te kunnen betekenen voor deze gezinnen. Een rechter doet een dergelijke uitspraak: die zorgt ervoor dat er een maatregel wordt opgelegd als er sprake is van onveiligheid. Daar kan ik als wethouder van de gemeente Emmen niet zo heel veel aan doen. Ik kan uiteraard de verhalen aanhoren en op basis van de verhalen die ik terugkrijg en ook op basis van het rapport dat mevrouw De Groot onder anderen uitbrengt, wel heel serieus nemen, ook in het vervolg dat wij gaan inzetten om in ieder geval te proberen om de situatie voor deze kinderen te verbeteren. Mevrouw Velzing (Wakker Emmen): Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Terwijl het ene na het andere bericht over JBN naar buiten komt, schetst het volgende onze verbazing.
Op RTV Drenthe lazen we dat JBN een nieuw certificaat heeft ontvangen van het KMI, de instantie die daarover gaat. Een klap in het gezicht van ouders, een groot onbegrip. Kan de wethouder aangeven wat ze van dit besluit van het KMI, gelet op de timing, vindt? Daar ben ik wel benieuwd naar. De heer Keen (wethouder): Nou, ik denk dat het goed is om even te duiden wat het keurmerkinstituut doet – het KMI noemen we dat ook wel toetst. Dat toetst of een gecertificeerde instelling voldoet aan het afgesproken normenkader, zoals bijvoorbeeld de afgesproken termijnen waarop een gezin een jeugdhulpverlener krijgt toegewezen en de termijn waarop bijvoorbeeld een plan moet worden opgeleverd. Dat zegt natuurlijk niet zo heel veel over wat nou de kwaliteit is van de hulpverlening. Dus dat zijn twee aparte dingen die onder de loep worden genomen. Het gaat over die processen: daar gaat het KMI over en daarvan heeft het KMI de afgelopen maanden ondervonden dat Jeugdbescherming Noord daar stappen in heeft gezet, waarvan het KMI heeft gezegd dat het er vertrouwen in heeft dat deze processen nu op orde zijn. Nou, daarnaast hebben we nog de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd. Die zegt: qua kwaliteit, qua hulpverlening hebben we echt nog stappen in te maken. En dat maakt ook dat ze onder verscherpt toezicht staan. Dat is weer een ander spoor dat ook gevolgd wordt.
Dat zijn wel twee heel belangrijke elementen die voor ons als bestuurders van onder andere Drenthe voeling geven om te kijken hoe we nu hier op een goede manier met elkaar verder mee kunnen. Meerdere verkeersongevallen Antares Klazienaveen Mevrouw Velzing (Wakker Emmen): Een heel ander onderwerp. Ik sta hier natuurlijk als raadslid van Wakker Emmen, maar zeker ook als inwoner van Klazienaveen, het grootste buitendorp van de gemeente Emmen. De Antares in Klazienaveen is na de Dordsedijk een van de gevaarlijkste wegen van ons dorp.
4
Het afgelopen halfjaar zijn er drie eenzijdige ongevallen gebeurd en een aanrijding tussen een auto en een scootmobiel. Een klik op Google levert nog veel meer nieuwsberichten op over deze weg in de afgelopen jaren. Ik schat in dat aan de bocht van de Antares de meeste lantaarnpalen zijn vervangen in onze gemeenten. Van specialisten in de wegenbouw horen wij dat de weg er niet goed in zou liggen. Aanwonenden zeggen juist dat er vaak te hard gereden wordt. Onze vraag is of het college bekend is met de ongevallen aan de Antares en wanneer het college de Antares kan gaan aanpakken. Reactie college De heer J. Bos (wethouder): Ik kan daar heel kort op antwoorden: wij zijn bekend met de problemen aan de Antares. En we studeren op dit moment op welke maatregelen er nodig zijn. Want u hebt gelijk: dat moet aangepakt worden. Zodra we daar wat informatie over hebben, dan melden we ons in de raad. Wildgroei woonboten haven Nieuw-Amsterdam/Veenoord Mevrouw Scheper (VVD): In Nieuw-Amsterdam/Veenoord ontstaat een wildgroei aan boten, terwijl we een mooie en nieuwe kade hebben met duidelijke regels. We ontvangen diverse signalen van inwoners en omwonenden die veel overlast ervaren van personen die langdurig op deze boten verblijven. Dit leidt tot onrust bij omwonenden en geeft een onveilig gevoel.
Zo bleek ook bij de bijeenkomst van de EOP, Plaatselijk Belang Nieuw-Amsterdam/Veenoord, dat ze bij het melden hiervan bij het waterschap en de provincie tegen de spreekwoordelijke muur aanlopen. Wij hebben begrepen dat er al diverse meldingen zijn gedaan bij zowel de gemeente als ook de politie. Daarom heb ik de volgende vragen. Is het college op de hoogte van deze problematiek? Kan het college aangeven welke maatregelen al genomen zijn om hier handhavend in op te treden? En welke maatregelen zou het college in de toekomst nog kunnen nemen zodat de regels gehandhaafd worden en de overlast voor inwoners wordt beperkt? Reactie college De heer Van Oosterhout (burgemeester): Dank u wel. Ik blijf voor het gemak maar even zitten en geef u antwoord op uw vragen. Is het college op de hoogte van deze problematiek? Zeker, ik was de afgelopen week – dat was wel toevallig – bij de EOP Nieuw-Amsterdam/Veenoord. Daar kwam dit uitgebreid aan de orde en ik snap heel goed de zorgen van omwonenden en ook van de EOP. We letten inderdaad heel goed op die locatie. Het is wel vrij ingewikkeld, minimaal om twee redenen. De eerste is – dat geeft u in uw vraagstelling al aan – dat er meer partijen bij betrokken zijn, bijvoorbeeld ook de provincie. Dat maakt het al wat ingewikkeld. En ten tweede maakt het natuurlijk ingewikkeld, omdat we niet zo makkelijk dit kunnen oplossen.
Dat heeft alles te maken met – met een lelijk woord – ‘het verstoppen van de keten’. De mensen die op die boten wonen, zijn in de regel dak- en thuisloos, die hebben weer een andere opvangplek nodig. Dat maakt het ook vrij ingewikkeld. Nou, wat specifieker: we hebben in die zin toch wel wat hierop aangedrongen bij de provincie, ook omdat omwonenden denk ik daar terecht over klagen. Want die boten mogen daar gewoon ook niet liggen. Dat betekent dat de provincie de bevoegde partij is om op te treden tegen overtredingen van die vaarregels en zij hebben daarom de boteneigenaren laten weten dat zij de boten per 1 oktober uit het water moeten verwijderen. Dat heb ik gemeld aan de EOP. Daar zijn wij niet zozeer de handhavende partij, maar we zullen wel uitdrukkelijk bewaken dat dat inderdaad op 1 oktober gaat gebeuren. Eén boot is inmiddels al weg en we blijven de meldingen registreren. En ten slotte, met de provincie en de politie wordt gewerkt aan een wat breder plan van aanpak, want dit is toch een beetje symptoombestrijding. Dat is gericht op zowel het aanleggen van – dus tegen de vaarregels in – als de overlast vanuit de boten. Dat zijn eigenlijk de twee verschillende dingen. En duidelijk is dat we in die zin wel een probleem hebben, want het probleem komt voort uit de wooncrisis en het probleem komt ook voort uit onvoldoende opvangplekken en dergelijke.
Dus ik kan ook niet garanderen dat er nooit weer een boot zal aanleggen met mensen die dak- en thuisloos zijn. We zijn daar wel druk mee bezig. Voordeel is dat nu de winterperiode eraan komt: dat geeft ons even iets meer tijd voor die bootjesproblematiek. Maar het betekent tegelijkertijd dat we wat breder kijken naar mensen die een zorgvraag hebben en tegelijkertijd geen dak boven hun hoofd hebben. Dank u wel voor uw vraagstelling.
5
A4.
Notulen openbare raadsvergadering van 26 juni 2025
De voorzitter: Dan gaan we naar een aantal A-stukken, zoals dat in vakjargon heet. Dat is om te begonnen A4, de notulen van de openbare raadsvergadering van 26 juni 2025. Ik meld even voor de volledigheid dat de heer Linnemann in het verslag staat als afwezig, maar hij was gelukkig áánwezig. Dat zullen we dan na vaststelling van deze notulen corrigeren. Ik kijk even rond. Is er behoefte aan een stemverklaring? Ja, de heer Supheert. De heer Supheert (ChristenUnie): Nou, een stemverklaring? Volgens mij zijn we de vergadering van 26 juni om tien uur ’s ochtends begonnen, niet om half acht ’s avonds. De voorzitter: Kijk aan! Nemen we mee. Voor de rest allemaal akkoord? Aldus besloten. De notulen van de openbare raadsvergadering van 26 juni 2025 worden met beide genoemde wijzigingen vastgesteld. A5.
Uitbreiding Woonwagenlocatie De Ark
De voorzitter: Dan gaan we naar A5, ‘Uitbreiding Woonwagenlocatie De Ark’. Even als toelichting: tijdens de commissievergadering heeft wethouder Jakobs toegezegd dat de geheimhouding op de stukken automatisch wordt opgeheven nadat de definitieve gunning heeft plaatsgevonden. De toelichting in de raadsbrief van 16 september kan wellicht wat onduidelijkheid creëren. We hebben even wat overlegd met de heer Jakobs en ter verduidelijking kan ik zeggen dat de toezegging zoals die gedaan is in de commissie, nog steeds staat. Dat gezegd hebbende, zijn er stemverklaringen? Niet? Dan gaan we over tot de stemming. (…) En dan is dit voorstel met algemene stemmen aangenomen. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A5 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. A6.
Wijziging Verordening starterslening gemeente Emmen 2025
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A6 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. A7.
Vaststellen verantwoording fractievergoeding 2024
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A7 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. A8.
Raadsvoorstel - Besluit begrotingswijzigingen 2025 tot en met Q2 en uitkomsten Meicirculaire 2025 (jaarschijf 2025)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A8 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. A9.
Verlenging ontheffing vereiste van ingezetenschap wethouder de heer J. Bos
De voorzitter: Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A9 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen.
6
A10.
Aanwijzen vertegenwoordiger uit raad voor Ledenraad EDR
De voorzitter: Dan A10, ‘Aanwijzen vertegenwoordiger uit de gemeenteraad voor de Ledenraad van de EDR’. Zoals u hebt kunnen lezen, wordt mevrouw Spang voorgedragen als vertegenwoordiger in de Ledenraad van de EDR. Zij zal de heer Huttinga opvolgen. En omdat we stemmen over personen, gaat dit niet elektronisch met het systeem. Ik kijk eerst even: zijn er stemverklaringen? Niet? Kan ik aannemen dat dit voorstel met algemene stemmen kan worden aangenomen? Aldus besloten. Gefeliciteerd, mevrouw Spang! Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A10 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. A11.
Lijst ingekomen stukken
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het onder nummer A11 vermelde raadsvoorstel met algemene stemmen aangenomen. B1.
Vaststellen woonwagenbeleid 2025
De voorzitter: Dan komen we bij een aantal B-stukken. Ik begin bij B1, het vaststellen van het woonwagenbeleid 2025. Ik kijk even: wie wil daarover het woord voeren? Dat zijn meerdere fracties. Dan begin bij Wakker Emmen, meneer Bijlsma. Eerste termijn De heer Bijlsma (Wakker Emmen): Voor ons het woonwagenbeleid. Tijdens de behandeling in de twee commissievergaderingen en tijdens de presentatie vorige maand is hier dus al uitgebreid over gesproken. Daarom volstaat voor ons, mede kijkend naar de agenda van vanavond, een korte bijdrage. Vanuit de commissievergadering is een aantal vragen van verschillende fracties blijven liggen en daar is door de wethouder schriftelijk op gereageerd. Voor ons zijn die vragen voldoende beantwoord. Wakker Emmen gaat zonder twijfel akkoord met het voorgestelde nieuwe woonwagenbeleid. Dit nieuwe woonwagenbeleid opent samen met het volgende agendapunt de deur tot de hoognodige uitbreiding van het aantal standplaatsen op woonwagenpark De Ark. Wakker Emmen is tevreden met het feit dat als we tot de conclusie komen dat er iets in het beleid aangepast moet worden, deze bevoegdheid bij de gemeenteraad blijft liggen. Ervan uitgaande dat we vanavond met z’n allen tot een positief besluit komen, wil Wakker Emmen alvast de bewoners van woonwagenpark De Ark feliciteren met de aanstaande uitbreiding. En wat ons betreft op naar de volgende stap. De heer A.
de Vries (PvdA): Voorzitter, de vorige spreker zei het ook al: deze is twee keer in de commissie geweest, dit onderwerp. Eigenlijk beide keren begonnen wij ons betoog als volgt. Woonwagenbewoners hebben het recht om in een woonwagen te leven en gemeenten moeten dat mogelijk maken. Hiermee omarmt de rijksoverheid ook de visie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman. Nou, voorzitter, tijdens de commissies – of de tweede commissie in ieder geval – is het beslispunt om het college de bevoegdheid te geven het beleid zelfstandig vast te stellen, uit het voorstel gehaald. Dat lijkt ons ook goed en er is wat eindredactie gepleegd. De heer Bijlsma noemde al even de brief met wat onduidelijkheden die zijn opgelost. Wij houden het ook verder kort, voorzitter. Onze fractie kan prima met dit voorstel leven en het doet ons goed dat we straks bij het volgende agendapunt ook de daad bij het woord gaan voegen. De heer Meijer (VVD): Ja, de VVD kan zich ook grotendeels goed vinden in het woonwagenbeleid. We hebben inderdaad – war de collega’s ook zeiden – uitgebreid erover gediscussieerd. Alle antwoorden zijn inderdaad ook prima.
7
Eén punt blijft ons eigenlijk echter nog wat dwarszittten. En dat is als een hoofdbewoner komt te overlijden en bijvoorbeeld kinderen willen de plek overnemen, moeten ze dit binnen vier weken beslissen. In dit soort situaties hebben mensen veel aan hun hoofd, wellicht hebben ze zelf nog een andere woning, er zit veel emotie in zo’n periode. En wij hebben zelf de behoefte eraan dat die termijn wordt verlengd naar bijvoorbeeld acht weken. Nou heeft de wethouder het uitgelegd met een brief, maar we vinden toch, als je kijkt naar het beleid, dat het helderder en transparanter is dat dat opgerekt wordt naar acht weken. Dus wij horen graag op dit punt de reacties van eventueel de andere partijen en van de wethouder. De heer Kuiper (SP): Voorzitter, vandaag spreken over het woonwagenbeleid 2025. Onze fractie ziet dat dit beleid beter aansluit op de huidige wet- en regelgeving en bij de uitgangspunt van de Woonvisie ‘Buitengewoon thuis in Emmen’. We willen benadrukken dat de gemeente in dit traject een actieve rol heeft en dat er een goede samenwerking is met de Commissie Rolleman en de betrokken woonwagenbewoners en dat verdient een compliment. Het nieuwe beleid geeft duidelijke kaders voor wachtlijsten en toewijzingsregelingen. Daarmee wordt niet alleen transparantie geboden, maar ook rechtgedaan aan de woonwagencultuur.
Belangrijk vinden we vooral dat het samenleven in familieverband beter wordt erkend en gefaciliteerd. Tegelijkertijd willen we een aantal aandachtspunten meegeven. Het beleid legt de basis, maar de uitvoering zal bepalend zijn. De uitbreiding van de standplaatsen vraagt tijdige en zorgvuldige besluitvorming, inclusief een financiële onderbouwing. Bewoners verwachten terecht dat de regels rond toewijzing ook consequent en transparant worden toegepast. Hier zullen wij als raad scherp op moeten toezien. Tot slot vinden wij het belangrijk dat er blijvend overleg met de bewoners plaatsvindt, zodat signalen uit de praktijk snel opgepakt kunnen worden. Voorzitter, onze fractie is positief over dit resultaat en ziet dit als een belangrijke stap in het waarborgen van gelijke kansen en fatsoenlijke huisvesting voor deze groep inwoners. Daarbij hechten wij er nadrukkelijk waarde aan dat de raad de eindverantwoordelijkheid behoudt in de inhoudelijke kaders van het beleid. De heer Supheert (ChristenUnie): Fijn dat we het hebben over het woonwagenbeleid en, als ik het goed heb ingeschat, het ook kunnen vaststellen. Tijdens de commissievergadering heb ik ook gesproken over de geschiedenis van dit dossier. Dat zal ik vanavond niet overdoen, maar we kunnen vaststellen dat er inhoudelijk heel wat veranderd is. Dat hebben de collega’s van Wakker Emmen en de PvdA ook aangegeven.
Voorzitter, tijdens diezelfde commissievergadering – om eerlijk te zijn: een andere commissievergadering – heb ik vragen gesteld over de mogelijkheid tot maatwerk als het gaat om de starterslening. Die hebben we eerder vanavond vastgesteld. Wij zijn tevreden met het antwoord in de brief als het gaat om maatwerk voor de reizigers. We vragen ons wel af wanneer de wethouder denkt, het onderzoek naar het maatwerk denkt te kunnen presenteren aan de raad. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Beste leden van de raad, geachte toehoorders op de publieke tribune, we bespreken vandaag het woonwagenbeleid als B-stuk omdat wij als fractie van Hart voor Emmen zeiden: dit kan nog niet als A-stuk naar de raad. Voor ons ligt het grootste probleem in rechtszekerheid. Anders gezegd: duidelijkheid en zekerheid voor de bewoners. Dat hebben wij bij de eerste lezing in mei gezegd en tijdens de commissie in september nogmaals. Een aantal van onze vragen is via een toezegging beantwoord, maar ik moet u bekennen: het wordt er volgens onze fractie niet beter op. Laat ik beginnen bij het verschil tussen beleid en de verordening. Wat is dat beleid nu eigenlijk? Volgens de Algemene wet bestuursrecht is het beleid een koersafspraak van het bestuur. Dat wordt ook uitgelegd in de memorie van toelichting. Een beleidsregel is dus geen wettelijke regeling, maar een soort afspraak van het bestuur met zichzelf.
Het is een richtlijn die aangeeft hoe de overheid in de praktijk beslissingen neemt. En net als die verordening, die wij als fractie juist zo graag wensen. Een verordening is wél een echte wettelijke regeling die rechten en plichten omvat en bindend is voor iedereen. De gemeenteraad mag zulke regels maken. En hoe zit het dan met die rechtszekerheid? Bij een beleidsregel kan een inwoner over het algemeen alleen een klacht indienen over de toepassing van het beleid en eventueel naar de Nationale Ombudsman gaan. Bij een verordening geldt dat bezwaar of
8
beroep mogelijk is tegen een besluit op basis van de verordening. Het verschil is dat bij verordeningen de rechtsgang een zwaarder gewicht en meer rechtszekerheid biedt omdat de rechter slechts beperkt kan afwijken, terwijl bij beleid het bestuur meer ruimte heeft om af te wijken. Dan nu even terug naar het raadsvoorstel. Voor de verdeling van woonruimte en standplaatsen is de Huisvestingswet van 2014 het kader. Daarin staat ook iets wat een standplaats is en dat je via de Huisvestingsverordening regels kunt opstellen. Dat geeft rechtszekerheid en de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Nu heeft het college in antwoord op onze vragen maar een half antwoord gegeven. Het college zegt op grond van de Awb, artikel 4.84 dat wij ons aan het beleid moeten houden. Jammer dat het restant van die bepaling en de toelichting niet wordt genoemd. Ja, het college moet zich normaal aan het beleid houden, maar de Awb, artikel 4.84 zegt ook dat je je ervan af mag wijken. En dat is precies het probleem. Beleid is flexibel en het recht is vast. Voor rechtszekerheid heb je dus een verordening nodig, zoals we die op dit moment ook nog hebben. Dan de volgende opmerking uit de beantwoording. Als een betrokkene het niet eens is, kan diegene een klacht indienen op grond van artikel 9.1 van de Awb. Dat klink behulpzaam, maar het is niet wat woonwagenbewoners nodig hebben.
Een klacht gaat over gedrag of bejegening en geeft geen recht op een ander inhoudelijk besluit. Daar kun je geen bezwaar of beroep tegen instellen. Handig voor service, niet voor rechtsbescherming. Ik sluit af met: ‘daarnaast kan de betrokkenen de privaatrechtelijke weg bewandelen bij de burgerlijke rechter’. Maar rechtsbescherming hoort hier publiekrechtelijk geborgd te zijn. Bezwaar en beroep horen open te staan tegen een besluit. Zonder besluit geen bezwaar. Anders gezegd: privaatrecht regelt de verhouding tussen burgers onderling en publiek recht tussen overheid en burger, met de daarbij horende rechtszekerheid. Waar is in dit alles behoorlijk bestuur? En nu denkt u misschien: waar heeft hij het nou over en wat weet hij ervan met zijn niet-afgeronde studie rechten? Daarom heb ik dit ook uitdrukkelijk besproken met meester Sjoerd Jaarsma, een advocaat die zich in Nederland inzet voor de woonrechten van reizigers. En ook hij zegt: ‘Wil je echte rechtsbescherming, zet dit dan in de Huisvestingsverordening. Leg die basisregels in de verordening vast. Inschrijving, rangorde, familieen gezinscontinuïteit en wat precies het besluit waartegen bezwaar en beroep openstaan.’ Dat is ook het advies dat wij kregen: een verordening verdient de voorkeur voor échte rechtszekerheid. Dus wij vragen slechts om een extra artikel in de Huisvestingsverordening voor woonwagenstandsplaatsen.
Het Rijk publiceerde in 2018 een beleidskader ‘Gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid’. Bescherm de woonwagencultuur, regel die toewijzing netjes en voorkom discriminatie. Dat is richtinggevend. Wij willen hier in Emmen dat concreet maken met duidelijke, toetsbare regels. Dus mijn eenvoudige verzoek aan de wethouder is: neemt u dit alstublieft op in de Huisvestingsverordening. Zwart-op-wit, zodat de bewoners weten waar ze aan toe zijn en zodat er bezwaar en beroep mogelijk is tegen besluiten die hen raken, zoals dat tot nu toe ook het geval geweest is. En wij vragen de overige fracties of zij het met Hart voor Emmen erover eens zijn dat woonwagenbewoners, net als alle andere bewoners van Emmen, het recht hebben op duidelijkheid en rechtszekerheid. De voorzitter: Dank u wel. Waarbij ik u wel wat meer spreektijd heb gegeven. Maar ik was al een minuut geleden aan het denken: die is aan een afronding toe. Maar dank u wel voor uw bijdrage. Gaan we ten slotte naar de fractie van D66. Meneer Koops. De heer Koops (D66): Mevrouw Smit verwoordde het tijdens de commissievergadering en tijdens vele momenten daarvóór beter dan dat ik het zou kunnen. Ik sta hier dan ook vooral om haar woorden en wensen – en daarmee die van de hele reizigersgemeenschap in Emmen – te onderstrepen: ‘Onze opdracht is volgens mij kraakhelder.
Gemeente, breng onze strijd tot een einde en realiseer onze wens, zodat wij verder kunnen met ons leven.’ Laten we dat doen. Laten wij met het vaststellen van het nieuwe woonwagenbeleid en de uitbreiding van De Ark onderstrepen dat de woonwagencultuur een waardevol onderdeel is van onze gemeenschap. Iets wat niet alleen beschermd moet worden, maar ook moet worden omarmd. Dus aan mevrouw Smit, de Commissie Rolleman en alle anderen die zich hard hebben gemaakt om dit mogelijk te maken: bedankt voor uw strijd!
9
Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Bij de commissievergadering is het al besproken, het woonwagenbeleid. Het laat zien dat het voor ons als gemeenteraad, en zeker ook voor de woonwagenbewoners, belangrijk is dat er een goed stuk voor ons ligt en dat er ook erkenning is voor dat o zo belangrijke culturele erfgoed. Het is waardevol en beschermd door het Rijk. Dat betekent ook dat we die verantwoordelijkheid hebben om de cultuur te behouden en door te geven aan de volgende generaties. En we zijn blij dat het beleid ruimte biedt aan die cultuur, niet alleen in woorden maar ook in daden. Over de verordening die voorligt: ja, bij de toekenning biedt die ook meer transparantie en meer rechtsgelijkheid. Wat GroenLinks waardeert, is ook de aandacht die er is voor de spijtoptanten: mensen die noodgedwongen door de lange wachtlijsten naar woningen zijn gegaan, maar dolgraag terug zouden gaan naar een woonwagen op het grote woonwagencentrum of een van de andere centra. Ook de kwestie van de inwonende familieleden is belangrijk in de familiecultuur: daar is ook aandacht voor. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch blijven: de wachtlijst die er is, is niet van vandaag op morgen weggewerkt, ondanks – dat komt zometeen nog ter sprake – de uitbreiding die voorligt. Het aantal plekken is nog steeds beperkt en de vraag is groot.
Dat vraagt om blijvende aandacht om eerlijk beleid en transparante communicatie met de mensen om wie het gaat. Het is een stap vooruit, een beleid dat cultuur erkent, rechten herstelt en toekomst biedt en we kijken uit naar het volgende stuk. Reactie college De heer Jakobs (wethouder): Nou, overwegend positieve geluiden en toch nog wel een aantal vragen. Daar wil ik dan nu op ingaan. Met name over de rechtsbescherming. Meneer De Jong van Hart voor Emmen stelde daar een aantal vragen over. De rechtsbescherming van aspirant-woonwagenbewoners is in het nieuwe beleid op zorgvuldige wijze geborgd en volledig genormaliseerd. Dat betekent dat zij dezelfde rechtsbescherming genieten als iedere andere inwoner van de gemeente Emmen die hier een sociale huurwoning of koopwoning bewoont. Er is dus géén onderscheid in de manier waarop hun rechten worden beschermd. Concreet betekent dit – als betrokkene het niet eens is met een besluit van de gemeente, bijvoorbeeld over het al dan niet toewijzen van de standplaats – hij of zij gebruik kan maken van de reguliere klachtprocedures. Eerst via een interne klachtprocedure bij het college van B&W. Als men daarna nog ontevreden is over de afhandeling, kan men terecht bij de Nationale Ombudsman. Daarnaast staat uiteraard ook de weg naar de burgerlijke rechter open.
Deze onafhankelijke en onpartijdige rechter toetst het gemeentelijk handelen en de geldende landelijke wet- en regelgeving. Kortom, de rechtsbescherming van woonwagenbewoners is niet alleen voldoende, maar ook gelijkwaardig aan die van andere inwoners van de gemeente. Dat is een bewuste keuze geweest in het beleid, juist om rechtsgelijkheid en gelijke behandeling te waarborgen. Dit is mijn antwoord op meneer De Jong. De vier weken werd nog even genoemd door de VVD. De vier weken wordt in dit beleid door de raad vastgesteld. Het is geen termijn die uit de wet voortvloeit. Zoals aangegeven in brief, zien we en verwachten we vanuit de praktijk dat dit afdoende is en hebben we daarom de vier weken opgenomen. Maar maatwerk is daarin mogelijk. Met betrekking tot meneer Supheert, die nog de vraag stelde: hoe zit het dan met die starterslening? Die vraag hebt u ook vaker gesteld. Nou, op die terugkoppeling kom ik in de raad terug in het eerste kwartaal van 2026. Tot zover, dank u wel. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Ik wou eigenlijk verzoeken of ik even vijf minuten kan schorsen, zodat ik wat ruggespraak kan houden. Mijn fractiegenoot is afwezig en ik wil heel even kort ruggespraak houden voordat ik een tweede termijn nodig heb. Dus als ik vijf minuten zou kunnen gebruiken, dan kom ik daarop terug. De voorzitter: Als een raadslid daarom vraagt, dan stemmen we daar altijd mee in.
Vijf minuten schorsing. [Schorsing]
10
De voorzitter: Ik heropen de vergadering. De heer De Jong heeft aangegeven dart hij geen behoefte heeft aan een tweede termijn. Ik kijk nog even rond: anderen behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, dan kunnen we dit punt afronden. Besluitvorming De voorzitter: Dat doe ik door zometeen te vragen naar een stemverklaring en daarna open ik de stemming. Is er behoefte aan een stemverklaring? In ieder geval de heer Meijer van de VVD en de heer De Jong van Hart voor Emmen. Ja? Oké. Meneer Meijer, uw stemverklaring. De heer Meijer (VVD): Nou ja, het antwoord van de wethouder over die vier weken: mocht die situatie zich voordoen, dan houden we hem aan zijn maatwerk. De heer De Jong (Hart voor Emmen): Met de beantwoording van de wethouder en daarin ‘gelijke monniken, gelijke kappen’, willen wij de woonwagenbewoners geen status aparte geven en kunnen wij daarom instemmen met het voorliggende beleid. De voorzitter: Uitstekend, dan brengen wij het woonwagenbeleid in stemming. De stemming is geopend. (…) De stemming is gesloten en daarmee is het voorstel unaniem aangenomen met 34 stemmen voor en nul tegen. B2.
Vaststellen bestemmingsplan ‘Emmen, de Ark uitbreidingslocaties’
Eerste termijn De heer De Jong (Hart voor Emmen): Wij danken de wethouder voor de beantwoording die hij gegeven heeft met de toezeggingen die gedaan zijn met betrekking tot de woonwagentypologie. Wij begrijpen gezien de gemaakte afwegingen de keuze rondom het bestemmingsplan en kunnen ons hierin vinden. Wel hebben wij een vraag in het kader van de betrouwbare en voorspelbare overheid over artikel 5.3 ‘Nadere eisen’. Zou het college bij de nadere eisen, op het moment dat deze gesteld gaan worden door het college, deze openbaar kunnen maken, zodat eenieder die in het vervolg een aanvraag wil doen, weet wat deze zijn, zodat zij weten hoe zij hiermee rekening kunnen houden? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dat waren de bijdragen in eerste termijn? Dat is het geval. Wethouder, wou u daar nog op reageren? Nee? Oké. Kan ik daarmee overgaan tot de besluitvorming op dit stuk? Goed. Besluitvorming De voorzitter: Dan vraag ik eerst: is er behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan gaan we over naar het stuk op zich. De stemming is geopend. (…). De stemming is gesloten. En ook dit voorstel is met 34 stemmen voor en nul stemmen unaniem aangenomen. Dank u wel! (…) Er wordt heel stil gejuicht op de publieke tribune: dat vinden we mooi. Gefeliciteerd! Het is een mooi besluit. B3.
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR)
Eerste termijn De heer Pruisscher (ChristenUnie): De ChristenUnie vindt het belangrijk dat we goed omgaan met onze ruimte. Die hebben we vanuit de cultuur maar ook de natuur tot ons gekregen en dat vormt ook de identiteit van Emmen. Dat zien we ook in het IBOR terug: dat is de basis waarop we verdergaan. We vinden het ook belangrijk dat we inspelen op het veranderende klimmaat, door meer ruimte te geven aan water en groen, dan wordt de omgeving wat robuuster. En we vergroten ook de biodiversiteit. In het commissiedebat zei ik: laten we eens wat meer fruitbomen planten, dat is gewoon
11
belangrijk voor de leefbaarheid. Ook dat ruimte uitnodigt om gezond bezig te zijn, dat zij veilig is en voelt, dat zij toegankelijk is voor iedereen, dat zij ons de vrijheid om anderen te ontmoeten en contacten te leggen. We zijn daarom ook blij, voorzitter, met dit IBOR, het beleidsplan waarin al die thema’s bij elkaar worden gezet en ook met elkaar verbonden worden, zodat we de plannen die we daarvoor hebben, goed integraal kunnen aanpakken. Dus, voorzitter, daar kunnen wij van harte mee instemmen. Na het commissiedebat bleven er wat eindjes open en gingen we uit elkaar met huiswerk – zo noemde ik dat. Dank voor de brieven die het college stuurde, want het is goed om jaarlijks met elkaar te spreken over de toepassing van dit beleidsplan: ‘Hoe doen we dit nou’? Mijn huiswerk was om met het voorstel aan de gang te gaan over hoe we met wegenonderhoud verder willen en waar dat eventueel een plek zou moeten hebben. Daar praten we al een tijdje met elkaar over, maar er moet nu wat ons betreft eerst aandacht naartoe. Daarbij moeten we vastleggen welke ambities en doelstellingen we hanteren, welke kaders er zijn voor de onderhoudsplanning, hoe duur dat eigenlijk zou moeten zijn en hoe we in de gaten houden of we ook de goede dingen doen.
In voorbereiding daarop kunnen we met elkaar verkennen welke scenario’s er zijn en wat nou de financiële gevolgen zijn van keuzes voor een bepaald kwaliteitsniveau en ook voor een bepaald type weg. Breng dat in kaart, zodat we een goed besluit kunnen nemen. Daarom stel ik, samen met de leden Van Dijken van het CDA, Hoogenberg van Wakker Emmen, Koops van D66 en Kilinçci van de PvdA, het volgende amendement voor om aan het raadsbesluit de twee volgende punten toe te voegen: Amendement: ‘Beleidsnota onderhoud wegen en paden’ (ingediend door de fracties van de ChristenUnie, het CDA, Wakker Emmen, D66 en PvdA) ‘De gemeenteraad van de gemeente Emmen in vergadering bijeen op 25 september 2025, bij de behandeling van agendapunt B3 ‘Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR)’ Wij stellen voor, op grond van artikel 147b van de Gemeentewet en artikel 7.8 van het Reglement van Orde gemeenteraad Emmen 2024, om het voorgestelde besluit aan te passen: Besluit: Aan het voorgestelde raadsbesluit toe te voegen: 3.
Als eerste uitwerking van het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) een beleidsnota ‘onderhoud wegen en paden’ te laten opstellen, met het oog op vaststelling door de gemeenteraad, waarin wordt opgenomen: a) het uitgangspunt om 80 procent van de wegen en paden op minimaal C-niveau – of hoger – te brengen en daarop te (onder)houden en andere duidelijke doelstellingen voor het onderhoud aan wegen en paden, die onder andere volgen uit het IBOR; b) een nadere toelichting en uitwerking van de afwegingskaders die gebruikt worden voor de onderhoudsplanning en –prioritering; c) een financiële paragraaf met een overzicht van de huidige budgetten en de financiële consequenties van de maatregelen om aan de IBOR-kaders te voldoen; d) een aanzet tot kwantitatieve indicatoren om de uitvoering (voortgang, effectiviteit en efficiëntie) te kunnen monitoren.
4.
In voorbereiding op de hierboven genoemde beleidsnota de verschillende scenario’s in kaart te brengen, rekening houdend met de verschillende kwaliteitsniveaus, verschillende wegtypen en financiële gevolgen, om een keuze te kunnen maken.
Toelichting Volgens het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (hierna: IBOR) bestaat de implementatie c.q. uitvoering uit het uitwerken en vertalen van de thema’s en de pijlers per gebied in beheer- en uitvoeringsplannen (pagina 82). Ook voor beheer en onderhoud wordt het IBOR vertaald en worden de positieve of negatieve gevolgen van maatregelen op de IBOR-kaders in beeld gebracht
12
(pagina 83). Ook bestaande beleids- en beheerplannen worden geüpdatet op basis van dit IBOR (pagina 84). De indieners vinden dat het onderhoud aan wegen en paden als eerste aandacht moeten krijgen. De moties, vragen en debatten van de afgelopen jaren wijzen op het grote belang dat de gemeenteraad daaraan wil geven. Voor de indieners hoort daarbij dat de gemeenteraad zelf daarvoor passende kaders vaststelt in een beleidsnota. Een van die kaders is het vaststellen van de beeldkwaliteit: 80 procent van het totale areaal op minimaal C-niveau (of hoger als dat mogelijk of wenselijk is). Hoewel dit door het college is toegezegd tijdens het commissiedebat op 8 september 2025, bleek ook dat het IBOR daarvoor niet de juiste plek is. De indieners vinden de hierboven genoemde beleidsnota geschikter. Uit de raadsbrief van 26 augustus 2025 (beantwoording motie ‘Kwaliteitsniveau wegen’, zaaknummer 208686-2025) blijkt dat naast de technische beoordeling er zeven afwegingskaders worden gebruikt voor de onderhoudsplanning en –prioritering. Daartussen zitten politiekbestuurlijke afwegingen die nader toegelicht en uitgewerkt moeten worden. Niet duidelijk is hoe deze kaders tot stand zijn gekomen. De indieners vinden het wenselijk dit in een beleidsnota te laten vaststellen door de gemeenteraad. De uitvoering van het IBOR vindt plaats binnen de beschikbare budgetten.
Tegelijk kan blijken dat voor noodzakelijke maatregelen om aan de IBOR-kaders te voldoen, extra kosten gemaakt worden, een andere aanpak of meer capaciteit nodig is. Daarvoor kunnen begrotingen en financiële posten uit verschillende programma’s worden gekoppeld en gebundeld (pagina 85). De indieners vinden dit rechtstreeks raken aan het budgetrecht van de gemeenteraad, wat een nadere uitwerking van de financiële consequenties noodzakelijk maakt. Omdat de afgelopen jaren extra financiële middelen zijn vrijgemaakt voor het onderhoud aan wegen, moet in de hiervóór genoemde beleidsnota een financiële paragraaf worden opgenomen. Uit het commissiedebat bleek ook de wens om te komen tot meer kwantitatieve c.q. meetbare gegevens, zodat we de uitvoering van het beleid kunnen monitoren. Met zicht op de uitvoering, de effectiviteit en efficiëntie van maatregelen kan de gemeenteraad beter beoordelen of het geld op de juiste manier wordt ingezet en doelen daadwerkelijk worden bereikt. In voorbereiding op de vaststelling van de beleidsnota moeten verschillende scenario’s in kaart worden gebracht. Daaruit moet duidelijk worden welke financiële gevolgen bepaalde keuzes voor het gewenste kwaliteitsniveau, gedifferentieerd naar de verschillende wegtypen, hebben. Op basis daarvan kan de raad tot een goed besluit komen.
De heer Pruisscher (ChristenUnie): Dat amendement wordt dus mede ingediend door CDA, D66, PvdA en Wakker Emmen. Voorzitter, met deze aanpassingen denken we dat de raad meer zicht maar ook meer grip krijgt op het onderhoud van wegen en paden in onze gemeente. We zien uiteraard de uitwerking met veel plezier tegemoet. Dank u wel. De heer Meijer (VVD): De VVD kan zich grotendeels vinden in het IBOR, zoals ook aangegeven in de commissie. We hebben er uitgebreid over gediscussieerd. Het onderhoud en de staat van de wegen baren ons zorgen, zoals vaker benoemd. Het staatje met cijfers lijkt prima in orde, maar het gevoel van de inwoners geeft iets anders aan. Daarom kunnen we ons ook wel grotendeels vinden in het amendement van de ChristenUnie en van andere partijen als dit leidt tot een constructieve vooruitgang van de kwaliteit van de wegen, autowegen en de fietspaden. Maar wat ons betreft mag dan de ambitie zelfs nog wel ietsje hoger. Eigenlijk ook wel naar 80 procent op B-niveau. Wellicht is het goed om het ook inzichtelijk te krijgen
13
over wat voor investeringsbedragen we dan precies praten en ook om hierin keuzes te maken qua prioritering. Dus tot zover. De heer Van Dijken (CDA): Het IBOR. Ja, voorzitter, het mooie van dit moment is dat we beleid vaststellen en verder geen bestaand beleid intrekken. Want we deden het tot op heden zonder, dus dat we het over het IBOR hebben, is al een plus. Het stuk dat voorligt, geeft, zoals het zelf al aangeeft, kaders en richting voor het ontwerpen en beheren van de openbare ruimte. Met de richting zijn we het als CDA eens. Er staan goede dingen in, zoals het toepassen van verlichting waar dat sociaal gewenst is en het stimuleren van gezonde ommetjes door korte wandelroutes te creëren, daar waar het gebied dat toelaat. En de uitwerking per gebied laat zien waar dit goede kans van slagen heeft of niet. Het stuk geeft dus in onze ogen richting, met daarbij een voorspelling waar pijlers wel, gemiddeld of matig succes kunnen hebben. De vraag blijft wel hoe we de richting – waar ik het net over had – kunnen controleren. Want wat betekent bijvoorbeeld ‘beheer op orde’ in de praktijk? Hiervoor is het stuk in onze ogen minder geschikt. De vraag blijft dus of het Beleidsplan ook daadwerkelijk kaders meegeeft waar je achteraf op kunt controleren en hoe wij dus als raad in onze rol komen.
In de commissievergadering ontstond wat discussie over of deze kaders in dit Beleidsplan of wellicht elders staan. Wij denken dat er tussen dit Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte en de uitvoeringsplannen beleidsnota’s moeten komen – en vaak zijn ze er al – om de richting van het IBOR met kaders aan te vullen. Een voorbeeld in dezen is straatverlichting, die zeker wordt benoemd in het IBOR, maar waarvoor ook een beleidsplan is vastgesteld in 2022. Dit heet ‘Bewuster verlichten in de openbare ruimte’. Dit stelt kaders vast waarbinnen verlichtingsplannen worden ontworpen en waaraan kan worden getoetst. Dus in onze ogen geeft het IBOR de richting en een beleidsplan geeft kaders voor de uitvoeringsplannen. Als CDA hebben we dit op één punt al wel aangezwengeld: onderhoud wegen. Want met een kader ‘wij willen het onderhoud van wegen per wegtype voor 80 procent op C-niveau’ hebben we een kader willen inbrengen waarmee je achteraf prima kunt controleren of we goed bezig zijn. Wij zijn dan ook gematigd positief over de toezegging van wethouder Jakobs om de kwaliteit van wegen op minimaal 80 procent C-niveau te brengen. Want onze insteek in de commissievergadering was 80 procent C-niveau per wegtype. Met het overzicht van het college zie je bijvoorbeeld dat erftoegangswegen voor 70 procent op C-niveau zijn en dat we dus daarbij aan de bak moeten. Maar goed, resumé.
Als CDA staan wij positief tegenover de richting die het IBOR aangeeft en wij kunnen daarom daarmee instemmen. Maar naast de toegezegde ondergrens van 80 procent op C-niveau willen we een aanvullende discussie over het kwaliteitsniveau per wegtype, met name dit samen met de ondergrens, in een beleidsnota kunnen vastleggen. Samen met de ChristenUnie en andere fracties hebben we dus een amendement gemaakt dat deze discussie losmaakt en dat uiteindelijk resulteert in een beleidsplan ‘Onderhoud wegen en paden’. De ChristenUnie heeft hier een heel goede toelichting op gegeven. Tot zover. Mevrouw Van der Woude (GroenLinks): Tijdens de commissievergadering is al veel gezegd over het voorliggende IBOR-plan. En terecht: het is een stevig stuk vol ambities waar je niet omheen kunt. Want wie wil er nou niet een veilig, schone en goed onderhouden openbare ruimte? GroenLinks zal geen amendement indienen, maar we willen in deze raadsvergadering toch nog een belangrijk punt benadrukken. En dat is – u raadt het al – de waarde van het Hondsrugmeer. Wat ons betreft een plan dat een uitstekend voorbeeld is van hoe je met één investering op meerdere maatschappelijke doelen tegelijk inzet: een gezondere leefomgeving voor omwonenden, ruimte voor toeristisch-recreatieve ontwikkeling en een concrete bijdrage aan klimaatadaptatie en wateropvang. Dit moet niet onderschat worden.
En we zijn in deze gemeente niet vreemd van grote investeringen. Dus wat dat betreft kun je ook daarin wel enig risico nemen, met daarbij wel de uitkomst dat het veel rendement oplevert. Voorzitter, dan nog een ander stuk. Wij hebben het amendement gezien over de kwaliteit van de wegen en we zien dat die onder druk staat. Achterstallig onderhoud is niet alleen een bron van ergernis, er zijn ook onveilige situaties en in dat licht steunt GroenLinks het amendement dat is ingediend. Verder steunen we ook het IBOR en hopen we bij de uitwerking dat ook het Hondsrugmeer meer vorm zal krijgen.
14
Mevrouw Ester (SP): Na een goede commissievergadering, waar de wethouder een aantal vragen heeft beantwoord en met name ook verduidelijkt wat betreft het IBOR, mist ook de SP nog een aantal concrete kaders. Zij heeft het amendement aandachtig gelezen. De SP gaat meestemmen met het amendement. We kunnen ons verder goed vinden in het Beleidsplan. Het gaat hier dan wel ook over het onderhoud van de wegen. Mag ik ook een verzoek indienen bij de wethouder? Een verzoek tot het behouden van vrije doorgang voor rechtsafslaand verkeer van de Hondsrugweg naar de Van Schaikweg. We merken dat dit een heel goede invloed heeft op de verkeersdoorstroming richting de Hondsrugtunnel en dat nu gewoon enorme verstoppingen verholpen zijn. De heer Kasteleijn (50PLUS): Voorzitter, 50PLUS kan zich in grote lijnen vinden in dit raadsvoorstel over het IBOR. Want goed beheer van onze buitenruimte is geen luxe, het is een basisvoorwaarde voor leefbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid. In de toezegging van de wethouder krijgen we straks een terugblik op wat er in het afgelopen jaar gebeurd is. Dat waarderen we, maar wij willen als 50PLUS graag een stap verdergaan. We zouden het zeer toejuichen als de jaarlijkse rapportage niet alleen achterom kijkt, maar ook een doorkijkje geeft welke grote werkzaamheden in het komende jaar gepland staan.
Dat is belangrijk voor ons als raad om onze controlerende taak goed te doen, maar vooral voor de inwoners zelf die tijdig duidelijkheid verdienen over wat er in hun straat of wijk gaat gebeuren.’ Voorzitter, ik wil hier graag een concreet voorbeeld noemen: trottoirs. Voor ouderen en mindervaliden kunnen scheve tegels en opstaande randen levensgevaarlijke struikelblokken zijn. En daarnaast missen we in het centrum van Emmen nog altijd blindengeleidelijnen. Voor mensen met een visuele beperking betekent dit dat zij letterlijk buitengesloten worden. Zo, dat stokpaardje hebben we weer gehad! Daarom pleiten wij voor een jaarlijkse rapportage die niet alleen terugblikt, maar ook vooruitkijkt en toegankelijkheid voor ouderen en mindervaliden expliciet wordt meegenomen. Want, voorzitter, een gemeente die ouderenvriendelijk wil zijn, moet dat juist laten zien in de stenen voor de trottoirs en straten. De heer H.A. Bos (Wakker Emmen): Ja, ik wou een papier meenemen, maar op de zijkant stond niets meer, want alles is al verteld. Dus vandaar de iPad. Nee, ik bleek de verkeerde versie van mijn bijdrage meegenomen te hebben. Voorzitter, in de commissie is er over dit Beleidsplan uitgebreid gesproken. Wakker Emmen is verheugd dat meerdere fracties zich achter bet speerpunt van onze partij hebben opgesteld: onderhoud openbaar gebied op orde. Het moet er goed en netjes bij liggen.
Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het openbaar gebied. We noemen de diverse centra van dorpen die opgeknapt zijn, maar bij de investeringen in onderhoud wegen zijn we ook blij dat de percentages omhoog gaan bij niveau C van 73 naar 77 procent. Maar we zijn er dus nog lang niet. Gelet op de discussie in de commissie en de raadsbrief van gisteren heeft Wakker Emmen wel de vraag voor het college waar we nu van uit moeten gaan: minimaal 80 procent op onderhoudsniveau C of 100 procent op onderhoud C en hoger? Dus geen D meer. Voorzitter, in het IBOR worden geen cijfers vermeld, alleen maar tekstuele zaken. Maar waar moet de gemeenteraad dan haar controlerende taak op uitvoeren? Wat voor het college ‘mooi, schoon en ruim’ is, hoeft dat absoluut niet te gelden voor onze inwoners. Er is dan ook veel meer nodig en wel cijfers, zodat we keuzes kunnen maken, financiën kunnen inplannen et cetera, et cetera. Het IBOR is een start, maar daarna begint het werk pas écht. We konden dat ook bij andere fracties horen en we hebben elkaar ook gevonden in het amendement dat de ChristenUnie heeft ingediend. Voorzitter, een IBOR is goed, maar wij hebben knoppen nodig waar we als raad aan kunnen draaien. Dat is absoluut nodig, plus keuzes die wij kunnen maken. Mevrouw Kilinçci (PvdA): Het meeste is eigenlijk al gezegd.
Tijdens de commissie hebben wij onze kijk op het Beleidsplan voor onze openbare ruimte ook toegelicht. Het is een goed fundament met duidelijke ambities. De Partij van de Arbeid leest en ziet het als een visiestuk, een stuk dat ons handen en voeten moet geven om toekomstige plannen uit te voeren.
15
Ook het belang van participatie willen wij nogmaals even benadrukken, want echte betrokkenheid loopt van start tot uitvoering. Dank u wel. Reactie college De heer J. Bos (wethouder): Het IBOR is een integrale beleidsvisie – ik denk dat dat het goede woord is. En ik begrijp uit de discussie en de punten die vanavond naar voren worden gebracht, dat dat punt al voorbij is. Dat we nu al heel erg sterk bezig is met de invulling daarvan. Ik denk dat wat dat betreft u als raad op het goede spoor zit. Er wordt namelijk veel aandacht gegeven aan de wegen, hoe die verder uitgewerkt worden. Nou, dat is ook helemaal in lijn met de eerdere discussies in de raad. Ik zou alleen nog mee willen geven vanuit de IBOR-gedachte dat het integraal is, een integraal gebiedsgerichte uitwerking. Dus een wegenplan: prima – of ‘wegenbeleid’ of wat voor naam u er ook aan geeft. Zo zijn er nog meerdere zaken die nog verder uitgewerkt moeten worden. Maar ik wil nog even benadrukken – en ik ga ervan uit dat u dat ook terug gaat zien in onze ontwerpen, onze aanbestedingen et cetera, et cetera – dat we de integraliteit goed willen aanhaken, want dat is belangrijk in de uitvoering. En als het om wegen gaat, voorzitter, geef ik graag het woord aan mij collega, de heer Jakobs. De voorzitter: Dat doet de voorzitter sinds kort. Meneer Jakobs, aan u het woord.
De heer Jakobs (wethouder): Dan wil ik als eerst ook ingaan op het amendement. Want dat gaat over onze wegen en onze paden. Met het amendement zoals het er nu ligt, kunnen we uit de voeten. We merken dat er veel aandacht is voor wegen en fijn ook dat de ChristenUnie, Wakker Emmen, Partij van de Arbeid, D66 en al in eerder stadium het CDA aandacht hieraan schenken. Het IBOR is een blauwdruk en een proces dat we de komende jaren met elkaar gaan doen. Verschillende thema’s en keuzes worden aan u voorgelegd ter besluitvorming met bijbehorende financiële consequenties. We zijn bereid te luisteren naar uw wensen om te differentiëren en feeling te krijgen met het proces. U kunt hierbij denken aan een thema-avond of een C-discussie, waarbij de raad op IBOR-thema’s, zoals bijvoorbeeld veiligheid en aantrekkelijkheid, wordt meegenomen in de verschillende scenario’s. Voorts wordt u geïnformeerd over de voortgang van het Projectuitvoeringsplan Wegen, ook bekend onder naam ‘Onderhanden werk’. We brengen u op de hoogte van wat we hebben gedaan en nog gaan doen. We kunnen u hierover op de hoogte brengen in het eerste kwartaal van 2026. De veldinventarisaties van al onze IBOR-thema’s en gebiedstypen en eisen zijn nog niet in beeld. We kunnen daarom de financiële consequenties nog niet begroten. Waar de inventarisatie nog niet voldoet aan de eisen, moet nog een maatregel worden geformuleerd.